Enjoy this title right now, plus millions more, with a free trial

Only $9.99/month after trial. Cancel anytime.

Scherven

Scherven

Read preview

Scherven

ratings:
5/5 (1 rating)
Length:
224 pages
2 hours
Released:
Mar 31, 2016
ISBN:
9781524250539
Format:
Book

Description

Matte is zestien wanneer hij een traumatische ervaring opdoet. Hij valt in een zwart gat en is nauwelijks nog geïnteresseerd om verder te gaan.

Sarah moet verhuizen en is nieuw in het dorp. Ook haar privéleven krijgt een harde klap, waardoor haar vertrouwen in mensen een deuk krijgt.

Via Charlotte, Mattes tweelingzus, kruist het pad van deze twee jongeren elkaar en ontdekken ze dat ze elkaar wel leuk vinden. Met vallen en opstaan groeien ze naar elkaar toe en doen ze een poging om de scherven in hun leven opnieuw te lijmen.


Kristof Desmet (°1971) werd in Roeselare geboren, maar woont sinds 2004 in Lauwe. Hij is leraar Nederlands in Ieper. Al jaren werkt hij mee aan leermethodes Nederlands bij uitgeverij Van In. Scherven is zijn eerste fictieboek.

Released:
Mar 31, 2016
ISBN:
9781524250539
Format:
Book

About the author

Kristof Desmet (°1971) werd in Roeselare geboren, maar woont sinds 2004 in Lauwe. Hij is leraar Nederlands in Ieper. Al jaren werkt hij mee aan leermethodes Nederlands bij uitgeverij Van In. Scherven is zijn eerste fictieboek.


Book Preview

Scherven - Kristof Desmet

Publisher

www.loesje.nl

MATTE

‘Nooit meer!’

De hele weg naar huis had Matte geen woord gezegd. Ook Charlotte en zijn ouders respecteerden de loodzware stilte in de auto.

‘Nooit speel ik nog!’ zei hij nogmaals, terwijl hij zijn zwarte jas uittrok en achteloos over de eerste de beste stoel gooide.

Veertien dagen geleden had hij zijn zwarte pak voor een ander piano-optreden aangetrokken. Op het leerlingenconcert van de Stedelijke Academie klommen de leerlingen met de beste resultaten een na een op het podium om een examenstuk opnieuw te spelen. Deze keer niet voor een jury, maar gewoon voor al wie van hun kunnen wou genieten. Zijn ouders glommen van trots, zus Charlotte applaudisseerde alsof haar leven ervan af hing en Eline gooide een kushandje. Dat had hij achteraf gretig verzilverd.

Een grootste onderscheiding viel niet elk jaar uit de lucht, en al helemaal niet voor piano. Met een stralende glimlach nam hij zijn getuigschrift in ontvangst. Samen met felicitaties van een vijfkoppige jury. Het resultaat van jarenlang zwoegen. Nog even en het conservatorium zou hem met open armen ontvangen...

Op dat moment had hij nooit kunnen vermoeden dat hij zo snel opnieuw voor een grote groep mensen zou spelen, maar dan onder totaal andere omstandigheden.

*

Achter de glimmende, zwarte vleugelpiano voelde Matte zich compleet. Het was zijn tweede ik. Sinds zijn kleuterjaren fantaseerde hij al over een muziekcarrière. Dikwijls droomde hij zichzelf op het podium, als gevierd solist, waar hij schitterde met een sublieme vertolking van een of ander adembenemend concerto. Achteraf kwam iedereen woorden te kort om zijn virtuositeit te beschrijven, of de briljante manier waarop hij het meesterwerk uit zijn vingers had getoverd. 

Spelen was vaak de eerste én de laatste activiteit van de dag. Meer dan eens hees hij zich van ’s morgens vroeg al op de zachte, bordeauxkleurige pianobank, soms zelfs in pyjama en op blote voeten, om een portie vrolijke of andere klanken door het nog slaperige huis te jagen. Gelukkig voor zijn huisgenoten kon de muziekkamer met twee schuifdeuren makkelijk worden afgesloten, en lagen de slaapkamers toch wel op enige afstand, want zijn muziek had niet altijd een hoge aaibaarheidsfactor.

*

‘Nooit meer!’ herhaalde hij bits.

Nog voor er iemand kon reageren, bonkte hij de trap op naar zijn kamer, draaide de deur op slot, en gooide zich op de grond. Zijn hart sloeg als een bezetene. Koud zweet gutste uit al zijn poriën en hij kreunde alsof hij voortdurend door een onzichtbare vijand in zijn maag werd geslagen. Tranen welden op en hij voelde zich misselijk worden. 

Terwijl hij boven zijn wastafel kokhalsde, werd er zachtjes op de deur geklopt.

‘Matte!’

Zijn moeder.

