Haakpatroon

KerststalDiertjes

Vooraleer je enthousiast naar de haalnaald grijpt:

1) Dit patroon is een aanvulling bij het patroon van de kerststalfiguurtjes. Daarin staat beschreven hoe je alle menselijke figuren uit de kerststal kunt haken. Dit patroon beschrijft de werkwijze voor twee van de kerststaldiertjes: de ezel (en mits wat aanpassingen vermoedelijk ook de os, al heb ik die nog niet geprobeerd ☺) en het schaapje. 2) Ik ben iemand die op het gevoel haakt en ben dus niet 100% vertrouwd met patronen schrijven, nee zelfs niet met de correcte haaktermen. Ik haak meestal in Engelse termen, dus ik spreek graag over single crochets (sc – vasten), stitches (st – steken) en slip stitches (sl st – halve vaste). Ik denk dat dit de correcte vertalingen zijn, maar geef alstublieft een schreeuw als dit niet klopt!

Benodigdheden:
Haalnaald (ik gebruik meestal nr 3) Haakgaren (ik werk graag met Catania): wit en grijs voor het schaapje (+ een klein restje zwart) en licht- en donkergrijs, bruin en een restje zwart/roze voor de ezel. Andere kleuren kunnen uiteraard ook, kies vooral wat jij zelf mooi vindt! Vulling (ik gebruik rijst voor het lijfje van de ezel en watjes of kussenvulling voor de hoofdjes en voor het lijfje van het schaap) Dikke naald (waar je haakgaren door kan) Schaar

Werkwijze

Schaapje Lijfje: • • • • • • • • • (In wit) Magische ring van 6 steken (6 st) Haak 2 sc in elke st van de vorige cirkel (12 st) *Haak 2 sc in 1ste st van vorige cirkel, 1 sc in 2de st van vorige cirkel*; herhaal van * tot * 6 maal tot je rond bent (18 st) 1 sc in elke st van vorige cirkel (18) 1 sc in elke st van vorige cirkel (18) *sla de 1ste st van de vorige cirkel over, 1 sc in de 2de st van de vorige cirkel, 1 sc in de 3de st van de vorige cirkel *; herhaal van * tot * 6 maal tot je rond bent (12) Vul het lijfje op *sla de 1ste st van de vorige cirkel over, 1 sc in de 2de st van de vorige cirkel *; herhaal van * tot * 6 maal tot je rond bent (6) Knip je draad af (voldoende lang), haal door je dikke naald en sluit nu het lijfje. Dit kan je doen door de naald door de buitenste zijde van elke steek van je vorige cirkel te halen en dan aan te trekken. Je zult zien dat de opening in het lijfje hierdoor netjes sluit. Steek je naald met de rest van het uiteindje garen doorheen het lijfje en knip af, dicht tegen het lijfje aan, zodat het uiteindje niet meer te zien is.

Kopje: • • • • • (In wit) Magische ring van 5 steken (5 st) Haak 2 sc in elke st van de vorige cirkel (10 st) 1 sc in elke st van vorige cirkel (10) (In lichtgrijs) 1 sc in elke st van vorige cirkel (10) *sla de 1ste st van de vorige cirkel over, 1 sc in de 2de st van de vorige cirkel, *; herhaal van * tot * tot het snuitje spits en voldoende smal is om dicht te maken. Vul het kopje op voor het gaatje te smal wordt. Knip je draad af (voldoende lang), haal door je dikke naald en sluit nu het gaatje van de snuit. Steek je naald met de rest van het uiteindje garen doorheen het kopje en knip af, dicht tegen het kopje aan, zodat het uiteindje niet meer te zien is. Naai met zwart garen oogjes en een mondje op de snuit. Steek de uiteindjes opnieuw doorheen het kopje en knip kort af zodat ze niet meer te zien zijn. Omdat je met zwart garen werkt is dit niet zo evident vanwege het contrast met het witte kopje. Voor de veiligheid kan je de draadjes dus best aan de onderkant van het kopje laten uitkomen. Eventueel zichtbare restjes zijn zo quasi-onzichtbaar in het eindresultaat. Maak nu de oortjes. Maak hiervoor een ketting van 6 steken en knip je draad af (ongeveer 5 cm overlaten). Steek nu 1 van beide uiteindjes door een steek van het kopje (op de plek waar je het oortje wil zien) en bind beide uiteindjes van de ketting stevig vast aan elkaar zodanig dat het knoopje dicht tegen het kopje aan zit. Het oortje wordt gevormd door het lusje dat je zo vormt met de ketting van 6 die je zojuist haakte. Verberg beide uiteindjes door ze door het kopje te steken met een dikke naald. Knip kort af. Herhaal voor het tweede oortje.

