Fatale Zonden by Ivan Cairo by Ivan Cairo - Read Online

Book Preview

Fatale Zonden - Ivan Cairo

You've reached the end of this preview. Sign up to read more!
Page 1 of 1

Boekbeschrijving

*

Voor Annie en Hendrik Cairo, de beste ouders ter wereld. Mijn innige dank voor jullie niet-aflatende liefde, toewijding en opofferingen met name toen ik klein was en voor jullie onbaatzuchtige steun als volwassene.

GRANTANGI!

Inhoudsopgave

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

Nawoord

Over de auteur

Boekbeschrijving

1

Vrijdagavond

**

Vandaag gaat hij er een einde aan maken. De geestelijke kwellingen hebben al te lang geduurd. Hij had het willen doen wanneer hij veel ouder was geworden, maar de fysieke mishandelingen kan hij niet langer verdragen. Ook is het bij nader inzien beter het nu te doen. Ryan Harrison had erop gerekend, dat ze ook vanavond niet van hun vertrouwd patroon zouden afwijken als ze thuis waren gekomen. Ze stelden hem niet teleur.

Rond acht uur ‘s avonds vielen David Harrison en zijn vrouw Christine letterlijk hun huis binnen in Henarpolder aan de rand van Nieuw-Nickerie. Ze zijn weer dronken. De jongen zit als gebiologeerd naar de televisie te kijken. Hij doet alsof hij zijn ouders niet heeft horen binnenkomen. Dat hoorde gewoon bij het ritueel in huize Harrison.

Zonder enige aanleiding begint David op de jongen te foeteren, hoe waardeloos hij is en niet kan leren op school. De hele dag is het tv-kijken, tv-kijken. Wil je ook als mij de hele dag achter koeien aan rennen? lalt de man met een dikke tong.

Geen antwoord. Ryan is weggedoken in zijn stoel. Wanneer de scheldkannonades op hem worden afgevuurd door zijn vader of moeder probeert de jongen zich altijd zo klein mogelijk te maken, in de hoop dat de salvo’s hem niet raken. Toch voelt hij steeds weer de bijna fysieke pijn wanneer het verbaal geweld op hem afkomt. De regelmatige aframmelingen vindt hij bijna een zegen. Maar de vernederingen die hij steeds moet aanhoren, snijden diep in zijn ziel. Alsof hij van binnen in brand staat.

Heb je ze op stal gezet en eten gegeven? vraagt David zwaaiend op zijn benen.

Ja, pa, klinkt zijn angstige stem. Met het voederen van de dieren grapt hij niet meer. Een keer had hij dat niet gedaan, omdat hij was gaan voetballen en het laat was geworden. Het pak slaag dat hij toen had gekregen, zit voor altijd in zijn geheugen gegrift. Een gebroken arm en enkele gekneusde ribben had hij daaraan overgehouden. Bij de dokter had hij gelogen dat hij de verwondingen had opgelopen toen hij door een stier van zijn vader was getrapt en was gevallen.

Christine staat er dronken giechelend bij, terwijl haar man de jongen beledigt. Ook zij kan nauwelijks op haar benen staan. Zonder nog een woord te zeggen keert David zich abrupt om, pakt zijn vrouw bij de hand en samen strompelen ze naar de slaapkamer. Niet lang daarna hoort Ryan gehijg en gekreun. Het gaat er vanavond heel heftig aan toe. Af en toe gilt Christine het uit. Tijd om in actie te komen.

Zachtjes loopt de jongen naar de slaapkamer, stoot de deur voorzichtig open en sluipt naar binnen. Christine ligt op handen en knieën, terwijl David van achteren heftig in haar stoot, haar lange haren stevig als teugels in zijn handen. Ryan zijn rechterarm gaat omhoog en met alle kracht die hij in zich heeft, laat hij de hamer op het achterhoofd van zijn vader neerkomen. Met een dof krakend geluid boort de hamer zich in zijn schedel. Hij valt als door de bliksem getroffen op de rug van zijn vrouw en glijdt op het bed.

