P. 1
Panin Bijbel Statistiek (PBS)—Hubert_Luns

Panin Bijbel Statistiek (PBS)—Hubert_Luns

|Views: 46|Likes:
Published by Hubert Luns
In 1934, toen Panin 79 jaar oud was, publiceerde hij de Griekse tekst van het Nieuwe Testament die, dankzij zijn PBS-methode, letter voor letter identiek was aan het origineel zoals die altijd al in Gods Gedachte heeft bestaan. Zijn methode bewijst dat alle manuscripten dezelfde goddelijke auteur hadden, maar bewijst niet dat de mensen die de eerste manuscripten schreven, of ze door onoplettendheid in een later stadium wijzigden in de door God gewenste zin, zich van het feit bewust waren dat ieder woord, ja iedere letter, goddelijk geïnspireerd was om te worden ingeschreven in een der grote scheppingswerken van de Almachtige.
In 1934, toen Panin 79 jaar oud was, publiceerde hij de Griekse tekst van het Nieuwe Testament die, dankzij zijn PBS-methode, letter voor letter identiek was aan het origineel zoals die altijd al in Gods Gedachte heeft bestaan. Zijn methode bewijst dat alle manuscripten dezelfde goddelijke auteur hadden, maar bewijst niet dat de mensen die de eerste manuscripten schreven, of ze door onoplettendheid in een later stadium wijzigden in de door God gewenste zin, zich van het feit bewust waren dat ieder woord, ja iedere letter, goddelijk geïnspireerd was om te worden ingeschreven in een der grote scheppingswerken van de Almachtige.

More info:

Categories:Types, Reviews
Published by: Hubert Luns on Dec 10, 2012
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

05/14/2014

pdf

text

original

-1

-

De Panin Bijbel Statistiek (PBS)

1 – De ontdekking van het PBS door Panin
Ivan Nikolayevitsh Panin (1855-1942) ontdekte dat de statistische wetmatigheden in de Canons van het Oude en Nieuwe Testament op ontwerp zijn gebaseerd, dat zo gecompliceerd is dat het onmogelijk door mensen kan zijn ontworpen. Hij werd in Rusland geboren. Omdat hij in samenzweringen tegen de Tsaar had geparticipeerd, werd hij verbannen. Na enkele jaren in Duitsland te hebben gestudeerd, vertrok hij naar de Verenigde Staten en ging daar aan Harvard studeren. Na in 1882 zijn diploma te hebben behaald, bekeerde hij zich vanuit het agnostisme tot het Christendom. In 1890 ontdekte hij enige van de fenomenale wiskundige ontwerpen die de Griekse tekst van het Nieuwe Testament en de Hebreeuwse tekst van het Oude Testament karakteriseren. Hij zou meer dan vijftig jaar van zijn leven geven aan de bestudering van de numerieke structuur van de Heilige Schrift, waarbij zijn gezondheid schade liep, en hij zou meer dan 43.000 pagina’s handgeschreven pagina’s analyse produceren. Een uittreksel van zijn ontdekkingen werd gepubliceerd, en dat wordt nog steeds uitgegeven. Panin gebruikte de Griekse uitgave van het Nieuwe Testament van Westcott en Hort als basis voor zijn onderzoek en maakte vooral gebruik van de alternatieve lezingen die deze schrijvers voorstelden. Ivan Nikolayevitsh Panin De bijbelnumerieke methode start met het vervangen van letters door getallen, wat mogelijk is omdat het Grieks (net als het Hebreeuws) aan iedere letter een getalswaarde toekent. De volgende stap is om op deze getallen aan een statistische analyse te onderwerpen, met het voorbijzien aan de betekenis van de woorden waaruit deze getallen ontstonden. Indien een aantal opeenvolgende getallen, aldus verkregen, een sterke correlatie toont wijst dat op ontwerp omdat dit eigenlijk niet mag voorkomen.

-2-

Wegens het verbazingwekkende ontwerp dat alle teksten blijkt te beheersen, kunnen wij vaststellen welke van de twijfelachtige lezingen correct zijn weergegeven en welke passages, die op grond van een of andere tekstuele kritiek worden verdacht of afgewezen, toch onderdeel vormen van het oorspronkelijke manuscript. Zoals Panin eens opmerkte: “Ik zou graag (als de geest mij dat toeliet, want het vlees is zwak) een van mijn vingers afhakken dan toe te staan dat één enkel woord voor altijd uit het Authentieke Origineel wordt geschrapt.” Hier volgt een van zijn studies ontleend aan “The New Testament from the Greek text as established by Bible Numerics” (Het Nieuwe Testament gebaseerd op het Grieks zoals door de bijbelnumerieke methode bepaald), wat in 1973 werd gedrukt door de prestigieuze Oxford University Press.

2 – De methodiek
Als belangrijke illustratie van de PBS behandelen wij nu de kwestie of de Jechonja van het eerste hoofdstuk van Matheüs, verzen 11 en 12, de zoon is van Josia, de Jechonjachim van het Oude Testament, ofwel zijn KLEINZOON, Jechonjakin. De PBS besluit aan de hand van het cijfermateriaal ten gunste van Jechonjachim, vader van Jechonjachin die weer de vader van Salatiël was. Het bewijs gaat als volgt: Van de ‘verwekte’ personen in de genealogie hieronder is Izak de eerste en de Heere Jezus de laatste. Wat de geboortejaren betreft van de schakels van de eerste tot de laatste persoon betreft, komen alleen de navolgende personen voor dankzij de chronologie zoals vastgesteld door het PBS-systeem. Uitsluitend deze lijst wordt gehanteerd in overweging nemend dat de gegevens in de Bijbel aangaande de geboortedata van andere schakels niet worden gepresenteerd (cf. “Bible Chronology” van Ivan Panin).
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 Izak werd geboren in Anno Mundi Jakob David Rehoboam Jehosafat Jehoram Uzzia Jotam Achaz Hizkia Manasse Amon Josia JechonjachiM Heere Jezus 2108 gerekend vanaf Adam 2168 2944 3013 3080 3108 3208 3251 3272 3283 3325 3370 3386 3400 3999 46.915

De som van deze data - 46.915 - bestaat uit 4.265 ELVEN; via zijn buur 46.914, of 7 x 2 x 3 x 1.117, produceert het een ZEVEN; via zijn andere buur 46.916 of 37 x 2 x 2 x 317, produceert het ZEVEN-EN-DERTIG. Deswege lopen drie verschillende schema’s van zeven, elf, en zeven-en-dertig door deze 15 data heen; hetgeen ter uitwerking een twaalftal bladzijden zou vergen. Voor het beperkte doel van deze studie voldoet reeds het eerste getal om ontwerp aan te tonen, zodat:
46.915 is (7 x 6 x 1.117) + 1 of (37 x 2 x 2 x 317) – 1 of 11 x 5 x 853 2.108 is (7 x 7 x 43) + 1 of (37 x 3 x 19) – 1 of (43 x 7 x 7) + 1; en de rest: 44.807 is 7 x 37 x 173 of 37 x 7 x 173 of (43 x 2 x 521) + 1.

-3-

Hier verschijnen de ZEVENS (met 7 x 7), en de 37, maar bovendien verschijnt een DRIE-ENVEERTIG (met de som van de getallen van de factoren, 43, 7, 7, zijnde 21, of 3 zevens, en insgelijks voor 37, 7, 173 zijnde 28, of 4 zevens). Maar nevens de ZEVENS en ZEVEN-ENDERTIGS; (1) komt de ELF weer voor in de som van de getallen van 2.108; en (2) een 43 komt weer voor in de buurt van beide cijfers 2.108 en 44.807. De kans dat deze rangschikking door slechts één bestanddeel van de vijftien wordt mogelijk gemaakt is één op 7 x 7 x 7 x 7 x 7 x 11 x 11 x 11 x 37 x 37 x 43 x 43 x 1.117 x 1.117, of 16.807 x 1.331 x 1.369 x 1.849 x 130.689, een cijfer van 19 getallen. Het jaar 3.108 produceert een vergelijkbare indeling; en wel:
46.915 is (7 x 2 x 3 x 1.117) + 1 of (37 x 4 x 317) - 1 3.108 is 7 x 2 x 2 x 3 x 37 of 37 x 4 x 3 x 7 43.807 is 7 x 7 x 2 x 3 x 149 of 37 x 37 x 4 x 4 x 2.