• •

• •

Pootjes: • • • • (In lichtgrijs) Magische ring van 4 steken (4 st) Haak 1 sc in elke st van de vorige cirkel (4 st) Hecht af en naai aan het lijfje vast met het afgeknipte uiteindje. Herhaal voor alle vier de pootjes.

Staartje: • Ga op precies dezelfde wijze te werk als voor de oortjes. Alleen vertrek je nu van een ketting van 5 i.p.v. 6 steken.

Assemblage: • Naai het kopje op het lijfje, zet de pootjes vast en controleer of je schaapje blijft staan. Het helpt wanneer je de voorpootjes niet te ver naar achteren zet. Het kopje is anders te zwaar en doet je popje naar voren vallen.

Ezel Kopje: • • • • • • • • • (In lichtgrijs) Magische ring van 5 steken (5 st) Haak 2 sc in elke st van de vorige cirkel (10 st) *Haak 2 sc in 1ste st van vorige cirkel, 1 sc in 2de st van vorige cirkel*; herhaal van * tot * 5 maal tot je rond bent (15 st) 1 sc in elke st van vorige cirkel (15) 1 sc in elke st van vorige cirkel, enkel st 2 en st 9 van de vorige cirkel overslaan (13) (In donkergrijs) 1 sc in elke st van vorige cirkel, terug meerderen op de 2 plaatsen waar je tijdens de vorige cirkel 2 steken minderde (15) 1 sc in elke st van vorige cirkel, nog eens meerderen ter hoogte van de 2 plaatsen waar je tijdens de vorige cirkel 2 steken meerderde (steek 2 of 3 en 9 of 10 van vorige cirkel) (17) 1 sc in elke st van vorige cirkel (17) *sla de 1ste st van de vorige cirkel over, 1 sc in de 2de st van de vorige cirkel, 1 sc in de 3de st van de vorige cirkel*; herhaal van * tot * tot je kopje bijna dicht is. Voor de opening te klein wordt, naai je neusgaten (met roos) en oogjes (zwart) op het kopje. Vul daarna op met vulling (geen rijst gebruiken hier. We willen het kopje niet nodeloos zwaar maken!). Knip je draad af (voldoende lang), haal door je dikke naald en sluit het kopje. Steek je naald met de rest van het uiteindje garen doorheen het kopje en knip af, dicht tegen het kopje aan, zodat het uiteindje niet meer te zien is. Naai nu oortjes aan het kopje. Maak hiervoor een ketting van 8 steken met een dubbele draad (anders zijn je oortjes te fijn in vergelijking met de rest van het kopje) en knip je draad af (ongeveer 5 cm overlaten). Steek nu 1 van beide uiteindjes door een steek van het kopje (op de plek waar je het oortje wil zien) en bind nu beide uiteindjes stevig vast aan elkaar zodanig dat het knoopje dicht tegen het kopje aan zit. Het oortje wordt gevormd door het lusje dat je zo vormt met de ketting van 8 die je zojuist haakte. Verberg beide uiteindjes door ze door het kopje te steken met een dikke naald.

• Lijfje: • • • • • • •

Herhaal voor het tweede oortje.

