Donderdag 25 april 2013 Cobouw 77

O P I N I E 13
WETENSCHAP

Bouw(on)kunde?
Bouwopgaven worden steeds complexer, onder andere door continue aanscherping van regelgeving, razendsnelle ICT-innovaties en vernieuwingen van producten en productietechnieken. Maakbaarheid is daarom tegenwoordig een gecompliceerde bezigheid. De realiseerbaarheid van een project of ontwikkeling hangt grotendeels af van de mensen die deze expertise beheersen. Dat wordt ook gezien in de markt. De leerstoelgroep Building Technology op de TU/e, die uitvoeringstechniek en productontwikkeling omvat, levert jaarlijks 40 tot 50 afgestudeerden aan de markt en deze vinden vrijwel allemaal, ook in de huidige barre tijden, zeer spoedig een baan in de bouwsector. Deze mensen krijgen maakbaarheid op academisch niveau onderwezen en daar is blijkbaar vraag naar. Daar lijkt nu echter een einde aan te komen. U hebt in de media wellicht gelezen dat de faculteit Bouwkunde per 1 september 2013 Building Technology als afzonderlijke mastertrack opheft. Dat gaat mijzelf als bouwtechnicus, medewerker en oudstudent aan het hart. Maar dat is persoonlijk drama en ondergeschikt aan het grote geheel. Wat me namelijk veel meer zorgen baart, is dat dit ook het hart van integraal en multidisciplinair bouwen raakt. De bouwtechnoloog wordt immers beschouwd als de bruggenbouwer tussen disciplines zoals architectuur, bouwfysica, constructief ontwerpen en uitvoeringstechniek, die een project tot een synergetisch geheel kan smeden. Daarnaast worden ook productontwikkelaars opgeleid die de toeleverende industrie kunnen voorzien van out-of-the-box innovaties, die een impuls geven aan een meer duurzaam en efficiënt productenaanbod, en daarmee de bouw naar het gewenste hogere plan kunnen tillen. Niet dat deze disciplines nu volledig zullen verdwijnen, maar de instroom van goede, academisch opgeleide mensen, die deze sector kunnen helpen met broodnodige vernieuwingen, zal drastisch afnemen. Op de bouwplaats is een wereld te winnen op het gebied van onder andere efficiëntie, samenwerking en communicatie. Bouwprocestechnologen kunnen dit aanjagen en stroomlijnen. De TU/e fungeert hierin nu als hofleverancier met de enige universitaire opleiding uitvoeringstechniek in Nederland. Deze bron droogt met dit besluit helemaal op. Het is te hopen dat het roemruchte zelfoplossend vermogen van bouwers overuren gaat maken en de sector qua vernieuwingsdrang boven zichzelf uitstijgt. Maar als een dergelijke innovatierevolutie uitblijft, vrees ik dat het gemis aan maakbaarheidsexperts zich op de lange termijn zal wreken. Dr.ir. Roel Gijsbers Onderzoeker faculteit bouwkunde, TU Eindhoven, r.gijsbers@tue.nl

Willem in hout

In Breda is de Amsterdamse kunstenaar Enkeling al enkele dagen bezig met een portret van prins Willem-Alexander in hout. Op een blauw geschilderde plaat hout slijpt hij met een dremel het portret van de toekomstige koning uit. Het portret is te zien in het Spanjaardsgat. Foto: Erald van der Aa

