You are on page 1of 23

Gemeenteraadsprogramma

LokaalBelang 2010–2014

1

Inhoudsopgave:
LokaalBelang Programmatische beleidsuitgangspunten LokaalBelang Algemene inleiding Hoofdstuk 1: Overheid en Burger Hoofdstuk 2: Bestuur en Organisatie Hoofdstuk 3: Openbare Orde en Veiligheid Hoofdstuk 4: Leefbaarheid en Openbare Ruimte Hoofdstuk 5: Het Centrum Hoofdstuk 6: Verkeer en Vervoer Hoofdstuk 7: Zorg en Welzijn Hoofdstuk 8: Onderwijs, Sport en Cultuur Hoofdstuk 9: Ruimtelijke Ordening, Volkshuisvesting, Milieu, en Economische Zaken Hoofdstuk 10: Dorpskernen en Buitengebied Hoofdstuk 11: Financiën

2

LokaalBelang
LokaalBelang Waalwijk, Sprang-Capelle, Waspik Juni 2008 was een politiek historische maand voor Waalwijk. Niet minder dan 4 specifieke lokale partijen spraken zich uit voor een samengaan in één sterke lokale partij met de veelzeggende naam LokaalBelang. In politieke termen hebben we toen te maken gehad met het samengaan van partijen, die in de diverse kernen sterk vertegenwoordigd zijn.: De Acht Kernen in Sprang-Capelle en Waspik; PBI, Gemeentebelangen en Algemeen Belang/Lijst Brouwer in de kern Waalwijk. Als een pure lokale partij willen en kunnen wij ons van de landelijk gestructureerde partijen onderscheiden, omdat wij zonder last of ruggespraak vanuit de landelijke en/of provinciale politiek de belangen van de plaatselijke bevolking in de gemeenteraad kunnen behartigen. Het centrale uitgangspunt voor deze fusie was en is dat de bijzondere kenmerken en de belangen van de inwoners van de drie kernen, Waalwijk, Sprang-Capelle en Waspik, het best gewaarborgd kunnen worden door een sterke lokale partij, die hen in de gemeenteraad vertegenwoordigt. Met 8 van de 29 raadszetels drukt LokaalBelang nu een belangrijk stempel op de Waalwijkse lokale politiek. Maar dat niet alleen, door deze bundeling met vertegenwoordigers uit onze kernen , zijn wij nog meer en beter in staat om in contact met onze inwoners te komen en de slagvaardigheid in de lokale politiek te vergroten.

Kortom:

Één voor allen, allen voor één LokaalBelang

3

Programmatische beleidsuitgangspunten LokaalBelang
"Sterk door eenheid in verscheidenheid" - Waalwijk is met haar kernen Waalwijk, Sprang-Capelle en Waspik één gemeente met respect voor de eigenheid en verscheidenheid in aard en cultuur van de betreffende kernen. Dit met respect voor de medemens ongeacht afkomst, sekse, leeftijd of religie, waarbij plaats is voor vrijheid, gerechtigheid en verdraagzaamheid en waar elke vorm van discriminatie of racisme met kracht bestreden moet worden; Lokaal sterk - wij voeren een puur lokale politiek, waarbij onze aandacht gericht is op de belangen van de aanwezige kernen Waalwijk, Sprang-Capelle en Waspik en hun inwoners, waarbij wij onafhankelijk van landelijke en provinciale partijpolitieke belangen , onze eigen koers bepalen; Burger en algemeen belang; samen sterk - in het gemeentelijk beleid dienen de belangen van de burger en de kernen centraal te staan en aan te sluiten bij wat er leeft; dit met behoud van het algemeen belang en de eigen verantwoordelijkheid van de burger voor een leefbare, veilige en sociale gemeente; Solidariteit en eigen kracht - wij staan voor een leefbare, zorgzame en sociale samenleving, gebaseerd op menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit , die perspectief biedt, ook voor mensen voor wie het moeilijk is om op eigen kracht deel te nemen aan onze samenleving. Wij stimuleren de zelfredzaamheid, maar wij spreken de mensen ook aan op hun kwaliteit en vermogen om zich voor henzelf en anderen in te zetten; Betrokken met elkaar - wij stellen ons teweer tegen toenemende onverschilligheid, normvervaging, criminaliteit en onveiligheid. Wij stimuleren burgers hierover mee te denken en hieraan mee te werken. Meer burgerzin, meer sociale samenhang, minder afzijdigheid, meer oog voor elkaar en daadwerkelijke handhaving van wet en regelgeving zijn zaken die extra aandacht en aanpak verdienen; Directe invloed van burgers - om de democratie goed te kunnen laten werken dient besluitvorming transparant te zijn en ook de afstand tussen gemeentebestuur en burger zo klein mogelijk te worden gemaakt. Burgers moeten daarom meer invloed krijgen op hun directe woon-, werk- en leefomgeving. Daarom zullen wij in uw wijk nadrukkelijk aanwezig en vertegenwoordigd zijn; Trots op eigen karakter - iedereen mag trots zijn op de gemeente Waalwijk met haar kernen, maar Waalwijk dient wel in alle opzichten haar grenzen met de bijbehorende regiofunctie te kennen en zich niet te willen meten met ambities van de grote steden. Ruimtelijke plannen en maatschappelijke initiatieven dienen in beginsel binnen het karakter en schaal van de betreffende kernen te passen;

4

Duurzaam in kernen en buitengebied - duurzaamheid is met alle facetten van het gemeentelijk beleid verbonden. Dat vraagt zodanig balanceren tussen economie, sociaal beleid en ecologie dat ook de toekomstige generaties in een goed leefmilieu kunnen wonen en werken. Hierbij dienen niet alleen de belangen van de kernen en haar inwoners, maar ook het beheer van het buitengebied aandacht te krijgen; Duurzaam in volkshuisvesting- en werkgelegenheidsbeleid - ons volkshuisvestings- en werkgelegenheidsbeleid dient in de eerste plaats gebaseerd en gericht te zijn op de behoefte en wensen van de plaatselijke bevolking en regio. Ondersteuning van een goed ondernemersklimaat met een daarop afgestemd scholingsbeleid is noodzakelijk, waarbij duurzaam beleid uitgangspunt is; Levendig, leefbaar, gevarieerd - de gemeente Waalwijk dient met haar kernen in alle opzichten een leefbare stad te zijn en haar regionale functie ook als zodanig daarvoor te benutten. Dit betekent onder andere , investering in plezierige, veilige en goed onderhouden wijken, aantrekkelijke centra in Waalwijk, Waspik en Sprang-Capelle, goed onderwijs , zorg op maat, een gevarieerd cultuuraanbod, goede en betaalbare sport- en recreatievoorzieningen en een sociaal, gezond en rechtvaardig welzijnsbeleid.

