P. 1
Atex-handleiding

Atex-handleiding

|Views: 142|Likes:
Published by MacSculptor

More info:

Published by: MacSculptor on Jun 13, 2013
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

07/20/2015

pdf

text

original

Sections

  • VOORWOORD
  • INHOUDSOPGAVE
  • DEEL A
  • 1. THEORIE: FUNDAMENTELE BEGRIPPEN OMTRENT STOFEXPLOSIE
  • 1.1 WAT IS EEN STOFEXPLOSIE?
  • 1.2 DEFLAGRATIE EN DETONATIE
  • 1.3 PRIMAIRE EN SECUNDAIRE EXPLOSIES
  • 1.4 HYBRIDE MENGSELS
  • 1.5 EXPLOSIE – EFFECTEN
  • 1.6 EXPLOSIEKARAKTERISTIEKEN
  • 1.6.1 Explosiegrenzen
  • 1.6.2 Karakteristieke temperaturen
  • 1.6.3 De maximale explosiedruk en de maximale drukstijgsnelheid
  • 1.6.4 De minimale ontstekingsenergie (MOE)
  • 1.6.5 Samenvatting belang van explosiekarakteristieken bij de risicobepaling
  • 1.7 ONTSTEKINGSBRONNEN
  • 1.7.1 Mechanische bronnen
  • 1.7.2 Thermische bronnen
  • 1.7.3 Elektrische bronnen
  • 1.7.4 Chemische bronnen
  • 1.7.5 Praktische betekenis van de ontstekingsbronnen bij de uitvoering van
  • de risicobeoordeling
  • 1.8 PREVENTIE EN BESTRIJDING VAN STOFEXPLOSIES
  • 1.8.1 Voorkoming van stofexplosies
  • 1.8.2 Voorkoming van schade
  • 1.8.3 Beperking van de schade
  • 1.8.4 Keuze van de toe te passen preventie- en beheersmaatregelen
  • 2. WETTELIJK KADER
  • 2.1 EUROPESE REGELGEVING
  • 2.2 NEDERLANDSE REGELGEVING
  • 2.3 NEDERLANDS BEVOEGD GEZAG
  • 3. TERMEN EN DEFINTIES
  • DEEL B
  • 4. DE GEVARENZONE-INDELING D.M.V. RISICOANALYSE
  • 4.1 INLEIDENDE BEGRIPPEN OMTRENT RISICOANALYSE
  • 4.2 DEFINITIE VAN DE VERSCHILLENDE GEVARENZONES
  • 4.3 IDENTIFICATIE VAN POTENTIËLE GEVARENBRONNEN
  • 4.3.1 Brandbaar stof - karakteristieken - concentratie
  • 4.3.2 Systematisch opsporen van de gevarenbronnen
  • 4.4 TOEKENNING VAN DE GEVARENZONEKLASSE
  • 4.4.1 De aard van de gevarenbronnen
  • 4.4.2 Ventilatie in de omgeving van de gevarenbron
  • 4.4.3 Schoonhuishouden
  • 4.4.4 Flow-schema’s ter bepaling van de zoneklasse
  • 4.5 AFMETINGEN VAN DE GEVARENZONEKLASSE
  • 4.5.1 De afmetingen van een stofwolk
  • 4.5.2 De afmeting van een stofafzetting
  • 4.5.3 Samenvattende tabel afmeting stofwolken en stofafzetting
  • 4.5.4 Zonering van aangrenzende ruimtes omwille van stofverplaatsing
  • BIJLAGE I: ZONERING
  • Figuur I.1. Bepaling van de zoneklasse als gevolg van opgewerveld stof,
  • Figuur I.2. Bepaling van de zoneklasse als gevolg van een stofafzetting,
  • STAPPENPLAN
  • DEEL C
  • 6. RISICOANALYSE ONTSTEKINGSBRONNEN EN MOGELIJKE GEVOLGEN
  • 6.1 ORGANISATORISCHE MAATREGELEN
  • 6.2 ALGEMENE TECHNISCHE MAATREGELEN
  • 6.2.1 Ontstekingsbronnen en hun doeltreffendheid
  • 6.2.2 Maatregelen bij niet-productietoestellen en installaties
  • 6.2.3 Risicoanalyses van productietoestellen en installaties
  • 7. EXPLOSIEVEILIGHEIDSDOCUMENT
  • Inhoud explosieveiligheidsdocument:
  • 8. FLOW-SCHEMA: PLAN VAN AANPAK EXPLOSIEVEILIGHEIDSDOCUMENT
  • BIJLAGE II: RISICOANALYSE ONTSTEKINGSBRONNEN EN EXPLOSIEGEVAAR
  • BIJLAGE III: EXTRA INFORMATIE

VOORWOORD
Bedrijven in de mengvoedersector worden geconfronteerd met het gevaar op stofexplosie. Elk bedrijf dient over dit onderwerp op elk moment te voldoen aan de geldende wetgeving. Sinds de inwerkingtreding van de Europese Sociale “ATEX”-richtlijn 137, zijn er nieuwe verplichtingen voor de werkgevers. Om de ondernemingen in staat te stellen deze regelgeving na te leven en om de bedrijven in de sector nog beter te beschermen tegen eventuele stofexplosies is door Nevedi in samenspraak met Bemefa en KVBM de Atex Handleiding 2005 gemaakt. Deze handleiding is in het najaar van 2010 volledig herzien. Nevedi is de volgende personen van haar Commissie Arbeid & Milieu zeer erkentelijk voor hun inzet en collegiaal ingebrachte expertise: - Alix van Erven (Arie Blok); - Allard Knook (CMS Derks Star Busmann); - Martin van de Vendel (Rijnvallei); - Heleen van Weele (Nevedi); - Peter Westerink (De Heus); - Maarten Wouters (Agrifirm). Deze handleiding is opgesplitst in drie documenten. Een eerste deel (A) behandelt theoretisch wat een stofexplosie is. Tevens wordt het wettelijke kader besproken in dit deel. Het tweede gedeelte (B) behandelt de zonering van de fabriek. Nevedi heeft in 2002 een ATEX handleiding ontwikkeld m.b.t. de zonering. Deze handleiding is in dit gedeelte verwerkt. Het derde gedeelte (C) behandelt de risicoanalyse. De verplichting tot het opstellen van een gevarenzone indeling en het opstellen van een explosieveiligheidsdocument is opgenomen in de Nederlandse Praktijk Richtlijn 7910-2, juli 2008. Daar de industrie meer te maken heeft met stofexplosies dan met gas/dampexplosies komt in deze handleiding enkel de stofexplosieproblematiek aan bod. Bij het opstellen van de handleiding is gebruik gemaakt van de Nederlandse Praktijk Richtlijn NPR 7910-2 (Gevarenzone-indeling met betrekking tot stofontploffingsgevaar, juli 2008) van het Nederlands Normalisatie Instituut. Bedrijven die te maken kunnen hebben met gas/dampexplosierisico’s (denk maar aan de opslag van licht ontvlambare vloeistoffen zoals aceton en brandbare gassen zoals acetyleen, of de laadstations voor batterijen waar tijdens het opladen het ontplofbare waterstofgas ontstaat) dienen uiteraard ook daaraan de nodige aandacht te schenken. De informatie in dit rapport wordt te goeder trouw gepubliceerd. Nevedi, Bemefa en KVBM aanvaarden geen verantwoordelijkheid noch aansprakelijkheid voor de eventuele directe of indirecte gevolgen die zouden kunnen voortvloeien uit het gebruik van dit document. Deze uitgave mag niet worden verveelvoudigd, in enige vorm of op enige wijze, of openbaar gemaakt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Het gebruik van deze uitgave is eveneens slechts toegestaan na uitdrukkelijke toestemming van de uitgever.

©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137

1

FLOW-SCHEMA: PLAN VAN AANPAK EXPLOSIEVEILIGHEIDSDOCUMENT
Bekend met de Ja theorie en wetgeving?

Ja

Is de fabriek gezoneerd?

Ja

Bent u in het bezit van een explosieveiligheidsdocument?

Nee
Neem deel A door Volg de werkwijze van bijlage I deel B

Nee
Volg de werkwijze bijlage II van deel C

Nee
Volg de werkwijze bijlage III van deel C

H1 theorie

I.1 Beschrijving productieproces I.2 Inventarisatie grondstoffen I.3 Inventarisatie Stofwolk I.4 Inventarisatie Stofafzetting Gegevens voor Stamkaart

II.1 Stamkaart afdeling

H2 wettelijk kader

of

III.1 Neem de checklijst organisatorische maatregelen door

II.2 Stamkaart arbeidsmiddel III.2 Neem de vragenlijst door

I.5 Overige gevarenbron(en) II.3 Plan van aanpak I.6 Maatregelen technische en organisatorisch I.7 Alternatieve maatregelen I.8 Motivatie en Beoordeling

I.9 Gevarenzones

I.10 Plattegronden en technische plannen

©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137

2

INHOUDSOPGAVE
Voorwoord ........................................................................................................................................................... 1 Flow-schema: plan van aanpak explosieveiligheidsdocument ......................................................................................... 2 Inhoudsopgave ....................................................................................................................................................... 3 DEEL A .................................................................................................................................................................. 5 1. 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 Theorie: Fundamentele begrippen omtrent stofexplosie ............................................................ 6 WAT IS EEN STOFEXPLOSIE?........................................................................................................ 6 DEFLAGRATIE EN DETONATIE .................................................................................................... 6 PRIMAIRE EN SECUNDAIRE EXPLOSIES ................................................................................... 7 HYBRIDE MENGSELS ....................................................................................................................... 7 EXPLOSIE – EFFECTEN ................................................................................................................... 7

1.6 EXPLOSIEKARAKTERISTIEKEN .................................................................................................. 8 1.6.1 Explosiegrenzen .............................................................................................................................. 8 1.6.2 Karakteristieke temperaturen .......................................................................................................... 8 1.6.3 De maximale explosiedruk en de maximale drukstijgsnelheid ....................................................... 9 1.6.4 De minimale ontstekingsenergie (MOE)....................................................................................... 11 1.6.5 Samenvatting belang van explosiekarakteristieken bij de risicobepaling .................................... 11 1.7 ONTSTEKINGSBRONNEN.............................................................................................................. 12 1.7.1 Mechanische bronnen.................................................................................................................... 12 1.7.2 Thermische bronnen...................................................................................................................... 13 1.7.3 Elektrische bronnen....................................................................................................................... 14 1.7.4 Chemische bronnen ....................................................................................................................... 19 1.7.5 Praktische betekenis van de ontstekingsbronnen bij de uitvoering van......................................... 20 de risicobeoordeling ...................................................................................................................................... 20 1.8 PREVENTIE EN BESTRIJDING VAN STOFEXPLOSIES.......................................................... 21 1.8.1 Voorkoming van stofexplosies...................................................................................................... 21 1.8.2 Voorkoming van schade................................................................................................................ 23 1.8.3 Beperking van de schade............................................................................................................... 24 1.8.4 Keuze van de toe te passen preventie- en beheersmaatregelen. .................................................... 29 2. 2.1 2.2 2.3 3. Wettelijk KAder ..................................................................................................................................... 31 EUROPESE REGELGEVING .......................................................................................................... 31 NEDERLANDSE REGELGEVING.................................................................................................. 31 NEDERLANDS BEVOEGD GEZAG ............................................................................................... 33 Termen en Definties ............................................................................................................................ 34

DEEL B ................................................................................................................................................................ 37 4. De gevarenzone-indeling d.m.v. risicoanalyse .................................................................................... 38 4.1 4.2 INLEIDENDE BEGRIPPEN OMTRENT RISICOANALYSE..................................................... 38 DEFINITIE VAN DE VERSCHILLENDE GEVARENZONES .................................................... 38

4.3 IDENTIFICATIE VAN POTENTIËLE GEVARENBRONNEN................................................... 39 4.3.1 Brandbaar stof - karakteristieken - concentratie............................................................................ 39 4.3.2 Systematisch opsporen van de gevarenbronnen ............................................................................ 40 4.4 TOEKENNING VAN DE GEVARENZONEKLASSE ................................................................... 41 4.4.1 De aard van de gevarenbronnen .................................................................................................... 41 4.4.2 Ventilatie in de omgeving van de gevarenbron ............................................................................. 42 4.4.3 Schoonhuishouden ........................................................................................................................ 43

©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137

3

.................... 61 6....................................................................3 Samenvattende tabel afmeting stofwolken en stofafzetting ..................... 73 ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 4 ............................................................................ Bepaling van de zoneklasse als gevolg van een stofafzetting....................4 Zonering van aangrenzende ruimtes omwille van stofverplaatsing.....................1 ORGANISATORISCHE MAATREGELEN..........................2 Maatregelen bij niet-productietoestellen en installaties ...... 57 6.......................5....................................................................1...... 46 Bijlage I: zonering ............................................... 57 6......................... RISICOANALYSE ONTSTEKINGSBRONNEN EN MOGELIJKE GEVOLGEN ............................... 8......................1 Ontstekingsbronnen en hun doeltreffendheid...........................................5........................................4.................. 67 BIJLAGE II: RISICOANALYSE ONTSTEKINGSBRONNEN EN EXPLOSIEGEVAAR ....... 61 6...................................................... 56 6........................................................ 49 Stappenplan..........................2 ALGEMENE TECHNISCHE MAATREGELEN ...............................................1 De afmetingen van een stofwolk ...................................................................................................... 44 4... 44 4............................................................ EXPLOSIEVEILIGHEIDSDOCUMENT..........................................................................2 De afmeting van een stofafzetting.................. .............2..2..4.........2..........................................5....................................................................................................................................... 61 6............................................................................................................................................. 43 4.......................................................5.......................... 48 Figuur I.......... Flow-schema: plan van aanpak explosieveiligheidsdocument .... 45 5..................... ..3 Risicoanalyses van productietoestellen en installaties .. 68 BIJLAGE III: Extra Informatie .. 63 7........ 50 DEEL C .....5 AFMETINGEN VAN DE GEVARENZONEKLASSE ..................................................................4 Flow-schema’s ter bepaling van de zoneklasse............. 44 4........................... 44 4............. Bepaling van de zoneklasse als gevolg van opgewerveld stof................................................................2.. 65 Flow-schema: plan van aanpak explosieveiligheidsdocument........................ 47 Figuur I......................................................................................

DEEL A ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 5 .

niet vochtige. Het poeder moet brandbaar zijn (afhankelijk van de minimale ontstekingsenergie). De drukgolven planten zich echter veel sneller voort dan het vlamfront. Dergelijk type van ontploffing waarbij de verbrandingssnelheid kleiner is dan de snelheid van het geluid (340 m/s) wordt deflagratie genoemd. Bij een deflagratie blijven de snelheden dus subsoon en worden er drukgolven gevormd. De sterkte van de drukgolf wordt o. moet het stof zweven in zuurstofrijke lucht.1. Bij zogenaamde vrije explosies waarbij het exploderend volume niet begrensd wordt door wanden zijn de overdrukken meestal tot enkele tienden van een bar beperkt. Met de ATEX handleiding 2002 is de eerste stap (zonering van de fabriek) gezet voor het maken van een explosieveiligheidsdocument. . Stofexplosies maken deel uit van de chemische explosies en ontstaan door snelle. bepaald door de samenstelling van het brandbare stof. namelijk fysische en chemische explosies. heftige uitzetting van energie die drukgolven in de omgeving creëert.Het zwevend stof moet in aanraking komen met een ontstekingsbron die voldoende energie ontwikkelt. De heftigheid van de explosie.1 WAT IS EEN STOFEXPLOSIE? Onder een explosie verstaat men in het algemeen een plotselinge.a. de concentratie van dat stof in het mengsel en de mate van omsluiting van de ruimte waarin de ontploffing plaatsvindt. Reeds in de ATEX handleiding Nevedi 2002 werd een inleiding gegeven over het fenomeen stofexplosie. 1.2 DEFLAGRATIE EN DETONATIE In het algemeen bedraagt de verbrandingssnelheid bij stofexplosies enkele tientallen meters per seconde. Bij inwendige explosies wordt de drukopbouw mede bepaald door de aanwezigheid van wanden ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 6 . Deze handleiding is verwerkt in dit gedeelte. Om de verbranding toe te laten. 1. Het stof moet verspreid zijn in afmetingen van deeltjes die de voortplanting van de vlammen toelaten. Voordat er een omgeving ontstaat die gunstig is voor een stofexplosie moet aan volgende voorwaarden voldaan zijn: Er moet sprake zijn van een droge. exotherme chemische reacties tussen het stof en bijvoorbeeld zuurstof in de lucht. THEORIE: FUNDAMENTELE BEGRIPPEN OMTRENT STOFEXPLOSIE Voor u deze handleiding kunt gaan gebruiken dient u te beschikken over een minimale kennis van het fenomeen stofexplosie. de mogelijke gevolgen ervan en de maatregelen die men er tegen kan treffen zijn afhankelijk van de snelheid waarmee de energie vrijkomt. Naargelang de aard van de vrijgezette energie kan men twee belangrijke explosietypes onderscheiden. Onder fysische explosies verstaat men explosies waaraan geen chemische of nucleaire reacties aan de basis liggen. Het meest gekende voorbeeld van een fysische explosie is het plots begeven van een drukhouder die met een samengeperst gas gevuld is. lucht.De concentratie aan zwevend stof moet binnen de limieten van de ontplofbaarheid liggen. (BLEVE: Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion). .

1. Het is in principe niet mogelijk om apparatuur te bouwen die tegen detonatie bestand is. Zelfs wanneer uiterst geringe hoeveelheden van een brandbaar gas in een stofwolk aanwezig zijn is de ontsteking van dergelijke hybride wolk gemakkelijker en de explosie ervan heftiger dan die van de corresponderende stofwolk. Zij zijn weinig gevaarlijk op enige afstand van de bron. In het algemeen zijn stofexplosies geen detonaties. De voortplantingssnelheid bij detonaties bedraagt 1 tot 10 km/s. Secundaire explosies zijn meestal veel verwoestender dan de primaire explosies. Doordat de drukgolf. De directe effecten worden door de schokgolf van de explosie zelf veroorzaakt. De overdruk veroorzaakt door een detonatie kan zeer sterk oplopen (ca. Fragmentatie is een belangrijk indirect schademechanisme van een explosie. vooruit loopt op het vlamfront ontstaat er een tijdsinterval tussen het passeren van de drukgolf en de aankomst van het vlamfront. Fragmenten die afkomstig zijn van de explosiebron worden primaire fragmenten genoemd. Deze zeer hoge voortplantingssnelheid van de reactiezone geeft aanleiding tot supersone snelheden en de vorming van schokgolven.die het exploderend volume volledig begrenzen en kunnen drukken gegenereerd worden tot 10 maal de begindruk.4 HYBRIDE MENGSELS Bijzonder gevaarlijk zijn de zogenaamde hybride mengsels die bestaan uit een combinatie van stof en gas. Deze explosies kunnen echter ook de oorzaak zijn van secundaire explosies.5 EXPLOSIE – EFFECTEN Over het algemeen wordt een onderscheid gemaakt tussen de directe en de indirecte effecten van een explosie. Deze nieuwe stofwolk kan op zijn beurt ontstoken worden door het volgende vlamfront waardoor een secundaire explosie ontstaat. Daarnaast komen detonaties. Een voorbeeld waarop gelet dient te worden is een hexaan vrij verklaring.3 PRIMAIRE EN SECUNDAIRE EXPLOSIES Stofexplosies die veroorzaakt worden door ontstekingsbronnen worden primaire explosies genoemd. Men kan aannemen dat stofexplosies in het beginstadium steeds van het deflagratie-type zijn. alleen voor bij vaste en vloeibare explosieven. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 7 . omdat de kans om door een dergelijk projectiel getroffen te worden uitermate klein is. 1. Detonaties moeten dan ook te allen tijde vermeden worden. Het reactiefront en de schokgolf vallen ongeveer samen. Typische voorbeelden zijn trommelvliesscheuren en longschade bij de mens en de structuurschade aan woningen en installaties. maar dat ze in bepaalde omstandigheden in een detonatie kunnen omslaan. 20 bar). een enkele uitzondering daargelaten. die het vlamfront bij een deflagratie uitzendt. 1. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer één afmeting van de ruimte waarin de explosie zich voordoet veel groter is dan de andere zoals bij leidingen en kanalen met een lengte/diameter verhouding ≥ 50. De vooruitlopende drukgolf zal neergezette stofdeeltjes doen opstuiven waardoor een nieuwe stofwolk ontstaat. in tegenstelling tot een deflagratie. omdat dit extreme begincondities vergt. kan niet tijdig gedetecteerd worden. Wanneer de verbrandingssnelheid groter is dan de snelheid van het geluid spreekt men van een detonatie. Een detonatie.

6. De OEL ligt voor heel wat stoffen tussen 10 en 30 g/m³. Bovendien is de Tglim afhankelijk van de omgevingstemperatuur. Dit gebied is niet alleen bepaald door de chemische samenstelling van het ontplofbaar stof. drogers.of weggeworpen worden. Een frequent optredend fenomeen is dat een stoflaag bij opwarming niet gaat smeulen. maar ook van onder meer de afmetingen en de fijnheid van de stofdeeltjes.1 Explosiegrenzen Niet alle mengsels van brandbaar stof en lucht zijn ontplofbaar.Het uitbreken van brand.mengsels moet binnen de ontplofbaarheidsgrenzen liggen. De laagste stofconcentratie waarbij het mengsel ontvlamt wordt de Lower Explosion Limit (LEL) genoemd. De concentratie in industriële installaties verandert soms drastisch door de niet-homogeniteit van het stof-luchtmengsel.Personen die zelf door de drukgolven omver. zeven. Andere belangrijke indirecte effecten zijn: . mengers. silo’s en pneumatische transportsystemen. De concentratie van de stoflucht. hetgeen niet betekent dat de opwarming van de stoflaag ongevaarlijk zou zijn. hoppers. . De glimtemperatuur (Tglim): Dit is de laagste temperatuur van een oppervlak waarbij de daarop gelegen stoflaag spontaan tot ontbranding komt. Zelfs bij de laagste explosiegrenzen hebben stofwolken een hoge optische dichtheid.6 EXPLOSIEKARAKTERISTIEKEN 1. Beneden deze concentratie is het mengsel te arm aan stof om nog te kunnen ontvlammen. In de praktijk wordt de parameter OEL weinig gebruikt voor de beoordeling van explosierisico’s. Stofexplosies kunnen zich vooral voor doen binnenin de procesuitrusting zoals maalmolens. Dergelijke stofconcentraties komen zelden voor in de werkplaatsen van bedrijven. Dit betekent dat de stof geen Tglim heeft. omdat de stoflaag als een isolatiedeken zal optreden. Ofschoon deze concentratie laag schijnt te zijn komt ze voor als een zeer dichte wolk. Het explosiegebied van de meeste poeders bevindt zich tussen 40 g/m3 en 4 kg/m3. vormen een veel belangrijkere bron van schade.Secundaire fragmenten. De Tglim wordt zelden bereikt in normale gebruiksomstandigheden van toestellen in mengvoederbedrijven. fragmenten die door de schokgolf gevormd worden zoals glasscherven en vallende dakpannen.6. 1. De temperatuur van de plaat wordt geleidelijk verhoogd totdat een ontvlamming van de stoflaag wordt waargenomen. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 8 . Wanneer deze parameter toch gebruikt zou worden moet rekening gehouden worden met het feit dat de onderste explosiegrens daalt wanneer de temperatuur stijgt.2 Karakteristieke temperaturen De term “karakteristieke temperaturen” heeft betrekking op temperaturen waarbij een stof onder welbepaalde omstandigheden een specifiek brandgedrag begint te vertonen. De Tglim hangt af van de dikte van de stoflaag.i.Het ontstaan van secundaire explosies. 1. . De Tglim van een stoflaag wordt bepaald door een stoflaag van 5 mm dik op een verwarmde plaat te plaatsen. Bij het smelten kunnen immers brandbare dampen vrijkomen die met de omgevingslucht een explosief mengsel vormen. filters. d. maar gaat smelten.

