De Reformatie

Reformatie (vs. Renaissance) Wat is de overeenkomst tussen de Renaissance en de Reformatie?  Beide wilden terug naar een ideaal-verleden. Wat wilde de Reformatie dan?  Terug naar de vroeg-christelijke kerk. De Bijbel is dan de enige, belangrijkste informatiebron. Wat zijn de bronnen van de Roomse Kerk?  De Bijbel en de traditie. Deze zijn gelijk aan elkaar! Hoe is de traditie ontstaan?  Uit concilies en andere vergadering, van daaruit is de traditie gegroeid. Waarom heeft de RKK deze tradities?  Om de Schrift uit te leggen. Als de Reformatie deze traditie niet heeft, hoe leggen ze dan de schrift uit?  Schrift legt schrift uit, er zijn verschillende interpretaties. Humanisme Wat is humanisme? (1) Een levensovertuiging/levensbeschouwing of (2) Een taalwetenschapper van de Latijnse taal. Wat is het verband tussen Reformatie en Humanisme?: 1. (Verband) Ze leggen de nadruk op de studie van de klassieke talen (Grieks, Latijn). 2. (Overeenkomst) Het Humanisme bekritiseerde, net als de Reformatie, de leefwijze van mensen uit de RKK (vooral de geestelijken)  Ze pleidooiden voor levensheiliging. Erasmus was hier één van. Uiteindelijk brak de Reformatie met de RKK, maar Erasmus deed dit niet. Waarom?: 1. Erasmus wilde de kerk van binnenuit hervormen, dus niet uittreden. 2. Hij is een christenhumanist  Hij zocht de vrede en meed de conflicten. Ook is het humanistische mensbeeld veel positiever dan de protestantse. Waarom is Luther wel met de RKK gebroken?: 1. Luther is niet net zoals Erasmus voor de keus gesteld, maar in de kerkelijke ban gedaan. 2. Luther had het inzicht ‘’de Rechtvaardige zal door het geloof leven’’ wat voor de RKK de druppel was. Contra-Reformatie Wat is de Contra-Reformatie?  Het woord komt bij protestanten vandaan en is gegeven aan katholieken van wie men dacht dat ze de verloren gelovigen terug wilden halen. Onder de katholieken was dit de ‘’Katholieke Reformatie’’. Wat hield de Contra-Reformatie precies in?  De Katholieken zagen wel alle misstanden, maar ze wilden de kerk van binnen zuiveren dus niet hervormen! Dit werd alles besloten in het Concilie van Trent (1545-1563). Wat werd er precies besloten te Trent?: 1. Er zou een sterke hervorming op de leefwijze van de geestelijken zijn (vooral op de seculiere geestelijken zoals de pastoor gericht, maar ook op reguliere geestelijken zoals kloosterlingen). 2. De stellingen v/d Reformatie werden veroordeeld en vervloekt.  Hier is de zuivering dus naar buiten toe gericht! Wie was de bijzondere Katholieke paus en waarom?  Paus Adrianus VI (Nederlander). Hij vond dat de kerk erg ver van huis was en was niet tegen hervormingen en toegeven van schuld. Helaas overleed hij. Jezuieten Wie was Ignatius van Loyola?  Een spanjaard, oprichter van de Jezuietenorde die in 1534 werd opgericht. Wie waren de Jezuieten (monogram: IHS = Jezus – mens – redder) en wat waren hun voornaamste taken?:  De Jezuieten waren een beweging die direct onder de paus stond. Ze waren zeer trouw aan de kerk en functioneerden als figuurlijke ‘’bezem’’ van de kerk. Ze waren kuis, deden aan

meditatie, zonderden zich af en waren gehoorzaam. Ze hadden dus een soort van monnikenleven.  Ze geloofden in de Almacht v/d opvoeding. ‘’Geef mij een kind van 7 jaar en het zal voor altoos de mijne zijn’’. Hun voornaamste taken waren: 1. Zendelingenwerk  Jezuieten gingen veel naar de kolonieën toe, ze waren erg bedreven in de situatie-ethiek (heidense gebruiken veranderen in christelijke gebruiken etc. zoals Paulus deed bij de Onbekende God). 2. Ze traden ook vaak op als biechtvaders, vooral aan de vorstelijke hofhoudingen. Gevolg is dat ze ontzettend goed geïnformeerd waren over de politiek van die vorst, wat ze veel invloed gaf!