5

Algemene inleiding
Het belangrijkste uitgangspunt van ons programma is, dat de burger en de specifieke kenmerken van de kernen en haar inwoners steeds een centrale plaats inneemt. De samenleving is voortdurend in beweging. Als gevolg van de snel veranderende omstandigheden is het op voorhand en vroegtijdig innemen van gedetailleerde standpunten veelal gedoemd te worden herzien. Wij geven daarom in het kort onze algemene visie per programmaonderdeel en lichten dit toe met een aantal speerpunten. Dit programma en de daarin neergelegde visies zijn voor ons uitgangspunt bij discussies en besluitvorming over de diverse beleidsonderwerpen van raad, college en commissieagenda. Het is onmiskenbaar, dat de huidige financiële crisis een belangrijk stempel op de komende raadsperiode zal drukken. Ook wij in Waalwijk hebben te kampen met toenemende werkeloosheid , minder financiële armslag voor onze burgers en de bezuinigingen vanuit de rijksoverheid. Gezien het feit dat wij als gemeente voor onze financiële inkomsten voor circa 50% afhankelijk zijn van de rijksoverheid zullen de rijksbezuinigingen fors ingrijpen in de gemeentebegroting. Bezuinigingen en beperkte lastenverhogingen lijken dan ook onvermijdelijk. Wij huldigen daarbij het principe dat in beginsel de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. Het is duidelijk dat, zeker in de komende bestuursperiode, weinig nieuw beleid ontwikkeld kan worden dat om extra geld vraagt . Er zal dan eerder sprake zijn van oud voor nieuw beleid en mogelijk een herziening van gemeentelijke taakstellingen en verantwoordelijkheden. Hierbij kan het ook zinvol zijn met de gemeenten in de regio op diverse beleidsterreinen tot een samenwerking in beleid en uitvoering te komen. Momenteel individualiseert onze samenleving zich in toenemende mate met een steeds sterker wordende assertiviteit en kennis van burgers . Vaste vertrouwde structuren vallen weg en een grote groep burgers voelt zich in toenemende mate niet vertegenwoordigd door de politieke vertegenwoordiging. Dit vraagt om een aangepaste gemeentelijke organisatie en politieke benadering en houding. Een meer directe en veel minder bureaucratische benadering en houding is daarbij noodzakelijk. Mensen willen overtuigd worden en het lokaal bestuur moet meer daadkracht laten zien. Helaas roept onze huidige samenleving ook een beeld op van afnemende tolerantie en is harder en scherper geworden. Agressiviteit en asociaal gedrag neemt toe . Blijkbaar zijn wij niet goed meer in staat met verschillen om te gaan, elkaar ruimte te geven en een beetje aardig met elkaar om te gaan. De samenleving heeft er blijkbaar moeite mee de eigenheid van het individu te accepteren. En op hun beurt hebben individuen de neiging te gaan scherpslijpen. Het is dan ook meer dan ooit een noodzaak èn uitdaging om niet alleen onderling, maar ook als politiek bestuur en inwoners op basis van ieders verantwoordelijkheid voortdurend met elkaar in dialoog te zijn en elkaar te inspireren . Samenwerken in een open en eerlijke dialoog waarbij wij elkaar kunnen en mogelijk moeten aanspreken op het algemeen belang en de eigen verantwoordelijkheid. Met andere woorden : de gemeente is niet voor alles verantwoordelijk en kan ook niet alle problemen en tekortkomingen in onze samenleving oplossen. Daarom doen wij ook een beroep op de onderlinge solidariteit, kennis en inzet van onze inwoners om met ons samen te werken aan een leefbare, sociale en veilige samenleving.

6

Hoofdstuk 1: Overheid en Burger
Het gemeentebestuur werkt met open vizier, is herkenbaar en aanspreekbaar. Het betrekt burgers en organisaties bij zaken die hen aangaan. Een goed gemeentebestuur zoekt maatschappelijke steun, niet uitsluitend in gemeenteraad en ambtelijke organisatie. Integendeel: bestuurders, gemeenteraadsleden en ambtenaren trekken er op uit om discussies en samenwerkingsverbanden tussen bewoners, organisaties en gemeente op gang te brengen. Zo wordt beleid gemaakt, zo worden problemen opgelost, zo wordt de stad bestuurd. SPEERPUNTEN 1. Op de voorlichtingspagina van de gemeente wordt een procedurelijst gepubliceerd, die aangeeft in welk stadium een bepaald project zich bevindt en welke beroepsmogelijkheden aanwezig zijn. 2. College- raadsbesluiten en -voornemens dienen met eventuele minderheidsstandpunten gepubliceerd te worden. 3. Het internet wordt actief gebruikt als een interactief informatie- en communicatiemiddel met de burger. 4. Avondopenstelling voor alle gemeentelijke serviceloketten. 5. Politieke vergaderingen en informatiebijeenkomsten van raad en commissies zijn openbaar, of het moet duidelijk en aantoonbaar zijn dat daardoor personen of gemeente forse schade lijden. 6. De raad gebruikt en stimuleert een interactieve benadering van onze inwoners middels internet en pleinbijeenkomsten. 7. Naast de eventuele wettelijke noodzakelijke inspraak dienen de burgers bij ingrijpende maatregelen in een vroegtijdig stadium inspraak en/of informatie te worden gegeven. 8. In de voor burgers bedoelde schriftelijke en mondelinge informatie dient voor ieder begrijpelijk te zijn en dus moet ambtelijke taal zoveel mogelijk vermeden worden. 9. Publieksdiensten dienen de vraag van de klant centraal te stellen en zo snel als mogelijk te worden afgehandeld.

