Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar

Inhoudslijst
Overzicht per leerjaar LES 1: Van geluiden tot instrumenten herkennen - bijlage 1 - bijlage 2 - bijlage 3 LES 2: Muziek beleven (drama) - bijlage 4 - bijlage 5 - bijlage 6 - bijlage 7 - bijlage 8 - bijlage 9 LES 3: Muziek beleven (bekijken) LES 4: Muziekstijlen situeren in tijd en ruimte (deel 1) LES 5: Muziekstijlen situeren in tijd en ruimte (deel 2) LES 6: Muziekstijlen situeren in tijd en ruimte (deel 3) - bijlage 10 - bijlage 11 - bijlage 12 LES 7: Spelen met muziek (deel 1) LES 8: Spelen met muziek (deel 2) - bijlage 13 Woordenlijst Bronnenlijst pag. 2 pag. 3 pag. 7 pag. 8 pag. 9 pag. 14 pag. 18 pag. 19 pag. 20 pag. 21 pag. 22 pag. 23 pag. 24 pag. 29 pag. 35 pag. 39 pag. 41 pag. 42 pag. 43 pag. 47 pag. 52 pag. 54 pag. 55 pag. 56

3de leerjaar

1

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar

Overzicht per leerjaar

3de leerjaar

2

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar

Van geluiden tot instrumenten herkennen

LES 1

3de leerjaar

3

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar

Onderwerp: Van geluiden tot instrumenten herkennen. Domein: Muzische vorming.

Leerplandoel(en)
DOMEIN MUZIEK
LEERLIJN: MUZIEK BELUISTEREN 1. De luisterhouding verbeteren 1.3 Actief luisteren 2. Het auditief onderscheidingsvermogen vergroten 2.1 Geluiden herkennen, benoemen en erop reageren - De kinderen kunnen een reeks geluiden of klanken benoemen en onthouden in welke volgorde zij ze te horen kregen. - De kinderen onthouden en herkennen geluiden gemaakt via voorwerpen of met het eigen lichaam. LEERLIJN: MUZIEK VASTLEGGEN 1. Zelf muziek vastleggen 1.1 De klankbron vastleggen: - De kinderen kunnen bij een geluid een passende afbeelding plaatsen.

Lesdoelen:
De leerlingen kunnen: - instrumenten correct benoemen; - prent koppelen aan het geluid; - het beluisterde geluidsfragment aanduiden d.m.v. een muzieknootje; - bij 4 opeenvolgende geluidsfragmenten “BINGO” roepen.

Beginsituatie:
De leerlingen kunnen en kennen: - instrumenten uit het 2de leerjaar: piano, harp, viool, elektrische gitaar, triangel, tamboerijn, castagnetten, trommel, doedelzak, trompet, dwarsfluit, blokfluit, xylofoon, contrabas, gitaar; - geluiden onderscheiden en herkennen; - het spel “Bingo”; - verschillende instrumenten uit hun omgeving.

Media:
3de leerjaar bingokaarten voorbeeldkaarten kaartjes met muzieknoten uitbreiding muziekfragmenten (cd-rom: bingo_3elj.xls blad 1) (cd-rom: bingo_3elj.xls blad 2) (cd-rom: bingo_3elj.xls blad 3) (cd-rom: bingo_3elj.xls blad 2 en 3) (cd 3e leerjaar) 4

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar

Bijlagen:
bijlage 1: Soorten kaarten bijlage 2: Cd-inhoud bijlage 3: Achtergrondinformatie instrumenten

Lesverloop
1. Introductie
Ga na of de leerlingen graag een instrument willen bespelen: - Welk instrument? - Hoe bespeel je dat instrument? - …  Sommige leerlingen starten dit jaar met muziekschool. Laat enkele instrumenten beluisteren van vorig jaar: - Welk instrument is dit? - Hoe ziet het eruit? - Hoe klinkt het? - …

2. Instructie
2.1 Kennismaking met de geluiden
Laat het 1ste geluidsfragment beluisteren en vraag aan de leerlingen wat ze horen: - Hoe klinkt het? - Heb je dat al eens gehoord? - Welk instrument zou dit kunnen zijn? - … Laat telkens een leerling het bijhorende prentje zoeken bij het geluidsfragment. 2.2 Geluidsfragmenten benoemen Laat telkens 3 geluidsfragmenten beluisteren en vraag aan een leerling om de prentjes te: - zoeken; - in de beluisterde volgorde te leggen.

3. Verwerking: “Bingo”
Als alle geluidsfragmenten aan bod zijn gekomen kan men starten met het spel. Doel: Als eerste 4 geluidsfragmenten op een rij hebben. Verloop: - Alle leerlingen krijgen één bingokaart en 16 kaartjes met muzieknoten. - Bij aanvang van het spel mogen de leerlingen een muzieknootje leggen op de lege plaatsen. - Na elk geluidsfragment leggen de leerlingen een muzieknootje op het bijhorende prentje op hun bingokaart. Controleer telkens met de voorbeeldkaarten. 3de leerjaar 5

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar
De leerling die al eerste 4 muzieknootjes (horizontaal- verticaal- diagonaal) is gewonnen. Variaties: - Op de lege plaatsen mogen geen muzieknootjes gelegd worden. - De geluidsfragmenten worden in een willekeurige volgorde beluisterd. Uitbreiding: Er is mogelijkheid om het spel uit te breiden met eigen geluidsfragmenten. Op de cd-rom kunnen prentjes toegevoegd worden (voorbeeldkaarten én bingoprentjes) die dan op de lege plaatsen gelegd kunnen worden. -

3de leerjaar

6

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar Bijlage 1:
Bingokaart : (zie cd-rom: bingo_3elj.xls blad 1)

Voorbeeldkaart: (zie cd-rom: bingo_3elj.xls blad 2)

kaart met muzieknootje: (zie cd-rom: bingo_3elj.xls blad 3)

3de leerjaar

7

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar Bijlage 2:
Cd-inhoud: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. bekken castagnetten djembé drumstel gong klokkenspel koebel pauken rasp sambaballen sleebellen tamboerijn triangel woodblock xylofoon 0:09 0:06 1:00 0:22 0:05 0:16 0:07 0:57 0:03 0:07 0:03 0:06 0:03 0:02 0:44

3de leerjaar 8

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar Bijlage 3:

Percussie
De triangel is een metalen slagwerkinstrument, behorende tot de klasse van de idiofonen (* ) . Het instrument bestaat uit een driehoekig gebogen metalen staaf en wordt, opgehangen aan de bovenkant, aangeslagen met een kleiner metalen staafje. Het brengt slechts drie klokjesachtige tonen voort en wordt o.m. in een orkest gebruikt. Dit aanslaan gebeurt op de onderzijde, terwijl trillers in een van de dichte hoeken worden geproduceerd door het staafje snel heen en weer te bewegen. Een triangel komt voor in verschillende grootten: kleinere klinken hoger dan grotere, hoewel de exacte toonhoogte van een triangel (anders dan die van een pauk) in de muziek geen rol speelt. De triangel bereikte Europa in de zeventiende eeuw vanuit Turkije en is sinds de negentiende eeuw een van de meest gebruikte slagwerkinstrumenten in het symfonieorkest. Een pauk is een keteltrom met een gedefinieerde toonhoogte. Op een koperen of kunststof ketel (doorsnede 50 tot 80cm) is een vel gespannen. Vroeger gebruikte men kalfshuid, maar tegenwoordig steeds vaker ook synthetisch vervaardigde vellen. Door met een stok/knuppel mallet op het vel te slaan zal een bepaalde toon klinken. De toonhoogte is afhankelijk van de spanning van het vel en de plaats waarop het vel geraakt wordt. De grootte van de eronder liggende resonantieruimte bepaalt in welk toonbereik de pauk gebruikt kan worden. Bij de machinepauk wordt de velspanning geregeld met een hendel. De meeste moderne orkestpauken zijn uitgerust met een pedaal dat de spanning in het vel regelt. Met een mechaniek van trekstangen wordt de positie van het pedaal omgezet in de gewenste velspanning. Voor het gemak van de paukenist (of paukslager) wordt een toonwijzer toegevoegd om een visuele indicatie te geven van de velspanning. De toonwijzer geeft daarbij grofweg aan op welke noot de pauk ingesteld staat. De klankkleur (* ) is sterk afhankelijk van het gebruikte materiaal van de kop van de stok (kurk, leer, vilt) en van de plaats waar het vel geraakt wordt, en - in veel mindere mate - de constructie van de pauk. Sommige orkesten, speciaal het Koninklijk Concertgebouworkest en de Wiener Philharmoniker, gebruiken pauken die aan de onderkant open zijn. Er bestaan ontzaglijk veel trommels, vooral als men de zeer uiteenlopende trommels en gongs van primitieve volkeren meerekent. In het symfonieorkest worden er maar weinig slaginstrumenten gebruikt. De meest gebruikte hiervan is de pauk die door de paukenist wordt bespeeld. De pauk is mogelijk voor een breder publiek bekend geworden door Franz Joseph Haydn's compositie: symfonie nr. 94 ook wel genoemd "De symfonie met de paukenslag". Het verhaal gaat dat hij dit speciaal gecomponeerd had om zijn gehoor wakker te schudden als het tijdens een uitvoering dreigde in te dutten. De Pandeiro of tamboerijn is een instrument welke aangeslagen of bewogen wordt. De ronde hoepel is met een vel bespannen. Vroeger werden hier vaak geitevellen voor gebruikt. Tegenwoordig zijn ze bijna allemaal van kunststof. In de hoepel zitten belletjes. Middels spanhaken aan de zijkant kan het vel strakker of minder strak gespannen worden. Er kan dus een harde schelle of een wat zachtere doffere klank geproduceerd worden. In Capoeira wordt de pandeiro 3de leerjaar 9

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar
veel gebruikt als 2e instrument. De Pandeiro komt origineel van Oost-Afrika. Het instrument heeft zowel hoog, middel en lage tonen. Vandaar noemen ze de tamboerijn of pandeiro ook wel het meest complete percussie instrument. Naast het gebruik in Capoeira, wordt deze kleine trommel ook gebruikt in popmuziek en andere stijlen. Een koebel is een bel die aan de hals van een koe wordt gebonden. Deze bellen worden in het Alpengebied veel gebruikt om te horen waar een koe zich bevindt. In deze bel hangt een klepel, zoals bij een klok. Daarnaast is een koebel een muziekinstrument uit de groep van idiofonen, ook wel cowbell geheten. Het is een platte bel van brons of smeedijzer. De koebel wordt als muziekinstrument onder andere gebruikt in drumbands, malletbands (* ) en veel Latijns Amerikaanse muziek. Bij gebruik als muziekinstrument heeft een koebel geen klepel, maar wordt er met een mallet (* ) op geslagen. Bij drumbands en malletbands wordt de koebel doorgaans vastgemaakt aan de kleine trom of woodblock, bij drumstellen staat de koebel meestal op een standaard. Een Woodblock is een niet gestemd percussie-instrument, dat in vele muziekstijlen wordt gebruikt. De klank is kort en fel, afhankelijk van de hardheid van de stok waarmee gespeeld wordt, en heeft een duidelijk herkenbare toonhoogte. Een woodblock is een langwerpig, enigszins plat houten blok, waarin een gleuf is gemaakt, zodat er een klankholte ontstaat, die het bij aanslaan voortgebrachte geluid versterkt. Er bestaan woodblocks in vele maten, klankkwaliteiten en toonhoogten; de kleinste woodblocks zijn circa 15 cm, de grootste circa 55 cm lang. De concert xylofoon is een muziekinstrument behorend tot het gestemde slagwerk dat bestaat uit twee rijen toetsen, die zijn opgehangen aan een op een frame gespannen touw. Een rij voor de witte toetsen, als je vergelijkt met de piano, en een rij voor de zwarte. Onder iedere toets kan een resonator hangen om de grondtoon (* ) te versterken. Omdat de toonhoogte (onder andere) afhangt van de lengte van de toets zijn de laagste toetsen veel langer dan de hoogste (hetzelfde geldt voor de resonatoren) De naam komt van het Griekse xylos, dat 'hout' betekent. Er zijn meer instrumenten die in de volksmond 'xylofoon' worden genoemd: Vibrafoon (* ) Marimba Glockenspiel of Metallofoon Balofoon Onder andere in het Orff-instrumentarium komt een verwant instrument voor dat van korte dunne metalen toetsen gebruikt maakt, meestal zonder resonator. Het wordt vaak 'xylofoon' genoemd maar is eigenlijk een metallofoon. De xylofoon wordt ook in een aantal klassieke stukken gebruikt zoals de Sabeldans van Chatsjatoerjan, Danse macabre en Carnaval des Animaux van Camille Saint-Saëns. In een symfonie wordt de xylofoon voor het eerst gebruikt in Gustav Mahler's Symfonie Nr. 6.

3de leerjaar 10

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar
De djembé (ook: djembeh, djembee, dzjembee of yembe) is een trommel die voornamelijk afkomstig is uit West-Afrika: Mali, Guinee, Senegal, Ivoorkust, etcetera. De traditionele djembé wordt met de hand gemaakt. Een boomstam wordt uitgehold en bespannen met een geitenvel. Dit vel wordt via een touwbespanning op de djembe bevestigd. De boom waarvan de traditionele djembé's gemaakt worden is de Leky. En de djembé's heten origineel: Sambany Tegenwoordig worden djembe's ook fabrieksmatig geproduceerd. Grofweg bieden slagwerkmerken drie soorten djembé's aan: Fabrieksmatig geproduceerde 'traditionele' djembé's; houten trommels met een touwbespanning. Westerse houten djembe's; klinkt warmer en voller dan een fiberglas djembé. Westerse fiberglas djembe's; klinkt wat feller en luider dan een houten djembé. Fabrieksmatig geproduceerde westerse djembé's zijn dus gemaakt van hout óf van fiberglas. Deze djembé's hebben meestal ook een natuurvel (geitenvel of buffalovel). Ze zijn echter via spanhaken (spanbouten) op de djembé bevestigd. Dit maakt het heel gemakkelijk om het vel te stemmen of te verwisselen. De djembé kan zittend en staand worden bespeeld. Als de speler zit, dan houdt hij/zij de djembé tussen de benen; de onderkant staat op de grond. De djembé wordt dan iets naar voren gekanteld en met de knieën vastgehouden. Hierdoor is de onderkant van de trommel open waardoor het geluid kan vrijkomen. Wordt de djembé staand bespeeld, dan hangt de djembé aan een koord die over de schouder van de speler rust. Soms wordt de djembé ook bespeeld terwijl deze op een speciale standaard is bevestigd. De speler kan verschillende klankkleuren bereiken door beide handen te gebruiken en zowel met de vingers als met de vlakke hand te spelen Castagnetten zijn een slagwerkinstrument dat vooral gebruikt wordt in Moorse muziek, zigeunermuziek, Spaanse muziek en Latijns Amerikaanse muziek. Het instrument bestaat uit een paar concave schelpen die aan één kant verbonden zijn met een koordje. Ze worden in de hand gehouden en produceren een klikgeluid of een ratelend geluid bij snel opeenvolgende kliks. Ze worden uit hardhout gemaakt. In de praktijk gebruikt de speler een paar in elke hand. Het koordje wordt aan de duim vastgemaakt en de castagnetten liggen in de handpalm. Castagnetten worden voornamelijk gebruikt door dansers en zangers, vooral in flamencomuziek. De naam (Spaans: castañuelas) is afkomstig van castaña, het Spaanse woord voor kastanje, waarop het sterk gelijkt. In Andalusië noemt men ze palillos, en die naam gebruikt men in de flamencomuziek. Ze worden ook gebruikt in klassieke muziek om een Spaanse atmosfeer op te roepen, zoals in Georges Bizet's opera Carmen of in Emmanuel Chabriers orkestwerk España. Ook kan men ze horen in de "Dans van de zeven sluiers" in Richard Strauss' opera Salome en in Richard Wagners Tannhäuser. Overigens stamt de voorloper van de castagnetten, de menat, al uit de Oud-Egyptische muziek. Een gong is een ronde metallofoon (* ) van Oost-Aziatische herkomst die een specifieke toonhoogte kan hebben. De bouw kan variëren van die van een ronde, gekromde schotel (al dan niet met een bult erop, zoals bij de Chinese gong), tot die van een rechthoekige metalen plaat. Hij wordt met een vilten, houten of metalen stok bespeeld.

3de leerjaar 11

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar
Een specifieke gong is de grote tamtam, die geen specifieke toonhoogte heeft, maar een complexe, meer ruisachtige klank. Een bekken of cimbaal is een slagwerkinstrument zoals dat bijvoorbeeld in een drumstel gebruikt wordt. De cimbaal bestaat uit een ronde, iets gekromde metalen schijf die in het midden opgehangen is of met een riem wordt vastgehouden. Ook in de slagwerksectie in klassieke muziek worden bekkens toegepast. Cimbalen behoren samen met castagnetten, de crotales en de tingsha tot de familie van percussie-instrumenten waarbij de klank wordt geproduceerd door het tegen elkaar slaan van gelijke voorwerpen. Een drumstel (ook: drums) is een muziekinstrument of liever gezegd een aantal slagwerkinstrumenten dat door 1 persoon, een drummer, bespeeld wordt. De basisopstelling van een drumstel bestaat uit een aantal trommels en een aantal bekkens: bassdrum snaredrum of snarentrom high-tom mid-tom low-tom floor-tom hihat cymbals / bekkens Het hart van een drumstel bestaat uit de bassdrum, de snaredrum en de hihat. De bassdrum wordt met een voetpedaal bediend en geeft de lage klanken. Onder het ondervel van de snaredrum is een matje met metalen snaren gespannen. Hierdoor maakt de snaredrum (kortweg 'snare') een fel en scherp geluid. De hihat is een door de voet beweegbare bekkenset waar de drummer met zijn stokken een ritme op slaat. De hihat kan via de voet worden geopend (de bekkens komen dan los van elkaar). Als er op de hihat wordt geslagen op het moment dat deze wordt geopend, en als daarna de hihat wordt gesloten, ontstaat er het karakteristieke 'sis-geluid' van de hihat. De vellen van alle trommels worden dusdanig gespannen, waardoor het geluid van iedere trom op elkaar is afgestemd. Hierbij is het niet juist om over een 'toonhoogte' te spreken, omdat trommels geen regelmatige geluidstrillingen produceren. Ze produceren juist een 'ruis' en daarom wordt er bij trommels over een 'klank' gesproken. Lees wat dit betreft ook het artikel over stemmen, punt 3 over membranofonen (* ). De drummer bespeelt het drumstel met drumstokken of brushes/kwasten. De stokken geven een hard geluid, de brushes geven een zacht en wat 'waterig' geluid. Kenmerk van een drummer is dat hij zijn handen en voeten onafhankelijk van elkaar beweegt in een bepaald ritme. Dit natuurlijk zonder de maat te verliezen. Wat bekkens (Engels: Cymbals) betreft, bestaat er een onderscheid tussen afslagbekkens (Engels: Crash cymbals) en ritmebekkens (Engels: Ride Cymbals). Daarnaast bestaan er ook specifieke bekkens als de 'splash' (kleine afslagbekken met een hoge klank) en de 'china' (een speciaal gevormd afslagbekken met een korte en robuuste klank). Sommige drummers maken gebruik van 2 bassdrums; meestal zijn deze gelijk qua diepte en omtrek. Soms gebruikt een drummer een dubbel-bassdrum pedaal. Hiermee wordt het effect van een dubbele bassdrum bereikt, zonder dat er twee bassdrums staan opgesteld. Verder gebruiken sommige drummers meerdere hihats en/of snaredrums. Het geluid van een drumstel wordt voornamelijk bepaald door de bekkens,snaredrum en bassdrum. Omdat Bekkens en de Snaredrum makkelijk mee te nemen zijn neemt de drummer die meestal zelf mee naar de repetitieruimte of het podium op als daar al een drumstel staat 3de leerjaar 12

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar
Een klokkenspel of glockenspielis een idiofoon muziekinstrument bestaande uit twee rijen metalen staven (toetsen), doorgaans zonder resonator. Soms wordt wel de misverstanden oproepende benaming 'klokkenspel' gebruikt. Het instrument wordt bespeeld met stokken (ook wel mallets genoemd). De afmetingen van de toets (lengte en dikte) bepalen de hoogte van de voortgebrachte toon, waardoor de toetsen voor lage tonen veel groter zijn dan toetsen voor hoge tonen. In tegenstelling tot xylofoon en marimba wordt alleen de grondtoon gestemd. De boventonen van een klokkenspel zijn hierdoor niet harmonisch. Spelen van tertsen in het hoge register van een glockenspiel maakt doordringende (en meestal hinderlijke) tartini-tonen hoorbaar. De variant van het klokkenspel zoals dat in een harmonie, fanfare of drumband gebruikt wordt (Engels: marchingbell) staat ook bekend als een lyra of bell lyra, vanwege de liervorm van de constructie. Deze lyra wordt meestal aan een stok gemonteerd en wordt tijdens het marcheren met een hand verticaal gehouden en met de andere hand bespeeld. In de volksmond wordt een glockenspiel wel eens verward met de xylofoon, die echter groter is, houten toetsen heeft en vaak wel over een resonator beschikt. Een guiro of rasp is een slagwerkinstrument met een raspend geluid. Het wordt veelal gemaakt uit een gedroogde uitgeholde kalebas waar over de lengte dwarsuithollingen gemaakt zijn. Met een stokje wordt hierover met verschillende snelheid heen en weer bewogen (geschraapt). Dit instrument is erg populair op Cuba en in andere Latijns-Amerikaanse landen en wordt gebruikt in bijvoorbeeld de salsa en son. Soms wordt met guiro ook de metalen versie (de guira) bedoeld, maar dit is eigenlijk een ander instrument. De maracas (in de volkstaal ook wel sambaballen genoemd) is een muziekinstrument uit de groep van idiofonen van Zuid- en Midden-Amerikaanse oorsprong. Het instrument is echter van Indiaanse oorsprong. Sommige Zuid-Amerikaanse indianen gebruiken 1 maraca voor rituele doeleinden. De maracas bestaat tegenwoordig uit twee identieke shakers (Eng.: schudders), veelal gespeeld door een vocalist. De traditionele vorm is een kalebas, ritueel gevuld met zaden, voorzien van een houten handgreep. De moderne vormen worden van allerlei materialen gemaakt waaronder plastic. Als de maracas niet al te snel worden bewogen produceren ze een ruisend geluid. Bij snellere bewegingen vanuit de pols ontstaat een veel scherpere droge tik. De combinatie van beide geluiden maakt het instrument karakteristiek in veel Latijns-Amerikaanse dansen zoals de rumba, en met name de Mexicaanse mariachi. Sleebellen zijn een aantal koperen kogels, bevestigd aan een riem, die bij het schudden samen klinken. Sleebellen kom je o.a. tegen in muziek die met Kerst te maken heeft. Bijvoorbeeld in het bekende liedje 'Sleigh Ride'.

