SIMON & SCHUSTER’S

PIMSLEUR

®

Dutch

reading booklet

For more information, call 1-800-831-5497 or visit us at www.Pimsleur.com

Graphic Design: Maia Kennedy © and ‰ Recorded Program 2007 Simon & Schuster, Inc. © Reading Booklet 2007 Simon & Schuster, Inc. Pimsleur® is an imprint of Simon & Schuster Audio, a division of Simon & Schuster, Inc. Mfg. in USA. All rights reserved.

. . . . . Heinle Producer & director Sarah H. Turpin ◆ Kelly Saux Simon & Schuster Studios. Ray Brown Dutch-Speaking Instructor. . . . . . . . . Michel Dijkstra Female Dutch Speaker . . Hans Van der Weijden Writers Wilma Le Poole-Starink ◆ Dr. Concord. Rettig editors Elizabeth Horber ◆ Beverly D. . Heinle reVieWer Brenda Teunissen executiVe Producer Beverly D. . Brenda Teunissen Male Dutch Speaker . . . . MA iii . . . . . Ulrike S. McInnis recording engineers Peter S. . .AcKNOWLEDGMENtS Dutch Voices English-Speaking Instructor . .

.......... 16 Unit Twenty-Five ............ 3 Unit Twelve ..................................................................................... 11 Unit Twenty ........................................... 22 iv ............................................................................. 15 Unit Twenty-Four .............. 19 Unit Twenty-Eight ..................................................................................tABLE OF cONtENtS Reading units Introduction ...... 4 Unit Thirteen ........................................................................................................................................................................................................................... 5 Unit Fourteen ............................................................. 1 Unit Eleven ............................................. 6 Unit Fifteen .................. 17 Unit Twenty-Six ...................... 7 Unit Sixteen .......................................................... 14 Unit Twenty-Three ................ 9 Unit Eighteen ........................................................................................................................................ 13 Unit Twenty-Two ..................................................... 21 Unit Thirty ....... 10 Unit Nineteen ......... 18 Unit Twenty-Seven .................... 20 Unit Twenty-Nine .......................................................... 8 Unit Seventeen ...... 12 Unit Twenty-One ............

and it is spoken by about 5 million people.” which you will hear in this course. In all. Dutch and Flemish are 99% identical and they are mutually intelligible. or all together when you have finished the program. Instructions on how to proceed are contained in the recording. and also combined at the end of the program. and German. French. starting with Unit 11. Standard Dutch. Dutch is also one of the three official languages in Belgium: Dutch. Dutch is spoken by approximately seventeen million people worldwide. Dutch (Nederlands) is a branch of the Germanic language family. It is also still spoken in former Dutch colonies such as Suriname and Indonesia. either at the end of each lesson. The variant of Dutch spoken in Belgium is called Flemish (Vlaams). or “Newsreader Dutch. is also known as “General Educated Dutch” (ABN) and is widely used . in groups. You can do these Readings as is most convenient for you. Linguistically. It is the official language of the Netherlands and some of the former Dutch colonies in the Caribbean (Aruba. Netherlands Antilles).Dutch Introduction The recorded portion of the Reading Lessons for Dutch will be found at the end of each lesson.

and sentences are more articulated.The Hague. Both are formal and educated.Dutch Introduction (continued) in the media in the Netherlands. the region around the cities of Amsterdam -. The primary difference between them lies in the fact that in Flemish the separate vowels. 2 . that does not interfere with the mutual acceptance of both Newsreader Dutch and Newsreader Flemish both in the Netherlands and in Belgium. “Newsreader Flemish” is widely used in the media. Utrecht. It is based on the dialect spoken in the western part of the country. Although there is a difference in pronunciation between Dutch and Flemish. and Rotterdam -.and it is widely understood and accepted in the Netherlands. words. Similarly in Belgium.

Dutch unit Eleven 1. 16. 5. 14. 10. man mat kat dat dag lag dagen laten naam maan maandag ga lat laat nog kop koppen tot kom komt 3 . 20. 2. 17. 12. 18. 8. 3. 11. 7. 19. 9. 4. 15. 6. 13.

18. 15. 9. 16. 13. 8. loop lopen knoop knopen mogen ben bent leg leggen te te hoog me been heeft geeft heet menen heel aan hen het staat 4 . 10. 19. 3. 20. 17. 4. 5. 6. 2. 12. 14. 7.Dutch unit twelve 1. 11.

18. 17. 11. 2. 14. 10. 12. 13. 15. dit ik is mis dik Piet niet iets hier dier iets hoger bier room raak raam raar Is dat de markt? Is het klaar? Kan ik telefoneren? Is Tom Nederlander? 5 . 19. 7. 16. 3. 4. 9. 20. 6. 5. 8.Dutch unit thirteen 1.

18. 13. Ik begrijp het. 16. 9. 19. 17. blij mij mei mijn het plein ei de trein eieren kijk Kijken en niet kopen. 14. 4. 10. kleingeld Hij komt eraan.Dutch unit Fourteen 1. 3. 7. 12. bij elkaar eng Engels dadelijk niet makkelijk heel lekker 6 . 6. Hij gaat niet mee. 15. 5. 20. 2. 8. 11.

19.Dutch unit Fifteen 1. 17. nu Dank u. 18. 7. 10. 16. de menukaart natuurlijk buurman nul krullen het nummer te vlug Vlaming Vlaamse voor mij poes hoe roep stoel moe moeder Hoeveel kost dat? 7 . 20. 3. 11. 14. 2. 15. 5. 4. 12. Alstublieft. 13. 9. 8. 6.

4. 16. 20. 3. avond Goedenavond. 13. ik heb geen haast. 6. 2. 5.Dutch unit Sixteen 1. 15. 14. heel goed pond rood een rode hoed genoeg geld heb de rib een tube drab / drabbe de krab Ik heb honger. 11. 9. heus neus euro Europa de deur 8 . 18. 12. 17. 7. 8. 10. Heeft u haast? Nee. 19.

Van der Meulen leuk Dit is een leuke film. 3. graag. 13. 15. 16. Wat wilt u drinken? wel goed Wassenaar jas je jij Jan een leuke jurk 9 . 12. 5. Een glas witte wijn. 17. 19. 4. 20. 14.Dutch unit Seventeen 1. 7. 9. 10. 8. 2. 6. 18. 11. wat Wat kost dit boek? Wilt u iets eten? Ik wil graag iets eten. En ik wil ook iets drinken. water waarom niet Een mineraalwater.

5. 6. 9. Waarom wil je niet? Waneer kom je? Wie weet waar? koud verkouden Hoe oud? ouder paus applaus saus augustus au nauw vrouw mevrouw blauw Kom gauw. 8. 14. 18. 17. 19. 13. 11. 15. Jan. 10 . 2. 7. 4. 10. 12.Dutch unit Eighteen 1. Waar is mijn jas? Waar is mijn jas? Ik weet niet waar. 16. 20. 3.

6. 15. 8. 2. 4. zeker. flauw kauwen katten miauwen de wenkbrauwen crisis Claus cabaret controle curieus concreet cel cijfer citroen cirkel cent zal zeer Zou u iets willen eten? Ja. 5. 12. 17. 14. 13. 7. 16. 20. 19. 18. Zie ik u morgen weer? 11 . 9. 3. 10.Dutch unit Nineteen 1. 11.

4. kastje 12 . 12. 20. thuis thee theewater thans bij mij thuis meisje tasje het tasje een glaasje Een ijsje. 14. 3. 18. 6. graag. 17. 8. juist. zes euro Kunt u mij zeggen waar? uit huis Hij is buiten. 5. 11. 10. 9. 15. 7.Dutch unit twenty 1. 2. 13. uit Duitsland een duitse naam luister Ja. 16. 19.

12. 15. 9. 19. 13. 4. 8. 20. dicht bocht bochtje nichtje mijn neefje het kindje uw u / uw ruw duw nieuw de nieuwe jas het nieuws Heeft u iets nieuws? een nieuwtje eeuw leeuw de meeuw de Zeeuwse meeuwen de leeuw van Vlaanderen 13 . 2. 5. 11. 18. 17. 3. 16. 6.Dutch unit twenty-One 1. 10. 14. 7.

15. 8. 6. 20. 16. 18. 17. 13. 7. haai draai draaien fraai De wind waait. nooit. 3. 10. 9.Dutch unit twenty-two 1. 4. 19. schotel de dagschotel schrijven een tijdschrift 14 . Ik kan mijn draai niet vinden. 2. 14. mooi Gooi dat niet op de grond. 12. 5. 11. moeite groet koeien boeiend een boeiende film gooit Meneer Kooiman Nee.

11. 7. 8. 3. 15. 10. 2. auto automaat genie plantage Waar is mijn bagage? geniaal cheque charmant chauffeur communicatie prestatie presentie menu menu’s auto’s programma’s geëigend geëerd beëindigen Fenicië 15 . 16. 9. 13. 17. 14. 19. 18.Dutch unit twenty-three 1. 20. 6. 4. 5. 12.

20. dertien veertien twintig dertig tachtig honderd duizend één miljoen 16 . Ik woon al acht jaar hier.Dutch unit twenty-Four 1. 17. 19. 12. drie of vier boeken Ik blijf vijf dagen. Om negen uur. 14. 3. En ik heb er twee. Ik heb een broer. Mijn dochter is zes. Ik heb zeven weken vakantie. 6. 16. 2. Dat kost tien euro. 10. 13. Ik heb één broer. 8. 15. 4. 5. 7. 9. Hoeveel euro’s heb je? Elf? Die twaalf boeken zijn van mij. 11. 18.

17 . Wat zegt u? Wat zou u willen doen? Het is niet veel. Is dat zo? Ik zou met u willen lunchen. 13. 11. Ik ben mijn eigen baas. 17. 20.Dutch unit twenty-Five 1. ‘S Morgens zijn ze moe. Ik zal dat zien. 14. Hij is met vakantie. 8. Tot ziens. Ze eten vlug. 5. 2. 7. 9. 18. 16. ‘S Avonds kijken ze televisie. 3. 6. een lekker koekje een mooi landschap Ik eet graag hutspot. 4. 10. Dat spreekt vanzelf. Zou u wat koolsla willen? Dat is een vrolijk kind. 12. 19. De schaatsen hangen dáár. Ik zie het al. 15.

8. 20. 16. 6. 2. 14. Antwerpen Brussel Utrecht Werkt u in Nederland? Nee. In de provincie Brabant. 15. Ik woon in Nijmegen. Amsterdam Rotterdam Den Haag Maastricht Breda de Kerkstraat het Parkplein de Reisduif De woonkamer is groot. 9. 3. 18 . 13. In Vlaanderen. 18. 5. 17.Dutch unit twenty-Six 1. in België. Het Kerkplein is aan de overkant. Niet in Hasselt. Er zijn vier slaapkamers. 12. 19. 7. 11. 10. 4.

13. 16. Ik heb geen pijn. 12.Dutch unit twenty-Seven 1. Kan je antwoorden? Dat is niet makkelijk. Hij spreekt te vlug. oranje champagne Waar is het boek? Schrijft u maar! Misschien! Ik ga morgen naar Den Haag. 6. 11. Kan je dat ook doen? Ik doe het niet. 19 . Ik vind het jammer. 20. 3. 9. Van half acht tot half negen. 7. 5. 15. 8. 2. Daar is de man van Annie. 10. Ik ben niet geïnteresseerd. 14. 17. Ik vertrek vandaag Ze hebben een huis in Zeeland. Dat is moeilijk. 19. Zoëven kwam iemand langs. 4. 18.

6. 19. 8. 9. En de winter is te koud. 5. 11. Maar vrijdag is goed. Dat kost één euro en dertig cent. Zaterdag gaat het niet. 4. Waarom komt ze niet op zondag? De lente is mooi dit jaar. 13. Komt u dinsdag? Hij wil woensdag komen. 16. 12. 20. 18. We hebben een hete zomer. En met u? U bent Amerikaan? Ik ben Nederlander. Kan ik u thee of koffie brengen? Zullen we nu gaan eten? Zou ik de menukaart kunnen zien? Zou u me kunnen helpen? Hoe gaat het met u? Heel goed. Donderdag kan ik niet. Het is maandag. 14. 20 . 3. 15. 7. 10. De herfst is te warm.Dutch unit twenty-Eight 1. 2. 17.

13. 16. 20. 8. 15. 5. de derde januari de tiende maart de eerste september de achtste december de dertiende februari de zeventiende oktober de dertigste april de vijfde mei de vijftiende augustus de eenentwintigste juli de elfde november de zesde juni Ingang Uitgang Duwen Trekken Gesloten Niet roken Levensgevaar Vrije toegang 21 . 12. 17. 18. 9. 7. 6. 14. 3. 2. 11. 4. 19. 10.Dutch unit twenty-Nine 1.

Dit is Jan Klein. Hij is groot! Zijn vrouw heet Willemijn Klein. Aangenaam met u kennis te maken. 6. De familie Klein heeft een grote auto. Maar hij is niet klein. 5. 12. 10. 4. 2. 8. --meneer en mevrouw Klein! 22 . De familie Klein heeft grote Kleins --en kleine Kleins. En dit is de familie Klein. 13. De Kleins hebben vijf kinderen. 9. De familie Klein is een grote familie.Dutch unit thirty 1. 7. --maar meneer Klein is groot. 11. De kinderen Klein zijn klein. 3.

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful