You are on page 1of 60

Design Methodology

Opdracht 3:

“Ontwerpopdracht”

TU Eindhoven

Vakcode: 7Y400
Semester: 1 (2007-2008)
Studenten: J.V.F. Houben [0567748]
C.M. Chen [0556510]
D.R. Tulp [0510902]
Docent: Prof. ir. W. Zeiler

Design Methodology: Opdracht 3 1
Samenvatting
In dit rapport is met behulp van de methodische ontwerpmethodologie gepoogd
te komen voor een nulenergie ontwerp van het kantoorgebouw van Kropman BV.
Daarbij is het proces ingedeeld in de volgende fases:
1. probleemdefinierende fase;
2. werkwijzebepalende fase;
3. keuzebepalende fase;
4. vormgevende fase;

In de probleemdefinierende fase wordt het plan van eisen geformuleerd.
Vervolgens is in de werkwizebepalende fase dit PvE omgezet naar hoofdfuncties
en deelfuncties. De belangrijkste hoofdfuncties verwarmen, ventileren en koelen
zijn daar grondig geanalyseerd. Met behulp van een morfologisch overzicht
worden alle mogelijke oplossingen voor geformuleerde hoofdfuncties en
deelfuncties gestructureerd. Ook verlichting en elektriciteit zijn daarin
opgenomen. Vervolgens zijn een viertal concepten opgesteld:
1. Low-tech concept;
2. Medium-tech 1 concept;
3. Medium-tech 2 concept;
4. High-tech concept;

De concepten zijn in de vorm van tekst en principeschema’s gepresenteerd. De
uiteindelijke variant (high tech concept) is daarbij ook al uitgewerkt. Daarna is in
de keuzebepalende fase de beste variant gekozen op basis van weegfactoren en
beoordelingscriteria welke volgen uit het PvE. In hoofdstuk 5 is het uiteindelijke
concept uitgewerkt voor de energieneutraliteit. De opdracht wordt afgesloten met
een conclusie.

Design Methodology: Opdracht 3 2
Inhoudsopgave
Samenvatting ........................................................................................................2
Inhoudsopgave .....................................................................................................3
Inhoudsopgave .....................................................................................................3
1. Inleiding .........................................................................................................4
2. Probleemdefiniërende fase ............................................................................6
2.1. Behoeften ...............................................................................................6
2.1.1. Behoeften en doelstellingen................................................................6
1.1.1.1. VENTILEREN...........................................................................6
1.1.1.2. VERWARMEN..........................................................................6
1.1.1.3. KOELEN...................................................................................6
2.1.2. Probleemgebieden ..............................................................................6
2.2. Het ontwerpprobleem .............................................................................7
2.2.1. Eisen en wensen.................................................................................7
2.2.2. Structuur programma van eisen ..........................................................7
2.2.3. Ruimtelijk programma van eisen .........................................................7
2.2.4. Programma van eisen .........................................................................8
3. Werkwijzebepalende fase ............................................................................15
3.1. Functionele specificatie ........................................................................15
3.1.1. Functies en deelfuncties ...................................................................15
3.1.2. Functieblokken..................................................................................18
KOELEN ......................................................................................................21
3.1.3. Functiestructuur ................................................................................22
3.2. Fysieke oplossingen .............................................................................25
3.2.1. Morfologisch overzicht ......................................................................25
3.2.2. Structuurschema’s ............................................................................25
4. Keuzebepalende fase ..................................................................................36
4.1. Beoordelingscriteria ..............................................................................36
4.2. Methode van Kesselring .......................................................................39
5. Vormgevende fase.......................................................................................40
5.1. Uitwerking.............................................................................................40
5.2. Energieverantwoording.........................................................................41
5.3. Materiaalaspecten vs. duurzaamheid ...................................................46
6. Conclusie .....................................................................................................47
7. Referenties ..................................................................................................48
8. Bijlagen ........................................................................................................49
8.1. Morfologisch overzicht ..........................................................................49
8.2. Beoordelingsschema Kesselringmethode.............................................54
8.3. Schatting energiebesparing ..................................................................55
8.4. Gebruikskentallen .................................................................................56
8.5. Duurzame energieberekeningen ..........................................................58
8.6. Datasheet solarcollector .......................................................................60

Design Methodology: Opdracht 3 3
1. Inleiding
Het kantoor- en bedrijfsgebouw van Kropman is gelegen in het kantorenpark
Papendorp te Utrecht. Integratie van landschap en architectuur speelde een
belangrijke rol bij de nieuwbouw van het kantoor- en bedrijfsgebouw. De
nieuwbouw is een paviljoen, zwevend boven het landschap, licht en open van
opzet, ondersteund met transparante techniek. De planvorming is integraal en
toekomstgericht wat op gebouwniveau vertaald is in een compact volume met
maximale flexibiliteit, waarbij industrialisatie en prefabricage een belangrijke rol
spelen. Daarnaast is aandacht besteed aan duurzaamheid door op
gebouwniveau gebruik te maken van duurzame energie bronnen. Intensief
grondgebruik wordt bereikt door het parkeren onder het gebouw te situeren, de
auto's worden hierdoor aan het zicht onttrokken.

Het rechthoekige gebouw staat in zijn geheel op kolommen en bestaat uit 4
kantoorlagen en een parkeerlaag. In het midden van het gebouw is een atrium
met aan de uiteinden een kern. Zo ontstaan er aan beide zijden van het atrium
een flexibel in te delen vloerveld van 14,4 m breed dat van daglicht wordt
voorzien door zowel de glazen atriumgevel als de buitengevel. De buitengevel
van het gebouw is uitgevoerd in diverse typen onderhoudsvriendelijke glazen
gevels waarin de functies zich enigszins onderscheiden. De gevels aan de
binnenzijde van de kernen en het atrium zijn van glas en hout. [Bron:
http://www.bouwenmetstaal.nl/pdf/p_kropman.pdf]

Opdrachtomschrijving
De opdracht luidt:

“Ontwerp en beschrijf je eigen duurzame energie inpassing bij het klimatiseren
van een kantoorgebouw, waarbij ook op de passieve brandveiligheidsaspecten
wordt gelet.”

“Hierbij dienen de gevolgde methode en de duurzame energie aspecten duidelijk
naar voren te komen. Start is het resultaat van het morfologische overzicht van
opgave 1.”

Afbakening
De bovenstaande opdrachtomschrijving zal worden beperkt voor enkele
aspecten. Er zal in deze opdracht worden gekeken naar de hoofdfuncties
ventileren, koelen en verwarmen, welke in hoofdstuk 3 aan bod komen. Voor de
andere hoofdfuncties zullen aannames gemaakt worden.

Probleemstelling
Bovenstaande opdrachtomschrijving resulteert in de volgende probleemstelling:

“Is het mogelijk om een nul-energie onwerp van het kantoorgebouw van
Kropman te realiseren?”
Design Methodology: Opdracht 3 4
Specifieke doelstelling
“Het ontwerpen van een duurzaam installatieconcept voor het kantoorgebouw
van Kropman, waarbij wordt nadruk wordt gelegd op ventilatie, koeling en
verwarming.”

Aanpak
Om tot een goed eindresultaat te komen, is ervoor gekozen om een aantal
stappen/fases te doorlopen. De indeling van het methodisch ontwerpen is
daarvoor gehanteerd1:

Ontwerpfase Abstractiehiërarchie
Probleemdefiniërende fase Behoefte
Ontwerpprobleem
Werkwijze bepalende fase Functionele specificatie
Fysieke oplossingen
Structuurschema’s/ principeschema’s
Keuzebepalende fase Beoordelingscriteria
Methode van Kesselring
Vormgevende fase Uitwerking
Verantwoording energie-, materiaal- en
duurzaamheidsaspecten
OPLOSSING

Niveau’s
De bovenstaande aanpak zal worden toegepast voor verschillende
ontwerpniveau’s. De volgende indeling wordt daarvoor aangehouden:

Gebouwde omgeving:
Gebouw:
Verdieping:
o Verhuurbaar
o Ontwerpafdelingen
o Restaurant
o Magazijn
Vertrek:
o Kantoortuin
o Keuken
o Atrium
o Magazijn/ utilitaire ruimtes
o Verhuurbare kantoren
Werkplek:
o Kantoor
o Keuken
o Vergaderruimte

Design Methodology: Opdracht 3 5
2. Probleemdefiniërende fase
2.1. Behoeften

2.1.1. Behoeften en doelstellingen

1.1.1.1. VENTILEREN
1) Behoeften: Het verkrijgen van een gezond binnenklimaat, afvoeren van
vervuilde lucht en het handhaven van de relatieve vochtigheid.
Daarnaast is het verminderen van gezondheidsklachten (bijvoorbeeld
astma, last van slijmvliezen en hoofdpijn) een behoefte die de
opdrachtgever kan hebben. Daarnaast is er behoefte om tochtklachten
zoveel mogelijk te voorkomen.

2) Doelstelling: Analyseren van de methoden om gebouwen te ventileren
en de mogelijkheden weergeven in een morfologisch overzicht.

1.1.1.2. VERWARMEN
1) Behoeften: Het verkrijgen van een comfortabele binnentemperatuur
(per gebouwfunctie), temperatuurschommelingen en
temperatuurverschillen (horizontaal en verticaal) binnen acceptabele
grenzen houden.

2) Doelstelling: De doelstelling voor deze fase is het ontwikkeling van een
plan van eisen voor de hoofdfunctie verwarmen, dat voldoet aan de
bovenstaande behoeftes.

1.1.1.3. KOELEN
1) Behoeften: Het verkrijgen van een comfortabele binnentemperatuur
(per gebouwfunctie), temperatuurschommelingen en
temperatuurverschillen (horizontaal en verticaal) binnen acceptabele
grenzen houden. Het voorkomen van typische klachten van
mechanische gekoelde gebouwen (tocht, voelbare koude).

2) Doelstelling: De doelstelling voor deze fase is het ontwikkeling van een
plan van eisen voor de hoofdfunctie koelen, dat voldoet aan de
bovenstaande behoeftes.

2.1.2. Probleemgebieden
In de bovenstaande drie hoofdfuncties zijn enkele verschillende
probleemgebieden te herkennen, waar aandacht voor nodig is. Zo dienen
typische klachten als tocht en koudeval tegengegaan te worden.

Design Methodology: Opdracht 3 6
Daarnaast is handhaving van een comfortabele binnentemperatuur en het
voorkomen van grote temperatuurschommelingen en –verschillen een
punt van aandacht.

2.2. Het ontwerpprobleem

2.2.1. Eisen en wensen
In deze paragraaf zullen de eisen en wensen zoals gesteld door de
opdrachtgever inzichtelijk worden gemaakt. Dit wordt gedaan in de vorm
van een ruimtelijk programma en een algemeen programma van eisen.