Voordat Christine goed en wel door heeft wat er gebeurt, springt de jongen op haar rug. Hij haalt een rol plakband uit zijn broekzak, rukt haar handen naar achteren en plakt ze stevig vast. De jongen was tenger gebouwd, mager zelfs, maar in haar dronken staat was ze geen partij voor hem. Met zijn voet duwt Ryan het lijk van zijn vader opzij en trekt de hamer uit de gapende opening. Er stroomt langzaam bloed uit. Het witte laken kleurt rood. Het lichaam schokt nog een paar keren en blijft uiteindelijk stil.

Langzaam begint het tot het benevelde brein van de vrouw door te dringen wat er aan de hand is. Ze kijkt in het dode gelaat van haar man. Ryan haalt opnieuw uit. De hamer ploft met een dof geluid op de zijkant van zijn vaders hoofd. Het rechteroog spat uit de oogkas. Bloed spat in haar gezicht. Als in trance laat Ryan slag na slag op het hoofd neerkomen. Wanneer hij hijgend de hamer op zijn schoot legt, is de man onherkenbaar, zijn hoofd tot moes geslagen.

De verbijstering maakt plaats voor een verlammende angst. Christine begint te gillen en daarna te smeken voor haar leven. Ryan kijkt haar ijskoud aan en plakt haar mond dicht. De jongen loopt naar de klerenkast en haalt de stok die zijn moeder daar bewaart tevoorschijn. Smekend kijkt ze haar zoon aan wanneer die met de halve bezemsteel terugloopt. 

Ruw spreidt hij haar benen. Christine kijkt angstig over haar schouder. Ryan staat naast het bed en kijkt op haar neer. In zijn hoofd woedt een enorme tweestrijd. Een deel van hem wil met kracht de stok in haar duwen, precies zoals ze Jarenlang bij hem heeft gedaan. Het ander deel gilt niet doen, maak het karwei zo snel mogelijk af

Hij neemt een besluit en laat met kracht de stok op haar achterwerk neerkomen. Opnieuw, opnieuw en opnieuw. De vrouw gilt het uit en schokt bij elke slag. Onder de plakband produceert ze slechts een dierlijk gegrom. Na ongeveer twintig slagen stopt de mishandeling. Christine is intussen buiten bewustzijn. Buiten begint het hard te regenen.

Ryan pakt een grote tas en gooit er enkele kledingstukken van zijn moeder, twee paar schoenen en toiletartikelen in. Hij haalt de batterij en de simkaart uit haar telefoon en smijt die ook in de tas. Met een enorme krachtinspanning hijst de jongen de bewusteloze vrouw op zijn schouders en strompelt diep gebogen onder haar gewicht via de achterdeur het erf op. Wanneer hij zo een vijftig meter verder bij de koeienstal aankomt, is hij drijfnat. Gierend haalt hij een paar keer diep adem. Hij laat het lichaam en de tas op de grond zakken naast het gat dat hij eerder had gegraven. Zijn moeder komt langzaam bij en kijkt verdwaasd om zich heen. Ryan trekt de plakband van haar mond.

Waarom, waarom? komt het er zwakjes uit. 

Papa wist wat je met me deed en hij heeft je nooit gestopt. Hij kijkt zijn moeder met een blik waaruit alle leven leek te zijn verdwenen aan en rolt haar in het bijna anderhalve meter diep gat. De tas volgt. Uit het achterste gedeelte van de stal waar de koeien zijn opgesloten, haalt hij het dubbelloops jachtgeweer van zijn vader. Vanaf de rand van het graf kijkt Ryan op haar neer. Hij haalt de trekker over en schiet de vrouw midden in het gelaat. Het wapen gooit hij in het graf. Hij trekt de natte kleren uit en ook die gaan in het gat. Ryan begint spiernaakt de kuil vol te gooien. Na bijna een half uur zwoegen is hij klaar.

Stampend gaat hij over het graf en schenkt er nog een emmer water overheen. Hij maakt het tussenschot open, zodat de koeien naar het open gedeelte van de stal kunnen komen. De jongen wacht nog bijna een uur voordat hij zich bij de regenton naast het huis gaat wassen. De koeien hebben hun werk gedaan, het graf is verdwenen.