De directe ontsteking van een stofwolk op een warm oppervlak of elektrische apparatuur kan worden vermeden als de temperatuur van het warme oppervlak beperkt blijft tot 2/3 van de MOT van de stofwolk. G. aanleiding geeft tot de ontsteking van de stofwolk.6.3 De maximale explosiedruk en de maximale drukstijgsnelheid Een typisch tijdsverloop van de inwendige druk in een gesloten volume waarin een deflagratie plaatsvindt is weergegeven in figuur 1. Samen met de Tglim is de MOT van poeders mede bepalend voor de keuze van apparatuur en in het bijzonder voor de temperatuurklasse waartoe ze moeten behoren.De zelfontstekingstemperatuur van stoflagen: Dit is de temperatuur waarbij een stoflaag spontaan ontbrandt wanneer deze omgeven wordt door een warmtebron en lucht. Een stofwolk kan door de smeulende of brandende stoflaag ontstoken worden. Fig. Stoflagen ontsteken bij een lagere temperatuur dan stofwolken.Kluwer Editorial. Huys. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 9 . De maximale overdruk die tijdens het deflagratieproces bereikt wordt noemt men de explosiedruk Pex. Merk op dat deze temperatuur niet gelijk is aan de temperatuur die in de stofwolk heerst. De waarde van de explosiedruk kan gemakkelijk waarden van enkele bar bereiken. De zelfontsteking is een gevolg van de zelfopwarming van de laag.1. Daarna zal de druk geleidelijk afnemen door warmteverliezen naar de omgeving.65 Stofexplosies. 1. Om dit te vermijden moet in de praktijk de oppervlaktetemperatuur van warme oppervlakken en elektrische toestellen 75 ° C beneden de glimte mperatuur van de stoflaag (met laagdikte die in de praktijk te verwachten valt) gehouden worden. Tijdsverloop van de inwendige druk in een gesloten volume (Arbeidsveiligheid nr. De zelfontstekingstemperatuur van stofwolken (MOT): De zelfontstekingstemperatuur van een stofwolk is de minimale temperatuur van een heet oppervlak dat. verkrijgt men de maximale druk wanneer het vlamfront de wand bereikt. wanneer er een stofwolk onder bepaalde omstandigheden langs geleid wordt. 23/03/1998) Wanneer het mengsel in het midden van een bolvormig volume ontstoken wordt.

In het explosiegebied varieert de explosiedruk en bereikt een maximum bij een bepaalde brandstofconcentratie.Zowel de maximale explosiedruk als de KST-waarde zijn rechtevenredig met de begindruk. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 10 . Wanneer de drukopbouw groter is dan 0. Het is een maat voor de heftigheid van een explosie en is in de praktijk meestal veel belangrijker dan de maximale explosiedruk (Pmax). Dit verband laat toe om de resultaten van kleinschalige proeven naar grotere volumes om te rekenen en vormt de basis van de explosiebeveiliging door drukontlasting en door onderdrukking. Uit proeven is gebleken dat de maximale drukstijgsnelheid afhankelijk is van de grootte van het volume waarin de explosie plaatsvindt.a.De explosiedruk is afhankelijk van de brandstofconcentratie.1. Dit is grafisch weergegeven in figuur 1.m/s 0 Tussen 0 en 200 Tussen 200 en 300 Groter dan 300 Explosieklasse 0 1 2 3 Explosiesnelheid van de stof niet explosief laag tot matig explosief hoog explosief zeer hoog explosief Hierbij dient opgemerkt te worden dat zowel de maximale explosiedruk als de maximale drukstijgsnelheid afhankelijk zijn van de beginvoorwaarden (o. De proeven zijn echter zo ontworpen dat in de meeste praktijksituaties de turbulentiegraad niet hoger zal zijn dan in de proeven.5 bar wordt het stof gecatalogeerd als explosief. zoals weergegeven in tabel 1. en die eigen is aan het brandbaar mengsel.max van de betrokken stof. Dit is waar de raaklijn aan de drukcurve het steilst is. Immers wanneer deze concentratie kleiner is dan de onderste explosiegrens of groter dan de bovenste explosiegrens kan geen explosie optreden en is de explosiedruk gelijk aan nul. begintemperatuur. Tussen het ogenblik van de ontsteking en het bereiken van de explosiedruk bestaat een punt waar de drukstijgsnelheid het grootst is.1: Indeling van poeders in explosieklasses volgens de Duitse norm VDI 3673 KST-waarde in bar. Dit verband wordt gegeven door de formule: ( dP/dt )max = K / V1/3 met : V = volume van de houder uitgedrukt in m³ K = een constante uitgedrukt in bar m/s. Deze waarde noemt men de maximale explosiedruk Pex. . De maximale drukstijgsnelheid (dP/dt)max wordt gedefinieerd als de maximale drukstijgsnelheid die opgetekend kan worden over het volledige concentratiegebied. Het is deze waarde die men in de literatuur terugvindt als explosiedruk. Met betrekking tot stofwolken spreekt men van de KST-waarde waarbij ST staat voor het Duitse Staub.De maximale explosiedruk daalt bij een hogere begintemperatuur. Tijdens een explosie zal de druk niet plots oplopen tot de explosiedruk. Tabel 1. de KST-waarde kan zowel toenemen als afnemen bij een hogere begintemperatuur. .Op basis van de KST-waarde worden brandbare poeders ingedeeld in vier zogenaamde explosieklasse.De turbulentiegraad heeft een zeer sterke invloed op de KST-waarde. begindruk en de turbulentiegraad) bij de explosie: .

m/s. De potentiële ontstekingsbronnen worden verder besproken. is de hoeveelheid energie waarmee een mengsel over het volledige explosieve gebied net niet meer tot ontsteking kan gebracht worden. MOE. .In het algemeen daalt de MOE bij dalende turbulentiegraad van de stofwolk. Vooral bij oplosmiddelbevattende poeders (b. volgende parameters van belang: .In het algemeen daalt de MOE bij toenemende temperatuur van de stofwolk. Deze hybride mengsels blijken bovendien explosief te zijn bij stof.Bij korrelgroottes van 300µm en meer zijn poeders in suspensie niet meer tot ontsteking te brengen. De meeste agrarische producten horen tot een lage stofexplosieklasse (KST1.en gasconcentraties die onder de onderste explosiegrens liggen van het pure stof en gas. voor een standaard monster met mediaandiameter <63µm).Ook de deeltjesgrootte en de vochtigheidsgraad van het stof beïnvloeden de KST-waarde.Wat is de kans van een stofexplosie? . Deze energie kan op velerlei wijzen geleverd worden. 1. . laag tot matig explosief. Door het toevoegen van een brandbaar gas aan een stofwolk kan de MOE sterk gereduceerd worden.De maximale explosiedruk.dguv. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 11 .De minimale ontstekingsenergie.5 Samenvatting belang van explosiekarakteristieken bij de risicobepaling De uitvoering van de risicobepaling van stofexplosies komt in principe neer op het beantwoorden van de vragen: . Voor vele stofwolken situeert de MOE zich tussen 1mJ en 1kJ.v.De MOE daalt bij een lagere vochtigheidsgraad.v. In een volume van 1000 m³ duurt dit slechts 10 keer langer.6.de/ifa/de/gestis/stoffdb/index. Op de website http://www.4 De minimale ontstekingsenergie (MOE) De ontstekingsenergie is de energie die men nodig heeft om een explosief mengsel tot ontsteking te brengen. . De minimale ontstekingsenergie is van een groot aantal factoren afhankelijk. Ook wanneer een stof gevoelig is voor zelfopwarming of broei kunnen broeigassen ontstaan die aanleiding kunnen geven tot een hybride mengsel.Wat is de ernst van een stofexplosie? Bij het bepalen van de kans dat een stof-luchtmengsel tot ontploffing zal komen zijn o. Vele organische poeders hebben een KST-waarde van circa 100 bar. Volgende parameters zijn hierbij van belang: .a. 10 bar) bereikt worden in ordegrootte van 100 ms. Hoe groter de druk en hoe langer de duurtijd van een stofexplosie des te groter zal de potentiële schade zijn.De glimtemperatuur van de stoflaag. . . 1.jsp kan men de stofexplosiekarakteristieken van een 1600-tal stoffen uit de agrarische sector opzoeken. ten gevolge van extractie) kan een hybride mengsel relatief eenvoudig ontstaan. de temperatuur en turbulentiegraad van de stofwolk en de vochtigheidsgraad zijn: . De mogelijke ernst van een stofexplosie is functie van de mogelijke explosiedruk en de drukopbouw in functie van de tijd. waarvan de belangrijkste de korrelgrootte.6. De minimale ontstekingsenergie.De zelfonstekingstemperatuur van de stoflaag en de stofwolk. Bij de ontploffing van een dergelijk poeder binnen een volume van 1 m³ kan de explosiedruk (b.

De vonken kunnen ontstaan wanneer een metaal of steen in contact komt met een ander metaal. Belangrijke voorwaarde voor het ontstaan van mechanische vonken is een hoge relatieve snelheid tussen de twee elkaar rakende voorwerpen. thermische of chemische aard zijn. Deze deeltjes kunnen voldoende energierijk zijn om ontplofbare stof-luchtmengsels te ontsteken of in afgezet brandbaar stof een smeulproces op gang te brengen dat vervolgens tot een ontsteking kan leiden. . .Overige/onbekend.Hete oppervlakken. De belangrijkste ontstekingsbronnen bij stofexplosies zijn in dalende orde van belangrijkheid1: .Statische elektriciteit. bij voorkeur pneumatisch. zoals : Bij bewerkingen met mechanisch aangedreven gereedschap zoals boren. die eventueel kunnen worden gecombineerd met metaaldetectoren die de installatie stilleggen indien de aanwezigheid van vreemde voorwerpen wordt vastgesteld. Wanneer vreemde voorwerpen in de installatie raken en daar in contact komen met snel bewegende onderdelen zoals de bladen van een ventilator. In geen geval mag normaal elektrisch handgereedschap met open collector gebruikt worden. .Brandend materiaal.Vlammen. De KST-waarde van het poeder. .Spontane opwarming. Berghmans (oktober 1990). 1 J. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 12 .7. slijpen of schuren. De potentiële ontstekingsbronnen kunnen van mechanische.- De maximum drukstijgingssnelheid.Elektrische vonken. Om te vermijden dat hierbij vonken ontstaan kunnen speciale niet-vonkende metalen tippen gebruikt worden. 1. Bij slijpen liggen de snelheden vele malen hoger dan bij boren waardoor ook veel meer mechanische vonken zullen worden opgewekt.Mechanische vonken. Bij het losraken van onderdelen in een draaiende machine zoals ventilatorbladen die in aanraking komen met de behuizing. elektrische. . De energie in vonken van slijpschijven is hoger dan de ontstekingsenergie van de meeste mengsels. NVBB.1 Mechanische bronnen Mechanische vonken: Mechanische vonken zijn hete deeltjes die vrijkomen tengevolge van het over elkaar schuren of het op elkaar slaan van daarvoor geschikte stoffen. . Bovendien moet de aandrijving van gereedschap dat gebruikt wordt in een explosiegevaarlijke atmosfeer explosieveilig uitgevoerd zijn. Zowel het ontstaan als het vermijden van de ontstekingsbronnen komen aan bod.7 ONTSTEKINGSBRONNEN Een brandbare stofwolk zal slechts ontstoken kunnen worden door een ontstekingsbron met voldoende sterkte. .Lassen en verspanen. 1. Vreemde voorwerpen kunnen voor een groot deel uit de installatie gehouden worden met magnetische.of pneumatische afscheiders. Vonken bij het slijpen kunnen door waterkoeling vermeden worden. Hierna volgt een korte bespreking van de voornaamste ontstekingsbronnen. . zwaartekracht. Ontstekingsenergie bij stofexplosies – Technisch Dossier 83.

Oppervlakken van hete apparaten zoals verwarmingen. . een proces van lange duur waarbij objecten tegen elkaar wrijven. verwarmingsweerstanden. . pakkingen). .d. voorkomen worden door: .Verstopt raken en ontstoppen van materialen.Temperatuurbewaking gekoppeld aan de sturing van bepaalde toestellen.Foute afstelling van aandrijfeenheden. draaiende assen door afdichtingen. drogers.2 Thermische bronnen Hete oppervlakken: Naast directe ontsteking van een stof-luchtmengsel door een heet oppervlak kan ook het stof dat in een laag op dat hete oppervlak is uitgezakt aanleiding geven tot vorming van een smeulnest dat vervolgens weer de ontstekingsbron kan zijn van het stof-luchtmengsel. Het verlagen van de snelheid en voorzien van temperatuurbewaking zijn andere mogelijke preventieve maatregelen. Gekende voorbeelden zijn: .Lagers. . . Wrijving: Wrijving is. remmen).Oppervlakken die zijn verhit ten gevolge van las-.. elevatorbakken). De te treffen preventieve maatregelen situeren zich dan ook voornamelijk op het vlak van het plannen en uitvoeren van preventief en curatief onderhoud. . onvoldoende gesmeerde bewegende onderdelen van toestellen (lagers. . transformatoren. Hitte wordt hierbij trapsgewijs geaccumuleerd. schoorstenen en afgasleidingen.Wrijvingskoppelingen. stoomleidingen.Oververhitte elektrische draden of stroomgeleiders door een overbelasting.Warmgelopen elektromotoren. maalinstallaties) of carters van machines opgewarmd door geleiding. soldeer.Opstellen en toepassen van preventieve onderhoudsschema’s (smering). Voor de evaluatie van het gevaar die bepaalde mechanische vonken inhouden moet men niet alleen de explosiekarakteristieken van het stof kennen maar ook de eigenschappen van de stof zelf. in tegenstelling tot impactverschijnselen waarbij mechanische vonken kunnen worden gevormd. transportbanden. 1. slippen van een transportband). .Foute afstelling van transporteenheden (b. . Voorbeelden van hete oppervlakken die een ontstekingsrisico kunnen inhouden zijn: .Onderdelen van machines die mechanisch opwarmen (breekmolens. . riemoverbrengingen. De preventie van ontsteking van stof door hete oppervlakken wordt meestal gerealiseerd door de oppervlaktetemperaturen van objecten te beperken tot ongeveer 75° C beneden de Tglim van stoflagen of tot 2/3 van de MOT van stofwolken waarbij de laagste van deze temperaturen weerhouden wordt. .7.d. leidingen van thermische olie.Toestellen die de mechanische energie omzetten in warmte (wrijvingskoppelingen. verbrandingsmotoren. mengmachines. . drijfriemen. . Bij aanlopers (ventilatoren. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 13 .Beperking van de snelheid van draaiende onderdelen.v. lampen.Slecht uitgelijnde en gebroken machineonderdelen.Isolatie van warme oppervlakken.Bij het storten van materiaal in bunkers e. .Mechanische remmen. remmen e.of slijpwerkzaamheden. Beperking van de oppervlaktetemperatuur kan bijv.

7. Dit kan o. Heel wat materialen zijn gevoelig voor spontane opwarming bij gewone omgevingstemperaturen. In principe geeft iedere bediening van een elektrische schakelaar een elektrische vonk. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij: . . Enkele andere potentiële bronnen van elektrische vonken zijn: Relais. zaagmeel. Smeulen: Brandbaar opgehoopt stof kan onder bepaalde omstandigheden aanleiding geven tot inwendige verbranding en hoge temperaturen.p.a.v. bedekken van daken.of drukbewaking. of generatoren met koolborstels en sleepringen of ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 14 . snijbranden.3 Elektrische bronnen Een elektrische vonk ontstaat als een stroomvoerend elektrisch circuit wordt onderbroken of als twee geleiders van verschillende potentiaal zo dicht bij elkaar worden gebracht dat de isolatiewaarde of doorbraakveldsterkte van de lucht tussen de geleiders overschreden wordt. kachels. In zulke gevallen moeten de maatregelen bescherming bieden tegen zowel gasontploffingsgevaar als stofontploffingsgevaar. waakvlammen. Materiaal regelmatig te laten circuleren en de warmteafvoer te verbeteren. Inertisering (inspuiten van een ruimte met inerte gassen zoals CO2 en N2). Open vuur en vlammen: Onder open vuur en vlammen worden verbrandingsprocessen verstaan die in direct contact met de omgevingslucht plaatsvinden.a. brandbare gassen ontsnappen die gemengd met de omgevingslucht een ontplofbaar mengsel kunnen vormen. Wanneer nu een smeulende stofzone dit gasmengsel bereikt (bijv. een draagbalk verspreid worden en resulteren in een secundaire stofexplosie. lucifers. De temperatuur en energie in een vlam zijn altijd hoger dan de MOT van een brandbare stof. Zo kan zich een explosief gasmengsel boven de stoflaag vormen. een grote ruimte. Zeer gevoelig zijn o. Schuifweerstanden. Materiaal op te slaan bij verlaagde temperatuur.Vuurhaarden. Elektrische vonken: 1. wanneer opgewarmd. Door die poreuze structuur heeft zuurstof gemakkelijk toegang tot de oppervlaktedeeltjes van het stof en wordt de geleidbaarheid van de voortgebrachte hittelaag verlaagd. kaarsen. Open vuur en vlammen kunnen te allen tijde explosies inleiden.Tevens kunnen uit veel organische stoffen. reactieve metalen en stof doordrenkt met plantaardige oliën. Spontane opwarming kan in zekere mate beperkt worden door: Materiaal op te slaan in verschillende kleine ruimtes i. bij het legen van een hopper) kan dit ontstoken worden.Werkzaamheden als lassen. afbranden van verf. steenkool. solderen. Een temperatuur. Dit verschijnsel kan verklaard worden door de poreuze structuur van het stof. Het vermijden van open vuur en vlammen is dus noodzakelijk. De hitte kan niet snel worden afgevoerd waardoor de temperatuur van het opgehoopte stof vrij snel stijgt. Door de gasexplosie kan het dak van de silo beschadigd worden. Door een gelimiteerde aanvoer van zuurstof kan een smeulende stofzone koolmonoxide en andere brandbare gassen ontwikkelen. Elektrische motoren commutatoren. voorkomen worden door een vergunning brandgevaarlijke werkzaamheden. Komt deze smeulende stofzone in een stofwolk terecht dan kan een stofexplosie ontstaan. Hierdoor kan opgehoopt stof op bijv.

Scheidingsprocessen onder invloed van de zwaartekracht (b. Bewegende transportband over rollen. Als een opgeladen persoon een geaard of geleidend voorwerp nadert kan een vonkontlading ontstaan die voldoende energie (25 à 40 mJ) bevat om een omringend stofmengsel te ontsteken. Dit verschijnsel bestaat uit ladingsoverdracht indien twee verschillende niet geladen materialen eerst met elkaar in contact worden gebracht en vervolgens weer worden gescheiden. De bekendste vorm is contactelektrificatie.Sleepcontacten en stroomafnemers. Er vindt een ontlading plaats ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 15 . Niet verwisselen van kleding in een zone 20 of 21 (zie hoofdstuk 4 over zonering). Wanneer dit niet mogelijk is zal aangepast. Lopen over isolerende vloeren. Elektrostatische oplading op zich maakt statische elektriciteit nog niet tot een ontstekingsbron. Deze vorm van opladen heet inductie. stofdicht materiaal moeten worden geïnstalleerd. Indien een geleidend en geaard voorwerp wordt blootgesteld aan een elektrisch veld (dat aanwezig is rond een elektrisch opgeladen voorwerp) zal een tegenlading worden geïnduceerd op dit voorwerp. Alleen veiligheidshelmen dragen van niet oplaadbaar materiaal. uitzakken van suspensies). Personen worden alleen opgeladen als zij geïsoleerd opgesteld staan. verliest een isolator of slechte geleider zijn isolerend vermogen. Accumulatie van lading resulteert in een elektrisch veld met een toenemende veldsterkte. Het mechanisme van contactelektrificatie vindt bijvoorbeeld plaats bij transport van poeders door leidingen. bijvoorbeeld op niet geleidende schoenzolen of op een niet geleidende vloer. Hiervoor is het noodzakelijk dat de lading voldoende accumuleert. de zogenaamde doorslagveldsterkte. Oplading via ladingsoverdracht wanneer een opgeladen voorwerp met een niet opgeladen voorwerp in aanraking komt (stofwolken die een voorwerp treffen of er op neerslaan). Er kunnen de volgende additionele maatregelen genomen worden om oplading van personen te voorkomen: Dragen van geleidend schoeisel en kledij. Slechte contacten en onbedoelde onderbrekingen in stroomkringen. zeven). Mechanische processen met poeders (malen. Alleen veiligheidshandschoenen dragen met een doorgangsweerstand van maximaal 108. Kortsluitingen en aardsluitingen.v. Ledigen van papieren of plastic zakken zonder goed geaard te zijn. Boven een bepaalde waarde van deze veldsterkte. Elektrostatische ontladingen: Statische elektriciteit kan op verschillende manieren ontstaan. Voorwerpen kunnen ook worden opgeladen door inductie. Op de eerste plaats dient men te zorgen voor geleidende vloeren. Door storingen kunnen vonken ontstaan in elektrische apparatuur die tijdens normaal bedrijf geen vonken veroorzaakt zoals: Smeltveiligheden. Als algemene preventiemaatregel geldt dat elektrische installaties zoveel mogelijk geweerd dienen te worden uit die delen van de installatie waar explosief stof aanwezig kan zijn. Voorbeelden van industriële activiteiten waarbij elektrostatische opladingen zich kunnen voordoen zijn: Pneumatisch transport van poeders. Ook mensen kunnen op deze wijze opgeladen worden.

23/03/1998) Minder bekende vormen van elektrostatische ontladingen zijn de stortkegelontlading en de glij-ontlading. De nettovonkenergie is daardoor lager dan de opgeslagen energie. Fig. waardoor zich ionisatiekanalen vormen op het oppervlak van de stortkegel. 23/03/1998) Bij alle andere ontladingen zijn minder goed geleidende materialen betrokken waardoor tijdens de ontlading weerstandsverliezen optreden. Fig.3. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 16 . G. Indien dit poeder bestaat uit slecht geleidend en hoog opgeladen materiaal kunnen stortkegelontladingen ontstaan van de geaarde silowand naar de top van de kegel. Grafische voorstelling van een borstelontlading (Arbeidsveiligheid nr. Voor dergelijke ontladingen is in de meeste gevallen een tegenvoorwerp in de vorm van een slechte geleider noodzakelijk. Huys. Huys. Grafische voorstelling van een elektrostatische vonk (Arbeidsveiligheid nr. G.Kluwer Editorial.Kluwer Editorial. Als een poeder gestort wordt in een silo ontstaat een kegelvormige hoop die stortkegel genoemd wordt. Deze ontstaan doordat aan het oppervlak van de stortkegel de doorslagveldsterkte van lucht wordt bereikt.welke verschillende vormen en energie-inhouden kan hebben. De bekendste is de elektrostatische vonk.2.65 Stofexplosies. Dit kan een stofwolk zijn. Een andere soort ontlading is de borstelontlading.65 Stofexplosies. Een vonk ontstaat tussen twee geleidende materialen die een verschillende potentiaal bezitten. De sterkste stortkegelontladingen treden op bij het storten van grofkorrelig materiaal met een deeltjesgrootte van 1 tot 10 mm in aanwezigheid van fijn stof met een lage minimale ontstekingsenergie of in de aanwezigheid van gassen.

