P. 1
Economische Vooruitzichten België - September 2013

Economische Vooruitzichten België - September 2013

|Views: 30|Likes:
Published by KBC Economics
De voorbije maanden waren er bemoedigende signalen die erop wijzen dat de Belgische economie aan de beterhand is. Vooral het consumentenvertrouwen veerde op en de bbp-groei in het tweede kwartaal was opnieuw positief, zij het nog beperkt. Nu de recessie voorbij is, kan het economische herstel op gang komen. Met iets boven 1% zal de groei ook in 2014 niettemin gering blijven. De faillissements- en werkloosheidsgolf blijft bovendien allicht nog een tijdlang nazinderen.
• Economie klimt uit recessie
• Betere tweede jaarhelft, beperkte groei in 2014
• Lagere inflatie biedt steun
• Focus: Faillissementsgolf houdt aan
De voorbije maanden waren er bemoedigende signalen die erop wijzen dat de Belgische economie aan de beterhand is. Vooral het consumentenvertrouwen veerde op en de bbp-groei in het tweede kwartaal was opnieuw positief, zij het nog beperkt. Nu de recessie voorbij is, kan het economische herstel op gang komen. Met iets boven 1% zal de groei ook in 2014 niettemin gering blijven. De faillissements- en werkloosheidsgolf blijft bovendien allicht nog een tijdlang nazinderen.
• Economie klimt uit recessie
• Betere tweede jaarhelft, beperkte groei in 2014
• Lagere inflatie biedt steun
• Focus: Faillissementsgolf houdt aan

More info:

Categories:Types, Research
Published by: KBC Economics on Aug 22, 2013
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

11/12/2013

pdf

text

original

Economische Vooruitzichten België

De voorbije maanden waren er bemoedigende signalen die erop wijzen dat de Belgische economie aan de beterhand is. Vooral het consumentenvertrouwen veerde op en de bbpgroei in het tweede kwartaal was opnieuw positief, zij het nog beperkt. Nu de recessie voorbij is, kan het economische herstel op gang komen. Met iets boven 1% zal de groei ook in 2014 niettemin gering blijven. De faillissements- en werkloosheidsgolf blijft bovendien allicht nog een tijdlang nazinderen.
ECONOMISCHE VOORUITZICHTEN BELGIË (2013 -2014) 1. NATIONALE REKENINGEN
(reële jaarwijziging in %) Particuliere consumptie Overheidsconsumptie Investeringen in vaste activa Bedrijfsinvesteringen Overheidsinvesteringen Investeringen in woongebouwen Finale binnenlandse vraag (ongerekend voorraadwijziging) Uitvoer van goederen en diensten Invoer van goederen en diensten Bruto binnenlands product (bbp) Beschikbaar gezinsinkomen Bruto-spaarquote van de gezinnen (in % beschikbaar inkomen)

September 2013

• • • •

Economie klimt uit recessie Betere tweede jaarhelft, beperkte groei in 2014 Lagere inflatie biedt steun Focus: Faillissementsgolf houdt aan

2010
2,7 0,6 -1,2 -3,2 -1,2 3,1 1,4 9,6 8,9 2,4 -1,2 15,4

2011
0,2 1,1 4,2 8,6 5,9 -5,3 1,3 5,5 5,7 1,9 -0,8 14,4

2012
-0,3 0,4 -0,6 0,1 0,9 -2,8 -0,2 0,7 0,5 -0,3 0,7 15,3

2013
0,3 0,3 -2,0 -0,5 -8,6 -3,5 -0,1 -0,7 -1,4 0,1 0,4 15,1

2014
0,9 0,2 1,6 1,8 0,3 0,8 0,9 3,5 3,0 1,2 1,0 14,5

2 EVENWICHTSINDICATOREN
2.1 Inflatie (gemiddelde jaarstijging in %) Consumptieprijzen Gezondheidsindex 2.2 Overheidsfinanciën (in % van bbp) (cijfers bij ongewijzigd beleid) Financieringssaldo Primair saldo Overheidsschuld 2.3 Arbeidsmarkt Binnenlandse werkgelegenheid (verandering tijdens het jaar, in '000) Werkloosheidsgraad (einde jaar, Eurostat-definitie) 2.4 Lopende rekening (in % van bbp)

