P. 1
Archaïsche Zinsneden in het Nederlands

Archaïsche Zinsneden in het Nederlands

|Views: 40|Likes:
Published by jwr47

In het Nederlands behoren korte riviernamen zoals A, Aa, Ee, Ie tot de oudste woorden. Wellicht zijn deze verwant met het Deense en Zweedse Å, het Oudgermaanse aha of ahwô, het Franse “eau” en Latijnse “aqua”1.

Het (uiterst korte en dus zeer oude) Scandinavische woord Æ wordt voor talloze belangrijke begrippen toegepast, zoals het persoonlijke voornaamwoord der eerste persoon enkelvoud (ego-pronomen), het huwelijk, de wetgeving, de uniekheid, stromend water, etc.

Opvallend is, dat de kortste en oudste woorden rijk zijn aan klinkers. Vele ego-pronomina vormen een integrale kern van de bijbehorende goddelijke namen, zoals in het Provençaals ieu als kern van het woord Dieu. De kern met de reeks klinkers, bijvoorbeeld ieu, iau, iou stamt uit het woord Diaus, de hemelse god van de Indo-Europese talen.

Op de basis van deze correlatie tussen de woorden voor eeuwigheid (waaronder ook het woord eeuw), het onontbindbare en eeuwige huwelijk, de wet, de ego-pronomina kan men ervan uitgaan, dat aan de Scandinavische woordkern Æ een symbolisme van de eeuwigheid moet worden toegekend. Deze lettercombinatie met een overmaat aan klinkers bevindt zich in het centrum van het woord Diaus.

De dagen van de week vormen belangrijke bronnen voor het aflezen van de archaïsche namen voor de hemelse goden. De Dinsdag beschrijft de geldige naam voor de van Dyaus afgeleide hemelse god, zoals deze in de Germaanse landen werd aanbeden. De Donderdag beschrijft de geldige naam voor de van Dyaus afgeleide hemelse god, zoals deze in de Romaanse landen werd aanbeden.

De 'ee' ('wet, huwelijk') is verwant met “eeuw”, of liever gezegd “eeuwigheid”, omdat de eeuw in feite een niet-eindigend tijdperk aanduidt. De eega is de huwelijkspartner, de ee-gade, waarmee twee personen tot “mens” worden vereend respectievelijk gepaard. De wet en het huwelijk werden als eeuwigdurend beschouwd. Met de dood eindigt een huwelijk niet en wordt ook in het hiernamaals voortgezet.

In een cultuur, waarin het archaïsche bestand tot de allerhoogste waarden wordt gerekend, kan iets nieuws niet werkelijk waardevol zijn. Men moet er wellicht vanuit gaan dat “nieuw” een negatie van een kernwoord “ieuw”, bijvoorbeeld “eeuw” vormt.

De oude woorden zijn het kortst. Een overmaat aan klinkers duidt op een religieuze woordkern. De ego-pronomina vormen vaak een woordkern, die zich als evenbeeld in de naam van God spiegelt. Het centrum a, e, o of æ van de naam Diaus symboliseert de eeuwigheid, de wet, stabiliteit, het huwelijk en althans in de Scandinavische dialecten ook het ik.

De letters I en U vormen in de naam Diaus een paar antipoden, die vermoedelijk het androgyne basispaar symboliseren. Het woord “paars” beschrijft wellicht een “gepaard” tweetal kleuren rood en blauw.

In de archaïsche taal symboliseren de oorspronkelijke vocalen I, A2 en U de eeuwigheid. Deze woorden zijn vermoedelijk de oudste elementen, die men in onze taal nog als symbolen kan interpreteren.


1 Aa (waternaam)



2 later aangevuld met de E en de O




In het Nederlands behoren korte riviernamen zoals A, Aa, Ee, Ie tot de oudste woorden. Wellicht zijn deze verwant met het Deense en Zweedse Å, het Oudgermaanse aha of ahwô, het Franse “eau” en Latijnse “aqua”1.

Het (uiterst korte en dus zeer oude) Scandinavische woord Æ wordt voor talloze belangrijke begrippen toegepast, zoals het persoonlijke voornaamwoord der eerste persoon enkelvoud (ego-pronomen), het huwelijk, de wetgeving, de uniekheid, stromend water, etc.

Opvallend is, dat de kortste en oudste woorden rijk zijn aan klinkers. Vele ego-pronomina vormen een integrale kern van de bijbehorende goddelijke namen, zoals in het Provençaals ieu als kern van het woord Dieu. De kern met de reeks klinkers, bijvoorbeeld ieu, iau, iou stamt uit het woord Diaus, de hemelse god van de Indo-Europese talen.

Op de basis van deze correlatie tussen de woorden voor eeuwigheid (waaronder ook het woord eeuw), het onontbindbare en eeuwige huwelijk, de wet, de ego-pronomina kan men ervan uitgaan, dat aan de Scandinavische woordkern Æ een symbolisme van de eeuwigheid moet worden toegekend. Deze lettercombinatie met een overmaat aan klinkers bevindt zich in het centrum van het woord Diaus.

De dagen van de week vormen belangrijke bronnen voor het aflezen van de archaïsche namen voor de hemelse goden. De Dinsdag beschrijft de geldige naam voor de van Dyaus afgeleide hemelse god, zoals deze in de Germaanse landen werd aanbeden. De Donderdag beschrijft de geldige naam voor de van Dyaus afgeleide hemelse god, zoals deze in de Romaanse landen werd aanbeden.

De 'ee' ('wet, huwelijk') is verwant met “eeuw”, of liever gezegd “eeuwigheid”, omdat de eeuw in feite een niet-eindigend tijdperk aanduidt. De eega is de huwelijkspartner, de ee-gade, waarmee twee personen tot “mens” worden vereend respectievelijk gepaard. De wet en het huwelijk werden als eeuwigdurend beschouwd. Met de dood eindigt een huwelijk niet en wordt ook in het hiernamaals voortgezet.

In een cultuur, waarin het archaïsche bestand tot de allerhoogste waarden wordt gerekend, kan iets nieuws niet werkelijk waardevol zijn. Men moet er wellicht vanuit gaan dat “nieuw” een negatie van een kernwoord “ieuw”, bijvoorbeeld “eeuw” vormt.

De oude woorden zijn het kortst. Een overmaat aan klinkers duidt op een religieuze woordkern. De ego-pronomina vormen vaak een woordkern, die zich als evenbeeld in de naam van God spiegelt. Het centrum a, e, o of æ van de naam Diaus symboliseert de eeuwigheid, de wet, stabiliteit, het huwelijk en althans in de Scandinavische dialecten ook het ik.

De letters I en U vormen in de naam Diaus een paar antipoden, die vermoedelijk het androgyne basispaar symboliseren. Het woord “paars” beschrijft wellicht een “gepaard” tweetal kleuren rood en blauw.

In de archaïsche taal symboliseren de oorspronkelijke vocalen I, A2 en U de eeuwigheid. Deze woorden zijn vermoedelijk de oudste elementen, die men in onze taal nog als symbolen kan interpreteren.


1 Aa (waternaam)



2 later aangevuld met de E en de O



More info:

Published by: jwr47 on Dec 23, 2012
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

06/08/2015

pdf

text

original

Archaïsche Zinsneden in het Nederlands

jwr Af en toe loont het zich in de taal te grasduinen naar verloren zinsneden. Wij vinden er aanduidingen en associaties met riten terug, die allang zijn opgegeven. Nog slechts enkelingen zoals Carry van Bruggen1 verheugen zich op het terugvinden van een teloor gegane traditie. Veel van deze gewoontes zijn nog levendig gebleven in de taal van de van Nederland afgesloten, koloniale gebieden zoals Zuid-Afrika. Ik kan mij herinneren op de middelbare school daarmee in aanraking te zijn gekomen. Een leraar vertelde eens over de merkwaardige woorden, die men daar tegenkomt, zoals "verneukpoep" (kunstmest), "verkleurmannetjie" (kameleon) of "aftrekplaats" (parkeerplaats langs de doorgaande weg)2. De traditie van de nieuwe woordvorming leeft vermoedelijk het meest bij een bevolking, die naar een nieuw continent wordt overgeplant. Ik herinner mij de aan de Duitstalige kolonie Tovar vlakbij Caracas in Venezuela, die althans rond 1960 nog het oude Schwäbische taalgebruik uit het Zwarte Woud had bewaard. Soms kan men aan enkele voorbeelden as aflezen in welke contreien de nieuwe woonplaats zich moet bevinden, omdat er bijvoorbeeld “kameleons” of “padkost” in voorkomen3: • • • • • • • • kan nie dood nie = een plant die altijd overleeft kom 'n bietjie bos = een plant met weerhaken die je grijpt en tegenhoudt vuurhoutje = een 'stekske' (Antwerps) duikweg = een weg die onderdoor gaat. laatlam = een achterkomertje padkos = eten voor onderweg, padkost webwerf = web site of webstek amperbaas ( = bijna Baas)

In de Nederlandse Etymologie (een website van A.J.A. van Bladels) vind ik een geslaagde samenvatting van aantal trefwoorden, die op oude tradities duiden. Enerzijds vormen de koloniën nieuwe woorden, anderzijds behouden de volkeren in de afgelegen bergdalen archaïsche gebruiken en woordtradities. Bergdalen en afgelegen moerasgebieden zijn de levende, etymologische musea, waarin het Woord in de oorspronkelijke kernversies bewaard is gebleven. De kunst bestaat daarin de samenhangen te reconstrueren. De nieuw geschapen woorden zijn lang, waartegen de oudste woorden door een pregnante, maar eenvoudige opbouw tegen de lawaaierige en opdringerige achtergrond als briljanten lijken te schitteren. Losse vocalen vormen de diamanten in het etymologische heelal. Zij zijn als in een waaier planeten gedrapeerd in een heelal van klinkers rondom de centrale zon “Jota”. Op analoge wijze zijn de woorden gegroepeerd rondom het centrale gesternte van ons egopronomen IEU. Het woordenboek van ons etymologisch heelal is als een astrologisch handboek, waarin de magiërs ons horoscopen hebben verhaald. Het is een fantastisch verhaal vol mythen en legenden.

1 Nederlands voor Gevorderden 2 Verfransing van het Vlaams? - Pagina 6 - Politics.be 3 Verfransing van het Vlaams? - Pagina 6 - Politics.be

Aangevuld met gegevens uit eigen onderzoek en de etymologische databank is het denkbaar, dat de mens een eigen schepper als evenbeeld van het ego-pronomen heeft ontworpen. Beide zijn omwille van de oneindigheid van een overmaat aan eindeloze klinkende vocalen voorzien. Het begin van deze archaïsche legenden vormt het overzicht van de losse klinkers.

Archaïsche stamwoorden
De oudste woorden zijn vaak de kortste en de echte religieuze woordkernen bevatten veel klinkers. Met name de woorden, die uit een losse klinker (A, E, H, I, O, U of Y) bestaan zijn soms nog steeds als archaïsche stamwoorden gepredestineerd. In een aantal gevallen vormen deze woordjes belangrijke voegwoorden, zoals in het Spaans o (of), Spaans y (en). Andere korte, uitsluitend uit klinkers opgebouwde woorden zijn riviernamen, plassen of meren, zoals de A4, Aa5, Ae, Aai, Ee6, Ie, Dee. Talloze voorbeelden zijn gedocumenteerd in Aa (waternaam). Dit bracht mij op het idee, dat die riviertjes met klinkers werden benoemd, omdat zij “eeuwig stromen” en de eeuwigheid in illo tempore nu eenmaal met vocale klanken werd gesymboliseerd. A Een van deze oude woorden is de rivier de A(a) en Breda moet worden gelezen als “brede rivier”7. De Aa wordt niet alleen in Nederland, maar ook in Zwitserland gevonden. De Zwitserse Aa mondt bij Stans in het Vierwoudstrekenmeer. Breda markeert echter alleen maar de plaats, waar de Aa een bredere bedding inneemt (en vermoedelijk een doorwaadbare overgang of “Voort”, “Furt” of “Foort” vormde). Breda is dus geen rivier. Een doorwaadbare plaats had in dat geval ook wel Aafoort genoemd kunnen worden. De letter Æ wordt in vele Scandinavische dialecten nog steeds als Ego-pronomen 8 toegepast, maar geldt daarnaast ook nog in een aantal talen als substantief voor “levensbelangrijke” onderwerpen zoals het huwelijk, de wetgeving, de uniekheid, stromend water, etc. E E is een door de beschrijving van Plutarchus beroemd geworden inscriptie boven de ingang van de Apollo-tempel in Delphi9. Ongetwijfeld is deze letter een religieus symbool, waarvan de betekenis officieel nog steeds niet ontcijferd is. H (die Griekse letter Eta, respectievelijk de Scandinavische Æ) Deze klinker is alleen in de historische context met andere talen verklaarbaar. In het Nederlands wordt deze klank soms onderdrukt, zoals bijvoorbeeld in het woord “eega”, dat in het Duits als “Ehegatte” wordt uitgesproken.

4 5 6 7 8

Bijvoorbeeld de Astensche A, die in de buurt van Helmond ontspringt. De Aa of Weerijs, die door Breda stroomt. De Ee mondt bij “De Lemmer” in het IJsselmeer Etymologie (een website van A.J.A. van Bladels) In many western, northern, and southwestern Norwegian dialects, and in the western Danish dialects of Thy and Southern Jutland, æ has a significant meaning: the first person singular pronoun I, and it is thus a normal spoken word; usually, it is written as æ when these dialects are rendered in writing. (citaat uit Wikipedia æ) 9 E - of the E-symbol Engraven Over the Gate of Apollos Temple at Delphi

I, Y Y is een Engels ego-pronomen uit de Wycliffe Bijbel 10. In latere eeuwen wordt de Y door “I” vervangen. De derde letter van Claudius11 (Een afgekapte "H" in de betekenis van een “Y”12) en de Griekse Ypsilon verschillen van het mannelijke symbool “I” in zoverre, dat de Y een tussenvorm van de I en U vormt, die men nog steeds in woorden zoals Gymnasium kan identificeren. Gymnasium kan men immers als Gumnasium of Gimnasium uitspreken. IJ Het IJ is een meer, voorheen een zeearm, in Noord-Holland13. De naam IJ is verwant aan het (West)Friese Ae, Ee of Die. Dit betekent 'water' (vergelijk het Franse eau). Mogelijk is het IJ begonnen als kreekje, als gevolg van een duindoorbraak bij Castricum. Meer waarschijnlijk is het IJ een restant van een noordelijke arm van de Rijndelta. Tot slot zou het IJ ook ontstaan kunnen zijn vanuit het aangrenzende Almere. O Pronomen van de 3e persoon ev. in het Turks: hij, zij, het. U In het Engels is de U het symbool voor de hogere klassen en kasten. In het Nederlands is het persoonlijk voornaamwoord "u" is in de 19e eeuw ontstaan als afkorting van "Uwe Edelheit", dat sinds de 17e eeuw steeds vaker in brieven werd gebezigd naarmate de oorspronkelijke beleefdheidsvorm "gij" meer en meer gebruikt werd en daardoor minder en minder beleefdheid uitstraalde. Het is het enige woord in het Nederlands dat één letter lang is14. Ω De Ω behoorde tot de symbolen, die een einde aanduiden: van alfa tot omega.

10 Wycliffe Bijbel 11 Claudia komt via de Romeinse geslachtsnaam Claudius uit het Latijnse woord claudus, hetgeen 'kreupel, lam' betekent. Het is waarlijk een merkwaardige meisjesnaam. 12 Een afgekapte "H", die een klinker voorstelde: waarschijnlijk bedoeld om de Griekse Υ (ypsilon) te translitereren, en/of om een klank tussen "i" en "u" weer te geven. Op dat moment bestond de "Y" nog niet in het Latijnse alfabet. 13 Het eigenlijke IJ of Binnen-IJ scheidt de Amsterdamse binnenstad van Amsterdam-Noord, en was oorspronkelijk een baai van de Zuiderzee. 14 U (letter)

Reeksen klinkers in talen
Deens Sommige talen, zoals het Deens zijn extreem rijk aan klinkers. Een gedeelte van deze rijkdom aan vocale uitdrukkingswijze vindt men terug in het Nederlands, bijvoorbeeld in de aa- en ae-woorden en namen voor riviertjes. “æ æ å æ ø i æ å” kan worden gelezen als (Deens): “jeg er på øen i åen” (“Ik ben op het eiland aan de oever van de rivier”). A æ u å æ ø i æ å, æ i å u å æ ø i æ å? betekent Ik ben op het eiland in de rivier. Ben jij ook op het eiland in de rivier?15.

Aaien
Daarbij wordt nog niet eens het Deense werkwoord “ae16” (aaien) toegepast, dat ook in het Nederlands geheel uit klinkers bestaat: aaien ww. ‘strelen’ Vnnl. haeyen ‘warmhouden, verzorgen’ [1599; Kil.]; nnl. aaijen [1717b; Halma]. Herkomst onduidelijk. Meestal verklaard als een afleiding van ai, alsof aai gezegd wordt bij het strelen en liefkozen. Aangezien ai een uitroep van pijn is, past dit semantisch niet. Veeleer is het een afleiding van het liefkozende, gerekte aa, met een overgangsklank /j/ (zoals in → kraaien). Dit vindt steun in West-Vlaams aatje, ake ‘aaitje’. Het woord komt alleen in het Nederlands en Fries voor. Dat het woord alleen in het Nederlands en Fries voorkomt is onjuist, als wij het Deense woord ae (aaien) als een passende kern mogen beschouwen. Roemeens Ook in het Roemeens kan deze concentratie aan klinkers worden vastgesteld: Oaia17 aia e a ei, eu i-o iau dat kan worden vertaald als 'Dat schaap is van haar. Ik neem het van haar weg'.. 18

15 16 17 18

BBC - Languages - Your Say - Weird words - Troels - 2008-01-06 Akilet: ETYMOS - Knowledge: Languages - Danish oaie BBC - Languages - Your Say - Weird words - SirJibby 2008-01-06

Bruidegom
In de bruidegom kan men gom = “mens” aflezen, waarvoor men in het Frans homme, Latijn homo herkent. Het is verwant met humus (aarde) en Adam, Hebr. adham, aardbewoner19. Dit is ietwat verwarrend. Omdat de mens als man en vrouw werd geschapen, is de homo “de mens”20 en niet de mannelijke persoon. Het Reuzenlied Ook in de Vlaamse vorm reuzegom ‘reus’ (bekend uit een oud volkslied dat begint met ‘Al wie daar zeit de reus die komt’) komt het element -gom voor. De titel wijkt wat af van de gebruikelijke spelling, maar onder “Al die daar zeidt: de reus die komt” vindt men de tekst van het Reuzenlied: Al die daar zeidt: de reus die komt, De reus die komt! Zij liegen daarom. Kere weerom, reusken, reusken, Kere weerom, reuzegom! Reuzenstoeten zijn van oorsprong een Keltische en Germaanse feestelijkheden. De tekst en melodie van het Reuzenlied zijn in verschillende versies bekend in heel de Zuidelijke Nederlanden. De melodie is verwant aan de hymne 'Conditor alme siderum' en een 16e eeuws Souterliedeke21 van Clemens non Papa. Bruid Het woord bruid heeft te maken met 'bruien' (slaan, stoten). Paren en stoten zijn nauw verwant, vergelijk 'neuken', dat ook stoten betekende22. Bruien stamt van bruden Bruien, waarsch. het zelfde woord als mnl. bruden, tot bruid maken, beslapen, schoffeeren; daarna = mishandelen, plagen, slaan, smijten, ruw neervallen, snel heengaan, en nog tal van andere min of meer daarmede synonieme werkw.; v. Rusting, Werken 1, 10: “Bruitje Moer”; v. Paffenrode 182: “Wat bruy jyme! je bent selver dronken”; Langendijk 2, 73: “Wat bruid me Roelant, met jou hiele ridderschap”; v. Effen, Speet. 4, 224: “Dat het beest aan d’eene kant en ik aan d’ander teugens de grond bruiden”; Langendijk 1, 475: “Brui aan den wind, jou hangebast”; v. Lennep, KI. Zevenst. 3, 202.: “Brui naar de pomp!”. Ook in versterkten vorm brussen voor brudsen.23 Het is echter de vraag of hiermee de mechanische paringsbewegingen geassocieerd mogen worden. Ik herinner mij aan de Joodse bruiloft, waarin het paar samen een glas met één enkele stoot breekt24: 'Als laatste breekt het bruidspaar een glas met de uitroep "Mazzeltov". (geluk) Het breken van het glas staat voor de onbreekbaarheid van een huwelijk; een huwelijk kan niet worden verbroken, net zo min als dat een kapot glas weer heel gemaakt kan worden.'
19 Etymologie (een website van A.J.A. van Bladels) 20 Onl. brudegomo [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. brudegoem [1293; CG I, 1921], -gome. Het eerste woorddeel is → bruid. Het tweede deel -gom betekent ‘mens’. 21 Jacobus Clemens non Papa - Souterliedeken ... 22 Etymologie (een website van A.J.A. van Bladels) 23 C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen geciteerd in bruien (plagen, kwellen; stoten, slaan) etymologiebank.nl 24 De Joodse bruiloft

Frequentatieven Voor het herhaalde stoten zijn er passendere woordvormen, die gebruik maken van de uitgangen -elen en -eren en frequentatieven worden genoemd. De uitgangen -elen en -eren maken de beweging in bewegingswerkwoorden frequenter en heten daarom frequentatieven. Trappelen is herhaaldelijk trappen, hinkelen is herhaaldelijk hinken, klapperen komt van klappen25. Stotteren is een van de frequentatieven voor stoten: stotteren komt van stoten26 Het passende woord voor de herhaalde paringsbewegingen is dus niet stoten, maar (althans in de Duitse versie) rammelen: rammeln {Verb} to copulate · to screw · to mate. De rammelaar of ram is een mannelijk konijn. Brui Het woord brui wordt ook toegepast in 'de brui eraan geven' en 'het neukt me niks' ( 'er niets toe doen' ). In dit geval is “de brui eraan geven” misschien “kapot stoten” (het breken van het glas) en het “neuken” een soort “raken” of “aanraken”. Bruiloft bruiloft < bruid + lopen, betekende dus afhalen van de bruid 27 In de Joodse bruiloft is er een traditie, dat de bruid zevenmaal haar man moet omcirkelen. (Jeremia 31:21): “Een vrouw zal rond de man draaien,” wordt gezien als bron voor de minhag dat de kala drie of zeven keer met een kaars om de chatan heen loopt28. Het gaat bij de omcirkeling duidelijk om lopen en hier heeft het lopen een heel andere betekenis dan het “afhalen”, wat zelfs in de archaïsche tijd eerder met een koets of te paard mag hebben plaatsgevonden.

De “Brui”-woorden vormen echter slechts de kortstondige mechanische processen ter voorbereiding en de sluitingsfase van het huwelijk. Deze fasen zijn kortstondig en behoren daarom tot de sterfelijke levensfase. Alleen het eeuwigdurende is echt heilig. En alhoewel het symbolisme archaïsch is, ontbreekt daarom in de bewoordingen de religieuze codering, die men in de zuiver uit klinkers bestaande woorden zoals “ee” aantreft. Deze rijk aan klinkers opgebouwde woorden documenteren het eeuwigdurende, dat ook in het hiernamaals voortleeft.

25 26 27 28

Etymologie (een website van A.J.A. van Bladels) Etymologie (een website van A.J.A. van Bladels) Etymologie (een website van A.J.A. van Bladels) Het joodse huwelijk, rituelen en achtergronden

Eega
De bruid en bruidegom, de bruiloft en de brui betreffen dus mechanische handelingen, die met het “kapot stoten van een glas” geassocieerd mogen worden. Bij de eega daarentegen reikt de achtergrond naar een hoger niveau. eega (echtgeno(o)t(e)) < 'ee' echtgenoot,echtgenote') 29. ('wet, huwelijk') + 'gade' ('één van een paar,

In deze categorie spelen ook de woorden “echt”, “echtpaar”, “gade”, “huwen” een beduidende rol. De 'ee' ('wet, huwelijk') is verwant met “eeuw”, of liever gezegd “eeuwigheid”, omdat de eeuw in feite een niet-eindigend tijdperk aanduidt. De wet en het huwelijk werden als eeuwigdurend beschouwd. Met de dood eindigt een huwelijk niet en wordt ook in het hiernamaals voortgezet. Weduwschap30 In de heraldiek is het Nederland, Engeland en Frankrijk nog steeds gebruikelijk dat een weduwe een Cordelière om haar wapenschild drapeert. Een cordelière is een van kunstige knopen voorzien koord dat rond een wapenschild is gelegd. Een Joodse weduwe scheurt, wanneer zij de traditie van haar volk volgt, de zomen en naden van haar kleding op ten minste één plaats stuk en brengt enige tijd klagend en "met de tenen in de as" door waarbij de familie en kennissen haar bezoeken. In prediker 3 vers 7 heet het daarom "(er is)een tijd om te scheuren, en een tijd om toe te naaien; een tijd om te zwijgen, en een tijd om te spreken" Paars De rouwkleur is in veel landen zwart maar wijkt ook af; men kan kiezen voor paars of wit.31 Ieuu (iew) Ook de wet werd natuurlijk als eeuwigdurend beschouwd. De goddelijkheid van de wet en het huwelijk versterkten de werking. eeuw v., Mnl. ewe, ee, Onfra. êwa +Ohd. êwa (Mhd. êwe, ê), Ags. ǽ, Ofri. éwe, Go. aiws lange tijd, eeuwigheid + Skr. âyus = leven, Gr. aiṓn = eeuw, aieí = altijd, Lat. ævum = tijdperk, ætas, Oier. aes = leeftijd (z. ook ieder)32. Opvallend is dat een aantal van deze woorden uit reeksen klinkers bestaan: euue33, ee, êuua, aieí, ie, ieuu... Eeuw. Dit woord bet. thans bij ons een tijdperk van 100 jaar. (De Duitschers missen zulk een woord en zeggen maar „Jahrhundert” = jaarhonderd.) Doch oorspr. bet. eeuw: een nieteindigend tijdperk, zoals ons eeuwig en eeuwigheid nog aanduiden. De wortel is nog niet gevonden, doch moet wel bestaan hebben; immers ook het Grieksch kent ongeveer hetzelfde woord voor eeuw, n.1. aioon. Men brengt er ook ee = wet (zie echt) mee in verband, als: de gewoonte, die eeuwig van kracht is. Vgl. ’t Mnl.: „Na der ouden ee” „O Emanuel, onse leitsman ende onse ewe-ghever” (= wetgever). Vgl. ook het Hgd. je (vroeger ie) = te allen tijde; Got. iew = eeuwige tijd34.
29 30 31 32 33 34 P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Van Dale Etymologisch woordenboek geciteerd in eega Weduwschap Weduwschap J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, geciteerd in eeuw De w werd oorspronkelijk als uu geschreven. T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen geciteerd in eeuw

Het huwelijk Wat mij bij voorafgaande studies al was opgevallen, is de concentratie van klinkers in de woorden, die met eeuwigdurende processen samenhangen. Ook het huwelijk “ee” is oorspronkelijk een eeuwigdurende toestand, die in de Bijbel pas later door de scheidbrief kon worden gescheiden: Daarom zal een mens vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot één vlees zijn; Alzo dat zij niet meer twee zijn, maar één vlees. Wat dan God samengevoegd heeft, scheide de mens niet35. Zij zeiden tot hem: Waarom heeft dan Mozes geboden een scheidbrief te geven en haar te verlaten? Hij zeide tot hen: Mozes heeft vanwege de hardheid uwer harten u toegelaten uw vrouwen te verlaten; maar van de beginne is het zo niet geweest36. In het Engels en in enkele Scandinavische dialecten schrijft men 'ee' ('wet, huwelijk') in één enkele klinker Æ, wat met name in de ligatuur de éénheid en kern benadrukt. Daaruit alleen kan men echter slecht een symbolische kern afleiden. Wij moeten eerst nog bewijzen, dat ook lange reeksen klinkers een symbolische kern kunnen vormen. Reeksen vocalen De uitspraak "Ik ben de Alfa en de Omega" omvat een tweetallig paar klinkers Α en Ω, terwijl het “Ik” met een “I” begint. Opvallend is ook het aantal klinkers in de door de kerkvaders toegepaste vertaling IA Ω voor Jahweh37. Veel van de eeuwigdurende processen werden beschreven met woorden, die uitsluitend of grotendeels klinkers omvatten. Een dergelijke constructie is in het Latijnse alfabet “AEIOU”, respectievelijk (in het Grieks) een zevental klinkers ΑΕΗΙΟΥΩ38. Oorspronkelijk moet het aantal klinkers tot een drietal A,I,U, respectievelijk Α,Ι,Ω beperkt zijn geweest. In de loop der geschiedenis neemt het aantal echter sterk toe. AEIOU is het motto van keizer Frederik III 39. Met een I beginnende reeksen klinkers zoals IAO, IAU, en in langere vormen IΑΕΗΟΥΩ of IEHOUA, enz. worden in talloze papyri en amuletten godennamen en toverformules geformuleerd. Daarentegen is in de Scandinavische dialecten ook een concentratie van het symbolisme in één enkele klinker Æ waarneembaar40. Het stromend water Æ De Æ wordt in vele Scandinavische dialecten nog steeds als Ego-pronomen 41 toegepast, maar geldt daarnaast ook nog in een aantal talen als substantief voor “levensbelangrijke” onderwerpen zoals het huwelijk, de wetgeving, de uniekheid, stromend water, etc. In dit verband moet men aan de betekenis van de Nederlandse riviernaam “Aa” herinneren: 'Een van de oudste woorden is de rivier de A(a) en Breda moet worden gelezen als “brede rivier”'42.
35 Mt 19:5-6 36 Mt 19:7-9 37 Sommige kopieën van het Griekse Oude Testament uit de laatste eeuwen voor Christus, hebben een lege plek waar het tetragrammaton gestaan zal hebben, ander geven de Naam van God weer met "ΙΑΩ" (IAO) (citaat uit: JHWH) 38 The Mystery of the Seven Vowels in Theory and Practice 39 The A.E.I.O.U-device of Frederick III 40 De scheppingslegende in één enkele klinker Æ 41 In many western, northern, and southwestern Norwegian dialects, and in the western Danish dialects of Thy and Southern Jutland, æ has a significant meaning: the first person singular pronoun I, and it is thus a normal spoken word; usually, it is written as æ when these dialects are rendered in writing. (citaat uit Wikipedia æ) 42 Etymologie (een website van A.J.A. van Bladels)

De scheppingslegende in één enkele klinker Æ. In echt (werkelijk) - etymologiebank.nl vindt met de correlatie met wettig, æ', æ', ehe en ewe: Onl. echt, eft 'wettig' [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. echt 'wettig, door huwelijk verbonden' .... Nhd. ehe), Ofri. éwe, Ags. æ', æ'w + Lat. aequus = gelijk, Oier. echta = rein. Het concept van de Æ-klinker symboliseert en ondersteunt kennelijk de stabiliteit van de samenleving. Op basis van deze gegevens mag men aannemen, dat de Germanen de letter Æ analoog aan de Hebreeuwse letter “Yod” als het fundament van de scheppingslegende hebben beschouwd. In de Scandinavische mythologie vormde de klinker Æ de spil van de wereld, de as, waarom alles draaide. Opvallend is de op drie klinkers baserende æi-structuur. Het woord æi betekent op zichzelf “eeuwig” en is ook in het Grieks “αει” als zodanig bekend. Er zijn een aantal oud-Germaanse woorden bekend, die bijzonder rijk aan klinkers en dus bijzondere zijn, omdat zij op de heilige æikern baseren. Voorbeelden daarvan zijn: æinigʀ (“enig”, “uniek”), æiða (moeder – in poëtische bewoordingen) en æiga (“eigendom”). Dat het “Ik” althans in de Scandinavische dialecten samenhangt met de Æ-klinker en met de echt, de wet en de eeuwigheid, kan men met de wens naar onsterfelijkheid verklaren. Het ik moet althans door de klankvorming der woorden onsterfelijk worden.

Het Huwen = de toevoeging van een “H”
In de Bijbelse geschiedenis speelt de letter H de rol van een verbintenis. Het symbolisme wordt niet al te duidelijk uitgelegd, omdat er een “H” een naam van Sarah is verdwenen. Abram (‫( )אברם‬zoals hij aanvankelijk heette) was getrouwd met Sarai (‫. )שרי‬ Later verscheen God voor Abram en zei: "Ik zal met jou een verbond aangaan en je zeer veel nakomelingen geven. En je zult de stamvader worden van vele volkeren. Daarom heet je niet langer Abram, maar Abraham (‫ .)אברהם‬En je vrouw heet niet langer Sarai, maar Sara(h)(‫. )שרה‬En ik zal haar vruchtbaar maken." De toegevoegde “H” is in de meeste Nederlandse vertalingen verdwenen: Sara of Sarah (Hebreeuws: ‫( שרה‬Śārāh), Arabisch: ‫( ,سارة‬Sāra)) (Gen 17 EU) . De toevoeging van een H om het huwelijk te symboliseren, wordt op meerdere plaatsen in de Bijbel gedocumenteerd. Het is dus wellicht mogelijk, dat “Huwen” het “toevoegen van een H” aanduidt. In het vijfde boek van Moses (22:23) wordt het woord meisje “Na'arah” net als “Sarah” zonder “H” geschreven, omdat zij zich nog niet met een man verenigd heeft. Waar echter man en vrouw zich nog niet verenigd hebben, mag volgens de Sohar43 geen “H” geschreven worden. De “H” stamt volgens de Sohar44 van de heilige naam AHJH (Ehejeh) en werd ingevoerd om alle tekenen met de “H” te verbinden. Opvallend is ook het Duitse woord “Ehe” (huwelijk), dat op de verbindende letter “Eh” (H) en op de heilige naam Eheje (respectievelijk AHJH) lijkt.

