You are on page 1of 2

KCV Klassiek toneel

God van de geneeskunst  Aesclepius


Dithyrambe  verhalend lied dat door een koor van jongens of
mannen ter ere van Dionysos gezongen werd
600 v. Chr.  zang/danswedstrijden (hoofdprijs – bokje
(=tragos))
Triologie  Oresteia van Aeschylus

THEATER
Theatron toeschouwersruimte
Orchestra dansplaats van aangestampte aarde
Skene verkleedhut, opslagplaats en als decor
Ekkuklema plankier op wielen
Proskene voor de skene
Paraskenia zijgebouwtjes
Paradoi toegangen to orchesta (links uitkomen is van buiten, rechts is
van binnen)

TRAGEDIE
Proloog voorwoord
Parados opkomst lied
Episoden bedrijven
Stasimon koorlied (scheidt de episoden)
Exodus het laatste bedrijf na het laatste koorlied
Bodeverhaal een lange, vaak emotionele monoloog, waarin een bode vertelt wat
er elders is gebeurd
Drie eenheden  eenheid van handeling, eenheid van plaats en eenheid van
tijd

Functie (Aristotales) het opwekken van mee-lijden en angst tot zuivering


(katharsis) van dergelijke gevoelens te komen.
(bevrijdende uitwerking op de toeschouwer)
– Nobele handeling
– Peripetie (geluk naar ongeluk), logisch
vooruitvloeing
het moment waarop het medelijden en de angst het
sterkst is bij de toeschouwer.
– Geschikte hoofdpersoon (niet uitzonder goed en
rechtvaardig, ook niet slecht of gemeen, maar
iemand die aanzien geniet, die het oged gaat en in
de vorm van hamarrie in de ongeluk stort.
Toeschouwers moet met hen kunnen identificeren
de toeschouwer moeten kunnen meebeleven wat de
personages op het toneel ondergaan.
Functie 20ste eeuw de tragedie toont ons aan hoe wij met verschrikkingen
kunnen omgaan en hoe wij die mogelijk kunnen
overleven
DE GROTE DRIE
Aeschylus (525-456) meest religieus van aard, schetst een somber
mensbeeld:
Misdaad en hybris (=overmoed)

Sophocles (495-406) ingewikkelder dan dat van Aeschylus ook meer


heroïsch, gewoonlijk treedt er op het dramatische
hoogtepunt een peripetie (=omslag).
Tragische misstap  hamartia

Euripides (480-406) gewoonlijke mensen staan hier meer centraal

Bloeiperiode van Athene – 479-431 v. Chr.

GRIEKSE KOMEDIE
Komos processie
Fallussen fallussen werden gedragen als symbool van
vruchtbaarheid
Aristophanes (466-385) belangrijkste vertegnwoordiger van de “oude”
komedie
Menander (343-291) belangrijkste schrijver van de “nieuwe”komedie

Plautus (251-184) Latijnse komedie schrijver


Terentius (190-159) ,,

In de Romeinse komedie werden nooit tijdgenoten belachelijke gemaakt. Dat was


in strijd met de dignitas (=waardigheid)
Tegenwoordig worden de Romeinse tragedies zelden uitgevoerd

Bij de Grieken was er veel meer persvrijheid dan bij de Romeinen