P. 1
Wetenschapsfilosofie: Hermeneutiek, positivisme en structuralisme, kritische theorie, postmodernisme, gender en wetenschap

Wetenschapsfilosofie: Hermeneutiek, positivisme en structuralisme, kritische theorie, postmodernisme, gender en wetenschap

|Views: 37|Likes:
Published by Stuvia.com
Een combinatie-samenvatting van de hoorcolleges wetenschapsfilosofie en het boek 'Wetenschapsfilosofie voor geesteswetenschappen'.
Een combinatie-samenvatting van de hoorcolleges wetenschapsfilosofie en het boek 'Wetenschapsfilosofie voor geesteswetenschappen'.

More info:

Published by: Stuvia.com on Aug 18, 2013
Copyright:Traditional Copyright: All rights reserved
List Price: $16.65 Buy Now

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
See more
See less

01/14/2014

$16.65

USD

pdf

Sections

  • Hoorcollege 8 Hermeneutiek deel 1
  • Hoorcollege 9 Hermeneutiek deel 2
  • Hoorcollege 10 Positivisme en structuralisme
  • Hoorcollege 11 Kritische theorie
  • Hoorcollege 12 Postmodernisme
  • Hoorcollege 13 Gender en wetenschap
  • Hoorcollege 14

Wetenschapsfilosofie: Hermeneutiek, positivisme en structuralisme, kritische theorie, postmodernisme, gender en wetenschap

door

lienxx

De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal
Koop en Verkoop al je samenvattingen, aantekeningen, onderzoeken, scripties, collegedictaten, en nog veel meer..

www.stuvia.com

Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal

Wetenschapsfilosofie Hoorcollege 8 Hermeneutiek deel 1

Wetenschapsfilosofie voor geesteswetenschappen Michiel Leezenberg & Gerard de Vries Samenvatting hoofdstuk 6 „De hermeneutische traditie‟ (college 8+9)  Schleiermacher geeft de eerste aanzet tot een algemene hermeneutiek, of leer van het interpreteren (verstehen) of uitleggen van teksten. Interpretatie verloopt via de zogenaamde hermeneutische cirkel, en behelst niet simpelweg het achterhalen van bedoelingen van de auteur. Volgens Dilthey is deze verstehende methode dat wat de geesteswetenschappen van de natuurwetenschappen onderscheidt.  De neokantiaan Rickert onderscheidt de cultuurwetenschappen door een apart soort begripsvorming: ze zijn idiografisch, niet nomothetisch zoals de natuurwetenschappen. Cassirer vat de ontwikkeling van (natuur-) wetenschap in zijn theorie van symbolische vormen.  Weber introduceert de notie van ideaaltype als hulpmiddel voor een verstehende sociale wetenschap. Volgens hem zijn de sociale wetenschappen waardevrij, en dat moeten zij ook zijn.  Gadamar geeft een ontologische benadering van interpretatie; hij behandelt de vraag wat interpretatie „doet‟ met zowel het interpreterende subject als het geïnterpreteerde object. Hij heeft geen methodologie voor „goede‟ interpretaties, of van concrete technieken van interpretatie.  Quentin Skinner staat een contextualistische benadering in de ideeëngeschiedenis voor. Deze bestudeert niet alleen de propositionele inhoud of betekenis van teksten uit het verleden, maar ook de conventies van de tijd waarin ze zijn geschreven. Hoorcollege „Hermeneuein‟ is Grieks en betekent uitleggen, vertalen. Hermeneutiek wordt toch meestal uitgelegd als de leer van interpreteren/interpretatieleer. (Verstehen = interpreteren) Filosofie van de geesteswetenschappen De 19e eeuwse school van de hermeneutiek legt het fundament onder de geesteswetenschappen om deze filosofisch te verwoorden. Voorbeeld boek van Françis Bacon: De Verulamio Voorkant: schip dat de zee op vaart. Het schip staat in de 17e eeuw symbool voor het onderwijs, het leren. Het schip vaar langs de zuilen van Herucles (het zijn niet per se zuilen, kan ook symbool staan voor de straat van Gibraltar, waar je beter niet langs kan gaan omdat je het onbekende ingaat). Maar dat is precies wat Bacon doet in zijn boek. Achtergrond Notitie „historiciteit‟: historische karakter van alles en nog wat  alles heeft een historische bepaaldheid Notitie institutionele veranderingen: alles wat overblijft in de filosofische faculteit wordt voorzien van een filosofisch fundament

Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal

Filosofen die in de 19e/begin 20e eeuw (dit is de periode waarin de geesteswetenschappen ontstond) geschreven hebben en op hun eigen manier proberen om het filosofisch fundament onder geesteswetenschappen te formuleren. Friedrich Schleiermacher (1768-1834) Hij is theoloog, werkte aan dezelfde universiteit als Hegel, is een romantisch filosoof, schreef over religie en ethiek maar staat voornamelijk bekend om zijn interpretatieleer/hermeneutiek. We hebben hier dus te maken met de Romantiek. In de Romantiek is een belangrijke rol weggelegd voor het genie. Het genie creëert kunstwerken, teksten, romans, gedichten etc. Maar hoe dit tot stand komt gaat het genie te boven. Hij stijgt in zijn kunstwerken boven zichzelf uit. De taak van de hermeneutiek is dan om dat wat onbewust gebeurt bij het genie (scheppingsproces), bewust te reproduceren.  De niet rationeel verklaarbare scheppingen van het genie moeten, om ze beter te kunnen begrijpen, bewust gereproduceerd worden, op zo‟n manier dat je als hermeneuticus het kunstwerk beter begrijpt dan het genie zelf. Met deze interpretatieleer, die van toepassing zou moeten zijn op alle menselijke uitingen (schilderijen etc.) bleek hij een „wetenschappelijke‟ manier gevonden te hebben om een betekenis te achterhalen. Daarvoor moet hard gewerkt worden. Beroemde uitspraak: “Onbegrip treedt als vanzelfsprekend op, en dus moet begrip op ieder punt gewild en gezocht worden.” Schleiermacher deed dat zelf in de Griekse filosofie. Hij wilde dat theologie en filosofie rigoureuze wetenschappen zouden worden. Er werd gezocht naar objectieve kennis, kennis die niet van interpreet tot interpreet verschilt; zij zouden tot hetzelfde begrip moeten komen. Hoe werkt dat dan? De hermeneutische cirkel Interpreteren is het voortdurend heen en weer gaan tussen een deel van een tekst en het geheel ervan (oneindig proces). Je komt tot een geheel door alle deeltjes in overweging te nemen. Door vanuit het geheel naar een deel te kijken, kun je dit deel ook in een ander daglicht zien. Volgens Schleiermacher laat dit model ook verbetering toe  je draait wel rondjes, maar je kan ook verbeteren. Van deel naar geheel en van geheel naar deel. Dit is een objectief proces: je komt allemaal bij hetzelfde uit. Subjectiviteit speelt geen rol. Wat wil je hiermee?  Intentie van de auteur herhalen  Eenheid van de tekst: iedere culturele uiting heeft een eenheid, en die eenheid moet boven tafel gekregen worden. o Voorbeeld: als we Homerus lezen, komen we „areta‟ tegen, en dat wordt doorgaans vertaald met deugd. Hier klopt iets niet: bij Homerus is deugd alleen van toepassing op flinke kerels, bij modernen betekent deugd „het goede doen‟. Dat geldt ook op het moment dat je fysiek niet zo sterk bent. Bij ons kan je niet deugdzaam zijn als je systematisch liegt; bij Homerus wel. Je moet van alles weten om hier iets zinnigs over te zeggen. o Voorbeeld: interpretatie van de Islam – boek Hans Jansen. „De Islam is voor varkens, apen, ezels en andere beesten.‟ Volgens hem is dit een centrale gedachte in de Koran. Als je kijkt naar de hermeneutische cirkel, klopt er iets niet. Jansen gaat er bijvoorbeeld aan voorbij dat een vergelijking en een identificatie niet hetzelfde zijn. En daarnaast zweren Joden hun eigen boek af.

Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal

Zij zijn niet alleen geen moslim, maar zweren ook hun eigen heilige boek af. Jansen besteedt weinig aandacht aan kleinigheden/details, en daarmee voldoet hij niet aan de eisen die Schleiermacher stelde aan goede interpretatie. Jansen is onvoldoende bezig met de eenheid van de tekst en lijkt met zijn gekke slordigheden ook niet echt recht te doen aan de auteursintenties. Die twee thema‟s (eenheid van de tekst en auteursintentie) hangen weer samen met twee verschillende manieren van begrijpen: - Psychologisch begrijpen = het trachten te achterhalen wat de drijfveer en de motieven van de auteur waren bij het schrijven van zijn tekst. - Grammaticaal begrijpen = uiterlijke zaken, het is met name het grammaticale gedeelte dat maakt dat je kan spreken van objectiviteit in interpretaties  een tekst wordt in het geheel van andere teksten geplaatst en gerelateerd aan andere gebeurtenissen. Volgens Schleiermacher zou dat proces zijn eigen regelmatigheden hebben. Het zijn zaken waarop de auteur zelf geen vat heeft. De paradigmatische wetenschap die gebruikmaakte van die hermeneutiek, is de filologie: de leer van oude teksten. En het is via dat hermeneutisch onderzoek van teksten dat in de filologie geprobeerd wordt om het geestelijk leven van een oude, verloren gegaande cultuur te achterhalen. Hegeliaans idee – hoe in een bepaalde tijd een gedeelde geest speelt die vorm en inhoud betekenis geeft aan de teksten uit die tijd/gebeurtenissen. Schleiermacher heeft hier ook over gedoceerd, maar hij heeft het nooit echt op schrift gesteld. We hebben zijn ideeën hierover dan ook vooral te danken aan de aantekeningen van zijn studenten. Wilhem Dilthey (1833-1911) Heeft zijn ideeën over interpreteren wel op papier gezet, heel uitgebreid. Hij maakt een duidelijke onderscheid tussen „verstehen‟ (begrijpen/interpreteren) en „erklären‟ (verklaren), omdat je bij een interpretatie niet per se iets verklaart. De verstehende wetenschap van Dilthey is een reactie op het empirisme en het positivisme (inductief). Deze verstehende methode onderscheid geesteswetenschappen van natuurwetenschappen. Dilthey: bij geesteswetenschappen gaat het er niet om om op die manier tot wetmatigheden te komen (natuurkundig/inductie), maar het gaat om het achterhalen van dat wat innerlijk is (in het geval van mensen en wat zij voortbrengen. Mensen worden niet benaderd als levenloze dingen; er zou iets interessants achter het uiterlijk zitten, zoals motieven. Niet alleen de uiterlijke gedragingen worden onderzocht, maar ook de innerlijke drijfveren. Dat sluit niet uit dat natuurwetenschappers zich niet met de mens mogen bezighouden – maar zij doen dit voornamelijk in termen van wat er uiterlijk allemaal te zien is. Geesteswetenschappers bestuderen het innerlijk via uiterlijke verschijnselen (artistieke werken). Dilthey als levensfilosoof: je moet je niet inleven in de situatie (in bijv. een tekst) maar je moet het echt beleven/erleben. Je moet jezelf in de situatie plaatsen die gegeven wordt en achter de drijfveren komen van de maker van het kunstwerk. Je moet het kunstwerk als het ware herscheppen via de belevenis. Begrijpen of verklaren? Verschil tussen natuur- en geesteswetenschap volgens Dilthey: in geesteswetenschappen zijn we uit op het achterhalen van betekenissen (beleven). In natuurwetenschappen komt men via

Bij Dilthey is het een meer historisch gekleurde voorsortering. Neonkantianisme Kennistheorie van Kant: aantal begrippen staan centraal. van leven.en cultuurwetenschap. Heinrich Rickert (1863-1936) CULTUUR Veel overloop met Dilthey op gebied van filosofische interesse. Rickert heeft dan ook over cultuurwetenschappen in plaats van over geesteswetenschappen. Dat we iets inbrengen wordt behouden.) Bij Kant waren dat categorieën en aanschouwingsvormen. Dat soort categorieën als oorzakelijkheid bepalen hoe we de wereld waarnemen. We zien een combinatie van positivisme en Duits idealisme. Het is aan de hand van verschillende soorten van begripsvorming dat Rickert een onderscheid maakt tussen natuur. Er bestonden ook verschillen. maar het subject neemt iets mee. Het (categorieën) is een transcendentaal subject: mogelijkheidsvoorwaarde om überhaupt van kennis te kunnen spreken.com .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal inductieve weg tot de formulering tot algemene wetmatigheden die de verschijnselen die eraan onderhevig zijn zouden verklaren. „Verstehen‟ zou te veel ruimte laten voor subjectieve invloeden. en over cultuur in plaats van over leven. bijvoorbeeld in de woorden die ze gebruiken. Wat verder cruciaal is. Subject en object waarbij het subject kennis inwint van het object. die maakte dat een begrip van geest. is dat het leven van de mens historisch bepaald is. Ze zijn bemiddeld door wat wij zijn. Je hebt begrippen nodig om verschijnselen te begrijpen of te verklaren. Rickert vond Dilthey duidelijk te wild vanwege diens levensfilosfische insteek. Leden Neonkantianisme: Wat is bij hen Neonkantiaans? (aanval op empirie). We hebben ineens niet meer te doen met a-historische en universele transcendentalia. wat we inbrengen (niet wat we voelen etc. Je kunt objectieve kennis verwerven middels dat proces van beleven. Aam de andere kant heeft het kennend subject (Kant) absoluut iets in te brengen. We worden bepaald door de tijd waarin we leven. van ervaring een rol speelde bij Dilthey waar Rickert niet zoveel van moest hebben. maar met lokale en steeds veranderende transcendentale voorwaarden  geldt voor beiden. De mens heeft een wil. namelijk al die categorieën van het verstand en vormen van de aanschouwing die universeel en tijdloos zijn (dus altijd voor iedereen hetzelfde). Hielden zich beide bezig met het formuleren van een fundament onder de geesteswetenschappen. verlangens. Hij vond het speculatief en subjectief. emoties. Typisch voor levensfilosofen: ze begrijpen mensen als veel meer dan met rede begiftigde wezens. Centraal begrip bij Rickert is „begripsvorming‟. Niet doordat het object bepaalt wat het subject moet denken (empiristen). legt zelf iets in de wereld. De omstandigheden waaronder iets tot stand is gekomen in je gedachten herscheppen. Ze geven beide op hun eigen wijze een nieuwe invulling aan datgene wat het subject zou meenemen naar de wereld toe. Oog op: Natuurwetenschap: begripsvorming langs „generalisatie‟ Cultuurwetenschap: begripsvorming langs „individuatie‟ . Aan de ene kant rust hij op de uiterlijkheden die ons toegang geven tot het innerlijk (en zo tot objectieve kennis komen). Hoe kan een geesteswetenschapper met zijn eigen achtergrond vat krijgen op de ideeën uit een ander tijdperk? Voor Dilthey was dit niet zo‟n groot probleem: als historicus kun je door dat proces van herbeleving ontsnappen aan je eigen historiciteit.Stuvia.

Daarmee is de methode van „verstehen‟ volgens Rickert veel te subjectivistisch. Bij Rickert wordt dus een belangrijke rol toegekend aan waardenbetrokkenheid. omdat je niet te maken hebt met langs wetmatigheden verlopende processen. Alle begripsvorming in de cultuurwetenschap wordt door die waardenbetrokkenheid gekenmerkt  betekenis achterhalen. ↓ Rickert maakt onderscheid tussen ideografische wetenschappen (wetenschappen die de objecten benaderen in termen van het individuele en unieke) en nomothetische wetenschappen (wetenschappen die hun objecten begrijpen in termen van wetmatigheden).typische wetenschap: historiserend.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Cultuurwetenschap  terrein waarin sprake is van niet wetmatige. Dilthey  levensfilosoof Rickert  cultuurwetenschap . Ze wordt geschiedenis wanneer we haar bekijken met het oog op het bijzondere en individuele.en cultuurwetenschap omtrent begripsvorming wil niet zeggen dat cultuurwetenschap geen wetenschap is. maar om waardenbetrokken. un je helemaal niet begrijpen dat je van doen hebt met dat soort zaken (schilderijen etc. Negentiende eeuwse taaltheorie Historisch-vergelijkende taalkunde: . In de natuurwetenschap is het tegenovergestelde waar. Er wordt te veel aandacht besteedt aan de individuele psyche. Iets dat gekarakteriseerd wordt in historisch bepaalde waarden en normen  deze komen voort uit menselijk handelen. unieke gebeurtenissen. Het gaat niet om waardering. omdat alleen de laatste waardenbetrokkenheid kent. om er betekenis aan toe te kunnen kennen. Het gaat erom dat je.com . Volgens Rickert was Dilthey een psychologist. natuur Cultuur: termen van waarden. individuele. je die producten in het licht van bepaalde woorden moet zien.Stuvia. dan hechten we er geen waarde meer aan. De psychologie hield in dat veel probleemgebieden waar filosofen zich traditioneel over uitlieten. Dus: cultuurwetenschap doet uitspraken over unieke gebeurtenissen. „Psychologisme‟  het geloof valt te reduceren tot psychologische regelmatigheden  leidt tot discussies. Terwijl romans en gedichten zijn wat ze zijn doordat we er een bepaalde waarde aan toekennen. Natuur: termen van wetmatigheden/algemeenheden. Geen specifieke. wordt beschouwd als „scheldwoord‟. Volgens Rickert is natuur. natuurwetenschap doet uitspraken die voor alle objecten uit een bepaalde klasse gelden.van cultuurwetenschap onderscheiden.). unieke gebeurtenissen. Het onderscheid dat Rickert maakt tussen natuur. Cultuur vs. De wereld wordt natuur wanneer we haar bekijken met het oog op het algemene.a-typische wetenschap: universele wetmatigheden centraal Filosofen werden hier niet blij van. omdat hij de betekenis van cultuurproducten probeerde te verklaren door subjectieve (psychologische) toestanden. ineens behandeld zouden moeten worden door zo‟n andere nieuwe wetenschap. taal als uitdrukking van Geist . Zodra we naar objecten kijken als het ware het natuurlijke objecten. Zonder je die waarde voor te stellen van die cultuurproducten.

com .w.en cultuurwetenschappen (ideografisch – nomothetisch) 3) Objectiviteit cultuurwetenschappen gefundeerd in objectiviteit van waarden (bestaan niet op dezelfde manier als een tafel o.i. afbeelden. Een symbool is een teken voor iets anders. maar maakt geen belangrijk onderscheid tussen natuur.p. Hier lopen de 3 functies nog door elkaar heen.en geesteswetenschappen. taal. 3 functies. soorten religieuze rituelen  gehelen van samenhangende symbolen. volgens Rickert moeten we in de unieke gebeurtenissen waar de historici zich over uit proberen te laten. heeft symboliek. Alles wat tastbaar is. maar zijn transcendentaal) Op het moment dat je iets niet meer in het licht van een waarde bestudeert. Je hebt een begrip nodig om een verschijnsel te kunnen vatten. Symbolische vormen zorgen ervoor dat we kunnen waarnemen en dat we kennis kunnen inwinnen. op zoek naar waardenindividuen en die moeten we construeren. mythologie. Cassirer: de mens is in eerste instantie een symboliserend wezen..en cultuurwetenschappen (algemeen – uniek) 2) Demarcatiecriterium natuur. Elk soort van (historisch veranderlijke) symbolische vormen geven een eigen manier om de wereld te begrijpen. Ernst Cassirer (1874-1945) SYMBOLEN „Al het zintuiglijke is betekenisgeladen‟ (er bestaat geen theorievrije waarneming). Rickert‟s waardentheorie speelt een kennistheoretische rol: d. Ze zorgen ervoor dat zaken betekenis voor ons hebben.d. We interpreteren een gebeurtenis in het licht van de waarde. Mythische uitdrukkingen: verklaren. ben je opgehouden met het bedrijven van geschiedenis of cultuurwetenschap. al het menselijk handelen is doordrenkt met symbolen. Waar je ook kijkt.z. Deze verwarring is niet terug te vinden in de moderne wetenschap. uitdrukking bepaalde wens (regendans). Zonder symbolen kunnen we niets. Die a priori waarden voorzien het historische proces van een culturele betekenis.a.v. Hij is Neokantiaan. 1) expressieve functie = directe uitdrukking als wens of emotie 2) voorstellende functie = symbolen hebben als doel om ergens een afbeelding van te zijn (weergave) 3) „zuiver betekenende functie‟ = legt de relaties tussen verschillende objecten bloot  meest abstract  hiërarchie die te maken heeft met historische ontwikkeling Voorbeeld: primitieve volkeren. Stelt de vraag: „Hoe is het mogelijk dat er zoiets is als betekenis?‟ Antwoord: de theorie van de symbolische vormen. Die vormen het transcendentale kader van mogelijkheidsvoorwaarden om tot kennis te komen dat maakt dat Rickert een Neokantiaan is. Symbolische vormen zijn o. Cultuur doet dat volgens Rickert wel. Dat zijn individuele gebeurtenissen die alleen gezien kunnen worden in het licht van a priori waarden.Stuvia. subjectief bij Dilthey). . Omdat het dus een a priori is hebben we hier te maken met objectieve kennis (i. Bij Kant is het rationeel. De rol van de categorieën en aanschouwingsvormen worden vervangen door symbolische vormen. Denken van Rickert in 3 stappen samengevat: 1) Begripsvorming in natuur. bij Cassirer hoeft het niet op een systematische redelijke manier geordend te worden.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Volgens Rickert kun je het methodologisch onderscheiden tussen verschillende klassen wetenschappen niet goed vatten met de termen die Dilthey daarvoor hanteert. Er bestaat geen theorievrije waarneming (tegen empirisme).

met zijn zuiver wiskundige vorm. Allen maar de structurele relaties tussen objecten worden ermee uitgedrukt zonder een afbeelding te zijn van die objecten.com . De positie van Cassirer lijkt in heel veel dingen op die van Rickert (historiseren en hebben van a priori). De objecten komen dan samen te vallen met netwerken van kwantitatief uit te drukken relaties. We zien dus een ontwikkelingsgedachte in het weten (van primitief naar meer wetenschappelijk). nog helemaal afgezien van iedere poging om ergens een representatie van te zijn. Wat we niet zien is een criterium waardoor we natuur. in staat de systematische relaties bloot te leggen.van geesteswetenschap kunnen onderscheiden.Stuvia. .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Hij is.

Hermeneutiek als „ontologisch proces‟ Zowel bij Heidegger als bij Gadamer wordt hermeneutiek veel groter dan de leer van het interpreteren van menselijke of culturele producten. In dit essay bespreekt Heidegger hoe de waarheid door kunstwerken ontsloten wordt. Dat ontleent hij aan een dichter. De reden hiervoor is dat zij gedachten met hem delen. waarheid en methode  we duiken de filosofie in.Neokantianisme: Rickert.Grondleggers hermeneutiek: Schleiermacher. Dankzij dit boek is Gadamer voor veel filosofen echt een belangrijk voorbeeld. zowel in de continentale traditie als in de analytische traditie in de filosofie: de “linguistic turn” / talige wending in de filosofie (van de geesteswetenschappen). wereldontsluiting. . als voor datgene wat geïnterpreteerd wordt. De manier om dat uit te drukken is dat hermeneutiek in de handen van deze filosofen een ontologisch proces wordt: een proces dat tegelijk vormend is voor degene die interpreteert. Cassirer  Gadamer is beïnvloed door de belangrijke Duitse filosoof Heidegger.Stuvia. De opvattingen van Heidegger worden enigszins geassocieerd met nationaalsocialistische invloeden. met name „beleving‟.De oorsprong van het kunstwerk (1936): Kunstwerken ontsluiten waarheid. 1) Hans Georg Gadamer 1900-2000 Ontologie. maar nog meer doordat Gadamer het boek heeft geschreven op 60jarige leeftijd. Het boek staat in de 19e eeuwse traditie van de romantische geesteswetenschappen. Het gaat niet alleen meer over geesteswetenschappen. Op de punten waar dat zo is neemt Gadamer heel duidelijk afstand van Heidegger. Dilthey  filosofisch fundament onder de nieuw ontstane faculteiten Zeker van Diltheys denken zijn met name sporen terug te vinden in de theorie van Gadamer. Tot nu toe centrale grondgedachte: begrijpen (geesteswetenschappen) tegenover verklaren (natuurwetenschappen). . Marin Heidegger.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Hoorcollege 9 Hermeneutiek deel 2 Discussie over aard van Geesteswetenschappen ook buiten context van 19e eeuwse Duitse filosofie om gevoerd: niet alleen Duitsers hebben gewerkt aan de grondslag van geesteswetenschappen. Het denken van Heidegger vormt een belangrijke achtergrond bij Gadamer. We eindigen met de Duitse socioloog Max Weber die een theorie heeft ontwikkeld die veronderstelt dat sociaal handelen zowel begrepen als verklaard moet worden.com . Waarheid en methode (1960) is een bekend boek van Gadamer. Achtergrond bij Gadamer (invloed vanuit de 19e eeuw):  Recapitulatie Hermeneutiek 1: twee stromingen . Taal treedt heel expliciet op de voorgrond in die discussies over de grondslag van de geesteswetenschappen. In een lijn met die herdefiniëring van hermeneutiek als ontologisch proces beschrijft Gadamer het doel van zijn eigen onderzoekingen als volgt: . horizonversmelting. . Betekenis en het interpreteren heeft een belangrijke rol in die discussies. In de uitlegger die Heidegger daarbij geeft komt een hele prominente rol in beeld voor het begrip aarde.

dat je anders naar de wereld kijkt. Begrip en zelfbegrip gaan hier samen als hand en handschoenen. De paradigmatische plek voor dit soort ervaringen vinden we volgens Gadamer in de beleving van kunst. de leer die zich bezighoudt met dat waar kunst op gericht is. Dat gebeurt volgens Gadamer wanneer we kunst beleven. het begrijpen behoort tot het bestaan van wat begrepen wordt.com . Dit klinkt negatief: doordat we bevooroordeeld zijn kunnen we niet echt goed meer tot een begrip komen van dat dat we kunnen begrijpen.Stuvia. Die werken hebben volgens Gadamar een wirkungsgeschichte: een geschiedenis van de effecten van een kunstwerk of ander cultuurproduct. Dit geldt voor Gadamer niet alleen over de ervaring met kunst. in de zin van het is individueel en niet toegankelijk voor derden. Het is wel noodzakelijk. We moeten een bewustzijn ontwikkelen die zowel geraakt wordt door de geschiedenis historische kunstwerken als door de effecten van geschiedenis: wirkungsgeschichtlichest bewustzijn (?)  Subjectief Interpretatie is wat Gadamar niet subjectief. Maar dat is volgens Gadamer niet het punt: het is niet slecht dat we de wereld bevooroordeeld tegemoet treden. maar ook tegelijkertijd op het historisch begrijpen daarvan. Als je heel goed je best doet om die historische beleving te hebben.d. Waarom begrijpen bij Gadamar niet helemaal subjectief is: . Dat heeft ermee te maken dat bij Gadamer dat begrijpen een ervaring wordt die zowel degene die begrijpt als datgene wat begrepen wordt veranderd. Wie of wat we zijn is historisch bepaald.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal [het doel is] „het tonen dat begrijpen nooit een subjectief zich verhouden tot een gegeven “ding” is. Dat idee dat je kunt ontsnappen aan je eigen historiciteit wordt door Gadamar radicaal verworpen. aangezien het begrijpen behoort tot het bestaan van wat begrepen wordt. niet kwalijk: we kunnen niet anders. het wordt al een soort technisch begrip. De ervaring van kunst kan ons zo diep raken. Een soort levensveranderende ervaring. In die uitdrukking komt zowel het procesmatige karakter als het ontologische karakter van begrijpen tot uitdrukking. maar over alle ervaringen. Historische bepalingen hebben een vormend effect op ons begrip van anderen en het begrip van wie of wat we zelf zijn – daaraan is niets bedreigends. We kunnen wel over onze vooroordelen/stellingen etc. En dé exemplarische wetenschap voor de hermeneutiek is de esthetica. kunnen niet losgezien worden van interpretaties die daar al aan gegeven zijn.  Traditie – de ervaringen die we hebben in confrontatie met kunstwerken kunnen nooit losgezien worden van tradities (tradities waarin kunstwerken tot stand gekomen zijn/tradities om bepaalde kunst tot je te nemen). maar het is onvermijdelijk dat we onze eigen waarden en begrippen op de een of andere manier projecteren op datgene dat we interpreteren. nadenken. dan zou die historiciteit ook iets zijn waar wij als interpreten mee van doen hebben. Vergelijking Dilthey en Gadamar: beiden vinden dat als kunstwerken uit het verleden bepaald zijn door hun historiciteit/specifieke context waarin zij tot stand zijn gebracht. de leer van het schone. nog voor we het gezien hebben. Dat wil zeggen. Een echt historisch begrip moet zich daarom niet alleen maar richten op de historische situering van de tekst/kunstwerk.‟ Op een rijtje:  Begrijpen – het is niet zomaar meer wat het in de alledaagse omgangstaal betekent. Daarom hebben we het hier over traditie: kunstwerken e. Die tradities zorgen ervoor dat we kunstwerken met vooroordelen (vörverstandnisse) benaderen: we hebben al een idee over wat we gaan zien. dat je in zekere zin – al is het maar heel even – een ander mens wordt. kun je ontsnappen aan je eigen historiciteit. maar integendeel behoort tot de traditie en de doorwerking daarvan.

Het hele ontologisch proces dat hermeneutiek wordt in de handen van Gadamar. De verschillende horizonnen kunnen overlappen doordat je dezelfde vooronderstellingen en opvattingen hebt over datgene waarnaar je kijkt/waarover je spreekt. Ook hier zie je een heen en weergaande beweging en geldt dat het oneindig is. Wat het kunstwerk jou vertelt is opgenomen in je nieuwe oordelen en vooroordelen. Horizon: achtergrond of context van handelingen en vooronderstellingen die voor verstehen onmisbaar zijn. Naast de cirkel van delen en gehelen komt bij Gadamar ook nog de cirkel van tekst en lezer ofwel interpreet en geïnterpreteerde. dan sluit jouw horizon de waarheid die ontsloten wordt door dat gedicht in eerste instantie uit. bijvoorbeeld de manier waarop we een kunstwerk ervaren. Het maakt de mens tot wie hij is.Stuvia. via de traditie komen we op het idee dat we een horizon hebben die kan versmelten. Je zit vast aan een bepaalde positie. Dat twee mensen elkaar kunnen begrijpen is het effect van dat ieder ander ook een horizon heeft: er is sprake van horizonversmelting. 2) Ludwig Wittgenstein  Taalfilosofische achtergrond: . Op die manier ontstaat er een soort dialoog tussen jou en het kunstwerk. De versmelting van horizonten is volbracht wanneer je een nieuw/ander begrip ontwikkelt hebt dat overeen komt met het idee van het kunstwerk of dat je bij je oude opvattingen blijft wat dan toch een nieuw begrip is door een nieuwe ervaring. maar kunnen het delen.com . Die kun je verplaatsen. Het proces van interpretatie is talig. je kunt je verplaatsen maar je hebt je eigen voorinterpretatie en bepaalde bewuste en onbewuste achtergronden bij interpreteren. Dit is ook in andere situaties van toepassing. We zitten dus niet opgesloten in ons eigen subjectieve bewustzijn. Een dialoog waarin jij de waarheid van het kunstwerk bevraagt en andersom je eigen vooronderstellingen over wat waar is open komen te liggen voor kritiek vanuit dat kunstwerk. Maar jij als interpreet opent als het ware jouw horizon door toe te staan dat het kunstwerk jouw vooroordelen bevraagt. is een talig proces. De horizon biedt eigenlijk het kader waarbinnen wat dan ook begrepen kan worden. We zien bij Gadamar de hermeneutische cirkel van Schleiermacher terug: je ontwikkelt een beter begrip door heen en weer te gaan tussen begrip van delen ervan en het begrip van het geheel ervan. Terugkijkend op de ideeën van Gadamar kunnen we de volgende driehoek „zien‟: Begrijpen. Hij gebruikt dit begrip om aan te tonen dat het interpretatieve proces holistisch van aard is (holisme = theorie alleen als geheel te verklaren). om te begrijpen wat begrijpen is moeten we een beroep doen op de traditie.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal - Ieder interpreterend subject deelt voor een heel groot deel een traditie met andere van dat soort interpreterende subjecten. maar ze zullen niet verdwijnen. Je begrijpt beide beter wanneer je ze in verband van elkaar ziet. en nog helemaal daaronder ligt het fundament van Gadamar‟s filosofie: taal speelt een cruciale rol in ieder begrijpen en kan er niet uit weggedacht worden. Als je voor het eerst een gedicht leest.

en geesteswetenschappen. Bij het denken over taal komt er een praktische en sociale component kijken. De taalfilosofie van Wittgenstein is gebruikt bij het formuleren van de grondslag van sociale. De betekenis van een begrip leren kennen of een taal leren spreken betekent dat je leert te participeren in een bepaalde levensvorm.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal In de geesteswetenschappen houden we ons vooral bezig met unieke gebeurtenissen en niet met regelmatigheden. terwijl je een flesje water pakt).en geesteswetenschappen. „De betekenis van een woord is zijn gebruik in taal‟. Op het moment dat je deel uitmaakt van zo‟n gemeenschap.com . zonder de kat te kennen en te weten over welke vensterbank het gaat. Hij benadrukt vooral het praktische aspect van taal: het feit dat we allerlei dingen doen met onze taal. De ander begrijpt wat er bedoelt wordt. is aan normatieve regels gebonden. dan maak je deel uit van een levensvorm. Hoe kan dat? Dat is de puzzel die Wittgenstein met zijn theorie van betekenis (hoe denken. Die normatieve component wordt bestendigd door gemeenschappen van taalgebruikers (mensen die allemaal wel weten wat correct is en wat niet). Er zijn een aantal uitzonderingen: een daarvan is een analytisch filosoof die zich bezighoudt met de grondslagen van de geesteswetenschappen en in dat denken daarover een belangrijke rol toebedeelt aan interpreteren. niet alleen maar het maken van afbeeldingen etc. De taalfilosofie van Wittgenstein is gebruikt bij het formuleren van de grondslag van sociale. . Bijv.Stuvia. („Ik pak mijn microfoon‟.Filosofische onderzoekingen 1953 Taal als „gebruiksvoorwerp‟ in sociale praktijken (gebruikstheorie van betekenis) Reactie op filosofische tradtie tot dan toe en een reactie op zijn eigen eerdere werk. De taalfilosofie van Wittgenstein is gebruikt bij het formuleren van de grondslag van sociale.: Mijn kat ligt te slapen in de vensterbank. Ten grondslag aan dit filosofische bouwwerk ligt het raadsel hoe het toch mogelijk is dat iemand begrijpt wat iemand anders zegt. We kunnen woorden zowel goed als fout gebruiken. maken grapjes enzovoorts. dat die dan beïnvloedt is door het werk van Wittgenstein. Wittgensteinianen: Peter Winch (1926-1997) Hij vertaalde de taalfilosofische ideeën van de late Wittgenstein naar behandeling van problemen in sociale wetenschap in zijn boekje The Idea of a Social Science and its Relation . maar we stellen vragen.en geesteswetenschappen. De betekenis van woorden bestaat nu dan ook niet meer in de manier waarop een woord verwijst naar een mogelijke stand van zaken maar in de manier waarop woorden gebruikt worden. De uitleg van Wittgenstein hierbij is: dat gebruik in de alledaagse praktijk van onze talige omgang met elkaar. Boeken: . Die afbeeldingen kunnen we met elkaar delen.Tactatus Logico-Philosophicus 1921 Primaire functie van taal: verwijzen (afbeeldingstheorie van betekenis) Beïnvloedde de Wiener Kreis. Wijkt radicaal af van zijn op waarheidscondities gebaseerde theorieën. De primaire functie van taal is afbeelding en dat de betekenis van uitdrukkingen bestaat in de afbeelding van standen van zaken in de werkelijkheid. taal en werkelijkheid met elkaar samenhangen) wil oplossen: We maken met onze talige uitdrukkingen afbeeldingen van mogelijke standen van zaken in de werkelijkheid. die in dat vroegere werk helemaal niet in beeld was.

bedoelde betekenis De sprekers betekenis/pointe: bedoelde betekenis van een betekenis of taalhandeling. weet je waardoor de levensvorm in kwestie normatief bij elkaar gehouden wordt. John Langshaw Austin Boek: How to do things with words Ontkent beïnvloedt te zijn door Wittgenstein.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal to Philosophy. uitspraak. Bij Searle: datgene waar de uitspraak naar verwijst . Die heeft betrekking op het idee van Wittgenstein dat om een taal te leren. Winch gaat er vervolgens vanuit dat de taak van sociale wetenschappers is om ons iets te laten zien over bepaalde culturen of subculturen (levensvorm: gemeenschap van mensen die de wereld met bepaalde begrippen langs normatief vastgestelde wijze indeelt). je de betekenis van begrippen moet kennen. wat de begrippen betekenen. zoals de fonetische eigenschappen en de propositionele inhoud ofwel de letterlijke betekenis. Winch is bekend geworden met de uitspraak: Welke begrippen constitueren een levensvorm? “Sociology is really misbegotten philosophy” Ofwel: sociologie is in feite niks anders dan verkeerd begrepen filosofie. Op het moment dat je dat weet. wat de regels zijn voor het gebruik etc.Stuvia.com . duidelijk krijgen wat dingen betekenen etc. John Roger Searle Boek: Speech Acts Is verbonden met taalhandelingstheorie. Winch voert in dit boekje één kleine transformatie uit. maar zijn denken sluit naadloos aan op diens theorie: we moeten taal gebruiken in termen van het gebruik dat we ervan maken. Zijn naam is verbonden met de taalhandelingstheorie. Je zou kunnen zeggen dat dit boekje een Wittgensteinse (filosofische) fundering geeft van Weberiaanse sociale wetenschap.Illocutionair. een levensvorm te leren kennen. Als Winch vervolgens wil aangeven hoe we die levensvormen moeten bestuderen. Wat Winch doet voor de sociale wetenschap is komen met een taalfilosofische fundering op Wittgensteiniaanse wijze wat in de verstehende sociologie al enkele decennia gebeurt. propositionele inhoud Het uitspreken of uitvoeren van de taalhandeling. draait hij eigenlijk Wittgensteins stelling om: sociale wetenschappers moeten dan onderzoeken welke begrippen hoe gebruikt worden door bepaalde levensvormen. Deze handeling kan op allerlei aspecten onderzocht worden. En op deze manier begint de taak van de sociale wetenschapper erg te lijken op de taak die de filosofie volgens Wittgenstein heeft: begrippen verhelderen. Binnen die illocutionaire handelingen is er een interessante 3) Max Weber Niet begrijpen of verklaren maar begrijpen en verklaren!> verstehende sociologie Begrijpen in betekenissen of verklaring termen van algemene wetmatigheden Weber: we moeten zowel proberen tot een goed begrip te komen van de betekenis die er toe doet maar ook via betekenis tot verklaringen moeten komen. Rickert is neokantiaan en sprak van cultuurwetenschap: . Rickert vormde belangrijke invloed op werk van Weber.Locutionair. pointe. Taalhandelingstheorie Taalhandelingen (dingen die we kunnen doen met taal) kunnen worden onderscheiden in tweeën: iedere taal heeft twee delen: .