2

Het is pas kwart over acht en er zijn nog niet veel bezoekers. Het is trouwens ook midden van de maand. Rond deze tijd komen de meeste mensen pas rond een uur of tien clubcafé Toucan binnen. De tent is bijna leeg. De dansvloer helemaal aan de achterzijde is verlaten. De dj zit een beetje verveeld in zijn rood verlichte toren te prutsen aan de knopjes van zijn muziekinstallatie.

Twee jongemannen spelen aan de linkerkant van de hal een potje biljart, af en toe nippend aan hun whisky met ijs. Aan een tafeltje schuin naast de biljarters zitten twee flink opgedirkte meisjes in te korte rokjes met twee cola’s voor zich. Af en toe nemen ze een trekje van hun sigaret, het verlichte bord ‘No smoking’ negerend. Het is duidelijk dat ze niet zijn gekomen om te dansen. Althans dat is niet hun hoofddoel. Ze proberen met hun gemaakte lach dat meer op gehinnik van een paard lijkt de aandacht van de jongemannen te trekken. Veel succes hebben ze niet. 

Mannenjagers, mompelt Marissa Kassels. 

Wat zeg je?

Marissa kijkt verschrikt op van haar krukje bij de bar. Steve, de barman, kijkt haar vragend aan. Dan pas beseft ze dat ze haar gedachten luidop had geuit. 

Sorry. ‘T is niets. Ik dacht alleen een beetje luidop na over die twee meiden daar die zijn komen jagen.

Elke vrijdag en zaterdagavond is het hetzelfde liedje, gromt Steve. Hij haalt het leeg glas weg en schuift ongevraagd een nieuwe onder Marissa’s neus. 

Dit is on the house.

Dank je. In gedachten verzonken roert Marissa met een rietje in haar piña colada. Misschien gaat haar wens dan toch in vervulling. Maar als dat niet zo is...ze heeft haar besluit al genomen. Voor de zoveelste keer kijkt ze naar het scherm van haar iPhone. ‘Half negen vanavond. Love Nest. Ik heb goed nieuws. Danny!’ Ze vraagt zich af waarom hij niet heeft gebeld zoals normaal, maar haar met een vreemd nummer een smsje stuurt. Hij is de enige persoon die het nummer van haar iPhone heeft. Ach, ze hoort het later wel. 

Marissa houdt verschrikkelijk van Danny. Na de breuk met Jamal’s vader had ze besloten niet meer verliefd te raken. Jamal was toen drie. Ze concentreerde zich daarna vrijwel volledig op haar winkel en de opvoeding van haar zoon. Totdat ze Danny twee jaar geleden ontmoette. Als een tiener viel ze voor zijn charmes en kwam haar leven in een maalstroom terecht. Marissa had echter het punt bereikt dat ze wilde stoppen. Dat gaat ze Danny vanavond zeggen. Ze stopt ermee. Jamal had namelijk een leeftijd bereikt waarop hij nu allerlei vragen stelt waarop ze geen antwoord heeft. Ze wil haar zoon niet meer voorliegen waarom ze zo vaak niet thuis is. Haar besluit stond vast. Marissa drinkt haar glas leeg en vertrekt.

*

Marissa parkeert precies om half negen op de oprit voor de villa aan de Amethietstraat. Als ze naar de voordeur loopt, vraagt ze zich af waar zijn auto is. De garage is leeg. Nog voordat ze aanklopt gaat de deur open. Hi, baby. Precies op tijd. Danny doet een stap terug om haar binnen te laten. 