2010
2,2 1,7

2011
3,5 3,1

2012
2,8 2,7

2013
1,2 1,3

2014
1,4 1,5

-3,8 -0,4 95,6 59 7,6 1,9

-3,7 -0,4 97,8 53 7,1 -1,1

-3,9 -0,5 99,8 -9 8,1 -1,6

-2,8 0,5 100,5 -20 9,0 -0,9

-3,0 0,2 100,9 10 9,2 -0,3

Onze publicaties zijn online beschikbaar, via www.kbc.be/economischevooruitzichten/. U kunt ze ook gratis ontvangen per e-mail. Surf naar www.kbc.be/sb/e-nieuwsbrieven en registreer uw gegevens.

Voor vragen i.v.m. de inhoud van deze publicatie kunt u terecht bij: Johan Van Gompel (32) (0)2 429.59.54 E-mail: johan.vangompel@kbc.be Verantwoordelijke uitgever: Johan Van Gompel, Havenlaan 2, B-1080 Brussel Correspondentieadres & abonnementenbeheer: KBC Groep NV, Global Services, GCE, Havenlaan 2, 1080 Brussel, E-mail: economic.research@kbc.be Deze publicatie komt tot stand op de Chief Economist Department van KBC Groep. Noch de mate waarin de voorgestelde scenario’s, risico’s en prognoses de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De prognoses zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies conform de Wet van 6 april 1995 inzake secundaire markten, het statuut van en het toezicht op beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs. KBC kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de juistheid of de volledigheid ervan. 1 Alle historische koersen, statistieken en grafieken zijn actueel tot en met 19 augustus 2013, tenzij anders vermeld. De beschreven meningen en vooruitzichten zijn die zoals ze gelden op 19 augustus 2013.

Economische Vooruitzichten

België

Op weg naar duurzaam, maar bescheiden herstel
De voorbije maanden klaarde de conjunctuurhemel op. Voor de meeste ontwikkelde landen waren de cijfers voor het producentenvertrouwen beter dan verwacht. De grootste verrassing was de VS, waar de ISM-inkoopmanagersindex omhoogschoot met 4,5 punten in één maand. Ook in Europa zagen we tekenen van herleving, zij het nog altijd op een lager niveau. Indicatoren zoals de PMI voor de industrie en de stemmingsbarometer van de EC stegen sterk tijdens de zomer in de eurozone en het VK. De EMU-werkloosheidsgraad stabiliseerde op 12,1%, al kan dat een tijdelijk verschijnsel zijn toe te schrijven aan het goede toeristische seizoen in Zuid-Europa. De herstelbeweging kwam ook al in de bbp-groeicijfers van het tweede kwartaal tot uiting. Daarbij verrasten vooral Duitsland en Frankrijk met een groeispurt van 0,7% respectievelijk 0,5% (kwartaal-op-kwartaal, niet geannualiseerd). Italië (-0,2%), Spanje (-0,1%) en Nederland (-0,2%) bleven evenwel in krimpmodus. De eurozone als geheel hees zich uit de recessie (+0,3%). veel lager dan die in de twee grote buurlanden. Vooralsnog is daarmee dus nog geen echt punt gezet achter de langgerekte periode van nagenoeg stagnatie en milde achteruitgang die in het najaar van 2011 aanvatte. Toch waren er ook in ons land de afgelopen maanden tekenen van een gaandeweg sterker wordend herstel. De NBB-indicator en meer nog het consumentenvertrouwen tonen al sinds april beterschap. De verwachting is dat de particuliere consumptie, na al een positieve groeibijdrage in het eerste kwartaal, meer nog in het tweede de bbp-groei zal hebben ondersteund. De combinatie van de loonindexatie aan de nog gemiddeld hoge inflatie van 2012 en de intussen dalende inflatietrend zorgde ervoor dat de reële gezinsinkomens de voorbije kwartalen toenamen. Naarmate het vertrouwen van de consument de komende maanden stapsgewijs verder verbetert, zal ook zijn spaarneiging allicht terug afnemen. Hierdoor kan de consumptiegroei verder aantrekken. Heel sterk zal die wel niet worden, aangezien de inkomensgroei getemperd blijft door de nog een tijdlang aanhoudende verslechtering van de arbeidsmarkt. Het gecumuleerde banenverlies tussen eind 2011 en begin 2013 bedroeg 20 000 eenheden (-0,4%). Dat is maar zo’n derde minder dan in de periode rond de veel zwaardere recessie van 2009 (-28 000 banen of -0,6%). Dankzij de behoorlijke banencreatie tussen de twee recessies in lag de totale binnenlandse werkgelegenheid in het eerste kwartaal van 2013 toch 1,5% hoger dan bij de piek eind 2008 vóór het uitbreken van de crisis. De laatste werkloosheidscijfers wijzen nog altijd op een verslechtering. De werkloosheidsgraad bereikte in juni 8,7% en ligt daarmee opnieuw boven de eerdere piek in de nasleep van de Grote Recessie. Niet alleen kende de werkloosheidsgraad tijdens en na de Grote Recessie maar een bescheiden toename in vergelijking met vroegere recessies, ook is hij relatief snel opnieuw beginnen dalen. Het snel volgen van een nieuwe recessie deed de werkloosheidsgraad evenwel ook snel weer oplopen. Heel wat bedrijven die tijdens de eerste recessie hun werknemersbestand nog konden overeind houden, moesten de voorbije kwartalen alsnog tot ontslagen overgaan. Ook het met het toenemend aantal faillissementen gepaard gaande banenverlies scheerde de voorbije maanden hoge toppen (zie ook Focus blz. 4). Vermoedelijk zal net als bij vorige recessies de werkloosheid nog meerdere kwartalen na afloop van de recessie blijven stijgen. Toch zitten