Dat doen we voor God.rationaliteit Deze waarden zijn onderdelen van de levenshouding van protestanten. maar om vraag of je wel of niet je plichten nakomt. Je gedraagt je niet als goed mens. Kapitalisme is dus niet de uitkomst van overheden die besloten dat ondernemers de macht moesten hebben over de handeling. Tegelijkertijd zijn het de fundamenten van het kapitalisme.Boek: De protestantse ethiek en de geest van het kapitalisme (1904) Hij stelt dat het economisch systeem van het kapitalisme dat vanaf moment dat in de 16e eeuw de protestante ethiek opkwam.Natuurwetenschap> vormen begrip met oog op algemene en trachtten tot verklaringen van verschijnselen te komen in universele wetten. Zo kunnen we ook tot een verklaring van de handeling komen. Doordat we werken voor God kunnen we in het seculiere leven onze toewijding aan God concreet maken.com .  Wat is de geest van het kapitalisme? Weber went zich tot Benjamin Franklin.  Wat was die protestantse ethiek precies? Idee dat handel geleid moet worden door private ondernemers zonder regelgeving van de staat is meer noordelijke uitvinding> daarin speelt protestantse ethiek een belangrijke rol: . . Sparen/vooruit denken is belangrijk in kapitalistisch stelsel. . Weber was in eerste instantie een socioloog! Thema dat steeds terugkomt:  Onttovering van de wereld.ascese (= ingetogen levenswijze) . Protestantse ethiek anders dan van de Katholieken. Gericht op welvaartgerichte visie/leven. Zij moeten achterhalen van betekenissen en waarden die gelegen is in cultuurproducten. Het is een verschijnsel dat voortkomt uit de manier waarop mensen leven gingen leiden. sparen etc.Cultuurwetenschap> begripsvorming vindt plaats met oog op unieke. Waarde en betekenis staat centraal. Is geen coördinatie maar wel collectief proces.arbeidsethos . Geld brengt geld op dezelfde manier dat zeugen kalveren voortbrengen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal .  Hoe heeft de protestantse ethiek precies het kapitalisme in de kaart gespeeld? Gaat om samenhang tussen protestantse ethiek en kapitalisme. Succes dat je kunt bereiken met dat harde werken is een teken van wat je te wachten staat in het Hiernamaals. De normen. De termen die betekenis geven aan het protestantse leven. een idee over hoe te leven en wat goed is. Het niet verdienen van geld wat je wel had kunnen verdienen is net zo erg als het zinloos vermoorden van een zeug. Werk is volgens deze ethiek een geestelijke roeping.Stuvia. . het deugd echt niet. Zit geen machtsfunctie achter. die heeft eraan bijgedragen dat het kapitalisme op kwam en zich kon wortelen in noordwest Europa en heeft een rol gehad in dat mensen ondernemingen gingen beginnen. Want die zeggen dat je voor vroomheid je terug moet trekken uit het wereldlijke leven. Weber:  Waardebtrokkenheid  Begripsvorming  Verstehen Weber over de taak van sociale wetenschap: interpreterend begrijpen en verklaren van menselijk handelen. ingegeven door protestants ingegeven ethos. Het gaat in kapitalistische geest niet om keuze om wel of niet zo rijk mogelijk te worden. Maar belangrijker: het gaat om een bepaald ethos. Protestanten zeggen dat je juist hard moet werken etc. Begrijpen en verklaren liggen in elkaars verlengde.

v. Kan onze geest rijp maken voor een idee of hypothese vorming bespoedigen. Sociaal handelen= handelen voor zover het op anderen gericht is en door de actor met een subjectieve betekenis verbonden wordt. Is handvat om verschil aan te duiden dat Weber ziet tussen sociale wetenschappen en natuurwetenschappen. Onderscheid tussen empirische kennis en waardeoordelen om: 1. Dus: De socioloog bouwt modellen en de vereenvoudigde voorstellingen die die modellen zijn (ideaaltypes) die moeten we de meest essentiële kenmerken van de realiteit te pakken hebben maar niet alle kleine verschillen die van persoon tot persoon te identificeren zijn. De waarde die protestanten centraal stellen in het leven spelen een belangrijke rol in de verklarende theorie van Weber in de manier waarop protestantisme het kapitalisme in de kaart gespeeld heeft. Scientisme= naïeve vertrouwen in natuurwetenschap als enige bron van kennis Schleiermacher: Hermeneutische cirkel. Waardebetrokkenwetenschap= bepaalde waarden heb je nodig als uitgangspunt van waaruit je überhaupt naar sociaal handelen kan kijken maar tegelijkertijd moet je ervoor waken dat de waardevrijheid niet op het spel komt te staan. Hierin zit ook kritiek op denken van Karl Marx want hij denkt alleen aan materialistische factoren in de verklaring van sociaal handelen. De verstehende socioloog moet dit sociale handelen begrijpen maar ook verklaren. Wat een socioloog interessant vindt kan ook van tijd tot tijd verschillen. Hiermee bedoeld Weber: De subjectieve betekenis die iemand aan zijn eigen handeling hecht.Stuvia. Kritiek op Weber: 1. De ideaaltypes die een socioloog moet reconstrueren vormen waardebetrokkenheid. Maar ook andere factoren moeten de aandacht krijgen zoals de rol van ideeën. Zo probeert hij een onderscheid te maken tussen wetenschap en politiek. moet ook causaal effectief zijn. praktische plicht te kunnen voldoen (opkomen voor waarden). wanneer de handelingen van een sociale actor bepaald worden door diens subjectieve betekenissen dan levert het verstehen in de sociale wetenschappen geen wezenlijke andere uitleg op dan de betekenissen en waarden die de actor zelf aan zijn handelingen hecht. . Weber vindt dat het een model vormt die op een ideaaltypische manier voldoende aansluit bij het verschijnsel in kwestie. Dus besproken auteurs verschillen vooral in levenshouding die t. verstehende methode onderscheidt ze van elkaar. Actor = de handelende mens. aan wetenschappelijke plicht te kunnen voldoen 2. De socioloog moet wel een bepaald standpunt innemen om orde aan te brengen in de chaos van indrukken in de wereld.o. 2. Webers verklaring van de opkomst van het kapitalisme sluit aan bij de subjectieve betekenis die de mensen in kwestie gaven aan hun eigen handelingen. natuurwetenschappen aannemen. Ook de waarden die van belang zijn zijn historisch veranderlijk.com . De interpretatie die de socioloog geeft aan een bepaalde gebeurtenis moet zowel kloppen op niveau van subjectieve betekenis die de actoren in kwestie hechten aan hun eigen handelingen als de echte oorzaken moet aangeven van die gebeurtenis.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Subjectieve betekenis die mensen hebben gehecht aan hun eigen handelingen= de betekenis of waarde die een „actor‟ hecht aan een feit/handeling/gebeurtenis. Het moet dus zowel verstehend als verklarend zijn. kop koffie theorie van verstehen: ziin theorie alleen handig als een voorbereiding van een daadwerkelijke verklaring die uiteindelijk in algemene wetten moet worden geformuleerd. Wetenschappelijke conclusies die vervolgens worden getrokken moeten voor iedereen geldig zijn. Ideaaltype: model van sociologische of historische verschijnselen dat abstraheert van individuele variatie.

Contextuele benadering. niet nomothetisch (algemene en wetmatige).com . Weber: Ideaaltype als hulpmiddel voor verstehende sociale wetenschap .Stuvia. Cassirer: Ziet (natuur) wetenschappelijke kennis als hoogtepunt van menselijk vermogen tot symboolvorming Gadamer: Verstehen gaat vooraf aan alle kennis. laat zich niet uit over verschillen. Geesteswetenschappen moeten zich richten op ervaren in zin van beleven. Skinner: Richt zich op analytische filosofie. van elkaar.o.v. niet van waarnemen. Rickert: 2 radicaal verschillende processen van begripsvorming.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Dilthey: complementair (aanvullend) t. Cultuurwetenschappen zijn idiografisch (individuele en unieke). Ontologische benadering van interpretatie.

Sociologische verklaringen kunnen volgens hem in strijd zijn met wat de leden van een maatschappij zelf over de onderzochte sociale feiten denken. Hoorcollege Voorbeeld: Wat brengt iemand ertoe om priester te worden? Om dit te begrijpen kan je je allereerst richten op de geloofsovertuigingen die iemand heeft of op de waarde die iemand toekent aan zijn eigen handelen. scholen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Hoorcollege 10 Positivisme en structuralisme Wetenschapsfilosofie voor geesteswetenschappen Michiel Leezenberg & Gerard de Vries Samenvatting hoofdstuk 7 „Positivisme en structuralisme‟  Durkheim probeert de sociologie als rigoureuze empirische wetenschap te vestigen door haar te baseren op sociale feiten. Subjectivisme komt vooral tot uiting in de hermeneutiek. Als je zo‟n verklaring als uitgangspunt neemt zeg je eigenlijk dat mensen wel wensen en verlangens kunnen hebben.  Subjectivisme Wetenschappelijke verklaringen in termen van subjectieve mentale toestanden. de antropologie en andere vakgebieden gediend. met de redenen die hij geeft. De hermeneutiek richt zich op het begrijpen van de uniciteit van datgene wat een bepaald onderzoeksobject (kunstwerk) uniek maakt ten opzichte van andere onderzoeksobjecten. maar daar houdt je verklaring niet op want je moet kijken naar datgene wat aan het handelen van het individu voorbijgaat. Dus: je kunt wel rekening houden met het handelen van iemand.  Volgens Saussure bestaat het (taal)teken uit een betekenaar (signifiant) en een betekende (signifie). wat in de bredere context zit. aldus Durkheim. Naast deze meer begrijpende manier is er ook een meer verklarende manier: je probeert het handelen te begrijpen vanuit de bredere context van waaruit het katholieke geloof van de ene generatie overgaat op de volgende generatie (bijv. maar ook die worden weer op hun beurt gevormd door de omgeving en context waarin die mensen zijn grootgebracht. kerken). de relatie hiertussen is arbitrair en conventioneel. omdat ze de mogelijkheid biedt om elke cultuursfeer op te vatten als een systeem van tekens. dat wetten volgt die aan bewustzijn en bedoelingen van het individu ontstijgen.  Saussure legt de fundamenten van de algemene taalwetenschap door strikt de taalsystematiek (langue) van het taalgebruik (parole). en de synchronie van de diachronie. Vanuit de wetenschap een verklaring geven voor dat handelen: we moeten ons richten op de redenen en toekenning van waarden. Sociale feiten zijn niet te herleiden tot bijvoorbeeld psychologische of biologische. Taalkunde als autonome wetenschap bestudeert de langue synchornisch. In de wetenschapsfilosofie wordt geprobeerd die twee bepalingen te duiden aan de hand van een begrippenpaar. gezinnen. te onderscheiden.Stuvia. om een meer overkoepelende verklaring geven voor bijvoorbeeld waarom er in grote gezinnen twee kinderen voor een beroep in de religie kiezen.com . Deze tekentheorie (semiotiek of semiologie) heeft als inspiratiebron voor de literatuurtheorie. Dat begrijpen of verstehen van een bepaald product richt zich op de bedoelingen van de auteur/schilder die achter dat product ligt: waarom deed hij het zo en niet op een andere manier? Dit is in eerste instantie een theologische opvatting: hoe kunnen we iets interpreteren? . Het is een stroming waarin wetenschappelijke verklaringen een beroep doen op de subjectieve mentale toestanden van degene die handelt/degene die iets maakt.

waarop zijn normen en waarden patroon tot stand komt en niet naar het individu zelf. Dat wil niet zeggen dat er daarvoor geen ideeën waren over de samenleving. Hoe doet hij dat? . Durkheim neemt het nieuwe vak gebied van Comte over en claimt ook de term sociologie.w. Mensen zijn maar in beperkte mate in staat om volledig inzicht te krijgen in de aard of beweegredenen van hun eigen handelen.Stuvia. Dit is een van de kernuitgangspunten van het structuralisme.z. of zelfs niet altijd weten wat hun precies drijft. Pas als we dat scherp krijgen zien we heel concreet de achtergrond van iemands handelen. Elke wetenschap heeft ditzelfde uitgangspunt en uiteindelijk zijn ze allemaal reduceerbaar tot de waarneming. moet je dus kijken naar de manier waarop een individu wordt vormgegeven.en geesteswetenschappen die het handelen of de producten die mensen maken verklaren in termen van objectieve gegevenheden die buiten het individu liggen. Deze leerstelling vormt ook de achtergrond voor het ontstaan van de sociale wetenschappen in de 19e eeuw. Varianten van het structuralisme: . kunnen we zien wat de drijvende kracht is geweest achter het kapitalisme dat ons nu als een ijzeren kooi gevangen houdt. Dat is kenmerkend voor wetenschappelijke kennis. Comte bedacht ook de term sociologie (en dacht min of meer dat zijn wetenschap daarmee al af was. Durkheim is vooral bekend als de auteur van een aantal belangwekkende studies over heel concrete sociale verschijnselen: zelfmoord. maar destijds sprak er niet de gedachte uit dat wetenschappen systematisch op zoek moesten gaan naar waarnemingen die hun theorieën ofwel ontkrachtten ofwel erkennen. maar is eigenlijk een van de eerste die dat empirische karakter van de sociale wetenschappen uiterst serieus neemt.  Objectivisme Wetenschappelijke verklaringen in termen van objectieve gegevenheden buiten het handelende subject. arbeidsdeling. religie. Dus wat zich buiten het individu begeeft maar wel op het handelen van het individu inwerkt. Dat idee is kenmerkend voor het objectivisme. Bijvoorbeeld kapitalisme. het individu is niet in staat om die structuren van de een op de andere dag om te gooien. De Wiener Kreis (logisch positivisme) erkent dat. Comte doet dat wel.com . Als je wil weten wat de beweegredenen van een individu zijn. Positivisme Auguste Comte is een voorloper van het positivisme.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Weber: ook voor de sociale wetenschappen (alle menselijke handelingen) geldt dat ze moeten kijken naar de waarde of betekenis die iemand aan zijn eigen handelen toekent. Benadering van cultuurproducten die tot op de dag van vandaag belangrijk is: Structuralisme Structuralisten gaan ervan uit dat mensen niet altijd grip hebben op hun eigen handelen. Hij probeert deze grote thema‟s op een empirische manier te onderzoeken. zijn versie zou de meteen ook de laatste zijn die de wetenschap zou kennen – dat is het gekke) en gaf het ervaringselement mee aan de sociale wetenschappen.De sociologie van Emile Durkheim Grondleggers van de sociologie. Alle verklaringen in de sociale. Wat voor waarden kennen de protestanten toe aan de wereld buiten hen? Pas als we op het niveau komen van de individuele toestand en de waarden die kenmerkend zijn voor het protestantse individu. Er zijn in de samenleving structuren en die gaan buiten de wil van het individu om. De manier waarop het protestantisme doorwerkt in het dagelijks handelen van protestanten. Comte heeft de leerstelling van het positivisme ontwikkelt: Alle wetenschappelijke kennis moet op de waarheid gestoeld zijn. D.

