You are on page 1of 3

Tips voor leerkrachten ouders in

verband met internetgebruik


• Vertel kinderen dat ze online (maar ook offline natuurlijk!)
nooit hun naam, adres, telefoonnummer of school doorgeven.
• Leer hen dat ze geen afspraakjes met onbekenden mogen
maken.
• Zorg dat de kind(eren) hun wachtwoord echt geheim houden.
• Leer hen om nooit bestanden, links, foto’s, … te openen
verzonden door onbekenden via e-mail, forumberichten of via
de chat.
• Chatten is leuk, maar laat het geen verslaving worden.
• Vraag hen jou te verwittigen als er iets abnormaals gebeurt.
• Zet de pc in de huiskamer, zodat je altijd een oogje in het zeil
kunt houden. (vooral voor kinderen van de lagere school!)
• Zeg de kinderen dat ze onmiddellijk jou waarschuwen als er op
internet dingen gebeuren waar het kind zich onbehagelijk bij
voelt.
• Laat de kinderen zien hoe ze een website, chatroom, … direct
kunnen verlaten als er dingen gebeuren die ze niet leuk vinden.

!!! We mogen als ouder en als leerkracht niet vergeten dat:

• internet een fantastische bron is met allerlei interessante,


leuke en spannende informatie,
• het gebruik van internet een echte ontdekkingstocht is,
• internet helpt bij het onderhouden van contacten met vrienden
en familie, vooral als zij ver weg wonen.
Les beeldopvoeding: poster maken rond ‘piraterij’.
Lesinstap:
De leerkracht overloopt de powerpoint met de kinderen en bespreekt de gevaren van
het internet.
De leerkracht maakt de kinderen warm om te werken rond het thema ‘piraterij’ en
legt de opdracht uit: de kinderen mogen in groepjes van vier een poster maken rond
dit thema.

De leerkracht overloopt samen met de kinderen op voorhand enkele hulpvragen


zodat de leerlingen tijdens het proces een houvast hebben.
• Wat moet er op de poster komen?
• Hoe moet de poster eruit zien?
• Wat willen we bereiken met de poster?
• Voor wie is de poster bedoeld?
• Hoe kan ik ervoor zorgen dat de poster aanspreekt?
• Wat gaan we schrijven op de poster?
• Wat gaan we met prenten weergeven?
• …

De leerlingen worden daarna in groepjes van vier leerlingen verdeeld. Ze


brainstormen over de poster die ze gaan maken.

Leskern + verwerking:
De leerlingen krijgen de kans om hun ideeën op papier gaan zetten. Ze krijgen ook
een A3 blad waarop ze een kladversie van de poster gaan tekenen. De structuur
moet zeker aanwezig zijn op het A3 blad.

Wanneer de leerlingen hebben uitgeschreven wat ze willen doen op de poster en


wanneer ze zeker weten hoe de poster eruit moet zien gaan ze deze versie laten zien
aan de leerkracht.
Daarna kan het echte werk beginnen. De leerlingen krijgen een posterpapier en
mogen hun poster uitwerken.

Slot:
De leerlingen mogen hun poster ophangen in een lokaal. De leerlingen mogen
elkaars poster bekijken. Daarna volgt nog een korte bespreking.

De leerkracht stelt enkele vragen.


• Welke poster sprak je het meeste aan? Waarom?
• Wat is de bedoeling van elke poster? Wat willen we ermee bereiken?
Les luisteren, spreken en schrijven: interview met
mensen die meer afweten van piraterij + het schrijven
van een krantenartikel.
Lesinstap:
De leerkracht legt uit dat ze enkele mensen gaat uitnodigen naar de school om te
spreken rond het gekozen thema ‘piraterij’.

De leerkracht kan bijvoorbeeld volgende mensen uitnodigen:


• een politieagent,
• een uitbater van de winkel ‘Videoland’,
• een uitbater van een CD-winkel (bv.: Free Record Shop),
• een jongere die wel eens iets download van internet.

De leerlingen gaan doen alsof ze werken bij de krant. Ze gaan een interview
afnemen bij een bepaalde spreker.
De leerlingen worden in groepjes van vier verdeeld. Per vier leerlingen gaan ze
vragen stellen aan een spreker.

De leerkracht bespreekt klassikaal waar ze rekening mee moeten houden:


• Waarom zou de leerkracht deze personen uitnodigen?
• Wat zou ik aan deze persoon kunnen vragen?
• De vragen kunnen nog veranderen tijdens de uitleg van de spreker! Let goed
op wat er gezegd wordt en waar je iets over kan vragen.
• Stel geen vragen waarop de spreker tijdens het gesprek al een antwoord op
gegeven heeft.

Leskern:
De leerlingen bereiden vooraf vijf vragen voor in hun groepje.
Hierna volgt het gesprek met de experts.

Wanneer het gesprek afgelopen is en de vragen beantwoord zijn gaan de leerlingen


doen alsof ze een artikel schrijven voor de krant.
Ze gaan zich een situatie van piraterij voorstellen waarin de spreker van het
interview voorkomt. Ze mogen hun fantasie gebruiken.
In deze situatie moeten wel zaken die vermeld zijn in het gesprek voorkomen. Ook
vragen die ze gesteld hebben tijdens het interview moeten verwerkt zitten in het
artikel.

Slot:
De leerlingen die willen mogen hun artikel eens voorlezen voor de klas.
De leerkracht kan hierna alle artikels bundelen. Met de hele klas hebben we
gewerkt rond de ‘piraterijkrant’.