2.2.2. Structuur programma van eisen
Het programma van eisen is opgebouwd naar de 5 ontwerpniveaus
“Gebouwde omgeving, Gebouw, Verdieping, Vertrek en Werkplek”. Per
niveau zijn vaste en variabele eisen gedefinieerd en zijn er wensen
opgesteld. Vervolgens is aangegeven of deze eisen en wensen over het
functioneren of de realisatie gaan.

2.2.3. Ruimtelijk programma van eisen
Het volgende ruimtelijk programma van eisen ligt ten grondslag aan de
ontwerpopdracht:

Figuur 1: Ruimtelijk PvE

Design Methodology: Opdracht 3 7
2.2.4. Programma van eisen
VENTILEREN
Functioneel Vaste eisen Variabele eisen Wensen
Omgeving Lucht van buiten Beïnvloeden luchtstromen door plaatsing
-
gebruiken gebouwen
Gebruik maken van DE:
wind, zon
Gebouw Minder dan 1000 ppm
Buiten houden allergenen -
CO2
Maximale piek van 1200
Flexibel indeelbare ruimtes
ppm CO2
Afvoer van vervuilde
lucht
Handhaven van RV =
30-70%
Verdieping Als verhuurbare - -
verdieping niet is
verhuurd: RV max 80%
en VV 2/h
VV gebaseerd op
functie verdieping
Vertrek Maximale
luchtstroomsnelheid 0,3 - -
m/s
Keuken heeft directe
afvoer naar buiten en
maximale
luchtstroomsnelheid van
0,5 m/s

Design Methodology: Opdracht 3 8
Atrium heeft een VV van
10-30/h
Magazijn heeft afvoer
direct naar buiten en
geen maximale
luchtstroomsnelheid
Werkplek - Voorkom tocht -
Voldoende luchtwisselingen
Realisatie Vaste eisen Variabele eisen Wensen
Omgeving - - -

Gebouw - - Bereikbare en aanpasbare leidingen

Verhuurbare verdieping is
Verdieping - onafhankelijk van de rest van -
het gebouw

Per vertrek individueel te
Vertrek - -
regelen
VV van de vergaderruimtes
worden afgestemd op het
gebruik

Keuken is voldoende regelbaar
gesteld op gebruik
Werkplek - - -

Design Methodology: Opdracht 3 9
VERWARMEN
Functioneel Vaste eisen Variabele eisen Wensen
Omgeving Gebruik maken van DE: -
zon, wind, aarde, water
Gebouw Temperatuur (T) tussen 20-27 Binnentemperatuur afstemmen op
Warmtevraag beperken door
ºC buiten:
afgifte afhankelijk van
energie besparing en comfort
Temperatuurschommeling aanwezigheid
verbetering
(∆T) beperken tot 3 ºC
Verdieping ∆T max. 1 ºC voor Klimatisering verhuurbare verdieping
-
verhuurbare verdieping onafhankelijk van de rest van het
T van verhuurbare verdieping gebouw
17-27 ºC
(i.v.m. toekomstige Verwarmingsstand restaurant
gebruikers) afstemmen
op bezoekersgraad
T ontwerpafdelingen 20-25 ºC
∆T ontwerpafdelingen 1,5-2
Magazijn temperatuur fluctueert mee
ºC
met gebouw
T restaurant 22-27 ºC
∆T restaurant max 2 ºC
T magazijn 17-27 ºC
∆T magazijn max. 3 ºC
Vertrek Kantoortuin: gebruikszone T =
- -
20-24 ºC
Kantoortuin: gebruikszone ∆T
= 1,5 ºC
Kantoortuin: ongebruikte zone
T = 19-25 ºC

Design Methodology: Opdracht 3 10
Kantoortuin: ongebruikte zone
∆T = 2 ºC
Verwarming keuken is
conform restaurant
∆T keuken = 3 ºC
T atrium = 20-27 ºC
∆T atrium = 2-3 ºC
T kantoorcellen en
vergaderzaal = 20-24 ºC
∆T kantoorcellen en
vergaderzaal = 1-1,5 ºC
Werkplek - - -

Realisatie Vaste eisen Variabele eisen Wensen
Samenwerken met gebouwen
Maak gebruik van materialen/elementen
- in de omgeving op gebied van
uit de omgeving
Omgeving energie en/of warmte behoefte

Gebouw Flexibel indeelbare vloeren Bereikbare en aanpasbare leidingen -

Als de verhuurbare verdieping niet is
Energiezuinige verwarming -
Verdieping verhuurd: T = 12-15 ºC

Kantoortuinen Warmte van kooktoestel
-
Vertrek regeling/indeling in zones hergebruiken

Kantoorcellen individueel
regelbaar
Werkplek - Geen gevaar voor verbranding aan Verwarming kantoren is

Design Methodology: Opdracht 3 11
verwarmingselementen individueel regelbaar

Verwarming in restaurant en keuken
aanpassen aan warmteproductie

KOELEN
Functioneel Vaste eisen Variabele eisen Wensen
Omgeving Gebruik maken van DE: - -
zon, wind, aarde, water
Gebouw Temperatuur (T) tussen 20-27 ºC Koudevraag
Binnentemperatuur
beperken door
afstemmen op buiten:
afgifte
Temperatuurschommeling (∆T) beperken energie besparing en comfort
afhankelijk van
tot 3 ºC verbetering
aanwezigheid

Verdieping ∆T max. 1ºC voor verhuurbare verdieping Klimatisering verhuurbare -
verdieping onafhankelijk van
T van verhuurbare verdieping 17-27 ºC de rest van het gebouw
(i.v.m. toekomstige gebruikers) Koelstand restaurant
afstemmen op
T ontwerp afdelingen 20-25 ºC bezoekersgraad
∆T ontwerpafdelingen 1,5-2 ºC Magazijn temperatuur
T restaurant 22-27 ºC fluctueert mee met gebouw
∆T restaurant max 2 ºC
T magazijn 17-27 ºC
∆T magazijn max 3 ºC

Design Methodology: Opdracht 3 12
Vertrek Kantoortuin: gebruikszone T = 20-24 ºC - -
Kantoortuin: gebruikszone ∆T = 1,5 ºC
Kantoortuin: ongebruikte zone T = 19-25
ºC
Kantoortuin: ongebruikte zone ∆T = 2 ºC
Koeling keuken is conform restaurant
∆T keuken = 3 ºC
T atrium = 20-27 ºC
∆T atrium = 2-3 ºC
T kantoorcellen en vergaderzaal = 20-24
ºC
∆T kantoorcellen en vergaderzaal = 1-1,5
ºC
Werkplek - - -

Realisatie Vaste eisen Variabele eisen Wensen
Omgeving Samenwerken
met gebouwen
Maak gebruik van
in de omgeving
- materialen/elementen uit de
op gebied van
omgeving
energie en/of
koude behoefte

Gebouw Bereikbare en aanpasbare
Flexibel indeelbare vloeren -
leidingen

Verdieping Energiezuinige koeling Als de verhuurbare -

Design Methodology: Opdracht 3 13
verdieping niet is verhuurd: T
= 12-15 ºC

Vertrek Kantoortuinen regeling/indeling - -
in zones
Kantoorcellen individueel regelbaar
Werkplek Koeling
Minimale oppervlakte kantoren is
-
temperatuur 19ºC individueel
regelbaar
Koeling in restaurant en
keuken aanpassen aan
warmteproductie

Design Methodology: Opdracht 3 14
3. Werkwijzebepalende fase
3.1. Functionele specificatie
Het eerste onderdeel van de werkwijze bepalende fase is het bepalen van de
te vervullen functies. Aan de hand van de hoofdfunctie kunnen verschillende
deelfuncties bepaald worden. De hoofdfunctie bestaat uit deze verschillende
deelfuncties en deze deelfuncties geven meer detailinformatie over bepaalde
aspecten van de hoofdfunctie. Voor de verschillende deelfuncties kunnen
verschillende deeloplossingen worden bedacht, welke uiteindelijk moeten
leiden tot een totaaloplossing. Opsplitsing in deelfuncties is zinvol, omdat zo
de hoofdfunctie beter begrepen kan worden.

3.1.1. Functies en deelfuncties
De functies zijn, zoals hierboven vermeld, te verdelen in een hoofdfunctie
en verschillende deelfuncties. Voor deze opdracht is ervoor gekozen om
de deelfuncties te verdelen in energiestromen, materiestromen en
informatiestromen. Deze zijn uiteindelijk in een matrix gezet.

VENTILEREN
De eerste hoofdfunctie is ventileren.
Ventileren kan worden gesplitst in de volgende energie-, materie- en
informatieaspecten:
a. Energie in: - Hoofdenergie (elektrisch, duurzame bronnen)
- Hulpenergie (mechanisch, ventilator /
verwarming en koeling)
- Teruggewonnen energie (warmte / koude)
- Natuurlijk (buitenwind, externe druk)
Energie uit: - Warmteverlies (systeem)
- Warmte (verwarming / koeling)

b. Materie in: - Buitenlucht
- Vocht (uit buitenlucht)
- Vervuiling (vervuilingdeeltjes)
Materie uit: - Verwarmde of gekoelde lucht
- Vocht (bevochtiging ruimte)
- Deeltjes (door filter doorgelaten materie)

c. Informatie in: - Ventilatie strategie (natuurlijk, mechanisch,
hybride, verdringing, menging, vraaggestuurd
gebalanceerd)
- Bedieningsinformatie (stand aan / uit etc.)

Informatie uit: - Ventilatie informatie (CO2 waarden, signalen

Design Methodology: Opdracht 3 15
temperatuur sensoren, flow systeem, druk
systeem, vochtigheidsmetingen etc.)

Bovenstaande deelfuncties kunnen vervolgens gevat worden in de onderstaande
matrix:

Informatie
Energie
Materie

Figuur 2: Functiematrix Ventileren

VERWARMEN
De tweede hoofdfunctie is verwarmen.
Verwamen kan worden gesplitst in de volgende energie-, materie- en
informatieaspecten:

b. Energie in: - Hoofdenergie (elektrisch, duurzame bronnen)
- Hulpenergie (zoninstraling, internebronnen)
- Teruggewonnen energie (warmteopslag)
- Natuurlijk (buiten temperatuur)
Energie uit: - Warmteverlies (systeem, thermische schil)
- Warmte (verwarming)

b. Materie in: - Transportmedium
Materie uit: - Transportmedium

c. Informatie in: - Buiten temperatuur
- Binnen temperatuur
- Gevraagde temperatuur

Informatie uit: - Buiten temperatuur
- Binnen temperatuur
Design Methodology: Opdracht 3 16
- Gevraagde temperatuur

Bovenstaande deelfuncties kunnen vervolgens gevat worden in de onderstaande
matrix:

Figuur 3: Functiematrix Verwarmen

KOELEN
De derde hoofdfunctie is koelen.
Koelen kan worden gesplitst in de volgende energie-, materie- en
informatieaspecten:
c. Energie in: - Hoofdenergie (elektrisch, duurzame bronnen)
- Hulpenergie (nachtkoeling)
- Teruggewonnen energie (koudeopslag)
- Natuurlijk (buitentemperatuur)

Energie uit: - Koudeverlies (systeem, thermische schil)
- Koude (koeling)

b. Materie in: - Transportmedium
Materie uit: - Transportmedium

c. Informatie in: - Buitentemperatuur
- Binnentemperatuur
- Gevraagde temperatuur
Informatie uit: - Buitentemperatuur
- Binnentemperatuur
- Gevraagde temperatuur
Design Methodology: Opdracht 3 17
Bovenstaande deelfuncties kunnen vervolgens gevat worden in de onderstaande
matrix:

Informatie
Energie
Materie

Figuur 4: Functiematrix Koelen

3.1.2. Functieblokken
De volgende stap is om de verschillende deelfuncties te implementeren in
functieblokschema’s. Hierdoor wordt de samenhang tussen de verschillende
deelfuncties verduidelijkt en daarmee het inzicht in de processen vergroot. Voor
deze opdracht is dat gedaan voor de drie hoofdfuncties ventileren, verwarmen en
koelen.