Het recht is dus extern aan elk individu en oefent toch een dwingende macht uit aan degene die aan de macht onderworpen zijn. Dingen zijn vrij stabiel. heeft hij daarmee ook laten zien dat de sociologie iets anders is dan de psychologie en dat het rechtvaardig is dat er een nieuw vakgebied ontstaat dat zich specifiek op die feiten richt. is extern aan het individu. (1) Dingen zijn niet door middel van een wilsact te veranderen. want een overtreding hangt samen met de sanctie die daarop volgt. Een samenleving waarin meer zelfmoord wordt gepleegd is een veel individueler geloof dan een samenleving waarin relatief weinig zelfmoord wordt gepleegd. Ik kan willen dat die tafel daar niet staat. Een voorbeeld is de geloofsovertuiging van Homerus: in de historische ontwikkeling verschuiven sociale feiten. maar op het moment dat ze geldig zijn oefenen ze wel degelijk een dwingende macht uit. je kunt hem alleen aan jezelf toebrengen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Kernregel waarop de hele sociologie gestoeld is: “Sociale feiten moeten als dingen beschouwd worden. Op het moment dat het Durkheim lukt om aan te tonen dat zelfmoord sociale feiten zijn en geen individuele feiten zijn. Vroeger was dit wel degelijk zo.Stuvia. Zoals de planeten de dingen zijn waarop de astronoom zich betrekt. Hoe zijn groepen georganiseerd en wat voor effect heeft dit op zelfmoordcijfers? Durkheim vind dat interessant omdat het volgens hem iets laat zien over de manier waarop die verschillende religies georganiseerd zijn. Sociale feiten vormen het beginpunt voor de theorieën en begrippen voor sociologen. materieel. Ofwel: het benadrukt dat de sociale feiten net als dingen in de buitenwereld een bepaalde bestendigheid hebben die ervoor zorgt dat die sociale feiten niet constant veranderen. zo zijn die sociale feiten de dingen/gegevenheden waar de socioloog zich mee bezighoudt. bijvoorbeeld een rechtsregel. Ook al ben je het met een regel oneens. In zo‟n samenleving wordt het zelf interpreteren van de Bijbel gestimuleerd en niet het klakkeloos aanvaarden van de autoriteiten. We kunnen ons niet onttrekken aan de rechtsregels. Dus: sociale feiten zijn extern aan het individu: ze treden buiten de kaders van het individuele handelen. maar oefenen er wel degelijk een dwingende macht op uit. Wat is de rol van religie op het handelen van individuen? Zelfmoord beschouwen wij misschien wel als het meest individuele van alle handelingen. Een sociaal feit is iets anders dan een individueel feit. Voorbeeld van de priester: school etc. Wat wij als individueel verschijnsel beschouwen.com . Daarnaast is zelfmoord niet wezenlijk verbonden met individuele misère. Sociale feiten oefenen ook een dwingende macht uit op het individu dat handelt. Niet zozeer om de geloofsovertuigingen. maar dat betekent niet dat sociale feiten los van individuen staan. Is het niet bij uitstek een individueel verschijnsel? Het is wel een handeling voltrokken door het individu. kunnen we niet meer van een sociaal feit spreken. is eigenlijk een sociaal verschijnsel. Een sociaal feit verandert niet omdat ik wil dat het anders is. Ding. maar de verklaring van de zelfmoord kun je niet herleiden tot het individu. als socioloog moet je die regel als gegeven beschouwen. maar geen dwang op hem uitoefent.” We moeten het volgende begrijpen:  Sociale feiten zijn (1) extern aan het individu en (2) oefenen een dwingende macht op dat individu uit.  Als dingen beschouwd worden. hoe het bestaan van een regel verklaard kan worden. maar meer om de organisatiestructuur van die religie. maar het oefent wel een dwingende macht uit op het individu wat die instituties doorloopt. Er is lossere structuur dat een grote mate van intellectuele en religieuze vrijheid . Wanneer iets wel extern is aan het individu. veranderen geleidelijk. Het is niet bedacht door een individu. Voorbeeld: Religie en zelfmoord. (2) Sociale feiten maken het gegevene van de sociologie uit. maar daarmee is het nog niet veranderd.

zit in de sociale geschiedenis. ging het vooral over neussnuiten aan tafel. Specifieke verklaring: Veel meer ruimte voor vrij onderzoek bij protestanten dan bij katholieken  minder dominante invloed op gelovigen.com . wordt dat als iets individueels ervaren. Etiquetteboekje van Erasmus: het snuiten van je neus in een zakdoek is fatsoenlijker dan het snuiten van je neus in je hand. vinden er ook veel zelfmoorden plaats.Stuvia. Wanneer het individu de normen overtreedt. Elias: schaamte is een lichamelijke reactie en de oorsprong dat dit gedrag als pijnlijk of schaamte wordt ervaren. Maar omdat die geschiedenis nu niet meer ervaart wordt. toont het nog steeds dwingende macht over het individu. Maar naarmate de regels steeds strikter worden. Op het moment dat er geen regels zijn rondom die gedragingen. je snuit je neus in je hand. Voorbeelden: het eten met mes en vork. . Voorbeeld: Neussnuiten. Dat zie je terug in de zelfmoordcijfers. Eerste fase: Weinig voorschriften. Regels rondom een concrete gedraging worden steeds specifieker. Maar wanneer er een zeer sterke sociale controle onderling is. maar ze hebben tegenover dat individu een dwingende werking/macht.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal kent. hoe minder ze geneigd zijn zelfmoord te plegen.  Schetst historische sociologie van de Westerse beschaving (manier waarop omgangsvormen zich ontwikkelt hebben in de loop der tijd) aan de hand van een reeks gedragingen. nemen ook gevoelens van schaamte en pijnlijkheid toe. Maar: het individu dat nu leeft en dat nu op die manier gesocialiseerd is. nemen de gevoelens van schaamte en pijnlijkheid (je ziet iemand die het gedrag vertoont) steeds meer toe. Ook als het individu het overtreedt. De groepsstructuur is dus kenmerkend voor de verschillende religieuze gemeenschappen. Geen sociaal feit. Tweede fase: Op het moment dat er regels waren over het neussnuiten. maar dat is de afgelopen 5 jaar verdubbeld door de economische crisis. roept dat gedrag ook geen reactie op. juist omdat er zo‟n sterke controle is. Hij maakt een etiquette boekje en daarin staat dat het wel netjes is dat je in je linkerhad snuit als je met je rechterhand het vlees van de schaal pakt. minder cohesie en minder kerkelijke integratie  meer zelfmoord! Algemene verklaring: Zelfmoord kan verklaard worden in termen van de sociale integratie (de mate waarin een individu is ingebed in een groep) en de sociale regulatie (van het maatschappelijke leven: economische crisis? sociale onrust?). Deze sociale regulatie zie je dus terug. Norbert Elias Elias en het civilisatieproces (1939) Proces van beschaving: manier waarop wij in het Westen een bepaalde graad van beschaving gekregen hebben: een reeks van concrete gedragingen zijn aan steeds meer regels onderworpen geraakt. Hoe meer individuen geïntegreerd zijn in een bepaalde structuur. heeft de gedragingen niet zelf bedacht (beïnvloedt van buitenaf). plegen mensen meer zelfmoord. Voorbeeld: Griekenland had eerst een van de laagste zelfmoordcijfers in Europa. Derde fase: de zakdoek is algemeen gebruik geworden  Als de regels rondom die gedragingen sterker worden. Wanneer de structuur losser is en mensen niet goed geïntegreerd zijn. zal hij daarbij noodzakelijkerwijs iets ervaren/voelen wat met dat verbod te maken heeft. omdat de gehechtheid van een individu in een bepaalde groep zijn risico/waarschijnlijkheid bepaalt waarmee dat individu zelfmoord zal gaan plegen.

Saussure geeft de taal vorm als een sociaal feit. Diachronie als historische veranderlijkheid van taal. je bestudeert diachronisch. Dit boek is verschenen aan de hand van aantekeningen die studenten gemaakt hebben. Het ontdekken van ontwikkelingspatronen. kent bepaalde regelmatigheden of onderscheidingen die gemaakt worden zonder dat we daar erg in hebben.De taalkunde van Ferdinand de Saussure Socialistische ideeën deden intrede in de geesteswetenschappen – het ging vooral over taalkunde. Die „Langue‟. De taal zoals die op dit moment in Nederland gesproken wordt. het taalsysteem als een sociaal feit.com . Dat is wat de taalkunde moet onderzoeken. een verzameling gedachtes over wat het object van de taalkunde zou moeten zijn. ↓ Je kijkt naar de verschuivingen in de taal. bij beide gaat het om gedragingen die vorm hebben gekregen door druk van buitenaf op het individu. Dat kan nog individueler: je herkent de stemmen van personen. van tijd tot tijd.Stuvia. Net als Durkheim zegt Saussure dat de taalkunde pas echt een eigen object heeft op het moment dat ze kan laten zien dat ze een perspectief heeft van waaruit zij de taal bestudeerd dat alleen kenmerkend is voor de taalkunde. Dat verschil kun je onderzoeken. De taalkunde moet zich abstraheren van alles wat individueel aan taal is en zich richten op de bestudering van taal als een systeem van tekens die zich onderling tot elkaar verhouden. zodanig dat wij nu niet meer herkennen dat het sociale feiten zijn met een hele specifieke geschiedenis.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal In beide gevallen – of het nu gaat om de zelfmoord van Durkheim of de hele concrete gedragingen als het neussnuiten bij Elias. waar de taalkunde zich mee bezig zou moeten houden. Vroeg zich als eerst af waar de taalkunde eigenlijk over zou moeten gaan. Was tot 1950 dé belangrijke figuur in de taalkunde. met name die van Saussure. of van groepen mensen op elkaar. bijvoorbeeld door te kijken naar de dialecten. Als we van taalkunde een echte wetenschap willen . is kenmerkend voor de taalkunde. De taal als een reeks van tekens die zich tot elkaar verhouden op een bepaald moment in de tijd. Taal dat wij als individu gebruiken en dat op individuele basis van elkaar verschilt. ↓ Het taalsysteem moeten we synchroon bestuderen: we abstraheren daarbij van de historische veranderlijkheid. We maken elke dag gebruik van taal en dat taalgebruik verschilt van persoon tot persoon.  „Langue‟: het taalsysteem als een sociaal feit. Meer richting de geesteswetenschappen: . Dit kan niet door individuele sprekers veranderd worden. Hij is het meest bekend geworden met een boek dat hij niet zelf gepubliceerd heeft: Cours de linguistique general: een cursus in algemene taalkunde. Onderscheid tussen twee perspectieven van waaruit je taal kunt bestuderen:  „Parole‟ als het individuele taalgebruik.

Dus op alle niveaus waarop we verschillende begrippen met elkaar in verband kunnen brengen. In die taal zitten allemaal onderscheidingen tussen tekens ingebakken. maar tussen hond en kat. Een mentaal beeld waar het woord kat naar verwijst. krijgen we als het ware dat hele begrippenapparaat mee.Stuvia. als we dat bestuderen in termen van de tekens waaruit dat bestaat en als we die tekens weer opdelen in een akoestisch beeld en een mentaal begrip.com . moeten we ons niet richten op de ontwikkeling van de taal in de loop der tijd. Het gaat dan niet altijd om het subtiele klankbeeld. We hebben een hele reeks manieren om die tekens ten opzichte van elkaar te definiëren. Al die tekens kunnen we in taal brengen. Niet alleen het akoestische beeld verschilt. wat volgt daar nou uit? De arbitrariteit (willekeurigheid) van het taaldenken. Het mentale begrip hond hoeft zich niet per se met het akoestische beeld hond te vereenzelvigen. hangt er niet op een natuurlijke manier mee samen. ↓ „Langue‟ is een systeem van taaltekens. Maar de willekeurigheid gaat ook over de relatie van die tekens ten opzichte van elkaar.  Filosofische conclusie: alleen via de tegenstellingen tussen onze tekens kunnen we naar objecten in de buitenwereld wijzen. De taal bestaat dus eigenlijk uit een reeks van kleine verschillen waarmee wij klankbeelden van elkaar onderscheiden. Dus rijst de vraag: waaruit bestaat een teken?  Aan de ene kant is een teken verbonden met een „Signifiant‟ of betekenaar als klank/akoestisch beeld: datgene waarmee het teken wordt uitgedrukt. boom en gras. Dus de manier waarop wij begrippen ten opzichte van elkaar definiëren heeft een bepaalde mate van willekeurigheid en op het moment dat wij een taal leren. Wat is nu de pointe daarvan? Wat volgt er nou uit dat dat taalsysteem op een bepaald moment in de tijd.) Saussure kan zowel filosofisch als methodologisch uitgelegd worden. begrijpen wij de wereld om ons heen. Wij hebben een heel begrippenapparaat meegekregen via onze taal. Hond verschilt een klein beetje van mond en rond. (Methodologisch: voor zover ze de taalkunde taal als object van onderzoek neemt. Met behulp van die taal als systeem. De relatie tussen teken en betekenis is willekeurig. Als we op die manier naar ons taalsysteem kijken. Ofwel de onderscheidingen die wij maken tussen verschillende tekens. zien we dat op een hele subtiele manier woorden steeds van elkaar verschillen. Tekens die wij allemaal gebruiken. Dus alleen met behulp van de begrippen van onze taal kunnen we denken en alleen al denkende met behulp van die taal kunnen we de buitenwereld begrijpen. het mentale begrip. Elk teken/woord heeft een bepaald klankbeeld en dat maakt één aspect van dat teken uit. . maar onderzoekt ze de verschillen tussen akoestische beelden onderling en mentale begrippen onderling. maar onze taal wordt ook gekenmerkt door een hele reeks categorieën die zich ten opzichte van elkaar definiëren. let ze niet op de manier op hoe de wereld buiten die taal geordend is. Op het moment dat we taal bestuderen zien we dat voor een bepaald mentaal begrip. maar op hoe de taal nu is. zijn onderscheidingen die in de taal zitten ingebakken en niet in de werkelijkheid waar die taal betrekking op zegt te hebben. zien we dat daar in verschillende talen een ander woord voor bestaat. Saussure: In taal als systeem zit een hele ordening van de werkelijkheid die niet per se noodzakelijk wordt afgedwongen door de manier waarop die werkelijkheid echt is. Ook daarvan geldt dat er een hele reeks verschillen zijn tussen die betekenden. Je analyseert de taal. Het synchroon bestuderen.  Aan de andere kant is een teken verbonden met „Signifié‟ of betekende als mentaal begrip: waar dat akoestische beeld voor staat.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal maken.

Oppositie: de manier waarop twee tekens van elkaar verschillen. Barthes is niet alleen geïnteresseerd in de verbale tekens.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal . als groot rijk. En daarmee breekt hij met de hermeneutische traditie die zich vooral richt op de bedoelingen die de auteur had.De semiotiek van Roland Barthes Belangrijke figuur in het Franse filosofische landschap. Voorbeeld: er is geen individu dat de taal verandert. Ook kunstenaars maken gebruik van registers. maar ook in de reeks van beelden waarmee wij elke dag geconfronteerd worden. Er is geen creatief individu dat vanuit zichzelf de volledige betekenis van zijn eigen werk bepaalt. voor hen wil dienen. Op basis van antropologisch veldwerk van zichzelf en van anderen probeert hij een algemene theorie te ontwikkelen van de manier waarop culturen geordend zijn. Van 1954 tot 1957 schrijft Barthes artikelen in een links georiënteerd tijdschrift waarin hij van die alledaagse beelden die hem zijn opgevallen met behulp van zijn structuralistische achtergrond analyseert. Hebben degene die tegen het kolonialisme zijn niet gewoon ongelijk? . Hij probeert is het perspectief op taal van Saussure te verbreden naar alle culturele en maatschappelijke producten. omdat die auteur nou eenmaal deel uitmaakt van de cultuur waarin hij is ingebed. Voorbeeld: foto Betekenaar: het akoestische. gedicht. maar maakt ook gebruik van stereotypen die al in de taal besloten liggen. Daar zou volgens Barthes als conclusie uit moeten komen dat de auteur als schepper van zijn werk dood is. Levistrauss krijgt een hele brede kring lezers. Elke auteur maakt volgens Barthes gebruik van symbolen die niet door hemzelf bedacht zijn. Het gaat om de betekenis die niet zozeer aan een auteur ontspringt. Bij schriftuur gaat het om de culturele betekenis die door een tekst heen wordt uitgedrukt. De achterliggende gedachte is dat de auteur eigenlijk een soort God in zijn eigen werk is. iedereen onder zijn hoede neemt ongeacht de huidskleur. Om dat inzicht gestalte te geven komt Barthes met een nieuw begrip: schriftuur. Barthes vindt dat we moeten kijken naar de tweede ordebetekenis: Frankrijk. foto. Bijv. novelle opgebouwd uit tekens die zich op een bepaalde manier tot andere tekens verhouden. Claude de Levistrauss Jaren ‟50: pikt een aantal ideeën van de taalkunde van de Saussure om niet-westerse culturen te begrijpen. maar in de alle daagse uitingen waarin wij die alledaagse uitingen (schriftuur) tegen kunnen komen. Equivalentie: de manier waarop twee tekens naar elkaar verwijzen/met elkaar samenhangen. Dus niet alleen maar in de grote romans. Dit is iemand die zich vrijwillig onder het gezag van de Fransen plaatst.Stuvia. Barthes geeft daar een veel bredere en culturele invulling aan.com . waaruit het beeld is opgebouwd (pixels) Betekende: wat is het voor afbeelding. Een voorbeeld van Levistrauss en Jacobsen over katten: ze proberen op allerhande niveaus te kijken waar er sprake is van equivalentie of oppositie tussen verschillende tekens. artikel. een jonge zwarte soldaat die salueert. Net als de taal is ook elke taal. maar die vaak onbewust de tekst binnen sijpelt. Iemand die een boek schrijft heeft niet alleen een bedoeling met zo‟n tekst. Dat is bijna een theologische opvatting van de relatie tot de auteur en zijn schepping (het kunstwerk dat gecreëerd wordt). waarschijnlijk naar de Franse vlag (het is een Frans blad) Echter. Ze kunnen zelf inrichten hoe dat universum eruit zou zijn. Een van degenen die op dat succes meeliftten is Barthes en Foucault Barthes‟ Mythologies (1957)  Neemt het idee van tekens en de tegenstellingen tussen tekens van Saussure over  Maar breidt Saussure‟s taalkunde ook uit naar het domein van de cultuur Barthes trekt de structuralistische taalkunde in de richting van de cultuurwetenschappen.

De blanke baby vs. woestheid van het instinct. de negers. Drie dingen vallen hem op: . Wat betekent moed in onze samenleving? dat je erop uitgaat. Zwart. Dit zijn associaties. Dapperheid. Het beeld van de baby die zich alleen en verlaten tussen de dreigende zwarte mensen bevindt komt steeds terug. onschuldig. wreed. . . Hij wil bij de culturele betekenis uitkomen die aan dat artikel ten grondslag ligt.Er ligt ook een mythe over ras verscholen in dit artikel. Het gaat om het blootliggen van tegenstellingen die maatschappelijk en sociaal gezien veel minder onschuldig zijn dan klankverschillen als „mond‟ en „hond‟.com . Bepaalde begrippenparen die aan elkaar zijn tegengesteld en die weer samenhangen met andere begrippenparen.Uiteindelijk is die baby zo innemend dat ze al die leden van die stam voor zich weet te winnen. Blank. beschaving. .Er zit een morele mythe in verstopt. Maar als het slecht af zou lopen met dat kind zouden we de ouders hartstikke dom vinden. In semiotische termen: wat we hier zien is een reeks van equivalenties en opposities. Deze equivalenties en opposities werken op verschillende niveaus door in de tekst. Beschaving vs. reportage van de reis  de moed wordt geprezen dat ze er met zo‟n jonge baby op uit gaan. Uit deze journalistieke reportage komt Barthes uit bij een analyse.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Ook in Paris Match geeft hij een voorbeeld van een artikel: twee ouders die op avontuur gaan met hun baby. op vakantie gaat. Hij neemt dat artikel als uitgangspunt om er een culturele semiotische analyse van te geven.Stuvia. woest.