43 I. fol. 51a-b, geciteerd in Der Sohar, das heilige Buch der Kabbala, uit de oertekst vertaald door Ernst Müller 44 I. fol. 15a-16a, geciteerd in Der Sohar, das heilige Buch der Kabbala, uit de oertekst vertaald door Ernst Müller

Eua = het Eeuwige
In een aantal talen wordt ook de naam Eva als een reeks klinkers geschreven. Dat de letters H en V in de naam Hava (vor Chava) klinkers zijn, kan men aflezen aan de naam YHVH, die op de basis van de leesmoeders eveneens als vocalen gelden. Dit blijkt ook uit de reeks vertalingen, waaronder het Bijbelse Grieks Eua duidelijk aangeeft, dat werkelijk alle letters als klinkers moeten worden geïnterpreteerd45: Hawa (Arabic), Yeva (Armenian), Eve (Biblical), Eua (Biblical Greek), Ευα (Ancient Greek), Chawwah (Biblical Hebrew), ‫( חוה‬Hebrew), Eva (Biblical Latin), Eva (Bulgarian), Eva (Croatian), Eva (Czech), Eva (Dutch), Eva, Eve, Ava, Eveleen, Evie, Evvie (English), Eeva, Eevi (Finnish), Ève, Eve (French), Eva (German), Éva, Évike (Hungarian), Éabha (Irish), Eva (Italian), Ieva (Latvian), Ieva (Lithuanian), Eva (Macedonian), Ewa (Polish), Eva (Portuguese), Eva, Yeva (Russian), Eva (Scandinavian), Eva (Slovene), Eva, Evelia, Evita (Spanish), Havva (Turkish), Efa (Welsh) Form of ‫( חוה‬Chawwah) (see EVE) used in the Greek translation of Old Testament. Chawwah is also translated as Zoe in the Greek Old Testament. Het grote aantal klinkers symboliseert het eeuwige. Eua is dus het Eeuwige Leven in de mens.

45 Behind the Name: Meaning, Origin and History of the Name Chava

Paren en paars46
Paar als tweetal Een paar beschrijft een bijeen horend tweetal en bestaat dan uit een set van twee gelijkwaardige en bijeen passende, vaak complementaire dingen, zoals een paar schoenen. Een echtpaar is een paar gelijkwaardige gaden. Voor het woord "paar" en "paren" gelden vergelijkbare toepassingen uit dezelfde periode: Mnl. paer, par 'bijeenbehorend tweetal' in een par anscoen 'een paar handschoenen' [1270; VMNW], 'meer dan een, niet beslist twee' in drie paer balken 'drie sets balken' [1285; VMNW]. paren ww. 'bijeenvoegen; geslachtsgemeenschap hebben'. Vnnl. paeren, paren 'in paren bijeenvoegen' [1573; MNW]. Paars zie: Taalkaart Paars Volgens de etymologie is het woord “paars” ontleend aan middeleeuws Latijn persus, persum 'donkerblauwe kleur'. Inderdaad zijn er in de middeleeuwen volgens Marco Polo 47 kostbare stoffen uit Perzië bekend. Het is echter merkwaardig, dat het woord “paars” als Perzische kleur uitgerekend alleen in het Nederlandstalige gebied ontstaan is. De Paars (de Pers) te Leiden Nader onderzoek48 wijst erop, dat de betekenis van paars zich in de loop van de tijd tenminste parallel ontwikkelt in de richting van gelijkwaardige Franse, respectievelijk Engelse woorden “pairs” of “peers”. Deze ontwikkeling kan door de handelstaal der Hanse zijn geïnitieerd. In de stad Leiden bevond zich in het Stadhuis “een groote Wandel-plaats”, respectievelijk “eene ruime Zaal, gemeenlyk de Paars of Pers genaamd, die zeventig treden lang is”49. De “pairs” staan in de dertiende eeuw bekend als het twaalftallige hofstaat van de destijds hooggeachte vorst Karel de Grote. Tevoren worden echter ook reeds aan Alexander de Grote 12 Pairs toegeschreven.

46 documentatie: Paars
47 1254 – 1324 48 o.a. ook in het Scribd-document The Sky-God Dyaeus.

49 In Korte besgryving van het Lugdunum Batavorum nu Leyden door Simon van Leeuwen - 1672 en in Hedendaegsche historie... - Seite 523 - Thomas Salmon, Jan Wagenaar, Matthias Van Goch – 1742

Het ego-pronomen
Het woord æ (in Scandinavische dialecten “Ik”, in het Engels “I”) hangt m.i. samen met de oorspronkelijke naam voor de Schepper, die de mens “naar zijn evenbeeld” heeft gevormd. In vele talen is dit evenbeeld ook letterlijk in de woorden waarneembaar, zoals in het Provençaals, waarin het woord “ik” (ieu) de gelijkenis in “Dieu” weerspiegelt. In de Germaanse talen is de bijbehorende godennaam is wellicht Tiwaz, “Tyr”, “Tys” of “Ziu”, “Diu”, die alle ontleend zijn aan de Indo-Europese hemelse God Dyaus, respectievelijk Dyæus50. De correlatie tussen de ego-pronomina en de bijbehorende naam van God wordt gedocumenteerd in The Ego-Pronouns in the Divine Names. Men kan met name de meest intensieve correlaties identificeren in de dialecten in en rondom de Alpen, zoals in het Provençaals, waarin egopronomina met drie klinkers (ieu, iou, iau) als kern optreden in de naam van God (Dieu, Diou, Diau). Aangrenzende bereiken (zoals het Italiaans, Roemeens, Frans, Spaans en Portugees) werken met ego-pronomina met twee klinkers (io, eu, iu) als kern optreden in de naam van God (Dio, Deu, Diu). In nog verder weg gelegen gebieden werken de talen (zoals het Engels en de Scandinavische dialecten) met ego-pronomina, die slechts één klinker (Y, respectievelijk I) bevatten, die daarnaast ook in de naam van God voorkomt (Tyr, Tiu, Ziu). Runen De naam van de letter Æsc (Ash in hedendaags Engels, wat es betekent) is de naam van de corresponderende rune ᚫ in het Angelsaksische Futhark51. De es symboliseert de verbinding tussen aarde en hemel. Teiwaz (ook wel Tiwaz, ᛏ, resp. Tyr-Rune genoemd) is de zeventiende rune van het oude futhark. De klank is 'T'. Teiwaz is de eerste rune van de derde Aett. De rune staat voor de god Týr. Het feit dat de Æ-vocaal nog steeds als ego-pronomen in Scandinavische dialecten wordt toegepast en als rune de verbinding tussen aarde en hemel symboliseert, duidt op een religieus symbolisme. Deze vocaal vormt ook de kern van de naam Indo-Europese hemelse God Dyaus ofwel Dyæus, die in Scandinavië Tyr wordt genoemd.

50 In der Salzburg-Wiener Handschrift wird die Rune Tiwaz, ᛏ in einem auf Alcuin als Niederschreiber zurückgeführten gotischen Runenalphabet neben einem altenglischen Futhorc als Tys = Ziu bezeichnet. (citaat uit Wikipedia Tiwaz) 51 Ansuz is de vierde rune van het oude futhark. De klank is 'aa'. Ansuz is de vierde rune van de eerste Aett in de vorm van een boom, vernoemd naar de es. Deze rune symboliseert de verbinding tussen aarde en hemel.

Houdoe52
De Brabantse groet bevindt zich een bereik, dat wordt omgeven door soortgelijke groetwoorden, die wellicht kunnen aanduiden welke betekenis wij aan de lettergrepen mogen geven: De Wikipedia pagina “Houdoe” documenteert ook de mogelijke correlatie met Adieu, en met de overige, naburige woorden Ajuus53, Adie54, Hadich55, Hojje56. Wellicht kan men er inderdaad vanuit gaan, dat Hadich, Hojje en Houdoe allemaal van Adieu afstammen. Wikipedia vermeldt daartoe in Houdoe: “Er zijn vele Franse woorden vanuit de Franse tijd in het Brabantse dialect blijven 'hangen' die door de tijd verbasterd zijn: de groet (h)oudoe stamt af van het Franse woord adieu (ADieu). Een andere mogelijke afkomst wordt toegeschreven aan de perioden van de Spaanse Nederlanden. Hierbij is de Spaanse groet 'A Dios' blijven 'hangen' en verbasterd tot (h)oudoe. “ Omdat echter in alle Indo-Europese talen de woorden voor “Dag” en “God” (“Dieu”) op dezelfde basisstammen berusten, zijn de kernen “doe” en “dich” in “houdoe”, respectievelijk “hadich” tevens als “dag” te interpreteren. “Houdoe” kan dus ook met “Doeg” (“Dag”) en “Doei” gecorreleerd worden, zoals ook “Hadich” met het naburige Zuid-Limburgse “Adié” en het Limburgse “Hojje” met “Aju”.

52 53 54 55 56

houdoe Veluwe, Midden Nederland Zuid-Limburg Belgisch-Limburgs Noord-Limburg

Nieuw
In een cultuur, waarin het archaïsche bestand tot de allerhoogste waarden wordt gerekend, kan iets nieuws niet werkelijk waardevol zijn. Men moet er wellicht vanuit gaan dat “nieuw” een negatie van een kernwoord “ieuw”, bijvoorbeeld “eeuw” vormt. Vgl. ook het Hgd. je (vroeger ie) = te allen tijde; Got. iew = eeuwige tijd57. In de Wiktionary kan men bovendien nalezen, dat een ieuw58 in het Maastrichts dialect een eeuw is. Nieuw is dus iets, wat nog geen eeuw oud is. Omdat de eeuw oorspronkelijk een oneindig lange tijd voorstelde, betekent “nieuw” in feite, dat een object na de schepping moet zijn ontstaan. Deze interpretatie wordt door de officiële etymologie echter niet ondersteund. Officieel geldt: Nieuw: vermoedelijk verwant met het Idg. nu = nu, thans; nieuw is dus: van thans, wat thans ontstaat. (Vgl. de volkstaal nuuw.) 59 Officieel geldt eveneens, maar met het predicaat “onzeker”60 : Onl. niuwi in calf nuuui ‘een nieuw kalf’ [10e eeuw; W.Ps.], allerslahta ouaz niwa ande ald ‘allerlei fruit, nieuw en oud’ [ca. 1100; Will.]; mnl. nie, nieu ‘nieuw’, niwe, nuwe ‘nieuwe’ in te sinen nuwen werke ‘ten behoeve van de nieuwbouw’ [1200; CG II], niwe peneghe ‘nieuwe munten’ [1240-60; CG I], de nieuwe brigghe [1297; CG I]. Ontwikkeld uit Proto-Germaans *neuja-. In de nominatief werd door a-umlaut pgm. *-eu- > *-eo- > West-Germaans *-io- > mnl. -ie-, maar in de verbogen vormen werd pgm. *-eu- > *iu- > mnl. -u-, meestal met een overgangsklank, dus -uw-. Door analogiewerking werd de klinker in dit woord meestal weer gelijkgetrokken, maar het resultaat was in het Middelnederlands niet overal hetzelfde. Nieuw werd later standaardtaal, maar gewestelijk komen nog diverse nevenvormen voor, zoals nie, nij en nuw, nuwe, nouwe enz. Os. niuwi (mnd. nīe, ney(e), nüwe); ohd. niuwi (nhd. neu); ofri. nī, nīe; oe. nīwe, nīowe, nēowe (ne. new); on. nýr (nzw. ny); got. niujis; alle ‘nieuw’, < pgm. *neuja-. Verwant met: Sanskrit návya-; Litouws naũjas; alle ‘nieuw, jong’ < pie. *neuio- (IEW 769), uit de locatief van *neuo- ‘id.’ en dan ook verwant met: Latijn novus (Frans nouveau); Grieks néos (zie ook → neo-); Sanskrit náva-; Avestisch nauua- (Perzisch naw); Oudlitouws navas; Oudkerkslavisch novŭ (Russisch nóvyj); Oudiers nūe; Tochaars A/B ñu/ñuwe; Hittitisch newa-. Mogelijk is er verband met → nu, nou < pie. *nu, maar de precieze relatie is onzeker.

57 58 59 60

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen geciteerd in eeuw ieuw - Wiktionary T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen (bron: nieuw) nieuw bw. ‘pas ontstaan, gegroeid of gemaakt’

Van haver tot gort
van haver tot gort - Heeft niets met haver te maken en evenmin met gort. Was oorspronkelijk van aver tot aver. Het woord 'aver' (voorouder) raakte in onbruik en veranderde in haver, waar dan de gort werd bijverzonnen61. Het woord aver beschrijft echter een nakomeling en geen voorouder: aver* [kind, nakomeling] {1265-1270} verwant met oudengels eafora, gotisch afar [na, behorend bij] (vgl. af); buiten het germ. oudindisch apara- [latere, volgende] → haver62. Van aver tot aver betekent van kind tot kind, van generatie tot generatie. Runen Uit het bestand aan jongere Futhark inscripties (gedateerd: AD 750-1500) zijn de volgende ærfiwoorden in de betekenis van “erfgenaam”, “kind” bekend: • • • • • ærfi (OWN: arfi), m. 'heir'. (see also arfi, ærfingi, ættærfi) ærfi (OWN: arfi), nt. 'heir, heiress'. (see ættærfi) ærfi (OWN: arfi), n. 'heir'. (see also arfi, ærfingi, ættærfi) ærfi (OWN: arfi), n. 'heir, heiress'. (see ættærfi) ærfingi (OWN: erfingi), m. n. 'heir, child'.

61 Etymologie (een website van A.J.A. van Bladels) 62 aver

Vruchtbaarheidsriten
Wikipedia's “Februari” vermeldt in dit kader: Februari werd aangemerkt als reinigingsmaand. De Romeinen vierden hun Lupercalia, reinigings- en vruchtbaarheidsfeesten ter ere van de wolfsgod Lupercus. In deze zelfde periode vierden de Germaanse stammen langs de Romeinse grenzen een ontuchtig vrouwen- en vruchtbaarheidsfeest. De Romeinen vonden dit heidense riten en duidden deze feesten aan met de naam Spurcalia, naar het Latijnse woord spurcus dat smerig betekent. Van dit woord is het Oudnederlandse woord sprokkelen een etymologische afleiding. De sprokkelmaand februari verwijst dus naar deze oude Germaanse vruchtbaarheidsfeesten. Oudnederlandse/puristische naam: sprokkelmaand of regenmaand. De naam sprokkelmaand heeft niets te maken met het werkwoord sprokkelen. De naam is afgeleid van het woord sporkelen dat springen betekent. Dit slaat op het feit dat het aantal dagen eens in de vier jaar een dag verspringt. In veel Oudnederlandse teksten wordt sporcle gebruikt om de maand februari aan te duiden. Later dacht men dat dit woord een verbastering was van sprokkel.

De weekdagen
De Dinsdag is genoemd naar de godheid Ziu (Tyr). Volgens Jacob Grimm63 waren de Germaanse weekdagen gecentreerd rond de aan UUodan64 toegewijde Woensdag. De naam Wodan varieerde van Odin (in het noorden) tot Godan in de Lombardije in het zuiden. Wōden werd geflankeerd door twee zonen65 Thyr en Thur, die wellicht ook als een etymologische tweeling werden beschouwd. Tyr66 en Thur67 representeren misschien zelfs de Y- respectievelijk Uantipoden van de reeks klinkers yeu in de naam voor de hemelse PIE-god Dyeus. Aan Tyr en Thur zijn de weekdagen Dinsdag (Tyrsdag), respectievelijk Donderdag (Thorsdag) gewijd. De dagen van de week vormen belangrijke bronnen voor het aflezen van de archaïsche namen voor de hemelse goden. De Dinsdag beschrijft de geldige naam voor de van Dyaus afgeleide hemelse god, zoals deze in de Germaanse landen werd aanbeden. De Donderdag beschrijft de geldige naam voor de van Dyaus afgeleide hemelse god, zoals deze in de Romaanse landen werd aanbeden.