Deze indeling is door 7 x 6 (met 7 x 7) en door 37 x 4 (met 37 x 37 x 4 x 4). De kans van deze rangschikking is één op 7 x 7 x 7 x 6 x 6 x 37 x 37 x 37 x 4 x 4 x 4 x 2 of 343 x 36 x 50, of 653 x 128 of 78.200.000.000. Deze uitgebreide schema’s van 7’s en 37’s worden vernietigd door Anno Mundi 3.400, wat Jechonjachims geboortejaar is, in 3.418 te wijzigen, wat Jechonjakins geboortejaar is.

• Toevallig bewijzen deze twee schema’s op zichzelf reeds dat in dit schema IEDERE DATUM vanaf Adam berekend CORRECT is. Het hoeft geen betoog dat toen, dankzij de Panin Bijbel Statistiek, een doorlopende bijbelchronologie werd vastgesteld, zijn ontdekker nog niets wist van de implicaties daarvan voor de JechonjachiM, -chiN kwestie.

3 - Waarom de PBS nog niet de eer heeft gekregen die het toekomt
De Panin Bijbel Statistiek (PBS) is tot op heden, door de nogal wanordelijke ontstaansgeschiedenis van het Nieuwe Testament en de onsystematische wijze van doorgeven naar de opeenvolgende generaties (in de vroegste tijd), door het theologische gezelschap sterk genegeerd. Zo bezien lijkt het bestaan van een letterperfecte constructie, welke alle teksten zou doordringen, totaal ongerijmd. Daarom is men nooit serieus op deze zaak ingegaan, ondanks de wiskundige formules die voor zichzelf spreken. Het is ook zo dat deze ‘formules’ geen luisterend oor vonden omdat im grossen und ganzen de Christelijke theologen weinig affiniteit hebben met wiskunde; de Joodse theologen zijn van een ander slag. Ik vraag mij af wie van de Christelijke theologen ooit de opwinding heeft ervaren van een nieuw ontdekte wiskundige formule, wat te vergelijken is met wat een fijnproever ervaart als hij een of andere voortreffelijke wijn proeft. Panins wiskundige validatie van de PBS, met oog op de inschatting van de waarschijnlijkheidsdistributie, vond plaats toen de praktische mathematisatie van enorme aantallen nog niet binnen bereik lag, want computers bestonden niet. Panin testte de PBS ook bij Griekse werken van wereldlijke schrijvers maar kon daar geen enkele significante relatie vinden. Toch konden zijn vergelijkingen en berekeningen wetenschappelijk bezien geen uitsluitsel geven want zijn benadering maakte geen gebruik, en kon dat ook niet, van de wiskundige gereedschappen om van het proefobject toevallige distributies tot stand te brengen. Dit verklaart ook waarom niemand van het wetenschappelijke milieu ten tijde van zijn eerste publicatie heeft gepoogd zijn werk aan te vallen, want een rigoreuze kritiek vereist dezelfde gereedschappen. Het staat vast dat het

-4-

PBS fenomeen zo’n hoog gehalte van inventiviteit bezit dat een genie nodig is om zelfs met behulp van computers een keurig leesbare tekst te vervaardigen die het vereiste onderliggende statistische raamwerk bezit. Ik heb daarom het volste vertrouwen dat een verbeterde en gedisciplineerd validatie- en gevoeligheidsanalyse, uitgevoerd door een gekwalificeerd wiskundige met gebruikmaking van de hedendaagse gereedschappen en statistische inzichten, uitzonderlijk lage significantieniveaus zal vinden, zelfs als deze veel hoger zouden komen te liggen dan die van Panin, die meestal significanties berekende die veel lager kwamen dan één kans op een miljard, terwijl reeds één op duizend voldoende zou zijn geweest om op ontwerp te wijzen.

