Welcome to Scribd. Sign in or start your free trial to enjoy unlimited e-books, audiobooks & documents.Find out more
Download
Standard view
Full view
of .
Look up keyword
Like this
2Activity
0 of .
Results for:
No results containing your search query
P. 1
Breuk Religie–Wetenschap (5eEd) – Hubert Luns

Breuk Religie–Wetenschap (5eEd) – Hubert Luns

Ratings: (0)|Views: 125|Likes:
Published by Hubert Luns
In onze tijd zien wij een enorme kloof tussen het wetenschappelijk en religieus denken, alsof het om twee onverzoenlijke grootheden gaat. Die kloof moet weer worden gedicht.
In onze tijd zien wij een enorme kloof tussen het wetenschappelijk en religieus denken, alsof het om twee onverzoenlijke grootheden gaat. Die kloof moet weer worden gedicht.

More info:

Published by: Hubert Luns on Sep 01, 2011
Copyright:Attribution

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

06/03/2015

pdf

text

original

 
5
e
 editie
 
- 1 -
 
D
e
B
reuk tussen
eligie en
W
etenschap in de
V
roegmoderne
T
ijd
 In onze tijd zien wij een enorme kloof tussen het wetenschappelijk en religieus denken, alsof het om twee onverzoenlijke grootheden gaat. Die kloof moet weer worden gedicht. Hoe, wordt dui-delijk als wij naar de beginfase van de wetenschappelijke praktijk kijken. Daarin heeft de Pro-testantse denkwijze géén onbelangrijke rol gespeeld.
1 - Het onderscheid tussen theologie en filosofie
 
Onze belangstelling gaat in deze verhandeling niet zozeer uit naar de gedetailleerde vruchten van de moderne wetenschap, maar eerder naar het analytisch- en deductief instrumentarium dat daarachter verscholen ligt en zijn relatie tot het religieus normbesef. Het is niet de aan-wending van de wetenschap die ons interesseert en al haar uitvindingen, wel het denken dat daaraan ten grondslag ligt. We hebben de moderne wetenschappelijke praktijk aan de filo-sofie te danken en haar evenknie de wiskunde. Inderdaad is wiskunde een vorm van filosofie. Dit tweetal heeft alle belangrijke ‘huizen’ doorlopen, terwijl ze de religie uit haar woonsteden heeft verdreven – een verschrikkelijke verwoesting achterlatend. Er zijn een aantal huizen die mij voor ogen staan: de medische praktijk, wetgeving en wetshandhaving, politiek en oorlogs-voering, socio-economisch bestuur, de administratieve inrichting en het zakendoen. Tenslotte werd in de tweede helft van de 20
e
 eeuw het huis van het Christelijke geloof bezocht. Religie werd op straat gezet en in plaats daarvan gingen modernistische ideeën de dienst uitmaken. Religie is niet vrij van filosofie. We noemen het theologie. Theologie staat onder de tucht van het geloof, maar niet zó bij filosofie. Van groot belang is dat de theologie haar denkpatroon aan het bovennatuurlijke ontleent, in de joodse mystiek soms de vijfde dimensie genoemd, terwijl onze natuurlijke wereld slechts vier dimensies kent. Het is veelzeggend dat de Torah uit vijf boeken bestaat. Er zijn drie waarneembare ruimtelijke dimensies, waarbij ‘tijd’ soms wordt aangezien als de vierde. De vijfde dimensie ligt daarom boven ons bevattingsvermogen, tenzij God ze ons
 
5
e
 editie
 
- 2 -
 
openbaart. Het is daarom dat de apostel Petrus schrijft: “G
één enkele Schriftprofetie is door eigenmachtige verklaring ontstaan (omnis prophetia Scripturae propria interpretatione non  fit).”
(2 Petr.1:20) Het is in dit verband interessant dat de naam Juda met het ‘tetragram-maton’ wordt geschreven. Tetragrammation is een technische term voor de uit vier He- breeuwse letters bestaande Naam van God:
J
a
hw
e
h
”. Door een extra letter in de Naam te voegen, de ‘dalet’, ontstaan vijf letters (yod, hè, waw, dalet, hè), wat als Jehuda of Juda leest. Aartsvader Juda, die Jezus’ voorouder is, vertegenwoordigt dus de deur (dalet) waardoor het goddelijke, Die in de bovennatuurlijke vijfde
 
