Enjoy millions of ebooks, audiobooks, magazines, and more, with a free trial

Only $11.99/month after trial. Cancel anytime.

Reisjes door Verhalenland
Reisjes door Verhalenland
Reisjes door Verhalenland
Ebook150 pages2 hours

Reisjes door Verhalenland

Rating: 4 out of 5 stars

4/5

()

Read preview

About this ebook

Verhaaltjes over een bijzondere mol, Bolletje Eekhoorntjesbrood, een opmerkelijke grenslinde en groentetuin, André de emoe, Loetje de lama, de Slanke Slurper, een Dino in love, Della de zwarte berbermerrie, de appelwangen van boer Grey en een merkwaardige nieuwjaarsnacht in Goes: het werk van de Zeeuwse auteur Lucy Verbart vraagt er gewoon om voorgelezen te worden!

Auteur Lucy Verbart werd geboren op 8 maart 1953 in ‘s Heerenhoek (een dorp in het Nederlandse Zuid-Beveland) als zesde uit een gezin van elf kinderen. Ze werd opgevoed in een streng katholiek gezin.
Er werd veel gelezen, maar de boeken werden wel eerst gekeurd door vader, of het wel ‘nette’ boeken waren. De strenge opvoeding werd wat verlucht door veel humor tussen de kinderen onderling en door het vertellen van zelfbedachte verhalen op bed, in de avond.
Later werd ze een alleenstaande moeder met dochter. Haar hobby’s en voornaamste bezigheden zijn schrijven, tekenen, muziek en dans, dieren, en vooral het moederschap en tot op vandaag het contact met moeders met kinderen, Deze zaken lopen als een rode draad door haar leven. Kinderen zijn vaak een inspiratiebron voor het ontstaan van nieuwe verhalen, opgewekt door de interesse en geboeidheid in het bekijken van het karakter van kinderen en dieren.
Sinds een aantal jaren woont de auteur in Kapelle, ook een dorp in Zuid-Beveland, vlak bij Goes.

 

LanguageNederlands
Release dateSep 5, 2014
ISBN9781502245878
Reisjes door Verhalenland
Read preview

Reviews for Reisjes door Verhalenland

Rating: 4 out of 5 stars
4/5

1 rating1 review

What did you think?

Tap to rate

Review must be at least 10 words

  • Rating: 4 out of 5 stars
    4/5
    Een erg leuk boekje om aan je kinderen (of die van iemand) anders uit voor te lezen! Mooi verhaaltjes voor net voor het slapengaan!

Book preview

Reisjes door Verhalenland - Lucy Verbart

Voorwoord.

Lieve kinderen.

Mijn naam is Lucy Verbart, en ik heb zeven broers en drie zussen. Een groot gezin, dus. Soms was het bij ons een dolle boel, vooral in de avonduren, als we op bed lagen. Dan slopen we vaak stiekem naar de grootste slaapkamer, waar we dan met zijn allen op een groot bed gingen zitten. We haalden de kleintjes ook uit hun bedje, die mochten gezellig bij ons op schoot. Mijn broer Jan en ik waren meestal de verhalenvertellers. Hele verhalen zogen we als het ware gewoon, hup, zomaar uit onze grote duim. Maar eerst mochten mijn broertjes en zusjes zeggen wat voor soort verhaal het moest worden: een verhaal om te lachen, of een droevig verhaal, of een geheimzinnig verhaal, of een eng verhaal, of een romantisch verhaal, enz. Soms moesten de kinderen zo hard lachen, dat onze ouders het hoorden. Dan klonken de voetstappen van mijn vader op de trap: KLOS.. KLOS.. KLOS...! Oei oei oei, zou hij kwaad zijn? Dan stopten we de kleintjes snel terug in hun eigen bed, en renden we zo zachtjes maar zo snel we konden naar onze eigen slaapkamer. Gauw onder de dekens, en doen of we sliepen. Dan stak mijn vader zijn hoofd om de hoek, zag dat we sliepen, en ging weer naar beneden. Als het dan weer een tijdje stil was.....sluipsluipsluip...weer terug naar de grote slaapkamer, want dat was veel gezelliger, en het verhaal moest nog verder verteld worden. Het was wel lastig om de peuters stil te houden. Maar die vielen wel in slaap op onze schoot.