4 – Hoe de Bijbel ontstond
De nogal wanordelijke ontstaansgeschiedenis van het Nieuwe Testament is meesterlijk beschreven in “Een Algemeen Overzicht van de Geschiedenis van de Canon” van Brooke Foss Westcott, een Anglicaanse bisschop, voor het eerst in 1855 is gepubliceerd, toen Panin geboren werd. Hier volgen enkele citaten uit de herziene 7e druk (pp. 4-5, 12, 56, 238, 508, 511): «« De Canon van het Nieuwe Testament kreeg gaandeweg vastere vorm. Het betrof een van de eerste instinctieve daden van de christelijke gemeenschap en ontstond vanuit de natuurlijke uitdrukking van die tijd. De maatschappelijke voorwaarden en de interne verhoudingen binnen de Kerk vormden obstakels voor een onmiddellijke en definitieve oplossing van dit probleem. Zolang de traditionele regel van de Apostolische leer in brede kring binnen de Kerk werd aanvaard, bestond geen behoefte aan een geschreven ‘Regel’ ter bevestiging daarvan. De erkenning van de Apostolische geschriften als gezaghebbend en compleet instrument was eerst nog gebrekkig en evolueerde volgens een patroon dat te vergelijken valt met de ontluikende formulering van een godsdienstige leerstelling of de uitkristallisatie van de kerkelijke structuur. De evolutie van de goddelijke Openbaring, nadat deze aan mensen werd toevertrouwd, is - zo lijkt het - niet van de tegenspoed en wisselvalligheden ontbloot die de overlevering van normale boeken treft. De moeilijkheden die zich voordoen bij een onderzoek naar de eerste versies van het Nieuwe Testament kunnen niet licht worden overschat. Naast problemen die elk kritisch onderzoek naar de oorspronkelijke Griekse tekst met zich meebrengt, zijn er nog andere bijna even onoverkomenlijke problemen, die voortkomen uit het relatief spaarzame materiaal dat ter beschikbaar staat en uit de vage en tegenstrijdige tradities. Er bestaat weinig ondersteunende literatuur; en indien ruimer voorhanden is deze zeer onvolledig. Er bestaat geen lange successie van patriarchen die getuigenis aflegt van de totstandkoming en het gebruik van vertalingen. Alhoewel het waar is dat deze belemmeringen vooral worden gevoeld bij iedere vertaalpoging of interpretatie, worden zij niet als minder acuut ervaren indien het onderzoek zich enkel richt op hun oorsprong en vroegste vorm. Gods onderwijzingen via de mens blijken aan de menselijke willekeur en denkwijze onderworpen. Vele jaren gaan voorbij voordat men tot de overtuiging komt dat de woorden van iemand die met mensen praat ook werkelijk Gods woorden zijn. De opvolgers van de Apostelen realiseerden zich niet dat de geschreven verhalen over de Heer en her en der verspreide epistels van Zijn eerste leerlingen een zekere en genoegzame brontekst zouden vormen om de rechte leer te staven als in later tijden de traditie zou zijn verflauwd of bezoedeld. Zich geborgen wetend in Christus’ lichaam en ten volle bewust van de macht van zijn Hoofd, beseften ze niet dat de Apostelen door de voorzienigheid geroepen waren om in hun geschriften voor eens en voor altijd de oorspronkelijke vormen van het Christendom weer te geven, op een manier die sterk doet denken aan de Profeten in wier schaduw zij stonden. »»

-5-

De originele Markus 6:52-53 is niet de letterperfecte tekst die in Gods Gedachte bestaat: Een voorbeeld van het principe dat de eerste Schrift nog niet letterperfect was, bestaat in het fragment 7Q5 ≈ Mark 6:52-53, dat in Qumran is ontdekt. Dit fragment geeft aan dat het Griekse woord ‘diapersantes’ (naar de overkant gegaan zijnde) met een tau geschreven werd in plaats van met een delta, en ook dat de woorden ‘epi tên gên’ (naar het land) ontbraken, terwijl Panins numerieke analyse aanwijst dat diapersantes met een delta geschreven moet worden en dat de drie ontbrekende woorden, die klaarblijkelijk in het oorspronkelijke handschrift ontbraken, dienen te worden toegevoegd. Deze afwijking in het 7Q5 fragment wordt begrijpelijk indien wij het neerschrijven van deze woorden in die bijzondere periode plaatsen (ante 68 v. Chr.) en op die bijzonder plaats (Jeruzalem). Voor meer details, zie Carsten Thiede: “7Q5 – Facts or Fiction?” - The Westminster Theological Journal 57 # 1995.