Elektrostatische ontladingen kunnen als ontstekingsbron optreden bij stof-luchtmengsels en hybride mengsels wanneer de bij de ontlading vrijkomende energie groter is dan de MOE van het brandbaar mengsel.5. 23/03/1998) Glijontladingen kunnen optreden tussen een geleidende elektrode en een sterk gepolariseerde kunststoffolie. Glijontladingen zullen alleen ontstaan in processen waar een zeer hoge wrijving optreedt zoals bij het pneumatisch transport van poeders. De polarisatie van een folie vindt plaats wanneer tegen of dichtbij een geladen en slecht geleidende folie een geaarde geleider wordt geplaatst.65 Stofexplosies. Huys. Als een sterk gepolariseerde folie wordt benaderd door een geaard voorwerp ontstaat er een borstelontlading tussen de folie en het geaarde voorwerp zeer hoge energie-inhoud. In onderstaande tabel2 is een overzicht opgenomen van de verschillende elektrostatische ontladingsvormen en hun potentieel als ontstekingsbron voor stof-luchtmengsels. Grafische voorstelling stortkegelontlading (Arbeidsveiligheid nr. Een folie is gepolariseerd indien ze aan beide zijden sterk tegengesteld opgeladen is.4.Kluwer Editorial. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 17 . G. G.65 Stofexplosies. Fig.Debeil (mei 1998).Kluwer Editorial. 23/03/1998) Ten slotte bestaat ook nog de bliksemontlading. Er wordt echter aangenomen dat bliksemachtige ontladingen niet optreden in apparatuur op industriële schaal.Fig. Risicoanalyse aangaande stofexplosie in mengvoederbedrijven en maalderijen. Grafische voorstelling van glij-ontlading (Arbeidsveiligheid nr. 2 A. Huys.

m) in een geaarde silo (*) Glij Zoals bij pneumatisch transport tot 3000 Sterk van poeder door een geaarde of geleidende leider voorzien van een dunne niet geleidende coating (*) De sterkste stortkegelontladingen treden op bij het storten van grofkorrelig materiaal met een deeltjesgrootte van 1 tot 10 mm in aanwezigheid van fijn stof met een lage MOE.De voorwerpen met geleidende verf bestrijken. Men kan dan bijvoorbeeld: .462 ( mJ ) met D = diameter van de silo in m d = mediaan deeltjesgrootte in mm Opmerking : voor kunststofsilo’s moet de diameter verdubbeld worden Bliksem: ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 18 .36x d1.000 op verschillende potentiaal staan (dus 1 niet of onvoldoende geaard) ( 25 à 40 mJ ) Vb.Geleidend materiaal inbrengen. opgeladen persoon Corona Zone rond puntige geleiders <1 Weinig waarschijnlijk Borstel Ontlading tussen geleider en <4à5 MOE zal bepalend zijn een niet geleider Stortkegel Slecht geleidend poeder < 25 Minder sterk (weerstand > 1010 Ohm. .Geleidende vulstoffen toevoegen.2: Overzicht van de elektrostatische ontladingen en hun potentieel als ontstekingsbron Type Beschrijving EnergiePotentiële ontlading inhoud in mJ ontstekingsbron voor stof-luchtmengsel Vonk Sterk Ontlading tussen 2 geleiders die tot 10. In de meeste gevallen kan dit niet gerealiseerd worden met een metalen aardverbinding. Merk op dat bij poeder transportsystemen het bestrijken met geleidende verf en het omwikkelen met gaas sterk af te raden is. Tabel 1. Met onderstaande formule kan de vrijkomende energie bij een stortkegelontlading berekend worden E = 5. Soms kan het ook voorkomen dat niet-geleidende voorwerpen met de aarde verbonden moeten worden. eenvoudigste en meest gebruikte preventiemaatregel die in de praktijk wordt toegepast is het elektrostatisch aarden en doorverbinden van geleidende delen van de installatie. De belangrijkste. omdat dan aan de binnenzijde van de leiding gevaarlijke glij-ontladingen kunnen optreden.De omvang van de te nemen maatregelen is sterk afhankelijk van de ontstekingsgevoeligheid van het betreffende stof/lucht mengsel dat ter plaatse kan voorkomen. .22 x D3.

1. Bovendien kan een blikseminslag zeer grote elektrische spanningen. Op de plaats waar deze stromen het object weer verlaten kan zware corrosie ontstaan. zogenaamde overspanningen. Verstoringen van het aardmagnetische veld. Wanneer dergelijke materialen worden opgeslagen in grote hoeveelheden onder enigszins vochtige omstandigheden kunnen micro-organismen een exotherme reactie veroorzaken. Ten slotte kunnen ook elektromagnetische straling in het optische gebied (3x1011 Hz tot 3x1015 Hz). afgaande leidingen en een aardingssysteem. De opvanginrichting zorgt ervoor dat de bliksem opgevangen wordt voordat hij het object raakt. Wisselstroombronnen (hoogspanningstrajecten. Onder zelfverhitting wordt de ontsteking verstaan die optreedt zonder tussenkomst van een vreemde ontstekingsbron zoals een mechanische vonk of heet voorwerp. Door die reactie kan het materiaal lokaal verhit worden tot maximaal 75 ° C. die reeds besproken werden bij de thermische bronnen. Zwerfstromen kunnen voor een deel over een uitgestrekt object lopen. Volgende types kunnen onderscheiden worden: Broei: dit is een reactie die kan optreden in vaste stoffen van organische oorsprong. Een veel toegepaste voorkomingmaatregel is de leidingen en opslagtanks die onderhevig kunnen zijn aan elektrochemische corrosie uit te rusten met een kathodische bescherming. UV-straling. Op deze wijze vormt een zwerfstroom een potentiële ontstekingsbron. laserstraling. Men spreekt van exotherme reacties. zoals wanneer de stof in grote hoeveelheden is opgeslagen en thermisch goed is geïsoleerd.). De afgaande leidingen zorgen ervoor dat de bliksemstroom buiten het object om naar de aarde wordt geleid. De beschermingsmaatregelen tegen bliksem kunnen onderverdeeld worden in uitwendige en inwendige bliksembeveiliging. Een minder bekende exotherme reactie is de zogenaamde zelfverhitting. Boven deze temperatuur sterven de organismen af maar kan een gewone ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 19 . zijn in feite beide chemische reacties tussen een brandstof en zuurstof waarbij warmte vrijkomt. Daar kan een elektrische overslag in de vorm van een vonk plaats vinden die een explosie of brand kan veroorzaken. B. Door geleiding kan deze overspanning verplaatst worden tot ver buiten de directe invloedssfeer van de blikseminslag.v.Bliksem is uiteraard een voor de hand liggende ontstekingsbron van explosies. De stroomsterkte van zwerfstromen kan zeer hoog zijn. Het aardingssysteem zorgt er tenslotte voor dat de bliksemstroom zich goed in de bodem kan verspreiden Zwerfstromen: Zwerfstromen zijn gelijkstromen die zich onbedoeld door de aarde en door metalen constructies bewegen. De uitwendige bliksembeveiliging bestaat uit een opvanginrichting. in het radiofrequentiegebied (104 Hz tot 3x1012 Hz) en ioniserende straling ontstekingsbronnen vormen. zonlicht. Elektrisch lassen (wanneer de massaklem niet in de onmiddellijke nabijheid van de lasplaats is aangebracht). Bij het onderbreken van de stroomkring waarin de zwerfstroom loopt zal dit leiden tot vonkvorming.7. laagspanningsinstallaties. De belangrijkste oorzaken van zwerfstromen zijn: Nabijheid van andere kathodische beschermingssystemen. Zelfverhitting zal in de praktijk optreden bij stoffen die bij lage temperatuur al voldoende warmte produceren en die bovendien die warmte slecht naar de omgeving kunnen afstaan. Dergelijke vorm van corrosie die veroorzaakt wordt door een elektrische stroom die door een object loopt wordt elektrochemische corrosie genoemd. veroorzaken in geleiders. enz.4 Chemische bronnen Open vuur en smeulende stoffen.

Reden daarvoor is het snelle verloop van de chemische reactie bij lage temperaturen. peroxides en ethyleen. door het losraken van onderdelen. Men moet voor elke ontstekingsbron nagaan in welke mate deze zich kan voordoen en ze op de volgende manier classificeren: Ontstekingsbronnen die continu of vaak kunnen voorkomen bij de normale werking van toestellen. door verspanende bewerkingen zijn doorgaans relevant. . Oxidaties: oxidaties treden vooral op bij opgeslagen poeders waarbij smeulnesten gevormd worden die bij omscheppen van de poederhoop een mogelijke ontstekingsbron kunnen vormen voor stof-luchtmengsels die bij dat omscheppen ontstaan.Veroorzaakt door vallende werktuigen zijn enkel relevant bij stof met een zeer lage MOE. slijpvonken en wrijvingsvonken): . Ontstekingsbronnen die in zeldzame omstandigheden kunnen voorkomen ten gevolge van functiestoornissen in toestellen. Ontstekingsbronnen die in zeer zeldzame situaties kunnen voorkomen ten gevolge van zeldzame defecten.195° C in de mengvoederbedrijven . . Pyrofore stoffen zijn stoffen die bij contact met lucht spontaan ontbranden zelfs wanneer er sprake is van een goede warmte afgifte. hooi en melkpoeder kunnen dit gedrag vertonen.Elektrische vonken: zijn doorgaans relevant. door het storten van materiaal in bunkers en silo’s. 1.slijpen). Hete oppervlakken (veroorzaakt door wrijving.v.Veroorzaakt door mechanisch aangedreven gereedschap (boren.5 Praktische betekenis van de ontstekingsbronnen bij de uitvoering van de risicobeoordeling Het vermogen van een ontstekingsbron om een ontsteking te veroorzaken hangt af van de eigenschappen van de aanwezige substanties.lager zijn dan circa 75 ° C beneden de glimtempera tuur van de stoflagen. slippen en andere storingen): Om ontsteking te voorkomen moet de temperatuur van het warme oppervlak: .én 2/3 van de ontstekingstemperatuur van de stofwolken zijn (MOT). Een korte beschrijving van de “energie-inhoud” van de belangrijkste ontstekingsbronnen. Stoffen die bekend staan om hun gevaar van ongecontroleerde ontledingsreacties zijn b.Mechanische vonken ( impactvonken.oxidatie de temperatuur verder doen stijgen tot het materiaal daadwerkelijk gaat smeulen. ongeacht hun grootte. . met name de minimale ontstekingsenergie (MOE) en de minimale ontstekingstemperatuur (MOT). door vreemde voorwerpen. Ontleding: ontledingsreacties kunnen een ontstekingsbron vormen wanneer bij de ontleding warmte vrijkomt. worden tot de actiefste ontstekingsbronnen gerekend en zijn dus altijd relevant.7. Onder andere steenkool. . Indien men niet kan evalueren of een ontstekingsbron kan voorkomen is deze volgens de norm NEN-EN 1127-1:2007 NL permanent aanwezig. Rekening houdend met bovenvermelde veiligheidsparameters betekent dit dat de oppervlaktetemperatuur van elektrische apparaten en de temperatuur van andere warme oppervlakken beperkt moet blijven tot maximaal : .240 ° C in de maalderijen Vlammen en hete gassen: vlammen. IJzersulfide en fijn aluminiumpoeder zijn voorbeelden van pyrofore stoffen. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 20 .

Binnen de apparatuur zullen dergelijke preventieve maatregelen vaak niet uitvoerbaar zijn. Buiten de apparatuur komen preventieve maatregelen. met inbegrip van aangepaste instructies. De noodprocedures. De bekwaamheid.8 PREVENTIE EN BESTRIJDING VAN STOFEXPLOSIES In de Arbeidsomstandighedenbesluit hoofdstuk 3.v < 1 m/s: geen ontstekingsgevaar. maar het hangt af van de veiligheidsparameters van de betrokken stoffen. de opleiding en de informatie van alle werknemers. De keuze en het gebruik van arbeidsmiddelen en van collectieve en persoonlijke beschermingsmiddelen en van werkkleding. De inrichting van de arbeidsplaats. 1. wel in aanmerking. . hakken. De toepassing van een aangepaste veiligheids.5 m/s bedraagt. Deze preventiemaatregelen kunnen betrekking hebben op: De organisatie van de onderneming met inbegrip van de gebruikte werk. Een oxidatiemiddel (in het algemeen zuurstof uit de omgevingslucht). artikel 3. . Het beperken van de gevolgen van een explosie.Veroorzaakt met door handkracht gedreven gereedschap (scheppen.25 mJ (er is wel gevaar voor gloeikernen in stoflagen). paragraaf 2a.5a t/m/ 3.8. Daarin staat vermeld dat het de verplichting is van de werkgever technische en/of organisatorische maatregelen te nemen ter voorkoming van en bescherming tegen explosies volgens volgende grondbeginselen: Het voorkomen van het ontstaan van explosieve atmosferen.v > 10 m/s : ontstekingsgevaar in alle gevallen. De preventie van stofexplosies zal dan ook bestaan uit ervoor te zorgen dat minstens één van deze elementen ontbreekt. Een ontstekingsbron die de nodige energie kan leveren voor het initiëren van de oxidatiereactie.en productiemethodes. het afzetten of opwervelen van brandbaar stof alsook het regelmatig verwijderen van afgezet stof.1 Voorkoming van stofexplosies Om een stofexplosie te kunnen veroorzaken moeten tegelijkertijd op dezelfde plaats aanwezig zijn (ook wel genoemd de branddriehoek): Een brandbare stof in fijn verdeelde vorm.. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 21 . Het vermijden van de ontsteking van explosieve atmosferen. 1. zagen) zijn alleen relevant als MOE < 0. In de zogenaamde Debeil studie (Risicoanalyse aangaande stofexplosie in Mengvoederbedrijven en Maalderijen) wordt gesteld dat er geen gevaar is op vonkvorming bij het loskomen van de metalen bekers van een elevator indien de snelheid van de elevator maximaal 2.en gezondheidssignalering. Uiteraard zal de relevantie afhangen van de snelheid “ v “ van bewegende onderdelen: .5f is de sociale ATEX-richtlijn geïmplementeerd.1 < v < 10 m/s: ontstekingsgevaar zeer waarschijnlijk. hameren. die gericht zijn op het voorkomen van de aanwezigheid.

.De stofwolken in de procesapparatuur zijn minder gevoelig voor ontsteking en explosie. • Plaatsen waar niet te vermijden is dat stof uit de apparatuur ontsnapt. Het risico op een explosie zal significant gereduceerd worden op 2 manieren: . zakkenvulinrichtingen en laad. Stofzuiginstallaties moeten beantwoorden aan de EX norm: o De aanzuigventilator moet beschermd zijn tegen inslag van vreemde voorwerpen.Het middel bij uitstek om explosieve mengsels te vermijden bestaat er in producten te gebruiken die geen aanleiding kunnen geven tot explosies. o De behuizing moet uit onbrandbaar materiaal bestaan.en lospunten. ze te bevestigen met schroeven of klinknagels. De onderdruk moet dan wel bewaakt worden (signalering bij wegvallen). moeten uitgerust worden met een afzuiginstallatie zodat het stof zich niet kan verspreiden. . • Indien mogelijk het werken met stoffige producten in de omgevingslucht vermijden. Verbindingen die wel moeten kunnen worden losgemaakt worden het best uitgevoerd met bout/moer bevestigingen in stevige lekvrije flenzen. Het toevoegen van bijvoorbeeld kleine hoeveelheden minerale plantaardige olie of lecithine aan graanpoeder blijkt efficiënt om stofwolken te vermijden. Dit houdt o.en voedingsnijverheid toegepast. doseringen of monsternames via bedrijfsmatig te openen deksels of luiken. • Afgezet stof moet regelmatig worden verwijderd. Dit kan onder meer het geval zijn ter hoogte van bandtransporteurs.Vermijden van fijn verdeelde brandbare stof: . Als het wegvallen van de onderdruk direct gevaar kan opleveren moet de installatie uitvallen en/of niet kunnen worden ingeschakeld. Dus geen vrije valtrajecten in transportsystemen en geen toevoegingen. • Door enige onderdruk in de installatie te handhaven kan voorkomen worden dat uit openingen stof naar buiten komt. Zo is het onder meer aanbevolen om: ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 22 .v. moeten geaard zijn. Zij dienen zo te worden uitgevoerd dat er zo weinig mogelijk plaatsen zijn waar zich stof kan afzetten en gemakkelijk stofvrij gehouden kunnen worden. inclusief aanzuigslangen en voorzetstukken.Het vrijkomen en de afzetting van fijn stof wordt sterk verminderd. . o De elektrische motoren moeten beschermd zijn tegen indringing van stof.Het toevoegen van vloeistoffen als stofbeheersing wordt wel eens in de graan. in dat constructies van plaatwerk die niet bedrijfsmatig (voor schoonmaken of onderhoud) losgemaakt moeten worden bij voorkeur gelast worden i.Een andere preventieve maatregel bestaat er in buiten de explosiegrenzen van het stof te werken.p. Hierbij mag geen gebruik gemaakt worden van perslucht. Een belangrijke factor die good housekeeping sterk bevordert is de doordachte bouw van de gebouwen en installaties.a. Bijkomend voordeel wanneer de druk lager dan 50 mbar gehouden kan worden is dat de maximale explosiedruk niet boven de 1 bar zal kunnen oplopen. Ter voorkoming of beperking van de aanwezigheid van brandbaar stof buiten de apparatuur kunnen de volgende maatregelen getroffen worden: • Alleen gebruik maken van gesloten en stofdichte apparatuur. o Alle geleidende onderdelen.

8.- Zoveel mogelijk hellende vlakken (onder een hoek van 60° ) toe te passen i. In de praktijk is deze maatregel echter weinig toepasbaar in de mengvoedersector of bij de maalderijen.2 Voorkoming van schade Explosie-onderdrukking: ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 23 . horizontale vlakken.en stortkegelontladingen). Het vermijden van ontstekingsbronnen moet zowel met procedurele (bijv. Ionisatie-apparatuur om statische oplading te elimineren. maar kan bijna nooit voldoende zekerheid bieden om als enige maatregel te mogen gelden. Leidingen en kabels zo kort mogelijk te houden en zoveel mogelijk in te bouwen. glij. Vonkdetectiesysteem eventueel in combinatie met blussing. Vermijden van ontstekingsbronnen: Het vermijden van ontstekingsbronnen is een belangrijke preventieve maatregel. Welke ontstekingsbronnen in een bepaalde situatie wel en welke niet meer gevaarlijk zijn hangt af van de stofexplosiekarakteristieken van het betrokken stof. De overgang tussen muren en vloeren af te ronden. rookverbod) als technische maatregelen (bijv. maar ook hete oppervlakken en spontane opwarming. Het verlagen van het zuurstofgehalte is soms mogelijk binnen de apparatuur en gebeurt in het algemeen door bijmenging van inerte gassen stikstof. Permanente temperatuurscanning op een productstroom met infraroodstraal (bijv. scheefloopbeveiliging in elevatoren en transportbanden). statische elektriciteit (vonk-. Preventieve maatregelen die genomen kunnen worden staan vermeld in hoofdstuk 5 deel B bij de risicoanalyses per toestel. terwijl de maximale explosiedruk en de drukstijgsnelheid zullen dalen. Voor iedere stof bestaat er een zuurstofgehalte waaronder geen ontsteekbaar mengsel meer gevormd kan worden. De minimum ontstekingsenergie en de onderste explosiegrens zullen immers stijgen. Vermijden van zuurstof: Omgevingslucht bevat circa 21% zuurstof.v. Aandachtspunt bij een dergelijke werkwijze dienen storingen te zijn. Voor veel stoffen ligt het gehalte in de buurt van 10%. open vuur en vlammen.v. zijn de belangrijkste ontstekingsbronnen voor stof-luchtmengsels de energierijkere ontstekingsbronnen zoals mechanische en elektrische vonken. Juist op die momenten kan de zuurstofconcentratie plotseling stijgen. koolstofdioxide of zuurstofarme verbrandingsgassen. Daarnaast kunnen ook nog preventieve maatregelen getroffen worden welke de kans op ontstekingsbronnen verkleinen of deze ontstekingsbronnen detecteren waarna ze onschadelijk kunnen worden gemaakt: Aardingscontrolesystemen (b.v. capacitieve of resistieve controle op een silowagen). CO-detectie om smeulbranden te detecteren (b. De inwendige muren van dergelijke gebouwen vlak en afwasbaar uit te voeren. waardoor men binnen de explosiegrenzen komt en vrij snel een klap krijgt.p. detecteren van smeulend heet product op een transportband of transportketting). vroegtijdige detectie van een klomp smeulend product). Daar de meeste poedervormige stoffen een relatief hoge ontstekingsenergie en een relatief lage ontstekingstemperatuur hebben en dat bovendien veel organische producten al smeulen bij een lagere temperatuur dan de ontstekingstemperatuur. Als stof gemengd wordt met lucht die minder zuurstof bevat zal het mengsel minder gemakkelijk ontstoken kunnen worden en minder heftig ontploffen. 1.

luiken. deze te verwachten druk kunnen weerstaan. Compartimenteringmaatregelen zijn dan absoluut noodzakelijk. appendages.5. Bij explosies in aaneengesloten vaten treedt drukopbouw op waarbij de druk heel hoog kan oplopen. Het principe van explosieonderdrukking bestaat erin dat de ontsteking door detectoren gedetecteerd wordt en een beveiligingssysteem in werking gesteld wordt waardoor ofwel de verbranding stopt ofwel de leiding waarin het vlamfront voortloopt afsluit. Drukvaste constructies: Apparatuur en installaties die in staat zijn de hoogste druk die een inwendige explosie kan veroorzaken te doorstaan zonder blijvende vervorming en zonder dat de explosie zich uitbreidt tot de omringende atmosfeer. 1. Proefondervindelijk werd vastgesteld dat de toepassing van explosieonderdrukking een doelmatige en efficiënte bescherming biedt binnen de volgende algemeen geldende grenzen (ref.Onder bepaalde omstandigheden kan verhinderd worden dat de ontsteking van een explosief mengsel zich ontwikkelt tot een explosie die schade kan veroorzaken. Voor drukvaste constructies bedraagt de zekerheidsfactor 1. Explosiedrukontlasting: Om de door een explosie in een apparaat of systeem ontwikkelde overdruk te beperken kunnen explosieluiken en -panelen of breekplaten aangebracht worden. worden drukvast genoemd. instrumentatie. Kluwer en Ten Hagen & Stam): . Deze moeten open gaan of bezwijken bij een zo lage overdruk dat hierdoor geen schade aan het apparaat of de ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 24 . met inbegrip van aansluitingen. Daarom wordt deze beveiligingstechniek slechts toegepast voor relatief kleine en nieuwe installaties. Aangenomen wordt dat de te verwachten maximale explosiedruk circa 10 bar bedraagt.m/s.: Handboek Explosiebeveiliging. Voor ontwerp en vervaardiging kunnen de voor drukhoudende apparatuur geldende voorschriften worden gebruikt (bijv. Daardoor zal de maximaal ontwikkelde explosiedruk een vooraf bepaalde waarde niet kunnen overschrijden en zal bijgevolg geen of slechts beperkte schade aangericht worden. Belangrijk is hierbij op te merken dat de beschermde toestellen de verlaagde explosiedruk moeten kunnen weerstaan en eventuele verbindingen naar andere toestellen ook beschermd moeten worden. Drukstootvaste constructies: Men spreekt van een drukstootvaste constructie wanneer deze constructie wel in staat is de explosie te weerstaan en te verhinderen dat die zich tot de omringende atmosfeer uitbreidt. Men spreekt van explosie-onderdrukking. Ook voor het ontwerp en vervaardiging van dergelijke constructies kan gebruik gemaakt worden van de voor drukhoudende apparatuur geldende voorschriften waarbij gerekend wordt met een zekerheidsfactor gelijk aan 1.Voor poeders met KST = 300 bar.8.Volumes tot ongeveer 1000 m³. Voor drukvaste bouwwijze moet dus alle apparatuur. . BS 5500). maar daarbij wel blijvend vervormd wordt. Over het algemeen is het de regel dat grote installaties niet kunnen worden ontworpen of aangepast om weerstand te bieden aan de maximale explosiedruk. De hoogte van dergelijke drukken is moeilijk te voorspellen en in ieder geval is het moeilijker om de apparatuur voldoende sterk te bouwen. Op dergelijke maatregelen is veel minder directe invloed uit te oefenen door het personeel daar het hier gaat om procestechnische en mechanische veiligheden welke installatiegebonden zijn.3 Beperking van de schade Ter beperking van de gevolgen van explosies kunnen zowel procedurele als technische maatregelen getroffen worden.

