Enjoy this title right now, plus millions more, with a free trial

Only $9.99/month after trial. Cancel anytime.

Zwaar Bloed: George Bracke Thriller, #6

Zwaar Bloed: George Bracke Thriller, #6

Read preview

Zwaar Bloed: George Bracke Thriller, #6

Length:
148 pages
1 hour
Released:
Aug 4, 2015
ISBN:
9781516354337
Format:
Book

Description

Een internationaal schandaal zet de Schotse whiskywereld op zijn kop. Whiskyliefhebber en Europol commissaris George Bracke is de geknipte persoon om op onderzoek te gaan. Hij neemt zijn grote baas Tony Diageo mee op sleeptouw doorheen Schotland. En heeft er de tijd van zijn leven in hun zoektocht naar de verantwoordelijke daders voor de piraatwhisky die ineens op de markt komt.

Bracke maakt kennis met de grootste namen uit de whiskybranche, onder wie een excentrieke Lord die hem een handje toesteekt. De sfeer wordt grimmiger wanneer in Texel een dode valt in een whiskyrestaurant. De internationale politiek en de whiskyindustrie dringen aan op een snelle oplossing. Wanneer er meer doden vallen bij een feestje in een pub, staat de whiskywereld helemaal op zijn kop. Bracke zit met de handen in het haar...

Twee grote liefdes van auteur Stefaan Van Laere, Schotland en whisky, vormen de ideale achtergrond voor dit mysterieuze en spannende verhaal. Ga mee op ontdekkingsreis naar het mooiste stukje Groot-Brittanië en drink er eentje met de auteur!

Released:
Aug 4, 2015
ISBN:
9781516354337
Format:
Book

About the author

Als fictieauteur voor volwassenen schreef Stefaan Van Laere onder meer de George Bracke Thriller Reeks bij elkaar. ‘De Bracke thrillers lezen eens zo prettig omdat ze zich op Vlaamse bodem afspelen’. (TV-Familie) - ‘Een fijne schrijver, een lekker boek voor in de vakantie. zeker 4 dikke sterren waard!’ (detectives-kro.nl)


Related to Zwaar Bloed

Book Preview

Zwaar Bloed - Stefaan Van Laere

Publisher

Proloog

Wentelen in zelfbeklag

Er waren van die momenten dat Langus zichzelf niet meer onder controle had. Zoals nu bijvoorbeeld. Het stak plots de kop op en ging vanzelf weer weg, zonder dat hij er iets aan kon doen. De flarden mist in zijn hoofd leken steeds langer te blijven.

Het ging niet goed met hem. Dat was een understatement, er waren momenten dat  hij geen adem meer kon halen en dreigde te stikken. Maar hij wilde er niet aan toegeven, dat deden alleen zwakkelingen. Hij zou in het zadel sterven. Met hem waren ze nog lang niet klaar.

Kon het niet wat sneller gaan! ‘Trut!’ gromde hij, niet luid genoeg om verstaanbaar te zijn.

‘Sorry dat je even moest wachten’, lachte Daisy, de dienster van The Lantern. Ze had een zonnig gezicht, maar dat maakte geen indruk op Langus. Hij keek vrouwen nooit in de ogen. Ze waren afval voor hem, weg te gooien na gebruik.

Hij dronk zijn glas in één teug leeg en wierp achteloos enkele muntstukken op tafel. Ze staarde hem mistroostig na tot hij de deur van de pub keihard achter zich dichtknalde. Je hebt toch lomperiken op de wereld, zuchtte ze.

Langus slenterde langs de straten, zonder doel, met een plas lauw, flets bier in zijn maag. De drang om iemand in elkaar te slaan werd steeds groter. Hij wachtte geduldig, tot hij iemand zag die hij de baas meende te kunnen. Want hij was niet groot van gestalte en niet bepaald een held. En hij moest even op adem komen.

Zijn mp3-speler speelde Kill ‘em All, de eerste plaat van Metallica. Zo luid, dat zijn oren suisden. De muziek zweepte hem op om keihard toe te slaan.

Zijn gedachten flitsten heen en weer. Het was moeilijk om zijn hoofd helder te houden. Het werd af en toe zelfs zwart voor zijn ogen. Hij moest even gaan zitten, zomaar op de eerste de beste dorpel, want het bankje wat verderop haalde hij niet meer.

Een paar slokken uit zijn heupfles en enkele donkere pillen hielpen hem er weer bovenop. Hij kon zijn hartslag letterlijk voelen dalen en zijn blik werd helder.

Het koppeltje dat stond te zoenen, had een onweerstaanbare aantrekkingskracht. Hij stapte op hen af. Zijn adem ging opnieuw wat sneller, maar nu was het van opwinding voor wat komen zou.

