Dijkwater Nadat door het vervallen van het noordelijk Sas in 1843 het Dijk-
9
' water geen verbinding tussen Oosterschelde en Grevelingen meervormde, werd de resterende geul een dichtgroeiende kreek. In 1877 werdzelfs vergunning gegeven om het Dijkwater met biezen te beplanten,maar bij nader inzien deden de planters afstand van het hun toegestanerecht, vermoedelijk vanwege het te hoge zoutgehalte van de schorgronden.Afsluiting van het Dijkwater had plaats in 1899 toen t.b.v. de tramlijn naar Brouwershaven het Sas bij Zierikzee werd vervangen door eengronddam met duiker, (zie fig. 49, p. 52). Pas in 1926 besloten G.S. hetaldus ingepolderde gebied (ca 60 ha) bij het toenmalige waterschapSchouwen te voegen. Er was sinds de afdamming van het Sas nooiteen bestuur voor dit gebied benoemd. Vanaf 1927 werd het dijkgeschotvoor ruim 44 ha bepaald op ƒ
\,—
per ha, dat gehandhaafd bleef tot
1959.
De bedijking van het tweede gedeelte van het resterende Dijkwater wordt behandeld in hoofdstuk VI onder de Deltawerken.§ 9. DE TWEE POLDERS LANGS HET ZIJPE. (fig. 45)Het betreft hier de Bruinissepolder en de Stoofpolder aan de westzijde van het Zijpe. In de 14e eeuw vormden de nog onbedijkte schorrenéén geheel met de schorren van Rumoirt op het tegenwoordige St. Phi-lipsland. De Zijpe-geul was toen nog meer oostelijk gelegen en onderhield de verbinding tussen Slaak en Krabbenkreek, maar deze stroomonderging het lot van vele geulen en verzandde, De westelijk van hetZijpe ontstane tweederangsgeul het Wijdtaers, ontwikkelde zich tot hettegenwoordige Zijpe. In § 20 van dit hoofdstuk is uit de fig. 65 t/m 68de latere ontwikkeling van het Zijpe na te gaan.Bruinisse- Een stuk van 25 juli 1406 spreekt van „uitgorzen beoosten Duvelandt,„geheeten Bruynisse, Bogaerthille en Ramoort; een stuk van 9 mei 1450„bericht, dat Corvynck Claes Pieterszoon aan Zevenbergh Claes'zoon„den eigendom van de renten, die Boudyn van Borselen placht te bezitten beoosten Duvelandt op Gravenisse, die Maze en die Nicke overdraagt."Nadat Adriaan van Borselen, heer van Brigdamme, op 27 januari1453 van hertog Philips van Bourgondië octrooi bekomen had om hetoostelijkste gedeelte van Duiveland te bedijken, geeft hij 2 april 1468„eenige mijn special vrunden uit te bedycken ofte doen bedycken uuytten„souten int versche tot eenen nieuwen coorenlande zekere uuytgorsse,„schor ende aenwerp, gelegen buyten des dijcx Oostwaerts vant toude„landt van Duvelandt, alsoo groot ende wijt alst binnen den rinck van„den dijcke comen ende vallen mach, te weten dat voorsscreven landt„zijn groote geset op hondert twee ende tnegentich spaden, daer ick
100