Welcome to Scribd, the world's digital library. Read, publish, and share books and documents. See more
Download
Standard view
Full view
of .
Look up keyword
Like this
1Activity
0 of .
Results for:
No results containing your search query
P. 1
Manifest Gezond Kunstlicht 19112009

Manifest Gezond Kunstlicht 19112009

Ratings: (0)|Views: 90|Likes:
Published by Cathalijne Zoete
handig artikel over waarom gewone peertjes gezonder zijn dan kunstlicht. Om te delen en door te sturen. Jammer dat de gewone lampen inmiddels niet meer verkocht worden.
handig artikel over waarom gewone peertjes gezonder zijn dan kunstlicht. Om te delen en door te sturen. Jammer dat de gewone lampen inmiddels niet meer verkocht worden.

More info:

Published by: Cathalijne Zoete on Aug 27, 2011
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

08/27/2011

pdf

text

original

 
Dat is de conclusie van de Werkgroep Gezond Kunstlicht, eeninitiatief van de Vereniging Integrale Bio-logische Architectuur. Aanleiding om de werkgroep medio 2008 op te richten was hetgegeven dat goede informatie over alternatieven voor de gloei-lamp schaars en moeilijk verkrijgbaar is. Ook is de kennis op ditgebied heel jong. Toch is het gloeilampverbod per 1 september2009 van kracht geworden.De werkgroep heeft materiaal verzameld om de gevolgen van ditverbod inzichtelijk te maken: ‘Wat betekent de vervanging van degloeilamp door -met name- de spaarlamp voor mens en milieu?’Wetend dat dit een tussenstand is -intussen gaat de ontwikke-ling van nieuwe technieken en producten gestaag door- kunnende volgende conclusies worden getrokken (oktober 2009).
1. Spaarlampen (=
uorescentielampen) hebben een ander licht-spectrum dan gloeilampen.2. Spaarlampen leveren in de praktijk vaak niet de kwaliteit die opde verpakking staat.3. Spaarlampen zijn hoogfrequent bronnen en zouden mogelijk gezondheidseffecten kunnen veroorzaken.4. De meeste spaarlampen zijn niet geschikt voor de huidige ar-maturen met dimmers.5. De lifecycle en het energieverbruik van spaarlampen is mindergunstig dan wordt verteld. De spaarlamp dient na gebruik alschemisch afval verwerkt te worden.6. Het gebruik van spaarlampen levert een schijnbare energiebe-sparing op in de woning.7. Spaarlampen, ledlampen en dimmers veroorzaken netvervui-ling.
Manifestgezondkunstlicht
Het vervangen van gloeilampen door ‘energiezuinige’ lampenlevert ongewenste resultaten op in de woonomgeving.
Ad 1. Spaarlampen hebben een ander lichtspectrumdan gloeilampen.
Het lichtspectrum heeft effect op het welbevinden van mensen.Zo veroorzaakt licht met een overwegend blauw spectrum eendaling in de aanmaak van melatonine, het stofje dat zorgt datje slaap krijgt. Lees je het ‘verhaaltje-voor-het-slapen-gaan’ bijblauw licht, dan zul je de slaap niet gemakkelijk vatten.De
uorescentielamp bestaat al meer dan 60 jaar en heeft totop heden in de huiselijke omgeving de gloeilamp niet kunnenverdringen. In de woonkamer willen wij ons op de eerste plaatsthuis voelen en daar hoort ”natuurlijk ogend kunstmatig licht”bij. Natuurlijk licht is licht van zwarte stralers (hittebronnen). Demens is van nature georiënteerd op licht van zwarte stralers: zon,vuur, kaars, olielamp en de gloeilamp. Ons oog is erop ingerichtom bij deze lichtbronnen te kunnen functioneren. Het is daarombelangrijk om de menselijke maat en behoefte aan te houden bijde keuze van lichtbronnen in de leefsfeer.
Kleurwaardering van licht
De kleurkwaliteit van kunstmatige lichtbronnen, zoals gasontla-ding en led, is gerelateerd aan die van zwarte straler. Dit wordtuitgedrukt in de zogenaamde kleurweergave-index Ra. Voorzwarte stralers is de kleurweergave-index altijd 100.De zon, kaarsen en gloeilampen, waaronder ook halogeenlam-pen vallen, hebben vanwege hun continu spectrum een kleurin-dex van 100. De spaarlamp is een lage druk gasontladingslamp.Deze is ontwikkeld om gloeilampen te vervangen. Gasontla-dingslampen en ledlampen hebben een bandenspectrum, ookwel lijnenspectrum genoemd, met een lagere kleurweergave-index dan 100.Hoofdkenmerk van het licht van zwarte stralers is, dat ze eenvolledig kleurenspectrum hebben, ofwel een vloeiend kleuren-verloop. Aan gasontladingslampen (en dus ook spaarlampen)en vooral aan zogenaamd witte en warm witte leds ontbreekt decontinuïteit in het kleurenspectrum om het in de woonkamer toete kunnen passen als vervanging voor de gloeilamp.
380 780Golflengte (nm)
   S  p  e  c   t  r  a   l  e  s   t  r  a   l   i  n  g
Spectrale samenstelling gloeilamp
Pagina 1 van 8VIBA Manifest Gezond Kunstlicht - November 2009
 
Kleurtemperatuur van licht
De kleurtemperatuur zegt iets over de warmtetint van een lamp.Een gloeilamp heeft in niet-gedimde toestand een kleurtempera-tuur van 2700 Kelvin. Het roodaandeel is zeer groot; het blauw-aandeel minimaal. Voor een halogeengloeilamp (3000 Kelvin)geldt min of meer hetzelfde. In direct zonlicht (6000 Kelvin ofmeer) zijn alle spectrale kleuren ongeveer even sterk vertegen-woordigd.Moderne spaarlampen zijn te koop in uitvoeringen met verschil-lende kleurtemperaturen: 4000 Kelvin (koel wit licht), 3000 Kelvin(normaal licht) en 2700 Kelvin (warm wit licht), vrijwel dezelfdekleurtemperatuur die de gloeilampen hebben die ze in de toe-komst moeten vervangen.
Lichtkleur, kleurweergave en spectrum
De kleurweergave-index van spaarlampen is ca. 80, dus veellager dan die van gloei- en halogeenlampen. De hoofdoorzaakis dat de samenstelling van de
uorescerende laag zo is geko-zen dat dieprood en het meeste violet uit het zichtbare spectrumworden geweerd. Voor deze spectrale gebieden is het oog re-latief ongevoelig en door hen weg te laten wordt de ef
ciëntievergroot.Het wel uitgestraalde deel van het spectrum is voornamelijk op-gedeeld in drie kleurbanden: rood, groen en blauw. Spaarlam-pen hebben dus een bandenspectrum. Er zijn wel fabrikantendie meer kleurbanden kunnen toepassen, zoals in de zoge-naamde Truelight buislampen, maar dit gebeurt waarschijnlijkweinig vanwege de hogere kosten.
Ad 2. Spaarlampen leveren in de praktijk vaak nietde kwaliteit die op de verpakking staat.
Bij
uorescentielampen wordt door de meeste fabrikanten uit-gegaan van 4 schakelingen per etmaal, een constante voedingvan 230 Volt, 50 Hz en een omgevingstemperatuur (stilstaandelucht) van 25 resp. 35°C, een lange servicelevensduur (afhanke-lijk van het type 12.000 tot 45.000 uur).De praktijk voor spaarlampen in huishoudens is anders: spaar-lampen worden in woningen zeer vaak geschakeld, bevindenzich vaak niet in een constante omgevingstemperatuur en wor-den ook niet altijd op een constante spanning van 230 Volt ge-voed. Dat betekent dat de werkelijke levensduur van spaarlam-pen in de meeste gevallen korter is dan de vermeldingen vanfabrikanten doen geloven. Ofwel: ze verworden eerder tot afvalmet alle gevolgen van dien voor de leefomgeving.
Spaarlampen bereiken in vergelijking met gloeilampenlater de maximale lichtstroom.
De spaarlamp brandt na een opstartperiode van ongeveer 1 mi-nuut op acceptabele sterkte. Dit maakt de spaarlamp -in verge-lijking met de gloeilamp- minder geschikt voor gebruik in ruimtesvoor kort verblijf.
Meer dan 4 keer per etmaal schakelen verkort delevensduur van spaarlampen sterk.
Bij gloeilampen is de zeer geringe invloed van frequent scha-kelen goed te bepalen. Bij spaarlampen niet. Deze hangt dezevoor het overgrote deel af van de kwaliteit van de voorschakelap-paratuur. Want die bepaalt met name de hoeveelheid tijd die deelektroden wordt gegund om op emissietemperatuur te komen.Desondanks gaat zeer frequent schakelen bij spaarlampen veelsterker dan bij gloeilampen ten koste van de levensduur. Spaar-lampen moeten veel aaneengesloten bedrijfsuren maken, omrendabel te kunnen zijn.
Rekenvoorbeeld
In “The European lamp industry’s strategy for domestic lighting”van de European Lamp Companies Federation kan men lezen datde grote fabrikanten van onder andere spaarlampen de overstapvanuit de overheid naar ef
ciëntere lichtbronnen voor thuisgebruik ondersteunen. Bij punt 21 wordt gesteld dat de levensduur van eenspaarlamp niet negatief beïnvloed wordt door regelmatig schake-len. Er valt te lezen dat bij een standaard geteste levensduur van8000 uur men 3000 maal kan schakelen. Dat lijkt veel, maar is datwel zo? Rekent u even mee:De standaardprocedure voor het beproeven van de levensduur isde 3-uurs schakelcyclus (2u45m aan/ 0u15m uit). Dit is vier maalschakelen per dag. Laten we uitgaan van een toilet, typisch eenplek waar een gloeilamp goed dienst doet. Drie maal per dag het toilet bezoeken lijkt allerminst overdreven. Gemiddeld zou dit bijdrie personen per huishouden al resulteren in 9 schakelingen per dag. Vermenigvuldigen we dit met 320, dan komen we uit op 2880maal schakelen per jaar! Rekening houdend met 45 dagen vakantiebuiten de deur, waar u dan uw behoefte doet onder het maanlichtin de vrije natuur. Met andere woorden: de spaarlamp op het toiletgaat iets meer dan één jaar mee. Dat is veel te kort om de spaar-
380 780Golflengte (nm)
   S  p  e  c   t  r  a   l  e  s   t  r  a   l   i  n  g
Spectrale samenstelling ledlamp (warmwit)
Pagina 2 van 8VIBA Manifest Gezond Kunstlicht - November 2009
380 780Golflengte (nm)
   S  p  e  c   t  r  a   l  e  s   t  r  a   l   i  n  g
Spectrale samenstelling spaarlamp (warmwit)
 
lamp op energie terug te verdienen!
 Bron: www.lichtopdezaak.com
De lichtopbrengst van spaarlampen daalt bijtemperaturen anders dan 25°C
Fluorescentielampen geven het meeste licht bij een omgevings-temperatuur van ongeveer 25°C. Bij hogere of lagere tempera-turen loopt de lichtopbrengst sterk terug. Dit heeft te maken metde veranderende druk van de kwikdamp in de lamp. Spaarlam-pen zijn compact en hoogbelast en raken daardoor snel overver-hit. Om de daarmee gepaard gaande lichtterugval tegen te gaanbevatten veel typen
uorescentielampen een kwikamalgaam inplaats van zuiver kwik. Het nadeel is dat ze na het inschakelenwat tijd nodig hebben om op volle lichtsterkte te komen, onge-veer één minuut.Dit maakt, dat spaarlampen minder geschikt zijn voor gebruikbuiten. Bij de voordeur is het beter een bewegingsmelder mettijdschakelaar in combinatie met een gloeilamp te nemen. Eenspaarlamp in de buitenomgeving (gevel, tuin, etc.) heeft bij la-gere temperaturen een langere ontstekingstijd, hetgeen tevensde levensduur verkort. Bij lager dan 4°C werken spaarlampenniet meer.Spaarlampen zijn ook functioneel niet geschikt te worden toe-gepast bij temperaturen boven 55°C. Dat maakt hen ongeschiktvoor toepassingen in bijvoorbeeld de afzuigkap of een (huis)sauna.
Warmtestraling
Het is een feit dat zolang de buitentemperatuur merkbaar la-ger is dan de gewenste binnentemperatuur, de door gloeilam-pen opgewekte warmte niet als pure verspilling kan wordenbeschouwd. Zeker niet in de huiselijke sfeer, waar het licht al-leen brandt als er ook mensen aanwezig zijn. Bovendien maaktkunstlicht in gematigde streken dagelijks veel meer brandurengedurende het koude jaargetijde, omdat de daglichtperiode kor-ter is. 
Het rapport ‘BNXS29: The Heat Replacement Effect – thermalsimulation of domestic lighting and appliances’ van de Engelseoverheid geeft–aan de hand van computer simulatiemodellen- eenindicatie van de jaarlijkse verwarmingsbijdrage van verlichting inwoningen: zowel gloeilamp, spaarlamp als led dragen voor 60%van hun verbruik bij aan de verwarming van het huis. De isolatie-waarde van de woning is hierbij nauwelijks van invloed.Zie ook: tweede rekenvoorbeeld ad 6
Lichtopbrengst in vergelijking met de gloeilamp
De ef
cientie van een lichtbron wordt uitgedrukt in lichtstroomper opgenomen vermogen (lumen/watt of kort lm/W). Een 100Wgloeilamp levert 12,8 lm/W. Een halogeenlamp voor netspan-ning ca. 20 lm/W. Een vergelijkbare spaarlamp levert ongeveer60 lm/W, inclusief verliezen in de elektronica.De wijze waarop de lamp wordt gebruikt speelt ook een be-langrijke rol: type armatuur, optiek, kijkafstand, etc. Een helderegloeilamp heeft een kleiner lichtgevend oppervlak (het
lament)dan een spaarlamp. Daarmee kan het licht beter gericht wor-den. De lichtbron en het armatuur bepalen samen de ruimtelijkelichtverdeling. Het klakkeloos vervangen van een gloeilamp dooreen spaarlamp heeft daarom niet altijd een gunstig effect opde lichtbrengst. Een energielabel voor verlichtingsarmaturen zouwel eens meer effect op het milieu kunnen hebben dan spaar-lampen.
Ad 3. Spaarlampen zijn hoogfrequent bronnen enzouden mogelijk gezondheidseffecten kunnen veroorzaken.
Voor beeldschermen is, ten behoeve van de gezondheid vande gebruikers, een stralingsnorm vastgesteld, de zogenaamde.TCO-norm. Deze norm stelt eisen aan de toegestane laagfre-quente elektromagnetische en elektrische velden, veroorzaaktdoor het beeldscherm bij een bepaalde afstand tussen beeld-scherm en mens.Spaarlampen zijn hoogfrequent bronnen, die ook laagfrequenteelektromagnetische en elektrische velden veroorzaken. Voorspaarlampen bestaat niet zo’n norm. Dat zou wel wenselijk zijn.Wolfgang Maes geeft in zijn artikel Glühbirne raus, Energiespar-lampe rein? (Wohnung & Gesundheid 9/07) aan dat pas vanaf1,5 m kan worden gesteld dat alle onderzochte spaarlampenvoldoen aan de TCO-norm die voor computers geldt.Er is wetenschappelijk onderzoek noodzakelijk om de gezond-heidseffecten van laagfrequente elektromagnetische en elektri-sche velden te kunnen bepalen en aan de hand daarvan eennorm op te kunnen stellen.
MPR/TCO
Er zijn t.a.v. elektromagnetische en elektrische velden normenopgesteld waaraan elektronische apparaten moeten voldoen omde gezondheid van gebruikers te beschermen. De TCO-norm iszo’n norm. Deze komt voort uit de MPR en is een norm voor hetvaststellen van de intensiteit van monitorstraling. Hierbij wordenelektromagnetische golven, elektrostatische velden en x-ray stra-ling bekeken. De MPR-I bestaat sinds 1987, MPR-II sinds 1990.De TCO norm is strikter dan deze twee.De meting van elektromagnetische en elektrische velden moet ge-schieden met nauwkeurig omschreven apparatuur en methodenen op gestandaardiseerde wijze. TCO99 normen gelden voor me- tingen op 30 cm recht voor de monitor of op een afstand van 50cm daar om heen. Het scherm toont een beeldvullende hoofdletter H in zwart/wit. Twee frequentiegebieden worden door 
lters apartbepaald, met 2kHz als kantelfrequentie.
Ad 4. De meeste spaarlampen zijn niet geschikt voorde huidige armaturen met dimmers.
De meeste spaarlampen zijn niet geschikt voor de huidige ar-maturen met dimmer. Dat betekent dat bij massale overstap opspaarlampen, veel armaturen op de afvalberg zullen belanden,wat een
inke belasting op de leefomgeving is.Pagina 3 van 8VIBA Manifest Gezond Kunstlicht - November 2009

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->