Hoorcollege Kritische theorie (Frankfürter Schule) Drie taken van kritische theorie. Er bestaat een tegenstelling tussen wat een samenleving belooft en wat die samenleving is en dat biedt de kritische theorie de mogelijkheid om te zeggen: „als we willen dat de samenleving aan de idealen voldoet. dan moet die worden veranderd. Dergelijk handelen veronderstelt een gedeelde leefwereld.com .  Bourdieu verwijt zowel objectivistische als subjectivistische benaderingen in de mensen maatschappijwetenschappen dat ze de sociale positie van de onderzoeker buiten beschouwing laten. Hoe hebben ze zich ontwikkeld? Tegenstellingen die zich in de loop van de tijd ontwikkelen. de rol hiervan wordt in industriële maatschappijen echter steeds meer door systeemmechanismen overgenomen.Normatieve taak: wijzen op verschillen tussen de idealen die leven en de praktijk die maar moeilijk aan die waarden kan voldoen. . . dat aan sociaal handelen ten grondslag ligt. Niet alleen maar beschrijven wat er in het verleden gebeurt is en hoe dat tot het heden geleid heeft. als relatief autonome ruimtes van sociaal handelen die elk hun eigen wetten en hun eigen kapitaal hebben. of ook de maatschappelijke werkelijkheid zelf moeten kunnen bekritiseren.  Het positivismedebat tussen Adorno en Popper betreft de vraag of de sociale wetenschappen slechts het kritisch toetsen van de eigen hypotheses behelzen. Volgens Adorno dreigt de kapitalistische cultuurindustrie kunstwerken tot amusementsproducten te reduceren. het vooruitgangsgeloof en de avant-garde.  Habermas formuleert de kritische theorie in termen van een theorie van het communicatieve handelen. Marx ziet de dialectiek van economische verhoudingen als de motor van de geschiedenis. Beiden passen Marx‟ dialectischmaterialistische visie toe op culturele uitingen. Je kunt ook kijken naar het veranderen van specifieke groepen in de samenleving: emanciperen van specifieke groepen. Idealen contrasteren met hoe de samenleving op dat moment is. Is het mogelijk om met behulp . of onderliggend genererend principe. Zijn eigen opvatting van „praktische logica‟ postuleert een habitus.  Bourdieus sociologie van kunst en cultuur geeft een hoofdrol aan velden. Invloed van Hegel en Marx op verschillende gebieden: .  Benjamin en Adorno staan aan de grenzen van het modernisme. maar ook proberen te achterhalen op welke manier je die theorie in kunt zetten om dat heden te veranderen.Cognitieve taak: hedendaagse gebeurtenissen begrijpen door ze in historisch perspectief te zetten.Emancipatoire taak: specifieke groepen aanzetten tot zelfreflectie en kritische houding. En bovenal om te wijzen op de tegenstelling die op dit moment nog in de samenleving aanwezig zijn.Stuvia. Benjamin analyseert de effecten die technologische middelen zoals film op onze waarneming en op cultuurproducten hebben.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Hoorcollege 11 Kritische theorie Wetenschapsfilosofie voor geesteswetenschappen Michiel Leezenberg & Gerard de Vries Samenvatting hoofdstuk 8 „Kritische theorie‟  Hegel beschrijft de geschiedenis van de mensheid in termen van de dialectische ontwikkeling van de Geist. Volgens Adorno moet de kritische sociale theorie uitgaan van een visie van de juiste samenleving.‟ Dat is een normatieve basis om de weg te wijzen naar maatschappelijke verbetering.

objectief (hermeneutiek en structuralisme) is misschien handig om in de collegezaal uit te leggen.Stuvia. Een deel neemt Bourdieu daarvan over. In die neigingen zitten bepaalde verschillen en Bourdieu probeert deze te verklaren. maar worden bepaald door het feit dat iemand bepaalde handelingen als vanzelfsprekend beschouwd. We zeggen niet „ik ga het over de structuur van het neussnuiten hebben. Ook hij kijkt naar de manier waarop de habitus gevormd is. Op zo‟n moment vindt er geen bewuste afweging plaats om wel of niet voor een bepaalde handeling te kiezen. Neussnuiten. Wat Bourdieu dus met habitus wil vatten. Volgens Bourdieu liggen aan die neigingen niet constant keuzes ten grondslag. Het gaat hem daarbij om de manier waarop mensen van cultuurproducten genieten en smaakvoorkeuren (de manier waarop smaak gevormd wordt en deze zich uit). Elias: bevindt zich een beetje tussen structuralisme en hermeneutiek in (?).  Veld = een zelfstandig domein van sociaal handelen met eigen principes en doelen. Veel van die handelingen hebben een achtergrond die niet door het individu zelf erkent wordt. Voorbeeld: het is in een concertgebouw vanzelfsprekend dat je niet met je handen gaat zwaaien. Neigingen hebben we bij kunst en cultuur.com . Bourdieu zegt: zo‟n tegenstelling als subjectief . is het idee dat we enerzijds worden gevormd door de sociale omgeving/context waarin wij opgroeien. kleding etc. maar ook om hoe je je in bepaalde contexten en werelden moet gedragen. Je past je in je dagelijks leven aan aan de context waarin je je bevindt.‟ Dat komt omdat dat soort handelingen worden niet door een vaststaande structuur bepaald. doen we dat niet alleen maar op basis van onze bedoelingen en beweegredenen. Om dat te conceptualiseren introduceerde Bourdieu de volgende begrippen:  Habitus = geheel van neigingen tot bepaald gedrag De handelingen die wij verrichten komen voort uit bepaalde neigingen. het handelen zou hieruit voor komen. maar is het iets wat eenmaal bij ons hoort. progressiever en kritischer te maken? Welke groepen zijn dat dan? Op welke groepen moet je je richten wanneer je maatschappelijke verandering teweeg wil brengen?  Kritische sociologie van Bourdieu Er zijn verschillende „soorten‟ muziekbeleving. Sociale wereld is een vaag begrip. . Tussen die soorten muziekbeleving zitten allerhande verschillen die de Frans socioloog Pierre Bourdieu (1930-2002) zijn leven lang onderzocht heeft. Tegelijkertijd volgen we ook niet de structuur van het gedrag dat mensen in het concertgebouw tentoon spreiden. Je gezin heeft middels de opvoeding jouw handelen op een bepaalde manier beïnvloedt. bijvoorbeeld naar het gezin waar veel handelingen hun grondslag vinden. daar schiet je weinig mee op als je wil begrijpen waarom we handelen zoals we handelen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal van sociaalwetenschappelijke en geesteswetenschappelijke theorieën/analyses sociale groepen zelfbewuster. eten. denk bijvoorbeeld aan De Toppers in de Arena of een concert in het concertgebouw. eten met bestek etc. Want als we handelen of spreken. Het feit dat wij beïnvloedt zijn is eigenlijk een „voorafgaande fase‟. zijn geen gedragingen waarbij we het zomaar over een structuur kunnen hebben. en tegelijkertijd dat wij zelf altijd actief bijdragen aan het vormen van die wereld. Sociologie: de manier waarop door druk van buiten het individu aangezet wordt (geneigd is) tot een bepaalde handeling. daarom maakt Bourdieu het specifieker zodat we er meer grip op krijgen: een domein van menselijk handelen dat zich door de tijd heen min of meer heeft afgeschermd van andere velden van menselijk handelen.

Adorno en Habermas: Karl Marx (1818-1883) Kern: de mens raakt in de loop van de geschiedenis steeds meer vervreemd van twee eigenschappen die volgens Marx wezenlijk zijn voor het mens-zijn. fragmenten etc.a. instrumenten. ze onderscheiden zich van elkaar door de manier waarop ze culturele producten waarderen . Op het moment dat je je lang genoeg in een culturele sector op het culturele veld bewogen hebt. Datgene waaraan je je hoort te houden binnen een bepaald veld. zijn boek La distinction. anderzijds omdat hij vindt dat de sociologie ook kritisch moet zijn.  .). Critique sociale du jugement. Kapitaal is iets wat op de velden zelf nog moet worden ingevuld. is niet vanzelfsprekend ook datgene waarmee je op andere velden succes zou oogsten.Stuvia. „Sociologie als stoorzender‟. afkeer van het economische veld. hij heeft altijd moeten worstelen met zijn omgeving en vanaf het moment dat er samenlevingen zijn heeft de mens technieken ontwikkeld om beter met de natuur/omgeving om te gaan waarin hij zich bevond.com . Hiermee wil hij in het sociale veld iets uitdrukken van datgene wat belangrijk wordt gevonden en waardevol is (levert iets op op het moment dat je het hebt)  dubbele betekenis. Aan de ene kant is de mens een creatief wezen. omdat hij zich afvraagt waarom ongelijkheid door de tijd heen consistent blijft.De manier waarop mensen zich proberen te onderscheiden middels hun smaakvoorkeuren Hij testte mensen door hen allerhande vragen te stellen over foto‟s.Bepaalde groepen houden van andere dingen dan andere groepen. De regels die in dat domein gelden. De drie begrippen zeggen op zichzelf niet zoveel maar in termen van elkaar wel. Op het moment dat je over veel cultureel kapitaal beschikt (opleiding etc. Distinction = onderscheiding en staat voor: . Waarom spreekt hij over kapitaal? De kennis die je hebt opgedaan en het vermogen dat je hebt om ergens een oordeel over te geven zijn ook van waarde. maar altijd in groepen en heeft altijd moeten samenwerken om te overleven.) is dat in bepaalde kringen veel waard. Voorbeeld: in de 19e eeuw ontwikkelt zich een cultureel veld van schrijvers en schilders waarbij de huidige doelen en principes vervangen worden door nieuwe: ze keren zich af van alles wat met geld te maken heeft. economie etc. Hier heeft Bourdieu daar veel onderzoek naar gedaan in o. Bourdieu wil dit bestuderen omdat hij enerzijds de manier wil doorgronden waarop onze samenleving in elkaar steekt. Datgene dat je in staat stelt om een bepaalde winst te behalen. Volgens Bourdieu kun je de sociale wereld beter begrijpen op het moment dat je ziet dat bepaalde kennis en goederen in een bepaald domein gewaardeerd worden. kunst en cultuur. zijn niet per definitie direct overdraagbaar op andere velden (zoals politiek. De mens heeft nooit alleen geleefd.  Kapitaal = het schaarse goed waar in een veld strijd om wordt gevoerd. zul je ook een bepaalde neiging ontwikkelen om waarde toe te kennen aan een nieuw product wat je daar tegen komt. De mens veruitwendigt zich in de natuur door die natuur zich eigen maken door landbouw. Kritische sociologie. De creativiteit die de mensen in zich hebben komen hier ook tot uiting. Voorbeeld veld van cultuur: aan de ene kant is het dat wat je weet.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Bijvoorbeeld binnen „cultuur‟ gelden bepaalde regels over hoe je je dient te gedragen en hoe niet. Achtergrond van de kritische theorieën van Benjamin. Aan de andere kant zijn mensen sociale wezens. aan de andere kant is die culturele kennis op een bepaalde manier belichaamt. Dat je veel geld hebt zegt nog niet dat je ook succes hebt op dat culturele veld en andersom.

Dialectisch materialisme bij Marx: de geschiedenis wordt voortgedreven door de materiële. Je hebt een bepaalde maatschappelijke fase. Verschil Marx en Hegel: Hegel: begint altijd bij de geest die zich door de samenleving en natuur heen ontwikkelt Marx: als we de geest en geestelijke producten willen begrijpen. moeten we beginnen bij de basale. Dat drukt hij uit in onderbouw en bovenbouw: het denken en de cultuur (bovenbouw) worden bepaald door de economische verhoudingen (onderbouw). die loopt op zijn eind. er ontstaat een bepaalde spanning en op een hoger niveau wordt die spanning weer teniet gedaan (net als bij dialectiek bij Hegel: de leer van het opheffen van culturele en maatschappelijke tegenstellingen).com .De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal In de moderne samenleving (1850/1860) is de mens van die twee eigenschappen vervreemd geraakt. Dus materiële verhoudingen (de manier waarop producten verdeelt zijn en waarop geproduceerd wordt in een samenleving. Ontwikkelingsmodel van Marx: Dialectisch proces van vervreemding . economische tegenstellingen tussen de verschillende productiefactoren en de sociale klassen. en wanneer je dat door hebt zal je ook de geestelijke producten begrijpen die daar als het ware op drijven. de manier waarop groepen mensen zich in de verschillende samenlevingen tot elkaar verhouden) moet je in eerste instantie begrijpen. economische en maatschappelijke verhoudingen die we in een samenleving aantreffen. dat zich ook ontwikkelt in tegenstellingen. Er is een ontwikkelingsproces van de menselijke geschiedenis dat je kunt bestuderen.Stuvia. Marx gaat als volgt te werk: hij wordt wel een dialectiek materialist genoemd. Economische en maatschappelijke verhoudingen is het meest belangrijke en pas in tweede instantie kunnen we begrijpen wat voor geestelijke producten we kennen.

De dialectiek leert ons dat tegenstellingen niet kunnen blijven bestaan. Deze grote groep mensen wordt zich bewust van hun situatie en dat ze zo niet langer door kunnen gaan. heel makkelijk verleid worden. Marx had het vertrouwen dat op het moment dat een groep mensen beperkt was in hun toekomstmogelijkheden. Dat betekent dat die arbeiders ook steeds meer verarmen: een proletariaat. Wat wil nu het geval? De kapitalist gebruikt het kapitaal ook om meer kapitaal te genereren. jezelf ontwikkelen door middel van arbeid – een tegenstellende fase nodig is geweest om op een samenleving uit te komen waarin men weer terug is bij de eigenschappen die bij mensen horen: een communistische samenleving. maar dat er een moment zal komen dat die tegenstellingen op een hoger plan verdwijnen. maar slechts een aantal arbeidersplaatsen. Hij herkent die arbeid niet meer als iets dat hemzelf toebehoort. worden ze nu steeds meer tegenover elkaar uitgespeeld omdat er maar een beperkt aantal arbeidsplaatsen te verdelen zijn. maar ze zijn privébezit van een kleine groep mensen: de kapitalisten. Adorno. Dialectiek: dat wat bij ons hoort is juist wat van ons vervreemd. Frankfürter Schule: jaren ‟20/jaren ‟30: in Duitsland zie je de misleiding van het proletariaat voor het fascisme. van het feit dat hij door middel van de arbeid zijn eigen creativiteit kan gebruiken. die gebaseerd is op het sociale en creatieve karakter van de mens. De balans slaat door: er is nog steeds een grote groep arbeiders. Daarna zal er een overgangsperiode bestaan waarin het kapitaal aan het proletariaat toebehoort en daarna zal er een situatie ontstaan waarin privébezit niet langer bestaat en waarin iedereen eigenaar is van alles wat er is. Waarom zijn zij (Benjamin. Als je weet dat de geschiedenis zich op een dialectische manier ontwikkelt.Stuvia. Wat is kenmerkend voor een kapitalistische samenleving? De kapitaalgoederen die door de arbeider gemaakt worden. maar een andere groep heeft ze in bezit) zorgt volgens Marx voor de eerste vorm van vervreemding. Tegelijkertijd kon die massa. Het aandeel van zo‟n arbeider in het productieproces wordt steeds kleiner en het eindproduct behoort en de arbeider raakt vervreemd van de creatieve kant. dus als de kapitalist de mogelijkheid ziet zal hij er altijd voor kiezen om meer gebruik te maken van kapitaal en minder van arbeid. Zo zie je er voor de eigenschappen die de mens had – sociale verbanden. maar ook van elkaar.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Twee kenmerken  daar raakt men van vervreemdt. Waar ze eerst een groep vormen. Hoe gaat dat? De moderne arbeider maakt kapitaalgoederen (machines of elementen van die machines) en dat maakt kapitaal tot opgeslagen arbeid/gematerialiseerde arbeid. maar daar is niets van terecht gekomen. De Frankfürter Schule heeft daarom geen vertrouwen meer in het . Habermas) geen marxisten? Marx: hij verwachtte een communistische revolutie. samenleven. Wat is het geval? De arbeider kent zich steeds minder in het product dat hij zelf maakt. weet je tegelijkertijd ook iets over de ontwikkeling die noodzakelijkerwijs uit die hedendaagse tegenstelling voortkomt. zijn niet meer van die arbeider zelf. Hij levert het „grondproduct‟.com . Uit die strijd (groeiende tegenstelling tussen kapitaal en arbeid) zal een moment ontstaan waarin die tegenstelling wordt weggewerkt. Dus de balans tussen kapitaal en arbeid slaat steeds meer door in de richting van minder arbeid en meer kapitaal. En dat (een bepaalde groep mensen maakt de producten. Dat is volgens Marx inherent aan de ontwikkeling van het kapitalisme: arbeid is een duur productiemiddel. dat die als het ware zelf inzicht zouden krijgen in hun positie en als katalysator van die revolutie een nieuwe samenleving teweeg zouden brengen. zelfs in de tijd dat het heel slecht ging. harmonie. Het worden maatschappelijke tegenstanders. Dat zorgt ervoor dat de arbeiders niet alleen van hun creativiteit vervreemden. ofwel er is geen eigenaarschap meer. Een revolutionaire periode zal zich ontwikkelen waarbij het proletariaat zich die kapitaalgoederen toe-eigent ofwel het kapitaal van de kapitalist zal ontvreemden.

Benjamin introduceerde daarvoor het begrip aura: Aura = het onvervangbare en onherhaalbare aspect van een kunstwerk. iemand die zich in dat object verwerkelijkt heeft. „Massakunst‟. En je ziet iets van de emancipatoire/normatieve taak: Benjamin verwacht ook van de nieuwe kunstwerken dat zij zich op specifieke groepen richt – zoals de massa die in aanraking kan komen met kunst (die aanzet tot kritisch nadenken). Voorbeeld: Charlie Chaplin die gebruik maakt van het genot van film en het kritische potentieel van film: Modern times (1936) zegt iets over de huidige samenleving en heeft een groot bereik. zijn veel makkelijker over de samenleving te verspreiden dan schilderijen. dat het daarin niet echt een rol speelt. film. omdat ze makkelijk zijn in te zetten voor een hele andere samenleving dan die Marx in gedachte had. Zij richten zich minder op de sociale verhoudingen en meer op de cultuurproducten. Je kan eenzelfde foto vaker afdrukken. Het is uniek. om datgene wat nu speelt te begrijpen. . bevindt zich een scheppend genie. Hierin probeert hij te achterhalen wat er met de komst van allerlei technieken in de kunst hadden plaatsgevonden. Film kan aanzetten tot een kritische houding een maatschappelijke veranderlijkheid door de reproduceerbaarheid die de nieuwe kunst met zich meebrengt. Achter elk boek etc. Benjamin benadrukt de nieuwe mogelijkheden: de nieuwe reproduceerbare technieken zijn zowel technisch als maatschappelijk van aard.  Er ontstaan nieuwe mogelijkheden: groot bereik en aanzet tot kritische houding. Je moet in de nabijheid van een kunstwerk zijn om dat aura op je in te laten werken.  Kritische theorie van Walter Benjamin Nieuwe vormen van cultuur. grammofoonplaat. De aura wordt verwoest door de mechanische reproduceerbaarheid van hedendaagse kunst.Stuvia. Een kunstwerk wordt in een bepaalde tijd gemaakt en dat is nu niet meer te herhalen. Je ziet iets van het historische verhaal dat alle leden van de Frankfürter Schule willen schetsen.com . Er is een creatieve daad nodig om tot een nieuw cultureel object te komen. Door de technische mogelijkheden kan een medium als film een heel nieuwe ervaring creëren en een schokeffect met zich meebrengen die de kijker ondergaat en waardoor hij ook verandert kan worden. dan moeten we begrijpen waar ze zich tegen afzetten (wat de tegenhanger vormt). Cd‟s etc. Het bereik van reproduceerbare kunst is veel groter dan bij de kunstvormen die zich op hun uniciteit en herhaalbaarheid herroepen. Kenmerkend voor de nieuwe kunstvormen is dat aura daarin verbrokkelt. Richtte zich op de vraag: Hoe kunnen we de massa nou kritisch maken? Vooral bekend geworden door een klein essay uit 1936: Het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal proletariaat als aanjager van verandering. Er zijn twee vragen die spelen: .Normatieve vraag: wat zouden wij er als kritische theoretici nog aan bij kunnen dragen om bepaalde groepen in de samenleving nog kritischer te maken dan ze zijn? De Frankfürter Schule doet „een scheut Hegel bij Marx‟: ze verwachten meer van de cultureel opgeleide klasse in tegenstelling tot Marx zijn verwachtingen van de onderklasse. Om de hedendaagse kunstvormen te begrijpen moeten we haar afzetten tegen het aura van kunstwerken. Als we willen begrijpen wat deze kunstvormen zo bijzonder maakt. Ze vernietigt dat ook deels. Wat zie je? De opkomst van een heleboel nieuwe kunstvormen zoals de fotografie. Dat kunstwerk is niet zomaar te herhalen en is onvervangbaar. Dat is uniek volgens de romantische opvatting van kunst.Historische vraag: waarom heeft het proletariaat haar revolutionaire potentie nooit verwezenlijkt? .