dimensie woont, in onze wereld is binnenge-treden. Dat heeft waarlijk plaatsgevonden in Jezus Christus, in Wie het natuurlijke en het  bovennatuurlijke Eén zijn. Sint-Anselmus zou zich met deze gedachte op zijn gemak 
 
hebben gevoeld. In zijn “Proslo-gion”, wat een verhandeling is over het bestaan van God, dat in 1077-78 werd geschreven, geeft hij aan hoe in de zoektocht naar de immer grotere God het mystieke en theologische samensmelten. In de zoektocht naar dit hoogste ‘esse’ openbaart Hij Zich door Zijn Woord heen dat tot mensen is gericht (ja, wij maken deel uit van de vergelijking!), het Woord zijnde het Leven dat het leven overstijgt (Vita summa vita). Door de kracht van zijn verstand en door woorden, zo merkt Anselmus op, ontdekt de mens God zeer gebrekkig; het hart is nood-zakelijk om God in Zijn ondeelbaarheid te leren kennen …en zelfs dán! Het brandend ver-langen God te leren kennen, het Woord dat boven elk woord is verheven, wordt altijd onvol-doende bevredigd! Een eeuw na het verschijnen van de Proslogion omschrijft Willem van Auxerre (†1231) de theologie nogal magertjes als een wetenschap. Volgens hem vormen de geloofsartikelen, als eerste beginselen van de theologie, een axiomatisch uitgangspunt en ze zijn als zodanig onmiddellijk herkenbaar. Deze kunnen volgens hem als vóóronderstellingen worden gebruikt in bewijzende syllogismen (een redeneervorm), die wetenschappelijk geldige conclusies opleveren. Alhoewel deze benadering niet onverdienstelijk is, wordt ze in haar simplisme onjuist. Zó geformuleerd, vervaagt het onderscheid tussen theologie en filosofie.
 De filosofie behoort als dienstbode der theologie te fungeren
Godsdienst houdt volgens Bilderdijk de erkenning van God door het hart in. Daarna  volgen de bijdragen van het verstand en de zintuigen. De filosofie die via de redenering  van het verstand systematische kennis verkrijgt, moet een dienende rol vervullen. In-dien het verstand autonoom functioneert – wat bij Bilderdijk meestal wil zeggen: los  van het hart – wankelt dan ook de rangorde van de wetenschappen. In een opstel over het menselijk verstand [“Verhandelingen ziel-, zede-, en rechtsleer betreffende” – Lei-den # 1821, p. 158] bekritiseert Bilderdijk de emancipatie van de filosofie, omdat zij ons het zicht op de goddelijke wijsheid ontneemt. De filosofie behoort als dienstbode der theologie te fungeren, maar steekt sinds de Verlichting haar meesteres naar de kroon, en zij vindt dat nu de tijd is gekomen dat het verstand de lakens uitdeelt. Het hart moet zich dan maar schikken.
Uit: “De Missie van een Genie – De spirituele wereld van orangist Willem Bilderdijk”  van Bert Engelfriet # 2010 (p. 137). 
2 - De grenzen van de wetenschap
ené Descartes (†1650) heeft in grote lijnen de analytisch-deductieve methode geformuleerd. Extreem doorgetrokken leidt dit tot het “wetenschappelijk materialisme”, wat een benadering is die elke werkelijkheid ontkent die niet door directe observatie kan worden geverifieerd. Dit verschilt daarom van pure wetenschap, die andere uitgangspunten hanteert. De befaamde pa-leontologist George Gaylord Simpson stelt in zijn boek “De Betekenis van Evolutie” dat
“de mens het resultaat is van een richtingloos natuurlijk proces dat hem niet (bij voorbaat) in ge-dachte had; hij was niet bedoeld”.
(1) Deze conclusie is de logische voortzetting van het voorgaande.
 
5
e
 editie
 
- 3 -
 
Descartes zegt over zijn ontdekte methode: “
 Ik zal de ware rijkdom van onze zielen bloot-leggen om zo voor ieder de weg toegankelijk te maken waarlangs ze in hunzelf alle kennis kunnen ontdekken die nodig is om in het leven te staan en ik zal de middelen verschaffen om alle kennis te verwerven die binnen het menselijk bevattingsvermogen ligt.”
 (2)  Nu, dit lijkt een wat vreemde uiting voor iemand die de kil-analytische methode heeft ontdekt. We moeten  beseffen dat ‘kennis’ ten tijde van Descartes een bizarre mengeling van feit en verzinsel was, van het mythische en occulte, van godsdienstig dogma en wilde veronderstellingen. Ook hij koesterde een aantal absurde ideeën, maar dat is voor ons niet van belang. Belangrijk is dat hij ons de regels heeft aangereikt voor de wetenschappelijke logica, zoals nog altijd in praktijk wordt gebracht. Deze regels worden in de inleiding van zijn “Essays” uit 1637 naar voren gebracht. De titel van die inleiding is:
“Verhandeling over de methode van het zindelijk den-ken en over waarheidsbevinding in de wetenschappen”.
 Naar eigen zeggen begon zijn me-thode met een plotse ‘openbaring’ en wel op 10 november 1619, ergens in de buurt van Ulm. Het bleek een gedenkwaardige dag voor de vooruitgang van de wetenschap. Hij noemt vier fases, waarvan hij zegt dat ze de veronderstelling volgen dat alle menselijke kennis van dingen uit de geometrische methode volgt. De vier fases worden als volgt omschreven: 1)
Evidentie
:
 aanvaard alleen als onderliggend feit wat zich helder en duidelijk voor ogen stelt (clare et distincte percipere); 2)
Deling
:
 splits een probleem in steeds kleinere fracties uiteen; 3)
Toenemende complexiteit
:
 benader een probleem door van het eenvoudigste naar een steeds grotere complexiteit op te klimmen; 4)
Volledigheid
:
 controleer alles zorgvuldig en laat niets buiten beschouwing. Dit schema verklaart waarom wiskunde zo’n krachtige manipulatieve methode is die in staat stelt om elk object aan een onderzoek te onderwerpen. Door ingewikkelde werkelijkheden tot eenvoudige geometrische begrippen te herleiden, heeft Descartes de wetenschappelijke me-thode ontdekt. Dit lijkt een objectieve benadering, maar dat is het niet, want ‘evidentie’ omvat alleen dát wat in observatie-‘punten’ kan worden uitgedrukt; een geometrische figuur bestaat immers uit punten. Zo zijn er ook discussie-‘punten’. Inderdaad is het eenvoudigste element in een figuur een punt, wat de ultieme vereenvoudiging is. De punten ontlenen hun functie aan de structuur waartoe ze behoren. Een groep objecten, die wordt neergezet als figuurpun-ten op een schaal (een maatstaf/verhoudingsgetal), bestaat uit vervangbare en uitwisselbare eenheden. Zodoende wordt alles en iedereen tot ideale lichamen of concepten herleid waar re-ferentiepunten de te nemen actie bepalen. Het reductieproces is op alle terreinen van menselijke activiteit toegepast. Ook mensen wor-den gereduceerd en tot objecten, tot niet-personen gemaakt, als bij punten op een schaal. Reeds het oude Griekenland kende een filosofie die hierbij aansloot. De ideale maatschappij  bestond volgens Plato uit 5.040 onderdanen, want dat is deelbaar door alle getallen tot 12 be-halve 11. Dit is bijzonder handig voor statistische manipulatie. Stelt U zich eens voor hoe fantastisch het moet zijn om koning van zo’n maatschappij te zijn en haar regels met mathe-matische precisie vast te leggen! Maar tel op uw passen, want wie niet in de ideale vorm past zal met geweld worden ‘gereduceerd’ tot een punt op een figuur, tot een object. God heeft de mens ‘gelijk’ gemaakt, dat wil zeggen, met gepaste eerbied voor ieders unieke mogelijkhe-den. Zoals de Mishna Sanhedrin 4:5 opmerkt:
 
«« Adam werd geschapen ten behoeve van vrede onder de mensen zodat niemand tegen zijn naaste kan zeggen: Mijn vader was belangrijker dan die van jou (…) Ook werd de mens (als één wezen geschapen) om de grootheid van de Heilige te tonen, Zijn Naam zij geprezen, want indien iemand veel munten uit één stempel weet te slaan, dan lijken ze alle op elkaar, maar de Koning der Koningen, de Heilige, Zijn Naam zij geprezen,

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->