Design Methodology: Opdracht 3 18
VENTILEREN

Functieblokschema Ventileren

UIT

Lucht verplaatsen

Bevochtigen/
Ontvochtigen

Koelen

Verwarmen

Filteren

IN Mengen / regelen
luchtstroom Functie
Ventileren

Figuur 5: Functieblokschema Ventileren

De configuratie van deelfuncties in figuur 5 kan naar eigen inzicht gevarieerd
worden. Er zijn verschillende mogelijkheden. Zo kan bijvoorbeeld de ventilator
aan het begin en aan het einde van dit proces geplaatst worden, de koeler
bijvoorbeeld weggelaten worden etc.

Design Methodology: Opdracht 3 19
VERWARMEN

Functieblokschema Verwarmen

UIT

Afgifte

Meten Opslag

Distributie

Opwekken

IN
Regelen
Functie
Verwamen

Figuur 6: Functieblokschema Verwarmen

Design Methodology: Opdracht 3 20
KOELEN

Functieblokschema Koelen

UIT

Afgifte

Meten Opslag

Distributie

Opwekken

IN
Regelen
Functie Koelen

Figuur 7: Functieblokschema Koelen

Design Methodology: Opdracht 3 21
3.1.3. Functiestructuur
Voor de verschillende deelfuncties zijn vele verschillende fysieke
oplossingen te vinden. Daardoor kan het overzicht snel verdwijnen. In
onderstaande opsomming is voor elk van de deelfuncties een aantal
mogelijkheden weergegeven, welke ook zijn gestructureerd in tabellen.
Deze dienen als basis voor het morfologische overzicht per
hoofdfunctie.

VENTILEREN
1) Luchtverplaatsing
1.1) Natuurlijk toe en af; 3) Koelen
1.2) Mechanisch 3.1) Warmteterugwinning
gebalanceerd; (platenwisselaar);
1.3) Natuurlijk af, 3.2) Adiabatische koeling;
mechanisch toe; 3.3) Door middel van
1.4) Thermische trek via bevochtiging;
atrum/serre; 3.4) Grondbuis (gebruik
1.5) Schoorsteeneffect; fluctuerende
1.6) Winddruk; grondtemperatuur
1.7) Verdringingsventilatie; gedurende seizoenen);
1.8) Natuurlijk toe, 3.5) Nachtventilatie;
mechanisch af; 3.6) Absorptiekoeling;
1.9) Natuurlijk toe- en af via
te openen ramen; 4) Bevochtigen / ontvochtigen
1.10) Natuurlijk toe (te 4.1) Ultrasoonbevochtiging
openen ramen) en (stoom);
mechanisch af; 4.2) Koelen (verlagen RV
door opvang
2) Verwarmen condenswater) en
2.1) WTW-unit; naverwarmen;
2.2) Voorverwarming via 4.3) Door middel van
serre/atrium; adsorptie (onttrekken
2.3) Toepassing van water);
luchtverhitter; 4.4) Door middel van
2.4) Grondbuis (gebruik beneveling (sproeikop);
fluctuerende 4.5) Vegetatie;
grondtemperatuur 4.6) Via oppervlaktewater;
gedurende seizoenen);
2.5) Warmtewiel; 5) Filteren
2.6) Via 5.1) Actief koolfilter;
luchtcollector/zonnecoll 5.2) Membraanfilter;
ector; 5.3) Doekenfilter;
2.7) Solarwall; 5.4) Elektrostatische filter;
2.8) Oxycell; 5.5) Vegetatie;

Design Methodology: Opdracht 3 22
6.6) Traploze regeling;
6) Luchtstroom regelen/ mengen 6.7) Draaibare/beweegbare
6.1) Mengkamer (tweeweg); gevelelementen;
6.2) Handmatige kleppen/ 6.8) Verstelbare
roosters; kozijnen/ramen;
6.3) Vraaggestuurde 6.9) Verstelbare
roosters/kleppen; dakdelen/dakramen;
6.4) Mengkamer (drieweg); 6.10) ‘Ademende’ gevel;
6.5) Driestanden
schakelaar (regeling);

Deelfunctievervullende werkwijzen Ventileren
1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8 1.9 1.10
Deelfuncties

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 - -
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 - - - -
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 - - - -
5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 - - - - -
6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8 6.9 6.10
Tabel 1: Deelfunctievervullende werkwijzen ventileren

VERWARMEN
De volgende varianten voor de deelfuncties van de hoofdfunctie verwarmen zijn
gekozen:
1) Verminderen warmtevraag 2.8) Gascentrale;
1.1) Passieve warmte; 2.9) Biomassa;
1.2) Gevelisolatie; 2.10) Aardwarmte;
1.3) HR++ glas: 2.11) Water;
1.4) HR+ glas; 2.12) HR-ketel;
1.5) HR+++ glas; 2.13) Vacuumcollectoren;
1.6) Kierdichting; 2.14) Energiedak;
1.7) Orientatie; 2.15) Oxycell;
1.8) Warmteterugwinning; 2.16) Grondbuis;
1.9) Interne warmtebronnen;
1.10) Gebouwvorm;
1.11) Materialen, kleuren; 3) distribueren
3.1) Lucht;
3.2) Water;
2) Opwekken 3.3) Stoom;
2.1) Warmtepomp 3.4) Kanalen;
(elektrisch); 3.5) Leidingen;
2.2) Gasmotor; 3.6) Constructieonderdelen;
2.3) Absorptiewarmtepomp; 3.7) Atrium;
2.4) PV/T-cellen; 3.8) Plafondplenum;
2.5) (mini-)WKK; 3.9) Vloerplenum;
2.6) Zonnecentrale;
2.7) Zonnecollector;

Design Methodology: Opdracht 3 23
4) Afgeven 5) Opslaan
4.1) Vloerverwarming; 5.1) Aquifer;
4.2) Radiatoren; 5.2) Gebouwmassa;
4.3) Betonkernactivering; 5.3) Oppervlaktewater;
4.4) Convectoren; 5.4) Zonnevijver;
4.5) Klimaatplafond; 5.5) TCM;
4.6) Wandverwarming; 5.6) PCM;
4.7) IR-stralers; 5.7) Atrium;
4.8) Inductieapparaat; 5.8) Buffervat;
4.9) Luchtverwarming; 5.9) Bodemwarmtewisselaar;
4.10) Interne warmtelast

Deelfunctievervullende werkwijzen Verwarmen
1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8 1.9 1.10 1.11 - - - - -
Deelfuncties

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.11 2.12 2.13 2.14 2.15 2.16
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 - - - - - - -
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 - - - -
5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 - - - - - - -
Tabel 2: Deelfunctievervullende werkwijzen Verwarmen

KOELEN
Voor de hoofdfunctie koelen zijn de volgende deelfuncties en mogelijkheden
gekozen:
1) Verminderen koelvraag 2.2) Absorptiekoelmachine;
1.1) Buitenzonwering; 2.3) Oxycell;
1.2) Overstekken; 2.4) Sorptiekoeling;
1.3) Binnenzonwering; 2.5) Koeltoren;
1.4) Klimaatgevel; 2.6) Warmtepomp
1.5) Klimaatraam; (elektrisch);
1.6) Dubbele huidfacade; 2.7) Gasmotor;
1.7) Gevelisolatie; 2.8) Warmtepomp
1.8) Nachtventilatie/koeling; (absorptie);
1.9) Thermische massa; 2.9) Grondbuis;
1.10) Vegetatie;
1.11) PV als zonwering; 3) distribueren
1.12) Gebouwvorm; 3.1) Lucht;
1.13) Materialen/kleur; 3.2) Water;
1.14) Groendak; 3.3) Koudemiddel;
1.15) Warmteterugwinning; 3.4) Kanaal;
3.5) Leiding;
3.6) Plafondplenum;
2) Opwekken 3.7) Vloerplenum;
2.1) Koelmachine 3.8) Atrium;
(compressie); 3.9) Constructieonderdelen;

Design Methodology: Opdracht 3 24
4) Afgeven 5) Opslaan
4.1) Vloerkoeling; 5.1) TCM;
4.2) Koelplafond; 5.2) PCM;
4.3) Betonkernactivering; 5.3) GKW-buffer;
4.4) Convectoren; 5.4) Sprinklertank;
4.5) Klimaatplafond; 5.5) Ijsbuffer (nachtstroom);
4.6) Wandkoeling; 5.6) Gebouwmassa;
4.7) Inductieapparaat; 5.7) Vijver;
4.8) DX-koeler; 5.8) Aquifer;
4.9) Peltier-elementen; 5.9) Bodemwarmtewisselaar;

Deelfunctievervullende werkwijzen Koelen
1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8 1.9 1.10 1.11 1.12 1.13 1.14 1.15
Deelfuncties

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 - - - -
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 - - - - -
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 - - - - -
5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 - - - - -

Tabel 3: Deelfunctievervullende werkwijzen koelen

3.2. Fysieke oplossingen

3.2.1. Morfologisch overzicht
De verschillende fysieke oplossingen zoals ze al zijn aangegeven bij de
verschillende deelfuncties in paragraaf 2.1 kunnen nu worden
geïntegreerd in een morfologisch overzicht. De verschillende
mogelijkheden zijn weergegeven in een morfologisch overzicht dat is te
vinden in bijlage 1 van dit rapport. In het volgende hoofdstuk zullen de
meest veelbelovende werkingsprincipes worden bepaald aan de hand
van methode van Kesselring.

3.2.2. Structuurschema’s
Uit het morfologisch overzicht kunnen per hoofdfunctie verschillende
combinaties van deelfuncties worden gemaakt. Het is daarna zaak om tot
één concept te komen waarin gekozen combinaties voor hoofdfuncties zijn
verenigd. Een manier om dit weer te geven is in de vorm van
structuurschema’s. De volgende structuurschema’s zijn opgesteld:

Design Methodology: Opdracht 3 25
De concepten worden kort beschreven voor de functies koelen, verwarmen,
ventileren, elektriciteitsopwekking, licht en energieopslag dit wordt gedaan voor
de belangrijkste ontwerpniveau’s en ondersteund met principeschema’s:
 werkplek/vertrek;
 gebouw;
 gebouwde omgeving;

Concept 1: Low- tech
Dit concept heeft als kenmerk dat zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van
omgevingsenergie en passieve technieken. Bouwkundige en bouwfysische
maatregelen hebben een aanzienlijk aandeel. Actieve componenten worden
alleen toegepast, waar deze noodzakelijk zijn. De volgende aspecten vormen het
low-tech concept:
Ventilatie wordt allereerst voorzien door gebruik te maken van een grondbuis.
Deze zorgt ervoor dat in de zomer de ventilatielucht kan worden gekoeld. In
wintersituatie wordt via de grondbuis en het atrium de ventilatielucht
voorverwarmd. Aanvullend kan via een elektrisch warmte-element worden
naverwarmd. De behoefte in verwarming wordt dus voorziening met
luchtverwarming. De wanden hebben een hoge warmteweerstand en er wordt
gebruik gemaakt van stroken drievoudige beglazing op ooghoogte met te openen
kozijnen en overstekken/luiken op het zuiden. Zodoende komt voldoende licht
binnen, is er voor de gebruiker contact met buiten mogelijk en komt er niet te
veel zonnewarmte binnen, waardoor oververhitting in de zomer wordt
voorkomen. Daarnaast is er op het dak een tuin gesitueerd die het invallende
zonlicht in het atrium in de zomer filtert en een vertragende werking heeft op
opwarmen en afkoelen van het dak. Dit zorgt ervoor dat gedurende de zomer de
zonnewarmte zo veel mogelijk buiten wordt gehouden en de gebruiker toch de
mogelijkheid heeft om ramen open te zetten. In de winter heeft het dak een
warmte- en akoestisch isolerende werking, wat een positieve invloed heeft op het
binnenklimaat. Door gebruik te maken van sheddaken boven het atrium, met te
openen ramen, wordt voldoende daglicht binnen gelaten en toetreding van
directe zonnewarmte beperkt. Het atrium brengt, in combinatie met de licht
binnenafwerking het daglicht verder het gebouw in. Zomernachtventilatie en de
grondbuis zorgen voor een energetische verantwoorde vorm van koeling.
Elektriciteitsopwekking gebeurd m.b.v. PV-cellen op het dak en geïntegreerd in
de gevels. De gevels zijn tot slot afgewerkt met ecologische materialen, zoals
strucwerk en stroken van FSC hout. Dit komt, samen met het tuindak de
uitstraling van het gebouw ten goede.

Design Methodology: Opdracht 3 26
Figuur 8: Concept Low -tech

Concept 2: Medium-tech 1
Algemeen
Het medium-tech 1 concept wordt gekenmerkt door het gebruik van passieve
duurzame energetische oplossingen met behulp van eenvoudige bouwkundige
en installatie technologie.

Werkplek/vertrek
Om de werkplekken flexibel te maken wordt de warmte en koeling afgegeven via
LTV klimaatplafonds (distributie met water).
Warmte wordt in de zomer buiten gehouden met buitenzonwering.

Gebouw
Ventilatie gebeurd in de winter via natuurlijke toevoer bovenin het atrium via een
warmtewiel waar het vervolgens passief door de zon wordt voorverwarmt en met
het warmtewiel door de uitgaande lucht. Hierna wordt het de vloeren via roosters
ingezogen waar eventueel verwarming kan plaatsvinden. Vervolgens wordt via
leidingen in de gevel terug naar het warmtewiel gebracht en vervolgens naar
buiten afgevoerd.
In de zomer wordt er lucht van buiten via een grondbuis het atrium aan de
onderkant ingezogen en vervolgens de vloeren op gezogen. Daarna gaat het via
leidingen in de gevel terug naar de bovenkant van het atrium waar het op z’n
weg naar buiten gelijk de overtollige warmte meeneemt.
De warmte wordt zoveel mogelijk binnen gehouden met niet te grote glas
oppervlakken zodat HR+++ glas mogelijk is. De wanden hebben een hoge
warmteweerstand, goede kierdichting.

Design Methodology: Opdracht 3 27
Gebouwde omgeving
Warmte wordt opgewekt met een zonnecollector en boiler. Om te koelen wordt er
in de zomer water in leidingen door het kanaal gekoeld en door de
klimaatplafonds geleid.

Figuur 9: Ventilatie in de winter voor medium tech 1 concept

Figuur 10: Ventilatie in de zomer voor medium-tech 1 concept

Design Methodology: Opdracht 3 28
Figuur 11: Energieopslag Medium-tech 1 concept

Figuur 12: Warmte/koude-opwekking medium tech 1 concept

Design Methodology: Opdracht 3 29
Concept 3: Medium-tech 2
Algemeen
De kenmerken van dit concept komen voor een groot deel overeen met medium-
tech 1. Het verschil is dat de technische componenten uitgebreider en
nadrukkelijker aanwezig zijn. Een ander bijkomend aspect is dat er in dit concept
een vorm van energieopslag opgenomen is. Dit resulteert in het volgende.

Werkplek/vertrek
Het afgiftesysteem voor de warmte en koude bestaat uit convectoren in de
verhoogde vloer.
Er worden lichtgeleiders in het plafond toegepast. Deze zorgen ervoor dat het
daglicht verder de ruimte in wordt gestuurd.

Gebouw
De energieopslag in dit concept zal bestaan uit bodemopslag (een aquifer). Bij
gebruik van het aquifer-systeem zal het water uit de bron eerst langs een
warmtepomp gevoerd worden alvorens het gebruikt zal worden in het gebouw.
Dit water zal vervolgens gebruikt worden om het gebouw te verwarmen in de
winter en te koelen in de zomer.
De ventilatielucht zal mechanisch toegevoerd worden via het dak van het atrium.
Vervolgens wordt deze lucht verder gedistribueerd over de verdiepingen. Per
verdieping zal deze toevoerlucht via de vloer ingeblazen worden en wordt de
afvoerlucht afgezogen via de gevel. Deze afvoerlucht komt langs een WTW
alvorens deze het gebouw verlaat. Op deze manier wordt zowel ’s zomers als ’s
winters de toevoerlucht gekoeld, respectievelijk verwarmd voordat deze in de
vertrekken en het atrium wordt ingeblazen.

Gebouwde omgeving
Energieopslag gebeurd in de grond met een aquifer. In de winter zal de koude
bron gevoed worden en in de zomer zal ditzelfde gebeuren bij de warmte bron.
Belangrijk hierbij is om een balans te vinden in het gebruik van warmte en koude
gedurende het jaar.
De duurzame energiebronnen die gebruikt worden in dit concept zijn de zon en
de wind. De zon zal voornamelijk zorgen voor daglicht in het gebouw en voor
elektriciteitopwekking. De ramen in de gevels aan de zuidwest kant en de
zuidoost kant zullen voorzien worden van PV-cellen.
Op het dak zullen schotels geplaatst worden welke daglicht opvangen en via
glasvezelkabels het daglicht het gebouw in kunnen sturen. Ook komen er
venturi-windturbines op het dak om extra elektriciteit op te wekken door gebruik
te maken van de wind als duurzame energiebron.

Design Methodology: Opdracht 3 30
Figuur 13: Medium-tech 2 concept

Design Methodology: Opdracht 3 31
Concept 4: High-tech
Algemeen
Het high-tech concept wordt gekenmerkt door een hoog gehalte aan technische
snufjes, welke de climatisering in het gebouw grotendeels automatiseren.
Regelingen zorgen ervoor dat het ‘gebouw kan reageren op veranderende
omgevingsinvloeden’. Dit betekent dat een snel systeem noodzakelijk is:
thermische massa en afgiftesystemen, zoals betonkernactivering en
vloerverwarming zijn hier niet toepasselijk. Verder kan met dit concept een hoog
comfortgehalte worden bereikt en zijn er voor de gebruiker diverse
mogelijkheden om in te grijpen op het ‘automatische systeem’.

Werkplek/vertrek
Op vertrek en werkplekniveau is sprake van een snel en goed regelbaar
afgiftesysteem. In dit geval betreft het een klimaatplafond, waarmee zowel
gekoeld, verwarmd alsook geventileerd kan worden. Tevens bestaat de
mogelijkheid om kabelgoten achter het klimaatplafond weg te werken en kunnen
armaturen in het systeem worden geïntegreerd. Dit zorgt tevens voor een grote
flexibiliteit. Nagenoeg elk paneel kan onafhankelijk worden geregeld voor wat
betreft ventilatie, verwarmen en koelen. Het vertrek is afgewerkt met lichte
materialen en aan het plafond is een reflecterende coating aangebracht. Dit
bevordert de daglichttoetreding in combinatie met schakelbare prismalamellen
aan de raamzijde om de daglichttoetreding (zontoetreding) te regelen. De
kantoren aan de zuidzijde van het gebouw zijn uitgerust met een dubbele
huidgevel, waarin de prisma-elementen zijn geïntegreerd, tezamen met PV-
cellen en vacuumcollectoren. Ventilatie in de dubbele huidfacade kan worden
geregeld door verstelbare kleppen. Op deze wijze dient de gevel als
multifunctioneel gebouwonderdeel: als klimaatbuffer, ventilatieschacht in de
winter, energieopwekking (warmte en elektriciteit) en daglichtregeling/zonwering.
In figuur 14 zijn enkele principeschema’s op vertrekniveau weergegeven voor de
verschillende gevels. Aan de noordzijde is geen dubbele huidgevel toegepast,
vanwege de akoestische buffering t.o.v. de naastgelegen snelweg. Daar zijn
HR++ glasstroken bedacht in combinatie met buitenzonwering. Daarnaast
kunnen de geveldelen geopend worden, net als aan de zuidzijde van het
gebouw. Tevens bevindt zich een balustrade aan de noordzijde van het gebouw
welke doorlopend verbonden is met de tweedehuidgevels aan de zuidzijde. Deze
balustrades kunnen zodoende dienst doen als vluchtweg en als semi-
buitenruimte, waardoor het contact met de omgeving wordt vergroot. In het
atrium zijn zogenaamde ‘chandeliers’ toegepast, welke daglicht, afkomstig van
heliostaten op het dak, diffuus in het atrium en aanliggende kantoorzones
weerkaatsen. De ‘chandeliers’ zijn in feite een soort slingers waaraan prisma-
elementen zijn verbonden.

Design Methodology: Opdracht 3 32
Figuur 14: Structuurschema's voor verschillende gevels winter en zomer

Design Methodology: Opdracht 3 33
Gebouw en verdiepingsniveau
Op gebouwniveau wordt vooral energie opgewekt en toetreding van voldoende
daglicht, ventilatie en warmte/koude voorzien. Het atrium heeft een meervoudige
functie in dit concept. Zo wordt het allereerst gebruikt om daglicht door het
gebouw te distribueren. Daarbij wordt van chandeliers en heliostaten op het dak
gebruik gemaakt. De heliostaten volgen de beweging van de zon en zorgen dat
en een nagenoeg constante lichtstroom het atrium binnentreedt. Deze wordt
daarna, via de ‘chandeliers’ als diffuus licht naar de aanliggende kantoorvleugels
geleid. Naast daglichttoetreding, wordt het atrium ook gebruikt voor ventilatie. In
de zomer treedt thermische trek op in het atrium. Van deze thermiek wordt
gebruik gemaakt: de afvoerlucht uit de aangrenzende kantoren wordt via deze
thermische trek door het atrium naar buiten gevoerd. Aan gevelzijde wordt
gekoelde ventilatielucht mechanisch toegevoerd. De lucht wordt voorgekoeld met
oxycell-apparaten op het dak. Verdere koeling vindt in de vertrekken plaats via
de klimaatplafonds. Daarnaast is ook vegetatie aangebracht in het atrium. Dit
komt de luichtkwaliteit ten goede en door de verdamping van de bomen, wordt
de lucht in het atrium gedeeltelijk bevochtigd. Dit zorgt zodoende ook voor een
vorm van koeling. In de winter wordt het omgedraaid: warmteterugwinning van
ventilatielucht via de Oxycell apparaten en voorverwarming via het atrium. Er
wordt mechanisch afgezogen aan gevelzijde
ZOMER WINTER

.

Figuur 15: Principeschema Ventilatie

Warmte-, koude- en elektriciteitsopwekking
Warmte en koude kan worden gebufferd met behulp van een aquifersysteem in
combinatie met een warmtepomp. Deze levert zodoende lage
temperatuurwarmte of hoge temperatuur koud welke direct bruikbaar is voor de
klimaatplafonds. De warme bron wordt geladen door in de tweede huidgevel
geïntegreerde vacuumcolletoren en door PVT-cellen op het dak. De koude kan
voor een deel worden opgewekt door de oxycell apparaten, maar het merendeel
van de koude zal worden geladen via een warmtewisselaar in het nabijgelegen
kanaal. Dit wordt gedaan, omdat de geschatte koudevraag veelal groter is dan
de warmtevraag. Door de wisselaar in het kanaal kan dan een onbalans tussen

Design Methodology: Opdracht 3 34
de warme en koude bron worden voorkomen. Daarnaast kan de koude uit het
kanaal ook direct worden toegevoerd aan de klimaatplafonds. De
elektriciteitsvraag wordt ingevuld door een overstek van PV-cellen op het dak en
PVT-panelen. Ook in de gevel is een aantal PV-cellen geïntegreerd.
Onderstaande schetsen geven de principes weer:

Figuur 16: Energieopslag en dakinvulling

Figuur 17: Conceptuele indeling van de gevel (zuidwest)

Hierboven is een voorlopige indeling van de zuidwestgevel weergegeven. De
glasstroken (luchtblauw) zijn relatief smal, dit om oververhitting te voorkomen. De
paarse stroken zijn de vacuumcollectoren en PV-cellen. In geel zijn de prisma-
elementen weergegeven. Het overstek met PV-cellen (rechtsboven) is ook
aangegeven. Ter plaatse van de lift/trappenschacht kan een invulling van
houtstroken en PV/PVT-panelen of anderszins worden toegepast. Aangezien
deze gevel zuidgeorienteerd is, is het aan te raden om daar energieopwekking in
onder te brengen. Ook is een schematische weergave van de dakinvulling

Design Methodology: Opdracht 3 35
gegeven. Afhankelijk van de energiebalans, kan daar nog iets mee geschoven
worden (aandeel PV, PVT en oxycel). Ook zijn de heliostaten weergegeven. De
buitenste spiegels draaien met de zon mee en zorgen dat en nagenoeg
constante lichtstroom naar de vaste spiegels ter plaatse van het atrium.

4. Keuzebepalende fase
4.1. Beoordelingscriteria
Nu de conceptontwerpen bekend zijn, zal er een keuze gemaakt moeten
worden uit één van de 4 concepten. Om een zo objectief mogelijke keuze te
kunnen maken, is een aantal beoordelingscriteria opgesteld per
ontwerpniveau. Deze criteria zijn onder andere gebaseerd op het programma
van eisen, zoals eerder is behandeld. Aangezien bepaalde
beoordelingscriteria zwaarder wegen zijn voor een bepaald ontwerpniveau
en/of het totaalconcept, is aan ieder aspect een weegfactor toegekend. De
aspecten die zwaarder meewegen in het eindoordeel krijgen een hogere
weegfactor. Voor de volgende ontwerpniveau’s zijn beoordelingscriteria
opgesteld:
 Werkplekniveau;
 Vertrekniveau;
 Verdiepingsniveau;
 Gebouwniveau;
 Gebouwde omgeving;

Per ontwerpniveau is vervolgens gekeken welke eisen/criteria een rol spelen
en hoe belangrijk elke eis op een bepaald ontwerpniveau is. Individuele
regelbaarheid is op omgevingsniveau voor deze opdracht bijvoorbeeld niet
interessant en wordt dan niet meegenomen of laag gewogen. In het
beoordelingsoverzicht staan de verschillende criteria per ontwerpniveau
vastgelegd. In bijlage 2 is het beoordelingsschema toegevoegd. De volgende
criteria t.a.v. het functioneren zijn gekozen voor het beoordelen van de
concepten:
 Natuurlijke warmte/koude;
 Gebruik duurzame energie;
 Aangenaam binnenklimaat;
 (Individuele) regelbaarheid;
 Visueel comfort;
 Gebruiksvriendelijkheid;
 Beperken energievraag;
 Technische levensduur;

Natuurlijke warmte/koude is gemoeid met het feit in hoeverre van
omgevingswarmte of –koude gebruik wordt gemaakt voor opwekking en opslag
van warmte/koude. Dit bepaald voor een groot deel hoe duurzaam een ontwerp
kan zijn t.a.v. warmte en koudeopwekking. Het gebruik van duurzame energie

Design Methodology: Opdracht 3 36
betreft allerlei vormen van duurzame energie, bijvoorbeeld PV cellen voor
elektriciteitsopwekking, PVT panelen, windenergie, biomassa etc. Omdat de
opdrachtgever eist de typische klachten van mechanisch gekoelde gebouwen te
vermijden is het aspect aangenaam binnenklimaat meegenomen. Omdat een
gebruiker ook zelf zijn werkklimaat moet kunnen afstemmen op zijn eigen
wensen, is (individuele) regelbaarheid in het lijstje van criteria opgenomen.
Visueel comfort is van belang, omdat de verlichting moet aansluiten bij de soort
werkzaamheden die verricht worden. Daarnaast is voldoende daglicht benodigd
om orientatie mogelijk te maken. Ook contact met de buitenomgeving valt onder
het kopje visueel comfort. Gebruiksvriendelijkheid bepaald in grote mate hoe een
gebruiker een gebouw, vertrek etc. ervaart. In de opdrachtomschrijving wordt
gevraagd of het mogelijk is om een nulenergie kantoorgebouw kan worden
ontworpen met methodische ontwerptechnieken. In het kader daarvan kan het
beperken van de energievraag (stap 2 uit Trias Energetica) natuurlijk niet
ontbreken in de beoordelingscriteria. Tot slot bepaald de levensduur van de
verschillende systemen mede de duurzaamheid van het hele concept. Systemen
die een langere levensduur hebben zullen doorgaans minder belasting op het
milieu hebben (in termen van materialen en afval).

De volgende realisatie aspecten zijn gekozen:
 Betrouwbaarheid;
 Onderhoudsvriendelijkheid;
 Nul-energie;
 Flexibiliteit;

Wanneer een gebruiker kan vertrouwen op de technische systemen die zijn
ontworpen, dan zal hij/zij zich prettig voelen in het gebouw. Daarnaast bepaald
betrouwbaarheid in hoeverre de systemen aansluiten op de processen die in het
gebouw plaats moeten vinden. Flexibiliteit is voor deze opdracht van belang,
zeker omdat de bovenste verdiepingen vrij verhuurbaar zijn en het daarom op
voorhand lastig te voorspellen is wat voor gebruiker zich in de bovenste
verdieping kan gaan huisvesten. Wanneer een concept dus veel flexibiliteit kan
bieden in indeling van vloeren, wanden etc. dan zal dit de opdrachtgever meer
mogelijkheden, minder kosten en dus grote meerwaarde bieden.

Om een goede afweging te kunnen maken is een vaste schaal van 1 tot 5
gehanteerd, zoals in onderstaande tabel is weergegeven. Daarmee kunnen
de verschillende eisen voldoende worden geclassificeerd.

Slecht matig neutraal goed uitstekend
1 2 3 4 5
onbelangrijk ondergeschikt neutraal belangrijk onvermijdelijk
Tabel 4: gebruikte weegfactoren

Nadat de verschillende criteria bekend zijn en zijn gewogen naar
belangrijkheid, is het zaak om verschillende ontwerpvarianten met elkaar te

Design Methodology: Opdracht 3 37
vergelijkingen en te beoordelen. Dit is gedaan voor de vier concepten, zoals
ze paragraaf 3.2.2 van dit rapport zijn behandeld. Voor de beoordeling is, net
als voor de weging een schaalverdeling gehanteerd. Ditmaal is de
beoordeling ‘neutraal’ weggelaten, omdat anders het gevaar ontstaat om in
geval van twijfel aspecten met neutraal te beoordelen. Dat zou de afweging
niet doorslaggevend maken, waardoor de keuze voor een bepaald concept te
veel op twijfel wordt gemaakt. Vandaar dat voor de volgende schaal is
gekozen:

ongeschikt matig bruikbaar geschikt
1 2 3 4
onvoldoende matig voldoende uitstekend
Tabel 5: Gebruikte beoordelingsschaal

De verschillende criteria zijn ingedeeld naar functionele en realisatie-eisen.
Zodoende wordt het mogelijk om voor de verschillende varianten de methode
van Kesselring toe te passen, waarin de totaalscores voor realisatie en
functioneren tegen elkaar worden uitgezet voor elk concept.

TOTAALSCORES PER VARIANT
Low-tech Medium-tech 1 Medium-tech 2 high-tech
Functioneren Realiseren Functioneren Realiseren Functioneren Realiseren Functioneren Realiseren
Werkplek 57,14% 60,71% 72,32% 64,29% 56,25% 62,50% 66,07% 78,57%
NIVEAU

Vertrek 62,50% 75,00% 72,66% 71,67% 71,88% 66,67% 71,09% 80,00%
Verdieping 68,52% 67,65% 69,44% 75,00% 66,67% 70,59% 72,22% 79,41%
Gebouw 74,24% 81,94% 70,45% 68,06% 63,89% 75,00% 56,94% 87,50%
Omgeving 50,00% 75,00% 62,50% 66,67% 75,00% 77,78% 87,50% 80,56%
TOTAAL 66,10% 77,60% 72,20% 74,60% 69,30% 72,40% 72,60% 79,40%
Tabel 6: Totaalscores per variant

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat voor de high-tech variant de hoogste score
wordt geboekt. De vier ontwerpvarianten zijn uitgewerkt in een
Kesselringdiagram. Dat is in de volgende paragraaf gedaan.

Design Methodology: Opdracht 3 38
4.2. Methode van Kesselring
Bij de Kesselringmethode wordt onderscheid gemaakt tussen functionele en
realisatie-eisen. Hiervoor zullen alle beoordelingscriteria ingedeeld moeten
worden bij functioneren óf realiseren. Vervolgens kan bepaald worden hoe
goed de concepten scoren op functioneren en realiseren. Uiteindelijk zal de
keuze vallen op het conceptontwerp met de hoogste score.

Kesselringdiagram
100%

95%

90%

85%

80%

75%

70%

65%

60%
Low-Tech
Realiseren

55%
Medium-Tech 1
50% Medium-Tech 2
High-Tech
45%
40%

35%

30%

25%
20%

15%

10%

5%

0%
0% 5% 10 15 20 25 30 35 40 45 50 55 60 65 70 75 80 85 90 95 100
% % % % % % % % % % % % % % % % % % %
Functioneren

Figuur 18: Kesseringdiagram

Uit bovenstaand Kesselringdiagram blijkt dat de high tech variant het meest
optimaal is. Deze zal in het volgende hoofdstuk verder uitgewerkt naar
energieverantwoording.

Design Methodology: Opdracht 3 39
5. Vormgevende fase
5.1. Uitwerking
De uitwerking van het totaalconcept is in paragraaf 3.2.2 weergegeven.
De volgende systemen/oplossingen zijn daarbij gebruikt:

Verwarmen
 Afgifte via klimaatplafond;
 Opwekking via warmtepomp;
 Opwekking warmte via vacuumcollectoren en PVT;
 Opslag in aquifer;
 passief via atrium;
 Tweede huidfacade als klimatologische buffer;

Koelen
 Afgifte via klimaatplafond;
 Koude uit aquifer;
 Regeneratie koude bron met rivierwater;
 Koeling in atrium via gebruik vegetatie;
 Tweede huidfacade als klimatologische buffer;

Ventileren
 Hybride ventilatie (’s zomers mech toevoer, ’s winters mech afvoer);
 Warmteterugwinning via Oxycell in winter;
 Voorkoelen ventilatielucht met oxycell in zomer;
 Ventilatie gebalanceerd in geval onvoldoende thermiek;

Verlichting
 Veel daglichttoetreding via atrium;
 Gebruik heliostaten met ‘chandeliers’ in atrium, voor diffuus licht;
 Prismasystemen t.b.v. daglichttoetreding, regeling en wering;
 Gebruik hoog rendement armaturen;
 Gebruik daglichtregeling;

Elektriciteit
 Elektriciteitsopwekking d.m.v. PV-cellen op overstek;
 Opwekking via PVT-cellen op dak;
 Alles netgekoppeld;
 Gebruik daglichtregeling t.b.v. energiebesparing;

Energieopslag
 Warmte/koude opslag in aquifer;
 Voorkomen onbalans door regeneratie met rivierwater;
 Laden warme bron via vacuumcollectoren en PVT panelen;

Design Methodology: Opdracht 3 40
5.2. Energieverantwoording
Het doel van deze opdracht was het ontwerpen van een energieneutraal
kantoorgebouw. Dat houdt dus in dat de energiestromen die het gebouw in gaan
balans zijn met de energiestromen die er uit komen (zie ook figuur 19). Met
andere woorden de som van alle energiestromen is netto nul.

ENERGIE IN ENERGIE UIT
GEBOUW

ENERGIEVRAAG

Figuur 19: energiestromen in het gebouw

Om energieneutraliteit te bereiken kunnen maatregelen op verschillende fronten
worden toegepast. Dit is vastgelegd in de Trias Energetica:
1. Beperk de energievraag;
2. Maak gebruik van zoveel mogelijk duurzame bronnen;
3. Vermijd gebruik fossiele brandstoffen, anders hoog omzettingsrendement;

De eerste twee stappen zijn duurzaam: zij maken geen gebruik van fossiele
brandstoffen en zorgen niet voor CO2 uitstoot. In het kader van een
nulenergiegebouw, hoort de derde stap hier eigenlijk niet thuis. CO2-afvangen of
compensatiemogelijkheden kunnen deze stap echter wel mogelijk maken in een
nul-energieconcept. Het definitieve concept zal nu worden geanalyseerd voor
verschillende stappen uit de Trias Energetica.

1. Beperken van de energievraag
In onderstaand diagram staat het geschatte energieverbruik voor de originele
configuratie (rood) en het definitieve concept (blauw) uitgewerkt. Dit komt voort
uit de toegepaste maatregelen voor verlaging van het energieverbruik (passieve
maatregelen (stap 1 uit Trias Energetica). De schatting is gemaakt op basis van
kentallen afkomstig van de maatregelenlijst van Senter Novem2 en verscheidene
rapporten3 4. In bijlage 3 is een tabel met de schattingen van de besparingen
voor verschillende maatregelen weergegeven. De totalen zijn verwerkt in
onderstaande grafiek.

Design Methodology: Opdracht 3 41
Geschatte besparingen van maatregelen op energieverbruik

800,00
Koeling

700,00

600,00
Energieverbruik [GJ/jr]

500,00
Koeling

400,00

Verw arming
Verlichting
300,00
Verw arming Elektriciteit
Elektriciteit
Ventilatie
200,00

Ventilatie Verlichting
100,00

0,00
Functie

Figuur 20: De energievraag na besparingen door passieve maatregelen

Post Besparing
Ventilatie 35%
Koelen 40%
Verwarmen 25%
Verlichten 60%
Elektriciteit 0%
Totaal 36%
Tabel 7: Geschatte besparingen voor de verschillende posten

Uit bovenstaande figuur blijkt dus dat er op het gebied van koeling een flinke
besparing te behalen valt. Dit is onder andere het gevolg van het toepassen van
vegetatie, natuurlijke ventilatie en het gebruik van zonwering, dubbele huidgevel
en overstekken. Door goed isolerende beglazing, nuttige gebruikmaking van het
atrium en het introduceren van de tweede huidgevel als ‘thermische buffer’ is
weinig energie nodig voor verwarming van de ruimte. Ook de verschillende
systemen voor daglichttoetreding en een daglichtregeling zorgen ervoor dat in
grofweg 50 tot 70% van de tijd geen kunstverlichting nodig is. De forse besparing
is in de grafiek verwerkt. Aan elektriciteitsbesparing is in principe weinig te doen,
aangezien dit voor een groot deel betrekking heeft op gebruiksapparaten en dus
van de gebruiker afhankelijk is. De energievraag die overblijft (blauwe staven) zal
in het concept verder ingevuld worden met duurzame bronnen, voor zover
mogelijk.

Design Methodology: Opdracht 3 42
2. Duurzame energie invulling
Omdat de energievraag niet volledig gedekt kan worden met de maatregelen
voor energiebesparing, wordt de resterende energievraag (zoveel mogelijk)
ingevuld met duurzame bronnen. In dit onderdeel zal worden aangetoond in
hoeverre het concept dan ook nul energie is (zie ook bijlagen 4 en 5). Uit de
vorige stap resteert de volgende energievraag, in te vullen met de duurzame
opwekkers gekozen voor het definitieve concept:

Geschatte jaarlijkse energievraag
Post Hoeveelheid [GJ]
Ventilatie 119,48
Koelen 441,16
Verwarmen 229,77
Verlichten 117,64
Elektriciteit 196,07
Onbalans Aquifer -211,39
Totaal 1104,12
Tabel 8: Geschatte jaarlijkse energievraag per post

De energie benodigd voor ventilatie, verlichten en elektriciteit bestaat enkel uit
elektrische energie (433,19 GJ/jr) en zal in dit concept worden opgewekt met PV-
cellen op het dak, en geïntegreerd in de gevel. Het beschikbare dakoppervlak,
zoals aangenomen volgens de tekeningen is ongeveer 846 m2. Verder omvat het
concept ook een dakoverstek met geïntegreerde PV panelen, zuidgeoriënteerd,
met een beschikbare oppervlakte van 114 m2. Tot slot zullen ook PV-cellen
worden geïntegreerd in de zuidgeorienteerde balustrades op de begane grond
en tweede verdieping, waardoor een extra PV-oppervlak van 132 m2 ter
beschikking komt. In totaliteit is er dan een PV-oppervlak van 846+132+114 =
1092 m2.

De PV cellen op het dak zijn optimaal georiënteerd onder een hoek van 36
graden op het zuiden. Het gebruikte kental voor de PV-cellen3 is een
jaaropbrengst van 100 kWh/m2 , oftewel: 0,36 GJ/m2 jr. Dit levert dan een
elektriciteitsopbrengst van 0,36*1092 = 393,12 GJ/jaar.

Voor de warmteopbrengst kan een zelfde berekening worden gemaakt. Voor de
warmteopwekking wordt in dit concept gebruik gemaakt van vacuumcollectoren.
Deze zullen worden geïntegreerd in de balustrades op de eerste en derde
verdieping, zoals ook in onderstaande figuur (rood) weergegeven.

Design Methodology: Opdracht 3 43
Figuur 21: Dak- en gevelindeling voor PV en vacuumcollectoren

Het totale berekende beschikbare oppervlakte voor de vacuumcollectoren is
131,7 m2.
Vacuumcollectoren hebben een jaarlijkse energieopbrengst van 2,88 GJ/m2
[bron: Rangger Solartechnik5, zie bijlage 6]. Dit levert zodoende een
totaalopbrengst van 131,7*2,88 = 379,3 GJ/jaar. Daarmee wordt de
warmtevraag van 229,8 GJ gedekt. Het overschot kan worden gebufferd in de
aquifer.

De koelvraag bedraagt 441 GJ per jaar. Deze wordt geleverd door de
warmtepomp, via de aquifer. De koude bron wordt geladen door gebruik te
maken van een warmtewisselaar in het nabijgelegen kanaal. In wintertijden en
tussenseizoenen, wanneer er minder koudevraag zal zijn, kan de koude worden
geladen en in de zomer ontladen. Als aangenomen wordt dat de jaarlijkse
gemiddelde watertemperatuur 5-6 gr C is en een retourtemperatuur van 16 gr C
wordt gebruikt, dan ontstaat een delta T van 10K. Op basis van 1200 vollasturen
koeling per jaar en een koelvraag van 441 GJ/jr levert dit een benodigd
vermogen van 441*109/(1200*3600) = 102,12 kW op.

Het benodigd warmtewisselend oppervlak, volgt uit: Q = UA*∆Tlm 
A = Q/U* ∆Tlm.

Design Methodology: Opdracht 3 44
Berekende duurzame opwekking
Variant 3
Oppervlak Jaaropbrengst
[m2] [GJ]
PV 1092 393,01
PV/T (elektriciteit) 0 0,00
PV/T (warmte) 0 0,00
Vacuumcollectoren 132 379,30
WW-kanaal * 441,16
Totaal 1223 1213,47
warmte 379,30
koude 441,16
elektriciteit 393,01
* afhankelijk van dimensionering warmtewisselaar
Tabel 9: De berekende duurzame opwekking en benodigde oppervlaktes

3. Totale energiebalans
Hieronder is de totale energiebalans weergegeven, zoals is berekend. Het blijkt
dat niet genoeg elektriciteit opgewekt kan worden: er is een tekort van 40,18 GJ
per jaar. Door inkoop van groene stroom kan de ‘balans kloppend worden’. Voor
wat betreft warmteopwekking is er een klein overschot, wat gebufferd kan
worden in de aquifer en beschikbaar komt voor eventuele latere pieken.

Totale energiebalans
Totale energiebalans
Post Energie in Energievraag Energie uit Nulenergie?
(opwekken) [GJ] (overschot/tekort)
[GJ] [GJ]
Warmte 379,03 229,77 149,26 ja
Koude 441,16 441,16 0 ja*
Elektriciteit 393,01 433,19 -40,18 nee
TOTAAL 1213,2 1104,12 109,08 nee

* hangt af van dimensionering warmtewisselaar
Tabel 10: De totale energiebalans voor het definitieve concept

Uit bovenstaande balans blijkt dat geen volledig energie

Design Methodology: Opdracht 3 45
5.3. Materiaalaspecten vs. duurzaamheid
In het concept zal gebruik worden gemaakt van een flink aandeel glas: dubbele
huidgevel op het zuiden en glasstroken op het noorden. Uit duurzaamheids
oogpunt is glas een goed recyclebaar materiaal. De PV-cellen zijn echter niet erg
duurzaam, omdat voor de productie van deze systemen veel energie benodigd
is. In het kader daarvan is het de vraag of het ontwerp daarmee werkelijk zo
duurzaam is.

Er wordt duurzaam omgesprongen met materialen. Bij de bouw wordt gebruik
gemaakt van gesloten grondbalans. De raamkozijnen zijn gemaakt van Accoya
hout, dat een verduurzaamde houtsoort is in een gesloten productie proces. Het
heeft geen uitzettings- of krimpverschijnselen en heeft een hogere
warmteweerstand dan normaal hout. Hierdoor is bij de detaillering minder kit
nodig, wat in de lijn is van de kit- en schuimarme detaillering. Waar wel kit
gebruikt wordt, gebruikt men sulfidekit of andere minder milieu belastende
kitsoorten.

Het geveltimmerwerk wordt beschermd tegen weersinvloeden door de
balustrades. Het bestaat uit onbeschilderd, geplatoniseerd hout dat op den duur
zal verkleuren onder invloed van de zon.

De wanden zijn geïsoleerd met steenwol, het dak met EPS (recyclebaar).

De het beton van de kernen bevatten 20% puingranulaat. De vloeren zijn
opgetrokken uit demontabele stalen balken en kolommen die de stijfheid
ontlenen aan de kernen en windverbanden in de gevel.

Voor de vloeren zijn infra+ vloeren gebruikt om het grote aandeel leidingen, goed
weg te kunnen werken en bijna geen verdiepingshoogte in te leveren. Daarnaast
zijn de leidingen en kanalen goed bereikbaar voor onderhoud, vervanging en/of
uitbreiding.

Het dak is bedekt met teervrije bitumen, waarvan recycling mogelijk is.

Design Methodology: Opdracht 3 46
6. Conclusie
Uit het voorgaande hoofdstuk is gebleken dat het niet mogelijk is om een volledig
nulenergie gebouw te realiseren. Het totale PV-oppervlak is te klein om in alle
elektriciteitsvraag te voorzien. Het resterende deel kan daarom met groene
stroom worden ingevuld, maar zorgt daarom niet voor energieneutraliteit. Op
warmtegebied wordt een overschot gecreëerd door de vacuumcollectoren, wat
gebufferd kan worden in de aquifer en in tijden van piekvraag ter beschikking
staat. De koeling wordt voorzien door de aquifer in combinatie met de
warmtepomp. Regeneratie van de koude bron wordt voorzien met een
warmtewisselaar in het nabijgelegen kanaal, om een onbalans tussen de warme
en koude bron te voorkomen. De duurzaamheid van het concept valt te
betwijfelen door het grote aandeel zonnecellen, waarvoor veel energie nodig is,
tijdens productie. Door gebruik te maken van dubbele huidgevel aan de zuidzijde
en het atrium, wordt een thermische buffer geïntroduceerd. Dit komt het comfort
ten goede, een van de belangrijkste eisen gesteld door de opdrachtgever. Door
toepassing van prisma-elementen en heliostaten wordt een grote hoeveelheid
daglicht in het gebouw toegelaten, waardoor het comfort verbeterd wordt. Dit
levert, in combinatie met de daglichtregeling een belangrijke energiebesparing en
meerwaarde voor het comfort op. Daarnaast maakt het gebruik van
klimaatplafonds het mogelijk om de vloerindeling zo vrij mogelijk te houden, in
combinatie met een goede regelbaarheid. Typische klachten van mechanisch
gekoelde gebouwen worden zo voorkomen. Door HR++ beglazing treedt geen
koudeval of tochtverschijnselen op.

Het gebruik van methodisch ontwerpen is waardevol gebleken in het ontwerpen
van het energieconcept voor het kantoorgebouw. Door het plan van eisen te
vertalen in hoofd- en deelfuncties was het mogelijk om de werking beter te
analyseren. Ook maakte de indeling in ontwerpniveau’s het mogelijk om
onderlinge afstemming tussen componenten te vergroten. In het formuleren van
de concepten bleek het echter toch moeilijk om alle systemen goed op elkaar af
te stemmen. Het gebruik van het kesseldiagram en weegfactoren heeft
uiteindelijk geresulteerd in een goede beoordeling en daarmee keuzebepaling
van het best werkende concept. Tot slot is gebleken dat gedurende de
uitwerkfase toch nog indelingen van PV-cellen, vacuumcollectoren e.d.
veranderd moesten worden om een sluitende energiebalans te krijgen. De
volgende keer zullen daarom in een eerder stadium inschattingsberekeningen
worden gemaakt voor de benodigde hoeveelheden energie en oppervlaktes van
PV-cellen e.d. Zodoende kan de inpassing in het totale systeem verbeterd
worden.

Design Methodology: Opdracht 3 47
7. Referenties
1 Zeiler, Prof. Ir. W., 7Y400 Design methodology –Integral design of
sustainable comfort, (2005), TU/e, Eindhoven, pp. 20-42, 71-74.
2 Senter Novem, Maatregelenlijst Energiebesparing in gebouwen, Senter
Novem 2007, http://www.kuiperinternetdiensten.nl/kompas/default.asp
3 SenterNovem 2007, Cijfers en tabellen 2007, SenterNovem, Den Haag
4 ECN, 2003, M. Bakker, K.J. Strootman, M.J.M. Jong, M.J. Elswijk, PVT
Bodemgeneratie Haalbaarheidsstudie naar bodemregeneratie met behulp
van een dakvullend PVT-systeem, ECN rapport C03103, blz. 37-38.
5 Rangger Solartechnik, Kollektor RS-01-15/1800 Evolution der Solarenergie –
Vom einfachen Swimmbadabsorber zum einfachen Flachkollektor und dem
verbesserten CPC Flachkollektor bis in zum modernen Vacuum
Roehrenkollektor, Rangger solartechnik 2007, blz. 2, http://www.rs-
kollektor.at/dl/RS-KollektorUnterlagen.pdf

Design Methodology: Opdracht 3 48
8. Bijlagen

8.1. Morfologisch overzicht

Design Methodology: Opdracht 3 49
Design Methodology: Opdracht 3 50
Design Methodology: Opdracht 3 51
Design Methodology: Opdracht 3 52
Design Methodology: Opdracht 3 53
8.2. Beoordelingsschema Kesselringmethode

Low-tech medium-tech 1 medium-tech 2 High-tech
eisen max weegfactor Beoordeling totaal percentage Beoordeling totaal percentage Beoordeling totaal percentage Beoordeling totaal percentage
Werkplek
functioneel
Natuurlijke warmte/koude 16 4 1 4 1 4 1 4 1 4
duurzame energie gebruik 16 4 2 8 3 12 2 8 2 8
aangenaam binnenklimaat 20 5 3 15 4 20 3 15 4 20
individuele regelbaarheid 20 5 2 10 3 15 2 10 3 15
visueel comfort 12 3 3 9 3 9 3 9 3 9
gebruiksvriendelijkheid 16 4 3 12 3 12 2 8 3 12
Beperken energievraag 12 3 2 6 3 9 3 9 2 6
Totaal: 112 64 57,14% 81 72,32% 63 56,25% 74 66,07%
realisatie
betrouwbaarheid 20 5 3 15 3 15 3 15 4 20
onderhoudsvriendelijk 8 2 3 6 4 8 2 4 3 6
nul-energie 20 5 1 5 1 5 2 10 2 10
flexibiliteit 8 2 4 8 4 8 3 6 4 8
Totaal: 56 34 60,71% 36 64,29% 35 62,50% 44 78,57%
Vertrek
functioneel
Natuurlijke warmte/koude 16 4 1 4 1 4 1 4 1 4
duurzame energie gebruik 16 4 2 8 3 12 3 12 3 12
duurzame energie opwekking 12 3 1 3 1 3 2 6 2 6
aangenaam binnenklimaat 20 5 3 15 4 20 3 15 4 20
gebruiksvriendelijkheid 16 4 4 16 4 16 3 12 3 12
visueel comfort 12 3 3 9 3 9 4 12 3 9
individuele regelbaarheid 20 5 2 10 3 15 4 20 4 20
Beperken energievraag 12 3 4 12 4 12 3 9 2 6
technische levensduur 4 1 3 3 2 2 2 2 2 2
Totaal: 128 80 62,50% 93 72,66% 92 71,88% 91 71,09%
realisatie
betrouwbaarheid 20 5 3 15 3 15 3 15 3 15
onderhoudsvriendelijk 8 2 3 6 3 6 2 4 2 4
flexibiliteit 12 3 3 9 4 12 2 6 3 9
nul-energie 20 5 3 15 2 10 3 15 4 20
Totaal: 60 45 75,00% 43 71,67% 40 66,67% 48 80,00%
verdieping
functioneel
Natuurlijke warmte/koude 12 3 1 3 1 3 1 3 3 9
duurzame energie gebruik 12 3 3 9 3 9 4 12 4 12
duurzame energie opwekking 16 4 1 4 1 4 2 8 3 12
aangenaam binnenklimaat 16 4 4 16 4 16 3 12 4 16
regelbaarheid 4 1 2 2 3 3 3 3 2 2
visueel comfort 12 3 3 9 3 9 4 12 2 6
gebruiksvriendelijkheid 12 3 3 9 3 9 2 6 3 9
Beperken energievraag 16 4 4 16 4 16 3 12 2 8
technische levensduur 8 2 3 6 3 6 2 4 2 4
Totaal: 108 74 68,52% 75 69,44% 72 66,67% 78 72,22%
realisatie
betrouwbaarheid 16 4 3 12 3 12 3 12 2 8
flexibiliteit 20 5 2 10 3 15 2 10 4 20
onderhoudsvriendelijk 12 3 3 9 3 9 2 6 2 6
nul-energie 20 5 3 15 3 15 4 20 4 20
Totaal: 68 46 67,65% 51 75,00% 48 70,59% 54 79,41%
Gebouw
functioneel
Natuurlijke warmte/koude 20 5 2 10 3 15 3 15 3 15
duurzame energie gebruik 8 2 4 8 4 8 4 8 2 4
duurzame energie opwekking 20 5 2 10 2 10 3 15 4 20
aangenaam binnenklimaat 12 3 3 9 2 6 3 9 4 12
regelbaarheid 4 1 2 2 3 3 2 2 2 2
visueel comfort 16 4 3 12 3 12 3 12 3 12
gebruiksvriendelijkheid 12 3 4 12 3 9 3 9 2 6
Beperken energievraag 20 5 4 20 4 20 3 15 2 10
technische levensduur 20 5 3 15 2 10 2 10 2 10
Totaal: 132 98 74,24% 93 70,45% 95 71,97% 91 68,94%
realisatie
onderhoudsvriendelijk 12 3 3 9 3 9 2 6 2 6
nul-energie 20 5 3 15 3 15 3 15 4 20
betrouwbaarheid 20 5 3 15 2 10 3 15 2 10
investering initieel 20 5 4 20 3 15 2 10 1 5
Totaal: 72 59 81,94% 49 68,06% 46 63,89% 41 56,94%
Omgeving
functioneel
Natuurlijke warmte/koude 20 5 2 10 3 15 3 15 3 15
duurzame energie opwekking 20 5 2 10 2 10 3 15 4 20
Totaal: 40 20 50,00% 25 62,50% 30 75,00% 35 87,50%
realisatie
betrouwbaarheid 4 1 3 3 3 3 4 4 3 3
onderhoudsvriendelijk 12 3 3 9 2 6 3 9 2 6
nul-energie 20 5 3 15 3 15 3 15 4 20
Totaal: 36 27 75,00% 24 66,67% 28 77,78% 29 80,56%
TOTAAL
functioneel 508 336 66,1% 367 72,2% 352 69,3% 369 72,6%
realisatie 272 211 77,6% 203 74,6% 197 72,4% 216 79,4%