Muziek beleven (drama)
3de leerjaar 13

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar

LES 2

Onderwerp: Muziek beleven (drama): Peter en de Wolf. Domein: Muzische vorming.

3de leerjaar 14

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar

Leerplandoel(en)
DOMEIN MUZIEK
LEERLIJN: MUZIEK BELUISTEREN 1. De luisterhouding verbeteren 1.2 Actiefgericht luisteren - De kinderen kunnen uit een muziekfragment een opvallend detail isoleren. 1.3 Actief luisteren - De kinderen kunnen met een minder expliciete begeleiding naar een muziekfragment luisteren. - De kinderen kunnen na het beluisteren van een muziekfragment hun indrukken verwoorden. 2. Het auditief onderscheidingsvermogen vergroten 2.1 Geluiden herkennen, benoemen en erop reageren - De kinderen kunnen een reeks geluiden of klanken benoemen en onthouden in welke volgorde zij ze te horen kregen. 2.2 Klankkleuren onderscheiden (timbre) - De kinderen kunnen in een goedgekozen muziekfragment de reeds gekende muziekinstrumenten ontdekken en benoemen. - De kinderen ervaren via goedgekozen muziekfragmenten de specifieke klankkleur van de groepen instrumenten. 2.4 In muzieksfeer en intensiteit ontdekken - De kinderen kunnen tijdens het beluisteren van een muziekfragment met kleur, lijn, beweging, ... de sfeer weergeven. 3. Inzicht brengen in de vorm en klanktaal van de muziek 3.1 De vorm van de muziek - De kinderen kunnen een gegeven melodisch signaal herkennen en erop reageren. - De kinderen kunnen zelf in een lied of een muziekstuk een melodisch motief onderscheiden en erop reageren. LEERLIJN: MUZIEK VASTLEGGEN 1. Zelf muziek vastleggen 1.1 De klankbron vastleggen - De kinderen kunnen bij een geluid een passende afbeelding plaatsen. - De kinderen kunnen met woorden weergeven welk geluid wordt verklankt.

Lesdoelen:
De leerlingen kunnen: - personages linken aan een muziekinstrument; - aandachtig luisteren naar het sprookje Peter en de wolf; - muziekfragmenten, figuren uit het verhaal en muziekinstrumenten met elkaar verbinden; - klassieke muziek waarderen; - het verhaal opbouwen a.d.h.v. prenten.

Beginsituatie:
De leerlingen kunnen en kennen: 3de leerjaar 15

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar
instrumenten uit het 2de leerjaar: piano, harp, viool, elektrische gitaar, triangel, tamboerijn, castagnetten, trommel, doedelzak, trompet, dwarsfluit, blokfluit, xylofoon, contrabas, gitaar; slaginstrumenten uit het bingospel; “Carnaval des Animaux”.

-

Media:
prenten personages (cd-rom: peter en de wolf_personages.doc) prenten verhaal (cd-rom: peter en de wolf_verhaal.doc) prent Sergej Prokofjev (cd-rom: Sergej Prokofjev.doc) prenten muziekinstrumenten (cd-rom: muziekinstrumenten.doc) muziekfragmenten (cd 3de leerjaar) werkbundel (cd-rom: symfonisch orkest-werkbundel.doc)

Bijlagen:
bijlage 4: Cd-inhoud. bijlage 5: Sergej Prokofjev bijlage 6: Korte inhoud van het verhaal. bijlage 7: Personages bijlage 8: Verhaal bijlage 9: Correctiesleutel

Lesverloop
1. Introductie
Beluister met de leerlingen de “Koekoek” uit “Carnaval des Animaux”. Laat de leerlingen tijdens het beluisteren de roep van de koekoek tellen. Bespreek samen met de leerlingen: - Hoeveel keer heb je de roep van de koekoek gehoord? - Uit welk klassiek werk komt dit fragment? - Wie heeft “Carnaval des Animaux” geschreven? - Wat weet je nog meer over “Carnaval des Animaux”? - …  Eventueel kan ook het fragment van de “Olifant” beluisterd worden.

2. Instructie
2.1 Beluisteren Peter en de wolf Vraag aan de leerlingen of ook mensen en/of andere dieren door muziek voorgesteld kunnen worden. Beluister met de leerlingen de fragmenten “Opa” en “Peter”: - Heb je dit al eerder gehoord? - Wie of wat zou er voorgesteld worden? - Heb je al ooit al van een muzikaal sprookje gehoord? Vraag aan de leerlingen of ze het sprookje “Peter en de Wolf” kennen, laat een leerling de indrukken van het sprookje verwoorden. 3de leerjaar 16

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar
Hang de prenten aan bord en bespreek deze met de leerlingen. Beluister samen met de leerlingen “Peter en de Wolf”. De leerlingen kunnen het verhaal volgen a.d.h.v. de prenten. 2.2 Vastzetting Peter en de Wolf Laat enkele leerlingen hun indrukken verwoorden. Hang de verschillende personages aan bord. Laat het begin van het verhaal opnieuw beluisteren: - Pauseer telkens er een personage wordt voorgesteld. - Laat vervolgens een leerling de prent zoeken van het instrument/ personage en naast het personage hangen. (prenten zie les ‘Muziekstijlen situeren in tijd in ruimte: symfonisch orkest) - Laat een leerling telkens het personage spelen op de muziek. Laat tot slot 2 leerlingen de prenten van het verhaal in de juiste volgorde hangen en het verhaal kort vertellen.

