You are on page 1of 3

Sinds de reünie in 2003 timmeren de mannen van Stryper al weer langer aan de weg dan tijdens hun gloriejaren

. De twee studioplaten die ze sinds de hereniging maakten herinneren echter amper aan die hoogtijdagen. Wellicht is het te danken aan de recentelijke uitgaven ‘The Covering’ (vol covers) en ‘The Second Coming’ (met heropnamen) dat ‘No More Hell To Pay’ weer geelzwarte glans afgeeft. Het is acht jaar geleden dat Aardschok de band nog polste. In de tussentijd is er veel gebeurd. Zanger/gitarist Michael Sweet neemt plaats op de praatstoel.
‘No More Hell To Pay’ herinnert meer dan ‘Reborn’ (2005) en ‘Murder By Pride’ (2009) aan jullie oude werk. Een bewuste keuze? „We waren vastberaden om de energie van 1986/87 te vangen en daarmee een net zo’n perfecte plaat af te leveren als ‘To Hell With The Devil’. Ik denk dat we, zonder onszelf te hebben herhaald, in die missie zijn geslaagd. Het nieuwe materiaal bevat veel van de elementen die kenmerkend zijn voor de typische Stryper-sound: vocale harmonieën, veel twinleads en een bruisende ritmesectie. Het voelt daarmee alsof de cirkel weer rond is. Ik ben dan ook erg nieuwsgierig naar hoe de mensen het zullen ontvangen. We zijn er zelf bijzonder trots op en hebben er heel hoge verwachtingen van. Dat we dit na dertig jaar nog in onze

mars hebben voelt heel speciaal. Dat had ik van tevoren nooit durven dromen”. Waarom kwam dat speciale gevoel niet bovendrijven op ‘Reborn’ en ‘Murder By Pride’? „Die platen zijn op een andere manier bijzonder. Ik ben heel tevreden met de moderne sound en stijl die we daarop aanhalen, dus die pleet andere manier van spelen. Ik heb een redelijk rechtlijnige, meer mainstreamachtige stijl, terwijl Oz een flashy gitarist is met veel vibrato in de vingers. Leg de solo’s van „No More Hell To Pay” en „Sticks And Stones” naast elkaar en je hoort de verschillen onmiddellijk. We zijn net als Adrian Smith en Dave Murray

metalen missionarissen
zijn ook volop aanwezig op ‘No More Hell To Pay’. Het hele album is een wisselwerking tussen oud en nieuw, maar steeds met de energie van weleer. En over die oude albums gesproken: je moet weten dat ik ‘Reborn’ al schreef voordat de reünie een feit was. Het is in feite een veredelde soloplaat. ‘Murder By Pride’ is al meer een bandproduct. Wat dat betreft is dit nieuwe album een natuurlijke volgende stap.” Behalve zanggedreven is Stryper behoorlijk gitaargeoriënteerd. Jij schrijft negentig procent van het materiaal. Waarom levert Oz Fox, de betere gitarist, niet meer aan? „Stryper is altijd zo te werk gegaan. Als je Oz’ band Sin Dizzy beluistert, zul je horen dat zijn nummers niet voor Stryper in de wieg zijn gelegd. Dat hij beter is hoor je mij overigens niet zeggen. We hebben simpelweg een comvan Iron Maiden: immens afwijkend van elkaar, en juist daarom samen uniek.” Was het niet verleidelijk om een pianoballad à la „Honestly” of „Together As One” te schrijven? „Aan het begin van dit proces heb ik meteen gezegd: geen piano! Daarna is er niet meer over gesproken of zelfs maar over nagedacht. Het past minder goed bij het Stryper van nu, of ten minste niet bij dit album. Er staat overigens wel een ballad op, „The One”, die ik voor mijn vrouw Lisa schreef.” Je werd afgelopen maart vijftig. Je stem klinkt nog jong en fris. Heb je werkelijk niets aan kracht ingeboet? „Alle zangers krijgen naarmate ze ouder worden te maken met een terugval. De een meer dan de ander. Ik heb geluk, want dat is bij mij nauwelijks het geval. De aftakeling bestrijd ik overigens door een zo gezond mogelijk leven te leiden. Gezond eten en drinken en oefeningen kunnen een hoop doen. Mijn bereik is wel iets minder geworden, maar het schaadt de band nauwelijks.” Met de screams in onder meer de titeltrack, „Marching Into Battle” en „Saved By Love” maak je de honden niet blij... „Haha ja, die hakken er flink in. Dat zijn meteen de tracks die herinneren aan de jaren tachtig. „Marching Into Battle” misschien iets minder, maar dat is wel het

zwaarste en meest intense nummer van de plaat, bijna op bezwerende manier. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat ik de hele hoge noten niet bij elk optreden ga halen. Het hangt ervan af of ik een goede dag heb.” Tussen de nieuwe songs prijkt de gospelklassieker „Jesus Is Just Allright”. Een zinsnede: ‘I don’t care what they may say. I don’t care what they may do. Jesus is just allright with me’. De tekst springt voor christenen in de bres, lijkt het wel. Waarom juist dit nummer? „Ik heb niet de illusie dat morgen de hele wereld christelijk is. We leven echter in een maatschappij waarin gelovigen schamper worden aangekeken. Het lijkt wel alsof er een taboe rust op het christendom en dat iedereen maar denkt dat in de gelovige wereld alles verboden is, dat we

het leven niet ten volle leven. Alsof wij nooit een biertje drinken of een sigaar opsteken. Wat een onzin zeg! Het is leuk en oké om christelijk te zijn, en het zou geen probleem moeten zijn om daar openlijk voor uit te komen. Dat is exact wat die song uitdraagt en waarom Stryper het heeft opgenomen.” In „Water Into Wine”, naar het bijbelverhaal, bezing je nog een wonder van Jezus: ‘He made a blind man see’. Hoe letterlijk moeten we de Bijbel nemen? Wat moeten we anno 2013 geloven en wat niet? „Alles. Ik geloof alles wat er in de Bijbel staat. Mensen die er hun eigen waarheid op nahouden lezen niet goed. Het staat er niet voor niets.” De Bijbel is anders behoorlijk veroordelend over bijvoorbeeld homo’s...

„Dan moeten mensen nog maar eens goed lezen. Er wordt geen oordeel geveld. De mensen daarentegen oordelen wel, die verbinden daar conclusies aan die er niet zijn. Staat er ergens dat we homo’s moeten haten, slaan, opsluiten, vermoorden? Nee, integendeel. De Bijbel is daar heel duidelijk in. Dat zijn juist de dingen die we níet moeten doen.” Word je na dertig jaar nooit eens moe om altijd en overal als ‘die christelijke band’ te worden afgeschilderd? „Stryper kan vaak op veel antipathie rekenen, daar heb ik mij lang geleden al bij neergelegd. Toch zijn er momenten waarop alles te veel wordt. Het komt regelmatig voor dat we op festivals spelen waar men ons bij voorbaat kansloos laat door niet de moeite te nemen om écht te luisteren. Veel mensen zijn kort-

zichtig, dat is bijzonder frustrerend. Stryper speelt echter met allerlei bands, zelfs satanistische, dus het is logisch dat we soms met achterdocht worden ontvangen. Het overkomt ons overigens niet alleen bij de mainstream, maar ook in de religieuze hoek, waar ook krachten zijn die Strypers doen en laten al dertig jaar afkeuren. Toch ben ik blij dat ik dit mag doen. Het komt net zo vaak voor dat we na afloop van een show op de schouders geklopt worden door mensen die vertellen dat ze nooit verwacht hadden van onze muziek te genieten.” Zoals Dynamo Open air 1987? „Inderdaad, dat was een fascinerende ervaring. Het zag er naar uit alsof he-le-maal niemand op ons zat te wachten. Toen we opkwamen vloog ons van alles en nog wat om de oren: bekers, flessen, zelfs stenen. We hadden die dag serieuze verwondingen kunnen oplopen. Het had alle schijn van ongecontroleerde haat, dat beeld staat nog steeds op mijn netvlies gebrand. Toch kenden we geen twijfels. We bleven volharden en speelden door. We hebben die dag álles gegeven en dat werd beloond. Zo’n drie, vier nummers onderweg sloeg de sfeer vanuit het schijnbare niets om in waardering. Ik sta daar nog steeds van te kijken en denk dat God er een hand in had. Zulke momenten maken het allemaal de moeite waard, dáár is het ons om te doen.” De taferelen op de DVD ‘Live In Indonesia’ zijn ook indrukwekkend... „Die laat de ware kracht van Stryper zien. Duizenden mensen die uit hun plaat gaan. Niets bijzonders, zou je zeggen, tot het besef komt dat de massa voor negentig procent uit moslims bestaat. Dat is toch geweldig? Het enige wat we vragen is: stel je open voor onze muziek.” Nog niet zo lang geleden
37

overleed je jeugdliefde en echtgenote Kyle na een zwaar gevecht met kanker. Is het moeilijk om de nummers die je voor haar schreef te spelen? „De jaren waarin Kyle ernstig ziek was, van 2007 tot en met 2009, waren bijzonder moeilijk. Het valt niet te ontkennen dat die periode een zware wissel op mijn leven heeft getrokken. Het is nog steeds lastig te verteren, maar over haar praten vind ik helemaal niet erg. Mijn kinderen en ik houden nog steeds zielsveel van haar. De wetenschap dat we haar snel weer zullen zien biedt ons troost. Het zingen van Kyle’s songs is ook niet moeilijk. Als ik een publiek voor me heb zing ik altijd over God, ook als het num-