Hij duwde het meisje op de grond en sloeg de jongen overal waar hij hem raken kon. Voor hij het op een lopen zette, schopte hij het meisje in haar gezicht.

Rennend merkte hij het bloed aan zijn handen. Hij grijnsde. Hij had het nodig, als een vampier.

***

Op het hoofdbureau van de politie werd die dag niet één keer aan de tijdelijk vrijgestelde chef Werner Van Aken gedacht. Of toch wel, eventjes door de bode Cyriel Uyttendaele, die er nog altijd aan moest wennen dat Van Akens vervanger Omer Verlinden wél elke dag vriendelijk dag tegen hem zei en zelfs vroeg hoe het met zijn zieke echtgenote ging. Van Aken had dat nog niet gedaan toen de vader van Cyriel op zijn sterfbed lag te creperen.

Op het bureau heerste de drukte van elke dag. Zo pas was nog een bebloede man geboeid binnengebracht. Inspecteur Daeninck maakte er korte metten mee en duwde de arrestant na de inschrijving aan de balie hardhandig verhoorkamer 1 binnen. Hij botste tegen de passerende woordvoerster Annemie Vervloet aan en twijfelde even of hij zich zou excuseren. Die trut ook, kon ze niet uit haar doppen kijken.

‘Sorry, mevrouw Vervloet.’ De glimlach op zijn lippen zou niet in een reclamespot voor tandpasta misstaan hebben. Maar Annemie keek verder dan de lach en zag vooral veel wind.

‘Geen probleem, meneer Daeninck’, zei ze overdreven vriendelijk. Ze kon die blaaskaak niet uitstaan, maar deed haar best om dat niet te laten merken.

Daeninck maakte een afwerend gebaar, dat naar hij dacht erg genereus moest overkomen. ‘Het was mijn schuld.’

‘Iets waar ik moet van afweten?’ knikte ze in de richting van de verhoorkamer.

‘Wie weet’, lachte Daeninck gewichtig. ‘Wie weet.’ Hij boog  samenzweerderig naar Annemie toe. Ze week achteruit, want hij had duidelijk knoflook gegeten.

‘Die kerel heeft ons vanmorgen zelf gebeld met de melding dat zijn vrouw dood naast hem in bed lag. Hij klonk nogal onsamenhangend, maar u kent de procedure: bij een oproep altijd ter plaatse gaan. We zijn een kijkje gaan nemen in zijn huis aan de Kantienberg en hij had warempel nog gelijk ook. De vrouw was vakkundig de keel afgesneden, met het bebloede mes nog naast haar op het kussen. Een slachter zou het niet beter gedaan hebben.’

Annemie sloot even haar ogen. Hoelang ze ook bij de politie zou werken, ze zou aan moorden nooit gewend raken. Gelukkig maar, als je dat normaal begint te vinden, is er iets grondig mis met je, bedacht ze.

‘Heeft hij al bekend?’

‘Dat doen ze in het begin zelden of nooit’, grijnsde Daeninck zijn parelwitte tanden bloot. ‘Maar geen nood, ik krijg hem wel aan de praat.’

In de verhoorkamer zat Jo Brusselmans roerloos op zijn stoel. Hij had twee verschillende kousen aan, merkte Daeninck. En op zijn hemd zat een koffievlek.

De inspecteur wilde geen fouten maken en legde de identiteitskaart van de verdachte op tafel. Voor alle zekerheid schreef hij de gegevens nog eens over in zijn dossier.

‘Begin verhoor van de heer Jo Brusselmans, veertien uur elf. Vertelt u maar eens in uw eigen woorden wat er precies gebeurd is, meneer Brusselmans.’

Daeninck keek Brusselmans uitnodigend aan, maar die scheen dat niet te merken.

‘Ik zei: vertel maar wat er gebeurd is’, herhaalde Daeninck korzelig. Nu pas keek Brusselmans verdwaasd op. Hij leek uit een andere wereld te komen.

‘Ik zou het echt niet weten, meneer de commissaris. Ik kan me met de beste wil van de wereld niets herinneren.’

De inspecteur klapte met zijn hand op tafel. Enerzijds was hij kwaad omdat Brusselmans niet wilde meewerken, anderzijds streelde dat  commissaris zijn ijdelheid.

‘Goed, als je het zo wilt spelen!’

Brusselmans legde zijn handen op zijn voorhoofd en begon zachtjes te huilen.

‘Ja, laat het allemaal maar eens goed loskomen.’ Daeninck vond van zichzelf dat hij zich erg begrijpend opstelde. Misschien was die cursus over de psychologie van dader en slachtoffer die hij onlangs gevolgd had niet eens zo nutteloos.

Met een brede grijns legde hij zijn hand zachtjes op de schouder van Brusselmans, die geschrokken opsprong als was hij door een wesp gestoken.

Vervangend politiechef Omer Verlinden kwam op het juiste moment binnen. De deus ex machina, zou Daeninck gedacht hebben als hij die uitdrukking gekend had.

Verlinden gaf met een simpele hoofdknik aan verder te gaan met het verhoor.

Daeninck wiste onopvallend het zweet van zijn voorhoofd. Dacht hij tenminste, want de plekken onder zijn oksels verraadden hem. Verlinden deed alsof hij niets gemerkt had en keek Brusselmans strak aan.

Daeninck wist zichzelf geen houding te geven. Hij schikte zijn papieren, snoot zijn neus, schraapte zijn keel. De boord van het hemd rond zijn nek voelde aan als een strop. ‘Eh, de heer Brusselmans wenst bij zijn verklaring te blijven.’

‘Klopt dat, meneer Brusselmans?’

De ogen van Verlinden leken zich in die van de verdachte te boren. Brusselmans schoof ongemakkelijk heen en weer op zijn stoel.

‘Ik kan alleen maar hetzelfde herhalen. Ik heb de hele nacht geslapen en toen ik wakker werd...’

Verdere woorden bleven in zijn keel steken. Verlinden wachtte geduldig tot de man uitgesnikt was en bood hem een papieren zakdoekje aan. Hij schonk hem ook een kop koffie uit de thermoskan in, maar de verdachte liet de kartonnen beker onaangeroerd staan.

‘Dan zullen we het hier voorlopig maar bij laten. Inspecteur Daeninck, dit verhoor is beëindigd.’

***

Op dat ogenblik werden in een Schots ziekenhuis een jongen en een meisje, prille twintigers, binnengebracht. Hij met een zware hersenschudding en een diepe wonde boven een oog, zij met een gebroken neus. Het was allemaal zo vlug gegaan dat ze maar een vage persoonsbeschrijving van de dader konden geven.

‘Hij ging tekeer als een beest’, snikte het meisje. ‘En waarom? We hadden hem niets misdaan.’

Haar vriendje was voorlopig niet tot een verklaring in staat. Hij zou op zijn minst een week in een donkere kamer moeten liggen en het was nog afwachten of hij geen hersenletsel aan de brutale kloppartij zou overhouden.

1.

Rotwereld

Zijn gedachten dwaalden vanzelf af naar zorgeloze tijden toen de wereld nog simpel en voor iedereen bevattelijk was. Toen je nog een glas whisky kon bestellen en gerust kon zijn dat je ook waar voor je geld kreeg, zonder bang te moeten zijn voor toegevoegde kunstmatige smaakjes. Toen er nog geen Japanners op Islay te bespeuren waren. Islay, het zuidelijkste eiland van de Schotse Binnen-Hebriden. Vermaard vanwege zijn zeven en sinds kort acht whiskydistilleerderijen, meteen het belangrijkste product van het eiland.

Verdomde spleetogen, hij had ze altijd gehaat, maar met hun centen meenden ze zich alles te kunnen permitteren. Het leek allemaal zo veraf, alsof het maar een droom was geweest.

Het geroezemoes van de vaste klanten was intussen uitgegroeid tot een ware kakofonie. Crazy Willy had voor het eerst in jaren nog eens een partijtje darts gewonnen en dat moest met grote glazen flets bier gevierd worden.

‘Wenst u nog iets te drinken, meneer?’ herhaalde het dienstertje voor de derde keer, met engelengeduld een betere zaak waardig. Haar keurig geschilderde glimlach kon hem ondanks zijn zorgen even bekoren. Voor dat soort ongecompliceerde, vrolijke meisjes had hij nu eenmaal een zwak. En hadden we niet allemaal recht op onschuldige fantasietjes?

‘Nog eens hetzelfde’, knorde hij en hij knikte naar zijn glas. Toch ietwat milder, want ze straalde een vanzelfsprekende dorpse schoonheid uit.

‘Dus nog een Glenrothes’, knikte ze terug.

Lange tijd zat hij maar wat voor zich uit te staren en met de dure zegelring aan zijn pink te spelen. Zijn harde gelaatstrekken ontspanden zich toen de dienster hem een nieuw

You've reached the end of this preview. Sign up to read more!
Page 1 of 1

Reviews

What people think about Zwaar Bloed

0
0 ratings / 0 Reviews
What did you think?
Rating: 0 out of 5 stars

Reader reviews