Ik probeer me zo veel mogelijk aan de tijd te houden. Ik heb er zelf een hekel aan als mensen me laten wachten. Dat weet je. Ze geeft hem een zoen en gaat op de sofa zitten. Danny loopt naar de keuken. De woonkamer is modern en stijlvol ingericht. Marissa heeft hem het huis helpen inrichten, toen hij het een jaar geleden kocht. Bankstel, gordijnen, eetkamerset, vazen, servies, bestek, alles had ze zelf uitgekozen. Alleen de slaapkamer had Danny zelf ingericht naar zijn smaak. Je zou echter denken dat zij het ook had gedaan. Precies naar haar eigen smaak. Zij en haar minnaar hadden veel gemeen. Muziek, boeken, films. Ze passen als yin en yang bij elkaar. Daarom had ze het besluit genomen. Marissa wilde niets meer stiekem doen. Ze wilde trouwen met de man van haar hart of de relatie verbreken. Vandaag! 

Je droomt.

Ze kijkt een beetje verschrikt op. Danny duwt haar een glas martini in de hand. Hij nam een  whisky-soda met ijs.

Luister... 

Ik eerst, onderbreekt Marissa voordat Danny zijn zin afmaakt. Hij kijkt haar met gefronste wenkbrauwen aan.

Ik stop ermee. Ik ben moe van alle geheimzinnigheid. Ik wil hand in hand met je lopen op straat. Samen leuke dingen doen in eigen land. Niet steeds in een vreemd land waar niemand ons kent. Je zou een besluit nemen als je terug was uit het binnenland, zei je. Nu ben je al bijna een week terug. Het gaat me verschrikkelijk pijn doen als je antwoord nee is, maar na vanavond kom ik hier niet meer. Het is dan uit. Het komt eruit als een klaterende waterval. Na een diepe zucht blijft Marissa stil en kijkt Danny indringend aan.

Met een brede glimlach pakt de man haar linkerhand vast. Rustig meisje, rustig. Had ik niet gezegd dat ik goed nieuws heb?

Marissa knikt een beetje weifelend. Wel, ik ben tot dezelfde conclusie gekomen als jij. We zijn voor elkaar bestemd en met jou goedvinden wil ik met je trouwen. Daarom heb ik besloten dat we vanaf vanavond ook gewoon bij jou thuis gaan chillen. Ik wil eindelijk je zoontje leren kennen. Het werd tijd. 

Hij haalt een doosje uit zijn broekzak en klapt het dekseltje open. Zonder een woord te zeggen schuift hij de gouden ring met fonkelende steen aan de ringvinger van haar linkerhand.

Marissa vliegt hem om de hals. Ze laat de tranen van blijdschap en geluk de vrije loop.

Kom we gaan het vieren bij jou thuis.

Waar is je auto?

Bij de monteur. Het gaf problemen bij het starten, liegt hij.

Een splinternieuwe auto met startproblemen?

Ach, het kan gebeuren. De techniek is niet feilloos, zegt Danny schouderophalend en hij trekt de voordeur dicht. Zodra ze in haar auto stappen klapt hij zijn stoelleuning helemaal achterover alsof hij een dutje gaat doen. 

Zeg me niet dat je opeens slaap hebt. Je hebt straks werk te doen

Nee hoor, ik wil alleen m’n rug een beetje strekken. Zoals je zelf zegt, ik moet straks hard werken, grinnikt hij en klopt haar geruststellend op haar dij.

*

Het is bijna tien uur wanneer Marissa de weg naar haar huis inrijdt. Het is een zijstraat van een zijstraat van de Commissaris Weytingweg, in een van de nieuwe verkavelingswijken in de omgeving. Een straatnaam is er nog niet. In de slecht verlichte weg staan er nog niet veel huizen. Misschien een stuk of tien zijn bewoond. Ongeveer acht huizen zijn nu in aanbouw, twee bijna klaar. De meeste percelen zijn nog onbebouwd. De eigenaars zitten of in het buitenland of wachten totdat meer mensen hebben gebouwd. 

Marissa was de eerste die ongeveer een half jaar geleden haar huis als eerste af had. Een leuke driekamerwoning voor haar en haar zoontje Jamal. Als dertigjarige zelfstandige vrouw had ze eigenlijk niets te klagen.