7

Hoofdstuk 2: Bestuur en Organisatie
LokaalBelang kiest voor een brede maatschappelijke vertegenwoordiging in het gemeentebestuur, waarbij betrokkenheid met de samenleving een eerste vereiste is. Voor een goede belangenbehartiging is het tevens noodzakelijk aandacht te hebben voor de kwaliteit van onze vertegenwoordigers, vooral als het gaat om leden van het dagelijks bestuur. De belangen van een gemeente met een organisatie van ca 320 medewerkers en een begroting van circa 150 miljoen euro zijn zó groot, dat bestuurlijke kwaliteit onontbeerlijk is bij de keuze van wethouders. De wethouders dienen direct bereikbaar en beschikbaar te zijn en een directe maatschappelijke binding te hebben met onze gemeente. De gemeentelijke organisatie moet meer aandacht besteden aan de dienstverlening aan en bejegening van de burgers. Het is hierbij zeer wenselijk dat ook de ambtelijke top zich in de regio Waalwijk vestigt om zodoende binding te krijgen met de plaatselijke cultuur en problematiek. SPEERPUNTEN 1. Bij de keuze van een wethouder zal naast maatschappelijke betrokkenheid, de bestuurlijke kwaliteit voor ons een belangrijke toetssteen zijn. Hierbij behoort ook dat onze kandidaat in één van de kernen van Waalwijk woonachtig dient te zijn. 2. Indien de verkiezingsuitslag dat toelaat en tot programmatische overeenstemming gekomen kan worden is LokaalBelang bereid zijn verantwoordelijkheid te dragen in het dagelijks bestuur. 3. De gemeente dient geen gemeenschappelijke regelingen aan te gaan of er moet duidelijk sprake zijn van een nadrukkelijk voordeel voor de gemeente. 4. De cultuur van de organisatie dient zodanig te zijn dat een goede dienstverlening en bereikbaarheid voor de burger en politieke organisatie vanzelfsprekend is. 5. Er dient een analyse gemaakt te worden van de noodzakelijke ambtelijke taken en de daarbij bijhorende en benodigde hoeveelheid medewerkers. 6. De publieke dienstverlening moet in de kernen Sprang-Capelle en Waspik verbeterd worden door middel van een serviceloket in de bibliotheek en daarbij gebruik te maken van diverse moderne wijze van voorlichting, spreekuur en informatie voorzieningen op de diverse gemeentelijke en maatschappelijke beleidsterreinen. 7. De gemeentelijke organisatie dient voor bedrijven en speciale projecten meer te werken in de vorm van accountmanagement. 8. Met name het management van de gemeentelijke organisatie dient bij voorkeur in kernen van Waalwijk woonachtig te zijn om daarmee de betrokkenheid en kennis van de kernen te vergroten.

8

Hoofdstuk 3: Openbare Orde en Veiligheid
LokaalBelang vindt het belangrijk dat iedereen zich veilig voelt. Iedereen moet op straat kunnen lopen zonder de angst slachtoffer te worden van criminaliteit of asociaal gedrag Criminaliteit en gevoelens van onveiligheid hangen samen met de kwaliteit van de openbare ruimte en het aanwezige toezicht. Met name is alertheid van het gemeentebestuur en de politie een vereiste voor een veilige buurt of wijk. Daarom moet discriminatie, vervuiling en vormen van overlast aangepakt worden. Maar ook de burgers zelf kunnen bijdragen aan de veiligheid en sociale controle in hun buurt of wijk door zelf het goede voorbeeld te geven en zonodig anderen daarop aan te spreken en/of daarvan melding te maken bij de politie. SPEERPUNTEN 1. Voor een harde aanpak van kleine en grote criminaliteit is regionale samenwerking, gecombineerd met wijkgerichte aansturing op lokaal niveau een noodzaak. 2. Om de veiligheid in de kernen/wijk en centrum te bevorderen maken politiek, gemeentelijke diensten, maatschappelijke organisaties en bewonersorganisaties concrete afspraken over onveilige plekken, verlichting, toezicht in de wijk en buurtbetrokkenheid. 3. Om de veiligheid en het veiligheidsgevoel in de wijk te bevorderen moet een bereikbare en aanspreekbare wijkagent aanwezig zijn en/of buitengewone opsporingsambtenaren ( BOA 's ) die in de wijk patrouilleren. 4. Voor preventie is voorlichting en samenwerking tussen gemeente, scholen, jeugdzorg, politie, justitie en jongerencentrum noodzakelijk. Aansluiting bij het veiligheidshuis in Tilburg heeft onze voorkeur. 5. De veiligheid in het centrum dient in overleg met horeca, winkeliers, politie en andere diensten te worden bevorderd. Zo nodig wordt daarbij cameratoezicht ingezet. 6. De gemeenteraad dient regelmatig het veiligheidsbeleid met de politie te bespreken.

