You are on page 1of 1

2

1. Het verdere verloop der procedure. Dit blijkt uit de volgende processtukken: het tussenvonnis van 10 november 2003; de akte na tussenvonnis zijdens gedaagden sub 5 en sub 6; de akte na tossenvonnis (met productie) zijdens.

2. De verdere beoordeling van het geschil. 2.1 Bij voormeld tussenvonnis heeft het Gerecht het volgende overwogen: "Het Gerecht zal de zaak nog nmaal naar de rol verwijzen voor uitlating zijdens : . omdat het het Gerecht nog niet geheel duidelijk is welk bedrag, rekening houdende met het "terugdraaien c.q. ongedaan maken " van de charge backs en de betalingen zijdens gedaagden sub 5 en sub 6.. wordt verzocht zich nog nmaal uit te laten en aan te geven wat per welke datum zij, rekening houdende met het terugdraaien c.q. de ongedaanmaMng van de cvhargebacks en de betalingen zijdens de gedaagden sub 5 en sub 6, uit hoofde van de lening en de rekeningcourantfaciliteit van de BadBoyz Toyz te vorderen heeft; Over het verschuldigde bedragis een rente verschuldigd van 18% perjaar nu partijen dit zijn overeengekomen alsmede incassokosten ten bedrage van 15% nu partijen zulks ook (althans 20% doch conform het liquidatietarief verminderd naar 15%) zijn overeengekomen." De gedaagden sub 5 en sub 6 zijn i n hun akte na tussenvonnis ingegaan op hun veroordeling in de kosten, zoals overwogen in rechtsoverweging 2.3 van voornoemd tussenvonnis. Tevergeefs, het Gerecht heeft zijn oordeel over de vordering reeds gegeven i n voormeld tussenvonnis en ziet geen aanleiding daarop terug te komen. heeft bij akte na tussenvonnis gemotiveerd aangegeven dat zij -de chargebacks buiten beschouwing latende- uit hoofde van de overdraft facility een bedrag ad Nafl. 33.499,44 vermeerderd met 18% rente per jaar te berekenen vanaf 31 januari 2000 en te vermeerderen met een bedrag ad Nafl. 5.024,92 (zijnde 15% incassokosten berekend over de hoofdsom) van gedaagden sub 1 tot en met sub 4 te vorderen heeft. Uit hoofde van de lening heeft zij Nafl. 82.926,24 te vorderen, dit bedrag te vermeerderen met een rente van 18% per jaar, te berekenen vanaf 31 januari 1998 en te vermeerderen met Nafl. 13.488,94 (zijnde 15% incassokosten berekend over de hoofdsom). Voor wat betreft de gedaagden sub 2 tot en met 4 uiteraard voor zover hun borgstelling zulks toelaat Nu haar berekeningen inzichtelijk heeft gemaakt en gedaagden sub 1 tot en met 4 de berekeningen niet meer hebben weersproken kan het Gerecht zijn eindbeslissing in conventie geven. De vorderingen worden tot de hiervoor onder 2.3 genoemde bedragen toegewezen met veroordeling van gedaagden sub 1 tot en

2.2

2.3

2.4