Jamal deed zijn best op school en kreeg alleen goede cijfers. Haar boetiekje in de splinternieuwe South West Mall draaide redelijk goed. Het was nog geen vetpot, maar ze kon de hypotheek aflossen, andere vaste lasten betalen, de twee winkelmeisjes een redelijk salaris geven en er bleef genoeg over voor haar en Jamal. 

Ze passeert een donkere Nissan X-trail die aan de linkerkant van de straat voor een half afgebouwd huis is geparkeerd. Er zit niemand in. Het is al de derde keer deze maand dat deze auto haar opvalt. De laatste keer was vorige week toen ze boodschappen haalde in de Chinese supermarkt aan de hoofdweg. Daarvoor reed het voertuig met licht getinte ramen langzaam voorbij toen ze een keer in de tuin bezig was. Ze had niet kunnen zien wie de chauffeur was. Of het dezelfde auto is, weet ze niet. Ze had nooit naar het kentekennummer gekeken. Marissa was trouwens nooit goed in het onthouden van dat soort zaken. Misschien is het de eigenaar van de in aanbouw zijnde woning.

Nee, die rijdt een Toyota Camry. 

Ongeveer honderd meter verwijderd richt Marissa de afstandsbediening op haar huis. Geruisloos rolt de automatische garagedeur omhoog. Zodra de auto in de garage is gestopt, gaat de deur weer langzaam omlaag.

Wanneer Jamal Peters de stemmen van zijn moeder en een onbekende man hoort laat hij van schrik de iPad bijna vallen. Hij bevond zich op de laatste plek waar zijn moeder hem verwachtte. Ze had hem vaker gewaarschuwd niet in haar slaapkamer te gaan als ze er niet was. Aan haar spullen mocht hij al helemaal niet komen. 

Nadat met Marissa’s toestemming Jamal naar zijn buurjongen beste vriend Dillon, die naast woont, was gegaan om de nacht door te brengen, keerde de jongen na enige tijd stiekem terug. Hij kwam de iPad van zijn moeder halen. Jamal was juist bezig de opnamefunctie van de camera te testen, toen Marissa en haar gast binnenkwamen. Hij vloog zonder enig geluid te maken in de walk-in closet. Net op tijd. Zijn moeder liep zoenend met de man de kamer binnen, terwijl ze elkaar de kleren van het lijf rukten. Stilletjes schuifelt Jamal - de tablet als een schild voor zich geklemd - voorzichtig achteruit verder de grote kast in. Hij stuit met zijn rug tegen de wand.

Het jochie werd toen toeschouwer van een heftig liefdesspel dat volgde en bijkans een half uur duurde. Als in trance stond Jamal stokstijf naar het schouwspel te kijken. Daarna werd hij getuige van een moord. De camera was blijven lopen.

3

Hijgend van de inspanning keek de man knielend tussen haar gespreide benen naar haar lichaam. Het had toch iets langer geduurd dan hij het zich haar voorgesteld. Marissa had in haar doodsstrijd bijna bovenmenselijke krachten gekregen. Ze had hem zelfs in zijn ballen bewerkt met haar knie en had zich bijna los gerukt, toen hij met beide handen haar keel dichtkneep. Hij verloor bijna het bewustzijn van de pijn. Uiteindelijk kromde haar rug alsof ze weer klaar kwam. Haar ogen waarin de doodsangst straalde keken in het verwrongen gezicht van de man. Met een laatste krachtinspanning boorden haar nagels zich in zijn onderarmen en trokken diepe sporen, tot bloedens toe. Marissa’s longen stonden in brand, langzaam werd het schemerig en zakte ze weg in een diepe duisternis. Ze blies uiteindelijk met een gierende snik haar laatste adem uit. Zachtjes gleed haar lichaam langzaam verslappend op het bed, een straaltje speeksel droop vanuit haar linkermondhoek op het kussen. In de dood was ze nog beeldschoon.

