You are on page 1of 471

J O A N

REIZE door verfcheide Geweften van

OOSTINDIEH *Behefyenck vecle zeltzaamc cn wondcrlijke voorvallen cn gcfchicdcniflcn. Beneffem Ecnbcfchrijving van lantfchappcn^cdcnjdicrcnjgewaflcni d r a g h t c n i z & d c n c n g o d s d i c n f t der i n w o o n d e r s : En inzondetheit cen wijtloopig vcrhacl der Stct

BATAVU, Vereiert doorgaem mtt verfcheide Kdere Tlaten.

t'iAM

$ T E

R D A M ,

VoordeWcduwcvaa JACOB van MBURS, opdcKeizcrs-gracht. 1682.

D e S c h r i j v c r foan

?s(ieuhof\

o p de StadBatavla

en

de omlqggcnde hooven en landeryen. , E welvaert hecft den weg nae't ooften uirgevonden ; En d'ongebaendc zee haer febatten roc verrroud Zy veilt haer waer met winftop wiffe vafte ronden En heefr B A T A V 1 A dus heerl|k opgebout ' Hier zien wy met vermaek een luftige lantsdouwe eplantmetgnldenooftenvruchtcnvecldedey, Lntuynen zonder talen Itercke knjgsgcbouwen, En Hofftecn in de fdneu van 't Ioofrijk boom geway. Debronnen fpringen hier tthooghgctopte bergen, En dclen mec gemack zoet vloeyend na beneen En fchijnen't kriftallijnin klaerigheittetergen, En ftroomen door de ftadt enom de veften heen Nae't Noordcn bromt de zee metzoo veel zee kafteelen Gelaeden met de vrucht van'teeuwigh vree verbont. Daer zietmen in ' t verfehlet de Water-Nymphies ipeelen En dobbren op de zee tot aen den honzond Laets'weerelts hooftftadvry op haeraeloutheitpraelcn En trotzen op de praelen pronk van't Roomfe hof. ' Een ander migh haer fterkte en ftrijtbaerheit verhaelen ' En kroouen haer bednjfmet ruifchenr lauwcr-lof Ick ftcl B A T A V 1A, de ftad der Batavieren, Veerbooven andrefteen. Hiervmt men'raltemael \Vat landen vruchtbaer maekr en fteeden kan vercieren Met eeuwighdurenc lofenheil uics'heemels zaal. * * J. Nienhof.

N N E T Aen den Beer

JOAN NIEUHOF* op fijn ReisBefchrijving, cn vertrek vanBatavia, na 'c Vaderland. Eleer de Nienhof die in'/ Noorden en in V Zuiden In t Ooflen, m het JVcfi, door 'tgantfe We, elds rond, Naeukeurtg onderfochtygelucktgonervond Alwatterwonderfchijnt voor wonder keurigeluyden: " tleltfamfltndenAertvanmnfchenA Geflah van HeemehZeeen^erdehebtterond
D

En^mTn^aa^nTee nog zftl^ftlto^hu^Zn^ * * ^rlaetgynu de Stadt, diegydborfchrtft en dicht n/t jTrl J &rengtin'thebt? mit gy dit fchoone Landnu t'eenemael ver/aeten ? S oo mi Batavia de Bloemder Sehrijversvan Haer Lf enAmel.adtbekomt een Nienhof dan, ^ensbloemenkleurengeurgantsNederlandfalbaeten.
gm eki mt m<m dtUntom 0k

P.Kctting. 1^70. in Batavia,

O p

d e

S t a d

B a t a v i a

o p

*t

e y l a n d

groot Java, knftig af-geteekend, en geleerdelijk befchreeven: DOOR fOAK. F. Unfl>wijfeSchrijver,die de Pen vocrdals'tPenceel, Pappier,en Parkement,als't glad gefchaafd Panneel: Die Inkt, en Potloot is, infteevan held're vervcn; Die knftig, felf t\atuur, cn Kunft, mer haer getooy, Weet uyt te beeiden, in haaraldermooyfte mooy: Uw Schnjf, uw I eyken-kunft, fal ingeenfterven,ftervcn. Soo hebt gy eerrijds, met een vlagge Pen, en Hand, Het machtig China ("door den grooten Cham onrmand} Na 't leeven afgebceld, geteykend, en befchreeven: Soodanig, dat lv t ook geleerdheyd hteft behaagd: E n * I aal kun, datfy'taandetongenoverdraagd Sy falu,Tijm,en Palm,en Mirh,en LauwVengeeven. Soo beeld gy Nieu-hofnu, het nieuw- Batavia, AanSunda'soudefoom , voor'toog.i van Jacarra, Jn vollen luyfteraf, enmaakt haar naam Roem-ruchtig. Maar, onderrufTehen,wijldat haarglans vertoond, Haar oude Vaders met Lau wrier, en Palm bekroond: Kroondgyufelf, enbhjftonfterflijk,endoorluchrig. HierfpeelddeDichr-kunft,mer,enSchrjf, en i eyken kunft: Hierteeld de weetei fchap twee Dochters, Nijd en Oui ft: Hiervoedwel Ipreekendheyd haareygen ^ chte Kmd'ren. Befchreeven Waarheyr, lsdes Menfchen Leevenslicht: Dar alle eeuwen, naekr vertoond,aan elks geficht , Schoon,dat het valfcheyd, met bcdrog,door lift,wil hind'ren. Gy Nieu-bof, wankeld niet: gy hebt een Staate moed : Gy ftoot, cn rreed entrapr dat Sehr ik-dicr metde voet, Gy Wied dat On kruyd uyt de Akkerenvan Nien hof. Gyplanr,cnqueektdaar.in,eenon-verwelkbaarKruyd: Daralnjdgroeyd, en bloeyd,envruchtengeeft:, en fpruyd. Enfal den planter ftaagh begroeren, met een nieuw Lf. Batavia, foo jong, foo teeder in hegin, Soo wonderlijkgeveft, foo vaardig.foogefwin, Braveerd de fteeden, die K cm-ruchtbaar z i j n , door oudheyd> Syfalu, dichaarkruyntcnfteylenTop punt heft, Een Denk-beeld Rechren, dat haar hoogte over-trtft: Daarfygeplaatftis, doof d e r / t o w / t r m f t o u t h c y d . Bauviadem^vanWitn- JACOB STEIKDA. mamd, i6 o.
7

oochvafter.

tSmgiul Hmim wijchoogikcf-m JtteT de gefebiedeniflen. m d hooge School der Stad ley den.

O p

h e t

N a e u w k e u r i g h

b e f c h r i j v e n

en Teykenen van de Stad Batavia, op t Eyland Java, in t Koninkrijk van Jacatra. Door den Ed. JOAN NIEU HOF J Ie eer/ijts der Chinefenaet volkomen bracht in 't licht En meewg defitg dmggafluyfie doorjtjn dicht, ' Deesfielt ons hier voor 't oogh het hooft van aidefleden^ Die in het Ooer-landt, der Bataviren leden, Met moet en metgeweit, in [pijt van Dommagon En V moedig Brttfe Volk, tebouwen *e> bigen. Dit kofielijk Gebouw, dat et ghyhier ontleeden 'Door M ieuhof, die hier toont met vagegronde reeden Vanwaer dit Jacatra eerfiquam, tn hoe 'tging voort. En hoe Batavia,geicht door bloet enmoort, Nu heeden legt en pronkt foo heerlijk en verheeven Dat fietgy hier foo netgeteykent en befchreeven. Hy raekt niet flegts de fchors, maertreetdoor fteeg en raet, En toont ons al *t Gebouw> dat ergens aerdig ftaet. DeKerk,hetFort,H Stad-huts, Rievier,en'thuysderWeefen En buyten Tuyn en Hof enwataet ujtgeleefen. Dit 's Nienhof met genoegh te toonen hetgebouw. Maer deefe (ehrandre Heer almeerer faeken wouw, Op dat een Nieuweiingch niet en mocht begeeven Tot iets datfchaedelijk is. Siet hier dan vlack nae 't leeven WatfruytiWat kruyt, wat blaen is dtenig nut engoet Tot Spij r en tot vermaek: wat bitter juur effbet. Wat Vogel, Vtfch ofVee, men fonder fchroom mach ecten. En ook he Zee-gewas en is hier niet vergeeten. Wat tat de Keuken hoort tftot deMedtcyn, Ofwat voor drank men dritikt, in p/aets van bier ofwjjn. Hygaet verhaelen voort veeldoen en vreemde feeden, Dat hier in fwanggaet of willig wortgeleeden. Stet hier Nttnsgierig Volk die dickwtls hebt een Infi In'tkefenvan wat raers, enwenfi een vreemde kuji Als naturel tefien-, maer fchrickt voor d'hooge baaren En door de woee Zee foo lang tyt te vaeren. Komt hier en leedit B ek hier vintgy goedeof, Tot voeding van u lufien prijs van Nieuwen-hof.
t t i y } y t

Den 2i. van Louvemaent 16 7 x.

mico fuo pofuit non ut Volult, fed ut potuit in tegerrimus tuus


ZACHARIAS KAHEINGH.

J p H A N

N l E U H O S S *

G e d e n k w e e r d i g e Z E E e n L A N T R E I Z E .

na e n d o o r O Kieuhofs vertrek raOoftindien. O S T I N D I E N .

A ik my dan gelijk vcr- de hooghte van 60 graden ,3 minuiten, haelt is,in mijn vader- en op dejlengte Van 18 gr. en 49 min. lant eenigen tijt had op Dtn eerften van Herftsmant had gehoudcn, wert ik da- men dchooghftevan 62 gradcn,4o mighelix meeren meer nuiten , en de lengte van 19 graden en 1 met begeerte en drift minuiten, met eenftyve koelte en herontfteke,om ook de geweften vanOoft- den voorrgang. W y gingen roen zuid indienaentc doenen te bezightigcn. weft ren wefte aen , achter Hitlanrom* Dies trok ik van daer weer na de ftad en tuflehen de Fairofe eilanden cn Amfterdam, om my tot de reize na Hitlant deur. oftindien tevervaerdigen: gelijk ik Den Vierden ontftont een hert en my ook, na verloop van eenige wei- buyigh weder: waer door wy de fchenige weken, op het fchip,het Kall, der- pen,hetLam en Naerden, vermiften en wacrts begaf, in gezelfchap van noch uit het gezight verloren. W y hadden vier andere fchepen: te weten, de Vre- dehooghte van 60 graden en 11 minui de: het Lam, de vergulde Draek en ten, en behielden den vorigen koers; Naerden. Ons fchip, het Kalf, was met doch moften van weegen het hert weer: 24ftukkengefchuts gcmonteert, en de de Zeilen innemen. Schipper Kornelis Juft getreten Des volgenden daeghs wal het weer Wanneer deze fchepen van alle noot- wat bedaert. Dies wy toen de marszeils Eilant xvendige behoeften verzien waeren, weder by zetten: en haddendesmidliepcn wy dendrieentwintighftcn van daghs de hooghte van59 graden, en oogftmant, des jaerszeftien hondert het eilant Kilda, bewerten Schotlant drie en vyftigh, na genomen affcheit gelegen, zuidweftwaerts omtrent zes van de E.Ed. Heeren Bewinthebbers, mylen van ons. Aldus vervorderen wy uit het Telfel in zee, om achter Yflant onze reize tot den dertienden, en meefl: om te Zeilen; uit oorzake wy, om zeke- met herden winr: als wanneer onze regewight ige reden, door de Hoof den fokke malt, door het verheffen van cen voorby Engclant nier moghten varen. fterkenftorm,aenftukkenbrak. Derhalve wy het met een zeil moften Den vier en twintighften was de koers Noorde ten Welte, op 54 gradcn en laten dry ven. Des middaghs hadden wy de hoogh56 minuiten. Des avonts worpen wy gront op 13, en des nachts op 17 vade- te van 50 graden, en 1 minuit. Des anderen daeghs wert de fokke maft weer menzantgront. Denxj was de koers alsvoore: de klaer gemaekt: hcewel het buyigh hooghte 5-5 graden 59 minuiten, en weer noch aenhieldj Zoo dat men de wert gront op vaden geworpen. Zeilen wederommoftinnemen, en het Aldus zcilden wy tot den negen en met een zeil laten dry ven. twintigften, op de hooghte van 5 8 gra- Den zeventienden wert de hooghte den, 14. minuiten. De koers was noordt van 4,6 graden en 27 minuiten genonoordt-ooft, met een topzeils koelte. men. Toen ontftont weer een geweiDen dertighften zagen wy met den dige herde ftorm, die alle de zeilcn dagcraet Hitlant, leggendeopdehoek fchaeloos en reddeloos maekte, en ons VanSchotlant,omtrent 6 mylen van ons. van al ons gezelfchap deed afrukenen Des middaghs bcvonden wy ons op allecnzwerven. A Den
K i l d a f

G E D E N K W E E R D I G E, Den negentienden zagen wy van ver-1 Den tienden, in den daegheraet, had re twee Zeilen, welke enwy giften het men het eilant S.Vincent, een van de fc Lam, een van onze andere fchepen, te Zoute eilanden, vyf mylen zuid-weft. ^~ zijn: gelijk wy naderhant ook bevon- waerts vanons.De koers was zuidweftwaerts tot tuflehen het eilant voorden. Den twintigften was'er een ftyve noemtendatvan S.Antoni. Des midkoelte, de koers zuitweft, en dehoogh- daghs wert het anker in de bay van S. te van 43 graden, en 3c minuiten. Vincent op vier vadem zantgronrgeToen ontdekte haer de kaep Finis Terre worpen. W y haelden den zelven dagh (dat is einde der aerde, } de uitftekende noch een boot met verfch water, en hoek van Spanje, die wy giften omtrent bragten zeven bokkenaen boort. vyf mylen van ons te zijn. Ik ging met onze boot na het eilant Des avontsquamtoet fchip het Lm S. Antony, om ververfching te halen: by ons, dat volgens beright van den maer quamledig en bedrogen weerom. Schipper enzijnvolk, in devootleden Den vyftienden kregen wy tien ftorm van het fchip de Vredeafgeraekt Schilpadden: en die van het fchip de was, zijn grote ftenge en maft quyt Draek ook tien, dat eengoede ververgeworden was, en Zeilen wegh gewaeit fching was. waeren: dies volgens was het Hecht met Den achtienden ginghikmeteenige hem geftelt. van ons fchip na den Commandeur Wy hadden doorgans eenftyvekoel- van S. Vincent, die ons vriendelijkontte , met goeden voortgang, tot den der- fing en wel onthaelde, en gaf ons ieder tigften: als wanneer wy ons op de een ezel, om weer na de haven teryhoogte van 30 graden en 20 minuiten den. bevonden, en hadden het lanr van Wy vingen een grote menightevan Afrika zuid zuid-weftwaerts omtrent vifch. vyf mylen van ons, metonbeftendige Den twintigften gingen wy met verwint. fcheide krameryen na het eilant van Den tweden van Wynmant was de S. Vincent, en milden daer tegen vele wint en koers als vooren. W y waren toen ververfchingen, alsoranjeappels, l i op 28 graden en 51 minuiten, en op de moenen, bakovens, en pompoelengtevan 57 graden,enzeildennevens nen. het Kanarifch eilant Lancer otta, lngs Ten zelven dagh wert noch al veel den wal hene, en lieten het aen ftuer- vifch gevangen: en quam het oorlogh boort leggen. Men zagh een zeilj maer fchip de Roos, dar na Brazil gefchikt kon het niet verpreien. was,in de haven by ons ten anker. Des anderen daeghs waren wyned'Oude W i l t f c h u t , commandeur vens het eilant Eretevanture of Forte- van de krygsluiden, quam my aen rentum, en hadden het des middags boort bezoeken, cn was verwondert noord-ooft ten noorde omtrent tien van ons hier te vinden. Na men van alles, zooveeldoenmylen van ons,op de noorder brete van 27 graden 45 minuiten. W y zeilden lijk viel, verzien was, vervaerdighden alzoo tuflehen de Kanarifcheeilanden wy ons weer tot den zeetoght: dan deur, en waren dien dagh veertigh konden voor des anderen daeghs, den mylen gevordert. vyf en twintigften, door belet van Den zevenden zeilden wy met een weer en wint ,niet uitkomen. Het eilant S. Vincent is omtrent vyf doorgaenden noord-oofte wint in dit etmael dertigh mylen, en waren op 19 mylen in c ronde groot, en doorgaens graden 1+minuiten. Des avontswiert met rotzen bezet, daer niet als mager opveertien vadem grontgeworpen,al- gras op groeit, tot voetfel voor de wilwaer een Vinkje op ons fchip quam de bokken. zitten: niet tegenftaende wy over de Her eilant wort beftiert door een gouhondert mylen van lant waren. verneurofopperhoofr, van wegende Den negenden waeren wy op 17 Portugefcn, die een Muiaet was, dat is graden 41 minuiten - en zagen des een.die van een blanke vader,enz\yarre avonts lant, weft zuidt-weft van ons, moedergeborenis,cndeze eilanden al engingen des nachts met kleine Zeilen eenige jaren geregeert had. Zyne onderza* dryven.
2 Ei,a S c t

derzten zyn Negers en Zwarren, die Wel mijn gefelfchaphetten halven wc* derwaerts uit verfcheide geweftenge- genlictftckcn,} maerik klauterde met zonden waren, om bokken te vangen, grootemoeite tot boven op den top: die zy om de Vellen allcen dooden, en daer ik mijn hoet, door het fei waeien dczelve na Porrugael overzenden:want van de wint, quy t raekte. Men kan van al het vleefch daer van kan by hen den top het geheel eilant overzien, en niet vertiert worden. hoc het rontom met de zee befpoelt Zy leven zonder vrouwvolk, zeer zo- wort. ber, en niet vermakelijk. Zy halcn benc- De bergh is zoo fteil, cn hoogh, dat den aen'den hooghften bergh, die gedu- men, van wegen de yfieijkefteilehoogrigh met wlken bedekt is , dt van den te,nictals op den buik leggendedaer af dauwdoor goten naomlaegh lekt, hun drft zien. De in woonders verhalen,hoewei zeer water in zakken vanbokke Vellen gemaekt. A I het ander water is'cr brak en belaggelijk, dat een Konings dochter zalpeterigh, en dienvolgens onbe- op dezen bergh zou gebannen zijn, die quaem om tedrinken, danbygebrek daerop in een Hang verndert wert, eh zoo lang moet blyven, tot ter van beter. De Gouverneur had zyne wooningh tijt toc cen van koninglijken bloede aen d'andere zyde van 't geberghte, daer op komt: dan zal zy weer verndicht by de zeekant, omtrent drie uuren! dert , en tot haere voorige geftaltc keevan dchaven. Zijn Hvelings hurjes ren en vcrloft worden. waeren met fchilden van fchilpadden In hetafkomen zag ik honderden vari bedekt, enftondenrontom in verfchei- kraeien by malkanderen, en ging mec den klein geboomte, om haertegende mijn gezelfchap, dat my ten halven we^ ge gewachthad, derwaerts om te zien. hitte der zonne te over fchaduwen. Ik ging met eenige van onsfeheeps W y bevonden, dat een groote fchil Volk, om op den hooghften bergh te le-padopdcnrughgcvallen was, dien klimmen ,cn het lant tedoorzien hoe- de kraeien zoo levendigh onder hadA 2 den
;

GEDENK BEERDIGE, den cn begonnen te eeten. W y maek- Den zesen twintigften zagen wy Tlh tcn onder de beck los, en haelden er Blanko , of Witten eilant, alzooge^ over de driehonderteyeren uit, die een noemtom zijne witheit vankleur; en van onze maets in zijne onderbroek is het uitterfte eilant. W y hadden in 't eerfte eengoeden knoopre, om ftruif van te bakken. Het voortgang maer kregen daernaftilte: vleefch wert voor de zieken fcheep geendeden dien nacht en dagh niet anhaelt. Het eilant S. Antonis leit drie uuren ders als dryven. Des anderen daeghs ontftont een van S. Vincent, en recht daer tegen ftyve koelte, op de hooghte van 14, over. Aen de voet van de hooge punt, der graden 16 minuiten. Des morgens wert het lant omtrent oofthoek van dit eilant, is een Santbay, voor kleine vaertuigen,opPortugeefch tien mylen van ons gezien. Den derden van Slaghtmaent vorgenoemt El Pracaden Siniao: alwaer omtrent dertighhutjesftaen: daer ee- derden wy, van wege de ftilte, metzeinige Negers en 'Portugefen in woo- len niet meer als omtrent drie mylen j nen, die niet ten belle hebben, als eeni- en waren op de hooghrevan 8 graden 11 minuiten. Des avonts vertoonde gevruchten. Dit eilant is ook doorgiens vol hooge haer een hoos omtrent anderhalve myle en kaelekiippcn. Voorhenewarcn'er van ons: het welk vreemt om te zien zeer weinigh. vruchten: maer nu was: waer van te vooren in deBrafigroeien'er,door vlyt en arbeyt der Pr- liaen Iche reize gefproken is. W y gingen dus langzaem voort tot tugefen, velerleie vruchten,diealdaer den achtienden, zonder eenig verwelightieren. DeWyngert draeghter twee mael hael waerdig,en waren op de hooghte desjaers : desgelijx meer andere vruch- van 5 graden, en door de hollen zee ten. Men heefter verfcheiden en velerlei veel meer om de Ooft gedreven, als wy gevgelt, maer inzonderheit is het lant giften. Tot aen den eerften van Winter vol wilde bokken. Het wafler op den middagh zoo ge- maent was het meeft ftilte en flappe weldigh heet, datmen naulix daer her- koelte:waer over wy veeltijts des daegs niet meer als drie, vier of zes mlen den kon. Toen wy hiercerftaenquamen, lie- voorrzeilden , zonder enige verandefen de inwoonders ons niet toe ver- ring, en hadden de hooghte van 2 graverfching te halen , maer naderhanr den 15- minuiten. Denachten des morgens pafleerden onthaelden zy ons vriendelijk , en broghren ons zoo vele vruchten, als wy wy de Linie , en waeren daeghs daer aen op f o minuiten zuider brete ,en op begeerden. Het brant'er allenthalve zeer vreeze- de lengte van 353 graden 1 o minuiten, lijk aen ftrant; dies men zeer verzich- Toen beliep ons een herde Travadoof tigh te werk gaen moet,wil men zijn ftormbui uit den Oofte met regen, en Merken wint: waer door de voor mars vaertuigh behouden. Zoute Deze eilanden zijn tien in'tgeralen zeils-fchootbrak. eilanden. werden gemeenlijk de Zoute eilanden Des middaghs waren wyop de zuigenoemt, van wegede meenighteen der brete van 1 graeten 37 minuiten. Men ziet hier dikwils zeer kleine overvloet van Z o u t , dat aldaer van zelf voorkomt en valt. Zy leggen omtrent wlken, die in Y kort heel groot en hondert en zeftigh mylen van dekufte zwart worden: een tekendat zy van om hoogh fchieli jk neerzakken, en alvan Afrika. Z y zijn allereerft door de Porrugefen zoo een geweidige winr maken. W y hadden deze ganfehe maent, op her jaer vyftienhonderr entweeen zeventigh gevondem van wien zy noch doorgaens goedewint, en voortgang, zonder by zondere verandering,en wa veel bewoont worden. W y gingen dan weer ten zelven da- ren OP33 graden, en 52 minuiten, ghe, den zes en twinrighften, 't zeil zuider brete, en op de lengte van 3 5$ met een noord-oofte winr en topzeils , graden, en 36 minuiten gekomen. Men bevond des zonsondergang 14 koelte, en waeren dien dagh op 15 gra-1 gradenen u minuiten.
4 v ; {

Z E E - en L A N T - R E I 2 E. graden 3 minnuten, N . O. ftrant is, daer de zee geWeldigh op , Door het lang talmen, en zemme- brant. len begon de fcheur buik onder ons volk Waer door wy gedwongen werden j t'ontftaen en woeden: en ook het water weerzeewaertsintefteken ,tot groote droefheir van ons allen; wa nt wy door te verminderen. Den eerften van Lourtiant hadmen al dit zukkelen zooziek, enzwak ge- Scheut. topzeils koelte, ende hooghte van 34 worden waeren, dat wy naulix ons j graden 58 minuiten , met harden fchip koften regeren. Eenigen hing al volk. voortgang, en waren een ftreke van 30 het tantvleefch over de fanden heen. Ja defcheurbuikwaszoo verre gekomen, mylen gezeilt. Den derden hadden wy de hooghte dat de Barbier, die een Hoogduitfcher van 35 graden, en 38 minuiten; en 6 en een gau, en verftandigh meefter was, graden, en 29 minuiten lengte. De zeide dar zy hun leven niet weer te koers was ooft ten noorde. Toen be- reghtzoudenkomen. Waeropikhem goen wy na deKaep van Goede Hope zeide, dat hy wel haeftbinnen achtdagen verandering zoude zien: zoo wy te verlangen. Den zelten qua men wy met een fne- flegts met lieve aen de Kaep konden dige koelte op de hooghte van 55 gra- komen,en het volkgroente,enververde , en 4 minuiten, en hielden den zel- fching krege : gelijk het ook gebeurdej ven koers ooft ten noorde, en zagen en tot zyne grore verwondering : veelfteenkroosd ry ven, en hadden een dan het was geen wonder : want de herden voortgang: dit duurde tot aen meefter had noit zulke zware fcheurden twee en twintigften j hoewel met buik gezien, dewyl hy niet gevaren veel ziekte, hert weer en wint. hadde. Den negen en twintigften, en derToen hadden wy des morgens de hooghte van van 31 graden, en 3 6 mi- tigften ftormdehet geweldigh, waer nuiten , en zagen lant, tot ons grote door men het met een zeil moeft laten blyfchap, omtrent drie mylen van ons dryven. daer wy nu omtrent drie weken van ter De Draek raekte toen weer van ons af. Tot aen den tweden van Sprokkel zy na toe gezeilt waren. Men wierp het dieploot, en bevont op, 58 vadem maent, moften wy al van de manaffteengront, en des middaghs op 75 houden, tot op 3 4, graden 39 minuiten, zuider brete, en 3 6 graden, en 32 mizantgront. nuiten lengte. W y gi n gen weer in zee, en wen den Den derden wert het weder, om den het des middernachts weer na den wal, en des anderen daeghs weder inzee. Op herden ftorm, uit den zuid-oofte, van omtrent 7 of 8 mylen in zee,wertop 80 lant gewent, cn de fok op de fteven vademfteek,en zantgrontbevonden , genomen. Des morgen nam de ftorm noch toe, en veel vogelen gezien. Het was zeer dyzigh weer: waer en floeg het fchover zeil aen flarden : doorwy de Draek uyt hetgezightver- zoo dat een nicu zeilmoft angeflagen worden. looren. Den Vierden quamen wy met een Den vyf en twintigften waeren wyop 3igraden 38 minuiten, 7 of 8 mylen herde koelte op 33 graden 40 minuibuiten de wal, maer konden geen gront ten ; zagen toen weder zes of zeven mylen Van ons lant. Des avonts hadde n peilen. Des avonts wert de Draek weerom wy het Dffen eilant een myl van ons, wenden het weer zeewaerts i n , en worgezien. pen op 60 Vadem zan t gront. Aldus hielden wy tot aen den acht en Het is'er lngs de walmeedeheelvol twintigften af en aen het lant, en zworvenheen enweer, zonder de Kaepte klippen. W y moften al weer of en aenhoukunnen krygen. W y wenden het weder na lant, en hadden de hooghte van 3 2 den, tot denachften: als wanneer wy de Tafel-bergh zuidweftwaerts negen graden 5 8 minuiten, en waren een my 1 van de wal, metgrootgevaer : alzoo mylen, en het Daflen eilant noord het'er doorgaens vol klippen is. Dies her noord weftwaerts omtrent twee of tuflehen den 3 z en 33 graden zeer vuil drie mylen van ons hadden. A x Men
e r ;

G E D E N K W E E R D I ' G E W y gingen den zelven dag weer uit Men diepte op 30,36, en 40 vademen , by kansecn halve myl van het viflehen, en vongen met centrekzoo lant fchoonezant- gront,en traghte bo- veel,als defloepvoeren kon. Den Heer ven het Robben eilant te zeilen. Rietbeek nam zoo veel voor hem, als Maer het wiert fegen den avontheel veertien kruiwagen konden voeren. ftil: dies moft men weder,tot groot on- AI deze vifch beftont in herders, die benoegen des volks ,in zeelleeken, en men lngs het ftrant met hele fcholen had den Tafel-bergh tweeof drie my- ziet zwemmen, en met een zege bcfluit. len van ons. De Draek quam nu cerft binnen in Den negenden hadden wy den Tafel-bergh omtrent drie mylen van ons : de Bay, enhadvyftigh zieken plat tc kregen des middaghs een brave koelte, koy leggen, enzesentwintighdoden. Uit den znid-weite, en raekteneinde- De anderen waeren zoo zwak van l i j k , na zoo veel zwervens ,indeTa- fcheurbuik, cn andere zickte geworindeTa fel" ^ op vyf vademen fchoone zant- den,darzyverklaerden,indien her noch veertien dagen geduurt had,het zouden fel-bay. gront, ten anker. Aldaer lagh het Galjoot deVos,daer moeten opgeven , en laten dryven hebben : alzoo zy machtighloos Ja n Zymenx Schipper op was. De Heer Commandeur Rietbeek, waeren, en de Kaep qualijk konden die van wegende OoftindifcheKom- krygen. pagnie, aendeKaep gebood, zond W y vongen ondertuflehen, als het datelijk een floep met vifch, en een weer tecliet,geduurigh geweldigh veel loots, die ons binnen braghr. vifch. W y hadden tot hier toe achtdoden, Den negentienden waeide de wint en ruim veertigh zieken gehad. Daer zoo heftigh over de Tafel-Bay, dat wy en boven was veel van ons volk zoo het pleght anker moften laten vallen. dapper aen de fcheurbuik vaft, en daer Tot den twee en twintigften waeren door afgemat, dat het hoogh tyt was, wy doende met water tehalen , en om ververfching te krygen: naerdien de boot uit te viflehen. het fchip qualijk langer door hen beDe timmer-luiden gingen aen lant, om brant hout lngs denoevervan de ftiert kon werden. I k voer aenftonts met den fchipper zoute rievicr, alwaereen deel krcupel Kornelis Ju aen lant, en braghr een bolchftaet, te kappen: datmendaer deel mollert-bladen mee,om tekooken, Hechts om 't kappen en 'thalen heeft. tot ververfching des volks, te fcheep. Den drie-en-twintigften , ging ik Defiskaelcjuam aen boort, enver- met nocheenige over her gebergte, om ^ boodhethandelen met de Hottentofs, eenigh wiitoptedoen, totaen deveren des nachts aen lant te bly ven, zon- fcherivier: alwaerdeNegerseengeral der laft van den Kommandeur Riet- van 300 beeften by cen hadden j beek. Voorts wert water beftelt ,enaen maer gingen, zo dra zy ons vernamen, boort gebraghr, dat aldaer heel goet, tcryl met hun beeften , zonder ons tc verwaghten wegh. cn gemakkelijk te bekomen is. Draek Dcntwaelfden quam het fchip de W y zagen hele velden vol k o m e Draek binnen, en liet zijn anker achter bloemen, als witte lelien, cn tulpen. binnen. ^ Robben-eilantvallen. Het waeide Men zagh'cr ook velc patryzen, en reczoo hert, dat het zijn grote marszeil kalven, die zieh aldaer met menighte verloor. onthouderi. Midier wylc waeren wymetviflehen W y verftonden ook , dat'er een doende: maer konden, van wegen den Rinoftef, ofneushoren, in cen morafch ofNewfterken lant wint,niet vangen. vervallen was,diezich,van wegen zvne Den 14, wanneer het weer wat zwaerte, daer niet uit helpen kon. bedaert was, krten wy het dichter na De Kommandeur Rietbeek ftuerdc de wal. De Tafel bergh vertoonde zieh eenige zoldatenderwarts,mct muskertoen heldcr en klaer, daer hy anders ten: maer de kogelsftieten op zijn heraltijt met wlken bedekt is, die uit het de gerimpclde huit af . Dies zy hem een lant komen cn daer aen hangen blij ven. gat by de fchofr in hakten, endaer in D i t is een wis voorteken van on weer. fchoten 6
01 L3nK0 Rinoflec

Z E E-en L A N T - R E I Z E. f fchoten, tot dat zy hem eindeli jk doot gefchaft wiert: dat het volk verqikte. kreegen. De Kaep van Goede Hope leit op De Hren worr noch aen de Kaep in 34. graden , en 2ominuiren, zuider e van het fort bewaert, en daer uit by wyle de brete ,en vertoont zieh als een penin- Ged gezontheit gedronken. f u l o f hangend eilant: want het paelt " Den eerften van Lentemant washet ten noorde aen het ander vaft lant, mec fchoon weer: maer veel van ons volk een enge ftreke lants, die ter weder niet genegen om aen lant tegaen: uit zyden, met de zee of twee bayen beoorzake daer zoo weinigh te Halen was, fpoeltwort. en alle ding te dier moft betaelt worden. Daer zijn verfcheide fchone haEen musje arack kofte zesftuyvers,een vens. Als de Tafel-bay, alzoo na den Tafelbay. musje brandewyn twaelf ftuyvers, en bygelegen Tafel-bergh genaemt, die een watermeloen, zo groot als een klei- ruim vier mylen in 't ronde heeft: dies ne kokos noot,vyf fchellingcn.-dat velen een hele vloot fchepen gemakkelijk by hun klein gelt niet tepasquam om daer in en uir laveren kan , en dat mec wat te koopen: zoo dat zy aen lant niet alle winden: behalve met een noordals verdriet zaegen: daer wel ververfing wefte wint, die recht het gat in valr. Aen het ftrant, beneden de Tafelwas, maer zeer dier. Des anderen daeghs verftondcn wy, bay, by de verfcherivier, heeft d e dat in de zoute rievier een wal vifch ge- Ooftindifche Kompagnie een vierftrant was. Ik ging met onzen fchipper kanr Kafteel, Fort of Vefting, doen enden Kommandeur Rietbeek, en zijn bouwen, genaemt de Goede hope: huis-vrouw en ecnige meer om den zel- dat met gefchut en krygs bezetting, ven tebezienj die vry groot was. tegens des vyants aenvallen, gefterkt Wy klommen daer boven op, en lie- is. In dit Kafteel heeft de Heer RieU fen den trompetter eens luftigh het beek als, Kommandeur of opperhooft, dcuntje, Wtlhelmus van Na/fouwen op die van wegen de gemeide; Kompagnie daer over gebiet, zijn woonblazen. De Z warten halden'er hachten af,zoo plaetfe en verblyf. groot alsze fiepen konden, enbegroe- Daer by is een thuin van vyftien morvenzeinhetzant, omnaderhant t'ee- gen lants, met allerley gewaflen beplant ten. Dicht aen de zoute rivier leit noch Den zeften zond de Heer Rietbeek eenighvolknade Hottentots, om te een reduitje. Achter het Fort van Goede Hope zien of men wat beeften fegen root kooper, toebaks-pypen, en andere pral- zijn verfcheide lanthuizen, en plaetlen kon verruilen: maer zoodra zy de fen , lngs de rievier netafgefteken, onzen vernamen, vlughten zy land- daer in kool, en andere groente redelijk wel tiert. waerts in. Deze plaetfen worden by verfcheiDen negendenwashetftil, enklaer weer. Veel van ons volk ging aan lant, de luiden, uit Hollant derwaerts overom hun goet te waflen: want dewyl wy gekomen, bewoont, en bebouwr, die des anderen daeghs meenden tzeilte gemeenlijk vrye luyden genoemt worgaen, zoo moft een iedcr zieh daer na den, en voor den vryen lantbouw, eenigh genot van hun gewaflen cn fchikken. Een deel kool, en twee fchapen wert vruchten, aen den Gouverneur betot ververfching voor de aenftaende talen en uitrecken. De gront aen de Kaep is merenreize aen boort gebragt :maer zeker een zobere ververfching voor zoo veel deels vanklei: Waerdoor aldaer alles volks; daer het na brande. Dan men ook waflen w i l : hoewel die op eenige plaetfen ftenigh, fchulpigh, en zankon niet anders bekomen. Het volk haelde alledaegh, Zlang dighis. men daer lagh, twee zakken vol groen- Daer omtrent is veel geboomte, te , als koolsbladcn , en witte hoewel niet als kreupelbofch,dat goec beet, die wel de belle waeren, enmof- om te branden is. Men zeit telandter-zaetbladen. AI het welck met wat waerts in zeer ongemene grote boomfpek gekookt, en twee rriael des daghs en groeien.
Ka P e H o p c K a f t e c I }

G E D E N K W E E R D I G E

In de tuin groeien olyf oranjcperfik, \ het water over het lge lant heen j tot deflelfs groore vruchtbaerheit; want aprikoos,en andere vruchtbomen Devlakkeveldcnendalcn zijn met het lant wortdoor de regen verfrifcht gras, en welriekende kruiden, en bloe- en groen. Het lant is rijk van allerlei tarn, en men bewarfen: en zouden ook roggc, taruwe, rys, en gerft kunnen voort- wilt viervoetigh gedierte, en gevobrengen, indin zy daer daer mee be- gelt. Daer zijn zekere vogelsPinguwyns, zaeit wierden. Daer groeit grote en kleine zuuring Flamengos', Antenayas, A/katraces, met knobbelige wortelen, en veeler- Fayfons, gavoitoyns, Garagians, Jan lei geurigh vleefch-kruit: ook groeien vanGenten, Kaepvogelsenandere. De pinguwijns zijn Tangzaem van aldaer tulpen,boomhuislook,en meer gang, en kunnen hchtelijk op lant andere kruiden i n ' t w i l t . Daer groeit zeker worteltje in de met loopen achrerhaelt worden. U i t aerde, die des winters de Hottentos hun neft zijn zy niet als met ftokkcn braden, en in plaetfe van broot ge- te krijgen: en wanneer zy daer op bebruykcn. trapt worden, zy zoeken zieh met fei Eenigen malen deze worteltjes ook byten te verdedigen. Men heefc'erookpatryzenfefanten, tot meel, Defmaekvanzommigeis, als die rorganfen, quakkelen, kraien, velervan aert-ekelen of kaftanien: hoewel lei muflehen, bergh-enden met gele andere als anys en zoctachtig fmaken. nekken,pylftarten,telingen,ftnientcn, Op zekeren bergh, by herForr van houten water-fnippen, Goede*hope,zijn door de onzen eeniSlobbenof halve enden. Daer zijn ge duizenden van wynftokken, of overvloedelijk veel zekere zwarte wyngertloten geplant, die overvloe- vogels, zoo groot als ganzen of entdigh rype druiven, maer zuuragtige vogels, die fcholfers by de onzen genoemt worden. wyn geven. Doch fchoon, van wegen de goetMen heeft'er wilde paeu wen, groheit des gronts, alles daer wel tieren te blaeuwe, en witte, en zwarte reien groeien w i l , zoo doen evenwel gers. De witte zijn van middelmatige de ftormwinden zeer grote fchade grote ; maer de zwarte zoo groot als meeuwen, die meeftop de moerafaenhetgewas* De fterke en herde val-winden k- fchen houden. rnen over de toppen van 'tgeberghte, Daer zijn rietvogels, met rode bekinzonderheit in zomer, en Hooimant ken en benen, en meerkatten velerleidie zygemeenlijk metdikke wlken flagh vanhavikken, raven, exters, bedekken, als'er onweer ophanden en zeer grote vogelftruizen. is, en waeien met zulken kracht, dat Eenigen rekken met hun hals zoo het meeftal,wat boven de aerde is,ver- hoogh, als een ruiter, dietepaertzit. derft en vernielt wort. Dan gaet de Zyzijngraeu vankleur, loopen mer zee zeer hol om dien ftorm-hoek, en opgefpalkte vleugels, zoofnel als een de fchepen loopen ,in het landen uit paert. Zyeeten allerlei groen te, en zee, groot gevaer. flokken by wyle fteen, kooper, en Anders is de lucht omtrent de yzerin. Kaep zeer goet, en alty t helder, niet Daer zijn zekere vogels,als ganzen, te warm noch te kout. die zeer goedeeyeren zonder dooren In zomer en Hooimant is het daer of geel hebben, en zijn van de grote herfft en winter: als dan vrieft het alsganle-eyeren. Zy zijn boven matc daer dikwils, tot de dikte van een vet, en hierom by nae onmoghelijk rugh van een mefch. om te eeten,hebbende meer de fmaek I n Wyn-Slaghten Wintermantwai- van vifch, als vleefch. t'er een zuidehjkewint:dan is het daer Daer zijn zekere ganzen,wat kleinkout, als in Hollant, by een noorde deralsde hierlantfe: maer hoger van wint. beenen, met graeu we of witte plckken Het regent'er dan dikwils zoo fterkj op 't lijf. Zy zijn boos van aert, en niet alsof hetmet emmerengoot:en vloeit wel om tarn te maken: dies zy andere vogo

Gediert

Z E E cn U N T R E I Z E ; vgelen, daerzy by gezet worden, wel Herker. Als her gezouten is, wort dbot byten, Indien zy hen niet ont- het zoo groen en doormarmert,als het gaen kunnen. Hollantlch gezouten oflenvleeffch. Eerrijts waeren'er vele vogels, pinDaer zijnokyzere verkens, met fingu- guwyns genaemt, die Zeer hert van lange pennen ,diezy,Wanneereenigh huit, wit enz wart van kleur, enwat dier ofmenfeh hen te naekomt, me* groter als een gans zijn. Z y gaen recht de huit ftyf in malkanderen te trekc op het lant,eh kunnen ook z wemmen. ken, zoo vinnigh en fei weten uit te Aen ieder voet zijn lere Vinnen ,die fmyten, dat zy iemant gevaerlijki hen in het zwemmen dienen : waer ja dodelijk kunnen doen quetlen. doorzy fnellen voortgang maken ,en Op zekeren tijt is aldaer een leeu w de viflehen tot hun aes achterhalen ; door gevonden,die zulken pen in de daer hiin vleefch zeertraenigh riae borft hadfteke-dewelkchem ongetwy^ fmaekt: en diens volgens wallighach- feit de dootaengedaen had, endoot tigh in het eeten valt, t en zy het ver- een yzerverken daer in gejaegt was,uit fcheiden mael mfct verfch water opge- oorzake hy hette na gekomen was.Het kookt, en met boter in depangebra- vel van dezen leeuw zietmen in het den wrt. Kafteelnoch hangen, tot een gedacht Zy onthouden zichop de klippen,en tenis. op'tlant, en ook in zee: enneftelen, Daer zijn fleen-bokken, haezen, en leggen op het zantin eenehollig- konynen: en landwaertsin vervaer* lijke bontetijgers, leeuwen j wolvenj heit huneyeren. De flamingos is een Zeer fbhone luypaerts , rhinofters of neushorens, flaminVogel, vndegedaenreby na als een rheen, koeyen, kalveren, haezen, reiger, heeft den geboggelde bek, te fteendaflen. Men heeft'er overvloe^ dik ,ofliever te breet, om eenige har- delijk veelfchapen, daerdeinwoondigheit te knnen verbreken. Zy zijn ders zieh me erneren , en aen de onvael-rot en heclaerdigh rs-verwig. zen fegen root koper, tabak, en De pennen i i j n eensdeels w i t , en tabaks-pijpen en andere kleinigheden eensdeelszwart,ende bovenpluimen, verruilen. Zy hebben geen woli maec die de rygen pennen bedekken, gekleurt hair op *tlyf , gelijk gelten, en zijn lang van becnen. De fteerten Van een aengename'.roze kleur. Daer zijn offen met dikke en zijn lang,en d i k , en beftaenuit louter vette fchoften. Zy hebbenfraeie lan- vet. Dezommigen weeghen twint i g h , en meer ponden , en zijn tot ge, enkrommehooren. Eenige hebben de horensookvlak groot Verhinderingen beletfel in hec by het lyf neerhangen, en andere zijn gaen. zonder hoorens. Men heefc'er zeker wilt gedierre, jkhaii Zy zij n een halve voet groter, als de jckhals by de Nederlanders gehierlantfeflen. naemt. Het is van geftalte tuflehen Onder andere vreemde water-ge- eeri vos en liont,en greuw van hair. droghten, zijn'er ook zeekoeien die Het gilt en giert des nachts gewelveel groter en zwaerder, als een ge- diglijk,en is wonder gretigh na menmeene Europifche os zijn. Z y hebben fchen vleefch: engraft en vroet by genehoornen, maergrooteooren,en Wyle de doden meer als tien voeten krte oogen, dikke benen, en voeten diep uit de aerde.Men zeit het fcherp als een olifant,met ftompe teenen jen vanreuk is, endaer door het aes, en een krte ftaerr. Zyhebbep geenhair roof voor den Leeu weet op te fpeu* op t lyfj maer een gladde en vale huit, ren. Onder andere onthout zieh in 't en fchrikkelijke groote fanden. Zy eeten gras, onthouden zieh veeltijts w i l t , een gedierte van grote als een in de moeraflehen, en fchieten onder Olifanr; maer heeft twee hoorens op het water, daer Zy zieh zoo lange deneusftaen. Her heeft ook een fteert Verbergen, als zy willen. Maer Zy k- als een Olifant, en een klein bosje rnen zelden te voorfehyri, en worden zwart hair in den nek, met rechte en dien volgens zelden gezien of gevan- ronde hoorens. Op de huit zit korc gen.Het vleefch isalsvaneenos:hoe- muis vael hair. B Aen
5 a 5

x GEDENK Aen het hooft van de leeuwen-bergh, (diealzoogenaemt wort, omdat hy eenigzints de gedaente van een leggendeleeuw vertoont, en een kanonfcheutte wefte van het fort leit) houdenzeer veel grote Bavianen ,diezoo fnoozyn, dat zy menigmaeldenieusgierigen, die dezen bergh beklimmen, met ftenen daer weer afjagen, diezy,of hethalve menfchen waeren, redelijk weten van zieh tefmyten. Doch verfcheurende dieren, als leeuwen, luipaerts, wolven, jakhalzen, en tygerszyn nu zoo veel niet omtrent daer het lant gcbouwtwort. Uitoorzake miflehien zy voor de menfchen vervaert geworden z i j n : die dikwils op hun aenleggen. Alzoo van de Compagnie een prys voorde genegeftelt JS, die een leeuw, tygerof anderwreet gedierte fchiet: waer van alle drie de huiden in 't fort aen de foldering van de zael hangen. -Telandeen te water , houdenzee, en lantfehilpadden in grote menigte. De bolTchen geven vele byen,die de honigh in holle Hammen van bomen maken. Daer zijn ook honden met root, hair, en krte fteerten. HottenMen heeft'er een zeker-flagh van 'ifch ' ^ H vifch ' ' nocmen dewyl de Hottentots die met een hoekje weten te vangen. Deze is een van de belle vifch, die menproevenkan, en fmaekt als kabbeljauw. Men vong'er ook eerty ts zeer veele tongen; maer worden nu niet meer gevangem Doch de meefte menigte van viflehen beftaet in onbekende viffchen. In de Tafelbay onthouden zieh vele walviflchori; daer van men in'teerftezeer goede hope had, om traen van te kooken, doch men heeft door ervarentheit bevonden,dat die temaf T S 8 i > g voordeej daer van te vifch. trekken is. Men vint'ar ook zekere vi(ch,die by de Laty nen Torpedo, en by de Grieken in een zelven zinNarce, en by de Spanjerts Hugia,en by d'onzen aen de Kaep Kraek-vifch, en anders Traeghvifch genoemt wort: nietuitoorzake hy traeg is,om zijn zelven te bewegen, maer om zyne verborge kracht, die
e o n z e t t e n t o t s y i } e r z i n e n e e n

WE ERDIGE, men zeit, dat hy by zieh zou hebben. Wantalshyzich ziet van deviflehers beknelt, of van andere viflehen vervolght, dan fchiet hy eene voehtigheit van zieh, die menfchen,en beeften op ftaende voet doet ftille ftaen, en de leden als, verlammen: waer over zy gedwongen zyn hun viflehen re ftaken, als met beroertheitgeraekt. d'lnwoonders van dit lant worden by d'onzen, van wege hunne hakkelige fprake, Hottentots genoemt. HottenDe mannen gaen meeft naekt, en""hebben flechtseen onbereit robben,of daflenhuit, of fchapen vacht, mantels wyze uit drie ftukken zamengenait, om de fchouderen, en het bove lyf, tot aen de billen, hangen. Het ruigh hangtgemenelijk na buiten, indien herheetis, o f nabinnen, indien het kout is, en worc met een bant onder de kin vaft gebonden. In het reizen hebben zy gemenelijk, boven deze onderftemantel, een andere met de wol na buyten. Defchoenenbeftaenuit een platte lap vaneen RhinoftersofNeushorens vel,zijn achteren voor even hoogh, en boven opde voet met twee leere riemen toegebonden. Het hooft is des nachts, of als het regent, met een muts van een jonge lammeren v e l , met het ruigh na binnen , bedekt. Voor de fchamelheit hngt een Iapje,of velletje van een bontentyger, of jakhals, of bofehkat, die achter mec twee kleine riemen toegebonden wort, die by het lyf neerhangen. Het hair is met kopere plaet jes,duiten,witte horentjes, engrote kralen verciert, en wort hier en daer afgefchoren. De vrouwen dragen op een zelve wijze, als de mannen, een mantel van een fchapenvacht, met de wol na binnen , om het boven l y f doch die hangt haer wat langer, als die van de mannen. Daer en boven hebben zy het onder lyf tot aen de billen met een ander vel, ende fchamelheit met een Vierkant velleken bedekt. Een muts van een fchapen. daflen, of Robben vel bedekt het hooft, en wort met een brede fchapen-vellenriem om 'c hoofe toegebonden. De fchoenen zijn van een zelffte fatfoen
}

gl

Z E E - en L A N T - R E I Z E. i l foen, en ftoffe, als die van de man- i menelijk in d'eene hanteen Afagaye^ nen. en in de andere een vogel- ftruis veer, De mannen zoo wel als de vrou- of een ftokje, met een fteert van een wen, die veel vee hebben, befme- wilde kat daer aen gebonden, om daet ren niet alleenlijk het lichaem,en aen- mee ftof, zant, en vliegen, daer gezight: maer ook hunne mantelcjes het lant vol van is, van het aengezighc en mutfen wel dik en vet mec fmeer : afte keren. maer die geen vee hebben, of arm van In het nuttigen van fpyze, zynde p , vee zijn, dragen zoodanigemantelt- Hottentots boven mate roU, gruizigh, jesniet. flordigh, gulzigh, en onbefchoft: Dies deze fmerigheic by hen voor wantzy weten die niet, gelijk andere een teken van njkdom van vee,en tot volken, toe te makenof te bereiden: cieraet gehouden wert. maer lungeren ftukken,en bachte van In beide ooren hebben zy tot cie* geftorve beeften ,en doden krengen, raet grote bofien van eenige ftrenge raeu w in 't lyf: daer zy de tanden, gekralen hangen: ieder ftreng by na van lijk hondenj gretigh inzetten. Z y een vierendeej ponts zwaer. fchokkenzelf hetingewant, en darDe hals is hen mec gele, en rode men raeu in 'c lyf,na zy de drek flechts kopere krael kettingen: en de armen een weinigh uitgefchuc, ofmecde met een elpenbene ring verciert: handen uit geduwt hebben. Zelden ook hebben zy aen devoorhanteen worden deze gerechten by hen ge kopere ring, die tot nypens toe dicht kookt, daerom fluir. By gebrek van geftorve en dode beeDe vroiiwen hebben gemenelijk in ilen , nuttigen zy dode vifch, die zy her uitgaen een lere vierkantezakop op ftrant vinden: alsook moflelen , rugh, die aen ieder eind meteen bofch alikruiken, enklip-koufen. quaften neerhangt,en daer altijt d'ene Het vee wort by hen niet geflagtnV of andere kleinigheit,en fnuiferye in- 't en zy het door ziekte, ouderdom of fteekt. Die een jong kint hebben, ander ongemak niet langer voort kan* dragen het op de rugh daer by: het Desgelyx worden geen fchapen by hengeflaghr, 'tenzyopbruiloft. welk haer niet weinigh bezwaert. Het vleefch van zeehonden,of robi Omde benen hebben z y , tot cieraet, verfche en (linkende dcrmen ben wort by hen raeu, -of half gaer op van beeften,twee endriedobbeldom 't vuur gebraden, zonder af te waf. malkanderegeftagen,dach en nacht. fchen, genuttight. Desgelyx hangen zy beide geU i t de wal viflehen , en andere zee drooghde darrnringen om de bee- gedrogbtert, diekomen te ftranden , nen , diezy eensdeels tegen het 1 1 e- wort het fpek, en traenigh vleefch geken van fcherpe doornen dragen: en fneden, en metgrootefmaekby hun ten andereom daer door, onder het genuttight. Jazyfcheppen detraen j danzen, en bedry ven van vreughde, die de zon uit de .geftrande walvifgeluic en geraestemaken. De mannen fchen heeft doen braden , mer hele hebben ook dusdanige dermen om hnden daer u i t , en drinken die in* den hals hangen, en leggen daer in ta* Men vint er^ie ftukken daer uit fnybakspypen, en andere kleinigheden. den, en onder het zant begraven, om W a p e n e n ^ voornaemfte wapenen der Hot- namaels te nuttigen. Doch hunne voornaemfte, en datentots zijn Afagayen of javelys , of fchichten, dat zijn ftokken van drie, ghehxe fpyze, iszeker flagh van wor^ vier, of vyf voeten Iang,aen 't end met teltjes, die de grote van aertekelen een breet yzer, dat voor fcherp is,be* hebben, en by het vrouwvolk uit de flagen", diezy zelfsmaken, en zeer rivieren^en andere plaetfen gegraven, vaerdigh weten uit de hant te werpen, engekooktof gebraden, en zeer green handelen. tigh gegeten worden. Zy hanteren ook pyl, en boogh: Zy hebben zeer grote fmaek in doch hebben tot noch toe geen fchiet- broot van tarruweof rogge,datby geweergebruikt d'onzen aldaer gebakken wort, en zy Wanneer zy uitgaen,hebben Zy ge- zeer gaerne tegen beeften verruilen. B 2 De
t S ye e

12 G E D E N K W E E l R D I G E De voornaemfte drank der Hot- bovenfte, zijn d i k , en fteken wat Drank. tentots is water, en melk van hunne uit. Het voorhooft is tamelijkbreet,en beeften. Wonder zijn zy op branden, enfpaenfchen wijn verflingert, hoe- wat gerimpelt. Het hair van het man weleen weinigh hen dronken kan ma- volk is gelijk lammeren w o l , kort en ken. Onder den drank laten zy zieh, gekrult, doch door het befmeren met met fchreeu wen , en ander misbaer te vet, morfligh en vuil. Het vrouwvolk heeft wat dikker maken, luitruchtigh hren. De Kaffers, of Strantloopers, o f hair. De mannen plukken al het hair om Hottentots omtrent deKaep,zijngeelachtigh, ofbruin vanveruwe, gelijk de kinuit. De mannen hebben fraeie beenen, Molaten: welke veruweof kleure zy niet uit de natuur, en vanhunne ge- doch dnne kuiten, en zijn zoo vlugh boorte af hebben> maer bekoomen die te voet, dat zy eeneh Merken fticr, in door het ftryken met zeker vet of vollen loop, kunnen achterhalen en fmeer, dat zy van verfcheide enkele in loopen en tegenhouden Het vrouw-volk inzonderheit heeft kruiden, die hen bekent zijn, maken , en daer mee het aengezight, en zeer kleine ,en fraeie voeten. De buik het lijf beftrijken om zwarttezijn. is hun dun, en rang, en de billen uit"Want men heeft by ervaernis bevon- ftekende. Dchanden zijn fatfenelijk: den, dat een dochter, die, zoo dra zy doch devingeren lang, en met lange terwereltquam , inhet kafteel by de nagels. Her m anvol k is groot van teellit of onzen opgevoet, en groot gemaekc wert, zoo blank als eene Europifche mannelijkheit. Doch bebben, nacr men zeit, alle maer een kloot of bal: want vrouvv was. Men zeit,dat zy, indien zy zieh daer de moeder, zoo drae cen knechtken niet dikwils, en van hunne geboorte gebooren wort, fnyt dien de rechte af meefmeerden, waterzuchtig zou- klpot af, en geefc hem zee-water te den worden, gelijk d'andere zwarten drinken, en tabak te zuigen. Door van Afrika: en gelijk d'Abyfllniers, hetaffnyden van de rechte kloot, wordied'eenedye, tweemaei dikker als den zy gezeit vlugger, en vaerdiger tot loopen, gemaekt te worden. d'andere hebben. Devrouwen hebben langeborften, . Deze Hotteofos, of ftrantloopers vervoegen zieh, op de komfte van de inzonderheit de gefrouwde, die zy los Nederlantfchefchepen,.in de kom- en bloot hebben hangen , en daer uit buis, by de koks-ketel, en fmeren het de kinderen, op den rughhangende, te roet, en zwart van de ketel tnet vet zuigen geven.. De voering fehynt haer op de heidoormengt, in 't hair,en om het hooft, cn aengezicht, om ter deeghte glim- melijkeplaetfe loste zijn, enwatuittc ~* men , en bruin en zwarc te zijn: het hangen. ^ De Hottentos zitten veeltytsopde welk by hen voor een groot cieraetge' houden wort. Waer door zy zeer mor- hurkenneer. De voornaemfte ,jaallederijkdom f i g h , en vuil uitzien, en boven mate fttnken. Daer boven hebben zy in de der Hottentots beftaet in vee,dat zomhuit kerven,en fneden gemaekt, daer mige overvloedelijk veel hebben, en zy, toteieraet ,vet ofongel infteken ; niet doden, ' t zy het door ouderdom, dies men de ftank van hunne licha- of eenige ziekte niet meer voortkan. Zy.hakkelenmachtigh in defprake, xaie. men op,eenen afftant van hondert treen fpreken als de kalkoenfe hanen. den, vernemenkan. Zy zijndoorgaens mager, en klein Zy hebben genelettere noch kunnen Wc daeme van lichaem, en lelijk van poftueren in hunne tale lezen noch fchryven: der Hot- aenzien. Maer hebben fchone bruine hoeweheenigen by d'orjzen, aldaer tentots. g fcherp gezight, en witte, Neerduits fpreken, fchry ven, en lezen fterkeen herdefanden en zijndievol- geleert is. Dies zy in den aert niet gens ftyf van gebit. De neus is wat dorn; maerfchrander, en vernufeigh platachtig; hoewel niet allen even genoeghzijn. plat: de lippen , inzonderheit de De Hottentots anders zijn domme/n on0 0 e n s e n

Z E E - e n L N T . R E 1 Z . *j Domhcit onvernuftige menfchen zonder kennis, De huwelijke ftact is by hen in re- Eck d e r Hoc- zy hebben geen beleic van eene fterkke delijke achting. Een man reemt zoo tcntots. p i f f f t i g t e kunnen veroveren. veel vrouwen, als hy maghtigh is te Ja eenftenenhuis, dat brantvry is ,zou voeden. genoeg zi jn,om hen te we'erftaen: want Een verloofde vryfter doct hren cet men behoefde niet dan grendels aen van getrouheit, en onderdanigheitop de deuren, om hen daer uit te houden. een vreemde maniere: wantop hethnZoo men eenige in een huis-fluit, ven- welijk-fluiten, fnyt demoeder haer een fters en deure llegs toedoet,zijn zy daer litvan derechter pink af :waer medezy in veel beter bewaerr, dan op een vaft vaft en aen den man verbonden is. kafteeljnaerdien zy de wetenfchapniet Het afgefneden lit wort begra ven ,en hebben, om daer tegen te ftoten, \ zy daer op een koebeeft geflaght, daer deurof venfter, om eene opening, tot mee de vrienden zieh vrohjk maken,ert hunneverlolling,te maken. Hierinzyn aldus bruiloft houden. zy onverftandiger, dan d'on vernu ftige Terwyl de dochters noch ongedieren, die noch gemenelijk geweit ge- trouwr, en vryfters zijn, kentmenhaer bruiken regen de plaetfe, daer zy in aen het vercierfel, om de beer.en: want geruckt zijn. die hebben ringen van groene rysjes * En hoewel de Hottentots, een lelijk daer aen gevlogten* die zyophaerert enplomp volkis, en myns oordeels, bruylofs dagveranderen,en doen'erhet wel het vuilfte, en verachtigfte op den gedrooght gedermte van 't koebeeft* ganfchen aertbodem , zo zyn'er dat op de bruiloft geflaght is, om: evenwel onder hen, die Ichrander en het welk haer in plaetfe van een fpeelflimgenoeg in hun ftukken zijn ,inzon- tuigh is: alzoo zy in het danfen de bederheyt als zy geflepen en afgerechc nen, na haer ftem, weten te bewegen, worden. Als onder andere door twee en deze gedrooghde darmen, ophet jongensgeblekenis, die door d'onzen gel^ank, doen drillen, het welk aenmee na Batavia genomen waeren , daer genaem door de vreemde beweeging zy in krte tyt leerdenDuitfch fpreken, is. lezen en fchry ven. Wel zijn de Hottentots, hetwoefte sehynes D'een wert een dienaer, van den volk des ganfchen aertbodems : doch GodsHeer Generael^d LMaetzuiker. de gene fehynen evenwel myns oor- hebben!* Na vcrloop van eenigen ryr, wert hy deels te dwalen, die ftaende zouden Weer om na de Kaep gezonden, om tuf- willenhouden,dat'ergantfchgenekenfchen d'onzen, en Hottentots alstolk nis of zelf fpoor van Godsdienft by zoude zijn: naerdien, volgens een pate dienen. Ik vond hem in myne eerfte weerom- righ gevoelen van alle God< gelecrden, reize, weder onder zijn volk, en vraeg- geen volk ter werelt zoo Barbarifch is, de hem, of hy niet liever by d'onzen, dat niet eenige Godtheic, 'tzy waere daer hy het beter had, wilde wezen. of valfche, eert. Maer hy gaf my ten antwoort:lievermet Want vooreerfteeren zy deMane,die zijn volk wildeleven. I k heb nader- zymetongewoon gefchrey,engezang hant verftaen, hoe hy tuflehen d'onzen toejuigen, en begroeten. Gelooflijkisook, dat zyde Zonin ende Hottentots veel twift gerokkent heeft, daerverfcheidenmenfchen,ter geen minderachting houden:naerdien weder zyde, om dootgebleven zijn. zy dezelve geduurigh met hun vee na Waer over de Kommandeur van de volgen,zoo veel moghelijk is: want als Kaep hem, wanneer hy hem eens in deZonde Tropeus Capicornu raekt, handenkreegh, ophet Robben eilant heeft men hen naeftaen deKaep(-, de Kaepmansuitgezondert,) en hebben bnde ,daerhy ookgeftorven is. Dieverye wert by hunmetftokfla- zieh aen het zuidooft beekje neergegen geftraft: desgelyx dootflagh : hoe- flagen. Wanneer nu de Zon de midwel niet uit vreze voor Godt: maer delyn door fnyt, envan 't noorde of volgens een out gebiruik. Zy zeggen Tropicus Cancrt trekt, dan breken zy datier eenis, dien zy Hunuma noemen, op, en trekken die na. Wannneereenherderegen valt.dan die regen ,en drooghte geven kan, hoe kruypenzy in hunne hurjcs,zijn zeer welzy die niet aenbidden. B 3 ver} a e t e ) 0 v e n

r G E D E N K W E E R D I G E , vervaert en bevreeft: waer uit zyniet ftoolen: zoo dat diedaerom n geen koomen, voor de zelve weder over is. meer planten. Als dan beginnen zy te hippelen, en Doch hun eige naem , in het Hottrabbelen , heften hun hooft ten hemel terttots,is Korrochaukwa. o p , en wiegen daer mee: het welk, zoo Noch is'er een geflaght Chemakwa, veel men bemerken kan, een maniere met een klok na het woort,genoemt. van geber, en goeden dankbaerheit is: Zy zijn magtiger, en rijker van vee want gevraeght: waerom z,y zieh, ter- als de Kaepmans, doch in 't minfte wijl het regent, fchuil-houden ? ge- noch niet als de Hottentots, Kochukventenantwoort: uitoorzakede gro- waes geheten, die zieh noch dieper in te Kapirein quaet is, die hen komt ka- "t lant onthouden , veel duizende fterk ftyden, en met een dement, hunnena- zijn, enontallijkemenighte vankoetuurtegenftrydigbezoeken. Bydezen beften, en fchapen bezitten. grotenKapiteyn verftaen zy het eeuwig Dezeftaenonder twee overfte: d'een wezen.Zeer node hren zy,datmen van genaemt Odo/y:en d'ander Monomana. Godt fpreekc: gelijk zy ook de genen, D'Cerfte was getrout, met de zufter diedatdoen, beftraffen , enzeggen, van de tolkinne in het fort, die onlangs dat zy te lichtveerdigh , en met te voore, op het verzoek van de Comgene genoeghzame eerbiedigheit van mandeur Rietbeek, aen het fort quam: lict Goddejk wezen reden voeren. doch liet eerft, met grote onderzoek: Indien men hen van den bozen geeft vernemen of de Commandeur geen ondervraeght, zy w y zen met den vin- re geringe perzoon was: waer door Zyger na de gront, en wyzen hemu alzoo ne achtbaerheit anders een grote krak aen. zou krygen: aengezien hy een grte Watbelangtd'opftandifig, zooge- Kapiteynwas. loven z y , wanneer zy aen de Kaep Rietbeektced met den zelven Odefoy fterven, by andere, en achter't gefcprg- op de paerdejagtjdoch Odefoy wert van te weder op komen zullcn. Doch dit een feile leeuw befprongen,die hem om en meer andere dingen, zoudenzy u i t j hals zou hebben gebragt/t en wre zijn de Portugefenen d'onzen kunnen ge- volkmeteene gtote ftoutmoedigheit, hoort hebben j en'ongelofelijketrouheit, op de zelven Zy voeren oorlogh tegen malkande- gefprongen, en met hunne' Affagaien ren, en merendeel, omde befte wei- dootgelenft hadden. den voor hn vee, die zy alle zoeken, ! Des niettemin was hy zeer gequeft: en voor hun vee ook van node heb het fchouderblar lag by na b!oot,de nek ben. was zeer befchadight ,en hetaengezigt By w'yle bly ve,in een algemene fchcr- onzichtbaer: dies men niet andersoormutfelingcf veltflagh, welzesof Ze- delen k o n , ofhy zou daer van geftor ven Hottentots doot. ven zijn. De Hottentots zijn velerlei, en wor- Rietbeek wilde hem na het fort hebben, Kottfnom hem van zyn chirurgyn te doen ge tos zijn den verfcheidentlijk genoemt. Die dicht aen het fortwoonen, of nezen.-maer hy wilde niet: betrou wenvclctlei. hen daer onthouden , noemen d'on- de zynen eigen meefters veel meer toe. zen Kaepmans : doch is hun eigenDeze genees-meefters, de Hottenfte naem, in het Hottentots, Chourie- tos, fehynen noch al eenige kennifte te qua. Zy zijn de fhootfte, en argfte van \ hebben,, te minfte om ecn gat toe te alle.-naedien zy geftadigh met ons volk, flikken: maer de littekens bly ven ftaen: en andere Europersverkcren als of de wonde toegefchoeit was. Zy leven meeft by worrelrjes, vifch, Zy dragen hun poppegoetje,en hulpen moflelen, en andere fchulp-vifch, middelen,na de wy ze der quakzalvers, die zy opftrantvinden. by zieh. Wat verder binnenwaerts, zijn de De kruiden hebben zy in fchilden Hottentots die de Kaepmans, op En- van fchilpadden befloten: doch hun gelfch Tabak-tekemans, en d'onzen worteltjes^laeuwenjtanden.enhorentTabaks dieven noemen: uit oorzake jes van beeften ( want hier in beftaec zy de groene tabak, die de Nederlan- hunne kunft, en hebben 'ook eeniders plaghten te planten,gefladig weg- ge kennis van hunne kragte) hebben zy aen
+ ! 1

Z E E cn L A N T R E I Z E aen een bant geregen onder malkandeZy hebben gene vaertuigcn, en zijn ren, die zy, op de maniere der tanttrek- zeer fchuw voor het water, en derven kers, om den hals hebben hangen : in niet verder, dan tot de knien daer inplaetfe de gemene Hottentots koralen, gaen. en andere fnuiferyen daer aen hangen Zy zijn tot den arbeit lomer, dan hunhebben. ne fchilpadden: welker vleefch zy nutDaer zijnook Hottentots, die d'on- tigen en opjpeuren. zen de Sardinjeluiden of Saldanhas De meefte hahdel, die met hun gc(na de bay Sardinje of Saidanba, daer dreven wort, is met koper en koralen , zy dichte by woonen,) noemen: maer waer voor zy koebceften,en fchapen in worden op Hottentots Krijegoekwa ruilinge geven. Doch na het voltrekgenoemt. ken des handels, moet men hen tot een De Hottentots zeggen, dat in het toegift eenigh fabak, en pypen gevenj noord oofte van de volken Cochequas> en mec brande-wijn befchenken. De een zeer magtigh volk infteenehuizen fmaek van de brande-wijn cn tabak woont, dat in burgerlijke wetten voor hebben zy, als iet goets in hun zin, van d'onzen geenzins bezwykt. de vreemde volken geleert. Na hun zeggen,zouden zy zo blank, Daer en boven ruiltdeniesgierige als d'onzen, zijn. zeeman, van hen ook wel vogelftruisMen vertrouwt,het de Maenluiden eieren, vecren, kleine lant-fchilpatjes, zijn,of een geflagt van volk, dat tuffen die zy Herego noemen, en rhinoftersde Maen-bergen in befloten is. horens. Maer alzoo zy weten teverhalen, dat Hetis wonder, zy het kooper-mezy mede van gout, en zilver, en ande- tael,dataen hun voeten leit,en dagelix re bezonder heden meer weeten, en by hen vertreden wort, niet gevonden zeer na d' Europianen trekken, zoo ge- hebben: naerdien men daer veletekens loven d'onzen, dat het wel Portugefen van kopermynen befpeurt. mogten zijn,die,uit 'JftlozambiqntyiX.D'onzen hebben, op verfcheide tydaer enige volkplantinge hebben opge- den, verfcheide lant-toghten, aen de recht. Daer hene ook d'onzen menigh'- Kepte landwaerts in gedaen. maellant-togten gedaen hebben: hoeDesjaers zeftien hondert en zeftigh, wel tot weinigh kennis tot noch toe ge- deden eenigen eenen lanttoght, en komen, en niets uitgerecht is, naer- vonden twee nieuwe volken, a!s 1/dien zy op ieder-mael, door gebrek van lunhwa, en d'andere Namakkawa gewater, gedWongen wierden, terugh te heten. keren. Zy waren na, hun vermoeden, dicht Zy weten ook van een geflagt, Heu- by de Tortugejen geweeft, en vermeinkumqua, en van een ander, Groeman den eenkanonfeheut gehoort te hebben. genaemt, te zeggen. De Hottentots, ofingezetenenvan Men zietin het reizen teland-waerts dit lant, zijn geen van alleeen opper- in een ongeloofelijke meenighte van maght te zeer onderdanigh, en hou- watervogels, als ganfen, kropganfen, den hun overfte meer om welftans-hal- eenden,telingen,fmienten,doch zijn zo ve, alsom dien tegehoorzamen. fchou en fchichtigh, datmen die, op Zy hebben ganfeh gene vafte woon- verrena, niet binnen fcheutskan kryplaetfen: maer dwalcn op een zelve gen. wyfe, als d'oude Schyten of Arabieren^ De wiltfchiit des gou verneurs heeft op omher, en voeren wyf en kinderen, verfcheide plaetfen huisjes vanruigte: cn vorder tuigh met zieh. waer uit hy het gevcgelte wonder wel Na gout, noch zilver zijn z y g ^ n - beloeren,en bedottenkan.Het welk ook zins begerigh, 't en wre eenigen, die d'eenigftemiddel is,om het te vangen. met ons volk zeer gemeenzaem dagheOp het geberghte vinrmen klippi* lyxtvckeerende, wel aerdigh een gegronden,waer van eenigefteenenin dobbelftuiver voor een oortjeneemen, hunne holligheit verfch water beflo^ en kennen: als wetende van de Hol- ten houden. lantfe boeren iets daer voor te krygen: Eenigh van ons volk vond , in daer zy anderflnts het koper zeer hoog het gaen, op het geberghte, om het waerderen. lant
}

G E D E N K W E E R D I G E lant febezightigen, cen klipfteen ruim bitter vanfmaek, die, volgens zeggeh Vier vadem lang, enanderhalve breet, der Hottentots of ingezetenen eenige dien de natuur, als tot een drinkvat, vergiftige eigenfehap byhaer zou hebuitgeholt, en als in 't vier kant een ben. Dies zy niet gegeten dienen. fpanne diep ingebyt had. Aen het eene Daer zijn Veel wilde pynappelbomen: cnd viel hy wat laegh, als een loozing hoewclfe niet zeer hoogh waflen: maer voor het overvloedigh water, dat het de vruchten zijn van binnenledigh. De Tafel-bay leitop de zuider bre- tafets volk daer in vond, en ,totlavenis van hun nen groten dorft, gretigh dronk. ter van 34 graden, en eenige minuiten, xMen ziet'erongemene grote voogel- omtrent vyf of zesmylen noordelijker, dn d'uitterfte-hoek in hetzuidelijkfte ftruizen, en met zeer lange halzen. De voogel-ftruizen zijn ongemeen van Afrika. fnelin het loopen, en knnen een peert Zy leit in een geftaltevan eenhalve mane, en is aen de zyde,tegens het woein vollen ren voor by ftreven. Te weten zy rechten hunne vleuge- den van de volle zee, met het Robbenlenop, nevens eenige ruige pluimen , eilant gewapent. tuflehen hunne vleugelen gelegen: Het is een zeer fchone bay: behalve waer in de minfte wint zoo zeer vat, dat bezuideri het Robben-eilant, na de dat hen die, in plaetfe van Zeilen , ver- bay toe, eenige blinde klippen leggen, ftrekken. Daer by hebben zy zulke yze- die men de Walvifch noemt. ltjke grote pooten,dat zy daer verre nie Men leit in deze bay met de fcheweten te ftappen, en opeenlouteren pen van \ negen, tot op zeven vadem draf hene fchokken: niet anders als water n minder: jaghten en fluiten tot iemant, die eenen fteilen bergh met op Vier en vyf vadem/raeic zant-gront. dewintopderuch afloopt, zieh quaDoch men dient voor twee anlijk kan tegen houden. De zelve maniere kers, en wel vertuit te leggen, omde van de veeren in de wint te zetten, be- ongernene zware winden, die gemenefpeurtmen ook aen ramme zwanen. lijk aldaer waien,inzonderheit de zuidEer wy ons verder in zee , van oofte wint. de Kaep begeven, zal ik den Tafel, en Voor de Tafel-bay leit een eilant, Leeuwen-bergh, als ook de Tafel-bay, het Robben-eilant genaemt, van wege ^ J j * en't Robben-eilant, die te voren ter de menighte der zee-rbben, die zieh loop zijnaengercerr, een weinighbre- daer onthouden. der befchrijven. Het is zeer laeg, en omtrent twee Twee hoge bergen zijn aen de Kaep, Duitfche mylen in'tronde. Het heeft Tafelberg!!. de Tafelen Leeuwen-bergh. eenige zantduinen, daerkonynen geDe Tafel-bergh wert alzoo genaemt, plant zijn, die heel wel voortzetten. m dat hyzich boven plat als een TaHet is zeer gul, en met groen kruit fel vertoont. bewaflen, dat zeker flagh van gele Hy is omtrent twee Duitfche my- blaetjes heeft, byna van fatfoen, als len hoogh, zeer fmal, en derhalve de boterbloemen: daer de fchapen heel qualijk te beklimmen. vet van worden. H y wort door eene kloove van een In het noord-oofte van het Rob- Daffea anderen bergh, de Duivels-bergh ge- ben-eilant, leit op 34, graden, en 33 * naemt, gefcheiden. minuiten, het Daflen-eilant, het welk Aen de zee-zyde is hy bar, en zon- zyneh naem van de menighte der Dafder eenigh groenteof geboomte: doch fen heeft, die daer in het begin gevonaen de lant-zyde ftaen, in het hangen den werden: maer minderen nu zeer: van den Zelven berg,zeerdigteen fcho- alzoo daer zeer veel worden opgeneboflen, met reichte cn opgaende hoge vanfjen. boomen, die tot allerlei timmer-hour Het is eert myl in ' t ronde, zandigh dienftigh,en zeer veel te bekomen zijn. van gront, en heeft vele robben,,en Wat lager, en adn de voet van den pinguwyhs eieren. bergh, ftaen veel kleinderen lager booDaer woonen vier vryluyden, nemen , bequaem tot branthout. venseenige flaVen,op, die zichmeeft Onder anderen zyn daervete wilde mec verkens , 6n hoendprsaenteqeSrrhandelboomemdoch de vnjchtenzijn ken,en traen van de robben te branden, rneba eiIanr

Z E E-en L A N T - R E I Z I . erneren: al het welk zy aen het fort, en onmoghelijk eenige fchepen, voo de vrye-luiden te koop brengen: als anker zouden kunnen rijden* rnaet mede het vleefch, de gemene fpyfe daer van Wegh fpoelen moeren. der Compagniesflaven. Van Gras-tot Wynrtiaent wait^erde Voor de bay van S'aldanha Jeggen ncordwefte-wint, (het noord-weftef twee of drie eilantjesdaer de vier vrye Moucongenaemt), dieook^zomtijts lu den voornoemt mede hunjaghtj kan doorkluizen; doch nergens na en viflchcry e hcbben,en vangen aldaer mec zulke felheit, of zoo verwaeitt ongemeen veel patryfen, en meenigte als de zuid-ooftewint. Maer achter: van herder en andere vifch. den Tafel-bergh toont die al wederDe voornaemfte rievieren aen de om even grote kracht door de zelve Kaep zijntwee^deZoetecnZoucere- kloove,als de zuid ofte-wint aen d*an* vier. dre zyde doet. Ganfeh geen onderBehalve die, is'er ook een beke fcheit is tuflehen deze winden, als cs d*Liesbeke genaemt: dewyl zy dicht dat de zuid-oofte wint droogh en B e c k . j j b ffen is. fchrael komt:en denoord-weftc winr, De Lies beek neemt zynen oor- altijt met regen vermengt is: endaer fpronk by een bofeh-heuvel, en ftort door ook te meerder fchade aen de in de zoute revier. Hy is niet breder dan boomen en vruchten doet. Wanneer men tegen over de Kaep, twaelefof veertien voeten, en op zommigej^aetfen meerder, en op andere omerent op de zuider-brete van 34,Tefeene minder* maer is daer en tegen zeer graden is,zietmenblijkeliiktekens,die k u r * Kaepio diep. zee.. Even over den bofeh-heuvel, of een men heeft waer te nemen ,en waer aen. weinig verder, neemt een andere beek men kan bekennen of men dicht by uit een moerafch, of laegh ltezigh lanr, 'c lant is of niet. 1 en is geen wonder, achter de Hout-bay gelegen, zynen dat eenige fthryvers van d'Indianen oorfprong. Zy loopt zuid-ooft, en ont- (hoewel het tegen wordigh niet meer laft haer door lge duintjes (die ror bevondenwordr) getuigen, h o e z y j Cabofalfo zieh uitftrekken ) in de vol- wanneer zy van 't een lant tot 't ander zouden overfteken,en geen lant konle zee. den zien, als dan een deel lantvogels Geen plaetfe indewerelt weet van medenamen, diezy , wanneer al het zwaerderftormen, als deze Kaep of lant uic hun gezichtwas, liefen met uithoek van Goede- Hope. S t o r m e n De fchepen zouden het quaet ge- parthyen vliegen, en ner deze hun a e n d e noech hebben > en genoechzaem on- vlucht, als naer een Kompas, de koers K a e p . moghelijk fehynen het daer omtrent richten. De vogels moeten wel te recht gaende te houden ,'tenwaere dena- den Ooliindifch-vaerders den wegh ture daer in had verzien,en,tot befchut en hetlant aenwyzen: want noch verder fchepen, dezen ftormhoek met be- re buiten \ lant van de Kaep zijnde, ontmoeten u in de woeftezce kleine quamc bayen verciert. Onder deze bayen, isdie vzn'Sal- meeuwtjes, eeneigenflagh, dieom danba, gemenelijk Sardinje genaemt, trent deeze uithoek vallen, en iegeenfinsdeflechfte, maer een zuivere der lichtclijk voor 'clant waerfchou* mwyk buiten alle zecen gevaer: en ten wen. Doch alzoo deze wel een honwaere het gebrek van verfch-water, dert my 1 oft wee buiten 't lant houden, de Tafel-bay zou voor deze, van be- zo kanmen het lant zo gewis niec vermoeden, dan als men zeker flagh van quaemheits halve,moeten wijkcn. Daer waeren gemeenlijk zeerzwa- grote meuwen ziet,metbonte vlerken, die de kenders kaepvogels met re winden , inzonderheit de zuidbonte mouwen noemen. Gebeurt oofte wint, die van WyntotGrasj het dat iemant eenige tortelduiven , maent waeit,(het welk hetzuid-oofter | van tlant af gedwaelt, quam tc Mouzon is,) die met zulke vrezelijke zien ,zoo is'er ganfeh geen twyfel aen. val-winden,door de klove, (de fcheit- En is men dicht onder 't lant, en pael, tuflehen de Tafel en Duivels- hebbende tuflehen de4oen j o vadebergh, j zieht ftort,dat ,tert zy het een men, wit fchulpzant-gront, mec rolager wal, en zuiverflechtwacer was, de ftukken daer onder gemengt, daec
m e t e s ew v a n

voor*

G E D E N K f E U D I G E s8 voordcrs duikertjes vernemende, kan denvanLentemaent, na *t welle, orri men vaftelijk geloven, en zieh verze- het fchip de Draek opte zoekemdoch kert houden, op het rif van de Kaep konden het niet vinden. Toen wenden d'Aguillas te zijn, fchoon geen lant wy het weerominzee, cn hadden de en wiert gezien. Aen de andere zyde Tafel-bay vyf of zes mylen van ons,en of bewerte de Kaep deGoede-hoop, waeren op de zuider brete van 34 graheeftmen, behalve deze grote kaepvo- den, en 20 minuiten. Tot den achtienden des morgens 3 gels met haer fluwele mouwen, die dikke-trompen, b.y de Portugefcn hadden wytamclijken voortgang: en Trombas genoemt, zijnde dikke hol- des middaghs de hooghte van 38 grale pypwortelen, die als een ruichte den en26 minuiten , zuider brete, en onder de wal opde klippige gronden waeren op 33 graden en 27 minuiten wart, en met eenige bladeren even bo- lengte. Het Kompas wees toen recht zuide ve water leit, gelijk men de zelvein de Tafel bay, voor het hooft van 't en noorde. Des anderen, en des volgendcn Fort in overvloetvint: 'c welk de booten en fchuiten, om gemakkelijker aen daegs, was het regenachtigh en buijigh 'c hooft te komen, moeten myden; weer. alzoo gene riemen aldaer kunnen Den ze ven en twintighften,begon het gebruiken. Dit zelve kruit of ruichte geweldigh te bxemen , mec groois in Japan ook, en van d'inwoonders te regen, en Merken w i n t , die zoo zeergeacht, die het zelve tot hun koft geweldigh toenam, dat het 6p een gebruiken, en voornamelijk in faufTen herden ftorm uithep. Dies alle de Zeiover vifch, als ook in plaets van len in genomefi werden. W y waeren d'HolIanders en vordere Europianen toen op de zuider brete v*n 39 graden . Agurk jes,en anderelndianen hun Aets- 20 minuiten, en door de ftroom vry om de noord gedreven. jaer gebruiken. De Hottentots,die onbezuisde menDen eerften van Grasmaent, was het fchen, waeren zoo boosaerdigh,dar zy nochalregenachrighen buijigh wcer niet eene os, o f eenige ververfchinge gelijk wy zedertden zevenen twintigaen ons verruilen wilden. Zy maek- ften gehad hadden. Wy waeren toen tenonsdrink-watcr, datwy meenden opde hooghte van 39 graden, 21 mite halen, onklaer; daer wy ons tegen nuiten enop 9$ graden en 30 minuiten (leiden, en eenigen by het lyf greepen: mengte, cn hadden dat etmael zes-enMaerzy gooidenzoo geweldigh met dertigh mylen gezeilt. fleenen, dar eenigen van ons onder Des avonts begon het zoo hert te de voet raekten. Doch uit oorzake zy waeien, dat demarzeils moften ingeveel Herker als d'onzen waeren, mf nomen werden, dat tot den derden ten diede vlught nemen. duurde. Als wanneer wy het kompas Ik was aen de Tafel-berg onderwyle verleiden op 15- graden N . Wgegaen , om wat wilt tc fehieten , W y hadden, federt den zeften van maer eer ik daer by kon Lentemaent, geen peyl knnen bekomen, waren de oftzen al op de komen. loop. Den zevenden waeren wy op de hoogDes anderen daeghs, ging ik met te van 38 graden cn 13 minuiten, en hen, en verfcheide gewapende man- waeren in dit etmael viereh-veertigh nen, met voornemen en opzet van on- mylen, met cen topzeilskoclre, geder hen te fehieten, zoozy weder ons zeilt. quamen beletten, om onze dingen te Dit weer duurde, met regen enherdoen. Maer zoo dra zy ons vernamen debuien , tot den dertienden des morgewapent aenkomen, namen zy, met gens. Toen kregen wy helder weer, wyfen kinderen, en alhun have, lant- en waeren dit etmael by degiszes-cnwaerts in de vlught. Eenige hunncr veertig mylen gczeilr, cn op de hooghzagen van verre zoo wilt als kraeien te van 36 graden en 30 minuiten, en uit d'oogcn. op de lengte van 98 graden en42 miwndef Naeenverblijf van drie dagen aen nuiten. Toen kregen wy weer fterke Kaep. de Kaep, wy zetten het, den dercienbuyen
}

zi en

Z E E- en E N L A N T - R E I 1 E. buyen en zagen veel fteen - kroos eilanden , daer wy dien dag meeft te- p i rcri dryven. gen bleven niet ftilte, eilandt. Den vyftienden , peilden wy den Den zeventienden waeren wyop de zonnen opgang, enbevonden 24gra- hooghte van 17'graden en 10 minuiden N . W . Deze was d'eerflepeiling, ten, en hadden de Prinfe-eilanden die wy, federt den vierden,om het hert twee mylen van ons, enquamen des weer, gehad hadden. avontsomtrent de hoek vn het eilant Des middaghs hadden wy z$ Java, ("daer wy met fmerte zeer lang graden I4minuitebrete, en 104 gra- na verlangt hadden,) vier of mylert den en 40 minuiten lengte, en waeren van ons, en dreven den achtienden eene ftrekevanvier-en-dertigh mylen als voore, zonder grooten voorr* gezeilt. Tegens den a von t wert het ftiljmaer Des anderen daeghs hadden wy de duurde niet lang: want de wint ver- hoek van 't e i l a n t ^ i ^ twee mylen,eh hefte wederom nu met buyen en dan des middags de Prinfen-cilanden twe met regen, dat tot den eerfte van Bloei- of drie mylen van ons Wy meenden maent duurde: als wanneer wy op de daer tuffchen deur te loopen maer hooghte van 12 graden en 18 minui- een fterke wint of travado, uit den ten en op 114 graden en 46 minuiten, oofte , belette ons: dies wy weerorn lengte waeren. Doorgaens was eene moften keeren. ftyve koelte, die tot aen derden van Den twintigften, hadden wy de Bloeimaen t ons by bleef. hooghte van 6graden en 41 minuiten, Des nachts hadden wy fterke don- en de Prinfe-eilanden zes mylen van der (lagen, metblixem vermengt, en ons, met ftil weer. geweidige travaden, dat tot des ande- De Prinfe-eilanden bleeven ons den ren daegs duurde. een en rwee-en-twinrigflen, noch al Den zeften van Bloeimaent,des mor- byjdaer wy den drie en-twintigften gens, zagen wy devaftekuft van het meenden voorby te Zeilen. Des nachts) . j ! eant Sumatra , omtrent vier of vvf wierpen wy op dertig vademen fteekm a t r a . mylen van ons, en loer-waerts een zeil, gront, doch het wert toen zoo ftili en bcvonden ons op 5 - graden en 2 2 mi-dat wy het anker lieten Valien. De nuiten. Des nachts liep de wint uit de ftroom ging ook zeer hert, zuidweftwal, en wiert toen na het zuide over- waerts. geleit. Den vier-en-twintigften, hadden Den 19 hadden wy naulix zes wy Het eilandt Dwars in de of zeven mylen lngs de wal van Su- Wegh, noord noord-ooftwaercs van matra gewonnenen kregen doorgaens ons. hert weer, met veel blixem, donder, Des avonts quam ons een Javans regen, enfterketravaden. Wydeden vaartuigh, met verver fing, aen boorc onsbeft, om boven de vlakkehoek van dat ons, na zoo veelzukkeling, wel deftraetSunda tc geraken. te pas quam. Wy raekten kortdaerK e i z e r s Den twaelfden was het ftilweeren aen op dertigh vadem ten anker: daer eilant. wint. Des middaghs waeren wyop 6 de ftroom zoo hert ging, dat wy dien graden en 5 minuiten, kregen des ach- en den anderen dagh moften blyvert termiddaghs, wederom eene topzeils leggen*en niet vcon koften koomen. koelte, en hadden de vlakke hoek Wy kregen noch verfcheide Jav an f voornoemt,ooft noort-ooftwaerts om- vaertuigen aen boort, met verveN trent anderhalve myle van ons. Op fching. zeftien vademen wert gront ge worpen. Den zes-en-twintigften gingen wy Des anderen daeghs waeren wy om- weerom tZeil; maer konden, van wetrent drie mylen van de gemeldehoek. gen den gemeiden fterken ftroom,die Den veertienden, hadden Wy Kei- aldaeraltijt zeer fterk gaet, niet vorzers eilant, omtrent drie mylen van deren : dies wy het op vyf en-twiixig ons, en zagen des arfderen daeghs, vaden zetten , en moften des andezuid-ooftten oofte omtrent vyf of zes ren daeghs noch op anker bly ven Jegmylen van ons, op de hooghte van 6 gen ryen. Den acht-en-twintigften, gingen graden en 4? minuiten , de PrinfenC a wy
r n ; ct

G E D E N E K W E E R D I G E wederom tzeil, op hope van de Gfl^r, bekleet..Tweejaghten wer. wy den gereet gemaekt,KoukerkenBloe* voorc te raken ; maer moften des am e n d ^ l , die met 90 koppen en vervonts ons anker weer laten vallen. fcheide koopmanfehappen bemant, W y haddentoen Pulo (of eilant)Baly en gefchenken , om aen den Keizer en ten noord-oofte , en groot Pulo-modi eenigen groten te vereren, geladen ten oofte, en klein Pubmodi izn.zuiwaeren. de van ons. Ik wert voor hof-meefter, ophet Des avonts gingen wy wederom jaghe Bloemendael befcheiden. tzeil, doch konden, wat moeite wy Ophetjaer zefticn-hondertvyf-enaenwenden, voor de Stad Batavia vyftigh, den veertienden vanHooiniet komen, daer wy zoo na verlangmaent,gingen de gezanten van de ree den :maer moften het anker een halve van Batavia tzeil, en quamen den myle van het eilant Rotterdam, op elf Vierden van Herftmaent in de ftad vadem fteekgront, weerom laten vaU Kanton, en den Vierden van Bloeilen. maent, des jaerszeftien hondert zesDen derrigften gingen wy weerom tzeil i dan konden niet voort komen: en vyftigh, voor de ftad Nanking, zoo dat wy weerom het anker moften en den zeftienden van Hooimaent in late vallen. Het ging hier even als voor de ftad Peking. Na eenigh verblyf vertrokken d e de Kaep van Goede-hope: daer wy gezanten weer uit de ftad Peking, w e d e r p zoo lang zworven, t'elkens daer voor < waren,en evenwel wederom weg mof- en quamen den een-enrfwintighften Komen ten. Doch eindelijk quame wy,na veel van Slaghtmaent voor dedkd Nanvoor B a - omzukkelen, met zoo vele zieken, en king, enden acht-en-twintigften van tavia ter kranken den zelve achtermiddagh Sprokkelmaent, des jaerszeftien honrede. ten vier uure voor Batavia, op vier va- dert zeven-en-vyftigh,voor Kanton, dem , en een halve fteek gront ten an- enden een-en-twintigften van Lentemaent voor de ftad Batavia op de ree: ker. Ik voer des anderen daeghs aen daer de gezanten verflagvanhunwelant, en trad in de beroemde koop dervaren, aen den Heer Generaeljen aen de Hoge ftad van Batavia ,en nam mijn verblijf han CMaetzuiker, by zekeren Gerrit Eppink van Ulfen, Raden van Indien, deden. Gelijk bretotterrijt toe ik weer laftonrfong, op der in mijne reisbefchi yvinge dezes wat toght ik my zoude begeven. Ik be- gezantfehaps te lezen is, d ie eerft in de zagh ondertuftchen naeukeurigh deze Neerduitfche,endaer na in verfcheide grooteftad, en rontom gelegen lant- andere talen, tot Amfterdam, by wy- . ftreke: een ganfeh ander geweft, als \enjac ok vanMeurs gedrukr, en met verfcheide afbeeldingen van fteden, B/azyl, hier te voore befchre ven. Midlerwyle ik my aldus te Bata- dieren,gewaflen,endraghten uitgegevia op hield, wert door laft van den ven is. Midlerwyl ik mijn verblyf een wyl Heer Generael Joan Cfrlaetzmker, en de Raden van Indien, op ordre en in de ftad Batavia had, wierden acht aenfehryven van de Heeren Bewmt- fchepen gereet gemaekt, en met Indihebbers, een gefantfehap aen den gro- fche koopwaren geladen, om na het ten Cham van Tartarye ( die toen vaderlant te vaeren: als de Peerel, ook voor eenige jaren,met byftantvan Prins Willem, Oranje, degekroonde d'onderhorige Tarters, 'tganfeh Ko- Leeuw, Achilles, Malakka,'Ulyfles ningrijk van China ingenomen had_) en Hektor. De Ed. Heer Koenes, Ctoenmaels vervaerdigt,om de vryen koophandel op dat rijk te verzoeken : gelijk de eerfte Raet van Indien, en naemaels Nieuhof Ooftindifche Kompagnie vele jaren, Schcpen derftadLeiden,) had hergetrekt metomdien handel re verwerven,by deSi- zagh over deganfehe vloot, en trad op dege- nefen angehouden, en verzoght had: het fchip de Peerel, de vlagh voerder, zanten maer zy hadden dien altijt afgeflagen groot zevenhotidertlaftcn, en bemant naChina. en op het ftrengfte verboden. met hondert en tachtigh koppen,en geHet gezantfeap wert door t we hooft- monteert met zes-en-twintig ftukken %e2anten zhIakofrdeKeizernPieter gefchuts. En
2 } Komt Batavia, ; )

Z E E en L A N T - R E I Z E. at En al hoewel mijn befcheide tijt van Lentemaent,des volgcnden jaers noch niet verftrcken was, om na het zeftien-horidert acbt-cn-vyftigh, wel Enkomt Vertrekt Vadcrlant te vertrekken, 2,00 ging en behouden aenquamen, zonder eni- 'fiam". nahet ik evenwel, volgens zijn begeren, met ge byzondre voorvallen t'ontmoeten, Helen. Vadcthem derwaerts op het fchip de Pe- als het uitftaen van eenige ftormen en iant. rel. Travaden: waer dqr wy by wyle, met Dentwee-en-twintigften vanWin- al wat optafelftonr, overhoop raektermaent lichten wy hecanker,en gin- ten. Ja het groot fchip beweeghde gen tzeil, ennamen de koers nahet zieh, totverwondering, zoodanigh eilant S. Helena, daer wy den laeften I alsofheteen klein fchipof fchuitwas.

H e t Eilant S. HELENA. Et eilant S. Helena leit op igra* den, en 15 minuiten,zuider brete, zeer verrein zee cn van allen laflt afgefcheiden. Het naefte lant; daer het aenleic,is ^Angola; hoewei opeen af ftnt van drie hondert en vyfrigh mylen. Men heefc zieh met recht te verwonderen, hoe zoo diep in zee een eilant leit $ daer omtrent omnochby geen gront te peilen is. O

van

Het is omtrent zeven mylen in*t rondc groot, en vol hooge klippen,die op en tuflehen beide vol geboomten ftaen, en by klaer weer wel veertien of vyftien mylen verre in zee kunnen gezien worden. Dies dit eilant, fchoon klein, door deze hooge klippen veel lnts bevangt. Daer zijn verlcheide valeyen: maer byzonder dekerk,enappcl-valcy. In de kerk-valeyftaet noch een vervallc C 5 kapel-

ix GEDENK WEERDIGE, kapelletje,daerde Portugefen wel eer { zyn'er byzonder veel wilde bokken, hunnen dienft in gedaen hebben. j geiten,en rheen,die zieh op de klippen Hec is'er v o l , oranje, limoen, en weten t'onthouden j en loopen: en zijn hierom niet wel te vangen. granaet boomen. Men heeft'er tamme verkens geDit eilant was by mynen tijt volkloos , en o n b e ^ o n t : maer federt braght, die geweldigh vermenghhebben d'Engelfen het in bezit geno- vuldightzijn } maer zoo wilt geworden, dat men, die ter zake van de snen. Ten tijde der Portugefen, bleef op klippen, als andereruighte, qualijk dit eilant een kluizenaer, onder fchijn achrerhalenkan. Ook zyn'er veel patryzen,duiven, vanboetvaerdigheit, dievele bokken doode ,en de huiden verkocht. Maer korhoenders ,en paeuwen: maer zoo hy wiert by dePortugefen opgezocht, wilt,datmen die niet wel bezetten kan. Want als men hen op den eenen en weggezonden. Noch zijn'er opzekerentyt eenige bergh vervolghc, dan vliegen zy zachzwarten en twee flavinnen gebleven, j es over de diepe dalen, op eenen andie zieh al tot twintigh vermeerdert, deren : daer men een uur van doen en hunne wooning in het hoogh ge* heeft, eermen den bergh af, en den berghte genomen hadden: dies men anderen weer opklaucerc. En als men hen al na loopt, vliegen hen met moeite opzoght, en daer af-haelde. zy zoetjes wederom over, en latenu Hec is beneden in de valeyen heet, na zien: ja het is, alsof zydegekmet en boven op her geberghte kout. An- u fcheren. Dies men zieh eer moede ders is'er de lucht zeer gezont,en wort loopt, om wat te vangen, als datmen door de winden, en regen getempert: zig aen 'twilt moede zal dragen.Maer want het regent'er dikwils opeenen men moetmet een heel parrhy volks dagh: daer dan de zon met haere war- op den jaght gaen, en zien zoo watte meftralenop fehynt, dat ook het aert- bezetten: anders is'er nier te krygen. rijk vruchtbaer maekc, dat anders uit Daer zijn gene verfcheurende of verde natuur zoo wonder vet niet is. giftige dieren : alsgrootefpihne-kopMen heeft'er zeer fchoon, en zoet pen- Ook zyn'er veel vliegen. verfch water, dat van de bergen en Ronrom en over het eilant zwerklippen af-loopt, en tuflehen dezelve ven veele meeuwen, teroorzake van als Kriftal door kronkelc en in zee de vifchrijkhejt der ondergelege zee. Men vind'er verfcheide verruwen* loopt. Het is een lud te zien,hoe het volk, en onder andere een rode, die zeer als het aen lant komt, drinkt, zieh fchoon van kleur is. daer in wafl, fppelt en baet-. Daer valt ook zeer wit zout, dat De meefte vruchten, en dieren, door de Zon uic het zee water-gemackt die daer waflen, en zeer weeJderigh, worc. om reden.voornoemt ,tieren, zyn'er En uit oorzake daer omtrent andoor de Portugefen gebraght: als ders geen lanris, zoo is'er de zee vol oranje-boomen ,(daer van nugehele vifch, inzonderheit van makrelen, boflehen vol z i j n , ) granaet-boomen, brafems, karpers, zeehanenenmeer en verfcheide andere , die het andere. Maer men kan die, van wegen ganfeh jaer door draegen. de klippen , en groote diepten, Daer groeit ook mollert, peterfelie, niet, als met de hoek vangen: daer men zuuring, porceleyn, winterkers, en zoo veel mee vangt, als men begeert. andere moeskruiden meer, die tot Ja men kan met cen kromme fpyververfching , en fcheurbuik zeer ker, die wat fcherp, en daer Hechts dienftighzijn. een veere aengebonden is, zoo veel Daer groeit ook geboomte; hoe- vifch vangen als me^ w i l : want de vis wel deflelfs hout niet veel byzonders is'eer zeer happigh. is, en dient nergens beter, alsomte Krabben, oefters, kreefren, en mofbranden. felen, zyn'er ook genoech aen de kanHet is'er ook vol vee, dat'er over- ten van het warer te bekoomen. vloedigh voorttiert. Qnder andere Na wy aen het eilant S. Helena van alles
7

Z E E en L A N f R E I Z E . .$ Vertrek alles ververfcht, cn wat'erte krygen op hiet zant vaft, en liep dienvolgeh ran het was, vcrzien waeren, gingen wy in grootgevaer van te berfte te ftooten. eilant S . het laeft van Bloeimaent wederom Daer en boven quam een ander ons H e l e n a . tze.mee nemendchet koftelijk retour zoo na, dat de gehele galderye van fchip Aernhem, dat, naveelzakke- ons fchip aen flarfen raekte. lens en tegenfpoeden, een jaer had Dan wyquanaen, door Gdesge> moeten overleggen. De Heer Koenes nade, methoogh water wederom los, zettc een deel volk uit ieder van d'an- | en gingen zoo neffens d'andre fchedere fchepen daer op : alzoo veele j pen tzeil. maets daer van, door kommer, ongeDen zeftienden van Lenteraaent j ^ ^ maken ziekten, geftorven waeren. | quamen wy gelukkigh aen de Kaep Kaep; Wynamenden oudenkoers, waer i van Goede-hope, enlietenhetanktr mee wy voorlpoedigh, en zonder : in de bay vallen. merk - waerdige voorvallen , ons De Perel, met de driejaghtenjqtivaderlant in het gezight kregen , men den twee-en-twintigften in deen den zeften van Hooimant, des zelve bay ten anker. jaers zeftien-hondert acht-en-vyfW y voeren voort aen lant, en (leitigh, gelukkightot Amfterdamaen- den orde oponze zieken. W y hadquamen. Alwaer ik mynen broeder den tot hier toe twaclf dooden gehadj Hendrik Nieuhof f j by wien ikging maer anders doorgaens gezont volk. thuis leggen)en andere vrienden noch Wyhaelden daeghehx verfch water^ gezontvond. branrhout, en ververfching,die men ik had daghelix groot bezoek Van daer bekohlen koh. verfcheide liefhebbers, om de SineeBy wyle vingen wy veel vifch. fche fchriften en tekeningen, dieik Ik ging met eenigen van myn gemet my uit Sina gebraght had , te zien zelfchap aen lant, om wat wilt met en daer van te fpreken. een fnaphaen aen de Tafel-bergh te Na ik my aldaer omtrent drie m aen - fchieren. Maer hoogh aen de bergh den, om wat uit teruften,opgehouden, lagh een groote leeuw te flapen, daer en myne zakg zoo daer, als in Zeelant, wy onverziens dicht by waeren, en verrichc, en het journael of de reisbe- zouden hem liehe op het lyf gefopen fchreivingh des Sineefchen gezant- hebben. Ik rrad zoet en zachjes te (chap aen mynen broeder gelaren rugh, cn ze'd? tegen myne makkery. had, om onder zijn opzight, enop Het is niet goetzutkeikpende honverzeek van vele voorname perzo- den wakker te maken. Dies wy van nen, te laten drukken, zoo befloot daer gingen en den leeuw lieten flaK i e u h o f s & wederom na Ooftindien te gaen. pen. Na wy veertien-dagen aen de Kaep Vertrete h v e e d e Inzonderheit door de gelegentheir, i V JJ i wer vari Inita* die my toen d'Ed. Heeren Bewinthebbersdeden opdragen, enaenbieden. gelegen hadden, en van water, brant- daer. Ondertuflchen wierden v y f fche- hot , en ververfching verzien wapen gereet gemaekt, om derwaerts ren , gingen wy wederom tzeil, en te vaeren onder het gezagh en hadden een voorfpoediger reize, als beleit van den Heer Adriaen Ael- opmyn eerften toght, met het fchip monde, te weten, het fchip Aernhem, hetKalf,en raektengelukkig tot onder grootvyf-hondert laften, gemonteert dekuft van Java Maer rot onzer almet veertighftukken ,en bemant met ler droefheit fterf d'Ed. Heer Adriaen vierhondert en dertigh mannen: daer Aelmonde, ( zoo als wy het lant voor op Schipper Jan Tymenfz was, en ik ons zagen, daer hy zoo zeer na verbefcheide wert. Het tweedc fchip was langt had, )aen zyne oudequyncnde de Perel. d'Andere waeren drie jagh- ziekte. Zijn lichaemwert na Batavia gevoert, en aldaer heerlijk begraven. ten. W y quamen ondertuflchen des Batavia. * P Wyliepenmetdezevloot van v^f jaers 1658 den 18 van Hooimaent, fchepen den twee-en- twintigften van "Wynmaent, des jaers zeftien-hondert gelttkkigh voor Batavia ten anker, acht-en-vyftigh,uit hetvlietzeil. In na wy ontrent Zeven maenden onderwaeren, daer,aenmerfedert het uitgaen raekte ons fchip Arenhem weegh mynengeweeft laften toght, weinigh kens
8 1 6 K o n r L

G E D E N R W E E R D I G 2+ kens waerdige zaken voorgevallen twee of drie fcheeps lengten. W y dre* waeren. ven dicht, met groot gevaer, voor by * Wanneer ik d'ingenome koop- eenen klip, en waeren naulix een rnanfehappen verantwoorr, en de re- fprong verre daer van. Doch wy quakeninge en boeken overgelevert had, men noch zonder fchade daer van, en deed ik eenige kleine toghten na de endelijk, na het uitftaen van verfcheiweftkuft van Sumatra, als na Jambe, de travaden en ftormen, voor het gat enPadame:daer veel peper,en ook ee- van Amboina, daer wy met groote nigh bergh-gout, en zalpeter valt. moeite,om den fterken ftroom,binnen Eindelijk quam ik,den tienden van geraekten, en op zes-en-dertigh vaWintermaenc, wederom voor Bata- dem ten anker liepen. via op de ree. De Heer Jacob Huftart, ("toen GouTrek na Ondertuflchen ontfing ik orde, verneur en opperhooft van het eilant Amboina. j j fay^ Henryerte Lowyfe, Amboina, een man indienoort zeer na het eiland Amboina, te gaen-> ervaren, en daer by vroom van leven, dat by fchipper Gerrit Gerritzen en voorzightigh in zijn doenontfing van Vliflingen gevoert wert, en met ons zeer beleefdclijk. rysen andere lyfsbehoeften,voordic Na de fcheeps-laft ontladcn , en plaetfe, geladen was. alles overgelevert was, deed ik met W y gingen dan den drie-en-twin- het operhooft Huftart eenige kleine tigften van Wintermaent, des jaers toghten na verfcheide eilanden, die zeftienhondert negen-en-vyftigh, van daer omtrent vele leggen, omdezelve Batavia tzeil, enraekten in weinig te bezoeken en bezightigen. weken gelukkigh ogderdehoek van Onder andere trokken wy na het Bimaer, en aldaer tuflehen de eilant Bro, daer d'voornaemfte inklippen in groot gevaer: dewyl het woonders ons op hun wyze luftigh fchip in een mael-ftroom verviel, die onthaelden, en toedronken uit kroehet omdreef als een meulen, en zoo zen van bladen van boomen gemaekt, fnelalseenpaertzou mgen loopen, die by na als een roemer gewaflen waendat op een fpacie en beftek van ren.
? Q m m e C e t

Het BOURO of BOERO. t T Et eilant Bouro of Boero leit -"-omtrent vier-en-twintigh mylen van Amboina, enheefc bynaderrigh mylen in den omrrek. De zee onder dit eilant, inzonderheit aen de zuidzyde, is zeer diep: en fehieten de (teile oevers by na overal rontom dit eilant, als muuren, na de grondeloze diepten. De zuide-wint maektaendit eilant een laegh en hoogh water. O p het eilant van Bouro leggen hemelhoge bergen, na den boght van Thamahoo, de bergen van Thamaheo genaemt, die met hunne hooge toppen, en kruinen boven de wlken uitfteken; gelijk men dieblacuwekrui-

eilant

nen van verre uit zee , op cen af ftant van achtien of twintigh mylen, boven de wlken ziet uitfteken, zonder het eilant onder of de voeten der bergen te kunnen zien: het welk cen aengenaem gezight en verfehlet geeft, en den zeeman doet twyfelen, of hy lantof luchtzier. Aen dien oortleit een bay of bogt aen de zee, de boght van Tamahoo genaemt, die met de bergen voornoemt omringt is. "Men ziet'ergene huizen, hutten of wooningen, en niet als een eenzame cn naren oort,met dichte boflehaedjen bewaflen en vol wilderniflen. In dezen boght kome een rivier uit het lant vloeien

ZEE-cn

L A N T

R E I Z E

vloeien, die lngs hare oevers metal- houden civetkatten , daer de Boetijd groene boomen bewailen is. ronefen ofde inwoondersdecivet beB o g h t ^ ' d o o f t eind van 'teiland | hendelijkweetuit te krijgen, die zy nKa- Boero iseenbay, de boght van Ka- voor een geringe prijs aen d* onzen te yslie. y ii genaemt, die op verfcheide koopveilen. plaetfen wel twee mrjlen wijd is. Hetgantfch eiland heeft vruchtbaDe oevers en ftranden van deze relanderyen, en dichte boflehaedjen: Boght zijn met dichte wildemiflen en Het wort ook mer veele rivieren luftige bolfchagien bewaflen. A l - van zoet water dcorfneden en bedaer groeien vele ebbenhout - boo- vochtigt. Maer het is daerenregeri men, dochvallenfeer^uaftig. Aen vervaerelijke en zware aerdbevirfgen de binnen kant van de boght ftaetin onderworpen. eenmoerafch en in het zeewatereen Ophet eilant Bcuro hont onder aribofchvanlaryboomen, die yzerhart dere zeker vier-voetigh gedierte, van en rootachtigh houthebben. een ongehoorde en wonderlijkegeftalA e td e s Het eiland Bouro is vruchtbaer en te, dat d'Indianen onder de mondan. dicht met boomen en wilderniflen be- ftreufeof wanftaltigedierenrekenen. woflcn,en heeft een groene kulf. Het Het heeft de groote van een honr of zelve eilanr geeft Kokosnooten, hert, en hair, als een wint hont, donBanannas , pynang , boontjes, pa ker-bruin en graeuw van kleur. tatas , groenebbenhoute-boomen , Het hooft en de bek is als cen verlary boomen , katjang , dat een ze- ken: en d'oogen en ooren klein: de ker flagh van kleine erweten is , ft'eert isinrwee of drie krullen omgegeers, mil !e, of Indiaenfcbe tarwe, ta- bogen : de voeten en klaeuwen zijn back , lymas of kleine wrnge en gelijk die van een bok of hert. zuure limoenen , en veelerleye Zijn vleefch wort by d'inwoonders moeskruyden. p het geberghte en vreemdelingen, voor een lekkerye, en
e n c n o r e e

t G E D E N K W E E R D I G E Op het eiland Bro wiert door de cninplaetfe van herten vleefch opgeonzen des jaers 1660 een groote difcht. Het bekkeneel van dit beert heeft Merkte gebouwt, uit vreeze de Made grcote van een kalfs-hooft, en be- kaflaren aldaer komen mogten. Men ftaet uit zeer vafte benen, inzonderheit noemde de zelve Cfrlandarfchaa, na den koning vah Ternate. Zy beftaec van beide kake-beenen. Daer zitten op beide zyden,achter ha uit vier punten, en heeft bequame de keel toe , omtrent twaelf kiezen : woonplaetfe voor de krijghs bezettinmaer voor in het begin vande bek zit- gen. Alle de wilden ofeilanders van Bten in het onderfte kake-been zes fanden, en twee groote in het bovenfte ro ("volgens het verdragh met heben gedeelre, en worden met de bek be- d'onzen gemaekt) zijn gehouden zieh dekt: maer in plaetfe van de honts-- rontom de baey of Boght van Kayelle tanden fehieten uit het middenfte ge- met der woon neer te flaen, diezy, dcelte des anderften kakebeens twee onder befcherming van d'onzen, ozeer groote tanden, en doorbooren ver de veertien negeryen in fraye w odebek. Zy zijn eenheelevoet lang, ningen, van riet of Adap, en eenieen duim d i k , en een weinigomge- ge met vertrekken gemaekt, in ruft kromt, als de flagtanden van wilde en vree onder malkanderen bewoneni zwijnen. In het bovenfte gedeelte Om dezen oort des te gehavender en van het bovenfte kaeckebeen verroo- vruchtb.ierder te maken zijn zy vernen zieh ter weder zijden twee holle plicht boflehen en boomen om verre beenige uitwafien of uitfteekfels: re houwen , en de heivelden in den waer uit twee hoornen fehieten, die branr te fteken, om daer op te zaeien, een vinger d i k , twee hantbreeten planten, tuinen en boomgaerden te lang, glat, eneffen, als tanden, en maeken. hoekswijs omgekromtzijn: zoo dat Zy bewoonden te vooren flechts dirdier,in hereerftaenzien, metvier kleine hutjes van niet boven een mans hoornen neffens elkander ftaende lengte hoogh, d ie 1 angs het ftran t en fch'jnt gewapenttezijn. Diesfchijnt in dichte boflehen ftonden. dit dier om tweederley redenen onder d' Inwoonders zijn ganfeh zwart de monfters gehouden en gerekenr van verwe, en gaenflechr, na de tezijn. Eerftelijk, devvijl hettegen wijze van meeftalle de gebufr-eilanAriftotelesftrijt, die fchrijft, dat de ders , gekleet, en beide zoo wel manhoorendragende beeften in d' eene nen als vrouwen ganfth naekr, behalkaeckealleenlijk tanden hebben, en veneen kleetje, dar hen om de lende voorfte tanden van de bovenfte den en effen boven de knien komt. kaecken ontbeeren. Ten tweeden, Doc h knechjes en meisjes gaen tot dewijl Anftoteleszeidt, dat geen le- aen hun twaelffte jaer moeder naekt. vend gedierte gevonden wort, dat te Eenjongman, die een doghterwil gelijk hoornen en uytftekende tan- trouwen offen wij v e hebben, kan die den heefr. van d'ouders voor eenige kleinigheLngs de noortkufte van Bro leg- den van eetwaren of voor wat anders gen de negeryen of vlekken fPaife- van klein belang bekomen. longa , Fogt , Waintte, Tcmabou, Een vrouwe, dieeeh kindgebaert Palmatte , Hokonima , Bara , en heeft, brengthetaende rieviere, om Lide/a, die des jaers zeftien hon- het zelve en haer te zuiveren, en derc drie en zeftigh door d ' onzen keert dan weder tot hren gewoonejwierden afgebranc en in kolen gezer: kenarbeir: midlerwijlelaerdeman, beneffens al het vaertuigh, dat zy als kraemheer, zieh koefteren en daer vonden r ujtoorzaeked'inwoon- queeken. derstegen d'onzen waren opgeftaen. Over d' overleden wort by de O p Boero leit ook een vlek Wat- bloetverwanten en gebuuren een famma genaemt, cn een ander Hat groot misbaer gemaekr, die, wanneer geheten, als ook Romaite. het lijk begraven is, onder het danfen* Hec zelve eiland ftaec onder den zingen, en fpringen , en maelrijd koning van Ternate. houden, grootevreughdeenvrolijkheit

Z E E - en L A N heycbedrijven. De graven beftaen uyt metfelwerk, en worden metfteenen en kley toegemackc , om voor hetwilcgediert bevrijttezijn. Degemeene en gewoonelijkefpijze der inwoonders is zagouw, geers, mie gedrooghde vifch en rijs. De meefte inwoonders omhelzen de leere van Mahomet, hoewel eenige ook,na de wijfe der heidenen.met groren wangeloof, tot het aenbidden encerenvankaymansof krokodillen genijghtzijn: uitoorzaekezybeuzelen, datalle krokodillen uit hec paren van een krokodil met des konings dochter, zouden voortgekomen zijn : hierom houden zy ook de krokodillen in bylndere waerde, en willen die niet gedoot hebben. Wanneer Madira, ftadhouder des Ternataenfchen konings landen in Amboina,tegen d'onzen desjaers i6jo in ^Amboina was opgeftaen, vielen ookdelantluidenop<?n?, (zoo wel die onder den koning van Ternate, als onder de Compagnie ftonden_) Madira toe, en wilden zieh liever door vechren, als den zelven verlaten.Ook hadden zy desjaers 1651 vier mannen van onze fluic de Gans (die omtrent hetv\ekTomabouopde wagt lagh ) die wat te verre bofeh waert getreden waren, doorgeflagen. Na Arnold de Vlamingvan Outshoorn des jaers 1652 met een vloot fchepen van Batavia na ^Amboina en voortsnahet eiland Bro overgefteken was, om met d' inwoonders van B.iic een vrede te (luiten, dit vernf m, deed hy de ganfehe lantftreke van

T - R E I Z E. a Bro den oorlogh aen, en al hetgrooc en kleyn vaenuig verbranden : ook de vlekkcn Waifelongo,Fogi,lVaintite Tomahou, 'Palmatte, Hokonima, Bara tn jucie/a mec den brant vernielen. Met hem quam weerMandarlcha.kowng van '1 > enate, die na Batavia vertrokken was, en een verbont van vrede met de Hoge -raden getroffen had. Eindelijk begaven wy ons van dit eiland weder op zee nahetedand van Amboyna toe. Terwijl wy op Amboyna fli! lagen, noodighde deheer Huftard de voornaemfte van de Compagnies dienaers en vijfvan denazatender Amboineze koningen , en onthaelde ons met allerhande fpijze en drank, die'er tekrijgen was, heerlijk. Na de maehijd rechten zy verfcheide fpelen tot tijdverdrijf met ons aen, entoondenzig zeer wel vergenoeght. W.er uit men b. merken kon, dat zy met H u ftard in eengoet verftantftonden. Midlerwijl wiert ons fchip met zeftig laften nagelen geladen. Na alles gereet en hec fchip volladenwas, nam ik mijn affcheit van het Nieunofi opperhooft, de heer Huftard, en ver- venrek trok den derden van bloeimaend weer an Amboyna na na Batavia. Batavia. Onder dit opperhooft ftaen van wegen de Compagnie alle deMolukfe eilanden, die naeuwe achring op alle fchepen geeft, of zy ook .eenige nagelen vervoeren. Maer eer ikmy van het eiland Amboyna op zee begeef, zal ik defte'fs gelegenheit en wat byfonders daer op te bezichtigen is, ten toon Hellen.
7 }

Het Eilant van A M B O Y N A. l _ J Et eilant Amboyna of Amboyno 1Banda, en nader aen Malakka en de werd by veelen onder de Moluk- vafte kuft, als eenige van de andere fe eilanden gerekenc: uic oorzake al- Molukfe eilanden. daer mec veele nagelen groeien, gelijk Het heefc omtrent vijf en twinrigh opalle Molukfe eilanden. mijlen in den omtrek, en wort door Het leit op de hooghte van omtrent een grooten inham of golf by na in drie graden, zuider breete,en omtrent tweengedeelr. vier en twintig mijlen van hec eilant Daer is een fchoone bay, daer men D 2 mec

G E D E N K W E E R D I G E 28 WawamiycX hooftnegerye, leit wat Wawa. met de fchepen dicht by kan Jeggen: en omtrent twee mijlen de bay in- landwaerts in, en meer als cen mi jle van waerts leit het Neerlants kafteel Vi- ftrant, op een berg van meeralseen vierendeeluurshoogh, mec een opcJoria. Die eiland fchijnt alsitit twee dee- gaenden wegh, die in het midden len te beftaen, of twee eilanden te des bergs mec palifladen gefterke is. zijn : want her hangt mec een hals of Boven is de berg langwerpigh , en met een muur van lofle fteenen opgeengte aen elkandcren vaft. Voor omtrent zeftigh ofzeventigh leit. Tuflehen het hoogh geberghte en jaren lagen op dit eilant zeven en vijftighnegeryen, (dat zijn gehuchtenof het fort loopt een riviere. i n voorige dorpen) die zoo by Krillenen als tyden plaghten d' inwoonders zieh alMoorfe volken bewoont wierden: tijc op dit gebergte met der vlughr, daer onder waren eenige fterke plaet- als een zekere fchuilplaetfe, tc begefen: doch zijn veele en de meefte na ven. der hant door den oorlogh gewejdigh De negerye Moufala leit op eenen verwoeft en vervallen. berg van anderhalf uur opkhmmens " Onder anderen was Way een fchoo- hoogh, en is uit de natuur zoo flerk, yne negerye, aen het noordeind desei- dat hy niet licht te veroveren is. Dies lants, een halve uure van ftrant, op niettegenftaende is alles door de magc een klippigh gebergtegelegen, en mec van wapenen onder hec gezagh engehoorzaemheit van de Compagnie geeen fteene borft weering gefterkt. braght, die het daer nu alles van hd' Inwoonders waren Kriftenen. Niet tegen ftaende Way door de na- rene wegen doet beftellen en bcftieren. De negeryen, die omtrent desjaers tuuren konft gefterkt was, zoo wierd het evenwel des jaers zeftienhonderc zeftien hondert en dertigh onder gedricen dertigh door den Kimelahaop hoorzaemheit van den nede-lantfehen hec onverfienfte overvallen en afgeloo- ftaetof Kompagnie ftonden , en gehouden waren haer dienft te doen, pen. Omtrent die fterkte groeien veele zijn deze volgcode. kruitnagelboomen, als ook Zagu en Roffenive. Zaguweerboomen. Daer onder zijn begrepen Rofjeni* Daer omtrenc leggen verfcheide negeryen lngs het ftrant: daer ook ve Amahoee, en Hat toe. opeenige plaetfen veel nagelboomen Over Roenive gebood zeker Anen Zaguen Zaguweer waflen. d r e a / ? ^ / ? / * , des jaers zeftien honDichc onder de negerye van Way is dert en derrigh,als koning. Van Amaveeldrinkwater te bekomen , daer in hoefoe was 'Domingos de Kofla Makdie hete en droge landen veel aengele- kaha Poeta hooft : en van Hattoe gen is. een Leflemafle hooft. Nouffani- Nouanive was eene negeryegeleDeze dorpen waren tamelijk gen aen de riviere, ten werten van het wel, en meer als andere dorpen van neerlantfch kafteel Vittoria, en onder mannen en vrouwen bcvolkt. Zy deher gefchur, en is verdeilt in drie buur- denbelijdenis van den Kriftengodsdienft j doch waren wat wangeloocen. Daer omCrent waflen veele nagel- vigh, en vele hingen het Moorfdom of boomen : want de nagelboflchen en Mahometfdom aen: uitgezondert die tuinen ftrekkenzich tocopdeuiterfte van Amahoee. Want het hooft van lantftreke van die hoek , ten werten Amahoee was litmact van de gemeenuic, als ookaend'overzijdeby Ayer- te,en veelgodfdienftiger,als d' andere Kahouba. Een koning was coen de door den bant zieh toonden. Doch het fchorte veel aen de koningenen eerfte perzoon in den lantraet. Hitto. Hitto of Hitoe is een oude negerye, hoofden: waer van koning Andrea gelegen aen ftrant by het reduic van de van Roemve de vroomfte voorganCompagnie: alwaer de hooftplaerfe ger nietwas,'doch hy was ganfehgevan het ganfeh lant Hitoe plagh te veinft en eenzinnigh. Hy leefde ongetrouwt; maer hield veele byzitten: zijn. en
mi Moufa]jL Wa 3 ve

Z E E- en L A en alhoe wel d onze hem menighmael vermaenden , om zieh tot den huwelijken ftaet te begeven, zoo heefr hy zieh noit daer toe knnen laten bewegen het welk groote fchandael en ergernis onder d' andere koningen en hoofden veroorzaekte. Het gemeene volk was ganfeh willigh en vaerdig,om dienften aen de Kompagnie te doen, ja vlijtiger alsdie van andere dorpen.Zy wzrenOltvas. De dorpen Rojfentvey Amahoee, Hattoe zijn gehouden d' eene helft van desgouverneurs Korrakoren re beflaen en bevaren : gelijk de dorpen Kielangy Nakko, enHattela d'andere helft.
5

N T - R E I Z E. $t voert den naem van Olil'ymas, bchata ven Rauton lafary. Deze zijn op ge* Iijker wijs als d Olivas verbonden;
5

Soya.

Onder Soya ftaen de dorpen Ahoe* fen, Oeritettoe, en Aman telloe. Deze voeren een Korrakorevah vier Nadjos, zijn redelijk V2erdigh in hum ne dienfte, en doen belijdenis van den Kriften godfdienft. De koning en alle zijne voornaemfte Orangkays zijn ledematenvande gemeente. Zyzijri alleOlivas ,en ender andere deze: Lourenzo de Sylva , koning vari Soya. Anthonio Ahoefen, hooft van Kielang. hoefen. Kielang was een der voornaemfte Jeronymo Teholopoe , hooft van negeryen op de zuidzijde van't Lay- Oeritettoe, en Amantelloe. timorfe gebergte, niet verre van ftrant gelegen, hoewel niet gefterkt. Hative. Dicht onder deze negerye is goet water. Onder Hative ftaen de dorpen Omtrent die ftreeke groeien veele Taviery,en Hokkonahe, en Mardykka. nagelboomen. Deze dorpen ruften eenKorrakore vart Onder Kielang behooren de ne- vier Nadjos uit. Het zijn goede K r i geryen of dorpen Kielang yNakkoen ften ,vroome zoldaten, en veele vart Hattela. de hoofden komen ten avontmael des Omtrent des jaers zeftien hondert Heeren. De voornaemfte z i j n , dertigh was d' oude Manuel de Silva koning of hooft van Kielang: maer Lourenzo Markus, hoofe vx\Ha* droeg de regering aen zijnen oudften tive. Pedro Anthonio, hooft van Tavie* zoon over. Hy was een gezeggelijk en goetaer- ry. Lourenzo Mendos, hopfc van dighheer, en de tweede perzoonin konaloe en Mardykka. onzen landraet. Die van Mardykka of de Mardyk& Anthony Pays was patty of hooft kers is een parthye volk van d'overvan Nakko. Anthony Lopes hooft van Hat- geblevene Portugefen, en aridere gevrijde Hven, en beftonden des jaers tela. Alle deze waeren redelijke goede 1630 in omtrent 100 of 120 weerbare mannen, daer de ftaet van AmKriftenen, willighen wakker. \)oyna grore dienften van trok. Het warenyverigeentrouwe Kriften, zy Em. hadden een ongemene Korrakore vart Onder Erna ftaen de dorpen Van vier Nadjos, daer mee zy dienft deeOekorilla,Lewary en Routon lafary. den. Zy reeknenden zieh mede OlifyManuel was opperfte ofhoofe van vostezijn. Deoverfte wasgenoemrj Oekorylla. Anthony de Kofto. Sijmau hooft van Erna. Anthony hooft van Routon lafary, Hdlotl. Deze zijn verbonden een Korkore Onder Halou ftaen de dorpen Havan vier Nadjos ten dienfte van de tive-Kifchilefl, die redelijk bevolkt zijn. Deze voeren een Korrakore van heeren uit te ruften. Het iseen trouwilligen goet volk, vier Nadjos, zijnatie Kriftenen, raD 3 me*

o GEDENK WERDIGE, melijke zoldaten. De hoofden waren' d' Inwoonders van de orn dpe^lang en Liliebay zijn Olivas. genaemt: Deze zes dorpen leveren groote Diego Paty, hooft van Halon. menighte van nagelen uit: want omAdam Marano, hooft van Hatttwetrent het jaer zeftien hondert fcn derKitchil. tigh waren aldaer een groote meenighDeze waren met Olyvas. te van nagelboomen geplant , die vruchten begonnen te geven: en de Tonta. boflehen van nagelboomen groeiden aen malkanderen. Onder Touta ftaen twee kleine dorDie plaetzen leveren des jaers drie pen, Kapa en Chery. hondert Bhar nagelen uit. De over den waren : Aend' zuidzijde des eilants wierd Steven Terfera, hooft van Pouta. des jaers zeftien hondert zes en dertigh Manuel Lopes, hooft van Kapa. de voortplanting en bouw der nagelAndrea Pardia, hooft van Chery. boomen ernftelijk bevordert,en ieder huifgezin was belaft jaerlix tien booOettomary. men te planten , gelijk die oort daer zeer gelegen toeis. Die van Oettomary hebben zooby den lantvoogd Houtman, als Speult Daer wierden ook Kokus-en andere tot driemalen toe opgeftaen en ge- vruchtboomen door de inwoonders muit i doch zijn in den jare zeftien geplant. Kamariay Ser iwawan enKayrahondert zesentwintigh door denlantvooght Gorkum by den anderen ge- to zijn drie Alfoerifche dorpen, en legplaerft , en wiert hen plaetfe op den gen aen ftrant. d' Inwoonders houden zieh ten 'Paffb gegeven. Zy ftonden toen onder een hooft, dienftevanden ncderlantfchen ftaet, Don Pedro van Oettomary, die een en verfchijnen met eenen Orangkay trouw perzconwas, en droegen zieh by wijlen aen het kafteel vandeKomzederthunne herftelling zeer vlijtigh. pagnie.Zy hangen zeer aen eMardijHetis door den bankklotkvolk, en kers, en zijn alle heidenen en Olivas. Aen de hoek en in de boght leggen tamelijkgoede krijgsliuden. Zy oeffenen ook meer als andere onzen gods- vier dorpen, zhguelipapoety, Amafdienft,en brengenin de fchoolenmeer fee, CMarykque en Savoukque. Quekinderen, als andere dorpen. Zy ru- lipapoety rufte een Korrakore van drie ften een Korrakore van vier Nadjos Nadjos uir, en quam daer mee neffens de andere mer den gouverneur te uit, en zijn Olivas. Onder de Kompagnie ftaen ook de Pangaien. Amaee Cfrlarikque en Savoukque dorpen Our Jen, Lank, Wakkacfive> ruften een Korrakore van vier Nadjos en Ajfelou. De inwoonders daer van zijn alle uit. In hetdorp Amafee hadden tedier mooren en fterke mannen, ftaen onder d' Olivas, en hangen ten opzighte tijden twee jongekinderen van den 0 van deze fekte eenigzins aen kapitein rangkay hun verblijf, en den tijt van Hittoe: hoewel de Kompagnie d' op- zeveh jaren by den gouverneur als gyperhoofdige bezitting aen haer hout. zelaers gewoont. Deze twee borften Deze twee dorpen ruften, ten dienfte hadden de regeering van de gemeide van de Kompagnie, eene Korrakore dorpen aen zieh genokken, en fcheenen iet goets, onder behoorlijk opvan vier Nadjos u it. Onder de Kompagnie ftaen ook de zicht, ten voordeel van de Kompadorpen Alang en Ltllebay welker in- gnie , te zullen uitrichren. Op Amboyna leggen veele zeer hoo- n woonders Kriftenen zijn , uitgezondert drie o f vier huisgezinnen op A- ge en fteile bergen, Gnnen in de raele Go des lants genoemt, die met bronnen lang. Her is een goetwilligh volk. Over Alang was Salvador, van zeer zoet en klaer water bevochen ever Iftllebay Baftiaen Kaftan- tight worden, en op de toppen verfcheide dorpen hebben leggen. go ,P aty o{ novit. Tuf3 i i s } 9 Befge ncu

L A N T R E I Z E . j i Tnchen enop deze bergen Jeggen I zoo die veroudert is. Zy wort byn ook fchoone wandel - piaerfen, en , door de zelve middelen genezen, door meeft onder fchaduwnjke boflehen, j de welke de Spaenfe pokken, verftoplngs bequame paden. ping der milt, en waterzugr genezen In rijden van oorloghdienen zieh worden: te weten, met het kookfel van d* inwoonders tot fchuilplaetfen van den wortel Izina, Sarzapari, en deze bergen: naerdien die door hunne Guajakum: en met fterk kamergang hooghte en fterkte bezwaerlijk voor te maken. den vyant tegenaken zijn. H et eilant van Amboyna is tamelijk ^ ^ Men heefYereen klip, cTOliphants vruchtbaer. Daer greeit veel Milie, eam:. klip by d' onzen, van wegen zijne gro- geers, tabak, kokos - noten, patatas, te en geftalce, genaemt: daer voorby pinang , oranjeappelen , limoenen, een beke met zoet en klaer water als citroenen , zuikerriet, bamboesriet, kriftal uit de hooge bergen komt ftro- en meer andere vruchten. men, en op de groene vlakte neerftorOp zommige plaetfen groeien ook ten. notemuskaten, maer weinigh, en ook Na deze klip gaet men menigmael zoo goet niet alsop het eilant Banda. vermaeks halven uir wandelen. Ook waflen in 't wilt'Jgeen notemusbn?efon- De lucht is 'er ongezont. kaetboomen; maer wel in de tuinen iciucht- Ophet eilant van Amboyna en an- i hierendaer. dere Molukfe eilanden woet onder de Men heeft'er allerlei flagh van vee; inboorh'ngen en vreemdehngen een en inzonderheit herten ,verken,en veel zekere lant-ziekte , die door hae- vifch: re toevallen de Spaenfe pokken zeer Maer inzonderheit is Amboina gelijkis, waerom zy byd'onzenook vruchtbaer van geroffel , o f kruitnaged' mboynfe pokken genoemt wort: len, die aldaer Welig in'twild groejen. hoewel hier in het onderling onderDe nagelen woiden alzoo op fcheic beftaet, dat deze ook gemeen- Neerduitfch van wegen hunne gehjk zonder bekennen of byflapen van ftalre genoemt.; dewijl zy boven eeri een vrouw ontftaet. ronr getant hooft hebben , als een In het aengezicht, armen en beerien fpijker, en onder fmal,als een platte ja door ganfeh het lichaem komen bui- botte fpijker , toe-loopen. Anders lenofgefwellen,en in zulken menigte, worden zy ook Geroffel - nagelen als exteroogen cn wratten in handen genoemt; Welk Geroffel miflchien en v oeten hier te lande Zy zijncerft een gebrken Griekfch woort is:wanc hert, daer na fchirreus: maerbyaldien de Grieken noemen een kruit nagel zy aen het fweeren raken, dan geven Karyophyllon, dateigentlijck zoo veel zy een taie en hjmige ftofte uit hoe- geZeit is, als Noten-blat. wel zoo fcherp en bijtend, dat daer Opde Moluckfeeilanden worden door diepe en holle fweeren t'onrftaen dezelve kruit-nagelen Champe of^ met eeltige en omgekeerde kanten, Chanpe, en op het eilant Java Sjanke, ' komen. en op Malaytfch Synken oiTnka, Het is een v u i l , fchendigh , enle- en by d'Arabieren , T r k e n , Perfial'jk quaet, en komt met de Spaenfe nen,en meefte Indianen Kalajur gepokken over een: behalven daer zoo noemt. groote pijne nietby is, noch zoo licht De boom, daer aeh deze kruit-naeenebedervingin'r gebeente ontftaet. gelen groeien,loopt met zijnetakken* Dit gebrek ontftaet inzonderheit die dicht regen malkanderenuitfpruiuit eene byzondere kracht of aert des ten,als een pyramide boven toe. Hy is hemels en des lants : als ook uit de omtrent zo groot als een kerfleboom, lucht, die met ziltige zee-ckmpen be- en heeft de gedaentevan eenen groofmet is: daer eh boven uit het veel ee- ten laurier-boom, en ook ten naeften ten der zeeviflehen, en koeken, Zago by zlke bladen, cn aen den dam een genaemt, als ook uit het veelnuttigen baft of fchors , als d'olijf-boom : te weten, asgraeu van kleur. van den drarikSagwweer. Door de bladen loopt een dikke Indien deze qule verfch is, zoois zy licht te genefen, maer moeielijker, ribbe, waer uit vele zenuwen, maer wat
ert

Z E E

en

$i G E D E N K W E E R D I G E wat fmalder, fer zijden uitfchieten.Zy De nagelen worden eermael des zarten by wijlcn een alJeen : maer ge- jaers grplukr; re weten, v r half meenelijk veel in getale by malkande- Herfft maenf, of begin van Wijn- tot ren, aen langachtige fteeltjes; zijn | Sprokkel-maenr: welke njt aldaer de aen de toppen der takken purpur van | befte zomer-tijt en tijd'ghfte faizoen kleur, en geven een byzonder fchoon j enaengenaem gezight: maer zijn anEen gedcelte wort met de handen ders herten donker groen, zygeven, ! afgeplukr, en een gedeelte mer een tuflehen de handen gewreven een I lang riet,of met een fl< gel, aen cen fterker reuk als de nagelen zelfs: ge- touw gebonden, afgeflagen. Maer Iijck ook hethout van de takken na deze laefte wijze van doen is de veinagelen ruikten fmaekt. lighfteniet: naerdien daer door, inD'einden of toppen der rakken dien men niet voorzichtigh tc werk eindigen in vele dnne fcheurjes of gaet, de eindeft efer fcheurjes gequeft fteeltjes: aen welke fteeltjes knop- worden: waer op des volgenden jaers pen of botten groeien, daer uit vele een fchrale oogft volghr, hoe vruchtbloemen fehieten, tien, r wintigh, en baer dien het faizoen ook belooft. meer byeen. Wanneer de plukking gefchieden Ten leften waflen de knopjes tot zal, zoo worr de gantfehe gront onvruchten, die in het groeien zeer tai der den boom uitgewiet engezuiverr, zijn, maer hert, wanneer zy vol waflen om d'afgeflage nagelen destebererre zijn. Lerft zijn zy groen,daer na roor vinden, en niet ondtr degroenteover of bleeckroot van kleur, als wanneer "t hooft tc zien. de boomen zieh toonen, als of zy met De nagelen, die aen den boom blijfchaerlaken bedekt waren, zoo dat ven.zwellen en wordtn.bolcndikin men dan gene bladeren byna kennen het rijpen, en veelgrooter alsd'andekan: dat een iuftigh gezicht geefc. ren: maer onbequaem om tor het daZy bloeien eerft wicachtigh, byna als gelijxgebruikgebezigt te wordenen kerflen, en elk blaerje van de bloeflern zijn hierom by d'onzen ook niet bcis met drie ftrecpjes onderfcheiden. geert. Dan worden de knoppen groen, einDes volgenden jners vallen die van dehjk root of ros-bruinvan kleur, en zclfs af, cn werden, fchoon zy zoo daer n a geelachtig of geelachrig zwart. aromatijk van krachten- niet zjn, Zy hebben de gedaente van een botte en onbequaem om djghelijx gebcfpijker of nagel, boven aen de kop zightte worden, m waerde gehouden, met een kleine uitholling, daer een en in plaetfe van zaet, tot Voorplanront dopje in zic, dat'er bchtelijck af ting van andere boomen , gebruykt. gaet en bros is. De nagelen zijn an- Hierom worden die nagelen de Moeders hert van ftof, en zoo licht niet te der der vruchten, of Moer-nagelen breken. Als'er meer bloeifel als bla- genoemt. den aen de boo m z ij n, is het een teken Eenigen dier nagelen,dewelke van van een rijpen ooghft van vruchten. de boeren over \ hoofe gezien zijn, De bloemen neken veel geuriger en op d'aerde van zclf afvallen, worby helder en droogh weer maer telen fehieten, groeien binnen d'aght minder by regenachtigh \fleer : waer of negen jaren tot een volwaflen boom aen ook de meerder en minder op, en geven vrughten neffens d'anvruchtbaerheydt hangt. Want in een dere: maer evenwel geven dejonge droogh faizoen worden dikwils meer fcheuten, die om het tweede of derde vruchren als bladen getelt hoewel jaer verplant worden, overvloediger ook in een goet fayzoen alle de boo- vruchten. men jaerop jaer niet even vruchtbaer Men zeit de nagel-boomen honzijn : wantom het tweede of derde, dert jaer in'tlevenblijven,eer zy uiten zomrijrs om hetvierde jaeris deze gaen. vruchtbaerheyt minder, als of de De verfchgeleze vruchren zijn rootboom dan zijne krachten weer verga- aghrigh ,en een weinigh zwarrachrig, . derde, die door te milde vruchtbanng die dan, om geheel zwart re worden, uirgeput is. gedrooghe en gerookt, en om voor de wurflla is y

I E E - en L A N T - R E I Z E. wurmfteking bevrijt te z i j n , een wei- nagelen, door kracht des Vuurs, met nigh in zee-water geweekt, en weer een heim* een water, ofgeeft, die wongedrooght. derlijk zoetvan reuk, en door een Aldus toeberek, om te verduuren, zonderlinge kracht den gebreken der worden zy op hoopen geleit, endan herflenen dienftigh is. Inzonderheit t'fcheep gebracht, en na alle geweften is die tegen zekere lamheit, Beribery des werelts vcrzonden. genoemt, dienftigh. Daer de nagelen aenkomen, worT o t het genezen dezer qulen worden zy gemenelijk van hunne fteelen den ook de verfche nagelen, klein gegezuivert, en die afzonderlijk ver- kerfc, en in zuiker ingeleit, dienftigK kocht. D'onzen noemen die freien gehpden. Uitdenagelen,en felfsook Nagelgrujcn de Portugezen Baflon. uit de bladen, wort een krachtigeolie De nagelen zelfs zijn zeer heet en gerrokken. De nagelen, in melk gedroogh, bitterachtigh en fcherp van 'kookt, verwekken de luft van byflafmaek, zoo wei de groene of onrijpe pen. Zy verfterkenhet herten ingeals rijpc, maer inzonderheit de ge- want,'en maken, gekauwt, een goedert drooghde. aeflem. Z y wordeh ook verlch ge^ Zy fchijnen uit overvloedigegom- zulr,en totgebraet gegeten, om de luft aghtigeenvuurige deelen te beftaen; tot eeten te verwekken , en zijn dari en hebben een aentrekkende en ver- .zoo heet niet. drogende kraght: als blijkt uit het Voorname luiden maken ook eck volgende: van nagelen, met de groene nagelen in Wanneer d'Indianen de nagelen zul- eek te leggen, die dan zeer duurzaam lenverkopen,of de gekochte leveren, is, en,om over de fpijze redoen, ende zoo Hellen zy gemenelijk in de nagel mage te verfterken, en hare tering t fchuren of pakhuizen een groot vatof bevorderen, groote kracht heeft. bak vol waters, dat in'tkort^uitwaef- D'Indianen noemen die eek Atzjdr. femt,en in de nagelen trckr,en die verNoch is'er een ander flagh van ha- Konings* zwaert, tot merkelijk gewin der leve- gelen, hoewel byderi gemeinen man s raers; ja men vindt de nagelen by na niet in gebruik, dewijl die raer en zeer zoo veel verzwaert te zijn, als'er water dier zijn. Z y worden by d*Ihd/anert bygezet is. D'onze Hellen ook dezen Tfinka Papoua genoemt, dat f o o veel vonr van de nagelen te verzwaren, dik- gezeit is, ahgetande of gekrulde nagewils in't werk. len : hoewel men hen beter geairde Zooeenigen meenen, zou de kracht nagelen zou mgen noemen, van wevan de nagel-boomen door hunne gen de gelijkenis, die fy mec een koornhitte de voght des lants der maten na air hebben, en dewijl zy uit d'opperfte zieh trekken, dat geen groente daer op fcheutjes der takken, als de koorn-aiwaflen kan: maer het is cen groor ren uic de halmen, fehieten. misverftant: naerdiende boeren zelfs D'onzen noemen die Konings-nadegroenreuitwieden,om den gront gelen, dicwtjlze by de Molukfche kofchoon te houden: teneindede boo- ningen en grooten , tot waengeloof men des te weeliger zouden groeien, toe, in waerde zijn, doch niet OO zeer tn de vrugten na het afflaen te vinden omde fmaek enwelriekentheit (hoezijn: hoewel eenigen ook doeken of welfcydie boven andere uitftekender klceden in het afflaen onder de boo- hebben) als om hunne byondere fatmen fpreien, om de nagelen te kunnen foen, en ongemeene raerheit: want vinden. men zeit , dat tot noch toe niet meer En alhoewcl de nagel-boomen om als eenof twee boomen, die zlke nahunne vruchten alleen aengequeekt gelen dragen, gevonden zijn, en nerengeacht worden, zoo is evenwel ook gehs als op het eilant Makjan alleen: in de bloemen, bladett, takjes, ja in en ook eer eenige nagel-boomen op de gom, die de boomen itzweeten, dat eilant uitgeroeit waren. een aromatijke kracht,en dezclve verD'ecn dezer boomen is grooter als ftrekken artzenye. d'ander : maer beide de gemene naD'Indiaenfcheen Portugeele vrou- gel-borhen gelijk, irgezeit in hoogte, wen trekken uit de groene bloemen en Ook zijn de nagelen zelfs veel grooter E als
na e,en;

54 G E D E N K W A E R D l G t als de g e r n e , en van cen ander.fat- |fmaek,enaengenaemvan reuk: mae f&cn, als uit de nevengaende af beel- wort daernae heel droogh en hert, ding te zen is. Maer in fmaek , reuk blinkt in het breken als glas. Zy menen kracht verfchillen zy niet vanelk- gen ook 't meel of de fijnft gerafpte Zagott met war waters in een bak, en laanderen. Op het eilant Zeilon groeien ook ten het zelve eerft opkooken, als witte nagcl-bomen in't wilt, maer gcvin ge- pap van boekweiren meel, of bloem pap van tarruwen meel: daerna fteken ne vruchten., Men z.ek inoude tijden de nagelen of duwen zy in die pap het zap van by de Molukfe volken van gene waer- een verfche limoen of twee , en roede waren,ter tijt toe de Stnefen aldaer ren dit t' zamen met een ftockje om. aenquamen diehetgebruik der nage- Deze pap heeft een aengenaemeen len van deze eilanders leerdcn,dcwcl zeer verkoelende fmake. Z y ecen ke door hen in groote menighte na j^dezepap met een ftockje, dat zy in de hun lant, en van daer na Indien, Per bak fteken,en draeien het zelve om,en fie, Arabie, en andere geweften ,ge- om, zoo lang als 'er genoegh van de voertwierden. * bry ,die zeer hjmigh en tai byna als O p d'eilanden Ternate* Makjan, terpentijnis, aenbhjftzitten: dan fteMoticr, en Batsjan groeiden eerrijt ken zy dezelve met het ftokjenadert overvloedelijk veel nagel-boomen i, mont, en nuttigen die alzoo. i? maer zijnnu geheellijk daer van ontDeze boomen, inzonderheit de jonbluot: want d'onze hebben die door gen, waren ook getijffert, dat is, zijn de koningen dier eilanden, volgens vocht afgetapt , even als de kokosverdragh, voor een ige jaren, doen uit- boom: want aen den top wort een van zijne befte ftronken afgefneden , en roeien. Op Amboynagroeiteenwildepalmdaer aenfen ftuk van een hol bamboes Wilde palmof boom, ofZagfiubocm, en anders Pa- riet, (gelijk dat daer te lande in plaetfe van vaetjes, tobben, emmers en knriZ.igou- pedo genaemt. Het gewai of loof van dezen boom ken gebruikt word) gehangen: daerin hoom. heeft de gedaente, gelijk alle andere dan binnen krten tijt uit dez?n uitgepalm- of kokosboomen ,en de bladen houwen tronk van den Zagoubcom hangen ten eenige neerhangende tak- een groote meenighte van honighzoete ken, zoo andere fchrijvcn , maer is Vocht vloeit,die cigenttykZagouweer wat wilder en oncierhjker om aen te oiZageweer genaemt wort: maer hy zien: d'onderftetakken vergaen by wij- is warwreder, als het zap of de drank len, en hangen by denboom neer. Hy van den kokusboom. geefc geene vruchten, als het geen Op Amboynawoti deze drank ge* men hem met kunft onrrekc. Hy heeft meenelijk met een bitteren wortel^ flechtseene vruchtj doch die niet ge- dien zy met een algemeenen naem op 't brckt wort. Malaitfch Oubat noemen, gemengt, d' Inwoonders maken van het p i t , om den zelven des te langer goet te dat in de jonge boomen zit, hun broot. houden: want anders wert de zoete Te weeten , aen den oppfrften top Zugowweer, na verloop van krten groeit een dik hooft of bol, in vorm t i j t , zuur als azijn: daer voor zy dan van een fluitkool, in wefkers midden ook gebruikt worr. Men brant 'er zeker wit meel z i t , dar eigenttijk Za ook door kracht des vuurs Arakvza. gote genaemt wort, gelijk het brood, Deze Zagouweer is de gemene drank dat d'inwoonders daer van maken,i?<2- in alle herbergen daer te lande, en koft goumanda. Eenige willen dat dit Za- hctglasnauwlixeendobbelfje. gou niet andersfcy,als het binnenfte geDe Zaagbweerfto veel gedronken tzfptehout der Zagou-boomen. y is kouten fchaedlijk aen de zenuwen: mengen of bellaen dit meel met een inzonderheit als men heet is: dan weinigh waters , laten herftaenrrj- moet men dezelve fpaerzacmgebrui- zen, en zetten het dan in zekere fteene ken: anders volgt 'crdebuikloop, en vormen te bakken: daer zygloeiende een flagh van beroertheit en lamheit koolen rontom en boven op leggen. o p , die men daer te lande Benberi D u verfch broot gegeten, iszoet van noemt; waer door veele van d'onze Heek,
r e a

Z E E en L A bleek,misvervig,en ngezont uirzien. Zoo vruchtbaer Zijn deze boomen van dien vocht, dat een in den tijt van vier en twintigh uuren meer als dertigh kannen Zaeghwetr kan uitlcveren. Ophet eilant Java wort zomtijts van d' inwoonders hier en daer een Zagou boom ge vonden, dien zy tijfferen: maer de drank wort in Baravia, zoo veel my bekent is, niet gedronken. Zeker Javaen vond omtrent drie uuren in het bofch dezen boom, dien hy getijffert had. Men rrckr de voght uit deze boomen, zoo lang als ze vergaen: en daerna weder uit anderen. In her wilt op Amboyna zijn boomen, die alle etmael zoo veel Zagou* weer geven, als een man op zijne fchouderen kan dragen. Onder het eilant v n Amboyna behooren eenige andere eilanden, daer omtrent gelegen: als httgroot land van Ceram: d'eilanden Mampa,Quelang, en Amblau. wm'flm- " et eilant Ambeyna beftaet uit twee b o y n a verfcheide ^ewellen: daer van heree*"* ne de Kompagnie in eigendom bezit, en het ander den koning van Ternate toekomr. De Kompagnie bezit in eigendom het lant Laitimor, en daer ophet kafteel Vittor\a\ een Houtwerkjc op denroodenberg Wantrou, en opde 'Faffo van Baguale de red uit J^ddelborg: als ook drie nageln jke eilanden , Oma, Hanomoa, en Nau/alaut, als ook de ganfehe kuft van Hittoe : en d^erop de reduiten, Amerdam,op Hila: Rottet dam, op Lavike: en Leiden,opHitoe en Lamma: en verfcheide Houtwerkjes opOurien , Lebelehn, Ceit cn IVay. De koning bezit de buiten en binnen kuft vx\Ceram, d'eihnden Amblau, (JHampa, Bonoa en meer andere. vfia Vioria (daer de meeftemiddelcn van de Kompagmevan dienoortin bewaert worden} leit vijf tuiren lande waeitsMn, is met vier fterke bolwcrken gefterkt , en met een gracht omringt: het is alt*jt met fterke krijgsbezetcingenenallerleie behoef ten verzien. In de gracht van hec kafteel onthieldzieh vecltijts een groote krokof H c t k a f t e e l

N T R E I Z E. 37 d i l , die de ganzen cn andere watervogels (daer de heer Huftard cen lief* hebber van was_) voort wegh fnapte. Wy bezetten , om dat fehadelijkge- droght te vangen, de uitgangen mec een deel zoldaten, en andere, die met ftokken in de gracht traden om hem op te zoeken, doch konden hem in lang niet vaiden. Ten leften fchcot hy metzulken geweit op den Sekrttaris van Hullard aen, d e mee in de grachtgetreden was,dar hy niet wifte, hoe hy zig bergen zon: maer clk fchoot toe, cn vielen den krokodil met ftokken en hantfpaken zoodamgh op het lijf, dat zy hem met geweit overweldigden , en zoo op het lant fleepten. Hy was geweldigh dik en groot. Buiten het kafteel woonen verfcheide vrye luiden, Zoo nederlanders, als andere volken, cn ook eenige binden. Binnen en buiten her kafteel ftaet eene kerke, daer in Maleitfch en Duitfch gepreekt wort. d' Inwoonders of Amboynezen zijn Wezen; olijfachtkh uit den zwarten van ver- , We. AmboyDe mannen hebben groote kncvels, en weinig baerts, en een kleet je flechts om het lijfgeflagen, dat zy om de lendenen toebmden.. 1 De vrouwen hebben het hair geeftig in knoopen gerolt. Die een doghter trouwt, moet den vader gelr geven. Zoo de doghter niet zwanger wort, is het huwelijkaf. d'Inwoonders waren voorheen een wilt en woeft volk , en menfeheeters, en heidenen van godfdienft. 'Maer heden zijn de meefte Mahometanen; hoewel zigh daer ook eenige Kriftenen bevinden, die, zoo door de Portugezen tot hetRoomfchgeloof, als door d' onzen tot den Hervormden godfdienft bekeert zijn: welk eerft zy aldereerft des jaers vijftien hondert zeven en veertighontfingeli. Men - had eerrijts op Amboyna veertigb Roomfgczinde Kriften negeryen of dorpen: maer desjaerszestien hondert cn cen niet meer als acht. d' Onzen hebben nu in alle dorpen fchoolen, om de jeught te leeren lezen en fchrijv* n, en in den hervormden gudfdien It t'cn Jerwijztn, cn beke: en. h 1 d'Amaer tCB zen

G E D E N K ? E E R D I G E d' Amboynezenis een ftout en on- na de Moorfche'plaetfen, als Hittoe, vertzaeght volk van aert, doch be- Lothoe, en Cerarn, om de vryheit der drieghachtigh en meineedigh in al hun Moorfche zektete genieren ,enmet handel en wandel,enden belle niet veel de minfte laften bezwaert tezijn. Desjaers zeftien hondert zesendertebcrrouwen. Zy zijn uit denatuur digh wierden aen kapitein Hittoe, op traejjhen ongenegen tot het leren van zijn ernftigh verzoek, drie of vier Sigoede zeden, en willen liever dorn fterven, dan urt eigen drift zieh tot nefenvergunt: mitsdat die, als d'andere, de laften cn bezwaringen, aen hedzameoeffeningenbegeven. Zy gebruiken zeker vaertigh ten den Ncderlantfchcn ontfanger op oorlogh, Korriikoren genaemt, die zy Amboyna, opbrengen zouden. Aen ieder van eenige dorpen, die ofroeie. zeer fncl met * pagayen weten vbort onder de Kompagnie ftaen,wiert op rezecren. Deze Korrahren hebben gelijke voorwaefde een Sineestoegede geftalte van eenen draek. De voorfteven verroontde kop, en d' achter- ftaen, omhun met Arakte branden te geneven. ftevende fteerr. Alzoo ontrent het jaer zeftien honDaer is ook zeker ander klein vaerdertzesen dertigh de flaven der burtuig, Faros genaemt. De hnizen zijn'er van Bamboes- gers dikwils met quaetaerdigheit, of rict,en Za.mweei boomen gemaekt en door fnoo beleit der Mooren, na de Moorfe plaetfen verliepen, cn hec bcdek'r. Zyflapenop ledekanten vanBam- lant daer door van volle ontblooteo, boefen gemaekt: ofook wel op een zoo hebben d'onzen daer tegen van tijt tot tijt verfcheide plakaten, om matje. De wapenen der inwoonders zijn het overloopen der flaven te belerten, Wapen- pijl en booge, hantpieken, aiTagaycn, uitgegeven : ja hebben eck eenigen zabels , rondaflen, loncroers, en an- daerover met de doot geftra t: het der fchiet geweer: al het welk zy met welk onder d'andere grote fchrik vergroote vaerdigheit hanreeren. Zy oorzaekte, en namaels in langen tijt weten ook wonder wel met worppij- niet gefchiede. Op Amboyna woonen ook zekere len, daer een weerhaek aen is, om te volken, Mardijkers genaemt, die vrye gaen. Daer en boven gebruiken zy ook zwarte Kriftenen zijn. Hec gerecht wert'er by d'onzen ^ . fpattenten oorlogh tegen hunne vydoor drie Vergaderingcn beftierr en kmfebeanden, daeruit zy met kleinepijlrjes, voor met een vergiftighfeherp, fpat- bedient, te weten, door den krijghs-J|"f ^. ten , cn daer mec gevaerlijke wonden raet, burgerlijken raet, en weeskamer, na. maken ,en de menfchen haeft omhet die ieder op verfcheide dagen zitten. De krijgsraet vergaderde des Maenleven helpen, indien het vergif niet daghs en Donderdaghs. Daer in buyvoortuitgefneden wort. d' Amboynefe vrouwen zijn boven tengewonelijk de gouverneur, opAert vronv\- mate geil en onkuifch, en gebruiken per-koopman, koopman, kapitein, veele middelen om de Kriftenen tot licutemnt, een van de ervarenlte ferhareliefdete verwekken. "Wanneer zy janten,en defekretaris verfchenen. In het tegendeel bemerken, en tot haer dezen raet wierden door den Fiskael ooghwit niet knnen komen, tzy het befchuldigtente recht getrokken,in man volk haer verlaet, ofeen weerzin 'talgemeen alle de Suppooften of Bein haer krijght, zoo weten zy hen hei- dienden vandekrijglisbezettingemen melijk eenigh vergiTin te geven , daer aenhangvan dien. De burgerlijke raet verfcheen binzy langzaem aen gaen quijnen, alsof zy berovert waren, zonder hun l u f t nen het kafteel, enljeftont u t vier naemacls met eenigh vrouwvolk re dienaers van de kompanjie, uit vier kunnen volbrcngcn: voor al eer zy voorname burgers : uit vier of vijf door het zclffte vrouwvolk onttoverr Orangkays van den hnt-raet, nagelezijn. gentheic: uit twee fekretarifen, een Qp Amboyna woonen ook vele Si- Nederlander en een ingeboorne; uit nclen: doch die vertrekken bywijlen een Amboyneefche en uit een Nederlantfc 56
r Ne r b J

Z E E- en L A N T R E I Z E , 37 lantfe bode, om ieder te bedienen. gen , onderlinge twift of tweefpalt In den zelven raet had d'opper-koop- ontftaen. mandeskafteelsdevoorzitting. Voor Wanneer nu die van Makatit in dtze veigadering wierden, onder vo- krachten tegen de Warneleters niet op rige geetkeuring van den gouverneur, mogten , zonden zy heimelijk aen alle burgcriijke, lijf-ftrafbare en lant- koning Babou eenen gezant, met ootzaken afgedaen, zonder dat iemant moedighverzoekvan henbyftandte van de dornen maght had, eenigh by- willen doen ,en van den overlaft der zonder recht buiten deze vergadering Warneleters te willen bevrijden. De t'oefcnenofplegen. koning ftond aenftonts hun verzoek De lant-raet of Orarrgkays van de roe, en vaerdighde derwaerts af Hamakamer, dewelke beneffensden Gou- rou, zijn njksraet , met een fterke verneur en Ed. Raden, raeiflagerj krijghsmacht van volk en Korrakoover tent-zaken, uirrufting van Kor- ren, die in 't kort op de hoek van Sarakoren, en beftier van voorvallcnde ragt, een kaep tuflehen Erang en Li zaken , tot afwering van den alge- dy, ten anker quam. meenen V3ant , zaten in orde als d'Inwoonders van Kdmbeo (die volghr: hun beneffens d' inwoonders van EAndrea, koning van Roenive. rangen Lyfidy ook onder de gehoorManuel, dt oude, koning van7- zaemheir. van koning Babou begeven lang. hadden,en vyanden van deMakatiters Laurens de Sylva, koning van geworden waren,) rieden den War* nelerers Samarou metgefchenkenteSvyi. Simaon Erna, hooft van Erna. gemoet te gaen, en door dat middel Lourenzo Markus , hooft van Ha- zijne gunfte zoeken te bejagen. Hierop vielen de Warneleters en Samarou tive. 'Diogo Taty Hattoe , hooft van gezamentlijkin het lant van de MakaHalve. titers,taften hen vyantlijkaen, enoAnthony de Koa hooft v,an Mar- verwonnen hen eindelijk. Dan hier dykers. mee hield zieh Samarou met vergeDon Pedro, hoofe van Vettomoery, noegt, maer heeft ook alle d' omlegSalvador *Paty Alang, hoofe van gende eilanden onder gehoorzaem xjilang. heit van zijnen koning gebracht. Siman Baguala,hooftvzn Baguala. Indierwijze heeft dit gewift door Joan Barkabtffie , hooft van Way. inwendige twift en tweefpalt zijnen Steven Tercera, hooft van Pouta. vrydom verlooren. Pedro Anthonio,hooft van Taviery. Samarou, zeeghachtigh in zijniand Fernando Latoehalat, hooft van te rugh gekomen, wierc door koning Ii \ai ve. Sabou treffelijk onthaelt, en zijn zoon kmtT k ' gsntfch eilant van Amboyna Robohongy, tot loon van zulken ge<JTe" ft tm oude rijden onder een byzon- denk weerdigen zege, met den tijtel dereh en eigen koning: maer is namaels van Salahakkum, datis, ftedehoonJ.er dien van Ternate vervallen, der over die gewnne landen, ver* by dezegelegentheit, volgens verhael heerlijkt. der inwoonders. AI tc vooren was hem detijtel van Voor eenige jaren heerfchte, met Kimelahatoegevoeght, dien ook zijde tijtel van koning, over Ternate, ne navolgersin het ftedehouderfchap, zeker Babou, zoon van Cheiroen Dia- hoewel oneigentlijk , aengenoomen melou. Deez had allereelft in dat ge- hebben: naerdien Salahakkum, en weft het Mahomctaqis geloof aenge- niet Kimelaha, in de lanttacle eenen nomen,en was daer door in grote gunft ftedehouder betckent. by de Moorfe papen geraekt: waer- Na de doot van Robohongy volgde om zy hem jfeoch heden in hunne gc- zijn outfte zoon Adjahem in'tftadbeden gedenken. houderfebap, enna Ad ja zijn broeder Midlerwijle was tuflehen de nege- BafliFrangi:na hem fijn broeders zoon ryen of vlekken Warnalete en Maka- Sabadijn,naSabadijn Louhou, zoon tit, in het gebiet van Warnoela ge!e- van Adja,dieom zijn fnoot bcdi ijf, en E 3 trouw7 } 1 e t n

G E D E N K f E E R D I G E ?8 vaertuigen van d'eilanden Java, Ban. trouwloosheidt onthalft wierdt. Daer nadrongLeliatte, zoon van da, Makafler, en A mboyna op de M o . Bafli Frangy , zonder toeftemming kikfe eilanden, om nagelen tehandedes konings, zieh in hec gebiec des len en in tekoopen. Galvan des verftadhouderfchaps , hoewel die ook witright, fmeec , ten einde dor de den gangh van zijn voorzaec volgh- aenkomfte van die fchepen de koopde, en eindelijk gelijke ftraffegeboec handel der Porrugezen niet zou geheeft. ftoort worden, op vijfentwintig KorAldus quam Madira, zoon van Sa- rakoren niet meer als veertigh Portubadijn,rot hetftarhouderfchap,diede gezenen omtrent vier hondert hulpelingen. Mec deze krijghsmacht trok zevendein ry der ftadhouders was. De Kompagnie zelve heeft mec alle Jakob Lupi Azevedi, opperhooft der magt by Hamfia, koning van Ternate, Molukfe zee, na Amboyna, den vyMdiras verhefHngh rot hec ftad- ant tegen. Het gevecht wiert zonder houderfchap zoeken te bewerkenen eenigh vertoeven aengevangen ,en de bevorderen , tot vergelding van de Indiancn met grooten neerlaegh op goede genegentheden, daer mee zij n de vlught gedrevenenyerjaeght. Eevader haer geduurigh bejegenc had. nige jonken vervielen in handen der Maer wie zou gedaght hebben, dat de Portugeezen; daer in veel groot gezoon , gefprooten van zulken eer- fchuts, een groote meenighte van pijlijken vader, zoo trouwloos ja zoo len, en niet weinigh gelts gevonden bloedt-dorftigh van inborfl: was? wierr. Wanneer d'overwinnaer Azevedi Wanc deeze Madira , uit het oudt Madira huisTomogolo gefproar$eri , (daer de de fchrik wijt e n z j t onder d'indiaenvalt van rijxraet Samarou d* eerfte ftam van fche eilanders gebraghe had , voer hy den ko- was) en ftedehouder over de gewe- daerna lngs de kuft van Amboyna, ning vanften des konings van Ternare, in Am- en fteldeallede aenzeegeleegene volTernate boyna , viel des jaers zeftien hondert ken , 't zy met wi. of geweit, onder het af. en vijftig den koning af, en nam de vef- gebiet der Portugezen,en veranderde tingvan Anblauw, Manipa, Liflidy, denftaetder regering. Na eindelijk Azevedi zijn werk na klein Hatua, Aflahoudy, Laala en Nouflatelo, doorhulpe en byftant van wenfehuitgevoert had, voer hy mec d'inwoonders,in,roofdedegoederen, grooten luifter en glory weer naTeren deed omtrent honderr en tachen- > nate, van waer hyafgeftekenwas. tigh dienaers van de Kompagnie om ZedertdedendePortugezen, wan'tleyenbrengen. neer zy van Malakka na de Moluken Ze"ker Joan Pais, hoofe van de ne- of van daer na Malakka overftaken, 'c geryeyan Hatuwe, Tawiro,en Hou- eilant van Amboyna altijt gemeenclijk konalo, omtrent het kafteel op t^Am- aen ,om water te halen. boyna gelegen, had mee, na het gergt Des jaers zeftien honderc en drie door ganfeh Amboyna hep, aen den wiert Amboyna door d' onzen ingeafval gehouden, en dienhelpen fme- noomen , en den Portugeezen afhan< den, dien de prefident Simon Kos (den digh gemaekt: daer op zy grooten welken, byafwezen van Arnold van buit en oprloghstuigh bequam. Outshoornde Vlaming, heegebiecin De Neerlanders hebben nietgaerne Amboyna aenbevoolen was) cotvoor- hunverblijf op Amboyna, alzoo het komen vangevaerlijker onheilen, bin- een fchraele en zobere oort is. nen het kafteel op Amboyna in gijzeN a wy dan den derden vanBloeilingdeedftellen, tot dat de Vlaming maent van Arfiboyna,gelijk verhaeltis,zipagdaer zou verfcheenen zijn. Hier uic waeren t' zeil gegaen , quamen wy oneftonteen langduurige oorlogh. voorfpoedeli jk, den negen en twintigAmboyna Heteilancvan Amboyna wert door ften der zel ver maent, voor Batavia op hoedoor de Portugeezen in het jaer vijftien de ree. * de Porta j..,.* * I i * . Na het uitleveren van onzen laftj gezen i honderr zes en veerrigh opdezewij- bequam ikorde,om met het fchip ^ genoo- zc ingenoomen. Wanneer Antho- chilles , daer fchipper Jan van der nis Galvan opperhoo/t van het eilant Wcrvcn op was, na Japan te gaen. Ternate was, voepen veele jonken of Wani

Z E E - en L A K T R E I Z E , $4 Wanneer het fchip vervaerdight en' was, die met my in Zina geweetten met alderhande koopmanfchappen altijt goede vriendfchaponderhouden voor dat kantoor geladen was, nam had) wiert door de fchrikh jke baren ik mijn affcheit van de Hooge Regee-j met volk met al in een oogenbhk ver^ ring, cn ging den achtentwintighften Hunden. van Hooimaent wederom t'zeil, on- j W y waren .ook in geen klein geder de vlagge van den Heer Jgn van vaer van re vergaen, doch God beder Laen, die met vijftien fchepen na ' waerde ons: maer wy raekten van Tey wan ging, om de ftat Makao (die j malkanderenen zeer befchadight. Na dat deze vervaerelijke ftorm treffelijk bevolkt, en met meer als zes hondert zoldaten toen bezet was) wat bedaert was, deed ieder zijn beft, te veroveren, en op Koxingas aenfla- om met d'ontrampaheerde fchepen na onze beftemde plaetfe te gaen: genteletten. itorm. Maer omtrent het eilant Anyam o- daer wy, nalangzukkelen en tegen vervielonseen afgrijzelijke enfchrik- wint, Jic twintighften van herfftkelijke ftorm, diergehjkenik noit ge- maend aenquamen. Ondertuflchen was de tijt en het zien noch beleeft heb: dies wy vreefdenalletezullen vergaen. Dcfchnk- Moueon , om na Japan te trekken, kelijkhcit kan niet befchreven wor- verloopen: waerom ik de lading, die den:want de baren ftonden zoo yfelijk ik na Japan meende te brenghen , hoogh, dat men de toppen van de moeft loflen , daer ik niet wel in tc maften van onze andere fchepen niet Vreden was. W y gin&eg voorts met de ganfehe zien kon. By wijlen quam de wjnt vlak van boven zoo fterk neer, dat het vloot rja de eilanden Piskadores, alde fchepen neerdrukte: dan ging^de zoo het belegh van Makao afgeraden zee ftijf en fleght, maer als dat ophielr, was, enook uit oorzaeke men voor joegen de bacren hemel hoogh. Men Kojtingas aenflagen vreefde. W y quamen den derden van wijnwift by wijlen niet of men baeren of wlken zagh, zoo fchuimdc cnuif- maent in de Kerkbay ten anker, aldaer de de zee: waer over her onmoogelijk wiert ik gsordeneert in het fluitfehip Leerdam zuiker te laden, om die na fcheen om daer door te komen. Het jagt Gorkom (daerop tot koop- Perfie te brengen: dat ook voort in ' t man Francois Lansman befcheiden werk geftelt wiert.
r

DcEilanden P I S K A D O R E S o f P E H .

" T \ E eilanden Piskadores, <!at is , d e Z W f e n , e n 'tander door d'onzen Viffchers eilanden, en by de Z i - gebouwt) I n het middenis noch een fort. nezen Pehu w genaemt, leggen op de Het lant isgrafrijk en vlak : maer noorder breete van drie en twintigh ofvi&en twintigh graben, twaelf f fteenigh. Daer zijn verfcheide volkrijk-be* dertien mijlen van het eilant Tcywoonde dorpen op deze eilanden, wan. Daer zijn goede havens en twee want alle die eilanden zijn vol menbayen, of inwijken ofinhammen, daer fchen en wel bewoont. Men heeft 'er vele vette koebeeften, de fchepen op acht of negen vadem en allcrhandcgevogek, inzonderheit waters vry en veiligh mgen leggen. In het aenkmen ftaen twee ver Val- leeuwerken, zoo vol als gras, die by ien forten met fteene muuren, door mooiweerhoog opklimmenen vliede Zmcfen gebou wt, ( o f het cen door gen, enfchelzingen. By

G E D f e N K W E E R P l G E By den regentijc heeftmen daer ria, ria, derwaerts , met itdrukkelijke vcrfch wacer in purjes : maer by ordre en laft, om ront uit en volko-. droogh weer is het brakachrigh. mentlijk re vragen, of Koxinga vree Daer waflen veclpatarafen en ande- of oorlogh in den zin hadde. re vruchten. W y waren gelaft aldaer niet langer Het is'er altijt vol jonken cnvaer- als tien dagen op befcheit te wagh- ^ tuigenuitTzina: zomrnigeomtevik ten. xinga. fchen, en zommige om te handelen. Ik bleef ondertuflchen op den In hec inkomen van de kerkbay ftroom by de fchepen, om daer Zorftaet aen de noortzijde een Sincfc pa- ge voor te dragen, terwijl mijn makgode: al'vaer goede ankergronc is: ker Koxinga ,zou fpreeken. daer men by wijle uit noot na toe moet, Alzoo nu de befremde tijt voorby alzoo menop Teywan geene bequa- gegaenwas, voerik ook met de boot me haven voor groote fchepen heeft. derwaerts, om de zaek voort te prek DeeilandenPifcadoresof Pehuge- fen , ente bevorderen: latende laft naemt zijn veele in getal: onder ande- aen onze fchepen, om by alle voorvalre zijn 'er twee, welker een het Vif- len toe te zien. fchers Eilant, en het ander Pehou of Ik vond duizenden van menfchen op ftrant; dies ik genoegh te doen Peh genaemt wort. Op het zuider eind van de Pifcado. had, om door den drang van zoo vee. le menfchen te komen. res ftaet niet een boom. 1 k raekre by geval by eenen Sinees, Bewerten die eilant leit noch een klein eilantje. Tuflchep beide is het die Porcugees fprak, dien ik na de droogh: zoo dat geen jaght of vaer- onzen vraeghde. Deeze Sinees was voort gewilligh, om my hen re wijtuigh daer door rhagh. Wat ten zuiden van daer leit een zen, en ging voort mee, enbraghe ander eilant, by d'onzen het Verdric- my aen hun loogement. Dan zy wren toen daer niet i n j tigh Eilant genaemt. Het heeft geene reede, maer is ront- want Koxinga, die zijn volk monfterde, had hen vtrzoght om het zelom fchoon. ' Weftwaerts, een kleine mijlevan ve te komen zien. daer, leit een Sreenklippen eilanr, die Ik ging mee derwaerts, en vond de twee eilanden zijn dicht aen malkan- onzen aldaer. Als wy nu verzochten befcheit te deren gelegen : maer met veele klippen tuflehen beide en niet bevaer- hebben, volgens onze orde, ofdat baer* wy anders zouden moeten vertrekDie eilantis rontom met klippen be- ken, zoo kregen wy ten antwoort: alzoo Kioxinsa nu doende was met * zet, die als zcilen zieh vertoonen. j . a n t w o o r t Het heeft ook gene rede voor eeni- 1 1 / 1 zijn volk te monfteren , dat hy op ge winden morgen ons zou befcheit geven: gelijk ook gefchriftdijk in eenen brief het eilant den Piskadores verricht hadden, gin- aen den Gouverneur Konjet gefchieTaywan. g y eerom naher eilant Tey,wan de. Waerbyhy beloofde^iet de Komt'zeil. En vermits d' Heer Konjet, die als pagnie geenen oorlogh in den zin te Gouverneur van wegen de Kompan- hebben; maer in alle vrientfehapdaer jie op dir eilant geboot, quaet ver- mee zoghtteleven. Hy ftuurde o o k , om alle achtermoeden, en ook niet vergeefs,opde doghtweghtenemen, eenige fcheeSinezerf had, om de groote maghe van fchepen en menfchen , die zieh in de penmet koopmanfehap na Teywan: riviere Cincheu, op de kufte van Tzi- datevenwelbyveelen hec quaet verna, onthielden, en kunne loopplaerfe moeden niet wegh nam * te meer, om en vaftigheit op d'eilanden van Eyen dat wy zijne groote maght zelfsgeQueymuyhadden, zootrokik, vol- zien hadden, en daer van verflagh de* gens genoomen, befluit, den eenen den, na wy den tweeden van Windertighften van Wijnmaent, benef- termaent wederom voor het kafteel te fensdejaghten 's Gravelande en Ma- Teywan aengekoomen waren. De
f KoMg e n W W

Z E E L A N T R E I Z E . 4,1 De bfief luide van woort tot woorc door meer aen houden tuffchen ons aldus f geen tweefpalt moght hrnen t oniKoxingi" Verre van u zijn de , heb ik itwen ftaen. Na het eineiigen van den Tarbriefmet by zonder e vreughde ontfan. tarif chen oorlogh, zalik bevlijtigen, gen, en den zelven meer als eens herle dat de koophandel zynen voortgang zen ,omden inhout des te beter tever- mag nemen. Ghykont ondertuffcheh fiaen. Ghy fch> ijft van eenige valfche van uwen kant alles goets daer toeaenmtrootjelen gehrt te hebben, en wenden, op dat dezelve eenigh vo.orfchynt daer ook aen te gelooven. Ten deel bar ende zieh verbeuge. * tijde mijns vado s Tquams, hebben de Gefchreven in het veertiendejaer, Hollnders op Tywan eet.e plaetfe ge. den negentienden dag der tiende maht nomen, om den bandet, door hem aen- der regeenng des komr/gs lndtk. geweezen, aldai r te dryven: dien ik in mijneregeertng niet hebbe vermindert; Na Koxinga brief ge'ezen, en odat ghy voor eengr-ote weldaet behoor- verwe gen was, wat ons tedoen ftond, de te achten. zoo wie t m t t de meefte ftemmen beZedert eenigen tijt heb ik zoo veel te floten Koxinga geenoorl ghnoch dorn geh ad met dl ocrldfeen tegen de geweltaen tedoen, zoo om zijn verTay te; s, dat ik om een klein grasvoort- keert 2 nr woort, als ook c m dat zembi engend^eilantgeenegidachten neem. mige nxr grlooven konden, dt hy Alsik ook om deoofl iet worheb , tegen de Kompagnie iet zou derven zoo.laet ikom de wefl een gervght loo- ondememen. pen. Hoe kan dan iemant myne ver- Hoewel de Gouverneur Konjct van borgene gedachten wreten, en trat ik een ander gevoelen was: gehjkdaervoo genoomen beb? Hoc kan men dan nagtblekenis. wteten doorgeruchten, wattkbeflten Dies bleef het werk dan dus fteken, heb ? en wiert vordes niet gedaen : wanc Dat nu zoo weinigh jonken hrnen, men oorde'dde h r t-nncodigh re isom dat zy v in wegen d n zwaren zijn oorlogh tegen Koxinga aen te tolgemvoordeel kunnen doen. Dezen vangen : daer de zaken reets op een jare was de Tai ter met eene groote goede voet fcheeren te ftaen: naermnont in df benede landen van Stnage- dien hy zocht te handelen : dat fall n, om met eeneflagh een emdedes voor de Kompagnie berer Ava.,als oorlogh's te maken : maer wy greepen oorlogh , gelijk ook de waei heir was, hem zoo aen, dat 'er over d*. hondert als men het lant daer mee houuen bi-vhrbbers op de plaetje doOt bleven, kon. btneff n een ontelbaer getal van zolNa dan ander befluir genoomen daten, d''overige namen zeer ver wer t was, vemokken a! le de fchepen,ieder de vlught. Daer na zijn wy op a* ei- na zijne plaetfe. landen Ey en Qjieymuygcgaen, om hen Ikging metd'irgcbde zuiker neffens her fluitfchip Leerd m 'en elfafte lokken ,en zoo te v erntet igen. Voorts dat UE.fcbryft , van u ften van Winte; maent ook na Garmvyantlyk in de Tukadores gehandelt te rou in Gerzen t' zeil. hebben,indien zulxgefchtet, zoo 14 het De bovengenoemde eilanden Ey t j y cn iemanigeweeH, buiten myne kennis, en Qyeymuy zijn doorgaens hoogh E Queymuy die het op mynen naem gedaen heeft. en bergachrigh. De ftad Eymny leir op eenen bergh Op den brief, voor vier jaren van Batavia im mygczonden,heb tktoen- een itukweeghs lantwae-ts in , en k maels voortgeant woort, en degefchen- mer een ftecne muur omringt Buiten de muunn ftaet een toorn kenwederomgezondm: dier mikook gefchreeven vond, da'men aen d'a'n- en pagode, na de Sinei.it he wjzegegehaelde jonken, met l^aer gelt en goet, bou wt, die nu meeft verwoeft is. zoodam^h twyffrlde, dat ik daer uit De ftat QLU ymuy 'eit w.t h >ger de beuitm mopfl, dat men my ran de pre- riviere op, en is nu de hooftft.r daqr tenfie met veel \e willt wiH. Dies vanook het eilant zijnen naem voert. Zyleit mee wat landwaerrs i n , eh bf nt tk by my zelven, van deze kleine zaeke gtdult te nemen, ten einde heeft een groote voorftat, die van de F ttVXGj E i a t 1 e n

G E D E N K W E E R D I G E 41 riviere begint. Daer ftaet wat land- | Voorts gingen 'er wel zeftigh van waerts in een vry fterk kafteel, 'met\ des vyants jonken, ieder voor met twee tuffchen een hooge muur mrmgt , daer op | groote ftukken verzien, opaf. Maer^ ^ Koxinga zijn verbhjfte houden plaghJ zy wierden zoo van onze fcheepen fen, Het lant is bergh en fteenachtigh, vcrwellekomr, dat 'er kort daer aen waerom aldaer wemigh wft: als hier twevnzonken: d'andere waren zoo en daer komt tuflehen de bergen ee- doornagelt, dat zy genootzaekt wiernigh gras voorr,daer dekoeien ter wei- den af te houden. Doch vijf ofzes jonde gaen. " ken zetten het dicht by een, en fchood' Inwoonders zijn meeft viflehers, ten zoo geweldigh , dat de vloot in diezigh met viflehen erneeren, gelijk brant fcheen te ftaen, en door de rook andere met den koophandel. men niet een eenigh fchip kennen kon. En uit oorzake den* Sinefen hctlant Dan door ongeluk fprongdeHekvan Sina door de Tarrers tc naeuw ge- tor door zijn eigen k r u i t , met volk maekt wierr, en daer en boven groo- met al,beneftens de jonken,die hem op Sinefen ten toeloop vanyerdreeven menfchen zy lagen. De andere icheepen weer\ lnsjhren hadden, (ten getale van 25O00zieden zieh dapper, mer door den vyant na ty en len, enoverde^oo oorloghs jonken) heen te flaefl, en veel fchade te doen. Qisyzo vlugten zy al te famen na defe eilanHer jaght Maria raekte in brant, njuy. den Ey en Queymuy, niet zoo zeer om 1 hoewel die mec grooten y ver nechgede bequaemheit van de plaetfe, als j bluft wiert. Daer quamen over de om dac zy niet wiften, waer zy zieh j duizenc Sinefen te fneuvelen , behalvoor de Tafters bergen zouden ven degequetften. Na Koxinga nu alles gereet had, Kapitein Pedel deelde zijn volk in en aen d eene zijde ten hoogften door tweehoopen, en tradzelf moedigh de Tartars gedrongen wierr, en aen voor aen den vyant tegen. d'andere zijde weinigh voor d'onzen Na hy zijn volk tot dapperheit vervreefde, zoo waeght hy eindelijk den maeftt had, valt hy vol moets en vuurs kans, dien hy lang irizin gehad had. op den vyant aen , die met vier duiH y komt dan des jaers zeftien hon- zenman hemverwaghte, en in volle Koxinga dert een en zeitig, den dertighftcn van flaghordeftont, en metpijlen, alsof !jnc op grasmaent, met meer als vijfentwin- het hagelde,fchoot. En al hoewel veeTeywan. tighdulzend welgeoefende zoldaten, le door d'onzen terneer gefchooten in een groote meenighre jonken, tot wierden, zoo wil echter de vyant niet op een mijl na onder het kafteel Zelan- wijken, als men wel gemeint had. dia,op Teywan, drijven,en zet met alle Dewijl nu eenige van den vyant, d o n z e n zijne magt regt na lant toe, daer hem om eenen heuvel heen trokken, en s rijnelanrgenoten,die nietliever als met den onzen op zijde invielen, zoo den overwinnaer wilden houden, met fmeeten eerft zommige zoldaten het karre en ander gereetfehap toeholpen. geweerneer, die voort vandenmeeVoorts zerte een groot getal van ftenhoop gevolghc wierden, enzoo oorloghsjonken tuflehen het kafteel en op de vlught ftaken, latende den kafort Pro vintie. pitein in de pekel fteken : daer hy met Toen waren d'onzen ten hooghften niet meer als negentien man ftaen verlegen. Volk en vaertighwas'er bleef. d' Andere quamen meeft weerzoo veel niet, om die groote maght loos door het water aen de lootsboor, en zoo op Tay wan. van Koxinga tegen te ftaen. Dat d'on- Kapitein Pedel trok met twee honHier op wiert kapitein Aldorp, om zen trau- dert enveertigh, en kapitein Aldorp dat vlk ophet kafteel te houden, te ten tc bc met twee hondert man, uit, om,. zoo rughgeroepen. Jetten. veel doenelijk was, den vyant het lanDaer door kon nu den vyant na zijn believen landen, en het fort Provintie, ^ den te beletten. Vier van onze fcheepeit, als de en met een het ganfeh lant vanhetka- a.!rHektor, Gravelant, fluit de V i n k , en fteel affnijden. Ditallcs gefchiedein het jaght Maria, wierden gelaftj tegen drie of vier Uuren rijts. Dies alles de jonken aen te gaen, dac ook dade- war laodwaerts in was, en alledeFormozanenraadeloos wierden, en zieh Jjik gefchiede. tot
Ge ecIi 0 n s 5 vlu hKn , n pr