die plaatsvindt op basis van het feit dat mensen vrij worden. De nieuwe kunstvormen zijn eigenlijk deel van het probleem en niet zozeer deel van de oplossing zoals Benjamin zegt. zouden ze zelfstandig denkende mensen worden. Deelt uitgangspunten met Benjamin. Hierin probeert hij de vraag te beantwoorden hoe het kan dat in het westen. Boek: Dialectiek van de verlichting (1947) van Marx Horkheimer en Adorno.Stuvia. De verlichting belooft twee dingen: vooruitgang op maatschappelijk (economisch) vlak en vooruitgang op cultureel vlak.  Ook de culturele idealen monden uit in een cultuurindustrie: een commerciële productie van kunst die slechts gericht is op vermaak. Wanneer we de kritiek van Adorno (tegen popmuziek ofwel „lichte muziek‟) willen begrijpen. Volgens hem zou je niet zoveel vertrouwen meer moeten hebben in de massa. Dezelfde verlichting belooft ook culturele vooruitgang. Volgens Adorno maakt de popmuziek iets consumeerbaars uit iets vreselijks als de oorlog. En die kennis heeft ook invloed op hoe de samenleving er nu uitziet. maar niet in alles. Adorno wijst men er ook op dat mensen makkelijk te misleiden zijn. Adorno had geen hoge verwachtingen van de massa en ook niet van die nieuwe culturele vormen als film. Later (WO II) zie je dat diezelfde industrie de grootst mogelijke ellende teweegbrengt. het idee dat je maatschappelijke tegenstellingen bloot kon .) Leerling van Adorno.  Kritische theorie van Theodor Adorno (1903 – 1969) Analyse van de ontwikkeling van onze westerse samenlevingen. Zijn werk wordt ook wel als reactionair gezien. Adorno stelt meer de vraag hoe het kan dat die klassen/massa niet het potentieel vervuld heeft.  Kritische theorie van Jürgen Habermas (1929 . Dit zijn allemaal vormen van passieve consumptie: ze maken de kijker niet kritisch. Hij verzandt daarbij in een steeds kleiner wordend groepje van mensen die volgens hem nog de enige echte tegenkracht vormt in de samenleving. Nog nooit is een maatschappelijk vraagstuk zo rationeel en grondig opgelost als het vraagstuk van de joden. omdat je niet weet wat voor kennis er in de toekomst is. maar gedachteloos. moeten we iets begrijpen van het historische proces van verlichting. muziek. En we zien dat de huidige cultuur niet leidt tot zelfstandige burgers. waar de verlichtingsgedachte zo sterk geworteld was. Mensen verzoenen zich met hun positie. De reden daarvoor is (Popper): je kunt de ontwikkeling van de samenleving niet voorspellen. Dat is volgens Adorno het effect van de rationalisering van onze samenleving.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Voorbeeld: dictator Adenoyd Hynkel > amusement en maatschappijkritiek met elkaar verenigen.  De verlichtingsbelofte van wetenschappelijke en maatschappelijke vooruitgang slaat om in haar tegendeel. Hij moest niks hebben van de nieuwe ontwikkelingen in de muziek. tegelijkertijd die vreselijke ellende uit is voorgekomen. Dus ook de dialectiek. Als mensen zich cultuur eigen zouden maken. Dit zijn volgens Benjamin bij uitstek voorbeelden van het maatschappelijke en technische potentieel van die nieuwe kunstvormen.com . Volgens Adorno creëert de nieuwe cultuurindustrie amusement: ze zorgt er niet voor dat mensen kritisch worden. Ze versluieren de bestaande maatschappelijke verhoudingen en tegenstellingen. die de traditie van de kritische theorie voort wil zetten op een andere wijze: hij wil afrekenen met de dialectische manier van werken. Maatschappelijk vlak: via wetenschap en industrie zullen wij een steeds betere samenleving krijgen. tv. maar het leidt tot de cultuurindustrie. maar ze sust ze als het ware in slaap. Maar waar de kritische theorie zich op zou moeten richten is een kleine tegen-elite: een elite die zich onttrekt aan de maatschappelijke tendensen en waarin nog iets van verzet en zelfstandig denken bewaard blijft.

Je kunt twee dingen waarnemen:  Vanaf 1800 is de complexiteit van het systeem heel erg toegenomen. Wat hij moet doen is een heel nieuw filosofisch kader waarmee het nog hetzelfde kan doen als dat Benjamin en Adorno in een eerdere fase deden. De centrale vraag is: hoe stemmen mensen hun handelen op elkaar af? Om die vraag op te lossen stelt Habermas twee soorten handelen tegenover elkaar (begrippen waarmee we de aspecten van ons handelen kunnen begrijpen): . maar wel het idee van maatschappijkritiek dat zo sterk belichaamd werd door de eerste generatie van de Frankfürther Schule. maar nu moeten we constant in debat over . maar we delen bepaalde uitgangspunten met elkaar waardoor het mogelijk is ze op elkaar af te stemmen. Dat levert bepaalde processen op die door de sociale wetenschap te bestuderen zijn.com . In de leefwereld behandelen we elkaar als gelijkwaardige gesprekspartners. Daar wordt hij blij van. Leefwereld = de gedeelde reeks van overtuigingen en aannames die ons in staat stelt om met elkaar overeenstemming te bereiken over wat we belangrijk vinden in het leven. Je erkent de ander met diens eigen wensen en verlangens. Wat uit het strategisch handelen voortkomt is het systeem: De coördinatiemechanismen die gebaseerd zijn op strategisch handelen noemt Habermas systeemmechanismen. Dat communicatief handelen plaatst Habermas in een groter geheel dat hij de leefwereld noemt. Misschien konden we 300 jaar terug nog zeggen dat we een religieuze uitgangssituatie hadden. hij kijkt niet naar het welzijn van de klanten. De systeemmechanismen zijn dus complexer en ongrijpbaarder genomen. Er is één probleem waar Habermas grip op wil krijgen: mensen verrichten elke dag een scala aan handelingen. In zijn boek probeert hij een nieuw kader op te zetten waarmee we maatschappelijke processen kunnen begrijpen. We schuilen de doelen ineen. Uitgaan van belangen en proberen de ander te winnen voor die belangen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal leggen en dat je daaruit af kon leiden welke ontwikkelingen er waren in de samenleving. Voorbeeld: de markt. Toch kan het dat er zoiets is als een maatschappelijke orde. Je houdt rekening met anderen. Doet meer denken aan vriendschappen. Die systeemmechanismen gaan er volgens Habermas vanuit dat iedereen zijn eigen doelen heeft en dat we er met ruil wel uit zullen komen.Strategisch handelen: sociaal handelen gericht op het bereiken van eigen doelen.Communicatief handelen: sociaal handelen gericht op het bereiken van wederzijds begrip en overeenstemming. Zonder rekening houden met het belang of de wensen van anderen.Stuvia. Dat doet hij in de theorie van het communicatieve handelen. . Wat hij nog wel de moeite waard vind is niet zozeer de dialectiek. dat die handelingen op elkaar afgestemd zijn. We kunnen het oneens zijn. levert de verkoper iets op. Hypotheekmarkt: datgene wat zijn klanten ondertekenen. Die ontelbare handelingen van individuen zijn vaak op heel verschillende doelen gericht. de economie. zijn ideeën die volgens Habermas niet langer houdbaar zijn.  De leefwereld is gerationaliseerd. Daarnaast wil hij weten of er een historische ontwikkeling zit in de ontwikkeling van de leefwereld en de ontwikkeling van het systeem. Wat eerst lokale (nationale) handel was is nu een heel complex netwerk dat internationale handelsbetrekkingen heeft. Het ene individu probeert door middel van zijn handelingen of uitspraken het andere individu te beïnvloeden. Je sluit bepaalde compromissen over welke doelen nagestreefd worden.

De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal wat de belangrijke waarden zijn op basis waarvan we onze doelen op elkaar afstemmen.Stuvia. Voorbeeld: politiek leiders nemen beslissingen omdat de markt zich heeft uitgesproken. Belangrijke ontwikkeling De kolonisering van leefwereld door systeem: het strategische handelen gaat het communicatieve handelen steeds meer overheersen. Op het moment dat dat gebeurt kunnen bepaalde zaken niet meer ter discussie worden gesteld en is er sprake van structureel geweld. De poging om ons handelen op elkaar af te stemmen wordt steeds moeilijker in het licht van het feit dat die systeemmechanismen steeds meer de beweegruimten inperken. De leefwereld is minder vanzelfsprekend geworden. . Het systeem dringt steeds meer door in onze leefwereld. we moeten erover discussiëren. Wat je daarin ziet is iets wat karakteristiek is in onze samenleving. De grote beslissingen worden genomen binnen het politieke veld waar wij maar slechts gedeeltelijk invloed uit kunnen oefenen.com .

Hoorcollege Postmoderne abracadabra = de omschrijving die Sebastiaan Valkenberg toepasbaar geacht wordt op het werk van de Amerikaanse filosofe Judith Butler. volgend op. Postmodernisme in architectuur (specifieker begrip): modern wordt ook gebruikt voor een periode die eind 19e eeuw begon en doorliep tot ongeveer 1960. Kunstenaars zetten zich af tegen het verleden. in allerlei verschillende wetenschappen.  Feministische benaderingen hebben een ambivalente relatie met het postmodernisme. en benadrukken de narratieve en retorische elementen in de geschiedschrijving. en de hele kentheoretische en metafysische traditie die daarmee samenhangt.  Rorty‟s postmoderne pragmatisme verwerpt de kantiaanse opvatting van kennis als representatie. Het behelst onder meer een principiële twijfel over de mogelijkheid van wetenschappelijke.  Lyotard ziet de „postmoderne toestand‟ als een sociologisch gegeven waarin de kennis in onverenigbare deelgebieden uiteen is gevallen. Het is de tijd van heel vergaande experimenten. maatschappelijke. muziek).  Postmodernistische benaderingen in de geschiedenis bekritiseren het geloof dat historisch onderzoek werkelijke toegang tot het verleden geeft. later neemt de theoretisering van het begrip gender (sekse) in de wetenschappen die plaats in. zoals het liberale vooruitgangsgeloof en het marxistische ideaal van de klasseloze maatschappij. kunnen niet langer als algemene legitimering dienen.com . Postmodernisme is iets wat je tegenkomt in allerlei verschillende domeinen (kunst. door architecten als Mies van der Rohe en Le Corbusier. politieke en artistieke vooruitgang: het verwerpen van een strikt onderscheid tussen elitecultuur en massacultuur. of transcendentale taal.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Hoorcollege 12 Postmodernisme Wetenschapsfilosofie voor geesteswetenschappen Michiel Leezenberg & Gerard de Vries Samenvatting hoofdstuk 9 „Postmodernisme en verder‟ (hoorcollege 12+13)  „Postmodernisme‟ is zowel een sociaal-cultureel verschijnsel als een intellectuele stijl of stroming. en een nadruk op de scheppende rol die talen en teksten („representaties‟) in onze kennis spelen. Centraal staat aanvankelijk het aantonen van onderdrukking van vrouwen in en door wetenschappelijke kennis. Het moderne tijdperk is dan het tijdperk dat gedragen wordt door schilders als Mondriaan en Kandinsky. Postmodernisme in de  Architectuur Afgaand op het woord „postmodernisme‟ kunnen we al wel iets afleiden van wat dat zou kunnen zijn.  Derrida beschrijft deze traditie veeleer als problematisch maar onontkoombaar. Hij stelt de vraag of een transcendentaal bewustzijn.Stuvia. in de politiek. wel een onproblematisch toegang tot de empirie kan geven. in de muziek grootheden als James Joyse en Robert Musil. Modern wordt gebruikt om de hele periode aan te geven die na de Middeleeuwen komt (geschiedschrijving). Het idee van vooruitgang speelde een hele belangrijke rol in . Ze benadrukken dat het traditionele wetenschapsbeeld androcentrisch is. in de muziek door figuren als Schönberg en Stravinsky. de tijd van het avant-gardisme. Dus postmodernisme is dat wat volgt op het modernisme. In kentheoretisch opzicht kan postmodernisme worden opgevat als een radicale kritiek van de rede ten aanzien van haar eigen vooronderstellingen. in de architectuur etc. Post = na. Overkoepelende „grote verhalen‟ of metavertellingen.

meer zekerheden over het verleden hebben we niet. doodse wijken..De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal de modernistische tijd. sporen die de gebeurtenissen nagelaten hebben in de vorm van monografieën etc.) tot hun beschikking.  Geschiedenis Vergelijking postmodernistische geschiedwetenschap en ander beeld van geschiedwetenschap. werken. Er is geen ruimte voor ornamenten en tierelantijntjes. Een van de auteurs die daarin een belangrijke rol in heeft gespeeld en nog steeds speelt is . anti-humaan. recreatie. 1961). Het is volgens hem zelfs zo dat datgene waarover historici zouden moeten uitzoeken hoe dingen geweest zijn. Op het moment dat gebouwen maar één doel dienen (wonen. recreatie moeten strikt van elkaar gescheiden worden. follows. Binnen het modernisme is een belangrijke stroming in de architectuur: het functionalisme. Het zijn weergaven van historische gebeurtenissen („het verhaal dat‟). Bijvoorbeeld in het boek The Death and Life of Great American Cities (Jacobs. . niet de historische gebeurtenissen zelf. moest de weg vrijmaken zodat de vooruitgang kon worden nagestreefd. Volgens dit boek zou de modernistische architectuur en stadsplanning de dood betekenen voor steden. politieke kleur. krijg je steriele. anti-humaan etc. voor de mensen die erin wonen en voor de humanitaire doelen die nagestreefd zouden moeten worden. die is complex. niets meer is dan een recente uitvinding van historici.Frank Ankersmit (1945-) Ankersmit gaat nog een stapje verder. Vorm is niet ondergeschikt aan functie. De vorm die gebouwen aannemen moet in dienst staan van de functie die het gebouw heeft. Volgens Ankersmit is er niet alleen niets buiten de tekst. De vormen en functies hoeven niet per se bij elkaar aan te sluiten. De kritiek krijgt ook een meer activistische. We hebben alleen maar allerlei schrijfsels.Simon Schama (1945-) Historici kunnen zich niet baseren op de gebeurtenissen zelf: ze hebben alleen teksten (bronnen. Leopold von Ranke (1795-1886): grondlegger geschiedwetenschap en filosofisch denken over de geschiedenis. Voorbeeld van een functionalistisch gebouw van Mies van der Rohe. Santiago Calatrava (Auditorio de Tenerife). uitgaan). Woon. De taak van het uitleggen over hoe de geschiedenis precies in elkaar zat. werk. “Less is abore” Is niet wars van tierelantijntjes en ornamenten. Postmodernisme. dat de gebouwen met de rechte lijnen alleen maar saai zijn. Volgens von Ranke is het de taak van de geschiedenis om te achterhalen „Wie es eigentlich gewesen ist‟. Postmoderne architectuur is juist niet anti-stedelijk.Stuvia. verschillende functies gaan organisch in elkaar over. ondergraaft sociale mechanismen.com . „Form. function‟. studeren. De avant-garde. komt in het werk van postmodernistische historici nogal onder druk te staan. de elite. ofwel hoe het eigenlijk geweest is (de geschiedenis). Het is anti-stedelijk. .  (Functioneel ingerichte werkruimte). wijken waar geen leven in zit. “Less is more” Kritiek op de architectuur van de moderne tijd bleef onder de postmodernisten niet alleen maar beperkt tot iets dat misschien zuiver esthetisch blijkt te zijn.

In plaats van dat positivisme vinden we bij de postmodernismen een soort zelfbewuste ironie die er vervolgens bij historici toe leidt meer vrijheid te nemen bij het schrijven van geschiedenis dan voorheen gebruikelijk was. Postmodernisme wordt niet echt bij elkaar gehouden door een consistent geheel van overtuigingen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal  Chronologische tijd  Geleefde tijd  Historische tijd  recente uitvinding. We zouden het verleden kunnen herbeleven. niet datgene waar ze voor zijn. Filosofen waren zich van deze „problemen‟ al veel langer bewust.com .v. Rorty ziet ook zo‟n door breuken onderscheiden ontwikkeling in de filosofie terug. in het bijzonder Heidegger. Hij schreef het boek Philosophy and the mirror of nature (1979). In zijn vroegere werk (heel precies. geïnspireerd door het werk van Wittgenstein. is het meer datgene waar postmodernisten tegen. Als er iets is dat postmodernisme bindt. essentialisme.Stuvia. een horzinversmelting plaats laten vinden. Eén van de breuken in het filosofisch denken die Rorty identificeert. Hij wil afscheid nemen van de vraag wat kennis is.p. niet iets dat altijd bestaan heeft en misschien ook niet altijd zal blijven bestaan. In dit boek gaat Rorty op de schouders staan van verschillende continentale denkers. De consequentie die Ankersmit hieruit trekt is dat hij er vanaf ziet om te pogen om tot objectieve interpretaties te komen. begint op het moment dat de moderne tijd begint (ongeveer 17e eeuw). Dat we de wereld in termen van historiciteit classificeren wordt ons niet logisch opgedragen door hoe die wereld in elkaar zit. rationalisme. Positief puntje dat de filosofen Rorty. scïentisme. subject-denken.  Filosofie Weinig filosofen wensen zichzelf te associëren met het postmodernisme. Allerlei manieren om een beeld te schetsen van Congo lopen door elkaar heen. Van Quine neemt Rorty een bepaalde verwerping over. Voorbeeld: Boek Congo (David van Reybrouck). Mengeling van persoonlijke interpretaties en onderzoek. Lyotard en Derrida met elkaar delen: hebben alledrie de linguistic turn meegemaakt. Rorty wil in dit werk afscheid nemen van de epistemologie. „foundationalism‟ (funderingsdenken). Kuhn en Wittgenstein. aangezien het er niet meer is. Richard Rorty (1931-2007) Een filosoof die zich op een heel ingewikkelde manier verhoudt tot de filosofie. maar ook op de schouders van denkers als Quine. Onderstaande filosofen: Alleen Lyotard. nauwkeurig) deed hij iets heel anders dan in zijn latere werk (iets volgt om continentale redenen). Ontving twee verschillende prijzen: een geschiedenis en een literatuurprijs. Daarnaast maakt Rorty de linguistic turn door. hoe kennis mogelijk is etc. Dit is geen vanzelfsprekend gegeven. vooruitgang. Wat verdwijnt met de intrede van het postmodernisme is de optimistische overtuiging dat dit soort problemen overwonnen kunnen worden. Hij schept betekenissen die in de plaats komen te staan van de gebeurtenissen waarover het verhaal schijnbaar gaat. Anti: representationalisme. Rorty bouwt op het werk van Kuhn voort doordat hij niet alleen over de natuurwetenschap zegt dat die gekenmerkt wordt in haar ontwikkeling door allemaal breuken i. Bij Dilthey en Gadamar was dat optimistisch vrij duidelijk aanwezig. Meer dan verhalen vertellen kan de historicus eigenlijk niet. Dit is een wending in de filosofie. . Rorty zegt „er zijn wel meer van dat soort onderscheidingen (synthetisch-analytisch) die eigenlijk helemaal geen nut hebben‟.