De bezwijkdruk van de installatie. De belangrijkste ontlastconstructies zijn: Breekplaten bestaande uit een roestvrij stalen voorgegroefde folie. Indien de ontlasting niet rechtstreeks in de buitenlucht kan plaatsvinden. niet naar bedrijfsruimten of op verkeerswegen. Het oppervlak van de ontlastvoorziening. Het aanbrengen van dergelijke afblaaskanalen heeft wel enkele nadelen: De doorstroming van brandend product is aan weerstand onderhevig. Voor de berekening van deze factor werden een aantal methodes ontwikkeld (bijv. Breekplaten zijn veruit het meest toegepaste systeem voor explosiedrukontlasting. Een apparaat dat door drukontlasting beschermd wordt moet drukvast of drukstootvast zijn uitgevoerd t. Membranen die bestaan uit een raamwerk dat bespannen is met een zeer dunne plastic of metaalfolie. een schouw of buis. Wanneer de explosiedrukontlasting niet naar de vrije atmosfeer of naar een veilige zone kan worden geleid. Deze groef is zodanig gedimensioneerd dat de plaat openbreekt bij de voorziene openingsdruk. De ontlasting moet daarom zoveel mogelijk in de buitenlucht plaatsvinden en altijd in een ongevaarlijke richting zoals via het dak omhoog. kan de explosiedruk mogelijk naar een veilige zone worden afgeleid via bijv. Door turbulentie in de schouw kunnen tegendrukken ontstaan die zelfs hoger kunnen zijn dan explosiedrukken die in gesloten sferische vaten werden vastgesteld. Bij explosiedrukontlasting moet rekening gehouden worden met het uittreden van hete verbrandingsgassen en brandbaar stof. Niet verbrand stof-luchtmengsel kan in de schouw tot ontvlamming komen en het ontluchtingsproces verstoren. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 25 . Het principe van drukontlasting berust dus op het creëren van een zwakke plek in de te beveiligen installatie. de (dp/dt)max -waarde. Dit zijn een soort vlammenfilters (quenchbuizen) waarin de oppervlaktetemperatuur van de vlam verlaagd wordt tot beneden de ontstekingstemperatuur van de brandstof waardoor de vlam gedoofd wordt. kan gebruik worden gemaakt van zogenaamde vlamdovers. vlamverschijnselen en drukontwikkeling.o. de gereduceerde explosiedruk.installatie aangericht kan worden. Mensen en installaties worden zo bedreigd. de Duitse norm VDI 3673). De ontlastopening dient voldoende groot te zijn om de snelheid waarmee de druk in de installatie zal stijgen met uitstroming te kunnen compenseren. Deuren of zogenaamde scharnierende panelen.v. Bij het ontwerp van ontlastopeningen moet daarom aandacht besteed worden aan: De te verwachten snelheid waarmee de druk in de installatie stijgt ten gevolge van een stofexplosie. Dergelijke kanalen dienen dan ook zonder bochten en zo kort mogelijk te worden uitgevoerd. Panelen opgebouwd uit een stijve constructie die in een raamwerk is gevat of veerbelast is. De aanspreekdruk van de ontlastvoorziening.

©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 26 . Dit zal zeker van toepassing zijn wanneer het niet mogelijk is met voldoende zekerheid te waarborgen dat geen ontploffing optreedt en de apparatuur ook niet zo kan worden uitgevoerd dat de ontploffing te beheersen is. . Wegens de enorme drukstoten die hierbij ontstaan moet dit te allen tijde vermeden worden.65 Stofexplosies. . G. 23/03/1998) Scheiding en compartimentering: Installatiedelen waarin explosies kunnen optreden dienen op ruime afstand geplaatst te worden van gebouwen. Indien de stofexplosie van twee kanten kan komen zijn verbindingsleidingen van minstens 12m noodzakelijk. installaties of andere plaatsen waar zich veel mensen kunnen bevinden. Kan de explosie zich verder ontwikkelen en is er voldoende brandstof en lucht aanwezig dan zal de deflagratie steeds in snelheid toenemen.6. De compartimentering kan gerealiseerd worden met behulp van: .Passieve mechanische systemen. Compartimentering houdt in dat de explosie in de verbindingsleiding tijdig wordt gestopt door bijv.Actieve chemische systemen. In bepaalde omstandigheden kan de deflagratie overgaan in een detonatie. In principe mogen alleen personen aanwezig zijn als er geen ontploffingsgevaar bestaat.8) of koelen de vlam af zodanig dat de ontstekingstemperatuur van het onverbrande medium niet meer wordt bereikt (fig. Doorsnede van een vlamdover (Arbeidsveiligheid nr. Huys.Actieve mechanische systemen. De passieve mechanische systemen leiden de vlam af naar een veilige zone (fig. Stofexplosies kunnen zich verplaatsen van een procesonderdeel naar een ander via de verbindingsleidingen tussen de twee procesonderdelen. Bovendien moet de installatie worden omgeven door voldoende stevige muren of wallen die verhinderen dat weggeslingerde delen schade aanrichten.Kluwer Editorial. Voor de meeste technieken geldt dat de minimale lengte van de verbindingsleiding 6 meter moet zijn.Fig. als de installatie buiten bedrijf is.7). het sluiten van een klep of het injecteren van een blusmiddel. Kortere buizen geven eenvoudigweg te weinig tijd om de noodzakelijke maatregelen te treffen. De toegang tot dergelijk geïsoleerd opgestelde installatieonderdelen behoort streng te worden geregeld en tot het strikt noodzakelijke te worden beperkt. bijv.

Fig.7. Fig.7. Rooster voor het afkoelen van de vlam

Fig.8.

Fig.8. Afleiden van de vlam via een explosieslot (Arbeidsveiligheid nr.65 Stofexplosies, G. Huys,Kluwer Editorial, 23/03/1998) Men kan ook gebruik maken van de procesonderdelen, zoals doseerschroeven en draaisluizen, als isolators tegen explosiedoorslag. De massa poeder in een doseerschroef kan bij een juist ontwerp van de schroef voldoende tegendruk leveren om de explosiedruk te weerstaan. Daarvoor wordt het blad van de schroef onderbroken zodat er een soort permanente poederprop aanwezig is. Bij trogvormige schroefbehuizingen moeten in de bovenkant van de trog van plaatselijk baffles voorzien worden om vlamoverslag over de schroef te voorkomen.

Fig.9. Voorbeeld van een doseerschroef die ook dienst doet als barriére (Arbeidsveiligheid nr.65 Stofexplosies, G. Huys,Kluwer Editorial, 23/03/1998)

©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137

27

De draaisluizen fungeren als een soort vlamdover waarbij het vlamfront van de stofexplosie wordt gesmoord in de nauwe spleten tussen de rotor en het huis van de draaisluis.

Fig.10. Schematische voorstelling van een draaisluis (Arbeidsveiligheid nr.65 Stofexplosies, G. Huys,Kluwer Editorial, 23/03/1998) Hoewel draaisluizen een zeer goede barrière vormen tegen stofexplosies hebben ze als groot nadeel dat alleen poeder kan worden doorgesluisd. Wanneer de verbindingsleiding tussen twee apparaten ook lucht moet transporteren kan een draaisluis niet worden toegepast. Een andere mogelijkheid bestaat er in een installatieonderdeel te isoleren door zowel aan de ingang als de uitgang een klep te installeren en de sturing zo te voorzien dat steeds minstens 1 klep gesloten is. De actieve mechanische systemen zullen na detectie in de beginfase de explosie mechanisch isoleren m.b.v. een snelafsluiter zodat de voortplanting van de vlam verhinderd wordt. Gekende voorbeelden zijn o.a. het Ventexventiel, de Iris-klep en bol- en vlinderkleppen.

Fig.11. Voorbeeld van een actief mechanisch systeem (Arbeidsveiligheid nr.65 Stofexplosies, G. Huys,Kluwer Editorial, 23/03/1998)

©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137

28

De actieve chemische isolatiesystemen bestaan uit een detector, een controle-eenheid en een drukvat gevuld met een blusmiddel. Door de snelle injectie van het blusmiddel in de verbindingsleiding wordt verhinderd dat de vlam zich voortplant. Dergelijke systemen worden soms toegepast bij o.m.: De breker- en maalinstallaties; De ingangsdetectie op smeulend product.

Fig.12. Schematische voorstelling van een blusmiddelbarriére (Arbeidsveiligheid nr.65 Stofexplosies, G. Huys,Kluwer Editorial, 23/03/1998) Alle systemen moeten worden voorzien van de nodige controle- en alarmeringsapparatuur om bij storingen een automatische noodstop van de installatie te kunnen realiseren.

Brandbestrijding: Vaak ontstaat brand ten gevolge van een explosie. De schade veroorzaakt door brand kan beperkt worden door De bedrijfsgebouwen oordeelkundig in te delen in brandbestendige compartimenten; Te voorzien in aangepaste en voldoende brandbestrijdingsmiddelen. Uiteraard moet ook voorzien worden in voldoende opleiding van de werknemers voor de bediening van deze brandbestrijdingsmiddelen; Te voorzien in een intern noodplan.

1.8.4 Keuze van de toe te passen preventie- en beheersmaatregelen. Welke maatregelen toepasbaar zijn, zal in de eerste plaats afhangen van de resultaten van de risicoanalyse en dus ook van de zone-indeling. Hierbij zal uiteraard rekening moeten gehouden worden met de algemene preventieprincipes. Maar ook economische criteria zullen meespelen in de keuze van maatregelen. In ieder geval zullen zowel bestaande als nieuwe bedrijven niet alleen de wettelijk opgelegde maatregelen moeten treffen, maar ook alle mogelijke organisatorische maatregelen al dan niet expliciet vermeld in de wetgeving. Niet expliciet in de wetgeving vermelde maatregelen van technische of constructieve aard, maar bijv. opgenomen in normen of andere codes van goede praktijk zoals sectorstudies, kunnen relatief eenvoudig toegepast worden bij het ontwerp van nieuwe installaties. Dit is echter niet zo voor bestaande installaties, waar rekening zal moeten gehouden worden met technische en economische belemmeringen. Twee factoren die telkens terugkomen zijn de kostprijs en de effectiviteit van de voorgestelde maatregel. Afsluitend wordt in onderstaande tabel (tabel 1.3.) op dit gebied een vergelijking

©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137

29

gemaakt tussen enkele van de belangrijkste veiligheidsmaatregelen van technische aard die bestaan op het vlak van de stofexplosieveiligheid. Deze tabel geeft enkel een idee van de gemiddelde waarde van de betrouwbaarheid en de kostprijs van de beveiligingssystemen tegen stofexplosies.

Tabel 1.3: Overzicht mogelijke technische veiligheidsmaatregelen ( 1 = meest gunstig / 5 = minst gunstig.) Systeem Isolatie Opsluiting (druk(stoot)vast ) Drukontlasting Onderdrukking Inertisering Betrouwbaarheid 1 2 Installatiekost nieuw 1 4 Installatiekos t bestaand 5 4 rendement 2 1

3 4 5

2 5 3

1 3 2

3 4 5

©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137

30

Belangrijkste bepalingen van de richtlijn zijn: a. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 31 . naar het artikelnummer van het EG-Verdrag. Ook wordt wel gesproken van ”Atex 137”. De richtlijn diende uiterlijk op 30 juni 2003 in nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen te zijn geïmplementeerd. het nemen van organisatorische en veiligheidsmaatregelen ter verbetering van de gezondheidsbescherming en veiligheid van werknemers. Deze richtlijn wordt wel de ”sociale richtlijn” genoemd. daar hij betrekking heeft op de gezondheid en veiligheid van werknemers. Deze richtlijn wordt volledigheidshalve vermeld. 2. Deze richtlijn wordt wel de ”economische richtlijn” genoemd. waarop zij berusten. de verplichting van de werkgever voor de opstelling en het bijhouden van een explosieveiligheidsdocument. Ten aanzien van dit aspect is de wet niet naar aanleiding van de ATEX-richtlijn aangepast. Richtlijn 1999/92/EG van het Europese Parlement en de Raad van 16 december 1999 betreffende minimumvoorschriften voor de verbetering van de gezondheidsbescherming en van de veiligheid van werknemers.2 NEDERLANDSE REGELGEVING De implementatie in het Nederlandse recht heeft plaatsgevonden door middel van de volgende regelgeving: 1. Arbeidsomstandighedenwet 2007 (Arbowet) Reeds vóór het geven van ATEX-richtlijn 1999/92/EG diende aandacht aan explosieveiligheid te worden gegeven. de indeling van plaatsen in zones waar explosieve atmosferen kunnen voorkomen. was echter reeds geïmplementeerd in het Nederlandse recht (bv. dat kan worden gebruikt op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen. Ook wordt gesproken van ”Atex 95”. die door atmosferen gevaar kunnen lopen. b.2. Richtlijn 94/9/EG van het Europese Parlement en de Raad van 23 maart 1994 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende apparaten en beveiligingssystemen. c. 2.1 WETTELIJK KADER EUROPESE REGELGEVING De regelgeving voor de beperking van stofexplosiegevaar vindt zijn oorsprong in een tweetal Europese Richtlijnen: 1. die van invloed zijn op het ontwerp en de bouw van materieel. 2. daar hij vrijwel geheel bestaat uit voorschriften van elektrische en niet-elektrische aard. De Arbowet 1998 bepaalt in artikel 5 dat in een (explosie)risico-inventarisatie en –evaluatie (RIE) de arbeidsrisico’s voor werknemers schriftelijk dienen te worden vastgelegd. bedoeld voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen. door de invoering van CEmarkering).

Het berust op ATEX-richtlijn 94/9/EG betreffende apparaten en beveiligingssystemen en derhalve niet op de sociale ATEX-richtlijn 1999/92/EG. Zone 20: c. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 32 . d. De bewijslast ligt dan wel bij de gebruiker.1% …). Voorkoming van een explosieve atmosfeer dan wel de ontsteking daarvan dan wel beperking van de gevolgen van een explosie. Nemen van maatregelen voor gevarenzones. Echter. als men op een andere manier minimaal hetzelfde beschermingsniveau kan bereiken dan mag dat ook. Gebied met grote kans op aanwezigheid van een ontplofbaar stof-luchtmengsel (te denken aan > 0. b. De zone-indeling luidt als volgt: a. onder meer. Bij Besluit van 19 juni 2003. de indeling van plaatsen in zones waar explosieve atmosferen kunnen voorkomen. Deze Praktijkrichtlijn behandelt specifiek de gevarenzone-indeling met betrekking tot explosiegevaar en bestaat uit twee delen. Gebied met geringe kans op aanwezigheid van een ontplofbaar stof-luchtmengsel (te denken aan < 0. c. in werking getreden op 30 juni 2003. een uitwerking van de Arbowet. Zone 22: Gebied met voortdurend of gedurende lange perioden ontplofbaar stof-luchtmengsel (te denken aan > 10% van de bedrijfsuren). Omdat elektrische installaties en elektrisch materieel een ontstekingsbron kan vormen is tevens van belang het: 4. waarvan het eerste (NPR 79101)handelt over gasontploffingsgevaar en het tweede over stofontploffingsgevaar (NPR 7910-2).1% … 1010). werd een geheel nieuwe paragraaf over explosieve atmosferen (§ 2a) aan Afdeling 1 van Hoofdstuk 3 over de inrichting van arbeidsplaatsen toegevoegd. Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbo-besluit) Aangepast werd wel het Arbobesluit van 15 januari 1997.4-5 Arbeidsomstandighedenwetgeving. Deze praktijkrichtlijn is opgenomen in de beleidsregels 4. Dat betekent dat er een status aan is gegeven: Als de NPR wordt gebruikt voor de gevarenzone-indeling voldoet men aan de minimumvoorschriften van de wetgeving. 3. Praktijkrichtlijn NPR 7910 Deze richtlijn van het Nederlands Normalisatie Instituut. Het tweede deel van juli 2001 is een nadere uitwerking van NENEN-IEC 61241-10:2004 en betreft voornamelijk de gevaren binnen gebouwen en in het inwendige van apparatuur. De risico-inventarisatie en –evaluatie van gevaren in verband met explosieve atmosferen. In deze paragraaf werd. Zone 21: d.2. dienen te worden vastgelegd in een b. de volgende bepalingen opgenomen: a. Warenwetbesluit Explosieveilig Materieel Dit besluit van 1 augustus 1995 is een uitwerking van de Wet op de Gevaarlijke Werktuigen. Deze gevaren explosieveiligheidsdocument. werd in opdracht van het ministerie van Sociale en Economische Zaken opgesteld door de normcommissie NEC 31 ”Elektrisch materieel in verband met ontploffingsgevaar”. NGG: Gebied waarbinnen geen ontplofbare atmosfeer geacht wordt voor te komen in zodanige mate dat speciale voorzieningen ten aanzien van ontstekingsbronnen nodig zijn.

die op de Arbowet is gebaseerd. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 33 . sub a). Deze toezichtregeling geldt uiteraard ook voor de regelgeving. zoals het Arbo-besluit en de NPRrichtlijn 7910-2. Bij Organisatie-. lid 3.en Volmachtbesluit Arbeidsinspectie 2003 heeft het minister van Sociale Zaken het toezicht op de naleving van wet en regelgeving geregeld (artikel 17.2. lid 1. Mandaat.3 NEDERLANDS BEVOEGD GEZAG Blijkens artikel 24. Deze aangewezen ambtenaren zijn verbonden aan de Arbeidsinspectie. van de Arbowet wijst het minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid toezichthoudende ambtenaren aan uit onder hem ressorterende ambtenaren.

Glimtemperatuur: De laagste temperatuur van een oppervlakte waarbij de daarop gelegen stoflaag spontaan tot ontbranding komt. Hun website bevat een database met stoffen en hun eigenschappen: http://www. TERMEN EN DEFINTIES Hieronder worden de termen en definities weergegeven die in dit rapport worden gebruikt. Gevaarlijk gebied: gebied waarbinnen een ontplofbaar stof-luchtmengsel aanwezig is of kan zijn.de/ifa/de/gestis/stoffdb/index. ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● Atmosferische omstandigheden: condities van de omgeving waar de druk kan variëren tussen 80 kPa en 110 kPa en de temperatuur tussen -20 °C en +40 °C en waar het zuurstofgehalte (21±1)% (volumeprocenten) bedraagt. Hybride mengsel: mengsel van fijn verdeeld brandbaar stof en brandbaar gas met lucht.1% tot 10%). BIA: een Duits instituut (samenwerkend beroepsverband) voor arbeidsveiligheid. met lucht vermengd. OPMERKING: Bij een lagere concentratie brandbaar gas dan 20% van de LEL van dit gas. kan vrijkomen (0. kan het hybride mengsel in de meeste gevallen worden beschouwd als zijnde alleen een stof. Geleidbaarheid: in verband met statische lading. Gevarenbron: plaats waar brandbaar stof kan vrijkomen (als opgewerveld stof of een stofwolk) of waar afgezet brandbaar stof (stofafzetting) kan worden opgewerveld.luchtmengsel. met lucht vermengd. afhankelijk van de waarschijnlijkheid van het aanwezig zijn van een ontplofbare atmosfeer. met lucht vermengd. Beheersbare dikte: stofafzetting die door schoon huishouden tot zodanige dikte wordt beperkt dat geen stofontploffingsgevaar in de ruimte kan ontstaan. kan vrijkomen. mate waarin een stof elektrisch stroom kan geleiden. Directe ontsteking: ontsteking van een ontplofbaar stof-luchtmengsel door een actieve ontstekingsbron.jsp (zie ook voorbeelden in bijlage 4) Bovenste explosiegrens (UEL): concentratie van fijn verdeeld brandbaar stof in lucht waarboven geen ontplofbaar atmosfeer wordt gevormd.Continue gevarenbron: plaats waar brandbaar stof. zodat een ontplofbaar stof-luchtmengsel kan ontstaan. waardoor speciale voorzieningen ten aanzien van ontstekingsbronnen nodig zijn. Een materiaal wordt als isolerend beschouwd als de soortelijke weerstand 108Ωm of de oppervlakteweerstand meer dan 108Ω bedraagt. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 34 . .Primaire gevarenbron: plaats waarvan te verwachten is dat er regelmatig of incidenteel tijdens normaal bedrijf brandbaar stof. een ontplofbaar mengsel kan vormen. Gebied: driedimensionale ruimte. hogere ontploffingsdruk en grotere drukstijgsnelheid dan bij een enkelvoudig mengsel.3.Secundaire gevarenbron: plaats waarvan het niet te verwachten is dat er tijdens normaal bedrijf brandbaar stof. OPMERKING: Op een stof met een geringe geleidbaarheid (isolerend materiaal) kan lading accumuleren (statische oplading). .dguv. . Continue stofafzetting: plaats waar brandbaar stof voortdurend wordt afgezet ofwel een laag afgezet stof gedurende langere perioden aanwezig is (in totaal meer dan 1000 uur per jaar).1%). voortdurend of gedurende lange perioden kan vrijkomen (> 10%). Brandbaar stof: Fijn verdeelde brandbare vaste stof die door opwerveling in lucht onder atmosferische omstandigheden. en indien dit vrijkomen wel gebeurt dan is dat niet frequent en gedurende korte perioden (< 0. Gevarenzone-indeling: indeling van gevaarlijke gebieden in zones. Boven deze concentratie beheert rekening te worden gehouden met mogelijk lagere minimum ontstekingstemperatuur. Geleidend stof: stof met een soortelijke weerstand kleiner dan of gelijk aan 103Ωm.

