Welcome to Scribd, the world's digital library. Read, publish, and share books and documents. See more
Download
Standard view
Full view
of .
Save to My Library
Look up keyword
Like this
2Activity
0 of .
Results for:
No results containing your search query
P. 1
De Spreektaal in Jezus Tijd – Hubert_Luns

De Spreektaal in Jezus Tijd – Hubert_Luns

Ratings: (0)|Views: 674|Likes:
Published by Hubert Luns
Na de Grote Opstand besloten de Romeinen het Aramees de officiële taal te maken in Israël, maar voordien was het Hebreeuws.
Na de Grote Opstand besloten de Romeinen het Aramees de officiële taal te maken in Israël, maar voordien was het Hebreeuws.

More info:

Published by: Hubert Luns on Nov 12, 2011
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

05/12/2014

pdf

text

original

 
- 1 -
 De Spreektaal onder de Joden in Jezus' tijd 
 De ontdekking van de Zaligmaker in de Tempel, William Holman Hunt (Sudley House)
1 – Hebreeuws werd gewoon Hebreeuws genoemd!
De Rollen van Wadi Qumran nabij de Dode Zee, die in elf grotten werden ontdekt in het de-cennium tussen 1946 en 1956, hebben waardevol inzicht verschaft in de gebruikte taal in Judeatijdens de Tweede Tempel periode. Ik citeer nu uit het boek “De Dode Zee Rollen”:
 
«« De kopieën van Bijbelse boeken niet meegeteld, is ongeveer een op de zes Dode-Zee-rollen in het Aramees. Maar de grote meerderheid van de rollen bestaat uit Hebreeuwseteksten. Het Hebreeuws was blijkbaar de belangrijkste literaire taal voor de Joden in ditgewricht. Enkele teksten wijzen op het gebruik van Hebreeuws voor zowel spraak als schrift.Hiermee wordt aangegeven dat het rabbijns Hebreeuws geen artificiële constructie was, maar simpel een ontwikkeling vanuit het gewone Hebreeuwse spraakgebruik uit bijbelse tijden.De rollen hebben daarom bewezen dat de laat Tweede-Tempel-Joden naast het Arameesverschillende Hebreeuwse dialecten bezigden. Een kleine minderheid van de rollen was inhet Grieks geschreven. De ontdekking daarvan heeft ons een verdere blik vergund in detaalkundige (en religieuze) complexiteit van de Joodse gemeenschap uit de eerste eeuw (vanonze jaartelling). »»(1) In Jezus’ tijd was Hebreeuws onder de Joden de voertaal in Judea, en niet Aramees, wat thans deheersende opvatting is onder Israëlische geleerden. Christelijke geleerden houden aan het oudestandpunt vast dat Hebreeuws een uitgestorven taal was in Jezus’ tijd en een functie vervulde dievergeleken kan worden met dat van het tegenwoordige Latijn. Het woord ‘Hebreeuws’ in het
 
- 2 -
 Nieuwe Testament wordt door hen steevast vertaald met Aramees, alsof het een etnische vorm betrof (Vlaams is bijvoorbeeld een etnische aanduiding en niet taalkundig, want Vlaams staat ge-lijk aan Nederlands). Het Aramees heette toen Syrisch (of Suristi) en het werd ook wel Chaldeesgenoemd (Chaldaïsti). Hebreeuws heette toen Hebreeuws! Ik moet toegeven dat het Aramees,waarin taalvariaties bestaan, waarschijnlijk een van de voertalen was onder de niet-Joodse bevol-king van Palestina en het moet ook veel in de Joodse diaspora zijn gebruikt. Het belang van hetAramees als voertaal in het Midden Oosten bekken kan nauwelijks worden overschat. Zo was deverspreiding van het Christendom in dat werelddeel zonder die taal ondenkbaar geweest. De aller-eerste vertalingen van de evangeliën zijn daarom in het Aramees. Aramees was dus een belang-rijke taal in dat deel van de wereld waar het concurreerde met het Grieks. We moeten ook nietverbaasd staan dat het plat-Grieks uit die tijd (dekoine), en natuurlijk ook het Hebreeuws uit die tijd,leenwoorden had uit het Aramees. Een voorbeelddaarvan is het woord gehenna dat twaalfmaal voor-komt in het in het Grieks geschreven Nieuwe Tes-tament. Gehenna is een Aramese term die gewoon-lijk wordt vertaald met hel. De mensen in Jezus tijdwisten dat dit het dal van (de zoon van) Hinnomwas, waar misdadigers een oneervolle begrafeniskregen en begrepen dat daarmee in overdrachtelijkezin de hel werd bedoeld, een plaats of toestand vaneeuwigdurend geween en tandengeknars. Het feitdat in het Grieks van de Bijbel hier en daar Ara-mese woorden naar boven komen drijven, bewijst daarom niets ten nadele van de stelling dat inJezus tijd in en rondom Jeruzalem Hebreeuws werd gesproken. Nochtans bewijst het kruisopschrift in verschillende talen, dat de reden van Christus veroordelingaangaf, dat als Aramees werd gesproken in Judea en het verdere land van Palestina die taal nietecht meetelde, want deze taal ontbrak. We gaan ervan uit dat Pilatus, die het opschrift samen-stelde, en gewend was Latijn te spreken en uit Tarragona in Spanje kwam, waar men geen Ara-mees kende, vasthield aan de plaatselijke gewoonte. In Lukas 23:38 staat dat het opschrift
“Dit isde Koning der Joden”
in het Grieks, Latijn en Hebreeuws was geschreven. Er staat Hebreeuws,niet Aramees zoals sommigen het willen zien. Dit wijst erop dat in plaats van Aramees het Grieksdaar een courante taal was, die naar verondersteld mag worden ook onderling door de gewoneJoodse burgers werd gesproken in de contreien van Judea, die wat verder lagen van het bruisendereligieuze leven in Jeruzalem, waardoor ze minder in contact kwamen met het gesproken He- breeuws. Men mag ervan uitgaan dat Jezus toen Hij in Galilea predikte, dat verder weg lag vanJeruzalem, Hij dat in het Grieks deed. En meesttijds predikte Hij daar. Dat Jezus ten Oosten vanGalilea aan de overzijde van het meer, het land van Gerasa geheten, werkend in de priesterlijkedienst van genezing, in Hebreeuws sprak – zie Marcus 7:34:
“Effatha”
– bewijst nog niet dat Hijdaar ook in zijn ‘preken’ Hebreeuws sprak.(2) De Joodse bevolking, die in het land van Gerasa een minderheid vormde, leidde daar volgens dezalige Anna-Katharina Emmerich een verworpen en gediscrimineerd bestaan nadat - 1.250 jaar eerder - de daar wonende Israëlieten aan de oproep van Gideon om tegen de Midjanieten te strij-den geen gehoor hadden gegeven.
 