3. Verwerking
Laat de leerlingen werkblad 2 zelfstandig invullen. Overloop tot slot het werkblad met de leerlingen.

3de leerjaar 17

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar Bijlage 4:
Cd-inhoud:
32. 33. 34. 35. 36. Peter en de Wolf Opa Peter koekoek olifant 27:05 0:33 0:26 2:23 1:48

3de leerjaar 18

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar Bijlage 5:
(zie cd-rom: Sergej Prokojev.doc)

Sergej Prokofjev
3de leerjaar 19

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar Bijlage 6: Het sprookje is het verhaal van de jongen Peter die zonder toestemming van zijn grootvader de tuin uit loopt. Daar ziet hij hoe de kat probeert het vogeltje te vangen. Dat lukt niet. Grootvader roept Peter terug en waarschuwt hem dat er wolven in de buurt zijn, maar Peter gaat toch weer kijken naar wat er buiten gebeurt. Net op dat moment komt een hongerige wolf het bos uit en eet de eend in de vijver op. Peter klimt in een boom en vraagt aan het vogeltje om de wolf af te leiden. Ondertussen laat Peter een touw zakken en bindt dat om de staart van de wolf. De wolf zit het vogeltje achterna en begint daarom rondjes om de boom te rennen. Daarmee trekt hij het touw steeds verder vast. Dan komt een groep jagers uit het bos, die de wolf vangen en hem naar de dierentuin brengen.

3de leerjaar 20

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar Bijlage 7:
(zie cd-rom: peter en de wolf_personages.doc)

3de leerjaar 21

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar Bijlage 8:
(zie cd-rom: peter en de wolf_verhaal.doc)

Bijlage 9:

Muziek beleven (bekijken)

LES 3

3de leerjaar 22

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar

Onderwerp: Muziek beleven (bekijken): Symfonisch orkest. Domein: Muzische vorming.

Leerplandoel(en)
DOMEIN MUZIEK
LEERLIJN: MUZIEK BELUISTEREN 1. De luisterhouding verbeteren 1.2 Actiefgericht luisteren - De kinderen kunnen uit een muziekfragment een opvallend detail isoleren. 1.3 Actief luisteren - De kinderen kunnen met een minder expliciete begeleiding naar een muziekfragment luisteren. - De kinderen kunnen na het beluisteren van een muziekfragment hun indrukken verwoorden. 2. Het auditief onderscheidingsvermogen vergroten 2.1 Geluiden herkennen, benoemen en erop reageren - De kinderen kunnen een reeks geluiden of klanken benoemen en onthouden in welke volgorde zij ze te horen kregen. 2.2 Klankkleuren onderscheiden (timbre) - De kinderen kunnen in een goedgekozen muziekfragment de reeds gekende muziekinstrumenten ontdekken en benoemen. - De kinderen ervaren via goedgekozen muziekfragmenten de specifieke klankkleur van de groepen instrumenten. 2.4 In muzieksfeer en intensiteit ontdekken - De kinderen kunnen tijdens het beluisteren van een muziekfragment met kleur, lijn, beweging, ... de sfeer weergeven. 3. Inzicht brengen in de vorm en klanktaal van de muziek 3.1 De vorm van de muziek - De kinderen kunnen een gegeven melodisch signaal herkennen en erop reageren. - De kinderen kunnen zelf in een lied of een muziekstuk een melodisch motief onderscheiden en erop reageren. 3.2 De klanktaal van de muziek - De kinderen ervaren bij muziekactiviteiten: * verschillen in dynamiek (zacht - piano, luid - forte) * variaties in intensiteit (Cressendo- decressendo) 3de leerjaar 23

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar
* verschillen in speelwijze - De kinderen ervaren via goedgekozen fragmenten de instrumenten van de 4 hoofdgroepen in het orkest (strijkers, houtblazers, koperblazers, slaginstrumenten) 4. Muziek leren plaatsen in een maatschappelijk kader 4.2 Vroeger en nu - De leerlingen maken kennis met: muziek van vroeger en met hedendaagse klassieke muziek.

Lesdoelen:
De leerlingen kunnen: - klassieke muziek waarderen; - muziekinstrumenten benoemen; - muziekinstrumenten ordenen volgens familie; - muziekinstrumenten en klankbronnen verkennen; - een voorkeur voor een bepaald instrument verwoorden.

Beginsituatie:
De leerlingen kunnen en kennen: - instrumenten uit het 2de leerjaar: piano, harp, viool, elektrische gitaar, triangel, tamboerijn, castagnetten, trommel, doedelzak, trompet, dwarsfluit, blokfluit, xylofoon, contrabas, gitaar; - slaginstrumenten uit het bingospel; - instrumenten van “Peter en de Wolf”.

Media:
werkbundel beeldfragmenten (cd-rom: werkbundel_symfonischorkest.doc) (dvd 3de leerjaar)

Lesverloop
1. Introductie
Laat enkele leerlingen de prenten van “Peter en de Wolf” en de muziekinstrumenten op de juiste plaats leggen. Vraag aan de leerlingen of ze een naam kunnen geven aan deze groep van instrumenten.  Het (symfonisch) orkest Laat enkele leerlingen hun ervaringen rond het orkest verwoorden.

2. Instructie
2.1 Het symfonisch orkest Bekijk het 1ste fragment met de leerlingen. (In de hallen van de bergkoning)  In dit fragment worden enkele instrumenten benoemd Bespreek het fragment met de leerlingen: - Wat heb je gezien? 3de leerjaar 24

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar
- Wat vond je van de muziek? - Welke soort muziek is het? - Ken je nog klassieke stukken? - Welke instrumenten heb je gezien? - Zat iedereen op dezelfde plaats in het orkest? - Wie stond er helemaal vooraan? - … Bekijk het 2de fragment. (Mini & Maxi)  Er kunnen ook andere instrumenten de hoofdrol spelen bij het symfonisch orkest. Bespreek het fragment met de leerlingen: - Wat vond je leuk aan dit fragment? - Wat heb je gezien? - Welk genre muziek is dit? - Welke instrumenten heb je gezien? - … Bekijk fragment 3 en 4. (Played-A-Live & Mad World)  Een symfonisch orkest kan naast klassieke muziek ook popmuziek spleen. Bespreek de fragmenten samen met de leerlingen: - Welk genre muziek heb je gehoord? - Heb je andere instrumenten gezien/ gehoord? - Zaten ze op dezelfde plaats? - Werd er gezongen? - … 2.2 Muziekinstrumenten groeperen Vraag nogmaals aan de leerlingen welke instrumenten ze gezien hebben en waar ze zaten. Probeer de instrumenten te plaatsen in een bordschema. (zie suggestie bordschema)

3. Verwerking
Vul samen met de leerlingen werkblad 3 in: - Vul de volgende genres in: • klassieke muziek • popmuziek - Vul de titels in die de leerlingen bekeken hebben. - Vul in het schema de instrumenten die aan bord staan.