9

Hoofdstuk 4: Leefbaarheid en Openbare Ruimte
De wijk Veilige en schone wijken en buurten is een minimale voorwaarde om zich thuis te voelen. Dit is echter niet genoeg; ook de eigen verantwoordelijkheid en sociale en educatieve aspecten spelen een rol. Werken aan de leefbaarheid in de kernen en wijken in onze gemeente is een voortdurend proces, waarbij de wijktafel een belangrijke rol kan spelen. De sleutel tot succes is een aanpak die tot stand komt in samenspraak met de burgers. Pas als de inbreng van de betrokkenen van meet af aan serieus wordt genomen ontstaat een draagvlak voor goede oplossingen. Discriminatie op wat voor gronden dan ook, dient voorkomen en bestreden te worden. De kwaliteit van de openbare ruimte is mede bepalend voor een goed leefklimaat. SPEERPUNTEN 1. Een integrale aanpak van wijkactiviteiten en problemen door woningbouwcorporatie, wijkorganisatie, gemeente, e.d. 2. De wijkorganisatie maakt in samenspraak met de wijkbewoners en de gemeente via de wijkontwikkelingsplannen ( WOP of DOP ) een meerjarenplan en jaarplan voor de wijk als basis voor het gemeentelijk beleidsplan. Voor kleinere projecten worden wijkbudgetten beschikbaar gesteld. 3. Voor informatie/uitwisseling en sociale binding in de wijk kan een wijkkrant of de wijkinternetsite een goed communicatiemiddel zijn. 4. De gemeentelijke wijkcoördinatoren dienen goed bereikbaar en toegankelijk te zijn en met name in Sprang-Capelle en Waspik spreekuur te houden in de servicepunten. 5. Er dient een actief antidiscriminatiebeleid gevoerd te worden. 6. Het groen- en bomenbestand dient te worden gehandhaafd en zo nodig aangevuld te worden. 7. Zo mogelijk worden bewoners middels adoptiegroen en bijvoorbeeld bij schoonmaakacties actief betrokken bij het uitvoerend beleid in hun buurt en wijk. 8. Goed onderhoud van openbaar groen, de wegen en trottoirs blijft één van de speerpunten van ons beleid.

10

Hoofdstuk 5: Het Centrum
Het centrum in Waalwijk is een belangrijke bindende economische en sociale factor voor de inwoners uit Waalwijk en de regio. Daarbij hebben de centra in Sprang-Capelle en Waspik ook een belangrijke functie voor die kernen. Bewoners van Waalwijk moeten trots kunnen zijn op een kleinschalig, kwalitatief goed en gezellig en veilig centrum met een grote diversiteit en kwaliteit aan wonen, winkels en dienstverlenende instellingen. Een aantrekkelijk centrum is niet alleen schoon en netjes, maar ook de inrichting van de openbare ruimten bepaalt in belangrijke mate de totale kwaliteit en gezelligheid van het centrum als ontmoetingsruimte voor onze burgers. In het bijzonder dienen hierin het monumentenbeleid en de cultuurhistorie goed tot hun recht te komen. SPEERPUNTEN 1. De gemeente dient een actief, initiërend en daadkrachtig centrumbeleid te voeren. 2. Maatschappelijke, dienstverlenende en culturele instellingen moeten ter versterking van het centrum zoveel mogelijk in en rond dit centrum gesitueerd worden. 3. De inrichting van de openbare ruimte, bebouwingsplannen en bijbehorende verkeers- en parkeermaatregelen is niet alleen een zaak van centrumbewoners, ontwikkelaars en winkeliers, maar gaat ons allen aan en dient in alle openheid en inspraak te worden ontwikkeld. 4. De beoogde herhuisvesting van het Nederlands Leder- en Schoenenmuseum naar het centrum zien wij als een versterking van het centrum en het museum. 5. Voor een goed beheer en gebruik van het centrum wordt een convenant tussen gemeente, winkeliers, horeca, en vastgoedeigenaren tot stand gebracht. 6. De gezelligheid in het centrum kan verbeterd worden door het - vanuit een centraal coördinatiepunt (City management ?) - stimuleren en goed op elkaar afstemmen van evenementen. Het terrassenbeleid met bijbehorende tarieven dient daarbij herzien te worden. 7. Het parkeer- en tarievenbeleid in het centrum dient ondersteunend te zijn aan de centrale centrumdoelstelling en dus goed bereikbaar en redelijk betaalbaar te zijn. 8. Wij ondersteunen de renovatie en uitbreiding van het winkelcentrum De Els maar ook de herstructurering en verbetering van het centrum in Sprang-Capelle en Waspik. 9. Indien noodzakelijk zal voor de veiligheid van bezoekers en inwoners cameratoezicht worden gerealiseerd. 10.Het schoonhouden van het centrum vindt ook op zaterdag na winkelsluiting en/of zondag plaats.

11

Hoofdstuk 6: Verkeer en Vervoer
Een leefbare en vitale stad stelt eisen aan de bereikbaarheid. Dit kan niet los gezien worden van verkeers-, parkeer-, veiligheids- en milieuaspecten. Wenselijk is een integraal beleid dat recht doet aan het belang van de leefbaarheid van de stad. Het gebruik van openbaar vervoer, auto en fiets wordt in de gehele gemeente zo goed mogelijk op elkaar afgestemd. In het belang van maatschappelijke deelname van het toenemend aantal ouderen en gehandicapten is het gewenst binnen de gemeente te blijven zoeken naar vervoersmogelijkheden als aanvulling op het reeds bestaande openbaar vervoer. SPEERPUNTEN 1. We blijven er naar streven om, in overleg met de vervoersorganisaties en provincie, te komen tot een beter en voor eenieder toegankelijk openbaar vervoer, zo nodig aanvullend door een frequenter onderling vervoer van de buurtbus in en tussen de kernen Waalwijk, Sprang-Capelle en Waspik. 2. Voor het verkeer met bestemming centrum zijn goede en betaalbare parkeerplaatsen aan de rand van het centrum gewenst. Daarbij dient de wegbewijzering verbetert te worden. 3. Met betrekking tot parkeertarieven, vergunningen en ontheffingsbeleid dient nadrukkelijk rekening te worden gehouden met de belangen en wensen van bewoners van omliggende traten van het centrum. 4. Voor de verkeersveiligheid in de wijken kiezen wij voor 30 km zones ter plaatse. 5. Het op gehandicapten gericht gemeentelijk beleid dient in samenspraak met het Platform Gehandicapten te komen tot bereikbare en toegankelijke bushaltes, openbare gebouwen, winkelcentra en parkeerplaatsen. 6. Veilige fietspaden en aanbod van bewaakte fietsenstalling in en rond het centrum. 7. Met name rond de scholen dienen zo nodig extra maatregelen genomen te worden om de veiligheid van de kinderen te bevorderen, waarbij ook een belangrijke verantwoordelijkheid ligt bij de ouders. 8. Indien mogelijk en wenselijk willen wij oplaadpunten voor elektrische auto's bevorderen.