5 – Het origineel zoals dat in Gods Gedachte bestaat
Omdat de eerste Christenen niet over een kopieersysteem beschikten dat in de verste verte op dat van de Joodse schriftgeleerden leek, wat een minitieuze vermenigvuldiging van de Heilige Schrift waarborgde, zouden de gebruikelijke versies in het Grieks, welke in de 19e eeuw in omloop waren, duizenden lettervariaties ten opzichte van de authentieke tekst moeten bevatten. De gebruikelijke versies zouden toen meer dan 14.000 lettervariaties ten opzichte van de authentieke tekst moeten bevatten, die met een ruwe schatting 700.000 letters omvat (het aantal Griekse woorden in het Nieuwe Testament is exact 137.903). Dit leidt natuurlijk tot veel minder woordvariaties en nog minder zinsvariaties. In werkelijkheid bestond het aantal aangevochten lezingen van de Heilige Schrift uit 3.000 lezingen, die door middel van de PBS zijn getest. In elk van deze gevallen werd de alternatieve versie opgetekend. Het zij vermeld dat zulke afwijkingen in de meeste gevallen onbelangrijk zijn voor een correcte tekstuitleg. Ongetwijfeld is de herziening van Westcott & Hort erin geslaagd om een groot deel van de handschriften te recupereren, maar het zou een waar wonder heten indien zij erin geslaagd waren om de ‘oorspronkelijke’ Versies in letterperfect detail te recupereren. Zo’n wonder is mogelijk, maar het is beslist niet de enige oplossing. God kan hebben verkozen om met onze menselijke zwakheden over een tijdsruimte van vele eeuwen te werken om tenslotte tot het letterperfecte schrift te komen zoals dat van meet af aan in Zijn Gedachte bestond. Dit, in Gods Gedachte volmaakte schrift, zou in letterdetail kunnen afwijken van de oorspronkelijke handschriften uit het begin van onze Christelijke jaartelling. Hoe dan ook, het soort wiskundige analyse dat Panin bedreef, vereist een bijna volmaakte tekst omdat reeds één cijferwijziging het statische raamwerk van een gehele paragraaf vernietigt. Indien de corruptie van de tekst toeneemt, wordt al spoedig een punt bereikt waarmee een reconstructie van de oorspronkelijke tekst ons menselijk genie overtreft. Panin heeft aangetoond dat de afwijkingen van het origineel, zoals die in Gods Gedachte bestaat, door Westcott & Hort werden teruggeschroefd tot enkele foutieve spellingen en dertien passages tussen aanhalingstekens die door hen werden aangemerkt als “Interpolaties” (van in totaal vijftien). Ik heb geen moeite te aanvaarden dat Westcott & Hort erin geslaagd zijn om alle opzettelijke afwijkingen eruit te wieden, zoals de zogenaamde Johannitische Komma van 1 Johannes 5:7-8, maar om hun werk naar waarde te schatten moeten wij ook de ongewilde afwijkingen in aanmerking nemen. Natuurlijk pretendeerden Westcott & Hort niet een bijna letterperfect duplicaat van de originele teksten te hebben geproduceerd zoals die in Gods Gedachte bestaat, alhoewel dit ideaal altijd in hun gedachten voorop stond. Dat zij deze kroon toch hebben weten te bemachtigen, ligt aan factoren buiten hun macht: het fenomenale wiskundige ontwerp wat door de gehele Bijbel heen aan de teksten ten grondslag ligt, werd pas in 1890 door Ivan Panin ontdekt, negen