3de leerjaar 25

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar

Bordschema (suggestie)

DIRIG ENT

3de leerjaar 26

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar

Muziekstijlen situeren in tijd en ruimte

LES 4

3de leerjaar 27

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar

Onderwerp: Muziekstijlen situeren in tijd en ruimte: Symfonisch orkest. Domein: Muzische vorming

Leerplandoel(en)
DOMEIN MUZIEK
LEERLIJN: MUZIEK BELUISTEREN 1. De luisterhouding verbeteren 1.2 Actiefgericht luisteren - De kinderen kunnen uit een muziekfragment een opvallend detail isoleren. 1.3 Actief luisteren - De kinderen kunnen met een minder expliciete begeleiding naar een muziekfragment luisteren. - De kinderen kunnen na het beluisteren van een muziekfragment hun indrukken verwoorden. 2. Het auditief onderscheidingsvermogen vergroten 2.1 Geluiden herkennen, benoemen en erop reageren - De kinderen kunnen een reeks geluiden of klanken benoemen en onthouden in welke volgorde zij ze te horen kregen. 2.2 Klankkleuren onderscheiden (timbre) - De kinderen kunnen in een goedgekozen muziekfragment de reeds gekende muziekinstrumenten ontdekken en benoemen. - De kinderen ervaren via goedgekozen muziekfragmenten de specifieke klankkleur van de groepen instrumenten. 2.3 Klanken vergelijken naar sterkte, duur en hoogte - De kinderen ervaren klanksterkte (zacht/luid), kunnen ze bewust waarnemen en er gepast op reageren. - De kinderen kunnen de verschillen in klanksterkte aanwenden in een klankspel, na waarnemen van duidelijke tegenstellingen. 2.4 In muzieksfeer en intensiteit ontdekken - De kinderen kunnen tijdens het beluisteren van een muziekfragment met kleur, lijn, beweging, ... de sfeer weergeven. 3. Inzicht brengen in de vorm en klanktaal van de muziek 3.1 De vorm van de muziek - De kinderen kunnen een gegeven melodisch signaal herkennen en erop reageren. - De kinderen kunnen zelf in een lied of een muziekstuk een melodisch motief onderscheiden en erop reageren. 3.2 De klanktaal van de muziek - De kinderen ervaren bij muziekactiviteiten: 3de leerjaar 28

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar
* verschillen in dynamiek (zacht - piano, luid - forte) * variaties in intensiteit (Cressendo- decressendo) * verschillen in speelwijze - De kinderen ervaren via goedgekozen fragmenten de instrumenten van de 4 hoofdgroepen in het orkest (strijkers, houtblazers, koperblazers, slaginstrumenten) 4. Muziek leren plaatsen in een maatschappelijk kader 4.2 Vroeger en nu - De leerlingen maken kennis met: muziek van vroeger en met hedendaagse klassieke muziek. LEERLIJN: MUZIEK VASTLEGGEN 1. Zelf muziek vastleggen 1.1 De klankbron vastleggen - De kinderen kunnen bij een geluid een passende afbeelding plaatsen. 1.2 De klankeigenschappen vastleggen - De kinderen kunnen de muzikale tegenstellingen hard, zacht herkennen, grafisch weergeven en verwoorden. - De kinderen kunnen de muzikale tegenstelling langzaam, snel herkennen, grafisch weergeven en verwoorden. 2. Omgaan met vastgelegde muziek 2.2 Omgaan met klankeigenschappen - De kinderen kunnen een klankeigenschap, voorgesteld door een symbool, lezen en naar eigen inzicht vocaal of instrumentaal reproduceren.

Lesdoelen:
De leerlingen kunnen: - instrumenten groeperen; - instrumenten correct benoemen; - de families van het symfonisch orkest correct benoemen; - muziekinstrumenten en klankbronnen verkennen; - een voorkeur voor een bepaald instrument verwoorden.

Beginsituatie:
De leerlingen kunnen en kennen: - instrumenten uit het 2de leerjaar: piano, harp, viool, elektrische gitaar, triangel, tamboerijn, castagnetten, trommel, doedelzak, trompet, dwarsfluit, blokfluit, xylofoon, contrabas, gitaar.; - instrumenten van “Peter en de Wolf”; - 2 grote muziekstijlen van het symfonisch orkest (klassiek- pop); - slaginstrumenten uit het bingospel.

Media:
cd-speler muziekfragmenten werkbundel prenten (cd 3de leerjaar) (cd-rom: werkbundel_symfonischorkest.doc) (cd-rom: muziekinstrumenten.doc)

Bijlagen:
3de leerjaar 29

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar
bijlage 10: Cd-inhoud bijlage 11: Muziekinstrumenten bijlage 12: Correctiesleutel werkboekje

Lesverloop
DEEL 1: Slagwerk en strijkers.

1. Introductie
Vraag aan de leerlingen wat hem bijgebleven van het symfonisch orkest: - Welke genres kan het orkest spelen? - Welke instrumenten heb je gezien? - Speelde iedereen hetzelfde instrument? - Zaten de instrumenten door elkaar?  Probeer het bordschema van het symfonisch orkest terug op te bouwen. Extra: Je kan ook de leerlingen instrumenten laten meebrengen en a.d.h.v. deze instrumenten het bordschema opnieuw opbouwen.

2. Instructie
Deel prenten van de strijkers en slagwerk uit en geef de opdracht aan de lln om de prenten te laten liggen. (eventueel ook de prenten van het bingospel) 2.1 Slagwerk Bekijk samen met de leerlingen de bovenste groep instrumenten: - Als je op de instrumenten speelt welke klank hoor je? • Één klank? • Verschillende klanken? - Uit welk materiaal zijn deze instrumenten gemaakt? - Hoe bespeel je deze instrumenten?  Probeer zo te komen tot de begrippen slaginstrumenten, slagwerk. Voeg het woord slagwerk toe aan het bordschema. Vraag aan de leerlingen wie een instrument heeft van de groep slaginstrumenten: - Benoem de instrumenten. - Voeg ze toe aan het bordschema. - Ga na of de leerlingen nog andere instrumenten kennen die tot deze groep horen (bingospel). - Beluister samen met de leerlingen de volgende slaginstrumenten: • xylofoon • castagnetten • grote trom • pauk • triangel • kleine trom (zie cd 3de leerjaar) 3de leerjaar 30

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar
2.2 Strijkers Bekijk samen met de leerlingen de eerste groep instrumenten: - Hoor je verschillende klanken? - Uit welk materiaal zijn deze instrumenten gemaakt? - Zijn alle instrumenten even groot? - Hoe bespeel je deze instrumenten? - Wat heb je nodig om deze instrumenten te bespelen?  Probeer zo te komen tot de begrippen strijkinstrumenten, strijkers. Voeg het woord strijkers toe aan het bordschema.  Vraag aan de leerlingen wie een instrument heeft van de groep strijkinstrumenten: - Benoem de instrumenten. - Voeg ze toe aan het bordschema. Beluister samen met de leerlingen de verschillende strijkinstrumenten. • viool • altviool • cello • contrabas (zie cd 3de leerjaar)  Laat hen vaststellen hoe groter het instrument is, hoe lager het instrument klinkt.

3. Verwerking
Lees samen met de leerlingen werkbladen 4 – 5 en vul in: - Aan de slag … - Strijk je mee? Laat opnieuw enkele fragmenten beluisteren: - Welk instrument is het? - Tot welke groep behoort het instrument?

3de leerjaar 31

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar

Bordschema (suggestie)
slagwerk

strijkers

DIRIGENT

3de leerjaar 32

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar

Muziekstijlen situeren in tijd en ruimte

LES 5

3de leerjaar 33

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar

Lesverloop
DEEL 2: Koperblazers en houtblazers.

1. Introductie
Herhaal kort de 2 instrumentenfamilies van de vorige les: - Welke families van het orkest ken je al? - Welke instrumenten hebben nog geen familie?

2. Instructie
Deel prenten van de koperblazers en houtblazers uit en geef de opdracht aan de lln om de prenten te laten liggen.