Nederland in de 16e en 17e eeuw
Situatie: De Nederlanden bestonden uit 17 gewesten. Een deel van die gewesten, vooral het noorden, werd ingewonnen voor de Reformatie maar vooral de zuidelijke bleven Katholiek. Onze vorsten: Karel V en daarna Philips II. Deze vorsten stonden niet positief tegenover de godsdienstverdeeldheid. Hoe staat een vorst tegenover godsdienstverdeeldheid?  Niet positief, je moet letten op 2 dingen: 1. Hoeveel geeft de vorst om zijn eigen religie?  Philips II was vroom 2. Hoe denkt de vorst staatkundig over 2 geloven?  Iedere vorst was van mening dat 2 geloven een rijk verzwakken en vernietigen. Wat gebeurde er zo halverwege de 16e eeuw op politiek gebied?  Er kwam meer protest vanuit de Nederlandse adel tegen de centralisatiepolitiek van Karel V en Philips II. Bestuursstructuur Philips II had Margaretha van Parma aangesteld als onze landvoogdes (hij bleef zelf in Spanje). Zij verbleef in Brussel en verdeelde onderling de macht. In elk gewest werd een stedehouder/stadhouder aangesteld. Doordat hij het gezag v/d landvoogdes vertegenwoordigt, volgt daaruit dat hij dus ook het beleid van de landvoogdes uit moest voeren. Willem van Oranje, graaf van Egmond en graaf van Hoorne deden dit niet!

Willem van Oranje Hij is luthers opgevoed op slot Dillenburg en erfde een landgoed genaamd Orange in Frankrijk. Karel V aanvaardde dat hij de erfenis kreeg maar Willem moest wel een staatskundige opleiding in Brussel krijgen. Dit was een humanistische, Rooms-Katholieke opvoeding. Willem van Oranje had moderne ideeën zoals vrijheid van godsdienst. Waarom zou Willem nooit ketters vervolgen?  (1) Hij was Luthers opgevoed en (2) hij was ook humanistisch geschoold. De Opstand Willem van Oranje was niet de enige die het beleid van centralisatie afschuwelijk vond. Gevolg was dat er een bundeling van verzet kwam tegen de vorst. Niet iedereen deed mee, hoewel toch elke stadhouder tegen de politiek van de vorst was, hoe kwam dit?  Iedere vorst was tegen centralisatie, maar als Katholiek vorst stond je voor de vraag of je nu wel of niet tegen de hoeder van de kerk (Philips II) moest opstaan. Het verzet vanaf 1560 (in fases) 1. Vanaf 1560 vormen protestanten in het geheim huisgemeenten. 2. Er ontstond een wens om met grotere groepen hagepreken te gaan houden (een haag is omheining. Een hagepreek werd buiten de stad gehouden en was dus illegaal!).

3. In 1566 begon de beeldenstorm die de druppel was die de emmer van Philip’s geduld deed overlopen. Waarom de beeldenstorm? 1. De kerken moesten gezuiverd worden met de bedoeling de kerk in bezit te nemen. 2. De invloed van predikanten zoals Hermanus Moded zette aan tot de beeldenstorm  ‘’Men moet de idolaterie niet alleen uit het hart maar ook uit het oog doen’’ 3. De Marxistische verklaring (KLOPT NIET!): 1566 was een hongerjaar dus ging men plunderen bij de rijken  Men zag er op toe dat er niks meegenomen werd, dus klopt niet. De beeldenstorm kwam niet ineens tot een hoogtepunt maar als golfbeweging. In 1566 verwijderde Philips II zijn landvoogdes (Margaretha) omdat zij weinig kon doen doordat ze geen troepen had en dus afhankelijk was van de opstandige stadhouders, en stuurde in 1567 Alva met 25.000 soldaten. We dachten dat we met Margaretha wel overeen zouden komen maar dit lukte niet. Willem v. Oranje leeft nog, Egmond en Hoorne zijn dood omdat zij het beleid van de landvoogd tegenhielden. Tachtigjarige Oorlog (in fases): 1568 1. Legers van Alva en Willem v. Oranje tegenover elkaar. Alva ontliep de strijd, wilde Willem simpelweg van zijn centen af helpen. Dit veranderde in 1572 toen er 2 belangrijke gebeurtenissen waren. De eerste was de Bloedbruiloft in Frankrijk, wat niet positief was en de tweede de val van den Briel wat zeer positief was omdat daardoor ook andere steden kozen voor de prins (Dordt, Gorinchem etc.) Toen begon er een hele nieuwe fase. 2. Alva gaat nu de steden belegeren, wat niet altijd lukte. Denk bijvoorbeeld aan de belegering van Leiden. Maar in kleinere steden, zoals Naarden lukte het wel en die steden kwamen er dan ook niet goed vanaf... Willem kreeg weinig tot geen hulp van buitenaf. Frankrijk kon niet helpen, daar waren de Hugenoten uitgemoord, Engeland wilde niet helpen omdat Queen Elizabeth allereerst een