-6-

jaar nadat Westcott & Hort hun taak hadden beëindigd. In 1934, toen Panin 79 jaar oud was, publiceerde hij de Griekse tekst van het Nieuwe Testament die dankzij zijn methode letter voor letter identiek was aan het origineel zoals die altijd al in Gods Gedachte heeft bestaan. Zijn methode bewijst dat alle manuscripten dezelfde goddelijke auteur hadden, maar bewijst niet dat de mensen die de eerste manuscripten schreven of vanuit een Hebreeuws origineel vertaalden, of ze door onoplettendheid in een later stadium wijzigden in de door God gewenste zin, zich van het feit bewust waren dat ieder woord, ja iedere letter, goddelijk geïnspireerd was om te worden ingeschreven in een der grote scheppingswerken van de Almachtige. Hubert Luns – in het jaar 2000, zijnde het jaar 2008 na Christus

APPENDIX

Een correctie op de Panin-Bijbelchronologie
Panins chronogie komt uit op 3.999 AM (Anno Mundi: vanaf Adam) voor Jezus’ geboortejaar. De zalige Augustines Anna-Katharina Emmerick ‘zag’ echter dat Jezus aan het eind van 3.997 AM werd geboren, waarvan de vervroeging aan het gebed van de maagd Maria te danken is geweest. Panin baseert de berekening van Jezus’ geboortejaar op de profetie van Daniël 9:25 dat er “tot aan de Messiasvorst 69 heptaden (weken) zullen verstrijken gerekend vanaf de aankondiging van het decreet om Jeruzalem te herstellen en bouwen.” Dat zijn 483 jaar gerekend vanaf de aankondiging van koning Cyrus I om te beginnen met de wederopbouw van de Tempel in Jeruzalem (Ezra 1:1-3). Volgens Panin gebeurde dat in 3.517 AM. Deze twee getallen bij elkaar geteld (3.517 inclusief) maakt 3.999. Het jaar 3.999 AM was derhalve het geplande jaar in Gods Gedachte en 3.997 AM zijn vervroeging. Wij vinden een opmerkelijke bevestiging van deze conclusie in “Il poema dell’Uomo-Dio” van de visionaire Maria Valtorta, waarin zij het voorval in de Tempel verhaalt toen het kind Jezus door zijn kennis de geleerden versteld deed staan (Luk. 2:41-49): «« Jezus was toen twaalf jaar oud. Gamaliël en Hillel, die toen reeds een oude man was, waren beiden aanwezig, waarbij de eerste uitlegde dat de Messias reeds geboren moest zijn omdat bijna tien jaren waren verstreken vanaf de aangekondigde periode van Daniëls zeventig weken profetie. Het kind Jezus zegt: “De profetie kan zich niet vergissen in zijn tijdsbepaling, (…) en toen die tijd dus was vervuld, was ook de tijd vervuld van de ‘twee en zestig plus één’ week vanaf de tempelaankondiging.” »» Indien we tien jaren van Jezus’ leeftijd van twaalf aftrekken komen we op het moment dat Hij twee jaar oud was, wat overeenstemt met de vervroeging van Jezus’ geboorte in antwoord op Maria’s vurig gebed! Omdat Jezus volgens de Gregoriaanse kalender in het jaar 8 v. Chr. is geboren (zie “Werd Jezus in Bethlehem geboren?”), dat in de Anno Mundi kalender identiek is aan het jaar 3.997, en omdat Panin voor de synchronisatie van zijn Anno Mundi kalender aan die van de Gregoriaanse uitgaat van 4 v. Chr. t.a.v. Jezus' geboorte, dat in zijn optiek identiek is aan 3.999 AM, dient voor elk jaartal van Panin twee jaar te worden afgetrokken. Dus, als in zijn tabel het jaar 1.466 v. Chr. wordt aangegeven voor het begin van de Exodus, dan dient dat gecorrigeerd te worden naar het jaar 1.468 v. Chr. Teruggerekend, d.w.z. vanaf het jaar des Heeren 2.008, komt dat uit op 2.008 + 1.468 - 1 = 3.475 jaren geleden, dat is drie en een half millennia geleden. Het is ‘minus 1’ omdat in onze Gregoriaanse kalender het jaar nul ontbreekt.

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->