Welcome to Scribd. Sign in or start your free trial to enjoy unlimited e-books, audiobooks & documents.Find out more
Download
Standard view
Full view
of .
Look up keyword
Like this
5Activity
0 of .
Results for:
No results containing your search query
P. 1
joodse feestcyclus en komende heilstijd 2eEd – Hubert_Luns

joodse feestcyclus en komende heilstijd 2eEd – Hubert_Luns

Ratings: (0)|Views: 709|Likes:
Published by Hubert Luns
Ons onderwerp is hier toegespitst op het duizendjarig vrederijk, zoals gekend uit het boek Openbaring. Als een tijdseenheid overgaat naar een andere, zullen een aantal kenmerken behouden blijven, weer andere verdwijnen en nieuwe zullen worden toegevoegd.

Men gaat er vanuit dat de Bijbel de universele geschiedenis beschrijft. Het is daarom dat men het Oordeel uit het Boek Openbaring als laatste is gaan zien en de vernietiging letterlijk. Het is echter het voorportaal tot het duizendjarig vrederijk. De Bijbel gaat slechts over de ‘zevende dag’ waarin God de voltooiing van het scheppingswerk aan de mens overdroeg. Bedenk wel dat Jezus ook mens is en vanuit die hoedanigheid medescheppend bezig mocht zijn. Natuurlijk Hij is ook God en daarom dat zijn voltooiingswerk volmaakt was. De zevende scheppingsdag is dus een soort ‘Unvolendete’. De Genesis 2:3 grondtekst eindigt: “(in de 6 voorgaande dagen) schiep God om te kunnen maken (in de 7e die nog steeds bezig is).” Deze speciale dag wacht nog steeds op zijn eindbestemming. Op het eindpunt vangt de achtste dag aan. Dit valt te vergelijken met het harmonisch octaaf. De achtste noot is gelijk de eerste van een nieuwe octaaf. De nog komende octaaf in Gods plan met de wereld, daar doet de Bijbel het zwijgen aan toe, behalve in algemene bewoordingen als ‘de neerdaling van het hemels Jeruzalem’. (Op. 21:2)
Ons onderwerp is hier toegespitst op het duizendjarig vrederijk, zoals gekend uit het boek Openbaring. Als een tijdseenheid overgaat naar een andere, zullen een aantal kenmerken behouden blijven, weer andere verdwijnen en nieuwe zullen worden toegevoegd.

Men gaat er vanuit dat de Bijbel de universele geschiedenis beschrijft. Het is daarom dat men het Oordeel uit het Boek Openbaring als laatste is gaan zien en de vernietiging letterlijk. Het is echter het voorportaal tot het duizendjarig vrederijk. De Bijbel gaat slechts over de ‘zevende dag’ waarin God de voltooiing van het scheppingswerk aan de mens overdroeg. Bedenk wel dat Jezus ook mens is en vanuit die hoedanigheid medescheppend bezig mocht zijn. Natuurlijk Hij is ook God en daarom dat zijn voltooiingswerk volmaakt was. De zevende scheppingsdag is dus een soort ‘Unvolendete’. De Genesis 2:3 grondtekst eindigt: “(in de 6 voorgaande dagen) schiep God om te kunnen maken (in de 7e die nog steeds bezig is).” Deze speciale dag wacht nog steeds op zijn eindbestemming. Op het eindpunt vangt de achtste dag aan. Dit valt te vergelijken met het harmonisch octaaf. De achtste noot is gelijk de eerste van een nieuwe octaaf. De nog komende octaaf in Gods plan met de wereld, daar doet de Bijbel het zwijgen aan toe, behalve in algemene bewoordingen als ‘de neerdaling van het hemels Jeruzalem’. (Op. 21:2)

More info:

Published by: Hubert Luns on Aug 24, 2011
Copyright:Attribution

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

02/15/2015

pdf

text

original

 
- 1 -
 
D
e
J
oodse
F
eestcyclus en de
omende
H
eilstijd
 
 Mandelbrot fractaal
Gods programmatie heet de bedelingenleer, ook wel het dispensationalisme genoemd, een term die is geënt op de Engelse vertaling van het Griekse oikonomia, wat op duidelijk on-derscheiden stadia wijst. In het verhaal van de onrechtvaardige rentmeester wordt datzelfde woord gewoonlijk vertaald met rentmeesterschap. Oikonomia is afgeleid van ‘oikos’ (huis)  plus het werkwoord ‘nemein’ (uitdelen, beheren). Bedeling kennen we uit de Statenver-taling. (1) Oikonomia is de economie der genade, te verstaan als de organisatie en toewij- zing van Gods genademiddelen en de tijdsgebonden wijze van Gods handelend optreden.  Iedere persoon heeft voor de functie waarin God hem graag ziet een portie genade ont-vangen, waarvan God zegt: “Mijn genade is u genoeg.” (2 Kor. 12:9) Ook dat is bedeling.  De bedeling in onze discussie omspant de ‘eeuwen’. In de programmatie naar het door God  gestelde doel omspant het ook de volken, in het bijzonder Israël in wie alle geslachten der wereld zullen worden gezegend, want Gods uitverkiezing is onberouwelijk. (2) Dat is ons onderwerp, hier toegespitst op het duizendjarig vrederijk zoals gekend uit het Boek Open-baring. Als een tijdseenheid overgaat naar een andere, zullen een aantal kenmerken be-houden blijven, weer andere verdwijnen en nieuwe zullen worden toegevoegd. Het kapitaal van de geloofskennis, die in de voorbije stadia is opgebouwd, dat is alleen maar cumulatief.  Zou zo moeten, want er gaat door onachtzaamheid kennis verloren die klaarligt om van stof te worden ontdaan.
1 – Die ‘Unvolendete’
De Bijbel toont dat God de geschiedenis in perioden indeelt. Sterker nog, Hij definieërt tijd in termen van uren, maanden, jaren. Het is daarom niet onlogisch dat God Zijn plan
 
- 2 -
 
met de wereld in fasen uitvoert die telkens op een eind toelopen, zoals:
“…het uur om te maaien is gekomen”.
 (Op. 14:15) Hoe God die perioden bepaalt, is iets waarover theolo-gen het moeilijk eens kunnen worden, wat nog niet betekent dat het een verkeerd uit-gangspunt zou zijn. Hier geldt het gezegde: “Zoveel hoofden, zoveel zinnen”, terwijl er toch maar van één zin sprake kan zijn, de door God bedoelde, waarbij het best mogelijk is dat verschillende schema’s elkaar overlappen; zo is er de tijd van de wet, de tijd van genade en die van het koninkrijk. Essentieel voor de schema’s van het dispensationalis-me, en dus ook voor dit artikel, is het duizendjarig vrederijk (het millennium), waarbij zich de vraag voordoet of Jezus vóór of ná het millennium komt. Er zijn daarom pre- en  postmillianisten. Er zijn zelfs amilleanisten, veelal Rooms Katholieken. Zij gaan ervan uit dat het Bijbelse vrederijk symbolisch dient te worden opgevat, de tijd voorstellend waarin we nu leven. Dat noem ik intellectuele acrobatie. Waar is de vrede? De vrede in dit ondermaanse leidt een armoedig bestaan. Allen zijn het vreemd genoeg eens over het ‘laatste’ oordeel, alhoewel de Bijbel nergens spreekt over laatste. En de elementen dan, die brandende vergaan – reageert u misschien  – dat in de Petrusbrief wordt genoemd? (3) Waarom moet dat perse een materiële wereld zijn? Waarom mag dat niet worden verstaan als het herstel van de paradijselijke staat? Alvorens dat geschiedt moet eerst de kwade neiging, in het Joods de Jetzer ha-Ra, wor-den vernietigd. Het geestelijke, onze psyche, waarin de Jetzer ha-Ra zetelt, dát vertegen-woordigt de elementen. Omdat het onzienlijke de basis is van het zienlijke, zijn de ge-kende elementaire deeltjes, atomen en dergelijke, eigenlijk niet elementair. Na de inner-lijke reformatie, meer nog transfiguratie, mogen we rekenen op een voortzetting van het leven, want God heeft de wereld lief en zoekt haar behoud. (Joh. 3:17) Men gaat er impliciet vanuit dat de Bijbel de universele geschiedenis beschrijft. (4) Het is daarom dat men het Oordeel uit het Boek Openbaring als laatste is gaan zien en de ver-nietiging als letterlijk. Maar dat is helemaal niet zo vanzelfsprekend en mag heus wel  punt van discussie zijn. Het is een oude Joodse wijsheid dat de Bijbel slechts over de ‘zevende dag’ gaat, de dag van het maken (Olam Assia), waarin God de taak ter voltooi-ing van het scheppingswerk aan de mens overdroeg (Adam betekent mens). Bedenk wel dat Jezus ook mens is en vanuit die hoedanigheid medescheppend bezig mocht zijn, wat aansloot bij Gods verbond met Adam. Natuurlijk, Jezus de Gezalfdde, is ook God en daarom dat zijn voltooiingswerk volmaakt was. Het dispensationalisme gebruikt dikwijls een indeling in zeven perioden, waarvoor ter ondersteuning verschillende Bijbelse associaties worden gelegd. Inderdaad komt het getal zeven vaak in de Bijbel voor. Sla uw concordance er maar op na. Het belangrijkste aanknopingspunt zie ik in het scheppingsrelaas, waarbij de zevende scheppingsdag een soort ‘Unvolendete’ is. De Genesis 2:3 grondtekst eindigt:
“(in de 6 voorgaande dagen)  schiep God om te kunnen maken (in de
e
 die nog steeds bezig is).”
 Deze speciale dag wacht nog steeds op zijn eindbestemming. Op het eindpunt vangt de achtste dag aan. Dit valt te vergelijken met het harmonisch octaaf. De achtste noot is gelijk de eerste van een nieuwe octaaf. De nog komende octaaf in Gods plan met de wereld, daar doet de Bijbel het zwijgen over toe, behalve in algemene bewoordingen als
“de neerdaling van het hemels Jeruzalem”
. (Op. 21:2) De zevende-dags-sabbat doet denken aan de toekomende wereld (de volgende octaaf) waarbij in een nieuwe bedeling Gods volk in groene weiden neerligt aan wateren der rust / menuhot. (Ps. 23:1) Menuha is het grondthema van de sabbat hetwelk van een intrinsiek  positieve eis uitgaat waaruit vreugde, vrede en volmaaktheid ontspringen, om kort te gaan: heiligheid. Zijn vervolmaking behoort toe aan de toekomende wereld,
“want de mensheid is nog niet in zijn rust binnengegaan en rust nog niet uit van zijn werk zoals God van het zijne uitrust; indien het volk Israël in het beloofde land reeds had kunnen rusten, zou God later niet over een andere dag hebben gesproken.”
 (Hebr. 4:8-10)
 
- 3 -
 
2 – 
 
Gods cyclus onder de loep
 Nadat Israël Gods bijzondere partner werd in het scheppingswerk stelde God de sabbat in. Abraham Joshua Heschel, een leidende Joodse theoloog uit de vorige eeuw, legde uit dat het scheppingsverhaal deze vorm heeft gekregen om het sabbatsideaal te doen uitko-men. Noach en zijn voorgeslacht moeten dat verhaal reeds hebben gekend. Toch zullen ze geen sabbat hebben gehouden op de voor ons bekende manier. Wellicht dat de zeven-de dag offerdag was, maar in de Egyptische slavernij moet dat in onbruik zijn geraakt.
Noach moet het scheppingsverhaal hebben gekend
Noach moet het scheppingsverhaal, zoals Mozes het heeft opgetekend, hebben ge-kend. In de volkstradities werden de scheppingsverhalen van generatie op gene-ratie mondeling doorgegeven. Zo wordt verondersteld dat de Illyas en Odyssee door Homerus zijn opgetekend na een eeuwenlange keten van troubadours. Ze zijn dus niet door hem bedacht. Er zijn ook teveel elementen in deze verhalen die afwij-ken van de typisch Griekse cultuur. Trojes ‘ontdekking’ in 1873 door Heinrich Schliemann is daarom een lachertje, net als Agamemnons masker. Troje heeft nooit bestaan want Troje is de stad van elke oorlog! De slag bij Stalingrad was ook Troje. Misschien bestaat een Troje-achtig scenario dat als model diende, maar dan  was het nog niet Schliemanns Troje. Het is dus volstrekt aannemelijk dat het scheppingsverhaal uit Genesis reeds gekend was voordat Mozes het optekende. Het  verhaal was gekend, maar het zijn woorden van God. Zo waren de verhalen van Jezus' openbaar leven gekend, maar de Evangeliën zijn woorden van God, want Hij is de verteller (middels menselijke inspanning opgetekend).
Het scheppingsrelaas vertelt dat toen de hoogste wezens - Adam en Eva - tot het leven waren geroepen en het scheppingsinitiatief was gedaan, dat vanaf dat moment de Schep- per zijn eigen sabbat mocht houden. Toen ook ving de menselijke werkdag aan van de verwerkelijking van de geschiedenis naar het door God gestelde doel. In Genesis 2:2 staat geschreven:
“…en God beëindigde zijn scheppingswerk en rustte op de zevende dag”.
 Evenwel hield het scheppingswerk toen niet op. Het werd van God aan de mens overgedragen en middels een verbond bij de Berg Horeb bezegeld. Ik wens te benadruk-ken dat de sabbatsverordening, toen bij de Horeb, volstrekt nieuw was en niet in Israël en de omliggende culturen uit die tijd gebruikelijk was, en het dus als een kostbaar geschenk aan de mensheid mag worden beschouwd, een voorproef van iets groters, Hij die deze verordening niet voor Zichzelf maar voor ons maakte. (Mk. 2:27) Bij de Horeb werd toen tevens Israëls feestcyclus ingesteld. Op de keper beschouwd vertegenwoordigt de gewone werkweek een mini-feestcyclus in analogie met het zevendaagse scheppingspro-ces dat onweerstaanbaar op de achtste dag afstevent. Een sleutel voor de duur van de menselijke arbeid in de door God bepaalde zevende scheppingsdag vinden we in het hoofdstuk waar staat dat de elementen brandende zullen vergaan:
“Eén dag is bij God als duizend jaren en duizend jaren als één dag.”
(2 Petr. 3:8) Ja, maar sinds Adam, voorbode van de zevende scheppingsdag, zijn duizenden jaren verstreken en niet 1x duizend. Toch is er een oplossing. We herkennen hierin een fractale set (zie Wikipedia onder Mandelbrot). In zo’n set heeft elk willekeurig onderdeel hetzelf-de patroon, alleen op kleinere schaal, iets dat veel voorkomt in natuurlijke verschijnings-vormen zoals bij de vertakkingen van een boom. De eerste indruk is anders, maar nader- bij bekeken wordt duidelijk dat het kleine gelijk is aan het grote. Er is een Bijbels feest dat hierop wijst: het Jubeljaar uit Leviticus 25, het achtste grote feest. Er is recent een grondige studie over verschenen van John Sietze Bergsma. (5) Daar was ik blij mee, want er bestaat nauwelijks literatuur over. Hij toont aan dat de praktische toepassing van het feest gaandeweg op de achtergrond is geraakt ten voordele van een eindtijdstheo-logie. (6) Zoals bekend is een jubeljaarviering elk 50e jaar, volgend op 7 x 7 jaar. Dan

Activity (5)

You've already reviewed this. Edit your review.
1 thousand reads
1 hundred reads
Past J. Geudens liked this
Past J. Geudens liked this
cavedweller1975 liked this

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->