‘Jongen, doe eens open...’

Haar stem sloeg over.

‘Laat hem maar even,’ hoorde hij zijn vader op gedempte toon.

Laat me, dacht hij terwijl hij wat slijm uitspuwde. Laat me. Alsjeblieft!

Een paar tellen later gingen ze weer de trap af. Zijn moeder snikte.

Hij voelde zich als een zielig vogeltje dat uit het nest was gevallen en met kapotte vleugels lag te wachten op de genade van de natuur.

In zijn hoofd renden de gedachten alle kanten op.

Niet moeilijk, dacht hij, na al die slapeloze nachten.

Misschien moest hij toch maar de tabletten van zijn vader innemen? Tot nu toe had hij dit geweigerd. Meer zelfs, hij had het doosje tegen de muur van zijn slaapkamer gekeild.

‘Ik laat me niet drogeren!’ had hij geroepen toen zijn vader hem het doosje toestopte.

‘Vertrouw je me niet?’

Duh! Natuurlijk vertrouwde hij zijn vader. Als gerespecteerd huisarts zou hij geen enkele patiënt een gemakkelijkheidsoplossing of een of andere drug voorstellen, en toch zeker niet zijn eigen zoon.

*

Hij ging rechtop zitten. 

Eerst moet dit uit, dacht hij. Onhandig trok hij zijn veters los en schopte hij zijn zwarte lakschoenen onder zijn bed. Broek en hemd gooide hij op een hoopje en daarna diepte hij een T-shirt en een bermuda op uit de kast.

Zijn armen en benen voelden loodzwaar terwijl hij wat gemakkelijker kledij aantrok, en zijn kop stond op springen. Hij gooide zich opnieuw op zijn bed en probeerde tevergeefs de spoken in zijn hoofd het zwijgen op te leggen. 

‘Matte, wil je iets eten?’

Opnieuw zijn moeder.

Hij hield even op met ademen, maar vond de kracht niet om een antwoord te geven.

‘Ik zet iets voor de deur, oké? Je ziet maar.’

Hij hoorde het gerinkel van een bordje dat ze op de tegelvloer zette.

Hoe kan ik nu iets door mijn keel krijgen? dacht hij. De maagpijn werd nog groter dan daarstraks.

Een halfuur later hoorde hij iemand alles weer wegnemen.

*

De hele verdere zomer verliep in mineur. Hij was blij dat zijn ouders dit jaar geen vakantie hadden geboekt. Wegens een paar grondige ingrepen aan de praktijkruimte, had zijn vader besloten dat de werken in deze kalme periode absolute voorrang moesten krijgen én dat het budget al voldoende was aangetast om nog een traditionele vakantie te voorzien.

Hij voelde zich lusteloos, meed zoveel mogelijk mensen en lummelde gewoon de dagen vol. Het grootste deel van de tijd zat hij op zijn kamer te niksen. Pogingen om zijn gedachten te verzetten mislukten grandioos, en ook het internet interesseerde hem geen lor. Hij kon zich niet meer herinneren wanneer hij het laatst op zijn Facebookpagina had ingelogd, en zag er tegenop de ongetwijfeld ellenlange stroom van berichtjes te lezen. Gelukkig had zijn zus het ontzettend druk met haar vriendinnen en met de voorbereidingen van het chirokamp, en hadden zijn ouders hun handen vol met de verbouwingen. Het was trouwens duidelijk dat zijn huisgenoten met elkaar hadden afgesproken hem zo veel mogelijk met rust te laten.

De pillen van zijn vader had hij na lang aandringen toch maar geslikt, maar hij had niet bepaald het gevoel dat ze veel verschil maakten.

Af en toe betrapte hij zijn moeder erop dat ze hem met een bezorgde blik aankeek en zich moest beheersen er niet over te beginnen. Dan keek ze telkens snel weg en zocht zich krampachtig een houding.

De piano had hij niet meer aangeraakt.

‘Nooit meer,’ had hij gezegd.

*

Naar het einde van de vakantie toe was er een kentering opgetreden.

Op een muffe zondag, terwijl zijn ouders naar even muffe familieleden waren en Charlotte naar de jeugdbeweging, sloop hij in alle stilte naar de muziekkamer. De lokroep van de sirene was te sterk om haar lied te blijven mijden.

Heel eventjes streelden zijn vingers de toetsen, alsof ze opnieuw moesten ontdekken waarvoor die dienden. De klanken sneden de gewijde stilte in reepjes. En alsof alle opgekropte emotie nu een uitweg zocht, begon hij uit alle macht op de toetsen te slaan. Het was een wonder dat er geen snaren knapten. De tranen stroomden over zijn wangen. Hij deed niet de minste moeite om zijn gesnik te beheersen.

Uiteindelijk was het slaan overgegaan in keiharde, levenloze studies en mistroostige toonladders die op en af beukten.

Zo troffen zijn huisgenoten hem die avond aan. Wellicht verbaasden ze zich erover opnieuw wat leven in huis te horen. Maar de schuifdeuren die de muziekkamer van de rest van het huis scheidden, waren zorgvuldig dicht. Hét teken dat hij alleen wilde zijn. En iedereen respecteerde dit.

*

Dagenlang beukte hij enkele uren op zijn instrument in. Met wazige ogen staarde hij naar tien lange vingers die als vogelspinnen in een razend tempo de zwart-witte toetsen op en af liepen.

Zijn gedachten waren elders. Zijn handen stonden op automatische piloot en wisten perfect wat ze moesten doen. Gedressseerde aapjes in een troosteloos circus. Eindeloos.

Ergens voelde het goed.

Zwarte toetsen – Witte toetsen

Vingers in een knoop

Witte toetsen – Zwarte toetsen

Vingers op de loop

Het versje dat hij ooit op zijn onderlegger had gedroedeld, spookte door zijn kop.

Op de loop? Waarvoor dan wel?

Niet denken, Matte, dacht hij bijna hardop. Een noot haperde. Een vingerzetting klopte niet. Verderspelen! Vooral verderspelen! Niet denken. Alstublieft. NIET DENKEN. Tenzij aan de vierde vinger. De vierde vinger moest altijd kloppen. Zowel links als rechts. Als de vierde vinger klopte, kwam alles goed.

Dan kwam alles weer goed.

*

Op een dag was hij middenin een toonladder plotseling opgehouden. Heel even hing er niets dan gedragen stilte in de lucht.

Het huis hield de adem in.

En toen begonnen heel zacht en bezwerend de zware, diepe bassen van Beethovens 14de pianosonate het huis te vullen. Alsof ze alle ellende van de afgelopen week op hun rug torsten, schreden de trage klanken door het herenhuis.

Op de schoorsteenmantel vlak naast de piano prijkte een wit plaasteren borstbeeld van Beethoven, zijn idool. Dat had hij twee jaar geleden gevonden op een van de hoogste rekken van een muziekhandel in Utrecht, toen ze daar met het gezin op doortocht waren naar Friesland. Hij had zijn vader de oren van het hoofd gezeurd om het logge ding te kopen en het was hem nog gelukt ook. De hele vakantie had de kop ferm in de weg gestaan, gezeten of gelegen. Met strenge blik en verwarde haren keek de koude blik van de componist de jongen aan, als een hardvochtige leraar die zijn pupil nauwletttend in de gaten hield.

*

In zijn ooghoeken bewoog iets. De leeslamp in de ruimte naast de muziekkamer projecteerde het silhouet van zijn zus als een oosters schimmenspel op de matte glazen van de schuifdeuren.

‘Ik zie je wel!’

Zijn stem klonk monotoon. In normale omstandigheden slaagde hij er niet in om te praten én te spelen, maar deze keer had hij er niet de minste moeite mee. De muziek ging onafgebroken verder. Slepend en een beetje loom speelde zijn rechterhand het overbekende, klagende motiefje. Even expressief en indrukwekkend als toen.

Geruisloos probeerde Charlotte de deuren open te schuiven. Het lukte haar niet echt, maar Matte speelde onbewogen verder. Zonder partituur.

*

Het laatste akkoord van de Mondscheinsonate rolde uit zijn vingers. Zacht... zachter... Zijn handen zweefden nog even boven het klavier, alsof ze geen afscheid konden nemen van de beklijvende muziek die zojuist uit hen was gevloeid.

Net als toen...

Ook toen hadden alle aanwezigen de adem ingehouden.

Iedereen had er zich over verbaasd dat deze 17-jarige knul dit statige werk kon brengen. Vooral onder zulke omstandigheden.

‘Mooi,’ brak Charlotte de stilte.

Hij ontspande, legde zijn handen op zijn dijen.

Om zich een houding te geven diepte hij zijn zakdoek uit zijn broek op en snoot luidruchtig zijn neus.

‘Hoe lang nog?’ vroeg ze. ‘Ik mis je.’

‘Wil je erover praten?’

Toen er niet meteen een antwoord kwam, ging ze in kleermakerszit in de fauteuil naast de piano zitten. Hij vond het niet aangenaam om zo bekeken te worden. Ze keek dwars door hem heen, dat wist hij. Daarom waren ze ook tweelingen. Het was altijd zo geweest en nu was het niet anders.

Zijn vingers streelden de toetsen van de Yamaha en veegden onzichtbare stofdeeltjes weg.

Ze stond op en ging achter hem staan. Hij voelde haar handen zachtjes op zijn schouders. Heel even kreeg hij de neiging haar los te schudden, maar tot zijn eigen verbazing bleef hij gewoon zitten. Mak, met zijn kop naar beneden.