mers betreft die ik eigenlijk voor haar heb bedoeld. Laat hier echter geen misverstand over bestaan: dat deed ik ook al voordat ze overleed. Het doel van Stryper blijft immers te allen tijde het overbrengen van de boodschap.” Ruim een jaar geleden werd bekend dat je aan de slag ging met T&N, voorheen Tooth And Nail, de band van drie voormalige Dokken-leden. Het is echter bijzonder stil. Wat is er met de plannen gebeurd? „Gitarist George Lynch vroeg anderhalf jaar geleden of ik met hem aan de slag wilde gaan. Al snel ontstonden allerlei wilde plannen, zoals opnamen maken en toeren, maar die kwamen steeds niet van de grond omdat iedereen druk bleef met eigen bands. Ik ben er echter nog steeds enthousiast over en het gaat nu spoedig écht gebeuren. We hebben bij Frontiers getekend en een studio geboekt voor de lente. Naast George en mijzelf zullen ex-White Lion- en -Pride & Glory-bassist James Lomenzo en voormalig Whitesnake-drummer Brian Tichy meedoen.” Een ander avontuur was Boston. Tussen 2008 en 2011 stapte je in de schoenen van zanger Brad Delph, die kort daarvoor zelfmoord pleegde. Hoe heb je die tijd ervaren? „Dat was een weergaloze ervaring, een enorme eer om in Brads schoenen te mogen stappen en zijn nummers te zingen. Op muzikaal vlak ben ik wijzer geworden, maar met name indrukwekkend was het spelen in de organisatie van gitarist, toetsenist en bandleider Tom Schultz. Het was fantastisch om in zo’n strak geleide, professionele organisatie te verkeren. Je moet weten dat Stryper in 1992 uit elkaar viel omdat we de ene na de andere financiële miskleun begingen. Het was in die laatste jaren een puinzooi. Toen ik opstapte was ik compleet berooid. In die tijd waren alle leden een bedrijf op zich. Toen Stryper na mijn vertrek definitief uiteenviel, heeft ieder voor zich faillissement moeten aanvragen. Voor-

namelijk door die slechte ervaringen heeft het zo lang geduurd voordat Stryper uiteindelijk weer bijeenkwam. Maar goed, in de late zomer van 2011 stapte ik bij Boston op. Ik had toen net mijn versie van „Amanda” opgenomen. Het schijnt dat het aangekondigde album overgebleven opnamen van Brad bevat en dat er drie gastzangers meedoen, maar ik weet niet of ik daar tussenzit.” Het coveralbum ‘The Covering’ uit 2011 bestaat uit louter nonchristelijk werk uit jullie jeugd. De kritieken van de achterban waren niet mals. Wat bezielt Stryper om de zogenaamde duivelse songs van Sabbath, Maiden en Priest op te nemen? Los daarvan, luisterde je nooit naar de christelijke rockpioniers zoals Petra of Jerusalem? „Tsja, het bekende verhaal: sommige mensen weigeren hun blik te verruimen en dat is bijzonder spijtig. Hoe kun je Priests „Breaking The Law” nou níet goed vinden? Ik weet niet wat te antwoorden behalve dat ik van die songs hou en dat het ontzettend leuk was om de muziek van onze helden op deze manier te vereeuwigen. Dat ik nooit naar Petra of van die andere groepen luisterde komt wellicht omdat Robert en ik pas op latere leeftijd ons leven in dienst van God hebben gesteld.” Het onlangs verschenen ‘The Second Coming’ bevat heropnamen van oude Stryper-krakers. Wat was de reden daarvoor? En

waarom staat daar niets op van ‘In God We Trust’ en ‘Against The Law’? „We bezitten de rechten van onze eerste albums niet. We konden ze dus niet zelf opnieuw uitbrengen. Heropnamen maken was een leuk alternatief. De door jou genoemde albums ontbreken omdat het schijfje qua speellengte volzat. Maar geen nood, we spelen met de gedachte om een tweede ‘The Second Coming’ uit te brengen, waar naast werk van die platen ook nummers van ‘Reborn’ op zullen komen. De productie van dat album was namelijk niet om over naar huis te schrijven.” Jullie agenda oogt behoorlijk vol. Wanneer is daar tijd voor? „Stryper zal de komende tijd inderdaad flink gaan toeren. De focus ligt daarbij op Europa. Volgend jaar komen we meerdere keren jullie kant op. In de lente verschijnt bovendien mijn achtste soloalbum, dat op dit moment al in kannen en kruiken is. Ongeveer gelijktijdig verschijnt ook mijn autobiografie ‘Honestly’. Het tweede ‘The Second Coming’ zou mogelijk in 2015 of 2016 kunnen verschijnen, maar dat zou evengoed de tijd kunnen zijn waarin we aan de slag gaan met een nieuw Stryper-album. We zullen zien. Voorlopig houd ik het bij blij zijn omdat we een geweldig nieuw album hebben en de toekomst er positief uitziet.”
Bastiaan Tuenter

Swww.stryper.com

38