Het kennende subject legt iets in de wereld om het object te leren kennen: transcendentale mogelijkheidsvoorwaarden. We kunnen een overtuiging alleen rechtvaardigen met behulp van een volgende overtuiging. Die logische relatie van rechtvaardiging bevindt zich in wat Rorty noemt „the space of reasons‟. Kennis wordt het in de geest beschikken over een correcte mentale representatie over iets buiten die geest. heb je behoefte aan een solide basis waar al je overtuigingen en aanspraken op kennis uiteindelijk op berusten Berust voor een groot deel op een goed begrip van logica. . De wereld waarover we zeggen kennis te hebben. Representationalisme: het idee dat kennis bestaat uit het in de geest beschikken over een bepaalde afbeelding van iets daarbuiten 2.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal o Descartes: kennis als representatie Omschreef het menselijk kenvermogen. dat is logisch gezien onmogelijk. Metafoor: De geest is een spiegel van de natuur. Een andere manier om dat fundament te vinden is door niet te zoeken naar een overtuiging die niet betwijfeld kan worden. Die wereld kan ons dus geen rechtvaardiging geven. een overtuiging die niemand in twijfel zal trekken. hou maar op met de poging om een fundament onder onze kennis te zoeken en ga maar iets anders doen. Epistemologen in de traditie van Descartes hebben naar dit soort overtuigingen gezocht in zaken die zichzelf rechtvaardigen. want de relatie tussen onze overtuigingen en de wereld van feiten betreft geen logische relatie. Ware kennis bestaat uit correcte afbeeldingen. komt niet voor in dit plaatje. Komt in het kort neer op het volgende: we beginnen met de vraag wanneer er sprake is van ware kennis. en een „Space of causes‟. Die mentale representatie zijn afbeeldingen in je hoofd over hoe de wereld buiten dat hoofd in elkaar zit.Stuvia. namelijk talige zaken (volzinnen etc). o Kant: subject-object dichotomie Zette de toon in het debat over kennis. De relatie tussen die twee is wat ingewikkelder dan funderingsdenkers denken.com . maar door de relatie met de empirie vast en zeker vast te stellen. Die vraag in deze opvattingen kun je dan herformuleren als: wanneer hebben we een correcte representatie van de buitenwereld. proposities. Maar ook dat lukt niet. Alleen datgene dat zelf niet ook op overtuigingen berust kan het onbeweeglijke fundament vormen van onze kennis. Hij maakt onderscheidt tussen aan de ene kant het kennende subject en aan de andere kant het gekende object. Hoe kun je ooit weten of je de juiste plaatjes in je hoofd hebt? Met deze metafoor wordt de kentheorie. In deze ruimte komen alleen maar dingen voor die van hetzelfde type weefsels geweven zijn. „Ik denk dus ik besta‟. Alleen dan kun je serieus spreken van een fundament. Volgens Rorty is het idee dat je een rotsvaste overtuiging gaat vinden waar alle andere overtuigingen op gebaseerd zijn een hele hopeloze onderneming. Wat we dus nodig hebben is een overtuiging die vanzelfsprekend waar is. Wat we hebben zijn overtuigingen en relaties tussen overtuigingen. De grote deler van die epistemologische traditie is 1. Dit kunnen we vervolgens weer herformuleren als: wanneer hebben we een correcte representatie van de buitenwereld? Dit kunnen we weer herformuleren als: wanneer zijn we gerechtvaardigd om van een bepaalde stelling te zeggen dat deze waar is? Die rechtvaardiging die we hier nodig hebben is een logische relatie die bestaat tussen volzinnen. hou maar op met kennis te zien als representatie. We hebben te maken met een „Space of reasons‟ waarin onze kennisaanspraken zich bewegen. uitdrukkingen. de ruimte van de redenen. de epistemologie het centrum van de filosofie volgens Rorty. Funderingsdenken: op het moment dat je op deze manier over kennis gaat nadenken. De oplossing die Rorty bedenkt is: hou maar op met het epistemologische idee.

Het zijn manieren om metaforen aan te bieden over hoe de werkelijkheid in elkaar zit. dat wetenschap zich heel sprongsgewijs ontwikkelt en dat wetenschap een heterogene aangelegenheid is met tal van stijlen en methoden. Dat wil niet zeggen dat je het woord waarheid niet telkens kunt gebruiken. namelijk het idee dat er niet één wetenschappelijke methode is. zul je je blijven afvragen wat kennis is. Dat idee gebruikt hij om helemaal af te komen van de epistemologie en een nieuwe fase in te gaan waarin we als pragmatici filosofie betuigen. De taal die wetenschappers spreken moet niet begrepen worden als representatie van de wereld. Ook een les die Rorty van Kuhn heeft geleerd speelt een voorname rol.com . Het enige wat Rorty als filosoof te zeggen heeft over waarheid is dat filosofen zich beter niet bezig kunnen houden met de vraag wat waarheid is. Sommige daarvan leveren ons meer op dan anderen. Met dit soort overwegingen plaatst Rorty zichzelf in de voornamelijk Amerikaanse filosofische traditie van het pragmatisme. subject. afscheid van het paradigma van de epistemologie en daarmee ook van het funderingsdenken. ingezet door Descartes. moet de wetenschap laten varen. Begrippen als mentale representatie. net als het onderscheid tussen kennis en geloof etc. In plaats van een fundering van onze kennis vinden we een oproep tot een goed gesprek en sociale cohesie. Het zijn allemaal manieren die ons instrumenten geven om met de wereld om te gaan. Je kunt heel veel verschillende dingen doen om de wereld te leren kennen. juist doordat we dingen doen die .Stuvia. Een gesprek waar we als betere mensen uitkomen als dat we erin zijn gegaan.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Rorty neemt dus. We moeten van het onderscheid van schijn en werkelijkheid af. We moeten vanuit ons eigen perspectief proberen om andere incommensurabele paradigma‟s te begrijpen. is dat het niet alleen maar van toepassing is op de ontwikkeling van de natuurwetenschap maar ook op die van de filosofie. moet je alleen een plek geven in je theoretisch denkkader als ze een praktisch verschil uitmaken. maar ook het werk dat natuurwetenschappers zelf doen bestaat volgens Rorty uiteindelijk over het uitbreiden en formuleren van metaforen. Daarmee is zo ongeveer alles over wetenschap gezegd wat erover te zeggen valt. De generalisering van Rorty met betrekking tot incommensurabiliteit waar Kuhn het over heeft. Stelregel: begrippen en begripsmatige onderscheidingen moeten we alleen handhaven voor zover ze een praktisch merkbaar verschil maken. “Edifying conversation”: moreel en/of intellectueel opbouwende conversatie. kennis. Niet alleen de theorie over de ontwikkeling van wetenschap draait om metaforen. De bloeiende wetenschap heeft dat soort filosofische kwesties al lang en breed ingehaald. Wanneer je daar niet vanaf kunt komen. (hermeneutiek?). Hij wil afrekenen met het hele idee dat epistemologie/kennistheorie een onafhankelijke filosofische discipline kan zijn. De ambitie om de onderliggende structuur van de werkelijkheid bloot te leggen. en het toont ook zijn nut in het gebruik. We moeten naar een soort voortschrijdend gesprek streven waarin we elkaar als het ware verheffen. Dat geldt ook voor de begrippen en onderscheidingen die filosofen in hun werk gebruiken. We moeten volgens hem geen beroep meer doen op een objectieve werkelijkheid. maar voorbij aan dat nut is waarheid niets en heb je er als filosoof niets over te zeggen. Dat zijn allemaal niet zulke nuttige onderscheidingen. maar wel nuttiger of minder nuttig. Dit komt voor een deel voort uit de kritiek op het voorgaande en voor een deel uit de observatie dat we helemaal geen filosofische diepe rechtvaardiging van wat kennis is nodig hebben. Solidariteit zou de waarde zijn van het academische werk. dat je aantoonbaar iets hebt aan het gebruik van dat soort begrippen. Ze moeten helpen om andere tradities dan de onze begrijpelijk te maken en ze moeten nieuwe metaforen verzinnen voor de oude die ons denken beperken en waardoor we niet verder komen. waarheid. object. Filosofen moeten ophouden met het opstellen van theorieën en moeten ze een bruikbare bijdrage leveren aan publieke discussies. Ze vertellen verhalen die niet perse meer waar of onwaar zijn.

Er is geen transcendentaal bewustzijn. maar het is iets dat volgt uit de verhouding waarin het woord staat ten opzichte van allerlei andere woorden. niet naar individuele woorden.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal helpen elkaar beter te begrijpen. Derrida en de linguistic turn:  Structuralisme  Franse structuralist De Saussure. dat je ze niet op een consistente manier vol kunt houden. als individuele handelende mens met volledige transparantie voor zichzelf en handelingsbekwaamheid. voor de betekenden. Jaques Derrida (1930-2004) Franse filosoof. De intenties waarmee de auteur schrijft zijn ondergeschikt aan het taalsysteem waarin zijn geschrift een bepaalde specifieke relatie van verschillen aangaat. Hij legt de nadruk op het feit dat niet alleen de klank arbitrair is en voor zijn identiteit afhankelijk van de relaties van verschillen met andere klanken en hij benadrukt dat datzelfde ook geldt voor concepten. De verwijzing naar dingen buiten die teksten werd . maar onoverkomelijk. De deconstructie als methode heeft eraan bijgedragen dat literatuurwetenschappers op een heel andere manier teksten gingen lezen. Taal is heel belangrijk bij Derrida. Wat gebeurt er dan met teksten?  Methode/leeswijze  Legt verborgen vooronderstellingen bloot. „Hond‟ is betekenisvol doordat het op significante vlakken verschilt van „blond‟ etc. Zonder taal hebben we geen toegang tot de werkelijkheid en hebben we zonder taal niet eens toegang tot onze eigen gedachten. dat is onhoudbaar op de een of andere manier. Je laat ook zien dat de teksten onhoudbaar zijn.  Laat zien dat ze onhoudbaar zijn. Wanneer een schrijver iets schrijft staat dat in relatie tot allerlei andere geschriften en dat is waar het boek in kwestie zijn betekenis aan ontleent.com . Derrida bouwt voort op het structuralistische inzicht van De Saussure en legt daarin de nadruk op dingen die wat voorbijgaan aan de doelstellingen van De Saussure. Al onze ervaringen en al onze begrippen zijn bemiddeld door taal. samentrekking). van de geschriften die hij voortbrengt etc. Je laat zien dat er allerlei vooronderstellingen verborgen liggen in de tekst in kwestie. Dit noemt hij een ironische opvatting over nut en waarden van filosofie noemt. Bestaat uit de woorden destructie (afbreken) en constructie (opbouwen). want ons bewustzijn is al talig voorgestructureerd en juist mogelijk gemaakt door ons taalsysteem. Iemand die een bepaalde methode aanlevert voor de geesteswetenschappen en ontwikkelt een bepaalde visie op wat geesteswetenschappen allemaal doen. Het ongedaan maken van de constructie die tegelijkertijd dat wat er eerst geconstrueerd is wel in zijn delen heel laat. Zijn filosofie:  Deconstructie.Stuvia. Er is iets verborgen. niet centraal in de verklaring van de handelingen die dat subject verricht. Hij kijkt naar het taalsysteem als geheel. maar dat ze tegelijkertijd onoverkoombaar zijn. Alleen via taal zouden we hier toegang tot hebben. In die zin komt ook het subject in een heel ander perspectief te staan: decentrering van het subject. Alle betekenis is volgens Derrida een functie van relaties van verschillen. in plaats van andersom. De betekenis van het woord is geen functie van het begrip dat door het woord wordt uitgedrukt. Dit is een neologisme (nieuw woord. maar we kunnen er niet vanaf. We vinden in de werken van Derrida dus zowel destructie als constructie en deconstructie. Je kunt niet denken zonder dat direct al in taal te doen. Het subject staat. Voor het unieke bestaan van een woord zijn die relaties van verschil cruciaal en bepalend.

Dus: Derrida wil tegenstellingen boven tafel krijgen met een deconstructivistische methode van lezen. Het geschreven woord (auteur afwezig. Plato zegt: spraak is de zuiverste uitdrukking van het denken  dit sluit aan bij Derrida. Jean-Francois Lyotard (1924-1998) Als hij het heeft over kennis. Niet de verwijzingen buiten teksten staan centraal. maar hij toont wel aan dat in veel gevallen de tegenstellingen op de een of andere manier problematisch zijn.  “Er is niets buiten tekst” // “Il n‟y a pas de hors-texte” In het werk van Derrida is er dus geen ruimte voor iets buiten tekst. twijfel. Er zijn hiërarchische ordeningen aan het werk in het werk. is via het schrift. dat je daarmee een onrecht kunt rechtzetten. Derrida is niet van mening dat hiërarchische relaties in paren van begrippen zomaar omgedraaid moeten worden. lichaamstaal is niet te vinden in de manier waarop er geschreven is: alle zaken die ertoe doen om een betekenis te achterhalen zijn afwezig) is daar bij secundair ten opzichte van het gesproken woord (direct toegankelijk. Tekst is hetgeen dat betekenis geeft in relatie met andere teksten. Volgens Derrida is die scheiding gemaakt ongeveer vanaf Plato. Vergelijking Rorty-Derrida Rorty: optimistisch.Stuvia. Plato verwijst naar dat schrijven als farmacon.com . is aanwezig). zuiverheid aan dezelfde kant als gesproken taal en. Rorty voert bijvoorbeeld alleen opbouwende gesprekken met filosofen. ze worden omarmd door hiërarchische relaties. maar de verwijzingen tussen en binnen teksten. waarin alleen maar verwezen wordt naar andere teksten. heeft hij het niet alleen over academische kennis maar over een veel bredere context van kennis. Met deze scheiding vallen een aantal andere filosofische tegenstellingen goed samen: aanwezigheid. waarheid. Derrida ziet niets buiten tekst. realiteit. wat tegelijkertijd vergif en remedie betekent. die ons in de weg zitten bij het verder uitbouwen van die grote. maar die zijn onontkoombaar. De enige manier waarop dat houdbaar voor langere duur gemaakt kan worden (dan slechts dat ene moment waarop gesproken wordt). afwezigheid. solidaire gemeenschap van mensen die tezamen een betere toekomst voor zich zien. De tekst wordt in die zin meer dan de auteur gezien als een schepper van een eigen werkelijkheid. Dit is een heel kenmerkende analyse die Derrida geeft waarin paren van begrippen en de vooronderstellingen waarmee die samenvallen en samenhangen boven water gekregen wordt en waarbij ook direct de hiërarchie van die paren in beeld gebracht wordt. . Een deconstructivistische analyse van Derrida is de volgende: gesproken taal vs geschreven taal. Derrida is wat somberder. Lyotard is veel politieker en maatschappelijker. maar dat kan niet neutraal. Vervolgens wordt door Plato dat denken beschreven als inschrijven in de ziel. Bijvoorbeeld door te laten zien dat ze niet consistent worden volgehouden. onzuiverheid aan de kant van de geschreven taal. onwaarheid. zekerheid. Volgens Derrida bestaat er een hele sterke scheiding tussen aan de ene kant de gesproken taal en aan de andere kant de geschreven taal.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal minder belangrijk. maar de tekst in relatie tot andere teksten. alle (geestes)wetenschappers moeten bijdragen aan een opbouwend gesprek waarbij we moeten proberen om voorbij te gaan aan metaforen die niet werken. Tegelijkertijd wordt dus duidelijk dat er van alles veronderstelt is in een tekst en dat dat wat veronderstelt is niet neutraal is (een hiërarchische verhouding speelt mee). Niet de intentie waarmee een tekst geschreven is. om ultieme helderheid te krijgen over betekenis en verwijzing. blijft vast zitten in de tekst.

Wetenschap kan (dus) niet de rationele grond voor vooruitgang zijn die het (en kan niet verdedigd worden) volgens de metavertellingen van Verlichting en Bildung zou zijn. Dit boekje zit in tussen een filosofische en sociologische analyse van een bepaald tijdsgewricht. wat wetenschap voor doelen dient etc. . De diagnose van de postmoderne conditie van Lyotard is dat tegenwoordig die beide metavertellingen hun geloofwaardigheid verloren hebben. Bildung “Kennis voor de kennis”.Stuvia. Kenmerkend voor Lyotard: Het einde van de grote verhalen De grote verhalen zijn: Die zijn tot een einde gekomen door: In de loop van de tijd zijn er twee grote metavertellingen die een wetenschappelijk taalspel rechtvaardigt hebben. Kennis wordt in het tijdperk van de geïndustrialiseerde communicatietechnologie dan ook iets verhandelbaars en wordt daarmee iets wat niet alleen maar voorbehouden is aan de wetenschap: ook bedrijven spelen er een belangrijke rol in. het idee dat we weten hoe een juiste samenleving eruit ziet en dat we daar naartoe moeten werken. De geest komt tot zichzelf (in de wetenschap) en dat is de rechtvaardiging voor die wetenschap. Echter.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Schreef een boek. Het postmodernisme wordt dan ook gekenmerkt door een onbereidheid dit soort grote verhalen over waar we in onze samenleving aan werken. Beïnvloedt door iets wat lang geleden gebeurd is: de combinatie van het rationalisme in de vernietigingskampen in Auswitz. politiek. Onafhankelijk van politieke kleur is dat het geval. 2. van Auswitz tot de Sovjetkampen. dat we dat soort vertellingen niet meer wensen te geloven. maar van de zelfverwerkelijking van de geest. In een wereld waar kennis gezien wordt als verhandelbare informatie kan de natiestaat rol als garantie van de onafhankelijke winning en verspreiding van kennis niet meer vervullen. economie en samenleving allemaal op complexe wijze door elkaar lopen. ontbreekt in het werk van Lyotard. Dat is ongetwijfeld een reden dat hij als postmodern beschouwd wordt. Je kunt als geest tot jezelf komen om tot een geestelijke en morele ontwikkeling te komen van natie of volk. Dit heeft een rol gespeeld in de rechtvaardiging van de rol die kennis had in onze samenleving. Daarmee vertoont het werk van Lyotard een duidelijke affiniteit met een modernistisch denker als Adorno. en het idee van universele bevrijding van de mens.. Wetenschap bestaat voor de wetenschap. Het hele spectrum aan onmenselijkheden die allerlei verschillende politieke ideologieën hebben opgeleverd. Wat ook een bijdrage heeft geleverd is dat kennis in het informatietijdperk.com . Metavertelling/metadiscours dat wetenschappelijk taalspel rechtvaardigt? Twee „metavertellingen‟: 1. Verlichting Wordt gedreven door een emancipatiegedachte . We zien dus dat kennis. Informatie kun je in doosjes stoppen en verhandelen. verworden is tot verhandelbare eenheid: informatie wordt het nieuwe woord voor kennis. hebben daar een belangrijke bijdrage aan geleverd. commerciële doelen kunnen ermee gediend worden etc. The postmodern condition: A Report on Knowledge (1979). Dit verhaal gaat niet zo zeer uit van emancipatie.

