Welcome to Scribd, the world's digital library. Read, publish, and share books and documents. See more
Download
Standard view
Full view
of .
Look up keyword
Like this
2Activity
0 of .
Results for:
No results containing your search query
P. 1
Reconstructie Van Ruimtelijke Planvorming

Reconstructie Van Ruimtelijke Planvorming

Ratings: (0)|Views: 367|Likes:
Published by Ritske Dankert

More info:

Published by: Ritske Dankert on Mar 13, 2012
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

01/23/2014

pdf

text

original

 
Reconstrueren van ruimtelijke planvorming
Ritske DankertHet geloof in de maakbare samenleving was ook in de theorie over ruimtelijke planning in de jaren '60en '70 van de vorige eeuw op zijn hoogtepunt. Sindsdien is het denken over planologie langzaammaar zeker opgeschoven naar een meer bescheiden opstelling. Toch blijven wetenschappers in deplanologie zich graag bezighouden met theorie die erop gericht is de praktijk te veranderen. Rijkeverhalen over hoe planningsprocessen daadwerkelijk zijn verlopen worden vaak door sociologen enbestuurskundigen geschreven. Dit artikel is een poging om de Actor Netwerk Theorie, een theorie uitde sociologie, binnen het domein van de planoloog te trekken.
 Verschuivingen in het denken
In de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw vierde het systeemdenken en een technisch rationele aanpak van planningsproblemen hoogtij in het West-Europa (Healey, 1993). Het produceren van ruimtelijkeplannen en het evalueren van alternatieven zou volgens deze denkwijze op wetenschappelijke wijzemoeten plaatsvinden. Almendinger (2002) heeft dit paradigma ook wel 'planning als design' genoemd.Het ontwerpen van blauwdrukken stond hierin centraal. Ruimtelijke problemen worden volgens dezetheorie systematisch geanalyseerd. Vervolgens wordt er op geheel objectieve wijze een oplossingontwikkeld. Indien er meerdere oplossingen mogelijk zijn kan hieruit op basis van een systematischeevaluatie de best mogelijke oplossing worden gekozen. Wanneer een plan is geïmplementeerd wordthet uiteraard geheel objectief gemonitord aan de hand van de oorspronkelijke doelstelling. Al in de jaren 60 kwam er kritiek op het technisch-rationele paradigma, maar pas tegen het einde vande jaren 70 kwamen er alternatieven. Bij scenarioplanning is er niet meer één blauwdruk voor deruimtelijke inrichting, maar worden verschillende scenario's naast elkaar geprojecteerd. Zo wordtduidelijk gemaakt dat er niet één beste optie is, maar dat de keuze tussen verschillende scenario’s eenpolitieke keuze is. Ook het incrementalisme stamt uit deze periode. Deze theorie legt de nadruk op hetfeit dat grote veranderingen slechts met vele kleine stapjes voorwaarts bereikt kunnen worden.In de jaren '80 begon de complexiteit van de ruimtelijke ordening zijn tol te eisen. Verschillenderuimtelijke problemen vroegen verregaande specialisatie (De Roo en Porter, 2006). Met dezespecialisatie trachtte men de uitvoering van de ruimtelijke wensen onder controle te houden. Despecialisatie leidde echter ook tot verkokering en conflicten binnen de rijksoverheid. Een voorbeelddaarvan is de paradox van de compacte stad. Waar vanuit het oogpunt van ruimtelijke ordening eengemengde compacte stad werd nagestreefd, werkten de milieuspecialisten een verdieping hoger ophetzelfde moment aan het zoneren en scheiden van verschillende functies. Als reactie op de problemen van de jaren '80 werd rond 1990 een nieuwe kijk op ruimtelijke planningontworpen. Deze communicatieve planningtheorie van onder meer Healey en Forester wordt in de jaren '90 gemeengoed (Peters, 2004). De bijdrage van Healey en anderen is in eerste instantie eenkritiek op de schijnbaar objectieve wijze om van achter de tekentafel tot een op de centimeternauwkeurig uitgetekend plan te komen. Volgens de communicatieve planningtheorie is maakbaarheidin die zin onmogelijk. Tegelijkertijd claimen Healey en anderen wel de mogelijkheid vanconsensusvorming. Vooral in het begin van de jaren 90 gaan de aanhangers van de communicatief-rationele planning er vanuit dat het proces – waarmee een ruimtelijk plan wordt vervaardigd - welmaakbaar is. In latere publicaties vervaagt deze claim, en houden Healey c.s. meer rekeningen metinvloeden die de maakbaarheid van het planningsproces kunnen verstoren. Een van die verstorendeinvloeden - macht - wordt door Bent Flyvbjerg (1998) juist als uitgangspunt genomen bij het verklarenvan planningsprocessen. Op basis van een zeer gedetailleerde beschrijving van een planningsproces inhet Deense Aalborg laat hij zien dat macht een belangrijke rol speelt in deze processen. Tienproposities over de rol van macht zijn het resultaat van zijn onderzoek. Daaruit blijkt volgens Flyvbjergdat macht aan de basis staat van al het andere. Macht bepaalt bij Flyvbjerg wat wordt gezien alsrationeel, terwijl Healey juist wil laten zien dat rationaliteit macht kan indammen. Hoewel decommunicatieve planningtheorie nog steeds de boventoon voert kan wel gezegd worden dat Flyvbjergeen succesvolle poging heeft gedaan om er een tweede theoretische stroming naast te zetten.
 