Wedergeboorte bouw is noodzakelijk
Wat gisteren nog ondenkbaar leek, is de realiteit van morgen. Organisaties die zichzelf niet opnieuw uitvinden zijn ten dode opgeschreven. Ondanks de lange levensduur van de sector moeten organisaties radicale beslissingen nemen om tot wedergeboorte te komen, vindt business innovator Menno Lammers.
De bouwwereld kan een voorbeeld nemen aan de adelaar, die bekend is met de wedergeboorte. Het machtige dier heeft de langste levensduur – 70 jaar – van zijn soort. Om deze leeftijd te bereiken moet de adelaar een moeilijke beslissing nemen. Rond zijn veertigste kunnen zijn lange en flexibele klauwen niet langer de prooi grijpen die tot voedsel dient. Zijn lange en scherpe bek wordt krom en zijn oude en zware vleugels gaan (vanwege de dikke veren) vastzitten aan zijn borst en maken het moeilijk om te vliegen. De adelaar heeft dan nog twee opties: sterven of door een pijnlijk proces van verandering te gaan, dat 150 dagen duurt. Om dit proces te ondergaan vliegt de adelaar naar zijn nest op de bergtop. Daar slaat hij zijn bek tegen een rots tot hij die los kan trekken. Nadat hij die heeft losgetrokken, wacht de adelaar totdat er een nieuwe bek gegroeid is, waarna hij zijn klauwen lostrekt. Als de nieuwe klauwen weer aangroeien, begint de adelaar zijn oude veren uit te trekken. En na vijf maanden maakt de adelaar de beroemde vlucht van zijn ‘wedergeboorte’ en leeft nog eens 30 jaar. Net als de adelaar is de bouwsector toe aan een wedergeboorte. En ik sta daar niet alleen in. Mensen die actief zijn voor en in de bouwsector – publiek, privaat en kennis-/ onderwijsinstellingen – verlangen naar een wedergeboorte, want van negatieve marges, verloop in het klantenbestand, verminderende productiviteit wordt niemand blij. Het probleem van de wedergeboorte van vandaag ligt niet op het operationeel niveau van de ingenieurs of het product of dienst, maar op strategisch niveau, het management. Het denken en doen is nog steeds te veel gericht op middel, het nuttige, goedkoop, kostenreductie in plaats van waarde te hechten aan doel, het goede, onderscheidenheid en inkomstenverhoging. Daarnaast worden investeringen in innovaties vaak beschouwd als te riskant en de organisatie richt zich vaak op het veiligere ‘meer-van-hetzelfde’ of procesoptimalisatie. Innovatie in houding waarbij men streeft naar het oplossen van, of een bijdrage leveren aan, maatschappelijke vraagstukken, waarin innovatie noodzaak is en geen optie. Organisaties werken aan strategische lenigheid, toekomstbestendigheid en managementvernieuwing door: 1. Als individu te reizen naar de bergtop, zoals in het artikel ‘Nieuwe leiders nodig voor transitie’ van 26 januari jl. staat beschreven. En stel jezelf de vraag: “Vanuit welke rol en in welke omgeving ben ik de kick-ass saint die nodig is voor de nieuwe werkelijkheid?” Maak hierbij eventueel gebruik van een business/ life coach; 2. Verbinding te maken met je netwerk, je collega’s, het menselijk potentieel. De bereidheid tot verandering en innovatie zijn de vruchten van passie. Werk niet vanuit wat de organisatie doet en/of maakt maar vanuit passie en je krijgt zicht op de wereld om je heen; 3. Nieuwe (onconventionele) businessmodellen, concepten en start-ups te creëren. Beweeg snel en breek dingen. Durf en begin. Om onvervangbaar te wezen, moet je altijd anders zijn. Denk anders. Maak van conformisme, dwang, volgzaamheid en hiërarchie een taboe. De organisatie moet zo plat en speels mogelijk zijn om de vrijheid in spreken en denken te bevorderen en daarmee de creativiteit, zoals Google doet. De wedergeboorte van de bouwsector is noodzakelijk, want vernieuwing is tenslotte de enige duurzame strategie voor de lange termijn. Wat zou jij doen als je niet bang was? Ben jij klaar voor de realiteit van morgen? Of vlieg je naar de bergtop? Wees die adelaar! Menno Lammers Boost Business Innovation

COLUMN / SCHOUTEREN
Bouwcampus: een briljante mislukking?
Vorige week mocht ik tijdens een congres voor risk insurance managers wat woorden tot de aanwezigen richten. Dit congres had als thema “Innovatie door co-creatie”. De keynote speaker Paul Iske, oprichter van het Instituut voor Briljante Mislukkingen, deed de oproep om nu eens niet met dezelfde mensen te gaan praten, maar aan een vreemde te vragen; “wat zouden wij voor elkaar kunnen betekenen?” Daarnaast riep hij ons op om te leren van onze fouten. Zonder mislukkingen bestaat er namelijk geen vooruitgang. Ongewild dwaalden mijn gedachten af naar de bouwbranche en meer specifiek de Bouwcampus. In de bouw weten we voor elk probleem wel een voorzitter en een secretaris te vinden en hup, we hebben een beroepsvereniging. En u weet, problemen genoeg en anders creëren we er wel een. Bijvoorbeeld bij innovatieve projecten. Dan komen al snel de verwijten: “Dat hebben we al eens geprobeerd.” Dezelfde reacties verneem ik helaas ook nog steeds over de Bouwcampus.Jammer, want de Bouwcampus zou nu juist een oplossing kunnen bieden voor de siloziekte die heerst in de bouwbranche. De ontelbare verenigingen in de bouw lijken allemaal in een eigen silo te werken. Terwijl juist door bij elkaar te komen je daadwerkelijk van elkaar kunt leren en kan innoveren. Dit is dan ook precies wat de bouwcampus beoogt. Het bij elkaar brengen van kennisinstellingen in de bouw en andere organisaties uit de bouw. Waarbij ze van gezamenlijke faciliteiten gebruik kunnen maken. Maar belangrijker nog; gebruik maken van elkaar kennis. Natuurlijk, ik zou ook wel graag wat dingen anders zien. Bijvoorbeeld meer bedrijven van buiten de bouwbranche betrekken. Maar men gaat stap voor stap en wellicht is dat de juiste koers. Misschien wordt het wel een complete mislukking en zullen de criticasters zeggen dat ze het al lang hadden zien aan komen. Dan nog moeten we blij zijn dat men het heeft geprobeerd. Want iedereen kan daar weer van leren. Ik hoop dat de Bouwcampus een succes wordt. Maar het is nu al een briljante mislukking, ook dat is al winst. Falen is een optie! Drs. Sjaak Schouteren SMP Manager business development, Cunningham Lindsey Nederland

Met de dag wordt de noodzaak groter om naar de bergtop te vliegen

gevestigde organisaties wordt niet beperkt door een gebrek aan middelen of menselijke creativiteit, maar door een massa aan procedures en (besluitvormings)processen die voorafgaan aan innovatie. Helaas wordt het huidige systeem nog steeds angstvallig in stand gehouden, ondanks dat de bek, klauwen en vleugels steeds minder gaan functioneren. Met de dag wordt de noodzaak groter om naar de bergtop te vliegen. Wedergeboorte van de bouwsector vereist een andere dialoog tussen mensen, een ander soort organisatie. Een management met nieuwe corporate basishouding. Een

Reageer op de column via mail, twitter of www.cobouw.nl/htcobouw

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful