You are on page 1of 1

Emmer-Compascuum, herfst 1958

Vierde wet van Newton

Mijn vaders Volkswagen verdwaald


op een zandweggetje reed.
Zoekende langs lange vaarten
op weg naar geborgener oord.
Fantasieën in kattenbak,
beelden van draaiend koord,
scharen, asfalt verwoestende
schaven, schrapers en ander
landbouwwerkkundig tuig.
Verkruimelde zandtaarten.

Dan jaren verder als ik


in de achteruitkijkspiegel
mijn zoon zie spelen op de achterbank.
Een magnetisch spel
van aantrekken en afstoten
in slechts één enkele tel
voltooid met een alles
verwoestende vuistslag.
Staafjes en balletjes,
tandwielen vliegen van de hoedenplank.

En behalve het besef


dat ik mezelf in de tijd
weerspiegeld zie, zie ik
de vierde wet van Newton
in werking.

De genen tomeloos in toom.


De appel valt niet ver van de boom.