Uitkijken naar de consument
Volgens de eerste raming van het INR kwam ook in België in het tweede kwartaal een einde aan de recessie. De groei bleef met een 0,1% wel erg matig en

(Q4 2007 = 100) 104 102 100 98 16 96 94 92 90 Q4 200708 België Duitsland Nederland 14 18 20

Reëel bbp

Gezinsspaarquote en consumentenvertrouwen
-30 -25 -20 -15 -10 -5 0 5 10 15

09

10

11

12

13

12 1987 89

91

93

95

97

99 2001 03

05

07

09

11

13

20

Frankrijk Euro-periferie (*)

Spaarquote (% van beschikbaar inkomen, linkse schaal) Consumentenvertrouwen (omgekeerde schaal, rechtse schaal)

(*) Euro-periferie = Spanje, Portugal, Italië, Griekenland en Ierland

2

al enkele arbeidsmarktindicatoren in de lift: de deelcomponent van de arbeidsmarktverwachting in het producentenen consumentenvertrouwen verbetert al enkele maanden op rij en het aantal vacatures nam voor het eerst sinds eind 2011 terug toe.

Inflatie biedt steun
De consumptie krijgt ook steun van de fors lagere inflatie. Tijdens de eerste jaarhelft bedroeg die nog maar gemiddeld 1,3%, komende van 3,8% eind 2011. Dat is zo’n half procent minder dan gemiddeld bij onze drie buurlanden (Duitsland: 1,7%, Frankrijk: 1,1% en Nederland: 3,1%). Nu onze inflatie niet meer uit de pas loopt en in Duitsland bovendien reële loonstijgingen van 1,5 à 2% worden toegekend, kan onze concurrentiekrachthandicap tegenover de buurlanden geleidelijk worden ingedijkt. Dat is nodig, want voorlopig lijkt de Belgische uitvoer niet echt aan te trekken. In het eerste kwartaal daalde die nog verder en volgens enquêtes inzake de buitenlandse bestellingen viel er alvast tot in juni geen beterschap te bespeuren. Allicht zal het Europese herstel samen met de stilaan verbeterde concurrentiekracht de Belgische uitvoer vanaf de tweede jaarhelft ondersteunen.

Doordat de afzetperspectieven niet spectaculair zullen verbeteren, beperken bedrijven zich waarschijnlijk nog een tijdlang vooral tot vervangings- en rationaliseringsinvesteringen. Een herstel van de uitbreidingsinvesteringen zal meer tijd vergen, temeer omdat de capaciteitsbezettingsgraad nog ruim lager ligt dan het langetermijngemiddelde. Dat de investeringen als geheel in het eerste kwartaal nog afnamen, was te wijten aan de geringere investeringen van de overheid en meer nog aan de sterke daling van de investeringen van de gezinnen in woongebouwen. Voorlopende indicatoren met betrekking tot de bouwsector geven evenwel aan dat het ergste ook hier vermoedelijk achter de rug is. Het vertrouwen van bouwondernemingen evolueert al een hele tijd in gunstigere zin dan dat van bedrijven in de verwerkende nijverheid. Ook de behoorlijke toename van het aantal bouwvergunningen in de eerste jaarhelft doet vermoeden dat de effectief in aanvang genomen woningbouw opnieuw zal beginnen aantrekken.

Inertie consensusvoorspelling
We gaan ervan uit dat het herstel de groei van de Belgische economie voor het ganse jaar 2013 lichtjes positief zal maken (+0,1%). Het voorbije anderhalve

jaar hebben voorspellers hun raming (de zogenoemde consensusverwachting) voor de Belgische bbp-groei in 2013 stelselmatig verlaagd van nog gemiddeld 1,4% begin 2012 tot -0,1% in de zomer dit jaar. De ervaring van de voorbije jaren leert dat de gepubliceerde consensusverwachting doorgaans met vier maanden vertraging reageert op de ontwikkeling van de NBB-indicator. Vooral het telkens mooi samenvallen van de keerpunten van de indicator met de kering van de consensusverwachting vier maanden later valt op. Ook ditmaal zal de ommekeer van de NBB-indicator sinds april allicht aanleiding zijn om de groeivoorspelling voor 2013 de komende maanden terug wat opwaarts bij te stellen. Ook voor 2014 hebben voorspellers hun groeiraming sinds begin 2013 aangepast van 1,2 naar 0,8% in juni. Met opnieuw vier maanden vertraging vertaalde het keren van de NBBindicator in april zich in augustus in een verhoging van de consensusverwachting (0,9%). De verdere stijging van de NBBindicator zal de komende maanden de consensusverwachting voor de groei in 2014 verder opkrikken. Wijzelf houden vast aan een groei in 2014 van 1,2%.
Johan Van Gompel johan.vangompel@kbc.be

(0 = kwartaal voorafgaand aan begin recessie, OESO-cijfers) 12 11 10 9 8 7 6 7 6 5 4 3 2 1 0 -1 -2 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 Kwartalen Q2 2008 - Q2 2012 Q1 2012 - Q1 2016 -3 2005 06

Werkloosheidsgraad tijdens en na recessies

(jaarwijziging geharmoniseerde CPI, in %)

Inflatie fors lager

07

08

09

10

11

12

13

Q3 1980 - Q3 1984 Q2 1992 - Q2 1996 Q4 2000 - Q4 2004

België Gemiddelde Duitsland, Frankrijk en Nederland

3

Economische Vooruitzichten

België

Focus
Faillissementsgolf houdt aan
Tijdens de eerste zeven maanden van 2013 gingen in België ruim 7 000 bedrijven over de kop. Dat is een stijging met 15% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Het is van begin de jaren 90 geleden dat er een dergelijke stijging opgetekend werd. De horeca is de sector met het grootste aantal faillissementen, maar de grootste procentuele toename deed zich voor in de bouwsector (+24%) en de zakelijke dienstverlening (+21%). Sinds het uitbreken van de financiële crisis in 2008 gingen er cumulatief al bijna 50 000 bedrijven in faling. Hoewel falingen in essentie een microeconomisch fenomeen zijn veroorzaakt door de unieke omstandigheden in een onderneming (de kwaliteiten en het beleid van het management, de levensfase en ouderdom, de grootteklasse, enz.), worden zij sterk beïnvloed door de externe omgeving. Op langere termijn gaat het vooral om een gewijzigd behoefte- en consumptiepatroon van de klanten, vaak afkomstig van veranderingen in technologie, in economische of politieke voorwaarden of sociaal-culturele normen. Op korte termijn kan ook de algemene macro-economische toestand ondernemingen in moeilijkheden brengen, via een verminderde vraag of wanbetaling van klanten, een sterke stijging van de grondstoffenprijzen of het faillissement van een leverancier. Vaak speelt hierbij een domino-effect, waarbij één faling negatief inwerkt op andere ondernemingen die op hun beurt in de problemen komen. Meestal zijn de economische factoren evenwel niet de eerste falingsoorzaak, maar hebben zij een verzwarend en versnellend effect op een al van tevoren en ingevolge andere oorzaken bedreigde ondernemingstoestand. De grafiek linksonder toont het negatieve verband tussen de dynamiek van het aantal faillissementen en de economische groei. De periodes van relatief sterke groei (1984-1990, 1994-2000 en 20042007) gingen gepaard met een afname of beperkte toename van het aantal faillissementen. Ruwweg gesteld blijkt een stabiele groei boven 2% nodig om het aantal faillissementen te doen dalen. Tijdens de recessies begin de jaren 80, begin de jaren 90 en de recente financiële crisis liepen de faillissementen fel op. Bij de zwakke groei begin de jaren 2000 was dat minder het geval. Hoewel het de ergste economische malaise betreft in de naoorlogse periode, bereikte het stijgingstempo van het aantal faillissementen tijdens de huidige crisis (voorlopig althans) niet de pieken van 1981 en 1992. Net als begin de jaren 90 hebben we te maken met een langgerekte periode van toenemende faillissementen. Dat de toename in de eerste helft van 2013 groter is geworden dan tijdens de Grote Recessie van 2009, komt doordat een tweede weliswaar kleinere recessie snel is gevolgd op de vorige grote. Een belangrijke groep ondernemingen die de Grote Recessie nog zonder veel kleerscheuren is doorgekomen, maar wel daarvoor hun reserves heeft aangewend, kon de milde recessie van 2012 moeilijker verduren. Net als in 1994-1996 is de kans reëel dat ook de recente crisis nog een tijdlang in de faillissementscijfers zal nazinderen, temeer omdat het herstel dat zich aankondigt allicht vrij mager zal blijven. De in absolute termen waargenomen faillissementsgolf moet evenwel worden genuanceerd. Er werden in de voorbije crisisperiode sinds 2008 immers jaarlijks nog altijd gemiddeld ruim 7 keer meer nieuwe ondernemingen opgericht dan er over de kop gingen. Dat is minder dan in de jaren vóór de crisis, maar iets hoger dan bij het begin van de jaren 2000 (zie grafiek rechtsonder). Als er meer ondernemingen zijn, is het logisch dan er ook meer faillissementen zijn. Om de toename van het aantal faillissementen objectief te kunnen beoordelen, moet het aantal falingen worden uitgezet tegenover het aantal actieve ondernemingen. Deze zogenoemde faillissementsgraad liep de voorbije jaren op van 10,4% in 2007 tot 14,7% in 2013.

Faillissementen en economische groei in België
6 5 4 3 2 1 0 -1 -2 -3 1980 86 92 98 2004 10 15 14 13 12 11 10 9 8 7 6 5

Faillissementen gerelateerd aan oprichtingen en actieve bedrijven
24 20 16 12 8 4 0 -4 -8 -12 13 (*) 13000 12000 11000 10000 9000 8000 7000 2002 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 6000 13 (*)

Faillissementen (jaarwijziging in %, rechtse schaal) Reële bbp-groei (in %, linkse schaal)

(*) Jaarstijging aantal faillissementen in 2013 betreft eerste 7 maanden; groei = KBC-voorspelling

4

(*) Verondersteld dat het jaarstijgingstempo faillissementen en oprichtingen in laatste 5 maanden van 2013 aanhoudt

Faillissementsgraad (per 1000 actieve ondernemingen, linkse schaal) Verhouding oprichtingen tegenover faillissementen (linkse schaal) Absoluut aantal faillissementen (rechtse schaal)

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->