You are on page 1of 20
"ORDE DER VERDRAAGZAMEN’ Pr VERENIGING j . Uits! voor verslagen en abonn. Sarentzstr. 48 Den Haag tel. 637383, Secretariaat:Graaf Willem de Rijkelaan 15 Leidschendam Tel: 01761 - 5154 14e jaargang nr.28 nadruk verboden 27° maart = 1970 x in de kantlijn betekent de vraag Saat a 4 het antwoord Goeden avond, vrienden. Wij zijn alwetend noch onfeilbaar. Wij verwachten dan ook van'U, dat U ook zelf nadenkt. Daar wij de volgende week, gezien de bijzondere dag, enkele actuele aspecten hopen te behandelen, wil ik U nu in de gelegenheid stellen, zelf een onderwerp te stellen. SOCIAAL ZIJN Ben begrip, dat nogal verwarringen kan veroorzaken. In uw dagen bestaat kennelijke de indruk, dat iemand soci aal is, wanneer hij een beroep doet op dé gemeenschap. Sociaal denken betekent tegenwoordiq voor velen kenne. 1ijk zoiets als denken vanuit een gemeenschap van goederen , zolang je zelf maar niet te veel in behoeft te brengen. Wat er op neerkomt, dat degenen, die: het meeste in de gemeen schapskes inbrengen , meestal het minste in te brengen hebben. Dit heeft ongetwijfeld verband met de door U genoemde sociale onderlagen, die u bij het stellen van het onderwerp . aanhaalde, Toch vraag ik mij af, wat een sociale onderlaag in deze tijd wel kan zijn en of er wel werkelijk een is. Wanneer ik het vanuit mijn standpunt bekijk, zie ik n.1 ‘ vreemde verschijnselen in uw gemeenschappen. Ik weet natuurlijk niet, of u dieverschijnselen ziet en evenals ik witzonderlijk acht, mac. juist daarom maak ik van de gelegenheid gebruik , U er eens op te wijzen. Is het U al eens opgevallen, dat degenen, die het minste 537 ~ presteren, tegenwoordig het meeste krijgen ? Zij schreeu- wen het hardste, krijgen hierdoor het meest nadrukkelijk gelijk of ongelijx en worden daarom juist het beste gesust Want, mijne vrienden, wanneer wi modern willen spre ken en dus alles rechtuit willen zegccn, moeten wij toege ven, dat alle pressiegroepen ergens een vorm van oplichte rij of een gevolg van lichtgelovigheid zijn op een wijze, die aan die van politieke partijen gelijk komt. Na zeg ik natuurlijk niet, dat politieke partijen op lichterij bedrijven. Zij zijn sociaal en stellen daarom fei- ten zodanig, dat anderen zichzelf door de wijze van stellen bedriegen. Je kunt in dergelijke gevallen natuurlijk moei- ijk van oplichting spreken, maar hoogsten suggestie noe~ men als werkzame faktor. Ik ben bereid aan te nemen, dat dit alles geschiedt door heiligen. In Nederland ken ik dan b.v. een zekere Sint Norbertus, die het wonder tot stand brengt om met een enkel gebaar een aandacht voor de toch wel dreigende overbevol - king van Nederland tot een castra ze heilige - en natuurlijk doel ik hiermede niet op een staand politicus-laat de mensen nu wel denken, dat dit hun eigen lichaam bedoeld is, maar in feite is hijzelf de bron van deze technische ingreep, die hij zo verbaal tracht toe te passen op een kein maar hinderlijk partijtj Dergelijke gemeenheidjes lukken dan soms nog ook. Maar ja, ook in de politiek zijn dergelijke dingen kennelijk ge Sorloofd. Zou een politicus iets dergelijks doen, dan zal niemand het hem verkelijk kwalijk kunnen nemen, want daarvoor doet hij nu eenmaal aan volitiek, nietwaar? U Vindt het misschien” toch niet zo -saai ? Ach, het is immers niet vee. anders dan hetgeen bepaalde kleine groe pen van jongelui doen,die gevoel voor macht en behoefte aan invioed gevoelen en daarom zonder meer acties beginnen, re delijk of niet, verantwoord of niet en door de wijze,waarop zij hun eenzijdige argumenten hanteren vaal bonafide’mensen, jong en oud, mee weten te sleuren? Zo vormen die jongeren dan pressiegroepen voor b.v. veranderingen in vormen van onderwijs, veranderingen in de maatschappij, de hqndel, de houding van anderen enz. De pro bimen, waarover zij spreken , zijn reel, de oplossingen,die zij pretenderen te geven, niet. In zexere zin zou je misschien de hedendaagsche jeugd een onderlaag van de sociale gemeenschap kunnen noexen: De jeucd wordt maar al te veel alleen gezien