In dit verhalenboek staan ook enkele verhalen die ik geschreven heb voor de pasgeboren babietjes van mensen. Dan hebben ze later hun eigen verhaal. Want ik vind eigenlijk: als je geboren wordt, moet je een eigen verhaal krijgen. Als cadeautje, omdat je op de wereld bent gekomen. Ik wou dat ik verhalen kon schrijven voor elk kind dat op de wereld komt. Maar dat kan niet. Er worden elke dag duizenden kinderen geboren. En zoveel tijd heb ik niet. Ik moet werken om geld te verdienen. Dat kost veel tijd. Maar als ik nou veel boeken verkopen kan, DAN heb ik wel veel meer tijd om verhalen te vertellen. Aan jullie allemaal. Ja, dat zou prachtig zijn.

Veel leesplezier, lieve kinderen, en de groetjes van

Lucy.

De belevenissen van een bijzondere mol.

(voor Esther)

Wel potverdikkie, mopperde boer Bolle boos. Kijk nou toch eens! Mijn mooie moestuin, helemaal omgeploegd door die vervelende mollen. Mijn sla is verpest, en de tomatenplanten zijn uit de grond gewoeld. Allemaal molshopen, zie je dat, Karla?

Zijn vrouw stond naast hem voor het raam. Ja, ze zag het. De mollen hadden flink hun best gedaan. Kleine bergjes aarde lagen waar eerst de groente had gestaan. Wat sneu voor haar man, die immers zo trots was op zijn moestuin. Niks aan te doen, Jan, die beestjes weten niet beter. Die willen gewoon eten, net als wij. Maar ze hebben niet alles stukgemaakt, kijk maar. Karla wees op een lapje grond waar de bloemen vrolijk bloeiden. Daar waren de mollen kennelijk niet geweest. Het was háár stukje tuin. Want Jan deed de groente, en zij de bloemen en planten. Dat haar stuk tuin er nog wèl keurig uitzag, troostte Jan niet, dat begrijp je. Die mollen moesten zo snel mogelijk maken dat ze wegkwamen, vond hij. Die hadden hier niets te zoeken. Het was tenslotte zíjn grond, waar of niet? Ja, die beestjes moesten maar eens een lesje hebben, vond Jan. Hij beende naar het schuurtje waar het rattengif stond.

Karla had het gemompel van haar man wel gehoord. Nee, Jan, geen rattengif strooien, hoor. Dat eten de poezen hier in de buurt ook op, en dan gaan ze dood. Daar komt ruzie met de buren van, en het is zielig voor die onschuldige katjes. Tja, daarin had zijn vrouw natuurlijk wel gelijk. Rattengif, dat zou niet gaan. Waar zaten die mollen eigenlijk. Ja, onder de grond natuurlijk. Maar wáár onder de grond, dat was de vraag. Mollen zijn blind, of toch wel heel slechtziend, wist Jan. Onder de grond is het donker, daar kun je ook zonder goede ogen de weg vinden. Maar hij, Jan, zou ze wel verjagen. Koste wat kost, jazeker!

Onder de grond zat Lobelia de oranje mol (jazeker, oranje mollen bestaan). Heerlijk ontspannen smulde ze van een paar vette wormen. Dit was een heel goede plek, vond ze. In deze tuin waren volop insecten en wormpjes, en ze had zelfs geprobeerd een muisje te vangen, maar dat was haar helaas niet gelukt. Lobelia was dus een bijzonder exemplaar onder de mollen, met die oranje pels.

Want die komt maar zelden voor bij mollen. De meeste mollen zijn zwart. Een enkele keer wordt er ook wel eens een albino geboren. Een witte, betekent dat. Ja, Lobelia hoorde bij de speciale dieren van haar soort.  In meerdere opzichten was ze anders dan de anderen.