Maximum explosiedruk van brandbare stof (pmax): hoogste druk die ontstaat bij een ontploffing in een afgesloten ruimte die geheel met het mengsel met de optimale concentratie van de desbetreffende stof en lucht is gevuld.Primaire: plaats waar afzet brandbare stof door regelmatig verwijderen niet langdurig aanwezig is. Onderste explosiegrens (LEL of OEG): concentratie van fijn verdeeld brandbaar stof in lucht waaronder geen ontplofbare atmosfeer wordt gevormd. Stof: kleine vaste deeltjes (<0. maar waarbij de ontsteking en meestal het ontstaan van een stofwolk wordt veroorzaakt door een daaraan voorafgaand proces (bijvoorbeeld broeien. moet een geheel van het openbare net ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 35 . OPMERKING: > 1000 uur per jaar. gruis of vezels. de deeltjesgrootte. met lucht. waarin na ontsteking de verbranding zich verspreidt door het gehele onverbrande mengsel. de deeltjesgrootte-verdeling en de soortelijke massa van dat stof. . . Niet-gevaarlijk gebied (NGG): gebied waarbinnen geen ontplofbare atmosfeer wordt geacht voor te komen in zodanige mate dat speciale voorzieningen ten aanzien van ontstekingsbronnen nodig zijn. onder atmosferische omstandigheden.Goed uitgevoerde en absoluut gewaarborgde ventilatie: wanneer ontplofbare mengsels aanwezig kunnen zijn. zodat geen stofontploffingsgevaar in de ruimte kan ontstaan. Minimum ontstekingsenergie van een brandbaar mengsel (MOE): kleinste energiehoeveelheid van een capacitieve elektrische ontlading. maar eerst enige tijd in de lucht kunnen blijven zweven (inclusief vezels.● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● Indirecte ontsteking: wijze van ontsteken waarbij een stofwolk niet direct wordt ontstoken. Smeultemperatuur: laagste temperatuur van een horizontaal oppervlak waarbij een op dat oppervlak afgezette laag stof van 5mm dikte gaat smeulen. gerelateerd aan de desbetreffende zone. Minimum ontstekingstemperatuur (MOT): de laagste temperatuur van een verhit verticaal oppervlak dat het daarmee in contact komende mengsel van stof en lucht met een optimale concentratie nog juist ontsteekt. Ventilatie . smeulen of brand) Kst-waarde van brandbaar stof: maximale drukstijgsnelheid van de meest ontplofbare stof-lucht mengsel in een bolvormige volume van 1m3. zoals de luchtverversing in een apparaatomkasting of een puntafzuiging. Hierbij wordt onder andere rekening gehouden met de impuls van het vrijkomende stof. Schoon huishouden: het regelmatig controleren en verwijderen van stofafzettingen. Migrerend stof: stofdeeltjes die zo klein zijn en bestaan uit materiaal met een zo lage dichtheid. dat dit stof zich over de gehele ruimte verspreidt. stof en gruis zoals gedefinieerd in ISO 4225). Primaire stofafzetting: plaats waar afgezet brandbaar stof door regelmatig verwijderen niet langdurig aanwezig is (0.5 mm) in de atmosfeer die daaruit door hun eigen gewicht neerslaan. Omvang van de zone: afstand in elke richting van de rand van de gevarenbron tot het punt waar het gevaar. Kunstmatige plaatselijke ventilatie is zo uitgevoerd dat voldoende luchtsnelheid wordt gegenereerd om ter plaatse vrijkomend stof mee te voeren. in de vorm van poeder. geacht wordt niet meer te bestaan. de vorm. Stofafzetting: . Stofwolk: opgewerveld stof.Kunstmatige plaatselijke ventilatie: luchtverversing ter plaatse van. stof. die in staat is om een mengsel met een optimale concentratie van stof met lucht te ontsteken. Ontplofbare atmosfeer: mengsel van brandbare stoffen.en specifiek voor een bepaalde gevarenbron. OPMERKING: gedurende in totaal 0. Normaal bedrijf: situatie waarin het materieel binnen zijn ontwerpparameters werkt.1% tot 10%.1% tot 10%).Continue: plaats waar brandbare stof voortdurend wordt afgezet ofwel een laag af afgezet stof gedurende lange periode aanwezig is.

de tweede in reserve. waarop bij storing van het openbare net automatisch wordt omgeschakeld. tevens geeft deze situatie aanleiding tot een alarm.● ● ● ● onafhankelijke energievoorziening. Eén installatie behoort steeds in bedrijf te zijn. volgt afschakeling van alle niet-explosieveilige elektrische apparatuur. Zone 20: gebied waarbinnen tijdens normaal bedrijf een ontplofbaar stof-luchtmengsel voortdurend of gedurende lange perioden aanwezig is (> 10%). waarna de eerste installatie direct wordt hersteld. te allen tijde voorhanden is. Zone 21: gebied waarbinnen tijdens normaal bedrijf de kans op aanwezigheid van een ontplofbaar stof-luchtmengsel groot is. gebaseerd op frequentie en duur van de potentiële aanwezigheid van ontplofbare atmosfeer (stofafzettingen worden ook in de beschouwing meegenomen). Uitval van de in werking zijnde ventilator start automatisch de reserve.Goed uitgevoerde ventilatie met extra waarborgen: de continuïteit van de ventilatie is gewaarborgd door het dubbel uitvoeren van de ventilatie-installatie. De aanwezigheid van de luchtstroom wordt rechtstreeks bewaakt. . De ventilatie-installatie behoort dubbel te zijn uitgevoerd. Zone 22: gebied waarbinnen tijdens normaal bedrijf de kans op aanwezigheid van een ontplofbaar stof-luchtmengsel gering is en waar dergelijke mengsels slechts kortstondig kunnen bestaan ten gevolge van vrijkomen uit een gevarenbron en/of opwerveling van gedurende langere perioden aanwezig afgezet stof (gedurende in totaal minder dan 10 uur aanwezig brandbaar stof-luchtmengsel per jaar of stofafzettingen die in totaal minder dan 1000 uur per jaar aanwezig zijn). tengevolge van vrijkomen uit een gevarenbron en/of opwerveling van gedurende langere perioden aanwezig afgezet stof (gedurende in totaal 10 tot 1000 uur aanwezig brandbaar stof-luchtmengsel per jaar of stofafzettingen die in totaal meer dan 1000 uur per jaar aanwezig zijn. Indien ook de reserveinstallatie weigert. niet indirect via grootheden als stroomopname of toerental van de ventilatormotor. alsmede van eventuele andere ontstekingsbronnen in de betrokken ruimten. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 36 . waarbij de energie van twee verschillende verdeelinrichtingen wordt betrokken. zoals omschreven onder extra waarborgen. Zones: ingedeelde gebieden.

DEEL B ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 37 .

22 en NGG. Voor het uitvoeren van de gevarenzone-indeling werd geopteerd gebruik te maken van de Nederlandse praktijkrichtlijn NPR 7910-2 (juni 2008): “Gevarenzone-indeling met betrekking tot stofontploffingsgevaar. DE GEVARENZONE-INDELING D. .Het evalueren van de risico’s. RISICOANALYSE 4. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 38 . Om de aard van die maatregelen te bepalen wordt het gevaarlijke gebied ingedeeld in zones.M.2 DEFINITIE VAN DE VERSCHILLENDE GEVARENZONES Een gevaarlijk gebied is een gebied waarbinnen een ontplofbaar stof-luchtmengsel aanwezig is of kan zijn.Preventiemaatregelen die tot doel hebben de schade te beperken (ernstverlagend).Het identificeren van de gevaren voor het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk. maar met deze factor wordt reeds rekening gehouden in de term ontplofbaar stof-luchtmengsel).Preventiemaatregelen die tot doel hebben schade te voorkomen (frequentieverlagend). De evaluatie maakt het mogelijk gefundeerde prioriteiten vast te leggen voor het treffen van preventiemaatregelen. waardoor speciale voorzieningen ten aanzien van ontstekingsbronnen nodig zijn. Onder normaal bedrijf wordt verstaan niet alleen de installaties in het bedrijf. Het indelen van een bedrijf in verschillende zones is een wettelijke verplichting betreffende het welzijn van werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen. waarbij 4 klassen te onderscheiden zijn: zone 20.V. De risico-evaluatie bestaat uit het beoordelen van de vastgestelde risico’s naar frequentie en ernst met als doel een waardecijfer (grootte-orde) toe te kennen aan de risico’s.1 INLEIDENDE BEGRIPPEN OMTRENT RISICOANALYSE Dit hoofdstuk is een handleiding waarmee de fabrikant zijn bedrijf in gevarenzones kan indelen. Bij het vastleggen van preventiemaatregelen dient de prioriteit gegeven te worden aan.Het vaststellen en nader bepalen van de risico’s. 21. maar ook onderhoud en mogelijke storingen. in volgorde van belang: . . Ook hier zullen de identificatie van de gevaren en de risicofactoren de eerste stappen zijn.” 4. . De aanwezigheid van één of meerdere relevante ontstekingsbronnen kan beschouwd worden als risicofactor (strikt genomen zou het zuurstofgehalte ook beschouwd kunnen worden als risicofactor. . De uitvoering van een risicoanalyse op het vlak van stofexplosies zal niet fundamenteel verschillen van de algemene aanpak zoals hierboven beschreven. Een risicoanalyse is: .Preventiemaatregelen die tot doel hebben risico’s te voorkomen (risico-uitsluiting).4. Met betrekking tot stofexplosies kan het gevaar gedefinieerd worden als “de mogelijke aanwezigheid of vorming van een ontplofbaar stof-luchtmengsel”.

wordt het gevaar beduidend groter. 4. 3 Normaal bedrijf: een situatie waarin installaties binnen de ontwerpparameters worden gebruikt ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 39 . Definities: .Welke eigenschappen en afmetingen hebben de gevarenzones. tijdsduur en omstandigheden van voorkomen). Kluwer en Ten Hagen & Stam). NGG: Niet-Gevaarlijk Gebied. Veelal zal de korrelgrootte zich situeren tussen 0. ten gevolge van vrijkomen uit een gevarenbron en/of opwerveling van gedurende lange perioden aanwezig afgezet stof. Om tot de indeling te komen zullen in de risicoanalyse ter opstelling van een zoneringsdossier de volgende vragen moeten worden beantwoord: . en aan stofafzettingen die in totaal meer dan 1000 uur per jaar aanwezig zijn ).3. tijdens normaal bedrijf3. De gevarenzone-indeling is gebaseerd op de waarschijnlijkheid (frequentie en duur) van voorkomen van een ontplofbaar stof-luchtmengsel. Zone 22: is een gebied waarbinnen tijdens normaal bedrijf de kans op aanwezigheid van een ontplofbaar stof-luchtmengsel gering is en waar dergelijke mengsels slechts kortstondig kunnen ontstaan ten gevolge van vrijkomen uit een gevarenbron en/of opwerveling van zelden aanwezig afgezet stof.1 bar me t zuurstofgehalte 21 ± 1 volumeprocent.Welke gevarenbronnen zijn aanwezig en wat is hun aard (frequentie. (daarbij is te denken aan > 10% per jaar). (ref.Brandbaar stof: fijn verdeelde brandbare (= reagerend met zuurstof onder warmteafgifte) vaste stof die door opwerveling in de lucht onder atmosferische omstandigheden een ontplofbaar mengsel kan vormen. . .Stof: kleine vaste deeltjes (<0.3 IDENTIFICATIE VAN POTENTIËLE GEVARENBRONNEN 4. (daarbij is te denken aan ontplofbare stof-luchtmengsels die in totaal minder dan 10 uur per jaar of aan stofafzettingen die in totaal minder dan 1000 uur per jaar aanwezig zijn). (daarbij is te denken aan ontplofbare stof-luchtmengsels gedurende 10 tot 1000 uur per jaar.Atmosferische omstandigheden: verstaat men volgens ATEX 95 de temperaturen van –20° C tot 60° C en drukken van 0.Zone 20: is een gebied waarbinnen. een ontplofbaar stofluchtmengsel voortdurend of gedurende lange perioden aanwezig is.8bar tot 1. Zone 21: is een gebied waarbinnen tijdens normaal bedrijf de kans op aanwezigheid van een ontplofbaar stof-luchtmengsel groot is.karakteristieken . Zakt de deeltjesgrootte onder de 0.concentratie Een gevarenbron is een plaats waar brandbaar stof kan vrijkomen (als stofwolk) of waar afgezet brandbaar stof (stofafzetting) kan worden opgewerveld zodat een ontplofbaar stofluchtmengsel kan ontstaan.1 Brandbaar stof .5 mm).001 mm en 0.1mm.: Handboek Explosiebeveiliging. .1 mm. Gebied waarbinnen geen ontplofbare atmosfeer geacht wordt voor te komen in zodanige mate dat speciale voorzieningen ten aanzien van ontstekingsbronnen nodig zijn.

Men kan in daartoe uitgeruste laboratoria een monster laten onderzoeken. vochtigheid en deeltjesgrootte. Dit moet gebeuren voor iedere gebruiksfase van de apparatuur en installatie. De explosiekarakteristieken worden beïnvloed door de druk. minimale ontstekingstemperatuur (MOT). Deze kunnen ook op de website: http://www.Normaal gebruik.de/ifa/de/gestis/stoffdb/index.2 Systematisch opsporen van de gevarenbronnen Deze aanwezigheid van stof. Per gebruiksfase dient ook nagegaan te worden welke werkzaamheden de operators moeten uitoefenen. glimtemperatuur. Deze parameters zijn terug te vinden in de VIB’s (Veiligheids Informatie Bladen) of MSDS’en (Material Safety Data Sheets). intern transport. intern transport en afvoer) te analyseren.a. kan zowel binnen als buiten de apparatuur voorkomen. defecten en storingen. noodstop). als stofwolk of als afzetting. hoofdstuk 3). opgesteld door de fabrikant van een product) of in de literatuur.dguv.Elke stofsoort heeft welbepaalde eigenschappen zoals korrelgrootte. . Wanneer brandbaar stof aanwezig is. zoals in het BIA-rapport 13/97 “Combustion and explosion characteristics of dusts waarin de explosiekarakteristieken van 4300 brandbare stoffen zijn weergegeven. Hierdoor kunnen literatuurgegevens vaak niet zomaar gebruikt worden. 4.3. opstart. minimale ontstekingsenergie (MOE). ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 40 . Volgende algemene gebruiksfasen kunnen beschouwd worden: . maar te verwachten gebeurtenissen. Stofwolken en afzettingen zijn in de praktijk echter zeer heterogeen waardoor het inschatten van de juiste concentratie moeilijk wordt. zoals werkonderbrekingen (o. . Een explosie is immers slechts mogelijk bij een bepaalde concentratie. etc. Als systematiek om de potentiële gevarenbronnen op te sporen dient men de volledige installatie per eenheidsbewerking (inname grondstoffen. temperatuur.Voorzienbaar misbruik en/of verkeerd gebruik. 2008) staat als praktische hulpmiddel dat een ontplofbare stofwolk herkend kan worden wanneer het zicht minder dan 1 meter bedraagt. In de Nederlandse Praktijk Richtlijn (NPR 7910-2. behandeling en verwerking grondstoffen.Ongeplande.Toevallige en niet-routinematige werkzaamheden zoals het uitvoeren van onderhoud en herstellingen.jsp gevonden worden. . is de volgende logische stap het inschatten van de concentratie. De Europese Norm (EN 1127-1) stelt dat bij aanwezigheid van neergeslagen stof steeds rekening moet worden gehouden met de mogelijke vorming van een explosieve atmosfeer door opwerveling van de stofafzetting. (Voor uitleg over deze begrippen zie deel A.

niet-stofdichte delen (plaatwerk. kleppen. Binnenkant van de stofafzuig. opgeslagen volle zakken. beschadigde behuizingen). Binnenkant van pneumatische transportsystemen (bv. stoffilters.Primaire stofwolk: plaats waar te verwachten is dat er regelmatig of incidenteel tijdens normaal bedrijf brandbaar stof. blowerinstallatie). afblaas. trappen.en stuurkasten.Tabel 4. Buiten de apparatuur: STOFWOLKEN in de omgeving van stortputten. de omgeving van mangaten of andere openingen in silo’s. hoppers en behandelingstoestellen (graantarwereiniger. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 41 .en verzamelinstallaties (cyclonen. vensterbanken. kruimelaars). monsternameen inspectiepunten. Daarbij is te denken aan in totaal meer dan 1000 uur per jaar.en afzakinstallaties.4. overgangen (aanvoer. mengers.en weegbunkers. bijstortpunten. luchtuitlaten. elevatoren). leidingen. koelers. kan vrijkomen. snijder/zifter/schudder. Binnenkant van bulkbeladings. de tijdsduur en de omstandigheden waarin de gevarenbronnen voorkomen. op kabels en kabelgoten.1: Mogelijke gevarenbronnen Binnen de apparatuur: Binnenkant van stortputten. vloeren. Binnenkant van wacht. voedings. voortdurend of gedurende langere perioden kan vrijkomen.De plaatselijke ventilatieomstandigheden in de omgeving van de gevarenbronnen. afzak. met lucht vermengd. flexibele verbindingen. redlers. de zuigerinstallatie. transportsystemen (schroeven. silo’s. Daarbij is te denken aan in totaal 10 tot 1000 uur per jaar. 21.1 De aard van de gevarenbronnen De aard van de potentiële gevarenbronnen is bepaald door de frequentie. ontsnappingskanalen. explosieluiken. filters). . I-profielen). koppelingen (en dan voornamelijk dichtingen met rubberen ringen). 4.en bulkbeladingsinstallaties.Continue stofwolk: plaats waar brandbaar stof. 22 of NGG) zal afhankelijk zijn van: . op horizontale vlakken van apparatuur.De aard van de gevarenbronnen.4 TOEKENNING VAN DE GEVARENZONEKLASSE De klasse van de zone (20.en afzuigpunten. . STOFAFZETTINGEN op constructie-elementen (bv. molens. met lucht vermengd. machines. 4. zeven. ontlastingsopeningen in gesloten transport-systemen. Voor stofwolken worden volgende gevarenbronnen geïdentificeerd: .en afvoerpunt) op een open transportband. koppelingen. persen. .De mate van schoonhuishouden in de omgeving van stofafzettingen.

Daarbij is te denken aan in totaal minder dan 1000 uur per jaar. elk met een aparte voeding. . Voor gevarenbronnen buiten de apparatuur geplaatst in een gesloten gebouw is het belangrijk na te gaan of er kunstmatige plaatselijke ventilatie aanwezig is en wat de bedrijfszekerheid is van die ventilatie. Goed uitgevoerde ventilatie met extra waarborgen: . Een andere factor die van belang is voor de bepaling van de zoneklasse is de ventilatie in de omgeving van de gevarenbronnen. Wanneer een dergelijke wolk wordt ontstoken kan de vlam immers terugslaan in de apparatuur. kan vrijkomen. Voor stofafzettingen : . Daarbij is te denken aan in totaal meer dan 1000 uur per jaar (een stoflaagdikte van 0. Dit is echter niet het geval als de afzuiging uitvalt. 4.Een primaire stofafzetting: dit is een plaats waar afgezet brandbaar stof regelmatig doch slechts gedurende korte perioden aanwezig is.w. Volgens de NPR 7910-2 dienen open gebouwen echter voor wat de ventilatiecondities betreft te worden behandeld als een gesloten gebouw. of een eventueel uitvallen van de ventilatie wordt onmiddellijk automatisch gesignaleerd en alle niet-explosieveilige elektrische apparatuur en eventuele andere ontstekingsbronnen in de betrokken ruimte worden automatisch uitgeschakeld. m. Hierdoor kan de klasse of afmeting van de gevarenzone gereduceerd worden. Dit is niet het geval voor kunstmatige ruimtelijke ventilatie. Dit is echter wel het geval voor plaatsen waar een stofwolk kan ontstaan die rechtstreeks in verbinding staat met de binnenkant van apparatuur. Met open gebouwen worden constructies bedoeld waar dezelfde ventilatieomstandigheden heersen als in de buitenlucht. Een praktische richtlijn is dat gevaar aanwezig is als men zijn voetstappen op de vloer kan zien). dan niet frequent en gedurende korte perioden. een zone-indeling overbodig. Bij uitval van de in werking zijnde afzuiging b. regen en andere weerscondities is in het algemeen in de buitenlucht. Daarbij is te denken aan in totaal minder dan 10 uur per jaar. voor een gevarenbron buiten de apparatuur.Gewaarborgde continuïteit doordat een eventueel uitvallen automatisch wordt gesignaleerd en hersteld. Met kunstmatige plaatselijke ventilatie wordt luchtverversing op de plaats van de gevarenbron bedoeld. Goed uitgevoerde ventilatie: ( = gericht op de gevarenbron) .a.4. Volgende onderscheid wordt gemaakt in het type van ventilatie (definitie zoals opgenomen in de NPR 7910-2): a. Voorbeelden van dergelijke plaatsen zijn de uitlaat van een drukontlastingssysteem en de ontluchting van een stoffilter. met lucht vermengd. Indien dit vrijkomen wel gebeurt. het stof wordt ter plaatse verwijderd door een stofafzuiginstallatie. De zone-indeling zal dan ook mede bepaald worden door de bedrijfszekerheid van de afzuiging.1 mm kan reeds voldoende zijn om een ontplofbaar stof-luchtmengsel te creëren door opwerveling.Een continue stofafzetting: dit is een plaats waar brandbaar stof voortdurend wordt afgezet ofwel een laag afgezet stof gedurende langere perioden aanwezig is. Dergelijke ventilatie kan immers bij de opstart stofafzettingen doen opwervelen en een ontplofbare stofwolk veroorzaken! Wanneer de afzuiging in werking is zal de gevarenzone zeer klein zijn.Gewaarborgde continuïteit door een dubbele afzuiging (1 effectieve en 1 reserve) te voorzien.- Secundaire stofwolk: plaats waarvan het niet te verwachten is dat er tijdens normaal bedrijf brandbaar stof. Indien er een goede ventilatie is wordt de aanwezigheid van stofafzettingen of stofwolken minder waarschijnlijk.2 Ventilatie in de omgeving van de gevarenbron Vanwege het effect van wind. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 42 .

Immers door het toepassen van de praktijk van schoonhuishouden kunnen een aantal stofafzettingszones beperkt worden in omvang en/of zoneklasse. en is in ieder geval alleen maar toegestaan als alle potentiële ontstekingsbronnen uitgeschakeld of voldoende beheerst zijn. Bij voorkeur wordt gebruik gemaakt van stofzuiginstallaties of wordt er nat gereinigd. Goed uitgevoerde en absoluut gewaarborgde ventilatie: Dit houdt in dat er naast een voeding via het openbare net nog een volledig onafhankelijke voeding voorzien is. Deze Flow-schema’s vindt men terug in de bijlage I over zonering. én indien ook deze niet opstart of uitvalt volgt automatische afschakeling van alle niet-explosieveilige elektrische apparatuur en eventuele andere ontstekingsbronnen in de betrokken ruimte.3 Schoonhuishouden De werkgever heeft er alle belang bij dat de stofafzettingen tot een minimum beperkt blijven. Het bedrijf dient zich strikt te houden tot het toepassen van de praktijk van schoonhuishouden. kabelbanen verticaal geïnstalleerd) installeren van een drager op een deur. Deze vorm van “voorwaardelijke zonering” kan ook toegepast worden voor andere maatregelen die de stofhuishouding verbeteren: plaatsen van stofafzuigingen of de bedrijfszekerheid van stofafzuigingen verhogen. Het is aangewezen een logboek met de reinigingsacties bij te houden. start automatisch de reserve op.4. De praktijk van schoonhuishouden dient in interne procedures vastgelegd te worden. 4. zoveel mogelijk horizontale oppervlakken vermijden (geen horizontale I-profielen. warme luchtblazers en ruimtelijke ventilatie zo aanpassen dat geen gevaar bestaat voor opwerveling van stof. In de meeste gevallen is een stoflaagdikte van 1 mm reeds voldoende om een ontplofbaar stof-luchtmengsel te creëren. d. de ventilatiecondities en de mate van schoonhuishouden kunnen de zoneklasses bepaald worden aan de hand van de Flow-schema’s zoals opgenomen in de NPR 7910-2: 2008. Een verklaring terzake kan aan het zoneringsdossier toegevoegd worden. Het reinigen met perslucht dient zo niet verboden dan toch zo veel mogelijk beperkt te blijven. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 43 .c. aanpassen van arbeidsplaatsen zoals dichtmaken van openingen in muren en wanden. Uiteraard mogen ook op hoger gelegen horizontale oppervlakken geen (overmatige) stofafzettingen voorkomen. Bovendien moet een dubbele afzuiging zijn uitgevoerd. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van de GMP+-documenten.4. omkasten van apparatuur. die beantwoordt aan de bepalingen zoals hierboven aangegeven.4 Flow-schema’s ter bepaling van de zoneklasse Op basis van de verzamelde informatie betreffende de aard van de gevarenbronnen. Gelijkwaardig alternatief Dit dient duidelijk beargumenteerd te worden. voorbeeld is de bakken van TL verlichting. waarop automatisch overgeschakeld wordt bij storing van het openbare net. Onder schoonhuishouden wordt verstaan een zodanig reinigingsprogramma dat geen stofafzettingen voorkomen die bij opwerveling kunnen leiden tot een ontplofbaar stofluchtmengsel. Een praktische richtlijn is daarom dat gevaar aanwezig is als men zijn/haar voetstappen op de vloer kan zien. 4. Bij de formulering van de zoneklasse en de zone-afmetingen kan met de praktijk van schoonhuishouden rekening gehouden worden door er bij te vermelden “dit vervalt als de praktijk van schoonhuishouden wordt toegepast”. zodat het traceerbaar en gewaarborgd is.

