Welcome to Scribd, the world's digital library. Read, publish, and share books and documents. See more ➡
Download
Standard view
Full view
of .
Add note
Save to My Library
Sync to mobile
Look up keyword
Like this
1Activity
×
0 of .
Results for:
No results containing your search query
P. 1
geschiedenis muziekonderwijs

geschiedenis muziekonderwijs

Ratings: (0)|Views: 405|Likes:

More info:

Categories:Topics, Art & Design
Published by: Annemarieke van der Ploeg on Jul 01, 2012
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, DOCX, TXT or read online from Scribd
See More
See less

07/01/2012

pdf

text

original

 
De historie van het muziekonderwijs
Een korte samenvatting over de historie van het muziek onderwijs in de westerse cultuur, meteen toespitsing op Nederland in de 19
e
en 20
e
eeuw.
Inleiding:
De groei en ontwikkeling van het muziekonderwijs is in grote lijnen samen te vatten in 3hoofdcategorieën namelijk:
Muziek in de Familie
Muziek in de kerken
Massale muzikale scholing binnen instituten en verenigingenAlle drie vormen behoeven een korte toelichting rondom hun ontwikkeling.
Muziek in de familie
De familie is de mees permanente en directe leervorm. (Aldrich, 1982). Bronnen uit 1306(beschreven in (Orme, 2003)) geven aan dat muziek in de familie een belangrijke rol speelde.Muzikale activiteiten gaven een staat van voortreffelijkheid en adel aan. Kinderen in welvarendegezinnen leerden musiceren als een onderdeel van hun scholing.Vanaf de 18
e
eeuw ontstond er in de familie educatie een nieuwe ontwikkeling. De vrouwen enmeisjes in welvarende gezinnen hadden veel tijd om handen. Het was de taak van de ouders de tijdvan de kinderen in te vullen. Er werden muziekdocenten ingehuurd die in de thuisomgeving kwamendoceren. Het musiceren werd altijd bijgewoond door de ouders ter stimulans.In de 19
e
eeuw ontstonden de kleine slaven in de muziek. (Zucchi, 1999) Er werden kinderen bij hungezinnen weg gehaald om in grote steden als Londen, New York of Parijs te gaan studeren. Bij deouders werd in tijden van economische tegenslagen geld in rekening gebracht voor kleding ofinstrumenten. De praktijk was dat de kinderen onder slechte omstandigheden leefden, sociaalafgezonderd waren en als slaaf van hun instrument dienden.
Muziek in de kerk
In de 4
e
 
eeuw staat de christelijke orgaan centraal als medium. De ‘Schola Cantorum’ in Rome maakt
verbindingen tussen de muziek, de liturgie, en de educatie. (Mark & Gary, 1999). Later werden descholen opgezet met als doel het verspreiden van de Roomse kerkmuziek. Tot de reformatie warendit soort scholen noodzakelijk voor alle kloosters en kathedralen. (Mark & Gary, 1999) (plummeridge,2001) (Rainbow, 1989).De kinderen die in de kerk opgroeiden met een kooropleiding hadden een zwaar leven. Vaakmoesten ze de vroege ochtend mis zingen, tot het daglicht gebeden herhalen tijdens het aankleden.De dag dan startten met solozang en polyfone zang. Dit allemaal voor het ontbijt. Enkelingenvertrokken daarna naar het koor. In de namiddag hadden de jongens koorrepetitie voor hetavondgezang met daarna de maaltijd. Dan werd gekozen wie de ochtend mis moest zingen. Dezekandidaten werden door de meester overhoord totdat ze de tekst en muziek perfect konden. (OrmeN. , 1976)Eind 18
e
 
eeuw ontstond er de eerste vorm van ‘mass education’
in America. En formele en meerschoolse vorm van muziekonderwijs. (Mark & Gary, 1999).
‘Mass education’/ onderwijsvormen
 