als noodzakelijk verlengstuk < van het bestaande. Dit, terwijl die jeugd haar eigen benoeften heeft, waarin vaak onvoldoende wordt voor: zien en het haar kwalijk wordt genomen, wanneer 2ij sterker dan de ouderen reageert op de invloeden,die in deze dagen op aarde kenbaar zijn. De ouderen menen, dat de jeugd van deze dagen uitzon derlijk anarchistisch is. Dit geldt echter steéds: jeugd die de mogelijkheid heeft igen denken en begeren na te gaan,is altijd egoistisc. w1 anarchistisch en de meeste jon geren van deze tijd zijn in feite beiden. Belangrijker is, dat de jongeren van deze tijd niet meer zoeken naar een gedragspatroon, dat is afgeleid van het suksespatroon van de ouderen dat overigens geen sukses was , maar naar een geheel eigen cedragspatroon, waarin zij een 538 eigen gevoel van belangrijkheid en zin in het leven hopen te vinden. Nu wordt van hen door bepaalde groepen mishruik gemaakt door verschillende groepen, die hen trachten bij te brengen, dat zij alles te eisen en niets te geven hebben. Hierdoor krijgen jongeren dan het gevoel, dat zelfs hun tegenwoordig heid op een onderwijsinrichting een zodanig voorrecht is voor de onderwijzende en de onderwijsbetalenden, dat zij, alleen op grond.van hun aanwezigheid,menen het reaht te hebber verbeteringen in inrichting,veranderingen in lesrooster of onderwizend personeel te kunnen eisen. 2ij wijren alle tekor ten in de studieresultaten onmidde’1ijk aan Fouten van de instelling en benaderen daarmede de ambtelijke mentaliteit. Wanneer deze de opdracht krijgt voor een bepaald bedrag de armen te gean helpen - even aangenomen dat er armen zijn dan zal een groot deel van het beschikbare bedrag worden gebouwd om de " dienst " zo komfortabel mogelijk met met 20 veel mogelijk prestige te huisvesten. Eerst dan, zo stelt men, zal men immers in staat zijn, met de paar resterende centen,op werkelijk verantwoorce vijze de armen te helpen. Deze mentaliteit is helaas 1m uw dagen een probleem,zo wel bij de overheid als bij de jeugd, dat vooral bij de mid delmatigen sterk |. kop op steekt. Misschien zou men juist in dergelijke gevallen moeten pleiten voor een meer pragma~ tische aanpak. Helaas heeft dit bij de betrokkenen nooit een goede uit werking, terwijl b.v. een groot deel van de kiezers in Nederland bij “dit woord eerder denken aan een kamera met automatische belichting of een bijzondere lens,dan aan een in de eerste plaats praktische en op de feiren’ gebaseerde benader ing. Zo heel vreemd is een dergelijke voorstelling van de woordbetekenis nu ook weer niet, want de oplossing van de moeilijkheden dient, zowel bij'de overheid als bij de jeugd naar ik meen,in de eerste plaats gezocht te worden in het voortdurend’ maken van momentopnamen van de gemeen schap en een slechts op grond van dergelijke monentopnamen reacer. n,maar dan wel snel. Het heeft weinig zin voortdurend bezig te’ zijn met plannen voor een verre toekomst, die steeds onwaarschijnlijker wordt, omdat de problemen van heden zich zo sterk opeenstapelen, dat zij van alle nu bestaande voorstel- lingen zal afwijken. Sociaal zijn betekent ook: in het heden leven en werken, niet plannen maken voor morgen en de mens van heden maar met zijn eigen problemen laten worstelen. De toekomst beschouwen als een uitbreiding van het he den zonder meer, waardcor vele problemen wel tot later kun. nen worden witgesteld, is dwaasheid. Het gevolg van een dergelijke instelling is b.v. , dat er nu in Nederland te grote en op verkeerde wijze te luxueus ingerichte scholen worden gebouwd, omdat men’ aanneemt, dat de mammoet, die nog niet eens geheel ontdooid is, bepalen zal, .at er morgen noodzakelijk zal zijn, terwijl men reeds morgen een wat lichtvoetiger wijze van onderricht geven zal vinden. Men zal komen tot een vorm van basisonderwijs, dat in een zeer speelse en beeldende vorm gegeven zal worden, ter wijl een groot deel van de lessen mede praktijk omvatten. De hogere vormen van onderwijs zullen grotendeels uit zelfstudie bestaan. Het is uiteindelijk niet noodzakelijk, 539