Handleiding trajectnota/MER 3
Voorwoord
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Voor u ligt de handleiding trajectnota/MER. Deze vormt een onderdeel van deTracé/m.e.r.-reeks. De reeks is opgebouwd uit een aantal losse delen c.q.handleidingen. Het doel van de reeks is om op een toegankelijke wijze inzichtte bieden in de diverse aspecten waar projectleiders en -medewerkers binnenVerkeer en Waterstaat en Rijkswaterstaat mee geconfronteerd wordenwanneer ze betrokken zijn bij een tracé/m.e.r.-procedure.
De handleiding beschrijft de trajectnota/MER-fase. De inhoudelijke aspectenvan deze fase (zoals probleemanalyse, vergelijken van alternatieven endetailniveau) lopen als een rode draad door de handleiding. Er is veel aandachtbesteed aan voorbeelden ter verduidelijking van de tekst. Voor aanvullendeinformatie over specifieke onderwerpen wordt doorverwezen naar andererapporten, handleidingen en/of (advies)diensten binnen Verkeer en Waterstaat.Daar waar situaties afwijken van wegenprojecten wordt in kaders apartaandacht besteed aan rail- en vaarwegenprojecten.
De methodische aanpak in de handleiding biedt handvatten om een project inte richten. De werkelijkheid is echter minder gestructureerd dan op het eerstegezicht uit de handleiding naar voren kan komen. Deze handleidingpretendeert geen kookboek te zijn, maar een hulpmiddel om op eenconsistente en eenduidige wijze met de trajectnota/MER om te gaan. In depraktijk zijn er bijvoorbeeld verwachtingen van de omgeving (bewoners,politiek, belangenorganisaties) die van invloed zijn op een project. Het is vanbelang goed met deze verwachtingen om te gaan. In de handleiding is hier beperkt op in gegaan, omdat deze verwachtingen en hoe je hiermee omgaatsterk per studie verschillen.
Planstudies worden gemaakt in een dynamische omgeving van continuvoortschrijdende inzichten en ontwikkelingen zoals die samenhangen met deSpoedwet wegverbreding, de evaluatie van de Tracéwet en de herziening vanhet Besluit milieueffectrapportage. Tevens is er de wens om te komen totsnellere besluitvorming. In de handleiding worden deze ontwikkelingenweergegeven met een stand van zaken van voorjaar 2003.
Bij deze wil ik iedereen die heeft bijgedragen aan de totstandkoming van dezehandleiding hartelijk danken voor de ervaren, deskundige en enthousiasteinbreng.
Ik hoop dat deze handleiding een waardevolle bijdrage kan zijn bij uw project.
Delft, maart 2003
ir. P. Aanen,
hoofd afdeling Infrastructuur en Milieumaatregelen