In de laatste jaren lijkt er binnen de planningtheorie een zoektocht op gang te zijn gekomen naar eenaanpak die verschillende invalshoeken combineert. De Roo (2003) gaat op zoek naar een invalshoek die feiten en meningen in combinatie beschouwd. Volgens kan er voor elk ruimtelijk probleem eenandere aanpak gekozen worden. Deze aanpak kan gestoeld zijn op centrale sturing, gezamenlijkesturing of iets tussen deze uitersten. Ook is er een onderscheid mogelijk op basis van het aantaldoelen dat men wil bereiken en de hardheid waarmee deze doelen zijn opgesteld. De complexiteit vaneen issue is bepalend voor de wijze waarop een probleem het beste kan worden aangepakt. Hoecomplexer het onderwerp hoe meer partijen er bij betrokken zijn en hoe meer de nadruk ligt opmeningen en overleg. Een andere poging om schijnbaar tegenovergestelde invalshoeken bij elkaar tebrengen wordt gedaan door Wolff Reuter (2000). Hij laat op basis van een casestudie rond eengrootschalig project in Stuttgart zien dat macht en discours onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.Onder discours verstaat Reuter daarbij alle communicatieve handelingen die gericht zijn op hetcentrale issue in een planningsproces. Op basis van zijn onderzoek stelt hij dat op machtshandelingenzoals dreigementen met communicatieve handelingen gereageerd kan worden. Ook kunnenmachtshandelingen op argumenten gebaseerd zijn. Macht kan communicatieve handelingen echterook hinderen of als instrument gebruiken. Andersom kan een discours machtsrelaties produceren enveranderen. Ook kan communicatie macht verhullen, legitimeren of juist ontmaskeren.
 Actor Netwerk Theorie
Planologen komen er steeds vaker achter dat slechts één theoretische bril een te beperkt zicht geeft.De theorievorming over ruimtelijke ordening was in jaren '60 beperkt tot een technisch rationeleinsteek. Sindsdien is de insteek steeds breder geworden. Eerst door een verbreding van het palet vanverschillende rationaliteiten. Daarna door ook machtsrelaties in ogenschouw te nemen en tenslottedoor combinaties van verschillende invalshoeken. Theoretici lijken daarbij twee onverenigbare zaken -maakbaarheid en de weerbarstige werkelijkheid - met elkaar te willen verenigen. Aan de ene kant kande planologie niet zonder plannen en een minimaal geloof in maakbaarheid. Hier is vooral de theorievan Healey c.s. bedoeld. Aan de andere kant is het belangrijk om een goed begrip te krijgen van hoeplanning in de praktijk verloopt. De insteek van Flyvbjerg is daarvan een voorbeeld. In plaats vanintegratie lijkt het hanteren van twee parallelle sporen voor de hand te liggen. Maakbaarheid en deweerbarstige werkelijkheid zijn beide van belang, maar kunnen niet tegelijkertijd worden bediend.Daarbij lijkt vooral het inzicht krijgen in de praktijk binnen de historie van de planologie eenondergeschoven kindje.Om meer inzicht te krijgen in de planologische praktijk kan de Actor Netwerk Theorie (ANT) eenrichtingaanwijzer zijn. De Actor Netwerk Theorie is geen theorie over de werkelijkheid, maar eentheorie over hoe de werkelijkheid onderzocht kan worden. Volgens deze theorie hebben onderzoekersslechts de taak om concrete praktijken uitvoerig te beschrijven. Deze vorm van wetenschap is in diezin vergelijkbaar met onderzoek in de harde wetenschappen. Ook Newton deed niet meer danbeschrijven wat er in een concrete praktijk gebeurde toen hij zijn wet over de zwaartekrachtontwikkelde. Bij het beschrijven van concrete praktijken staan in de Actor Netwerk Theorie vijf termencentraal: mensen, dingen, agency, interactie en translatie. Mensen en dingen vormen als het ware deatomen waaruit elk groter geheel volgens de Actor Netwerk Theorie is opgebouwd. Een voorbeeld iseen ruimtelijke structuurvisie. Die bestaat onder meer uit de mensen en organisaties die er aanwerken, en dingen zoals het papier, de plankaarten en computers waarop het plan getypt is. Mensenen dingen beschikken beide over het vermogen om zaken in hun omgeving te doen veranderen(Latour, 2005). Mensen kunnen bijvoorbeeld een computer aanzetten, er een ruimtelijk plan meetypen en dit vervolgens uitprinten. Aan de andere kant hebben dingen ook invloed op mensen. Denk bijvoorbeeld maar eens aan wat er zou gebeuren als op een ochtend de computers op een kantoorcollectief in staking zouden gaan. Het feit dat mensen en dingen invloed kunnen uitoefenen wordtaangeduid met het begrip agency. Mensen en dingen hebben agency. Door middel van agencykunnen mensen en dingen interacteren. Law (1992) stelt dat interactie eigenlijk alles is wat er bestaat.Zonder blijvende interactie bestaat er niets. Zonder de interactie tussen planologen, computers enpapier zijn er geen ruimtelijke visies. En zonder de interactie tussen medewerkers, bureaus,gebouwen en leidinggevenden is er geen projectbureau. De Actor Netwerk Theorie stapt verder ook nog af van het idee dat er een structurele, essentiële of vaste orde in de wereld is. Dit uitgangspuntbetekent echter niet dat alleen chaos overblijft. De tussenweg die wordt bewandeld is de stelling dater een voortdurend proces van ordening plaatsvindt (Law, 1992). Er wordt voortdurend geordend,
 
waarmee complete chaos wordt voorkomen. Tegelijkertijd kan het ordenen nooit leiden tot eenstabiele orde waarbij geen verdere inspanningen verricht hoeven worden als deze orde eenmaal isbereikt. Ordening wordt door Law ook het proces van translatie genoemd. Een ruimtelijkestructuurvisie verandert voortdurend. Eerst omdat diverse conceptversies elkaar opvolgen. En na hetvaststellen van een structuurvisie wordt deze vaak weer vertaald in meer concrete plannen, envervolgens in een fysiek resultaat. Dat kan bijvoorbeeld een weg of een gebouw zijn dat na verloopvan tijd wordt gerenoveerd, veranderd of gesloopt. Zo is er dus sprake van voortdurende ordening.
Waarom is de Flevolijn krom?
De aanleg van de Flevolijn is een mooi voorbeeld om aan te geven hoe een onderzoeksaanpak opbasis van de Actor Netwerk Theorie kan werken. In de eerste plannen voor de spoorlijn tussen Weespen Lelystad is het traject van Almere naar Lelystad kaarsrecht. Het wegpompen van water uit denieuwe polder bleek echter een probleem. Nadat het water steeds weer terug bleek te komen enbovendien een unieke natuurontwikkeling met zich meebracht werd het gebied op initiatief vanbetrokken ambtenaren op de kaart gezet als natuurgebied. De Oostvaardersplassen waren geboren.De milieubeweging, tot dan toe vooral bezig met waardevolle natuur rond het traject van Weesp naar Almere ging zich pas met de Oostvaardersplassen bemoeien toen deze aanwijzing een al een feit was.In de jaren daarna werd duidelijk dat de oorspronkelijke plannen voor een kaarsrechte Flevolijn doorde natte ondergrond in het nieuwe natuurgebied technisch en financieel weliswaar niet onmogelijk,maar wel moeilijk realiseerbaar zouden zijn. Ook de politieke wil om Lelystad de snelst mogelijkeverbinding met Almere te geven ontbrak. In 1981 werd uiteindelijk definitief tot het aanleggen van hetkromme badkuiptracé besloten. Als het verhaal over de aanleg van de Flevolijn zoals hierboven in chronologische volgorde wordtverteld is het een rijk verhaal op basis waarvan vele conclusies mogelijk zijn. Een onderzoeker dieuitgaat van een technisch rationele theorie zal deze theorie in dat verhaal ondersteund zien. Dat geldtechter evenzeer voor de onderzoeker die uitgaat van communicatieve rationaliteit. En ook voor wieandersom redeneert en een theorie juist wil ontkrachten is er altijd wel een stok te vinden om dehond te slaan. In werkelijkheid hebben natuurlijk zowel de moeilijkheden rond geld en technischehaalbaarheid als de bemoeienis van de milieubeweging en het gebrek aan politieke wil een rolgespeeld. De Actor Netwerk Theorie moedigt het gebruik van zoveel mogelijk informatie aan. Zoontstaat een veel genuanceerder beeld van de werkelijkheid. Dat is de eerste bijdrage van de ActorNetwerk Theorie.Daarnaast helpt de Actor Netwerk Theorie ook om het verhaal vanuit verschillende kanten te vertellen.Wie wil weten hoe het komt dat de Flevolijn krom is, moet de kromme Flevolijn als uitgangspuntnemen om het verhaal te vertellen. Het verhaal wordt dan bekeken door de 'ogen' van de krommeFlevolijn. Ten tijde van de eerste plannen was een kromme Flevolijn ondenkbaar. Stukje bij beetje konhet idee van een kromme Flevolijn zich echter ontwikkelen. Eerst was er de aanwijzing van hetnatuurgebied. Vervolgens de zachte grond gecombineerd met de eisen die aan een spoortracé wordengesteld. Daarna bleek ook dat Lelystad niet zoveel gewicht in de schaal legde dat de politiek ten kostevan alles een snelle verbinding met Almere wilde aanleggen. En ook begon de milieubeweging met hetbespelen van de publieke opinie. Al deze gebeurtenissen samen zorgden ervoor dat het netwerk vande kromme Flevolijn sterk genoeg was om te evolueren van een papieren plan naar een stalen spoor.Daarvoor moet de kromme Flevolijn een groeiend netwerk van onder meer ambtenaren, rapportages,onderzoeken, politici bij elkaar houden en versterken. In veel onderzoeken wordt geprobeerd om ‘deenige echte reden’ van de kromme Flevolijn te achterhalen. In werkelijkheid is die reden echter nietgelegen in één actor of één bepaalde ontwikkeling. Het is veel meer de manier waarop deverschillende actoren en ontwikkelingen worden verbonden die de uitkomst bepaald. De ambtenarendie moeilijkheden met het wegpompen van water, de vraag naar natuur en ontkiemende plantjes aanelkaar koppelen maken het verschil. Met een ANT benadering wordt zichtbaar hoe de wereld er uitziet wanneer deze koppeling niet of anders was gemaakt. Dat is de tweede bijdrage van de ActorNetwerk Theorie.

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->