Noodlot by Stefaan Van Laere by Stefaan Van Laere - Read Online

About

Summary

Het vierde boek uit de Bracke reeks gaat over het Noodlot, dat niemand kan ontlopen… Kismet!

In dit boek spelen de Gentse Feesten, het grootste volksfeest van Europa dat elke zomer in juli gedurende tien dagen in de Gentse binnenstad plaatsvindt, een manifeste hoofdrol. Auteur Stefaan Van Laere volgde zelf als verslaggever tien jaar lang dit evenement op de voet en kan er dus, als insider, over meespreken.

Het verhaal. Een Anatolisch bergdorpje in het jaar 1725. Na een bloedig drama wordt een vloek uitgesproken die de nazaten van de bendeleider tot in de verre toekomst zal achtervolgen.
Zeven generaties verder, de woelige huidige tijd met om de hoek de dreiging van terreur en verderf. De Turkse terrorist Farouk laat een dodelijk spoor na in München en Parijs. Interpol staat machteloos, want hij lijkt ongrijpbaar.
Twee dagen voor de Gentse Feesten, het stadsbestuur is al volop in de ban van de gemeenteraadsverkiezingen. Politiechef Werner Van Aken stelt triomfantelijk dat dit het veiligste evenement van Europa is. Maar dat is zonder Farouk gerekend…
Werk aan de winkel dus voor het team van commissaris Bracke, want de tijd dringt. Opnieuw zakken honderdduizenden feestvierders naar Gent af, niet wetend welk onheil boven hun hoofden hangt…

Published: vzw de Scriptomanen on
ISBN: 9781516319749
List price: $9.88
Availability for Noodlot: George Bracke Thriller, #4
With a 30 day free trial you can read online for free
  1. This book can be read on up to 6 mobile devices.

Reviews

Book Preview

Noodlot - Stefaan Van Laere

You've reached the end of this preview. Sign up to read more!
Page 1 of 1

Publisher

Noodlot

Wat is de mens? Een monument van zwakheden, een prooi van het moment, een speling van het lot; de rest is slijm en gal.

Aristoteles

*

Accepteer de dingen waar het lot je aan bindt, en hou van de mensen met wie het lot je samenbrengt, maar doe dat met heel je hart.

Marcus Aurelius

*

De noodlottige neiging der mensen, om op te houden met denken over een zaak, zodra ze niet twijfelachtig meer is, vormt de oorzaak van de helft hunner dwalingen.

John Stuart Mill

*

Sinek kuçuktur, ama mide bulandirir (Een vlieg is klein, maar kan je ziek maken, Turks spreekwoord)

Proloog

De zon stond verschroeiend hoog aan het zenit, ongenadig brandend op de glimmende kale rotsen. In de verte klonk getrommel uit de lemen huizen. Langzaam en eerst stil, aanzwellend tot het net niet ondraaglijk zou worden.

Berker Kerim zuchtte. Hoe dor en onherbergzaam het in dit Anatolische dorp ook mocht zijn, het was zijn thuis. En hij zou er binnenkort afscheid moeten van nemen. Hij voelde zich nu al week in de buik worden, ook al had hij nog wel even. Maar niets dat zijn lot zou kunnen veranderen. Onder de olijfboom - die zijn grootvader nog had geplant - speelden zijn kinderen, niet beseffend dat ze van hun vader binnen afzienbare tijd voorgoed zouden moeten afscheid nemen. Zeven zonen, en dan nog een dochter als nakomertje, ze hadden er meer dan de handen vol mee. Aygül was zeven maanden oud, en Berker vroeg zich af of hij haar ooit zou zien lopen.

Zijn vrouw Merican kwam hem een glas muntthee brengen. Die thee zou hij erg missen, want de munt werd elke dag vers geplukt. Even streek ze met haar hand langs zijn behaarde borst, een gebaar dat belofte voor de nacht inhield. Nu kon het echt niet lang meer duren. De stem in zijn hoofd had er geen twijfel over laten bestaan: binnenkort zou de schande van het drama zijn familie al die generaties met zich had moeten meedragen eindelijk gewroken worden.

Maar vandaag wou hij niet piekeren. Hij zou zijn schaarse tijd hier goed proberen te gebruiken. Gek hoe een mens die voor een belangrijke tweesprong in zijn leven staat plots wel de ballast van het essentiële weet te onderscheiden, bedacht hij bitter.

Zijn jongste zoon Yalcin kwam lachend paardjerijden op zijn knie. Hij herkende in de knul heel wat trekken van zichzelf en glimlachte moeizaam. Er was nog zoveel dat hij de jongen wou zeggen, maar het zou hem aan tijd ontbreken.

Ongevraagd bracht Merican hem een tweede kopje thee met een paar extra lepels suiker. Opnieuw streek haar hand tussen de knopen van zijn hemd; het was haar gebaar om hem al wat lekker te maken voor de nacht. Dit keer greep Berker wel naar haar geparfumeerde vingers en kneep er zachtjes in zonder te willen loslaten.

De thee was perfect, net warm en zoet genoeg. Net zoals haar schoot.

1.

Een hond blafte nijdig, in de schaduw van het Gravensteen. Het dier krabde zich verwoed achter de oren en had geen aandacht voor de maar half opgevreten gehaktbal die een klant had besteld in de ene resterende tent waar in het centrum nog friet in de klassieke puntzak werd verkocht. Een lading Japanners leek wel bezit van de stad genomen te hebben, zo druk was het nu al. En de Gentse Feesten begonnen pas overmorgen. Ze hielden zich strikt aan hun strakke schema waarbij vooral de klassiekers zoals het Lam Gods en de drie torens werden bezocht. Druk opnames makend met hun digitale camera’s, en ze zouden thuis wel bekijken waar ze overal geweest waren.

Op die tien dagen Gentse Feesten ontving Gent ruim anderhalf tot bijna twee miljoen bezoekers, en dat geconcentreerd in de Kuip met zijn vele smalle straatjes. Telkens hij er tegen buitenlandse collega’s over begon waren ze erg benieuwd naar het veiligheidsplan dat zoveel drukte in goede banen moest leiden.

Zonder te kloppen kwam politiechef Van Aken Brackes bureau binnen.

‘Ik heb hier een bericht van onze Amerikaanse vrienden van de CIA en de FBI. Ze vragen ons de komende dagen een oogje in het zeil te houden. Hier, lees zelf maar.’

Met een stijlvol gebaar zette Bracke zijn leesbril op. Hij was er lang aan kunnen ontsnappen, maar had enkele dagen dan toch eindelijk toegegeven dat hij wat kippig werd. ‘Moeten we dit ernstig nemen?’

‘Je weet hoe dat met die Amerikanen gaat. Ze overspoelen je met rapporten, vooral om zichzelf later te kunnen indekken dat ze ons gewaarschuwd hebben mocht het mislopen. Ik lees die dingen op de duur zelfs nog nauwelijks.’

‘Maar dit is iets anders?’ wapperde Bracke met het dossier, dat minstens honderd bladzijden dik was.

‘Ik had graag je mening gehad’, zei Van Aken kortaf. ‘Jij hebt tenslotte een klare kijk op die dingen, die ik erg waardeer.

‘Geef me een half uur en ik zeg je wat ik van dit dossier denk.’

‘Maak er twintig minuten van’, zei Van Aken, voornamelijk om Bracke duidelijk te laten aanvoelen wie de baas was..

De commissaris klokte na achttien minuten op de kop af en sloot het rapport. ‘Klaar.’

‘En?’

Bracke zat aan zijn oorlel te pulken. Hij nam zijn leesbril af en keek de chef recht in de ogen. ‘Ik weet niet wat ik hier moet van denken. Een terroristische beweging waar ik nog nooit van gehoord heb, The brothers of islam zoals de Amerikanen ze noemen, zou het dus op Europa gemunt hebben.’

‘Met andere woorden, jij gelooft niet dat evenementen in ons land die veel volk lokken zoals de festivals, het zandsculptuurfestival aan de kust, de Gilles de Binche en de Gentse Feesten het voorwerp van aanslagen kunnen zijn. De Amerikanen zijn er nochtans rotsvast van overtuigd dat dit wel mogelijke doelwitten mogen genoemd worden.’

‘Met alle respect Werner, maar wat terrorisme betreft ben ik een fatalist. Als het moet gebeuren, zal het ook gebeuren. Wie had de aanslag in Londen kunnen voorspellen?’

‘Zoals Allah het wil’, deed Van Aken misplaatst gewichtig, maar dat ging hem niet goed af.

2.

8 Shawwal 1137, Yawn al-Ithnain, De Tweede Dag van de Jachtmaand, 20 juni 1725, volgens de Gregoriaanse tijdrekening. Maandag gold als een speciale dag in de week die met de nodige eerbied moest bejegend worden, want volgens de overlevering was Mohammed zowel op een maandag geboren als gestorven. Ook zouden zowel de Eerste Openbaring van de Koran aan Mohammed, zijn vertrek uit Mekka als de aankomst in Medina op een maandag plaatsgevonden hebben.

Op de minaret van het ingedutte dorp Cümüne waar nooit iets gebeurde riep de muezzin[1] Recep Güclü de dorpelingen op tot het gebed. Hij richtte zich met fiere, rechte rug naar Mekka en hief de handen uitgestrekt tot oorhoogte. Hij schraapte de keel en begon het vertrouwde gebed dat telkens weer een houvast in dit moeizame bestaan was.

āllahu ākbar, āllahu ākbar

āllahu ākbar, āllahu ākbar

āsh'hadu ān lā ilaha illā-llah

āsh'hadu ān lā ilaha illā-llah[2]

Het gebed werd door de dorpelingen op een drafje afgewerkt. Ze waren meer bezig met de klei, die de laatste tijd van mindere kwaliteit was. De opkoper uit het naburige dorp die in de hele streek kleistenen verkocht had al gemord en gedreigd zijn prijs te laten zakken.

Hij maakte zich zorgen. Recep wist dat het dorp door een groot gevaar bedreigd werd. Wat precies, dat kon hij niet zeggen. Het was een onbestemd gevoel diep vanbinnen dat de laatste dagen steeds nadrukkelijker begon te knagen. Het was allemaal begonnen met een stem ergens ver weg in zijn hoofd, amper verstaanbaar maar onmiskenbaar aanwezig. De stem had hem gewaarschuwd, zonder duidelijk te zijn waarvoor. Maar de boodschap was niet mis te verstaan: groot onheil hing in de lucht. En hij, Recep Güclü, derde zoon van de burgemeester, werd uitverkoren om getuige van het drama te zijn zodat het voor het nageslacht vereeuwigd zou blijven. Hij had een hele dag lopen ijsberen, zonder te weten hoe hij zich moest gedragen. Even dacht hij dat hij het had gedroomd, maar die gedacht verdrong hij meteen. De stem was te helder geweest, te indringend. Dit kon eenvoudig weg geen nachtmerrie zijn.

Hulpeloos hief hij de armen ten hemel en smeekte Allah om raad en bijstand.

3.

George Bracke had drukke, zij het weinig inspirerende maanden achter de rug. Binnen het korps werd hem een nieuwe, coördinerende functie in het vooruitzicht gesteld, wat minder veldwerk inhield. Deze hertekende taak hield in dat hij een deel van zijn tijd zou besteden aan de contacten met buitenlandse politiediensten om zo het grensoverschrijdende werk beter op elkaar af te stemmen.

In afwachting van deze taak kreeg hij vooral routinewerk toegeschoven, en daar baalde hij van.

Het zag ernaar uit dat het na de vakantie ten huize Bracke zo mogelijk nog drukker zou worden. De oudste zoon Jorg vatte dan universitaire studies aan en had tot grote verbazing van zijn vader voor criminalistiek gekozen. Een richting die hijzelf in een ver verleden had gevolgd toen hij al bij de politie werkte, een periode waar hij nu met gemengde gevoelens op terugkeek. De combinatie van werk en studie met een pril gezin was allerminst evident geweest, al moest hij tot zijn scha en schande bekennen dat de dagelijkse organisatie toen voornamelijk op Annemies schouders berustte.

De spaghetti in het Leffe café was zoals altijd overvloedig. Bracke vermoedde dat de baas hem een voorkeursbehandeling gaf omdat hij de man ooit voor een aframmeling door een dronken klant behoed had. Het kon natuurlijk ook gewoon zijn omdat hij hier al jaren kwam.

Met enige weemoed keek hij hoe vrouw en kinderen zaten te smullen. Een ogenschijnlijk doordeweeks tafereeltje, maar hij besefte dat dit in de toekomst steeds minder vaak zou voorvallen. Jorg als oudste van de kinderen had het voorbije jaar, het laatste van het middelbaar, een opvallende maturiteit aan de dag gelegd. Het had er lange tijd naar uitgezien dat hij het zorgenkindje van de familie zou worden, maar daar was nu gelukkig niets meer van te merken. Meer zelfs, Jorg ontpopte zich onverwacht tot een knap student, een van de allerbeste van de klas. Het verwonderde Bracke dan ook niet dat zijn zoon de stap naar de universiteit wou wagen.

Dochter Julie, een jaar jonger dan Jorg, zou het voorbeeld van haar broer ongetwijfeld volgen want ze was altijd al een echte bolleboos geweest. Wat de toekomst van de jongste Jonas betrof zouden ze nog moeten afwachten, maar die was nog maar pas vijftien. Een leeftijd waarop Jorg zich ophield met slechte vrienden en een keer zelfs betrapt werd op het stelen van sigaretten in de kleedkamer van de zwemclub.

‘Weet je al wat je gaat doen, pa? Zal je ingaan op het aanbod van je chef?’

Nadenkend draaide hij een sliert spaghetti rond zijn vork in de lepel rond. Hij merkte niet dat enkele druppels saus op tafel spatten en legde er prompt zijn mouw op.

‘Ik weet het nog niet, echt niet. Maar ik moet pas op het einde van de vakantie antwoorden.’

‘Maar je hebt er wel zin in’, kwam nu ook Jonas opmerkelijk bijdehand uit de hoek. ‘Ik zou niet twijfelen, pa. Je zit hier in Gent toch maar te beschimmelen. Spreid je vleugels en trek de wijde wereld in!’

4.

Vlucht 642 van Turkish Airlines verliet keurig op tijd de luchthaven van Istanbul. Op de vierde rij zat een passagier geconcentreerd in de koran te lezen, een bril met gouden montuur op de neus. Hij draaide bladzijden met gewijde eerbied om.

Aan Allah behoort wat in de hemelen en wat op de aarde is; en indien gij openbaart hetgeen in uw innerlijk is of het verborgen houdt, Allah zal u er rekenschap voor vragen; dan zal Hij vergeven wie Hij wil en straffen, wie Hij wil. Allah heeft macht over alle dingen.

Berker Kerim staarde voor zich uit. Hij had deze woorden als zevenjarige op school al geleerd, maar pas nu kregen ze voor hem pas echt concrete betekenis. Dat kleine schooltje in de bergen dat bij een aardbeving vijf jaar terug met de grond was gelijkgemaakt, het ontbrak het dorp aan de nodige fondsen om het opnieuw op te bouwen. Maar daar zou binnenkort verandering in komen, want hij had in zijn testament een mild bedrag voor een nieuwe school nagelaten.

De stewardess kwam hem ongevraagd een kopje thee met een sandwich brengen. Ze glimlachte, maar Kerim merkte haar niet eens op.

Voorzeker, zij, die de tekenen van Allah verwerpen, zullen een strenge straf ontvangen; Allah is machtig, de Heer der Vergelding.

Kerim nipte voorzichtig van de thee, maar verbrandde toch nog bijna zijn tong. Vlug nam hij een hap van de sandwich. Kip curry, het broodje was heerlijk krokant en het deed zijn maagpijn verdwijnen.

5.

In een doodlopend steegje in de achterbuurt van München lag een verlaten en vervallen pand dat enige tijd als druglabo dienst had gedaan. Na een succesvolle raid van de Kriminalpolizei had het huis acht maanden leeggestaan, maar nu heerste er vooral ’s nachts opnieuw een drukke bedrijvigheid.

Een vrouw met kinderwagen klopte driemaal krachtig aan bij nummer 12. Door het spionnetje was even een wantrouwig, fonkelend oog te zien. Drie zware grendels werden weggeschoven alvorens de deur openging. Zonder een begroeting, zonder een woord werd de vrouw binnengelaten. De deur ging onmiddellijk weer dicht.

Een man met getaande huid nam de kinderwagen van de vrouw over. Hij baande zich een weg door de rommel naar het atelier achterin, zonder naar de vrouw om te kijken. De kinderwagen was blijkbaar behoorlijk zwaar, want het vergde de nodige inspanningen.

‘Dag schat...’

Maar Farouk lette al niet meer op haar. Hij hield halt voor een tussendeur die er voor dit uitgeleefde pand veel te beveiligd uitzag. Hij tikte met één hand routineus een cijfercode in. De vrouw wilde hem naar binnen volgen, maar hij hield haar met stevige grip tegen.

‘Bedankt voor je medewerking, Helena. Ik bel je nog wel. Bedankt.’

Farouk was haar op dat eigenste moment alweer vergeten. Behoedzaam maakte hij de kap van de kinderwagen los. Zijn ogen begonnen te blinken toen hij de inhoud zorgvuldig op een tafeltje uitstalde. Hij hoefde het lijstje niet te controleren om te weten dat alles er was. Zoals steeds liep de organisatie perfect, en daar kon hij alleen maar bewondering voor opbrengen. De commandant maakte geen fouten, dat had hij al