aversie van opstandelingen had en ten tweede geen oorlog met Spanje wilde en Duitsland wilde ook niet helpen omdat de Duitse keurvorsten Luthers waren (Lutheranen zijn tegen opstanden tegenover het gezag). Calvijn daarentegen vond dat je wel mocht opstaan tegen je koning. In eerste instantie mocht dat niet, maar naarmate Calvijn ouder werd ging hij daar anders over denken en op het laatst kwam hij uit op het punt dat hij zei dat iedere private persoon zo’n opstand kon leiden 3. Willem wil proberen om, ondanks zijn moeilijke positie, de 17 gewesten samen te laten werken. Hierbij werd hij ontzaglijk geholpen door ‘’de Spaanse Furie’’ in 1576. Spaanse soldaten hielden toen huis in Antwerpen, omdat ze hun soldij niet hadden gekregen. Meer dan 3000 mensen kwamen om. Nu kon iedereen zien wat voor een plaag die Spaanse soldaten waren en Willem kreeg de kans de gewesten voor zich te winnen via de Pacificatie van Gent. Pacificatie van Gent Wat stond er in die pacificatie? 1. Alle spaanse troepen moesten weg  Hier kon Philips II niet aan voldoen, die troepen waren er om de wil van de vorst te handhaven! 2. Niemand mag om zijn geloof worden vervolgd  Philips II kon ‘’ketters’’ niet laten gaan! Philips II zou dus NOOIT instemmen met zo’n verdrag! Hoe viel de pacificatie uit elkaar?  In Gent had je burgemeester Hambyze en predikant Petrus Datheen, die beide de katholieke bijeenkomsten wilden verbieden. Zij deden daar nog een schepje bovenop en zetten de katholieke leiders gevangen. De zuidelijke gewesten vonden dit (begrijpelijk) verwerpelijk en zo viel de pacificatie uit elkaar. De zuidelijke gewesten (Brabant, Limburg en Vlaanderen) gingen onder de Unie van Atrecht terug naar Spanje en de Noordelijke Gewesten gingen onder de Unie van Utrecht verder.

De pacificatie viel in 1578 uit elkaar en de beide unies kwamen in 1579 tot stand. Unie van Utrecht (1579) Was in de eerste plaats een militair samenwerkingsverband van de 7 gewesten. Wat waren de 4 basale punten van de Unie?: 1. De Staten-Generaal gaven de zuidelijke gewesten geen status (ze stonden onder bestuur van Maurits. 2. De gewesten namen een gemeenschappelijke belasting aan voor alle gewesten. 3. In Holland en Zeeland mocht men zelf de godsdienstkwestie oplossen. Maar in ieder geval was er vrijheid van geweten, wat inhield dat je niet om je geloof vervolgd werd. 4. Als een gewest wilde aftreden moest dat met éénparigheid van stemmen gaan, en ook als iemand wilde aantreden (erbij komen) ging dat zo. Plakkaat van Verlatingen (1581) Opgesteld door de Noordelijke Gewesten (7 verenigde Nederlanden). Beroept zich op de natuur, de schepping van God en noemt daarna de taken van de koning. Het komt op het volgende neer: 1. Een goed vorst is een herder voor zijn schapen  Philips II moest het volk weiden en zich niet als een wolf gedragen. 2. Een vorst is als een vader voor zijn kinderen  En mishandelt ze dus niet zoals een tiran (Philips II)! Willem van Oranje stelde naast dit Plakkaat v/d Staten-Generaal nog een werk op ‘’Apologie’’ wat hierop neerkwam: ‘’De onderdanen zijn niet van God geschapen voor de prinsen maar de prinsen voor de onderdanen!’’ De dood van Willem v. Oranje Willem werd in 1580 in de wereldlijke ban gedaan door Philips II. Dit hield in dat hij vogelvrij was en iedereen hem mocht neerschieten. Er werd een grote prijs op zijn hoofd gezet. In 1584 is Willem vermoord door Balthasar Gerards. De jaren ‘80 Onze republiek zat sinds 1581 zonder vorst en we zochten naar een vervanger. Al eerste vroegen we Willem van Oranje, die dit niet aanvaardde om 2 redenen: 1. Als ik dit doe zullen mijn tegenstanders zeggen dat ik de opstand uit eigenbelang ben begonnen (om Philips’ plek in te nemen). 2. We kunnen beter iemand uit het buitenland kiezen die een troepenmacht heeft zodat we gelijk hulp hebben. We vroegen Frankrijk als eerst, waarom niet Duitsland?  Lutheraanse keurvorsten waren tegen opstandelingen. De franse hertog van Anjou wilde wel, alleen het bleek al snel dat hij niet geschikt was, om 2 redenen: (1) Hij had weinig militair succes en (2) eigende zich veel macht toe (wat we uiteraard niet wilden, we wilden de Staten-Generaal). Hij verliet Nederland in 1583. En waarom wilde Engeland niet toen we dat vroegen?  (1) Ze zouden in oorlog met Spanje komen en (2) ze wilden geen volk met opstandige neigingen. Wel stuurde Elizabeth graaf Leicester met een klein leger. Het verging hem slecht omdat hij, behalve dat hij centralistisch beleid voerde, ook nog eens grondgebied kwijtraakte. In ’87 vertrok hij weer. In 1588 was de Staten-Generaal het zat met die vorsten en we riepen ons officieel uit tot een republiek. We waren een ARISTOCRATISCHE republiek. De geestelijkheid (de kerk) had geen enkele inbreng. In het landgebied was de adel machtig, in het zeegebied de gegoede burgerij (patriciërs) en in Groningen de rijke boeren. Ook kwam in 1588 de Armada: De grootste (spaanse) vloot ter wereld ooit met de grootste schepen ter wereld. Philips II liet deze bouwen met geld uit Amerikaanse mijnen met de bedoeling om Engeland en tegelijkertijd Nederland uit te schakelen. Helaas voor hem hadden zijn smeekgebedjes

geen succes, de vloot moest, doordat de Schelde door de Nederlanders dichtgegooid was, uitwijken via het Kanaal en sloeg door een storm te pletter op de Schotse klippen. Prins en veldheer Mourits Hij was de bekendste generaal van zijn tijd omdat hij gebruik maakte van moderne middelen, goede tactieken en goede geleerden. Zo had hij een verrekijker (modern middel) in gebruik en had hij de geleerden Stevin (kon kogelbanen uitreken) en Leeghwater (kon gebieden droogleggen). Wat maakte hem dus zo succesvol?:  (1) moderne middelen (2) wetenschappers gebruiken (3) geregeld vuur hebben (Men schoot, schoof achteraan en herlaadde intussen zodat er veel schoten te lossen waren) (4) hij liet zijn troepen exerceren/marcheren (snelheid van zijn troepen ging omhoog en er kwam een betere orde en discipline) (5) hij bestudeerde krijgsgeschiedenis en gebruikte Romeinse tactieken en (6) Hij liet soldaten graven (loopgraven om in te schuilen en om muren te ondermijnen). Het bestuur van de Republiek en gewesten In de staten-Generaal domineerde het gewest Holland, waarom?: 1. Holland had een sterke financiele positie gekregen en we betaalden daarom 58 % v/d belasting, dus oefenden we ook veel macht uit. 2. In de Staten-Generaal speelt de landsadvocaat een belangrijke rol. Deze persoon is altijd de raadsfunctionaris van Holland. De precieze inhoud v/d functie landsadvocaat 1. Buitenlandse gezanten ontvangen en hun wensen verhoren, die vervolgens over te brengen aan de Staten-Generaal  Deze man is dus politiek zeer goed geïnformeerd! 2. Het voorzitterschap v/d St.Gen. rouleerde voortdurend. De landsadvocaat bepaalde samen met de voorzitter de agenda. Omdat Holland door de landsadvocaat altijd de agenda grotendeels bepaalde, stonden er vaak voor Holland belangrijke punten op. 3. Na een discussie in de St.Gen. formuleerde de landsadvocaat een voorstel van resolutie (soort wetsvoorstel) waar vervolgens over gestemd werd  Hij kon aan dat wetsvoorstel dus deels een eigen inbreng geven, in het voordeel van Holland. Duidelijk is dus dat Holland in de St.Gen. domineerde. Ieder gewest had, ondanks dat ze verenigd waren, toch een vrij groot zelfstandigheidsgevoel. Zo had ieder gewest een eigen maat, eigen munt, eigen rechtspraak etc. Dit was omdat men simpelweg niet van centralisatie hield  particularisme heet dit. We waren in de eerste plaats een statenbond, dus de staat (gewest) is belangrijker dan de bond! Hoe zag een vergadering van de Staten-Generaal eruit?:  De afgevaardigden komen naar de Binnenhof met in hun tassen een lastbrief die was opgesteld door de Staten van een gewest (de agenda was van te voren bekend  de afgevaardigde was dus niet meer dan een spreekbuis van een gewest.  Als er over iets geen eenstemmigheid was (dat is dus waarschijnlijk best vaak, omdat er meer dan een absolute meerderheid nodig was) gingen de afgevaardigden ruggespraak/overleg houden met hun Staten en kregen ze evt. een nieuwe lastbrief mee (de ruggespraak was voor de zekerheid van hun eigen inbreng, particularisme dus). De bevoegdheden v/d Staten-Generaal: (1) Men ging over de buitenlandse politiek, dit mochten de gewesten niet alleen doen. (2) De St.gen. moest zorgen dat er een Unieleger was waar belasting voor betaald werd. (3) Ze zagen erop toe dat niemand om zijn geloof vervolgd werd. (4) Ze bestuurden rechtstreeks Brabant, Limburg en Vlaanderen.

De politieke strijd begin 17e eeuw tussen Mourits & Oldenbarneveldt. 1585-1587 probeerde Leicester de macht naar zich toe te trekken en de S-G buitenspel te zetten --> centralisatiepolitiek. Leicester verbood de handel met Spanje. 2 officieren pleegden verraad, ze liepen over naar de vijand. de calvinisten waren wel blij met hem, ze waren als enigen enthousiast over hem (Calvinistisch ingesteld). Johan van Oldenbarneveldt was een groot staatsman, voerde een buitenlandse politiek uit. Hij verenigde o.a. de tientallen rederijen onder de VOC (Verenigde Oost Indische Compagnie). De VOC kreeg soevereine rechten. De conflicten tussen Maurits en Johan 1600: Deze kwestie draait om Duinkerken. Hier zitten kapers, Spanje heeft hier de controle over. Wij hebben hier veel last van, we willen het ‘even oplossen’. Oldenbarneveldt wil dit doen hij geeft Maurits de opdracht om het kapersnest op te ruimen. Maurits schrikt enorm, omdat dit 200 km in vijandelijk gebied ligt. Je zit dan in het hol van de leeuw. Wie verzint zoiets? Maurits wil niet, maar hij is ook maar dienaar, hij heeft geen macht. Hij moet! Dus hij wordt omsingelt bij Nieuwpoort, het wordt een strijd op leven en dood. Ze trekken zich terug op het strand, hij overwint toch nog door de ruiterij in de strijd te gooien op het moment dat ze dreigen te verliezen. 1609: er komt een 2e botsing tussen Maurits en Johan. 1609-1621: 12 jarig bestand. Spanje wil praten, maar vrede kan niet en oorlog hadden we al. Het enige wat overblijft is wapenstilstand. het bestand is voor de handel heel goed -> geen kaapvaart meer. Maurits vind het behoorlijk dom. Wij zijn aan de winnende hand en dan sluit je een bestand, alleen voor de centen. Spanje kan zich nu dus re-organiseren. Dit is dus ook zo gebeurd. 1622: de oorlog breekt weer uit, Maurits krijgt te maken met een sterke generaal: Spinola. Hij krijgt nederlaag op nederlaag. Maurits kreeg steun van de calvinisten. Zij wilden ook geen bestand. De predikanten kwamen vaak uit (Zeeuws) Vlaanderen, zij wilden dat gebied weer veroveren en het evangelie daar weer brengen. Conflict 3: 2 partijen  Remonstranten (Arminius) VS Contra-remonstranten (Gomarus) Alle remonstrantse predikanten werden geschorst. 1614 Holland heeft een resolutie aangenomen tot vrede der kerken: Predikanten mogen niet meer geschorst worden. Op de kansel mogen de twistpunten niet besproken worden. De overheid is dus geroepen om de rust in de kerk te bewaren. Dit ging dus tegen het calvinisme in. -> beperking tot vrijheid van de kerken. Een kerkelijk conflict slaat dus om in een politiek conflict. Er ontstaat nu extra onrust. De actie van de overheid bereikt het tegenovergestelde van wat de bedoeling was. 1617 Scherpe Resolutie (optreden met geweld tegen het kerkvolk): Steden mogen waardgelders (reservisten) in dienst nemen. Lukt dit niet dan moet het leger ingezet kunnen worden. De soldaten moeten gehoorzaam zijn aan de gewesten waarin zij gelegerd zijn. Maurits is boos over deze resolutie omdat hij aan de kant werd gezet, de eenheid is helemaal weg (burgeroorlog??) Men heeft Maurits opdracht gegeven om Van Oldenbarneveldt op te pakken. Het was politiek alleen niet geoorloofd omdat er geen eenparigheid van stemmen was. Eigenlijk was het gewoon een gebrek aan de staatsinstelling die niet in dit soort problemen voorzag. Van Oldenbarneveldt was in misdaad tegen de staat en iedereen die de staat in gevaar brengt krijgt de doodstraf. Als je in Holland woonde werd je door Hollandse rechters veroordeeld. maar Van Oldenbarneveldt heeft de hele staat in gevaar gebracht dus wordt hij door de hele staat berecht. De kwestie van gratie was niet van toepassing omdat we geen staatshoofd hadden. Dus kon alleen de Staten Generaal gratie geven, die Maurits zou kunnen vragen voor Oldenbarneveldt. Maar omdat ze beide niet toe wilde geven, werd er geen gratie verleend. Van Oldenbarneveldt was geen remonstrant maar ook geen calvinist. Op het schavot werd hij bijgestaan door lambotius.

1625: Maurits overlijdt. Hij wordt bijgestaan door Johannes Bogermann: ‚Het gaat niet om de kwantiteit, maar om de kwaliteit van je zondenbesef‛. Van Oldenbarneveldt heeft zich tegen de nationale synode verzet omdat de remonstranten dan als nog de grond in getrapt zouden worden. Internationale synode. Afgevaardigden kwamen uit ‚heel de wereld‛. Het overlijden van Mourits en over zijn broer Frederik Hendrik In 1609 begon het twaaljarig bestand. Na dit bestand (1621) begon de oorlog weer in hevigheid, want Spanje had haar leger weer op volle sterkte gebracht. Na de dood van Mourits (zie: 1625) volgt zijn broer Frederik Hendrik hem op. Wat was er bijzonder aan deze man? Wat heeft hij allemaal gedaan? Zijn kenmerken: (1)Hij leefde zeer luxieus, hij liet ook verschillende paleizen bouwen. (2) Hij verzamelde kunst. Zodoende noemde men hem in de volksmond ‘’mooi Heyntje’’. 2. Hij wilde zijn kinderen via het huwelijk hogerop brengen, dus een zogenaamd ‘’contracthuwelijk’’ sluiten. Hij legde contact met het engelse koningshuis en zijn zoon Willem trouwt met Mary Stewart. De regenten zagen dit als een gevaar, een stadhouder die zich verzwagerde met het Engelse koningshuis. Men verdacht hem ervan dat hij in de Nederlanden een monarchie wilde stichten (waar we juist vanaf wilden in 1588). 3. Zijn andere bijnaam is ‘’de stedendwinger’’. Hij onderwerpt Noord-Brabant (de stad Den Bosch) en Limburg (Maastricht) aan het gezag v/d Staten-Generaal, de zogeheten ‘’Generaliteitslanden’’. Frederik Hendrik was fel tegen een verbond met Spanje, de vrede van Münster. Vlaanderen moest namelijk nog onderworpen worden, waar hij in een vergevorderd stadium mee was (net als in 1609!). Willem II Willem II volgt Frederik Hendrik op in 1647. Na de vrede van Münster wilde de Staten-Generaal het leger (landleger) uitdunnen, en dan vooral de officieren. Willem II vond dit maar niks en hij besloot actie te ondernemen (het was ZIJN leger waar ze aanzaten, hij was er kapitein-generaal over!). In de gewesten heerstte verdeeldheid over het wel of niet uitdunnen van het leger. Van die gelegenheid maakt Willem II gebruik en hij marcheert op naar A’dam. Wanneer een oplettende postbode het leger waarneemt en dat in A’dam vertelt sluit men de poorten en start Willem II een beleg. Men probeert een overeenkomst te sluiten, waar Willem II uitkrijgt dat men minder troepen afdankt. In 1650 overlijdt Willem II en daarmee begint het stadhouderloze tijdperk, aangezien de regenten geen nieuwe stadhouder meer aanstellen (Willem III was nog maar één jaar oud). Ze hadden het bovendien ook wel met die stadhouders gehad. Het mercantilisme (eigen handel bevoordelen t.o.v anderen) in Engeland In 1649 werd Karel I onthoofd door parlementstroepen. Deze Karel was een absolutistisch vorst, die het parlement buiten spel wilde zetten. Dit stuitte (uiteraard) op grote weerstand en uiteindelijk werd deze Karel onthoofd. Het absolutisme kreeg in Engeland geen enkele ruimte! Oliver Cromwell volgt hem op als een soort president. Zijn politiek was uiterst nadelig voor Holland, mede door de Act of Navigation (zie onderaan: bijlage) . Deze Acte leidt tot de 1e Engelse oorlog (1652-1654). Dit engelse beleid maakt dat de Gouden Eeuw langzaam overging in de zilveren eeuw, in de 2e helft van de 17e eeuw. Het mercantilisme in Frankrijk Jean baptiste Colbert was minister van financieën, marine en kolonieën in 1661. Hij renoveerde de Franse economie in een mercantilistisch oogpunt. Wat deed hij dan zoal?:  Hij bracht het aantal heiligendagen terug tot nihil om zo de arbeidsproductiviteit te bevorderen.  Hij verlaagde de rente waardoor men meer ging investeren in de economie. 1.