Opnieuw is het aan te raden via praktijkinspectie de werkelijk vorm en afmetingen van een stofafzetting na te gaan. Daarom is het aan te raden de vorm en afmetingen van een stofwolk te bepalen door eigen observaties (=praktijkinspectie).5. gebaseerd op de NPR 7910-2.5.2 De afmeting van een stofafzetting Wanneer niet aan de eisen van schoonhuishouden wordt voldaan moet de volledige ruimte tot een hoogte van 2 meter worden gezoneerd.5. Indien wel aan de eisen van schoonhuishouden wordt voldaan kunnen de afmetingen van de gevarenzone beperkt blijven tot een geprojecteerd vlak van 3 meter rondom de afzettingsplaatsen.3 Samenvattende tabel afmeting stofwolken en stofafzetting ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 44 . Een overzichtstabel. is hierna bijgevoegd.5 AFMETINGEN VAN DE GEVARENZONEKLASSE 4. Een stofwolk kan echter ook vrijkomen met een puls. Bij installaties waar veel gevarenbronnen aanwezig zijn wordt aanbevolen de gehele installatie met haar omhulling als een gevarenbron te beschouwen. Bij stuivend stof zal er ook verspreiding optreden rondom het emissiepunt.1 De afmetingen van een stofwolk Een stofwolk valt ten gevolge van de zwaartekracht naar beneden. 4. Door luchtverplaatsingen in de omgeving van de gevarenbron wordt het stof ook zijwaarts verplaatst. 4.4. Ook de ventilatieomstandigheden beïnvloeden de vorm van een stofwolk. De zone strekt zich dan uit van de onderliggende stofdichte vloer tot 2 meter boven de stofafzetting.

5. die normaal stofdicht en gesloten zijn en die weinig frequent worden geopend. De sluisruimte wordt ingedeeld in de klasse van de zwaarste geklasseerde aangrenzende zone. . luiken kleppen enz.4 Zonering van aangrenzende ruimtes omwille van stofverplaatsing Stofdichte muren. daken en zonesluizen kunnen als stofdichte afscheiding tussen een gezoneerd gebied en NGG worden beschouwd. De toegepaste deuren. Hiermee kunnen de afmetingen van het gezoneerde gebied worden beperkt. e. De deuren enz. 5 De mogelijke aanwezigheid van een ruimtelijke (kunstmatige) ventilatie wordt niet in beschouwing genomen daar het effect van de mate van ventilatie.Tabel 4. de ventilatieverdeling e. Heeft men toch te maken met stuivend stof dan dient de gehele ruimte beschouwd te worden als gevarenzone. Als zone sluis kunnen worden gebruikt: . kleppen enz. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 45 . waarin zich op dat moment een ontplofbaar stof-luchtmengsel kan bevinden.6. Deze sluis hoeft niet als gevarenbron voor het naastliggende gebied te worden beschouwd. Bij de afbakening van een gezoneerd gebied door stofdichte mechanische structuren (muren enz.v. 4. luiken en kleppen enz.Deuren.d.Dubbel uitgevoerde stofdichte muren. 4 In deze tabel wordt er vanuit gegaan dat het stof weinig of niet verstuivend is. moeilijk te kwantificeren zijn.2: Overzichtstabel afmetingen stofwolken en stofafzettingen STOFWOLKEN (opgewerveld stof )4 Plaats Zone-afmetingen (indicatief) Buiten 1m rondom de afmetingen van de stofwolk. luiken. Open gebouw Behandelen zoals in gesloten gebouw Gesloten gebouw én geen ventilatie 3m rondom de afmetingen van de stofwolk Gesloten gebouw én ruimtelijke 3m rondom de afmetingen van de stofwolk (kunstmatige) ventilatie of goed uitgevoerde (= gericht op de gevarenbron ) kunstmatige plaatselijke ventilatie al dan niet met extra waarborgen én vergrendeld met de installatie Gesloten gebouw én goed uitgevoerde Directe invloedsfeer van de ventilatie kunstmatige plaatselijke ventilatie met absolute waarborg Aangrenzende ruimten Aanwezigheid stofdichte afscheidingen na te gaan STOFAFZETTINGEN Open gebouw Behandelen zoals in gesloten gebouw Gesloten gebouw én geen praktijk van De gehele ruimte tot een hoogte van 2m boven de schoonhuishouden 5 afzettingsplaatsen Gesloten gebouw én praktijk van 3m rondom afzettingsplaatsen en daaronder tot een schoonhuishouden hoogte van 2m boven de stofafzetting Aangrenzende ruimten Aanwezigheid stofdichte afscheidingen na te gaan Voor meer informatie zie NPR 7910-2 paragraaf 5.) kunnen deze structuren worden gebruikt als de rand van het gezoneerd gebied.. Indien de stofwolk rechtstreeks in verbinding staat met de binnenkant van apparatuur. behoren zelfsluitend te zijn en mogen niet in open stand kunnen worden geblokkeerd. Deze zonesluizen worden als gevarenbron voor het naastliggende gebied geschouwd. behoren te zijn voorzien van opschriften die de bijzondere functie van de sluisruimte en de verplichting te sluiten vermelden.

2 Inventarisatie grondstoffen I.9 Gevarenzones Gegevens voor Stamkaart Afdeling I.1 Beschrijving productieproces I.5.1 Neem de checklijst organisatorische maatregelen door II.10 Plattegronden en technische plannen ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 46 .4 Inventarisatie Stofafzetting Gegevens voor Stamkaart Arbeidsmiddel II.3 Plan van aanpak I.8 Motivatie en Beoordeling II. FLOW-SCHEMA: PLAN VAN AANPAK EXPLOSIEVEILIGHEIDSDOCUMENT Ja Ja Ja Bekend met de theorie en wetgeving? Is de fabriek gezoneerd? Bent u in het bezit van een explosieveiligheidsdocument? Nee Neem deel A door Volg de werkwijze van bijlage I deel B Nee Volg de werkwijze bijlage II van deel C Nee Volg de werkwijze bijlage III van deel C H1 theorie I.2 Stamkaart arbeidsmiddel III.2 Neem de vragenlijst door I.7 Alternatieve maatregelen I.3 Inventarisatie Stofwolk I.1 Stamkaart afdeling H2 wet of III.6 Maatregelen technische en organisatorisch I.5 Overige gevarenbron(en) I.

BIJLAGE I: ZONERING ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 47 .

(Ref.1.: NPR 7910-2) Is de stofwolk langer dan 1000 uur/jaar aanwezig ? nee ja Langer dan 10 uur/jaar ? nee ja Continue stofwolk Primaire stofwolk Secundaire stofwolk Goed uitgevoerde kunstmatige plaatselijke ventilatie ? ja Goed uitgevoerde kunstmatige plaatselijke ventilatie ? nee Met extra waarborgen? ja Goed uitgevoerde kunstmatige plaatselijke ventilatie ? ja ja Absolute waarborg ? ja nee nee Met extra waarborgen? nee nee ja nee Zone 20 Zone 21 Zone 22 NGG * NGG = niet gevaarlijk gebied ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 48 . Bepaling van de zoneklasse als gevolg van opgewerveld stof.Figuur I.

2. (Ref.Figuur I.: NPR 7910-2) Kan de stofafzetting een stofwolk vormen ? nee ja Stofafzetting langer dan 1000 uur/jaar aanwezig nee ja Continue stoflaag Primaire stoflaag Schoonhuishouden ? ja nee nee Schoonhuishouden? ja Zone 21 Zone 22 NGG ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 49 . Bepaling van de zoneklasse als gevolg van een stofafzetting.

Het stappenplan bestaat uit negen stappen. dient de tabel I.1 Opbouw Zonering 111 1 Beschrijving procesonderdeel 2 Grondstof soort Stofklasse grondstof 3 Stofwolk : uren/ jaar Aard Stofwolk: Continu. De eerste mogelijkheid is per kolom en de andere mogelijkheid is per rij.1 dient als basis voor de risicoanalyse. tussenproducten.de website: http://www. Hiervoor kan mogelijks ook verwezen worden naar de reeds eerder uitgevoerde stofexplosiestudie in het kader van de milieuvergunning.hvbg.de/e/bia/fac/expl/index. Bij gebruik van een grondstof die niet stofklasse 1 is. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 50 .1 de stofklasse. Stel een inventaris op van de betrokken grondstoffen.html.(deel C).primaire of secundaire Afzuiging: Ja / Nee Afmeting Stofwolk 4 Stofafzetting: uren/ jaar Schoon Huishouden Ja/ Nee Aard Stofafzetting: continu/primaire of secundaire Afmeting Stofafzetting 5 Overige gevarenbron(en) 6 Organisatorische maatregelen: Ja / Nee 7 Alternatieve maatregelen 8 Motivatie & Beoordeling 9 Gevarenzone: 20. Raadpleeg hiervoor: . Nummer de verschillende onderdelen van het proces. Noteer de verschillende procesonderdelen (de verdeling van de fabriek) in de tweede kolom van tabel I. . eindproducten en afvalstoffen. De uitwerking van het stappenplan zal per rij zijn. Of andere documenten waarin het proces beschreven is. De ingevulde tabel I. Stel een beschrijving op van het productieproces. 1.21.de veiligheidsinformatiebladen van de betrokken producten.2 ingevuld te worden.22 en NGG Nr Nr.STAPPENPLAN Tabel I. De bovenstaande tabel is op twee manieren in te vullen. bijproducten. 2. Noteer tevens in tabel I.1. Dezelfde nummering zal bij de risicoanalyse worden gebruikt. de milieuvergunningsaanvraag zelf of het GMP-dossier.

Bepaal voor de gevarenbronnen STOFWOLKEN buiten de apparatuur de aantal uren/ jaar aanwezigheid.4 van deel B. De aard van de gevarenbronnen wordt bepaald door de optredings. mits de stofwolk in verband staat met appartuur. De gegevens dienen ingevuld te worden in tabel I. Over de afmetingen van de gevarenzone kunt u informatie lezen in paragraaf 4. 3.1 kolom 3. Over ventilatie kunt u informatie lezen in paragraaf 4.2 Fysische eigenschappen Minimale ontstekingsenergie (MJ) Bovenste explosiegrens (g/m³) Onderste explosiegrens (g/m³) Minimale ontstekingstemperatuur (° C) Geleidbaarheid (Ohm) Glimtemperatuur (° C) Granulometrische samenstelling (mm) Maximale drukstijgsnelheid (bar/s) Bron vermelding Maximale ontploffingsdruk ( bar ) Productgroep omschrijving Kst waarde Stofklasse Product (en bij welke eenheids bewerking) 3. 3.of vrijkomingsfrequentie ervan na te gaan. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 51 .1 Buiten: Klasse van de gevarenzone is dezelfde als deze van de gevarenbron. de afmeting en de ventilatieomstandigheden in de omgeving van de gevarenbron. Over de afmetingen van de gevarenzone kunt u informatie lezen in paragraaf 4. Voor definities zie paragraaf 4. Voor een gelijkwaardig alternatief dient argumentatie te worden toegevoegd.2 Open of gesloten gebouw: Géén ventilatie: Klasse van de gevarenzone is dezelfde als deze van de gevarenbron. de aard.Tabel I.4 deel B.5 deel B.5 deel B.

3) als leidraad. Bepaal voor de gevarenbronnen “Stofafzettingen” de klasse en afmetingen van de gevarenzones door na te gaan of er al dan niet een praktijk van schoonhuishouden is. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 52 . etc. Gebruik hierbij de checklist (tabel I. Over de afmetingen van de gevarenzone kunt u informatie lezen in paragraaf 4. molens. Identificeer. stortbunker. De gegevens dienen ingevuld te worden in tabel I. Over de afmetingen van de gevarenzone kunt u informatie lezen in paragraaf 4. zakvulinstallaties. .of vrijkomingsfrequentie ervan na te gaan. o ‘goed uitgevoerde ventilatie’ o ‘goed uitgevoerde ventilatie met extra waarborgen’ o ‘goed uitgevoerde ventilatie met absolute waarborg’ . pneumatisch transport. procedures. interne stofafzuiginstallatie.5 deel B.Ga na of de afzuiging een voldoende capaciteit heeft. Daarbij moet gedacht worden aan vrijkomende stofwolken. 4.Ga na wat de bedrijfszekerheid van de afzuiging is.1 kolom 5). Verzamel voor de organisatorische maatregelen de beschikbare schriftelijke instructies.Ga na of de werking van de installatie vergrendeld is met de afzuiging. De aard van de gevarenbronnen wordt bepaald door de optredings. . Ga na of en welke maatregelen (technisch/organisatorisch) getroffen zijn om de vorming van een gevaarlijke explosieve atmosfeer afdoende te voorkomen. .Gelijkwaardig alternatief De klasse van de gevarenzone kan afgeleid worden uit figuur I.1. Verzamel voor de technische maatregelen de beschikbare technische documentatie en attesten. silo. Voor definities zie paragraaf 4.1 kolom 4 5.Ga na of de afzuiging zich in de directe nabijheid bevindt van de plaats waar de brandbare stof vrijkomt.5 deel B. 6. inventariseer de aard van de gevarenbronnen per afdeling (tabel I. overdruk.Kunstmatige plaatselijke ventilatie: . zowel binnen als buiten de apparatuur.4 van deel B. Daarbij dient rekening te worden gehouden met binnen en buiten de apparatuur.

waterdamp. CO2. edelgassen. Inwerken op de brandbare stof: Vervanging van de brandbare stof? Vergroten van de korrelgrootte? Verhogen van de vochtigheid? In alle bedrijfsomstandigheden en ook bij (zeldzame) storingen verzekerd? Toevoegen van pasteuze producten? Geen gevaar voor ontmenging in alle bedrijfsomstandigheden en ook niet bij (zeldzame) storingen? 1. Noteer (summier) de belangrijkste informatie over deze maatregelen bij de beschrijving van de activiteiten van de onderneming (tabel I. en is te allen tijde verzekerd. steenmeel Na-hydrogeencarbonaat): De vorming van een explosief mengsel is onder alle bedrijfsomstandigheden met zekerheid verhinderd.In alle bedrijfsomstandigheden (bv ook bij opstart en stilleggen).3 Nr Checkpunt J N Nvt Getroffen maatregelen / opmerkingen Afdeling 1.registratieformulieren en dergelijke. Hou met deze informatie rekening bij de bepaling van de gevarenzones zoals beschreven in de volgende stappen.1. en de tijdsvertraging voor de inwerkingtreding van geactiveerde voorzorgsmaatregelen?) Is bij de inertisering met waterdamp rekening gehouden met de invloed van condensatie? . Tabel I. of met stofvormige inerte stoffen zoals CaSO4. Is er rekening mee gehouden dat na bijmenging van toereikende hoeveelheden zuurstof of lucht (bijv.1). BINNEN DE APPARATUUR 1.Bij alle storingen (ook diegene die zelden voorkomen). De veiligheidsmarge tussen de experimenteel bepaalde zuurstofgrensconcentratie en de maximaal toelaatbare zuurstofconcentratie is bepaald. .Bij alle storingen (ook diegene die zelden voorkomen). ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 53 . bij uitstoot in de buitenlucht) een inert mengsel niet opnieuw explosief wordt? . (Er is dus rekening gehouden met door een bedrijf en storingen veroorzaakte plaatselijke en tijdelijke schommelingen. Inertisering (met gasvormige inerte stoffen zoals N2.2. ook bij opstart en stilleggen). .In alle bedrijfsomstandigheden (bijv. NH3PO4.

Bij alle storingen (ook diegene die zelden voorkomen). bewaking vochtigheid. Maatregelen voor het verwijderen van stofafzettingen (voornamelijk voorkomen van secundaire stofexplosies) Natte reiniging of centrale ( verdient de voorkeur) of mobiele stofzuiger. .Bij alle storingen (ook diegene die zelden voorkomen).In alle bedrijfsomstandigheden (bijv.Bij alle storingen ( ook diegene die zelden voorkomen).3.3. 2. welke? ( bijv. ORGANISATORISCHE MAATREGELEN ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 54 . omkaste filtermouwen.Nr Checkpunt J N Nvt Getroffen maatregelen / opmerkingen Afdeling 1. MEET – & REGELTECHNIEK (MRT. Voorkomen van stofafzettingen in de apparatuur : Apparatuur constructief zo aanpassen dat stofafzettingen gemakkelijk en veilig kunnen gereinigd worden (bijv. ook bij opstart en stilleggen). Gesloten en dichte apparaten en installaties : Zijn de apparaten / installaties gesloten en dicht? (bijv. . BUITEN DE APPARATUUR 2. Reinigingsprogramma opgesteld (met registratie) Stofafzuigingen na einde van de werkzaamheden nog tijdje laten werken 2. controleren en handhaven van beschermingsmaatregelen ) Wordt ter voorkoming van het ontstaan van een gevaarlijke explosieve atmosfeer gebruik gemaakt van MRT? Zo ja. zuurstof) Heeft de MRT – inrichting een voldoende grote betrouwbaarheid? .In alle bedrijfsomstandigheden (bijv ook bij opstart en stilleggen). Registratie van de reiniging? 3. . inspectieluiken en dergelijke voorzien van veiligheidscontacten): . 4. concentratie inerte stof. 2. in werking stellen.2 Ventilatie en afzuiging : Wordt gebruikgemaakt van ventilatie – of afzuigingsmaatregelen met voldoende capaciteit en bedrijfszekerheid? . openingen in de afzuigleidingen).1.In alle bedrijfsomstandigheden (bijv ook bij opstart en stilleggen).

Wordt gebruik gemaakt van gekwalificeerde medewerkers? Zo ja.Nr Checkpunt Worden organisatorische maatregelen getroffen om de doeltreffendheid van de technische maatregelen te waarborgen? Zo ja welke? . specificeer. Duidt de vastgelegde gevarenzones 20/21/22/NGG aan op de grondplannen en technische plannen (bovenaanzicht en/of zijaanzicht en/of dwarsdoorsnede). 8.Worden de werknemers geschoold? Zo ja. Motiveer en beoordeel wat is ingevuld in de tabel I. Beschrijf zo nauwkeurig mogelijk de vastgelegde gevarenzones.1 kolom 9. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 55 . De gegevens dienen ingevuld te worden in tabel I. . . specificeer. . Hoe wordt verzekerd dat de organisatorische maatregelen ook uitgevoerd worden? J N Nvt Getroffen maatregelen / opmerkingen Afdeling 7.Periodiek en preventief onderhoud? Zo ja. 10.Bedrijfsinstructies? Zo ja. Bij gebruik van gelijkwaardige alternatieven kolom 7 invullen. om tot de gevast gestelde zone-indeling te komen.1. specificeer. Opmerking: De gevarenzone-indeling dient goedgekeurd te worden door de werkgever. specificeer. 9.

DEEL C ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 56 .

Het veranderen van functie of afdeling.Het veranderen of in dienst nemen van nieuwe arbeidsmiddelen.p. . Vermijden / beperken van ontstekingsbronnen in gevarenzones zoals: . .Explosiedrukontlastingsystemen.Interne interventieploeg en intern noodplan.Het in dienst treden (voor aanvang werkzaamheden). RISICOANALYSE ONTSTEKINGSBRONNEN EN MOGELIJKE GEVOLGEN In de zonering is bekeken hoe brandbaar stof weggenomen en beheerst kan worden.Explosieonderdrukkingssystemen. Deze organisatorische beheersmaatregelen moeten eerst uitgevoerd worden om daarna met enige efficiëntie meer toestelspecifieke maatregelen uit te voeren.Rookverbod en een procedure voor het uitschrijven van vuurvergunningen.6. . . én wat hun doeltreffendheid of relevantie is. . elektrische apparatuur. .Aangepaste elektrische apparatuur.Het (ver)plaatsen van elektrische apparatuur buiten de gevarenzones. metalen bakken in een elevator.v.p. .1 ORGANISATORISCHE MAATREGELEN De doeltreffendheid van getroffen (of te treffen) technische maatregelen kan vaak slechts gewaarborgd worden indien een aantal belangrijke en noodzakelijke organisatorische maatregelen voorafgaand is toegepast.en beheersmaatregelen getroffen te worden. arbeidsmiddelen) Tijdens de opleiding dienen ten minste aan bod te komen waar. Hierbij moet uitgelegd worden wat de getroffen en de voorzorgsmaatregelen (organisatorisch en technisch) zijn en wat gedaan moet worden bij noodsituaties. .Het gebruik van kunststofbakken i. hoe en wanneer er explosiegevaar is of kan zijn.Aarden van geleidende delen voor de afvoer van statische elektriciteit.Het gebruik van vonkvrij gereedschap. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 57 . De organisatorische maatregelen die steeds gelden en getroffen moeten worden vooraleer de toestelspecifieke maatregelen genomen worden zijn: a.Het gebruik van pneumatisch gereedschap i. kan nagegaan worden welke ontstekingsbronnen wanneer (tijdens welke gebruiksfase van de installatie en bij welke werkzaamheden) in welke gevarenzone (kunnen) aanwezig zijn. . Voorkomen of beperken van schade zoals: . Vermijden dat de ontstekingsbronnen ook daadwerkelijk actief en effectief kunnen worden zoals: .Het toepassen van een nieuwe technologie (grondstoffen. . Daarmee rekening houdend dienen een aantal preventie. In volgorde van belangrijkheid moeten de volgende maatregelen getroffen worden: 1. Opstellen van een procedure voor de opleiding van de eigen werknemers bij: . Bij het formuleren van beheersmaatregelen moet rekening gehouden worden met een zogenaamde preventiehiërarchie. . 6. In dit hoofdstuk zullen eerst organisatorische maatregelen besproken worden.v. Nu de gevarenzones gekend zijn.Preventief onderhoud van de installaties. 2. 3.