We moeten een wetenschap creëren die recht doet aan de ervaring van vrouwen die tot dan toe teveel onderdrukt is. Op een gegeven moment werd dat onderzoek uitgebreid naar vrouwen. kijken we niet naar wanneer men aan het werk is en wanneer men vrije tijd heeft. Op het moment dat we een nieuw wetenschapsgebied oprichten. maar wil de hiërarchie tussen verschillende categorieën ter discussie stellen: subject-object. Deze stroming wil niet meer vasthouden aan objectiviteit en waarheid.com . Zijn objectiviteit en waarheid niet verouderde begrippen? Wat er dan overblijft is het problematiseren van bestaande verhoudingen (bijvoorbeeld gender). Is er geen successor science (opvolginswetenschap) die de werkelijkheid bestudeert vanuit het standpunt van de vrouwen? Zo ja. reden-emotie. Dat soort begrippen als waarheid en objectief die uit de Verlichting komen. Voorbeeld: Als we de vrouwelijke vormen van het kennen van de wereld serieus moeten nemen. dit (oprichten van een nieuwe wetenschapsgebied) gebeurt vanuit bepaalde waarden die we ook zelf ter discussie zouden moeten stellen. Feministische auteurs die hiernaar onderzoek hebben gedaan vragen zich af of men niet vanuit de mannelijke ervaring vertrekt wanneer ze vrouwen onderzoeken.Stuvia. Dit moet ter discussie worden gesteld zonder dat er sprake is van een vervolgwetenschap of van een vrouwelijk perspectief op de wereld. zijn door mannen ontwikkelt en dragen nog steeds een mannelijk perspectief uit. working man. hun vrije tijd inrichten. Hij deed dat door een groep arbeiders een dagboek mee te geven waarin ze moesten aangeven waar ze hun tijd aan besteedde. Daarmee kwam ook een nieuwe tijdsbesteding naar voren: het huishouden. maar ze willen de hele claim dat het voor wetenschappers mogelijk is om de wereld daarbuiten te representeren ter discussie stellen.We moeten juist geen nieuwe wetenschap ontwikkelen vanuit het standpunt van de vrouw. . Echter. valt in twee stromingen uiteen: . maar moeten we veel meer kijken hoe die zorgtaken door die hele ervaring van mannen en vrouwen is heen geweven. dan moeten we trouw blijven aan de eenheid van hand. hoe ziet die er dan uit? In de gender theorie van de jaren ‟70 en ‟80 gaat het precies over die vraag. Zo‟n onderscheid doet volgens hen geen recht aan de taken van vrouwen wat betreft het huishouden en de verzorging. De feministische theorie is veel meer verwant aan het postmodernisme: ze willen niet pleiten voor een nieuwe manier van onderzoek doen. een andere benadering ontwikkeld moet worden op het moment dat je op een vrouwelijke manier naar de wereld kijkt.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Hoorcollege 13 Gender en wetenschap Voorbeeld uit de geschiedenis van de sociale wetenschappen. Met Time-budget studies wil met zicht krijgen op het alledaagse leven van mensen. De meningen of het mogelijk is om vanuit een feministisch standpunt wetenschap te bedrijven. zonder daar ooit een nieuw wetenschappelijk perspectief uit te ontwikkelen. Hierdoor zal de vrouwelijke ervaring nooit goed uit de bus komen. Ene Evans deed een onderzoek in 1913 naar de manier waarop arbeiders.We moeten een nieuwe wetenschap ontwikkelen vanuit het standpunt van de vrouw. Filosofische vraag die wetenschappers gaan stellen: of er niet een ander soort wetenschap. Een mannelijk perspectief op de inrichting van je tijd wordt aan de ervaring van vrouwen opgedrongen. hart en hersenen die in veel van de vrouwelijke perspectieven op de wereld terugkomen. Als we kijken naar zorgtaken. publiek-privé. . bijvoorbeeld in werk-vrije tijd. roepen we een nieuwe manier in het leven om waarheid te spreken.

Ze schreef in 1929 een stuk over vrouwen en fictie (wat is er nodig om te schrijven) in A Room of One’s Own het volgende: „Een vrouw moet geld hebben en een kamer voor zichzelf om romans te kunnen schrijven. We verruilen het perspectief van de schrijfster door die van de sociologe: De wetenschap van sekse . De relatie gender en wetenschap komt terug in: 1.Stuvia. Via het thema van binnen en buiten komt ze op het thema van buitengesloten worden: erbij horen en er niet bijhoren: bibliotheken. houden vrouwen op noodzakelijk te zijn. In 1869 wordt uiteindelijk een college opgericht voor vrouwen. wordt je terechtgewezen. De wetenschap over mannen en vrouwen In hoeverre dragen wetenschappelijke theorieën bij aan het in stand houden van ongelijkheden tussen de seksen? Davies maakt gebruik van historisch werk en presenteert zich als een historicus van vrouwen. Ze eindigt haar lezing met een oproep aan de vrouwen die aanwezig zijn: ze moeten zoveel mogelijk gebruik maken van de mogelijkheden die ze hebben om niet alleen fictie te lezen. „Wanneer kinderen ophouden gewenst te zijn. Mannen die aan de universiteit verbonden zijn mogen over het gras lopen. Bij die oproep hoort ook een waarschuwing uit het werk van John Langdon Davies: A Short History of Woman (1927). zoals hekken. natuurwetenschap. Een van de ervaringen die steeds in de lezing terug komen is de ervaring van binnen en buiten. Het eerste dat ze noemt is dat vrouwen in die tijd niet geacht worden om te werken. Wanneer je de regels overtreedt. is het juridisch zo dat dat aan de man toebehoort. maar ook geschiedenis. Naast deze sociale conventie is er ook sprake van een juridische conventie: tot 1880 bestaat er geen privébezit voor vrouwen. filosofie. Dit kun je onderzoeken door: Gender studies = onderzoek naar de historische (hoe zijn de verhoudingen door de tijd heen veranderd) en culturele (in elke cultuur zijn de verhoudingen anders) verschillen met betrekking tot die culturele betekenis.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Wat heeft deze vraag eigenlijk mogelijk gemaakt? Er zijn veel meer vrouwen in de wetenschap werkzaam. Hij wil de taak van vrouwen . Vrouwen en hoger onderwijs Voorbeeld: Virginia Woolf.‟ 2. de culturele overlevering die je je alleen eigen kan maken wanneer je toegang hebt tot die gebouwen. met behulp van Woolf. Gender en gender studies: Gender = de culturele betekenis die aan het onderscheid tussen man/vrouw en mannelijk/vrouwelijk wordt toegekend (niet visueel of biologisch). Daarnaast wordt ze ook gezien van een van de grondleggers van het feminisme. deuren etc. Ze is dus schrijver en feministe. tuintjes etc. Geboren in 1882. de rest moet over het grindpad lopen. Wat volgde in de lezing was een denkbeeldige tocht door Oxbridge.het moederschap – als een vast gegeven presenteren. Die gebouwen staan symbool voor de traditie. Op het moment dat een vrouw iets verdient. Zij groeide uit tot een van de grootste schrijvers van het modernisme. die binnen en buiten van elkaar afsluiten. Tegenover die academische weelde (zoals boeken) stelt Woolf de moeizame geschiedenis van het vrouwen onderwijs. Je kunt het thema gender en wetenschap ook bespreken vanuit het perspectief van wetenschappers die in hun vakgebied uitspraken doen over mannen en vrouwen. Woolf stelt de vraag waarom het college nou niet eerder opgericht kon worden. universiteiten etc. een stad met oude gebouwen.com .‟ Dit was voor een lezing. rivieren.

is de natuurlijke eenheid van de samenleving. analyseert Muel-Dreyfus een aantal teksten uit die periode waarin het onderscheid zogenaamd van een biologische basis wordt voorzien: maatschappelijke opvattingen worden gemaakt tot iets natuurlijks. Het gezin is in dit verband belangrijk. het bevrijde deel van Frankrijk. Ouders willen hun kinderen ook niet 5 dagen per week naar een kinderdagverblijf sturen. topfuncties zijn er niet in deeltijd. leerlinge van Pierre Bourdieu. De vrouwen zitten dus eigenlijk tussen twee normen in: moeder zijn en werken) en selectieprocedures (onderzoek Marieke van den Brink. In de afgelopen jaren is het percentage van vrouwen in het hoger onderwijs flink toegenomen. Om te laten zien hoe dat gedaan werd.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Francine Muel-Dreyfus. Wat zien we nu in deze piramide? .Piramide vorm: hoe hoger de functie. wordt een wetgeving opgesteld waarin mannen niet meer van hun vrouw mogen scheiden. alles waar Woolf voor gepleit had wordt hier onderuit gehaald. waarin men opgroeit. Constructie van gender-identiteit in wetenschappelijke en andersoortige teksten. gezin. Kinderloze vrouwen werden gezien als een bedreiging voor de samenleving. Dit zouden de drie kernwoorden worden van Frankrijk. Het boek van Muel-Dreyfus heet Vichy and the eternal feminine (2001). Spelen de uiteindelijke resultaten van kennis een rol bij het definiëren van bepaalde onderscheidingen tussen mannelijke en vrouwelijke rollen? 3. Vrouwen verdienen minder geld dan mannen als ze hetzelfde werk verrichten. Het gezin. . gelijkheid. zij deed onderzoek naar de manier waarop mensen gescout worden  zie hieronder). Dus volgens Muel-Dreyfus speelt wetenschap een belangrijke rol in het vasthouden van bepaalde onderscheidingen tussen wat mannelijk en wat vrouwelijk is. daar moet je voltijd voor werken  het gaat hier om een maatschappelijke norm. Mannen en vrouwen zijn van nature (biologisch) ongelijk. Wat vrouwelijk is. fraternité‟ (vrijheid. Op basis van zo‟n soort biologisch verschil. . Vraag van Muel-Deyfus: wat zie nou als je met een gender-perspectief naar dat Franse bewind kijkt? Je ziet dat het regime probeert om een symbolische tegenstelling tussen mannen en vrouwen aan de bevolking op te leggen. dat is iets vaststaands.Twee verklaringen: deeltijdbanen (3/4 van de vrouwen werken in deeltijd. Gender en wetenschappelijk onderzoek In hoeverre is wetenschappelijk onderzoek zelf gendergeladen. .com . Er zit wel ontwikkeling in de scheefheid van mannen en vrouwen in de wetenschap. De heersers vervangen het drieluik „liberté. In een politieke dictatuur worden dat soort zaken duidelijk in het licht gehouden. Vichy is dan wel een extreme situatie: je ziet een uitvergroting van maatschappelijke gevoelens en tegenkrachten die in de samenleving aanwezig zijn. In die natuurlijke eenheid is de vrouw de spil. egalité. Ze schreef een politieke en sociale geschiedenis van Vichy. door wie wordt wetenschap bedreven? De rol die vrouwen en de rol die mannen te spelen in de samenleving dit is een scheve verdeling. Ofwel. broederschap) door het drieluik: travaille.Stuvia. famille et patris (werk. des te lager het percentage vrouwen. vaderland).

Ze heeft die studie ervaring altijd met zich mee gedragen. De mechanische filosoof benoemt zichzelf als een mannelijke filosofie: hierbij is de rede en het verstand de leidraad van de wetenschap. maar is wel interessant. Dat hoort nog niet bij het wetenschapshistorische werk. Vrouwelijke & mannelijke wetenschap? Is het zo dat we van mannelijke of vrouwelijke wetenschap kunnen spreken? Dit is de doorwerking van die scheve verdeling op de producten van wetenschappelijk onderzoek. Haar studententijd heeft haar getekend. Ze stelt de inhoud van de wetenschappelijke kennis centraal. Het doet geen recht aan de periode om met de kennis van nu te kijken naar die twee stromingen binnen die wetenschap. Eind jaren ‟70 doet ze daar verslag van. Fox bekijkt het debat tussen mechanische filosofen en alchemisten. (Boyle draagt voor een belangrijk deel bij aan de experimentele stijl van redeneren). Werken de rolpatronen. Via experimenten moet de natuur spreken. De natuur moet gedomineerd worden om antwoorden uit haar te krijgen. Bij haar mondelinge examens komt de hoogleraar niet opdraven en bij haar schriftelijk werk vragen ze zich af uit welke bronnen ze haar werk gekopieerd heeft. verwachtingen door in het personeel dat wetenschappelijk onderzoek moet doen? 4. Uiteindelijk slaagt ze wel in haar bachelor. het weergeven van de wereld is aan mannen voorbehouden en dat is bepalend van hoe de wereld wordt weergegeven. Fox zegt dat ze in de jaren ‟50 vaak ontmoedigt werd om in dat vakgebied te werken. niet de beoefenaars ervan. In andere studies wordt ze wel toegelaten. Wanneer ze het debat analyseert ziet ze dat de gendermetaforen op allerhande niveaus een rol spelen en dat die stromingen op verschillende punten van elkaar verschillen. Begin jaren ‟80 schrijft ze een boek over gendermetaforen die in de wetenschappelijke onderzoek een rol spelen. maar ook in de relatie tussen gender en wetenschap. maar verwachtingen en normen spelen ook een rol in het scouten.” Dit is een citaat dat duidelijk in die richting gaat. Ze raakt geïnteresseerd in de natuurkunde en biologie. net als de wereld zelf. Het is niet zo dat mannen per se mannen aan het werk willen zetten. Wat betekent het dat er zo‟n oververtegenwoordiging is van mannen in de wetenschap? Betekent dat iets voor het perspectief dat wetenschappers op de sociale wereld hebben? Die suggestie wordt al vrij vroeg gedaan: Simone de Beauvoir.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal (vervolg selectieprocedures) Het gaat hierbij dus om hoe het academische veld precies functioneert.Stuvia. Twee voorbeelden: Vrouwelijk/mannelijke wetenschap? . Een van de perioden die ze onderzoekt is de wetenschappelijke revolutie. De tweede sekse: “Het weergeven van de wereld is. Zo kreeg ze van een professor te horen dat ze niet intelligent genoeg zou zijn.com . waaronder de symbolen van mannelijkheid en vrouwelijkheid. Ook daar zijn belangrijke gender aspecten. het werk van mannen: ze beschrijven haar vanuit hun eigen gezichtspunt dat ze verwarren met de absolute waarheid.Eveline Fox Keller. . Zij is een natuurwetenschapper en is een van de weinige vrouwelijke studenten. ze kreeg kledingadviezen van een jongen en zo begonnen volgens haar twee jaar van provocatie en ontkenning van dat ze überhaupt aanwezig was.

dat ook gevolgen heeft voor je eigen uitspraken. Je eigen uitspraken kaatsen terug op je eigen uitspraken. interviews etc. De eicel wordt gezien als passief en wachtend. doe je ook een bepaalde uitspraak over dat wetenschapsgebied. Want wanneer je zegt de wetenschap te beschrijven. Mannelijke studenten willen debatten graag eerst theoretisch voeren. In de discussie van die tijd spelen gendermetaforen een belangrijke rol. Hij wilde vrouwelijke promovendi ook de theorie intrekken en hij wilde mannelijke studenten laten zien dat de theorie alleen zin heeft op het moment dat je die ook gebruikt in de onderzoekspraktijk. Ook het doel van de wetenschap is anders: wanneer je over kennis spreekt.com . of van de leidraad van rede en verstand. En is het dan niet zo dat je onderzoekt met bepaalde objectiviteit. maar dat je die kennis moet gebruiken om de verstorende werking van zo‟n genderperspectief juist weer teniet te doen. Zij spreken helemaal niet van overheersing van de natuur. Vrouwelijke studenten zijn niet zo geïnteresseerd in de theorie. Zij spreken over de paring van mannelijke en vrouwelijke elementen die in die natuur aanwezig zijn.” Dat soort onderscheidingen zijn er niet om te blijven bestaan.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal - Bij de alchemisten is er een geheel andere gendermotoriek.Stuvia. wat een doel heeft. Dat is het probleem dat Bourdieu heeft aangesneden: in eerste instantie kan het wel zo zijn dat er verschillen bestaan in de manier waarop mannen en vrouwen onderzoek doen. maar wel in het observatiewerk. Ze moeten niet worden gezien als feministen (zijn trouwens allemaal mannen). Bourdieu heeft veel verschillende studenten begeleidt en hij zegt: “Gaandeweg vallen mij systematische verschillen op in het vertrekpunt van vrouwelijke en mannelijke onderzoekers. Deze discussie wordt uiteindelijk beslecht in het voordeel van de mannelijke filosofie en in het nadeel van wat wij nu beschouwen pseudowetenschap. rekenwerk. gaat het over de eenwording van geest en materie. Wanneer je de waarden van objectiviteit en waarheid in twijfel trekt. roep je ook de vraag op wat de status is van je eigen uitspraken. Ook heeft ze onderzoek gedaan in de biologie: de zaadcel wordt gezien als datgene wat actief is. Hiermee opent hij een bepaald probleem: het probleem van reflexiviteit (terugkaatsen). Bourdieu over sociologisch onderzoek en gender. . Met reflexiviteit wordt bedoelt dat wanneer je objectiviteit in twijfel trekt. Deze spanning blijft tot op de dag van vandaag bestaan.

Stuvia.com .  In natuur. Ook ontstaan nieuwe. In de laatste jaren begint zich echter een verandering te voltrekken in de richting van een Angelsaksisch systeem. .  Door de opkomst van nieuwe media zoals het internet verandert de organisatie van (geestes-)wetenschappelijk werk. mede als gevolg van nieuwe financieringskanalen. Deze hebben vaak een wat ongemakkelijke positie tussen de gevestigde „disciplines‟. interdisciplinaire onderzoeksterreinen.De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal Hoorcollege 14 Wetenschapsfilosofie voor geesteswetenschappen Michiel Leezenberg & Gerard de Vries Samenvatting hoofdstuk 10 „Geesteswetenschappen: het bedrijf‟  In de negentiende eeuw veranderde de verhouding tussen universiteiten en academies. daarmee veranderde ook de verhouding tussen onderwijs en onderzoek aan de universiteiten. dat tot dusver sterk op het gebruik van bibliotheken steunde.en geesteswetenschappen vervaagt het onderscheid tussen zuiver en toegepast onderzoek.  De institutionele structuur van de wetenschap in Nederland is in belangrijke mate aan die van Duitsland ontleend. De structuur van het internet is beduidend minder transparant dan soms wordt gesuggereerd.

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->