2.1 Koperblazers
Bekijk samen met de leerlingen de voorlaatste groep: - Hoe klinken deze instrumenten? - Uit welk materiaal zijn deze instrumenten gemaakt? - Hoe bespeel je deze instrumenten? - Moet je ergens op slaan of strijken?  Probeer zo te komen tot de begrippen blaasinstrumenten, koperblazers. Voeg het woord koperblazers toe aan het bordschema. Vraag aan de leerlingen wie een instrument heeft van de groep koperblazers: - Benoem de instrumenten. - Voeg ze toe aan het bordschema. - Beluister samen met de leerlingen de volgende koperblazers: • trompet • hoorn • tuba • trombone (zie cd 3de leerjaar)  Laat hen vaststellen hoe groter het instrument is, hoe lager het instrument klinkt.

2.2 Houtblazers
Bekijk samen met de leerlingen de resterende groep: - Hoe klinken deze instrumenten? - Uit welk materiaal zijn deze instrumenten gemaakt? - Hoe bespeel je deze instrumenten? - Moet je ergens op slaan of strijken?  Probeer zo te komen tot de begrippen blaasinstrumenten, houtblazers. Voeg het woord houtblazers toe aan het bordschema. 3de leerjaar 34

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar
Vraag aan de leerlingen wie een instrument heeft van de groep houtblazers: - Benoem de instrumenten. - Voeg ze toe aan het bordschema. - Beluister samen met de leerlingen de volgende houtblazers: • piccolo • dwarsfluit • hobo • klarinet • fagot (zie cd 3de leerjaar)  Laat hen vaststellen hoe groter het instrument is, hoe lager het instrument klinkt.

3. Verwerking
Lees samen met de leerlingen werkbladen 6-7 en vul in: - Dat is goed koper… - Op eigen houtje. Lees werkblad 8: - Welk(e) instrument(en) zijn nog niet genoemd?  beluister samen met de leerlingen het muziekfragment van de harp. (zie cd 3de leerjaar) - Wie staat helemaal vooraan? - Vul werkblad 8 verder aan. Sluit de les terug af met muziekfragmenten: - Welk instrument is het? - Tot welke groep behoort het instrument?

3de leerjaar 35

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar

Bordschema (suggestie)
slagwerk koperblazers

houtblazers

strijkers

DIRIGENT

3de leerjaar 36

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar

Muziekstijlen situeren in tijd en ruimte

LES 6

3de leerjaar 37

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar

Lesverloop
DEEL 3: Music Maestro please...

1. Introductie
Vraag aan de leerlingen welk instrument ze graag willen bespelen: - Waarom? - Vind je dat een mooi instrument? - …

2. Instructie
2.1 De tonen van het orkest Vraag aan 2 leerlingen het volgende: - Leerling 1 spreekt zachtjes, leerling 2 spreekt (roept) luid. - Leerling 1 praat snel, leerling 2 praat traag. Bespreek met de lln: - Welke verschillen heb je gehoord? - Hoor je dat bij een symfonisch orkest ook? - Wie geeft aan of iets luid, stil, snel, traag, ... gespeeld wordt? - Bestaan daar ook woorden voor?  Probeer tot volgende begrippen te komen: • Piano (* ) • Forte (* ) • Allegro (* ) • Cressendo (* ) • Decressendo (* ) Eventueel kunnen de begrippen cressendo en decressendo verduidelijkt worden in de klasgroep: - Laat de leerlingen zachtjes ‘aaa’ zeggen en geef aan dat ze luider moeten spreken. - Laat de leerlingen luid ‘aaa’ zeggen en geef aan dat ze stiller moeten spreken.

2.2 Muzisch taalgebruik
Vertel aan de leerlingen dat er nog veel meer Italiaanse woorden zijn om bepaalde muziektermen aan te duiden. Ook in onze taal zijn er heel wat spreekwoorden terug te vinden die te maken hebben met muziek.

3de leerjaar 38

Innoverend project: muziek beluisteren van 3de kleuterklas tot 6de leerjaar

3. Verwerking
Vul samen met de leerlingen werkblad 9 in: - Music maestro please… Laat de leerlingen tot slot zelfstandig werkblad 10 -11 invullen.

3de leerjaar 39

Bijlage 10:
Cd-inhoud:
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25. 26. 27. 28. 29. 30. 31. bekken castagnetten Djembé drumstel gong klokkenspel koebel pauken rasp sambaballen sleebellen tamboerijn triangel woodblock xylofoon trombone trompet tuba hoorn piccolo dwarsfluit hobo klarinet fagot viool altviool cello contrabas harp grote trom trommel 0:10 0:06 1:00 0:22 0:05 0:17 0:07 0:57 0:03 0:08 0:04 0:06 0:03 0:02 0:45 0:39 0:35 0:34 0:35 0:19 0:26 0:19 0:23 0:41 0:32 0:33 0:32 0:24 0:33 0:09 0:10

Bijlage 11:

(zie cd-rom: muziekinstrumenten.doc)

Bijlage 12: correctiesleutel

Spelen met muziek

LES 7

Onderwerp: Spelen met muziek: Regenmakers. Domein: Muzische vorming.

Leerplandoel(en)
DOMEIN MUZIEK
LEERLIJN: MUZIEK BELUISTEREN 1. De luisterhouding verbeteren. 1.1 Passief luisteren - De kinderen beluisteren (passief) muziek als achtergrond tijdens andere lessen.

DOMEIN BEELD
LEERLIJN 1: OMGAAN MET MIDDELEN 1. Exploreren 1.5 Kinderen ervaren, ontdekken de eigenschappen en kenmerken van de verschillende soorten materialen en hulpmiddelen. 1.7 Kinderen ontdekken beeldelementen. 1.8 Kinderen ontdekken de driedimensionale eigenschappen en combinatiemogelijkheden van bepaalde materialen. 1.9 Kinderen exploreren materialen en hoe ze in hun leefwereld aangewend worden en geconstrueerd zijn. 2. Experimenteren 2.3 Kinderen experimenteren met beeldelementen. Ze onderzoeken de mogelijkheden van kleur, vorm, volume, structuur, ritme, textuur, contrast, compositie, beweging, .... 2.6 Kinderen onderzoeken de mogelijkheden en beperking van materialen, hulpmiddelen en beeldelementen in combinatie met elkaar. 3. Vormgeven 3.1 Kinderen kunnen middelen functioneel gebruiken. 3.4 Kinderen kunnen de materialen en hulpmiddelen met voldoende inzicht en vaardigheden gebruiken om vorm te geven aan de eigen belevingswereld. 3.6 Kinderen vinden plezier en voldoening in het beeldend vormgeven. 3.7 Kinderen kunnen de materialen en hulpmiddelen zuinig gebruiken, zorgzaam onderhouden en netjes opbergen na gebruik. LEERLIJN 2: BESCHOUWEN 1. Kinderen praten over eigen werk en hoe het tot stand kwam (zowel inhoud als vorm). 3. Kinderen praten over het werk van anderen. 8. Kinderen genieten ervan naar beeldend werk van zichzelf en anderen te kijken en erover te praten.

Lesdoelen:
De leerlingen kunnen: - een muziekinstrument benoemen na het beluisteren ban een geluidsfragment: - muziekinstrumenten omschrijven, - a.d.h.v. een omschrijving het muziekinstrument benoemen; - a.d.h.v. het stappenplan komen tot een regenmaker; - plezier beleven aan het knutselen; - respect opbrengen voor het werk van een klasgenoot;

-

regenmaker versieren; hun werkwijze, technieken, … evalueren.

Beginsituatie:
De leerlingen kunnen en kennen: - muziekinstrumenten van het symfonisch orkest; - percussie-instrumenten uit het bingospel; - verschillende knutsel –en schildertechnieken.

Media:
per kind 4 wc-rolletjes of 2 keukenrolletjes of 1 keukenrolletje en 2 wcrolletjes fijne nagels, duimspijkers, ijzerdraad, ... (deze moeten korter zijn dan de diameter van de rolletjes) rijst, maïs, vogelzaad, … krantenpapier behangerslijm schaar bruine plakband verf verfborstels bankbeschermer schilderschort prenten regenbuis

Bijlagen:
bijlage 13: Prenten regenmakers (cd-rom: regenmakers.doc)

Voortaak:
Laat de leerlingen voor les 8 (spelen met muziek, deel 2) prenten meebrengen van regenmakers.

Lesverloop
DEEL 1:

1. Introductie
Vraag aan de leerlingen wat hun favoriete instrument is. Laat enkele muziekinstrumenten beluisteren en laat de leerlingen het instrument benoemen: - Viool - Harp - Dwarsfluit - Tuba - Klarinet

-

2. Waarnemen, verbeelden
Toon een prent aan 1 leerling. Laat de leerling deze prent omschrijven en laat de overige leerlingen het instrument raden: - Trom - Piccolo - Contrabas - Trompet - Pauk - …

3. Aanzetten tot creëren
Vraag aan de leerlingen welke instrumenten ze onthouden hebben uit het bingospel en welke soort instrumenten dit zijn. Vertel dat ze vandaag een muziekinstrument gaan maken dat ook tot de groep van percussie/ slagwerkers behoord. Toon de beschilderde regenmaker. Laat de leerlingen de regenmaker omschrijven: - Wat zou er in de buis zitten? - Hoe zou jij zoiets maken? - Welk materiaal heb je nodig om zoiets te maken? - …

4. Creëren en begeleiden
Werk samen met de leerlingen volgens het stappenplan: - Kleef alle rolletjes aan elkaar met plakband. - Prik de nagels, duimspijkers, ijzerdraad, … door de rolletjes verspreid over de hele buis. Plak over de nageltjes plakband zodat ze niet loskomen. - Maak 2 rondjes uit papier die iets groter zijn dan de openingen van de buis en kleef 1 kant stevig vast met plakband. - Vul de buis met rijst, maïs, vogelzaad, … - Neem het 2de rondje en sluit nu de ander kant van de buis met plakband. - Knip verschillende repen (± 5 cm) uit het krantenpapier. Het is aan te raden om de repen te sorteren: • repen met tekst • repen met foto’s - Bekleef de buis met de repen krantenpapier en behangerslijm. Wissel telkens af: een laag tekst en een laag foto’s. Zo heb je een overzicht van de lagen die reeds zijn aangebracht. Breng minstens 5 lagen aan. - Laat de buizen drogen om ze de volgende les te beschilderen.

5. Evaluatie
Ruim alles op en evalueer samen met de leerlingen:

- Vond je het leuk om een regenmaker te maken? - Was het gemakkelijk werken, of eerder moeilijk? Toon enkele prenten van regenmakers: - Hoe zijn de regenmakers versierd? - Welke kleuren werden gebruikt? - Hoe zou jij je regenbuis versieren? Vertel aan de leerlingen dat ze de volgende les de regenmaker mogen beschilderen. Geef hen de opdracht om prenten te zoeken van regenmakers en deze mee te brengen bij de volgende les.

Muziekstijlen situeren in tijd en ruimte

LES 8

Lesverloop
DEEL 2:

1. Introductie
Laat de leerlingen verwoorden wat ze de vorige les gedaan hebben: - Welke materialen werden gebruikt? - Wat is het resultaat tot nu toe? - …

2. Waarnemen, verbeelden
Bespreek samen met de leerlingen de prenten die ze hebben meegebracht: - Uit welk land komt de regenmaker? - Waarom worden ze gebruikt? - Welk geluid maken ze? - Maken ze allemaal hetzelfde geluid? - Hoe zijn de regenmakers versierd? - Welke kleuren werden gebruikt? - …

3. Aanzetten tot creëren
Vertel aan de leerlingen dat ze vandaag hun regenmaker mogen beschilderen: - Welk materiaal kan je gebruiken om je regenmaker te beschilderen? - Kan je nog andere materialen gebruiken? - …

4. Creëren en begeleiden
Laat de leerlingen vrij hun regenmaker beschilderen. Moedig de leerlingen om creatief te werken.

5. Evaluatie
Ruim alles op en evalueer samen met de leerlingen: - Wat vind je mooi aan je regenmaker? - Maakt hij een leuk geluid? - Wat vind je van de andere regenmakers? - …

Bijlage 13:

(zie cd-rom: regenmakers.doc)

Woordenlijst

Allegro

Italiaans. In oorspronkelijke betekenis: ‘vrolijk, levendig, opgewekt’. Later werd het meer en meer een tempoaanduiding voor muziek die snel dient gespeeld te worden. Aanduiding van dynamiek: met toenemende klanksterkte te zingen of te spelen. Aanduiding van dynamiek: met afnemende klanksterkte te zingen of te spelen. Aanduiding van dynamiek: krachtig, sterk, luid. Hier: eerste en laatste toon van een toonladder, gewoonlijk de laatste toon van een melodie. Zo kan van vele liedjes de laatste toon vertellen met welke toonladder we te maken hebben. Belangrijk om een begeleiding op te bouwen. Muziekinstrumenten gemaakt van materiaal dat van nature klankrijk is. De groep idiofonen vormt een van de vijf hoofdgroepen voor de indeling van muziekinstrumenten gebaseerd op de manier waarop het geluid wordt voortgebracht. De term idiofoon impliceert dat het instrument zelf (idios = eigen) de klank voortbrengt doordat het in trilling gebracht wordt. Een deel van de idiofonen is geschikt voor melodiespel; ze hebben een benoembare duidelijke toonhoogte. Dikwijls afgekort tot ‘klank’. Eigen timbre van een toon, omschreven als: nasaal, ijl, droog, wollig, donker, ... Hamer, een gereedschap om muziekinstrumenten mee te bespelen. Soort drumband. Muziekinstrumenten waarbij het geluid wordt geproduceerd door een gespannen vel (membraan) in trilling te brengen. Hier: grotere metalen staafspelen van het Orff-instrumentarium. Er zijn sopraan, alt, tenor -en basmetallofonen. Aanduiding van dynamiek: zacht van klanksterkte. Slaginstrument met metalen staafjes en ronddraaiende afsluiters in de resonatoren.

Cressendo Decressendo Forte Grondtoon

Ideofonen

Klankkleur Mallet Malletband Membranofoon Metallofoon Piano Vibrafoon

Bronnenlijst

• • • • • • •

STROMS,G., 100 nieuwe muziekspelen, Katwijk: Panta Rhei, 1997, 5e druk, p. 117. MAES,P., Peter en de wolf een muzikaal sprookje, Tielt, Lannoo, 2006, 4e druk. http://home.kabelfoon.nl/~duindam/dieren/sounds http://www.findsounds.com/types.html http://www.instrumentenweb.com http://nl.wikipedia.org http://www.notp.com