‘Ben je al ingeschreven voor de muziekschool?’

Hij schudde zijn hoofd.

‘Je moet lossen!’

Hij hief zijn hoofd op en keek haar uitdagend aan.

Was er dan niemand die dit snapte?

‘En als ik nu niet wìl lossen?’

Ze knipperde met haar ogen. Het had harder geklonken dan hij wilde.

Hij sloot zijn ogen en voelde ze warm worden. Twee seconden later sloeg hij het deksel van de piano met een enorme klap dicht en spurtte met twee traptreden tegelijk naar boven.

*

een sterrenloze nacht

mijn labyrint vol stemmen

ze fluisteren

- m o n o t o o n -

houden niet op

banen zich

een weg

doorheen

mijn kop

Bruusk schrok hij wakker. Instinctief zocht zijn blik de radiowekker. 6:11 u. Toch een uur of drie gemaft, dacht hij. Zo dadelijk zou zijn wekker aanslaan. Meestal zocht hij dan op de tast de uitknop, draaide zich op zijn andere zij en soesde nog tien minuten verder. Het gevoel nog even te mogen wegglijden in een half-wakker-half-slapen had hij altijd zalig gevonden. Soms zette hij zelfs zijn wekker een halfuur vroeger, om tot driemaal toe de snooze-functie te kunnen inschakelen en telkens opnieuw die opperste gelukzaligheid te beleven.

Vandaag niet.

Zijn hoofd voelde zwaar aan. Met tegenzin gooide hij zijn donsdeken naar het voeteneinde. Dit was de eerste stap.

Een kleine minuut later ging hij rechtop zitten en probeerde hij zijn ogen aan het licht van de leeslamp te laten wennen, wat nauwelijks lukte. Dit was de tweede stap.

Welke muziek hoorde hierbij? Heel even dacht hij aan Clair de Lune van Debussy, één van Elines favorieten. Of nee... toch maar niet. Te idyllisch. Op dit moment paste meer iets grilligs, iets atonaals, en in elk geval iets heel traags.

Nog een minuut later ging hij op de rand van zijn bed zitten. Dit was de derde stap. De koude tegels onder zijn blote voeten deden hem huiveren. In het slechtste geval liet hij zich nu gewoon weer achterover vallen, maar vandaag niet.

Met kleine oogjes trok hij naar de badkamer. Dit was de vierde en laatste stap. Gelukkig was Charlotte al beneden, zodat hij op haar alvast niet meer hoefde te wachten.

Hij stapte uit zijn pyjama en draaide de douchekraan open. Met zijn voet voelde hij even of het water de goede temperatuur had. Terwijl hij onder de verkwikkende douchestraal ging staan, en het lauwe water over zijn warme lijf gutste, probeerde hij alle wrange gedachten uit zijn kop te spoelen. Hij probeerde zich voor te stellen dat al het zwarte erfgoed van de laatste weken door het gaatje van de afvoer naar de riolering verdween.

Tevergeefs. Hij werd alleen een beetje meer wakker.

Ook al iets, dacht hij, na zo’n korte nacht.

*

Hoewel hij de laatste week al een beetje minder depri uit de hoek kwam, was hij vooral 's ochtends nog lang niet de oude. 

Zijn vader las de krant, zijn moeder smeerde overdreven lang haar boterham vol

You've reached the end of this preview. Sign up to read more!
Page 1 of 1

Reviews

What people think about Scherven

5.0
1 ratings / 1 Reviews
What did you think?
Rating: 0 out of 5 stars

Reader reviews

  • (5/5)
    Een boek over echte (jonge) mensen

    “Scherven” is een zeer gelaagd, literair bijzonder sterk boek, heel volwassen van aanpak, trefzeker geschreven, alsof hier een auteur aan het woord is die al een heel oeuvre op zijn naam heeft staan - en toch is dit een debuut. Het verhaal wordt verteld op het niveau en in de leefwereld van de doelgroep (young adult), met oor voor specifiek taalgebruik maar zonder hierin te overdrijven, met geloofwaardige personages van vlees en bloed, subtiel en met erg veel subtekst en zin voor suspense – en humor, ironie, soms wat sarcasme. Mooie oneliners: “vergeetachtig als een eendagsvlieg met Alzheimer” – “Ik geloof in een leven vóór de dood.” Goeie vondsten zoals de poëtische tussentekstjes, of de manier waarop Matte zich voorstelt – in een brief, op vraag van een leerkracht. Het lijstje schoolirritaties is niet alleen zeer herkenbaar, het is ook erg grappig).

    Maar bovenal: Matte, Sarah en Charlotte komen echt tot leven – de lezer kan met ze meeleven, wordt nieuwsgierig gemaakt naar wat ze voelen en denken.