(In donkergrijs) Magische ring van 7 steken (7 st) Haak 2 sc in elke st van de vorige cirkel (14 st) *Haak 2 sc in 1ste st van vorige cirkel, 1 sc in 2de st van vorige cirkel*; herhaal van * tot * 7 maal tot je rond bent (21 st) 1 sc in elke st van vorige cirkel (21) 1 sc in elke st van vorige cirkel (21) 1 sc in elke st van vorige cirkel (21) *sla de 1ste st van de vorige cirkel over, 1 sc in de 2de st van de vorige cirkel, 1 sc in 3de st van de vorige cirkel *; herhaal van * tot * 7 maal tot je rond bent (14) *sla de 1ste st van de vorige cirkel over, 1 sc in de 2de st van de vorige cirkel, *; herhaal van * tot * 7 maal tot je rond bent (7) Het lijfje heeft nu al vorm, het moet alleen nog gesloten worden. Voor je dit doet, steek je er eerst nog een staartje in. Daarvoor neem je een paar eindjes garen (ik koos voor bruin) die je met een dikke knoop in één keer allemaal aan elkaar knoopt. Trek dit bundeltje bruine draadjes met de haaknaald door het lijfje naar buiten zodat de knoop aan de binnenkant van het lijfje zit. Vul nu het lijfje op met rijst en/of vulsel. Als je het lijfje stevig opgevuld hebt, zal het staartje netjes op zijn plaats blijven zitten. Knip de donkergrijze draad af (voldoende lang), haal door je dikke naald en sluit nu het lijfje. Dit kan je doen door de naald door de buitenste zijde van elke steek van je vorige cirkel te halen en dan aan te trekken. Je zult zien dat de opening in het lijfje hierdoor netjes sluit. Steek je naald met de rest van het uiteindje garen doorheen het lijfje en knip af, dicht tegen het lijfje aan, zodat het uiteindje niet meer te zien is.

Assemblage: • Naai het kopje op het lijfje. Dit doe je best voor je de pootjes maakt. Het kopje van de ezel is immers wat groter/zwaarder dan dat van het schaap waardoor het handig is om het geheel voor je te hebben wanneer je de pootjes positioneert om er zeker voor te zorgen dat je ezeltje kan staan (i.p.v. steeds weer naar voren te kantelen).

Je kunt nu ook al wat haar/manen op het kopje van de ezel maken. Knip hiervoor een 10tal stukjes bruin garen af (ongeveer 5 cm lang). Knoop elk draadje afzonderlijk vast aan het kopje of bovenaan het ruggetje met een dubbele knoop. Wanneer je tevreden bent, kan je met een dikke naald elk draaduiteindje uitrafelen zodat je een wat wolliger effect krijgt en je de individuele draadjes niet meer zo ziet zitten. Knip daarna het kapsel een beetje in model ☺.

Pootjes: • • • • (Voorpoten) Magische ring van 5 steken (5 st) Haak 1 sc in elke st van de vorige cirkel (5 st) Haak 1 sc in elke st van de vorige cirkel (5 st) Maak vast aan de voorkant van het lijfje. De voorpoten zijn iets langer dan de achterpoten zodat de ezel zijn evenwicht beter kan bewaren. Best zet je de pootjes om diezelfde reden een beetje schuin naar voren. Herhaal voor de tweede voorpoot (achterpoten) Magische ring van 5 steken (5 st) Haak 1 sc in elke st van de vorige cirkel (5 st) Maak vast aan de achterkantkant van het lijfje Herhaal voor de tweede achterpoot

• • • • •

Voilà! Aan de hand van deze handleiding kan je je kerststalletje aanvullen met wat diertjes. Indien gewenst kan je aan de hand van de instructies over de kerststalfiguurtjes nu ook nog een paar herders maken. Of misschien wil je ook wel een os? Of een paard? Laat je creativiteit de vrije loop!

Veel plezier!!!

Liefs, Inge Snuffel

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful