Marinier der Eerste klasse (MARN 1) b.d. Joop Duin
. Behalve de MINDEF
waren verder aanwezig LTNGEN Oostendorp
, de
Inspecteur-Generaal vande Krijgsmacht
(INSPGEN), GENMAJMARNS
van Ede
, de
plaatsvervangend Commandant der Zeestrijdkrachten
(plv. CZSK), de
Burgemeester van
Rotterdam
, de heer
Aboutaleb
, GENMAJMARNS b.d.
van Breukelen
en Drs.
Schoeman
, wiens vader n.a.v. de strijd in Nieuw
Guinea was gedecoreerd met een Bronzen Kruis. Over de aanwezigheid vande laatste komen we straks nog terug. Ceremoniemeester van deze dag wasLTZVK 2 O.C. Geneste
, van de redactie van “Houwe Zo”, het
Verenigingsorgaan van het Contact Oud Mariniers (COM). Om 10.30 uur opende de heer Duin
, namens de organisatie, de reünie en droeg de zaak
vervolgens over aan de ceremoniemeester. De eerste spreker was de heer Hillen
, die de aanwezigen bedankte voor hun inzet indertijd in het
voormalige Rijksdeel. Het was een keurige toespraak, waarbij de MINDEFheel goed de gevoelens verwoorde, van alle reünisten. Hij vond het zeer begrijpelijk, dat ze nog altijd het gevoel met zich meedragen, dat ze de
Papoea`s indertijd “in de steek hebben gelaten”. Niets is minder waar; dit
gevoel -wat ondergetekende ook heel sterk heeft- zal waarschijnlijk wel nooitmeer overgaan. Na Minister Hillen
kreeg de Burgemeester van Rotterdam het
woord. De heer Aboutaleb
benadrukte nogmaals, dat hij blij was met de
aanwezigheid van het Korps Mariniers in zijn stad en de historische band, dieer is en die altijd zal blijven. Hij vertelde, dat hij zijn uiterste best hadgedaan, om de VGKAZ voor sluiting te behoeden en dat dit weer voor jarengelukt was. De volgende spreker was Drs. Schoeman
, die uitgebreid
onderzoek had gedaan naar enkele historische gebeurtenissen, bij de strijd op
“de Vogelkop” (het Westelijke deel van Nieuw Guinea). Het was voor de
schrijver van dit verhaal ook een verrassing, om te vernemen, dat van velehonderden Indonesische parachutisten, die op diverse plaatsen werdenafgeworpen, nooit enig spoor meer is teruggevonden!?! Zijn verhaal had nogeen staartje. Daarvoor moeten we even terug in de tijd. Zoals ondergetekendeal eerder vertelde, maakte hij deel uit van 21 INCO. Vanwege het uitgestrekte
operatiegebied en de vele soorten van infiltraties, met behulp MTB’s oftewel
Motor Torpedo Boten (
Indonesische Mariniers
) , grote prauwen(
Indonesische Landmacht
) en met Dakota´s en C130 Hercules
-vliegtuigen(
Indonesische Para-Commando´s
), was 21 INCO opgedeeld in 3 versterkte
pelotons (VERPELS), met elk een mitrailleur-, mortier- en stootsectie. Ikzelf zat met een klasgenoot bij VERPEL 212 en enkele klasgenoten, MARN 1Janssen
en MARN 1
van Aalten
(waarmee ik op dezelfde dag in dienst was
gegaan) zaten bij VERPEL 211. VERPEL 212 was ook weer opgesplitst enterwijl ik met mijn mortiergroep werd ingezet in het oerwoud van het Onin-schiereiland (in de buurt van Fak-Fak), waar een honderdtal parachutistenwaren afgeworpen, werden elders -medio juli `62- vele honderden parachutisten gedropt bij een kleine plaats, die Teminaboean heette. In ditgebied was de militaire beveiliging in handen van een peloton van de
Koninklijke Landmacht
(KL) van het Regiment Oranje Gelderland, die bij
het zien van de grote Indonesische overmacht, de hulp inriepen van de
Koninklijke Marine
(KM). Terwijl versterkingen van de KM (VERPEL211) met spoed per LCPR (een type landingsboot wat alleen in Nieuw
Guinea werd gebruikt en dat in Australië was gebouwd) onderweg waren,werden de Indonesiërs beschoten en gebombardeerd door een P2 Neptune- bommenwerper van de
Marine Luchtvaart Dienst
(MLD). Toen VERPEL211 korte tijd later arriveerde, werd dit meteen ingezet in het actiegebied.
Omdat de Indonesiërs zich in een rotsachtig gebied verschanst hadden, werdopnieuw de hulp ingeroepen van een P2 Neptune-bommenwerper van de