12

Hoofdstuk 7: Zorg en Welzijn
In de huidige economisch zware tijden komen steeds meer burgers financieel en maatschappelijk in de knel. Voor die mensen willen wij, binnen de kaders van de wetgeving, een ruimhartig en op maat aangepast sociaal beleid voeren. Misbruik dient daarentegen streng te worden aangepakt. Veel ouderen en mindervaliden hebben extra zorg en aandacht nodig omdat zij vanwege een slechte gezondheid of een handicap kwetsbaar zijn. De wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) heeft de gemeente de verantwoordelijkheid gegeven ook voor deze mensen zodanige maatregelen te nemen dat zij in onze samenleving zo goed als mogelijk kunnen blijven functioneren. Het algemeen uitgangspunt hierbij is dat getracht moet worden zoveel mogelijk de zelfredzaamheid te bevorderen . Om het WMO beleid betaalbaar te kunnen houden zal bij het verstrekken van voorzieningen ook naar het inkomen van de aanvrager worden gekeken. De eenzaamheid is voor veel ouderen een probleem . Het welzijnsbeleid dient hieraan meer aandacht te geven. Ondanks de inspanningen van hulpverleners en zorginstellingen is er een tekort aan zorg en aandacht. Dit probleem wordt maar voor een deel opgevangen door mantelzorg en vrijwilligers. Allerlei soorten verslaving met bijbehorende uitwassen dient zoveel als mogelijk via voorlichting en preventie te worden voorkomen. Het welzijnsbeleid is in alle sectoren van beleid terug te vinden, maar is bijzonder gericht op de maatschappelijke instellingen, verenigingen en andere gesubsidieerde activiteiten in onze multiculturele samenleving. De steeds ouder wordende samenleving vraagt om een daarop aangepast beleid. De WMO adviesgroep, het Gehandicaptenplatform en de stichting Senioren Waalwijk worden dan ook nadrukkelijk betrokken bij deze beleidsterreinen. De inzet van vrijwilligers is onmisbaar voor de leefbaarheid. Ondersteuning van hun werk is noodzakelijk. In het bijzonder willen wij aandacht vragen voor de activerende en bindende rol, die de wijkcentra/ontmoetingsplaatsen kunnen hebben bij het wijk- en buurtbeheer, jeugd- en ouderenbeleid. Met de meeste jongeren gaat het goed. Slechts een deel komt in de problemen. De gemeente heeft nadrukkelijk de regie bij het preventiebeleid m.b.t. deze problemen. Met hulpverlenende instanties dient samenwerking tot stand te worden gebracht en afstemming tussen preventie en hulpverlening. De basis voor het lokaal volksgezondheidsbeleid zal worden vastgesteld middels een beleidsnota. SPEERPUNTEN Zorg 1. De Intergemeentelijke Sociale Dienst (ISD) moet een klantvriendelijke, effectieve en doelmatige organisatie zijn, waarbij de mens centraal staat en niet zozeer het systeem en de regels. 2. Voorlichting aan ouderen krijgt extra aandacht. De informatie moet op de doelgroep aangepast zijn. Verzorgingstehuizen, wijkcentra en ouderenbonden spelen een actieve rol in voorlichtingsbijeenkomsten en informatieverstrekking. 3. Alle openbare gebouwen moeten goed toegankelijk en bereikbaar zijn voor ouderen en mensen met beperkingen. 4. De gemeente gebruikt de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) om burgers, die niet op eigen kracht actief aan onze samenleving kunnen deelnemen, daarbij te helpen. 5. Naast het stedelijk servicepunt BaLaDe dienen de wijkservicepunten in de bibliotheek van Sprang-Capelle en Waspik een ondersteunende functie te krijgen in het kader van de WMO en mogelijke andere gemeentelijke en maatschappelijke diensten door middel van spreekuren en informatievoorzieningen.

13

6. Mensen met een uitkering dienen de vrijwilligersvergoeding te behouden en niet gekort te worden op de uitkering. 7. Voorlichting over de gevaren van allerlei soorten verslaving is een permanente taakstelling, waarbij coffeeshops in de buurt van scholen binnen de daarvoor wettelijke logische loopafstand naar de school, dienen te worden geweerd of waarvan de vergunning ingetrokken dient te worden. 8. Het gehandicaptenbeleid dient een integraal beleid te zijn bij alle beleidssectoren waarbij de belangen van mensen met beperkingen dienen te worden betrokken. 9. Ter bevordering van de zelfredzaamheid en zorg op maat verdient het aanbeveling om voor hen, die dat kunnen en willen, het gebruik van een persoonsgebonden budget te stimuleren. 10.LokaalBelang kiest voor een armoedebeleid dat activerend is voor hen, die nog kunnen werken en toereikend is voor hen die dat niet meer kunnen. 11.De verstrekking van voorzieningen in het kader van het WMO-beleid zal zoveel als wenselijk en mogelijk is , inkomensafhankelijk worden bepaald. 12.Daar waar mogelijk en wenselijk kunnen op tijdelijke basis, in het kader van mantelzorg bij bestaande woningen, verplaatsbare mantelzorgwoningen worden geplaatst en/of bij en in bestaande voorzieningen een tijdelijke woonvergunning worden afgegeven. Welzijn 1. Het jongerenbeleid moet zoveel mogelijk in samenspraak met jongeren tot stand worden gebracht, waarbij het jongerencentrum Tavenu een centrale rol kan spelen. 2. Het nieuw op te richten Centrum voor Jeugd en Gezin dient goed bereikbaar en toegankelijk te zijn. Mede daarom dient ook een spreekuur in de servicepunten in de kernen Sprang-Capelle en Waspik gerealiseerd te worden. 3. Aandacht moet worden besteed aan verdere integratie van allochtonen, waarbij er ook ruimte moet zijn voor eigen identiteit en cultuur. 4. Herhuisvesting van wijkcentrum Besoyen is voor ons een prioriteit en dient aldaar in het geplande wijkpunt onderdak te krijgen. 5. De kwaliteit, toegankelijkheid, vroeg, voor- en naschoolse opvang en voldoende kinderopvang dient in alle kernen gewaarborgd en beschikbaar te zijn. 6. Sommige ouderen dreigen in een isolement te raken. Het gemeentelijk welzijnsbeleid moet samen met ouderenbonden en vrijwilligers via persoonlijke benadering en/of activiteiten voor ouderen contact bevorderen. 7. Er dient een samenhangend beleid ontwikkeld te worden ter ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers. 8. Elke basisschool en school voor voortgezet onderwijs dient een zorg -adviesteam te hebben, waar problemen bij kinderen vroegtijdig gesignaleerd kunnen worden. 9. Het rapport 'Waalwijk Ouderenproof' dient onderdeel te zijn van een integraal beleid voor ouderen.