De opleiding wordt op regelmatige tijdstippen herhaald.en veiligheidsinstructies. De werkgever organiseert het toezicht op de naleving van de instructies. én alle overige relevante informatie. schriftelijke procedures en instructies) en wordt geregistreerd. De 2 laatste stappen zijn niet van toepassing voor zaken die een merk van goedkeuring dragen (bv machines met CE-markering). o Werkzaamheden in besloten ruimtes (silo’s.m. De procedure bestaat uit drie stappen: 1. aansluiten op aardingsklem. b. wordt schriftelijk ondersteund (o. c. De bestelbon bij de bestelling dient de eis tot naleving van de vigerende wetten en reglementen inzake veiligheid en hygiëne (en eventueel bijkomende voorwaarden) te bevatten. Beide stappen zijn wel verplicht voor de aanvullende eisen opgenomen in de bestelbon of voor aspecten die niet gedekt worden door dit keurmerk of door die controle. Opstellen van een procedure en instructies voor de inname van nieuwe grondstoffen: De procedure moet voorzien in een controle van de relevante veiligheidsparameters van de grondstoffen. 2. bunkers). 3. slijpen) of de zogenaamde vuurvergunning. De werknemers dienen steeds te kunnen beschikken over de bedienings. Betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen wordt de werkgever verplicht de zogenaamde bestelprocedure bij aankoop en ingebruikname van nieuwe arbeidsmiddelen toe te passen. Ook voor de collectieve en persoonlijke beschermingsmiddelen bestaan analoge wettelijke verplichtingen. Opstellen van een procedure voor de bestelling en het in gebruik nemen van (nieuwe) arbeidsmiddelen (inclusief draagbare en mobiele arbeidsmiddelen) en de collectieve en persoonlijke beschermingsmiddelen. Bij de levering dient een attest meegeleverd te worden waarin de leverancier verklaart dat voldaan is aan de eisen opgenomen in de bestelbon. het ontstoppen van leidingen). ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 58 . stilleggen motor. Opstellen van een procedure voor het uitschrijven van werkvergunningen door een bevoegd persoon: Deze procedure dient voor: o Werkzaamheden met open vlam (lassen. rookverbod) d.of herstelwerkzaamheden (bv. Op die manier wordt voorkomen dat grondstoffen zouden worden verwerkt die ontstekingsgevoeliger zijn zonder dat men daarvan op de hoogte is (bv. Vóór de ingebruikname dient de interne preventieadviseur een verslag op te maken waaruit de naleving blijkt van de vigerende wetten en reglementen inzake veiligheid en hygiëne en de bijkomende voorwaarden opgenomen in de bestelbon. De CE keuring geeft aan dat voldaan is aan de huidige wetgeving. concentratie hexaan in schroot of stofklasse 3 grondstoffen) De instructies voor de inname van de grondstoffen maken melding van: o De gevaren en risico’s bij inname. o De te treffen maatregelen (zoals de plaats van de vrachtwagen. Het doel van deze procedure is te voorkomen dat door de aankoop van arbeidsmiddelen nieuwe en ongekende risico’s in het bedrijf worden binnengebracht. o Eventueel andere (risicovolle) onderhouds.

Daarbij kan gebruik worden gemaakt van de informatie van de fabrikant en bevatten o. o De gevaren. o Alle betrokkenen op de hoogte stellen van het einde van de werkzaamheden. Een passende markering van de arbeidsmiddelen en beschermingsmiddelen moeten verkeerd gebruik uitsluiten.a.en herstelwerkzaamheden (bijv. o Aanvaarding en bevestiging van de afspraak. Procedures voor e.indeling). f. o Wanneer de werkzaamheden beginnen en wanneer ze naar verwachting eindigen. Opstellen van procedures en instructies voor het gebruik van draagbare en mobiele arbeidsmiddelen. Er dient voorzien te worden in de schriftelijke registratie van de uitgevoerde werkzaamheden. en f. arbeidsmiddelen en arbeidsplaatsen. Er zijn schriftelijke instructies opgesteld en toegelicht voor het uitvoeren van onderhouds. het ontstoppen van leidingen).: o Een periodieke visuele controle en een periodieke uitlijning van bewegende delen. o Controle van (het blijven bestaan van) de veiligheid van de installatie. o Het in beslag nemen en weer in gebruik nemen van installaties. Opstellen van procedures en instructies voor onderhoudswerkzaamheden: Volgende procedures dienen voorzien te worden: o Melding en opvolging van defecten en gevaarlijke situaties. kunnen gebundeld worden. g. werkkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen in de gevarenzones: Op die manier wordt verzekerd dat de draagbare en mobiele arbeidsmiddelen en de persoonlijke beschermingsmiddelen aangepast zijn aan de zoneklasse (beschermingsgraad en beveiligingscategorie) waarin ze gebruikt worden. installaties en beveiligingssystemen: Preventieve onderhoudsschema’s moeten storingen voorkomen en de goede werking garanderen. Opstellen van een procedure voor periodiek & preventief onderhoud van arbeidsplaatsen. o Apparatuur en middelen die nodig zijn voor collectieve en persoonlijke bescherming. h. Opstellen van een procedure voor de reiniging van arbeidsplaatsen en -middelen: Dit komt neer op het toepassen van de praktijk van schoonhuishouden (zie ook de gevarenzone. o De noodzakelijke voorzorgsmaatregelen (waarbij de verantwoordelijke persoon de voorzorgsmaatregelen aftekent om te laten zien dat deze maatregelen zijn genomen). arbeidsmiddelen. De reparaties en revisies van elektrische en niet-elektrische apparatuur en beveiligingssystemen (uit de gevarenzones) gebeuren door een bevoegd persoon of firma. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 59 . o Een periodieke controle (of meting) van de elektrische conductiviteit van de verschillende mechanische elementen ten einde accumulatie van statische elektriciteit te vermijden.In de werkvergunning staan minimaal de volgende gegevens: o De locatie en aard van de werkzaamheden. e. o Een smeringsprogramma.

Het hoofddoel van deze procedure is er voor te zorgen dat de werknemers van een bedrijf van buitenaf die werkzaamheden komen uitvoeren een gelijkwaardige bescherming hebben als de eigen werknemers. l. Opstellen van een procedure voor de planning.t. Indien de werkzaamheden plaats vinden in (of in de buurt van) gevarenzones zal aandacht moeten worden besteed aan: o De bijzondere voorwaarden voor de uitvoering van de werkzaamheden. brandbestrijdingsmiddelen. moeten periodiek gecontroleerd worden door een bevoegd persoon. De procedure moet verzekeren dat de controles tijdig uitgevoerd worden. de verwarmingsinstallaties. Opstellen van een procedures in het geval van nood: De werkgever is verplicht een zogenaamd intern noodplan op te stellen waarin duidelijk vermeld wordt wie wat en hoe moet doen in het geval van nood (brand. en (schriftelijk vastgelegde) afspraken m. de noodverlichting e. j. o De specifieke maatregelen ter bescherming tegen het explosiegevaar.i.b. De procedure moet verzekeren dat de controles tijdig uitgevoerd worden en er passend gevolg gegeven wordt aan de vastgestelde afwijkingen. Daarnaast dient ook de bhv geregeld te zijn. Opstellen van een procedure voor de planning. Opstellen van een procedure voor het “Werken met derden“: Hiermee worden werkzaamheden bedoeld waarbij werknemers betrokken zijn van vreemde werkgevers. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 60 . m.d. persluchtvaten en hefwerktuigen moeten periodiek gecontroleerd worden. de waarschuwingsen alarmeringsmiddelen. o De explosiegevaarlijke plaatsen. én dat de eigen werknemers niet blootgesteld worden aan nieuwe (ongekende) risico’s te wijten aan de uitvoering van die werkzaamheden. uitvoering en opvolging van de periodieke controles: Elektrische installaties. Een schriftelijke registratie van de controles en de gevolgen die er aan gegeven worden zijn noodzakelijk. Als geheugensteun staan de bovenvermelde organisatorische maatregelen opgesomd in bijlage III deel C tabel III. Rookverbod: Overal. Hierop kunnen de genomen maatregelen aangevinkt worden. te treffen preventiemaatregelen. Dit noodplan moet toegelicht worden aan de betrokken werknemers en regelmatig worden geoefend. k. stoomtoestellen. er passend gevolg gegeven wordt aan de vastgestelde afwijkingen. In de procedure zal dan ook een wederzijdse uitwisseling van informatie moeten zijn voorzien. explosie). uitvoering en opvolging van de periodieke controles: Elektrische installaties.1 “Extra informatie”. o De te treffen maatregelen in geval van nood of storingen.

Exotherme chemische reacties. Elektromagnetische straling in het optische gebied (3x1011 Hz tot 3x1015 Hz). A.1 Ontstekingsbronnen en hun doeltreffendheid Als de organisatorische maatregelen genomen zijn zal het ook noodzakelijk zijn algemene technische maatregelen te nemen ter voorkoming en beheersing van de ontstekingsbronnen en de explosie-risico’s. 5. De potentiële ontstekingsbronnen zullen m. Elektromagnetische straling in het radiofrequentiegebied (104 Hz tot 3x1012 Hz). En dat de conformiteit van de elektrische installaties en toestellen in de gevarenzones moet worden nagegaan. De eerste 7 categorieën zijn de belangrijkste en de meest voorkomende ontstekingsbronnen. kunnen we ons omwille van het bovenstaande beperken tot het opvragen van het controleverslag van de elektrische installaties en toestellen in de gevarenzones. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 61 . 8. 10. 6.2 Maatregelen bij niet-productietoestellen en installaties Daar het Nederlands en Europees recht oplegt dat: Er in de gevarenzones enkel aangepaste elektrische installaties en toestellen mogen worden gebruikt. Statische elektriciteit. 2. 6. zoals de minimale ontstekingsenergie van stofwolken. De veiligheidsparameters van de betrokken brandbare stof. eerst moeten worden geïnventariseerd.z. Ultrasoon geluid.a. Voor nadere uitleg over de betekenis van deze begrippen wordt verwezen naar hoofdstuk 2 van Deel A van deze handleiding.2. veroorzaakt door de vast opgestelde elektrische apparatuur en installaties. te wijten aan de vast opgestelde elektrische installaties en apparatuur. De aard en omvang van die technische maatregelen zal in de eerste plaats bepaald worden door de aard van de (potentiële) ontstekingsbronnen. zonder afwijkingen) en actueel controleverslag betreft. 3.2.2 ALGEMENE TECHNISCHE MAATREGELEN 6. 12.w.w. Een belangrijk criterium dat de aard en de omvang van de te treffen technische maatregelen bepaalt is de doeltreffendheid of relevantie van de ontstekingsbronnen. Zie stap 2 van de zonering. 13. kunnen en mogen we er vanuit gaan dat de elektrische ontstekingsbronnen. De doeltreffendheid van een ontstekingsbron is afhankelijk van: De energie-inhoud van de ontstekingsbron. 4. 9. Schokgolven en stromende gassen. Mechanische vonken en lasvonken. Zwerfstromen en kathodische bescherming.materieel. Bliksem. 11. Ioniserende straling. Vlammen (open vuur ) en hete gassen. voldoende beheerst zijn. Hete oppervlakken. Elektrische installaties en . de glimtemperatuur van stofafzettingen en de zelfontstekingstemperatuur van stofwolken. Maatregelen voor vast opgestelde elektrische apparatuur en installaties Voor de elektrische ontstekingsbronnen. Indien het een blanco (d. Overeenkomstig NEN-EN 1127-1:2007 NL worden 13 soorten ontstekingsbronnen onderscheiden: 1.6. 7.

Afwijkingen die niet op korte termijn kunnen weggewerkt worden dienen samen met de te treffen maatregelen opgenomen te worden in een plan van aanpak zie tabel II. .Aftak.Looplampen.3 Deel C.De technische informatie van de apparatuur te verzamelen. Om voldoende zekerheid te hebben over de actualiteit en volledigheid van het controleverslag.Radio. .Verlichtingstoestellen. De risicoanalyse zelf houdt in dat moet worden nagegaan of de arbeidsmiddelen. .Mobiele afzuiging. toestellen en beveiligingsystemen: Een geschikte IP-graad hebben (afhankelijk van de zoneklasse waarin ze gebruikt worden).Na te gaan of ze beantwoorden aan: o De voorschriften opgenomen in de artikels 111-113 van het Nederlands en Europees recht (zie ook rubriek 3. hefwerktuigen zoals een takel. . . beveiligingssystemen.Onder de vast opgestelde elektrische installaties en toestellen wordt verstaan: .Motoren.en communicatieapparatuur. .en aansluitdozen.w.Verlengkabels. p. Maatregelen voor de verplaatsbare elektrische apparatuur die gebruikt worden in de gevarenzones Daar dergelijke toestellen bijna uitsluitend aanleiding kunnen geven tot elektrische ontstekingsbronnen (vonken en warm oppervlak) volstaat het: . én om te kunnen voldoen aan de aantoningsplicht is het absoluut noodzakelijk dat in het controleverslag duidelijk en ondubbelzinnig omschreven is over welke apparatuur het gaat. Met de verplaatsbare elektrische apparatuur worden o. . B. Indien geen blanco controleverslag (d. o De Economische ATEX-richtlijn indien ze voor het eerst in gebruik genomen werden na 30/06/03 (zie ook Hoofdstuk 3 van deel A van deze handleiding).Elektrisch aangedreven stofzuiger.4.m.Elektrisch aangedreven handgereedschap. . Een geschikte maximale oppervlaktetemperatuur (afhankelijk van de glimtemperatuur en de ontstekingstemperatuur van het stof). er zijn afwijkingen) kan worden overgelegd dienen de vastgestelde afwijkingen (zo snel mogelijk) weggewerkt te worden en dient een nieuwe controle van de elektrische apparatuur en installaties in de gevarenzones uitgevoerd te worden.en regelapparatuur. 30 van deel A van deze handleiding). .Elektrische heftruck of transpalet.Meet. bedoeld: .Schakelende toestellen. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 62 .z. . . Daarnaast dienen voor de elektrische apparaten en installaties in de gevarenzones die pas na 30/06/03 in gebruik genomen werden de nodige EG-verklaringen van overeenstemming met de ATEX 95-richtlijn kunnen worden overgelegd.Verwarmingstoestellen. .Silolift. .De toestellen en hun identificatiegegevens te inventariseren.Meet. . .

Hiervoor werd het volgend classificatiesysteem6 gebruikt: Tabel 6.html) 6 ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 63 . C.3 deel C. toestellen en beveiligingssystemen die pas na 30/06/03 voor het eerst gebruikt werden (afhankelijk van de zoneklasse waarin ze gebruikt worden). 2. nutsvoorzieningen.safetynet.de/EC-Projects/Rase. Een inschatting van de frequentie van optreden van de ontstekingsbron. http://www.d. toestellen of beveiligingssystemen Bovenstaande werkwijze kan ook worden gevolgd voor vaste en verplaatsbare arbeidsmiddelen. Ook voor die arbeidsmiddelen.2. De mogelijke oorzaken van optreden.Een geschikte beveiligingscategorie voor die arbeidsmiddelen. Daar het hier kan gaan om zeer uiteenlopende arbeidsmiddelen. toestellen en beveiligingssystemen die pas na 30/06/03 voor het eerst gebruikt werden. - 6.3 Risicoanalyses van productietoestellen en installaties 1. De gevarenzones gemarkeerd zijn. Voorzien zijn van de voorgeschreven markeringen en vergezeld gaan van de voorgeschreven EG verklaring van overeenstemming voor die arbeidsmiddelen. toestellen en beveiligingssystemen en verschillende types ontstekingsbronnen is het bijna onmogelijk om hiervoor een aantal algemeen geldende en eenvoudige voorschriften op te stellen.1: Frequentie ontstekingsbronnen Waarschijnlijkheid Veelvuldig (V) Waarschijnlijk (W) Toevallig (T) Weinig waarschijnlijk (WW) Onwaarschijnlijk (O) Specifieke kenmerken Komt frequent voor Komt regelmatig voor gedurende levensduur Komt wel eens voor gedurende levensduur Onwaarschijnlijk maar mogelijk gedurende levensduur Hoogst onwaarschijnlijk gedurende levensduur Overgenomen van het Europese RASE – project (Risk Assessment of Unit Operations and Equipment. toestellen en beveiligingsystemen die in de gevarenzones (kunnen) worden gebruikt én niet behoren tot de eigenlijke productie-installaties én nog andere dan elektrische ontstekingsbronnen kunnen veroorzaken. Vastgestelde afwijkingen dienen samen met de te treffen maatregelen opgenomen te worden in een plan van aanpak zie tabel II. niet-aangedreven handgereedschap e. Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan heftrucks of andere transportvoertuigen die rijden op diesel of LPG. toestellen en beveiligingssystemen zal dus een inventaris opgesteld moeten worden. Maatregelen voor overige arbeidsmiddelen.

Het is de verantwoordelijkheid van de werkgever om te beslissen of en welke (bijkomende) ernstverlagende maatregelen zullen worden genomen.000 à 100. . Indien de werkgever beslist om één of meerdere ernstverlagende maatregelen in te voeren dient hij deze op te nemen in het actiepan voor regularisatie zie tabel II. statistische zekerheid dat er nooit een stofexplosie zal optreden. en indien dat niet mogelijk is de schade te beperken. Zie tabel II. De mogelijke ernst van de gevolgen van een stofexplosie zal bepalend zijn of (nog bijkomende) ernstverlagende maatregelen dienen te worden genomen. Vervolgens werd voor ieder toestel of installatie vastgelegd welke frequentieverlagende maatregelen er moeten worden genomen.3 deel C.De aanwezigheid van personen en hun aantal.000.De eigenschappen van de toestellen en installaties (bijv. .De veiligheidsparameters van de betrokken stoffen (de maximale explosiedruk en de explosieklasse). buiten of midden in de fabriek). volume van een silo). Tabel 6.000 of meer Eén dode 100. .3.2: Ernst van een explosie Ernst Catastrofaal Zeer ernstig Kritisch Marginaal Incidentenomschrijving Naar personen Naar installaties Talrjjke doden 1. In ieder geval heeft de werkgever de wettelijke verplichting schade ten gevolge van een explosie zo veel mogelijk te voorkomen. .3 deel C. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 64 . Maar zelfs dan hebben we geen absolute.De plaats van de installaties (bijv.000 à 1.000.De toestellen en installaties die verbonden zijn met het beschouwde toestel.000 € Merk op dat het in deze fase van de studie de bedoeling is dat de ernst van een explosie wordt bepaald voor de “onbeveiligde toestand”. Vastgestelde afwijkingen dienen samen met de te treffen maatregelen opgenomen te worden in een plan van aanpak. Bij voorkeur wordt in de studie ook geargumenteerd waarom een bepaalde maatregel wordt getroffen. Per toestel wordt een aantal mogelijke ernstverlagende maatregelen opgesomd.000 € Zware letsels 10. De ernst van een mogelijke explosie zal onder meer worden bepaald worden door: .000 € Beperkte letsels < 10. De doeltreffendheid of relevantie van de ontstekingsbron. Door alle bovenvermelde preventiemaatregelen te nemen en toe te passen zal de kans op een stofexplosie aanzienlijk verkleind worden.

3. ..2. Beschrijvend gedeelte van de procédés en/of activiteiten 1. Dit zijn de Stappen 3 t/m 9 van deel B en Stap 10 de grondplattegronden en de technische plannen. Wettelijk kader en betrokken personen Verzamel de voornaamste algemene administratieve gegevens van de onderneming (naam.7. Inhoud explosieveiligheidsdocument: 1. Technische maatregelen TER BESCHERMING TEGEN HET ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 65 . RISICOANALYSE / GEVARENBRONNEN EN ZONERING 3. Hieronder is de korte inhoudstabel van het explosieveiligheidsdocument weergegeven met een praktische beschrijving over hoe men dit document samenstelt. Referentiedocumenten en definities 3.1. 3.De ingevulde stamkaart (tabel II. aantal werknemers. Uit het document moet ondermeer blijken dat de explosierisico’s geïdentificeerd en beoordeeld zijn en dat afdoende maatregelen genomen zullen worden.2.Het meest recente controleverslag van de elektrische installaties in de gevarenzones. RISICOANALYSE / INVENTARISATIE EN ONTSTEKINGSBRONNEN EN EXPLOSIERISICO’S EVALUATIE VAN DE Breng de hieronder vermelde documenten onder in de rubriek “Risicoanalyse / inventarisatie en evaluatie van de ontstekingsbronnen en explosierisico’s” : .1. Ook de gevarenzone – indeling vormt een onderdeel van het document.Organisatorische maatregelen per afdeling. intern preventieadviseur. EXPLOSIEVEILIGHEIDSDOCUMENT De werkgever heeft de verplichting om een explosieveiligheidsdocument op te stellen. 5. Stroomschema 1. BESCHRIJVING OPSLAGPLAATSEN EN HET PRODUCTIEPROCES 1.Lijst verplaatsbare en vastopgestelde elektrische apparatuur per afdeling..2. 2. Organisatorische maatregelen 5.1. Gebouw – en ruimteaanduiding 1. Gevarenzone – indeling ( zone en afmetingen ) Breng de opgestelde gevarenzone-indeling onder in de rubriek “Risicoanalyse / Gevarenbronnen en zonering”.1 deel C). GETROFFEN MAATREGELEN EXPLOSIEGEVAAR 5. .1. Algemeen 1.) en ook één of meerdere grondplannen en breng ze onder de rubriek “Administratieve gegevens”. Inventarisatie van de potentiële gevarenbronnen 3.adres. . bedrijfsleider. 4. Tabel veiligheidsparameters van de betrokken stoffen Breng de opgestelde beschrijving van het productieproces (Stap 1 en Stap 2 van het stappenplan deel B) onder in de rubriek “Beschrijving opslagplaatsen en het productieproces”. ADMINISTRATIEVE GEGEVENS 1.3.3.2.

1 of II. instructies. registratieformulieren en verslagen opgesteld in het kader van de getroffen organisatorische maatregelen.Alle beschikbare attesten en EG – verklaringen van overeenstemming van de apparaten en beveiligingssystemen die (kunnen) gebruikt worden in de gevarenzones.3 ‘Plan van aanpak’ onder in de rubriek “Actieplan met te nemen maatregelen”. HANDTEKENING EINDVERANTWOORDELIJKE(N) 9. BEHEER VAN HET EXPLOSIEVEILIGHEIDSDOCUMENT Uiteraard is het de bedoeling dat het explosieveiligheids-document actueel gehouden wordt. evacuatiewegen nooduitgangen) Bijlage 2 : Stroomschema van het procédé met vaste brandbare stoffen Bijlage 3 : Veiligheidsinformatiebladen van de betrokken stoffen Bijlage 4 : Zoneringstekeningen – stofontploffingsgevaar Bijlage 5 : Organisatorische maatregelen – stofontploffingsgevaar Bijlage 6 : Technische maatregelen – stofontploffingsgevaar & ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 66 . BIJLAGEN Bijlage 1 : Plannen (plattegrond. . ACTIEPLAN MET TE NEMEN MAATREGELEN Breng de ingevulde tabel II. opstellingsschema.2 deel C). .Een overzicht van de getroffen technische maatregelen die genomen zijn per afdeling en per arbeidsmiddel (tabel II. Bij het vastleggen van de deadlines dient rekening gehouden te worden met de volgende bepaling “vanaf 30/06/03 mogen installaties.Breng de hieronder vermelde documenten onder in de rubriek “Getroffen maatregelen ter bescherming tegen het explosiegevaar” : . apparaten. 8. 6. beveiligingssystemen en alle erbij horende verbindingsstukken die worden gebruikt of ter beschikking gesteld van de werknemers slechts in bedrijf worden genomen of gehouden wanneer uit het explosieveiligheidsdocument blijkt dat aan het gebruik ervan geen explosiegevaar verbonden is”.De schriftelijke procedures. Stel daarom een beheerder aan en voer een periodieke evaluatie van het document in. 7.

FLOW-SCHEMA: PLAN VAN AANPAK EXPLOSIEVEILIGHEIDSDOCUMENT Bekend met de Neem deel A door Ja Nee Is de fabriek Ja Nee Bent u in het bezit van een Nee Ja Volg de werkwijze van bijlage I deel B Volg de werkwijze bijlage II van deel C Volg de werkwijze bijlage III van deel C H1 theorie I.8 Gevarenzones Gegevens voor Stamkaart Afdeling I.2 Neem de vragenlijst door I.3 Gevarenbronnen Gegevens voor Stamkaart Arbeidsmiddel II.2 Stamkaart arbeidsmiddel III.1 Stamkaart afdeling H2 wet of III.8.1 Neem de checklijst organisatorische maatregelen door II.3 Plan van aanpak stofwolke I.1 Beschrijving productieproces I.7 Openingen in gevarenzone I.2 Inventarisatie grondstoffen I.9 Plattegronden en technische plannen ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 67 .6 Klasse en afmeting stofafzetting I.4 maatregelen (technisch/ organisatorisch ) I.5 Ventilatie omstandigheden - II.

BIJLAGE II: RISICOANALYSE ONTSTEKINGSBRONNEN EN EXPLOSIEGEVAAR ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 68 .

Nr. Algemene gegevens Functie arbeidsmiddel Datum in dienst Technische documentatie J / N Aanwezigheid handleiding J / N Aanwezigheid instructiekaart J / N Zone machine Zone omgeving IP-graad motor Risico identificatie potentiële ontstekingsbronnen Bronvermelding Beschermingswijze Mogelijke ontstekingsbronnen Relevant Oorzaak Frequentie Toegepaste bescherming Omschrijving Organisatorische maatregelen Technische maatregelen Opmerking ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 69 . Arbeidsmiddel Identificatie Uren/Jaar Product: gemengd Stofklasse Extra borging Afzuiging nummer of grondstof Tabel II.1: Stamkaart Afdeling Stamkaart Explosieveiligheidsdocument Afdeling: Algemene gegevens Zone + argumentatie Organisatorische maatregelen + argumentatie Productielocatie: Nr.1a: Stamkaart Afdeling Stamkaart Explosieveiligheidsdocument Arbeidsmiddel: Afdeling: Productielocatie: Nr.Tabel II.

m/s) Minimum ontstekingsenergie (mJ) Minimum ontstekingstemperatuur (ºC) Maximale oppervlaktetemperatuur 2/3 van de minimum ontstekingstemperatuur (ºC) Explosiegrenzen LEL Productie uren op jaarbasis Risico identificatie Potentiële Relevant Frequentie Ernst ontstekingsbronnen Ja/nee Spontane reactie Hete oppervlakte Vlammen.Tabel II. hete deeltjes Mechanische vonken Slijp en lasvonken Elektrische energie Statische elektriciteit Bliksem Zwerfstromen Elektrische magnetische straling Hybride mengsel Stofklasse Brandklasse CE Oorzaak Risicobepaling Opmerkingen Zone machine Zone omgeving Verantwoordelijk voor zone indeling: Naam: Afdeling: Toegepaste bescherming Motoren Explosiebeveiliging Afzuiging Reiniging Aanduiding ontploffingsgevaar Onderhoudsprogramma Vergunningssysteem Omschrijving IP Opmerking ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 70 .2: Stamkaart Arbeidsmiddel Stamkaart Explosieveiligheidsdocument Arbeidsmiddel: Afdeling: Locatie: Nr. Algemene gegevens Functie arbeidsmiddel Datum in dienst Technische documentatie J / N Aanwezigheid handleiding J / N Aanwezigheid instructiekaart J / N Omschrijving product(en) Deeltjes grootte (mm) Vochtgehalte (%) Kst Waarde (bar. hete gassen incl.

5) Vul de algemene gegevens is.2 deel C.1 Checklist “Organisatorische Maatregelen” (Bijlage III. aanwezigheid van een explosieve atmosfeer in een aantal uren/jaar.3 “Plan van aanpak”.1 (bijlage I. 6) Vul de rest van de stamkaart in aan de hand van paragraaf 1. Dit dient overeen te komen met de gegevens in tabel II. deel B).3 deel C. Hieronder staan de stappen voor tabel II. 7) Neem eventuele afwijkingen samen met de te treffen maatregelen op in de tabel II. Ook de ernstverlagende maatregelen die zullen worden getroffen dienen te worden opgenomen in de tabel II. deel C). Bij deze tabel wordt meteen op arbeidsmiddenniveau ingezoomd. productielocatie en nummer van het arbeidsmiddel.1 en tabel II. Daarnaast vaste en verplaatsbare overige arbeidsmiddelen. De eerste methode (tabel II. deel C). Maak gebruik van de informatie uit bijlage I deel B. deel C) invullen met de gegevens uit tabel I.1 (bijlage II. Verzamel de beschikbare documenten zoals procedures. Noteer per arbeidsmiddel de volgende kenmerken.1a) bouwt verder op de zonering van deel B.1 deel C.1 en tabel II. instructies en registratieformulieren.3 (bijlage II. of verzamel de verwijzingen naar die documenten.Praktische werkwijze Met behulp van de informatie uit deel C van de handleiding en met behulp van de formulieren uit deze bijlage ‘Bijlage Risicoanalyse ontstekingsbronnen en explosiegevaar’: is een risicoanalyse uit te voeren. Arbeidsmiddelen zijn vast opgestelde en verplaatsbare elektrische apparatuur en installaties in de gevarenzones. 3) Noteer per afdeling de aanwezige arbeidsmiddelen. 4) Noteer in tabel II. afdeling. Voor fabrieken die geen duidelijk scheiding hebben tussen de procesonderdelen is tabel II. 2) Doorloop de tabel III. toestellen en beveiligingssystemen die opgesteld staan of (kunnen) worden gebruikt in de gevarenzones en die niet behoren tot de eigenlijke productie-installatie. Eventuele vastgestelde afwijkingen dienen samen met de adviserende maatregelen opgenomen te worden in het “Plan van aanpak” zie tabel II.1a deel C het arbeidsmiddel. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 71 . Daarnaast is deze methode geschikt voor fabrieken die duidelijke afscheidingen hebben tussen de verschillende procesonderdelen.2 geschikt om te gebruiken. Deze lijst dient gebruikt te worden als geheugensteun voor mogelijk te nemen maatregelen. stofklasse en de aanwezigheid van een extra borging. het identificatienummer. 1) De eerste stap is per afdeling tabel II.1a vermeld hoe men te werk dient te gaan. de aanwezigheid van gemengd product of grondstof. In deze handleiding zijn twee methodes aangeboden om de risicoanalyse te maken. Per arbeidsmiddel/ groep dient een aparte kaart ingevuld te worden.

3: Plan van aanpak Nr Afdeling Punt van aandacht Verantwoordelijke Uitvoerings termijn Budget / Middelen Verantw. uitvoering ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 72 .Tabel II.

BIJLAGE III: EXTRA INFORMATIE ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 73 .

Het veranderen van werkpost of functie. toegangsverbod .Waar. stilleggen motor. procedures en veiligheidsinstructies).Tabel III. . veiligheidsparameters).Het toepassen van een nieuwe technologie. . d Procedure voor het uitschrijven van werkvergunningen door een bevoegd persoon : Nr Opmerkingen ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 74 . .1: Checklist Organisatorische Maatregelen Checklist Organisatorische Maatregelen Maatregel Beoordeling (ja/neen/nvt) a Procedure voor de opleiding van de werknemers 0pleiding voorzien bij : . . . Er wordt passend gevolg gegeven aan de eventuele vastgestelde afwijkingen. concentratie hexaan in schroot.m.De getroffen en te treffen voorzorgsmaatregelen (organisatorisch en technisch). Er bestaan instructies voor de inname van grondstoffen met vermelding van : . .Het veranderen of in dienst nemen van nieuwe arbeidsmiddelen. De werknemers kunnen te allen tijde de bedienings – en veiligheidsinstructies en alle overige relevante informatie raadplegen. aansluiten op aardingsklem.De te treffen maatregelen (standplaats van vrachtwagen.. rookverbod.De gevaren en risico’s.Wordt schriftelijk ondersteund (o. .Wat te doen bij noodsituaties. b Procedure voor de bestelling en in dienst name van (nieuwe) arbeidsmiddelen en van de collectieve en persoonlijke beschermingsmiddelen: Bestelbon wordt opgesteld en getekend door de intern preventieadviseur.Het in dienst treden.Wordt op regelmatige tijdstippen herhaald. hoe en wanneer er explosiegevaar is of kan zijn. c Procedure en instructies voor de inname van (nieuwe) grondstoffen: Procedure voorziet in een controle / analyse van de relevante eigenschappen van de grondstoffen (bijv. Er is toezicht op de naleving van de instructies.Wordt geregistreerd (hulpmiddel is een opleidingsmatrix) Tijdens de opleiding komen ten minste aan bod : . De opleiding : .). . Verslag voor indienststelling wordt opgesteld door de intern preventieadviseur..

e Procedure voor periodiek en preventief onderhoud van arbeidsplaatsen. De conformiteit van nieuwe of herstelde of gereviseerde arbeidsmiddelen en (installatie)onderdelen met de wettelijke bepalingen en de gevarenzone-indeling wordt nagegaan vóór in dienst name. werkkledij en persoonlijke beschermingsmiddelen in de gevarenzones: Er bestaan schriftelijke instructies ter zake. de werkkledij en pbm’s zijn passend gemerkt zodat verkeerd gebruik uitgesloten is . bunkers).). Er bestaat een procedure voor de in beslagname en terug in gebruikstelling van installaties.Werkzaamheden met open vlam (lassen. die gekend zijn bij de werknemers. ontstoppen van leidingen). Er zijn instructies opgesteld en toegelicht voor het uitvoeren van onderhouds – en herstelwerkzaamheden (bijv.Nr Checklist Organisatorische Maatregelen Maatregel Beoordeling (ja/neen/nvt) Er bestaat een procedure voor het uitschrijven van werkvergunningen voor : . arbeidsmiddelen en arbeidsplaatsen. . Er is schriftelijke registratie van de uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden. f Procedure voor onderhoudswerkzaamheden: Er is een procedure voor de melding en opvolging van defecten en gevaarlijke situaties. De mobiele en draagbare arbeidsmiddelen en collectieve beschermingsmiddelen. g Procedure voor het gebruik van mobiele en draagbare arbeidsmiddelen. installaties en beveiligingssystemen: Er bestaan preventieve onderhoudsschema’s opgesteld op basis van de aanbevelingen van de fabrikant..Werkzaamheden in besloten ruimten (silo’s..Eventueel andere onderhouds – of herstelwerkzaamheden (bijv. In de werkvergunning staan minimaal de gegevens zoals vermeld in de handleiding. De herstellingen en revisies van elektrische en niet – elektrische apparatuur en beveiligingssystemen (uit de gevarenzones) gebeuren door een bevoegd persoon of firma. slijpen. Jaarlijkse controle (of meting) van de elektrische conductiviteit van de verschillende mechanische elementen ten einde statische elektriciteit te vermijden. Er is toezicht op de correcte naleving van de bepalingen opgenomen in de werkvergunning. . het ontstoppen van leidingen). h Procedure voor de reiniging van arbeidsplaatsen en – middelen: Opmerkingen ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 75 . arbeidsmiddelen.

uitvoering en opvolging van de periodieke controles van installaties en arbeidsmiddelen: De elektrische installaties. stoomtoestellen. Er wordt passend gevolg gegeven aan de vastgestelde afwijkingen. ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 76 . de brandbestrijdingsmiddelen. j Procedure voor de planning. zodat voldaan is aan de praktijk van schoonhuishouden. k Procedure Werken met derden: De wettelijk voorgeschreven procedure is voorzien (mét schriftelijk contract).Nr Checklist Organisatorische Maatregelen Maatregel Beoordeling (ja/neen/nvt) Er bestaan schriftelijke reinigingsprogramma’s. l Noodprocedures: Er is een intern noodplan opgesteld dat ten minste de noodsituaties brand en explosie behandeld. Rookverbod is op afdoende wijze gemarkeerd en wordt gerespecteerd.de noodverlichting. Er is voorzien in de schriftelijke registratie van uitgevoerde reinigingen. persluchtvaten en hefwerktuigen worden periodiek (volgens de wettelijke frequentie ) gecontroleerd door een Externe Dienst voor Technische Controles op de Werkplaats. de waarschuwings – en alarmeringsmiddelen. Opmerkingen Noot : Bij het overlopen van de checklist is het aan te raden de toelichting onder 6.1. uitschakelen ontstekingsbronnen. van de handleiding te lezen. Er is schriftelijke registratie van de nazichten. Het intern noodplan werd toegelicht aan de betrokken werknemers en wordt regelmatig geoefend. i Procedure voor de planning. Er is een interne interventieploeg opgericht en opgeleid. uitvoering en opvolging van de periodieke nazichten van installaties en arbeidsmiddelen: De elektrische installaties. … worden regelmatig nagezien door een bevoegd persoon. verbod gebruik perslucht. dragen persoonlijke beschermingsmiddelen). de verwarmingsinstallaties. Er zijn instructies opgesteld en toegelicht voor het uitvoeren van de reinigingen (bijv. Er wordt passend gevolg gegeven aan de vastgestelde afwijkingen. m Rookverbod: In de gevarenzones (en bij voorkeur algemeen) geldt een strikt rookverbod.

Vragen Algemeen 1 Is er een instructie waaruit Norm ja nee onbekend toelichting 2 3 4 blijkt dat roken verboden is binnen de gebieden die vallen onder de ATEX zonering? Is er markering aanwezig welke wijst op explosierisico? Is er markering aanwezig welke wijst op rookverbod? Voldoen de elektrische installaties aan de zone-eisen? Bij alle ingangen van de fabriek Bij alle ingangen fabriek + losen laadpunten Zone 20: IP6X.5 m/s ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 77 .0 mg/m3 is mag in werkruimten worden geblazen. Indien 1 niet vormgegeven dat stofuitstoot mogelijk. In andere gevallen moet lucht naar buiten worden geblazen Voldoen de stofconcentraties Stofconcentratienorm: in de omgevingslucht buiten de Maximum 3 mg/m3 installaties aan de normen? Zijn alle handbijstorten Alle handbijstorten dienen een voorzien van lokale afzuiging? lokale afzuiging te hebben.5 m van alle laad. 8 9 10 Alleen gefilterde lucht waarbij stofconcentratie max 3. transport etc.0 mg/m3. andere ruimten: Zone 22+NGG: IP5X Alle systemen/voorzieningen gesloten.snelheid van meer dan 2.) blijven binnen de installaties Na openen luiken dient de installatie stil te vallen.transport van meer dan 100 m3/uur . dan transport voorzien zoveel mogelijk wordt voorkomen? van adequate afzuiging om stof buiten het systeem te voorkomen Vuistregel: afzuiging Noodzakelijk bij .Tabel III. 1.2: Vragenlijst Nr. Stofuitstoot buiten het Zijn de transporten van grondstoffen en eindproducten systeem (machines.en lospunten indien stofgehalte in de lucht in deze ruimten tijdens lossen meer is dan 3. 2. binnen 2.5. in inwendige van productie installaties Zone 21: IP6X. geen lekpunten zichtbaar 5 6 7 Zijn alle installaties die binnen de fabrieksgebouwen aanwezig zijn stofdicht? (denk ook aan transportbanden/ automatisch reinigende magneten etc!) Zijn alle machineluiken voorzien van veiligheidsschakelaars? Luchtverplaatsingen binnen de installaties (bv ten gevolge vullen/legen silo's. dusdanig ontworpen en installaties en/of silo's) is niet mogelijk. stofconcentraties in omgevingslucht tijdens storten mag niet boven 3 mg/m3 zijn.

stofvan perslucht bij reiniging en/of verspreiding en persoonlijke stofverwijdering bij in bedrijf veiligheid zijnde machines/ installaties Zijn de vloeropeningen naar Opening is op een hoger niveau silo's en transporten zodanig aangebracht of voorzien van uitgevoerd dat wordt veegranden van min 5 cm hoog voorkomen dat vreemde voorwerpen vanaf de vloer makkelijk via de opening in de installatie komen? Zijn alle installaties en metalen Maximale weerstand naar het onderdelen voorzien van oppervlak < 10 Ohm. 10 x6 Ohm lossen) Worden de juiste bigbags gebruikt? Zijn alle lospunten voor Maximale weerstand van bigbag bigbags met typen C voorzien naar het grondoppervlak < 10 x8 van aarding voor de bigbag? Ohm Zijn alle onderdelen van de Eisen pneumatische transporten Koppelingen bestaan uit metaal/koper > 100 mm2 elektrisch geleidend.kabelgoten verticaal geplaatst . Minimale hoogte veegrand = 5 cm Voorbeelden: . ter aarding? (incl. vloeren. 16 17 18 19 20 21 22 Criteria: eenvoudig te gebruiken.11 Zijn alle vloeren voldoende glad en reinigbaar of uitgevoerd als roostervloer? Zijn alle gladde vloeren voorzien van veegranden? Is er bij nieuwe installaties rekening gehouden met het voorkomen/minimaliseren van stofafzetting? 12 13 14 15 Kunnen de nieuwe installaties eenvoudig 1. beschikbaar op elke relevante plaats en goede werking! Indien mobiele stofzuigers in gebruik dan dient elektrische installatie geschikt te zijn voor de zone die ie geldt in de ruimte waar de stofzuiger gebruikt wordt. scheuren en gaten waarin zich stof kan ophopen en daardoor moeilijk te reinigen zijn.v. ( meestal dus zone 22) Is er een verbod op het gebruik VERBODEN i.geïnspecteerd. 2. potentiaalverschillen en vonken muren.) Zijn alle lospunten voorzien Maximale weerstand van van aarding voor vrachtauto's? aardlip vd auto naar de aarde (stortputten en pneumatisch max. doorverbonden en geaard? Alle verbindingen tussen autotransport en fabriek dienen buiten het gebouw gemaakt te zijn ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 78 . silo's. helling van 60 graden . stalen voorkoming van constructies.onderhouden en 3. hoppers.staalconstructies zodanig dat weinig/geen stofafzetting plaatsvindt Visuele beoordeling op deze aspecten. etc.schoongemaakt worden? Is er een stofzuiger/systeem beschikbaar om stofophoping te verwijderen? Vloeren vrij van naden.raamopeningen met min.m.

b.t.q brandveiligheid ? Zijn de ontvangsten van grondstoffen voorzien van reinigings. 28 29 Vallen de transporten stil bij verstoppingen of andere storingen? Voldoet de wijze van verwarming van vloeistoffen in tanks aan de eisen? Vloeistoffen in tanks mogen niet direct met elektrische elementen verwarmd worden Organisatorische en procedurele vereisten 30 Is er een brandbon/vuur 31 32 33 34 35 36 37 vergunning protocol in gebruik ? Is er een schoonmaakprogramma en housekeeping programma actief ? Is er een preventief onderhoudsprogramma aanwezig? Is er een periodiek RI&E programma wat eveneens explosierisico's inventariseert en evalueert ? Worden alle medewerkers geïnformeerd over de risico's van optreden van stofexplosies ? Worden derden die in gebouwen komen met een ATEX zone geïnformeerd over de risico's van stofexplosies ? Zijn de explosie risico's en de te volgen maatregelen en procedures opgenomen in de bedrijfstrainingen ? Heeft het bedrijf een procedure van toezicht dat nieuwe machines en installaties bij aanschaf voldoen aan de CE/ATEX normen? Dit programma moet in lijn zijn met het programma als aanwezig in de bijlage Specifieke BHV trainingen en algemene noodsituaties trainingen en oefeningen ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 79 . elektrostatische oplading/ c.en verwijderingapparatuur? De maximale oppervlaktetemperaturen in de fabriek zijn nooit hoger dan 125 graden < 24 Volt / IP 6X / zone 20 Denk aan gereedschap vervaardigd van brons Werkkleding hoort van antistatisch materiaal te zijn gemaakt (uitgevoerd in katoen) Denk ook aan doorwerkkleding Bij v Stenenvanger Bij temperaturen vanaf 125 ºC bestaat het gevaar van ontbranding van stof. Oppervlakken die heter dan 125 ºC kunnen worden dienen geïsoleerd te zijn. Voldoet de werkkleding aan de veiligheidseisen m.23 24 25 26 27 Voldoen alle handlampen aan de criteria? Wordt alleen vonkvrije gereedschap gebruikt bij reiniging van de silo's etc.

(LEL > 25 gr/m3.38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 Worden bij het inkoop / gebruik De leverancier behoort van nieuwe grondstoffen de grondstoffen (m. MIE>15mJ. niet explosie risico's geëvalueerd ? agrarische) met MSDS data te voorzien. daadwerkelijk met de fabrieksaarde verbonden ? Worden in de praktijk de bigbags van het type C ook daadwerkelijk geaard tijdens de lossing ? Is de losinstallatie voor bigbags ook geaard ? Is er een goede procedure voor de inkoop van machines en apparatuur ? Zijn de deuren van alle Uitzondering bij actieve schakelkasten van elektrische werkzaamheden aan de installaties altijd gesloten? betreffende elektrische installaties Grondstofinname 54 Zijn er elektromagneten geïnstalleerd voor de reiniging ? ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 80 . MIT>250graden mits voorzieningen zijn getroffen) Worden aanwezige controle en inspectie programma's in praktijk daadwerkelijk uitgevoerd voor: * periodieke inspectie van fabriek en apparatuur op lekkages * periodieke inspectie op effectiviteit van schoonmaakprogramma's * periodieke inspectie van fabriek en apparatuur op effectieve werking en voldoende onderhoud * controle op gebruik brandbon/veiligheidsvergunnin gen * controle en meting op aangeven aardweerstanden effectieve aarding …… * controle en inspectie op afzuigfaciliteiten * controle op gebruik aarding bij lossen van grondstofwagen * controle op het gebruik van aarding bij het lossen van bigbags Is er een silo-afdaal en tank betredingsprocedure? Worden in praktijk bij alle Uitzondering vormt het lossen pneumatische innamen de van niet gevaarlijke grondstoffen transportmiddelen zoals mineralen.n.

Een beveiliging bestaat meestal uit een eindschakelaar aan een luik wat wordt open geduwd. 3.d. voor zover ze binnen geplaatst zijn.) 61 Zijn deze transporten volledig 62 omkast met staal ? Worden deze transporten automatisch gestopt wanneer het materiaal zich ophoopt of is het zo ontworpen dat het niet kan ophopen ? Wanneer een transport een overloop heeft is er geen beveiliging nodig. hout? Worden stenen afgevangen op de roosters van de stortput? Zijn alle stortputten voorzien Alle stortputten dienen voorzien van lokale afzuiging? te zijn van afzuiging. bijv. Bijvoorbeeld middels U-buis. aspiratie: druksensor met explosie schuif of ontlasting naar buiten of aspiratie opstelling buiten Lokale afzuiging heeft algemeen de voorkeur boven centrale afzuiging. voorzien van explosie ontlasting? Bij vertraging onder 80% alarm en afschakelen elevator en aanvoer (lijnvergrendeling) Transporten (ketting. schroeven e. Hamermolen 63 Hebben alle hamermolen 64 65 lagers temperatuurbewaking ? Hebben de maalkamers temperatuurbewaking ? Staan de hamermolens in een afgezonderde ruimte en is explosie ontlasting voorzien? 1. om te kunnen vaststellen of filters verstopt raken Aspiratie systemen 66 zij installaties gebouwd na 67 1/7/2003 voorzien van een lokale afzuiging? Is er monitoring van de drukopbouw in filters ? Zijn alle ventilatoren geplaatst in het schone lucht gedeelte van filter ? Werkt het luchtfilter in de afzuiging effectief Zijn filterdoeken anti-statisch ? 68 69 70 Max stof concentratie in uitblaaslucht = 3. 2. elevatoren 58 Zijn alle elevatoren voorzien 59 60 van snelheidscontrole ? (toerenwachter) Hebben alle elevatoren tussen de inname en hoofdmenger scheefloopdetectie ? zijn alle elevatoren in de inname.0 mg/m3 ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 81 . bij afvoer op elevator: ontlasting E naar buiten. stofconcentraties in omgevingslucht van de put tijdens storten mag niet hoger dan 3 mg/m3 zijn.55 56 57 Zijn er zeven aanwezig voor verwijderen van vreemde delen.Bij afvoer in onderbunker: ontlasting onderbunker naar buiten.

71 Zijn centrale filter kasten en Is eis bij verwerking van centrale afzuiging voorzien van materialen met een MIE tussen explosie ontlasting (naar 1 en 15 MJ buiten)? Persen 72 Zijn alle persen voorzien van een volloopdetectie ter voorkoming van vuur in de matrijs? Koelen Zijn de koelers uitgerust met een rookdetectie systeem ? Heftrucks en dergelijke Zijn alle heftrucks en dieselunits op het bedrijf voorzien van vonkenvangers? ©Nevedi handleiding 2005 ATEX-richtlijn 137 82 .

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->