You are on page 1of 6

Haast niemand meer ter aarde kent nog het droevige verhaal van de gothic en de non.

Vroeg in het voorjaar ontmoetten zij elkaar. Met zijn zijn vele piercings, zwarte kleding en oogschaduw verwekte onze gothic de hartstocht van de non. Ze liepen in het plantsoen in de kille winterzon.

Een zekere heer Pieterman keek op ze neer van zijn balkon. Kussen bij de vleet kreeg de gothic van de non. Ook een zekere juffrouw Jansen sloeg hen gade door de ruit. Door de aanblik van de zwartgeklede vrijers puilden haar de ogen uit.
Bij de kapelaan verklikte ze de non. Dankzij juffrouw Jansen en de kapelaan maakte de politie er een einde aan. Ze liepen namelijk zo maar op het gras. Echter, de politie zei dat dat verboden was. Leve de liefde! Volgens Aristoteles weegt een zoen niet zwaar. Vraag de non er maar eens naar.

En knikkebollend staan in 't gras de witte margrietjes en blauwe vergeet-me-nietjes. Een wuf span op haar houten spinnewiel.

De boom staat met zijn kale takken als een omgekeerde bezem in de wind de hemel schoon te vegen. Een worm zonder oren kan niet naar gedichten luisteren. Ik krijtte met mijn stoepkrijt op de stoep een huisje. Vervolgens kleurde ik de lucht blauw. Toen kwam dat gekke hondje. Dat poepte zomaar op de stoep. Nu drijft er in de hemel een wolk van hondenpoep.

Hij zat vol bewondering te kijken naar zijn weerspiegeling in de ruit. Zijn haar kon hij met een beetje spuug weer goed in model brengen. In de zee zijn de haaien. Jaarlijks vindt op de derde dinsdag van oktober de grote paardenmarkt plaats te Zuidlaren. Waarom heeft u zon wrakkige auto gekocht. De persoonsvorm verbindt het onderwerp met/aan het gezegde.

Zou jij met die boer willen trouwen? Ik zou dadelijk zijn doorgelopen naar de volgende herberg. De leeuwen hadden de leeuwentemmer liever willen opeten. Ze zouden mij in een inrichting te Dennenoord hebben laten opnemen. Piet is alvast begonnen met het huiswerk voor volgend jaar. Van de aanwezige prominenten bleek de journaallezer het beste te kunnen spellen.

Els zegt iets. Els heeft iets gezegd. Els gaat iets zeggen. Els schijnt al de hele tijd iets te hebben willen zeggen.

(3) Erika leest een artikel. (4) Erika gaat een artikel lezen. (5) Erika heeft een artikel gelezen. (6) Dit artikel is nog door niemand gelezen. (7) Dit artikel kan nog door niemand gelezen zijn. (8) Erika zou dat artikel graag hebben willen lezen. (9) (Ze moest haar bril opzetten) om de kleine lettertjes te kunnen lezen.