14

10.De Ouwe Toren in Waalwijk en het Bondsgebouw in Sprang-Capelle dienen beschikbaar te blijven voor het verenigingleven. Om dat haalbaar te maken en betaalbaar te houden is het doel dat de gebruikers de exploitatie in eigen beheer gaan nemen tegen een redelijke maatschappelijke huur. 11.In het kader van het dierenwelzijnsbeleid dient de herhuisvesting van het dierenasiel – bij voorkeur op het industrieterrein Zanddonk – de nodige prioriteit te krijgen.

15

Hoofdstuk 8: Onderwijs, Sport en Cultuur
Onderwijs Waalwijk beschikt over een goed onderwijsaanbod en huisvesting voor basis - en voortgezet middelbaar onderwijs. De school heeft niet alleen een onderwijskundige functie, maar tevens een belangrijke taak in de opvoeding van kinderen en het beleven van normen en waarden. Vanwege de invloed van de school op de vorming van kinderen is het van belang dat de school een veilige omgeving biedt. Daarnaast moet de school vroegtijdig problematisch gedrag signaleren zodat in samenwerking met de ouders begeleiding voor de kinderen kan worden gezocht. Ook in het middelbaar en voortgezet onderwijs kunnen leerlingen de prestatiedruk - vaak gecombineerd met problemen thuis en in hun omgeving - niet aan. Ze lopen achterstand op of verlaten vroegtijdig de school. Om dit zoveel mogelijk te voorkomen dient een goed zorgsysteem aanwezig te zijn dat in relatie met welzijnsvoorzieningen en hulpverlenende instanties, voor hulp of een goede begeleiding zorgt. Voor hen, die voortijdig afhaken en een tweede kans willen, is het regionaal opleidingscentrum ROC in Waalwijk een nuttig onderwijsinstituut. Het doel hierbij is dat alle jongeren een school verlaten met een diploma. Een van de basisvoorwaarden voor goed onderwijs is een goede huisvesting. SPEERPUNTEN 1. LokaalBelang vindt het belangrijk dat in de komende periode met nadruk wordt ingezet op Brede Scholen met multifunctionele accommodatie(s), waarin ook de voor- en naschoolse opvang geregeld kan worden. 2. Bij het vroegtijdig onderkennen en aanpakken van problemen bij kinderen kunnen veel latere en vaak grotere problemen op school en in de samenleving voorkomen worden. Het Consultatiebureau voor Zuigelingen en het Centrum voor Jeugd en Gezin hebben hierin een belangrijke taak , maar ook de GGD dient door de gemeente daarop aangestuurd te worden. 3. Voldoende betaalbare kinderopvang en buitenschoolse opvang blijft een punt van aandacht. Bij voorkeur dient deze in de wijkscholen en/ of bij sportverenigingen te worden gerealiseerd. 4. De gemeente stimuleert door overleg met het bedrijfsleven en onderwijs het creëren van leerwerkplaatsen voor jongeren. 5. Het Meerjareninvesteringsplan 2009-2014 voor onderwijshuisvesting dient voortvarend te worden uitgevoerd. 6. Vroegtijdig schoolverzuim dient te worden voorkomen door een actieve samenwerking met de scholen. Goede registratie en een actief optreden van de leerplichtambtenaar is daarbij noodzakelijk. 7. In het kader van een goede integratie en inburgering van met name allochtone bevolkingsgroepen dient een actief en stimulerend beleid gevoerd te worden en waar nodig en mogelijk ook vormen van sancties te worden toegepast. 8. Voortijdige schooluitval en schoolverzuim dient - al dan niet in regionaal verband- actief door de leerplichtambtenaar bestreden te worden.

16

Cultuur Eigentijdse voorzieningen zoals De Leest, de Bibliotheek, Den Bolder, het Kunstencentrum Waalwijk en Zidewinde geven een impuls aan het verenigingsleven. De huisvesting van het Nederlands Leder- en Schoenenmuseum is niet meer van deze tijd en is dringend aan vervanging toe. Door de nieuwbouw van het stadhuis aan de Winterdijk komt de westvleugel van het gemeentekantoor vrij en kan geschikt worden gemaakt voor dit museum om daarmee niet alleen het centrum maar ook onze Waalwijkse geschiedenis een prominente plaats te geven. Ook ten aanzien van De Leest wordt met een positieve grondhouding de plannen van het bestuur afgewacht alvorens tot een definitief standpunt te komen. Een ander belangrijk onderdeel van ons cultuurbeleid is het monumentenbeleid. Er is helaas al onnodig veel cultureel erfgoed verloren gegaan. Daarom moeten we zorgvuldig met de nog bestaande monumentale panden en beeldbepalende straatbeelden op de gemeentelijke en rijksmonumentenlijst omgaan. SPEERPUNTEN 1. Het gebruik van onze culturele voorzieningen is voor al onze burgers bereikbaar en toegankelijk en wordt gestimuleerd. 2. De openbare bibliotheekvoorzieningen in de kernen dienen ook na de fusie met de Bibliotheek Midden- Brabant gehandhaafd te blijven waarbij modernisering in gebruik noodzakelijk is. 3. Cultureel onderricht in het basis- en voortgezet onderwijs krijgt een impuls door in samenwerking met culturele instellingen extra mogelijkheden te scheppen om tegen gereduceerd tarief accommodatie en toegang tot voorstellingen of activiteiten beschikbaar te stellen. 4. Wij staan positief tegenover het plan om nieuwe huisvesting voor het Nederlands Lederen Schoenenmuseum te realiseren aan de westkant van het Raadhuisplein. 5. Naast de diverse activiteiten in het centrum zijn wij er voorstander van dat ook in de wijken de nodige sport- en culturele activiteiten worden georganiseerd en gestimuleerd. 6. Onze culturele instellingen dienen zoveel mogelijk samen te werken en blijven. betaalbaar te

7. Kunst in de openbare ruimte wordt gestimuleerd en waar mogelijk in samenwerking met direct betrokkenen gestimuleerd.

17

Sport LokaalBelang wil zich inzetten voor het toegankelijk houden van een breed aanbod van sporten recreatievoorzieningen en tevens de breedtesport stimuleren tegen voor de clubs betaalbare huurtarieven. Ook in het kader van de volksgezondheid is het belangrijk dat burgers deelnemen aan sport- en recreatieactiviteiten. Hoewel Waalwijk redelijk goede sportaccommodaties bezit, zijn een aantal voorzieningen aan vervanging en soms waar mogelijk aan uitbreiding toe. SPEERPUNTEN 1. De sport- en speelvoorzieningen in de wijk en in het recreatiegebied nabij het Hoefsven dienen in goede staat gehouden te worden. 2. Sport als sociaal bindmiddel voor en in de wijk dient aandacht en invulling in de wijk te krijgen door het organiseren van sport en spelactiviteiten bij voorkeur door de plaatselijke sportverenigingen tegen een redelijke financiële vergoeding. 3. De aandacht voor de breedtesport dient het centrale uitgangspunt voor het sportbeleid te zijn. 4. De Betaald Voetbal Organisatie (B.V.O.) RKC dient als een bedrijfstak te worden benaderd maar kan door middel van maatschappelijke activiteiten in het kader van sport en recreatie een maatschappelijke voorbeeldfunctie vervullen. 5. Er dient een actuele sportnota gemaakt te worden waarin de basisvoorzieningen en ontwikkelingsmogelijkheden voor de verenigingen als beleidskader worden vastgelegd. 6. Op basis van inventarisatie van benodigde sport- en speelvoorzieningen moet bekeken worden welke accommodaties veilig , aangepast, uitgebreid of extra groot onderhoud moeten krijgen. Een en ander op basis van prioriteit en beschikbaarheid van financiële middelen.

18

Hoofdstuk 9: Ruimtelijke Ordening, Volkshuisvesting, Milieu en Economische Zaken
Optimaal gebruik van de beperkte ruimte vraagt een geordende aanpak met actuele bestemmingsplannen. Het ontwikkelen van levensloopbestendige woonwijken en veilige en effectief ingerichte bedrijventerreinen. Het sociaaleconomisch beleid is in de eerste plaats gericht op werkgelegenheid voor de eigen bevolking. Bij de invulling van de steeds minder beschikbare ruimte moeten we,mede in het kader van duurzaamheid, uitgaan van een zo goed mogelijke afstemming met natuur en milieu en een zuinig gebruik van de ruimte en energie. Het is voor ons vanzelfsprekend dat in het beleid het milieu in samenhang met bouwen gebruiksaspecten voor bedrijventerreinen wordt bekeken. In het kader van de vastgestelde woningbouw 2009-2019 is de woonvisie het beleidsuitgangspunt voor het volkshuisvestingsbeleid. SPEERPUNTEN 1. Het beleid ten aanzien van duurzaamheidontwikkeling van de gemeente Waalwijk dient waar mogelijk geïntensiveerd te worden. 2. Zo mogelijk en wenselijk willen wij oplaadpunten voor elektrische auto ’s bevorderen. 3. De gemeente zorgt voor behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden. 4. Energiebesparende maatregelen dienen via goedkope leningen en/of directe subsidie in het kader van de sociale woningbouw gestimuleerd te worden. 5. Het woningbestand wordt conform de nieuwe woonvisie in kwantiteit en kwaliteit ontwikkeld, waarbij het aanpassen en opplussen van woningen voor ouderen met daarbij aandacht voor de starters op de woningmarkt centraal staat. 6. In het kader van diversiteit van woningaanbod wordt ook zorggedragen voor voldoende aanbod van betaalbare huurwoningen, waarbij toetsbare prestatieafspraken worden gemaakt met de woningbouwverenigingen. 7. Wij vinden het belangrijk dat ook in de kernen Waspik en Sprang-Capelle voldoende woningen voor de eigen inwoners kunnen worden gebouwd. 8. Indien de eigenaar en alle bewoners van de Spranckelaer de noodzakelijke kosten willen dragen voor die voorzieningen die noodzakelijk zijn voor een reguliere woonwijk, de woningen voldoen aan de daarbij te stellen eisen en de provincie hieraan medewerking wil verlenen is voor ons een formele woonbestemming via wijziging van het bestemmingsplan bespreekbaar. 9. Daar waar mogelijk en wenselijk biedt de gemeente, in het kader van volkshuisvestingsbeleid van collectief particulier initiatieven opdrachtgeverschap, ruimte op plannen te realiseren. 10.In samenwerking met de woningbouwcorporaties en projectontwikkelaars en met inspraak van alle betrokkenen worden 'wijk-kwaliteitsplannen' voor levensloopbestendige wijken gerealiseerd. 11.Het schaarse open poldergebied ten westen van de Sprangse sloot blijft behouden voor agrarisch gebruik. 12.Basisvoorzieningen dienen in Waalwijk in de wijk en in Sprang-Capelle en Waspik in de centra ruimte te krijgen voor versterking en handhaving van die voorzieningen.

19

13.Aandacht voor de kwaliteit van woonomgeving en wijk waarbij mogelijke verpaupering actief wordt bestreden. 14.Bij de uitgifte van bedrijventerreinen moet nadrukkelijk gekeken worden naar de kwaliteit en kwantiteit van de werkgelegenheid op basis van bestaande behoeften. 15.De bestemmingsplannen worden geactualiseerd en gehandhaafd mede ten behoeve van een betere bescherming van natuur, landschap cultuurhistorie en water. 16.Er dient een onderzoek te komen naar de noodzaak van een nieuwe sluis bij de haven van Waalwijk en uitbreiding van bedrijventerreinen.

20

Hoofdstuk 10: Dorpskernen en Buitengebied
Waalwijk kent naast de meer stedelijke centrale kern de dorpskernen Sprang-Capelle en Waspik. Het centrale beleidsuitgangspunt voor LokaalBelang is dat deze kernen hun eigen karakter moeten kunnen blijven behouden. Daarnaast dient daarbij de leefbaarheid, veiligheid en sociale samenhang bevordert te worden zonder een grote afbreuk te doen aan die eigenheid. Alhoewel in de voorgaande hoofdstukken aandacht is gegeven aan dit uitgangspunt , willen wij naast de meer algemene uitgangspunten voor elke kern , de betreffende specifieke speerpunten hier nog eens herbevestigen. Met name in deze kernen zijn de resultaten neergelegd in het DOP Waspik en het WOP Sprang-Capelle en is voor ons in principe uitgangspunt van lokaalbeleid. SPEERPUNTEN 1. Basisvoorzieningen dienen in Waalwijk in de wijk en in Sprang-Capelle en Waspik in de centra ruimte te krijgen voor versterking en handhaving van die voorzieningen. Zo nodig kunnen de in de wijk te realiseren woonzorg-servicepunten daar een rol in spelen. 2. Wij vinden het belangrijk dat ook in de kernen Waspik en Sprang-Capelle voldoende woningen voor de eigen inwoners kunnen worden gebouwd. 3. Het Bondsgebouw in Sprang-Capelle dient beschikbaar te blijven voor het verenigingsleven. Om dat haalbaar te maken en betaalbaar te houden, is het doel dat de gebruikers de exploitatie in eigen beheer gaan nemen tegen een redelijke maatschappelijke huur. 4. Het nieuw op te richten Centrum voor Jeugd en Gezin dient goed bereikbaar en toegankelijk te zijn. Mede daarom moet ook een spreekuur in de servicepunten van de kernen Sprang-Capelle en Waspik aanwezig zijn. 5. Het bestemmingsplan buitengebied dient met voortvarendheid te worden vastgesteld om de belangen van de agrariërs en milieu zoveel als mogelijk veilig te stellen. 6. Naast het stedelijk servicepunt BaLaDe dienen de wijkservicepunten in de bibliotheek van Sprang-Capelle en Waspik een ondersteunende taak en invulling te krijgen ten dienste van de WMO-taken en eventueel andere gemeentelijke en/of maatschappelijke diensten. 8. We blijven in samenspraak met de provincie streven naar een beter en voor eenieder toegankelijk openbaar vervoer, zo nodig aanvullend door een frequenter onderling vervoer van de buurtbus in en tussen de kernen Waalwijk, Sprang-Capelle en Waspik. 9. Het openhouden van de Koesteeg is voor ons een beleidsuitgangspunt. 10.Voor de verkeersveiligheid dient de snelheid in het Lint tot max.50 km beperkt te blijven. 11.De herinrichting en reservering voor uitbreiding van de begraafplaats aan de Tilburgseweg is en blijft een doelstelling van ons beleid. 12.Land- en tuinbouw dienen voldoende mogelijkheden te hebben en te houden voor een normale bedrijfsontwikkeling. 13.Het schaarse open poldergebied ten westen van de Sprangse sloot blijft behouden voor agrarisch gebruik. 14.Wij ondersteunen de herstructurering en verbetering van het centrum in Sprang-Capelle en Waspik.

21

15.De gemeentelijke wijkcoördinatoren dienen goed bereikbaar en toegankelijk te zijn en in Sprang-Capelle en Waspik regelmatig spreekuur te houden in bijvoorbeeld de servicepunten.

22

Hoofdstuk 11. Financiën
Het is onmiskenbaar dat de huidige financiële crisis een belangrijk stempel op de komende raadsperiode zal drukken. Ook wij, in Waalwijk, hebben te kampen met toenemende werkeloosheid, minder financiële armslag voor onze burgers en de bezuinigingen vanuit de rijksoverheid. Zeker gezien het feit dat wij als gemeente voor onze financiële inkomsten voor ca. 50 % afhankelijk zijn van de rijksuitkering van het gemeentefonds . De rijksbezuinigingen zullen dus fors ingrijpen in onze gemeentebegroting. Bezuinigingen en beperkte lastenverhogingen lijken dan ook onvermijdelijk. Wij huldigen daarbij het principe dat in beginsel de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. Nu vrijwel alle financiële reserves zijn opgegaan in diverse maatschappelijke projecten dient een behoedzaam financieel beleid ontwikkeld te worden om onnodige verzwaring van lokale lasten te voorkomen. SPEERPUNTEN 1. Bij de start van de nieuwe bestuursperiode dient een goede analyse gemaakt te zijn van de dan aanwezige financiële situatie in relatie tot de noodzakelijk uit te voeren plannen, eventueel aangevuld met nieuwe initiatieven. Op basis hiervan dient prioriteitstelling, fasering en financiële dekking te worden aangegeven. 2. Voorstellen tot verhoging van OZB-belasting boven het inflatiepercentage kan alleen in bespreking genomen worden nadat eerst de in Speerpunt 1 genoemde analyse is uitgevoerd en de noodzaak van OZB-stijging is aangetoond. 3. In beginsel moeten de tarieven voor de gemeentelijke dienstverlening kostendekkend zijn, maar de kostenkant moet daarbij ook reëel zijn. Uitzondering op deze regel is aanvaardbaar, indien het de sociaal-maatschappelijke dienstverlening en sociaal culturele evenementen betreft.

23