Volgens Anna-Katharina hielden in Jezus’ tijd de mensen indie streek zich bezig met allerlei occultisme onder invloed van geestverruimende planten. Deapostel Philippus kwam daar niet ver vandaan, uit het op de grens gelegen Betsaïda. Gerasa ligtdus in een heidens gebied, dat van de verdwijning, van hen die afgescheiden zijn, verworpen. HetHebreeuwse ‘garaz’ blijkt betrekking te hebben op verdwijnen of afgesneden worden. Het is danook volstrekt aannemelijk dat de plaatselijke bevolking een totaal ander en eigen dialect sprak.
 
- 3 -
Zie ook 
“De Bijbel, Woord van God - 5” 
, met de uitleg waarom het land ten oosten van het meer decapolis heette, net als het daarvan zuidwaarts gelegen land.De in het Grieks geschreven evangeliën bevatten, met uitzondering van een groot gedeelte vanhet Mattheüs-evangelie, dus letterlijk de woorden van Jezus, die door snelschrijvers (stenografen)werden opgetekend. Later werden die notities uitgewerkt en gecombineerd met andere minitieuzeverslagen, zoals in die tijd gebruikelijk. Ik wijs op de uitstekende verhandeling over de ontwik-keling van het snelschrijven in Romeinse tijden in “De vastheid van het gesproken Woord” vande hand van Ben van Noort.(3)Hij toont aan dat snelschrijven toen een heel normale vaardigheidwas, veel meer dan tegenwoordig.Dat het Hebreeuws een courante taal was in en rond Jeruzalem blijkt uit een verslag van FlaviusJosephus. Hij vertelt dat tijdens de eerste Joodse oorlog enkele zonen van koning Izates gevangenwerden genomen door de Romeinen. Flavius Josephus legt uit dat zij in Jeruzalem verbleven omzich
“onze taal en cultuur eigen te maken”.
Koning Izates van Adiabene stuurde zijn zonen omhen Hebreeuws te laten leren, dat is
“onze taal”,
want daar in Adiabene werd Aramees gespro-ken. (Ant. 20:3:4, Bell. 6:6:4)
2 – Hoe de evangeliën in het Grieks ontstonden
Bewijs voor de Hebreeuwse oorsprong van het Mattheüs-evangelie wordt gevonden bij Papias(ca 70-ca 140), de bisschop van Hierapolis, alsook de hebraïst Origenes (185-252/254) en degerespecteerde bisschop-geleerde Eusebius van Caesarea (ca 260-ca 339), die allen bevestigen datde apostel Mattheüs eerst een verslag in het Hebreeuws heeft geproduceerd welke later voor deGriekse evangeliën werd gebruikt.(4)In de Talmoed is tot aan de vierde eeuw sprake van Judeo-Christenen (de minim)(5), die zich aan de Joods-rituele praktijk hielden – en daarmee het HeiligMisoffer afwezen; en het is daarom vol-strekt aannemenlijk dat bij het verdwij-nen van deze groep, die door Hiërony-mus (ca 347 - 420) Joods noch Christe-lijk werd genoemd (6), dat daarbij ook de Hebreeuwse manuscripten van Mattheüszijn verdwenen.Het Griekse Magdalen fragment van hetMattheüs-evangelie dateert uit de eerstedecennia na Christus’ kruisiging(7), zo-dat de Griekse omzetting in een zeer vroeg stadium moet hebben plaatsge-vonden. Toch doet dit geen afbreuk aanhet geïnspireerde karakter omdat heteindresultaat bepalend is, aansluitend bijde tekst die God vooraf in gedachte had, hetgeen niet noodzakelijk de eerste versie is. Dus zelfsindien bewezen zou kunnen worden dat sommige delen van het Nieuwe Testament een directevertaling vanuit een Hebreeuwse tekst zijn, is het in Gods Gedachte de originele tekst. Op grondvan de Hebreeuwse oorsprong van het Mattheüs evangelie en de vele hebraïsmen en Hebreeuwseidiomatische uitdrukkingen in de evangeliën hebben Robert L. Lindsey (1917-1995) en professor David Flusser geconcludeerd dat indertijd een Hebreeuwse grondtekst moet hebben bestaan dieals bronmateriaal diende voor ‘al’ de synoptische Evangeliën, maar die conclusie lijkt te verge-zocht.

You're Reading a Free Preview

Download
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->