Wrijvend over zijn linkeronderarm staat de man kreunend recht. Er gingen nog steeds pijnscheuten door zijn kruis. De adrenaline gierde door zijn aderen. Langzaam wordt hij zich bewust van een dof gevoel. Of eigenlijk, de afwezigheid van enig gevoel. Geen enkele emotie. Geen vreugde, geen verdriet, geen angst, geen opluchting. Niets! Hij schrok hevig van deze gewaarwording. Hoe kon hij zo gevoelloos zijn? Daar ligt Marissa, zijn minnares van bijna drie jaar. Een pracht van een meid met wie hij enorm veel leuke momenten heeft gehad, voornamelijk tijdens zijn buitenlandse trips. Iemand van wie hij hield, dood door zijn eigen handen. En toch voelde hij niets. Helemaal niets.

Het is de tweede keer dat de man dit gevoel had. Veertien jaar geleden kwam hij als twintigjarige dienstplichtige militair in het Nationaal Leger oog in oog te staan met een lid van het Jungle Commando van rebellenleider Ronnie Brunswijk. Dat was in het bos in de buurt van Stolkertsijver in Commewijne. Zijn eenheid rukte op naar Perica waar Jungle Commando, die vrijwel geheel Oost-Suriname controleerde, een commandopost bij de weg had opgezet. Iedereen die naar Moengo en verder wilde reizen, werd gecontroleerd. Soms ook fysiek gemolesteerd. Vrouwen en opgeschoten tienermeisjes werden enthousiast en langdurig gefouilleerd door sommige ‘commando’s’. Ook werden geld en kostbare spullen gestolen door enkele guerrilla’s. 

En daar stond hij. Oog in oog met de vijand, belichaamd door een stevig gebouwde jongeman van zijn leeftijd en minstens even zwaar bewapend. De guerrillavechter was gekleed in een bruingroene camouflage outfit met een rode baret op zijn korte dreadlocks. Aan zijn broekriem hingen twee handgranaten en op zijn linkerheup bengelde een vlijmscherpe houwer. De AK-47 in zijn vuisten wees met de loop schuin naar beneden.

De twee mannen keken hevig geschrokken naar elkaar, bijna besluiteloos wat te doen. De militair reageerde als eerste en schoot zonder te richten op zijn tegenstander, die een fractie van een seconde trager zijn wapen omhoog wilde brengen. Zeven kogels sloegen in zijn buik en borst. Als door de bliksem getroffen viel hij achterover.

De militair voelde niets, geen enkele emotie. Niet eens een sprankje blijdschap of opluchting, dat hij aan het langste eind had getrokken en nog in leven was. Hij was leeg, koud. Na zijn dienstplicht twee jaar later besloot hij uit het leger te gaan.

Hetzelfde gevoel als toen hij de guerrillastrijder doodschoot, heeft hij nu weer. Emotieloos kijkt hij naar het lijk op het bed. ‘Het is je eigen schuld,’ gaat het door zijn hoofd. Nog steeds wrijvend over zijn arm schuift de man uit het bed. Hij kleedt zich vlug aan. Hij trekt enkele laden van het nachtkastje open en pakt een rode lippenstift. Uit Marissa’s agenda scheurt hij een blaadje en schrijft daarop het woord ‘BITCH’. Het werkstuk legt hij op de boezem van de dode vrouw. Hij kijkt daarna de kamer rond. Zijn oog valt op de iPhone. In een opwelling pakt hij de smartphone van het nachtkastje en maakt enkele foto’s van zijn dode minnares.

Je wordt bekend meisje, je wordt bekend, sprak hij tot het lijk. Hij stopt de iPhone en ook haar Samsung telefoon in zijn zak. Op het kastje staat ook een mooie ingelijste foto van Marissa en een jongetje van naar hij schat niet ouder dan tien jaar. Je zag de gelijkenis meteen. Moeder en zoon. Oh, jij bent...? Hij kan niet op de naam komen. Marissa sprak altijd over haar zoon, nooit een naam.

Even denkt hij eraan de plekken waar hij heeft aangeraakt af te vegen. Hij laat die gedachte snel weer varen. Hij is nooit in aanraking gekomen met de politie, dus die heeft zijn vingerafdrukken niet. ‘Niemand weet dat ik het ben.’

De man keert zich abrupt om en kijkt als in gedachten