Z E E - en L A T A E I 2 E 43 to'tafbreuk van d' onzen laten gebrui- met zijn ganfeh leger om het fft Proken. vintielagh, fterk omtrenttwaelfduiDe vyant het flecht vermoogen der zentman , waeroverhy het fort weionzen verftaen hebbende, eifchtehet nigh achte. kafteel, met veele fchimpwoorden, Zy waren alle wel met wapehs ver op: of dat hy , byweigering, alles zien. De eerfte met pijlen booge, zouterneerhouwen, en met vuurcn daerzy wis en doordringend mee weezwaerde verdeigen. ten te fehieten. d'Andere metfchilEn uit oorzaeke het fortProvintie den, daer zy zieh meedekken, en door den vyant afgefneden was, en dringen ganfeh onverzaegr, met een hiet kon houdend beraetflaegden de zabel in de vuift, tot den vyant in, zonbelegerden of men niet iemant na K o der eenigen aenfehouw o f fchroomi xingazou toezenden, dewijl hyhen wie valtof volghr. Het derde flagh temachtighwas, en zien of men hem had breede yzers, als flaghfwaerden, niet lievereen gedeelte zou mgen j o fftokkenvan drie of vier voet hoog, iroeftaen, behoudens den vryen vaert die als hunne piekeniers zijn. Wanen handel, als alles te verliezen. neer 'er nu wanorde ontftaet, zoo Daer op quam, volgens verzoek, doen deze krijghsknechteh veel een bode mec eenen brief van vry ge- quaets. leide van Koxinga voor degenen,dien Als nu de gemachtighden in het le^ men zou afzenden. ger gekoomen waren , wierden zyinzijn Hierop wierden de koopman Tho- door een voornamen bevelhebber in /fgezotv mas van Yperen, en de fiskael Leo- eene grootetente gebraghr, om aldaer J e n e n nardus met eenen brief aen Koxinga zoo lange re waghten, tot dat het Ko a e n Ko^^"afgevaerdight, die meeft van dezen xinga gelegen zou koomen. inhout was. Ondertuflchen trokken verfcheide Dat hem de Gouverneur, de Heer troepen,en(fo d'onzen konden bemerGenerael en Raden van Indien , uit ken) dikwils dezelve, voorby de tenden netri van de Generaele Neder- te, om zijne maght zoo veel te groolantfe Kompagnie, deden begroeten, ter te doen fchijnen. en hem geluk en voorfpoec in zijn KoXtnga was onderwijle doende doen wenfehten , voor zoo veel het met zijn zwart glimmend hair te komniet tot nadeel van hunne heeren en men, daer de Sinezen groot werk van meefters was Dat zy wel wenfehten maken. hem in een andere gelegentheitte hebWanneer dan Koxinga gereet was, ben mgen zien, en op het hooghfte wierden de Gemachtighden ter geverwondert ftonden, dat hy hen zoo hobr gehaelt, en voor hem gebraghr, onverwaghtop het lijf quam vallen, die onder eene blaeuWe tente, in eezonder eens den oorlogh aen te kn- nen armftoel, voor een vierkahte tafel zat. Rontom hem ftonden de voordigen. y aldien hy nu oordeelde eldersin naemfte bevelhebbers alle in lange beledighttezijn, men was gewilligh rokkengekleet, zonder geweer, die hem vergenoegingtegeven, en zoght alle ftil waren, en met een eerbiedigh niet anders als in vriendfehap met en zeedigh gelaet nauw toezagen. hem te verdragen. Voorts waren Aen beide zijden waren eenige zolde afgezondenen o f Gemachtighden daten , als zijne lijfwachten, gerangt. gelaft te Zeggen :zo Koxinga na geen Voorts fprakeh de Gemachtigden Verdragh wilde luifteren, en beide kaf- Koxinga op zijn Neerlantfch aen, en teelen hebben, dat de Kompagnie leverden hem den brief over, die aenmachtigh genoegh was, om hunleet ftohtsin 't Sineefch vertaelt wierr. te wreeken : gelijk zy dat ook doen Waer op Koxinga zelf in defer wijZou. Waer op d' onzen dan zonder zeantwoorde. Ke*mgi Dat de vriendfehap, die de Kompaiets te akkordeeren zouden vertrekken. gnie met hem heeftgehuden als ook met gemachHier mee vertrokken deGemach- andere votftenvan Indien, en daurt"^' tigdenderi derden vanbloeimaent bui- zoo lang, als 'er de Kompagnie voor deel ten het kafteel na Koxinga toe,die tyzieti maer als zy die daer nietiy E 2 ziet
K o m f le er s t

44. G E D E N K W E E R D I G E iet, zoo wort dezelve by haer ook niei Zyjbadden aen Koxinga verzoght, fort Provintie re mgeninh veelgeacht. om m het . Voorts was hy nht gewent te zeg- gaen, dat hen toegeftaen wierr. Daer gen, wat hy doen wilde, ofzyneaen- krnende bevonden zy alles in een fiagen t' ontdekken. zeer zoberen ftaer, cn dar het fort geDoch evenwel wilde hy dat wel ne acht dagen het zou knnen houzeggen, dat hy, omden oorlogh tegen de den, en naulsjx zoo veel kruitshad, Tarters, dit et laut in beztt genoomen als,om eenen ftorm af re keeren, van had: dat het den Sineefen toebehoorde*, nooden was: want behalven het uit de en niet meer als biyk was, dat Zy dat, natuur ganfeh niet fterk, cn toen daernu zy het van noode hadden, eenigen cn boven zoo flecht verzien was, zoo vreemdelingen ontnamen,dieri't alleen. ftonden de Gemachtighden den bezetlykvergunt was daer te woonen. Dat tclingen toe, volgens hunnen laft, een hyniet legende Kompagniequam,maer verdragh met den vyant te maken: om bezit van het zyn tenemen.Hy wil- mitsdekrijgsbezetting op het kafteel de ook wel, dat zy alles, wat haer toe- Zeelandia over te brengen: en wat zy behoorde ,wegnamen , zelfs de kaftee- voorders bedingen moghten. De Gemachtighden quamen dien j^nin h lenafbraken, en het gefchutvervoerden daer hy zijne jonken en volk wel zelven dach noch ophet kafteel, e n ^ ^ toe wilde leenen, niet tegenaende zy deden verflagh van hun wedervaren: hem zoovyantlykte water en te lande daer over de kafteel voogt Konjet en aengetasl hadden: daer nochtans d' on- de andere lager bevelhebbers zeer zen genoegzaemondervonden hadden, bezwaert waeren : naerdien zy van het fort Provintie afgefneden cn het wat hy ver moght. Voorts zeide hy, dat a" onzen hoog- ganfehe lant quijt waren. Na alles ovcrleit te hebben, was ' e r ^ moedige menfchen waren, die hun met zoo weinigh volks tegen zijne groote geene andere hope overigh, als datier. maght derfden zetten. Dat als hy men het kafteel zoo lang zou zien te wilde, dat kaeeltje(meenendehet fort verdeedigen, ter tijt toe men hulpe en Provintie _) door zijne krijghsmacht byftant van Batavia kreegh, dat met zou doen vernietigen,en niet eenen fteen de zuider en noorder Moucon noch op den ander laten leggen. Dat als hy wel eenjaer mocht aen loopen, eer men zijne maght zou willen in V werk Hel- dien bequam. Des onaengezien len , hemel en aerde zou knnen om- wiert beflooten, het kafteel ten uiterkeeren,en,daer hyquam, over Winnen ften te verdeedigen: en men liet, tot teeken van dien, de bloetvlagge van't zou. Dies {voeghde hy daer op) hadden de kafteel waeien. Voorts moft het fort Provintie zig onzen zieh in het kort te bedenken, overgeven, met gefchuten al, blijvenwat hen te doenont. Hier op antwoorden d'afgezon- de de knjghsbezetting krijghsgevandenen : ' g . , Dat dit eilant, fetlert d onzen de Het volk en alles wat men uit des.*? Piskadores ver laten hadden, door ver- ftad kon bekomen wiert in het kafteel^*" drag in eigendom aen hen verhandelt getrokken, endeftatin brant gefteewas maer byaldien Koxinga eenige ken. prttenfie of voorwending tegen de Dit kon evenwel zoo haeftigh niet Kompagnie moghte hebben, men kon gefchieden, van wegen demeenighte der aenkomende vyanden, ofeenige daer van handelen, en hem voldoen, Doch na vele woordenoverenwe- huizen en pakhuizen bleven ftaen, d' Afgezondenen der, wilde hy van geen handelen hoo- daer de vyanden zieh achter begaven. Pe vyant bragtagten twintig ftukvertrek- .fnaerallesgeheelhebben. Waer kcn. op de Gemachtighden vertrokken, ken gefchuts in de ftat, die-zy daer ^ en verklaerden, dat de Kompagnie bloot ftelden,om eenebres in te fchie-""^' haer daer van vry gevoelijk zouroo. ten , en dan ten ftorm daer op tefefcootea. nen, en,tot tcken,des anderen daeghs, loopen. Doch d'onzen konden de in plaetfe van de Prinfenvlagge, de blootftaendeSinefen ook wel treffen, en verweilekoomden hen zoodanigh Bloetvlagge waeien. met
K o m e n v e n l ren

Z E E - en L A N T . R E I Z E . ? metkogels, fpijkers en aldcrhaUdel loopen: dat ook niet ondoenlijk was, fchroot, dat het daer omtrent en over- enlichtelijkkongefchieden: wantals Dat de al metlijkenbezaeic was: waerom zy d eene helft beneden fliep, was d'anganfeh verwert in de dwersftraten dere helfe m aer boven, die men dan af lovlughten moeften, cn de ftukken lae- lichtelijk onverwacht op het lijf kon ren ftaen: daer van een ige door d'on- vallen. zen onbruikbaer gemaekt wierden. Wanneer dit dan vaft gefteltwas, Necriacg Aen d' andere zijde drongen zes om het den aenftaenden nacht in het " duizent man tot onder het gefchut, werk te ftellen, zoo komt cen Fransdaer zy ook zoo aenl iepen, dat zy we- man, die onder d' onzen was,'t zy die derom moeften afwijken achter eenen zorghde of d aenflagh niet wel moght heuvel. Hierop vielen de belegerden uicvallen,of om zelf zijne vryheit door uit, en vernagelden al het gefchut. zulkendaettebekoomen, en verraet Zy zouden toen wel een algemeene zij ne andere maet s, en maekt den Siuitval gedaen hebben, by aldien zy nefen den toelegh bekent, die datelijk m.er van volk verzien waren ge- andere vaertuigen aen boort zeinden, weeft, en niet gevreeft hadden, dat de enalle d'onzen gevangen namen, en maermisvyant dan in *i kafteel, die daer zoo in het leger by Koxinga brchten;daer dicht aenlagh, wanneer zy het zooda- zy hen allen de neus en ooren af fneenigh ontblooten, moght in breeken. den, en handen afkapten, en zoobeDes anderen daeghs viel eenfeher- bloetenellendig gefielt in het kafteel pe fchermutfeling voor, daer in d'on- zonden, dat een fchrik om aen te zien zen een ftuckje, ichietende zes pont, was: zy wierden aldaer alle verbonbequamen, en in het kafteel braghren. den , en bleven in het leven. De vyant ziende, dat her zoo geen Als nu het belegh ondertuflchen bres te fehieten was, liet het* kafteel aenhield en langzaem voortging, en nau beflooten houden , en Voerde Koxigga vreefdc,dat d' onzen, door ' t lang zukkelen, midlerwijle ontzet het vernagelt gefchut over. Ondertuflchen woeden en fpeel- moghtenkrijgen, zoo begon hy met denzyineen vec en fchoon lant, na lift t'oorlogen. Onder de gemeide gevangenen, Hami hun welgevallen,den meefter, ennamen volk, predikanten, fchoolmee-, die deSinefen in de dorpen bekomen broekvati fters, en wat zieh in de dorpen ont- hadden, was de predikant Hambfoek. d"Jn<. hield, gevangenj uit oorzake twee Dien zond Koxinga aen den gouver- aen ge'* fehoolmeefters 'rvolk in hun dorp had neur Konjet, met voorflagh van het den aengemaent, om deSinefen doot kafteel goedtwillighaen hem op tc geteflaen,datzy zeiden wel te doen was, ven, zoo wilde hy d*onlen goede vooren van andere zou nagevolgt worden. waerden vergunnen-, en met al hun Maer gelijk het gemeenelijk gaet, als goet, enal wat de Kompagnie toebeeen geheime zaek onder veele perzo- hoorden, laten volgen en uittrekken: nen bekent is, zoo fpat iemantveel- anders zouden zy het zieh naemaels tijts uit en brengt den aenflagh in het beklagen: en mgt ook wel zijn toom licht, ' t zy uit vreeze van ftrafte, of regen de gevangenc Neerlanders kooop hoope van belooning te genieten. men uit te berften. Met zulken laft Aldusginghet hier ook, alzoo zeker ging deze na het kafteel, en moft zijn Formofaen het zelve te kennen gaf, vrouwen eenige kinderen in het leget daeropdeaenrechters gevat, enleven- laten blijven. En alhoewel hy wel wifte dighop een kruis gefpijkert, en daer dat,indien d'onzen het niet opgaven, mee in de dorpen opgerecht wierden h y , in het leger krnende, met zijne Omtrent de Piskadores kreegen ee-1 vrouw, kinders en andere Neerlan&d?S g Smeefe vaertuigen een fcheepje ders daer een gewifle doot t' ontfangen n e f e n van d'onzen met dertien perzoonen had, zoo riet hy evenwel dcnbelegcrroverc. gevangen, die zy op een Sinees vaer- den, zieh ten uiterften te verdedigen tuigh met dertigh man zetten, enzoo ofmiflehien God noch ontzetenuitna Koxingas leger toe ftuurden. Als komft mgt geven. H y zeide voorts, zy nu niet verre van het kafteel waren, dat veele jonken Koxinga ontvluchbeflooten d'onzen het fcheepje af te ten,enzijoebefte zoldaten gebleven F 5 waren.
+ J te p e a desvy J Iukr X zondc ni e s

GEDENK WfcERDIGE, waren.Dt het ook Koxinga zelven be-) De bevelhebbers kochten vahd'ovei*gontevei dr!eten,die wel zag dat d'on- gebleven de befte voor zig: dereft was zen hoopten't kafteel te houden, tot voor den gemeenen man. De vroubyftant van Batavia zou gekomen zijn. wen, die aen ongetrouden mannen Na Hambroek zijne droevige reden raekten, waren 'er beter aen, als die geeindigthad, gafde knjgsraet hemm getrouden te beurt vielen: naerdien de keine, of hy liever blijven wilde,of in'c Smefe vrouwen, die zeer jaloers zijn, leger gaen, daer hy niets als dedootte haer allen verdriet en o ver laft aendevcrwaghten had. Elk bad hem met den. Naderhantzijn zy alle by vertrnen in de oogcn. Twee van zijne dragh noch na Batavia gegaen. Onder deze vermoorden waren dochtens,diein het kafteel waren, vielen hem om den hals, en fcheenenin ook de predikanten Hambroek, Mus, cnArnoldus Winsheim en veel meer haere trnen te fmchen. In 't leger was zijn vrouw met twee andere, beneftens veele fchoolmeekinderen rot onderpant gelaten, die da- fters, die alle onthooft wierden. Midlerwijle alle deze dingen zieh rehjk, wanneer hy achter wasgebleeven , zouden vermoort geworden zijn. aldus toedroegen, had men op BataIn hec kafteel hadden hem zijne doch- via kennis van Koxingas overval geters in d'armen vaft, en konden van kregen, door het weggevluchte jaght droefheit uit het binnenfte van hun ziel Maria,dat tegen 'tMoucon aenzeilde, en d' onverwaghte tijding braght. gene traanen meer fchreien. Datelijk wierden tien fcheepen geHambroek evenwel maekte zijne dochters armen los , en vermaende reet gemaekr, metbootsvolk en zeven nochmael ieder tot ftantvaftigheit,en hondert zoldaten bemant, die in zozeide in het fcheiden: l k hoop u lie- mermaenr des jaers zeftien hondert denenonzengevangenennoch dienft een en zeftigh, onder beleiten gezag vanjakob Kou, afvoeren, en ook niet te doen. Gekoomen in het leger, verhaelde lang daer nby het eilant FormozaanHambrock hy aen Koxinga, het geene d'onzen quamen. Dor dezeonverwagte tijding wa- y vertrekt hem gezeid hadden: dat zy niet anders Koxmga. k j e n handelen, als met het ren de vyanden niet weinigh onftelt:"'' weer na behouden van het kafteel. Dit ftont en wierden d'onzen volmoer,ophoo. Koxinga niet aen maer wilde hecal- pe van nu ontzet te zijn. En alhoewel les hebben. Temeer alzoo hy in het het hert weer was, zoo loftenzy eenilant ook voor oproer vreefde: naer- ge zoldaten en buflekruit aenflant. dien verfcheide Sinefen van de For Maer wanneerbet hert weerhant over mozaenen wierden doot geflagen. hant begon toe te nemen, zoo moefHier door wierc 'Koxinga geweldigh ten de fcheepen wederom van de wal verbittert, en dee kort daerna een ge- in zee gaen, tot groote droefheir van rucht loopen, hoe de gevangene neer- de beleegerden : naerdien de ganfehd landers de Formozaenen tegen hem maent verliep, eer zy weer quamen. Yzeliik ophitften. Dies gafhy orde en bevel, Het fluitfehip U r k dreef mer eenen moorden { i d gevangene neerlanders , wat ftorm aen Formoza en borft. Uit het h"gac-manlijk , en in verfcheide dorpen geberghde volk verftonden de vyangen de verdeelt was, re vermoorden. Het den alle omftandigheit: dat hen wat rieetlanwelk ook datelijk in het werk geftelt gerufter maekte, alzoo zy meenden ders. wiert. De meefte wierden onthooft, en dat het veel grooter was. anderen nog wreder doot aengedaen, De belegerden beflooten nu deftadp bei* na de Sinefen daer luft toe hadden. De Zelandiaaentetaften, om den vyant g^ doode lijken, na zy van hun befte goet zoo na op den hals niet te hebben: als uit h ontbloot waren, wierden by vijftigen ook de jonken te Hoopen, die men be- ' zeftigh in groote kuilen, wel tot vijf koomen kon. honderttoe, gefmeeten, zonder ieDitnam den zeftienden van herfftmant te verfchoonen, als de lantdroft maent zijn aenvang j maer in de met omtrent twintigh van zijn volk, fcheepsftrijt ging de wint leggen: die gevangen na Tzina gevoert wier- waer over de fcheepen daer niet by den. Vronwen en kinderen wierden konden koomen. o" Onzen vielen evenmeegedoot.
B flant m e t n e m onc FsrmezI sezonilcB ; a e c e ksec!

Z E E en L A N T R E I Z E . 4,7 evenwel in kleine vaertuigen, en roei- waer door de vyant ons zwak vermooden d Jer na toe. Dog naerdien d'onfen genenalles verftont. Zy rooidenmec bloor in de vaertuigen ftonden , en de een ook Koxinga op, om zig nu van Sinefen in de jonken bedekt waren,zoo deze gelegenheit en zake te dienen, en hadden d'onzen het doorgaens te door dar middel een einde van de bequaet: te m<" er alzoo eenige overzeilt legeringre maken. cn genoomen wierden, dies d'andere Hy verziumde ook dien kans nier, Koxinoa na hunne fcheepen vlughten. maer quam met al zijne maght in lou- btonnt Twee van onze fcheepen raekten maent des jaers zeftien honderr twee ^dz^ vaft. Het eene vloogh door herge- en zeftig op de Zantplact, daer hy drie kndia. duurigh fehieten op, en her ander ver- bolwerken deed opwerpen,cn die met brande. d'Onzen verlooren byde- achtentwintig ftukken gefchutsftofzen ongelukkigen fcheepsftrijt om- feren. trent hindert en dertigh mannen: d' Onzen ziende den vyant zo dicht maer aen des vyants zijde quam veel onder het kafteel de bolwerken opfrtiij.daoa^ meuvelen. Hier door ren,ftondendaer door verlegen: want zy wel bevroeden konden , dar dit zen. bleefdeuitvalte lande fteken. Ook wiert het volk en goet uit de voor hen het laetfte gerecht zou zijn. Zydedehhun beft mec hecfchiecen tweeforten omdeNoortgehielt, en ophet kafteel gebraght, uit oorzaeke uiegrofgefchue en musketten, om den debezetting in het kafteel dagelijx af- vyant in zijne werken te ftooren : maer die geen volk ontziende, ging daernam. Inmiddcls vielen verfcheide fcher- mee voorr, en fchoot daxelijk met zulk mutfelingenvoor. De vyant, die zoo een geweit op de wallen, dat zy in'c doende ook weinigh kon Winnen , en kort een bres hadden: daer zy ook tot zijn maght verminderde, begon ook tweemael toe op ftormden, maer wier d Wort denmannehjk, met groor verlies, a f teverflaeuwen. geflagen. Dies het o ver al als mer dozn Men ftuurde, om den vyant deste ^' beter te kunnen uitharden , allevrou den bezaeit lagh. Hier door begoften wen en kinderen, en die geenen dienft zy tefchrikken, en het flormen achter te laten, maer voeren geweidig met konden doen , na Batavia. Ophet kafteel ontfing menbrieven fehieten voort: zoo dat tegen den aD e Tar- van den Tarrerfen ftadthouder van vonrdeganfehe reduit plat gefchooier be- Hokfieu ,die eenige fcheepen en volk ten was, en de beh gerden daer geen loofc verzoght, om d' overige macht van lijfberging meer hadden. Waerom de d o 'n z " n Koxinga teverdrijven: met belften onfede ftucken vernage Jden,en delonbyftanc. van daerna den onzen op Formoza tenaen vier vaetjes kruit leiden, die met groote magtte zullcn komen hel- des nachts met een deel Sinefen opv!pen. gen. Men zeit Koxinga even voor't Kox.^* Hier op wiert Jakob K o t i , volgens opvliegen daer op gaen wilde $ maer ingevaa, zijn verzoek, der waerts met drie fche- door den overgeloopen ferjant vporpenen twee fluiten gezonden, die vah noemc weerhouden was: die hem alles, zoo van volk als krijgstuig, wel toonde, hoe gevaerlijk hec was, op verzien waren. Doch hy ging na de zulke^erfchewerken, die eerft vertaPiskadores, daer zy met hert weer de ten waren, tegaen. Hier maekre Koankers verlooren: dies hy genootzaekt xinga een groor bolwerk op een heu was drie fcheepen wederom na Tey- vel, om het kafteel van daer platte wante ftuuren. Metde twee overige fehieten. En wat tegenweer de beleegerden vertrok hy na Batavia. Daer hy maer Die paftelijkwellekomwas. Zoodatdoor deeden, zoo met kanon als granaden, miflukt. deze verhindering van den toghr na de vyanden gingen mer 't maken van ' t verflerk den Tarterfenftathouderniet viel. bolwerk voort. Zy verhoogden na de ^ " Dewijl nu de belegerden van zoo kant de borftweering , brachren gan- belegh, w T - volks enkrijgstnigh onrblootwa fche pakken mec linnen cn gefch ilderl o o p e n de kleoden, tot tegen weer, en wat men tot d e n ''en, zoo begoften zy wederom te ver- voorts kon bybrengen. Zy waren in eint . flaeuwen,en liepenzommige tot den dien nacht zoo verre gevordert, dac vyant over: onder andere een ferjant, Zy
g m e c r v o s t e or, o o r d e f 3 z zich e ve ei 0

G E D E N K W A E R D I G E 43 zy tot ltormen gereet ftonden. Tcen 11ijkeenverdragh getroffen, datniedt wiert by d'onzen in dit uiterfte gevtfer hier op uit quam. Alles wat de Kompagnie tockomt, voorgeltelt, of men niet een u itval zou doen > om te zien of men den vyant van zal aen Koxinga overgelevert wor- "8 daer zou kunnen flaen, uit oorzake den. AI het volk, zoldaten, en die in het menTchin'c kafteel niet bergen kon, dan ofmenden ftorm zou af wachten: lantgevangen zijn, zullenvry na Baen t(der zijn eigen Anderen floegen voorom eenverdrag tavia venrekktn, te maken; dewijl niet anders meer o- goertnogenmee nemen, en van alles tot verigh was- T o t uitvallen was men de reize ver zien worden. Aldtistrokkeri d'onzen aenbeort, tezwak, enookonmoogelijk met zoo weinigh volks tegen allede maght aen na een belegh varfnegen maenden, en te gaen. Waer door . het afgeftemt fneu velen van meer als 1600 menfchen aen onze zijde, en zeilden na Batavia. wert. De Gouverneur Konjet, en Raden nmoogelijk kon men ook den ftotmafwaghten, naerdien alles open van Formoza op Batavia krnende, lagh, en mer zoo weinigh volks alle de wierden voor zoo veele mceiteenlemaght der Sinefen niet zou kunnen af- vensgevaer, dat zy zco lang uirgeftaen gekeert worden, maer zou dus'doen- hadden , in hechtenis geftelt: hunne de zieh zelfs al willens op den vleefeh- goedereh verbertgemaekr, en Konbankbrengen, en alles, Wat er noch o- jet op 't eilant A y o f Eyineen eeuwige verigwas, verliezen. Dies wiert het gevangenisgebannen. Dochhyisop't van ieder afgeraden, en daerom beft verzoek van zijne Hoogheit, de Heere geoordeelt tot een verdragh'te treeden, Prinfe van Orahgie, ende Heeren Been het kafteel over te geven ; dewijl winthebbers wederom verloft, en des alle middelen van behoudenis wegh jaers zeftien honderr zes en zeventigh Kafteel waren. Dit wiert ook voort, onder in het vaderlantweer aengekomen. Zelandia ftilftant van wapenen, in het werk geDewijl hier dikwils het eilant Forgaet by fielt, en na vijfdagen handelens, en moza gedacht is, zullen wy datin't verdtag veelftribbelensover en weder,einde-'kort befchrijven. ovo:.
; Vcrd t J

Het Eilant van F O R M O S A .

1_I Et eilant Formoza leit op drieen twintigh graden en een halve, noorder breete: dies d' inwoonders eenmael desjaers in zoomermaent de zon recht boven het hooft hebben. Het is langwerpigh, en niet zeer breer ,na zijne lengte , want liet breit ich in de lengte over de hondert en vijfentwintigh mijlen uit. Het valt doorgaens vry bergachtig, met veele grasrijke laeghten tuflehen beiden, daer op veele plaetfen fchoone verfche rievieren door vloeien. Het lant is aldaer zeer vruchtbaer vanrijs, maer inzonderheit vanzuiker, die het by heele fcheepsladingen uitleverc. Het geefr ook meeft alle d'Indiaenfche vruchten, die in de warme Indifche landen waflen: waervan wy t' zij-

ner plaetfe wijtloopig fpreken zullen. Daer riereo ook wonder veele verfcheide Neerlantfche vruchten, als wortelen en moeskruiden, derwaerrs uit Nederlant gebraghtrookperfiken, aprikofen, en meer andere vruchten. Men vint 'er fchoone koebeeften,en offen, verkens,fteenbokken,hazen en konijnen: enby zonder herten by veel duizenden. Zy vallen wat k'elndcr alsdievan Europe, en hebben geene hoorens. Jaerlijx worden'er vele herren gevangen, en meeft om de huiden, daerd'mwoonders grote koophandel mee drijven : wanthet vleefch is'er nietgeacht maer de tongen worden nocheenighzins by hen in waerde gehouden. Men heeft 'er ook veeleelanden, die z y , dewijl ze heel fterk zijn, voor de karren

ZEEeh L A N T R E I Z E , 4$ karren fpannen, en in plaetfe van paer- lijf fpringen en de keel affnijden. denen offen gebruiken. Als iken mijn De berghluiden zijn kleinder. fchipperopzeekerentijt by zijne zufDe vrouwen zijn wat kleinderals ter, die daer aen een Formozaen ge- de mannen, maer vet en fterk, en gaen troutwas,ter maeltijt genoot waren) eenighfins geklect. Zy hebben zwart glimmend hair, zoo wierden wy met een karret je, daer buffels voor gingen, gehaelr. De meeft mer een knoop op het hooft vaft fchipper, die beter een fchip als de kar gebonden. wifttebeftieren , wilde zelf voerman De mannen loopen des zoomers Rieding), zijn, maer prikkelde de buffels zoo- ganfeh naekt zonder-fchaemte: maer danigh met een prikkel, dien men daer die niet naekt gaen des winters, dratoe gebruikt, dat zyop den loop enop gen een kleetje van zijde of katoen, hollen raekten. W y hielden het met j datzyom her lijf flingeren , en knoogroote benauwtheit noch een tijt lang pen het onder d' armen toe, zoo dat opdekar, en vloogen al over dat ons j d'eene zijde meeft blootis. Maerde voor quam, tot het onderfte boven f vrouwen hebben het kleetje om de raekte, en wy over hals en kop daer beenen toe geflingert. Doch zy houuitftoven,en de buffelsdoorgingen. den in byzondere waerde de kleedingj Wy hadden , t' allen geluk, ons zon- die van hontshair. gemaekt is. Z y derling nietbezeert, en gingen voorts fcheeren den honden het hair af, gete voer, latende den Formozaen, die- lijk men hier te lande de fchapen doer> 'erzeerwilten verbaeft uitzagh, de en fpinnen en weven het, en maeken buffels wederom vangen : gelijk hy daer verfcheide fraeiigheden van. Zyzijn doorgaens trouw envrienook deed, en ons ecrlang met de bufdelijk tegen onzen landaert,en zullen fels en kar volghde. Daer zijn ook veel patrijfen, kor- niet licht her verbonr, dat zy gemaekt hoenders, duiven, en veel klein ge- hebben, breken. Zy kunnen eene zake wel vatten en vgelt. Men heeft er tfjgers en beeren: dan en begrijpen, en zijn van goet oor drofer andere groote , wilde enfehade- deel. Veele hadden den Kriften godslijke beeften zijn, is my niet bewuft. De bergen geven veel zwavels, die dienft reets aengenoomen en wel be-> men meent d' aertbevingen te ver-' leeden. Dies het ganfehe eilant met oorzaet&n, daer dit eilant geweldigh der tijt Kriften ftont te worden, naeimee gequelc wort. * | dien in iederdorp fchoolmeefters, om Men hout ook dat er goutCn zilver de jeught te leeren , en predikanten in de bergen beflooten is: naerdien 'er waren. Dan dit is nu ganfeh omgekeert, na bergen zijn, die daer bewijs enblijk van geven, hoewel^aer tot noch toe dit eilant Koxinga verovert, en in bezit genoomen heeft. niet in gedaen is. Zy maken van verfcheide wortelen*spijz;, Daer zijn geene havens voor groote fcheepen, maer die moeten hun na hun broot, hoewel zy meerwerks van d'eilanden,omtrent twaelf mijlen van de rijs maken. Dan zaien niet meer alstfoorhungebruik, en komen zelfe daer gelegen, begeeven. Het lant is vol volks. Behalven de veeltijts noch te kort. Hun drank is, gelijk in meeft I n lantzaefen, ofeige inwoonders, de Formozaenen, zijn'er meer alsvijf dien, water. Maer zy maken ook een en twintigh duizent Sinefen, door den fterkendrank van rijs, in volgenden Tarterfchen oorlogh verdreeven , al- maniere. Zy laten de rijs even opkooken, en lengsenvan tijt tot tijt opgekoomen. d' Eige inwoonders of Formofae- ftampen die dan tot een papofdeeg. \ V e z e n nen, de mahnen, zijn bruinachtig geel Dan kauwen een deel oude vrouwen der Forvag kleiir, doch vet, fterk , groot en een parthy rijs tot meel, en fpouwen matier! wel geftelr vanlcden, en rat te voet en dequijlineen potuit, zoo veel als zy fterk van loop. Men vint'eriezoo oordeelen tot de deegh van rijs ge- fterk loopen, dat zy een wilt verken noegn te z i j n , om die te doen giften* Dit mengen zy onder de geftampte of hertkonnen inloopen, dat zy op het G rijsJ

jb G E D E N K W A E R D I G S njsdeeglidoor, werken hetc'zamen, de quetfure wort het dier machteloos. De huizen, die de Formozanen be- Huizen: en doen het dan in groote aerde potten. Dan gieten zy water daer o p , woonen,zijn groot, en meeft vap diken maken de porren boven toe, en la- ke rieren gemaekt., zonder zolders: ten het dan zoo rwee maenden met de maer hebben verfcheide deuren, als cjuijl ftaen werken, als of'er gift in na'tooften, weften, zuiden en noorwas. tiindelijk wort het tot een fter- den,enzomtijtswel meer. Zybouken en klaren drank , die dronken wen de huizen op hoogh lant, en dan maekt, en meer als twintig jaren duu- zomtijts hoch wel twee of drie voeten ren kan en goet blijven, maer wort boven d'aerde, dat zy voor gezont Herker. houden. Als zy in het velt gaen werken, neZy vercieren de huizen met gefchil- Huisra. men zy van dien klaren drank mee, derde katoenekleetjes, met verkens en hertshoofden, houwelen, om mee om te danken, cn eeten het dik. In dezen drank en quijlkoft ver- te werken, pijl en boogh, knotfen en bezigen zy de meefte rijs, die zy door allerhande oorlogstuigh. Maer hun fchoonflehuisraet zijn de hoofden en den lantbouw gewinnen. De vrouwen, regens de gewoonte beenderen van hunne verflagene vyandoen den y^TX meeft alle volken, moeren het den. Zy eeten en drinken meeft irit houte lantbouw werk doen, en den lantbouw gae flaen, en rijs, zuiker, genber, en andere fchoteien,enuit houte bekkensof dikvruchten bearbeiden. Daer en tegen ke bamboezen. Zy hebben ookvaishet werk van de mannen te oorlogen ten van gebakken aerde, om in te kooof jagen .-anders gaen zy ganfeh ledig, ken en tot andere dingen te gebruihoewel d'oude mannen de vrouwen ken. zomtijtsnoch wel wat in het velthelDit groot lant heeft geen opper- Regeerg penarbeiden. Maer als de vrouwen hooft o f koning : maer ieder dorp is met den lantbouw en vruchten niet te een republijkopzich zelf. doen hebben, dan vangen zy krabben, Zy kiezen uitde voornaemften onoeftersengernelen, daer zy veel van der hen, die veertighjaren oudtzijn, twalef perzoonen tot raetsheeren, die houden. De mannen befteden grooten yver veel jaren vervolgens regeeren. Zy De Man nen erne- in het jagen. Groore menighten van hebben geen andere maght, als iet tot renzich ver Icheide dorpen befiaen een groote het gemeene beft met elkanderen te c ronde, en gaen zoo befluiten, endan het dorp, nazy hec met de ftreke lants in * altijt t'zamen, en befluiten her wilt, doen vergaderen hebben, hun befluic jaght. dat'er in is, zonder het hen dan kan voor te dragen, daer in zy malkandeontkomen : dat zy dan doden, en on- ren de hant biedenenhelpen. der malkanderen deelen. Zy vangen De gemeente ftout haer ondertufook vele wilde herten en verkens met fchen zedigh en ftif, en luifterc nau fltikkcn,die zy aen een krom gebogen toe,en fpreekt'er, na her Icheden van riet vaft maken. Wanneer het wilt de vergadering, onder malkanderen daer op trapr, zoo fpringt het riet om van. hoogh, en raekt zoo aen het een of anZoo nu het genomen befluit der der been vaft ,dat zydan voort doot- twalef oudfte raetsheeren, haer goet fchieten. O f z y hebben eenige rieten dunkt en aenftaet, dan gaet hec voort, van zes voeten lang, met tweeof drie en anders is het af. weerhouten daer aen gemaekt, en een Zy ftellen mec ter uitvoering het bei daer aen vaft. Hier mee gaen zy geen hunne profeterflen of duivelloeren op her w i l t , en fehieten die jaegfters gebieden. T e weten, op zcweerhaken met de rieten in'c lijf, dat keren tijc des jaers moeten zy drie dan op der loop treckt met de rieten maenden naekt gaen : of zouden anin c l i j f , die hec voortfleept. Maer ders , zoo zy zeggen, geen regen heb. aen het geluit van de bei kan men altijt ben. O f zoo zy op andere tijden te hooren', waer het wilt is, dat zy dan koftelijk met zyde klederen gaen, zoo vervolgen, achterhalen, en den hals nemen de raersheerenhen die af, cn affnijden : want door hec bloeden uit fcheuren dezelve voorhare oogen aen ftuk>ven J

E E - en L A N T - R E I Z E . ji ftukken O f zy moeten herte-vellen,' en leit de zwangere vrouw op de rg, rijs,of fterken drank rot boete geven. cn drukt en en perft haer zoo lang, mec Van andere ftraffen, ' t zy aen lijf of handen en voeten, op 't lijf, tot haer de leven, weten zy niet. vrugr,hoewei niet zonder groote fmerBehalven deze macht der raetshee- te,afgaet.Ditdoen fy hierom alleen,dc' ren voornoemt, is'er ieder evcn veel wijl zy meenen, zonde te zijn, voor meefter. dien tijt de kinderen te laten in 't leAlle d'eere, die zy malkanderen ven te blyven. Na dien tijt laten zy Ouderaendoen, beftaet in den oudcrdom aleerft de kinderen leven. d o m leen, zonder eenige nalatigheit, zoo Zoo lang de kinderen klein zijni h o o g h seacht. in het verby gaen, (want dan moet de houdtde moeder hen altijc by haer: * jongfte voor den oudtften wijken) als maerrtaden oudcrdom van twee jaren in maeltijden, daer den oudften eerft komen zy by wijlen ook by den vader. voorgedeilt wort, gelijk die ook aen " c Zoo licht als de mannen aen een vrou hoger cinde zit. Die heefc ook plaetfe komen,zoo licht knnen zy daer weer in het fpreken: want dej ongfte z wijgt affcheiden, en om allerleye redeneri: altijt voorfijnen ouder. maer zonder reden daer af re willen De mannen trouwen, als zy over de fcheiden, dan zijn zy hec huwelix H u w e lijcken twintigh jaren gekomen zijn: maer goet, dat zy haer gegeven hebben, S t a a t . de vrouwen, zoo vroegh als zy daer quijt. Doch heeft de man reden, als van overfpel, of dat de vrouw hem toebequaem zijn. Zoo lang de Formofanen noch niet flaet, zoo ontfange hy hec gegeven manbaer zijn, mgen zy het hair niet huwelix goet wederom. Desgelijx van langer als gelijeks de ooren dragen: de vrouws kant. Dan mgen zy beimaer laten het daer na waffen, zoo de vry weder een ander rrouwen: lang als het wiU dat ook wilt genoegh waer door zommige verfcheiden malen in een jaer trouwen. Ook ftaec. Alseenjongmaneen dogtertenhu- maken zy weinigh zwarigheyt van weLijk verfoekt,ftuurt hy een van fijne overfpel, indien her flechts ftil kan genaeftevrienden met het huwelix goet, houden worden. Doch zy myden dat in eenige Sineefe kleetjes, armrin- zieh evenwel van bloetfchande. gen van gevlochten riet , en in eenige De juftitie of het recht wort onder Gerecht; breede vinger-ringen van hoorn, of hen doorderegeering niet geoeffent: of koper, en in eenige andere fnuifle- maer ieder wreekt (ich van dootflagh* ryen van kleinder waerde, beftaet. diefee, of echtbreuk, zoo als hy beft Wanneer de dochrer dit alles aen- kan. Is iemant beftolen, zoo haelt de ftaet, zoo ishet huwelijk geflooten. beftolene, indien hy weet, wie hec Geduurende de jongheit woonc man gedaen heeft, zoo veel goets uitJhet en vrouw ieder alleen: want de man- huis van den dief, dat hy rykelijck benen woonen niet eer by de vrouwen, taelt is, c zy met goetheit of geweit voor zy vijftigh jaren oudt z i j n , en cn hulp van fijne vrienden: waer uic dat meeft op 'c velt in kleine hutjes ; dikwils groote moeyte ontftaet, ja daer zy de vrouwen altemets een wei- dootflagh gefchiet. De dootflager moec vluchten, ter tijt toe hy zieh mec nigh helpen Werken. Wanneer dejongman byzijnejon- de vrienden^, van den dootgeflageh ge vrouw wil zijn, dan komt hy ter voor verkens o'fhertevellen verdragen fluik in huis, en op de flaep-plaetfe heeft} dan komt hy wederom, en wort leggen: daer dan de jonge vrouw by van niemant gemoeit. hem onderkruipt: maer voor dagh ' Overfpel, indien hec uitkome, worc gaet de jongman ftil weer wegh na met het geven van twee of drie ver* zijn eigen huis: dewijl ieder zijn goet kens beflechr, na d'overfpeelder van .alleen heeft en behoud t. machten middelenis: die de man van Voor de mannen of vrouwen zeven dt>verfpeelfter daer voor haelt, die en dertigh jaren out zijn, laten zy gene hier door met zijnen z wager en vrouw kinderen in het leven blijven: maerals goede maets wort, en in ruft en vrede een vrou verneemt fwanger te zijn,dan leeft. Bywyle krygen geheele dorpen tekomt een priefterin of duiveljaeghftcr, G 2 gen
7

G E D E N K W E E R D I G E ^en malkanderen oorlogh : en twee uitoorzake de man geen regen geerc of drie helpcn malkanderen, ja komen Waerom zy de vrouw van dezen god d'Andere,die dikwils en over vallen alle de genen, ook meeft aenbidden die in de velrhuizen zijn,en flaenhen zy zeggen zeer boos te z i j n , bidden doot. Zy nemen de hoofden, en al zy meeft aen , om dat zy hen doch wat hen voorders aenftaet, daer uit, geen quaet willen doen. De godsdienft wort 'er niet door daer zy hunne huizen mede verzieren. Zy val!en ook wel by nacht in de dor- mannen, maer door vrouwen,die Pnepen, en overrompelen en verflaen de fterinnen zijn, verricht. Sy beginnen dorpelingen, eer zy opde beenen ko- met den offer van verkens, herten en men. Wanneer zy een gelukkigen verfcheide vruchren. De Priefterin' tocht gedaen hebben, dan wort in het nen vallen neer, en tieren en beeren, dorp groote vreughde aengerechr, als of zymet den duivel bezeten wametvrecten, zuipen, braffen en flem- ren Sy beven en tzitteren, als d'afgod, pen. Die zieh in dien vclttocht wel naer haer zeggen, tot haer fpreekt. gequeeten heeft, wort van cen ieder M idlerwijlen drinken d' omftaenders, grotehx geeerc en aengehaelt. diede meefte wijven zijn,- haer dronWapene. Hunne wapenen zijn lange en bre- ken en vol. Zy klimmen op de hoeken van hare de fchilden , in plaetfe van rondaffen, daer zy zieh achter verbergen : kone kerken , ftaen er moeder naekt, en enbrede zabels, daer zy vinnigh mec toonen al wat zy hebben, haien afgohakken:aflagayen,voor met een ftherp den enden Volke, en waflen het ganyzer beflagen : zy voeren ook pijl fchclijf. Zy weten geluk en ongeluk te voorenboge, maer gebruiken geen fchietgeweer. Zeggen, goet cn quaet re voorfpelkn. My is onbewuft, of zy eenige fchrifZy vermeten haer den duivel uit de ten of boeken hebben. huizentebannen, en enreineplaetfen Zy hebben een heidenfehen afgo- r e heiligen. dendienft, die zy malkanderen men Voor hene ws in eenige dorpen een delmglceren, enalzoovan hant tot gewoonte, dar, als 'er eenige zick waharrt by overlevering na laten. ren, die zy meenden rie op zouden Sygeloven , datdeweereltvaneeu koomen, een ftnk om den hals te fmijwigheit isgeweeif, eneeuwighbl jven ten, die zy dan daer zoo hoogh by opzal: ende zielen na dit leven goer, na haelden, als f y oordeelden wel te zijn. zy gedaen hebben, ontfangen zullen. Dan lieten zy dezelve weder vallen, Wanneeriemanronder hen fterfr, dat hen ingewant en herr in 't lijf borft: dan maken zy voor zijn huis een Itella- daer mee waren zy genezen, te weten gie, met eenige vaendels verciert. Zy doot, en voelden geenepijnemeer. llellen daer een kahbas met water by, Dedodehjken worden op een lang ten einde de ziele haer daer in zou m- zantvuvr ged roogr, niet zonder groogen waflen, en reinigen van hunne ten ftank Ondertuflchen houden de zonden: als, van binnen 37 jaeren magen en vrienden eendoormaelmet kinderen ter werelt gebracht te heb- vreeten, zuipen en danzen, verfcheiben, op verbotsdagh kleetjes gedra- de dagen achter een. Als hetlijkgegen, houc ,oeftersof kiabben gehaclt, drooght is, laten zy het noch wel twee en andere lomperye meer gedaen re jaren ftaen, en begraven het dan eindehebben. Maer wat doorflagh,moorr, lijk in hunne huizen. cchtbreuk,hoererye,dieverye en andeDus flont het met deregeering; en re gruwelijke zonden meer belangr,die ftaet der Formozaenen in oudetijden, rekenen zy niet voor zonde, maer die maer federrzy onder de regeeringvan kunnen met herte Vellen, rijs en drank d'Ooftindifche Neerlantfche KomverefTent en wel gemaekt worden. pagnie geraekr z i j n , hebben zyzicr* GodsSy hebben verfcheide afgoden, na hunne wetten moeten fchikken. diuift, doch twee, diezy byzonder mec hare Een der voornaemfte van ieder dorp vrouwen ceren. > wiert van wegen de Kompagnie als Wanneer het dondert, dan meenen opzienderover de plaetfe gekooren, zy, dat de vrouw met hren man kijft, die aldaer alles in ordc hield , en eens des

Z E E en L A N des jaers aen den Gouverneur rekenfchap moft doen.Du&ver van Formofa N a wy dan den elfften van WinterVertrek h aM a - maent van Teywan vertrokken walakka. ren, quamen wy den dertighften der-

T - R E I Z fe. zel ver maent, zonder iet by zohders te ontmoeten, voor de ftad Malakka ten anker: daer de Heer Jan Tijfz. opperhooft van wegen den handelder Kompagnie was.

H e t L a n d en Stad Van M ALAKK A .

H E t lant of K.oningrijk van Malak- Jbergh, en aen de weft zijde van den ka, en anders Malcya of Maleja, monc der riviere Muar , (en anders na zijne hoofeftatgenoemt, leitop die Gaze, en ook Tyga en Kroifant, of ftreeke lants, of op dat hangend eilant, Krijforant van oucs geheeten} die de dat de koningrijken van Martavan, ftad en'c Kafteel vaa malkanderen Queda, Pera en andere begrijpt, en fcheit ,endiepuit hetTanc komt, en ftrekt zieh tot aen het eilant Sumatra, dicht voorby de muuren der flatmet dat het met zijne ftraet ten weften en een fnellen loop in zee yalt. Over de riviere is by de ftad eene zuiden heefc: gelijkten ooften de kofterke fteenebrug met verfcheide boningrijken van Pan en Johor. Het lant van Malakka wort by vee- gen geflagen, daer men over gaet. le fchrij vers voor het Gout cherfone- De ftad is groot van omtrek,en wert Jus of hangend eilant van Ptolmeus oulangsdoor d'onzen met een muur gehouden : want alhoewel Malakka van gehouwen oeerfteen enrondelen heden geen hangend eilant is: zoo gefterkt. Sy is van binnen dicht bezijn er evenwel, die zeggen, dat tuf- timmert, en bewoont, en heefc fom> fchen-het vaft lant van Malakka, en mige wijde ftraeten en verfcheidefteeeilant Sumatra eertijts geene andere gen: de (traten en groote wegen zijn fcheiding was, als een kleine ftreeke met groote boomen geboorc. lants: maer nu is 'er eene ftraet of arm j Inhetmiddenleiteen bergh, daer van de zee, die twee bevaerbare kana- ]een kerk, aen S. Paul gewijc, opftaet, lenbegrijpt.Het een wort genoemt het daer tegen woordigh van d'onzen in Kanael of de Straet van Sinkapura, om gepreekc worc: maer de toorn, kerk en dat het aen de ooftzijde van de kaep kloofters ,' door de Portugezen gevan Sinkapura begiat : en het ander: flieht, ver vallen zeer. wort hec Kanael van Saban gehe-) De meefte huizen zijn van groote ten, na een eilanc ten weften gelegen., en dikke bamboesrieten gemaekt, die Lngs de kuft ftrekt dit lant tot drie langduurenknnen,en onvergangeof vieren zeftigh mijlen verre; want; lijk z i j n , zoo lang zy droogh blijven : dsebegintby het eilant Kambilan,of eenige zijn ook van fteen opgebouwt. Zabilan by andere genaemt, en ein-1 De huizen zijn doorgaens klein en dight aen het eilant van Beitan, die laegh, met lge kamers en vertrekken* de eigenfte grenspalen zijn. O f liever die met weinigh huisraets geftofteert het emdight aen de kaep van Sinka- zijn. De ftad Malakka wiert door Albupura , twintigh mijlen van Malakka kerk, des jaers vijftien honderc en gelegen. De hooft ftad is ook Malakka ge- tien, voor de Portugeezen ingenooH s o f c naemt, en wort voor de geene gehou- men, het welk men zeit aldus zou onckb. den, die in oude tijden Takolagehe- ftaenzijn. Seker Emanuel , of liever Mahoten wiert. Sy leit op twee graden en een halve mer, geboortigh van Arabie, was te noorderbreete, tegen over het eilant dier tijden koning van Malakka. Mec Sumatra, aen den inhamen oevervan dien maekte Albukerk een verbonr, de zee , cn in hec hangen vafl eenen maer wiert by den A rabier niet gehouG 5 den,
J ( 3

5 G E D i N K WEERDIGE, den, en overviel de Portugeezen, en ftonc De Ponugeezen, die zieh vee! floegh hen doot. Hierop quam Al- aen deze ftad lieten geleegen leggen, bukerk voor de ftad, terwijl de ko- quamen met een mchtige vloot van ning , eh alle zijne hovelingenen rijx- Goa tot ontzet: daer Maelief genootraeden opde bruiloft van zijne doch- zaekt was tegen tc flaen. d' Onzen ter vreu iihde en goe cier maekten, en en de vyant verloor< n ieder twee Icheviel'er op in,cn verbrande een gedeelte pen, d'Onzen , die gebr k vankruic der ftad. De ftedelingen booden hadden, zochten de Ponugefe fcheegrooten tegenweer, tot de vrouwen pen^enreren , maer dePonupezen toe, die metfteenenvan de daken der ftaken op de vlught, en begaven zieh huizen fmeeten. Na veele en ver- onder hec kafteel: daer Marehtfhen fcheide fchermutfclingen drongen de vervolghde, en vermeide hunne ganPortugezcn tegen de gewapende oli- fchevloor, beftaende in zeftien galfanren ter ftad in , en dreven den ko- joenen, viergaliaflenen veertien fufning ter ftad uit, die het ontvlughte, ten: daer over de drie duizencmencn in de woeftijne ftierf. DePortu- fchen op waren. Des jaers zeftien hondert en zes gezen bequamen grooten buit: men zeit wel over dqcwee hondert duizent wiert Malakka door den koning' van Johor mec een heir van zeftigh duikroonen. Zy verfterkten de ftad met een fterk zenc man belegerc. Na dePortugezendeftad Malakka kafteel, en timmerden zeer treflijke kerken en kloofters. Daer waren, ten omtrent hondert en dertigh jaren beze- tijdeder Portugefen, f parochien of renhadden, wiert de zelve, na een vero?ert, hooftkerken: maer de kloofters derge- halfjarigh belegh,dcora'onzen voor fteHjken in noch grooter gcral. Daer de Kompagnie, desjaers zeftien honwas een fraei collegie huis der Jefui- dert een en veertigh, veroverr. ten mer groote vet trekken, die groote Men vond er een ftuk gefchuts, weLladen aen de ftad bewezen, der- dat vier en zeftigh pont yzers fehoor. Zedert hebben d'onzen de ftad zoo waertszichde vrcemdelingen uic alle oorden begaven. mec Neerlanders als Indiaenen deen Onder andere was'et eene kerke, bevolkenengeruftehjk bezeten, onaenS. Maria gewijt, daer inS. Xave- der een opperhooft van wegen de rius dikwils z m gepreekt, en groote Ooftindifche Maetfthappye mirakelenuitgewerkt hebben. D'opkomfte, eerfte ftuhting, en Op een zeer hogen bergh in de ftad oorloghs ampten van Malakka worftont een kloofterder Kapueijnen. worden aldus by Baitos en andere De ftad Malakka was onder de Schrijvers verhaelt. Roomsgefinden tot een bifdom opgeMalakka is allereerft geflieht twee j ^ recht, cn ftont onder hecaertsbildom hondert en vijftighj .ren voordekom- eet vanGoa. fteder Portugefen in Indien. g ' Een ige jaren tevooren, eer de PorTe dier tijt regeerde in Sinkapura, tugeezen daer quamen, was Malakka gelegen op een halve graet benoorden flechs een dorp: maer wiert daerna demiddellijn, zeker Sangefinga,enin door de Javanen tot cen ftad gemaekt. de gebu u r-geweften vanjavaeen, met Desjaers zeftien hondert envijfbe- name, Paravifa, die ,ftervende, twee Malakka ftont d' Admirael Kornelis Man lief z.oonen nahet: en beval daer over de door Mafcegcrt " met elf fchepen en dertien hondert envooghdyfchap aen fijnen brot*der: zeven en dertigh man de ftad Malak- maer deez dode den oudften, en wierp ka , ("daer toen , van wegen de Por- zieh zelven tot koning op: over welke tugezen, Don Frtado deMendoza, tierannye verfcheidejavaenfehe ede eenftrijtbaer krijgshelr, over geboor} lenmetden jongften, Paramifora gete bevechten en befpringen. Hy nam heten.het lant verlieten,en vluchten na vier fcheepen van de ree, ftak de voor- Sinkapura : alwaer zy by Sangefinga ftad in bra nt, voorts beleegerde hy en minnelikonefangen wierden. Dan niet belchootdeftad, den rijt van twee of lang daerna dode Paramifora, met bydriemaenden, waer uit grootehon ftanc van fijne Javanen, Sanfeginga, gersnoot en fterfte van binnen ont en nam reif het rijkin bezitting. Maer de
r z OT wann eft,cht 6

Z E E - en L A N T R E I Z f e de koning van Siam, ( Wiens fchatte- van twee hondert Zeilen, bemant mei: ling en fchoonzoon Sangeilnga was,_) zes duizent man, tegen den koning dwong hem zijn met ge weit den ver- van Malakka, onder 'c beleit van de kregen throon te verlaten,encen nieu- zee-vooght Laofamava Privan ,ftedewe woonplaetfe te zoeken. Waerop houder van Lugoor, die door ftorm hy zieh aen den ftroom Muar neder- en on weer wiert verftroit,en vcrviel^ zerte, en aldaer een nieuwe vefting, ten dele door verraderye, in der MaPago Pago bouwde. Hem volghden hometanen handen. rwee duizent man: welker eenige CelMalakka heefc een der fchoonfte lati waren genoemt, of,Juiden, die op havens van gantfeh Indien: daer men zee by de vifchvangft en roveri je leve : t'allen tijden van 't jaer in kan komen: hoewel hy hen,uit eenigh misvertrou- daer andere plaetfen van Indien van wen , in de vefting niet wilde nemen, verfteken zijn. niet t egenftaendc zy hem te vooren DeHftad leit wel ten koophandel, KoopHeere van Sinkapura hadden ge- en daer komt noch heden veel vaer' maekt. Dies deze zieh drie of vier tuigh uit gantfeh Indien, als van Benmylen van Muar neerfloegen, op eene gala, Koromandel, Banda, Java, Suplaetfe naby, daernu Malakka leit,en matra , Siam, en uit andere geweften, vervoeghden fich by d'inboorlingen, die met rijke koopmanfehappen gehalf wilden : welker tale Malayan laden zijn. wortgenoemr. Ten tijde van de Portugefen was'er Wanneer de plaetfe hen begon te ongemeene groot chandel, ende ftad klein te worden, trokken zy den bezat toen groote rijkdomrnen van ftroom een vierendeel mijl hooger op: gout, edelegefteenten, enanderekofl alwaer een heuvelwas, genaemt Bei- telijkheden : ja Malakka was als de tan,met een ruime vlakte: welkerge- fleutel der fchip-vaert van Tzina rijf en fchoone ge^egentheit Parami- Japan, en van de eilanden na Molufora lokte Pago te verlaten , en zieh kes en Sunda. I n ' t korr, Malakka by hen in deze nieuw geboude plaetfe was de rijkfteen kooprijkfte ftad van te vervoegen: welke namaels Malakka Indien, naeft Goa en Ormus. Eer de on zen zieh meefter van deze wiert genoemt (dat gezeit is, balhng, ofeengebanne man) ter gedachtenis plaetfe gemaekt hadden, wiert alle jaren een fchip uit Portugael gezonden* van dit Javaenlche ballinfchap. By vcrloop van tijt is allengs de dat een maent voor d'andere Ooftin* koophandel van Sinkapura na Malak- difche fchepen vertrok. Het deed gene oort van Indien aen,'tenzy door ka verplaetft. Na Paramifora volghde zijn zoon noot: maer zeilde regelrecht na MaSaquen Darfa in deregeering, die lakka, om aldaer fijne lading inte nezieh zelven, als vafael, den koning men , die het met grooter rijkdomrnen van Siam onderwierp. Deez ftelde te rugh fleepte,als eenigh ander fchip. Door de Straet van Malakka o f j onder zijne gehoorzaemheit de gantfche lantftreke van Sinkapura, ten oo- Sinkapura, en vooorby Malakka, (ge- vaert ften, tot Pulo, of eilant Zambtlan, lijk gezeit is} moetenalle de fchepen ,^ welkis ten weften van Malakka, een varen, die van de Noorr, als van T z i na, Japan, Siam.Kambodi/Tohking, ftreeke van dertigh mylen. De navolgers van Saquen Darfa en Manilha, na de Weft willen: te hebben namaels allengs het Siamfch weten, na de kuft van Koromandel, jok van den halsgefchudt -.inzonder- Bengale,en andere plaetfen: en weder heit, na de Moren, Perfen en die van van de Weft na d'Noord : zulx doot Zuratte hen tot het Mahometsdom dezelve Straet een groote vaerc valc. bekeert hadden, en hebben eindelijk Waer over de Portugefen in hunnen de volkome opperhoofdige regeering tijc alle fchepen hebben doen vertollen, entien ten hondert aen rollen bemet geweit verkregen. Maer de koning van Siam zond op talen: het welk hen een ongelooflijt jaer vijftien hondert en twee, en ne- ken rijkdom toebrchc. Dan het zelgen jaren te voren, eer de Portugefen ve is by de Nederlantfche Maetfchap* Malakka hadden veroverr, een vloot 1 pye, als onredelijk, afgefchaft: en wor>
hande! 1 G r o o e 0 a f J

6 G E D E N.K W E E R D I G E wort by haer heden daer niet als ge- uit hetgeberghte gehaelt wort: te weten, weft waerts op, uit de vermaerde handelt. Malakka is een lant, dat uit zieh riviere Kedan en Peren of Peragh. De Moren van de kuft plaghten alzelfs weinigh of niec uitlevert: maer daer veel waren uit andere plaetfen te daer fterk met lijnwatcn , enandeie merkt gebraghr worden: byzonder- koopmanfehappen te komen: maer lijkvan't eilant Sumatra peper, gout, nn zoo veel niet meer. Ook komt de en andere waren: voorts van Ligoor, peper aldaer zoo veel niet als voorPera,Queda,Oudjang, Slang, t i n : hene: naerdien meeft alle de plaetfen gelijk de Neerlantfche Maetfchappye op de Weftkuft, of Sumatra, met de in dezelve plaetfen mede de tin in- kantoren van de Maetfchappye bezet koopt: dewelke zy dan na Malakka zijn : welke kuft een groote menighte voeren, om van daer voort op de kuft peper uitlevert. Men gebruikte eertijts in Malakka van Koromandel, Bengala, Perfien, geen andere munte, dan van tin, de- laTka.*' en Suratte verhandelt en te gelde gewelke zwaer in gewicht, maer weinig maekt worden. De toeloop der koopluiden is'er in waerde was. O f liever men verulzeer groot, en de koophandel zeer de het een ding tegen het ander : of rijk: waerom d'ouden herzeive, bui- nam gout en zilver in gewicht aen. ten twijffel, het goutnjk Cherfonefus Maer heden flaetmen'er gout en zilnoemden. Men moet'er lang vertoe- ver. Een reael van achten doet'er geven, uitoorzake aldaar na het Mou- menelijk twee glden elf ftuivers. Men heeft'er tweederlei gewicht: zon, of zeil-winden, of weer-faizoen, te weten, een groot, en een klein: of af re wachten is. Men komt'ervan Tzina, Moluk- een groote en een kleine Bhaer. De groote Bhaer doet aoo. Kattys, ka, en andere gebuur-eilanden, als ook van Bengala, Koromandel, Banda, ieder Karty gerekenr op 26. Tayls Java, Sumatra, Siam,Pegu, en andere of op 38. oncen eneen half, Portugeweften met zeer rijke koopwaren gaels gewicht: naerdien een Tayl effen andernaive oneeis. De kleine Bhaer merkten. De Sinefen brengen aldaer over- isook van twee hondert Kattys, een vloet van zyde, porceleine vaten, Da- Katty gerekent op twee en t wintigTaimaften, Brokaden, Satynen van ver- lcn. Volgens andere doet een E haer fcheide kleuren, Muskus, Rhabarber, op Malakka twee hondert Kattys yzer, zalpeter, fijn zilver, groote en Aetfchijns, of drie pikol Tzinaes: ieder kleine peirlen,ivoir,vergulde waeiers. pikol gerekent op hondert twee en Zy voeren weer van daer,in verruiling, twintigh pont: tezamen driehendere peper, wierook, laken, of kleden van zes en zeftigh pont. Men weeght met het groot gewigt Kambaye, gewrochreenongewrochte korael, gefchilderde karoene klee- of Bhaer, peper,n agelen, noremuskaet, den van Palakatte, en andere witte foelie, wit en root zandel-hour, Indivan engala, cinnaber, quikzilver, go, Aluin, Arents-hout, Civec: en met % Amfioen , en andere 4coop waren en het klein, quikzilver, koper, blatgour, drogeryen van Kambaye. Daer ko- olye vannoce-muskaet, benjuin, kammen ook vele fchepen van'c eilant Ja- fer, en andere waren. va, geladen mer rijs, offen, fchapen, In Malakka woonen vele vryc luiherten, en zwynen-vleefch, en meer den , en zijn de meefte Mefticen en andere waren. Kaftien, en eenige Sinefen, Heidenen Zulx Malakka de rijkfte haven is, en Joden, om den koophandel. dewelke men zou mgen vinden : ja De Malayers, of 's landts inboorlin- J men vont'er eertijts zoo veel gouts, gen, is een volk bruin van verruwe, i ts. dat groote koopluiden hunne: midde- met lang zwart hair , groote oogen, len niet rekenden, dan by Bharen platte neuzen,en groot van ftal. gouts} gelijk ook noch: want uit het Men zeidt zy meeft vandejavanen lant veel ftofgout komt, daer d'in- herkomftigh zijn, daer zy nochtans woondersgroten handel mee dryven : van oogen nietnagelijken. het wel ke aen de riviere gezocht, of Zy gaen meeft nackt, met een kleet- K I
5 f M u m e aye

Z E E - eii L A N T R E I Z E-. je flechts om 't lijf, en d'armen en bee- deren heufcher te zijn, als zy die wee nen bloot. Zy dragen tot cieraet gou- ten en verftaen. De Neerlantfche Ooftindifche de arm - en oor-ringen, en koftelijke Kompagnie heefc ook een ganfeh gefleenten. De vrouwen dragen zyde kleeren> woortboek in de Malaytfche tale, met met krte hemden maer mer gout e,n neerduitfeh daerneffens, laten drukgefteenten geborduurt,en hebben ook ken,totgerijfvan hunne onderhoori't hair, dac zy lang houden, met eedele re dienaers en koophandel. De meefte Malayers zijn of Krifte- j gefteenten bezet. Het vrouwvolk is'er zoo moedigh nen of Mahometanen vanGodsdienft. dienft. en trots, dathet boven alle ander lndi- Men heefc 'erookheidenen en joden, aninnen wiluitmuntenen gee'ertzijn. die derwaerts ten koophandel kooMenvindook p Malakkaeen ze- men. Aen de kuft is het lant van Maleya AenJcs ker flag van menfchen, Kakkerlakken K a k k e r - by d'onzen genaemt; dewijl zy gelijk meeft vlak, effen en moerafligh, en *' lakken. de kakkerlakken (een zeker onge- niet zeer gezonc: maer binnen waerts diertc in Indien) des daeghs, ook met zijn veele heuvelen "bergen , bofoopeoogen, niet veel zien kunnen, fchenen wilderniflen: gelijk dier eemaeralleenlijk des nachts. Zy kun- nigen uit zee genoegh kunnen gezien nen byduifter gelc teilen, naeien en worden. Daer omtrent wall: niec al reveel andere dingen doen: dac hen des daegs leeftocht,uit oorzaeke het lant laegh onmoogelijk is. Deswegen leggen , 2ich des daeghs te flapen, maer begin- is : alshierendaerinde tuinen. Het nen aenftonts, zoo dra de zon onder is een behoefeigh lant van granen, als de kimmfen is, en d' avontftonc valt, rijs , erweten, en diergelijke peulvruchten : maer die worden uit het weder op te ftaen. Vanftalen gelijkmatigheit van le- lant en de gebuurgeweften fgebraghti den,en ook vanverwe,zijn fy den vol- Daer komen fdagelijx Bengaelfe en ken van Europe gelijk: hebbengrau- Sumatraenfe Thyanenof vaertuigen, we oogen, daer anders alle Oofterfche met rijs en andere eetwaeren gelaevolken zwarte en zwart-bruine oogen den. Daer groeien evenwel veele I n hebben. diaenfcheboomvruchten, die men geHet hair is geelachtigh , en hangt dat van de vrouwen, toc achter over meenelijk op het vaft lant van Indien vinc. delendenen. De vruchten, Durions geheeten, De voeten ftaen inwaertsgeboogen. Men vind dit flagh van luiden op waflen'er beeter enweeliger als opee verfcheide plaetfen in Indien, en ook j nige plaetfen in ganfehlndien. Daer groeien nanalfen, Jambos, in Africa Mangues , Karamblas en Papaias. Malaytfe De tale of fprake wort de MalayMen ziet 'er heele boflehen met ko^ fche tale, na de Malayers, 's lants imtale. boorlingen, genaemt, die zeer ver- ksboomen. Daer groeit zeker boom Zingadyj maert, en doorgeheel Indien bekenr en verbreit is: want wanneer veele vol- en by de Portugezen de Droevige ken van verfcheide talen te Malakka Boom genaemt, om dac hy des naches gekoomen waren, hebben zy eene by- zijne bloemen toefluit. Mert ziet'er ook kaneelboomen: zondere tale opgerechc, die uic d'aengenaemfte woorden en fraeifte wijze hoewel in geene groote meenighte, van fpreektrant van andere volken be- noch zoo goet, als op het eilant Ceiftaer. Waerom die tale de aenge- lon. Daer valr Kalambak of Aloesnaemfte en gefchaeffte van alle Ooftindifche talen is. Ja zy is zoo zoet, hout, en groote menighte van Ben* dat de gebuur- en andere verre gele- zuin. Daer groeien ook eenige Indifche gene volken, die op Malakka handelen,dezelve gewoonlijk leeren, zoom vruchten, die nergens als in dien oort den koophandel, als aengenaemheit. gevonden worden: maer weinigh EuDaerenbovenachten zy zi,ch veel abel- ropifche vruchten: want men heeft 'er H gene
; G o s aw

G E D E N K W A E R D I G E 5* genepceren,appe!en, pruimen noch kleine, maer fchoone diamanten g c kcrferi. vonden worden. Daer zijn niet veel oflen, koeien,! By Sinkapura houden volken in zee^ fchapen noch peerden : maer moeren in kleine vaertuigen, met vrou en kin die alle bym boyen uit hec lant koo- deren, die zieh mec viffchen erneeren. men. Ook zijn de beeften, die daer Deze volken zijn onderdanen des koomtrent vallen, niet al te vet. nings van Jor,en worden SalettesgeMen had'er eertijts veel Wilrgedier- noemc. re van allerlei flagh, inzonderheic oliGekoomen omtrent twee mijlen fancen en rijgers ,en zoo verwoer, dac uit zee, door de ftraet van Sinkapura, zy by wijlen na de huizen, en zelfdes begiric de ftroom van Johor. In deflelfs nagts in de ftatquame Ja d'inwoonders inkoomen ftaen twee heuvelkens of ten platte lande waren genootzaekt op eilandekens, gelijk Zuikerbrooden: de boomen te flapen , om daer voor Het een is viermael zoo groot als ' t anbevrijt te zijn. Maer federt deze der , en leir een in 't inkoomen noordplaetfe door d'onzen meer en meer be noordooftwaerts, en het ander noordvolkt wiert, heeft zieh allengs ook het j ooft waerts. Aen d' andere zijde des ftrooms leit een heuvel of bergh: wilt gedierte vertrokken. Dicht by Malakka is de Kaep o f hoewel het land aen dezuitzijdezoo Kaep Ra-Uithoek van'Rachado : als ook de hoog niet is. Voor den ftroom is 't tien ch.ido. Kaep van Barcelai , dewelke eene vadem diep. Barcclai. hooghichtige bergh is, en op eenen Weft ten zuidenvan de ftad Malakhoek leit. ka leit een eilantjie van omtrent een Hb d e Omtrent Malakka leit een groote halvemijlegroot, byde Portugeezen BergMa- zalpeterri jke bergh, Madian geheeten, Hha das Pedras genoemt, dat is, eilant fpringtop ^ j zeftien hondert zes en van fteen. Hetheeft goet verfch waveertigh door z ijne zalpeterachrigheit ter. Een half kartoufcheut van de ftad opfprong , dat mec zulk een gedruis en a o s . aertbeving vermengt was , als of de leit een klein eilantje Malakka, anders N Ilha das Naos, dat is, eilant van Scheheele werelt fcheen te vergaen. Sinkapura is geleegen op de zuider pen ,by de Portugezen geheeten. Sinkapunt of hoek van ganfeh Afie , omTwee mijlen van de ftad leit eensapta. pura. trent een halvegraetnoordwaerts van' groot eilant Sapta genaemt. de middellijn , en twintigh mijlen van O p deezen uithoek of uitfteekende Malakka. ftreeke lants, die het lant van MalakN a die Sinkapura wort de Straet ka of Maleya begrijpt, en het verfte van Sinkapura alzoo genaemt. van ganfeh Ooftindien na 't zuiden Sinkapura wierd eertijts door een fchiet, leggen verfcheide andere kobyzonderen koning beftierc, en was, ningrijkenenfteden, als, Patany, Pavoor d'opbouwing van Malakka, de han, Pera, Queda, Johor of Jor, L i voornaemfte handelplaetfe en woon- gor, en voorts meer na "enoorden het ftede op deze kuft, en wiert doortle koningrijken de ftad van Tanaffery. koopluiden van Tzina,Kambodiaen I n ' t kort zullen wy de koningrijandere geweften aengedaen. ken van Johor Pacany, LigorenPaOmtrent de Straet van Sinkapura han ten toon ellen. leit een berg van een zelve name, daer
Pedra1, 1 e s a e r s 7 IIhaJjJ

" * * f

Het

Z E E -

eh

L A N T -

R E I Z E .

59

H e t Koningrijk van

o f

T_J Et Koningrijk van Jor of Johor is tfel, maken: want zy zwarte fnden * alzoogemeenclijk na zijnehofr- voor de fchoonfte houden. ftad genoemt, en wort by eenigen ook Gemeene luiden gaen ganfc h haekr, GoerofGoera, enjoarofGoar, en behalven een kleetje voor hunne fchaGohor geheeten. melheit , welk hen tot op de voeten Het leit aen de ftraet van Malakka, hangt. eftpaeltten deele aen het koningrijk Rijken en luiden van ftaet dragen Rieding van Malakka, enten deele aen het ko- een karoeh rok, t zy blaeuw, groen, ningrijk van Pan of Pahan. root, of van andere kleure, byna van De oude ftad van Johor of Jor (en fatzoen, als onze hcmden ', metbreeanders in eenige kacrten Guar ge- de mouwen , voor operi rot aen de naemt) was eertijts zeer groot enon- borft, en hangende tot op de knien. gemeen fraei bebouwt. Maer de PorZy hebben daerenboven twee zijde tugeezen hebben die des jaerszeftien of katoehe banden van een zelffte hondert en drie dier mate verwoeft: kleure, als de rok: d' een dient hen tot dac'eralleenlijk eenige weinige huizen een gordel, hangende met de twee eihbleeven ftaen, die evenwel volkrijk den tot opde voeten, en d'ander tot bewoont wierdert. een hooftband. Zy verwen de nagelen geel: en hoe Des jaers zeftien hondert eri negen deed de koning van Johor eene nieuwe iemant hooger van adel is, hoe hy de ftad hooger den ftroom o p , boven Jo- nagelen langer laet groeien. hor, bouwen, en Batufabar noemen: Derijkegaen gemeenelijk met een waer te d'onzen,onder den Admirael kris of ponjert op zijde, die met edele Pieter Verhoeven, tot byftant in den gefteenten bezaeit is. De koning heefc eenige kleine kopbouw, drie duizend realen vah achten uitreikten, die zy uit den buit der nihgen, als zijne leenmannen, onder Portugeefche fcheepen van Makao, Zieh. Des jaers zeftien hondert en zes by hen omtrent Kabo Rachado verovert,bekoomen hadden.Derwaerts be- quam hy voor Malakka, met zeftigh gaven zig de voornaemfte inwoonders duizent man,een teken van zijne grooder oude ftad met den woon. Een te krijghsmacht: en kreegen de Portuhalve daghreize van Bathufabar leit geezen, in deveroveringderftad Jorj eeneplaetle aen Zee Sedalli genoemt. j 1500 metale ftukken gefchuts. Het lant is zeer vruchtbaer, engeeft Die des jaers zeftien hondert en rneenightevanlimenen, odk citroe-|acht heerfchte , wiert Ratispont genen, zoo groot als een mns hooft, naemt,en had omtrent den ouderdom bananas, bacatafen, ahanaflen enan- van dertigh jaren. Hyquam by den dere Indiaenfche vruchten. onzen met dertigh van zijne vrouwen Daer valt zeer veel peper,ook kaneel, j aen de fcheepen, had drie goude ketbuffels, koeien, herten, wildezwij- ten met eedelgefteenten omderffials. nen,en veelerlei flagh van meerkat-:Zijn ponjert was ingeleit met faphiren tenenvogelen, ook eenige zeemon en diamanten, waerdigh vijftigh dui zent glden. fters. d' Inwodnders zijn half moorfch V e z e n dTnwoonders zijn uit de natuur en halfheidenfeh vangodfdienft. n aert W j*"' 5 maer geil; logenachtigh, Des jae/s zeftien hondert en negen sonders e n mate geveinft, en zeer trts. Zy zijn blontblauvir van vesruw, heerfcj^e over Johor een koning, Jan breet vanaengezicht, krom van neus,| de Paratuan.dat is,degrootfte koning* enongemeen zwart van tanden, die die ook koning van Malakka was, en 2y dusdor kunft, bfkuwen vanBe-! RayaSybrang, d t i s , koning ofvorft H 2 van
A 1 t b a e r 0v

GE D E N K W A E R D I G E 6o vand'overzijde : twee gebroeders.j huwelijkgegeven, engeneegen, om Des jaers zeftien hondert en elf hem in plaetfe van zijnen broeder zond de koning van Atzemden broe- die het lant beheerde, op te werpen. Linga is een eilant, dat onder het der des konings van Jor weer te rugh, meteengeleivan zes en dertigh vaer- gebiet des konings van Johor ftaet, die f * tuigen ,en twee duizendzrjner onder- aldaer eenen ftedehouder heeft. Daer groeit veel Zagu: maer geen zaten, beneffens veelftukkengefchuts en krijghstuigh, om de vefting van rijs. Het was des jaers zeftien hondert deftadJ or weer op te bouwen. Zoo het geruchc liep, had de ko- en zes met omtrent drie duizend ning van Aczem hem zijne zufterten menfchen bewoont.
a n

Het Koningrijk van PANofPA HAN. T T Et Koningrijk van Pan of Pahan i krachtiger tegen het vergif, dan de Be*- * wortby de Portugeezen Paon ge- zarfteenis. noemt',en by andere, na d'Arabifche De landewaerts in houden veel oli* fpelling, Phaamnaerdien de Mahome- fanten. taenfe Arabieren, uitonkunde van de d' Inwoonders zijn de groote beletter/>,in deflelfs plaetsde phe ftellen.: driegers van de weerelt. Het paelt ten noorden aen het koDe koning is dien, van Siam in het ningrijk van Patane: leit na by aen dat ftuk van fchattinge onderworpen. Maer wanneer Albuquerk Mavan Johor, en aen de Straet van Malakka. lakka veroverde, zond hy gezanten De ftad Pahan leit omtrent een mij- aenhem,omhem van zijnezijdegele van ftrant, en wort alleenlijk by hoorzaemheit te belooven. den adel bewoont: want het gemeene Te Pahan werden veel baflen gevolk onthout zieh buiten in de voor- maekt enoveral verkocht: zijn beter fteeden. Zyisnicrgroor, bezetront- als de Javaenfche , hoewel niet zoo om met een wal van wel gehouwen en goet als de Portugefche. Mengiet'er t' zamen gevoegde palen, tot de hoog- ook metaeleftukken,van drie duizent te omtrent van vier vadem: en leit op pont. D' ingezetenen volgen ten deele ieder hoek een bolwerk maer zonder aerde. De ftraten zijn wijd afgefchut de moorfche of Mahometaenfche, en met rieten heininge,en beplant met ko- ten deele de heidenfehe leere. kos- en andere boomen: zulx zy eer een De koning, die omrrentdesjaers voorftadvan hovenentuinen, alseen zeftien hondert twaelf heerfchte, had bewoonde ftad gelijkt. De huizen ten wijve dejongfte zufter der koninzijn van riet en ftroo; maer des ko- ginne van Patan. Te dier tijde hadnings paleis van hour. den deeze twee gezufters in acht en In de riviere van Pahan, hoewel zy twintigh jaren elkanderen niet gezien. vry wijt is , kan men geene galeyen De koningin van Patan deed den kogebruiken, dan met hoogh water. ning van Pahan verzoeken, haer verA I 't lant is laeg, en kan jaerlijx om- lof te willen geven, van na Patan te reitrent drie hondert bhaar peper geven. zen , om haer te zien: maer als zy dien DitgeweftgeeftPalode Aguila.of koning hier toe niet zag te bewilligen, arentshout, en kalambakhout. Men deed zy alle de vaertuigen van Siam, heeft'er kanfer: maer niet zeo goet Kambaya , Lugor , en andere geals die van orneo , gout, (3y)ewel weftejj, die met rijs geladen waren, dat Hecht is) nofemuskaeten ., foe- om na Pahan over te fteken, beflaenj lie,oSapan hout, diamanten, enpe- en zond een vloot van zeventigh Zeidro de porco, of verkens fteen, die len, gemant met vier duizent zielen, met

Z E E en L A N T R E 1 E, met orde aen d' opperhoofden, deze ften van ooghftmaend deed de koninkoningin,'tzy met wilofgewelt, teha- ginne een groot feeftmael aenrechten * over de komfte des konings van Palcn. Een krte wijle daerna quam de ko- han , met het gedansen gefpeel vanlu ning van Pahan felf,metzijn vrouw cn ftige daniTereflen. twee kleine kinderen, en had zijn lant De koning van Pahan trok daerna verlaeten, verwoeft door hongersnoot, met zijn koninginne, zufter der kovuur en opftanding van eenige zijner ninginne van Patan, weer wegh, en, in plaets van groote gefchenken uitdit onderzaeten. Danniefeen der Grooten aen'thof hof mee te neemen, verteerde hy byna der koninginne quam den gevluchten al wathy had. De koning , die des jaers zeftien koning van Pahan bezoeken : maer wel deed men alle zijne honden doo- hondert en zeven heerfchte , was den, uit oorzaeke hy die niec kon on- toen omtrent in zijnen ouderdomvan veertigh jaren. derhouden. Zijn zoon was getrouwt aen de Na verloop van eenige dagendeed het werk zieh heugelijker met den ko- dochterdes konings van Queda. ning van Pahan op. Want den eer*

Het Konirigrijk van PATAN Tl E .

EtKoningrijk van PataneofPa- | Aen de waterzijdeftroomteen klein tany , alzoo na zijne hooftftad riviertje, dat geheel achter de ad weg genoemt, heeft ten zaiidcn dat van Pa- I fchiet. De plaetfe, daar de^&jbnings paleis han , op dezelveoofter k u f t , paelt ten noordenaen dat van Siam: van gelij- ftaet, desgelijx de wooningen der kenaen'c koningrijk van LugorofLi- Grooten, is met een fterk houten ftagor: want deeze twee koningrijken kecfel afgefchut en omcingelt. zijn gelijk te zamen tot een koningrijk De metzid of kerk der mooren is van gebakken fteen zeer fraei gebouwr, ingehjfr. DeftadPatane leit op de hooghte van binnen zeerkoftelijk vergult, ert van zeven graden en een halve, of zes met knftige gefchilderdepilarenver* en vijftigh minuiten , benoorden de eiert. In 't midden, tegen de muur middelhjn, na by de zee, enjaen de aen, ftaet een groote vergulde preek* ftoel, met vier trappen op te gaen, lantzijde, in een moerafch. Zy heeft geene haven daer de fche- en boven mate kofteftjken knftig gepen kunnen zetten, dan op een hlve maekt. Op dezenftoelmagh niemant mijleweeghs van daer. Is lang om. koomen , dan alleenlijk de priefters trenteen halve mijlei maernietzeer van't lant. Men heeft'er ook verfcheide heibreet: na 's lants maniere bewalt met groote vierkante balken; die aen de denfehe kerken: en onder andere drie. zijdeflechtbehouwen en neffens mal- Des jaers zeftien hondert en twee vonkanderen heel dicht in d'aerde met den d'onzen ineen, die de Siammers groote kracht gehaeit zijn: fteekende daer hadden, een vergult beeld in de wel zoo hoogh boven d' aerde, als de gedaente van een man, hoewel zoo groote maft van een fchip [buiten het groot als een peert. Het was gezeeten met d'eenehant neerwaerts, en bovenet, tot aen de groote mars. De huizen zijn gemaekt van hout d'andere opwerts ilaende. Aen ieen riet, hoewel heel deurluchtigh en der zijde ftont een groote v^gulde draek, en beneffens elken draek een zeer kunftigh te zamen gevoeghe. Devoorftadistamelijk lang, hoe- fteene beelt,'c een van een man ,en'c ander van een vrouw, met de handen wel niet zeer breet. H 3 t'za4

GEDENK W E E R D I G E 6t t' zamen gevowen, even als of zy ba- kens,tijgers, buffels,olifanten,aepenof meerkatten /ganzen enentvogels, die den. Een diergelijk beeld ftont in de twe- tweemaeldes daeghs eyeren leggen, de kerke , hoewel flechs ten hal- tortelduiven mec veeren zoo fchoon, ven vergult, en ten halven root ge- als die van papegayen. verfc: en ook zoodanigh een in de derDe wilde zwijnen doen groote fchade,mereen vergulde ftreepopdeborft. den aen de rijsgewaflen : waer over de Achter het altaer van dit laetfte landieden gedwongen zijn des nachrs beelt ftont noch een kleinder van wachr daer tegen te houden, omhaer fteen , in de gedaente van een man re fchieren of anders ce dooden. De met een groote tuir, hoornsgewijze, gedoode worden onder d' aerde geop't hooft. dolven, en moogen by niemanr gegeeDe priellers houden zulk een beeld ren worden: want de mooren(zoovoor den grooten god. danigh de Patanders en Maleyers zijn) De lucht is 'er gezont en wel getem- nuttigen geen zwijn-vleelch,noch wilAert d e s pert , hoewel het lanc niet verre van de len het niet van andere volken genucL|KSmiddellijn a f w i j k t , en hierom zeer cight hebben. heetis. d'Olifanten zeitmen by hen in de- Vangft De zomer begfrtt in fprokkelmaent, zerwijze gevangen worden. Zy koendirurt negen maenden lang, tot het men mec een tammen grooten en ftercindevan wijnmaent, geduurendeal ken olifant in 'c bofeh rijden. Dees eedien tijt waeien'er geftadelijk zekere nen wilden olifant verneemende, ftelt eenerlei winden: des middags uit zee, zieh daer tegen ten ftrijt. Gekoomen en des nachts uit het lant. by elkanderen ftrengelen zy hunne In flacht-winter- en louwmaentis- fnuiten dor den ander, om elkande'er winter: en dan doet het daer nier als ren onder de voet te helpen. Midlefregenen en fterk waeien uit den noort- wijlekomen eenige, daer toe befielt, ooften, zulx men niet kan in zee gaen, van achteren, en binden den wilden otot aen fprokkelmaent: als wanneer lifant d'aehterfte beenen wel vaft c'zade winden, die, na^c ooften loopen, men,die hy dan nietderft bewegen, uit de regen doen dp houden, enden zo- vreezevan re vallen , en . wort alzoo mer brengen ,om de vruchten tedoen door grooten honger ramgemaekr,om rijpen. ten oorlogh te gebruiken, of gedoot, Het lant van Patane is zeer vrucht- om de tanden, daer de Sineien veel baer, en heeft de volheit van rijs, en werks van m aken. allerlei andere vruchten: waer onder De zee, onder 't lant geefc veelerde voornaemfte zijn Durions ,Mange- lei flagh van viflehen. Men heeft'er ftans, Ananas, Lancrats, Ramboutans, kreefeen, fchilpadden, cn veelerlei Pifangs, granaten, oranjen , limoe- oefters, in groote menighte. nen,en limoenen gibol; 't welke een De drogeryen, metalen en edele geander flagh van fimoenen is, en daer fteenten van Pahan, vintmen ook in ook in een groote menighte wel eer uit dit koningrijk. Tzina gebrche wierden. D'inwoonders zijn's lants inboorMen heefc 'er alle maenden des lingen,of uitheemfehen. Daer zijn jaers nieuwe vruchten, doch d'eene ook Sinefen en meftifen of halfmaent altijt lieffel ij ker als d' andere. flachtigen, en Siammers, die meeft ten De landen worden beploeght met platten lande woonen, en t zelve be buffels of offen, tot den rijsbou w. bouwen. Men plant 'er ook peper, die aldaer D'inboorlingen of Patanders zijn enin zommigelanden daer omtrent, afchverwighvan aengezichr,welgezeer goeten fchoon waft, hoewel zy maekt van lichaem:docblaetdunkend, inwooowat dierder teftaenkomt, als op an- en hovaerdigh: 'c welk zy mec hunne dere plaetfen. # ftaetfiein 't uitgaen genoeghte kennen Rijkisookhetlant en de boflehen geven: want die van vermoogen kovan tarn cn wilt vee: als hazen , konij- men niet u i t , dan met een grooten nen, ("hoewel tengerder van lijf als die ftoet van dienaers. Daerencegen zijn hier te lande) herten j veel wilde ver- zy.gefpraekzaem, enheufch inhun* nen
3 c } J cts

63 nen omgang, zoo wel tegen vreemde zoon vertrekt, gceft hy haer, het geen als inboorlingen, doch zijn geene hy beloofc heeft. Zoo iemant van krijghsluiden, nochte in de wapenen vrouwsperzoon wd veranderen, hy geoeffenr -, maer weinig ftoutmoedig, vmd gelegenheit genoegh, om zieh te en meer genijght tot welluft, als tot de vernoegen : uitoorzake d'edelen mewapenen. nighte van flavinnen ten dien einde houden , om daer mee gewin te De kleeding is niet zeer fraei. De mannen zijn zeer genegen tot doen. vrouwvolk: maer boven mate jaloers, d'Inboorlingen of inwoonders zijn uit derm-^ en laten de befte vrienden elkanderen de natuur lui en ledigh, erheeren zieh joonhunne wijven of dochters niet zien. alleenlijk met hantwerken en viflche- " De mannen moeten, uit kracht van een rye: leven zeer zoberlijk, drinken wet,door bevel des konings,federt een meeft al water, en hebben nergens lange wijle ingevoert, om de geile der- meerafkeer als van fterken drank. Alle andere neringen, ambachten, telheit van Sodomieeniger wijze tebetomen,twee of drie goude,of zil vere,of en koophandel worden meeft gedreJode klootjes, tuflehen de voorhuit en vendoor de Sinefen,en hunne Meltilos 't hooft van de roede, geftadighlijk of Kommifen,die groote handelaers ter zee zijn, en altijt over en wedervaedragen. Overfpel wort by die van Patane ren na de omleggende lantfchap* met de doot geftraft, inzonderheit on- pen en plaetfen, als Siam , Ligor, der de edelen en bevelhebbers desrijx. Kamboya,Kouchinchina, Makafler, En mqet de vader van den misdadigen, Pahan, Jambi, Johor, Bantam, en zoo noch leeft, of, by overlijden, an- andere plaetfen,zoolngs de zeekufte, ders iemant van fijne naefte bloetvrien- alstelandewaerts in. Derwaerts voeden, d' uitvoeringe des rechts doen. ren zy allerhande Sjnefe waren, by hen Dandemisdadigevermagheenmanie-1 tePatane gekocht, als] prceleinen, re vanftervenna zijn welgevallen ver- potten, pannen , ketels en allerlei ankiezen. der yzerwerk. RijUofH Niettegenftaendedeze ftrafte, ter I Hun rijkdomrnen beftaen meeft in en koojizake van overfpel, zeerftrengis, zoo j lant en flaven , die zy met een weinigh gaet het daer nochtans boven mate in rijs en vifch des maents onderhou zwang, uit oorzaeke van de groote den. Men brengt van Bengale en Malakgeilheitenonkuifchheitder vrouwen, die nacht en dagh in haere welluften ka na Patane verfcheide klede: die van Java brengen derwaerts zandelhout: trachten te baden Hoererye,tuflehen twee ongebonde die van Borne, kanfer, flaven, was, perzoonen, wort by hen voor geene en Bezoarfteen. Van Siam krijgende zonde gereekent. Wanneer eenige Patanders rijs, gout, zout en loot: vreemdelingen te Patane koomen, om vanSjampaen Kamboye, flaven,kate handelen, dien vraeghtmen of zy ee- toen, kalambak, en uitftekend aloes ne vrou we tothunnen dienft vannoo- hout: van Sina, witte en geele zijde y de hebben. Ook zijn 'er veel jonge floers, damas, larijn, porcelein, yzer, vrouwen, die haeren dienft gaenaen- koper, en diergehjke dingen: van Jabieden: en maghdan een ieder na zijn pan , hou wers, koper, en andere waewelgevallen een uitkiezen, na dat ren. Zy brengen ook veel dingen in't hy met haer eens geworden is over het lant, die zy op andere plaetfen koogeen men haer ter maent moet geven : pen,alsvanBandaen Amboyna, nowant na de prijs gemaekt is, gaet zy in temuskaten, foelie, en kruitnagelen: zijne woonftede, om hem des daeghs van Timor, zandelhout: vanjamby voorkamermeit, en des nachts voor en Andragny, peper: welk zy ook van byflaepte dienen: maer dan moet de Champor,Lihor,Pahan, Mordyllion, man zieh onthouden van eenige ande- en Ligor halen : Pcgu zepd Patare , op pene van onheil, te krijgen.Een ne ook menighte van edele geftetnvrouwe is defgelijx gehouden te ten toe. De vreemdelingen flepen fchuuwen den omgang van andere ook veel dingen uit Patane : gelijk die mannen. Wanneer nu de mansper- van Laboren Pahan, rijs, zout, oflen, gevoers handcl

Z E E

en

L A N T

R E I Z E .

G E D E N K W A E

R'D I G E

gevgelt, eiandere eetwaeren. Die vn vijftien jaren. Zy hield haer meevan Malakka , bezarfteen: die van ften tijt in huis onder hare ftaetjof* Borneo ,yzer,ftaelen koper: die van fers, die veele in getale waren, en Siam, allerlei flagh van kleeden, en pe- niet vermoghten te trouwen: maer per: deSmezen wel,peper,kanfer,wit wel, bygelegenheir, boeleeren. Jn en geel zandelhout, vellenen olifants het uitrijden op eenen zeer cierlijkuittanden, buftelshoorens en diergelij- geftreeken olifant, ('t welk zeer zelkedingen:deJapanders hertevellen, den gefchiede, en niet als om haer te tin,looten zijde. vermaken) was zy gewoonelijk verB e (HeHet lant is fchiprijker, als Jo- zelt met een ftoet van over de 2000 cering. hor , Pahan of andere gebuurlan- delen en groote heeren, beneffens een den. groot geral van olifanren, die de waHet lant wort beftiert door eenen penen van den overleeden koning en koning, die, neffensdien*vanMaleya, haer koninglijk gewaer en ander hof fchatbact isaen den koningvan Siam, cieradjen droegen. Gekoomen ter en geeft aen den zelven jaer'ijx, tot beftemder plaetfe, onthaelde zy het een erkentenis van onderdanigheir, geheel gezelfchap met overvloec van een gouden bloem , met eenige rarig- allerleifpijzecndrank, na's Jantswijheden van klecderen ,-fiuwelen en ze , en keerde dan in gelijke orde weer fcharlakens. t' huiswaert. Des konings raetsheeren worden Hetlanr van Patane is zeer volk* Mentary geheeren. r i j k , en knnen de fteden, dorpen en Des jaers zeftien hondert en twee viekken hondert en tachentigh duiwiert dit koningrijk door een vrouwe, | zent weerbaere mannen opbrengen. de koningin , by overlijden van hren i De ftad Patane alleen, met hare voorgemael, geregeert, den tijt van vijf- jftedenenondeihoorigh gebiet kanotien en meer jaren, Zy was Pratie I ver de 10000 weerbare mannegeven. gehceien,en toen inhacren oudcrdom Daer wert vierderlei ta!e gefpreo-Tale ken,

Z E E - en L A N T - R E I Z E. 6$ ken : als de Maleyfchej Siamfche; Dit ombrengen van den oudften Sineefche en Patanifche; hoewerer broeder, door den koning van Patane, de Malayfche meer in gebruik is: gelijk achten de koningen van Johor ,jan ook meeft in alle geweften in Indien. de Paratuan en RagiaSabrang, geDe koning van Patane vermocht broeders des gefneuvelden, zieh tot den oudtften zoon des konings van Jo- grote fchande en verfmaetheit: naerhor, die zes of vier zoonen had, en dien uit kracht van rechten, wetten en Taratuan genaemt was , voor zijne gebruiken aldaer te lande over alzoodochter ten huwelijk: waerinde ko- danigh overfpel in dier wijze gedoogt ning van Johor bewillighde , ende wort. zond den zelven derwaerts, beneffens Hier over de den zy door eenen gezijnen jqnghften broeder tot gezel- zant, afgezonden in gezelfchap van fchap. den Admirael Jakob Heemskerk, geNa een wijle verblijvens, misging naemt Magat Mangfor Hoch,. (doch de jonghfte zieh aen de huisyrouw quam deez op zee te fterven, ^ en by van den oudften broeder: waer over brieveaen de Hoogmog. Heeren d'alzy beide door den oudften ter doot ge- gemeneStaten byftant verzoeken, tot braght wierden. het beoorlogen van den koning van PaNamaels heeft de koning van Pa- tane ten einde alzoo hun fchande en tane, de vader der dochter, inweer- fmaet moght uirgewifcht werden, wrake, zijnen fchoonzoon, of oudftc voor alle koningen zoo wel daer te zoon des konings van Johor ook het lande, als hier. leven doen benemen.
e

Het D I N G

Eilant D I N G .

*~J Oo dra ik mijne zaken by den men nergensin Indien-heeft, dat van ^ Heer Jan T i j f z . verricht had, ver- de rotfen afvalt en mec kromme boghtrokken wy des nderen daeghs,naeen ten in zee loopt. Het heeft een goede eilant Ding Ding geheten, daer veel bay voor de holle zee, daer in de fchebranthout en fchoon verfch water re pen veiligh leggen. Aen den ooftkant iseen vifchnjke bekomen was. Het is omtrent 30. mijlen om de noord van Malakka gelegen, bay, de koxbay geheten Men vangtdaer wy denrienden van Loumaent, 'er dikwils met een zegen, cn eenen desjaers zeftien hondert eenen zeitig, trek, een ganfehe floep vol vifch: als aenquamen. Het leit vol met hoge herders,fnoek,fteenbraefem.De viieh bergen beftuuwt, en is met veele ho- moet voort gegeten worden , o f zy wordt meeligh: daer de meefte vifch ge boomen dicht bewaflen. van Indien noot van heeft. Daer groeit veelderhande hout en Op dit eilandt zijn geene menfchen onder an der een foort, dat bleekroot engevlamt is: wy zoghten lang daer noch wilde dieren, als wilde verkens, na,eer wy het konden vinden. Ende alle die over het water van de vafte kuft woonen boomen, die wy begoften te kappen, daer na toe zwemmen, om eenigeimenfchcri "waren niet root, tot wy eindelijk be- wortelen,die aldaer waflen, te zoeken Het is'er wonder vol water vogels: vonden , dat van die boomen het hert alleen ljk root is, en al het fpint, dat'cr en zietmen ooknergens in Indien zoo zeer dik om zit,is van een andere kleure. velerlei flagh: dies men zieh met recht Dit hout wort by d'Indianen zeer bc- daer over verwonderen moet. Inzongeert, die daer vele koftelickheden van derheit zijn'er veelfchuizvogels, die maken. Ook is het aengenaem* in het omtrent de groote van eenoyevaeren een kale kop zonder veeren, als de bek) ooh. Men vint'erzulk fchoon water, als hebben, dat millijkftaet. I Daer
D a f

$5 G E D E N K A E R D I G E Daer zijn ook vele fchilpadderr.en gegaente hebben, raeckten wy einde* aen de ruighte en takken der boomen lijk noch weer tc recht. hangen oelters, die met het zee water, Midlerwijle wy alle zoo ziek waedan droogh,dan onder water ftaen. ren, en van benautheit niet willen, Het fchoon water lokre ons aen te waer wy ons bergen zouden, quamen zwemmen , dat men daer in de warme eenigen van het volkons in de kajuit landen vt-el rijts doet. aendienen , hoe de kok zoo qualijk lkvodde onder het water, dat my daer aen, en zeer krank was: waeruit iets in mijn bcen ftak, en zagh een wy vernomen, dac hy rtiet weynigh Oorzak ront ding, als een zee-appel, aen mijn enhec befte van de vifch gegeten had: ^1"$; been, dien ick affloegh. Maer alzoo en befpeurden roen war voor een de- verg.%' d'angel daer in bleef fteken , ontftak ghelijkenen vromen man hy was. W y mijn been zoo geweldigh, dat ik van bevonden toen wel het oude fpreekpi jne my niet bergen kan. Na d'angel, woort waer te zijn. Zoo lang als er tiitgetrokken was, gin^ ik een langen watis, gebeurt het zelden, dat de kok t i j t , eer het been weer tercchtqnam. vanhonger fterfr. Twee van onze katten, die de graVente'c Na wv van alles verzien waren, zoo % jn Ding veel men van deze plaetfe kon beko ten van dezen fteen-braefem gegeten men, vervorderden wy onze reize, en hadden, ftorven niet tegenftaende de vertrokken den veertienden van Lou- maets haer tabaks warer,om tebraken, in den halsgegoten hadden. maenr. Niemanc evenwel van ons ftorf, Onder het Zeilen langhs de kuft van Sumatra, vong onze trompetter,op hoewel zommigen al vry lang gingen den veertienden van Loumaenr, een quijnen, gelijk gezeic is. O f deeze vifch nu, die anders niet Vergifci- fteenbraefem van omrrenr drie voeten fcm * ' ^ ^ boon in'c oogh,en ook ongezonc en goec van fmaek is, zoo vangen. g fmaek. , vele zeequallen, of iec anders gegeten En dewijl wy alle daer zeer greetigh hadde, zou ik niet weten te zeggen. na waren, om van t'eeten, zoobela-1 Want deze quallen* zijn inzonderheit ften wy den kok, dienbraefem voor j in de hete landen zeer vergiftigh: wnde kajuit te fchaffen. Wanneer die op neer ook een qual iemant aen het bldte tafel gebraght was, vroegh een onder j lijf raekt, brant die by na als vuur. Zy ons of het daer alles was. De kokge-t zijn eeltachtigh en week van ftof of noeghde daer over zeer qualijk: en vleefch, byna als dik kalfszop of fterzeide : waervoor men hem aenzagh, re fchotfel,als men die ophet lant fmijt. of men meende hy daer vangeftolen Zy zijn omtrent een tafelbort groot, en ookkleinder: hebben rode en purhad ? Hy was die man niet. Maer niet lang na de maeltijt, wier- prachtige kantjes en onder achtlellen, Miekthet den wy alle in de kajuir zoo qualijk, die in het zwemmen na drijven, en fcheeps en zoo licht van hooft, dat d'een hier, tuflehen die vier gaten: dies achterde volk ziek en d'anderop een andere plaetfe, met lellen eene holligheit is. Zy drijven het hooft in de hant ging neerzitten, inen ophet water. Op zommige tijden ik zeide: verzeker hebben wy een ver- van 't jaer, hoewel niec altijt, is de zee giftigevifchgegeten, uit oorzakedie omtrent Toutekorijn, en op andere ons zoo qualijk bekomt. Dat wy ok plaetfen op de Malabaerfe kuft,zoo datelijk alle bevonden waer te zijn. vol quallen, dat men de viflehery niet De Barbier had geene geneesmiddelen gebruiken kan. te fcheep , om ons te helpen : dies Eer wy verder voort-zeilen , zal ftuurden wy onze floep na het fchip hetnodig zijn,den lezer een kort beLeerdim om arrzenye, en namen alle ! rieht van het eilant Sumatra tentoon braekdrancken in. Na veel brakensen J teftellen. meer als veertien dagen als vergeven
1 heK } 6raef an w a s c o e t v a n 1

Het

Z E E

eh

L A N T

R E I Z E .

67

H e t Eilant van S U M A T R A .

ia

T T Et groot cn maghtigh eilant Van wel het maghtigfte gebleven i s , en * * Sumatra wort alzoo gemeenlijk, voert hfct gebiet over de rijken en fte en anders ook by wijle, by eenige den van Pedir, Pacem, Daya, Barfchrijvers,Somatra,Samatraen Zama- ros, Paflaman , Pryaman cn Padang, en heeft het grootfte gedeelte van Sutra genoemt. S u m a t r a Het leit zuidweftwaerts recht tegen ! matra onder zieh: gelijk het ook over h o e gele- over Malakka, zeven of acht mijlen! de koningrijken van Queda en Pera, svan het vaft lant: heeft ten zuiden het op het vaft lan r gelegen, gebiet. Andere koningrijken en fteden van eilant groor Java, en begtnt aen den Golf van Bengala, op 5. graden Noot- Sumarra zijn ook door geweit van uitder brete, en ftrekt zieh na het zuid- heemfe koningen cn vorften verovert zuid-oofte tot aen de zevende graet eh onder gehoorzaemheidt gebraght: zuider brete of bezuidede middellijn, want de zuider delen van Sumatra, als tot aen de ftraet of engte van Sunda Sillebaer, Dampin, Liampon,Palimvoor by de kufte van Malakka: dies bang j Jamby, en andere ftaen onder het twalef hemels graden van hetzui- het koningrijk vanBanram: of erkendetot het noorde begrijpt, eeneftreke nen den groren Mataram van Java tot van hondert en dertigh mijlen: en fnijt befchermer. Dies vele kleine koningen van Sumatra heden onder Achin de middellijn daer door. Hetis cen groot eilant, ftrekt zuid- of onder Java ftaen. Eenigen houden het eilant Sumatra ooft en noord weft, en heeft omrrent hondert en vijfennegentigh mijlen in voor het geen, dar by d'ouden Taprode lengte, vijftigh in debrete, en drie bana genoemt wiert: hoewel veel meer het eilant Zeilan voor hec eilant Tahondert en zeftigh in de ronte. W a s c e r - Dit eilant wiert eertijts by eenigen probana te houden is. Een van de voornaemfte plaetfen op rronseo verfihei- ' J by anderen in tien koningrijd e kleine kenverdeift:waervan metname bekent Sumatra was de ftad Palimbang pf Pa- jf familio. Eedir, Pazem, Achem, Kampar,lembang, op de binnen of Weftkuftcbangere riiken" Menankabo > Zunda , Andragide , van Sumatra gelegen, die desjaers zes- v " verdait. Auru. Andere ftellen een getal van tien hondert negen en vijftig den vier dertigh kleine koningrij ken -.alsDaya, en twintighften van Slachtmaent,door Lambry, Achem of Achenof Achin, d'onzen, onder beleit van deij AdmiBiar,Pedir, Lide, Pirada, Pacem, raelen krijgsoverfte Joan vander Laen, Bara, Daru, Arkat, Irkan, Rupat, verovert en in koolen geleit wierc : Pury, Gaka , Kamper, Kapokan, hec welk inweerwrake vanzekrengeAndraguery, of Andragide, Jamby, pleeghde moort gefchiede : want de Palimbang, Tana, Malayo, Sakam- Sumatranen hadden twee jaer te voopan, Tulumbvan, Andaloz, Piria- ren twee van onze jachten, Jakkratra tnan of Pryaman, Tiko of Tikouw, en de Wchter, trouloos en verradeBarros, Quinchel en Man kapa. Alle lijk overvallen, en het volk wredelijdeze kleine koningrij ken waeren ieder ker wijze gedoot. Desgelijx wierden desjaers zeftien na eene van hunne hooft-fteden gehondert acht en vijftigh in Herfftnoemt. By ouds wiert ieder van deze kleine maenc twee Neerlanders, die voor koningrijken door een bezonderen tolken te Sillebaer uit de boot aen lant koning en opperhooft beftiert. getreden waren , om ververfching M a e m u Maernaderhant zijn die koningrij- voor de Fluiren Nieiipoorc en LeerInder ken tot een minder getal, en het een dam, (die defiel ven jaers den zeftiendoor het ander t' ondergebraght. den van Grasmaenc uit het TelTel na Waer onder het koningrijk van.Achin ooftindien waren tzeil gegaenj) op be1 2. vel
en ,n v e r e n d v z n 1 110

G E D E N K W A E R D I G E 63 vel der Orangkay en,wredelijk door de Het Jaght Koukerken, als Onder* zwarten vermoort, ende afgehouwe admirael. Het Jaght de Kat. hoofden, met bioer en zant begruift, De groote Chialoep de Kreeft. ten toone voor het ander volck, dat in Toen de Galjoten het Nacht^las, de boot gebleven was, opgeheven. Om dan wrake te nemen, over deze Appelboom, Hammehiel, en eindeWaer verraderlijke en.afgrijzelijke moort, lijk de fchepen Charlois en Molukko. over e ^ n door den Pangora van Palimbang De vijf over ige Chaloepen waren (cheepsvjoot na aen d'onzen gepleeght, verfl-ok van gelaft geftadigh weerzijts der riviere Palim- de ree der (lad Batavia den negentien- by en omtrent den Admirael te houhmc\ ge- denvan Wijnmaenr, des jaerszeftien den. Den derden en Vierden deden in gezonden honderr negen en vijftigh, een vloot melde rang d'onzen hun beft ,omde fchepen, onder het beleitvan het opWort. perhooft en veltoverfte Joan van der i riviere op te drijven Des nachrs, den negenden, hadden Laen , en d' onder-admirael Johan Truytmans: beftaende in elf Zeilen, d'onzen een kleine aenftoot van de als her fchip d'Oranje, de vlagvoer- Palimbangfe volken in hunnenbrantder,de Poftiljon, Moluko, hetwa- waght bekoomen : waer door vier of pen van Batavia, en Charlois : benef- vijf eenighzins gequetft wierden: dat fens de Galjoten, Appelboom, Nacht- meeft. door onverzichtigheit van d'opglas , en Hammehiel, als ok de cha- perhoofden toequam. loepen,de Krecfr,Tronk,her VliegenDen tienden waeren zy tot boven K o m e n de Harr,en de Grote en Kleine Vink. de rivier, tuflehen het eilant Kambora j ^ s * Zy waren gezamentlijk met een getal en deflelfs overkuft, in het gezight de flad" van zeven hondert krijgsknechtenen van de ftad Palimbang opgedreven, en -. omtrents zes hondert bootsluiden, be- kregen drie van 's vyants fterkten in " mant. het gezicht; waer van d'eene of eerfte Komt Den ; o. quam de vloot, zonder eeni- Bamagangan genoemt was, die aen de vfere p- S kwaerdige voorvallen gehad Weftzijde op de hoek van de riviere Jimbang. te hebben, omtrent de riviere van Pa- des eilants Komboralagh: en de twee limbang, al waer zy terftont de jaghten andere aen den Ooftkant der riviere, Bloemendael, Koukerken en Kat, als die recht regen malkanderen over ftonook de chaloupen, Konijn en Koe- den j als Mathapouraen Menapoura. lang in her gezight kregen, eninde De vyant hield zieh op d'eerfte aenbefluiting dezer riviere bevonden. komfte heel ftil en bedekt in de fterkTen zelven daghe kreegen zy een ten. Waer op d'onzen aenftonts beSineefch vaertuigh in hetgezichr, dat iloten, met hunne vlote en krijghszijnen koers na Jamby zette. Dit wiert maght, de reviere Talimbang op te zoo lang by de vloot gehouden , tot krten. dat de onzen de riviere van PalimIn het midden der riviere lagen verbang gefloten hadden, uit beduchten fcheide huizen, als vlotten , of branhet wel lichtehjk de riviere zou m- ders, en een paggering van zeerzwagen infnappen, en kennifle vand'oor- re en ongemeene balken dwers aen zake van de komfte der onzen te doen: malkanderen gehecht. Tevore wiert maer den. derden van Slaghtmaent derwaerts Schipper Jurjaen Paulufz. vertrokdit vaertuigh met de chaloep met eenige roeifloepen, en het Jaght deTronk na Jamby. hec Nacht-glas gezonden , om die In het opvaeren lngs de riviere werken te bezichtigen, en los tedoen In wat rang de volgenden de fchepen , Chaloupen, kappen, en de byleggende branders ,i fchepen cn Jachten elkanderen in dezen rang in den brant te fteken en eeheel en al brahd op-vaten. te vernielen. vade nviete en ordre. Als eerfteli j k : het fregat, het wapen Na dit verrichtwas, krte d'Ad- nielc van Batavia. mirael met de gantfehe vloote deriDefluit de Poftiljon. Het Jaght viere op, en befloot de fterkte BamaBloemendael, als Admirael: wanevan gangan aen te doen. der Laen was van 't fchip Oranje, dat Maer wanneer hy met de vlote binvoor de riviere op de wacht bleef leg- nen fcheuts van die fterkte quam, begen, daerop overgeftapt. gon
alim Ms C e mer Wy

R E I Z E 6$ Z E E - en L A N T gon de vyant geweldigh met grof ge- fchip aen fchip} genoegh te doen * Sterkte zoo met afkappen van hunne anB a m a - fchut, uit de fterkten aen d'ooft- en kers,als mede met fchuiten en boors weft-zijde, op d'onzen te fehieten : g a n g a over ftuur te boeghfeheren, hun zelhoewel met weinige fchade. Dies men b e v o c h ven te redden, en denbrandt t'ontwijten, geraden vond, dicht voor d'eerfte ken. Evenwel quam noch een branfterkte te krten. Eindelijk raekte door dit fei fehie- der het jaght Moluko voor deboegh ten, hun bufle-kruit in den brant, en drijven: waer door deflelfs boegfpriet quam daer door's vyandts grootfte reedsin den brant raekte-, doch wiert fort te fpringen : waer- door ook ee- eindelijk noch door behulp'vat fchuinige huizen daer ontrent in den brant ten en bootsontzet,ende brant gefiift, zonder nochtans merkelijke fchade te raekten. Hierop befloten d'onzen, met de bekomen. Voorts dreven de branders de ri- Doen gejaghten Bloemendael, Koukerken,en de Kat, voor de gemeide fterkte te viere vruchteloos af, eh verdwenen i n krten, en dicht onder de wal, tot op rook. In deze fterkte quamen over de een piftool-fcheut, t'ankeren: daer beneffens die met kanon en klein fchiet- dertigh Javanen te fneuvelen : waer geweer zoodanigh te benauwen, en onder d'oude Quey , Tommagen, afte matten, datzy op het veilighfte Nadapen Radja, beneffens zijne twee onder des vyants eigen gefchut zou- zoonen , die noch des anderen daeghs den kunnen landen, om tot inneming in de de ftad begraven wierden. Den elfden, des morgens met den sterkte van die fterkte, en verdrijving des vyants te dienen. Gelijk zy ook, na een dagh, wiert ook de fterkte Matha- Mathaheftigh ge fchiet van wederzijden, poura verovert: en daer in een getal ye^verfi dezelve fterkte veroverden, en daer van vier ftukkengefchutsgevonden: e nv e r o in twee en twintigh ftukken gefchuts, waer van de gevluchten vier in de riVeit. zoo mctale als yzere, met eenigh oor- viere geworpen hadden, die d'onzen daer weer uit haelden. loghs-tuigh, vonden. Den gantfehen dagh wiert met het Voorts verbleven d'onzen den gantfehen nacht in dezelve fterkte, affchepen van gefchut en ^jfghs-tuigh bezetten die met fterke wacht, en toegebraght. Des namiddaghs ftaken d'onzen, Eiiane keerden datelik het gefchut lantwaerts, t'hunncr befcherming, na den met acht compagnien zoldaten , na het eilant Kombara over,datdie vreesvyant toe. De vyant deed evenwel noch een achtige en verflagene menfchen zeer aenval op d'onzen,loch wiert met verwerdelijk, alshopeloos, verlaten kloekmoedigen wederftant te rugge hadden. Het verwonderlijkfte van allen was,dat die volken zieh zoo lichtgedreven. D'onze kregen in dit gevecht eenen veerdelijk uit zulke ongelooffelijkd doode, en brachten dien gantfehen vaftigheden lieten verjagen. In die fterkte veroverden d'onzen nachten nacht zonder flapcn door. 's v y a m s De vyant zond op d'onzen ook vijf twalef ftukken gefchuts : waer van b r a n d e r s of zes verfchnkkehjke branders, ge- eenige door de vluchtelingen in pur* de'rivKre ^ t van huyzen op vlotten, van ten en modder-poelen geworpen wazeer groote en zware balken en bam- ren ; die d'onzen evenwel daer weer boefen in'tvierkant, aen den anderen uit haelden, en aen boort braghten: wel vaft gehecht: waer van het groot- beneffens weinigh oorloghs-tuigh. Des niet tegenftaende, hadden die fte gedeelte ruim de breette der riviere befloegh. Zy quamen fei op van de ftad Palimbang, in wiens geonze fchepen, al brandende, afzak- zight dit alles gefchiedde, het fluitje ken : en hadden het jacht Bloemen- de Waghter, ("leggende geankert by dael en Koukerken, als ook de Kat, het in de gront gezonken jaght Jak(leggendein eene halve mane ;te we- katra) in het gezight van d'onzen, in ten, Bloemendael, en Koukerken,met den brandt gefteken, entot hetwater hunne boeghfprieten aen den ande- toevernielt. Ookdeden de gevluchren, ende Kat achter Bloemendael, ten des avonts, met een donkere en I 3 harde
n n e fchad!i m a e A

?b G E t> E N K W A E R D 1 G barde regen-bui, noch drie heftige de vlught ftaken. Waer doord'onzetl acnvallen op d'onzen,waer by zy twee gelegentheit kregen, eenige openihg dooden en zes gequetften bequamen: in de pagger van hunne toegemaekte dicsde vyant dien gantfehen nacht die fchietgaten te maken , en zieh daer fterkte in geduurigen alarm, en wa- binnen te begeven. Gelijk ook d'Adpenkrf et, met het fehieten uit grof ge- mirael vander Laen, 1 ruytman, en ichuten musketten, hield. kapiteyn Harman, met de troepen, geDen twalefdenen dertienden wiert, fchaerc-in drie parthyen, ter ftad inmec het laden van grof gefchut, en ftreefden, en zieh tegen den vyant in krijgstftigh, toegebraght. flagh-orde ftelden. Na dan uit de drie veroverde fterkDe vyant bood mannelijk tegenten , als Bamagangan, Mathapoura en weer, viel met een goet gedeelte, on- trekken MenapourapX hetgefchuten krijgstuig der een twijftelmoedigh gevecht, en ? <f gefcheepr was, wiert by den krrjghraet wanhopigh Amok fpclen, na den aert" ' befloten, aenftonts het Sineefch quar- dier volken, opden Admirael, engetier, aen d'overzyde gelegen, eerft aen volgehjk op Truyrman, en kapitein te doen, en voorts na de ftad Palim- Harman i n , die in drie troepen, wel bang opwaerts aen te rukken, ren ein- verdeelt, tegens hem in flagh-orde de door het lang zamelen en toeven ftonden. den verbaefden vyand geene nieuwe In dit gevecht bequamen d'onzen oorzake van weder moetfehepping zeventien of achtien dooden : daer moght gegeven worden. onder een Lieutenanc en Vendrigh, I n hec voorby drijven van die ftad, en een Serjant : beneffens eenige gewierden d'onzen alzoo vinnigh en he* quetften. Aen 's vyants zijde bleef vigh met fehieten uit hec grof gefchut een ongelijk grooter getal verflagen. begroet, als voor de driefterktenvoorDoor het geduungh regenen, trok noemc: zonder evenwel een van onze d'Admirael, des avonts, met degantfchepen ("het geen teverwonderenis_) fche maght, weer aen boort j ter tijt in den gronetebooren. toe hy van de geftaltenis dier plaetfe t Deftaol Palimbang was mer hooge meerder verzekering, door branden Pa- en zeer vafte paggers, van grote dikke | en anderfints, zou hebben bekomen. " " balken, aen den anderen vaft geheghr, Doch hy ftelde aenftonts orde, om rontom becin gelt,en met grof gefchut, des morgens, voor den dagh, weder cn allerlei fchiet-geweer, wonder wel aen lant te gaen, en den zege te vervoorzien. Dies by na onmogelick krijgen: gelijk zy ook toen met alle fcheen, dat die ftadby d'onzen kon macht weder landden, en ter ftad i n ' n , I o v e r e n verovert en vermeefterr worden. Daer en boven had zy, tot meerder verfter- trokken: dien m ftedehngen eenigen dezelre. king, een zeer fmalle en modderige tegenftant boden, niet zonder veel bloets vergieten, aen d'eene en d'anbarm. Na men evenwel verder en verder derezijde: maer de vyant wierd aenopgedreven was, keek d'Admirael ftonts door d'onzen opdevluchr gezekere hockaf, dieaen'tuiteinde van dreven, en week ter ftade uic, telande gemeide pagger lagh : alwaer dewaert in. Des koninghs paleis wiert aen de Desto-' men gantfeh geen gefchut meer kon zien , noch ook gene kanon-fcheuten vlamme overgegeven, dat ongemeen "Jjf, e r b r m * van daer ge waer worden. Op die hoek met allerlei flagh van oorloghs-ruigh v voorzien was. Dies het ongelooflijk he- vielen d'onzen met alle maght aen: te - weten, in een zeker klein fpnut je , dar fchijnttezijn, dat die ftad zoolichtlngs de dwars pagger, met een floot, veerdighlijk van dat fiere volk verlaof gracht, mec een fmalle barm, heen ten wierd. De koning zelf gaf al het geen, dat hy in lange jaren, totsrijks liep. Aldaer gelandt, raekten, met het befcherming, by een gebracht had, werpen van hanr-granaten, door des ten befte. Men vocht'er hant aen hant: zelf vyantseige fchietgaten, aide huizen Vander Laen velde twee van. de daer ontrent in den brant. Dies aenvoornaemfte Quey Ndbeys (die wel ftonts d'inwoonders van dien oort op de meefte roervinken van de gereze geeti 1 :c <te ba s m m mt

% E E- eri L A isr T - R E I Z E. ?i gefcliillen waren, en hierom des te zy onze fchepen voorby gedrcven verwoeder en hartnekkiger op hem waren, in her gezichtvan den vyanr, aenquamen} met zijn geweer voor in den lichten brant. OokOwiert een zijne voeten ter neder. D'overigen goet deel huizen, ftaendeopde kant wierden voorts in de vluchr gellagen, van de riviere, daer door in koolen en zeer verftrooit verjaeght. Hier op geleit. vervojghde d'Admirael zieh na her Den zeventienden en achtienden groot merael gefchut, en deed het, waren d'onzen noch al geduurigh, met al het verder grof kanon , uit de met het infehepen van gefchut, baframpaerden werpen. fen, en al het ander oorloghs-tuighj Het is merkwaerdigh , hoe dit volk doende : als ook met branden en blaop hun gefchur, als hun eenigh toe- ken , en de geheele ftad in kolen te verlaet,hunbetrouwen fchijnt geftelt Jeggen. Op zondagh, den drie en twintighte hebben: naerdien zy het zelve met root fcharlaken met ramboutijns ge- ften, wiert by d'onzen op de fchepen voert, bekleet, en met reukwerken een algemeene dankzegging over de zoodanighbeftreken hadden, dat de bevochte zege gehouden. Daer na zeildemen de riviere noch genen,die hunne handen daer aen ftrehooger op, om te gaen bezichtigen, of ken, de reuk offtank lang behielden. Voorts wiert door den Admirael noch eenige negeryen en andere vaerde pagger, en neffensftaende huizen, tuigen zieh op de riviere mochten op verfcheide plaetfen in den brant vertoonen : doch daer quam niet van belang tevoorfchijn. gefteken. Den twintighften wiert, door een D'onzen in de ftad krnende, vongevangen Sinees, en eene oude vrouvijftien den 15. van onze 21. gevangenen in we, uit den naem van den Admirael J "~detronk, ofboeyen, wel vaft gefloten, moort. ter wederzyde van des konings paleis, Joan van der Laen, en Jan Truytmans, zeer jammerlijk, met meenighte van een brief aen den Tangoran van Tawonden, gekrift: waer aen deze moor- limbang gezonden, die aldus luide: dadige menfchen in het ein de noch hunnen bloetdorftigen aert hebben *Deze brief wort gekonden aen den Brief vi willen uitbraken. Zy wierden voorts Tangerang , en aen all* zijne grote ^"den ontbonden, en begraven. Onder de raetsheeren des lants vanTalimbang, Pangevermoorde was een ftierman, Jakob door den Heere bevelhebber en velt- "olfcm overe Joan van der Laen,enden Kade Groot geheten. Zeker Nederlantfche jongen, die piteyn Joan Truytman, zijnde Kaey ongefloren gehouden wiert, was den Demang, Sittia Bouwa , gebieders dansontfprongen, en tot d'onzen ko- over de Hollantfe krijgsmaght,die haer men overgelopen. D'overigezes per- noch tegenwoordigh in de riviere en zoonen waren, naer men zeide, lande- op het lant van 'Palimbang bevinden. Wy hebben niet willen nalaten, achwaerts in gevoert. Den zeftienden wiert al het ge- ter ons oorloghs befchik, zijne hoogheit fchut, krijghs-tuigh, en andere ver- noch eens tetndaghtigen van denjehanoverde goederen, t'fcheep gebraght. delijken moort, die door zijn volk aen Voorts wiert de ftad met branden en zoo veele onnozele menfchen, dienaren blaken, gantfeh in de aflehe geleidt, van de Compagnie , hier voore ge* pleeght zy, omtrent defe plaetfe. en geheellijk vernielt. En niet tegenaende hoe boos en ge* V y a n t s ^ lven tijde wiert van boven voeligh voor ons die daet ook geweefi trander de riviere, door den vyant, een groote loos!" verfchrikkelijke brander afgezon- zy,zoo heeft evenwel onze Grote Heer den. Zy befloegh meer als de wijtte de Gouverneur Generael en de Raden der riviere,en beftond in zewntigh of van Indien tot Batavia, uit een zaghttachentigh huizen, dieop vlotten aen moedigh en oprechte genegentheit tot malkanderen vaft waren : maer zoo vrede, toenmaels welgewenfeht^en ook haeft d'onzen die in het gezicht kre- onderleit gehad, tot verhoeding van gen , voeren zy die met booten en meerder bloetorting, dezeafgryzeltjke fchuiten te gemoet, enftakenze, na- daet engerezen gefihil met uwe hoogheit
e e n ze e e n t

7* G E D E N K W A E R D I G E heit, zoo het moghelyk waeregeweefi, Den vijf en twintighften ftaken De vloot hy te leggen. Tot welken einde nader- d'onzen noch verder en verder de ri- i tohant zyn^Ed. een vriendelijcke bezen- viere op, en vernamen bywijlen drie viereo. ding met twee fchepen aen Zijne Hoog- of vier fchep-praemtjes, die twee en heit heeft gedaen, en door den kapitein drie over de riviere ftaken : beneffens Job an Truytmans laten voorellen de acht of tien huisjes, ftaende op vlotmiddelen en dingen, in reden en biijk- ten, om voor branders re dienen, leghettgegront, die daer toe hadden kun- gen de voor aen in de fpruit. nen dienen: enook wel gedient zouden Deze praemtjes konden onmoghehebben: ten wre Zijne Hoogheit door lijk by d'onzen bekomen of achtereenige quaet wilUge raetgevers daer haelt worden : naerdien zy zieh verre van afkeerigh gemaekt, en fchande- genoegh buiten fchoots hielden , en lijk mleit ge worden was. darelijk mer de vlucht in het bofeh Aenge zien dan Zijne Hoogheit alle- onrfnapten. Na de huisjes in brande fints in gebrekegebleven is, zieh van geftekente hebben, dreven d'onzen die goede enminlijke cenditten en aen- de riviere weder af. bie dingen te dienen, zoo heeft het den Den zes en twinrighften quam de Heere Godt, des hemels en der aerde, geheele vloot weder voor de verover- ^ zelfs verdroten, en daerom het herte de fterkten, en bleef aldaer tot des an- weerat; van onzen welgemelten Heere, de deren daeghs ten anker leggen. Gouverneur Generael, en zijne raden Ondertuflchen zond PietcrdeGobeweeght, na de wapenen tegrijpen, en yer, opperhooft des Nederlantfchen mitsdientegebruiken de middelen, die Kantoors van Jamby, uic Jamby, den God Almachtigh Zijne Ed., totsuoor- elfden van Slachtmaent, metdeChaflant van het recht zijnergoede onder- loep de Tronk, vijf en zeventigh kadanen, heeft verleent. poenen, hondert hoenders, en vijf Dit nu zoo gefchiet, engevolgelijck bokken .tot een ververfching,aen) oan ms doen van den Hemelfchen Godt ge- van der Laen en andere bevelhebbers. xegent ztjnde\ tot eenerechtveerdige Het welk al het geen was, dat hy had fit ffe van^Z'ime Hoogheyts boosaerdt- kunnen bekomen : want allemontkoft ge onder zafm^ zoo moet uwe Hoogh. was aldaer zeer dier,en roenmaels geevenwel wefen, en zieh des ook ver ze- heel niet o f weinigh te bekomen; uit ker t houden,dat onze daet tegen uwe oorzake de Pangoran van Andragory Hoogheit en de zijnen begaen, nergens en de jonge koning van Johor aldaer anders om toegeleght en verright zy, den tijt van drie maenden merontrent als in weerwrake van het onnofel ver. twee duizent zielen geweeftwas. goten bloet: ook met een onder voorneDesgelijx was op het trouwen of men en meining, om door dat middel de bruiloft houden van de gemeide Mazaken tot een billijke beflechting, ac- jefteit, de jonge Patuan,met de dochcommodatie en bevreding te hereen: ter van fijne Hoogheit veel groot ea want onze Heere, de Gouverneur Ge- klein vee: als ook piuim-gedierte, nerael en zijne Raden, meer tot vrede vertierd. en vTtendtjchap, dan tot oorlogh en Met het fchrijven van Pieter de VJ/antfchap,genetght blijven. Goyer, den zes en rwintighften, onti Indien zichnu Zijne Hoogheit hier fingen d'Admirael, en Johan Truyttoe mede zoogent mocht vinden, zul- mans, ook eenen brief van den Panlen wy fijn antwoort hier op, of eenige gorang ,vanjambay,als een antwoort bezendtng aen ons, hierverwaghten: op hunnen brief van den 20. Novemalzoo doch gene gen zijn tot zoo lange ber, die uit hetMaleifch vertaelt, alhier tevertoeven, om ondertuffchen ons dus luidde. verblijf in fijne Hoogheits landt te nemen : zullendt in dien geval deze Deze vtiendelijke brief komt uit een ^JJ firekken tot een vrygelei voor dengenen, oprecht en zuiver herte van den Part- g e r a n g die uwe Hoogheit zal gelieven tot ons gorang van Jamby,aen den bevelhebbei . aen _ d'onafte zenden. Gef ?hreven in t oorlogs- Joan van der Latn, en * Deman Sittid A i z o o fchip Bloemendael, den 20. Nov. 1659. Bauwa : welker namen overal zeer^ , fVasgetekent Joan vander Laen. vermaert zijn, wegens hun goet ver-m* & Joan Truytmans. * sKt
d r i f t P y t 6 M

ZEE-cn L A N T R E I Z E ^ fiant en manhaftigheidt tegen hunne woorde, op hunnen brief van den vyanden. twintighften der zelver maent, aen hem Zoo heeft <de Pangoran veraen,' gezonden , hadden blijven leggen dat de Gouverneur Generael Joan waghten: want zy bleven van gevoeCHaatzuiker achtien,zoo fchepen als , len, dat de Pangorang met de zijnen Chaloupen, na 'Palimbanggezonden niet veel moets hadden, om iemant had: het welk numet des Pangorans tot henaftezenden: ofdatanderfints begeerte over een komt. AI wat nu hunne hartnekkige en hoovaerdige de Gouverneur Generael Joan Maet* aerc niet roehet, het zelve te laten gezmker gelieft tedoen, dat zal de Pan- fchieden. goranniettegen fpreken: waer aen Joan j Dies lighten zy met d'eerfte ebbe van der Laen, en Demang Sittia het anker , en dreven door de riviere Bauwa, niet behoeven te twijfeien:, Banjarmaffum af, om in dezelve meals mede aen des Pangorans belofte de re verzoeken, of zy noch eenige voor defen gedaen: daer hy als noch \ Negeryen op de rivier kant moghten onvtrander Iijk by blijft. I vinden, en die als dan ook aen koolen Dienvolgens heeft de Tangorang, te leggen. op den ontfang van den brief,den Zttta Zy dreven dan vijf dagen, tot aen Antakka,om tegen de Paltmbangers in den derden van Wintermaent, de r i het lant te oor logen, na boven gefonden. j viere af, zonder huizen, of iet in den Zoo waerfchouwt en beveelt de j wegh vernomente hebben, en quamen Pangoran Jean vander Laen, enDe- met de gantfehe vloot buiten voor de mangSittta Bauwa, wel verdaght en ! riviere, by het fchip Oranje. Zy verop hunne hoede te zijn .-naerdien de f?a- J trokken den Vierden weer na Batavia, weeT* limbangers mede op hunne hoede zijn. en quamen den negenden des namid- r B*$ Dit is het geen de Pangoran aen j daghs met de gantfehe ingezette krijgs ' Jan van der Laen en Demang Sittia en fcheepsmaght voor Batavia op de Bauwa weet te beveelen. ree. Deganfche veroverde buite beftont Bekomm Den zeven en twintighften wier- in zes enzeventigh ftukken gefchuts: < den door orde van den Admirael d'o- beneffens hondert twee en veertigh verige huizen, die noch vele in getale metale en yzere baffen. onder de fterkte C^lanfapoura ftonMen vond'er geen peper, maer een den , in brandr gefteken: als ook de groten voorraervan rijs en padie, dat fterkte zelve, die d'onzen noch in we- door den brant vernielt wiert: als ook zen gelaren hadden. Men haelde ook al het gevonden vaertuigh zoo klein noch ten fei ven dage een ftuk gefchuts als groot, tot des konings lange fpeeluit de modder van het eilant Kombara. vaertuigen toe, die in een groot getal D o 'n z e n Voorts beflooten d'onzen de rivie- beftonden. D'onzen namen etlijke dnjven vete vertaten, aengezien zy rot noch dier lange fpeel-Vaertuigen metzichj w e e r . a f . toe te vergeefs na des Pangorans ant- tergedachtenis. dcriviere
1 1 tavia 1 buit

Het koningrijk A c H

van I N .

| - J Et koningrijk van Achin leit aen met eerte watergracht omcingelr, eh het Noorder eind van Sumatra, op zommige plaetfen met zwaer geop vier graden en cen halve. De fchut geftoffeerr. Het heeft zeven hooft-ftaddes koningrijks van Achin poorten, en is van buiten met een ftais ook Achin genaemt, leit aen een ketfel van palifaden omringht. luftigen vliet, en op eene vlakte ,om* Op de linke zijde van de riviere trent een halve mijle van de zee. ftaet een kafteel, om des vyants fcheDes konings hof leit in hetmidden pen het in en aenkomen te beletten. der ftad, is groot^ langwerpigh, en Meer andere kleine vaftigheden en K fterk-

*r

fterkten zijn op voordeligen toegan- ^peper. Sillebar ftaet onder de ko gen in ruighten en op moraflen omtrent ningvan Bantam. Aen de We-ftkuft van Sumatra leit Achin, tot be veihng van hofen ftad, een groote boghr of inham. D'cever gebouwt. De lucht fchijnt in dit koningrijk is overal mec hoge en dichee b o t veel gezonder engetemperder te zijn, fchaedjen bezet. Desgelijxisdebochc als op hec zuider gedeelte des eilants. van' Sillebar rontom mec zeer hoge De huizen zijn'er in de hooghteop bergen omringr. Ook is d'oever van palenoffturtengebouwt, endemuu- debochrvan Sillebar met groente en ren en daken met riet bedekt. Men luftigh kreupeI-bof.h btwaffen. Een klimt'er by rrappen van buiten in: want weinigh binnen den inham vertoont men derft'er niet om laegh woonen, zieh eene uitftekende hoek, daer achuit oorzake van het water,dat by wijle ter het ftedeken of vlek van Sillebar zoodanigh oploopt, dat hec de gant- leit. feheftadals overftroomt. Eenige weinige minuiten ten zuide Des konings grootfte rijkdomrnen van de Middellijn leit de ftad Tilzow, *' beftaen inzonderheit in gout,juweelen die flechten flordigh gebouwt is. Eenige mijlen ten Noorden van en olifanten. Hy hout velebywijven,die hem niet Tikouw, leit PaJJaman, aen de voet Paalleenlijk in het bedde ten dienfte zijn: van een hoogh geberghte. Barros leit op de Weft-kuft van B a r r e * maer ook voor de zalen en binnenkamers waght houden: beneffens vele Sumatra, ontrent eene kleine mijlc lantwaerts i n , aen een grooten vhet, gelubden, die ook op hem paflen. Naeft den koning ftaet de regeering tuflehen 'PaffamanemJchin. In dedes rijks, aen de vier Sabandars en ze lantftreke groeit peper, kamfer, en edelen. Benzoin. , Des jaers zeftien hondert drie en Daer na volgen eenige andere plaetzeftigh, ftont de regering des rijks aen fen, als Sinkel, Labo, en T)aya. eene vrouw , dewelcke, naer men zeiTedir leit tien mijlen ooft waerts de , voorflagh maekte, om met eenen van Achin, met geberghte tuflehen Hollander te trouwen: hoewel de Ho- beiden, en was wel eer een koningge Raden op Bitavia, om zekere ge* rijk. Het lant is tamelijk vruchtbaer wightige redenen, daer toe niet bewil van rijs en fruit. Meer Ooftwaerts leggen vervolligen wilden. ! d'Inwoondtrs van Achin waeren gens lngs de binnen-kant van Sumavan ouds her voor goede krijgsluiden tra, Patern fDe/y, Arn, Kampar, Anvermaert, en overtroften hunne ge- dnponrojjamby,en Palmban. Andribuuren in ftrijtbaerheir, en toonden fottro leit op drie graden en een halve. kloek en ftout beleit, om hunne vyanPad<mg leit aen een luftigen vltet, P a d a o g . den een voordeel en kans af te zien: enwort met Indiaenfch vaertuigh en want niet alleenlijk hebben htmn^do- fchepen veel bezochr. ningendengebuurkoningenop 5&naSumatra wort by d'onzen in twee tta, landen en fteden ontweldispi: en kuften onderfcheiden: als in een binafhandigh gemaekt: maeroojnpde nen en buiten-kuft. De binnen-kuft vafte kuft van Malakka de koningrij- worc by die van Java de Weft-kuft geken van Queda en Pera verovert. noemr. De buicen-kuft des eilants Dikwils hebben zy oob^de Portu- ftrekt tegen het N oorden: alwaer het gefen in de ftad MalaMjrcelegerr, en koningrijk van Atchin leit. groote fchade aengeaaen : naerdien De lucht is op Sumatra van wegen . zy zieh altijt vyanden van de Portu- de groorc nitre, door deflelfs gelegent- Jjj gefen geroont hebben. heit onderde Middellijn, boven mate . ongezondt: inzonderheit voor dematra. OpdeWeft-kufte, viermijlen be-' Sillebaer, zuiden de Middellijn, leit in eenen vreerrodelingen, en in den regen - of boghr, aen een wyden vliet, eene fborm-tijt: want dan heeft men meeft plaetfe, Siebar genoemt. Ronrom alle dagen een fchiehcloenftorm, met leggen hooge bergen en wildernidTen. herde wmt, donder, en blixem verHec lant rontom geeft overdocdelijk mengt, waerop aenftonts jftiilten volgen.
Tikcu n)an Pedir; c 0nee c V3 nSu

Z E E en L A N T R E I Z E ; f gen. Daer en boven waeflemen uit de doch zijnnaderhant weer aengeplanf menighvuldige poelen en moeraflen Ook zijn'er vele peper-bomen uit-gevele vuile en {linkende dampen, die roeit, en katoen-bomen in de plaetfe door de hitte der zonne opgetrok- geplant. ken worden, en de luchr ongetempert Op de buiten- kuft valt ook de befte enbefmet maken: waer uit velequaet- kamfer in duurzaemheit, en verfchilt aerdjge koortfen en langduurige fiek- hier in vandejapanfe kamfer, dat in ten t'ontftaen komen. Dit befpeurt- deze alle de reuk in het hout, endie men inzonderheic op de Weft-kuft van de buiten-kuft van Sumatra in de van Sumatra: en allermeeft aen de bui- kamfer zelf z i r , zonder dat het hout ten kuft, op Tykouw en 'Pryaman: eenige reuk behoudt. alwaer d'ongezonde lucht niet min Daer valt ook lak, witte Benzoin, voor d'in-als uitheemfchen (chadelijk kalambak of aloe's-hout, arents.houtj en nadeeligh is: waer over d'onzen, en wit zandel-hout. die aldaer ten koophandel leggen, opDe boflehen voeden in overvloet geblazen, bol en bleek van lichaem allerlei wilt gedierte : als olifanfen, worden. buffels ,tygers, herten, rhinofters of Op het Duivels-eilant, en in de rivie- neushorens, wilde zwijnemapen, meerre Indapura , is de lucht zoo onge- katten,flangen,&c. De vheten,poelenj zonr, dat menfch of beeft, daer op k- en .moeraflen zijn boven mate vifchrnende , aenftonts fterft, of datelijk rijk. In eenige houden ook krokodil^ daer wederom af krnende, kons daer len. Daer is ook velerlei wilt en tarn aen t'overlijden komt. gevogelte, zoo in de boflehen als op Het eilant van Sumatra heeft luftige het lant. Ook zijn'er ongemeene dam!" boflchen,en yzelijke hoge bergen, ver- groote vleermuizen. Voorts is het makelijkedalen, vruchtbare vlakten, vreemt, dat her eilant Sumatra het eevifchrijke bayen of zee-boefems, mee- nighfte in Indien is, dat beeren voet. nighte van beken en vlieten met klaer De bergen houden in hunne boewater: ook vele poelen en moeraflen, fem ,gout, zilver, koper, tin, yzer, en met taen-boflehen be waflen, die het zwavel befloten. Men heefc inzon* water foot maken. derheit aen de buiten-kuft van Sumafiivieren. De voornaemfte vlieten ofrivieren tra goutrijke mijnen : hoewel'er het zijn Achin ,*_Andregiri, Jamby, Pa- gout weynigh gegraven worr. Des limbang, Manancabo ,Banjarmaffum, niettemin heeft de koninginne van At* Sillebar, Indapura, Priaman, die alzo chin voor eenige jaren daer uit duizent by d'onzen na de bygelege fteden, of ponden: en de Compagnie voor d'eerde fteden na die vlieten, genoemt. fte male des jaers 166 f . over de 300. Het water in de riviere Indapura, ponden getrokken. Men vint'er ook en twee mijlen in zee, is bloet-root, fmaragden,hyacinthen,en andere gedat door de taen-boflehen veroorzaekt fteenten. wort, die in de moeraflehen waflen, )p de kruin van den brandenden en dien volgens de zee en de riviere bergh Balabam is een bron ,die zekemet hunne rode kleure verwen: waer re vochc uitwerpr.als olie Men heeftdoor ook het water om tedrinkenon- 'er oo|: zekere olie of vocht, die uit gezonc is. d'aerd zweet, als peter-olie: ofuit de A e n d e s Hetgeeft geers en rijs in overvloer, rotfen in d'ondergelegerivieren ftorc. ftlants. en byna alle Indiaenfche vruchten, als D'Indianen noemen deze vochc ook Bananas,patatas,kokos-noten,oranje- MinjahTannafo dac is, olie van aerde. i , appelen, limoenen, tamarind, walch, Deze olie wpjfc by d'inwoonders in Tannali Zuiker,honigh, genber. Inzonderheit zulken waerde gehouden, dar de ko- lf ' groeit'er door her gantfeh eilant onge- ning van Atchin die op hals ftraffe meen veel peper, die met hclefcheeps- verbiet uit het eilant te voeren: dies ladingen door d'onzen van daer ver- d'inwoonders dezelve by nacht en onvoert wort. tijden, aen boorr van onze of. d'EnOp de buiten-kuft van Sumatra gelfefcheepen, fteelswijze, brengen. wierden voor eenige jaren door den Deze olie is z waer van reuk hoeoorlogh vele peper-tuinen uitgeroeit wel niet zeer walghaghtigh. Zy wort K x zeer
7 M n j a f n

Tale.

enaerc der Inwoonders.

GEDENK W E E R D I G E 76 zeer dienftigh tegen d'Indiaenfche meeft alle d'Indianen in dat ftuk geen lamheit, Beribery genoemt, gehou- grorfcnoverdaet bedrijven. De meefte inwoonders, en inzon- Rieding. den. Want zy helpt, indien de beledighde delen daer mee befmeert wor- deaheit geringe luiden, gaen met het den, de kranken wonderlijker wijze. boven-lijf gantfeh naekt,en hebben alDaergroeitop dit eilant zeker riet, leenlijk een kleetje voor de fchameldat zieh opvelerlei wijze om deboo heit gefl igen, of om het onder-lijfgemen flingerten wint, en tot een, twee, wonden r zonder fchoenen of koufja 500. vademen voortkruipt: zoo dat fen, zoo wel mannen als vrouwen. Rijke en voorname luiden hebben men naulixdeflels oorfprongen eind vinden kan. Het is zeer dienftigh en aen het boven- of opper-lijfecn dnne en bequaem om hoepen van te maken. zyde of katoene rok, of van andere De gemeenetale der inwoonders is ftoffe,na de Moorfche wijze gemaekt. Een doek bedekr hen het hoofr, de Maleytfche: hoewel zy ook andere mer een flagh of twee daer om gewonbyzondere talen hebben en fpreken: zy hebben ook fcholen,daer in de jeugt den. De koningen worden met meer als M a g h t lezen en fchrij ven geleerr wort. D'inboorlmgen of eilanders van flaeffe onderdanigheit en gehoor-^ Sumatra zijn groot van ftal, en zwart zaemheit by d'onderzaten geeert, niet of bruinvan verruwe, als de Javanen. uir liefde en genegentheit t'hen waerts: Het vrouwvolk is fraei van leeft en maer uit een enkele ingeboorne vreefe witachtigh, met witte tanden. Het is en fchrik. De Heerfchers, of overften, voeren zeer geil en onkuyfch,en rekertthettot eere, zieh voor gelt te laten gebruiken. den tijtel vznTangerang. De misdaden ,zelfs de geringften, Het is een boosaerdigh opgeblazen, ftouten trots volk, dat zieh zelf worden byhen mer groote ftrengheit, der mit hoogh, en alle uitheemfehe volken als met het af kappen van handen en^"geftrafr. Dootfchuldigen laegh acht. Het is zeer tot bedrog en voeten verraderye genijght, en breektlichte- worden op een wreede en vervarelijke lijk eet en belofce , op een voordeel wyze om 't leven gebraghr. van beter. By ouds gaf de koning een misdaIeder trouwt, na de Moorfe wijze, dige of doodtTchuldige aen eenigen zoo vele vrouwen als hy voeden kan : van de rnenfeh-eerers over, die hem, hoewel een van alle de voornaemfte en met het afhouwen van hooft, handen opperfte mevrouw is. Voorname en voeten deden doden. Daernafmevrouwen ziet men zelden lngs ftraet ren zy zout en peper op fijn vleefch, of romp, en aten het aldus gantfeh gaen. Binnen's lants woonen menfehen- raeu op. Meeft alle d'inwoonders, en inzon- G o J s eeters, Bataches of Batatas genoemr, die niet alleenlijk vreemdelingen ee- derheit, die lngs de zee-kuft woo- * ten maerdoden hunne vaders in hun- nen, omhelfen heden de Mahomenen hogen ouderdom, desgelijx hun- raenfehe godsdienft , dien zy ledert vele jaren door vhjt der Mooren aenne broeders, en eeren die ook. Rijken zoo wel als armen knauwen genomen hebben. Tevore waren alle d'inwoonders, geduurighbetel-bladen, met kalk,en Areka of Faufel daerondergemengr. zoo lngs de zee-kuften als re landcRijs verftrekt hen broot , daer zy waerrsm, heidenen: gelijk zieh ook een lekker kookfel van weten te ma- noch vele heidenen te lande waerts in ken , en koeken van bakken, daer zy bevinden. Op het eilant van Sumatra, en in- O p s u olie over gieren. Zy nuttigen ook vifch zonderheir op her koningrijk v a n ^ " ' en vleefch, en allerlei groenre. o o p b a n De gemene drank is water: hoewel- Atchin ,is grote handel en fchipvaert k *er ook Arak van rijs enkokos-noren uit alle oorden van Indien: want algebrant, enwijn de palm gedronken daer komen Sinefen, Maleyers, Javanen, Kriftenen, Moren ,en andere wort. In het nuttigen van fpijze zijn de volken ten koophandel. D'Ooft-Indifche Maetfchappye Sumatranen matigh en zober: gelijk heeft
sk S m ( & dlenft ; e

Z E E en L A N T R E I Z E . jf heeft ook eenige landen cn plaetfen, i ons belafte datelijk mee aen lant te op de Weftkuft van dit eilant gelegen, 'gaen, met zoo veele foldatenenmain befchermingaengenomen , enmet j troofen,als'er aen onze fchepen waren die een verbont opgerecht, vihgeen ; befcheiden,om deze vefting tehelpen peperofgout,aen iemant anders,als innemen. aen haer, toreengezettenprijs, re mWanneer nu alles aen lant was, cn gen verkoopen. Deze plaetfen zijn alle.foldatencn bootsgezellen inorde Priaman ^Indrapoura, Tadang, Tiko geftelt waren, en voort trokken, om en Baros. Op Andragiri had de deze fterkte met geweit t'overweldiCompagnie ontrent des jaers 1665. gen en aentetaften, vonden wy nie- Palipat* wederom een nieuwe logie geftelt: mant als een out wijf en een jongen doch de kleine menighte van gout en daer in : dies wy die vefting zonder ' peper, die aldaer ingekochr wiert, kon ;flaghofftoor in kregen: want de vyant d'onkoftenvanhet kantoor niet goet : had die alreets op onze aenkomfte maken. ver laten. De voornaemfte waren, die het eiI Het verder voornemen,om de ftad K o o p lant Sumatra uitlevert, is peper. Daer Kranganoor te belegeren, wiert niet w a r e n v a nS u - valt ook gout, tin, en kamfer. Op de raetzaem gevonden, uit oorzake wy m a t r a . Weft-kuft vallen ook Pedro Porcos, toen eerft de rechte kuntlchap van de die het ftuk over de twee honderr rijx- fterkre van die ftad kregen , en ons daelders koften. Inzonderheitlevert, daer anders op dienden te voorzien. Wy vervorden onze reize, en rrokJamby cn Palimbang een groote menighte van peper uit: op welke plaet- ken des anderen daeghs, den vijfden fen d'Engelfen ook een kantoor heb- van Lentemaent, voorby de bacr van ben , tot wien de koning zeer gene- Goa: alwaer wy den Kommandeur Komen Roothaes fpraken, die daer met eenige * f gen is. Daer cn tegen wordenen verruiling, fchepen kruifte, en de baer befloren ^ door d'onzen op dit eilant te koopge- hield, zonder dat een eenigh fchip in braght, realen van achten, katoene of uit moght. Wy vervolghden onze koers en reilijnwaten , Sineefchgout, draet-yzer, ftael, lakens, Suratfe dekens, zijde ze, en quamen den zeften op de rede wirfgutftoffen, zout, en meer andere waren. voor JVmgurla ten anker. Aldaer von- den wy eenige van onze oorloghsDus verre van Sumatra Wy vervorderden voorrs onze rei- fchepen,die haer ververfcht hadden, V e r v o r - ze,zonder voorval van meerverhael- en wederom na Goa vertrekken wiltende reize. ^erdige zaken, en voeren den derden den : als ook het jaght Banram, dac gevan Sprokkelmacnr , voorby Punte fchiktwas, om dekoningin van Gol- Koningin Ga!e , en quamen den Vierden van konda na Mocha, (eenftad in Arabic, Sprokkelmaent voor Kolomba, beide aen de hoek van het Roo Meir gele- ,i!?na fteden op het eilant Zeilon, ten anker gen) te voeren, die van daer na de ftad " S * Na wy onze zaken aldaer verright Medina zou trekken, om het graf van V a r e n den berugten Profeet Mahomctte behadden , gingen wy den negenden v o o r b y K o m o - weer tzeil, en voeren den twaelfden zoeken. Zy nam een groote fchat rijn. voor by de kaep Komorijn en de ftad met haer, om aen het graf van MahoKoilang. Koylang,en zoo voort lngs de Mala- met te vereeren, en trok met vier duibaerfe kuft: daer her fchip de'Vogel zent ruiters, die haer meer als fachenlemx voor de ftad Kalkelang lagh, tig mijlen over lant, tot aen Wingurla^ peper te laden, die by ons quam, om vergezelfchapt hadden. De ruiters zaren op fchone Perfiaenfche paerneffens ons na Perfie te gaen. Wy vonden regen over het eilant den,die als fpiegelsglommen,en waBaypijn vijftien of zeftien fchepen, ren vreemtuitgedoft. Zy waren gewaonder de vlagge van den Heer A - pent mec lange maely-rokken , cn driaen vander Meyden ,om het fort zommige hadden op de fchouders Mipat- of vefting Palipatnam te belegeren fnaeks-hoofden, als d'oude Romeinen. Zyhaddenblankekelmetcenop n a m " . en veroveren. Wy voeren terftont aen het jaght hec hoofe, en waren met pijl enbogc Vlielant, daer d'Admirael op was, die gewapent.Vele hadden lange baerden. K 3 In
n en m e n rb la nG o 1 r M3 mets raf

G E D E N K W A E R D I G E Inden voortroep reden twee trom-1 in hetjaght,daerzy onder ging zittert, petters mec twee bazuinen , welker om niet beziente worden. Zygafden mont voor wel twee eilen wijt was. Heer Kommandeur Roothaes enhet Zybliezen bybeurtcn,en maekten een Oppefhooft Zantvliet ieder een koftelijk gefchenk van gout en diamanten. fterk geluit. De Schipper, die haer met het jaght De groore heeren, die by haer waren, zaten ook te paerde, met een naMocha overbraghr, reifdemethaer voetknecht aen iedef zijde van't paerr, voort, en is, naerfchijn, Mahomedie het by den toom leide, tot meer- taenfchgeworden : want de ftiefman braght het jaght, in plaetfe van de der pracht en ftaetfie. De koningin zelve wiert in een fchipper, wederom. koftelijkeoverdektePalakijn, omniet | Wmgurla is een ope dorp, in het wingur^ gezien te worden, gedragen: desgelijx koningrijk van Golkonda, dicht aen 1* alle hare ftaetjoffers. Voor haer ge den oever der zee, vijf mijlen van de volgh gingen verfcheide keemels, die ftadcGoa,en ontrentopdeNoorderheel antijks toegemaekt, en met ko- ibreete van vijftien graden gelegen. Die van de Kompagnie hebben aU ftelijke dekkleden behangen waeren. Op eenen zat een herpauk, met een daer een deftigh huis van witte fteen gombe,("die, gelijk liierte lande, op en plaifterwerk gebouwt, en heerlijk de keteltrommen) met d'armen kruis- opgemaekc. Alle fchepen, die na Perfien gaen, wijs over een, met een hamertje op een trom floegh. De trom was gemaekt moeten die plaetfe aendoen , om lieh van hout, onder fpits van fatzoen, van branthouc en water te ververalseenbyekorf, en met een dierenvel fchen: dar aldaer om een kleinen pnjs overtrbkken. Op ieder zijde des Ke- overvloedelijk te bekomen is. Anders is'er geen handel. mels hing een trom. Na wy van Wingurla vertrokken K o m e n De Kommandeur Roothaes , en Santvliet ("die teGamrontoen opper- waren, quamen wy den 6. van Grashooft van wegen de Kompagnie was} maent voor de vermaerde Perfifche waeren de koninginne wel twee uuren ftad Gamron,op zes vadem ten anker. Ik voer dien zelven dagh noch aen te gemoet gegaen, om haer te verwellanr, omonze aenkomfteen aenbrenlekomen. Terwijl de koninginne daer was, gen b kent te maken, teneindeorde dichte zy zelve aen verfcheide Sckre- op het loflen moght gefiele worden, ranfen, elk in cen byzondere cale, en vond de zaken der Kompagnie in brieven voor : waer uic men haer goeden ftant. Wanneer wy nu onze inverftant en taelkunde kon befpeu- geladen koppmanfehappen hadden ren. Zy liet vragen, of hec fchip ge- overgelevert, (die in een pakhuis gereet w.is,daer mee zy zou vertrekken leic, en voorts, volgens de maniere, en verftaendedat hec klaer was, ver- verkocht wierden) ftelden wy voorts vaerdighde zy haer voort coc de rei- wederom orde tot de lading, die dagcz,e, om aen boorc ce komen. Maer hx gefchiede. Uic oorzake nu de als zy daer aen quam, en zagh,dac hec meefte lading ingemunt gout-en zilfchip zoo grooc niec was, als d'andere, ver beftonc, zouden wy die haeft en die daer neffens lagen, was zy niec wel en des t'eerder ingekregen hebben: daer over in haer fchik, en qualik te maer dewijl wy na andere koopmanvrede. Doch de Heeren Roothaes en fchappen moften waghten, raekten Zantvliet onderrichtenhaer, dac hec wy eerft den tweeden van Zomerjaghe, om d'ondiepte van de Roode maent klaer om te vertrekken. Zee, daer bequamer, als de groote De Heer Jakob Willemfz. Direkfchepen, was. Waer op zy h ier liet ge- teurin Perfie,van wegen de Kompanzeggen,en beter genoeght fcheen. jie, ging mee op ons fchip, naerdien Aen ftrant was een tenre opgefla- zijn tijt aldaer om was, om mee na gen, en voorts een gang tot aen de Batavia over te fteken. lloepgemaekt,die gantfeh met katoen De vermaerde ftad Gamron d'ee. B e f c W r behangen was. Ook was een tent nighfte zee-haven van Perfie, leit aen j j j j j over de floep gemaekt. Desgelijx een een vlakkeftrant,opde Noorder-brete ran
! teGirai m

Huizen

Z' E E- en L A N T - R E I Z E . 7$ Van zeven en twintig graden, tuflehen I De Hollanders en Engelfen hebben twee kafteelen, aen de kant van den ieder aldaer een loosje, dicht by malPerfifchcn Golfof zeeboefem,. en aen kandere: en lact elk zijne vlaggedaer de voet van eenen kalen zant-bergh, van waeien. De Hollandfche loosje vlak tegen't zuiden, daer loof noch leit dicht aen het water, en vertoont haer zeer heerlijk, en is gexnakkelijk gras op was. Gamron wiert van de puinhopen om te laden cn 1 offen. Daer is geen verfch water: maerj^* . enafbraken deskafteels en ftadt van Ormus gebouwt : want de verwoe- d'inwoonders moeten het zelve wel verfch ftingvan die ftad wasd'opkomfle van drie uuren gaens uit het geberghte in waten aerde potten op het huofc,of in bereide Gamron. De ftad isaende waterkant met drie lere fchape Vellen op den rugh dragen. bolwerken, van gehouwen fteen , ge- Zy binden of knoopen de beenen t'zafterkr, die met yzere geftukken ge- men, en laten de zak op de fchouderen en rugh leggen. Dit zwaeren moeieftofteert zijn. Na de lantzijde is zy met een muur lijk werk wort door de flaven voor van ongebakke fteenen bemuurt, die zonnen opgang verright|, eensdeels toen geweldigh vervallen waren, de- om de hitte, en ten anderen, om het wijl fchijnen van dien kant geene water des te koelder te houden. Dies her verfch warcr aldaer zoo qualijk te vreze te hebben. DeftadGamron is dicht berimmert. bekomen is,datmenbyzommigevoorDe huizen z i j n , na de Perfiaenfche name luiden byna eer een fchale wijn, wijze, zeer antijks cn vremt gebouwt. als water kan krijgen. Ook zijn'er De meeften hebben een Vierkante too. geene putten met verfch water , als ren, die verre boven hetdak uitfteekr, alleenlijk in de regen-tijt. Daer groeit niets,als eenige dadelen boven na de vier winden openingenengaten heefr, om lucht te fchep- boomen: en evenwel is'er van alles re pen cn wint te vangen, die daer door kr ijgen,dat derwaerts te lande uir Perfpeelt, en het gcheele huis verlucht. ne en andere plaetfen gebraght wert. De meefte drank der inwoonders is Inden heeten zomertijtleggen zy des nachts daer onder, om geruftelijk te water: doch hebben ook, inzonderkunnen flapen. De voornaemfte hui- heir in den handel-tijt, fchoone Perzen zijn van leem-aerde gebouwt, de- fiaenfche w i j n , die hoogh roor van welke tot vierkante ftukken gevormt, kleur, krachtigh, en evenwel zoer van en geftampt worden, die dan zoo hert fmaek is, als Kanarifche wijn. Deze droogen , dac zy regen en wint ver- wijn valt ntrent de Perfifche fteden duuren knnen, en zoo fterk als fteen Schiras en Jezd , en wort in groote zijn. De huizen worden met kalk, fleflehen cn kaffen gepakt en geftuuwt, van moffel-fchelpen gebranc, over- en van daer vervoert. Men heeft'er ook arak van dadelen w i t : waer door het fteenc huizen fchijnen te zijn. Achter afftaenveele en rijs gebrant. Ook wort'er water flechte hm zen, die met bladen van da- met zuiker en limoenen toegemaekt, del-bomen bedekt zijn, en Hechts te- dat in de grote hitte gedronken wort: hoewel het, zoo't overvloedigh gegen de hitte verftrekken. Straten. De (traten zijn nauen kort, en bruikt wort, de roode loop veroorkomtmen t'elkens aen een hoekhuis. zaekt. De lucht te Gamron, en in de ge-pe!uck Zy zijn mcerendeels van het een tot het ander huis dwers overdekt, tegen weften daer ontrent,is van Bloei-tot j * ^ ^ de hitte der zonne: hoewel het daer Herfft.maent,zoo ongezont cn heet, heet. dan noch evenwel zoo heet en naer is, alsik oit op eenige plaetfen in gantfeh datmen dezelve niet als met ongemak Ooft-en Weft-lndienfeevonden heb. enflaeure kan gebruiken. Ook zijn Waerom de vreemdelingen aldaer de ftraten niec met ftenen beleit: nier in verzekerde gezantheit kunmaer beftaen uit herde aerde, t'zamen nen blij ven, als in W inter, Sprokkel getrapt, dieelk,om dekoelteen ftof, en Lente-maent. W a t belangt de gedurigh met water begiet, droogen inwoonders ,die de luch<- des lants gewoon zijn , inzonderheit voorname dan door de hitte zoo hert op. luiden.
0

G E D E N K WA* E R D I G E 8o luiden, blijven'er langer, te weten rot op eenige tijden zoo fmoor heet,dat aen Grasmaent. Daer na wijken zy, om zy de menfchen als verftikr. D'Arade hitte temijden, uit de ftad na hec bieren noemen die wint Elhamudl. gebergte, ontrent 10. of 12. mijlen van datis ^tT t\x. Vijch-wint,tXi dePerfiadaer gelegen : daer zy zieh dan aen nen Badefambour, uit oorzake zy den d'oeversv^n de rivieren, als op hunne genen,daer zy opvalt, fchiehjk verhofeden en lufthuizen, den tijc van ftikt en dbot. Wanneer men een arm o f been, vijf of zes maenden, nederzerten en ophouden, verteerende hec geen zy of eenigh ander gedeelce van het l i mec den koophandel gewonnen heb- chaem der genen, die daer aeri verben. Ondertuflchen laten zy de ftad ftikr zijn,aenvac, datblijftin de hanvan hunne flaven en het gemecne volk den, als lijmigh vet of fmeer, enals of bewoonen ; tot in Wijnmaent, als het lichaem een maenc was dooc gewanneer de fchippers en koopluiden weeft. Deze wint waeit aldaer gewonelijk wederom komen.' Zy flapen, om de hitte,op leere zak- in Bloei, zomer, hooi,en oogft- maent: ken, of mer heconderlijf in 'c water, of desgelijx ook ontrent Muaflil, tegen bovenindecoorens van de huizen,die over oudNinive gelegen, en ontrent ten dien einde, om de koelte re fchep- Bagdad. Maer wanneer men, ( hetgeen zeer merkwaerdigh is) in een vaen uig, pen, met lucht-gaten gemaekt zijn. Zommige gieten rooze-water by op eene riviere is, zoo doer deze wint den hals i n , en laten het onder byde aen het lichaem geen quaet, fchoon beenen af loopen, om zieh te ver- men ook gantfeh naekt was. De burgers van Gamron zijn meeft inwoe* koelen. Het fchip, dat van wegen de Kom- koopluiden, die opde fteden Baflbra, Q" m e r e n pagnie aldaer om den handd blijfc aen den arm van denfcufratesgelegen, e leggen, moer mec zeilen behangen Schiras, llpahan, Tauns, en Smyrna, a n J e l . gen worden, of de planken en balken handel drijven. Eenmael des jaers, in h zouden van malkanderen fcheuren. Wijnmaenc , komen de Karavanen, Her pek en teer ftaet mec blaesjes, als die duizenden van menfchen en beeofhetkookte. Ook kan niemantdan ften fterk zijn, uic byna alle geweften de bloate voet op den overloop, van van'c oofte, als Babylonie, Turkye, wegen deflelfs grote hitte, zetren. Perfieen andere oorden, metallerleie Die het derven wagen om, geduu- koopmanfehappen opkamelen, drorendede hitte, te Gamron te blijven, midarifen en ezelsigeladen, derwaerts. halen eene quaetaerdige koortfe op Van daer fiepen zy zijde, en andere den hals: daer zy naulix kunnen van ooftindifche waren te rugh naer hun genezen, fchoon zy daer niec aen fter- lant. ven. Ja na de genezing zelf volghr Te Gamron is eene treffelijke merkteen geepsheit van lichaem, die het plaetfe van zy, goutlaken, Alkatyven v a nG a r n of rapyten, peerlen, die omtrent het gantfehe leven lang byblijfc. D'oorzake van deze grooce hitte eilant Bahrain gevifchc worden: als fchijnt, mijns oordeels, ce zi jn,dewijl ook van allerleie aerevrucheen, pruide ftad tegen een kalen zant-bergh, men , rozijnen, krenten, nooten, davlak regen'c zuiden aen leic, die niec dels, oranje-appelen, citroenen, graals dor zant is, en daer de zon zoo heet naten, perfiken,en meer andere vruchmet hare ftralen regen aen fchijnt, die ten. Daer is ook overvloet van groenaldaer verdubbelen, en dan zoo kragh- te te bekomen, hec welk aldaer van tigh heet wederom ftuiten. Daer en andere plaetfen gebraght wort, maer boven komt de wint altijc uic den zui- her meefte van het eilant Kumts, drie den , en mec de hete zonneftralen uic mijlen van daer gelegen. eenen en den zelven oorc, dar ook niet Meu vint'erook treffelijken en geuweinigh helpt, om de lught met hitte rigen wijn te koop, die vandePerfi* t'onrfteken. fche fteden , Schiras en Tezd , met Hete Na Lentemaent begint er de wint grore vleflen, in kaflen gepakt en geWint. te veranderen , en wair gemeenelijk ftuuwt, overgebrachr wort. Daer komt ook uitftekend fchoon uit den Welle en Zuidwefte, en wort fterk
J i ron

Z E E * en L A N T . R E I Z E . 2t fterk en geurigh rozenwater re koop, eeten dadels, in plaetfe van broot of dat nergens overvloediger als aldaer te rijs, tot allerhande fpijze. bekomen is. Het dient aengemerkr, dat de gewoGrote Op Gamron is een grote vaert van nelijke fpijze des volks,van Bajora af, dei te ^ f h - P d i e Indien komen, tot aen iSV<//,langs de kufte van Indie, imron. en van daer koopmanfchappen , voor dadelen en vifch is : waer van het Perlie, Turkye , en andere plaetfen grootfte gedeelte in de winr gedrooght wort. Zy nemen de hoofden en 't invan Afie brengen. Te Gamron komen by wijle zulken ge wand van de viflehen, met de ftenen groote meenighte van fchepen , dat van de dadelen, die zy gegeeten hebmen daer meer koopmanfchappen als ben, en kooken diet'zamen met een gelt vint.-dieraenkomen dekoopluide weinigh brak water* darzy alle avonds aenftonts na Lar, Schiras, Ifpahan en de koient'eren geven, wanneer zy van andereftedenvan Perfie overfchrijven. t velt komen ,daer zy niet hebben kun- Die gereet gelt hebben,en daer mee nen vinden , als flechte ruighte en handel doen, blijven niet in gebreken, heefters. van dat gezwint na Gamron overte Daer zijn ook hazen, fchapen, duiftuuren. ven, en patryzen: Maer wat de hoenWanneer de fchepen aldaer aenge- ders belangt, die daer overvloedelijk komen zijn, vindmendaer vele koop- z i j n , worden niet veel gegeeten , uit luiden; maer de meefte zijn Perfianen, oorzake zy een fmake van de zeeArmeniers, en Indianen, die in Perfie lught hebben. hun verblijfen woonplaetfe hebben. Door de naby gelegentheit aen zee Maer noch wel meer zouden'er uit is'er overvloedelijk veel uitftekende andere plaetfen komen, indien zyde vifch. Onder andere treflijke vifch quade lucht van Gamron niet vrees- verfchafc de zee SoldaenSardijn. den: waer door zy gedwongen worden Daer zijn ook zeer goede oefters: te Ifpahan te blijven, ter tijt toe, d an- hoewel die by d'inwoonders des lants dere koopluiden weerom komen, van n iet gegeeten worden: waer over men wien zy de koopwaren, die zy van no- zelfs daerom na de viflehers moet de hebben, koopen. ftieren, wanneer mendiewil eeten. De vrouwen worden daer zelden, Men heeft'er ook allerhande kon* A e r td e r i n w o o n - na d'oofterfche wijze gezien, en ont- fituren en gedrooghde vruchten. Gjoiron. houden zieh in byzondre gebouwen De groote en rijke koopluiden dtrsvan of vertrekken, daer de mannen zom- leven aldaer zeer prachtigh, inzonwijl eenen tijt lang by houden, en alle derheit de lantvooght des koninghs handel zaken dan laten varen. van Perfie, die aldaer zijn verbhjf Het licht vrouwvolk zit des avonts houdt. met lanterens voor de deuren op banAen d'ooft-zyde, ontrenteenuurken, daer de mannen dan na roe gaen, gaens van de ftad, iseen rijk graf,daer en hunne zinnelijkheit uitkiezen, die in een Benjaenfe Heiligh vooreenige dan ook voort mee gaen, en tot hun- hondert jaren in begraven werr,ondet nen dienft zijn. een wortelboom,door hem zelven geD'inwoonders zijn zeer bruin van plant,die by de Porrugefen Arvor das verruwe. Rais, dat is, wort el-boorti, enby d'InK l e dmg. D'arme luiden gaen met het meefte dianen en Perfen Lul genoemt wort. Iijfnaekt, en hebben flechts een kleet- Hy wort ook de boom der Benjanen, je om de middel. In de hitte loopen genoemt:'tzy na den planter of poterj zommige gantfeh naekt: andere heb- of dewijl de Benjanen daer onder een ben niet als een hembt aen. Pagode,dat is,een heidenfehen remDe rijken zijn koftelijk op zijn Per- pel, met een Karavanfera, dar is,een fiaenfeh gckleet. Daer zijn'er , hoewel gemene lants-herberg, geflieht hebben. eenige weinigen, die zieh kleden, als Dees boom heeft zieh, na zijnen aerr, zy in oude rijden deden, en met rin- geweldigh verre uirgebreic : hoewel gen van gout, zilver en yzer aen d'han- hy niet meer als eentyi ftam heefr, cn den, oorenenneusvercieren. wort noch jaerlix grooter, cn fchijnt Spijze. De gemene inwoonders der ftadt van buiten een geheel boomrijk bofeh, L te /
P an a e c e en v a n J

G E D E N K W A E R D l G E 82 te zijn , want hy beflaet met zijne j ken; ja, (het is fchande men het zeidr,) takken, die weder tot wortelen en hunnemannchjkeleden zeer nederig jonge boomen worden, ruim zes hon- te kuffen: zonder men eenige beweeging of gevoelijkheit in hen befpeurt: dert en vijftigh voeten. Wanneer d'ingezetenen of vreem want die dan eenige bewegenis daer delingen zieh willen gaen verlufri- mede quamen te maken, of eenige gegen, dan gaen zy na dezen boom toe, voelijkheit te toonen , zouden voor en rechten daer onder kleine gaftmalen onheiligen en onkuifchen gehouden aen: om zieh onder zijne fchaduwe worden Maer zy zien ten tegendeele voor de hete zonneftralen re verbergt; gene menfchen aen , en verdraeien Het graf is mer een huis je of Pago- d'oogen op eene vervaerlijke wijze, de overtimmert,daer in nachten dagh, niet anders als ofzy verrukr waren. Zy leiden alle een geftreng en onder een zijde verhemelt, eenige lampen hangen te branden. hert leven, en mergelen her lichaem Degront is mer geb'akken fteen be- uir, met verfcheideflaghvan boete, cn leih en aen weerzijden metzitbanken cn vreemde en onnatuurlijke gebaergemaekr,die alle zeer ner en fchoon den en geftaltcn des hchaems aen te gehouden worden : dies het in de dich- nemen. Zommigen gaen in donkere te fchaduwe aldaer zeer aengenaem holen ' f kclders zitten, daer geen lichr in komt, als door een klein gat. Zy te zitten is. D'Indianen koomen daer veele bl ij en daer eenige dagen in, by wijlen Indiaenfche Hei' offerhande doen : inzonderheidt de negen of nen, zonder eeten of drinligen. Stgs , anders Goegys , Gioghi, en ken, mer grooren aendachr. Zommigen, tot meerder boervaerJoegbi, en op Ar^bifch, en by de Mo ren Fakirs geheten. Hetis een flagh digheit, gaen altijt, eenige jarenlang, vanenjaenfe Hei ligen:of willen zkh zonder dagh noch nacht te leggen. daer voor altoos gehouden hebben Wanneer fy nu willen flapen,dan hanHet is een van de vier hooft fekten gen z zieh by een rouw om den midder lndiaenfe Braminos: want in vier dcl, aen eenen boom. hoofr- fekten zijn de Braminos verdedt Anderen houden hun leven lang, tot D'eerfte is Cenrawaghi: de rweede aen hunne doot, in het zitten of in Samarath ; de derde Bisnou, en de het gaen, d'armen boven her hoefr, Vierde deze Stgs, o f Goegys. in de lucht, rechr opgefteken: waer Zy zitten lngs de wegen,met de be door in de gewrichren allengs zoodanen kruislings onder hec l i j f , na de nige herdigheden ontftaen, dar d'arMoorfche wijze. Zy krten noit de men aldus begroeien, en mer meer nagelen, maer laten die door malkan kunnen neergebogen worden. Zy blijderen waflen, dar vervaerlijk te zien ven nacht endagh,zomer en winrer, in is. Eenigen hebben verwarde vlechten die geftalte, gantfeh naekr, en weten, van vierof vijfvoeten lang,achter aen zonder regen en hitte der zonne tc het hooft. Anderen fcheren noit her fchuwen, herftekender muggen uit te hair van baertof hooft af. In 'tkorr, ftaen, zonder zy zieh van hunnehanzy zien'er zoo yzehjk en vervaerlijk den ,om diete verjagen, kunnen dietut, als men eenige nare helfche gee- nen. Wanneer zy eeten of drinken ften of duivelen zou kunnen affchil- willen, dat wort hun van anderen, met deren. grotenyveren aendaght, indemont Zy mgen gene eige huizen hebben: geftoken. Wanneer zy ziehte flapen maer flapen des nachts in de kerken of leggen, houden zy noch d'armen in de in de portalen der kerken, of op vuil- zelve geftalte uitgeftrekr: her welk nis-hopen,hoeken der ftraten,of inho- ongetwijffelt een der grootfte pijnen len enfpelonken. Zy gaen of zitten al- en rormpnten is, die het menfehelijk t i j r , zoo binnen als buiten deftadt, lichaem zou kunnen uitftaen. Zommoeder-naekr, met een kleetje alleen migen vallen de handen uic zwakheit om den middcl achter over op den rugh: naerdien zy D'Indiaenfchavrouwen vervoegen 'd'armen , die door gebrek van voetfel zieh dikwils by hen, uit aendacht,om uitgeteerten uitgedrooght zijn niet 4'einden van hunne vingeren aen te ra meer buigen knnen. Men

Merl heeft'er een ontallijk flagh De Iantvooght des konings vari PerfifchiC van andere boetvaerdigen. Zommi- Perfie , die zijn verblijf te Gamron Lantgen hebben d'oogen altijrnadczonne heefr, hout zieh geweldigh prachtigh. voogc vafj gekecrt. Andere houden d'oogen na De koning zent alle jaers eenige geGamron. d'aerde, zonder oit eenen menfch in maghtighden , dien de Iantvooght, het aengezicht te zien,of eenigh woort dan gewoonlijk zonder geweer moet tegen gaen. Indien hy niet wel gehante fpreken. Zy befmeeren cn beftrijken hun delt, en zijn lantvooghdye qualijk bezwart en vuil lichaem met allcrhande ftierr heeft, dan flaen zy hem het hooft vuilighcdcn en afch : defgelijx hun af. Anders wort hy met een genadenongehavenc hair cn aengezicht met kleet befchonken. Dan komen zy in geftote zandel-hout, cn faffraen : de ftad te zamen, en zijn'er eenige damaer inzonderheit met koedrek, daer gen vrohjk. Doch de Iantvooght, die zy dan afch over heen ftrooien: waer j toen van 's konings wegen te Gamron door zy gantfeh morflig, graeuw, en gebood, trok den gemaghtighden vervaerlijk uitzieri. met een deel volks tegen, en quameri Ten tijde van ons verblijfte Gam- Zoo gelijkelijk en vrolijk in de ftad. PerfTfcritf ron, gingen wy verfcheide malen daer De polten, die van Gamron na de polten. hcen,omons in de hirte wat te verver- ftad Ifpahan loopen, leggen den wegh fchen. Men lact gewonelijk een kelder wonder kort af. Zy worden, uit laft met Perfiaenfchcn wijn en eenige des konings,door den Iantvooght daer konfituren mee dragen. Daer zijn ook toe geftelt, als zy den proef hebbert allcrhande dadclen, amandelcn, noo- uitgeftaen, dir gefchiet, ten overftaeri ten, en andere droogefruiten, wijn, van gemaghtighden, met hetopgaen konfituren, en wat men meer zou bc- vandezon, gedurigh na een voorgegecren,voor ieder,die daer door komt, fteldeplaets te loopen: daer altijt een te koop. met een paert neffens r i j t , om nergenS L 2 tc
( 1

G E D E N K W E E R D I G E te ruften.. Dit duurtzoo lang, tot dat den voor hun vee te hebben. En alde zon hare ftralen wederom onder- hoewel de weiden tuflehen het getrekt. Wanneer die gedaen is, fchenkt berghte cn ontrent Gamron zoo de Iantvooght hen, tottekenvan den fchrael vallen , zoo zijn'er evenwel uirgeftanenproef, eenkleec, met den fchone fchapen en geiten. Een teken, tijtel van looper: daer zy zieh dan van dat zy zieh ook opeen zobere weiden degenen, d:e hun van noodehebben, kunnen erneren. De weide, daer op deze beeften gaen, toe laten gebruiken. Terwijl iemant van aenzien teGam- ftrekt zieh rot aen het geberghte u i t , ronis, komt aenftonts d'cenof d'an- dat zieh achter de ftad, een ftukweegs derinwoonder, die hem als een dienaer landewaerts in verroont, en door de of arbeider oppaft, en geleir, waer hy hitte zoo verre ook fchrael en mager wezen wil. Hyftaecalle morgen voor lant is. zijn logement en loopt hem den ganZommige rammen hebben vier hofchen dagh na, om op te paffen, en te rens, en zijn ongemeen groor en recht te wijzen : waer voor hy flechts fchoon. De geiten en bokken hebben eene kleine vereering geniet. meerendeels lang gekrult hair, dat Ik wasbegeerigh, omdeveeherders afgefchooren, en daer van verfcheide i^iren" hunne tenten, en meenighte van fchone kamelotte ftoffen gemackc Gamron, hunne fchapen en geiten eens te zien worden. Zommige hebben geweidige Dies gingik met eenen van deze arbei- lange ooren, die hen als de brakken ders, die my derwaerts braght, twee nederhangen, en onder de keel kunzietdc of drie uuren te landewaerts in , en nen tzamen geknoopt worden. De voor^aen vond hen eindelijk, by hunne kudde, bokke-vellen worden bereit, die Perfie jeatbeel- die zy op een dor en mager zanrgras, in groote menighte uitlevert. Dus verre van Gamron, &c. dins. alshierte lande de duinhelm, weiden. Een weinigh terrechter hant van de Deze herders, diealleenl rjk een kleetje om'r,lijf hebben,gaen met troepen van haven van Gamron zier men het eilant fchapen en geiten van vier of vijf hon- \ Ormus, in den mont van den Perfidert fzrnen. Zy flaen hunne hutten in fchen zee-boefem, beneffens eenige het vlakke veltneer, hebbben geene andere eilanden , als Queixome,Kevafteplaetfe, na de wijzeder ^rabie- fem,en Larek: die wy hier,omhunren: maer veranderen vanftedeen gaen ne merkwaerdige cn byzondere zeltgeduurigh van den eenen ror den an- zaemheden, op 't kortfte befchnjven deren oort, om t'elkens verfche wei- zullen.
m e t

Het O Belege ieit.


R

Eilant van
M

s.

Enigen ftellen het eilant Ormus op de hooghte van vijf en twintigh graden en dertigh minuiten, en op de Jengte van twee en twintigh graden en vijf en veertigh minuiten : andere op de hooghte van zes en twintigh graden en vier minuiten, en andere weer op de hooghte van Zeven cn twintigh graden, en zommige op de hooghte van zeven en twintigh graden, en dertigh minuiten Noorderbreete. Eenigen houden het eilant Ormus voor het geen in oude tijden by TUniuii Pomponws e.n "Dionys, Ogyris genoemt wort.
f i

Doch men zou het ook voor dat eilant kunnen houden, het welkf/fflemeus Vorochtha noemt. Het leit in den golf o f Perfifchcn zeeboefem, omtrent twee mijlen van het vafte lanr van Perfie, heeft ten oofte het lant van Karmanie, ren Welte enZuide, Gclukkigh Arabie, alwaer de ftraet van Baharcm is, en ten Noorde her vafte lant van Perfie. Het is byna driehoekigh, en ftrekt zich,daer het de groorfte kufte of zijde heefr, van her Zuid oofte na het Noord-wefte, leggende zijne grootftc zijde byna gantfeh tegen het Ooftnoord-

Z E E en L A N T - R E I Z E. 8f noord-oofte, en ftrekkende zieh van dage aengroeit, van wegen de menigte dekluisvan S. Lucie tot aen de hoek, des zouts , zwavel en zalpeter, die de of punt, op het welk het kafteel ge- natuurin den boefem der aerde voortbouwt is, en die het naefte aen het brengt en opheft. vaft lant leit: daer op eertijts eene PorMen klimt na deze kluize , die tugefe vefting Komoran ftonr, on- 's landts inwoonders grote eer biedigtrent eene mijle van het eilant Van heic toedragen, lngs een klove des Ormus. berghs , die trapswijze met veele D'andere zijde loopt van dezelve draeicn opgaet: dewijl de bergh zeer kluis, van'c zuid-oofte na het zuide recht en fcherp op-loopt. en zuid-wefte, tot aen de hoek of Na by den bergh, op wiens top de- Zoutberg punt van Karu , en van daer na het ze kluis geflieht is,is cen rondeen zeer Weft-zuid-wefte, en Wefte,en fluir hoge heuvel, Wiens fpits of toppunt,als de Balis van den driehoek. in een piramide endighr. Deze heuvel De klein ftc der drie zijden ftrekt is van zijne voet, tor aen den toppunt haer van Karu tot aen het kafteel, en ganfeh van zout,dat het witfte en befte Jeit na d'andere zijde van het lant van zout is, dat men mefcogen aenfehouMogofthan toe: welk CMogofthan ge- wen magh: dies men dien, in het aenmenelijk de kufte van Perfie genoemt fchouwen van verre, voor een bergh wort, die ontrent twee mijlen van met fneeu bedekt zou houden. daer leit. Niet verre van dezen heuvel ftont D'omtrek of de kufte van dit een kluis vanS. Lucie, achter eenige gantfeh eilant begrijpt ontrent drie oude ver woefte toorens, daer in d'oumijlen in 't ronde. de koningen van Ormus eertijts hun Het wefterlijkfte gedeelte des ei- broeders deden bewaren, na zy hen gelants , aen den zeekant, daer het ge- bhnt hadden. berghte eindight,wortA^r genoemt: In het gaen na de ftad, ftont ten halKluis vi* alwaer eenige huizen der Mooren ven wegen de kluis van Sinte Lucie, " ftaen: maer zoo veel niet als in den oort en daer by eenige hu zen: daer d ' invan Turumbake: hoewel zy ook flecbr, woonders van Ormus, geduurendede en op een zelve wijze, als d'andere ge- grote hitte des zomers, zieh vertrokbouwt zijn.Behalvedeze,zijn'er ande- ken: als ook in de genen, die op den re kleine huizen, die den Auguftijner oever der zee ftonden , welker meefte .geeftelijken toebehoorden, daer in zy van rier gemaekt, en met dadelboozieh by wijle gingen verl uftigen. Daer men bedekt zijn. Lftchen de ftad en her geberghre, vlakc is ook een fraeiepoel of vyver, omringtmetkoftelijke fchaduwrijke boo- treet men op eene vlakte, die haer van men; beneffens een groote bak, met dekluisvan S. Lucie afftrekt: daer op regen-water. vele inwoonders der ftad hunne overS e r g e n . ten zeer hooge bergh doorfnijt het welfde water-bakken hadden, die met gantfeh eilant van 't Ooften na ' t We- fleutels toegcfloten wierden: hoewel lte. Achter dit geberghre is alles vol men daer niet, als regen-water heeft, bergen, heu velen, rouween onluftige dat aldaer vergadert wort, wanneer plaetfen: want dit eilant is van binnen het regent. gantfeh met groote, rouwe en witte Nabyen ontrent deze plaetfe, daef bergen bedekt ; welker meefte zeer de warer-bakken z i j n , is her gantfehe wit en goet zout uitlevercn. lant zout: als ook op andere plaetfen Daer is onder andere een bergh, her gantfeh eilant door. Het regenKuykaftarongenoemt, dat bergh der water in de bak ken is ongelijk beter, als dar van de purten: doch ergens doden gezeit is. Op het hooghftc van deze bergen na zoo goet, als dat van het vafte lant, ftonr, ten tijde der Portugefen, eene en varl het eilant Qiieixome gehaelt kluize, genoemt Onfe Lieve Vrouwe wort. der Steenrotfe. E n , uit oorzake dit Het overige van deze vlakte is vol geberghre byna gantfeh uit zout be- graffteden van Moren , Heidenen cn ftaet, zoo is deze kluize allengs opge- Joden, die aldaer onder malkanderen neveni dewijl de top des berghs alle vermengt leggeh, zonder eenige onL 3 der
Lucie

* G E D E N K W E E R D I G E In het lufthuis voornoemt is een derfcheic van leere of landaert. Daer zijn eenige overdekt, als kapeilen: poel, of liever een regenbak, die met het water uit drie putten van eene maer aen alle zijde open. Menighre van Moorle, Joodfche, kleine riviere, die uit het naby gelegen en Hcidenfche vrouwen, zoo hooge geberghte komt, opgevult wort. D i t als lge, en zoo jonge dochters als wacer is zoo zout niemals dat van d'an* vrouwen, komen des nachts deze gra- dere pueten, die d'andere zyde des eiven bczoeken,rontom de welke zy haer lants , tegen het Ooften en Noordneerzetten. De meefte brengen der- noord-ooften over, bevochtigen: dat waerts hare ofterhanden en eetwaren, de zon ftolt en in zout verndert. Dit luft-huis was al voor 50. of 60. die zy in platte en kleine fchotelen quanfuis denovcrlcdenen, totzoen- jaren in een quaden ftant : hoewel offer der ziele, aenbieden. Eenige het noch eenige kamers had, daer den van deze volken gaen ook, uit een by- koning van Ormus zijne huisvefting zondereaendighe, degraven,dieop nam, geduurende de groote zomerhetprachtighftegeftightzijn, bezoe- hirte. In den oort van Turumbake ftonden ken: dewijl daeftekere godvruchtige luiden in begraven leggen, aen welk.:r eertijts vijftien of twintigh huisjes, gedachtenis zy groote eerbiedigheie ! die eenvlekje of gehuchcuicmaekten, betoonen: naerdien zy voor groote en alle van riec gemaekr, en met dadel-bomen bladen bedekt waren: daer Heil igen onder hen gaen. Aen heteind van die plein iseenan- in de Moren mrt hunne vrouwen en Ardcmiraderplein, datookmflehende ftad en kinderen woonden: hoewel zeer jamden bergh ftrekt, dat de Mooren met merlijkDaer zijn op veele plaetfen des eieenbyzondere naem , Ardemira noemen: datgezeit is, ^ W / , c n fchoon lants meer andere huizen van een zelfgezicht : ("of, gelijk men op het fte fatfoen, en ftofte gemaekt. Vele Franfchin een zelven zin Beevidere inwoonders, die in de ftad Ormus wel zeidt:)alwaer de Mooren van den hui- gehuisveft zijn,brengen in deze flechze des konings, en de Kadis, of rech- te kleine huisjes vznTurumbake den zoters, tepeerrfteekfpeelen aenrechten. mer met hunne vrouwen, kinderen en Dit plein of vlakte ftrekt haer flaven over: hoewel zy daer zeer wei^ weftwaerts nade zee toe ,op de wegh, nigh gemaks vinden,en naulix onder die na den oort of ftreke van Karu dak kunnen fchuilen. Zy nemen aldaer hun verblijf; deloopt. Aldaer is de fraeifteengrootfte wijl zy eensdeels door ervarentheir, aenkomfte van de gantfehe ftadt. Achter het geberghre, na het zuid- en eensdeels door een oude overlevc Turum- zuid-wefte.en na het weft-zuid-wefte, ring weten, dat het verblijf en delucht bake. iseen andergedeelte des eilants, dat in het velt, veel gezonder, gedurende teg. n hec rede befchreven over leit, de grote hitte des zomers, als in de enden oort van Turumbake begrijpt. ftad is. Op de Noortzijde van dit eilant leit ^ Maer her is veel kleinder als het ander: dewijl aldaer veel weiniger ruimte een ftad, ook Ormus geheten. Eer de ftad Ormus door de Portutuflehen de zee en het geberghte is: hoewel het aenzienlijker,als her ander gezen verovert wierr, was zy volknjk is: want aldaer zietmen het aeloude bewoont, zoo met inboorlingen, als lufthuis der oude koningin van Ormus, vreemdehngen, want de groce winften, met eenige kleine boomen, en ver- die aldaer met den koophandel gedaen fcheide dadel-boomen. Men heeft'er wierden, hadden derwaerts een groonoch twee groote water-putten, die ten toeloopvan koopluiden uit ganfeh na den naem van den oorr, daer zy ge- Perfie, en Ooftindien en ookuicEumaekt z i j n , d e f t t e n v a n Turumbake rope, gelokt: die aldaer, als op eene genoemt worden : welker water het gemene merckt, ten handel quamen. I n ' t kort, Ormus was eertijts de begezonfte en verfchte van het gantfeh eilant is. Aldaer zijn noch vele andere roemfte en neringrijkfte kooprtad, van putten by verfcheide voorvallen ge- den gantfehen aertbodem : inzonderheit eer de Portugezen den vaert op grayen. Indien

0 f ;

Z E E en L A N T R E I Z E 87 Indien ontdekt hadden. Daer woonMen had'er, ten tijde der Portugeden niet alleenlijk Perfianen, Arabie- fen, verfcheide kloofters: als onder anren, Abyffiniers, Armeniers, Tarra- dere een van d'Auguftijnen , en een ren , Trken en andere Mahometanen: van de Karmeliren Daer ftaet noch maer ook vele Italianen, Franlen, een hoge kloktoren, Alkoran in d'ADuitfen, Engelfen, Polen, en ande- rabifche tale by de Mahometanen gere volken van Europe. noemt, die volmaekr, fchoon, en veel Daer woonden eertijts vele Portu- prachtiger, dan eenigh ander gebouw gezen ; hoewel zeer weinigh Span- der ftad, geftichr is. jerts: want de Portugezen verboden Na de zijde des kafteels ftont wel den Spanjerts , derwaerts over den eer een Cfrloske , die de Portugefen Oceaen te varen: en de Trken be- geeftelijken, uit oorzake zy tena aen letten hen over lant, tulfchen de mid- hun kafteel ftont, verwoeft en gefloopt dellantfe zee, en den Perfifchen zee- hebben : het welk niet alleenlijk byde boefem gelegen, derwaerts te komen. Mooren van die plaetfe ; maer ook by Daer waren evenwel eenigen, doch | alle de nagebuuren van het vaft lant, onder den naem engewaet van andere en by den Perfianen zelfs, zeer qualijk luiden. opgenomen wiert: die daer over tegen d'Imboorlingen van Ormuz zijn de Portugezen met eene onverzoeneMahometanen,maer fommigen Xiays, hjkc haet ontfteken wierden : naerof van de Sekte van Alis, Mahomets dien deze Moskedoor hunnen koning Schoonzoon-, als de Perfianen. D'an- Tahama) of Tahamas, groot.vader deren zijn Stinys, of die Mahomct, 0- van Schah x^Abbas, geflieht Was. maren Otsmart volgen , als de TrWanneer de ftad door de Perfianen ken. De koning zelf hangt die zekre ingenomen was, quam zy allengs tot aen. Behalve deze ziet men daer vele een deerlijken ftaer te vervallen , en heidenen, alsBanjanen, Kambayers wiert byna geheel en al verwoeft, en en andere volken. woeft: want zy wiert van alle haere inDe ftad Ormus was ten tijde der woonders ontbloot , dewijl die ten Portugezen, eer zydoor dePerfianen dele in het belegh te fneuveien quadesjaers 1619 ingenomen wiert,.zeer men, en ten dele wegh-vluchten, en prachrigh,uitftekend,en heerlijk: waer na andereplaetfen vertrokken. Alle om de burgers gemenelijk zeiden: Dat de kerken en huizen, en andere gebouOrmm, indien dewerelt een ring was, wen, waeren byna ten gronde gefloopt daer van het edelgeeente, ofdtamant Men vond'er niet anders dan eenige zou zijn. wmkels,met kleine huisjes in de azar De Porrugefen, na zy de ftad vero- ofwinkel-ftraet. vert hadden, hebben die federt, van De fchepen van de Necrlantfche tijt tot t i j t , met prachtige gebouwen Ooftindifche Maetfchappye,flepen de verheerlijkt. befte en de fraeifte marmer ftenen, Her yzervande deuren en venfters na Batavia , om daer huizen van was ganfeh vergult. Het was daer te te bouwen, die zy ("onder fchijn van lande een gemeen zeggen : dat de Por- ballaftin nemen,) wanneer zy weerletugezen, by aldien zy meefter van Or- digh van daer vertrekken. Zy zouden mus gebleven waeren, heden, in plaet- al over lang noch meer fteenen weggefe van yzer, aen de deuren en venfters, nomen hebben, indien de Kan of overniet als gout zouden gehad heb- ftevan Ormus zieh eindelijk daer niet ben. Op eene verheventheit hadden tegen geftelt ,en hen het wegh voeren zy eene kerke gebouwt, en die aen de derftenenwel ftrenglik verboden had. Maeght Maria toegewey t. By de kerZelfs de Perfianen hebben ook al ke ftont ook een Gafthuis der Barm- over lang vele ftenen en afbraken van hertigheit. huizen van dit eilant na de ftad GamBy de plaetfe van de kerke der ron vervoerr, om daer huizen van rc Barmhertigheit ftont de beurs of tol- bouwen: want Gamron is meeft van huis, of Douane, en by de Perfianen de puinhoopen van Ormus gebouwt. Benkfalgenoemt. Het was een tameDe, ftad van Ormus lagh ten tijHjk fraeigebouw, en met galderyen de der Portugezen op 'c jaer 1 6 1 9. vanbuitenopen. aen

G E D E N K W A E R D I G E 88 aen alle zijdcn open , het kafteel gracht wierpen fy een halve maneop, was zwak, en buitenftaetvan befcher- en planten daer op eenig gefchut, dat ming. De gracht, om het kafteel, was water pas lngs d'aerde fchoot, en bynatoegevult, en had niet boven zes zekere galdery kon befchermen. Het kafteel is heden noch zeer fraei voet waters. Daeren boven was het te klein, voor noch minder volk, als daer in ftaet en wezen. Sederc de koningen van Perfie zieh daer meefter van getoen hun krijgsbezetringuitbeftont. Ook hadden d'overften, die aldaer maekc hebben,onderhouden zy daer malkanderen, van drie tot drie jaren op eene krijghsbezetcing. De Kan volghden , na de Portugezen wijze, van Ormus, die fijn verblijf te Gamron geenervarentheit van oorlogh ; men heeft, fteltdaer zelf eenen bevelhebhad ook gene krijgs-boumeefters,noch ber op na zijn wil en welgevallen. Deze kafteelvooght houde zijn vervolk, die de buflohietery verftonden: als flechts een bevelhebber, die out,en blijf en wooning in hec huis, dac eerzijn amptnietverftonr. tijts den koning van Ormus toequam. Opd'uitterfte Noorderof NoordDe haven defes eilants is in eene bay Hven. wefter hoek deseilants,dicht na 't vaft of zeeboefem, die door twee kapen of lant van Perfie toe, ftontditoudt Vier- uithoeken gemaekt wort: op d'eene kant kafteel : daer de zee van twee kaepftaethet kafteel, en op d'andere zijden tegen aen fpoelt. Hetoverigh ftont ,ten tijde der Portugefen, eene ziet na de ftad toe: tuflehen de wel ke, kerke van onze Mevrouw van Hope. en het kafteel, een zeer fraeie wapen- Maer zy fchiet een weinigh meer na plaetfe of plein, van drie hondert voe- de ftad toe: zoo dat de plaetfe, daer ten in'c vierkantleit, die haer uitzight de groote fchepen, galeyen, en zelfs na de zee heeft. lichte vaertuigen, eertijts ten anker Het was ten tijde der Portugezen, quamen,recht tegen het Noord-oofter niet zeer groot, en had flechts vier gedeelte der ftadt leir, tuflehen twee bolwerken, zonder eenen aerde wal- kloofters, die de Portugefen aldaer gang. De bolwerken en gordijnen hadden: het een van de Karmeliren, waren van zekere kleine vuurfteenen, en het andervand'Auguftijnen. en van kalk,met zeewacer gemengt, En hoewel die plaetfe hec diepfte gemaekt: zoo dat zy niffl machtigh van de gantfehe bay inwaerts fchiet, waren, het beuken van het grof ge- en de zee by hoogh gety de huizen fchut te kunnen uitftaen: en ftorten drie en vier voeten hoogh in het waby wijle voor een gedeelte ter neer: ter zer, zoo is evenwel deze bay zoo hoewel de breuken r'elkens van dezel- ondiep, dat by laegh zee-gety de gront ve ftoffe her maekc wierden. of bodem meer, als twee hondert De gracht was nieediep: alhoewel fchreden droogh leit: en over hondert zy mec kleine onkoften diep genoegh en vijftigh fchreden van daer, komt kon gemaekt worden: dewijl de zee het water niet boven een knie hoogh: van twee zijden daer in valt, en haer en felfs opde plactfen,daer het meefte genoechzaem water verlchafc. In de- water is. Waerom de groote fchepen, zen ftaet was het kafteel van Ormus, buiten de baye, ontrent zes hondert wanneer het onder de Portugefen fchreden van de ftad, ende galeyen ftont. vijf honderc, genootzaekt zijn t'ankeDe Portugefen ftoften geweldigh ren. Hier door is deze haven niec op de fterkte van dit kafteel, en hiel- zeer vcihgh : inzonderheir wanneer den het voor onwinbaer : daer he,t d'oofte wint ftormt,en onweer maekr, nochtansinderdaetvan klein belang die dikwils aldaer de fchepen op hec en onfterk was. lanc jaegt. Het gevaer zou noch onDe Perfianen verfterkten hec kaf- gelijk groorer zijn, indien het nabygeteel, na zy hec veroverchadden, mec legen vaft lant, die de haven ten ot> nieuwe borftweeringen en Vellingen, ften en noordooften bedekt, en het eien rechten zekere fchermen of be- lant Queixome, dat de haven ten fchutfelen op , om daer achter met Noorden cn Noord weften bedekt, het musketten en pijlen veilighre kunnen geweit der zee-baren op hare kuften fehieten. Buiten op de kant van de niet braken. Eenigen

Z E E- en L A N T - R E I Z E . 8<) Eenigen (teilen twee Bandeis of bedekt ziet. Wanneer dit zout door Bayn op het eilant Ormus: een ten de hitteder zonne geftolris, geefrhet Ooften, en d'andere ten Weften: met deblaetfe te kennen, die tot een bedde twee gantfeh veilige havens, welke aen de rivieren des winters dient. door eene kleine ftroke lants, die verre Ter oorzake van de zoutigheit en in zee fchiet, gefcheiden worden. drpogheeder aerde, fchijnen alle velOp her gantfeh eilant is geen water: den en bergen van dit eilant van verre Water- behalte in eenige fcheuten, daer zour niet dan zoutklommen te zijn: dac een loosheit waterin is:hoewel het een zouter als zeer bar en vervaerlijk gezicht geeft: d e s ei- het ander is. Maer by noot kan men naerdien de kleur der zout-ftoffe zieh lants. het water drinken, dat uit eenige bron- duifter, verbrant, en aertachtigh vernen of putten gefchepc wort, die by toont. laegh zee-gety zieh opdoen. Hoe Men heeft'er zekere zoute kley, of deze putten verder van de bergen zijn, pot-aerde: waer van drink- en watcrhoe het water minder zout is. vaten gemaekr worden: dewijlzyhet Hetregentook bywijleop Ormus warer een friflehe en goede fmaek byin drie ja ren niet. zetten. Men heeft'er alleenlijk eenige weiHet gantfehe lant is niet anders als Aerten nige putten meclzoec water: daer mee zout,droogh,dor, enonvruchtbaer; onvrugt* de tuinen des koningsen Vezirs be- Waerom aldaer byna geen boom noch vochtight worden. eenigh gewas groeien wil : behalven FerraGutxa, koning van Ormus, eenige wein ige op de vlakte en in de die ophet jaer vijftien hondert en zes ruinen des konings en viziers, die alen tnegentigh regeerde, vond eenen les het geen'er geplant of gezaeic nieu wen bron van foet water teTurum wort, volkomentlijk voorebrengen. bak. Na by dezelve plaetfe, tuflehen Hec eilanc isookvanbehoeftentotlederotfen, niet verre van zee, komt ze- vens-middelen ontbloot. ker zout water voort, dat 's lants in/ilhoewel nudic eilanc gantfeh onwoonders op Perfifch Abdarmon, dat vruchtbaer is, zoo groeien evenwel op gezeitis <_slrtzeny-water, noemen: zommige plaetfen eenige boomen* dat de kracht heefr van kamer-gang te doch brengen gene vruchten voort: maken, en het lijf van vele onreinighe- behalven eenige weinige dadelbomenj dentejZuiveren. eneen kleine vnicht, die aen eenige Vele menfchen komen aldaer op doornige heefters groeit, mer groene zekere tijden van c jaer dit water drin- bladen, die een weinigh fchaduwe ken, na hun welgevallen, zoo lang als maken. Daer en boven groeic'er noch zygenoegh hebben. Wanneer zynu een ander flagh van heefter, die kleine ontlaftinggevoelen, zoo eeten zy (om en rouwe bladen heefc; want alle deze verzekert te zijn,of zy gantfehehjk ge- heefters, fjwaer onder eenigen zeer zont zijn) een weinigh van een oran je- dikke flammen hebben,) zijn zeer onappel of citroen : en indien zy aen- aengenaem in 'c oogh , en vol doorftonts, zoo dra zydie gegeten hebben, nen: als ook de weinige kruiden, die de korlen van onderen loflen, zoo hou- deze drooge en onvruchtbare aerde den zy zieh zeer wel gezuivertre zijn. voortbrenge. Men vindc ook eenige .groote en Wel zijn op dit eilant drie levcndige bronnen,die van verfcheide oorden takrijke boomen, en zelfs zeer groen, lr den voet des berghs komen, en drie in d'openingen der rotfen ; niet regen rivieren met kfeer en helder water ma- ftaende eenigen gefchreven hebben, Zouth. ken : maer hec is zob zout, als het dat lover, kruit, noch gras op dit ei' water van de zee zelve. lant groeit. Die eilant geefc veel minerael of In hec hangen der bergen, die na't ooften en zuiden leggen,ftromen klei- bergh-zout, dat helder en doorfchijne rivieren met zeer klaer water: maer nendis: desgelijk z wa vel, die op verhet is mede zoo zout, dat men des zo- fcheide plaetfe der bergen valc. I n mers, wanneer de bedden, of de killen herde wincers, wanneer het overvloevan defe rivieren droog zijn.de boorde delijk regent, wort veel zouts van het met groote ftukken of klompen zouts water , dat van de bergen afloopt, door M de
b a e 3 J eit 1

D E N K W A E R D I G E jo G zijn zeer hart, en zeer zwaer om te de kraght der zonnen gemaekt. AI hec minerael of bcrghzout, dat- verduuwen. Deze erreten worden den menoogfchijnlijkfiet waflen,iser zeer peerden alle avonden t'eeten gegeven: fcherp. xMaer men gebruikt'er geen maer des uchtens ieder ontrent twee zout, rot fpijze en gerechten, als dat ponden grove zwarte zuikeis die byna door de hitte der zonne gemaekt als wafch is,die mer zoo veel meelen wort: dewijl het minerael zout het een pont boter toegemaekt worr: waer vleefch, en al wat'er om en aen is, in van de ftalknechtcn kleine bollen of plaetfe van te bewaren, op eet en ver- klompen maken, die zy hen in de keel fteken: wanr anders zouden zy die teert. De Hollanders voeren van het eilant niet willen eeten. Daer na waflen zy Ormus veel zouts na Indien. hen de keel fchoon uit, die gantfeh op Daer is ook zeker witpleifter, dat malkandereu gekleeft is, en inzonderzy Gueche noemen: daer op het vaft heit de tanden het welk hen voor lanc overvloet van te bekomen is. dat voetfel doet walgen. Noch is'er zeker rode pleiftcr: maer Des daeghs worden de peerden eevalt zoo goet niet. Zy dienen zieh ook nige kruiden gegeven, die op het velt van zekre andere ftoffe, omgebouwen met de wortels uitgehaelt zijn, doch in het water te ftichten. Deze wort zy moeten eerft wel gewaflen, en van van d'oudfte med gemaekt, die men d'aerdegezuivert worden. vinden kan: daer men het bovenfte van Men haelt in de gantfehe Bay, en z i n k h o n t neemt, en maekt van de reft. klompen lngs de gantfehe kuft van het eilant of koeken, en laet die in de Zon droo- Ormus, van onder uit het water veel gen. Wanneer alles wel gedrooght houts op : hoewel het grootfte geis, dan legten zy die op een groote deel e klein is: maer goet en gaef. hoop, en fteken'er den brant i n , en Dit hout kome van de regen over laten het een wijle branden. D'aflche, kufte of zyde van Perfie, twee of drie ofhet geen ervan komt,bewarenzy, mijlen van deze bay'gelegen , daer de en nemen daer een zeker gedeelte van, rivieren het van de toppen en kruinen en ftampen die op een vlakke, herde en der bergen, daer zy afftorten,met haer effe plaetfe: waer door zy diebequaem flepen, en in zee voeren. Her welk maken um verarbeit te worden, en ge- een zonderlinge zake is, en die zeer tebruiken die aenftonts tot het werk. gen het geen ftrijt, dar men gemeeneWant indien men die ftoffe liet kout hjkop ndere eilanden ziet, dienaby worden, en eenen dagh of twee be- het vaft lant, o f b y eenige andere growaerde, zy zou bederven en nergens te eilanden leggen : na de welke toe dienen. Deze ftoffe ftaet het water d'over- en afwatering der rivieren tegen, en blijft vele jaren daer tegen veel klein en groot hout na toe fleept: goet. Men heefc op het gantlche welk uit of op het water komt,en drijft eilant gene keifteenen , maer wel ande- of daer boven op dobbert, en wort aen re, die meerendeels vuurfteenen zijn: den oever der zee merendeels vergaen waer van ook de muuren des kafteels en verrot gevonden; daer dit hout,dat ten dele gebouwt zijn. op deze kufte gevonden wort, zinkt, Op het eilant Ormus valt ook zeker en te gronde gaet, enin de zee zelflagh van zeer zwart en blinkend ve moet gevifcht worden, en niet zant, dat dienftigh is om op het fchrifc geheellijk verrot is. Hierom hebben te (trooien. De Portugefen zonden eenigen , en ook niet zonder waerhet eertijts van Ormus na alle hunne fchijnelijkheit, geloofc, dat dit hout kantoren van Indien, ten zelven ge- onder het water zou groeien. bruik. Die hout verftrekt branthout op Men zait, noch heefc daer te lande den haert. geen gerft, noch ha ver. Men geeftde Men vind ook op de kuften van dit beeften, als peerden en offen, zekere eilant, en in de Perfifche zee van Orflagh van dikke erreten of boonen t'ee- mus , onder water, zeker flagh van ten , na die eerft tuflehen twee kleine zeer lichte fteen, en vanftoffeen dikte meulen-fteenengenialen ,endan een als d n j f fteen, of puin-fteen: en aluur in water geweekt zijn: want zy rijc op plaetfen , daer onderaertfehe
5 y

Z E E - en L A N T R E I Z E . t weshalven deze fteen | den ontftaet een zwavclige flank uit vuuren zijn gantich wit is, en daer in van d'andere het geberghte, die de gantfehe lucht fteenen van die ftoffe verfchilt : die befmet,en vergifcight. Het is op Ormus noch veel heter, meerendeels of zwartofgraeuwzijn: maer fpongiachtigh of wit,gelijk d'an- als re Gamron. De hitte woet aldaer meer dan vijf dere. Men vindt'er een groote menigmaenden,van Bloei- tot Hei fft-maentj te dier fteenen: daer inzonderheit de wintvangcn der huizen van gemaekt <of rot in 't begin van Wijnmaenc. De dau valt'er,in het midden van worden: naerdien dieftenenzeer licht zijn, en wel kalk vatten, ter oorzake | den winter, den gantfehen nacht over van hunne holligheden. Ook bezwa-1 zeer overvloedelijk, De hitte is'er in dien zomertijt, des ren zy de huizen niet: maer maken het gebouw zoo hecht , gebonden en nachts, zoo groot, dat d'inwoonders vaft, dat hec de woedende winden aldaer ni^t zouden knnncn leven,'t en kan tegenftaen: die aldaer zeer groot zy die door verfcheide middelen en zijn, inzonderheit ten tijde van de kunllen de hitte willen te temperen en fcheidingh der zaifoenen. Eenigen matigen. Zy hebben ook op de daken der gevoelen, dac deze fteenen uit den bergh, die eertijts zou gebrandt heb- huizen zekere holle vaten,rroggenof ben, geworpen en gebraektzijn: want bakken,diezoo groor, lang en ruim men ziet, tot groot bewijs van dit ge- zijn , dac twee perzoonen gemakkevoelen, op denrouften oort des bergs, lijk in een uitge(trekt,alsopeen bedeen groote menighte van ftenen , die ftede, kunnen leggen. Wanneer zy zoo zwart en verbrant als kolen zijn: dan zullen gaen flapen, Zoovullen zy waer mede de gantfehe rugh des het vat met verfch water, daer zy toc berghs bedekr is, tot aen de vlakte: aen den hals gaen in zitten: en alzoo daer zy by hoopen op malkanderen blijven zy den gantfehen nacht,onder den blooten hemel, om te flapen. leggen. Men fchrijft deze feile en overgrote Datnu de fteenen, opd oever der zee gelegen, wit, endieopden bergh hitte de dorheit des aertrijks toe: want zwart zijn, gefchier uit oorzake d'eer- behalven hetzandigh is.is het ook zilfte door het water in den tijt van vele jtigh en zalpererachtigh. Uit oorzake de hitte aldaer zoo jaren, ja miflehien van veele eeuwen, gefchuurr, en van hunne vuiligheit boven mate groot is,en diedaei door en morfigheitgereinighten gezuivertj eemgroore Verllroojing van geeften zijn. Deze fteenen worden by d'in- j komt te veroorzaken, zoo zijn d'inwoonders Sanchmay genoemt, dat \ wconders genootzaekt, zieh by nageSteen-vi(ch gezeit is: dewijl die in de j duurighin het water te baden: hoewel zee groeit hnzoo veelfteenmen daer dat water niet zeer gezont noch goet van haelt, zoo veel groeit'er weer aen: daertoeis: naerdie'nal het water van het welk den inwoonders groot voor- het eilant Ormus bak- of put-water deel is: naerdien die hun bouw-ftoffe is, dat van Bandd Kongo, of van hec eilant Queixcme derwaerts gebraghe verftrekr. Men zeit, dac eercijts dit eilant den wort, en noch door beweging van tijt van zeven dagen gebrant hebbe: loop , noch door de ftralen der zonne waer van de kenteekenen noch heden gezuivert is. Het water, dat uit de putten gehaelc gezien worden: wantd'aerde der bergen is rootachtigh, als verbranr: maer wort, iszoo volflijk,dat het zoo wit de gront der valeyen en dalen is bol als melk zieh in het bad vertoont. als een fpons, en gelijkt afch of le- Wanneer hec gezonken is, laet het vendige kalk te zijn. Het is ook ge- over de twee vingeren dik flijk op duurigh zware aerdtbevingen onder- denbodemvande kuipen : desgelijx in de vaten, daer het in bewaert worr* worpen. Her gebergfrtc is gantfeh n e t zout om te drinken. Waneeer de hitte zeer bedekt, en de gantfehe aerde is zal- groor is, zoo zietmen de zee, die aen de muuren van vec'e huizen flaetj peterachtigh. By het waeien van zuidwefte win- gantfeh vol menfchen, zoo mannen M i als
9 1 :

G E D E N K W A E R D I G E Het eilant van Ormuz ftont in oude ,? als vrouwen, vanallerleie ouderdom. p y e ^ Maer die van Europe gaen weinigh in tijden onder byzondere koningen, en Ich;p zee te zwemmen of baden ? dewijl het heerfchersof vorften, die afkomftigh ingen v a n Orzee warer zoo zout is, dat het de huit van de koningen waren, die over het" mus. vaft lant van Arabie, Perfie, en andere doetaffchuuren. W e l zijn de nachten, geduurende oorden geboden, in dezer wijze. den zomer, ongemeen heer, en zeer D'eerfte dezer koningen, die gedacht ongemakkelijk : maer evenwel niet wort,waseen zeker Arabifche Emir of onverdraghelijk : naerdien men met Vorft,mer name, Mahamed Dramku, de kulfens en peluwen der bedden met die af komftig van d'aeloude koningen water te bevochtigen en befproeien, van Saba of Gelukkig Arabie was Dees mer begeerte ingenomen, om nieuwe zieh genoegzaem weet te verkoelen. Daerenboven is de verfcheident- landen te veroveren, maekte zieh meeheit en verandering der winden , die fter van de gebuur-geweften, ftrekte aldaer blazen, zoo groot: datmen daer zijn heerfchappye tot aen den Perfiover verftomt moet ftaen: want in niet fchen zeeboefem uit. Hy trad re Kalameer als een halfvierendeel uurs, ver- yatta, een zeeftad van Gelukkigh Araneemtmen daer van verfcheide wer- bie, met zijn volk te fcheep,voer voorkingen: naerdien d'eene veel herer, by de kuft van Perfie, en ftichte de als d'andere is. Zommige doen zwe- ftad van Harmus of Ormus op het ten, en andere fluiten en floppende vaft lant. Nahy zijn lant met vredebeftiert had. liet hy tot navolger zijnen zweetgaten. De winden, die het meefte in dit zoon Soleiman na, die door de volzaifoen waien , zijn d'Oofte, Zuid- gende koningen gevolghr wiert. De derde was lga, zijn zoon. De Oofte, Zuid-Welte, en Weft-ZuidWefte winden: maer zeer weinigh de vierde was Lax Kari, zoon van Ifa, Zuide winr: doch deze wint, hoeon- die zieh tut het hof begaf,om een eengemeen heet die ook is, valr niet zeer faem leven teleiden,en verlier fijn rijk. De vijfde was K aikobad,z\)n zoon. ongezont. Daer en boven heeft zy dit De fefte Ifa,x foon van K aikobad. byzonders en wonderlijks, dat zy, in De zeven de Mamud, zoon van lfa, het waien over het water, dat in de potten bewaert wort, om te drinken, die zijnen neve Mir Xabadm CMo~ het genoegzaem verkoelt: hoewel niet long, dien hy verdaght hield, op het de kamers , gelijk eenigen meenen: kafteel Gat zette: maer hy vlughte van want deze verandering en onderfcheit daer na het kafteel van Seugon, en befpeurt men nier, als in het water, nam de dochter van den kafteelvoogt ten wijve. dat in de potten bewaert wort. D'achtfte Xaxanta, zoon van MaDe drank van dengemenen manen trank. flecht volk is water. De overften en mudy die Molong vervolghde. Mamui andere groten drinken ook Spaenfche quam in een gevecht te fneuvelen. De negende, Mir XabatinMohng, wijn ,en wijn van Schiras, of Perfifche w i j n ; maer dien kan men daer zelden wierr tot koning verklaert. Daerna troude zijne dochter Sed t^Alkatum, bekomen, en is'er zeer dier. Men heeft'er ook brandewijn, die met Emir, of vorft Seyfadin Aben Avan rijsenzuiker aldaer, enook door zar, zoon van Aly, zijn broeder, koning van het eilant Keys. gantfeh Indien gebrant wort. Men heeft'er ook zekeren drank Niet lang daer na overleed Aly. Tari genoemt, die van eenen boom Toen verhieven die van Keys Emir komt, en zoo zoet als moft is: en wort Seyfadin tot koning. Eerlang overleed CMir Xabatht: overal in de herbergenenhoerhuizen verkoght: hoewel niet zonder groten Toen maekte zieh de Vizir Xarear paght aen den koning te geven. Hy meefter van het koningrijk. Ten zelwort van vijf of zes plaetfen in lere ven tijde zetren die van Keys Emir vleflchen op peerden derwaerts ge- Seyfadilfzi, die na Harmus vlughte: braght, dieop ieder zijde een hebben alwaer hy wel ontfangen wiert, en behangen, en alle daeghs ten getalevan legerde op het kafteel van Kareanden vyf of zes hondert in aldaer komen. opgeworpen koning Xarear: dienhy doode.
ef e n ry k o n ic

$3 ZEEen L A N T R E I Z E. doode. Voorts maekte hy zieh mee- de grooren des lants hunne toevluchc tot Amir Bahadtn Ayas Seyfin nafter van het koningrijk. Na Emir Seyfadin zijn rijk in ruft men, die een flave van koning Noen vrede had gebraght, trok hy tegen cerat was, en daer na Iantvooght te die van Keys ten oorlogh op, om lieh Kalayatte, een zee-ftadt van Gdukover hen te wreken. Hy verfloegh kigh Arabie, gemaekt wierdt. Deez vcle,cn nam de voornaemflen gevan- Voerde een heir tegen Amir Majaud, gen. Daer na nam hy de haven op en dwong hem, zijn hertret na het het eilant Gerun, heden Ormus, in, lant vanVKermon te nemen : van waer deed aldaer zijne gcvangelingen op hy na Syrien vertrok. Hy ftierf naeenen bergh dooden, die namaels den maels , na eene regeenng van drie ber^h Kuy Koaron, dat is, bergh der jaren. Na Mafaud volghde Bahadin Adooden,genoemt wiert. Eindelijk trok hy na Ormus, ahvaer hy de reft zijns yas Seyfin, die de twee broeders van Mafaud, die hem trachten tc herjftellevens overbraght. ^ D'elfde was Xabadin Mamud,zoon len, deed onthoofden. Midlerwijle quamen de Trken uit van I f a , de tweede van dien name, Turkeftan in groten getale , en bedie zijnen oom in het rijk volghde. De twalefde was Emir Roknadin maghtighden vele landen in Perfie, en Mamud,zi)nneve,zoon van Hamed, quamen tot aen het koningrijk van die hem in de plaetfe volghde. Hy Ormuz, dat zy verwoeften, en d'inbevochtvelezegens, braghe alles, tot woonders van daer deden verhuizen j hun koaen Safar, een lantfehap in Arabie, die door bevel van ^Azaez, onder zijne gehoorzaemheit, en re- ning, na het eilant van Queixome geerde 3 5-. jaren. Hy fterf des jaers twa-vluchten. Daerna zochr deez eenigh bequaemeilant, omzijn volktehuislef hondert acht en zeventigh. Na hem volghde zijn zoon Amir veften, en quam op een woeft eilant, Seyfadtn Nocerat: maer wiert aenftonts twee kleine mijlen van luetxome gedoor K^Amir Kodbadm Thahantam, legen : op wiens eene hoek, zeker ouen door Amir Moechzadin Fulad, of de man,mer name Gerun, zijn verblijf: Tulad, verjaeght. Doch na hyzich, had, die van zijne vifleherye leefde, en met fijn moeder Bibi Banuk,by Sultan daer mee de fchepen verzagh. Deez ried den koning zieh aldaet Gehaladtn SuragetCMex, Iantvooght van Kermon, vertrokken had, wiert hy neer te flaen, zonder hy zijn voornemen wifte. De koning verzoght het door fijnen byftant herftelt. eilant van den koning van Keys, dien Maer Mir Kodbadin, fijn andere het toebehoordc. Desgelijx alle d'eibroeder, overwan hem: dies hy in een Tarrank, of lichte bark, na het eilant landen vanden Perfifchen zeeboefem. van Queyome vluchte. Aenftonts Hy verkrceghhet,met beding van-zedeed zeker Melik ("of koning) Sey- kerezommegeltstebetalen, en braght fadin, Kodbadin,dien hy had tjyge- daer zijn volk op. Voorts noemdejiy ftaen,doden,en de krijghskncchten, dit ejlant n;i de naem van fijn vaderlanc die eenen haet op Malek kregen, her- Ormuz; hoewel de Perfianen en Arariepen Amur Seyfadim Nocerat, en bieren het gemenelijk Gerum of Gerun herftelden hem op den throon , en noemen. Deze verhuizingen bevolverdreven Malek. Daerna dooden de king van dit eilant, gefchiede des jaers twee andere broeders van Nocerat, derrien hondert. Deez koning gebood met name Amir Mafaud, en Amir van daer federt, over het groorfte geTurkonxa,hem,en BtbiBanek en Bi- deelte van Arabie, over een groot be-^ bi Neyty, zijne zufters. H y regeerde ftek van Perfie, en over de gantfehe Zijne twalef jaren, cn ftierf des jaers twalef Perfifche zee tot aen Bapra. navolgers hielden zieh aldus tot aen hondert eenen tnegentigh. Mafaud was navolger van zijn broe- de komfte der Portugefen. Hy fterf der,dien hy gedoot had Hy was ftrijt- des jaers derticn hondert en twalef, in baer, maer wreet, cn daer over zeer het tweede jaer van zijne regeering. Zoo andere fchrij ven, had hy zijn gehaet: want hy deed menighte van het gemecn volk en adel fterven: dies koningrijk, nahyde zaken van zijnen M 5 nieuweq

54 G E D E N K W EERDIGE nieuwen ftaet in orde gebraght had, riam, gemahn van Ajas Ceyfin. Naaen Amir Ayzadin Gordonxa, zoon maels quam hy onverziens met een van Salhor, enBibi Zeweb, den neve groote maghi van volks te Ormus, cn van eenen der vorige koningen ,over- nam l f f u f gevangen. Mir Xa Kodbadin, zoon van Gorgedragen,en was toen na Kalayatte,in Arabie, getrokken, lwaer hy gerufte- donxa, en toen achtiende koning van Ormus, deed aenftonts l f f u f , zijne gelijk ftierf. Gordonxa Voerde oorlogh met den mahn, en twee zoonen, dooden, nam koning van Keys: dewijl disde Iche- het eilant van Keys in : en de koning pen van Indien belettete Keys te ko- CMalek Guayadadin nam het eilant men. Maer de koning van Keys wiert van Bahren, Katifa,Karga, en Der ab overwonnen en vlughte. Daer na in,en heerfchteover dezee-kuften van quam deez weder , en nam eindelijk Perfie en Arabie : van waer hy alle Gordonxa gevangen, onder fchijn van jaers eene groote fchatnng trok. Maer wanneer desjaers dertien honhem t'omhelzen, en voorwaerde van vijede te maken. Bibi Sultan, gema- dert vijf-en veertig Kodbaain terjaght linvan Gordonxa, gaf het beftier des op het vafte lant getrokken was, nam lants aen Malek GuayaKadm Dinar, Rud Xur Najomadin, zijn broeder, zoon van Xamxa, zijn broeder, over het eilant van Gerun of Ormus in beNa verloop van vijf maenden keer- zit, en deed zieh tot koning uitroedc de koning van Keys weder na Or- pen. Wanneer Nafomadin zagh, hoc mus,braghr zijnen gevangen, Gor- weinigh volks hem erkende, trok hy donxa, met lieh , die met groote van daer na het aft lant. Hebbende vreughde in de ftad gebraght wiert. daer na Homer Soiadin , lieutenant Maer Dinar, die reeds den koning ge- van Kodbadin , op z^jne zyde gekrefpeelthad, wilde Gordonxa niet ge- gen , overwon hy hem door verhoorzamen: di^shy gedwngen wiert raer: want deez viel hem met veel van daer na het vafte lant van Perfie volks vau zijn krijghsheir toe. Hier te vertrekken, en hield zieh op het ka- op vluchre Kodbadin na Kalyatra , en fteel van Minab. bleef'er een jaer. W anneer hy namaels Dinar, die voor de wederkomfte beright van de doot van Nofomadin van Gor donxa vreefde, en zagh, dat kreegh, en hoe die by uitterfte wille zy alie Gordonxa toeyielen, vluchte na zijnen zonen, Xembe en Xady,behh\ het koningrijk van Makron, gelegen had, de voeten v an Kodbadin, te Katuflehen h-t lant van Perfie en Send, lya'ta te gaen kuflen, en hem het kof Ind. Toen wiert Gordonxa op \ ei- ningrijk over te leveren : maer ziende lant wel ontfangemalwaer hy des jaers datdiezich als koningen droegen,zo dertien hinderten achtien overleed. trok hy tegen hen ten oorlogh op, en Nahem volghde zijn zoon, Amir overwon hen, en maekte zieh meefter Mobare(adin Bararon Xa, die, benef- van het eilant Ormuz. Hy fterf nafens zijnen broeder, door eenen van maels in Nakelftan,een lantfehap van fijne hopmannen, met name,M/> Mogesftan, desjaers dertien hondert ~Kabadm l f f u f , des jaers dertien honzeven en veertigh. dert ennegentien,ge vangen genomen, Turonxa, zijn zoon, (die het leven en in de gevangkenis gefmeten wierr der koningen, zijne voorzaten, zoo in Voorts bleef l f f u f koning : doch dicht als ondicht befchreven heeft,) wiert, niet lang daer na, door Mir Xa wiert na Kobadin koning van Ormus. Kodbadin, d'andere broeder van den Hy overwon Xambeen Xadyjzn fterf, gevangen koning, beoorloght: ook na eene regeering van dertigh jaren, quam Dinar met een fterk vliegend desjaers dertien hondert acht en zeleger van Makron, Kodbadin te hulp. ventigh. Maer wanneer hv l f f u f veel fterker NaTuronxa wierr fijn oudfte zoorii zagh, maekte hy met hem een verbont Mazud, koning van Ormus. van vrientfehap. Daer na deed l f f u f Na hem, Xabadin,de tweede zoon den gevangen koning,en zijne moeder van Turonxa. Nahem volghde Salgar, de derde en broeder, doden. Kodbadin vlughte van daernaKalyatte, met Bibi Ma~ zoon van turonxa. Onder Wiens regeering

ZEE-en L A N T R E I Z E . *>f geering Soli Hhalila gantfeh Perfie pen. Hyvertrok dan met zijneknjgs- Komfte bemaghtighde, en quam tot aen het maght, den twintighften dagh van ' " geweft, tegen over het eilant Gerun, Ooghftmaenr, des jaers vijftien lv. n- ormus. of Ormuz, gelegen. Maer hy kon dert en zeven, na den mont van den aldaer niet overtrekken , by gebrek Perfifchen zeeboefem, en voer voorvan fchepen. Eindelijk trok Hhalila by de kaep van Rofalgat, en liet het weerte rugh, zonder Saigartebefcha-j anker voor Kalayat, ("een edele en digen, dan in zijne geweften van het d'eerfte ftadop die kufte, cn onder het vaft lant. Hy heeft gene andere oor- gebiet des koningnjks van Ormuz gelegen) vallen, om te ververfchen, en logen van belanggevoert. XauwespXyx navolger, regeerde ge- voorraet van lijfroght inte nemen. ruftelijk. De ftedelingen quamen ingefprek Nahem volghde Seyfadin detwee- J met Albukerk, en mackten, uit vreze de van dien name, die regeerde wan-! voor onheil en rampen , (\vant der neerde Portugefen,des jaers vijftien ' Portugefen naem was toen by die hondert en zeven, onder gelei van j volken reeds zeer vermaerdt en be* Alfonfes Albukerk, ophet eilanc van roemt,) een verbont van vrede en Ormuz quamen, en Indien met hunne vrientfchapj op zekere voorwaerden, fchipvaert begonnen aen tedoen. die ^Albukerk zelf hen voorfchreef. Hy was toen noch zeer jong, en in Toen trok hy na Kunatte, een andezijne kmtsheit, en ftont onder voog. re ftad des koningrijk's van Ormuz, en dyfchap van zijnen vadersflave, Atar \ opdekuftevan Arabie gelegen. Maer of Kogear geheten, een man van kloek aldaer vond hyde gemoeden der i n beleit en groote fchranderheit: maer ! woonders heel anders gezint: wanr zy die het niet wel met den onmondigen I liever de Portugefen met de vvapekoning voorhad. Want alle zi jne raer- ' nen wilden verjagen,als met hen d'aenflagen fchenen hier opte oogen, dat, gebode vrede maken- Hoewe! hen zoo lang hy leefde, de kroone en ko dac zeer qualijk verging. Want Alninghjke naem by den onmondigen bukerk , om die woede en trotsheit te koning was: maer hy het gezagh en bedwingcn,lande met een fterke magt bewmtover alle zaken behield. van krijgsvolk, en beftormde de ftad, Hier en tuflehen traghte Albukerk daer de knjghs - bezcttelingen , na door alle middelen en geweit de ftad eenigh tegenftant te bieden, uitvlughOrmuz -zieh voor Emmanuel, ko ten. Voorts trad hy in de woefte en ning van Portugael, t'onderwerpen, verlare ftad , en deed die tot fchnk oftenminften die, met het bouwen verwoeften , en in brant fteken: desvan een kafteel, cijnsbaer te maken: gelijx de fchepen, die voor de ftad ten want koning Emmanuel had hetoogh anker lagen Op een zelve wijze veropdeftadt Ormus inzonderheit ge- overde hyde fteden Maskata, enOrworpen , om de Trken , en ande- fazan, die ook onderden koning van re Mahometanen, uit den Perfifchen Ormus ftonden, en met fterke wallen zeeboefem, ("daer lngs zy na Indien en knjgsbezertingen verzien waren. met hunne koopwaren voeren) re Van daer vertrok Albukerk met zijne fluiten, en allen dien koophandel in fchepen en krijgsvolk na Ormuz, fijn Portugael over te brengen voornaemfteooghwit,en deed den jonOm dan zijn voornemen uir te wer- gen koning Zeifadinen zijnen vooght ken , en het gebier over de ganrlche Atar aenzeggen : dat Emmanuel, zee, dieGelukkigh Arabie van het ei- koning van Portugal, tegen de Maholant Sokotoren, tot aen den Perfifchen metanen, vyanden des Kriften naems, zeeboefem befpoelt, te hebben, be- ("inzonderheit zoodanig de koningen gaf hy zieh met zes welbemande fche- zijne voogden waren,)een doodelijke pen op zee. Maer het doghe hem een cn eeuwighduurende oorlogh, byna fchande te zullen zijn, op die kufte als doorerf recht, aenge vangen had, als.een zee-rover te fchuimen. | en die nier, als met overgeving van de Dies nam hy een ander befluir, en \andere parthye, kon ge-eindightwortraghte het koningrijk van Ormuz , den. Indien zy gezint waren, een den koning van Portugael t'onderwer- jaerlixfe fchatting te betalen, na den voort, U ;rPor t 3 1

6 G E D E N K W E E R D I G E voorgangvan vele koningen van A f r i - pen niet kon befchermt worden, zoo ka en Alle, dan zou hy in ruft en vrede zond hy aenftonts eenige gezanten aen weder vertrekken : maer zoo zy wei- Albukerk, met verzoek van vrede; gerden, zieh onder fijne gehoorzaem- die hyminnelijk ontfing, en gehor heit te begeven, zoo moeften zy ze- verleende,en deed den brant, die d'ankerlijk weten,dat zy tegen hem,tot dere fchepen reeds hadaengetaft, uichunnen ondergang, zouden moeten blufTchen. oorlogen. Voorts begon men des anderen De koning, verfchrikt doordehge- daeghs van voor waer den van vrede te lukkigen en voorfpoedigen voortgang fpreken, en te handelen , die ook in van Albukerk,en vrezende voor noch dezer wijze getroffen wiert. Zeyfadin en alle de volgende koerger, gehet zieh metlieftallige woorden,eneen liftigh aerzelen, tot vre- ningen van Ormus zouden zieh onde te nijgen. Door raec evenwel der der befcherming en gebier der koninrijxvoogt Atar, ftelde hy de zake nie, j gen van Portugael met goet recht been draelde, Albukerk t'ant\voorden,ter geven, en hen jaerlix vijftien duizent tijt toe de nieuwe hulp-troepen der Serafs tot fchatting geven. bontgenooten, die alle uuren verwagt Daeren boven zou hy eene plaetfe, wierden, uic Perfie zouden aengeko- om een kafteel teftichten, aen Albumen zijn. Wanneer die dan in de ftad kerk, na zijn welgevallen en goetdungekomen waren, gafde koning, zon- ken, coeftaen, en de fticheing, met geder eenigh fchoorvoeten en om we- reet gelt en andere behoefte tc hulgen, Albukerk ten antwoort: Dat de pe koomen, en byftaen. Midlerwijle koningen van Ormus niec gewoon wierc hec kafteel geflieht, dac Albuwaren, toi aen vreemdelingence bera- kerk mec groten yver trachte voort te len: maer van hen te vorderen. I n - zetten. Maer het Portugeze jongmandien de Portugefen gelijk recht envry- fchap en adel begon te morren, dat zy heit, neffens d'andere handelaers, ge- gehele dagen in flaeffen arbeit bezigh. nieten wilden, zo zou hen in die haven gehouden wierden: daer de Turkfche te handelen vryheit en verlof vergunt fchepen vry en vrank op zee voeren, worden. Dan by aldien zy kracht en op de welke groote en rijke buit te begeweit in'c werk wilden ftellen, zy halen was. Het oproer nam allengs zouden haeft gevvaer worden,hoe veel d'overhanc ,cot dac twee fcheeps-hopgewapende Arabieren en Perfianen, luiden, met hun volk, zonder Alb, van half naekte Kaffers en onbehou kerk te vragen, of verlof te verzoeweenplompe Moren verfchilden. ken, weer na Indien trokken. De rijxvooght Atar had meer als Geweidig fpeet het dien admirael, twintigh duizent krijghsknechten in dat hy van zulke treffelijke, en byna dienft welker eene gedeelte hy op de uitgevoerdezeetoght verfteken wiert. koopvaerdy-fchepen verdeile had, die Maer hy vond zichgenootzaeckt, den hy lngs hec ganefcheftrancdeed leg- tijt toe te geven , en d'andere te volgen , en ftak mec d'oorloghs-fchepen gen. Doch wanneer hy, na verloop Zelf in zee: ten einde hy, by aldien van eenigejaren, onderkoningvan Inmiffchien Albukerk de vloot, na by dien, van wegen de Portugefen, geftrant gelegen , moght aentaften, de maekt was, zoo braght hy dit werk, Portugefen aldus van achteren en van na het veroveren van Goaen Malakka, voren al5 in een nec zou befluicen. ten gewenfehten einde. Het welk in Maer Albukerk tafte de vloot van dezer wijze gefchiede. Atar met een fei gevecht aen, enverDesjaers vijftien hondert en vijftien overde alle des vyants fchepen, en deed hy twee en twintigh oorloghs, en ftak de meefte inbrandt, en boorde vele koopvaerdy fchepen toe te ruften. andere cen gronde, metfneuvelen van Hy liet een gerughe te Goa loopen, vele menfchen: daeraendc Portuge- met deze vloot fchepen na Aden (eene fc zijde niet meer als tien te fneuve- ftad aen den mont van het RooMeir len quamen. Wanneer koning Zey- gelegen) te zullen varen: ten einde die fadin dien neerlaegh befpeurde, en van Ormus, den fnof van zijnen aenwel wifte, dat het eilant zonder fche- flagh,niet zouden in den neus krijgen. Ga9 ;

Z E E - en L A N T - R E I Z E. 5>7 Gekomen te Maskata, keerde hy Albukerk, betaelt. Maer evenwel wederom , en trok recht op Ormuz ftonden de zaken zoodanigh gefchaaen j door wiens nverwaghte komfte pen, dat Hamedes, dieeentomeloos de koning van Ormuz niet weinigh gebiet voerde, den koning en het rijk verfchrikt wiert, en een grote ontftel- van de Portugefen aferok, en koning tenis t'Ortmiz ontftont. Want de Emanuel eenighzinshet gebiet des eirijxvooght Atar of Kogetear was reeds lants by bede fcheen tebezicten. Want koning Toro had reeds, uit overlcden, en Noradm deftadvooght had koning Zeifadin metvergifom't dwang van Hamedes, die meer na de leven gebraght, en zijne kinderen van zyde der Perfianen als Portugefen het rijk beroofe, in wiens plaets hy den helde, de mutfe,door lfmael Sofi overbroeder vnnZeifadiny met name Toro gezonden, ontfangen: desgelijx de of Torunxa, (gelijk eenigen hem noe- gebeden en geloofs-artikelen van Ali: men, (geftelt had.Nadien dznNoradin (che de Perfianen voor hunnen proToro te vore met veele dienften, en nu feet houden) waer by hy beleeden vermet dezen nieuwenweldaet aen hem klaerde, een onderdaen of leenmah verpligt had,zoo beftierde hy het rijk van den koning van Perfie te zijn. Na alle deze dingen in het licht en den koning, na goetdunken en welgevallen. En om het rijk noch meer gekomen waren, befloot Albukerk in zijne maght en geweit te brengen, koning Toro uit de rampzalige flaverr hadhyzich,metdienaersen trawanten, nye van zijne dienftgenoten te verlofdie hem in het byzonder getrouw wa- fen, en geheellijk in de befcherming ren, omringt. Onder deze waeren drie en getrouwheit van koning Emmavolle gebroeders, dieby Noradin, de- nuel te veftigen. Zoo dra hy t'Ormus quam,omringwijl fy hem in namaegfehap beftonden. de voornaemfte plaetfe van waerdig- de hy aenftonts het eilant met zijne fchepen, ten einde derwaerts van anheit en gunfte bezatert. Maer onder alle munte verre uit ze- dere plaetfen gene by ftant noch voorker Hamedes, out vijf en dertigh ja- raet van lijftocht kon na toe gevoert ren, die in heerfchzught enkloek be- worden. Daerna deed hy den koning aen. leit van zaken, den rijxvooght Atar, zeggen,dathy gekomen was, om nieuzeer gelijk was. Deez was allengs, met de herten van allen aen flehte trekken, we verbont-wetten tuflen den koning endezwaertfteampten op zieh alleen van Ormus en Portugal te maken. Koning Toro, dieoverde komfte te nemen, tot die maght opgeklommen,dat hy het gantfehe rijk na zijn van deze grote vloot fchepen verbaeft welgevallen beftierde en handelde : en Verflagen ftont, vaerdighde aen* zulx de koning naulix, zonder bevel ftonts eene bode aen Albukerk af, en van' dezen Hamedes, niet deed of liet. liet hem vragen, wat zijn begeren was. JaookAZ/W/0,door wien Hamedes Het kort van Albukerks eifchen betot dien top van eere en gezagh gefte- ftpnt hier in : Behalve de jaerlixe genws, fcheen, by hem te vergclij- fchatting, die Toro den koningen van kenjin'cvoetzant te leggen, en niet Portugael ter goeder trouw betalen moft, toe te ftaen een kafteel en hermet allen geacht te worden. Zwaer viel Toro deze dienftbaer- bergh of logie voor de Portugefen heit: maer dorft zieh eveh wel tegen by, de ftad te fliehten, om den Handels Hamedes niet kanten, noch uit zijne halve. Dit ftont koning Toro toe: en wert handen zieh ontflaen, om niet miffchien, na 's lants wijze, van oogen het verbont met plechtelijke eede ter weder zijde getroffen. cn leven berooftte wordeni Maer midlerwijle het kafteel ter Wel wiert het verbont j met de koningen van Portugael opgerecht, on- zelver plaesfc, daer het voor zeven kreukeiijk gehouden, en der Portuge- jaren begnnehitoas, geftight wiertj fen overften, die door Ormus quamen zoo fpande Hamedes alle fijne krachreizen, herberghverlecnt, enJjimma- ten tzamen, uit vreze van uit zijn genuel, koning van Portugael, whjaer- zagh , door de Portugefen, die in de lixc fchatting> volgens ontwerp van ftad de heerfchappye hadden, te ra^ N Ken,

9*

G E D E N K W A E R D I G E

ken, om het begonnen werk des ka- Torro twee hondert Terraden o f berfteels tc beletten. Zoo dra men dit ken voeghde, mer ontrent drie duivernam,overviel Albukerk Hamedes, zent Perfianen, onder beleu van Ratz, (die met heerfchzugt ingenomen was) of admirael Xaraf. Mobtn vergaderde, aen zijne zijen deed hem, door eenige opgemaekde, een heir van twalef duizent mante perzonen,om'tleven brengen. Na de doot van Hamedes vond | nen : onder de welke waeren drie duiAlbukerk gene hindcrntsmeer, noch j zent Arabifche ruiters , vier duizent iet, dat hem belette, of in het volvoe-1 Perfiaenfche booghfehieters, en eenirenvandenopbouwdes kafteels kon ge Turkfe moskettieren, en weinigh ftooren. Hy deed dan met groote van zijne onderzaten, die niet als met naerftigheit het begonnen werk vol- een zabel en javelijn gewapent waren. toijen. Zelf koning Toro verfchaf- Mokrin quam in her gevecht tc lneute overvloedelijk bouw-ftoffe en an- velen: en raekte door dir middel het dere nootwendige behoeften. Daer eilant van Baharen, in handen van den na wert ook al het grof gefchut, dat koning van Ormuz, die hetaenzeketotmuitcnen opftant zou kunnen aen- ren Bardadtgzf, met beding van hem moedigen, dien van Ormus ontno- alle jaers veertigh duizent Sera/s, tot men, en de wapenen van Portugael fchatting, te betalen. Wanneer nu Sequeira zagh, dat opgereeht. Ontrent dertigh mannen van ko- men zijnen koning bedroogh,ren aenninglijkenbloede,die uit zuchtnahet zien van de paghren en rollen , zoo r i j k , door de koningen of dwmgelan- ftelde hy Portugezerechrers,en Komden,meteen gloeiend yzer, geblindt mifen aen de haven, tot groot verdriet waren, en in de ftadt op 's konings on- der Arabieren. koftegefpijft wierden ("ten einde om Toro floegh namaels,op her einde hunnenr halve geen oproer zouont j des jaers vijftien honderr een en ftaen) verzond Albukerk na Goa, on- j twinrigh, aen het muiten, en deed 1der zorge van eenige opzienders, die le de Portugezen, die hy in < )rmu>k n hen alles, wat rot lijf- en levens-be- achterhalen, doden: behalve de gehoefte van node was, op onkofte van nen, die zieh op het kafteel vemokken koning Emmanuel, zou verfchaffen. hadden : desgelijx wierden alle de geAldus zwoer koning Toro met de zij- nen, die zieh te Kur tte, Soar, en op nen aen Albukerk getrouwheir, van het eilant Baharen bevonden, ten zelwegen den koning van Porrugael. ven tijde ter neer gehouwen , of geNa Albukerk de zaken van Ormus vangen genomen Daer nafteldeTobefleght had,keerdehy weer na Goa. ro alle fijne krachren m ' t werk, om Maer naulix was hy in de ftadgetre- het kafteel der Portugezen te bemaghden, of hy overleed dezer werelr. tigen; maer vergeefs. Eindelijk vlchDe Mahometanen noemen dezen te hy, uit vreze voor de komfte der Albukerk <JMalandy : dewijl hy van Portugeze vloot, na het eilant van Melinde.eengeweftin Afrika, dar zy Queixome, met alle d'inwoonders van Maland noemen, gekomen was. Ormus, en hungoederen. Daerna Namaels weigerde koning Toro ftak hy de ftad in brant, die den tijAlbukerk flcrft. den Portugefen , de gewoonelijeke van vier dagen duurde. fchatting te betalen dewijl de PorMaer Ratz Xaraf, d'aenrechter tugefen hem niet befchermden tegen der muitcrye, wanneer hy de komfte (Jvlokrin, heer van het eilant Baha- der Portugezen verhornen had,en voor ren, zijn leenman , die de zee onvei- ftraffevreesde, dode den koning, en ligh met kapen maekte, en de koop- ftelde in zijne plaetfe Mamud Scha, luiden belette, na het eilant Ormus een van de zoonen van Zetfadm, de te trekken. tweede van dien name, in fijnen ouderSequeira, LuitenarftVan den koning dom van dertien jaren. van Portugael, verving het bewintder Deez maekte vrede mer de Portuzaken , die zeven fchepen, met vier gefen , op befprek van twintigh duihondert Porrugefe krijgsknechten, aen zent Sfrafs, tot fcharting,aen den ko^Antonis Korrea gaf: waer by koning ning van Portugael jaerhx te betalen. Daer

ZEEcn L A N T R E I Z E . 99 Daer en boven zouden d'inwoonders Portugefe krne : naerdien hy daer al het geen, dat zyinde ftad den Por- aen jaerlix eene fchatting moeft betugefen ontnomen hadden, herftellen: talen. die zieh daer en tegen met gene tollen, Na de doot van den koning wiert noch met het gerecht zouden mgen by d'inwoonders een ander uit kobemoeien. ninglijken bloede, met groote pleghOntrent des jaers vijftien hondert tigheir, gekoren: hoewel niet zonder en vijftigh wiert Ormus door de Tr- bewilliging en toeftemming van den ken uitgeputen verwoeft. Portugefen lncvoogha De koning, die des jaers vijftien Deez nieuwe koning was gedwonhondert zes en zeftigh over Ormus gen, den eet van getrouvvheit en geheerfchte, was Siafirua, oiXafiruxa hoorzaemheit aen den koning* van Gialedin geheten: en die desjaers vijf- Portugael te doen : waer na de Portutien hondert en tachentigh regeerde, gefe Iantvooght hem, uit den naem Ferragutxa genoemr. van zijnen koning, de fceprer en Deez laetfte, die zeer oudt en be- kroone aenbood, en geleide hem met daeght was had groote begeerte na het grooteftaetfiena her paleis. gelt van zekere Bifatme, weduwe eeD'oude koningen van Ormustbeza- Wijtftrekner Rex Bradadiu, zij n onderdaen, en ten ook grore wijdftrekkende landen j | " viziervanMogoftan. Dies floegh hy en fteden aen de zijde van Perfie en oude kohaer voor, om haer te willen trouwen. Gelukkigh Arabie: als onder andere " Waer op zy hem ten antwoort gaf, dat in Perfie het lant vanLar, en Mogo- mus. zy daer in zou bewilligen ,w anneer de ftan: welke laefte gemenelijk de kufle koning een nieuwe tum te Tarumbake van Perfie genoemt wort. zou gemaekt, en eennieuwenbronvan Het Iaht van Lar ws door zijne zoet water ontdekt hebben. Aenftonts rouween moeielijke bergen, endoor deed de koning een beter tuin toeftel- zijne fmalle doorgangen ,tot groote len,als d eerfte,en vond een fchoonen verfterking , en als cot een bolwerk bron met verfch water. Maer kreegh voor het eilanc van Ormus, tegen evenwel het gelt van de weduwe niet. den Pers. De koning,die des jaerszeftien honNamaels maekee de Pers den kodert en zes over Ormus regeerde, was ning van Ormus, Lar, cn andere lanXeque, (datis,overfteof vorft)t_yf/o den, die hy op de vafte kuft van Perfie geheten. Anders wort hyook by ee- bezat,afhandigh: desgelijx namen de nige Schrijvers <.y4jo-Sja, (dat is, ko- Arabieren de landen, die hy p de mg Ajo) genoemt. kfte van Arabie bezac, hem af. Enalhoewel de Portugefen het eiNa de Perfianen hec lanc van Lar, lant Ormus, door kloek beleit van dar eertijts onder eenen byzonderen Alfonfes Albukerk, ten tijde vah hun- vorft ftont, ingenomen hadden , wiert nen koning Emmanuel, des jaers vijf- het eilant van Ormus daer door des re tien hondert en zeven verkregen had- onfterker, en lagh vor den Perfifch den , zoo wierdt nochtans de wetti- open. D'oude koningen van Ormus had- Hbe^ geftacc-vervolgingder koningen des lants, een langen tijt behouden: zoo den voor een gewoonte, rot voorko- f . ... nun rijk dat de zonen den vaders in de regering volgden: hoewel met groote onderda- ming van oproer en muitery, alle hun- erzeke?J nemagen enbloetvrienden, (dieeeni- nigheit aen de krne vart Portugael. Het eilant van Ormus wiert in die tij- ge voorwending en zeggen op hec den wel door een eenigen opper-vorft koningrijk, en cot de krne hadden,) beftiert; maer hy moghtniet een voet beneffens vrouw en kinderen, inafgevan het eilant zetten, fl|hder verlof floote kafteelen te zetten: daeropzy, van den Portugefen Iantvooght. Wel met eenprachtigh onthael, Zeet nauv wiert hy by de Portugefen met grote gehouden en bewaert wierden, ter tijt praght en ftaetfie gehandelt en ont- toe, de koning op cen andere wijze haelr, en als een koning gedient j maer over hen difponeerde. Zy hadden evenwel was by hem noch altijt eeni- ook eene gewoonte, hunne nefte ge onderdanigheit , ten aenfien van de magen, als broederen, en anderen van koninglijken ftam, van het gezight te N i oero5 n d e e E e r e l c hv D V den

reo G E D E N K W A E R D I G E beroven,orn zieh des te beter van hen 'de (ladt Ormuz, den koning van Or- Eilant te verzekeren: want blinden werden \ mus en den Portugefen, door de PerhV u $ by hen, volgens 's lants gewoonte, uic \ nen, onderde regeering v an den Perfi- taLm hec ri jk geflocen. j fchen koning, Schach Abbas, en met verovert. Dit blinden enberoven van gezicht byftanr der Engelfen, afhandigh gegefchiede in dezer wijze Zy namen maeckt: het welcke Zieh aldus toeeen koper bekken uic hec vuur, zoo droegh. heet als het was, en hielden dac veelWanneer de Portugefen de verovemalen voor d'oogen des genen, dien ring van de vefting Queyxome ("opde zy wilden blint maken : zoo dat die, ' hoek van het eilant gueyxome gelezon^er iet anders daer aen te doen, gen) vernomen hadden, zonden zy het gezight verloren. D'oogen onder- aen den Kam van Schiras, uit den tuflehen bleven even helder en klaer, naem van den koning van Ormus en alsrevoren. Goazi,om aen hem eenige voorftellen Die blinden gefchiede ook,* zoo an- j van verdragh te doen. Voorts verzochdere zeggen, met een heeten ofgloe-, ten zy de vrede, met zulke fchandejendyzer. ! lijke neerflaghtigheit, enzulke klare , , De rijkdom der koningen van Or- merkrekenen van vreze, dar de PerMaehten J & . ' rijkdom mus was eertijts zeer groot:want uit de fianen (die zieh met d overwinning ninoen derko- tol-gelden,dievand'uiceningebragte der vefting Queyxome zouden vervan br- koopmanfchappen gegeven wierden, genoeghr gehouden hebben, naerdien niuz. hadden zy zieh groote middelen en zy wiften, dat te dier tijde d'Usbeekrijkdommenbefchaert,en aldus,door feen ZagataifeTartaren in het landt dac middel, de palen huns rijks wijd en van Korozan gevallen waren,) beflobreet uitgebreit: naerdien zy de heer- ten , zieh van diegelegentheit te diefchappye over vele nabygelegen eilan- j nen, eninhet voorbygaen en ter loop den en fteden, op het vaft lant, zoo, de rijke ftad van Ormus uit teplonop de k ge ufte vanhebben. Arabie als i n Perfie,geHierom zond de Kam van Schilegen, voert Die zy nader (deren hant door onachtzaemheit en nala- ras, fjzonder zieh langer op het eilant tigheic verloren. Want zy lieten al- van Queyx'ime op te houden) aenle zake van oorlogh en vrede, opde ftonts eene groote menighte vanTerZorge van hunne overften, en bevel- rados, of berken, met ontrent vier duihebbers aenkomen, en lagen ten hove zent mannen, zoo Perfianen als Arain wellufl en overdaec verzopen. Wan- bieren, onder gelei van Emankulineer dan de rijxraden en bevelhebbers bey, Lieutenant van den Kam van dit zagen, namen zy,na zy allengs gro- Schiras. Deez vond de ftad wel van te middelen en rijkdomrnen bekomen alle de Portugefen, en van het meehadden, het koninglijk gezagh aen, ftendeelder Arabieren verlatemmaer en lieten den koning niet als den bloten evenwel vol van allerleie koopmannaem overigh. Zy hadden het bewint fchappen , die zy niet op het kafteel over alle zaken, ja ook over de fchat- hadden willen brengen. Wanneer dan de Perfianen zagen, k i f t , en beftierden eindelijk alles na hun welgevallen engoetdunkcn,ar bei- dat zy in de ftad, zonder de minfte teden alleenlijk om hun eigen gewin, en genftant getreden waren, en hunne gelt en goet by een te fchrapen. Hier genaekgra ven, zonder vreze voor het door wiert de maght der koningen ver- gefchut des kafteels,konden maken,zo mindert: en begonnen hunne kraghren ftaken zy aenftonts de fpa in d'aerde, allengs te bezwijken: zoo dat zyden en brachten hunne affnijdingen tot vyanc, gelijk voorhene , niet langer aen de kant^an de gracht: daer zy konden weerftaen , noch verdrijven; lichtelijk over gcraekten, dewijlze onmaer wierden de koningen van Por- diep was. Voorts taften zy het boltugael in het ftuk van fchattingen on- werk van S.Jakob aen, dat zy onderderworpen en cijnsbaer, gelijk aen- mijnden, en voor een gedeelte Hoopte, en in weinigh dagen tijts veroverftonts breder gezeit is. Des jaers feftien hondert twee en den , met een gedeelte van dezeltwintigh wierdt het eilandt en de ve plaetfe: zonder de krijghs-bezettwg1

Z E E - cn L A N T - R E I Z E . tot ting in al dien tijt een eenigen uitval wezen byftant by den Pers, de helft, of een gelijk gedeelte van den toi en andeed. Den derden van Bloeimaentgaven dere rechten. D'oorzake van het verlies van de zieh de belegerden, ten getale van vierhondert weerbare mannen, ("zon- ftad en kafteel van Ormus, was d'opder de vrouwen en kinderen, dewijl ftanding en'mtiiterye der Portugeze men dezelve reeds eenige dagen re foldaten ,dieop het Portugeez kafteel vore na Maskate gezonden had) na van het eilant Queixome in bezettineen belegh van derdehalve maent, gen lagen : dewelke opftonden , ert met de vyanden, tegen wilen dank van over. Het kafteel wierdtop d'aenbiedin- het opperhooft Ruy Freira , parlegen,died Engelfen deden,-overgege- menteerden. Indien ook het Porru* ven. Te weten, alle de menfchen in 'c gees opper-hooft des kafteels, na den leven tc laten, en die in twee van hun- | raet der krijgsbevelhebbers, de gracht, ne fchepen, na Maskate te voeren. | die tuflehen het kafteel en de ftad was, Het welk ook ftips nagekomen wiert: met hec openen van eene fluize, vol behalve dat de Perfianen fich van den warers had doen lopen, de Perfianen perzoon des konings van Ormus, en zouden zoo lieh celijk de ftad niec vervanGoazil verzekerden: die mec hun overr hebben. Eer de Portugezen Indien ontdekt Byouds hui;gezin krijghs-gevangenen bleven: beneffens hun fchatten van gout en hadden, kreegen de volken van Euro- e [ peerlen, tot buk der Perfianen: die pe alle d'Indifche koopwaeren, over vaertop" over de twee millioenen gouts gefchat het eilant, of de ftad Ormus: want uit ^ wierden, behalve andere edele ge- Indien wierden zytefcheep na het eifteenten en rijkdomrnen der burgers: lanc Ormus, en van daer na de ftad als ook drie hondert ftukken gefchuts. Baflbra, lngs den Perfifchen zeeboeDe Perfianen verloren in het belegh fem, en Eufrates gevoerc: welke ftad veel volks. De Portugefen, eer zy het op de by een komfte van den Etifra tes kafteel overgaven , vernagelden al en Tigris leit. Van Baflbra werden zy het gefchut, en maekten het onbruik- te lande met de Karavanen op kemels, na de ftad Bagdad, op den Tigris ge* baer. De koning van Ormus, en andere legen, gevoert. Van Bagdad tmk men door de woeArabieren, wierden aenftonts na Perfie vervoert, met Goazil Rata Nora- ftijne van Syrie, een reize van 4,0. dadma. Deez laefte was een onderdaen gen, op Aleppo, en van daer op de ftad van den koning vanSpanje, en een 'Tripolis in Syjie, aen demiddelantjons; heer, wel gemaekt van leden, ver- fe zee, een reize van drie dagen. Van ftandigh,enin dehiftorienvan Perfie Tripolis werden de koop waren o ver de en Arabie volkomen ervaren. Hy middellantfe zee, na Europe gevoert. had in den aenvang des beleghs vijf Hier uit bjkt, dat Ormus eertijts een hondert duizent kroonen, in dukaten pakhuisen fchuur der Indifche koopen Xerafins, den Perfianen aengebo- waren was. Maer federt de fchipden,om na Maskate of na Goa gezon- vaerr op Ooftindien, voorby de Kaep van GoederHope, ontdekt wierdt, den te worden. De rampzalige koning van Ormus is deze wegh en lantreize ten deele bood van zijde, alher zilver, dat hy vervallen en afgekomen : hoewel ook had,om dezelve gunfte te mgenge- noch heden bywijle vele Perfilche en nieten: maer de Portugefen floegen Indifche koopwaren, en inzonderheit dat af, niettegenftaendezyonderda- Perfilche zijde , over Ormus lngs nen van den koning van Portugael den felven weghmetdeKaravanegewaren. Waer uit men zoude mgen voerr worden. Het eilant en de ftad, isdoor zijne vermoeden , dat de Portugefen dac gelegentheit aen de monden van den werk te voren mec de Perfianen heiPerfifchen zeeboefem, en door zijne melijk befteken hadden, wanneer zy aen het eilant Queixome om vrede ge- twee havens,wonder wel tor den koophandel en fchipvaerr, uit alle geweften zonden hadden. D'Engelfen bedongen voor den be- van'toofte, gelegen. N 3 Na
5 V as oi t fc e a n f e 0 r s

loa G E D E N K W Na Ormus door de Perfianen ingenomen en verwoeft was, wierr de koophandel, enftapel der Indifche waren,van daer na de ftad Gamron,op de kufte van Perfie gelegen,overge-\

A E R D I G E braght. Want de ondergang van Ormus, was d'opgang van Gamron. Vervolgens zullen wy hier de nabyleggende eilanden Baharen, Qtteixome,tnKefembefchrijven.

Het B A H A

Eilant van R E N .

T N den golf of zeeboefem van Perfie * leggen vele eilanden, die onder den Pers ftaen : maer het voornaemfte van allen is het eilant van Baharen , o f Baharempf Bahrem. Baharen wort by Slnabo en Plinius Tilos genoemt. Het wort ook by eenigen voor het eilant Ichara van Ptolomem gehouden, ter oorzake van deflelfs gelegenheir. Het leit in de ftraet van Baflbra, of golf van Perfie,tuflchen Bobra,en het eilant van Gerum,o(Ormus, zeftigh mylen van ieder van deze plaetfe, naby de kufte van Arabie, en tegen over de haven van Katifa. Dit eilanr heeft veel waters: maer zeerflechten brak: waer van het befte in diepe putten van Nanyah, in het midden des eilants is. Het befte water naeft dit is het geen, dat men in zee in dezer wijze vangr. Men heeft'er zekere aederen van klaer enzoet water, die in de zee naby de ftad Manama,op de diepte van drie en een halve vadem ornfpringen. Zekere mannen gaen des uchtens,twee of drie musket-fcheuten van het ejlant, met vaertuigen in zee. Wanneer zy aldaer z i j n , dan duiken zy na den bodem der zee roe, en vullen eenige aerde porten, of lere zakken, dicht coe,en komen aldus van den gronr der zee weer opduiken. A I het welk met grote vaerdigheiten fnelheit toegaet. Men houdt, dat deze bronnen eer tijts op het vaft lant, verre van zee, waren : maer de zee namaels dezelve bedekthebbe, nahet landt door aertbeving verdronken was. Diteilant is ongemeen vruchtbaer en frifch: heeft overvloet van vruchten , inzonderheit van dadelen. Wat belangt de rijs, (beneffens de dadelen de gemeenfte fpijze der in woonders) die wort aldaer van het eilant Ormus,

en voorts uit Indien gebracht. Het is vermaert door gantfeh Oofte, teroor2akevan zijne rijkeenkoftelijke peerl-viflcherv. De koning van Perfie trekr van dit eilant groote inkomften: want na het in handen van zekeren Bardadin vervallen was (na Antonis Korrea Mokrin, die dit eilandt van den koning van Ormus te leen bezat,) overwonnen had, zo beloofde hy alle jaers veertigh duifent Serafs aen fchatting te betalen. Daer en boven brengt de handel der peerlen, die op dit eilanr gedaen wort, vijf hondert duizent dukaten in gerede penningen op: behalve hondert duizent, die men achter de hant hout, uit vreze voor deVizier,of lantvoogt, die over dit eilant, van wegen de koning van Perfie, gebiet. De koopluiden komen vah alle kanten na dit eilanr toe, om allerlei flagh van peerlen te koopen, en die na Indien en andere geweften te vervoeren: want de befte en treffelijkfte peerlen worden 'onder het eilant van Bahren, en onder die van Gwnfar o f Giolfar gevifcht: uit oorzake die veel grooter enronder zijn , dan die by d'andere kleinder eilanden gevifcht worden, # als daer zijn d'eilanden: Latif, Laen, Barechator, Zeziralhar,tjklul, Seran,Djiud,Daas,Emergocenon,Ancevi, Serecho, Delmefialmas,Sirbeniaft, Aldane, Feebruatich , Cherizorn, Dibei, Sarba, Agiman, Ras, EmcU gouien, Rafagiar, Daoin, Rafaelchimes, Sirkorkor, Kafab, Konzar, Mefendenderadi, Lima, Debe, Cborf Chelb, Sarar, Set, Mear,Garajat, Teuji, Golaf, Furgattle,Sam,Gameda, Bacha, en Jadi. Want men vind op alledeze plaetfen peerlenrmaer die zijnlangWerpighen bultigh. Merivind evenwel ook onder Madkate, drie of vier

Z E - en L A N T R E I 1 E. vier en dertigh mylen van het eilanr Perfie,gedaen. Maer deze "aetfle vifOrmuz, zeer fchoonepeerlen. fcheryen zijn klein: hoewel van groot De peerl-viffchery van Baharen be- belang voor de gene,die dezelve on* gintby wijlein Zomer-maent:maerge- dernemen. menehjk in Hooimaent, en duurt die Nagelang d'oetTers gevangen worgantfehe maent, en de gantfehe den, zco worden die geopent: en aen= Oogftmaenr. ftonrs komen de peerlen daer uit. Men Ontrent twee hondert barken ma- zeit, die in Grasmacnt van den dauw ken zamen een gezelfchap uit, waer groeien: waer van deze oefters, wanvan hondert van het eilant Baharen, neer zy zieh boven op de vlakte des vijftigh van Tilfar, en vijftigh van waters verhelfen, eenige droppe!en> Nthely komen. met zieh t'openen,ontfangen,die metDe vaertuigen gaen gewonelijk on- ter tijt hert worden, en in peerlen verder Katar, eene haven van Arabie, Ianderen. Indien men die voor Zcmerzes mijlen zuitwaerts van Baharen, en Herfft maentopent, zoovint men viflehen. deze peerlen week, als teer of Joden* De peerlen, die in deze zee gevan- "ijm. gen worden, zijn beter, 7 waerder, en De meefte inwoonders van Bahren koftelijker,dan alle d'ai lere, hoewel zijn Arabieren: maer de krijgs-bezet* van gehjke groote. 1 ting beftaer uit Perfianen. Die van Baharen viflehen met ee- ! Het wort beftiert door eenen V i nen fteen, die hen door zijne zwaerte zier,van wegen den koning van Perfie, twalef en vijftien vadem neerwaerts Het ftont eertijts onder hec gebiet des onder water hour. j konings van Ormus: en wiert dei jaers Men verkoopt'er de peerlen by Ka-' zeftien hondert cn eweedoor de Porraten, en by Abas: waer van drie een tugefen ingenomen. Maer wanneer Karatdoen,en by Matikals, of Miti- den Sultan van Xi-as voor den kogals: waer van ieder tweeen veertigh nmg van Perfie het Porrugees kafteel van Komoran had belegen: maekte hy Karaten doet. De kleine peerlen worden by Miti- zieh meefter van het eilant Baharen. Namaels zeide de koning van Perfie^ kals verkocht. Behalve deze algemeene vifleherye datdit eilant n'et den Portugefen afvan Katar, geduurende den tijt van genomen was: maer den vafalen des twee maenden, worden ook andere konings van Ormus, die zijn valel byzondere vifleheryen, onder Nihe/u, was: zoo dar de koning van Perfie dit Baharen, Julfar, Maskate, Teude, cn eilant federt het jatr zeftien hondert Rozalgate, in den zee-boefem van en twee in befit gehouden heeft.
s

Het Q U E I X O M E ,

Eilant van of K E C H M l C H E . kerk, een fterke krijgsbezetting inhield D'anderj plaetfen zijn Lapht, de! haven van dit eilant, desgelijx 2)<zr* baga, na by Lapht, Chau, en Sirmton of Sermion, de befte plaetfen. Die eilant is zeer vruchtbaer van koren en gerft: zonder het welk ook niemant op het eilant Ormus zou kunnen woonen : want van dit eilant trekken die van Ormus een groot gedeelte van voorraet voor hunnen paerden, Opdit eilant is ook een Ichoone water-bron: tot wiens befcherming en behoude-

U Et eilant Queixome of Queixume * of Quezome, en anders Kechmtche by de reis en lantbefchrijvers, en by d'inwoonders des lants Brokt genoemt, leit dicht onder het vaft lant van Perfie, daer her door eenen arm der zee van gefcheiden is, en omtrent drie mijlen van het eilant Ormuz, en heeft twee mijlen in den omtrek* Men heeft'er twee voorname fteden : d'eene Arbez, en d'andere Hotneal genoemt: daer de koning van Ormus,ten tijde der komfte van AlbuJ

f04, G DENK W EERDIGE houdenis de Perfianen aldaer een vef- ren: hoewel zy geen gefchut daer voor ting gebouwt hadden, uit vreze dat geplant hadden: dewijl zy zonder gede Portugefen, die toen noch het eilant fchut die plaetfe lichtelijkin hun geOrmus bezaten,zich daer meefter zou- weit konden krijgen. den mgen van maken. Het eihmgueixome wiert des fei ven Zoo men eenige Schrijversgeloven jaers zeftien hondert twee en twintigi magh,zoudit eilant wel eer woeft en door de knjghs-troepen van den Iantonbewoont geworden zijn ;eensdeels, vooght van Lara, te lande, en ter zee dewijl 'r voor een groot gedeelte door door d'Engelfche fchepen, belegert. zware aertbevingen verwoeft was ' D'overfte Ruy Freira bood den en ten anderen ,om de grote menigte Pers evenwel groten tegenweer, en van adders, (langen, en allerleie an- deed een groote meenigbte der vyandere vergiftige dieren, die aldaer hou- den, die hem in de vefting belegert den : waer uit zulkeen vergiftige en hadden, fneuvelen. Ook zou hyde peftige lucht waefiemt, dat die nier vefting zoo lichtelijk niet hebben overalleenlijk de menfchen doot, die al- gegeven, 't en wre d'hngelfen gedaer flechs een weinigh tijts hun ver- komen waren , en mer hun gefchut blijf houden : maer ook de gewaflen de vefting dreighden om v erre te fehieZelfs vergifrighr. "Waer onder een ten. Dies vond de Portugees zieh geboom is, Baxama, of Baxana ge- nootzaekt de fterkre den vyant over te noemt : wiens vruchr den menfch, zoo geven; hoewel op bilhjke voorwacrhy die alleenlijk proeft, aenftonts ver- den: maer wiert aen 's vyants zijde niet ftikt. Het welk ook deffclfs fchadu we nagekomen. doet, indien iemant niet meer als een D'oorzake van dezen oorlogh en bevierendeel uurs daer onder verblijft. legh dezer vefting, verhalen anderen Daer nochtans de wortel van den zel- aldus. ven boom in andere geweften een teDe koning van Perfie had het eilant gengift van alle vergiften is: maer daer van Queyxome voor eenige jaren, onis hy doodelijk: als ook deflelfs blaten trent des jaers zeftien honderr twalef vrucht, die Rabuxit genoemt wort. den koning van Ormus afgehomen, De Portugezen namen des jaers ze- als ook het eilant Baharen, en de vefftien hondert twee en twintigh, den ting Bndel en Mogofian, op het vaft Perfianen dit eilant af, en wierpen ten lant, alle welke plaetfen hy niet wilde zelven tijde op de hoek, na het eilant wederom gev e n maer behouden: geOrmus toe, een vefting ofburght op. lijk hy by brieven den koning van Rontom wiert een brede en diepe Portugael had doen verftendigen. gracht gegraven, en met eenen muur Hier over beval de koning van Porverftcrkt: hoewel de muur zwak, en tugal Ruy Freira by brieven,by aldien met aerde van achreren aengevult was. de koning van Perfie het eilant van I n ' t k o r t , het was eene flechteenon- Queyxome en Bndel niet wilde herweerbarevefting:naerdienzy met geen ftellen, hem den oorlogh aen re doen, gefchut verzien was, noch ook opde en een vefting op de hoek van Queyxomuuren geen gefchut kon geplant me re ftichrert. worden. Ruy Freira de Andreada, die inbeBinnen deze vefting waeren drie gin van Zomer-maent,des jaers zeftien Waterputten befloten: want de Portu- hondert eh twintigh, op het eilant Orgefen hadden die vefting, uit geen an- mus quam, deed, op bevel des konings der inzight, terwijl opgebouwt : als van Portugal, een vefting opde hoek om deze waterputten te kunnen be- van het eilant 0peyxome bouwen. fchermen , tot voordcel der PortugeHet was met eenen muur van fteen fen van Ormus, die zieh daer uit van en kley, of leemaerde omringt: als een water verzagen Over deze vefting, flechtgebouw van een byzonder huis: had zeker PortugeefchOpperhooft, waer op d'Engelfen, met byftant der Ruy Freira Andre ada, het gebiet. Perfianen, van eene kleine cn zwakke Naulix hadden de Portugezen de baterye, aenftonrs begon nen op te beuvefting volbouwt,of de Perfianen qua- ken: dies de Portugefen de krijghsIhen dezelve beibringen, en belege- bezetting, zonder den ftorm af te
;

Z E E - eh L A N T - R E I Z E. ioc tyaghten , Ruy Freyra tot overgeving Eer,dePortugefe bezetting Vertrok, der vefting dwongen. deed de veld-overfte der Perfianen;, De Scedehoudcrvan Schiras, met die met eenige Soldaten derwadrr gexam&Emanculichan, was ten zelven trokken was, alle d'Arabiers onthooftijde met vijf duizent man te Bndel, den: onaengezien d'aentugingen en of Gamron, gekomen : waer van hy klachten, die Ruy Freyra aen d'Enaenftonts een gedeelte in her belegh gelfen deed, van dat zy hun woort niet der vefting van Queixome zond, onder hielden. Maer die ontfchuldighden beleit van zijnen luitenanc Emanku- zieh, met te zeggen, dat zy hec niet konden beletten: dewijl deze ArabieUbey. Ruy Freyra dan gaf zieh over, met ren te voore onderdanen van den kobeding van vryheit voor de bezettelin- ning van Perfie waren geweeft. Aldus gen, en zelfs voor d'Arabieren, die tot wierden alle deze Arabieren gedooc, byftant gekomen , en altijdt beftan- behalve vijftienoftwintigl^died'Endighgebleven waren, zonder de min- gelfe bootsgezellen verborgen hadfte lafhey t , geduurende het belegh, te den. beroonen. D'Overfte der Arabieren , Emir D'overfte of kapitein der Arabieren Genedin, wiert voor de veltoverfteder was genaemt Emir, (dat is vorft) Gene- Perfianen gebracht, die hem door Xrfrial, ftedehouder van Mogoan, 'zijn; din Alikamai Zemir xjftlahomet. De krijghsbezetting, daer over Ruy fchoonzoon, met een pook lietdoorFreyra in deze bezetting gebood, be- fteken. ftont in ontrent twee hondert Portugezen, en twee hondert en vijftigh Arabieren, die de koning van Ormus Het eilant JAREK. van Zulfa, op de kufte van Arabie gelegen, doen komen had, daer zy Zeven "T\ Rie mylen van de kuft van Arabie, ten Zuide van het eilant Orjaren te vore komen woonen waren, mus , en ren Qoften van het eilandc na het oorlogh van Bndel. Want voordien tijt hadden zy in het geberg- Kechmiche,leit een ander onbewoont te van Hamadt , i n het lant van Mogo- klein eilanc, Larek geheten. D'onzen, die van wegen d'Ooftinftan gelegen , hun verblijf gehad. difche Compagnie te Gamron hun \Vaerom deze Arabieren t'Ormusgeverblijf nemen, hebben aldaer, dicht meenehjk Hamadizas genoemt worbyeen poel,eerPtuin gemaekt: alwaer den. de herten en verkens, die aldaer i n Deze Arabieren bewezen voor de Portugefen een ongemeene kloekmoe- grote menighte zijn, komen drinken. Zy houden aldaer ook hoenders en digheit, in het belegh van Queyxome, en deden eenige uitvallen , en daer fchapen, en deze plaetfe tot hun luft en door vele Arabieren, die in 's vyandts vermaek-plaetfe. veltleger waren, fneuvelen. Hier mede zal ik Gamron en het eiD'Engelfen kregen de plaetfe in lant Ormus, &c. laten beruften,enmy handen, en beloofden den bezetrelin- weder ter reize begeven. gen veiligh na de ftadt Maskate,opde Na ik dan weder de lading ingenokufte van Arabie, onder het gebiet der men , en my tot de reize verveerdight Portugezen gelegen, te voereft,dewijl had, ging ik den tweeden van) Zomerzy hen niet na Ormus wilden laten mermaent van Gamron t'zeil, en vergaen : hoewel tot grooten misflagh : vorderde de reize voorfpoedigh lngsnaerdien dit getal vanonnutte volken de Malabaerfe kuft, nahet eilant Ceymeer was om de ongemakken des lon, alzoo men het gantfeh lant moft kafteels van Ormus te vermeerderen, omzeilen, om aen de kuft van Koroals verminderen. <j5> mandel te zijn. En dewijl ik brieven Des D'Engelfen evenwel, uit vreze van mee had,diede Commandeur o p P - Schnee tijtteverliezen, zonden hen in twee to Gale, eene ftad van Ceylon, moft ZZlyParachen te lande op het eilant Ormus, hebben, zoo beftelde ik die, daer ko- van waer zy recht na het kafteel toe mende, met een inlantfch vaertuigh, liepen. zonder aen lant te komen. O Na
,on

,0t G E D E N K W A E R D I G E Na wy ons water ingenomen, had- j verfcheide bolwerken gefterkt. Eertijts ftonden onder het gebitdt den, verftont men, dac alle de fchepen re Pnfo Pet o by een komen moften: derzelve ftad over de dertigh dorpen alwaer de heer Rijklofvan Goens met of vlekken. Hec iseenvan derijkfte zeehavens een leger gereet la^h,om de ftad Sint Thomas , of Jhomee te belegeren, daer van gantfeh Indien : dewijl zy: byna in het midden van alle de voornaemfte wy mede na toe gingen. Wanneer hec oorloghs-tuigh en al havensvan die geweften leit: endienhet gereetfehap voor den treyn o f na- volgens de bequaemfte van allen tot fleep van 't leger ingefcheept waren, den Ooftindifchen koophandel is. endekrijghsknecluen gereet ftonden, Deze ftad had onder de Portugefen om aen boort te gaen, 2,00 verftont eenen Biflchop, die onder den Aertsmen, dac de Portugezen St. Thomas biflchop van Goa ftonc: maerte vore aen de Jentyven ,of heidenen, hadden was zy onder het bisdom van den Bifverkocht en overgelevert: waer door fchop van Koetzijn. Ten tijde van de Portugefen was in die tocht achter bleef Voorts ging ik na Jafenepatnatn, en de ftad een kerk van S.Francois,die by beftelde hec gene ik aldaer ce doen de Kapuijnen bezecen wierc: alsook had. een kerke vanS. Jan, en een van S. Mastad S i n e De ftad St. Thomas leit op de hoog- ria: daer in d'ongeloovigen onderweThomas. te van ontrent twalef of derrien en zen en gedoopr wierden. Buiren de een halvegraet, Noorder breete, 26. ftad ftont eene kerke van Sr. Luce. In Duitfche mijlen van Negapatnam, de ftad hadden de Portugefen een kloenanderhalve vanden ftroom Ganges' ftervan Bermhertigheit,eneen van St. en de kaep van Komonjn , en een ; Lazarus: beneffens drie anderen. Dejefuicen hadden aldaer een Coldaghreizc,of 5.mijlen zuidwaerts van 'Pahakatte, op de kuft van Koroman- legie-hu s, die zieh daerin grotengedel ,en dicht op denoevervan de zee. tale onthielden : waer in de kinderen De ftad St. Thomas wierdt anders der Portugefen, en die van voorname Kalamina, en by's landts inwoon- Malabaren, of Badagers,onderwezen ders Mchapor genoemr. Maer de Por- wierden. tugefen hebben haer den naem van St. Beneffens het Collegi-huis was onThomas gegeven, ter eeren van dien der de ftad eene parochie, dewelke Apoftel: gelijk zy noh heden door over de vijf duizent Kriftenen begantfeh Indien , niec afleenlijk by de greep;die van t heiden- en MahometsKriftenen, maer ook by d'Indianen en dom door de Jefuiten tot het KriftenMahometanen aldus genoemt wort. dorn bekeert waren. Meliapor bediec eenen pau. Waer Des jaers zeftien hondert en vier mede d'inwoonders, die haer dezen wierden'er hondert en twintigh door naemgaven, hebben willen te kennen den doop toc de Roomfche Kerkebe* geven, dat, gelijk de pacu de fchoonftc keert. van alle vogelen gehouden worc,alzoo Men ziet'er de beruchre kerke van ook deze ftad in fchoonheit alle ande- Sr.Thomas. Want die zou, zoo de re fteden van 't Ooften overtrefr. Portugefen zeggen, aldaer geftorven Eenige houden de ftad Sc. Thomas en begraven zijn : gelijk zy ook noch Meliapor voor de gene, die by Tto- zijn graf ten huidigen dage in-het hanlomeus Mapura genoemt worc. gen van het geberghte, boven de ftad Zy lagh by ouds gantfeh verwoeft, bewaren, datinhecvoorbeyzeilenkan maer de Portugefen hebben die des gezien worden, en boven met een kajaers vijftien hondercvijf en veertigh pelletje overbouwt is. Dicht by hec Collegie-huisftaetop , herbou wt. Sedert heeft zy zoodanigh toegenomen, dat zy namaels een der eentamelijkenhoogen heuvel een ka-anSint ^ fraeifteftedenvan Indien wierdt, zoo pel, daer in d*Apoftel Thomas, zoo in prachtigheit van gebouwen, als men zeidt, gewoonelijk ter bede ging. door de menighte van treffclijke in- De Jefuiten hebben deze kapel,eenswoonders. deels uit eerbiedigheit tegen deze Deftadis met een fteenen muur cn plaetfe, en ten anderen,om de godsvrucht
K3pe T

ZEEen L A N T R E I Z E . tof vruchten yver derbeevaerderste ver- vier kolommen ruft, overdekt. noegen en verlieren: want zy hebben Daer en boven is deze kapel met vergulde yzere trappen aen de plaetfe andere cieraedjen verrijkt, om de doen maken: waer in d'Apoftel, naer godsvrucht der genen t'ontfteken, die men zeid, plagh te bidden. deze plaetfe komen bezoeken. Hetkruis,in een fteen gehouwenj Het hout van het kerkje of kapelleten zeer oud, naer het fchijnt, ja dat ge- je worc, alseen heilighdom, in gout en houden wordt al ten tijden der Apo- zilvert gevat en wegh gevoerr. ftelen uit den hemel neergedaelt te W y voeren voorts, dekuftlangs,tot zijn, hebben zy met een geweif over- aen de ftad Negapatnam, om aldaer flagen, en den bron, uit eene fteen- eenige pakken en koopmanfchappen rotze (bringende, met een dak, dat op in te nemen. N e g a p a t a n , ^ N e g a p a t n a m .

een koppel-woort, cnzoo veel' met weerbarepuntcn, en rontom met gezeidt als Slange-ftadt: want Naga | water-grachten gefterkt. Ookiszyna heeft in de Malabaerfe tale de beteke- hare grote tamelijk bevolkt: hoewel nis van eene Hang: enP atnam of de meefte inwoonders bruin van kleur Patan, bediec eene ftad. Men zeidt zijn,als Meftycen en Kaftycen. Meftydezeftadalhierom alzoo zou genaemt; en zijn de genen, die van Portugefe zijn, dewijl in dien oort,en rontom de J vadersen zwarte moeders geteeltzijn: maerKafty$en,in tegendeel,van zwarftad, vele vergiftige Hangen houden, te vadersen Portugefe moeders. die de Portucefen Cobras Capellos, Men heeft'er ook Benjanen en datis, Hooft-flangen, noemen. Moren, of Mahometanen, die onder Deze ftad leid op de hooghte van negen graden en drie Vierde deelen, alled'inwoonders den grootften hanen met hare kaep of uithoek ontrent del drijven. Des jaers zeftien hondert acht en Nrelf graden, Noorder breete, voorby vijftigh, den drie en twintighften vanvlote verde klippen van Romanankir, by na recht tegen over het eilant van Manar, Hooimaent, wiert de ftadt Negapat- vaerdigcj en tegen over Tripalikorin, drie mylen \ nam met verdragh by d'onzen ver-p ^^ van de ftad Tranguabar, en ontrent ne- J ovcrt: ' t w$lkfich,volgensde gehoude vsrovcrei gen en dertigh mylen van de kaep van dagh-aentekeninge, aldus toedroegh. Komorynjdnetde kuft van Bnagaren Jan van der Laen, als opper-bevelKoromandel begint, en op de zec-kuft. hebber der Nederlantfche knjghsDe ftad Negapatnam ftonr eertijts macht,trokop Vrydagh, den negenonder de Poxrugefcn, hare ftichters, ticnden van Zomermaent des zelven die aldaer ook een fraei kafteel beza- jaers, van de ftadt Jafenepatan, op ten, Ragiu genoemt, dat zy doen bou- het eilant Ceylon gelegen, onder gewen hadden, uit vreze van door den leide van den Heer Rijklof vanGoenSj Naik of Neyk, de heer des lants, over- Admirael veltoverfle, tot ontrent een kanon-fcheut buiten de ftad, en vervallen te worden. # Men had'er toen vele kerken, en in- vorderde zijne reize na Punto da zonderheit een kloofter der geeftelij- Pedra, daer hy ontrent des avonts tert ken van d'orde van Franciskus, die anker liep, en vand alle de kleine jachdoor d'edelen en andere rijke burgers ten en vaertuigen, als Workom, de Morgenfter, Manaer, de Waterpas, onderhouden wierden. Noch heden zijn'er fraeie kerken, Narfapor, 'tgaljoot Amfterdam,cn en groote oude gebouwen en huizen, de floep Japara, tot de tocht vervaermet kamers, zalen, vertrekken en gal- dight: behalve het jaght de Duif, dat, deryen, na de Portugefe wijze ge- by gebrek van water, aen den grondt vervallen was: desgelijx was het jaght bouwt. Onder het hajs der Jefuiten ftont de | Workum aldaer gebleven, door het kerke van Tranguabar. \ fpillen van drie ankers. O i De
: Ianl 1 6

Egapatan of Negapatnam, is\ De ftad is heden tamelijk fterk ert

108 C E D E N K V A E R D I G*E De vloot wierdt aenftonts met zoo [tigden,voorzien met volkomen maght vele beeften, en andere ververfchinge engezagh,om teverdragen,aen boort van den Opper-bevelhebber van der voorzien, als men kon bekomen. Den twintigften quamen de jaghten Laen verzocht. Dit namen zy aen des terGoes,deDuif, en Workum voor volgenden uchtens vroeg te doen: en Tunto daTedra, mee ten anker: en verzochten derhalven de floep weder wierden des anderen daeghs alle de mochte komen, om de gemaghtighSoldaten uit de vaertuigen overge- den af te halen : uit oorzake zy gene fcheept, die op 't jaght Workum wa- vaertuigen ("alzoo de Jentiven meeren befcheiden. Voort deed de Fif- fter van demondt der reviere waren ) kael Lukas van der Duften de monfte- konden uitbrengen. ring: en beftont het knjghsvolk, in Den drie en twintighften dan des Portugtfc ontrent 500. man,verdeilr in elf ven- uchtens voerVerduflen met de floep f?$* dels: behalve het bootsvolk. en vrede-vlagge weer na lant, benef-komen" Allenden fchippers,by vanderLaen fenstwee vendrighs , en bracht m e t ^ aen boort gekomen,deed hy voorhou- zieh van lant aen boort Manuel Kar- fud den, wat hen te doen ftont, en waer na valho, jefuit, Louis de Quint al y<*r- a zy zichtereguleren hadden. H y beval 'fire,Diego Berifero, hopmannen: en hen ook byzonderhjken, wanner zy \ ^Antonio d Almeyde, luitenant, met voor de ftad Negapatan zouden ge- geloofnis-brieven en volmaght van komen zijn, en van 't jacht ter Goes het Portugeefch Opperhooft en zijeen witte vlagge zagen waeien, zy nen raet, om de ftad Negapatan op echterde Prinfe vlaggen zouden blij- eerelijke enredelijke voorwaerde aen ven laten waeien. De komfte voor de NederlantfcheOoftindifche MaatTunto da Tedra, en wat zieh zederc lchappy over te leveren. het vtrtrek van Jafenepatanhadtoe-\ De voorwaerden, die zy zelfs ontgedragen, verwittigde van der Laen by wierpen, waren deze: brieve van den een en twintighften aen Dat hen een kerk ingeruimt, en geeden veltoverfte Rijklof van Goens. ftelijke perzoonen, tor bediening van Ten zelven dage ging de vloot on- die, re verblijven zoude toegeftaen Komt der zeil, en quam des morgens, den worden. voorde twee en rwintighften, ter reede voor 1 Dat den inwoonders vry zou ftaen ftadNe-de ftad Negapatan: alwaer zy de jagh- naer Bengale te mgen vertrekken. gapacan. ten Pipelen en Narfepour vond leg- i Dat degoederen,den armen behoogen, eneen Deenfche floep. rende, by henluiden zouden mgen Voorts liet van der. Laen de witte mede genomen worden. vlagh van't jaghr ter Goes waeien,en Eindelijk overquam men de ftad zond den Fiskael Lukas vander Duflen, Negapatan op deze volgende punten ' en drie bevelhebbers en eenen tolk, overre leveren. Dieby met eenfloepen een vrede-vlagh, beUit den naem en van wegen zijne d'onzen neffens brieven van geloofnis, aen hec Majefteic van Porcugael op den vier <iopgeeift Portugeefch opperhooft der ftad Ne- entwincighften van Hooimaent, des vort. gapatan, Ka>ar Alfonfo de Karvao, Woensdaghs, in de macht van de Neen zijne raet,aen lant,om dezelve ftad, derlantfcheOoftindifche Maetfchapin den name der Nederlantfche Ooft- pye de ftad Negapatan, met zijne onindifche Maetfchappye, onder rede- derhoorrge gebiet en gerechtigheden, lijke en gunftige voorwaerden,op te neffens al het gefehlt, krijghstuigh, eiflehen. en wapenen, die tot befcherming der Des middaghs quam de Fiskael ftad gedienten gehoort hebben, over wedervan lant aen boorr, met verflag, te leveren: als ook alle defleutelender hoe het opperhooft en fijne raet nie- huizen en kamers', of de plaetfen, daer mant anders als zijnen perzoon enden dezelve zouden mgen opgefloten tolk had willen binnen laten komen: leggen. doch hy was zeer minnelijk ontfanDien volgens aenftonts zoo veel gegen,en hem inradegehoor verleent. wapende perzoonen van de MaetHy had metalle bedenkelijke beweeg- fchappye in te laren, als men gelieven, redendeftad opgeeifchr, engemagh- en by het Portugeefch opperhooft verftaen
g 0 0 tel 1 Gaet ovcr ? m e a v dras

Z E E en L A N T - R E I Z E. iet> ftaen zal worden, ror verzekering der Hierop trokken den vier en twinMaetfchappytebehoren. Vangelijken tighften op den middagh zeven benalle de goederen en koopmanfchap- den Neerlanders,en cen Bandaneefchj pen,dietot de heerlijkheden derkroo- nevens den Modlicr van Negombo, ne van Portugael behooren, over te le- cn zijn onderhoorige Laskaryns, rer veren. ftad in,om allepoorten teverfien.Men De Portugeelche krijghsbezett ing, liet de Portugezen, van de bolwerken, in de ftad leggende, zal met flaende met vollen geweer, ieder na zijn huis trommel, brandende lonten, kogels in ten gaen. de mont, zoo verre mgen trekken,tot Men deed ook een ftreng gebod deplaets, haer by den opperbevelheb- uitgaen, geenovcrlaft aen d'ingezeteber van der Laen aen te wijzen, en al- nen te doen: 't zy met roven of weghdaer voor de ftandaert der Maetfchap- nemen van eenige goederen, op pene py ontwapent worden. Behoudens van de koorde. dat de hopmarinen en andere bevclD'opperbevelhebbcr vander Laen hebbers, tot vendrighs toe, zullen bc- vervoeghde zieh in perzoon ook der- Laen houden hun zijd-geweer, en daer mee waert: cn wierden hem door het P * ^ ^ " vertrekken. tugeefch Opperhooft, dat ziekelijk Alle ingezetenen, zoo geeftelijke was, en aen de poortehem quam verals werelthjke, getroude en ongetrou- wellekomen, de fleutelen der ftadtsdcperzoonen,zullen vryen onverhin- poorten overgeleverr. derc blijvcnfitten,enbezitten alle hun- Voorts bezichtighde vander Laen ne goederen, uitgezeic wapenen, zoo de bolwerken,fteldeop alles noodige wel huizen, als gout, zilver, koop- en vereifchtc orde, en belafte den ftemanfchappen,flavenenflavinnen,tot delingen des namiddaghs ten vier uu- ^ den laetften van Herfft- of Wijnmaent ren re verfchijncn voor het konings- orde. des zelven jaers: als wanneer dezelve ofrechthuis, om aldaer, in gevolge met bequame fchepen van de Maer- van het verdragh, de wapenen neer te fchappye zullen verzien , en daer leggen, cn ontwapent te worden: gemede, tot kofte der Maetfchappye, lijk ook gefchiede. naGoa,ofbenoorden van daer, verDe gewapenden beftonden in drie honderr zes en zeventigh koppen,vervoert worden. Aisdan zullen de geeftelijke in vrye deelcin zeventien benden, zoo blaneigendom vermgen met zieh te ne- ken, Mefticen alsToepaflen, zonder men en vervoeren alle de kerk-ieraed- onder hen iemant was, die des konings jen, kerken-gewaet, en artgeen tot belooning genoot: maer waren alle den kerken-dienft behoort, uttgezeit burgers en inwoonders. de klokken: desgelijxalle d'onroerenHet gefchut, in de ftad bevonden, degoederen, die hentoebehoren. beftontin acht en twintigh metaleen Van gelijken zullen dewcreltlijke, drie en vijftigh yzere ftukken , zoo zoldaten en vreemde koopluiden, nie- grote als kleine, inachtduizent pont mant uitgezondert, met zieh mgen pont buflekruit, ront fcherp, cn ander nemen en vervoeren alle hunne onroe- oorloghs-tuigh, nagelang : achtien rende goederen, gelt, gout, zilver, klokken, tien grote en acht kleine. kleinoodjen, flaven, flavinnen, niets Ter zelver tij t, als d'onzen daer voor uitgezonderc, zelf hun koopman- quamen, wierr Negapatam door den fchappen, mits die fijne Majefteit van Kapado Nagape van wegen den Ney k, Portugael niet toebehoorende. de beer des lants,bclcgert en befchote. Den blanken Portugefen, ten dage Wanneer nu de ftad by d'onzen van hun verrrek uit de ftad, zalmen verovert was, deed dees Kapado verhun zijdgeweer herftcllen , om met zoeken binnen te komen,om wegen den onverwachten overgang der ftad zieh te vervoeren. Het opperhooft Kafpar Alfonfo de te fpreken. Ditftondmen hem toe: en Karvalho wiert vergunt met zijn ge- Hybraghtopfijn verfchijnen vele hiheel gezin, in plaetfe van na Goa, te ftorien en onfatfoenelijkc redenen van vertrekken ter plaetfe, daer het hem klein belang by. Dan het voornaemfte was, dat de ftad en de Portugefen gelieven zou. O 3 den
V a n d t t e 3 s o f s

iro G E D E N K W A E R D I G E den Neyk datelijk zouden overgele- met volk, en van alle oorloghsbehoefvert worden, of die zonder des Neyks ten verzien, geduurighlijken voor verlof niet vertrekken, om aen de zel- de bhaar van Negapatan te houden: ven fijn voorwending te vcrhalen,over 't welk hy alleenelijk met cen klein eenige achterftallige betaling : want floep je vervolght had. Den zeven en twintighften verzonder dezelve zou de N eyk niet kunnen Werden vergenoeght. Dit floegh fcheenin de ftad Negapatan de Kapavander Laen met alle beleeftheit af, do Nagapa,doox den Neyk uit Manieen bstuighde groote genegentheic te goul, afzonderlijken met een Ola of hebben, om met den Neyken zijne brief aen den opperbevelhebber,}ohan onderzaten in alle vrientfehap te leven van der Laen, afgevaerdight: by den en handelen : maer niet te kunnen welken de Neyk zieh zeer misnoeght verftaen, zoo welingevolge van het toonde over het in nemen der ftad Ne-, Kriftelijk geloof, als gemaekt ver- gapatan. De briefluide aldus. dragh, tot dit zijn verzoek. En alzoo de uure van ontwapent te T N het jaer Welenby,den zeienden B worden, verfcheenen, en de bezetting * dagh. A f f y Para Neykzend aen den al aen het trekken was, noodighde Hollandfchen hopman Moor deze zijnedaLara. vander Laen den felven Kapado,oin te letteren: waer byik doe verendigen, betuigen alle vriendfehap, totaenzien hoe de Portugefen uit Negapatan in der zelve : het welk hy met eenige tien of twalef jaren tijts niets aen my aengenaemheit aennam en by woonde. hebben opgebracht, en veel ten achteren D'ingezetenen baden en fineekten zijngeraekt. Te dienernde heb ikmijn zeer, om na Bengala, in plaets van na veltleger voor de ad Negapatan doen Goa, vervoert te worden : waer roe trekken, om dezelve te beoorlogen: ook Verlaen ,om van hen ontfhgen te zijn, voorts de ad te doen echten, en alle beloofde, in hunne gunfte, aen den de Portugefen, na die t'ondergebraght vekoverfte en Admirael van Goens te te hebben,onder mijnegehoorzaemheit, gelijk voor dezen gedaen, blijven woozullen fchrijven. Den vijf cn twintigften deed van der nen. Dies heb ik alleenlijk UE. om byflant Laenby rrommelflagh, op pene van te verliezende krachte van het gemaekt ter zee verzocht: naerdien ik met de verdragh, uitroepen : Dat ieder, zon- Maetjchappy in vrientfehap a. Dan der aenzien van perzoon, zijn geweer nu is myter ooren gekomen, hoe UE. ophet ftadthuiszou leveren. Ditge- met de Negapatnafe Portugefen verfchiede des anderen daeghs,en was men dtagen, zijt: en zyde ftad aen UE. byna den gantfehen dagh daer mede hebben overgelevert: *t geen ons niet wel behaeght. Ghy hehoorde, om de bezigh. Midlerwijle bleef het volk van den vriendtfehap fonder houden, ons eer Neyk in hun belegering volherden: dat des verwittight te hebben : zou dan fchaersheit vanlevensmiddelen onder alles wel gedaen hebben. Der halven d'onzen veroorzaekte. D'onzen wa- moet ghy de ad in handen van mijn ren te Tranguabar, een Deenfe ftad, volk doen overleveren. Wanneer dan zeer beducht voor grooten oproer en ghy eenen van uw volk tot my kondt aenval van den Neyk : en braghten zenden,ommetmy te fpreken , ik zal daghelix vele pakken kleren, als ande- die van de Maetfc happye alle eere en re goederen, in de vefting Danisburg: vrientfehap aendoen: ook in alles verwant men voor vaft zeide, dat Warda- genoeging geven, om voort aen in ttUe rasje Turmal, van de grenfen des vriendtfehap te volherden. Ofander* ofTan- lants van* Tansjouwer by zekeren Ola fints, anders doende, zal het niet wel jaor. f brief van dezen Neyk op ontboden gaen. Doch alzooghy verandige luiwas, om de ftad Tranguabar alle moe- den zijt,zoo twi)feien wy hier niet aen, ielijkheden aen tedoen: onder voor- ofzult de ad in handen van mijn volk geven van deze reden. Het opper- overleveren. Ten welken einde, om hooft der Deenen, Esbek Andriefz. getuigen daer uit te zien, zende ik (die toen ten hovewas_) zoubelooft mijn Kapado Nagapa. hebben drie kloeke jachten, wel bezet
fief a e n vJn 0

Z E E en L A N T - R E I Z E . nt Den Ola of brief van dezen Neyk,j Laen ,bybricve van den negen entwinbm alle aenftootelijkheic voor te ko-J tighften van Rijklof van Goens, debemen, beantwoorde van der Laen in de- krachtiging des verdraghs: teffens orzen zin. de van de Portugefen,die hec verzochten, ten getale van hondert en vijftigh, DDla aen ons, door uwe Hoogheit s na Bengale te verzenden, om hen des gezant Nagapa, gefchreven, heb teeerder quijtte zijn: alzoo zy den onbrief xnikmetbehoorlyke flechtigheden, door zen voor eerft minder quaet konden d e n N e y k ^ / j~ ^ kanon-jcheuten, eer- doen. biedelijken wel ontfangen: ook den inDe zaken van den Neyk riedt van houdt en uw Hooghey tsvoornemen wel Goens door gefchenkenen verecringen begrepen. te vereftenen : maer zoo hy onredelijk Daer op weder tot antwoort dient: bleef, hem te landewaerts in wegh te Eerelijky hoe ons de Portugen de- jagen: hoewel zijnen gezanten allen zegeerktead Negapatan,op ons aen- goetonthaelaen tedoen, enteverzekomenalhier, zonder eenig tegenweer, keren, dat hy in weinigh dagen daer met zoodanigh verdragh, als tuffchen zou z i j n , om met zijne Hoogheit alle elkanderen ts beraemt, hebben overge- gefchillen effen tc ftellen. Dan zoo gelevert: dies wyookgenootzaekt zijn, hy eenige nader vyantfehap op de ftad volgens krielijke oprechtigheit, dege- gebruikte, niet meer dan inftaetvan maekt e punt en t'achtervolgen: dewijl befchermingte blijven, en tegen zijn wy, zonder uw Hoogheits nadeel, onze bedrijf by gefchrift aen te tuigen. vyanden,de Portugefen, waer het zouMidlcrwijle bleef de Neyk noch in de mgen wezen,of knnen begaen, alle het volharden van zijn aengevangen doenelijke afbreuk trachten aen te werk, cn dicht onder de ftad tot aen de doen. Derhalve hope, de vrientfehap gracht leggen, en nam in maght en tuffchen Uwe Hoogheit ende eJMaet- ftoucheit meer en meer toe: waer uic jehappy daerom onvermindert te zul- groote fehaersheit van levensmiddclen blijven. Te meer, aengezien het lcn ontftont. verdrijven der Portugefen onlangs in Den eerften van Oogftmaent be- . het landtvan den Ntykvan Madure: quam van der Laen tyding , hoe de den Neyk beneffens in andere landen en koningrij. veltoverfte van den -Neyk, voor de j" ken, de Maetfchappy niet qualijk afge- ftad Negapatan in bezeting leggende, nomen isgeworden:dies vertrouwen wy eenOla -of brief van den Neyk aen van va, deze ver kregen zegen uwe Hoog- Goens bekomen had: en verfcheenen heit mede wel behagen zal, ter oorzake des namiddaghs drie perzonen van wyhier door meergelegentheidt hebben buiten ten dien einde binnen de ftad, bekomen,om den handel der Maetfchap- met verflagh van het aenkomen van pymeerder,alsvoorhene, in uw Hoog- den Ola,en de fchenkaedjen, met cen heits landt uit te breiden: waer van te verzoeken van ordete ftellen,omdie Uwe Hoogheit niet, als alle voordeelen met alleeerbiedigheit t'ontfangen. Ten dezen einde zond van der Laen te verwachten heeft. Ondertuffchen hebben wy uwe Hoogheidts meeninge, datelijken Hopman Wafch, met een door twee afgezondene jaghten, door bende Nederlantfche krijghsknechden Fiskael aen de hooge Gemaghtigh- ten, en den Modiiar van Negumbo: den , na Jafenepatan doen bekent ma- beneffens een vendel Laskarijns, buiken : daer van wy alle uuren het ant- ten de poorte aendezelvcom hen alle woort verwachten : het geen daer op te eerbiedigheit en hec loflen van drie volgenaet,wert uwe Hoogheit in al- ftukken gefchuts t'ontfangen. Z y bleven alle aldaer tot aen denales, zoo veel moghelijkf vergenoeging gedaen. vonc: als wahneer een uit het heirleger in alle ftilligheit by den Modliar verfcheen, enhem in de Singaleefche Hieren tuflehen was Kamerapanijk by dezen Neyk in groote ongunfte tale, om van andere niet verflaen te geraekr, door het aenraden van Nega- worden, berichte: dat geen Ola noch vercering van den Neyk gekomen : patan te belegeren. Den dertighften ontfingh van der maer alles bedrogh was: en niet anders" diene t 0 en v a n r t e e Brie( V j n v La

i Ii G ED E N K W A E H D I G E diende,als d'onzen door dat middel ruften: wsmt d'een verbeelt een fprin* op het velt een ftuk weeghs buiten de gend peert, en d'ander wat anders. Demuuren zijn van grooteblauwe poort telokken,en dan t'overvallen: 'r welk, alzoo ons volk maer buiten de fteenen gemaekr, die verre uic het poort bleef ftaen, hen in hun voorne- landt,en met groote fchranderheit men verhindert wierr.Op welk verflag en kunft op malkanderen gebraght de hopmaij en de Modliar met hun zijn. Ind'Indiaenfche tempels is zelden volk weder na de ftadkeerden , zonder toen verder van den Neyk tehoo- meer lichts, als door de deur-fchreef daer ingaec, en door een gat in den ren of verftaen. Op 't jaer zeftien hondert en zeitig gevel. Dies zy van binnen eer eene in Herfftmaenr, had deze Neykvan duiftere moortkuil, als een heiligh huis Tanjowwber de ftad weer belegert, uit gelijken. Ik trad binnen in de pagode, daer in oorzake hy eenigh onbenoegen tegen d'onzen opgevat had, zonder hy door lampen hingen te branden, en klom by eenige reden tot het aftrekken te be- eene houte trapop, om uit het gat van wegen was. Maer de Neerlantfe krijgs- den gevel het lant t'overzien. Boven ? n i g h e bezettelingen vielen ter poorten uir, aen'tdak zaten duizenden van groote m en velden ontrent vier hondert man- vliermuizen, die, wanneer zy my ge- 'ernen ter neer. Waer door hec onder- waer wierden, met zulken groten menighte toefchoten, om uit het gac te ling gefchil bygeleit wierd. Des volgenden jaers ftont de Neyk geraken, dat ik geheelen al daer onder verwert raekte, en niec wifte, waer ik opnieuws tegens d'onzen op. Hetlant rontom brengt rijftinzul- my bergen zou : wanc zy hingen op ken overvloet voorr, dat d'inwoon- malkanderen als by zwermen: zoo ders die te koop.na verfcheide geweften daeik mec groote moeite uic de deur geraekte. vervoeren. Deze vliermuizen zoeken deze Men heeft'er veel licht vrouwvolk donkere fchuilhoeken en gateti, om en roftianen. Niet verre van de ftad ftaet eene dac zy de heldere ftralen van de zon Tempel pagode of fteenetoren, of heidenfehe niec kunnen verdragen. Tzina. Na wy gereec waren, gingen wy wetempel, T-s/Vwgenaemt, die hren kruin zeer hoogh in de lucht fteekr. der t'zeil lngs de kuft, die vlak en zanZoo men d'inwoonders gelooven digh is, en quamen den vijfrienden van magh, zou de duivel dentoren op ee- Zomermaencop Paliakatte, daer wy al onsgour cn zilver, dat wy inPerfien Paiiaiatnen nacht gebouwt hebben. Aen de Noortzyde leit eene treffe- hadden ingenomen, loften, en aen * lijke voorftad, die met vele pagoden het opperhooft Laurens P i t , volgens of heidenfehe tempels en kapeilen de befcheiden,overleverden. D'Ooftindifche Kompagnie heeft verrijkt is : daer in afgoden beeiden van efen vervaerlijkegeftalte} hoewel tot Paliakatte een fterk fort of kafteel, flechts van klay-aerde gemaekt, te genaemt Geldria, mer vier bolwerken Kafteel van gehouwen fteenen opgemetfelt, ' pronk ftaen. die zeer weerbaer en fterk zijn ,dat zy Dus verre van Negapatnam, Vertrck W y vervolghden voorts onze rei- al zedert her jaer zeftien hondert en ncvan NenaPaa- ze na de ftad Paliakatte, en quamen gentien bezeten heeft, en by noodige gapatnam tot aen d'oude en hoge pagode Tyripo- voorval en gelegenthciczou geftight Pagode peliri, die binnen een fort, een weinig zijn.Buiten het kafteel leit een negerye oftempe landewaert, in ftaer,en ik, om zijn out offtad, dienadelantzydemctcenaerTyripo- en antijks gebouw,gin^ bezichtigen. denwal gefterkt is: maer wort fleght peliri. Hec is eene oude heidenfehe tem- en fober onderhouden. Doch binnen pel , wiens gevel vol kleine beeltjes is het redelijk dicht mec hooge huizen is, die met groten konft en arbeic uit- betimmert. D'inwoonders zijn ten deele Holgehouwen zijn. Daer is een muur rontom met eene galderye , dewelke landers , en ten dele Jenty ven of Heimet grote zerken bedekt is, die op pi- denen. De laefte erneren zieh meeft larcn, ieder van een byzonder beeide, met het maken en verkoopen vankatoenen
Heeft t Vinvl Komt a tcn Gcldt11 r

A N T - R E I Z E. 113 en toenenlinnen : want het katoen, dat boefem,Suratta,Goa, Malabara, Sulandewaerts in met groote menighte matra, en Malakka; wart, geeftaldaer groote handeling : Vifch is te Paliakatta in overvloet, en worden daer van verfcheide foor- en ander hjfcocht wort'er genoegh uic tenvan knftigh gefchilderde kleden het lant gebracht. Na wy hier onze zaken befielt had- vertrek gemaekt De rijs, die aldaer te landewaerts in den, vervorderden wy onze reize na van Pawalt,wort inovervloet,met andere gra- de groote ftad ^Mafulipatnam, o m , nen,alle weeks aen de merkt gebraght. beneffens verfcheide koopmanfchapBy hec kafteel loope een re vier, die pen , hout'en andere ftoften , tot pin den regentijr hoogh is, en een diep bouwvande veftingen >op Paliakatta gat fchuurt: zulx men mec vaertuigen te brengen. de koopwaren uit de fchepen kan aen W y lichten den twintighften van lant brengen. Des zomers droogt defel- Hooimaent het anker, en quamen met ve meeft uit. Dan moetmen de goede- goeden voorfpoer, den twee en twinren derwaerts dragen: het welk moeie-' tighften voor Mafulipatnam ten an- Komen lijkvalt. Zy heeft overvloedelijk vifch, ker. Ik voer dien zelven dagh aen [ ? inzonderheit herders, die des zomers lant, en ftelde voorts op alles orde om " veelfterven,maer bytijts gevangen en te loflen, en onze vrachtin te nemen. dan gedroogt,werden overal vervoert. W y waren daghelix doende met het In Wijnmaenc begint aldaer het laden van verfcheide koopmanfchapNoorder Moufon, en duurt cor in pen, beftaende meeft in katoene linSlaghc-en Wintermaent zoo hert, dat i nen , en voorts om bouwftoffen van dan gene fchepen op de rede kunnen | timmerhout, als anders', in te nemen. blijven. I n Loumaent verndert het Dit duurde toc aen den veertienden Moufon, en wert wederom goet we- van Ooghftmaent,als wanneer wy weder zeilvaerdig waren, om te vertrekder. D'inwoonders der ftad Paliakatte ken, en t'zeil gingen. InwoonOndertuflchen had ik tijt om de d e r s v a n zijn meeft Meftycen en Kaftycen. P a l i a k a t t e Meftycen worden die kinderen ge- ftad te bezichtigen. De ftad Mafulipatnam leit aen den Befchrfjnoemt, welker ouders met buytenlanders getrouwe zijn: als wanneer een oever van de vlakke zee, en aen den V $ . r . ad MaHollander eenIndianin,ofeen Indiaen een Hollantfche vrouwe trouc. De kin- eenen arm van de groote revicr K isna fupatderen , uic zulkeen hu welijk geboren, geheten, weynige mijlen van Negena- * zijn Meftycen. Maer de kinderen de- patnam, en is rontom met water omzer Meftycen worden Kaftycen ge- ringt. Z y is dicht betimmert, en wort noemt. Aldus zijn aldaer verfcheide van allerleie volken bewoont, die alinboorlingen, inzonderheit die Thio- daer groten koophandel, inzonderheit. lengenoemc worden, aen Hollandtfe in katoenerMinnen, indigo, diamanvrouwen getrout:van gelijken ettelijke ten en andere edele gefteenten, dryHollanders mec vrouwsperfoonen der ven : want Mafulipatnam is d'eenighThiolen. Waer uit veel Meftycen en ftehandel-plaetfe des koningrijks van Golkonda. Kaftycen voortgekomen zijn. Aen de lantzyde,Noordweftwaerts ^ugk Aldaer woonen ook Brahmanvan de ftad, leit een tamelijk grooc nen, Benjanen, Penekayers of Thomiften, en Joden. Onder de Benja- binnen-water, daer over een brugh nen en Joden heeft men veel rijke van twee duizent en vier hondert treden lang geflagen is. I n 't midden ftaet koopluiden. een huis,voordengaenden en krnenDeftadis rijk van koophandel. Alle den man, om ce ruften. vier weken komt aldaer de Kaffila of Deze brugh ruft 0^ dikke palen, Karavane over lant van Agra, Goldaer fchalen, van oncrenr twalef of konda, Suratte enK-ambaia, engaet veertien voeten lang, op leggen, en is weder wegh. zonder lejming. Kriftenen en Moren fiepen ook Het is'er meeft moerafliig aen dien derwaercs hunne koopwaren over zee kant: daer de brugh met een over heeni van het Roo Meir, Perfiacnfchen zee- gemaekt is,ten einde men, als men
l u k a c t e i Mafui ipatnam n d c t Ty nam

Z E E -

over

G E D E N K W A E R D I G E II4 over het water is, voort tot aen het zyde is zoo vol geboomte niet. vaft lant kan komen. Wy vertrokken van Mafulipatnam, K o m e n De meefte inwoonders zijn heide- vervolghden onze reize, en quamen j j j * ^ nen en rijke koopluiden. den negen en twintighften wederom bc. De Mooren of Mahometanen, die voor Paliakatte ten anker. Perfiaenfche Mahometanen zijn hebDewijl nu rot Palliakattc verfcheiben daer ook een Metzfd of tempel, de koopmaufchappen waren die na die in het midden van de ftad ftaet, en Batavia moften gebraght worden, zoo met Witten fteen zeer antijks opge- vonden wy goet dezelve in tc nemen : bouwtis. daer ook datelijk orde op geftelt, en De huizen zijn alle van hout ge- met laden daghelix dapper voortgemaekt,en met pannen bedekt: want varen wiert. het is door den koning verboden, fteWanneer wy byna vol'aden waren, s c h e p e n nen huizen te bouwen , uit vreze van quam de fluyt het Perkietjc, hier o p dat zy dezelve moghten vaft maken de rede met tijding, dat de fchepen ^a* of verfterken. 't Huis te Zwieten, het Zeepaerr, de >m De inwoonders, als heidenen, gaen Beurs en Stadthuis van Amfterdam, baerfe^' met witte katoenen rokkengekleedr, de Rijzende Z o n , en de WaflendeM. gelijk de Mooren, en mettulbanden Maen, alleenlijk ten dien einde u t het ' ophet hoofe. Vaderlant met volk en allerlei krijghsZy eeten rijs voor broot, en drinken tuigh afgezonden waren, om de Madoorgaens water. labaerfe kuft re hclpcn Winnen. Daer is veelerlei vifch, als ook veel Die veroorzaekee aldaer in alle gehoenders,eenden, ganfen en verfchei- nomen be.fluiten en voornemen veranden wilc. dering: want ieder kreegh laft om zieh De Nederlantfche Ooftindifche by deze vi )ot te vervoegen. Waer op Kompagnie heefc eene wooning in de wy de ingenome lading weder lieten ftad: als ook d'Enge! fche, daer ieder loffen, om d'oorloghs-vloot meete zijne vhgge laet afwaeien. volgen : het welk met alle haeft geDeFranciskanen,diealle Portuge- fchiede Dies wy in i kort gereet wafen zijn, heboen'er een kloofter. ren tc vertrekken. Aen hec vaft lant zietmen een dorp, Wy gingen dan den tienden van daer de gouverneur, of over fte der Herfftmaent t'zeil na Kolombo : alftad, een fraei huis heefc, in welk hy waer de vergader-plaets was aengezieh by wijlegaec verluftigen. ftelr. De revier Kisna komt diep uit het Na dac wy t'zeil waren gegaen, en Riviere landr,en ftort met zijnen eenen arm XotPuntoTedro onze lege vaten met Kisna. ontrent vijf uuren beneden de ftad in drinkwater gevult, en branthout voor zee:doch 't is aldaer wat ondiep: waer- de kombuis ingenomen hadden, zoo om de reft na Mafulipatnam bruift, quamen wy den zevenden van Wijndaer het watdieper is. maenrvoor Kolombo ren anker,en waOver deze rivier by de ftadis gene ren voorts daghelix dcende,om den brugh geflagen: maer men vaertdaer treyn van t leger in te nemen. over mec vaertuigen. De Kommandeur Roothaes ftak De rivier Kisna is vifchrijk, en voet met zeven fchepen voor af,en wy ginvele krokodillen en andere water-of gen mer de reft van de vlooc mede zee-gedrochten, Zy wortzomtijts in t'zeil, den vijfden van Slachtmaent na den regen-tijt zoo hoogh, engrootof Cfrlanepare, een van de zeven zeebreec, datmen met fchuitendoor en dorpen op de kuft van Lffladure, om JJ^Jj over de (traten varenkan. Anders is daer alle t'zamen by malkanderen te M a n e zy des zomers dfoogh en ook laegh, en komen. P" voor de ftad naulix vier voeten diep. Joan van der Werf,Heere Symonfz. Een halve myle ten weften van de enik, waren over den gantfehen treyn wal is het laegh lant. Aen d'Ooft-zyde van oorlogh geftelt, om het opzichf, ftaen Palmiras-en Syry-boomen: daer zoo wel van ontfang als van uitgift te zieh op verfcheide plaetfen het ge-1 hebben. berghte achter vertoont. Aen de W t f t - \ Wanneer wy nu volkomengerecf,en van
u i th den ; verom J 1 te 8 ,

Z ' E E en L A N T - R E I Z E. itf van alles, dat tot zoodanigh werk ver- vallen, recht in den mont loopen. Daer eifcht wort, voorzien waren, zoo gin- wierdt dapper ter wederzyde gevoch* gen wy van daer t'zeil, en quamen den ten: en bleven van s vyants zyde meer zevenden van Wintermaent met de als hondert op de plaetfe doot leggeh: K o m t gantfehe vloot twee mijlen bezuiden behalven een groot getal gequetften. * AKO- de ftad Kolangoi Koulang ten anker.Aen onze zyde waren niet meer als voorii ftad Ko Na alle de Soldaten aldaer terftont drie dooden : maer vele gequetften, lang. aen lant gezet waren, om deze ftad te die voort verbonden, en na de IcheVero'e- belegeren, verliep ondertuflchen den pen gebracht, en met goede zorge gae ring d e r dagh met landen,en allenootzakelijk- geflagen wierden. hedenafre fchepen. De fchepen haelWy vonden in deze fterkte twee ftad Ko lang. den ondertuflchen zoo dicht aen de y zere ftukken, die datelijk vernagelt, wal, alsdoenelijk was. en d'aftuiten in ftukken geflagen wierDen achtften, na ons gantfeh heir- den. leger in flaghorde was geftelt, floegen Na deze overwinning wierden de wy weer op wegh, en trokken voort. poften overal bezet. Het volk zat, DeZwarten hadden een halve uure tot fchuiling voor de hitte der zonne, van de ftad eene vaftigheidt opgewor- onder't geboomre, om zieh wat te pen, daer zy dapperop onze jaghtqn verquikken en uit tc ruften. uitfehoten, hoewel met weinigh fchaNa verloopvan twee uuren, wanden : doch maekten daer door het neer een ieder het hert wat verfterkt ftrant zoo onvry, dat wy door het en gegeten had, 'tgeenbyhemoverbofeh moften breken, om de Zwarten fchoor, floegen wy in volle flaghorde vanachteren aen te vallen. ten ftrijde op wegn, na de ftad Kolang, De timmerluiden maekten de pas en trokken ter wederzyde voorby heervoor de veltftukken klaer, en hieuwen lijke plantagien, met hooge wallen en 't al onder de voet wat in den weg was: enge wegen. en de matroofen maekten de pas met De vyandt fchoot dapper van de fchoppenen fpaden eften. waterpunt: alwaer de Portugeefche Een weinigh in het bofeh voortge- vlagh afwaeide. Maer wanneer zy ons trokken zijnde, quamen wy opeene zooonverzaeghtopde muuren zagen kleine vlakte, daer op de linke handr, aentrekken, begonnen zy te verflaeuna ftrant toe, een kleinfteenehuis in wen, en namen de vluchc, en verlieten een dal ftont: al waer men ftant hield, de ftad, daer wy roen voort introkken. omwatademte fcheppen: dewijl de Een ieder wiert na zijnenftaeten ampt matrofen veel werks gedaen hadden, gehuisveft: en de Soldaten op de punom de ftukken door het gulle zandt, ten geplaetfr. lngs het ftrant te trekken, en daer Des anderen daeghs bleven wy ftil door gantfeh afgemat waren. leggen, om uit te ruften. Maer elk De vyant lagh aen de rechte zyde in (naerdien wy zoo eene voorname zijn voordeel, en deed een kleine plaetfe, met zoo weinigh moeite,inchergie op onzen voortoght, dieecr- genomen hadden} wierdt des te meer ftont orde kreegh om daer op in te Val- aengemoedighr, ja verlangdeflechts, ien. De Zwarten ftonden een gewei- om voort te trekken. dige chergie uit: maer namen op het Den tienden, des morgens, wierdt left na hunne vaftigheit de wijk. On- het gantfehe leger buiten de waterdertuflchen quamen onze veltftukken poorte gevoert,en inflaghordegeftelt. aen. Elk maekte zieh gereet om te Na dan de leeraer Baldeushet gebedt ftormen: t welk ook metzulken feile gedaen had, wiert ieder een door zijne woedetoeging, dat de Negros hunne bevelhebbers aengemoedighe , om vaftigheit verlieten, en met de vlucht mannelijk, totde voorftanr vanvaderhetzochrent'ontkomemmaer de mee- lanten godsdienft, te vechten: gelijk ften wierden doorfchoten. D'andere zy ook alle, ieder in zijn ampt, beloofquamen in 't vluchten om.Zy quamen den hun beft te zullen doen, en hun lecen kompagniemuskettiers van kapit. ven voor de Compagnie re wagen. Polman, die door her bofeh gebroken Daer op ging het geroep van't volk was, om defterktevan achteren aen te aen: waer onder ook de trommeis en P % tromJ

G E D E N K W A E R D I G E trompetten gchoort wicrden,om voort laden, onder, dat vele het loopen ver gaten , en verfcheide bleven leggen. terrekken. De Heer Ysbrant Goske voerdedc Door dit fterk tegen weer bieden, vervoortoght: de Kommandeur Root- dedighden wyons zoo lang, en hielhaes den achtertoght, beide twee def- den den vyanr zoo lang op, rot datwy tige en errate krijghshelden > die voor- ontzet kregen. De vyant dit verneinenhene blijkenvan hunne dapperheicte de, verliet ons, en het ons het veld behouden. Ter wederzijde bleven verWateren te lande gegeven hadden. D'Admirael, de Heer Rijklof van fcheide dooden, en wierden vele geGoens, Voerde de batailje of middel- quetft. W y waren ondertuflchen tot aen de toght. Wy namen verfcheide veltftukken riviere doorgedrongen, cn meefter van 't velt, en's vyandts meefte vaftigheit mee, om ons daer vante dienen. Hier moften wy weder door wegen geworden. Wy bequamen hier twee metale, en trekken,daer naulix vier mannen konden doordringen : al waer de vyant in twalef yzere ftukken, en zeven of acht een fort verft. hanft lagh. Daer op trok- yzere baflen. ken eenige kompanien na de rechte, en Voorts namen wy het koninglijk andere na de linke hanr. Dematroofen hof met een in in, zonder grooten cebraghten ftorm-gereetfehap aen : en genftant. Zoo groot was de verbaeftvielen'er zoodanigh op aen, dat wy 't heic! W y vonden in eene pagode, naeft 'tzelve, na weinightegenftant, verhet koninglijk huis, genaemt Matta overden. W y vonden hier maer twee yzere dd Reyne, eene kift met boflekruit, ftukken, noch geladen, die de vyan- daer de brant in geftoken wiedre: waer den niet eens geloft hadden. Zoo on- door die oudeen antijkfe gebouw,dac voorziens waren wy hen by gekomen! mec geel koper gedekt was, in eenooBuiten wiert en wederzyde dapper genblik door de vlam vernielt wierdt, gefchermurfeert. Doch de vyant ver- en indeluchc vloogh. Alles wierr om trok zieh allengs, en nam eindelijk ge- verre gerukt en onder de voet gehaelt. heel de wijk na het hof van hare koOns krijghsheir verfpreide zieh ningin: alwaerjiy weder ftant hield: voorts na de rechreen linke hant, om hoewel niet lang: wantdefchrik was'er alles te verbranden,wat branden wilde. nu al in: dies hy met alle maght vluch- Aenftonts zagh men het gantfeh bofeh te , en wy de plaetfe in bezitting na- vol vuurs, vlam en rook. De bamboesmen , en al hec geen plonderden, dat- rieten kraekten,en branden als zwavel. ier tekrijgcn was. Een aengenaem gezight voor ons, De vyanden hadden onzen achter- maer ellendigh voor onze vyanden, troep op verfcheide plaetfen dapper die hec alles verloren, en de vlucht aengetaft: uit oorzake men met het over de riviere namen: alwaer zy aen grof gefchut coor de naeuwe wegen d'andere zyde van den oever bleven zoo gezwint niet voorr kon trekken ftaen, en zagen in een oogenblik verals men wel wilde. Waer door men brm , hec geen zy in zoo vele jaren zoodanigh verlet wiert, dat ik met de hadden opgebouwc. M i j n Neefjoan veltftukken, (daer ik toen het opzicht Pikkarc, coenmaels kapiteyn luiteover had,) moft ftil ftaen, om het ge- nanc, mec Willem van Teylingcn,wafchut in re waghten:want men kon,wat ren mec eenige floepenen volk de rimoeire de matroozen ook deden, met viere Aywijkopgevaren,omdevluchher gefchuc, daer aen ieder meer als telingen aen de rivier waer te nemen en dertigh mannen trokken, zoo ras niet onderfcheppen. Maer de vyant, hen volgen, als de voort roep voorttrok , verneinende, floegh een andere wegh die zoo geweldigh doordrong. Der- in, omtevluchten. Wel zagen zy halve was ditden vyant rot zijn voor- hen met hecle troepen doorderiviere deel, die met woede, als dul door den waden, maer koften daer niec by koAmfion geworden, ons fei op de zyde \ men: en dienvolgens niec uitrechten. aenviel. Doch ik troff'er zoo ge wel-! Pikkart voornoemt liet zieh met zijn digh met het gefchut, met fchroot ge-1 kompagnie aen lant zetten,en deed in de

117 de veertigh huizen in brant fteken. pen, wel bemant met krijghsvolk, Waer door wy overaldefchrik zooda- vooraf, om de riviere te bezetten. nigh in den vyandt braghten, dat zy Den negentienden voer ik aen boorr, metgroore verbaeftheit vluchten. om de kommiflaris Jakob Borchorft Naditalles verrecht was, trokken te fpreken : maer daer ontftont zulk wy met gemak wederom af by d'eer fte een geweldigh onweer, dat ik met pagode: alwaer het gantlch leger groote moeiteen gevaer weer aen lant zieh neerfloegh, om wt uit te ruften. quam. De wint quam eerft over lant, Een ieder opende zijnknapzak, en met geweidige regen maer floegh fchafte,wathy hadde. Ondertuflchen daer na geheel om. AI het dak waeide braghten de matrofen de veroverde van onze huizingindelucht: ende ftukken in het bofeh. boomen uit de aerde. Den zelven avont quamen wy Door het om loopen van de wint lanochzeeghafeigh, als overwinnaers, gen onze fchepen, wel ten getale van in de ftad Koulang. dertigh fterk, zoo klein als groor,daer Den twalefden wierden al de tim- toenonzegantfehe maght in beftont, merluiden aen lant geroepen, om alle in groot gevaer van fchipbreuk telijde boomen aen de ftads muuren af re den. houwen. Voorts wierdt orde geftelt, Des morgens lagh het Raethuis, dat K o u l a n g om de ftad een groot ftuk af te fnijden, veel water ingekregen had, dicht aen afgefiiede k i } j k e n , en de muuren den wal, tuflehen de klippen : alwaer te Hoopen : daer wy daghelix mee" het zijn roer verloor. Het deed zeyn doende waren. van in noot te zijn; maer niemant kon Midlerwijle zonden d'inwoonders hethelpen,als God. De menfchelijke gezanten, en verzochten vrede. W y hulp was uit. verftonden toen, dat op onze aenHet fchip d'Achilles ging daer na komfte,niet meer als dertigh geboore meedeur, fpoelde van zijn anker, en Portugefen in de ftadgeweeft waren, quam dwers in de klippen drijven. die de vlucht na hunnen overften na- Doch het kreegh zijn plecht-anker men. uit: zoo dar het een weinigh boven De Nayros hadden onze komfte hec Raethuis afdraeide. W r e e t je Het fchip d'Erafmus raekte mede v o o r n - al vijftien dagen verwaght, en waren %ros. meer als acht duizent fterk. Zy had- driftigh, en lagh by een nf in groot pcden befloren alte Hollanders doot te rijkel. Verfcheide kleine vaertuigen flaen,uitgenomeneenigen, diezy op vergingen ,cn wierden aen flarfen gehunne roeyfchepen wilden behouden. flagen , cn andere waren heel fchadeMaer het viel heel anders uit. W y wa- loos geworden. ren midlerwijle alle daegs doende met Des middaghs washet Raethuis gebreken en om verre rukken. weldigh in noor, en ftiet verfcheide Onder het afhalen van eenigh ge- malen op de klippen, en quam daer E r a m i n reetfehap uit het fchip 't Zeepaerr, om door zijn roer te verliezen. Het gaf het fchip aen lant te gebruiken , raekte de brant fchoor op fchoot, dat het in noot was : P - i j f j p . door dien de kombuys maer het was onmghelijk hem bynier wel voorzien was. ftant tedoen. Dit duurde den gantHet fchip liep groot gevaer van fehen dagh en nacht: zoo dat des gantfeh verlooren te worden : alzoo \ nachrsnochgefchooten wierd. het reeds in den lichten brandt ftont: ! Des morgens bedaerde, door Gods doch wiert door de goede orde en gro- ' gen ade, het weer war: hoewel de zee ten yver van het volk noch behou- noch geweldigh hol ging. Dies quaden. men wy hun nu met volk en vaertuigen Ondertuflchen wierdt goet gevon- tehulp, die werp-ankers uit kregen, vioot den,om, op deze overwinning, voort om her fchip af te winden: waer door vertr'" genomeaenllagen te vervol- beide de fchepen gelukkigh afgeraekring jer gen, en de ftadt Kranganoor aen te ten, en den twee en twintighften wac | zeewaercs ingingen, om van dege vaerfodKran- taften. De Heer Kommandeur Roothaes ] lijke klippen af te raken. Wy herftelden en kalefaterden de ging dan ten dien einde met acht fcheP z de
; Stjd e n e n ( e r t e m a e et Zce aert n i e t c n 0 n z e o n z e voor

ZEE-

en

L A N T

R E I Z E .

G E D E N K W A E R D I G E n8 de kleine vaertuigen, die overgeble- dicht aen de w a l , dat wy vreesden ven waren. Aldus ging deze ftorm of het eenigh onheil zou mgen weover: hoewel niet zonder grorefcha- dervaren. Dies zonden wy een vaerde aen 't krijghstuigh, dat in de kleine tuigh , met twintigh Soldaten, na het vaerruigen was,telijden : doch alle de jaght toe, om het t'ontzetten of hec nooc was. grote fchepen wierden behouden. Den vier en twintighften wiert het Den eerften van Loumaent,des jaers garnifoen of krijghsbezetting, dat in zeftien hondert tweeenezeftigh hadde veroverde ftad Kolang tot bezet- den wy des morgens met den dageraet ting bleef, en in zes honderr en drie en de ftad Koetzijn ontrent cen myle van zeftigh koppen, zoo foldaten als ma- ons, en raekeen zoo dichc aen de wal, trofen, beftonr, van alles voorzien. dac wy de waghe hoorden. W y zagen Daer over wiert her bevel aen kapi- vijf fchepen leggen, die hunne ftentein Koxen den onder-koopman Jr- gen gefchoten hadden. Hec voorfte gen Hendrix Willing, gegeven, die fchip liet de Engelfche vlagh waeien. alles zouden waernemen, terwijl ik W y quamen noch, met goeden mede in de belegering van Kranganor. voortgang, dien middagh op de ree moft gaen. voor de riviere Paliiport, en voeren D'onzen Tegens den avont vertrok de Heer des anderen daeghs, met alle de vaertrekken van Goens, met het fchip de Noote- tuigen vol volks, en mec een boot mec L a n d e n "a^oor" boom en Velant, na Kranganoor. kruic en loot, en twee velcftukjes,recht tevero- De Kommandeur Gotske zou mec ophet lant aen. veren. de f t volgen. Voorts deden wyons De vyant deed verfcheide fchooten beft, om 't fchip het Raethuis te her- met kanon uit de ftadt Kranganoor*, ftellen. doch zonder eenige fchade. Den vijf cn twintighften was het Wy hadden ons in drie quartieren roer van het Raethuis weder vaerdigh. of oorden neergeflagen, om alles des Maer i k bleef aen landt met de Heer te beter te bezetten. Des volgenden Gotske,terrijttoe hecboskruit, dat daeghs kregen wy twee laften rijs, en in het Raethuis en andere fchepen nar twee metale ftukken, en daer na alle geworden was, wederom aen lant ge- onze treyn en behoeftigheden,en hieldrooghe was. den de ftad aen de lantzyde,en ook aen W y verft onden, dac de Nayros van rivier-zyde zoodanigh bezet, dat'er de Portugefen gelcontfangen hadden, niemant in noch uit moght. Wy Helom tegen d'onzen te vechten. W e l den ons mec alle maghe aen't gra ven, hadden die het gelt aengenomemmaer en braghten in 't kort nzeloopgraven gingen deur, als het daer op aen quam, zeer dicht onder de ftad, en drangen en lieten de Portugefen alleen in de met ge weit aen om de ftad te naderen: ftadt Koulang : dies zy des namid- het welk de vyandc met fehieten uit daghs, wanneer wy gelant waren, ook musketten en grove ftukken trachte tc deurgingen: als verhaelris. beletten: daer zy vaerdigh mee wiften Den negen en cwintighften gingen om te gaen, met fneuvelen van verwymet het fchip de Beursc'zeil, om fcheide van d'onzen. de vloot ce volgen. Onder andere wiert zekeren foldaet W o n a * De Malabaren zonden eenen ex- de gantfehe fchouder mec den arm '^f preflenenbegeerden, dacwytocdes weghgefchoten , die evenwel, opbc- ^ anderen daeghs zouden blijven : hec vel van den Heer van Goens, door den " ' welk wy zelfs affloegen, om ons mec wondmeefter verbonden wiert, die tot zaken, die daer na wel konden gedaen my zeide: 'Dewijl hy toch moet fterworden, niec opte houden. ven, zal ik hem iet ingeven, om dege Des volgenden daeghs waren wy voelijkheidt zijner pijne wat wegh te voor Kalkoulang. Het opperhooft nemen. Als hy in mijne tegen woordigquam aen ons boort met eenige ver- heit op d iergelijke ope wonde een pleiverfching, die wy aennamen. fter leide, vraeghde ik den foldaet, hoe Den een en dertighften gingen wy hy alvoer.Hy antwoorde met een ftatig lngs den wal czeil,en lieten hec anker gelaet: AI wel, ik bevoel my niet quavallen. Een van onfe jaghten raekte foo lijk, Maer deez rampzalige menfeh, die
r e q urc ne 0

R E I Z E . 119 ZEEen L A N T die een recht krijghsmanshertcheen ge wijle. D'onzen drongenevenwel . in'tlijfte hebben, overleed na eenige zoo hart op den vyant aen, dat hy eindelijk wijken moft, en wy ftormender overt wein ige uuren. Na wy ontrent veertien dagen dicht hant de ftad inkregen. Kapitein onder deftadin onzeloopgraven gele- Schuilenburg en Polman wierden. beigen hadden, en verfcheide fchermut- de dapper gequetft. Tachcntigh van de lelen ter wederzyde voorgevallen wa* onzen bleven opde plaetfe doot: maer ren, befloten w y , dezelve re beftor- degequetften waren veel meer. Aen 's vyandts zyde bleven over de Plaetfe men. Na het genomen raetflot ging twee hondert verflagen: beneffens een ik, met twee oppaflers, om den Heer m t e groot getal Neyros, die alle inderiKommandeur Gotske en Roothaes llormen vier gefmeten wierden : daer in zy pkeken. daer over te fpreken, en na de gelewortaf gentheit, en anetere omftandigheden lang bleven leggen drijven, dan met vernemen, waer men beft ten ftorm den ftroom af,dan met de zee weer op. Het welk fchrikkelijkom te zien was. op de ftad zou loopen. Het liep hier zoo makkehjk niet af, Ik ging by wijle tot de midden door het water, en trof den kapitein luire- als te vore, in het innemen van Kounant Pikkard aen, die de buiten-waght j lang. Dekans hing lang in twijffel: o f had. Deez zeide m y , dat ik niet al te men niet wederom zou hebben moem de ftad mofte voorby gaen, ter oor- ! ten terugh wijken. Her welk ook onzake van het geweldigh fehieten:waer getwijffeltzou gefchietzijn,'t zy onze door vele te fneuvelen quame.lk moft Jkrijghs-overften tot dapperc en ftrijther evenwel wagen j want anders zou bare voorgangers verftrekt hadden. ik te verre hebben moeten omgaen. Want deze ftad was zoo fterk, dat Ook mofe ik voor den morgen by den men met recht zieh magh verwondeAdmirael zijn, om over het ftormen re ren, h )e wy dezelve zoo dra hebben raetplegen. Ik ging dan dicht onder kunnenveroveren. Het welkbdlik het de ftad heen. De fchiltwacht riep op goet beleit en ftoutheit van onfe krijgsPortugeefch : Wte daer? Ik antwoor- overften magh toegefchreven worden. De ffcdc wierdt daerna uitgeplon- envu. de in dezelve tale: dat ik vriendt was. dert, en tot den gronde verwoeft: be" En zoo raekte ik voorby. De Heer Gotske en Roothaes had- halven een fterke ftenen toren, dicop den eenen der N ay ros by hen, die hen de reviere ftont, daer een deel volk, allegf legentheit verhaelde, enwaer | toc bezetting en bevnjding van derede ftad op haer zwakfte, en het befte vier, op gehouden wiert. De ftad Kranganoor (tc weten het njtebeftormen was Na ik van alles bericht was, vertrok Porrugeefch,en nu het Hollants Kran- Kranga!" ik weer,en was noch voor den morgen ganoor, en een ander dan 't Malabaers ' bydenAdmirael,die daer op ook voorr Kranganoor, nader aen ftrant gelegen) befloot te ftormen, en zeide in t ver- leit ontrent 4 o f f mylen benoordende trek: Morgen zal de ad ons zijn, ftad Koetzijn. Her is de hooftftad van Wanneer nu alles rot den ftorm ver- een koningrijk van een zelven name, vaerdight was, ging ik wederom op de dat ten Noorden aen Koetzijn, en ren fchepen, om aldaer, daer ons zoo veel Zuiden aen Koulang pae lr. aen gelegen was, opzicht te houden. Deze ftad was, om hare outheidr en D e ftad Ondertuflchen trokken d'onzen op fterkte, zeer vermaert onder d'Indiaroor " ^ ft pkiets aen ,en belprongende nen. Zy lagh aen den oever \ an eene wort be ftad met groote woedeeny ver, onder groote reviere, een uure landewaerts befcherm van de rook des gefchuts; in,en was mer een fteene borftweering ftormc. dat eerft geloft wierdt en aerde wallen omringt. De muur Ik zagh van de fchepen de rpok al had zeven fterke bol werken,en de wal nade ftad trekken: het welkik zeide drie van aerde. (">p d'eene hoek van de rivier leit noch een frerkeftene toeen goet rekente zijn. De vyandrweerdezich geweldigh ren, die de rivier befchermr, en aen die dapper, waer door vele van d'onzen zijde een bol werk verftrekt Aen de op de plaetfe doot bleven, cn vele ge-1 andere kant leit een aerde forrje, dat cjuetft wierden. Dit duurde al een lan-,waterpas lngs de rivier en de ftad fehieten
c n v e r woeft Berch n o o r E J e rm

G E D E N K W 120 fehieten kan, en alle vaertuigcn het inkomen tegen haerwil beletten. De ftad had verfcheide fchone ftene huizen, en eene kerk, die boven de huizen uitftak. Aen d'overzydc van de rivier, na S c h a n s Koetzijn toe, leit een fchans, genaemt Palliport. Palliport, die mede cor befcherming van de rivier is. Het fort leit op een lang eilant, genaemt Baypijn, dat zieh tot aen de rivier van Koetzijn uieftrekt. DekoningJioudtzijn hofniet verre van daer, in een vermakclijke en luftigelandouw. Hyiseen wakker vorfc, in krijghszaken wel geoeffent, en nu een man op het beft van zijn leven. Na het veroveren van deze fterke ftad, vonden de meefren geraetzaem, de vermaerde ftad Koetzijn , daer men zeide mede de fchrik alin te zijn, aen te taften , en met zulken krache voort te zetten, om dezelve, waer het moghelijk, in dat lopend faifoen noch te veroveren. Hleger Hieropbrak ons leger o p , en trok trekt op dg pr ntfche macht der waerrs, en terbele i 1 c gering wiert weder in drie quartieren or wijwftad kenverdeelt. DeHeerYsbrantGotsttzijn. ^ eekant: de Heer Roothaes aen heteind, by de riviere, en d'Admirael in het midden. Dan die van Koetzjn waren zoo niet verfchrikt, als men zieh ingebeelt had: lUaer zy ftelden zieh wel dapper in ftaet van tegen weer tebieden. En alhoewel wy den Neyros vertoonden, dat wy niet tegen hen quamen, noch om hen in hec minfte te beledigen maer tegen onze vyanden,de Portugezen,zoo begaven zy zieh evenwel met mache in de wapenen, en taften ons vyantlijk op verfcheiden malen aen, alsdulenrazende van den amfion geworden. Z y quamen met geweit in onze kompagnien dringen, en dooden verfcheide,eer zy zelfs verflagen wierden.En niet tegenftaende zy naekc ten ftrijde komen, zoo vallen zy evenwel zoo geweldigh tuflehen pieken en musketten in, als een wilt zwijn. N iet verre van het hof des konings, ("dat in hooghte uitmunt ,en verfcheide vertrekken heefc) was een grote pagode, die de Neyros vaft gemaekt hadden, en daer op zieh onthielden. D'onzen drongen met cen meer alsgemeem e ( : a a n e n Z }

A E R D I G E ne kracht daer op i n , en deden meer als vier hondert Neyros opde plaetfe fneuvclen: behalven vele gequetften, die zieh met de gantfehe hoop, toc hun behoudenis, op de vluchc begaven. D'oude koningin meende haer in het dak van die oude pagode te verbergen jmer zy wiert daer uitgehaelt, en door kapiteyn Hendrik van Rede gevngenin 'tieger gebraght. Na dat nu deze belegering ontrent Brette twee maenden geduurt had , en het [J laegh landt byna afles onder water Uekgh ftont : ("waer door men de loopgra-Pven niec kon gebruiken, cn de ioldacendaer in in 't water ftonden); dewijl daer en boven ;onze krijghsmachc mec de bezettingen der ingenome plaetfen, als ook door het blijven en overlijden van veel volks, zeer verzwakc was, zoo vonc men raetzaem, ftilletjes op te breken, en de belegering met meerder maght in hec voorjaertehervatten. Dit wierdt dan vaft, en voorc in't werk geftelc: her welk zoo ftil toeging, dac wy in eenen nachc alles fcheep kregen: hoewel mec grote moeite de ftukken op den natten gront voortgetrokken wierden. Aldus hadden wy alles des morgens fcheep: hoewel de Portugefen dac niec eer als tegen den middagh gewaer wierden, en meenden niet anders, als of men hen met een loozen optoghe zocht t'overrompelen en verraflen. Maer als zy de waerheit daer van eerft op den middagh vernamen, deden zy de ftukken rontom de ftad los branden. Maer wy bleven hen het anrwoorc daer opfchuldigh, tot beter en gelegener tijt. Zoo dra dan de vyant de zekerheit, van onze opbreking en vertrek vernomen had, deed hy aenftonts alle legerwerken flechten. Desgelijx wiert alles, wat hen buiten de muuren in de weegh ftonc, om zieh des te beter te verdedigen, weghgebroken. Alle Dornen, welker zommigen over de muuren hingen, wierden ter neer gehouwcn. Voorts wierdt de ftad, zoo veel doenlijk was, verfterkt en van alles voorzien : want de vyant maektegeen andere giffing, als dat wy hem op een beter en gelegener tijt zouden komen bezoeken: gelijk ook niet lang daer na gefchiede. Na
te

L A N T R E I Z E . De ftad Kolang, of anders Koulang, Befchrijvertrek Na wy dan het belegh voor de ftad derfche- Koetzijn vertaten hadden, gelijk ver- Koulon en Koylang, de hooftftaddes ^ " f ^ . E j n . haelt is, zoo wiert de gantfehe krijghs- koningrijks van een zelVe name, leit lang. machc,enal de fchepen, na verfcheide op de Malabaerfche kuft> dichc aen plaetfen verzonden.De Heer Ysbrant den oever van de zee , op negen graGotske vertrok mec een deel fchepen den, Noorder breete, dertien Franlche en volk na Batavia; en andere weer na mylen, ofvolgehsLinfchoten, vier.. andere plaetfen. Ik ging met het fchip en twintig mylen zuid waerts vmKoet* Jeraekt' de Beurs over de ftad Kalkulang na zijn. Zyis met een fteenen muur, van rnKai- ^e ftad Koylang,om daer het gebiec te ' hebben, en de zaken der Kompagnie 18. of 20. voet hoogh, en met acht ga te ftaen. Meh had goet gevonden bolwerken gefterkt, en heefreen heerenbelaftdeftad Kalkulang te verfter- hjkc en groote voorftad, die de Portuken, enmet een goet aencal foldaten, gefen Kolang Chyna noemen. onder kapiteynPoIman en andere beKolang beftaet in twee fteden, o f velhebbers, te bezetten: ter tijt toe liever in twee deelen van eene ftad: anders met het krijghsvolk zou wer- het eene wort genoemt Opper- of Maden geordonneert: naerdien men de labars Kolang, en het ander Nederbelegering van Koetzijn in het voorjaer Kolang. In Opper- of Malabaers Ko~ lang, heeft de koning en koningin hun meende te hervatten. toltdaer Wanneer ik dan ce Koylang den ze- verblijf. De Portugefen bezaten wel eer o p a ie s yenden van Loumaenc wel aengekorde. men was , ftelde ik voorts orde rot Neer-Kolang, als nader by de zee. De Paters of Monniken van S. Paul het vertimmeren des kafteel s , om der Kompagnies middelen te bewa- cn Franciskaner Monniken, hebben ren: als ook om de koopmanfchappen ieder aldaer cen kloofter gehad, die cn allerley krijghstuigh te kunnen ber- mec verfcheide hooge torens, kerken gen. Ik deed ook wooningen voor en gebouwen verciert waren. Behalmyen ndere hooft-offidieren herbou- ven deze waren'er noch vier andere wen, en alles zoodanigh beftieren, dat kerken, ieder na eenen Roomfchcn tot hec doen van de oopmanfehap Sant genoemt. In alles waren'er zeven na behooren vereifchc wierdt. A I hec kerken: welker een zeer out, cn voor welk in krten tijt in goeden ftant en vele jaren door de St.Thomas Kriftenen getimfnert was,die ook na het verorde gebraght wiert. Dies de koophandel, na verfcheide kleinen van de ftad is blijven ftaen. handelingen met de. koningih van Daer in leit een Portugees kapiteyn Koulang en andere prinfen, weer be- begraven, die te Koylang zeftig jaren geregeert heeft. gon toete nemen. V e r d r a g Vervolgens zal ik nu verhalen, hoe De huizen der hrwoonders waren et d e iknaderhant mec verfcheide koriingen zeer fchoon, en hoogh van gehouwen Itoni en prinfen, uit den naem van de Kom- fteen opgemctfelt en cierlijk gebouwt. nKoul a n g . pagnicj heb gehandelt en vaft verbonc Onder andere was'er een koftelijk raetcn verdragh getroffen. huis , dat boven alle andere gebouwen Na hec veroveren der ftad Kalku- der ftad uitmunte. Het was twee verlang, wierc met de koningin van Koy- diepingen hoogh. Aen wederzijde ^ gi by voorraet,verdragen en gehan- ging men onder een portael met een delt , ter tijt toe men een vaft verdragh bredefteenetrap na boven. ' en verbont zou maken: Te weten,haer Maer boven al munruic het kafteel gefchut zou haer wederom gegeven, of huis, daer wel eer de Portugefe gouen het hof ingeruimt worden: daer zy verneur of opperhooft der ftad i n voorts introk, en daerna heerlijk liec woonde, en toen totPons logemenc opmakenen deftighopbouwcn. Voor vervaerdight was. Het leic dight aen haregelede fchade wiert haer een ftuk de zee, op d'eene zyde van de ftad. gelcs toegcleit: wanc hec was de mee- Het is ten deele met oolen, of bladen ningvan d'onzen niet, aldaer koftelijk van kokos-bomen , gedekt, en heefc oorlogre voerert , en elk een te^en te drie torens: welker cen met een 51erhebben} maer alleenlijk met vrede te lijken en antijkfen kap met pannen emgen handelen. Ct dekt
kulan an

ZEE-

cn

G E E N K f A E R D I G E Daer groeit veel peper, die met dekc is. Fen ander ftaet aen den zeekant,cnis vierkant. Op den welken zijne ranken by de Indiaenfche booik een hooge maft deed Hellen, daer de men hoogh op klimt, en in Lou- en Kompagnies vlagge af waeit, als men Sprokkel-maent van zijne vruchten ontlaft wort. fchepen in zee ziet. Men ziet'er overal vele fchoone tui,ln het midden is een hoogh gebouw , daer in de Portugefen wel eer nen mec Mangas en andere Indiaenhunnendienft gepleeghrhebben: dat fche vruchten beplant. Daer is een fchoone haven voor ik toen in verfcheide kamers liet verdelen,tot woningvoor's Kompagnies kleine vaertuigen: maer voor gene grote fchepen : wantdezuide winde is'er dienaers. Die huis is het oudfte en fterkfte ka- vlak op de wal: en de zee jaeght in den fteel, dar de Portugefen op de gantfehe regentijc zeer hoogh en hol op het lanc kuft van Malabargehad hebben , en is aen. De plaetfe, daer de vaereuigen voor eenige honderr jaren door den er- aenkomen, wort Koydanal genoemt. Na de zeekant ziet men zeer rouwe varen veft-bouwmeefter Hektor dela en ongefchuurde klippen van oerfteen, C f gebouwt. Door orde van de Kompagnie wiert die los op het zant leggen , en by wijle de ftad namaels toen byna geheel ge- van de zee werden weghgevoert: waer fleght: alle huizen,kerken en andere door het landt daghelix zeer vermingemeene gebouwen,tot den gront roe derten afneemt. De groote rivier Eywijk ftort haer ter neder geworpen en gefloopt. Voorts wierr de ftad afgefneden en ontrent een klein uurtjen na de Weftverkleint, en met een heele en twee kant vznKoulang in zee. D'onzen hebben wel eertevorede halve bolwerken van delantzyde geftad Kfa/awgingchad.Maerde Neyros fterkt. Het voornoemt gouverneurs huis, vermoorden kapiteyn Hendrik Glunbeneffens de kerke van St. Thomas en wing, als hy buiten de ftad uit wandeandere, mci de klooftersen eenige van len gegaen was. Toen vielen zy in de de koftelijkfte huizen, werden noch ftad, enhieuwen alles ter neer. Sedert binnen dit beftek van de verkleinde hebben de Portugefen die weer bezeren. ftad begrepen. Aen de zyde van Koulang de Cbyna Achter deze huizen zijn fchoone tuinen, met kokos- cn andere Indiaen- is lngs het ftrant een groot dorp, dat fcheboomen beplant, die aldaer welig de Jefuiten voor de Parvas hebben gebouwt: het welk een van de flechtieren. Daer zijn verfcheide tanken o f fte geflachten deY Malabaren is,en zieh waterbakken, die zeer fchoon watcr meeft met de viflehery erneerr. Daer ontrenc heefc d'onderkoning geven, en door de klippen tot opher welzant doorgehouwen zijn: daer men des konings van Trevankor&Xs ook de pr\nsaryette Poele zijne wooning, aen de zyde met trappen ncergaet. Men heeft'er ook eenige putten die beide met aerde wallen verfterkt met verfch warer. Anders is aldaer het zij n , en ontrenc een vierendeel uurs in meefte water halfbrak, en zalpeter-< 'c ronde beftaen. Zommige hoeken zijn uitgezet, als bolwerken, en mec achtigh. gefchuc wel geftoffeert, om de kruisDe lucht is'er boven mategezont. Het landt is ovcral laegh en gebro- paflenen andere toegankelijke wegen, ken: zoo datmen van daer verby Kal- zonder de welke men daer niet aen kan kelang en Koetzijn, tot aen de ftad komen, te beftrijken. Dies men deKrangenoor kan varen. zelve bez warelijk, met geweltvan waDesgelijx iashetlanr rontom Kou- penen, zou kunnen vermeefteren. Zoo de Malabaren zeggen zouden, lang zeer Juftigh, en worc voor het vruchtbaerfte van gantfeh Indien ge. de Maldivifchc eilanden, die daer houden. Het is zeer dicht mer aller- d wers of fchuin tegen over, welzeftig lei flagh van Indiaenfche vrucht boo- mylen in zee, leggen, wel eer van het men beplant: zuix de wegen alleen vaft lawt afgefpoelt zijn: gelijk zieh zomtijtseen groot ftuk in zee eenige ledigh zijn. klippen
m a e ( )

Z E E cn L A N T - R E I Z E . tij klippen vertoonen. Z y verklaren tegenaken, om iets weder aen te vanook, datzy nier alleenlijk aen het valt gen, zoo ging de Heer Jakob Huftarr, lant zijn vaft geweeft: rtiaer gedenken Extraordinaris Raet van Indien , den daer en boven, dar daer opeen kerkje vijf en twintighften van Wjjnmaenr, I desjaers zeftien hondert tweeen zef zou geftaen hebben. De huizen hebbefa'er doorgaens jj Aign, beneffens de kapiteyhen Pierre fchone tuinen, inzonderheit die lngs j\duPoncn Hendrikvan Rede, met elf de rivieren leggen, dewelke met aller- ij fchepen, daer hy mee van Batavia gehande bomen, vruchten , bloemen en j| komen was,voor uir,om Koetzijn met kruiden bewaflen zijn. Onder andere geweit aen te triften. Waer op de Heer zietmen daer zeer fchoone citroenen, j van Goens, met drie andere fchepen, die aen gene bomeh,maer aen heefters j! noch zou volgen waflen. * > |I Na dat ons leger aldaer aengelandt Deft.id De fchoonfte huizen ftaen lngs de j was, vonden wy de flad roen veel fter- ^ " ^ rivier, cn zijn gemenelijk twee verdie- ker, als wy dezelve des vcrleden jers k-gert. pingen hoogh, daerraenby brede fte- verraten hudden. Voorts wiert de belrgering der ftad netrappen van binnen na opgaet. De kamers zijn meerendeels met geele en met zeer grooten kracht en y ver voortgroene eftnkjes gevloef t,eri hec fpoor- gezer, en die rontom zeernau omeinwerk boven de bovenfte verdieping gelt en befloten gehouden. Dies de met kiaten of Indiaenfch eiken-hout belegerdcn , die geen ontzet te verbefchoten. Eenige zijn konftigh met wachten hadden , na een belegh vart loofwerk en andere cieraedjen uirge- drie maenden, met verdragh , aen de fneden,en zommige mer fiftonnen, al- onzen zieh overgaven : na de Portu-enverlerhande gevgelt en fnakeryen ge- gefendie ftad over dehonderert v i j f - tigh jaren , met toeiating van den kofchildert. Boven de rivier zietmen vermake- ning vanKoetzijn, bezeten hadden. lijke prielen achter de tuinen : daer De Portugezen hadden den wetti* het, inzonderheit des avonts, als de gen koning, genoemt Montadavti, uic meefte hitte over is, zeeraengenaem Koetzijn verdreven, en eenen ander is. D'inwoonders zitten aldaer dan van 't huis van Gedornte in zijne plaetfe met den angel te viflehen, en vangen geftelt, en zijne Moeyelatert regeren. zomtijts veel vifch. Terwijl d'onzen voor Koetzijn Ja- MontaH i v i e r e ^ ^ " ' K^lchan, gen, was decs prins by my te Koulang, dmi, K a i c h a n , anders tJWangalofMangar,daer deze die "ekroont zou worden , alswy d e ^ ftad aen en lngs leit, is een groote bay \ ftad overwonnen hadden. Ik had de van Koe'f inham, daer in van verre zieh drie | grootezael met tapyten als anderfints, J^>^ groote rotzen op een ry vertoonen. zoo veel de gelegentheit daer toeliet, rpckoZyis zoo groot, dat gemeene jaghren laten vescieren : daer de prins Monta- &f~ van drie hondert laften daer binnen davil op logeerde, die daghelix by ons ' kunnen komen en aen het hoofrloflen quam. Hy was in wit katoen gekleet en laden. Zy is met hoogh water ach- maer andters naekt; had het hair-mec tien voeten diep: maer by tegenwint een tuifbp het hoofe gebonden; ringevaerelijkom inte komen: naerdien gen aen de vingers, eneengoudekede vlakke zee daer op aenbruift ten om het lijf. Hy fprak Portugees Dezware regen doet de revierover j en Mblbaers,enWasvrohjk vangeeft loopen, enfleeptveel zants met zieh: eri gdTaet. Maer na eenige dagen verwelke regen, door de menighte van zocht hy, alzoo hy eenen tijt lang zieh dikke wlken, die aen het hooge ge- onpaflerrjk had bevohde*, na de koberghte t'zamen gedreven worden, en ningin van Koulang tc gaen , omhem dan met groote kracht nederftorten, wat te vermaken. Hier vond ik z wagemaekt wort. righefr in, alzood'opzichtmy bevoH.tlant is'er ontrent mee vlak en len Was, en my mocht re laft geleir, moeraflighj maer de lucht zoo gezont en van zijneonderdanen,dier vele hem niet als te Koulang, zeer hoogh achren , qualijk genomen Wanneer dan hierontren^alles op worden, indien hem eemgh ongeval cengoedevoet ftont, ende tijt begoftj wedervoer : naerdien hy reeds niec wel Q.
1 z v e overt e m n t V 3 n V e f C g e ,ns C ; 2

ti* G E D E N K W A E R D I G E wel was. Doch eindelijk, op zijn fterk den naem van Koetzijn: te wetch* aen houden,a's of hy daer beter hoopte een oud Koetzijn, ontrent anddrhalve te worden , als ook dat de koningin, myle van de zeekuftlandewaerts m gewelker vriendelijkheir en goetaerdig- legen , dat by de Portugezen Kochin heitmy wel bewuft was,beloofde alles Dacima, of Ar abiba ,dar is gezeidt, tot hren lafte te nemen, zoo hem ier hoogh Kochin, genoemt wort,ter oormocht overkomen,geleide ik hem der- zake het hooger aen de re vier op leit waerts , en verzocht aen de koningin, maer wert by d'onzen Malabers Koedatzy de zaken wdde behettigen. Ik tzijn geheten, In het Mahbaers Koeverftont evenwel, na verloop van ee* t zijn houdz de koning zijn hof. Het nige dagen, dat het met dien prins niet ftaet dicht opden kant van een bin* i nen*water, en is met verfcheide woobeter wiert. Ondertuflchen quam een van onze ' ningen enhoge pagoden,na de wijze Trekt na jaghten, om den Prinsin het leger voor der Malabaren, wel betimmert. Het Koetzijn. Koetzijn renalen: maerhyontfchul- ander Koetzijn wordt nieu Koetzijn dighde zieh, dat hy van wege zijne I genoemt, en leit niet boven een kleine zwakheic niet kon reizen: gelijkook myle van de zee, aen den monc en waer was. Doch her moft evenwel zoo lngs dezelve riviere, en is voor vele voortgaen : uit oorzake het jaght al- jaren door de Portugezen bewoont. leenlijk ten dien t-inde gekomen was, i Wanneer deze ftad onder her gebiet | der Portugefen ftont, eer d'onzen die om hem renalen. Ik ftuurde mijn palakijn heen, daer verovert hadden , was zy met een fteede prins, om zij ne ziekte, in gedragen nen muuren bolwerken gefterkt, en wiert, en geleide hem, neffens eenige i met koftelijke kloofters en kerken, en ; ongemeene fchoone huizen dicht beSteife op andere officieren, aen boort. Dan eer j rimmerr. Zy had nade lantz) deeene hy voor Koetzijn in 'c leger quam, reize. nam zijne ziekte zoodanigh toe, dat brave en welbenmmerde voorftad,die hy in het fchip ftorf; doch het doode mer verfcheide kerken , en met een lichaem wiert evenwel derwaerts ge- jj klooftervan St.Jan,datnade zeekant ftont verciert was. braght: beneffens zijne broeder. Deez broeder was de naefteaen de i D'Auguftijnen, Jefuiten en FranzisZijnbroe kroone,en wiert ook, na wy de ftad kaner monniken hadden elk aldaer ook der wiprt verovert hadden, met eene goude kr- ' cen byzonderkloofter, die alle aldaer nahen zeer heerlijk en prachtig opgebouwt, tot ko- ne gekroont: daer het merk van de I en met fchoone tuinen en luttige binnmg* Kompagnie ingefrieden ftont. Dees regeerde toen voorts aldaer, en nen plaetfen verliert waren. kroonr. hield niet verre van de ftad,ophet Ma- D'inwoonders waren alle Portulabaers Koetzijn, alzoo by d'onzen ge- gefen. noemr, in een luftigen landguw zijn I Maer zedert deze ftad door d'onhof. Deeswiftzijn'ontzagh wonder zen voor de Ooftindifche Kompagnie weite houden, had zijne lijftrawan- ! verovert was, wiert zy meerendeels tenen fpeelluiden, en was gelijk zijn gefleght en afgefneden, en met nieu. broeder, de vorige koning, koninglijk, i we ftenebolwerken, gordynenenbre. de grachten zoodanigh verfterkt, dat na 's lanrs wijze geeiert. De ftad Koetzijn , en byde Portu- zy nu byna onwinbaer is. Daer is niet gezen gemenelijk Cochin, eneigenr- meeralseene kerke blijvenftaen:daer l i j k Kakochin genoemt, isde hoofr- in die van den hervormden godsdienft ftad des koningrijks van een zelven prekenen leeren. Onder andere torens, die in deze name, envande gantfehe Malabaerftad waren, munte in hooghte cn fchekuft. fchoonheiddetorenen kerk van Sint BefchrijDe ftad leit ontrent op tien graden Paul u i t , die van gehouwen fteenzeec ving der Noorderbreete,vierof vijf mylen beftadKoezuidedeftadKc/*, en ftrekt haer hcerlijk opgebouwt was. Alle de huizen zijn gedekt met tzijn. lngs een groote verfche riviere, Koichan of Mangal, of Mangar by ande- kleine tegelt jes van een hant groot,dic met haj&jes aen de latten vaft over ren geheten. Eenigen Hellen twee fteden met malkanderen leggen. De latten leggen zoo
!

Z E E - en L A N T - R E I Z E. ttf zoo ditht'aen malkanderen, dat'er de leende voorts gehootjerl deed my door Kdmt tegeltjes efte tuffchen kunneftleggen den Refidoor voornoemt by zieh bren- ? . Zommige lichtgaren of venfters zijn gen. H y was met alle de voorhaem van traliwerken andere van gefpouwe ften,die zieh gewonelijk byhemberottingen gemaekr: diezyaerrighwe- ! vinden, om r ingt. tenceviechten. Andere nemen grote j Na heraflcggen van de gewonelijk platgeperfte en gefchaefde perlemoer- j ke plichtplegingea en grcetenifTen, fchdpen, en zetten die in ruiten, als die aldaer gebruikelijk zijn, langde ik in Hollant de glazen: daer de dagh den brief van geloofenis den koning helder doorfchijnr. zslven in handen,die hem met bchoorWanneer wy byna degehele Mala- hjkeeerbjedigheitontfing, en toonde baerfche kuft veroverr,en dezelve mec zieh in het lezen zeer vergenoeghr. geweit van wapenen gedwongen had- Na het lezen gaf de koning eenen dcn,daer van meefter geworden wre, Refidoor, die groor gezagh aen het en de koophandel op zommige plaer- hofhad, Jaft om alles voort rr.et my fen nu begoft te wakkeren en redelijk af te handelen , war rot welftant ert tc gaen, zoo was ten hoogften noodig, vrede van beide zon mgen dienen, i > v > n z e n met de koningen, prinfen en vorften endan den koning daer van verfbgh "bonde d * ^ o n t en ver- te doen. inet.de draghtetreden, en alles,aengaendede Hetgemoct van dien vorftkon men S e koopmanfchappen , met den aenkle- in zijn gelaet en wezen befpeuren. Hy^ t o n m g e n ven van dien, op een vaften voet te is zeeroprechr en trou in zijnen handel "P" Hellen ,ten einde de koophandel, tot en wandel: daer de Refidoor voornoemt zijn voordeel meedoet,diede f e c h t e n * genoegen van beide zyden, in ruften gantfehe beftiering des ri jks in handen vrede zou mgen gefchieden. Hier heefc. op wierden my door den Heer Jakob Wanneer ik mer den Refidoor zoo vertreke Huftart, Exrraordinaris Raet van In- verre had afgehandelr als toen mijne wewvat dien en van Zeilon, en de kuft van meening om re doen was, verzocht ik i .~ Malabar, laft en befcheiden , en brie- te mgen vertrekken, om van eenige vj. venvangeloofnis toegezonden, om zaken nader orde ce hafen. Dit wiert het werk na behooren te bevorderen my by den koning roegeftaert. Nageen uit te voeren. * * nomen affcheit van den koning, begaf Na ik dan alle zaken had overleit, ikmy noch den zelven aVontmet den enop wat wijze en maniere mer elk te onderkoopman Willing opde reize, T i t W handelen was, vervaerdighde ik my en quam in 'c dorp o f vlek Porka aen: tot de reize, en nam zoodanigh volk derwaerts ik een Serjant met zes van potU* mee, als ik oordeelde daer roe be- onze foldaten voor af gezonden had. quaem te zijn: re weten,eenen Serjant, Ik verftont alhier, hoe de koning eenen colk,eenige foldacen, roejers en van Torka vor tien dagen na zijn boorsgezellen. hof, te Kudde Maiair of YLoramalT e n dien lk trok den een en twintighften van lur, oi^mmallo, dat onder andeehde Loomaent, des jaers zeftien hondert re wel het voornaemfte, en meer als fchrijver vier en zeftigh, met een vaertuigh Ian- tien m^g^illttdewaens in gelegen is, faUg " ^ waertsin,omnade ftad Kalkolang vertroMwtr'was. I k vond raetzaem tegaen,daer ikden twee en twintighderwaerts te gaen. En mits men daer ften wel en behoudenaenquam. mo^te 'water varen, zoo maekte ik Zoo dra ik aen lant geftapt,cn in ons loosjement gekomen was, lierik mydaerroe vaerdigh, en begaf myop den koning mijne aenkomft door den de reize Het lant is aldaer overal doortolk bekent maken, die, na weinigh warerr,en mer floren en grachten doortyts,met eenen Refidoor ,ommy uit fneden,alshierinHollanr: dies men den naem des konings te halen, weder- daer nergens als op de dijken en dam* men wegen vind. Zulx men zieh mec om quam. Toen ik nu gereet was, reed ik recht over daengenaemheic van dit met den onderkoopman, Willing, luftigh lantfehap, dat met boomen en die aldaer de zaken der Kompagnie rijsvelden doorgaens beplanc en bezcc vraernam, na het hof. De koning ver- is, teverwonderen heeft, Q j ik
en e s a n t s m e e t l v a v e r r j 1 a ans d c n k 1 e

G E D E N K f A E R D l'C E 1 k liet ons * Manfiool meer als een {Kriftenen woonen, die daet groote ge* Zeker vaertuig. uur giens door een enge floot trekken, j rechtighe hebben. Het iseen oud en en roeide van daer over een meir, dat i vreemc gebouw, rontom met aerde Noorrwaerts meer als twee mylen wallen en grachten gefterkt, doch daer breet is, en zoo wsjt, dat men aen d'ee- in geen water dan by den regen-tijt is. ne zy geen lant kanzicn De koning liet toen het hof weerop Wy quamen daer na in cen nauwe timmeren en herbouwen, en had'er al en lijnrechte gracht of vaert, met men- twintigh jaren mee bezigh geweeft. fchen h-mden gemaekt . tot ontrent een lkzond den tolk voor uic,om mijne myle lang. Zy heeft een zeernauwen aenkomfte den koning bekent te maingang, cn rer wederzyden moeraf- ken , en te gelijk een Joosjement voor fen,mec kreupelbofchbewaflen: waer ons te beftellen. W y waren naulix door men de riemen by wijle niet ge- aengelant, of d'eerfte refidoor quam bruiken kan. aen het loosjement, om ons, uitden Op het eind van deze vaert ver- naem des konings, ten hoof te halen, toonc zieh eenluftigh lantfehap, tot en braght my in het vertrek des ko- nin in aen den voet van het hoog geberghte, nings. lkleverde hem, nagewonelijdac meeft met njsvelden afgefteken, ke eerbiedigheir, de brieven over, die en vol van a'lerhande watervogels van zijnen refidoor gebood,fBy zoo lang verfcheide gedaenre was, die ik no!t ] gezelfchap te houden, ter tijt toe hy de brieven alleen gelezen en hemdaej ergens anders gezien had. Derijft waft'er het geheel jaer deur : op bedacht had. Na het lezen des briefs quam de kowanc d'inwoonders maken develden mec zonderlinge konft en vonden j ning met verfcheide van zijne dienaers droogh. Op d'eene plaetfe wordrde wederom in het vertrek,en vraegdeof rijs gez ieit en geplant: en op eene an- ik ook laft had, om buiten Jdezen brief Zijn jedere plaetfe is zy half volwaflen : en tehandelen : het welk verftaen heb-fpreken weder op eene andere plaetfe is hy ry- bende, begoft hy de byzondere gene- ^* " dighenrijp,om gefnedente worden. gentheit ce verhalen, die hy onzen m e u u r a . Daer wft geen peper, alsop het hoge landaertaltijccoegedragen had, wanlant, dat weinigh te bedutden heefc. neer d'onzen lngs deze kuft noch geHet krielc'er van menfchen. ne vrede hadden. Hem was ook niet Eermen aen hec hooge landt komt, onbewuft; hoe veleachrer zijnen rugh vaertmen door eene breede loopende hem by d'onzen zochten zwartee mariviere, die ter zyde mec fchoon ge- ken: maer hy zou mec der tijt doen boomte , huizen en tuinen beplant en bhjken, dac hy een vrient van d'onzen bezet is. Het is naulix te gelooven, was. Jioeaengenaem zieh die boomgewas, Hy voeghdedaer by, dat hyde vlag daer de huizen in de fchaduwe ftaen, van d'Engelfe en andere had doea in de rivier fpiegelt. ftrijken , en die van onze Kompanjie In het voorby varen zagen wyaen laten ophtjzen. Maer zy waren noch een zandigen oever een #rote ge- zoo ftout en baldadigh, dat zy hem in fchulpte krokdil in de zrfliegen ba- zijn eigen lant mec een openbaren keren: daer de foldatenidoorenijn laft, oorlogh derfden drygen,en voorgaven vierop gaven: maer hy liet zieh zoetjes niec uic zijn lant te willen. Dan zy na den gront zakken. De lui^Temdaer moghten, zeide hy, vry gedenken, ontrent verhaelden,dat vele menfchen dat zy om die en diergelijke baldadige door dat vreefelijk groot watef-dier hooghmoedtnergens als met weerwil verflonden wierden, en waren degee- geleden wierden. Waer op ik voorts nen daer voor zeer vervaert,diedezen mijnen laft bekent maekte. Dekoning zeide daer op, dat hy den Heer Admiwegh voorby moften gaen. Na wy eenen tijt lang deze revier rael Huftart zelf wel eens wenfehte opgevaren waren, quamen wy , al wat te fpreken: naerdien hem nu hetoogverre over den middagh, aen het hof merk van de Kompanjie zeer wel bedes konings van Torka, dt aen de kent was, en ook niet vreemtvoor rechte hant van de rivier leit, byeen quam. Waerop ik zeide: dat de Komopedorp, daer in vele St. Thomas panjie zijne vrientfehap op hethoogSv PotkiL n

it&

tif 2 E E * en L A N T - R E l Z f i . fte waerdeerde, en ook den onzen in te waflchen. D'ingangen zijn met noch in verfche gedachtem^ lagh , het bredezerken beleit. In een der binnen-plaerfen is eeri geen gedaen was. Na verfcheide redenen van eenige put daerom zerken vangraeuwen arzaken , daer in wy zoo verre over een duin-fteen, van twintigh Voeten i n ' t quamen, verzochcik, of het zijne Ma- vierkant, en andcrhalve voet dik Jegjefteitmocht behagen, om den Heer gen, die mec ongeloofelijken,ja byna Admirael Huftart te Koutzijn te ko- onbedenkelijken arbeit, verre uic het men bezoeken, tot voltrekking van de Iantgehaelc zijn. De daken beftaen in tegeltjes van handeling,die ik hem voorgeftelt had, en wat voorders tor wclftant van beide een hant grooc. De lichtgaten zijn van gevlochten rttingen, of parlemoerzyden moght ftrekken. Dit floegh den koning zeer beleef- fchelpen , daer de dagh heldcr doordelijkaf}Zeggende,dat hy,om byzon- fchijnc, gemaekr. Wanneer ik uit het hef des konings Kom dere redehen, als noch in Koutzijn niet mochte komen: maer zoo het den van Parka vertrokken , en te Koulang Admirael geliefdetot Porkaof eiders aengekomen was, cn aldaer wederom in zijn landt te komen, hy zou niet na- had befielt wat'er tedoen was,vondik laten zelfs daer te verfehl jnen, om de raetzaemna Koetzijn te trekken, en handeling te (Mten. De Koning den Heer Huftart zelven re fpreken, a^ *' vraeghdemy, of ik fchriftehjk rap- enhem mijn wedervaren te vcrhalen. port en beright begeerde, hy zou het Na ik dan hem Van alles had verflagh my aenftonts laten vervorderen en in gedaen, vond hy goet, dat ik nochmijnloosjement beftellen. Het welk maels daer henen zou trekken, en ikaennam: enverzoght daer op ver- met den koning van verfcheide zaken lof om te mgen vertrekken, dat de vooraf handelen, om dezelve vaft te ftellen, en te weten, waer na men zieh koning todtont. . Naik miin affcheit van den koning tefchikken had. O p bekomen orde* vertrok ik, nefVertrekt , , v . mP o e - genomen had, geleide hy zeit my tot fens eenigen tot mijn gezelfchap, den k aen de deure van zijn verrrek, en na m derden van Sprokkelmaent wederom roen weer minnelijk zijn affcheit. De van Koetzijn na het hof des konings verrrek refidoor braghe my in zijn loosjement, van Porka, en liet mijne aen knnt mn en deed aldaer verfcheide verver- voort bekent maken. Na verloop van nfn w, fching ,zoo van hoenders, pifang, als eene uure quam een Refidoor ommy Porka. anders brengen. Het welk voor mijn boven by den koning te halen, daerhy volk wel te pas quam: dewijl op zom- koftelijk zat opgetooit, na de Malamige plaetfen in het opreizen voor baerfe wijze, onder vele van zijne hogelt niet te bekomen was. velingen. 3k vertoonde den koning . ^ Tegens den avont ontfing ik den na alle eerbiedige groetenis aen hem fpreken Ola of brief van den koning door den afgeleit te hebben, mijn bevel o f laft- J )l refidoor, daer ik noch verfcheide re- brief: waer op hy , na hy dien gezien herir denen mede voerde. had, alte,zijne chenaers, en die hem De refidoor, diemy by den koning gewonehjki'er^ellen, gebood te verbraght,toonde my alle de plaetfen des trekken :als ook mi jnen tolk: want de hofs. konipjftwde my alleen mondeling, JMdej f f c ontrent veertigh tre- zoncdRkalk, fpreken : naerdien hy Uings den in'c vierkant, en is byna zoo vol goet Portugecs fprak. kleine vertrekken als het doolhof van Ik vertoonde den koning,hoe ik we Dedalus was. Zy zijn alle vierkant,en derom gekomen was, om zijne Majevan binnen met kiaten-hout heel konfteir, uic den naem van mijne heeren en ftigh en wonderhjk fraei,met fiftonmeefters tebegroeten,en met eenbenen, loof-en beeltwerk, en allerjhande taling tedoen, volgens y^oorgaend rariteiten gefneden. Van binnen is bclofre. een groot effe plein, daer alle dewooEn alhpewel, zeide ik, de zom grooningen rontom ftaen. In eenige zijn ter was, als de waerde Vp dien, dies fchoone tanken of water bakken, ^nict tegenftaende zullen wy betoonen, daer men by trappen na toe af gaet, om dat
eert<i u 08 k g z; n tricI H e t n h e e Por

G E D E N K-W A E R D I G E 128 e z e n dat wy onze belofce zullen voldoen,| De toen heerfchende koning van W en woort houden. Maer de koning j "Porka was een ftatig vorft van opzigtj J g' zeide ront uit, dat de koopluiden noit j radten welgemaekc van leden,en onde peper te Koetzijn gewogen had-*' trent de dertigh jaren out. Hywaskoden,(gelijk ik op hem verzocht te m- ftehjk met juweelen,zoo diamanten en gen gefchieden,} en wilde ook niet robijnen albgout, aen handen,armen twijfelen,ofde Kompanjie zou d'oude en ooren, na de Malabaerle grootsheir, gewoonte alzoo in zijn lantonderhou- behangen en vercierC. Hy rcgeert met groot gczagh: want zijner. den. Voordcrs verzekerde hy my, met de minften en meeften zien hem na "'"*' vele mftandige redenen,onzen koop- zijne oogen, war zijn believen is. Niemant heeft'er een voec eigen luiden in alles behulpigh te zullen zijn, en verfcheide vele andere zaken, die lanc. Het behoort alles den koning wyhier, om wijtloopigheirte myden, toe , zonder hy aen iemant is verplicht. zullen voorby gaen. Hy doet ftreng rechr, en de diefftal Ik verltont wel, uit al zijn voorftel, Handelzoodanigh ftraften, datmen daer van zijn vaft voornemen in de zaek : te placclc genedieverye hoorr. weten, dac men de handel niec zou vart geknnen verplaetfen. En dewijl de Wanneer ik den Refidoor in de Diefftal fiele. Kompanjie noch fchade noch voor- Voorzaledeshofseejpigh gelc hadgedeel daer van kon hebben, zoo v(pek telt, en noch doende was, en midier- h^u ikdaeraf, en ftont toe, dat de peper wijle geroepen wiert, om noch eens by aldaer zou ontfangen en gewogen denkoningte komen, zoo gaf ik eenen van mijn volk laft, om achting op worden. Ik toonde zijn Majefteit, dat de [het gelt tc geven entebe waren: alzoo Kompanjie niemant in zijn goet recht meer als vijftigh perzoonen van verzouverkorten : dat zijne Majefteit kon feheiden landaert in de zael waren. zien uit zoo vele roemruchtige voor De Refidoor die bemerkende, begon beeiden,die wy daghelix voor alle de tejagghen en zeide. Het ormoodigh. werelCjinet zoo vele koningen en prin Niemant zal fich verftouten, al wierd het niet geen, het gelt aen te raken: fen tenron ftelden. De koning was hier over, naer het want wy weten van genen diefftal. fcheen, ten hooghften vergenoeght, Dit quam my zeervreemt voor, om en verzocht, dat voorc een faktoor dat zoo vele Malabaren de fnootftc rtiocht gezondert en geftelt worden, dieven z i j n , en ftelen, als ravens, al om de peper aldaer m re koopen en wat hen voorkomt Her koningrijk van Porka of Por-^^. t'om fangen, Hec welk ik zijne Majefteic beloofde te zullen gefchieden. kah en anders Perkatti, is alzoo mW** Daerna beftelde de koning eenen re- zijne hooftftad genaemt, en paelr ten ' fidoor, om de pennmgen voornoemt Noorden aen het koningrijk van Koetzijn, ten Zuide aen dat van Kait'ontfangen,dieikhem toetelde. N a ik alles afgehandelt had , dac kolang , heeft ren Noord-ooften mijnooghwit was, versffchflik mijn Tekken Berkenkar, en ftoor cen affcheit, dat de koning toeftont. Weften aen de zee. Het beftaet onVertrek Dies vertrok ikdes anderen daeghs. trent rwalef mylen in de lengte. De " De refidoor quam aen het ftianr in hooftftadheerook Porka of Porkah. m'jn logement, het welk em*klein Fen van d'andere voornaemfte fteden kerkje was, be zoeken, en uit den naem is, Koramallur of Koramao, gelegen des konings, volgens's lants gebruik, op de rivier, waer lngs men van Koe* met verfcheide ververfchingen ver- tzijn na Koulang vaert. De koningen van Porka waren byqnJek' eeren. En dewijl deez Refidoor by den oufls zeer cor afgoderye en afgodenge- p . koning vee^ vermoght, zoo verz*ochr negen die elk ten getale van over de ka^ ikhem hercelijken,by alle voorvallen negen hondert had. Aen ieder deed ^8^ e g e n . de zaken van de Kompanjie te willen men daghelix gebeden en orferhande, n begunftigen:dat hy aen nam ,en beloof- bezoght deze beeiden alle daeghs ten zes of zeven uuren des uchtens, en de te zullen doen. gingS n 8 inPorkl t Pot Por SC or ;

ZEE cn L A N T - R E I Z E. 12$ ging'er niet weer van daen, alstetwa op het jaer zeftien hondert twee eri lef uuren, zonder in al dien tijt eenigh veertigh. De koning, genaemt Siam perzoonhem konlpreken. Baatjchery Faubaar, oild ontrenc Het Roomfch geloof is in dit ko- viet en twintigh jaren , ontfing hen ningrijk allereerftopenrlijk, desjaers met zeer grote blijdfchap, en rechte) vijftien honderten negencighontfan- met hen een verbont Van vriendtfehap gen. Daet roe de koning zelf aenlei- op, eh ftont hen den vryen peper-handinggaf. Behalve dat reeds te voore del roe. daer St. Thomas Kriftenen waren. Hy Dit geweft is zeer vruchtbaer, inftont den Jefuiten toe aldaer kerken te zonderheit van rijs $ maer heefc eert bouwen,en kruifen over al op te rech- Zeer ongezonde luchtftreke. Het nen , en alle de genen re doopen, die grootfte gedeelte der inwoonders is Kriftenen wilden worden. Daer en met zeer dikke pompbeenen, als die boven ftont hy hen toe, dat gene pa- van dikke olifanten, geqtielt: welke gode of heidenfehe tempel, of Syna- qule het drinken van braken zalpegoge der Joden , o f Moskeder Maho* rachtigh warer tocgefchreven wordt. metanen by de de Roomsgezinde ker- Vele menfchen zijn'er ook met blindken zou mgen ftaen. Ook ftont hy heit geflagen, die door het eeten van den Roomsgefinden toe, klokken in hete rijs, naer men zeide, veroorzaekt wordt. hunne kerken te mgen hebben. AI het welk altijdt ongefchonden De hooftnering der inwoonders beonderhouden is. ftaerin den lantbouw. Inden regenDe koning, die des jaers vijftien tijt leggen de meefte rijsveldcn onder hondert negen cn negentigh heerfch- water, als ook het gantfehe lant van de te, was Nambrale f Numbrane gehe- Kaep Komorijn tot aen Panare Biar. ten, dat Grote of Hoge Pricfter gezeir bar. Het lant van Porka levert ook veel is. De koning, die ontrent des jaers zef- peper u i t , die meerendeels byd'Entien hondert en veertigh over Porka gelfchen opgekocht Wort, die al voor heerfchte, was Siam Baatfchery Vau- vele jaren aldaer een loosje gehad hebben. baar genaemt. De koning van Torka 'eigent zieh Binnen *s lants woonen vele Kriftehec gebiet over dien van Koetzijntoty nen , die door de Portugefen rot het tegen wien hy ook in oude tijden gro- Roomfch geloof bekeerr zijn. Deze te oorlogen gevoert heefr. vergaderen het grootfte gedeelte van Heden ftaet de koning van Porka peper, dien zy aen zekeren koopman, onder de gehoorzaemheir der Ooft- een Bramos, door den koning daer toc Indifche Kompagnie, der toe hy geftelt, weten te leveren. alleen door dwangen fehrikderortzen Daernadocht my raetiaemte zijn, Nieuhof gebraght wiert, wanneer zy mer een na de koning van Matta of de CMar* trekt na fterk krijghsheir regen hem in aentogt ten te gaen, een hooftftad des koning- fn v waren. rijks van een zelven name, en drie my- de Matte. De voornaemfte krijgsmaght des ko- len zuid waerts van Koetzijn, aen de nings beftaet in fregatten,dic hy in den riviere, die van Koetzijn na Koulang regentijt, wanneer de rijsvelden onder loopr, gelegen. water leggen, ten getale van ontrent Na ik alles overleidt had, in wat wijze en maniere de handel enrtijkevijfhondert kan te water brengen. Wel eer hadden de Portugefen den len van een verbonc beft gefiele dienvryen handel van peper, met toelating den, en degefchenken gedaen, zoo des konings, op dit geweft. Maer als reed ik met den onderkoopman Jurzy van eenige plaetfen zieh meefter jaen Hendriks Willing derwaerts, en zochten re maken, met toelegh van quam ten tien uuren te Karnopoly: aldie te verfterken, zoo deed de koning waer Wy ons verblijf in een huis na de van Porka hen daer over den oorlogh kant van de reviere namen , het welk de Kompanjie voor eenige jaren van aen,die drie gehele jaren duurde. Noit hadden d'onzen dit koning- den koning gekocht had. Hec is rederijk bezocht, noch aengedaen, voor lijk groot van begrijp, hoewel met R weig n

G E D E N K W A E R D I G E 1JO weinigh gemaks dewijl het, na de I welk ik gaerne. aennam, en vertrok Malabaerfche bouwkunft, met hoe-! zoo lang na mijn loosjemenr. Des anderen daeghs wierd ik ten ken en winkels, opgebouwt is. De tuin is met renige palmboomen hovegeroepen,en vond het daer vol beplant,die aldaer getijtTert worden, volks: want alle de voornaemfte hovelingen waren daer tegenwoordigh. tot onderhoudt van hof en huis. Leven Ik tnijne aenkomfte voort Zijne Majefteit belafte eenen zijner den brief aen den koningh bekent maken, en kapiteinen,die groot gezagh by hem Adrr^rael wierdt niet lang daer na ten hovege- had, met noch twee Moorfche koopHuftart roepen en by den koning gebracht. luiden, om den handel te beginnen. aen den Nahet afleggen der groetenilTen, die Dan alzoo ik in ervaring gekomen konmg men aen de Malabaerfe koningen ge- was, dat aldaer vele Moren woonden, over. wonelijken doen moet, leverde ik aen die veel te zeggen hadden, enop Kazijne Majefteit d'0/<?of brief van den nanoor den handel dreven, tot groot Heer Admirael Huftarrover, die van nadeel van de Kompanjie, zoo kon ik my van hen niet veel goets belooven woorc tot woort aldusluide. noch verzekeren. Maer ik bedacht een middel, om voor te komen,dat zy Jakob Huart, Raet van Indien, Admirael, Iantvooght en beftierMoren de Kompanjie zoo nier mochten in den wegh zijn. Dies fprak ik dir van het eilant Ceilon en de kuft zijne Majefteit zelf aen, en vertoonde, van Malabaer , zendt dees Ole, 'Dat mijn laft niet inhield, om met neffens fijne groet,iaen den koning de Moorfche koopluiden aldaer te hande Marten. delen-, maer met zijne Majeeit zelve. Deurluchttge Vorfl. Dat de Compagnie de gantfehe TJt Et is my, op mijne kome alhier, Malabaerfe he kuft de vrede aenbood: * * byzonder lief en aengenaem ge- en nu de tijdgebooren was, zoo zijne weefi, te verfiaen het goet onderltng Majeeit gelief de, zelve metmi daer verfiant en vrientfehap, die uwe Ma- af te handelen, om in vrede te leven jeeit altijt met d'Ed. Compagnie tot en jn koopmanfehap te doen: gelijk ik nutoe gehouden heeft. En nademael daer volkomen laft van had. Maer zoo wy het zelve zeer hoogh w aerde er en, Zijne Majeeit niet gelief de, dat ik zoo hebben wy den kapitein van Kou- dan oorlofverzoght, om te mgen verlang, Johan Nienhof, afgezonden, om trekken. met Uwe CHajeett een bondige en De koning, na weinigh overleghs, vae verbinteniffe te maken, tot nader zeide. Men zou de punten, dien aenvrientfehap en vermeerdering van gaende, opeen Ole brengen, en hem bontgtnootfehap. Uwe Majefteit ge- eens vertoonen : het welk ik deed. luve hem in alles, als mijn eigen per- Deze punten beftonden in drie. foon,geloofte geven, in het geen hy met Hetaenbrengenvan den Amfion,en uwe ^Majeeit zal handelen: het het fchiUen van de wilde kaneel, en welktk ten allen tijden met gelijk zal vervoerenvan de peper af te Ichaffen. erkennen. God beware den perfoon van Dezewaren weide drie voornaemfte uwe Majeeit,en verleene hem een lang punten van hetooghwitder Kompanen zaligh leven. jie. De koning liet dezelve punten in Koufzijn den tweeden van onze tegenwoordigheidc overluidt Sprokkelmaenc, 16.64.. lezen. Maer daer quamen vele hinJakob Huftart. derpalen voor : want de Moorfc koopluiden, die zoo groot gezagh hadden , zochten het zelve met alle Zijnge- Daer op vertoonde ik zijne Majefprek en fteit in't lang, waerom ik aldaer geko- maght te beletten. Na veel overleghs, en veel over en verrich- men, en wat mijn aen brengen was, dat ting met ik hem alles van ftuk tot ftuk voor- weergaen van de Refidoren, dat zy den koning t elkens verwittighden,en den ko- ftelde. De koning gaf ten antwoort, dat hy heimelijkin 'toor luifterden, het welk ning. fich tot des anderen daeghs daer op itotdenavont duurde, gaf onsdeko' wilde beraden en bedenken. Het ningoorlofom naer ons loosjement te mogea
; n e t %

ZEEcn L A N T - R E I Z E . I I inogen vertrekken, met belofte van legen^deit, gewogen te worderi. des anderen daeghs ons af ee vaerdiDaer isokeene ftad Todiagafoof gen: gelijk ook gefchiede. Want des anders Mault kar a gfcaemc. anderen daeghs heel vroegh quam de Deze koning heefc zommige lantweede perzoowvan't r i j k , met den den mec den koning van Kalkelang kapitein voornoemt, en liet zieh ver- gemein : gelijk de meefte rijken aen luiden,dat ik 2aken,tot nadeel van den deze kuft zoodanigh door malkandekoning en ' t rijk^voorftelde. ren zijn verwerc,datnen rijc van nooIk vertoonde hem met verfcheide de heefc, om dezelve te leeren kennen redenen, dat wy niet anders als den en onderfcheiden. vryen handel vcrzochten,cn met d'anHet lanc is de gantfehe kuft lngs dere lantregeerders van de Malabaerfe wel bewoont. kuft ons alrede verdragen hadden: al Daerwaft veel peper, erweten en het welk ik hen allen voor oogen ftel- boonen. de: als ook hec welvaren , dat zy Aen d'oevers vn de rivieren zietzelfs daer van zouden trekken. men vele rijsveldenenzoucpannen. In elk punt wilden zy iets verandeDe koning is een opperhoofdige ren ,en gingen meer als zes maelover vorft, en aen niemant verbonden. H y en weder. houde geduurigh twalef hondert Neyi Ten lefte quamen zy,en vraeghde na rosin dienft, en was een tnan van zefde menigte of hoevcelheit van peper, tigh jaren, grof vanlichaem, en ftraf die wy jaerlix zouden begeeren. I k van opzicht. Zijn hooft-cieraec was zeide: men behoefde de hocveelheit van een wonder en hoogh fatfoen, cn niette noemen: wy zouden alle de pe- van rootfchaerlaken, van binnen met per nemen, die daer gezamclt wierd. katoen vaft gemaekt. De Moren zodcn ons geerne met een Hy houdt zijn hof gemenelijk in gedeelre gepaeit^ cn de reft zelfs gehad de ftad Kafnopolyyfat met een aerde hebben, daer zy zeer by den koning wal van twintigh voeten hoogh ver* omaenhielden en woelden: maer zij- fterkt,en vierkant van vorm is. ne Majefteit ftont ons ten leften alles Het was toen zeer vervallen, waer toe: behalve het fchillen Van de wilde uicblijkr, dat hy niec zeer begeerigh kaneel: daer ik ook zoo hart niet op was om het zelve t'onderhouden. kn ftaen, ter oorzake wy zelfs die Men heefc in dit koningrijk al van zouden moeten koopen. Daer en bo- over langen tijt vele kriftenen gehad. ven kon men dezelve met der tijtop Maer de koning heeft het bouwen van zoodaragen prijsftellen,dieden fchil- hunne kerken niet willen gedogen.Dies der de foften van den arbeit niet zou bleven de kriftenen den tijt van twalef mgen opbrengen: en dienvolgens jaren zonder kerke, tot aen het jaer zieh zelfzou vergetenen vervallen. vijftien hondert een entachentig.,De Het koningrijk van Marten of de koning,die toen regeerde, gaf hen niet Koning. Marten is byna zoo groot als dat van alleen verlof van eene kerke teftich* rijk d e Kalkelangycn ftrekt Noortwaerrsop, ten: maer ook hout in de boflehen te W a r t e n . tot aen hec koningrijk van Torka: houwen, dat aen de afgoden geheiligt raeketen Zuidcn aen d'Indifche zee, was. Hy ftont allen zijnen onderdaen ftoot ten Ooften aen het hoogh ge- nen toe, te mgen kriftenen worden, berghte. Het ftrekt lngs de riviere, enverleende den Jefuiten maght van waer by men van Koetzijn na Koulang genen te kaftijdcncn ftraffen, die, na opvaert. gcdoojpt te zijn, na de Kriften wer De hooftftad des rijks is ook Marten niet fefden. oiMarta genoemt. De ,kerke voornoemt Voerde den Aen de Zuit-zyde aen de zeckant naer{| van St. Andreas: dewijl zy onleit een plaetfe, T ander at out te byde trertfrde dagh van St. Andreas volinwoonders , en by de Portugefen tooit was. Teffe genoemt, alwaer de koning den Lngs dezelve riviere, daer aeri het onzen een huis te bouwen vergnt koningrijk van Marten leit, worc ook heeft. Aldaer plagh alle de peper van een koningrijk Batyma geftelt,metee-' verfcheide plaetfen, om de goede ge- ne fadl&tyapery. R Men
3

G E D E N K W A E R D I G E Men 2eidt de koningen vanBaty- koninginne van Koylang, om de toi ma een wet gemaekr iaobtbe*: waef by en het gefchut t'ontfangen. Ik eide> den mannen geortoft is de vrouwen dat m den toi niet zou gedaen worden: te dooden, die, van wat ftaet zyook maer ftont het gefchut, gelijk met haer zouden mgen zijn, hen eenen dienft verdragen was, geerne toe te leveren weigeren, zonder eenige ftraffe daer ofte betalen. voorte lijden. Ondertuflchen liet ik de Manou Na ik nu alles had abgehandelt en vervaerdigen, om na het hojfdesko- Trekt n a gellooten, bood lkde gefchenken den ning$ van Travaujiaar tc trekken. ? * koningaen, die hy door zijnen twee- Maecde Refidoren des koninghs van GOOTO. den perfoon, beneffens eenige andere, ^Goenree en Barijette Pule verzochlietontfangen. ten om met my te fpreken, daer ik met fcn overmits deze perfoooen vele den boekhouder Cherde Venne na toe moeiten met ons gehad hadden, en reed. ook behulpzaem waren, zoo vereerde Daer waren meer als drie hondert ik aen eenen ieder een kleine feben- Neyros by malkanderen, die alle niet ckting als van den toi fpraken. Doch na veel kaedje. Wanneer wy nu alles klaer waren, t willens en krakeeis, wierdt ik te rade wierden wy voor het hof, onder den om van daer te feheiden, cn des morblooten hemel, befcheiden: alwaer de gens weer teverfijhi jnen * hoewel met koning,en ik daer na, d'Olaof brief, beding, zoo zy geen ander befluir nadaer het verbont of verdragh op ge- men, dat daer dan met in zou te doen fchreven was, in het gezicht van al zijn zijn; dewijl zy eifchtea, dat noch in't volk ondertekende: ten einde een ie- verdwg bedongen was,noch niet kon per zou knnen zien, hoe oprechtde toegoftaefc worden. En dewijl tendier koning handelde. tijde*daer jiiet anders in tedoen viel, Hier op nam ik mijn affcheit, eerft lietik het daer by blijven, en quam des Nienhof neemt van den koning, en daer na van alle de avonts weer te Koylang. Den twalefden van Sprokkelmaent* zijnaf- Grooten, en trok des avonts met mijn fcheit, volk na ons vaerruigh, dat ontrent een des avonts ten negen uuren, vertrokYik mir gaens van daer in de rivier lagh. weder over zee , na het hof van AtDe ftrant-heer, een onderdaen de- tingen: alwaer de koning van TravanZes konings ,quam my aldaer verwel- koor voor eenige dagen was aengekolekomen, en toonde zieh zeer minne- men. Met den dageraet quamen wy lijk'en beleefc, met aenbieden van alle raet ons vaertuigh voor het dorp Mapdienften, en vereeren van een deel pul, ontrent vijf mylen Ooftwaerts van hoenders,pyfang, en andere verver- Koylang gelegen : maer kondtn door het geweldigh aenrollcn van de zee fching. Ik nam van dien heer ook mijn af- met ons Maufiou niet aen lant komen: en ver- fcheir, en vertrok wederom na Koy. waer over ik een klein Thonijs moft tretet Koylang. l &' ^ ^ ^ g d aenquam, huuren, die ons mer zonderlinge behendigheit door de baren aen landt en alles in goeden ftant vond. Midlerwijle ikte Porka was, ont- braght. Van daer trok ik ontrent een uur Trekt Wortby bood de koning van Kalkolang my in lngs ftrant tot aen een groote riviere: ^ f f . zijn hof, verftond dat de handeling, den Koalwaer ik met mijn volk in ging zit- k o n i n g ning van tot beider zy den genoegen, met zijnen ten. Na ontrent drie uuren roeien en J j J J Kalko- nabuur gefloten was, dat hem zeer een geweidige groote en ongeraeenc wel behaagh de en aen ftont. Hy verlang onthitte quamen wy voor het hof aen te boden. eerde myeenkoftelijken palsrok van brakade,dieik, volgens's landts ge- landen, en vernamen dat de koning bruik, mereerbiedigheitaennam, en gereet ftonr, om na Kalkolang re verbedankte zijne Majefteit voor zoo ve- trekken. Wanneerik zijne Majefteit le ontfange eer, op verfcheide tijden onzeaenkomfte door den tolk deed van hem genooten, en vertrok voorts. bekent maken, liet my de koning terWanneer ik den negenden te Koy- ftont door eenen refidoor by hem roelang aengekomen was, quam des an- pen, en vond hem op de bovenfte trap, deren daeghs d'eerfte kapitein van de met de voornaemften van zijnen ftaet, ftaen.
d n Ko z i j n W N f an a e r e n n e e n e n

Z E E . cn L A N T - R E I Z E* ftaen. Na ik den koning eerbiedejk verzekerde hem, dat hy bnzent halve d'Ola overgelevert, de gefchenken nietongelukkigh zou zijn,en gaf hem aengeboden, en in * c kort mijne reden daej: op eenige fanijns, zoo dat hy het voor hem gedaen had, liet hy d'Ola zelve moft geboten, cn ons teen wilopenbaer voor al zijn volklezen,en de ligh verzorgen, 't geen wy van noode gefchenken weghdragen. Hy zeide hadden, zelf my, dat hy my voort antwoort Des anderen daeghs, den veertien- Wort zou befchikken, hoe zijne meening den van Sprokkelmaene, ontrent ten weenen was en ik kon, zoo ik begeerde, zoo achtuuren, het my de koning, door iSES*" lang neffens de refidoors (dien ik de eenen Nayier,ten hove roepen: alwaer zaek kon voorftellen) indetuin onder de vier refidoors voornoemt voor de fchaduwe van de boomen , dicht by poorte ftonden,en op mijne aenkomhet kafteel, my onthouden, daer de ko- fte wachten* W y traden met malkanning zelf met zijne handt my wees te deren ter zyde af in den tuin voornoemt : al waer ik mijn alkatijf of tapijt* gaen. Ik maekte dan den refidoors (die beneffens hunne matten, in de fchaduvier in getale, en door den koning ge we der boomen, liet ncderleggen, om maghtight waren,} in 't lang, volgens te zitten. D'eerfte refidoor zeide, Dat zijne _ hun begeeren, mij ne mening, en waerom ik gekomen was, bekent. Maer als' Majeeit niet wel te v%ede was over nings re^ouwen-hof^^^ zy daer over met my wilden handelen, het verbranden van het vertoonde ik hen, dat ik, volgens mijne te Kolang, en hen daerom gemacht ight orde ,om byzondere reden, moft met had, als ook om den handel te beginnen, den koning zelven handelen. Met dit en zijn Majefteit daer van ver flagh te antwoort traden zy na den koning, en doen. Dat zijn meening cn voor nemen quamen na weinigh rijts wederom ,en van zijnen brief, aen den Heer Adzeiden; dat zijne Majefteit haer over mirael Huftart gefchreven was, om zoo eene gewichtige zaketot morgen de zaek van den prins Godormo by te moftberaden, en begeerde dat ik zoo leggen $ en dat zy nu wenfehten te ver* ftaen, wat ik daer in mocht ordonnertn lang zwachten. Zy vereerden ons, uit den naem van Dewijl nu mijn voornemen niet was, Nieuho den koning, eenige bflenpifang, ft de zaek met verbloemdc woorden Antwoort vergllen ons voorders dezen dagh. ' * voor te ftellen, zoo zeide ik rond uit: " *_ , Aen de Weft-kant van't hof, in het dztGodormo zijn ongelukniemant als L j k w a e n - hangen van een bogen heuvel, leit een zieh zelven re wijten had i want als wy vann ^uis, d a t g s van verfcheide voor twee jaren met ons krijghshetr M a U b a e " boomen overfchaduwt is, en een fcho- voor Koetzijn gekomen waren, om ne lornmer geeft. Aen d'eene kant onze vyanden, de Porrugezen, te begaetmen naer om laegh, lngs vlakke oorlogen, zoo had onze admirael de en vermakelijke rijs-velden, die ront- witte vlagh laten waeien, om met de om met palmboomen beplant zijn. A l - oude koningin van Koetzijn in een daer wierden wy gehuisveft by eenen vriendelijk gefprek te komen. Maer vroomen man, naer het fcheen: maer Godormo had het zelve verhindert, en zooongeloovigh, als iemant vanzijns d*onzenvyantlijk aengetaft, en zieh gelijk:wantals wy des avonts wat zou- altijt zoo gedragen, en deed noch daden eeten,zoo wilde hy ons gene fcho- ghelix, als een vyant van de Kompantels noch iets laten tojkomen, om de jie , en het Koetzijnfe koningrijk, dat fpijze aen te brengen : waer over hy wy dachten teherftellerr, en daer by met onze zoldaten in gefchil geraekt op te zetten, wat daer toe van node was. Wanneer ik d'oorzake daer van moght zijn. I k had zijne Majefteit wilde weten, zoo zeide deez onnooze- tijdjfcgenoeghdoen bekent maken leman: Dat de duivelen'tgeluk zijn als%^oortwee jarend'eerehad, om huis gefchonden en verwoeft hadde, hem te Kaligoli te fpreken, dat wy zoo dra wy daer waren ingekomm. Koetzijn met geweit van onze wapeDaerom begeerde hy ons niet te her- nen overwonnen,en met den wettigen eenceuwig bergdn-, maer verzocht, wy zouden koning,LMontaDav,ile, vertrekken, en op een ander gaen. I k verbondt gemaekt hadden. Dat Godormo R
; D e j k ot op m e t n e t e w a

G E D E N K W A E R D I G E 3* dormo gene gifllngbehoefde te maken, ieder in het zijn met vrede tc laten omoit wederom aengenomen te wor- woonen,en den vryen handel, mer den den. aenkleven van dien, onverhindert re Hierop gingen zy na hunnen ko- mgen doeh. En dit was, zeide ik rring, en quamen wederom, en vraegh - eindelijk, al het geen , dat ik aen d e n , of men hem dan voor den twee- alle de Malabaerfe konirigen cn prinden of derden perzoon van't rijk niet fen voor teftellen had. zouden willen aennemen. Na verfcheide handelingen en re^ Om hen nu van dat ftuk af te leiden, denen, zeide ik, dewijl ikin hen eenidaer zy fchenen dat met reden nietaf ge traegheit bemerkte, dat ikalhet te krijgen waren, vraeghde ikhen,of geen gedaen had, dat rot de vrede zy Mouta Davila nier voor den wet- diende, en het fcheen dat zy liever tigen koning erken ? Zy antwoorden oorlogh begeerden. alle van Ja. Toen vertoonde i k hen, Wanneer ik Zagh, dat zy daer op dat zy groot ongelijk hadden, eenen zwegen, voer ik voorr,en zeide, dat perzoon in het rijk op tedragen, die zy een voorflagh Zouden doen, om te zieh tegen zijnen wettigen koning zien, ofmen de zaek in vrientfehap opgeftelt had.en nochzochtop te (tei- zoude kunnen byleggen,en hen, konlen : dat niet als t'elkcns onluft kon ver- de het z i j n , zoo zy de reden wilde wekken. Ik wilde hen in alle zaken plaetfe geven, een jaerlixfc vereering believen, maer hier van moften zy niet toeleide,of eens voor al eenj ftuk gelt meer handelen. telde. N a verfcheide raetplegingen fpraDe koning verftont, dat hy zieh ken zy van de zaken van Godormo re over deze zaek, idaer verlcheiden hun herftellen niet meer maer zeiden: Hy deel in hadden, zou beraden, en dan had voorgenomen met zijne drie broe- een Refidoor tot Kolang zenden, om ders in het rijk van Koetzijnte fterven metmy voorders te handelen, en een fen begraven te worden. W y moftengoet verdragh uit te vinden. I k had op onze hoede zijn. I k zeide; dat ik alles liever daer af gehandelt : maer het rijk van Koetzijn dorgereift had, de Refidoors dorften den koning daer dat'er wel plaetfe voor hondert dui- van niet meer fpreken,en verzochren zent man was, als zy het zochten. I k dat het, volgens believen, tc Kolang verhaelde wyders, dat hunne koning mocht gedaen werden : dar ik voor by de Kompanjie in zoodanigh aen- dien tijt daer by moft laten blijven, en zien was,dat wy zijne vrientfehap noit zien wat daer na af vallen wilde. Maer in twijfel hadden getrokken : al hoe- het zal moeielijk zijn metdien koning wel zy de zaek van Godormo zoo fche- te handelen, 'cen zy verfcheide dinnen voort te zetten en tc begunftigen. gen toegeftaen worden. T o t beveftiging van noch nader vrientDe koningin liet my heimelijk wefehap, was ik aldaer gekomen ,om met ten, dat zy wel genegen was metmy hen,gelijk ik met andere kningenal- te handelen maer de koning van Trareets gedaen had,ookte handelen. vankoor moft eerft vertrokken zijn*. Terwijl zy zieh hier op berieden, het welk my niec qualijk aenftonc. quam een gezant van de koningin van Voorts verzocht ik hren refidoor, die Kolang ,met een O/a, klagen, hoe zy my de bootfehap braght, het zelve noch van den toi niets hadden ontfan- by haer Majefteit te bewerken: naergen, noch het gefchut niet herfielt dien ik van wegen de Kompanjie was. geernezou zien, dat aen ieder haer De Refidoor vraeghde my, hoe ik vrientfehap gemeen was. dit wer k verftond,of wy niet doen wilHet geweft van Attingen heeft onSG den , als de Portugefen gedaen hadden. tot noch toc niemant bekent fF'tmg Maer ik vertoonde hen, dat-wy^hen maekt. dan ook moften handelen, als de PorHet is een lande vol van peper, en tugefen,dic hen,d'een by d'ander,doot derwaerts daghelix veel toevoer, uit floegen, en andere ongebondentheden d'aengrenzende rijken,gebracht worc. bedreven. Dat dit de meeninge van Attingen is hec rechte ftamhufsder de Kompanjie niet was > maer eenen Trevankoorfe koningen: maer bygebrek
;

Z E E - c n L A N T - R E 1 Z E. brek van mannelijken oir, vvort een uit I ning en alle de grooten. Een der refide Koetzijnfe prinfen gekooren: ge doors vcreerde my, uit den naem des jk de toen heerfchende koning, van konings, met eene vereering, die men^ daer uit den geflachte van Rarnme- na 's lants wijze, moetaennemen. rankoil, rot het koningrijk van Tra~ Ik rrad uit het hof, en gihg recht na vertrete vankoor beroepen is. de rivier } alwaer onze Tonys gereet ' Het is hoogh root en fteenachtigh lagh. Voor mijn verrrek deed ik on lant, daer de peper waft: en dien vol- zen waert roepen, en eenige fanijns gegens isdie vafter en kleinder van korl, \ ven. als eiders in de dalen van Kolang of i Toen voer ik de rivier weder af, en Koetzn. j quam met zonnen ondergang te MayTuffchen het geberghte ziet men pule: alwaer my de refidentvan Tenniet als rijsvelden,die allengs met trap-! gepatnam, dien ik mijne komfte pen neerwaerts loopen, en van boven verwittight had, bejegende W y trokken des volgenden daegs, bewatert worden: dat zeer aengenaem enluftightezien is. den zeftienden van Sprokkelmaent, Het hof des konings en der konin- weer over zee na Koylang: van waer >ii ginne ftaen recht tegen over malkan- ik terftont onzen tolk na de Tule te deren, en zijn in hethangen van ee- Margaty lier gaen, om tc vernemen, Koylang. nen bergh gebouwt, daer tuffchen bei- waer de koningin van Goenree haer toen moght ophouden. H y braght de luftige rijsvelden zijn. Des anderen daeghs, ten tien uuren, my daeghs daer aen befcheit: als dat Nieuhof wierd ik weder ten hove geroepen zy voor vier weken landwaerts in verwanneer de koning voorfteldc, dat het j trokken was, na het lant van Peretaly, weer ten h o v e o n r - beter te Kolang met my te handelen ruim vier dagh reizen van daer gele* b o d e n . was. Endewijl ik daer niet tegen had, gen. 200 nam ik mijn affcheit van den ko- [
Wr Ento

Het koningrijk van TRAVANKOOR Maer de befteftedenleggen te lanT 1 Et koningrijk van Travankoor, alzoo na zijne hooftftad gencemr, dewaerts i n , daer het landr zieh verneemt zijn begin aen de kaep van Ko- re uitftrekt, en langhs de bergen, in mory, ofKomoryn, nabydepeerlvif- het geweft van Naynar, aen de kaep fchery, en ftrekt lngs de zeekuft tot van Komorijn, en na de zyde van de aenKoylang, eeneftreke van twintigh ftad Travankoor, twintigh fteden of ofvier en twintigh mylembehalve het groote dorpen. Men ziet'er de ftadt vermaerde dorp Paru, daer over de Kotate o f Kokatti, een plaetfe van koningin van Singnaty gebiet. Voorts grooten handel, ontrent anderhalve paelt het na 't Ooften aen het rijk van myle Noortwaerts van de kaep van Madure, en heefc ten Weften de lan- Komorijn gelegen: de volkrijkeftad Simintira, ende grote ftad Matadaden van Peretaly en Kotarkery. Hec heeft verfcheide groote dor- iWr,omringtmet zesof zeven vlekpen , die volkrijk by de Mooren be- ken, en Varrage een klein vierendeel woont worden : als inzonderheic Ten- mijls: van Kotate en Ta/ikury, die d gepotanen, Kuletture, Koritypatnam, twee voornaemfte cn maghtighfte plaetfen van dien oort zijn. en Allaye. Ifalkelang is eene groote ftad, op de Ontrent des jaers vijftien hondert vieren veertigh, lagen ontrent dertigh grenfen van den Neyk van Madure, en dorpen lngs de zeekuft, die door ze- ftrekt haer anderhalve mijl weeghs kere volken., Makaos genoemt, die uit. Zyleit drie mylen van Tengepat* meerendeels viflehers waren ,en door nam, en zeventien van %oylang aen een hoogh geberghte, dat haer aen de Mahometanen bewoont wierden. eene
)

G E D E N K W A E R D I G E i;6 eenezyde tot cen vefting verftrekt. Goenree voor vier weken in \ lant ver* Aen d'andere zyde iffe met een trokken was, en noch voor eerft niec muur omringt, die onder van gehou- weder zou komen, ter oorzake van wen, en boven van gcbakken fteenen, eene zonderhnge kerken-gewoonre, tot vier en twintigh voeren hoogh op- die zy aldaer te verrichten hadde. ]k verzocht eenen weghwyzer, alzoo ik getrokken is. Het konings paleis ftaet aen de de koningin van eenige zaken van Weftkant, dat met een fteenen muur groot belang te fpreken had. is afgefneden. H y ontfchuldighde zieh, als dat Na het Oofte leit cen oud vervallen het onmoghelijk was de koningin te kafteel, op den top van eenen heuvel, volgen, van wegen de fteenige en die met drie muuren becingelt is. fpoorloze wegen, wel vijf dagen reiDe voornaemfte hof-houding des zens verre in het koningrijk van Pekonings in de ftad Kalkelang. retalijn, her welk aen het landt van Deze ftad wort gewonelijk met tien den Neyk vznMaduregrenft. duizent Neyros ,voor het in vallen van Dewijl nu aldaer voor dien toglit den Neyk van Madura, daer zy zeer niet anders,als mec moeite en kofte,uit bang voor zijn, bewaert.' te rechten was, zoo liet ik een Ole aen Het is cen vruchtbaer landt van pe- den Refidoor, om aen de jkoningin te per, rijs,en andere granen. Daer waft beftellen, van volgenden inhoudt. veel wilde kaneel,die wel de befte van Ik was daer gekomen, om hare Ma- zijn degeheele Malabaerfe kuft is. Maer jeeit met een kleingefchenk te begroehet heeft gebrek van vele andere le- ten, en -voort met haer eene vae k o n i n g i n eeuwige vrientfehap te maken. Dan vens-behoeften. Een der voornaemfte rivieren, die nademael ik nu het geluk niet gehad dit landt doorfnydcn, is Mannikortn, had, om hare Majeeit aldus te vindie ontrent de Kaep Komorijn in zee den,zoo twyfelde ik evenwel niet, of ftort. hare Majeeit zou de vrientfehap van De koning van dit lant wort by ee- de Cpmpanjie , met alle Malabaren nigen de groote koning genaemt j uit voornoemt, gemeen willen hebben. Wy oorzake hy meerder lancs dan d'andere zouden van onze zijde alles daer toe koningen van Malabaar heeft.Hydoet aenwenden, als hare Majeeit met den zieh met grooren pracht dienen , en br\%ger dezes hare meeninge zal beliehoudr in zijnen ftaet veel landtvoogh- ven bekent te maken. den of bevel hebbers, die zy Mndigals I k verftond afdaer, hoe de TYevan* noemen: desgelijx vele andere byzon* koorfe refidoor te Kolang China aendere raetsheeren, Tullas geheten. gekomen was, die den twintighften Hem wort ook by eenigen groot dezer maent door onzen Tetangatyn, gezag over Koylang,de Marten en an- Thome Bottecho, lieewecen, dachy dere landtfehappen toegefchreven: daer aengelant was, en verzocht my maerik heb hec zelfde wel anders be- van eenige zaken te fpreken , die zijn vonden. Zyeeren hem wel als koning} koning na mijn vertrekhad aenbevplen. maer gehoorzamen niemant. Andere maken hem eenen vaflal De plaetfe was Kolang China, in 't o f leenman van den koning van Nar- kerkjevande Sint Thomas Kriftenen. finga. Waerom ik my weder na Kolang beHet lant is ovcral, waer men zieh gaf, daer ik my op de geftelde uur liet wendt of keerc, vol menfchen.diealle, vinden. na den aerc en wijze der Malabaren, Dan wanneer i k , na verfcheide rewel gekleer gaen. denenenlangftribbelen, niet vorderDen achtienden vertrok ik weder lijx koft uitrechten ,ging ik re paert zitNieuhof trekt na van Koylangjn gezelfchap van den re- ten , om weder na de ftad re ryden. het ko- fident Siewert Bakker, na het koning- Als zy nu zagen, dat het mijn meening was te vertrekken, verzochten zy my ningrijk, rijk van Goenree. vanGoen Wanneer wy te Kaligoli aenqua- om noch eens t'zamen tc komen: het men, verftonden wy van den Refidoor welkiktoeftont. Na veel moeite en herrewerren, des konings , dat de koningin van wiert

Z E E * eil L A N T - R E I Z E . **7 wiert een verdragh van volgenden in- voorongeval, endat het den eenen o f houdt getroffen. anderen nje met een fchrikkelijke wrake zou mgen itberften. H y had ook geerne geweten, wat'er tuffchen my en Nader Verdragl* van den Toi der vijf Fanins , 'c vervoeren van de den koning van Marta verhandele peper en inbrengen vanden amfion, was: doch ik ontfchuldighde my,dat gemaekt tuffchen de Nederkndfche ik het zelve noch niet kon verhalenj Ooftindifehe Kompanjie, door den maer verhoopte, tot beider zijden gekoopman Johan Nieuhof, gemagh- noegen, die zake af te doen. Den tweeen twintighften fchreefik tighde, ter eenre, en de koning de tjftlarten Singnaty , Goenree, en een Ole of brief aen den koningin van Trevankoor cn Baryetta Pule, ter Stngnatgtfmx. onzen tolk Baftiaen Ferdinandes-, nopende het geen ik met de andere zyde. Travankoorfe Refidoors had, verright. i. Niemant zal in defe landen eenig Midlerwijle waren des konings en amfion brengen, verboten of verrui- prinfen volk handtgemeen geweeft, daer door vejffcheide gefneuvelt en gelen, als alleen de Kompanjie. 2. Niemant, wie het ook zy, fal ee- quetft waren.. De prins wierd ook in nigh peper of kaneel vermgen uit het zijn kafteel belegert, die aen my eenen lant te voeren, of aen iemant te verkoo- van zijne vertrouden om b^ftant, en om kruit en loor zond: hoewel ik hem pen,dsa4nde kompanjie. In het derde punt wiert deprijs, en dat om gewichtige redenen*ffioegh. het geent voor den toi genieten zou- Enofwelzommigen, by verandering, den, ook vaB gefielt en verdragen. voordeel zoeken, zoo was my evenWaer by dan alle vordere pretenfien of wel de ontrouw der Malabaaren in 't 'voorwendtngen zonden ie doot en.te gemeen wel bewuft. Het is een volk, dat gene verbonden of beloften, als niet zijn. Aldus gedaen het hof Matta del door dwang, wil houden. Ook kan men den eenen niet helpen , of heeft Reyne, den anderen tegen. Dies, is het beter Desjaers 1664,. den i.Febr. 1 met een koningje, als met eenen koning te handelen, encen ieders vrientIn het wederkeeren van koylang, fehap te zoeken. . Dewijl nu den Refidoor des ko- reed ik lngs den wegh na Matta del Reyne,znvonc\c\c kruis poftenoveral ningsvan Travankoor, volgens onsafmetfterkenwaght bezet. I k vraegh- fprek ,zou komen, om d'overige zade Matta dt Pub, overfte der Ney- ken voort afre doen; maer op den ge* ros, wat dit te bedUiden had. Die ver- zetten tijt niec re voorfchijn quam,zbo haelde my toen met een bedroefr ge- fchreef ik daer over aen hem dezen volgenden Ole of brief, dien ik met den rivHte "' ^ J de P BariyettePule,ecncn nyette Refidoor van de koningin, door zijne Toepas Ntkolaes da Kofta zond. P u l e foldaten had laten dootflaen, en voorts fcrouwt meer als tachentigh huizen verbran- De kapitein van de ftad Koulang aiocke. den , en vele palmboomen om verre zend dezen Ole, neffens zijnen hakken. groetjaen den Refidoor van Trevan~ Te dien einde waren de foldaten opkoorJSlarrano Poly, getrokken, en zouden hem nu in zijn kafteel belcgeren. Maer de Refidoor T7 Olgens onsgenomen befluit, ben ik Brief van des konings van Trevankoor had het " weder in Kolang-Tzyna verfchee- ^ " zelve belet, met beloften van den prins nen, om den aengevangen handel in Refidoor Maer ^ " ^ f Bariyette Pule , uit den naem van vriendtfikap voort feindigen. zijnen koning , by den kop te zullen uwe 1) eurlucht igheit heeft zijn toelaten vatten, om reden van zijn fnoot zeggen niet acbtervolght. Ook heb ik geefi befcheitgekregen, hoe onze vetbedrijfte geven. Hy had het nu al drie dagen flepen- richting by de koningin van Singnaty degehouden, en zeide zijn volk niet wort veraen. Over mit s nu de tijt geen ^ngecie kunnen beftieren. Ja zorghde langer uit fielkon lijden, zoo had ik onS fen
8 a c t n o e r m s k

138 G E D EiN K W A E R D I G E zen tolk by de koninginne van Stgnaly, uit den mont des konings had veren den Toe pas NzBaes da Kofta aen ftaen J deel in den toi hadden, zoo liet Goenreeenaryme gezonden, omhet ik den refidoor by brieve weten: hoc felve te vragen. Die brengen my tot dat ik wel genegen was, om alles by te antwoort, dat aen de koningin de vaor- leggen en te befleghten: maer het moft gewende toi volkomentlijk moet vol- openbaer geschieden : gelijk met andaen worden, dat ik niet kan toeaen. dere Malabaerfe vorften gefchiet was, En nademael ik alles heb bygebragbt, die het voor al het volk lieten lezen: wat recht en redelijk was, omdezake want onze woorden en werken moften by teleggen,en evenwel tot noch toe niet overeenkomen. Des avonrs kreegh ik wederom eeaengenomen is, zoo is *t,dat ik eenmael, en zoo veelmael als het by rechte ver* nen brief, om des anderen daeghs weeifcht wordt, proteere uit den naem der in St. Thomas kerjkje te zijn: alvan de kompanjie,tegen uwe deurluch- waer ook de Refidoor zou zijn. Ik reed derhalven des anderen tigheit Narrano 'Poly, en tegen alle andere, die hem zoo onredelyk zullen daeghs derwaerts, met den boekhouhandthaven, dat wf ontfhuldigh zijn der Jakob Cherdevenne. Na veel van alle onhetlen, fchade en oorlogen, reden-kaveling raekte ik Jclaer, met die daer nu of namaels uit zouden m- befprek, van dat den Refidoor des anderen daeghs zou in de ftad komen, gen ontaen. om het verdraghvolgens mijn ontKoulang den zes en twinwerp,re tekenen: als wanneer ook den tighfte van Sprokkelmaent, handel zijnen voortgang zou nemen. Deteoninginvan Stgnaly liet op den Joan Nieuhof. brief, dien ik aen haer gezonden had, Nieuhof fcfereef al die bedrijf en handeling wederom fchrijven van volgendenin-* verneigt swijtloopigh aen den Heer Huftart houde. Sjmwe naecJjyvoegen dat ik wel Denbriefdiende kapitein van Koj. S J detvaren, wenfcbte,dat zijne Ed. eens zelve zoo wichtige zakemochc by woonen, om lang, Joan Nieuhof, aenmygezonden toniim te zien, tot wat einde men dezelve "heeft, heb ik wel ontfangen , en den^^ zou kunnen brengen. Daer opontfing tnhoudtgeen. Ik zal, om dezen han hof. ik een antwoort, gedaghtekent den del, in de maent Maert te Kottekkery vier en twintighften van Sprokkel- ftuuren. Ik zal het zelve laten weten. maent in Koetzijn. Waer by zijn Ed. Wy zullen malkanderen daer dan wel liet weten, dat hy zelf over twee da- bejegenen. Ik zal voor goet kennen, al gen meinde te vertrekken: enikdat wat mijngemaghtighde daer dan doet. aen de koningen van Travankoor en Om deze zaken heb ik dezen brief beSingnaly zou laten weten. Waer op la tefchryven aen den kapitein Johan ik datelijk poften met eenen brief der- Nieuhof. waerrs afvaerckghde. Des anderen daeghsquam deRe-R ^ Den zeven en twintighften lietmy Verhanfidoor des konings van Travankoor in \a n k o M de Travankoorfe Refidoor , door deling de ftad, dien wv met alle belceftheit *<>m den Toepas Nikolaes da Coa, wevan den - K o y l a n g toi de ten, dat hy den toi metmy wilde cn eere ontfingen enonthaeldcn. Na Travan- afhandelen; maer daer moft niemant verfcheide redenen over en weer wakoorfe als de koningin alleen van weten : en ren voorgevallen, en inzonderheit noRefidoor, hy zou een ander gerughr onder het pende den prins Godormo , daer zy volk doen uitftroien. Maeifengezien noch geduurigh van fpraken, vertrok dit voor de Kompanjie fcftadehjk zou hy wederom dien dagh, tot dat de z i j n , en die ook niet geweaite is, met Heer Huftart , die aldaer verwght averrechtfetreken omte gaen : dewijl wiert, zou gekomen zijn. Den tweeden'van Lentemaentging N i e u h o f daer en boven ook namaels door de Neyros, die aldaer groot gezagh heb- ik,voor hetaenbreken van den dagh trekt ben , anders moght gehoort worden, met den onderkoning des konings vao lionmen zeer nadeeligh zijn; inzonderheit Travankoor,dien zy ook Gorepe n " oyW naerdien vele grooten, ("gelijk ik zelf mcn,en met MattadePulotOvette van de
o v e r cfi a oe K

de Neyros, na het hof van de koninginne van rvoylang,dat toen te Kalliere was, en quam aldaer ten twee uuren na den middagh aen. Na wy onze aenkomfte hadden bekent gemaekt, quam voort orde, om ten hove te verfchijnen. Zoo dra ik degefchenken enpenningen,omaen hare Majefteit te vereeren eh teilen, voor de peper gereet had, wiert ik boven gehaelt. Kleeding Meer als zeven hondert foldaten W o g S r t e n in de wapenen, die alle, na de Malabaerfe wijze, zeer antijks en vreemt uitgcftreken en toegetakelt waren. De koningin was redelijk out van jaren,engekleec na de Malabaerfe wijze, met een kleec van fijn katoen om den middel, enhet boven lijf bloot: zy hadflechtsom de fchoderen een katoen kleetje geflagen, der de blote armen uitquamen. De lange ooren, armen en hals waren met vele koftelijke gefteenten, goude ringen cn armbanden verejert, en het hoofe met een wit katoen doekje gehult. Zy was bruinachtigh van kleur,en het hair was
wa

zwart, met een knop In de nek: madf ftatigh en koninglijk van gclaet en opzicht, eneen verftandigeprincefle,dic goede orde in haet landt onderhieldt. Eenige van hare nichten waren byna blank, en op dezelve wijze uitgeftre.. ken, met het boven lijfblot; Na hec afleggen der groetenis en ovcrlcvercn en onrfangen der gefchenken en penningen, vertoonde ik aen de koningin de vorwaerde vn het verdragh eh verbondt, dat ik iridt haermeende aen te gaen ,cn alreets in orde en in'tnet gefchreven had, en flechts te tekenen was. Zy liet het twcemael herlezcn, om den inhoude wel te verftaen: en vraeghde eindehjlf: of daer mede nti alle vorige vefboiLden te niet wareh, en daer alles in begrepdfwas. Waer van ik haer Majaeicnyehoorenonderrechee. N a v f l ^ j g p p n overen weder,ftonc zy ten leften alles toe : hec welk getekeric wiert. Daerna bevalik harfe Majcfteity*cob Cherde-venm aen die in mijne plaetszou volgen: alzoo ik orde beS % komen

H G E D E N K W A E R D I G E komen had, orn na Toutekorkte ver- prins Godormo byftanc van volk of trekken, en de zaken der Kompanjie wapenen tegen de Kompanjie cn het aldaer ga te ftaen en Waer te nemen. [rijk van Koetzijn zou doen, dat hem Verzocht voorrs,dat zy hem daer voor dan den openbaren oorlogh, van wegeliefde Verkennen,en wydersmetde j gen de Kompanjie, zouaengezeit en aengevange vrientfehap van de Kom- aengedaen Worden. panjie te volherden : dat zyallesbeHy deed groce beloften, dat het niet loofde te Zullen doen. zou gefchieden} met byvoegen, dat Hierop verzocht ikmijn affcheit, zijn koning altijt een vriendt van de Nieuhof van te mgen vertrekken: naerdien ik Kompanjie zou blijven. Waer op hy Verzockt sijn af- den Heer Admirael Huftart alle uuren des avonts wederom vertrok. Daer na ging d'Admirael aen boort, fcheir. te Koylang verwachte! dat de koningin toeftont. Zy trok een gouden arm- en datelijk na Kranganoor t'zeil. bant van hren arm, en vereerde my De kommandeur Bitter ,die aldaer, Komdie toc een gedachtents van vriendt- beneffens zijne vrouw en gantfeh huis- Jjjfjjjj fehap, tuffchen haer en de Kompanjie, gezin, met het fchip Nieuwenhoven, te " Zy liet my den zelven door eenen Re- j van Batavia gekomen was, om peper j ^ * . fidoor aen den arm doen: maer hy was ;te laden, was'ernoch mee doende va^ wat te nau, wacrom zy dien datelijk Zijn vrouw was begeerigh, om de ko- & te pas deed maken. ninginneeens tezien, daer ik orde in T e vore had zy my ook eenen arm- ftelde, en haer in mijn pallakijn derbantvereert, wanneer ik d'aenkomfte waerts brengen liet. De koningin ontvan den Heer Huftart haer had bekent fing cn bejegende haer beleefc, en was gemaekt. zeer nieuwsgierigh om Hollandtfche Ik bedanktehare Majefteit voor vrouwen te zien. De Malabaren deden zoo vele genote eere, als i k , zedert verfcheiden malen de palakijneen weimijn bewint te Koylang, van haer ont- nigh open,ert loerden met groote verfangen had,en bevalhaer noehmaels wonderiqgh en nieuwsgicrigheit toe: de zakgn van de Kompanjie aen. dewijl zy al zoo vreemt op ons zien, Iknamroen mijn affcheit, en ver- als wyop hen. Komt trok voorrs op Koylang: daer ik des Na de Kommandeur de Bitter zijn weer te nachts ten twee uuren aenquam, en Ifgfing ingenomen had, ging hy t'zeil, Koylang. door de geopende poorte binnen de .en vertrok weer na Batavia. ftad trad: alwaer daeghs te voore de Ikging denelfdenookt'zeil,cnver- N i e u S o f Heer Admirael Huftart, metdefche- jtrok na het hof van Goenre, en den j^J?' pen Erajfmus en Nieuwenhoven, van ! prins Bariyette Pule, en beval hare G O T W , Baravia aengelanr was. | hoogheden Cherde Venne:\ie by voorIk ging des morgens vroegh den | raet de zaken der Kompanjie te KeyHeer Admirael in zijne kamer ver lang z waernemen: (naerdien ik,als wellekomen, en met een alle hande- gezeit is,na Tutekorijn gingjen datzy lingverhalen: als ook in hoedanigen hem daer voor geliefden t'erkennen: 'c ftant het kantoor aldaer nu was : dac welk zy zeer beleeftaennamen. Voorts hy alles mer groot vernoegen verftont. zeide i k , dat ik nu gekomen was, om Voorts ftelde hy orde op andere za- mijn affcheit van hare Hoogheden te ken , die noch tedoen ftonden , eerik nemen: en twijfteldeniec, of zy zouvertrok. den in de vriendtfehap van de KomOndertuflchen quam d'onderko- panjie volherden, die haer (des zy wel . -Onderning des konings van Travank/m we- moghten verzekert zijn) na hare waerkoning derom in de ftad Koylang^f om den digheden daer voor bejegenen zou: van Travankoor Heer Admirael re verwcUoKomen, en hec welk zy beiden ten hooghften be JL loofden te doen. Als ik nu daer op lomtte van eenige zaken te fpreken. Na verfcheide redenen van,' sJ(nts min affcheit nam, vereerden my de Kojlang. beftiering, by diegelegentheit,voor- prins BaryettePule mereenkonftigh gevallen, en andere zaken afgedaen gemaekte gouden armbant,en d'onderwaren, liet d'Admirael hem eenige koningh des koninghsfehonkmy een fchenkaedjen vereeren, en met een koftelijk zyden kleet. Na vele eerbewijzingen vertrok ik aenzeggen: wanneer zijn heer den weder
ljn 1 i

Z E E en L A N T R E I Z E . 14.1 weder ha de ftad Koylang cn vervaer-1 Het is waterrijk,en meeft tot aen het Aerten e nw e e r dighde mijne zaken tot d'aenftaende \geberghre toe, inzonderheit na de zeen a Kay- reize na Toutekorijn. \ kant, gebroken : cn wordt op vele deshna lang. Na ik alles klaer, en de middelen plaetfen te lande waert in, met fchone >Mader Kompanjie. aen Cherde Venne bronnen, meiren, watcrenen rivieren, * overgelevert, en hem van alles onder- alsHollant,bcwatert en doorfneden: rechthad, zoo nam ik mijn affcheit waerommen het lant * zonder behulp van alle de voornaemfte dicnaers der van vaertuigen,niet bereizen kan: hoeKompanjie, en vertrok den twalefden wel de wateren ondiep, en dien volvan Maerr, met den dageraet, na ik al- gens voor gelade fchepen onbevaerdaer tiree jaren de zaken der Kompan- baer zijn. jie had waergenomen. Naerdien mijne Daer waft overvloedelijk veel, en verbondejaren byna uit waren,zoo had de befte peper, die hert en vaft van ik liever gewenft dien tijt te Koylang, k o r l , e n ongclijk beter, als eiders te daer ik nu den handel op een goeden vinden is. D'in woonders plaghten de voet had, en daer inbedreven was ,te peper voorhene aen alle vreemdelinmgen voort aitblijven: gelijk ik ook gen tegen zilver, gout, amfioenen anfchriftelijk na Kolomba liet weten : dere waren, re verruilen en verkopen: raaer alzoo het opperhooft van Toute- maer federt eenige jaren de Neerlantkorijn na Perfie moft vertrekken, zoo fe Ooftindifche Kompanjie de rijken kon het voor dien tijt niet anders zijn. vaikKranganoor, Koetzijnen Koylang Ik zal eenige verhaelwaerdige za- doT gewdt van wapenen heeft overken van dit lant Malabaer, dat ik zoo won nen* en de Portugefen daer uit doorwandettheb, den lezer ten tone gedreven, zoo heeft zyde handeling, ftellen,en deflelfs gewaflen, dieren en met de voornaemfte vorften en koningen, op zoodanige voorwaerden geinwoonders in't kort befchrijve, Het landt of de kuft van Malabaer maekt , dat de peper aen niemant, als 35*" wrtgemeenhjfc zoo verre gerekent aen her,magh verhandelt worden.Tot U m s van en uitgelfeBlfct^ ak daer de Malabaerfe onderhout van dien zijn de fteden Koetalege(prokenwort. Te weten, het tzijn en Koylang doot d'onzen zoodabegint vijftigh mylen zuidwaerts be- nigh gefterkt en met krijghsbezetting nedenGoa, en eindightten Zuidg?aen voorzien, dat zy in onvermogen zijn. Het lant van Malabaer is doorgaens de kaep van Komorijn, die op Zeven graden en een halve, Noorder breete, metklappcs of kokosboomen, by bofleit,enftrektontrent 80. mijlen lngs fchen op brakke plaetfen bewaflen, de kuft. Het heeft ten wefted'Indifche die aldaer weeliger tieren,als op eeniZee, en ten Glten het hoogh gebergh- ge andereplaerfen van Indien: ja zomte , daer door het van de kuft van K o - mige verheffen hunnen kruin tot 95". en meer voeten hoogh in delught. romandel gefcheiden worc. Metd'oly,arak en kayer, of baft van isin w. ^ Malabar wort gemeede vrucht, wort grote handel in d'omfcheide nelijk in vijf koningrijken verdeelt: rijkm" ^ Kananoor^KalekutyKranganoor, leggende geweften gedreven. Men heeft'er allerlei flagh van hout, verdeck Koetzijn, cn Koulang : daer andere ook het koningrijk vanTorka, Tana- dienftigh tot het bouwen van huizen 07* of Tanor, Koykolang en Travan- en grote fchepen. koor by voegen: beneffens vele andere De lucht is'er helder en klaer, en in Lucht. verfcheide kleine koninkrijken, als Lou- Sprokkel - en Lentc-maent des Kota,Moutingua Badara,Chambays tnachts zeer kout : maer des daeghs Marta, Muterte, en de koninkrijkjes^ ^v^rdraeghlijk heet. I n dien tijt valtdie opde hergen van Malabaer gele-f'er zeer fterke dau : die inzonderheit gen zijn. , de groote koude des nachts veroorHetleit ontrent in het midden,tuf-; ,^ekt. fehen de Liny, en Tropicus Cancri: De winter begint'er in Gras- of ten zajfoewaer door het aldaer altijt des daeghs langftenin Bloeimacnt, eneindight in " . Herfft-of ten langften in Wijnmaent, heet is. Het is eeft zeer luftigh, ongemeen metdonder,'blixem en on weer. Dan vruchtbaer, vermakelijk en gezont zijn'er de meefte vruchten dewijl het S 3 onder lant.
1 v labacr Mihbsar e t l a n t v a n a i n } 9 c n cs a e ts ;

G E D E N K W A E R D I G E onder de regen warm is. Dan beginr meeften tijt ftorm en onweer, en op dt de zomer, en duurc tor in Gras- of anderekalmteenftilte _ De gemene huizen zijn'er van bamBloei-maent, met grore hitte ,en klare boefen gemaekt, en met olen of blalucht, zonder, of zelden, regen reheb- den van kokosbomen bedekt, en zomben. Dan wort het zant, door deze mige met koedrek befmeetr, zonder grote hitte, op zommige plaetfen zoo floten,fpijkers of glazen. De huizen heet* dtde inwoonders de bloote voe- worden'cr niet gefloren : wanr men ten daer niet kunnen opzetten: waer- vindt'ernietinteftelen. Diesniemant omzyope fchoenen,die zy SiYipom prachtigh gehuisveft is, uitgezeitgronoemen, dragen moeten. te heeren. Dedeuren zijn laegh daer Allen uchtens,tuflchen negen of tien menal buk kende moet doorgaen. uuren,begint'er de Ooftelijke wint uit Zommige zijn mer loot, andere met hetlant te waeien , en kortna zonnen koper of regels, bedekt,en,na de wijze ondergangde weftelijke Wint uit de der Malabaerfe bouwkunft, fraei opZee,die beide,zoo de lant als zee-wint, getoit. de lucht geweldigh verfriflen en verDe gemeene gebouwen zijn laegh, koelen. Dit heeft men byna op alle en zoo hoogh niet als hier te lande. Eeeilanden van dien oort, hoe klein zy nige hebben twee of drie vertrekken, ook zijn. d'een in d'ander. Het middenfte of De lant-wint komt noit, dat vreemt binnenfte heefc een hof, en zeer kleine is, boven de tien mylen in zee. Het galderyen, en d'andere rontom van welk zeker gaet en niet mift: waerop van gelijken na gelang. Deze vertrekmen in het varen giffing kan m aken De faizoenen zijn'er recht anders kenen hoven zijn hierom in dezer wijals hiertelande : want dewijl geduu ze gemaekt, om niet het minfte droprende onzen zomertijr, door de grote pel water opde vloeren, die zeer net hicteder zon de gewaflen verwelken, en glat zijn, te ftorten of fpuwen. zoo zijn die in hetlant vanMakbaer Aen den ingang van alle de huizen groen en frifch, ter oorzake van de zoo van armen alsrijken, zijn groote groote regefls in het winter-faizoen: voorhoven, met muuren of. hooge wanc hec regenc'er den tijt van zes grachten, en fterke houte paliflkden inaenden dagh en nacht zeer ftcrk,zon- omringt. der men,geduurendedien tijt,de zon Deze voorhoven voor de huizen ziet. Maer in den tijt van d'andere zijn gemaekt om de vreemde reizers zes maenden regent het daer noit. t'ontfangen, zooom tedrinken en eeIn Wijn-Slacht-en Winter-maenc ten, als omte ruften en flapen, cn zijn waeien op deze geweften feile en zwa- niec van binnen , ten einde zy des re winden. nachts zouden kunnen weghtrekken, Wanneer het op de kufte Malabaer wanneer hendesgevalt, ennahet gezomer is, dan ishet opde kufte van zelfchap gereet is. Koromandel winter, het welk wonDe paleizen der koningen en de pader is gemerkt die op eene hooghte goden zijn gemenelijk vanfteenopge- leggen. Doch dit wort door het hoog metfelc, mec een aerde wal omcingelt, geberghte van Gate veroorzackt, en met gefchut voorzien. dat de winden ftuit en ophout: want Meeft alle de paleizen der koninop een zelven tijt heeft men zomer gen zijn op poelen of meiren gebouwe, met eene groote drooghte aen d'Ooft- en hebben eenige een halve myle in zyde van de bergen van Gate, die denomtrek. langhs de gantfehe kuft van Malabaer Hec hout en fchrijnwerk van de ftrekken: daer men ten Weften van huizen is zeer fraei, en met verfcheidezelve bergen , winter met fterken den beeiden luftigh uitgewerkt. De regen heeft. Desgelijx heeft men in zoldering is net als een gepolijfthouGras - Bloei - Zomer- Hooi - Ooghft. ten tafereel. Men vindt'er verfcheien Herfft-maent,aen de Zuitzijde van de puinhoopen, die zoo oude zijn, de Kaep van Komorijn zomer, enop dac de tijt de geheugenis heeft wegheen zelven tijt aen de Noorrzyde win- genomen, hoe vele eeuwen zy geftaen ter. O p d'eene plaetfe heeft men den hebben Ale*
1 ; L 5

Hufeet!

ZEE cn L A N T - R E 1 Z E . Ui Alexander ck: Groote,naer het zeg- en zy als wat beginnen te bedaren, dan gen van zommigen, zou dit lant door- weten zy niets met allen van het geen, trokken, en verdelght hebben, al wat dat'er gefchiet is, en zieh toegedrahemvoorquam, als hy den zeevooght genheefc. Waer uit bhjkt,datdegehad bevulen, uit den ftroom de Gan- heugenis daer door zeer verzwakt ges in zeete loopen , cn na Babylon wort. op den Eufrates over tc fteken. AndeZommige nemeri d'amfion alle re meinen ook dat Tamerlanes deze daeghs: zommige om den tweeden, geweften zou doortogen en verwoeft en derden dagh in. hebben. Het heeft my rnenighmael doen De Malabaren doen hun maeltijt, verwonderen, als ik eenigh verbont of vlneeten zitrende op d'aerdc, met de beenen verdragh met hen gefloten had, hoe zy e n dnn nder 't lijf geflagen, als de fnijders,na zoovergeetigh waren. K L e de Moorfe wijze. De drinkvaten,kopAls de koningin van Koylang my pen en lepels, zijn van kokos-noten over deze zaek op zekeren tijt eens gemaekt. Groote en voorname lui- vroegh: hoe het quam, dat de Hollanden leggen hun fpijze in kopere ofme- ders veel wakkerder en beftandiger talc bekkens,of fchotelen. Zy eeten, in waren; daer haer volk zoo veranderplaetfe van broot, nier anders als rijs: hjk-en wifpelturigh was, en nergens zy nuttigen ook vleefch, vifch, fpece- geen ftant hield. Ik onrfchuldighde ryen en verfcheide lanrvruchten, melk des haer volk, enleideal den fchulc op en eyeren: als ook het vleefch van de den amfion , zeggende. De Malabajakhalfen : maer dier vleefch fmaekt ren moften doen als de Hollanders, die als dat van de groote vlecrmuizen. drinken gemenelijk wijn, die, mat Itjk Zy drinken veel waters, en ook den gebruikt, hetverant opwekt,de gte* Sury of voghr, dien zy uitdeklappes- en wakkert, en dikwils de waerbeit boomen tappen. Eenige boomen ge- openbaert. ven in een etmael dertigh kannen Sury. Onder verfcheide flagh van- fek- Brahman-' Die boomen geven vrught: cn als het ten, die zieh op de Malabaerfe kuft tyferen al te lang duurt, dan gaen de bevmden,is deftam der Brahman nen MauLr* boomen uir. J*% de geachfte van allen ,en onder houdt kgcach-. Zy diftcleren ook arak uirtnen byzondere maniere en wijze van 1c- * voght: maer die is niet zeer aenge- ven. naem, nochfcoogezont niet, als onze Het is een zeer vernufrigh, vaerdig brandewijn. en handigh volk , zachtmoedigh en Zy raken in het drinken den rant minzaem ,en onderhoudt ongefchent van de pot met de hppen niet acn-,maer huntrouen woort, gieren het water vanom hoogh in den Hun ampten betoep is verfcheiden monc. na hun welgevallen: naerdien'er zijn Eenigeneeren vleefiShnoch vifch-, die de wapenen, beneffens de Neyros maer leven alleenlijk van aerdgewaf- voeren, en het zelfftedoen, cn een fen. zelffte gewaet als de Neyros dragen: Nuttigen Zy nuttigen den amfion met groo- behalven dat zy altijt de gewoonte on* * e e l m- te begeerre en fmaek, cn mengen de- derhouden, van zieh van vleefch efioen. zelve met arak, tot de groote van een ren t'onthoudcn, en door hun koortje erret. Zy flokken die ool? zonder arak onderfcheiden zijn. op,en herkauwen dezelve zoo lang, D'andere zijn of priefters en ofFe* tot zy k n ikkebollen, en inflicp raken. raers van hunne afgoden : naerdien Indienflaephebtben zy genoeghhjke men gene andere zoodanige magh droomtn, en fchijnen als in d'Elifee- hebben, als uit dien ftam. O f zy zijn fche velden te wandelen. koopluiden: waer van vele fchatrijk Wanneer de Malabaren ten ftrijde worden, enleven na hunne wijze. gaen, nemen zy een goet deel in: waer Zy leggen zieh ook op de fterredoor zy zoo dol en onverzaeght wor- kunde en andere wetenfehappen, cn den, dat zy naekt fegenden vyandten zijn gelijk onze Filofofen en leeraers. Daer zijn "er ook, die dearrzenye, Zwserden indringen. Wanneer de kraght van den amfion vervlogen is, apteek-kunft en alle andere ampten, oefe0 n e n o n ftc

G E D E N K W A E R D I G E 144 Wanneer men ook eenen Bramert oefcnen. Zy eeten noit vleefch noch vifch, noch iet dat leven ontfangen wil ftraffen, zoo wordt hy eerftelijk, heeft, en drinken niet dan water. Zy met hem van zijne koorde reberoven, doen n oir maeltijt, voor zy zieh ge- afgezec. Desgelijx wort hy daer van waflehen en gebaet hebben. Daer na beroofe, indien hy regen de ceremobedekken zy alleenlijk met een kleedt nien misdoer. defchaemte, en laten het overigh van Wanneer zy met hunne witte kahun gewaer uit, om gantfeh naekt te toene rok op ftraet gaen, en eenen vreemdelingoncmoeren, zoo zeggen eeten. Gene andere, als luiden van hun- zyaenftonrs,om hen tekennen,wiezy nen ftam , mgen voor hen fpijze zijn; dewijl men hunne koorde, die bereiden , of liever, zy doen het zelfs, zy op hun bloot vleefch in de fluier hoe groot van ftaet zy ook zijn: want dragen, niet zien gaen. Wanneer zy al zouden zy moeten fterven, zy zou- zweeren en de hanc op hunne koorce den geen ding eeten, dat van iemanr, leggen, zoo verdienen zy nooewendigh die van hunnen ftam niet is,asnge- geloof. raekt is. Daer alle andere afgodiften Alle hunne vrouwen hebben de vryelijk het geen mgen eten,dat door neus doorboorc, en dragen daer goude de Brahmannen aengeraekten toebe- of zilverebaggen, peerlen enedelegcreit is. Zy raken noit, gelijk ook d'an- fteeneen in : als ook goude en zilvere dere niet, den mont of rant van hec baggen of juweelen aen de beenen, en vataen, daer zy uit drinken; maer gie- ind'ooren grooce ronde ftukken van ten zelis hec water van om hoogh in een zelve ftoffe , die in heemiddenen roneom met koftelijke gefteenten beden monc. Zy dragen een witten tulbant op het zetzijn.Maerde vrouwen der-Neyros, hoofe, en rode fchoenen,eneen rok Moucois, en andere Malabaren, dravan zeer wir fijn katoen-doek, die hen gen die niet. toc half wegen d'enkelen hange. Daer Desgelijx dragen zy brazeletten van boven hebben zyeen grooc wie kleet, de vuift tot aen den elleboogh: dier dat hen tot half wegen de dyen komt-, zommige van gout of zilver, en andere dat zy twee en drie mael om het l i j f van glas, offchilpadden, zeerprachflaen,en laten het van vore tuffchen de zigh^bn metallerhandeverruwen be dyen door fehieten, en fchortzenhet fchildert, en met allerlei beelcwcrk achter op delendenen mer een knoop doorwrocht zijn. Alle de vrouwen der rahmannen toe. Zy zijn omgort mec een fluier van fijn wie katoen doek, als dat van zijn zeer fraei, en wel geftelt van leden. hunnen eulbant: en dragen ook ge- Ook zijn er eenige zoo wie als de menelijk op de fchouderen cen ftuk Portugefe of bruine Hollantle vrouwit ofgekleurt doek van karoenof zij- wen. Z y trouwen^eer vroegh, en veelde : gelijk men hier te lande de mantels tijts op het ze venfte en achtfte jaer, zoo draeghr. Zy dragen alle lang hair, en pendan- mannen als vrouwen :want men laec de kinderen van jonghs af zoolangh mec tenaend'ooren. Het raerkteken alleen, dat hen van malkanderen fpeelen, dac het op hec andere Malabaren doet onderfcheide, left ernft wort. Maer zy vermengen iseen koordevan dnne katoenedra- zieh niet mec andere Hammen. De mannen mgen eweemael trouden,die zy op hun bloot vleefch in den fluier dragen. Deze koorde is als een wen : hoewel een Brahaman niet meer orde, die hen in de tempels met grote als eene vrouw trouwt. Hoe arm zy ook zijn, zoo bewaren onkoften cn plechtigheden gegeven wort. Waerom men eenen Brahman cn onderhoden zy evenwel aleijc hungeen grooter ongelijk kan doen, dan nen rang. Wanneer andere menfchen hem zijne koorde aen ftukken tc hen voorby gaen, zoo zijn die verpligt trekken. Want hy moet met alzoo en gehouden, mec hec buigen des grote pleghtigheit een ander nemen: hoofts, hen te groeten, ten teken van anders zou hy niet meer een Brahman eere. De genen, die Bramenos-Ney" zijn. zijn,
oS

Z E E- en L A N T - R E I Z E. ttf i i j r i , worden qget meer als d'andere luitskeels, Po9,poo,dat is,Wijkjwijkj gehouden: behal ve hunne ftrengheir. ten einde alle de vrouwen, die haer De koningen (teilen al hun geloof op wegh bevinden , haer voor hen op hen , en houden altijt de voor- zouden verbergen. naemften by hen, zoo om de wet, als Deze dragen de drie katoenedraom raet,en volgen hun gevoelen in al- den,die aen eeneknoop hangen, ("het le zaken en voorvallen. eigen merk der Bramos j niet. Z y De grootfte onder dezeBramenos onthouden zieh ook niet, gelijk d'anen andere edelen, hebben altoos vele deren, van vleefch, vifch en wijn. menfchen by zieh: waer van d'eene Maer om de kuisheit des te lichter te een zonnefcherm, d'andere een zilvere onderhoden, eeten zy daghelix het fchotel vol betel, en een ander een zil- mergh van zekere vrught, Karuza vereflefchvol waters, om zieh te waf- genoemt : want zy door ervarenis fchen , draeght. De rijkfte worden in hebben bevonden, dat zy door de palakijns of draeghftoelen gedragen. koutheit van de vrucht voor eenen rijt Irtft d e r De ramen hebben, onder fchijn onbequaem worden,om voort te telen. B r a h godsdienft, zeker feeft ineevoert: De lijken hunner dooden worden m a n n e n . , , ,. niet, gelijk die van andere Bramen, waer door zy tegen de genen, die zy verbranr. haten,plagbtente woeden. Teweren: Daer zijn'er, die zieh met affche de Malabaerfche koningen hebben begruizen, en in een yzere kou nacht voor een gebruik, alle jaers, in Wijn- en dagh laten flauen, daer zy nauhx in maent, opde Nieuwe maen, d'ovcr- zitten kunnen. winningen en zegen, die zy gelooven Andere branden van zelf het cen door hulp en byftant der afgoden ver- of ander deel des hchaems, om her uit kregen tc hebben, met een plechtige te mergelen: waer door zy de gunfte efferhande te gedenken. des gemenen Volks boven mate WinDan moeten zy de huizen van zom- nen. mige inwoonders , die de Bramen geDus verre van de Brahmannen o f woonelijk aenwijzen, laten in brant Bramen. Dan het dient aengemerkr, fteken dat d'inwoonders des lants van MalaDeze brantftichting wort gemene- baer zijn of vreemdelingen: of eige in- i lijk des nachts, op het heimelijkfte, in boorlmgen en tantzaten. veeierie't werk geftelt, zonder d'inwoonders De vreemdelingen worden e i g e n t - f | het minfte daer op verdaghr zijn, die lijk Malabaren genoemt, en z i j n , ze-verdcik dan dikwils zelfs ook met huis cn goer dert langen t i j t , uit Arabie in dir ge- " verbranden, zonder iemant de hant weft gekomen; hot wel die zieh niet daerimghaenflaen ,om den brant uit als op de zeekuften onthouden. tebluflchen Dit noemen zy d'OfferD'eigeinboorlingen zijn heidenen, handevan vuur en bloet. en vcrdeilt in degemelde BrahmanIn Malabaer woonen Benjanen nen, of anders Bramenys Bramos van Kambaja , die onder hen ook en Bramen genoemt, en in Nairos o f Bramen van hun lant hebben, die de Neyros, en in het.gemeen volk, dat achrbaerfte luiden onder hen zijn. De * Bramen van Malabaer mgen even- Moukois oFPouUaSy cn anders Par- f MOU* vas genoemt wort. s wel in hunne pagodengaen. Anders zijn d'inwoonders in vijf Deze Benjanen onderhoden dezelveftrengheiren regelen, als hunne geflaghten verdeilt: Het eerfte geBramen: maer zy zijn minderen trou- flaght is koninglijk : waer onder het huis van Godot mo zeer naemhaftigh en wen noit met hen. In het koningrijk van Kalekut is deurluchtigh uitmunt. Her tweede cen zeker flagh van Bramen, die alle geflaght is van depnefterlijke of geebeeiden voorbedachtelijk verwerpen ftclijkeorde,cn beftaet uit de Bramen. en verachten , en onderhoden van Het derde is van de krijghs-orde of huntwintighfteof vijfen jaerdekuis- edellmden, cn begrijpt de Neyros.Het heit. Deze luiden haten, en mgen vierde beftaet uit koopluiden, enhet geen vrouw zien , ja wanneer zy uit- vijfdeuit Tarvas of viflehers. gaen, loopt iemant voor uit, en roept! De Neyros zijn krijghs o f e d e l l u i den i x
v a n n n o e e n b a zl,n s 0 ois N{yros>

14.6 G E D E N K W A E R D I G E Aldus kunnen zy dfior het midden denvanhoogen geflaghte, nacftden koning,en zijn de genen, die de wape- van vele duizenden van Neyros reinen hanteren en oorlogh voeren. Zy zen, al hadden zy niet als een zwakken gaen gemeenehjk met een lchilc aen en ftokouden, of cen jongen Neyros den linken arm,dat zy hoogh en verhe- by zieh. De Neyros hebben byzondere geve dragen,en mer een bloot zweert aen de rechte hant. Zy zijn ftouteen rrot- woonten , die zy zeerftip onderhofc luiden,en wilden in 't eerft den Por- den ; het welk de Moucois,of gemeen tugefen niet wijken : waer over daer volk niet doet: want zy verkeren niet uir altijt groote moeite ontftonr. Ein- als met de Bramen ofgeeftehjken: andelijk wierdt het het gefchildoor een ders zouden zy zieh houden befraet te lijfgeveght tuflehen eenen Neyros en zijn. Ja indien iemant hen inheevooreenen Portugees befleght, die beide bygaen aenrakt, de dienaer, die hen daer om voghten: hoewel met verlies her eeten nadraeghr, zou het al op de van den Neyros. Dies de Neyrosfe- aerde moeten werpen. En indien iedertvoorde Portugefen hebben moe- mant van een ander geflaght in hunne ten wijken. Anders moeten alle de huizen trad, en hun huis, muuren of gemeene Malabaren voor de Neyros deuren aenraekte, zy zouden op die plaetfe niet mgen eeten, zonder bewijken. De Neyros zijn de fchoonfte en lmer of bevlekt te zijn. De Neyros wel gemaekfte menfchen, als men zou maken evenwel daer van zoo veel kunnen zien : maer zijn bruin of zwarigheits niet, als de Bramen. zwartachtigh uit den olyven van verZyzijnnier ondeugend, noch tot ruwe.Zy fcheppen alle groot vermaek Sodomie of bloctkhande genegen. in groote ooren te hebben, en maken Zelfs de jongmans noch de mciskens, die door kunft aldus: want zy door- fchoon die beide naekt en bloot onbooren of doorfteken de lel van 't oor der malkanderen verkeeren, zouden den jongen kinderen, zoo knechjes als niet een geil woort uit den monr laren, meisjes, en vullen de holte met kleine noch onkuifch gelaet toonen. Z y lagrollen van palm-boome-bladen , die ghen byna ook noit, en houden het dat gedeelte verwijderen ,en fteken'er lagghen voor een groote onbefchoftvan tijt tot tijt een dikker rol in,om het heit en onheufchheit, ' t en wre zy geduurigh noch meer enmeertever- daer roe groote reden hadden. Jade lengen,totzoo langd'ooren niet meer anderen zien voor henncer integenkunnen groeien noch uit-rekken, en woordigheit van den genen, die laghen op de borften, en noch lager, han- ghen. gen. Het wort by hen voor een groote Wat de Neyros belangt, die zieh cieraet gehouden , zulke groote en aen de poorten der fteden houden, om doorgeboorde ooren te hebben, daer rotvrygeleiders aen de reizers re diezy daer na gout, edelegefteenten en nen , die zijn d'armfte onder hen, en andere cieraedjen infteken. willen evenwel liever dat doen , als En alhoewel de Neyros altijt onder zieh tot het een of ander handtwerk de wapenen opgevoedt, en boven re begeveni het welk hunnen adcldom mate ftout en kloekmoedigh zijn, zoo te na zou zijn. zijn zy evenwel luiden van zeer zoeDe Neyros leggen zieh van kintsten omgang, zeerheufchen wclge- bcen a f , tot aen het einde van hun lemaniert na hunne wijze. Dies niet tc- ven, op de wapen-oefening, cn fchergenftaende zijn zy groote roovers, ja men dikwils tegen elkandcren , met beroven en dooden, dikwils de reizers bloote zwaerden en rondaflen. Hier op wegh,indien die niet wel op hunne door worden zy wonderlijk vaerdigh hoede zijn. Maer alle de Mahome- op de wapenen afgereght. In her wortaenfe Malabaren, die onder hen leven, ftelen munten zy boven maten uit, en nemen gewonelijk eenen Neyros voor vinden daer in niemant huns gelijk. Zy een ftuk gelt met zich,tot veilige hoe- zijn ook geweldigh fnel in 't loopen,en de en vrygeleijom over lant na denae- fpringen iemant, alscenblixem, op fte ftad te reizen, en nemen in ieder het lijf, Zy komen naekt ren ftrijde ftad, daer zy aen komen, een nieuwen. uit,en hebben alleenlijk de fchamelheit

ZEE-

en

L A N T - R E I Z E .