Vandaag had ze een prachtige gang onder de grond gegraven in de moestuin van Jan Bolle. Eerst woonde ze in de tuin van de buren, maar daar was de kust niet veilig meer. Want andere mollen waren er ook komen wonen. Ze wilden háár plekje hebben. Daarom was Lobelia gevlucht, want zin in een vechtpartij had ze niet. Ze moesten haar vaak hebben, omdat ze oranje was, en niet zwart, zoals de anderen. Maar hier op dit nieuwe plekje, kon ze heerlijk uitrusten, en lekker doen waar ze zin in had. Tevreden verzorgde ze haar glanzende bijzondere pels. Daarna ging ze maar eens een lekker tukje doen. Want nu ze haar buikje rond gegeten had, begon ze wat slaperig te worden. Het leven kon soms heerlijk zijn, dacht ze tevreden. Haar kinderen waren groot genoeg geworden en waren pas op zichzelf gaan wonen, een paar tuinen verderop. Nu had ze het rijk alleen. En hoefde haar eten ook niet meer te delen. Ach, er zou heus wel weer een knappe mollenman in haar leven komen, maar voorlopig vond ze het wel fijn, zo alleen. MMMMmmmmmm.......ze voelde zich rozig. Ze gaapte, ging liggen, en.....viel in een diepe slaap. Maar bovengronds.....?

Jan had geen tijd om een goed plan te bedenken. Hoe meer hij naar de zielige restanten van zijn tuin keek, hoe bozer hij werd. Hij beende heen en weer in de tuin, zijn vuisten diep weggestopt in zijn zakken. Karla keek bezorgd uit het raam. Ze zag hoe haar man met driftige stappen heen en weer liep tussen de planten die daar her en der verspreid lagen. Het was nu maar beter om hem even tot zichzelf te laten komen. Daarom ging ze even naar het dorp. Boodschappen halen. Als ze terugkwam, zou hij vast wel gekalmeerd zijn. Ze zou een lekkere appelbol van de bakker voor hem meebrengen om hem te troosten. Even met de fiets gaan, dan was ze snel weer terug.

Dat Karla wegging, kwam Jan goed uit. Hij had wat bedacht, maar zijn vrouw zou zijn plannetje zeker niet goedkeuren. Zo goed kende hij zijn vrouw wel. Zodra ze met haar fiets de straat uit reed, greep boer Bolle zijn spa. Onder de grond moesten die vervelende beesten zitten. Daar liepen ze natuurlijk heen en weer in de tunnels die ze gegraven hadden. Hij zou die rotbeesten eens flink schrik aanjagen. Jan had ergens gelezen dat mollen niet van trillingen houden. Dan vluchten ze. Dat bracht hem op een simpel idee. Nou, hij zou ze eens flink wat trillingen bezorgen! Gewoon stevig op de grond slaan met de spa, zodat die rotbeesten door de trillingen schrikken en ervandoor gaan, dacht hij. En als ze boven de grond kwamen, dan doodmeppen! Simpel maar doeltreffend. Een goed idee, maar....NIET doen als Karla keek. Die hield er niet van om dieren dood te maken. Gelukkig was ze weg, dus.....

Jan wist natuurlijk niet dat er maar één mol in zijn tuin zat. Maar Lobelia was wel een heel bijzonder mollenvrouwtje. Ze was slimmer dan andere mollen, vrolijk, en..... nergens bang voor. Nu sliep Lobelia, diep onder de grond. Terwijl ze heerlijk lag te dromen, greep boer Bolle de spa, en sloeg ermee op de omgewoelde aarde. Zo ging hij heel de tuin rond. De grond trilde hevig. De ondergrondse aarde bewoog daardoor mee. Lobelia werd er wakker van.