 
Deze vorm van onderwijs kreeg eind 18
e
eeuw over delen van de wereld meer vorm. Noorwegen,zweden, Nederland en Duitsland waren op dit vlak vertegenwoordigd. (Ramirez & Boli, 1994).In de 19
e
eeuw kwam er verplicht muziekonderwijs tevoorschijn. Het was de verantwoordelijkheid vande staat om het te verplichten.
Nederland en het muziekonderwijs vanaf de 19
e
eeuw:
In 5 deel onderwerpen: 
1. Het Nederlandse muziekbeleid2. Koninklijke muziekscholen3. Een uniforme standaard4. De oprichting in de praktijk5. Oprichting van de toonkunst
1 Het Nederlandse muziekbeleid
citaat: 
‘Het koninklijk
-Nederlandsch instituut van wetenschappen, letterkunde en schone kunsten werd in hetleven geroepen door Lodewijk Napoleon, koning van Nederland van 1806 tot 1810 en was symboolvan zijn beleid: Het hervormen van Nederland door het introduceren van gecentraliseerde Franseorganisatievormen, in dit geval een kopie van het in 1795 opgerichte
institut national des sciences et arts 
’  
. Het instituut moest een centraal reservoir zijn van Nederlands wetenschappelijke en artistiekekennis, waarin het tot dan toe over vele genootschappen en maatschappijen verspreide Nederlandseintellectuele potentieel werd samengebracht, om aldus voor de overheid als ventraal adviesorgaan tekunnen functioneren. Net als verschillende andere Franse hervormingen werd het in Amsterdamgevestigde instituut na het herstel van de onafhankelijkheid in 1813 gehandhaafd. Het was verdeeldin vier klassen, waarvan de laatste was gewijd
aan ‘schone kunsten’ waaro
nder muziek. De muzikalebemoeienissen van de Vierde klasse waren bescheiden in vergelijking tot de aandacht die debeeldende kunsten ten deel viel, maar zouden desondanks diepe sporen in het Nederlandse
muziekleven nalaten.’
(Gessel van, 2004)Bij de oprichting van het instituut werden eerst drie musici en kort daarna een vierde in de Vierdeklasse benoemd om de afdeling muziek te vormen:
Johan Wilhelm Wilms* (Pianist, componist, dirigent)
Carel Anton Fodor* (pianist, componist, dirigent)
Johann Georg Rauppe* (cellist)
Charles Henri Plantade* (kapelmeester van Napoleon)*(zie bijlage voor biografie)C.H. Plantade vertrok met Napoleon in 1810 en J.G. Rauppe overleed in 1814. Hiermee was hetbestuur van de vierde klasse gehalveerd. Er waren kort na de oprichting 7 corresponderende musiciaangewezen. In de praktijk werd er uiteindelijk weinig gecorrespondeerd. Enkel leden uit Amsterdamwoonden vergaderingen bij. Hierdoor werd de leiding geruime tijd door Wilms en Fodor gevoerd. Na1813 werden er steeds meer amateurs benoemd tot corresponderende leden in de gehele Vierdeklasse tot het ongenoegen van enkele kunstenaars.In 1829 ontstond er een discussie over de gewenste eigenschappen van muziek en de rol vaneenvoudigheid. Den Tex keerde zich tegen het standpunt dat alle muziek direct begrijpelijk moestzijn. Vooral het ondergeschikt maken van de harmonie aan de zang was hij erg op tegen.In 1850 traden er twee nieuwe musici toe na het overleiden van Wilms en Fodor. Helaas is hetinstituut in 1851 opgeheven.
2 Koninklijke muziekscholen
 
Onder leiding van de Vierde klasse ontstonden de eerste plannen voor een koninklijke muziekschool.De eerste muziekschool werd in 1826 opgericht. Er zijn vele plannen aan vooraf gegaan.Een korte opsomming:1. 1809: 2 a3 personen uit Nederland naar het conservatorium in Frankrijk om daar te studerenzodat deze personen een conservatorium in Nederland zouden kunnen opstarten. Nederlandvond dat Amsterdam voldoende kwaliteit had om
zelfstandig de ‘academie der schoonekunsten’ op te starten
(Meerman, 1809)2. Johann Bernhard Logier had in 1814 de chiroplast uitgevonden3. 1816: Na de troonbestijging van Willem I werd het concept plan gepresenteerd voor een
‘koninklijk muziek conservatoire’. Er is geen reactie gekomen op het plan.
 4. 1818: Pierre Galin introduceert de méloplaste (introductie in NL 1819)5. 1819: Plannen voor een zangschool i.v.m. een cantate van Röhner. De vraag om dit tekunnen uitvoeren in een koninklijke stad ging gepaard met de vraag voor zang onderwijs omhet te kunnen realiseren. De overheid steunde het niet.6. 1821 Commerciële concurrentie: vermoedelijk in 1819 is in stilte het genootschap bestaandeuit personen van meerdere godsdiensten werd onderwezen door een Israëlit (Bernard Koch).Het trad in 1821 naar buiten.7. 1821: n.a.v. het openbaar examen van de Amsterdamse weeskinderen kreeg deze leerwijzeaandacht van het Nut. Presentatie en verzoek tot beoordeling bleef het plan zonder resultaat.8. 1825: derde poging voor een plan tot oprichting van een muziekschool.(Fodor) Uitvoering ervan duurde twee jaar.9. 1830: Logier zijn uitvinding is breed verspreid10.Aanvullende informatie op punt 2:Johann Bernhard Logier had in 1814 de chiroplast uitgevonden, een revolutie in het muziekonderwijs. Het bestond uit twee elementen. Een bord waarop de toetsen waren afgebeeld, metvermelding van de notennamen. Het tweede element was een metalen rail met daarop tweerechtopstaande steunen met voorgeboorde gaten.Hiermege was er de mogelijkheid om zonder de leerling veel individuele aandacht te geven ze allerleitechnische oefeningen te laten doen. Logier ontworp een geheel nieuw lessysteem waarbij groepenvan twintig of meer leerlingen tegelijk les kregen. Hij gaf naast de bijna industriele vorm ookonderwijs in theorie en harmonie.Aanvulling op punt 4:Een hervorming van het in de achttiende-eeuws uitgevonden notenschrift. Hierbij werden de notenvervangen door cijfers die de toonhoogte aangaven. Dit idee werd gecombineerd met symbolen teraanduiding van ritme, alteraties en oktaafligging. Dit ter vervanging van het het oude enonsystematisch ervaren tradidionele notatie.Het cijfer systeem werd gecombineerd met een solmisatiesysteem dat op de Guidonische handgeinspireerd was.
Door o.a. de toevoeging ‘plaste’ had Galin net als Logier ook
commercieel succes.

You're Reading a Free Preview

Download
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->