63 Deutsche Mythologie 64 Wōden in Old English 65 Grimm, Deutsche Mythologie (supplement – notes to page 105, Swabian Altar), Chapter VI. Götter (“Gods”) p. 127 n. ): On the Roman altar in Swabia, see Stälin, 1, 111. One the circle of planetary gods, Lersch in Jb. d. Rheinlande iv. 183. v. 298-314. The 8 figures on the altar may signify the gods of nundinae. The Germ. week has Odin in the middle, his sons Tyr and Thor next to him: Mars, Mercury, Jupiter. 66 Týr (Old Norse), Tīw, Tīg (Old English), Ziu (Old High German), *Tîwaz 67 Þunor (Old English), Thunaer (Old Saxon), Thor (North Germanic), Donar (Southern Germanic areas)

De uit de weekdagen afleidbare namen voor de hemelse god bevatten over het algemeen een groot aantal klinkers68: iaou, jous, Yow, Yaou, ĵaŭ, jeu, joi, Jov, Jou of Jouis, Jovis, gio, joi, jue, Iau Ook de ego-pronomina zijn bijzonder rijk aan klinkers: ieu, iòu më, jou, jau, eau, ego, jeg, jag, jæk, jak, iak, ich, ick, ek, *ik, ih, ic, iċ, ik, ūk, ek, eg, ég , eo, je, eu, iu, yo, jo, ja, : я (ja), jô en Y, I. Binnen de reeks klinkers kan men de jota, Jod of Yod als belangrijkste klinker identificeren. De Jod is ook de belangrijkste letter in het uit vier klinkers (I, H, U, H) opgebouwde Tetragrammaton69. Geen Jota “De Griekse letter i werd evenals de Hebreeuwse letter “jodh” met slechts een klein streepje geschreven. Geen jota betekent dus zelfs geen streepje, niets.”70 Beter begrijpelijk is het spreekwoordelijke “Geen jota” als men bedenkt, dat de Jota ook de kleinste letter en daarnaast het belangrijkste religieuze symbool is.

68 Dyaus in the Germanic Weekdays 69 The Hermetic Codex II - Bipolar Monotheism 70 Etymologie (een website van A.J.A. van Bladels)

Twente = 2, Drenthe = 3
Het lijkt mij een gewaagde these, maar waarom niet?: • Drenthe De naam Drenthe verwijst naar drie samenwerkende delen, maar de oudst bekende indeling geeft zes dingspellen. Verondersteld wordt dat die zes zijn ontstaan uit drie oudere delen die door Blok worden aangeduid met Noordenveld, Westenveld en Zuidenveld. De windrichting verwijst daarbij naar de ligging van het betreffende veld ten opzichte van het Ellertsveld72. Twente & Tuïsto Een soortgelijke these over het tweevoudige principe is ook al met betrekking tot de god Tuïsto opgesteld. Naar Tuïsto zijn Doesburg (Tuiscoburgum Batavorum) en Duisburg (Tuiscoburgum) benoemd. Wikipedia vermeldt met betrekking tot Tuïsto de tweeledigheid, die ook in Twente kan worden geïdentificeerd73. De naam Tuïsto wordt wel vergeleken met Nederlands twist en Oudzweeds twistra (“scheiden”) en gerelateerd aan Germaans *tvi- (“twee”). Tuïsto zou zo duiden op een 'tweevoudig wezen' of een 'tweeling'. Uitgaande van deze interpretatie heeft men Tuisto wel vergeleken met het Vedische godenpaar Yama en Yami: de tweeling (broer en zus) die aan het begin van de Vedische kosmogonie staan. Wellicht is ook de naam Twente aan Tuïsto toegewijd: Een andere opvatting is dat Tuïsto niet zozeer een tweevoudig wezen is, maar een enkelvoudig wezen met de kenmerken van een hermafrodiet of androgyn (hybride wordt ook wel gezegd). Dan wordt hij wel met de Romeinse god Janus vergeleken. Deze god was tweevoudig van natuur (hij had twee gezichten) en stond volgens de oudste godenlijsten aan de oorsprong van alle andere goden. Zijn bijnaam luidde dan ook divom deus, “de god der goden”. De door Tacitus gebruikte naam van de bron en oorsprong van alle Germaanse volken "Mannus" vergelijkt men met Nederlands “man”, Engels “man” en Duits “Mann”. De oorspronkelijk betekenis zal “mens” geweest zijn of hier: “oermens” of “eerste mens”. De eerste mens was echter een hermafrodiet of androgyn ofwel een tweevoudig wezen als een echtpaar. Eventueel is ook Duits gecorreleerd met Tuisco, Dui, Diu of Ziu. Twente heeft te maken met twee; Drenthe met drie71

71 Etymologie (een website van A.J.A. van Bladels) 72 Geschiedenis van Drenthe - Wikipedia 73 Tuïsto - Wikipedia

Duits, Duïts, Zuïts, Zwits of Diets Wellicht waren ook de naam Duits en Diets aan Tuïsto (respectievelijk aan de hemelse god Dyaus, Diu, Ziu) toegewijd en moet men deze analoog aan Tuïsto met een ï Duïts schrijven74: • Duits (Vlaams: Diets; vgl Hollands 'lui' met Vlaams 'lieden') betekende 'van het volk'. Deze betekenis zien we nog in het Nederlandse volkslied75.

En ook de naam Zwits correleert wellicht in dit kader met Zuïts. Duitsland (Tuïtsland ?) Duitsland werd oorspronkelijk met een T geschreven. August Heinrich Hoffmann von Fallersleben hat es in seinem Gedicht "Die T-Deutschen". "Ihr könnt nicht unterscheiden d und t, Und wollt uns lehren, wie man schreibt und spricht? Ihr macht doch sonst ein b und sprechet p, Warum doch macht ihr’s d in deutsch denn nicht? Er nimmt’s euch übel noch der deutsche Bund; Ihr wißt, er will einmal kein teutscher seyn. Ihr protestiert ja doch nur ohne Grund, So laßt einmal das viele teutsche Schrei’n." Diutsch Jacob Grimm heeft al gedocumenteerd, dat de naam Duits uit Tuïsto moet worden afgeleid, en dat de eerste mens Mennor76 (Mannus, d.w.z. mens) heette: „Mennor der êrste was genant, dem diutsche rede got tet bekannt"77 Uit deze godenstam werd een reeks voorvaderen afgeleid: Tuisco -> Mannus -> Ingvio -> Nerthus -> Fravio Suisse 'Deutsch' ist etymologisch nicht von Twisto ableitbar. Twi- müsste im Hochdeutschen als Zwierscheinen. Das aus indogermanisch *dwi- entwickelte Präfix ist auch so erhalten, vgl. Zwilling, Zwirn, Zwist78. De Zwi-namen zijn echter ook in gebruik gebleven, als Ziu, Zui, Zwitserland, Zürich, Suisse, wellicht ook Zweden, etc.

74 75 76 77 78

Alles Dieutlich? - Ja, Toch! (De reconstructie van een Europees en Language & etymology Etymologie (een website van A.J.A. van Bladels) Mennor is de Mannus in de Germania van Tacitus Jakob Grimm, Deutsche Mythologie I., S. 286 Diskussion:deutsch (Etymologie)/Archiv/1

Tiuschiu lant79 Opvallend is echter steeds de IU-combinatie, die men ook in Tuisco vindt: Schon im hohen Mittelalter hieß es tiuschiu lant (d.h. "deutsche Länder")80 Dutschelant met een hoofdletter De vroegste vermelding van de naam Duitsland stamt uit vertaling van de Gouden Bul uit het jaar 1365, waarin bijvoorbeeld de begrippen Dutschelant, Dutsch en Dutsche sprache worden aangehaald81. Men kan zich afvragen waarom uitgerekend Dutschelant, Dutsch en Dutsche sprache net als de namen van de steden Mainz, Trier en Keulen met een hoofdletter moeten worden geschreven, als het toch alleen maar gewoon een “volkstaal” betekent. Zelfs de keizer wordt in deze bul niet eens met een hoofdletter geschreven. „Ich irtzbischof von Mentze des heiligin richis irtz-kantzelir durch Dutschelant und ein kurfurste sweren zuo desin heiligen ewangeligen, die hie geinwurteclichin fur mir ligin, daz ich uff die druwe, mit der ich gode und deme heiligen Romischin riebe virbundin bin, kiesin nach allir miner be-scheidinheit und virnufft und mit godes helfe kiesin wil ein zitlich houbit er ist im folke, (daz ist ein Romisch konig zu o eyme kunfftigen keysir, der darzuo bequemeliche sy,) alse verre mich mine bescheidinheit und mine sinne wisint, und by der seibin trewe; so wil ich gebin mine stimme und willin und die vorgenant ku ore duon ane alle gedinge miede lon adir ge-lobede, adir wilchir wise soliche ding mogen genant werden. Alse helfen mir got und alle heiligen.“ Der bischoff von Drere sal gelich geyn des keisirs antzlitze sitzin; der von Mentze aal in sime bischtum und in siner profincien und auch uzwendic siner provincien in allir sinre Dutschen kantzelarien ane in der provincien von Kollin sitzin zu o der rechtin siten des keisirs;

79 Tiuschiu lant in het Wörterbuchnetz - Mittelhochdeutsches Wörterbuch von Benecke met de links naar tiuschiu lant Parz. 827,9. owê waʒ êren sich ellendet von tiuschen landen Walth. 13, 5. vgl. 107,10. Barl. 5,4. diutschiu lant MS. 2,76. a. 105. b. ûf diutscher erde MS. 2,121. b. tiuschiu zuht Walth. 56,38. tiutscheʒ getihte g. frau 14. diutschiu büechel MS. 2,79. b. ein tiütscher brief frauend. 195,13. den zæme ein tiutschiu sprâche wol W. Wh. 237,16. 80 Diskussion:deutsch (Etymologie)/Archiv/1 81 Die alte Frankfurter Deutsche Uebersetzung der Goldenen Bulle Kaiser Karls IV.

Conclusie
In het Nederlands behoren korte riviernamen zoals A, Aa, Ee, Ie tot de oudste woorden. Wellicht zijn deze verwant met het Deense en Zweedse Å, het Oudgermaanse aha of ahwô, het Franse “eau” en Latijnse “aqua”82. Het (uiterst korte en dus zeer oude) Scandinavische woord Æ wordt voor talloze belangrijke begrippen toegepast, zoals het persoonlijke voornaamwoord der eerste persoon enkelvoud (egopronomen), het huwelijk, de wetgeving, de uniekheid, stromend water, etc. Opvallend is, dat de kortste en oudste woorden rijk zijn aan klinkers. Vele ego-pronomina vormen een integrale kern van de bijbehorende goddelijke namen, zoals in het Provençaals ieu als kern van het woord Dieu. De kern met de reeks klinkers, bijvoorbeeld ieu, iau, iou stamt uit het woord Diaus, de hemelse god van de Indo-Europese talen. Op de basis van deze correlatie tussen de woorden voor eeuwigheid (waaronder ook het woord eeuw), het onontbindbare en eeuwige huwelijk, de wet, de ego-pronomina kan men ervan uitgaan, dat aan de Scandinavische woordkern Æ een symbolisme van de eeuwigheid moet worden toegekend. Deze lettercombinatie met een overmaat aan klinkers bevindt zich in het centrum van het woord Diaus. De dagen van de week vormen belangrijke bronnen voor het aflezen van de archaïsche namen voor de hemelse goden. De Dinsdag beschrijft de geldige naam voor de van Dyaus afgeleide hemelse god, zoals deze in de Germaanse landen werd aanbeden. De Donderdag beschrijft de geldige naam voor de van Dyaus afgeleide hemelse god, zoals deze in de Romaanse landen werd aanbeden. De 'ee' ('wet, huwelijk') is verwant met “eeuw”, of liever gezegd “eeuwigheid”, omdat de eeuw in feite een niet-eindigend tijdperk aanduidt. De eega is de huwelijkspartner, de ee-gade, waarmee twee personen tot “mens” worden vereend respectievelijk gepaard. De wet en het huwelijk werden als eeuwigdurend beschouwd. Met de dood eindigt een huwelijk niet en wordt ook in het hiernamaals voortgezet. In een cultuur, waarin het archaïsche bestand tot de allerhoogste waarden wordt gerekend, kan iets nieuws niet werkelijk waardevol zijn. Men moet er wellicht vanuit gaan dat “nieuw” een negatie van een kernwoord “ieuw”, bijvoorbeeld “eeuw” vormt. De oude woorden zijn het kortst. Een overmaat aan klinkers duidt op een religieuze woordkern. De ego-pronomina vormen vaak een woordkern, die zich als evenbeeld in de naam van God spiegelt. Het centrum a, e, o of æ van de naam Diaus symboliseert de eeuwigheid, de wet, stabiliteit, het huwelijk en althans in de Scandinavische dialecten ook het ik. De letters I en U vormen in de naam Diaus een paar antipoden, die vermoedelijk het androgyne basispaar symboliseren. Het woord “paars” beschrijft wellicht een “gepaard” tweetal kleuren rood en blauw. In de archaïsche taal symboliseren de oorspronkelijke vocalen I, A 83 en U de eeuwigheid. Deze woorden zijn vermoedelijk de oudste elementen, die men in onze taal nog als symbolen kan interpreteren.

82 Aa (waternaam) 83 later aangevuld met de E en de O

Inhoud
Archaïsche stamwoorden......................................................................................................................2 A.......................................................................................................................................................2 E.......................................................................................................................................................2 H (die Griekse letter Eta, respectievelijk de Scandinavische Æ)....................................................2 I, Y...................................................................................................................................................3 IJ.......................................................................................................................................................3 O.......................................................................................................................................................3 U.......................................................................................................................................................3 Ω......................................................................................................................................................3 Reeksen klinkers in talen......................................................................................................................4 Deens...............................................................................................................................................4 Aaien...........................................................................................................................................4 Roemeens.........................................................................................................................................4 Bruidegom............................................................................................................................................5 Het Reuzenlied.................................................................................................................................5 Bruid................................................................................................................................................5 Bruien stamt van bruden..................................................................................................................5 Frequentatieven................................................................................................................................6 Brui..................................................................................................................................................6 Bruiloft.............................................................................................................................................6 Eega......................................................................................................................................................7 Weduwschap....................................................................................................................................7 Paars.................................................................................................................................................7 Ieuu (iew).........................................................................................................................................7 Het huwelijk.....................................................................................................................................8 Reeksen vocalen..............................................................................................................................8 Het stromend water Æ.....................................................................................................................8 De scheppingslegende in één enkele klinker Æ...............................................................................9 Het Huwen = de toevoeging van een “H”..........................................................................................10 Eua = het Eeuwige..............................................................................................................................11 Paren en paars.....................................................................................................................................12 Paar als tweetal..............................................................................................................................12 Paars...............................................................................................................................................12 De Paars (de Pers) te Leiden..........................................................................................................12 Het ego-pronomen..............................................................................................................................13 Runen.............................................................................................................................................13 Houdoe...............................................................................................................................................14 Nieuw.................................................................................................................................................15 Van haver tot gort ..............................................................................................................................16 Vruchtbaarheidsriten...........................................................................................................................17 De weekdagen....................................................................................................................................17 Geen Jota........................................................................................................................................18 Twente = 2, Drenthe = 3.....................................................................................................................19 Drenthe...........................................................................................................................................19 Twente & Tuïsto.............................................................................................................................19 Duits, Duïts, Zuïts, Zwits of Diets.................................................................................................20 Duitsland (Tuïtsland ?)..................................................................................................................20 Diutsch...........................................................................................................................................20 Suisse.............................................................................................................................................20 Tiuschiu lant...................................................................................................................................21 Dutschelant met een hoofdletter....................................................................................................21

Conclusie............................................................................................................................................22 Kanttekeningen bij Etymologie (een website van A.J.A. van Bladels) .............................................25 Ontsmetten.....................................................................................................................................25 Lolbroek.........................................................................................................................................25 Antwerpen......................................................................................................................................25 Jullie ..............................................................................................................................................25

Kanttekeningen bij Etymologie (een website van A.J.A. van Bladels)
Ontsmetten Ontbijt. Het middel Nederlandse ont- betekent voorafgaand aan. Zoals ontwaken betekent beginnen te waken, ontdooien beginnen te dooien, ontstaan beginnen te staan. Ontbijt wordt dus gezien als het beginnen aan bijten, eten. Het is dus een ander woord voor de eerste maaltijd van de dag. Het woord werd voor het eerst opgetekend in de eerste helft van de 13e eeuw84. Ontsmetten is echter niet “beginnen te besmetten”. Lolbroek pot < lollepot (lesbienne). lollen was met gespreide benen het onderlijf warmen onder de rok boven een vuurpot Correleert lollen nu met lolbroek? Antwerpen De naam Antwerpen heb ik al eens bestudeerd 85. Er zijn ongeveer 27 etymologische verklaringen voor de naam Antwerpen, waaronder “Handwerpen”. De oudste benamingen van Antwerpen uit de vroege middeleeuwen doen echter vermoeden dat de oorsprong Romaans is86. Als dat zo is, lijkt mij de afkomst van de Spaanse naam “Amberes” interessant. In het Frans luidt de naam “Anvers”. “Amberes” kan samenhangen met de vroegere handel in barnsteen (amber). Als handelspartner komt wellicht de tegenhanger van deze stadsnaam Ambarès-et-Lagrave aan de Garonne (bij Bordeaux in Zuid-Frankrijk) in aanmerking. Jullie Jullie stamt af van je-lui87.

84 85 86 87

Etymologie (een website van A.J.A. van Bladels) Der Brenner Codex - die Bernsteinstraße Etymologie (een website van A.J.A. van Bladels) Etymologie (een website van A.J.A. van Bladels)

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->