BRIEF) VAN DE MINISTERS VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKEORDENING EN MILIEUBEHEER, ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW,NATUURBEHEER EN VISSERIJ EN VERKEER EN WATERSTAAT.
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal's-Gravenhage, 18 juni 1997Hierbij bieden wij u de nota Milieu en Economie aan.Met de nota Milieu en Economie beoogt het kabinet een perspectief
te
schet-sen van een duurzame economische ontwikkeling. Daarbij is uitgegaan vanhet streven van het kabinet om een maatschappelijke ontwikkeling te realise-ren waarin economische groei, versterking van de concurrentiekracht, en toe-name van de werkgelegenheid worden gecombineerd met een zorgvuldigbeheer van ruimte, natuur en biodiversiteit, een vermindering van de milieu-druk en een aanmerkelijke vermindering van de inzet van fossiele
brandstof-
fen en niet-vernieuwbare grondstoffen.In deel
1
van de nota wordt in algemene zin, en voor drie maatschappelijkevelden afzonderlijk (industrie en diensten, landbouw en landelijk gebied, enverkeer, vervoer en infrastructuur) de uitdaging van een duurzame economi-sche ontwikkeling uitgewerkt. Daarbij worden wegen beschreven die aan derealisatie van dat streven een bijdrage leveren. De nota geeft per maatschap-pelijke veld een aantal concrete acties die overheid en bedrijfsleven, al danniet gezamenlijk, in het kader van de nota reeds in gang hebben gezet (de'boegbeelden'). De nota beschrijft tevens generieke overheidsacties op terrei-nen als fiscaliteit, kennis en technologie, ruimte en infrastructuur.In deel 2 zijn specifieke perspectieven en concrete acties beschreven die voorde drie maatschappelijke velden het beoogde doel dichterbij moeten brengen.De perspectieven en acties sluiten aan bij initiatieven die reeds door koplo-pers in de sectoren worden genomen en bouwen voort op wat de afgelopenjaren al is bereikt.
1
Deze brief
is
gedrukt onderkamerstuk 25405,1