You are on page 1of 2

De Samengestelde Zin: Oefentoets

Oefening 1 : Benoem het verband tussen de volgende nevengeschikte zinnen. 1) Er was geen wrok in zijn gedachten want de jongen boezemde hem geen angst in.

2) Hij wilde zich oprichten om te kijken doch hij zakte machteloos weer in.

3) De verpleegste glimlachte heel vriendelijk maar de dokter zette een ernstig gezicht.

4) Zijn moeder mocht niets weten : hij wilde haar niet nutteloos verdriet doen.

5) Hij drukte op de knop en de verpleegster moet de zonnige glimlach kwam naar hem toe. 6) Ik stond voor al de moeilijkheden die je je maar kon bedenken : uit het niets moest ik iets te voorschijn toveren. 7) Ze woonde maar een paar uur van de stad en ze had hem weggebracht tot aan het station.

Oefening 2 : Zijn de volgende zinnen nevenschikking of onderschikking? 1) De mens blijkt vaak een onvoorzichtig wezen dat zelfs nog gevaarlijk is ook.

2) Wie heeft er in zijn jeugd niet zitten griezelen als de meester over reuzenmonsters vertelde?

3) Toen Inge de gordijnen uiteenschoof, zag Kaat een helder verlicht open plekje.

4) Wees stil nu want we zijn er bijna!

5) Je kunt nooit horen waar het geluid vandaan komt.

6) De vraag kwam zo overwacht dat Saskia haar een tijdje met open mond zat aan te kijken.

7) Zij zaten in een ruime zaal, waar het licht paarsachtig op de wanden viel.

8) Erik maakte een buiging en daarna gingen zij allen zitten!

Oefening 3 : Onderlijn de bijzinnen en benoem ze. 1) Het is treffend te zien hoe het nieuwe hondje zich hect aan de kleine jongen.

2) Het leek helemaal niet op wat de meester in de school vertelde.

3) Ik had nooit gedacht dat ik mijn vakantie in zo'n nest als dit zou doorbrengen.

4) De majoor steekt niet onder stoelen of banken dat hij een hekel heeft aan racisten.

5) Wie geld heeft, smijt het beter niet aan deuren en vensters uit.

Figuurlijk Letterlijk DUS: bij een foutieve samentrekking reconstueer je de samengestelde zin én plaats je de foutief weggelaten woorden terug! (*) Hoe vind ik een lijdend voorwerp/meewerkend voorwerp? LV: wie/wat + gezegde + onderwerp MV: aan wie/voor wie of aan wat/voor wat + gezegde + onderwerp .Het is een grammaticaal "verschijnsel" waarbij gemeenschappelijke woorden.De Samentrekking . Letterlijk Figuurlijk vb.woordgroepen of zelfs zinnen slechts 1 maal uitgedrukt worden. De uitvoerende en rechterlijke macht .op woordgroepniveau : vb.en najaar .op woordniveau : vb. Voor. Zij zwom in het geld en hij in haar zwembad. vb. Zij gaf hem een hand en de bons. dus het mag niet worden weggelaten!) (2) wanneer de weggelaten delen een figuurlijke en een letterlijke betekenis hebben.op zinsniveau : vb. Wanneer is een samentrekking fout? (1) wanneer woorden/zinsdelen met een verschillende grammaticale functie worden weggelaten! vb: Ik heb haar gekust en een cadeautje gegeven! (in deze zin is de eerste "haar" een lijdend voorwerp(*). De getuige beweerde dat X cola dronk en Y vodka dronk. de weggelaten "haar" is een meewerkend voorwerp. .