Design Methodology: Opdracht 3 54
8.3. Schatting energiebesparing

Beperking energievraag door passieve maatregelen

Ventilatie
Maatregel Besparing opmerking
Gebruik hybride ventilatie 20-30% bron: ondezoeksresultaten Senternovem
Voorverwarming ventilatielucht via atrium 20-25% bron: Senternovem Maatregelenlijst
Zelfregelende roosters 1-3% bron: Senternovem Maatregelenlijst
verbeter de bedieningsmogelijkheden ventilatieroosters en ramen 1-3% bron: Senternovem Maatregelenlijst
Dubbele huidfacade (schoorsteeneffect in winter) 1-3% schatting
gewogen gemiddelde: 35% schatting o.b.v. bovenstaande gegevens

Koeling
Maatregel Besparing opmerking
Buitenzonwering 5-20% geen gegevens voorhanden; schatting
Gevelisolatie 5-10% bron: SenterNovem maatregelenlijst
Vegetatie t.b.v. koeling/bevochtiging lucht 1-5% geen gegevens voorhanden; schatting
Overstekken 5-20% geen gegevens voorhanden; geschat
Dubbele huidgevel met prisma-elementen t.b.v. zonwering 5-20% geen gegevens voorhanden
gewogen gemiddelde: 40% schatting o.b.v. bovenstaande gegevens

Verwarming
Maatregel Besparing opmerking
Hoogrendementsbeglazing 1-4% HR++; maatregelenlijst Senternovem
Gevelisolatie 5-10% bron: SenterNovem maatregelenlijst
Nachtverlaging 2-8% bron: SenterNovem maatregelenlijst
Atrium als klimatologische buffer 10-25% geen gegevens voorhanden; geschat
Naad- en kierdichting 1-2% bron: maatregelenlijst SenterNovem
gewogen gemiddelde: 25% schatting o.b.v. bovenstaande gegevens

Elek triciteit
Maatregel Besparing opmerking
geen maatregelen geimplementeerd.

gewogen gemiddelde: 0% schatting o.b.v. bovenstaande gegevens

Verlichting
Maatregel Besparing opmerking
Daglichtregeling 10-40% bron: Maatregelenlijst SenterNovem
lichte binnenafwerking en atrium 5-20% bron: Maatregelenlijst SenterNovem
prisma-elementen t.b.v. daglichtregeling 40-70% bron: Maatregelenlijst SenterNovem --> (40-70% van tijd geen kunstlicht)
gebruik HR-verlichtingsarmaturen 5-40% bron: Maatregelenlijst SenterNovem
gewogen gemiddelde: 60% schatting o.b.v. bovenstaande gegevens

Design Methodology: Opdracht 3 55
8.4. Gebruikskentallen

Design Methodology: Opdracht 3 56
Verbruikskentallen
Verdieping Magazijn 1/2 OTB/restaurant etc. Elektro/directie/WT Verhuurbaar 1/2 Totaal
B/M+R
Totale gebruiksoppervlakte [m2] - 1580 1169 763 743 4255
Ventilatie [W/m2] 6 6 6 6 6 6
Koelen [W/m2] 40 40 40 40 40 40
Kengetallen
Verwarmen [W/m2] 25 25 25 25 25 25
Verlichten [W/m2] 12 12 12 12 12 12
Elektriciteit [W/m2] 8 8 8 8 8 8
Ventilatie 1 [h] 2000 2000 2000 2000 2000 2000
Koelen [h] 1200 1200 1200 1200 1200 1200
Vollasturen Verwarmen [h] 800 800 800 800 800 800
Verlichten [h] 1600 1600 1600 1600 1600 1600
Elektriciteit [h] 1600 1600 1600 1600 1600 1600
Ventilatie 1 [GJ] 68,26 50,50 32,96 32,10 183,82
Koelen [GJ] 273,02 202,00 131,85 128,39 735,26
Jaarlijkse totale
Verwarmen [GJ] 113,76 84,17 54,94 53,50 306,36
energievraag
Verlichten [GJ] 109,21 80,80 52,74 51,36 294,11
Elektriciteit [GJ] 72,81 53,87 35,16 34,24 196,07
Totaal 637,06 471,34 307,64 299,58 1715,62
Ventilatie [W/m2] 3,9 3,9 3,9 3,9 3,9 3,9
Koelen [W/m2] 24 24 24 24 24 24
Kengetallen na correctie
Verwarmen [W/m2] 18,75 18,75 18,75 18,75 18,75 18,75
besparingen
Verlichten [W/m2] 4,8 4,8 4,8 4,8 4,8 4,8
Elektriciteit [W/m2] 8 8 8 8 8 8
Ventilatie 1 [h] 2000 2000 2000 2000 2000 2000
Koelen [h] 1200 1200 1200 1200 1200 1200
Vollasturen na correctie
Verwarmen [h] 800 800 800 800 800 800
besparingen
Verlichten [h] 1600 1600 1600 1600 1600 1600
Elektriciteit [h] 1600 1600 1600 1600 1600 1600
Ventilatie 1 [GJ] 44,37 32,83 21,43 20,86 119,48
jaarlijkse totale Koelen [GJ] 163,81 121,20 79,11 77,03 441,16
energievraag na Verwarmen [GJ] 85,32 63,13 41,20 40,12 229,77
correctie besparingen Verlichten [GJ] 43,68 32,32 21,10 20,54 117,64
Elektriciteit [GJ] 72,81 53,87 35,16 34,24 196,07
Totalen: 409,99 303,34 197,99 192,80 1104,12
Waarvan warmte [GJ] 85,32 63,13 41,20 40,12 229,77
Waarvan Koude [GJ] 163,81 121,20 79,11 77,03 441,16
Waarvan Electriciteit [GJ] 160,86 119,01 77,68 75,64 433,19

Design Methodology: Opdracht 3 57
8.5. Duurzame energieberekeningen

Design Methodology: Opdracht 3 58
Duurzame Energie Opwekking

Geschatte jaarlijkse energievraag configuraties
Post Hoeveelheid [GJ] Variant 1 Variant 2 Variant 3
Ventilatie 119,48 Oppervlak [m2] Jaaropbrengst [GJ] Oppervlak [m2] Jaaropbrengst [GJ] Oppervlak [m2] Jaaropbrengst [GJ]
Koelen 441,16 PV 1203 433,19 704 253,37 1092 393,01
Verwarmen 229,77 PV/T (elektriciteit) 0 0,00 500 179,82 0 0,00
Verlichten 117,64 PV/T (warmte) 0 0,00 500 229,77 0 0,00
Elektriciteit 196,07 Vacuumcollectoren 80 229,77 0 0,00 132 379,30
Onbalans Aquifer -211,39 WW-kanaal 441,16 441,16 * 441,16
Totaal 1104,12 Totaal 1283 1104,12 1703 1104,12 1223 1213,47
warmte 229,77 229,77 379,30
koude 441,16 441,16 441,16
elektriciteit 433,19 433,19 393,01

Kentallen Energieopwekkers * warmtewisselend oppervlak A kan worden bepaald uit Q=UA*deltaTlm
Kental [GJ/m2 jr] 0,36
PV oppervlakte [m2]
jaaropbrengst [GJ] 433,19
Kental elektriciteit[GJ/m2 jr] 0,36
Kental warmte [GJ/m2 jr]* 0,46
PV/T oppervlakte [m2]
jaaropbrengst warmte [GJ]
jaaropbrengst elektriciteit [GJ]
Kental [GJ/m2 jr] 2,88
Vacuumcollectoren oppervlakte [m2]
jaaropbrengst [GJ] 229,77
Kental koude [GJ/m2 jr]
Warmtewisselaar rivierwater Wisselaaroppervlak [m2]
jaaropbrengst [GJ] 441,16

* gebaseerd op gemiddelde waarde uit metingen (bronvermelding)

Beschikbare oppervlaktes
beschikbaar dakopp PVT 846
oppervlak PV-overstek 114
opp vacuumcollectoren 263
PV-opp balustrades 132

Design Methodology: Opdracht 3 59
8.6. Datasheet solarcollector

Zie: http://www.rs-kollektor.at/dl/RS-KollektorUnterlagen.pdf

Design Methodology: Opdracht 3 60