"Hééé, wat gebeurt er? De gang bewéégt! Maar... wat een préttig gebibber. Het bonst een beetje. Het kriebelt in mijn lijf. Wwwhhhààààà, dat voelt goed!" Lobelia rolde zich om en om, om het getril goed door haar kleine lichaampje te kunnen voelen. Als ze piepte, bibberde haar stemmetje. Zó grappig vond ze dat, dat ze er helemaal vrolijk van werd. Maar, het maakte haar ook nieuwsgierig. Waar kwam dat geklop vandaan? Van boven, dat begreep ze wel. De mol wandelde op haar gemakje de tunnels door, op weg naar boven. Door een gat stak ze haar kopje naar buiten. Daar liep een man, rook ze. Dat was Jan, natuurlijk. Hij sloeg met zijn spa wild in de rondte. Het leek haar toch maar het beste om een beetje bij hem uit de buurt te blijven. Mensen konden gevaarlijk zijn. Snel trok ze haar kopje terug. Jan had haar gelukkig niet gezien. Moe en bezweet stopte hij even, om zijn warme gezicht met zijn zakdoek af te vegen. Helaas had hij geen mol gezien. Maar die konden onder de grond zijn weggevlucht. Zo zou het wel genoeg zijn. Hij had zo hard op de uitgedroogde aarde geslagen, dat hij de kroppen sla die er nog redelijk uitzagen tot moes had geslagen. Dat was niet zo slim. Nu had hijzelf de schade nog groter gemaakt. Toch had de zware inspanning hem gekalmeerd, en hij besloot de tuin maar op te gaan ruimen. Het was zeker een uur werk. Alles wat vernield was haalde hij eruit, en harkte de grond weer netjes gelijk. Geen molshoop meer te zien. Juist toen hij er bijna mee klaar was, kwam zijn vrouw thuis. Ze keek naar haar man, die liep te zingen. Zo, die was snel opgeknapt! Gauw maar een lekker bakje koffie voor hem zetten, daar hield hij zo van. Met een appelbol, want dat had hij wel verdiend. De tuin zag er weer keurig uit. Even later stapte boer Bolle de huiskamer binnen. Nou, vrouw, die mollen heb ik verjaagd hoor. Néé, ik heb er niet één doodgemaakt, echt niet. Ik heb alleen overal met de spa op de grond geklopt. Er kwamen wel tien mollen boven. Ik zag ze met zijn allen keihard de tuin uit lopen. Twee hele dikke, dat waren de ouders, denk ik, en acht kleintjes erachteraan. Ze zijn de kant van de wei opgegaan. Daar hebben ze het veel beter, en wij zijn er vanaf. Fijn hè? Karla knikte. Ja, dat was zeker fijn. En je hebt het zo snel opgelost, heel knap van je, Jan! Ik heb altijd wel geweten dat jij de slimste man van het dorp bent. Daarom ben ik met je getrouwd. Maar natuurlijk ook omdat je zo lief bent. Ze gaf haar man een klinkende zoen. Jan kreeg erg graag complimentjes. Dat wist Karla maar al te goed. En nu had hij een complimentje nodig, vond ze.

Nu de mollen weg waren, dacht Karla, konden ze morgen wat nieuw zaaigoed zaaien. In de schuur lagen nog wat zakjes met slazaad, wortelzaad, en uienzaad. Het was altijd goed om uien te kweken waar worteltjes en andere groentes groeiden. Insecten hebben een hekel aan de geur van uien, dus die blijven dan bij de groente weg. Ze praatte er met Jan over, en bood aan om hem morgen te helpen met zaaien. Maar zoals gewoonlijk wilde Jan daar niet van horen. Hij wilde het zelf doen. Ach, laat hem maar, vond Karla. Als hij het nou zo graag alleen doet, is het ook prima.

De andere ochtend, bij het opstaan, stond de zon te stralen aan de hemel. Dit wordt een mooie dag om te zaaien, Karla, zei boer Bolle opgewekt. Hij keek in de tuin. Nee, geen molshopen vandaag. Gelukkig, want hij had een beetje gejokt tegen zijn vrouw. Hij had helemaal geen vluchtende mollen gezien. Dat had hij maar verteld, omdat hij het soms leuk vond om spannende verhalen te verzinnen. Daar was hij erg goed in. Karla luisterde er graag naar, en dat vond hij fijn. Jan wou zo graag een

Enjoying the preview?
Page 1 of 1