P. 1
Overzicht van rechtspraak verbintenissenrecht 2000-2012

Overzicht van rechtspraak verbintenissenrecht 2000-2012

|Views: 373|Likes:
Published by Matthias Storme
Overzicht van rechtspraak verbintenissenrecht 2000-2012
Overzicht van rechtspraak verbintenissenrecht 2000-2012

More info:

Categories:Types, Business/Law
Published by: Matthias Storme on Mar 31, 2013
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

12/16/2014

pdf

text

original

Deze aanspraak vinden we verspreid over diverse bepalingen in ons recht, onder meer bij
diverse bepalingen inzake bezit.

Bv. ook aanspraak van de derde-verkrijger te goeder trouw van een verloren of gestolen
zaak op terugbetaling van de prijs in de gevallen van art. 2280 BW.

5. Andere bijzondere regels

a) Onroerende natrekking

Bij onroerende natrekking is er een bijzondere regeling in art. 555 v. BW. Zoals gezegd is
de natrekking een rechsgrond maar nog geen rechtvaardiging van de verrijking.

Zijn de opstallen aangebracht door een derde die geen bezitter te goeder trouw is, dan heeft
de grondeigenaar de keuze tussen 1° derde te verplichten tot wegname of diens kosten, of
2° behoud mits terugbetaling van de waarde van materialen en arbeidsloon. De aanspraak

196 Zie bijvoorbeeld Cass. 14 januari 1994, Arr. Cass. 1994, 35, concl. D'HOORE = RW 1994-95, 51.
197 Cass. 19 januari 2009, C.07.0575.N, http://jure.juridat.just.fgov.be/pdfapp/download_blob?idpdf=N-
20090119-1.
198 Cass. 25 maart 1994, Arr. Cass. 1994, 307 = Pas. 1994 I 305 = RW 1996-97, 45 noot A. VAN
OEVELEN, zij het daar verklaard op grond van het subsidiair karakter van de ongegronde
verrijkingsvordering, terwijl het eerder gaat om een toepassing van lex specialis derogat generali.

© Matthias Storme Gent-Mariakerke 2012

45

op wegname geldt jegens de persoon die op dat ogenblik eigenaar is, ook als heeft hij de
opstallen niet aangebracht199. De restitutievordering van de derde anderzijds ontstaat
wanneer die keuze wordt gemaakt en moet dus gericht worden tegen de partij die op dat
ogenblik eigenaar was, en niet tegen een eventuele rechtsopvolger onder bijzondere titel
(indien het goed intussen doorverkocht is) (Cass. 3 februari 2011200), noch tegen een
rechtsvoorganger die eigenaar was op het ogenblik van de werken201.

b) Genotsvergoeding tussen mede-eigenaars

Onder mede-eigenaars is diegene die een groter aandeel heeft gehad in gebruik en genot
dan zijn aandeel in de mede-eigendom is in beginsel een vergoeding verschuldigd202. Dit
wordt afgeleid uit art. 577-2 §§ 3 en 5 BW (hoewel dat strikt genomen daarin niet te lezen
is) en het gaat niet om een schadevergoeding wegens (contractuele of buitencontractuele)
fout203 maar om een variante op de hoger besproken Eingriffskondiktion; ze verschilt van
de normale regels inzake ongerechtvaardigde verrijking omdat de mede-eigenaar hier
natuurlijk wel een titel heeft voor zijn genot, maar desondanks vergoeding verschuldigd is.
Dat het aandeel van de vergoedingsgerechtigde mede-eigenaar bij een verdeling retroactief
zou wegvallen, doet geen afbreuk aan deze vergoedingsplicht voor de periode voordien204.

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->