Veel tolwegen werden opgeheven en ambtenaren ontslagen. (kosten voor de tol worden namelijk doorverrekend in de kostprijs, en hoe lager de prijs van het product hoe beter).

Wat was het economische plan dat Lodewijk XIV besprak met Colbert, waaruit bestond het?: I. Zoveel mogelijk exporteren en zo min mogelijk importeren, met uitzondering van veel grondstoffen die wel geïmporteerd moeten worden. II. Nieuwe industrieën opzetten zoals o.a. de Gobelin-industrie (geweven tapijten), Glas-industrie en meubel-industrie. Veel vaklieden werden hiervoor uit het buitenland gehaald om het de fransen te leren. Voor de armen werd niks geproduceerd, omdat die zulke luxeproducten toch niet konden betalen. Rijke afnemers uit heel Europa kochten nu bij de Fransen! III. Ambachtslieden (bekwame vaklui) waren nodig en ze mochten niet zomaar verhuizen of emigreren. In de koninklijke werkplaatsen waren opzichters aanwezig om te zien of men wel hard genoeg werkte. IV. De lonen werden bewust laag gehouden om de kostprijs te drukken en de exportpositie hoog te houden, Dit betekent wel dat andere prijzen ook laag moeten zijn om de arbeider van dagelijks voedsel te kunnen voorzien. Zo waren de broodprijzen ook laag gehouden. De boeren kregen gewoon een vast bedrag per mud tarwe, een lage prijs! V. Er werd een eigen franse transportvloot opgezet VI. Franse infrastructuur werd aangelegd of verbeterd (voor een snel transport!) Dat wij zwaar onder dit frans/engelse beleid leden mag duidelijk zijn, maar Wat zijn precies de gevolgen van het Engelse en Franse mercantilisme voor de Republiek in de 17e eeuw? 1. Aantasting van onze vooraanstaande positie als transportland (16000 transportschepen!!) 2. Uit het mercantilistisch beleid kwamen oorlogen voort, de 3 engelse oorlogen.  oorlog is zeer slecht voor de handel (verlies van geld en verlies van schepen!) 3. Onze exportpositie wordt aangetast, in Frankrijk moesten wij nl. Invoerrechten betalen. 4. We merkten dat we steeds meer concurrentie kregen, we werden veel te duur t.o.v. andere landen! Hoe zit dat?  Vanwege het particularisme v/d gewesten (eigen munt, eigen regels etc.) raakt onze economie achter met anderen omdat andere landen een centraal gestuurde economie hadden. Bij ons was modernisering niet mogelijk zolang we zo particularistisch als de ***** waren!  In de Republiek waren de lonen veel hoger dus een hogere kostprijs.  We hadden nog ontiegelijk veel tolwegen kostprijs van het product stijgt enorm. Wat er toen gebeurde was zo mogelijk nog erger. De mentaliteit begon weg te ebben, men investeerde niet meer in de economie, maar ging bijvoorbeeld rentenieren (letterlijk: leven van de rente). Dit was zéér slecht voor onze economie! De ondergang van de VOC Aan de ene kant is er veel personeel in de 18 eeuw. Dat zou een indicatie voor veel werk, en dus veel geld/winst moeten zijn. Maar we zien dat de winsten juist afnemen, hoe kan dat?: 1. We waren te duur en kregen een moordende concurrentie. 2. We hadden te maken met toenemende corruptie. Schepen voerden minder aan doordat de bemanning simpelweg ruimte voor eigen handel in het schip maakte, waardoor er dus minder lading meeging. In 1799 ging de VOC failliet en werd zij opgeheven. De politiek in de 18e eeuw In de 18e eeuw was er sprake van een aristocratisering van de politiek, een oligarchie (Polybios). Steeds minder mensen kregen meer macht. De middenklasse, die steeds belangrijker wordt, raakt verbitterd en wil de bezem door de politiek. Zij heten de zogenaamde ‘patriotten’. De patriotten stellen hun hoop op de stadhouders, Willem IV en Willem V, maar deze schoven bij de oligarchie aan. Tegenover dit stelden de patriotten ‘democratisering’.

In 1788 komt hier een leger uit Pruisen, naar aanleiding van een ruzie tussen patriotten en Wilhelmina v. Pruisen. Dit leger verjaagt de patriotten. In 1795 komen de patriotten met een Frans leger, die ons eindelijk moderniseren (het particularisme verdween, we kregen één munt, één maat etc.) Na de Vrede van Münster Er zijn 3 belangrijke dingen gebeurt na 1648. 1. Drie engelse oorlogen 2. Het rampjaar (1672) 3. Drie coalitieoorlogen. 1. De eerste engelse oorlog: zie de Acte v. Navigatie, daar ging deze oorlog om. Het was dus puur een handelsoorlog (1652-1654) De tweede engelse oorlog: Dit was vooral een koloniale oorlog, uitgevochten in de kolonieën, NoordAmerika, Manhattan. (1665-1667) Uiteindelijk ruilden wij Nieuw-Amsterdam (Het huidige New York!) voor Suriname. 2. De derde engelse oorlog, dit was tegelijk ook het rampjaar! In dat jaar hadden we oorlog met Engeland, Frankrijk, Zweden en de bisschoppen van Münster en Keulen. Voor zover we weten één van de grootste oorlogen ooit, gevochten op land en zee. In onze benauwde positie kwam Willem III ter spraken. De schreeuw om een Oranje die ons zou verlossen werd luider en luider, het volk was pro-oranje en tegen de Witten (de regenten). Er vormden zich 2 groepen. Staatsgezinden: Gegoede burgerij (patriciërs), met meestal veel geld. Ze vinden stadhouders gevaarlijke types, die willen macht! Oranjegezinden: Pro-Oranje, dit waren vooral normale burgers en ook sommige regenten. De regenten begrepen dat ze nu actie moesten ondernemen. Ze begingen dan ook de schanddaad om Willem III voor één veldtocht tot kapitein-generaal van het leger te benoemen, daarna moest hij weer terugtreden. In Holland wilde men niet alleen een stadhouder omdat het slecht ging, maar ook omdat men eerherstel wilde. Ten tijde van Cromwell had Holland namelijk een verdrag met Engeland gesloten waar onder andere geëist werd dat de stadhouder werd afgezet. Nu Cromwell dood was wilde men daar van af! 3. De coalitieoorlogen: Willem III had een europese visie en politiek, waar hij zijn beleid ook op ontwikkelde. Europa’s macht was uit evenwicht, hij zag Frankrijk als wereldmacht. Ook zag hij in dat je Frankrijk niet in je eentje kon bedwingen, men moest coalities vormen! Hij deed dit bekwaam, hij was een internationaal politicus en goed strateeg. Het probleem voor hem was alleen dat hij machteloos was door de Staten-Generaal! Een voorbeeld hiervan: Willem III heeft heel mooi een coalitie gesloten met Engeland, en Zweden, Brandenburg en Spanje (Spanje had veel ermee te maken, want het ging Lodewijk XIV alleen om het huidige België, wat Spaans gebied was!). Toen Lodewijk dit merkte, liet hij de Republiek weten dat hij vrede wilde sluiten met daarbij nogeens lagere invoerrechten voor de Republiek en ontruiming van enkele vestingsteden. Willem III zei uiteraard nee, maar de Staten-Generaal vond dat ze dit niet konden weigeren en ze stapten dus doodleuk uit de coalitie! Acte van Navigatie/Act of Navigation Wat stond er precies in de Acte?: 1. Voor het toenmalige bekende koloniale gebied gold dat goederen uit Engelse kolonieën alleen door engelse schepen vervoerd mochten worden. Niet alleen het schip, maar ook de bemanning moest engels zijn (een hollander kon ook met een engelse vlag gaan varen).  Onze schepen dus buitengesloten! 2. Goederen voor Engeland bestemd mogen alleen door het exportland of door Engelse schepen zelf worden vervoerd naar Engeland. 3. Men mocht onderweg geen goederen inladen. (Een duitse wijn mocht dus niet via Holland naar Engeland, of tenminste, niet met een hollands schip.)  Wij worden opnieuw zwaar getroffen, Amsterdam had namelijk een mega-stapelmarkt die ons ontiegelijk veel geld opleverde.

4. Alle vissoorten die in Engeland binnenkomen moeten door Engelse schepen – met engelse bemanning- gevangen zijn!  Onze vismarkt (vooral haring) werd zwaar getroffen! 5. Een Hollands schip moest in Engelse wateren het engelse schip groeten  pure kleinering en bekrompenheid! Engels bepaalde gevolgen voor het overtreden van deze regels: Het schip wordt ontmanteld, de (verantwoordelijke) bemanning komt voor de rechtbank en de helft v/d buit is voor de staat, de andere helft voor de kapers ervan  geeft dus een boost om even een hollands schip te kapen als je de helft van de buit mag hebben! Waarom zette men deze acte op?: Cromwell zag dat Hollanders veel van de engelse waar vervoerde en dat het hun veel geld opbracht (dus de engelsen liepen dat geld mis). Ook zag hij dat de Hollanders een megavloot hadden (16000 schepen vs. Frankrijk -600-)!!