147

heit bedekt. De wapenen, diezy han- wijze gekleet: naerdien zy gantfeh teren en voeren, zijn bge, p i j l , jave- naekt gaen: en zijn alleen met een lynen , zwaert en fchilt. Zy voeren kleine banr omgort,daer een klein ftuk groote fchilden, daer zy hec lijf won- katoen doek, of een blac of fchors van derlijk, in het vechren, mee weren te eenen boomom hangc,omde fchaembedekken en bevrijden tetc bedekken. Zy houden zieh evenAen hetgeveft van hunhouwersof; wel trotsin huis, en komen noit mec zwierden hebben zy klater-gout han-) gedekten hoofdevoor den dagh. gen, dat een groot geluit geeft, en hen De vrouwen dragen een katoene door het razen aenmoedight, wanneer kleet, dat haer tot op de knien hangr, zy als dol van den amfion geworden en lang hair. Doch de mannen derven zijn. geen lang hair dragen, als de vrouwen: Sedert de Portugefen en d'onzen maerfnijden het geheelen al af: bedaer gekomen zijn, hebben zy van hen halve dat zy op de kruin des hoofts een ookhetgebruik van fchietgeweer ge- bos of tros van een hant breet Jangh laleere: daer zy ook wonder wel mee ten vallen, dat zyniet geheelen aldcr. weten om tegaen, en in orde en op een \ ven affnijden. ry, zoo braef hun roers te gelijk te lofAlle de Malabaren hebben zwarte fen, als de Nederlanders zelfs. tanden, ter oorzake van de berel-blaEck der Een Neyros magh niet meer, als ee- den, die zy geduurighlijk knauwen. N e y r o s . ne vrouw op een zelven tijt hebben. En worden de genen , die de zwartfte Maer met de vrouwenftaethet anders tanden hebben, voor d'aehtbaerftegegefchapcn,die ieder op eenmael en een houden: wanc die gene betel knauwen, zelven tijc, drie mannen mgen ne- worden voor luiden van flechten en men, indien zy willen : behalve dac lagen ftaet gehouden. eenNayros vrou w,uit den geflachte of De Malabaren zijn groote tovenaers ftam der Bramen,niet meer dan eenen enduiveljagers,en weten iemant door man magh hebben. Alle deze mannen toverye, die zy ter plaetfe toeftellen, geven tot onderhoudt van deze eene daerhy voorby moet, tedoen fterven, vruwen hare kinderen, zonder men en allengs hem het bloet, zonder eeten evenwel hier over onder hen eenige ja- of drinken, te verteeren. Zy vallen boven mategierigh, en loersheir of krakeel heefc. Wanneer cen van deze mannen in zullen om een klein gewin alles onderhet huis met de vrouw gaet, zoo laet nemen en beftaen. Het vrouwvolk is'er in 't algemein hy fijne wapenen aen de deure ftaen: als wanneer d'andere niet derven in- zeer tot onkuisheit cn byflapen genegaen, voor dat hy uitgegaen is,om den gen. Dochters van achtien en minder anderen niet te ftooren. jaren zijn daer tocgenootzaekt: want Dczegewoonre geeft hen dit voor- zoo lang zy maeghe bleven , zou geen deel en gent, dat iemant, die gene man haer willen crouwen: ja de vroumiddelen heeft, omeen vrouwt'on- wen , die het meefte bemint worden, derhouden,hetgenof van eene vrouw acheen haer hooger, als d'andere. hebben kan, met eene derdendeel De Malabaren hebben een groote van haer alleenlijk t'onderhoden. menighte van grof gefchut,musketten Maer dit veroorzaekt evenwel grooce en vuurroersj ja hunne wapenen waren onzekerheit der kinderen, dieom de- eertijts veel beter, als der Portugeze reden niet den vaders in d'erfenis fen: maer zy wiften voorhenede borftvolgen.'naerdien deze de kinderen der harnas noch ftormhoeden nietteverzufters zijn, die d'erfenis cler oomen herden. 'Zy maken ookfterkeen brave genieren. loopen : alsooklontenbuflekruit. De Nayros dienen zieh van deze De kinderen der Neyros worden Volken alleenlijk, in hunnen lantbouw vanjongs af, of van hun zeven jaren, en arbeit: maer in huis hebben zy niet met een zonderlinge zorge, op de waals Nayrosen edelluiden,(gelijk zylui- penen afgerecht en geoefent,en in den den zelfs zijn: hoewel zeer arm) die oorlogh opgequeekt: maer ieder hanteert niet meer als eenderhande flagh hen ten dienfte ftaen. AI dit gemein volk is op een zelve van wapenen: dewijl zy houden, dat T 2 een

8 G E D E N K W A E R D I G E De doot of moorr van hunne omgeeen man zieh niet volmaektelijk noch volkomen van alle wapenen kan die braghten koning, wreken zymet een onvertzaeght herte en groote woede, nenen behelpen. De jonge lichmen en tengere le- zonder eenigen fchroom voor hun dematen worden met zekere olie en leven. Hierom worden de koningen zalve daghelix beftreken, om de ze- voor de maghtighften gehouden, die nu wen des te flipper te maken: waer het grootfte getal van Amoks hebben. Alle de fteden lngs de Malabaerfe door zy ras en Aap van leden worden, en zieh wonder gez. wint weten te wen- kuft zijn vol van deze Neyros, met hunne wapenen altijt aen't l i j f : dies den, buigen en keeren. Zy trekken gantfeh naekt ten ftrij- men in het doortrekken niet anders de.behalve d itzy alleenlijk een ftuk meine, of men komt door een groot doek voor de fchamelheit hebben. knjgh.leger reizen. Dochdemeeften In her vluchten ftellen zy hun houden zichnier in de fteden, maer op grootfte voordeel : want zy ontfprin- hetvelr. Akne bevind zieh ook een gen gezwint hunnen vyanc, en vallen grocc getal van Neyros by den kohem aenftonts, eermen het weet, van ning. De groote Heeren houden gewoovan achteren weer op het lijf; naerdien zy wonder fnelen vlugh ter voet zijn. nelijk deze Neyros voor zekere wedIn her vlughten of wijken weten zy de. op hunne eige onkoften ,in dienft. ook van achteren zeer vaerdigh hunne Zy noemendie Jingays javelijnen enfehichten opdenvyandc Wanneer een Malabaer mer eenen te werpen Neyros eenighgefchilheefr.dan zend Indien de gelegentheit of noot hen de koning aen eenen ieder, op onkodwingt,om van na byte vechren ,dan ftevanden Malabar, een anderen Neyfchie;.enzy gezwintop hunnen vyant ros, tot zijne veihgheit, en verbiet hen in, of wijken en verbergen zieh zooda- te vechten. Zoo lang die by hen is, nigh achter hun fchilt,dat zy door geen derven zy nier vechten , anders zou middel te quetfen zijn. d'eerfte aenvaller gehouden worden Maer hoewel alle de Neyros groote gequerfte Majefteit fehendery begaen krijghsluidenzijn, zoo worden even- te hebben. wel de genen meer als alle d'andere Ook zijn de grootfte cn achtbaerfte geacht, die zy Amokos, en d'onzen Heeren onder hen degeenen, die dac Amok-roepers noemen. Deze zijn meefterftuk'nier mgen aenvaerden, boysierdige , ftoute , onvertzaegh- als met verlof en toelating des kode, fterke en opgeblazene menfchen nings. Deze meefters worden door Zy verloven en verzweren zieh, en her dragen van een goude ring aen den hunne huisgezinnen , by dieren eede, echten arm, ofdoor een ofTen- of wrakevan t enezake te nemen, en het buffels - hoom,onderfcheiden. ongelijk, dat hen, of hunnen makkers Zy rrekken ook dikwils op den tyis aengedaen, te wreken,en nemen den ger-jaghr. hemel tot getuigen van hunne belofte Vele Neyros leggen zieh ook opde cn eer, dat die hen, indien zy hunnen wiskunft,en inzonderheit op de fterreplight niet nakomen, de grootfte ram- kunde. Maer zy bemoeien noch verpen en onheilcn wil toezenden, die mengen zieh met geen hanewerk of hen,en hunganrfch geflaght, zouden koophandel. knnncn overkomen. Zy nuttigen allerhandefpijze, uit Deze vcrvolgen ook de genen, die gezeit koeien-vleefch, en eeten zeer eenen zouden vermoort hebben , gaerne verken-vlcefch. zoo halsfterrigh en verwoet, dat zy Zy gaen byna gantfeh naekt, bloots niet fchromen dwers door vuur en voets en bloots hoofts, cn hebben alzwaerr op hen in te vallen, als wan- leenlijk een groot klcet van wit katoen hoopige luiden, en doen ook veel of zyde om 'r lijf geflagen, dat hen van quaets. Tot deze woede hclpt hen de middel tot opde knien hangt, en grorelix het nuttigen van den amfion. tuffchen de beenen doorgaer,en achter U i t deze oorzake zijn zy meer ge- boven de lendenen toegeknoopt is. vreeft. Daer boven zijn zy met een fluier van rode
H 1 t

ZEEcn L A N T - R E I Z E , rode taferasomgart, daer half goude f blijf en woonplaetfe hebben.Deze zijn en half zyde franjc , van een zelve eigentlijk Moukois genoemt, die alle kleur, tot een halve voet lang by ncer vilichers zijn, en zout maken. Lngs de gantfehe kufte van Malabaer dient hangt. Zylaren het hair lang tvaflen, zon- men zieh van geen ander volk, om te der het oit af te fnijden, en zijn hier roeien, ofin zee te gaen, die daer toe door van het gemeen volk onderfchei- voor loon gehuurt worden. Hunne vrouwen en dochters doen dcn. Zy binden of knoopen het hair boven het hooft zeer net, zindehjk,en alle dienften te lande, en laten haer tot in vorm van een quaft of bofeh t'za- allen arbeit gebruiken, ja tot het dragen van laften toe. Zy maken gene men. Zy dragen gemenelijk een fchilt aen grote zwarigheic, haer lijf voor gelc den linker arm, en een zwaert aen de aen allerlei (lagh van menfchen, van rechte, dat zy hoogh en verheven dra- watlandacrt of godsdienft die zoude gen. Bywijle dragen zy een javelijn, mgen zijn, ren befte te geven, zonder eenige vreze voor hare mannen, die mosket,ofpiek. De vrouven der Neyros zijn^p een ook geen gelaec van mceielijkheit zelve wijze gekleet,en hebben met dat zouden derven toonen. Men heeft'er gene andere hoerenof hen van elkanderen onderfcheit, als. de wapenen. Dies men geen knechtje byzitten,als de vrouwen en dochters van een meisken kan onderfcheiden, der Moukois enTivas, die alle handct en zy wanneer het groot is,en de bor- werks-luiden zijn: want d'andere vervoegen haer niet* alsby die van hunflen beginnen tez wellen. Zy mgen niet trouwen dan aen nen ftam of geflaghte. Alle deze Moukois, zoo mannen mannen van hun geflaght o f f o o r t : en rfidienhetgebeurde , dat een Neyros als vrowen, hebben veel moeicen in vrouw zieh met eenen nderen, alseen her gaen lngs de ftraten, wanneerzy Neyros,vermengt had, men zoud haer eenen Neyros opeen engen oortontraoeten dewijl zy genooczaekt zijn aenftonts het hooft af houwen. Indien ook de mannen met vrou- een lange wijle te Waghten, ter tijt toe wen verkeerden, die gene Nayros wa- zy voorby gegaen zijn. Men heeft'er ook anderen vn een ren , zy zouden met de doot geftraft gelijkenftaet: maer die van een byzonworden. Dit doen zy, om zieh met geen der ampt zijn. Welker eenigen Tu vremdelingen,of met luiden van lagen vasgenoemc worden, die het fapof de ftaer, tc vermengen, met wien zy zieh vocht uitdekokos-boomen tappen of in dier wijze gedragen, dat die hen niet tijferen. Andere zijnambaghts-luidcn, derven genaken noch naderen. Ja,wan- of lantbouwers. Ditis evenwel een zelffte geflaght neerdeNairos lngs de ftraet door de ftadtgaen, en iemant van het gemeen of ftam van perfoonen, die zieh met volk zien, zooroepen zy luits keels, elkanderen vereenigen: alhoewel tuk TopOjdatistezeggen,Wijk. Want Ichen hen eenigh onderfcheit van eere indien iemanr van het gemein volk ee- is: gelijk de lantbouwers de geachtfte nen Neyros quam aen ce raken, hy en eerbaerfte zijn: daerna de^iantwerkersen ookdeTivas; maer de geringe zou dien quetfen. G e m t e n Het gemeen volk van Malabaer, fteof flechfte zijn de Moukois ofvifc V o l k van Moukois oi Fa//f,en anders Parvas fchers. D'andere, Parruas of Parvas geof Parruas genoemt, is zeer verachM a l a noemt, woonen lngs het ftrant in ver"oueois telijk-en wordt als flaven gehandelt. b a e r , fcheide dorpen. P a r v a , -7 1 t-, De Parruas,die op de peerlknfr,ert enoem,^ zijnlehker van verruwe,en zwarter als de Nayros: en mgen zulke lange op hec eilant Manar woonen, zijn ook ooren niet hebben, als zy: maer alleen- eigenlijk de genen, die voor het dorp lijk drie vingeren ten hooghften Tutokorijn, tuffchen de kaep Komolang. rijn en het eilant Ceylon, de peerl-vifDit gemein volk is van verfcheiden fchery doen, en zieh inzonderheit ftaet: want daer zijn eenigen hunner, daer mee erneren. dieopdenoevervan de zee hun verT % De
J } L

G E D E N K W A E R D I G E ISO Na de Parruas de Moren, met byDeTarruas iseen trots en herenekf crt der ftant en hulpe der Portugefen, verdrekigh volk, wiens genegenrheit meer na fi er Parde welluft als dienft he! t. Zy erneren ven hadden, kregen zy weer, gelijk ruas. zieh alle, of wel de meefte, met de voorhene, de geheelepeerl-viffchery viffchery van vifch, peirl. n,of oefter- in bezit. Hier op wierden in verfcheifchelpen ,en Sjanken.of kinkhorens. de plaetfen en tijden duizenden van Zy zijn zeer goede duikers, en de tref- Parruasgedoopz. Ten tijde van Stephanus Gamma, felijkfte gewennen zieh van jongs af opperhooft van Indien,van wegende daer toe. Terwijl de mannen in zee gaen om Portugefen, wierden, onrrent des jaers te viflehen , vcrzamelen de vrouwen vijftien hondert, op dertigh plaetfen, en kinderen ftamp-peerlen of peerl- twintigh duizent Parruas gedoope. Dan niec lang bleven zy ftantvaftigh gruis op het ftrant. Zy zijn zeer vreesachtigh en ver in de nieuwe aengenome leere: macr aiien tzaeght van gemoer maer vol van ai- hadden alleenlijk den naem van Kri- weeraf. lerhande -bedriegeryen : want liegen ftenen en Doop behouden, en waren enbedriegen wordt by hen voor gene weer, door gebrek van priefters enleezonde gerekent, uit oorzake het by raers, om onderwezen te worden, rot hen de maniere en gewoonte is. Zy tot d'oude zeden en wijze van leven zijn het geeftehjk recht zeer toege- vervallen. Wanc weinige Porcugefen daen. En wanneer iemant zijn fchult verftonden hunne Malabaerfe tale: bekent en beterfchap belooft, dan mag enuit oorzake de lantftreke zelve onhy niet geftraft worden. Het welk al- vruchtbaer is, en gene nootwendige daer zeer ftip onderhoden wort. lijfsbehoeften voortbrengt, zoo wierDe Parruas waren voorhene alle afden de Portugefe leeraers daer door Door wat godiften, en lagen diep in de duifterafgefchnkt, om derwaerts te trekken. middel Wanneer dan Frangois Xaverius vaizytoc nuTedesheidendoms verzopen. Maer en voorhet uit oorzake zy door de Moren of Ma- (die op her jaer vijftien hondert twee wijzeXigdoerf hometanen zeer geplaeghten onder- en veertigh tc Goa, in Indien, geko-S'^ bekeert drukt wierden, zoo raekten zy, by men was, en daer te lan de gemeenelijk i zijn ge- dien voorval, tegen hen in het oorlog, de Groote en Heilige Vader genoemt worden en floegen, met byftant der Portuge- wierdt) door Michael Vas, van defen, het jok van den hals. Hier door zen gantfehen toeftant der Terruas kregen de Portugefen gelegenheit verwittight wierdt, befloot hy aenvan vele Parruas tot den Roomfchen \ ftonts, van Goa na de pcerl-viflchery godsdienft te bekeeren en te doopen. byde 'ParruaSyte trekken, om den Wanr als de Parruas daghelix meeren vervallen Roomfchen godsdienft onmeer onderdrukt wierden, zonden zy, der hen te herftellen, opaenraden van Jan de Kruis,(dieeen Hy trok dan desjaers vijftien honMalabaer van geboorte was,) een dert drie en veertigh, in het begin van gezantfehap na de ftad Koetzijn, Wijnmaent, van Goa, ("na hy aldaer met verzoek van byftant tegen de Ma- vijf maenden fijn verblijfgehad,en den hometanen,en om den Doop t'ontfan- vervallen Kriften lereherftelt hadjop gen. Difc^gezantfchap wierdr door ee- reize,cn nam mee rot reisgenoot eenen nige van hunne overheden dier plaet- Fr angois Manlla, dien hy mer zieh fen, die zy eigentlijk Pantagitinos uit Portugael gebraght had, beneffens noemen, bekleec. De Portugefen ont- ewee jongelingen, che in de Malabaerfingen de gezanten beleefdelijk, en be- fe lanc-rale ervaren, en voefterlingen loofden aenftonts den Parruas byftant van 't Collegie van Goa waren. te zullert toezenden. Waerom ook Zoo dra hy op deze kufte gekomen de gezanten , eer zy uit de ftad Koet- was, begon hy aen d'Ooftzijde van de zijn vertrokke,den doop ontfingen.en kaep van Komorijn t'onderftaen,of hy namen, tot erkentenis van dankbaer- zieh van den arbeit dcrtolken, diehy heit, den toenaemvan Jan de Kruis mec fich gebraght had, zou kunnen aen, die hun zo rroulijk geraden had. dienen. Men vind'cr ook nu noch vele onMaer wanneer hy weinigh daer der de Tarruas, die den zelven toe- door vorderde zoo verzon hy een annaem van Kruis voeren. der
V )0m tat < A

ZEE-cn L A N T-R E I Z E . ift der middel. H y ontbood alle de in- ) hebben: en zes of zeven vlekken, na boorlingen, (die eenighzins in de Por by Bendala en Remanankorts geletugefc ralc kundigh waren) op eene gen. Xaverim zou ook, naer het fchrijplaetfe by malkanderen,dien .als ook zijnen hulpgenooten , hy bevat de vcn der Roomsgczinden, vele miravoornaemfte artijkelcn des gcloofs, de kclen uitgewerkt, en door dat midtien geboden, en eene krte verklarin- del duizenden van menfchen , en ge daer over, in de Malabaerfe talete gantfehe dorpen, tot het Kriften gefchrijvcn en over te zetten : als ook loof bekeert hebben : waer door dagecenealgemecne belijdenis, en andere lix het getal der kriftenen grooter en ftukken, dienftigh en noodigh voor de grooter wiert: want behalve hy velo Kriftenen te weten. Eindelijk deed van ziekten zou genezen, cn duivelen hy ook eene preke, na het verftant cn uirgedreven hebben, zoo zou hy ook begrijp der tochoorders: waer inr hy twee of drie dooden doen heile ven van de voornaemfte plichten eens K r i - hebben. ften menfeh, hemclfcheglorie, en hcl- Ecrftelijk had hy eenen zoon van fcheftrafte,handeldc. H y ftelde hco een arme vrow, die in eene put verook d'oorzake voor , waerom deze fmoort was, van den dooden opgeter hellen voeren, en andere de he- wekt. Noch zou hy eenen zoon van een melfche glorie dcelachtigh gemaekt voornamen man, in de ftad Punikale, wierden. Hy begon van het teken des kruis, van den doode opgeweke hebben. en ftelde daerna deszelfs verklaring Menzeidt,hy ook een dootmeisken voor : t'effens gaf hy hen ook eene weer doen herleven had. Ook zou hy eene vrouw, die in ba-? fmake van de H . Dricvuldigheic, daer rens noot met de doot op de lippen, zy tot noch toe niets van gehoort hadzat,zonder fmerte doen vcrloflen hebden. Wanneer hy dit alles in de Mala ben , zoo dra zy de Kriften leere, cn baerfe tale had doen overzetten, be doope van hem ontfangen had. Door het uitwerken van dit miragoh hy zelf het van buiten te leeren. Wanneer Xaverius van de peerl kel wierden alle d'inwoonders van het viffchery-kuft vertrok, waren'er meer dorp, na byTutekorijn gelegen, bewoals veertigh duizent Kriftenen: daer gen, omde Roomfe leere en doope op zijne aenkomfte niet meer als vijf t'ontfangen. Ja Xaverim braghe daer en twintigh duizent getelt wierden, door zoo veel te weegh, dar de kranendie veel meer heidenen,als krifte- ken , zoo Kriftenen als heidenen, hem by zichontboden,om genezen te wornen waren. Xaverim zelf getuight in eenen den : gelijk hy ook, met hec ftorten briefvan den twalefdcn vanLoumaenr, van gebeden, in het Evangelie over de desjaers vijftien hondert vieren vijf- kranken te lezen, daghelix veel tijts tigh, den grooten aenwas des Kriften- verfleet,en groote wonderdaden uicdoms in die geweften, met de volgen- werkee. Gelijk verfcheide Roomsgezinde fchrijvers, in hec leven van de woorden. Hoe groot het getal der genen zijn, Xaver ins, wtloopigh verhalen: en die tot Kriftm fchaefskoy treden, kan onder andere Jan de Lucenas. hier uit hchtetyk befltenworden, dat Alhoewel Xaveriusgrote vruchren tny handen en armen moede worden, in het onderwijzen en leeren der door het doofen der genen, die my tegen Parruas, dieonlangs Kriftenen gekomen: want zomtts doop ik gantfeh'e worden waren gebaert, en vele andedorpen te gelijk. Dikwils ontbreken re tot het Kriften geloof bekeert had, my de(frakeenkrachten, van wegen zoo heeft hy evenwel niet meer als het zoo menighmael herbaten der ar- een eenigen Bramen kunnen bekeeren: niet tegenftaende hy daer toe tykelen en hooft ftukken desgeloofs. Ook zou hy negen of tien vlekken, groote moeite aenwende. Vele ^Parruas zijn ook noch met van Bringan tot aen Permanel (twee heidenfehe waengeloven befmet en befteden dicht by een op ftrant gelegen) tot het Kriften geloof bekeert zeten. Ja cepigen hangen die noch dier-

i<i G E D E N K V A E R D I G E ' dierroegen aen,dat zy weinigh werk die daer ontrent zieh onthouden. De Tarruas beleden tegen Xave* vanden Kriftelijken godsdienft meer rius, anders Michael J affus endie maken. De Parruas, die zedert vele jaren daerte dier tijde Grote en Heilige Vahet onderwijs van de leere des Paus- der genoemt wierr, dat hen , zoo lang doms hebben aengenomen enomhelft, zy in het heidendom verzopen lagen, hangen dezelve noch aen, en worden de duivel dikwils met vervaerjjke gevan tijt tot tijt door Roomsgezinde fichten en fpoken verfchrikte : zulx leeraers, die te landewaerts in woo- zy des nachts niet derfden uitgaen: ja nen, daer in ook onderwezen. Zy niet te viffchen varen, ' t en zy met een brengen hunne kinderen een uur of fterk gezelfchap. Dikwils voer hy twee gaens te landewaerts in ten doo- ookin delichamen derlcvendigen.cn pe: want zedert d'onzen, desjaers dreighde, niet eer daer te zullen uitzeftien hondert achc en vijftigh, de rrekken, voor zy hem kapeilen opgeftad Tutekorijn in bezit namen, heb- recht hadden. Aldus eifchte hy van ben gene Roomfche priefters meer in die verdoolde menfchen zeer zware de ftad hunne woonplaetfe mgen fchattingen. Maer federt zyde Kriften leere aengenomen hadden, zoo was houden. De Parruas is een hcrtnekkigh de duivel noit in hunne huizen of volk in het ftuk van de godsdienft: vaertuigen verfchenen, Waerom zy hoewel metonkunde. De kinderen toen ookin het midden van de nacht weten het Geloof, Vader ons, Tien uit viflehen derfden varen, en waren Geboden cn Ave Maria t'uiten: daer van alle vreze ontflagen, en behoefden in de gantfehe kennis, zoo van oude gene gezelfchap met ziehte nemen. Xaverim had dit alles met groore als jonge, beftaet. blijdfchap aengehoort, en vermaende De Parruas houden geduurighlijk grooten aenhang met de Portugefen: hen, in het aengenome geloof te volhoewel met blinden yver, en willen herden. Daer na trok Xaverites, na hy de zeer nood van godsdienft veranderen. Z y dragen doorgaens Pater-nofters of PadManapara, en alle plaetfen daer Rozen-kranfen, enftaenkruiffenop ontrenr,bezocht had, met zijne gezclhet voorhooft en den borft , na de genoten, na het eilant van Ceylon over. Roomfe wijze. Alle de Mahometaenfe Malabaren M a h o De leeraers van den hervormden Godsdienft, van wege de Maetfchap- zijn of koopluiden, of zeerovers en kapy, hebben menighmael getraght de pers: want met roven en kapen op zec zijn of ^P kerken der Roomsgezinde Parruas erneren zieh deze volken. Wanneer vreemdelingen in de halngs de zeeftrant, tc hervormen en veranderen , maer de Parruas hadden ven komen, daer deze korzaren zieh daer toe gene ooren,noch wilden daer onthouden, en met hen ten oorlogh na nier luifteren. Gelijk zyook toen willen trekken, die, en hunne vrounoch daer toe eenige reden hadden : wen, onderhoden zy den gantfehen naerdien de Roomfche leeraers noch winter. Wanneer zy gereet ftaen om flagh overal daer re lande hun verblijf hadden , eer d'onzen Tutekorijn noch in te leveren, dan nemen zy Betel, en zwecrendaergetrouwheit by. bezit hadden. Na zy iet op zee genomen of geNanu Tutekorijn door d'onzen verovert was, heeft men weder verfchei- roofe hebben, danonderzockenzyal denmale beftaen, om de Parruas van het fcheepsvolk , en het gantfeh fchip, leere te doen veranderen, en dien van eer zy aen lant komen. De kapitein en voornaemfte nemen den hervormden Godsdienft in te fcherpen. Maer alle moeite wierdt het beft daer uit: daer na geven zy, vruchteloos befteet en aengewent. het geen hun goetdunkt, aen het geW e l wiert'er in 't Portugees gepreekt, meen fcheepsvolk. Deze volkenftaeneen ongcloofemaer niet cen onder alle de Parruas derfde zieh in de kerke vervoegen, uit lijken kommer, hongeren ongemak vreze voor de Roomsgezinde leeraers, op zee uit. Z y gaen zonder eenige oppert 1 -

ZEE-

en

L A N T - R E I Z E .

i f

opperhoofden ofmecftersopzee, enj fchraept: maer zy laten noit de knekomcn evenwel, her geen re verwon- S vels affnijden: waer door eenigen die deren is , zeer wel met elkanderen \ zoo lang hebbenjdatzy dezelve om hec over een, zonder eenigh krakeel of! achterhoofe kunnen vaft binden. twiftte hebben. Alle deze en andere Malabaren Men heeft'er vele*zeer rijke Mala- dragen gene fchoenen. baerfe heeren, die galjocen uicruften De vrouwen gaen alle eveneens geen toereeden, en foldaten en vry willi- kleet, en dragen geen ander hoofr-hulge roei-flaven betalen, en hen op zee fel, als hun bloot hair: maer zy hebben zenden, zonder oic van daerte kee- zeer groote goiide pendanten aen de ren 't enzyhet een opperhooft van ooren,en ringen en baggen aen de vineen groorentroep was, en de buic hem gerenen teenen. Zy dragen een kleine lichte rock toebehoorde. De koopluiden gaen de waren koo- van katoen,die haer niet verder als tot pen, die door andere gerooft zijn, om aen de middel komt, en een zydeof die beter koop te hebben* ja zonder katoen klect, dat haer van de middel, aenfehouw te nemen, of zy hunnen toc beneden de deyen hanghr. Z y gaen alle ook bloots voets, geljk de magenenvriendenonenomen zijn. Zy hebben genen adeldom,dan die mannen. Allede Malabaren zijn middelmavanftrijtbaerheiten rijkdom. De koopluiden zijn aen hun gewaet, tigh van ftal$ en zoo op den borft als op cn aen geen ander ding,te kennen: andere plaetfen ruigh van hair. De vrouwen zijn zeer fraei vaft aenwant aoo wel de koopluiden, als korzaren, dragen gewonelijk wapenen: zicht,en blank,- maer klein. maer de koopluiden hebben geen lang De mannen, die ter zee varc% ftaen hair, en dragen een muts van roor veel ongemaks en kommers u i t , en fchaerlaken, in vorm van een kalot, en doen meer moeite als men zou gelooveeltijts een neusdoek, gantfeh ronr- ven kunnen. En alhoewel zy Mahometanen zijn, om omgerolt, in maniere van een tulbant, die zy Mondu noemen. Deze zoofpreekenzy dezelve tale alsd'anneusdoeken zijn met gout, en gekleur- deren, en gehoorzamen de koningen de zyde geboorduurt. Zy hebben de der Neyros, en betalen fchatting aen baert halfafgefchrapr, zonder knevels, de genen, in welker lant zy hun veren dragen een kleine rok van zydeof blijf nemen. Zy woonen inzonderheit * katoen, die hen drie vingeren beneden lngs de zeekuft. Deprieftersvan hunne wetbemoe* den midden komr: en voorts een Htet, dat hen op de knien hangt. Zy dra- ien zieh met geen ding, als met trougen ook een met zijde cn katoen ge- wen en mec de Meszijden of tempels. borduurde neusdoek, daerzy hunne Zy zijn alle in wit gewaet gekleec, na d'Arabifche wijze,en hebben by zieh beurzein knopen en verbergen. Watde korzarenbelangt, die dra- zeker flagh van menfchen,die zyAbegen lang hair, gelijk de vrouwen, en dallen, daC is, Gods dienaers, noemen; fnijden hec noic af: aldus knoopen of i diebelofre van armoededoen,en gaen binden zy het hair quifpelswijze, ge- j aldus het gantfehe lanedoor Men vindt'cr bywijle dertigh o f lijk alle d'andere Indianen, en zefren een van deze geboorduurde neusdoe- veertigh op eene plaetfe; hoewel zy ken daer boven op. Zy gaen gantfeh gemeenelijk niet meer als twee of naekt, uitgezeic dar zy mec een zijde driet'zame gaen,en dikwilseen alleen. A I dit groot landt van Malabaer Beiekleet,cot aen de knien bedekt zijn. Maer alle de Malabaren, zoo koop- wierd eertijts door cen eenigen koning f ",f * luiden als Korzaren, dragen een mes en opper-vorft, Sarama 'Perimal ge- Malabaer. met cen zilver hecht, indien zytnidde- noemt, beftiert,die, door fterk aenralen hebben, met kleine fnizeryen, als den van eenige Arabische koopluitande-ftokers, oorlepeltjes, cn dierge- den , die in zijn landt ten koophandel lijke dingen: dac alles zeer net gemaekt gekomen waren, Mahomets leere aennam, en een Mahmetaen wiert. is. Namaels wiert deze groote koning De korzaren hebben de kin afgeV zulk
d a s

ifl. G E D E N K W A E R D I G E Daer en tegen zijn alle d'andere zulk een groote y veraer in het Mahometaenfch geloof, dathybefloot zijn kleine Malabaerfe koningen cn de koningrijk teverlaten, en na Mekka Neyros, leenmannen van den Zamocn Medina ter beevaertte trekken, om rtjn,en wijken voor hem ,enbetoonen Mahomers graf te bezocken. Maer al- aen zijne groo.shcit eerbiedigheit. Zy zoo hy gene kinderen had, verdeilde i fpreken van hem als van hunnen ophy, voor zijn vertrek, zijn landt onder perhoofdigen heer, en derven hem zijne vriendenof voornaemfte bevel- niet tegenfpreken: behalve de koning hebbers. Te weten, aen zijnen wa- van Koetzi jn. Dies niet tegenftaende pendrager gafhy het landt van Kana- zijn die kleine koningen opperhoofdige heerfchersen vorften in hunlant,en noor : aen zijnen fcepterdrager zijn, en aen zijnen zwaertdrager, dien doen wat zy willen. W a t belangt de koning van Kouhy het meefte beminde, Kalikut, en aen eenen ander Koulang. Voorts lan'^ydie houdt zieh veel oppermachgaf hy verfcheide ftukken landts tiger als d'aodcre, uit oorzake hy veraen andere, en wilde die geweften ko- re afgelegenjs. Deze koningen trouwen noit, en ningrijken genoemt hebben. Aen zijnen zwaertdrager, dien Ka* houden alleenlijk, na hun believen, likut ten deele viel , gaf hy den tijtel welgevallen en goetdunken, een jonvan Zamory of Zamorijn, ten einde hy ge dochter van adelijken ftam, de welalskeizer enopperhoofdige vorft van ke in hun paleis bhjft. Wanneer het alle d'andere minder koningen zou haer verdriet langer aldaer te verblijzijn: want Zamorijn betekent by de ven, komt een andere in hare plaetfe. Indianen een keizer,en wordt in de tale Vele koningen evenwel vernderen des lants Tambarana geheten, dat zoo die niet dikwils, uit zedigheic De zoonen, die uit deze jonge meeveel als God gezeid is: gelijk ook alle gebuurvolken, uit oorzake het ko- vrouwen gebooren z i j n , worden niet ningrijk van Kalckut het eerfte cn voor hunne kinderen gehouden , noch voornaemfte koningrijk van de Mala- volgen geenzins in het koningrijk, baerfe kuft was, de wangeloovige ze- noch in het bezit der goederen des koden en kerkehjke gebruikelijkheden nings j maer alleenlijk in die van de moeder. Wel geven de koningen hen van dat rijk gevolght hebben. Hier uit is ontftaen, dat deze vorft, een groote fommcgelts, ten einde zy de Samorijn, voorwent boven alle an- zieh des te prachtiger, als andere edelHere Malabaerfe koningen te zijn. luiden, zouden kunnen onderhouDe twee grootfte koningen na hem derv waren die van Koulang en Kananoor De neven der koningen, en zoonen Maer de koning van Kalikut had hunner zufters, zijn hunne erfgtnagantfeh al'een de maght van gelt te men. flaen Deze zufters trouwen noit, maer Daer zijn vele andere heeren in Ma- mgen met elk eenen minne-liefde Dies wanneer een van delabaer , die zieh koningen willen doen plegen noemen; maer zijn die nier: uit oor- ze vrouwen drie of vier zoonen en zake zy geen gelt mgen flaen, op pe- twee of drie dochters gebaert heeft, ne van door d'anderen bcoorloght en zoo wort d'oudfte der zoonen tot koverdelghtte worden. ning gekoren : en d'andere vcrvolMaer de grootheit van den Santo- gens. Wanneer die komen tefterrijn,of koning van Klekut,\f '\tit zeer ven, zoo valt het rijk op den oudften verminderr, federt de komfte der Por- zoon van de tweede zufter des kotugefen, die den koning van Koetzijn nings, en aen zijne broeders na hem-. het jok des Zamorijns van den halzc Wanneer die komen t'ontbreken,zoo hielpen fchudden ,en hem byna groo- erven de zoonen van d'andere zufter ter gemaekt hebben, als die van Kale- de kroone. Dies het koningrijk altijt kut. De koning van Koetzijn hield van de broeders opde neven, de zoo-, zieh als de Zamorijn, of byna ten min- nen der zufters, overgaet. Indien nu fte zoo hoogh, waerom hyook mee- by ongeval gebeurt, dat deze vrouwen ften tijc met hem oorlogh gevoert gene zoonen kri jgen, dan vergaderen de heeft.

ZEEcn L A N T - R E I . 5 2 E. de voornaemften van den ftaer, en ma-f meer. als eenmael des daeghs eeten. ken tot koning eenen van hunne ma- Voor den eeten waft hy zach$ daerna gen, indien zy eenen hebben maer by vermagh hy zijne oogen op niemant te aldien niet,zookiezen fy eenen ander. flaen, voor hy fpijze genuttight heeft. Wanneer deze zufters tot den ouderOp heteind des jaers gaet de nae- verkiedom van kinderen te kunnen krijgen fte navolger des rijks, en andere v o r - gekomen z i j n , te weten, tot haerder- ften van den bloede, en veleheeren, w e n k o * * " tiende of veertiende jaer, zoo geven hunnen plight aen den nieuwen ko- Szy aen den eenen of anderen jongen ning, met groote pleghtigheit, be wijedelman,(dien zy onder velen,die daer zen: daer by zieh vele duizenden van toe gefchik zijn, uitkiezen) groote ge- perzonen bevinden. Dan beveftight fchenken. Den zelven doet zy aen- de nieuwe koning den prins, die hem zeggen, te komen, om hren maegh- moet volgen: desgelijx d'andere nade-blomte plukken, en haer zwanger volgers van trap tot trap:daerna bevefte maken. Deez komt dan met veele ftight hy de lantvoogdyen, ampten eft ftaetfie en pleghtigheit, en hangt haer waerdigheden, aen alle de heeren. een koftelijk juweel aen den hals, dat Na dien tijt magh deriieilwe prins zytot gedachtenis den gantfehen tijt zieh niet meer ten hove, zoo lartg dees haers levens draeght. koning leefr, onthouden. Maer alle Dan neemt hy zijn vermaek, en d'anderenavolgers mgen gaen en koblijft eenige dagen by haer, en fcheidt men, en aldaer hun verblijf nemen. daer na van haer, en keert na zijn huis. Geduurende den tijt van dezederBywijle wort zy zwanger, en by wijle tien dagen, gebiet de prins niet, noch niet. Wanneer zy niec zwanger is, wordt voor koning gehouden : het neemt zy daerna den eenen of anderen welk zy doen, omtezien, ofzichie Bramen, die haer aenftaet,en flaept by manttegen hem zou willen opwerpen. hem, om zwanger te worden. Maer na verloop van dien t i j t , doen Ujkdaet- Wanneer een Malabaerfe koningh hem alle de groten des rijks, en d'oude fterft, wort het lijk drie dagen daer na bevelhebbers en Iantvoogden,zweeren, taerfe alleenlijk verbranc. I alledekeurenen infettingen van fijnen toningen Aenftonts fchpen zy alle het hair voorzaet tehanthaven,alle zijne fchulvan den hoofde tot de voeten af: be- : den te betalen,en dat hy zal traghten al halve de wijnbraeuwen en oogfcheel- 't geen te herkrijgen, dat de vorige kohairen. De prins , d'erfgenaem des ningen verloren hebben. rijks, begint eerft. Daerna volgen d'an- j Hy doet deze eet met een blote dedere , tot het minfte heidenfeh kint des genof zwaertinde linke hant,en leit rijks. de rechte handtopeen vat met olie, Zy verzorgen en flaen dan hunne daer veb ontfteke pitten of lemmetten tanden ga, en kaeuwen niet meer be- in zijn en van binnen een goude tel-bladen den tijt van. dertien dagen: bagh,diehy, onder het zweeren van want by aldien iemant die kauwde, alles te hanrhaven, met het zwaert men zou hem de lippen affnijden. Men aenraekt. Na dit gedaen is, leggen zy magh ookin dien tijt van dertien da- hem rijsop het hooft, onder het doen gen geen vifch noch vleefch eeten, en van vele pleghtigheden en gebeden, niemant vermagh te viflehen, op pene keerende het aengezicht na de zonne van Dieven. Dan worden groote ael- toe. Desgelijx zweeren alle d'andere moefen uit.de middelen des konings van koninglijeken bloede en groote uitgereikt, en aen vele Bramen fpijze heeren, hem gehoorzaem en trouvv te gegeven. zullen zijn. Na verloop van deze dagen magh Geduurende de dertien eerfte daieder eeten wat hy wil : behalve de gen, die als een tuflehen-rijk zijn, wort nieuwe koning, die dezelve onthou- de gantfehe ftaet door eenen Kaimalcs ding een gantfeh jaer onderhoudt. H y beftierr, die als een groote kanzelier doet ook zijn hair des hoofts, noch des rijksis, en zijn ampterffelijkbeeenigh hair des lichaems, noch zijne dient. Hy is ook opper feharmeefter nagelen affnijden. H y zeidt zekere ofopziender der inkomften cn fchargebeden alle daeghs o p , en magh niet tendes rijks, zonder wien de koning V i de
} zin van nin r 1

s G E D E N K W A E R D I G E de fchatkift niec magh bezien, noch een heet yzer in de hant: of zwemmen daer uit nemen, 'cen zy by grooten over zekere revieren,die vol ha^edifte nooc,en toeftemming van dezen fchat- zijn. Wantzy houden, indien zyde meefter, en vele anderen. Hy flaet waerheit zweeren, dat geen van deze ook de willekeuren en wetten des ko- dingen hen zal kunnen Ichaden. Maer ten regendeele, indien zy loogen en nings ga. KaimaDe tweede perzoonen naeft den valfch zwoeren, zouden zy daer door ' koning zijn heeren, Kaimales ge- befchadight worden. Dochdeprocve naemc: daerna volgen deBramenijs der waerheit door een heet yzer isde of Bramen, die ge-eert worden zoo voornaemfte. Wanneerde koningen of lantvoogveel als moghelijk is: naerdien de koning van Kalekut zelf een Bramen den van Malabaer het volk zwarelijk willen plagen, dan zetten zy takken is,enook hunne koorde draeghr. Na de Bramen volgen de Neyros, van eenen boom op zekeren oort in'c die den oorlogh hanthaven, en in der ronde. Door deze wijze van doen blijven alle de gene, die in dit beftekledaet de rechte edelenzijn. Na de Neiros is het gemeen volk, ve^gevangen, en mgen niet daer uitirloukoti of Poulias, en anders P*ar- gaen, noch koopen of verkopen, noch ruasgenoemt,gelijk reeds te vore ge- eenigen handel drijven, op pene van het leven, tot dat deze takken, door zeic is. Het gereght hangt alleenlijk aen de laft van het gerecht, dat dezelve doen koningen, zonder zy eenige rechters zetten heeft, weghgenomen zijn. Zy in alle hunne (taten hebben. Indien doen het zelffteaen dedeure van eeiemandt eenen misdaet begaet , of nen ieder: wanneer zy iemant willen zijnen fchuldeiflcher niet betalen wil, vaft houden of gevangen zetten. dieklaeght daer over aen den koning: Alle d'afgodiften, zoo Bramenijs . die dan de waerheit van de zaek onder- als Neyros cn Moukois , ver branden fieof b c zoekt,en eenen iegelijk gelijk en reght delichamen der geftorvenemenfchen: " " doet. In zijn afwezen doen dit de voor- hoewel voorhene meer als nu-, inzonnaemften enoppervooghdendes rijks. derheit federt zy door de Portugefen Indien een vreemdeling of Moukois en d'onzen in de Keiften leere ondereenen ander onrecht doet, die ver- wezen zijn. Te dier oorzake vergavoeght zieh aen den eerften Neyros, deren zy met groote zorge, by hun ledie hem ontmoec, en doec aen hem ven, welriekend hout,en andere drozijne Machte. De Neyros doet hem geryen van grote waerde, om dit vunr op ftaende voec recht, zonder daer te maken. D'affche wordt onder de voor aen den Neyros iec betaelt worc, bloetverwanten verdeilt, die dezelve als alleenlijk een gelchenk re geven. be waren, en op hun feeftdagen mec Dit heeft plaetfe in zaken van minder eenige vocht mengen, en daer mede belang, naerdien in een grooten mis- het aengezicht beftri jken. daet niet zonder believen en wil des Wanneer een Bramen fterfr, konings gedaen wort:want dan is men zoo is de vrouw verplighr, tot gegehouden recht nahem toe te gaen. cuigenis van hare genegeniheit tot De gemeene ftraffen van misdaden hren man, haer in her vuur te werpen, fijn lange gevangkeniiTen,en verlies of en te laten verbranden: het welk geafhouwen van een lit. O f indien de fchiec onder hec geluidc van fpee-tuimisdaet de doot verdienr,zoo worc de gen, om het gefchreeuwen gehuil te misdadige voor olifanten geworpen, verdooven ,en in het by zijn van bloetdie hem aenftonts verpletteren. Ook vrienden, mer groote ftaetfie. is'er geen andere ftrafte. Wanneer zy haer niet wil laren verDe gevangkeniffen zijn alle in het branden, magh zy het laten. Maer dan paleis der koningen. is zy gefchantvlekt, en haer hair wordt Doen Wanneer onder d'afgodiften een ge- afgefneden, en magh noit meer langh vaneet. fehilontftaen is,om een zake,voor het hair dragen, en wort uit het gezelfchap gereght te bewaerheden, zoo leggen van eerbare vrouwen verjaeght, noch zy, in plaerfe van een eet te doen, de magh niet weer hertromven. Doch de hant in ziedendheete olye,of nemen meefte vrouwen willen liever deze fchande
l s Ies LijWia rais

ZEE en L A N T - R E I Z E. i fchande uitftaen , als haer laten ver- rrouwden ,prachtigh uitgeftreken, op branden. een koftelijk uitgedoften olifant klimDe vrouwen der Neyros zijn niec men, en iecJer in zijne ftoel zitten, die gehoude haer re laten verbranden met tegen elkandre overftaenen aenraken. Iure mannen.alhoewel eenigen ook,uit D'ohfant wordt door eenen Neyros groote genegentheit t'henwaerts, haer geleie. De magen en vrienden gaen in het vuurgefmeten hebben. Zymo roncom te voec, die hen met ftaetfie gen vryehjk, zonder onteerc te zijn, door de gantfehe ftadt geleiden, en hertrouwen, 'ten zy datzy uic den ge- houden alleenlijk voor de huizen der flaghte der Bramen waren. Maer die magen en vrienden ftil, daer perzoobefpeurc men niec onder hec gemeen nen zijn, die hen regemoet gaen, om volk. hen t'ontfangen,en betel, vruchten, Wae belangt de mannen, die dra- en konfituren aen te bieden. Z y begen geen andere rou over de door van ftrijken ook mec eenige welriekende hunne vrouwen, als dac zy niet m- wareren en drogeryen den olifanc, en gen hercrouwen. gaen dan, zonder ophouden , verder Inhecfluitendes huwelijks en trou- voort, om het zelffte aen een anderen Echtof wen, onder voorname en njke luiden, maegh en vrient ee doen. Wanc het h u w e recht men groote pleghtigheden en zou voor een fchimp en hoon gehoulijkvreughde aen. den worden, indien zy daer in by ieIn het begin, na zy over een geko- mant in gebreke bleven. men zijn, en zieh verdragen hebben, Na zy van den olifant afgeftegen gaenzy na de pagode ofcempel, daer zijn,tredenzy in de pagode, daerzy zy eenige ceremonien voor de pne- noch eenigen tijt verblij ven. Van daer fters doen. Daer na geleiden de magen gaen zy na hec huis van de bruidc: alenvrienden van den nieuwgetrouden, waer hec huwelijk voltrokken wort. zoo mannen als vrouwen, de bruic of Ieder perzoon,die zieh aldaer bevind, nieuwgetrouwde vrouw, geduurende geeft een kokos-noot, die de Neyros, den tijt van vijftien dagen, alle daeghs die den olifant geleie, voor hem bena 't huis van den bruidegom, en bren- houc. Aen alle deuren, daer de nieuwgen de reize met vrolijkheit over. gehouwde voorkomen en blijven De beft opgetooide vrouwen zin- ftaen, wordc de kop des olifants mec genen fpeelen op verfcheide fpeeltui- zandel-hout, en gemengt met vele gen, als trommelt jes, fluiten ,en dan- welriekende droogeryen, gefmeert. zen op het geluit van zeker muzijk. Zy beginnen hun jaer in Herfft- Nieujaer De mannen verdrijven midlerwjjle maent, zonder evenwel een zekeren den tijt met toezien. dagh voor den ingang der maenr te ' Men bied aen allen den genen, die houden. Zy raetvragen de fterrekijdaer komen, en zelfs vreemdelingen, kers en wichelaers, en nemen voor hec een fchotel met betel aen. De ge- begin van't jaer d'uure,d:'e zy gelukkig trouwden zitten op een verheve plaet- vinden. Die over vijftien jaren oude fe, en zijn prachtighen koftelijk ge- zijn, bedekken dien dagh hun aengekleet: zommige zijn zoodanigh mec zichc en oogen, om niet een eenigh juweelen beladen, dac zy die naulix dingte zien. Daerna worden zy door kunnen dragen, en komen bywylen kinderen na den tempel geleir, die over de twee honderc duizenc kroo- met afgoden beeiden opgepropt zijn. nente ftaen. Wanneer zy aldaer zijn, worden zy De zael, daer men in vergadert, is ontbloot,en flaen zeerfchichtighhet met goude en zyde tapyten opgetooic. gezichten oogen op het geen, dat zieh Men onthaeltallede genoodigden, voor hen bevind. Indien zy terftont op onkoften des bruidegoms, twee- het gezicht op het beele van eenen mael des daeghs. God flaen, dien zy byzonderlijk eeren, De vrouwen, die de bruic geleide zoo houden zy, dac hec jaer hun gunhebben, brengen haer's avondts weer ftigh zal zijn. na huis. In ganefch Malabaer wordt een by- | Eindelijk doet men,op het eind van zonderetalegefproken, die zy CMat- fchrift. den vijfcienden dagh, de nieuwge- kama noemen. Zy gebruiken geen V 3 papier
S 7 d e r M a k b a r e n T a e e n

G E D E N K W A E R D I G E i 8 papicrom opte fchrijven: maer trek- der het gemeen volk achtien foorten ken cn maken de letteren op bladen of fekten van heidendommen zijn, die van wilde pa!m- of kokos-boomen, ieder van elkanderen verfchillen. met een yzer, alseengr,f|eofpennetje. Maer zoo veel ik uit anderen heb Zy hebben op deze bladen, behalven kunnen befpeuren, hebben alle 'slnts hunne geeftelijke zaken ,2-cer velehi- inboorlingen van Malabaer, zoo Braftorien, van langen tijt, gelchreven. men , als Neyros en Pouliasof MouDe bladen zijn alle op een zelve kois , een gemeenen godsdienft. Zy lengte gefneden, van twee palmen lang zijn alle afgoden- ofbeelden-dienaers, en twee vingeren breet. en bidden, in het opftaen van den bedZy maken in d'einden van ieder de, de zon aen. blat een gaf, en nemen, om die t'zamen In hunne tempels ftaet een goude te binden, twee ftukken van glat gepo- koe of een ander beelc, dat zy aen bidlijft hout: daer zy desgelijx gaten in den. Hierom dragen zy zulke groore fteken,en voegen die t'zamen. Wan- eere en eerbiedigheitditbeefttoe,dat neer zy nu de bladen in orde hebben zy het niet zouden derven flagheen t'zamen geleit,en de houten van bin- noch eeten : het geen niet alleenlijk nen daer bygevoeght, zoo fteken zy onder de Bramen; maer ook onder de op bey de zyde door de gaten een koor- Neyros en Moukois oncerhouden de oftouwetje,en binden alles vaftte wort. Ja zy hebben voor een gewoonzamen. Als zy willen lezen, maken te, de wanden en vloer der huizen met zy het touwetje los,enflaende bladen koeien-drek , met water gemengt en open. Zulk een brief of blat wordt in beflagen,te beftrijken. de Malabaerfe tale Ola genoemt. Wanneer ook de koning van KaliZy fchrijven ongemeen vaerdigh, kut zieh baed,dan zijn'er tien ofvijfenvlugh: daer in zy onze fchrijvers tien meiskens, die dekoeimeftinzilverre te boven gaen. Ja zien by wijle vere vaten beflaen, en waflen met dat onder het fchrijven om, en ergens an- beflagh, tweemael des daeghs,het verders henen, of fpreken tegen de genen, trek des konings, en alle de hoven, indie by hen zijn. zonderheit daer hy door moet komen, De Malabaerfe tale is een zeer zwa- om naden tempel te gaen. re tale om te leeren: uit oorzake zy uit Hun oudfte god is Tarabramma vele woorden beftaet, en een eenigh genaemt, dien zy drie zonnen toevoeding zeer vele namen heeft.Ook voert gen, wien ter eere de Bramen drie kleiniec alleen een ieder dagh der weke: ne koorden, of een ftreng van drie kamaer ook ieder dagh des gantfehen toene draden, of drie draden aen een jaers, by hen eenen byzonderen naem. knoop hangende, op het bloot lijf, aen De Portugefe Jefuiten hebben al den hals of in den gordel dragen. over lang verfcheide boeken, tot ontZy bidden niet alleenlijk de mendekking der Malabaerfe tale, uitgege- fchen,maer ook de dieren aen,en fliehven: als onder andere P. Ga>ar<~A- ten hun tempelen ter eere, died'aelouquilar. de Romeinfche tempelen in praghe Zy hebben zedert vele eeuwenby- overtreffen. zondere letteren gehad, die eenige geMen ziet'er onder anderen eenen lijkenis met deSyrifche letteren heb- tempel van den aep, wiens galderyeop ben, en velerlei zijn. zeven hondert marmere kolommen D'inwoonders des landts van Malaruft. GodsZy bewijzen ookdenolifanten goddienft baer zijn, gelijk gezeit is, of vreemdeder Ma- lingen, of's lants eige inboorlingen en delijke eere, en houden de koeien in labaren. lantzaten. D'eige inboorlingen zijn, groteachting; want zy geloven,dac ten aenzien van godsdienft, afgodi- de zielen der menfchen in het lichften of heidenen. De vreemdelingen aem van die beeften, na de doof, overzijn Mahometanen, en zedert langen gaen en verhuizen. tijc uit Arabie derwaerts gekomen. Zy hebben vele boeken van hun Alle de koningen van Malabaer wangeloovigen godsdienft, die na by zouden, na het fchrijven van eenigen, deGriekfchefabelen, en wichelaryen een zelve godsdienft volgen:raaeron- der oude Romeinen komen. Hun
5

Z E E en L A N T . R E I Z E . 15S Deprieftersende Bramen, beletten ren ook flangen,die zeer groot eh fcha het gemeen volk daer kennis van te delijkzijn. Zy houden deze gedroghhebben, en trekken daer uit hunne ten voorgeeften Gods, die zouden gevoorzeggingen, en alle byzondtre fchapen z'jn, om de menfchen te plamiddelen,die dienen,om deze onnoo- gen , en om hunne zonden te kaftifjzele menfchen re blinddoeken. den. De bekeerde Bramen evenwel hebMen ziet'erook eenige Malabaerfe ben hunne bedriegeryen grotelix ont- lantloopers, die met Hangen, in groote korven, het gantfehe lant deurloopen. dekt. Zy onderhoden veel meer de ce- Zy dragen de kerven met hun tween remnien of plechtelijkheden, als de aen eene ftok, met zemel daer i n , tot voetfel der Hangen. Eenige flangen Neyros. In de kerken doen zy,oponkoften zijn zes, ze^en en negen voeten lang; des konings, een groote menighte van hoewel niet dikker als een vinger, en rijs kooken, die zy aen d'armen, en grasgroen van kleur. Andere zijn groot aen alle de genen,die dezelve begeren, endik,en grijsgefprengkelt. uitdeelen: want het wort by hen voor Op het geluit, dat de Malabaren op gene fchande gehouden, die rijs aen te zeker blaes-fpeelruigh,als een zakpijp, nemen. geftadigh maken, gaen de flangen op Zy houden in hunne pagodenvele de fteert zitten: en eenige fpalken de Jampen te branden , en maken een Vinnen, die dicht by het hooft zitren, groot geluit met fchellen: waer mee uit, en danfen en fpringen wonderlijhunne wichelaers , die aldaer zijn, ker wijze. Zy ftellen zieh tegen elkangantfeh behangen zijn,en rechten vele deren fchrap, als om te vechten, en danzen, lprongen en gnmmalfen aen. grijpen malkanderen zoo feinen, als De Moukois hebben hnnne tempels of d'een den ander verfcheuren wilde, afzonderlijk, die ljzelijk zwarr zijn. dat zeer fchrikkehjkenvcrvarelijk van Zy gaen'er zoo dikwils nier in, als de de groote flangen te zien is. de Neyros* en niet meer als alle maenOp de kruinen en toppen der ber- , den eenmael, op de nieuwe maen , uit gen of rotfen van Malabaer, ("aen Maliern. oorzake zy met hunnen arbeit belet wiens voeten de St. Thomas Kriftenen zijn. Aen de deure van hunne pagode woonen) onthouden zieh ook zekere worr eenen ieder, die ingaet, gemerfg- volken, Malkanen genaemt, en be woonen onder andere zeker vlek, de auche gegeven. De Neyros gaen alle daeghs in de Priata genaemr, der den of veertien pagoden,ieder affonderlijk,om hunne mylen van Madura gelegen. Men zou mgen twijfelen , ter gebeden te ftorten, die zy zeer kort doen. oorzake van de over-een koming en Hunne pagoden ftaen op vele plaet- gelijkenis van name, of dezecJJfo/fen , die zy op zekere dagen des jaers ieanen dezelve volken zijn, die by bezoeken,en komen derwaerts, met Plutarehus en Kurtius, in het leven aendaght, van twintigh en dertigh my- van Alexander de Groote , gedacht len verre. en gezeit worden, de ftrijtbaerftc der Zy onderhoden vele plechtelijke Indianen tc zijn: in welker ftad A l e feeften, en onder andere twee of drie xander de Groote doodlijk met eene fchicht gewont wiert. des jaers. Te weten, op den eerften dagh Z y woonen niet in fteden, vlekken van t jaer,wanneer alle de Neyros den of dorpen; maer in kleine gehuchten, koning komen begroeten, die hunne tuffchen de rotfen in. De huizen zij n begroetingen uithetvenfter van eene laegh, en alle van riet gern aekt,en met hooge galderye ontfangt, en eenen ie- kleyof leemaerde beftreken. der een bos met betel toewerpt, en eeAndere leven in de boflehen , en nigeftukkengouts, den eenen meer, en bouwen op de boomen, om voor het wiltgedierre , alstygcrscn olifanten, den anderen minder. H y doet dezelve gefchenken aen bevrijt re zijn, hurten van balkcn of allerfeiflagh van menfchen uitreiken. ftaken, die zy van den eenen boom tot De koning, Bramos en Neyros ee- den ander leggen : daer in zy met vrouw
V k e n J

G E D E N K W A E R D I G E i6o vrouw cn kinderen leven. Zy leggen en met gout verciert tc hebben. Op hunne feefttijden en gaftmalen zieh inzonderheit op den tyger- en fpeelcn de dochters op oude ruifcholifants-jaghc. D'olifanten worden in gegravekui- pijpen en zeer kortefluiten, en flaen len, met aerde en takken van boomen op kleine trommeis. Men vindt gene dieven onder de los bedekc, gevangen: daer in zyonvoorziens Valien > wan n eer zy daer over Malleans: dies zy het huis ope laten ftaen, en uitgaen, zonder eenige vreze Willen gaen. Zy leggen zieh op den lantbouw: van diefftal: alhoewel alle d'inwoonhoewel zy die weinigh behertigen: ders van een dorp zieh te gelijk by wijwantalhoewelzy zeer vruchtbare lan- le na een ander dorp (Volgens gewoonderyen en dalen hebben, indien die te) begeven. flechts bebouwe wierden, zoo worden Het een gedeelte der Malleans evenwel de meefte by hen niec be- ftaet onder den koning van Turbubouwt. Hier door is aldaer geen rijke la,en het ander onder dien van Pugnati Perumal. Maer zy zijn vry, als ooghft. Zy houden zieh mec eene vrouw alle d'andere Malabaren: uit oorzake vergenoeghr, die zy altijt by zieh heb- zy gene andere onderdanigheit betooben,enzelf op de jaght : waer in zy nen, als aen deze koningen zekere z^er veel, van d'andere heidenen de- fchattingen jaerlix te beralen : want zy zes lants verfchillen, die gemenelijk hebben anders mec hen niec ce doen: vele vrouwen trouwen. en leven na hun eige welgevallen en Zy verfchillen van d'andere Mala- believen, onder zekere opperhoofden, baren nier, dan in de verruwe des aen- die zy Ar eis noemen, die gelijk hjannc gezichts. Zy zijn oprecht eneenvou- kapiteinen en rechters zijn: en ieder digh, minzaem, weldadigh, zonder heefc in zijn wijkover v i j f o f zesduieenigh logh of bedrogh;ftouc cn kloek- zent menfchen het gebiet. W e l zijn moedigh, leerzaem , vernufeigh en die hunne heeren nier, maer alleenlijk fchrander : maer zijn grote tovenaers hunne opperhoofden en rechters. In ieder gehucht, hoe klein het ook en duiveljagers, en houden,door hunne Coveryen, gefprek mec den duivel , is, heefemen eenen overften of bevelhoewel meer, om hier door den uicflag hebber, dien zy Vandara noemen, en van hun eige, enftaeeszakente weten : alle gehoorzamen: naerdien zy zijne (naerdien zy zeer nieusgierig zi jn,) als bevelen ftips navolgcn en onderhoom anderen te befchadigen: wantzy den. Zy waren voorhene alle heidenen, doen nier,gelijk alle d'andere Malabaren en Indianen,die door hunne cove- eer zy des jaers vijftien hondert negen ryen vele menfchen befchadigen en en negencigh, door vlijc van den aertsbiflchop van Goa, in hec Roomfch geom 'C leven brengen. Zy dragen eene groote eere de loof onderwezen wierden. Maer graven van hunne overledene voor- naderhanc zijn veele hunner tot het ouders toe, en wikkenen fpelleniets Kriften geloof bekeert. D'eerfte,die quaets-daer uic te vore, indien die ge- gedoope wierden,waren acht van hunfchondenof uicgegraven worden. ne hoofden: waer onder drie 'PandaOp feeftrijden hebben zy een lange ras, met hunne huisgezinnen. Sederc rok aen, met een tulbant, als de Moo- heefr men altijt voorrgevarenhen t'onren , op het hooft. Anders gaen zy derwijzcn en tedoopen. Inhccvlek meeften tijt met het boven-lijf gantfeh 'Priata wierc ook eene kerke geftight, naekt, na de wijze van d'andere Mala- cn aen St. Michiel gcwijt. baren. Zy hadden gene openbare kerZy hebben den hals, ooren en neus ken of kapeilen, aen hun godentoe met gout verciert: want zy door boo- gewijc, noch eerden die met gaftma ren ooren en neus, enftekendaer gou- len,danfen en andere kerk-gebaeren. de ringen en baggen in. Die houden Maer ieder had zijnen byzonderen ook de Heidenfe Malabaerfe vrou- god, die hy in zijn huis aenbad. Zy worden by de Malabaren iioowen voor een grooc cjeraet: inzonderhekheteen neusgat alleen door boort, geren beter, als d'andere gemene ambachts-

Z E E - en L A N T R E I Z E . 16t bchtsluiden gcacht. Waerom men als een man omvatten kan: doch is onhen ook voor rein houdt, en geoorloft derdikker: maer behoude daer na rot is aen te raken, en niet min met hen, aen den top een zelve diktc. Het hout als met d'andere Nairos en Thomi- des ftams is van binnen fpongiacririg, ften verkeercn magh. Zulx zy zieh, en zoo wit, als fijn t'zamen gevouwen wanneer zy hen aenraken, of weder papier. van hen aengeraekt worden, niec voor De ftam fchiet niet recht o p , en is befmet houden. met leetjes rontom bezet, cn zonder De Malleanen hebben genen han- takken tot boven aen den top: daer gedel noch wandet met de gebuurvol- wonelijk zeftien of achtien, cn in een ken: zy komen byna ook nooitvan'c grooten boom ontrent achten twintig geberghte: geh jk ook niemant cot hen uitfehieten, die eendoorgaenderibbe opkome. Dies ook de Thomiften of hebben, en mec ncerhangende alcijt S. Thomas kriftenen, die aen de voe- groene en groote bladen, als lies o f ten der bergen hun verblijf hebben, brecc rier, van ruim een vinger lang cn zeer bezwarelijk eenige verkeeringot breet, en drie! fpanof anderhalve cllcaengang mec hun hebben kunnen. boogh lang, ter wederzijde bezet zijn. Zy voeren een en dezelve wapenen, Na de groote en hooghte van den als d'andere Malabaren, als bogen en ftam des booms, is de wortel zeer pijlen, mec een bredeflits of yzer be- klein, en fchiet niec diep in d'aerde ; hagen. Zy hanteren ook Turkfche za- maer loopt byna flechts boven daer bels of houwers, en hebben hec ge- over hene. Dies men zieh mec recht bruik van byzondere roers of muskec-! re verwonderen heefc, hoe zulke hooten: zoodanige by d'andere Malaba- ge boomen de wint kunnen tegenftaen. ren niet in gebruik zijn. Aen de voet van de rotfen der MalDe vruchten,kokos-noten by d'onleans , Karatnara genoemt, na by het zen gemenelijk genaemr, na den voorkoningrijkvan Karanareta, ftaet eene gang derPomigefcn,die defelve Coquo kerkeder St. Thomas Kriftenen, ge- of Coco noemen, groeien boven aen bouwt ter eere van Sr. Auguftijn: den ftam ,daer de takken uitfehieten, waerom zy ook de kerke van Sc. Au- en zitten aen herdc en quallige rijftigc guftijn genoemc worc; dewijl die van einden van de takken, ten gctale van d'orde van S. Auguftijn,d'inwoonders zes, acht, tien en meer, by troflen nefvan deze plaetfe Kriftenen gemaekt fens clkanderen: ieder tros ter zwaerhebben, die zieh houden zeer aen hen te van zeftigh, of hondert en meer ponden : of zoo zwaer als een man verplicht te zijn. G e w a n n Het landt van Malabaer is ("gelijk kan optillen. W n M a reeds te vore gezeit is) rijk en vruchtDe rijpc vruchten zijn zeer groot, k b a c r . baer van veelerleiaerrgewaflenen In- en worden grooter als een menfchen diaenfehe vruchten: waer van wy hier hooft, en vallen driehoekigh. Zy zijn eenige, en de voornaemfte, vervolgens met een dubbelde fchil bedekt. De zullen befchrij ven, en met den kokos- buirenfte fchil of bolfter is ontrenc een vinger dik, en beftaec uic vele vezclen boom beginnen. K o k o s - Lngs den geheelen zeckant van of draden, als pluys, die in de lengte Malabaer, en aen de rivieren,niet verre daer door loopen. Zyis van buiten van de zee, groeit op zandige en brak- bruin afchgracu van kleur,en van binkegronden, d'Indifche palm- ofko- nen rosachtigh. Daerna volghc een kos-boom,die in de Malabaerfe tale herdc bruine fchil of dop, daer een pic Tenga, in de Brahmanfe Mado, en in of kern binnen in zit. De jonge vruchten zijn rondc en de Maleyfe Kalappa genoemt wort. Hy fchiet met zijnen afchverwigen eerftgccl,of witachtigh geel,daerna ftam, by wijle tot de hoogh re van vijf donker groen. Aen hec voorfte eind en tnegenrigh voeten op,gelijk ik ver- zic een krooncje mec een ftecre, als hec fcheidcom en by de ftad Roy langtet loof van de rapen. De pic of kern roedenheb gemeten. De ftam heefc voornoemr, is wie, en een weiftigh uit omtrent doorgaens zeftien duim in den gelen, oncrene eenen duim dik of dendiameter, of is by wijle zoo dik, dikker, na deneut groot is, en van X binnen

G E D E N K W A E R D I G E 162 daer in, als zy jpng is, on- i den derden dagh wortze zuur als eek, binnen hol trent, of na de neue groot is, een hal cn verlieft geheel en al hare zoerigheir. De vocht, dien een jonge en tengeve kan nat, zap of vocht is. Als de vruent njp is, verminderrhet zap, en re boom geeft, is zoo fterk cn krachzerzich tegen de binnenfte fchil aen. tigh nier, als die uit een grooten cn enDit zap is goet om te drinken. De pic den boom zijperc, en is ook zoo vol of kern is heel zocc, en niet onaenge- geefts niet: wacrom zy ook weiniger brandewijn in het diftcleren geeft. naem van fmaek: maer watlaf. Het bloeifel openbaert zieh voor Doch een zeer oude boom geeft minde vruchten, boven in den top, binnen der Sury als een jonge:macr die van een het gewey der takken, en is dat van de oudeniszocter,fterker, enmaekt ook ieman t eerder dronken. kaftanien gelijk. De neut wort in drie maenden rijp. U i t deze vocht, na zy een dagh in Hetpir,gedrooght,kanmcn bewaren d'afgenomene potten geftaen heeft, en vervoeren, als kaftanien. Hec pit wort een geeft of brandewijn, met eegerafpt, cn met zuiker cn kaneel be- nige druppelen van oly de kokos daer ftrooit, is niet onaengenaem van by te doen, gediftclecrt, die zoo fterk fmaek,en verwekt het zaet en luft van is als brandewijn, en by d'Indianen byflapen. Arak, by anderen Fulaof Mype geDe Zwarten, om deneuren af te noemt wort. halen, klimmen en klauteren met hanU i t dezelve vocht wordt ook een den en voeten, wonder rat tegen de; eek aldus gemaekt. Men zet de potboomen o p , en fnijden die rijp zijn,; ten, daer in de vochr uit den boom gemet hele boflehen af, en latenzc van tapt is, vijftien dagen in kalk : waer boven necr opd'aerde vallen, dat het door zy fterk aen hetgeften raekt, en dreunt en daverr. geweldigh fchuimt, cn op den bodem Behalve de vruchten of nooten van de pot een afchverwige ftoffe laet voornoemt, geeft de boom ook zeker leggen: en verndert aldus in eek. zap of vocht, Sury, en gemenelijk by ' U i t dezelve vocht wort ook zuiker, d'onzen W i j n de Palm genoemt. T e Jagra genaemr, in dezer wijze geweten , men fnijt, wanneer men gene maekt. In de potten, daer in de vocht vruchten aen den boom begeerc te uit den boom ontfangen is, wordt een hebben, een tak af, daer dan de vocht weinigh kalk gedaen, zoo veel alsgeof zap geduurigh uitzijpert, dat in een noegh is,om d'mgezijperde vocht root onder gehangen pot of bamboes te maken. Want indicn'er te veel vergadert wordt. Als men al te veel kalk by gedaen wort, zoo is de vocht vocht den boom aftapt,worden de tak- witter, en als melk of de kalk zelve. ken bruin : ook dragen de boomen Maer indien'crre weinigh kalk is bydan gene vruchten meer. gedaen, zooisde vocht uit haer eige De Zwarten leggen van den ee- kleure witachtigh. nen boom tot den ander, die op regels Deze vocht Sury, met de kalk algeplant ftaen, ftokken , daer zy dus na behooren vermengr, wort gcover loopen , om de getijferdc of kookt, en onder het koken geduuuitgezijperdc vocht af te halen dat righ met cen lepel omgeroert, tot dat t'elkens, als de pot of bamboes vol is, zy dik wort: dan krijghtmen cen rogefchieden moet. de zuiker. Deze verfche vocht is goet om te Het dient aengemerkt, dat uit de drinken, cn heeft de krachr van dron- afgetapte voght, daer te weinigh kenfehap te verwekken, als w i j n en kalk by gedaen is, geen zuiker kan gefmaekt als de befte wijn 5 maer wort, maekt worden. Maer indien'er te veel in deheetezon gezet, in eenuurtot kalk by gedaen is, en de kalk op den eek. Dezelve vocht, Sury genoemt, bodem onvermengt blijft leggen ,zoo dieop den middagh in de potten, de- moet men, m de zuikerte maken, de welke des uchtens aen den boom ge- neergezakte kalk eerft uit nemen. hangen zijn , afgetapt worc, is zoet, In het maken van de witachtige en des avonts zuurachtigh, des an- zuiker ofjagra, ftaet dir daeren boanderen daeghs eekachtfgh: maer ven aen te merken ,dat de vocht Sury, met
} }

Z E E - cn L A N T - R E I Z E. 10-3 met de kalkdoormengr,in verfcheide achtige plaetfen waft, is ZoVrucht^ potten, om de kalkte fcheiden,over- baer niet, en brengt kleinder vruchten goten wort, met de potten d riemael te of kokos-nooten voort: welker water: veranderen. Want als de vocht des onzoeter en ongeuriger is. Hy geeft uchtens afgetapt is, zoo wort dezelve ook minder vocht ofJ'ar;; hoewel die des middaghs in een nieuwe pot over- Herker is. gegoten : en aldus voor de tweede Van het vijf en twintighfte tot het mael ten twee uuren: en weder voor dertighfte jaer is de boom op zijn beft de derde mael des avonts, en worc dan en krachtighfte, en geeft overvloedigekooke. ger en gpooter vruchten, en ook overDe vocht, die des nachts getijferc vloediger Sury. Van den tijt af, dat hy wort, is beter, als die des daeghs in de vruchten geeft vallen derijpcvruchhitte uitzijpert, die eer verndert. De ten af, en groeien geduurigh nieuwe verlche vocht froaekt byna, als zoec weer aen: alhoewelhy, wanneer hy huy, dien d'inwoonders metblaeuwe out is, weiniger en kleinder vruchten rozijnen weten toe te maken, of het geefr. Spaenfe wijn was. Deze boom leeft lang, cn gewoneDeftamvan den boom is dienftigh lijk tachentigh en hondert jaren. tot den fcheeps-en huis-bouw, ende Wanneer hy verwelkt en aen hec uittakken en bladen , omopte fchrij- gaen is, dan worden alle de biaderige ven , de huizen mec te dekken , en takken geelachtighen als verbrant. mantjes en waeiers van te maken. Hy groeieuithet pit van de kokosVan de fchil of dop der neut kunnen note. verfcheide vaetjes en kopjes gemaekt D'Indianen zetten eerft zoo vele worden: welker zommigebleek, en noren, als zy boomen willen planten, andere bruin zijn. Eenige worden in den gronc, dichc by malkanderen, glac gepolijft en in zilver gevac, die tot dat zy uitfehieten. Dan maken zy dan zeer eierlijk ftaen. Van hec de gaten, daerdeplantaesje ftaen zal, pluis in de bolfter der nooten, Kayer recht vierkant, en ieder zijdeontrenc genoemr, worc couwerk geflagen, dac \ voet w i j t , en zoo diep , dat de fpitze lang de verroccing kan tegenftaen : cn van defpruit, die uit de dop tevoorook lonten gemaekt, die vinnigh fchijn komt, met de vlakte van den gronc overecnkomt. Dan fmijtenzc branden. Men heeft vaertuigcn gezien, die een paer hande vol zant, daer geert van de Maldivifche eilanden quamen, zantgront is, en een halve hant vol (daer op deze boomen in een groote z o u t , onder in den gront van 't gat, menighte groeien} die geheel en al en zetten daer de noore boven op. uit dezen boom beftonden: want de Voorts bedekken zy dezelve ontrent bodem en't gantfeh fchip beftont uit half met d'aerdc, die uit het gac gefmehet hout van de ftam, dat zonder fpij- cen is, en gieten om den anderen dagh, ker of yzerwerk aen malkanderen vaft in ieder gat, een putfe of poc waeers, gemaekt was : de Zeilen en rouwen wanneer het in den droogen tijt is: het uit het pluis des bolfters: de fpijze welk men zoo lange onderhoude, als en drank voor het volk uit het zap de nore hare wortels heeft vaft gezec* Men plant de noten met het fpirs en pit der noot: de kopjes en fchepbekkens uit de binnenfte herde fchil: eind om laegh, en uit het dik einde de mantjes, waeiers,tenten en hoeden, fehieten twee of drie breede blactjes: voor zon en regen, uic de bladen van daer het rechte blat na volght. Daer dien zelven boom:zoo dat het gantfeh na fehieten de takken uit, en vallen de fchip met alle fijne koopmanfchappen onderfte t'elkens af. Aldus waft de en uitrufting,van dien boom verzien boom allen jaren voort, tot zijne volwas. In 't kort, deze boom verfchafc kome hooghte. Om het vijfdejaer geeft een jonge den Indianen al wat zy tot hunnen boom, uit een pir geplant, zijne eerfte onderhout van node hebben. Deze boom is zeer vruchtbaer, in- vruchten: 't zy men denfelven wil t i j zonderheit die op ziltige cn aenzeege- feren, om wijn van te tappen, of lalc plaetfen groeit: maer die op bergh- ten ftaen, om nooten te dragen, daer X x oly
!

x6 G E D E N K W A E R D I G E oly en meer andere dingen van tc be- hena , of ook Kaunatna,, dat is, zoet-hout: want Kau is, in de tale des komen zijn. Men moet goede zorgc voor de jon- lants, hout: en Nama zoet *gezeit: ge boomen dragen, dat die van de kc- de Maleyets Kais Mants: de Zingalevers niet bedorven worden. Deze fen, of inwoonders van Zeylon, wurm heefc twee feherpehoorens, in ruo of Kurundo: d* Arabieren Querde gedaente van een fchaerwevel: \ faaen{ue>fe, of Kerfah. maer is zoo groot niet. Hy zet zieh j Voorhene plagh deze kancel by de gemeenelijk in het hert van de jonge; onzen van daer vervoert te worden: boomen , dat hydootbijr, en onder- maer zedert zy het eilant Zeylon hebhoudt zieh voorrs zoo lange met het ben in bezit gehad, wort zulx weinigh jongefcheutje,totzygeheeluitgaen: meer gedaen. De boom is van de groote als een 't en zy men den wurm voor den dagh haelt, en uitfnijt: daer de Malabaren oranje-boom, en zomtijts kleinder en behendigh mee weten om tegaen.Dan zomtijts groorer j maer kleinder als komt de boom weder tot verhael, en de Zeylonfche kaneel-boom. Heeft vele rakken, welker tengere recht zijn. groeit onverlet voorr. Men heeft aen dezen boom bevon- De bladen zijn dievandenlaurier geden, dat hy op het derde jaer, na de lijk: maerbreder, bleker en vochtiplanting of zaeijing, met takken van ger, en mer drie zenuwen doorregen. volkome en voiflage groore bedekt Debloemof bloeifemis w i t , en byna is, en zedert dien tijc de takken be- zonder reuk. De vrucht is die van ginnen af rc vallen: en dan zijn de den wilden oly f-boom gelijk, in't berakken tot de hooghre van anderhalve gin groen: daerna rootachtigh, enin man, ofook wel van twee mannen, hare volkme rijpheit zwart en blinopgefchooten: en de ftam,die gantfeh kend. H t eft van binnen een fteentje, met takken rontom bekleet en bc- die van de wilde oly ven gelijk, en is dektis, niet hooger als een halve eile, met diergelij k vleefch bezet: waer uit een zekere groene olyachtige vocht en ontrent een voet dik. Alle maenden fchiet gewonelijk een druipt: van reuk als de laurier-bezien, nieuwetakuit: vallcnde midlerwijle en fcherp van fmaek, met een weinigh bitterheit vermengt. Wyders, deze d'oude af. In den drogen,ofzomer-tijt vallen vrucht heeft aen het plat gedeelte een de takken meer en hoopiger af, als kleinen kelk. De fchors van dezen boom, of kain den regen - tijt. In den tijt van drie maenden groeien de takken tot vol- neel, is dik ,cn zonder eenige uitfteekome groute. i k heb zelf, om de ftad kende fmaek: hoewel de dnne fchorKoylang, meer als vier duizent boo- fen cn takken een weinigh geuriger men doen planten: doch die meeft zijn: doch in alle deelen flechter en door onachtzaemheit van mijne na- geringer, als de Zeylonfche kaneel. Uit den fchors des wortels wordt volgers vergaen zijn. Daer zijn veelerlci geflaghten van een oly e en vliegend zout, kanfer ge dezen boom, die aen hunne vruchten noemr, gedifteleert. Zy is lichter als te kennen zijn: inzonderheit aen het het water, daer zy te gelijk mee opwater, dat m de doppen van de neu- klimt $ klaer en doorfchijnend, geelachtigh, fterk en welriekend, zeer ten is. Een groote menighte van bofeh - fcherp van fmaek, en diep deurdrinWilde of wilde kaneel-boomen, groeit in gend ofdeurtrekkend: zy beftaet uit kaneel- hetlantfchap van Malabaer: maer de dnne deelen, en die haer in d'ope en boom. kaneel is in treftelijkheiten reuk veel vrye lucht lichtelijk verfpreienen verflechter, als die het eilant Zeilon vliegen. voortbrenght: wantop gene andere De kamfer is zeer w i t , cn in reuk plaetfe groeit d'oprechte kaneel, als veel treffelijker als de gemeene kanop d'eilanden Zeylon en Floris. fer Dcffelfs deelen zwemmen of De Portugefen noemen die kaneel drijven in d'olye, wanneer die eerft Canella del Mato dzt is, kaneel van 't gedifteleert en noch warm is-, en bofeh: de Malabaren Karua of a- zijn met haer onzichtbacr vermengt, en
+ 3

Z E E en L A N T - R E I Z E. i6f cn verdonkeren geenfins dedeurfchij- welnekend, en drijft op het water:daer nentheiten klaerheit der olye. Maer uit deZeylonfe kanael, behalve zoowanneer d olye kout wort, zoo dnj ven danige olye,op het water drijvende, de deeltjcs van de kanfer, en zijn ge- ook een olye getrokken wort, die in 't fcheiden van d'olye,en kleven in vee- wacer te gronde gaet. lerlei geftalte aen elkandre vaft, en onD'olye, uit de bladen getrokken, is der andere in lange ftokken, en zin- eerft drabbigh, wort met der tijt geelken, door hunne zwaerte, na den gront achtigh, doorfchijnend, en groenachvan d'olye. righ van kleur, en is zoet en fcherp van De deeltjes van de kanfer, die aen fmaek, riekt een weinigh na kaneel, en elkandre kleven, befluiten eerft d'oly- gaef in \ water te gronde. achtige deelen in zieh, en makenze D'olye , die uit de fchors des woronzichtbaer, die zieh daer na van de tels, met het vliegend zout, kanfer gedeeltjes des kanfers, die na boven tot noemt, getrokken worr, bezit vele en een enger plaetfe gevlogen zijn , ont- uitftekende krachten. Zy is zeer dienflaen en feheiden, en door de lichtig- ftigh tegen alle gebreken van lamheit, heit na boven roe fehieten. indien in rijts van buiten op de beleDeze kanfer is boven mate vervlie- dighde parthye geftreken wort. Voor gend, en ontfonkt en vat zeergezwint het podagra is zy een uitftekend gevlam, en laet in 'r verbranden gene neesmidftel,enhelpt opftaende voet, vuiligheit of droefem na. en ftilt de pijne der beledighde deelen, Deze olye komt in reuk en fmaek indien die daer mee beftreken worden : zeer na met de kanfer over een , enis gelijk zy ook daer roe zeer dienftigh zoo licht ver v liegend, datzy, fchoon is, zoo van binnen ingenomen wordr. op geverfde kleederen valt, verdwijnt Zy geneeft ook quaeraerdige koorten vervlieght, zonder fmet of moet na len, en doet zweeten, en verdrijft da te laten. Zy ontvonkt en vat ook winden: ontfteekt de luft van ectcn,en zeer licht vlam, en verbrandt in kr- breekt de fteen der nieren en blaze. Z y ten t i j t , en geeft een witachtige en geneeft ook de kuch en andere lange blaeuwe vlam. Op het vuur gezet en ziekten. In 't kort, deze olye verftrekt warm gemaekt, vervlieght zy ook den onzen daer te landein de gafthuizeer gezwint, en verftuift in een wit- zen een algemeen geneesmiddel. De kanfer is dienftigh in de gebreachtige rook, die aen het vuur zeer ken des lijfmoeders, om de maentlicht vlam vat. Indien buflekruit met deze olye nat ftonden te verwekken; doet ook zwegemaekt en gemengt is, zoo vat dat ten, en wort gebruikt in plaetfe van de vlam: maer niet als zeer langzaem, gemeene kanfer. D'olye des kaneels, getrokken uit en na vele deeltjes van d'olye vervlode fchors des booms, is dienftigh voor genen verteert zijn. Daer en boven wort deze olye, zoo alle gebreken der mage,en in buikpijn, zy inzwavelofzalpeter, of in beide die uit koude ontftaet, Het water des kaneels is hertftervermengt, gegoten wort, door de vlam gantfeh verteert en verniclr, daer de kend. D'olye uit de bladen is dienfligh tezwavel en zalpeter onaengeraekt en gen de kolijk, indien van buit-n op ongefchonden blijven. De damp of rook van d'olye, die uit den buik geftreken wort,en verdrijft de dezelve, wanneer zy op vuur ftaet, lamheit. Overvloedelijk groeit in de b o f uitwaeflemt, en door een drie of vier dobbelde doek ontfangen is, zet zieh fchen van Malabaer, ontrent Kana-z^mboven aen tot een fpier wit zout, dat de noor, in 't wilt, zeker gewas, dat by de ' kanfer zelve is. Daer en boven werpt Malabaremrf,by die van Suratte,Dedeze olye met der tijt eenige kanfer- kanjzn by deKanarijns,Cf^r<-,by d' achtige deeltjes uit: waer door zy zui- Arabieren en Perfen Zerumbetpn by de Trken Zeruba wordt genoemt. ver en klaer wort. D'olye, die uit de Malabaerfe ka- Het wil op vele andere plaetfen groeneel getrokken wordt, is doorfchij- jen, zoo de wortel gepoot of gezaeit nend,klaer, geelen blinkend, enook wort: en noemen het vele hierom wilX 3 de
bec

Z u a j 0 f

G E D E N K W A E R D I G E i66 de gcnber: en niet zonder reden: de- ongelijk : zijn dik, groot, en in de brewijl deflelfs bladen die van de genber eeen diepte verfpreir. gelijk zijn j hoewel langer en meergeDe fchors dezer wortelen is dik, opent. Ook is de worrel grooter, dan rou, geborften, afchverwigh van buide gcnber. ten, maer van binnen wir: vol melkDe worrel wort uitgegraven, en dan achtigh zap,wannccrhy verfch is:maer gefneden en gedrooght, en na ver- geelachtigh, als hy gedrooght is, en lcheide geweften vervoerr. zeer t'zamentrekkend. En fchoon In hetlant van Malabaer, ophet dit zap met eenige zamentrekkingecn Makre of eilant Sine Kruis, deskoningrijks van weinigh bijt, zoo gaet nochtans die Maccr. Koetzijn,aen d'oever des ftrooms^- bijten haeft over. gatte, groeit een boom, die by de BraDeze boom bemint vochtige cn manner agtzen tJJrlakre genaemt wort, zandige plaetfen, en doet byna alle geby d'ingeboore'Kriftenen Makruyre> waflen rontom hem uitgaen. en byde Portugefen Arboredelas CaDe fchors der wortelen van dezen mar as, en Ar bore Sanlo,dat is, boom boom is by de Malabaren en andere Invan den roden loop, en heilige boom. De dianenin dehoogfte waerdye,en wort Jogues of Heiligen van dien oort noe- ook zeer veel gebruikt in alle de gaftmen denzelvenboom, in de tale des huizen der lantfehappen van Sina, Jalants, Kura Santea Macre Niftufaga* pan, Malakka en Bengale, tegen rode r/,datis, Macre is denmenfehenvan cn buikloopen en bloctfpouwingen: d'engelengetoont tot hun heil. ByGa- alwaer men die uit Malabaer ontbiet. lenus, DiofcoridesenPlinius wort hy D'artzen, zoo B rahmannen, KanaMacer, en by Avicenna Talisfdr ge- rijns als Malabaren, genezen met den genoemt: want ook d'aeloude Grie- geftoten verfchen fchors,gemengtmet ken hebben dezen boom, of altoos karne- of zuure-melk, allerlei flagh deflelfs fchors, onder dien naem ge- van rode- en buiklopen. Eenigen welkent. ken den drogen en geftoten fchors, tot Het iseen breede boom, groter dan de zwaerrevaneenloot, eenen nacht den olm-boom, en heeft vele takken. in een mutsje wei,en geven denzelvcn De bladen zijn zes of zeven voeten tweemael des daeghs te drinken, des lang, twee breet, aen de boven-zyde uchtens en des avonts. Aenftonts daer bleek,en aen d'onderfte donker-groen. na geeft men den kranken rijs t'eeten, Men gelooft deez boom geen nde- zonder zout en boter gekookr, en re vrucht heeft, als zeker zaet van de hoender-kuikens,in het afzietfcl van groote als een duit,datdun, hertsge- rijs gekookt,geweikt en geftooten.Zoo wijze, geel, maer van fmaek als een by wijle de noot vereifcht, mengt men amandel, of pic van een perfik, en met daeropium onder, tot fterking van het een dnne en witte vlies bedekt is.Het geneesmiddel. Ook wort de fchors leit in zekere blaze belloten , die uit zeer heilzaem gehouden, omdebratwee zeer dnne t'zamel%evoeghde king teftempenen mage te ver fterken, en doorfchijnende vliezen beftaet. ingenomen met water van kruizeDeze blaze groeit midden op een blat, munt en poeder van Maftik. en is de blaze njet ongelijk, die in Volgens berecht van zekeren bloeimaenc aen d'olmboomen groeir, Jogue, heeft een klein ftukje van hoewel een weinigh breeder en plat- dezen fchors meer krachts, als een ter. Het bldt van deze blaze is in groote meenighte van <JMyrobogroote andere bladen niet ongelijk: / ^ f c h e l l e n , o f v a n y f r ^ ; j wort maer ftomper van fpits, en ontrent de voortrefFelijker gehouden, als de Mafteel fmalder, van verruwe tuflehen labaerfche Koru. De vrucht of zaet root en geel, oneffen, en mec vele doocendrijfcallerlei flagvan wurmen rechte vezelen van de fteel toc hec uic 's menfchen lichaem, en breekc einde doorloopen, gekrulc cn rim- denfteenindenieren. Ookzoudede peligh. genen, die den zelven des uthtens geDe boom heeft melkachtigh zap, bruiken, vry van den fteen enkolijkgelijk demoerbezien-boom,enwor- wee zijn, en niet dronken kunnen wortels,dievanden ftecn-palm boom niet den, Op
a

Z E E - cn L A N T - R E I Z E . i6f Op dezelve plaetfe groeien,behalvej jes,die van de zelfde dingen gemaekt den boom Macer voornoemr, tvveei worden, uitgezeir de boter. andere boomen, die zeer veel van elkOok worden klyfteren van het Zelf> andere verfchillen maer van een zel- fte water, met groor voordeel, geve kracht met den Macer zijn. bruikt: maer kout en des nachts ingeD'eerfte wort in 't Malabaers Kuro- fpuit,uit oorzake van de hitte des lants. I" dapala en Kuro, en in Kanaryn Koru, i Men geeft, zoo de noot vereifchr, by de Brahmannen Kura, en by de dit water t weemael des daeghs i n , des Portugefen het Malabaerfch kruit ge- uchtens, ren zes uuren: en des namidnoemt, uit oorzake de Malabaren def- daghs, ten twee uuren. fclfs gebruikallereerft geleert hebben. De fpijze is rijs, met vet gemengt, Deez boom is een lageoranje boom en hoenderen, geweikt in het afzietlel gelijk, en boven al in bladen: hoewel of watcr van rijs , dat men Kan je deze in'tmidden cen dikkerzenuwe noemt. hebben, met 8 of 9 andere, zy waerts Men geeft den kranken geheel en al verfpreir. De bloeifem is geel, enT)yna geen w i j n , 't en zy by hoogh dringenzonder reuk. Volgens Garcias fchiet den noot, in verouderde roode lopen. deez boom tot de hooghte van een Eenige geven het zap,uit de groene haagh-appel-boom op.of een weinigh plant gedrukt, tot anderhalve musje, minder, heeft bladen die van den per- des uchtens in, en zoo veel des avonts, fik-boom gelijk: witte bloemen, van zoo de noot vereifcht: maer dewijl het reuk, als die van het geiten-kruit. De fap bitteren onaengenaem is,zoo geeft fchors des booms is bleek-groen, glat men, na het innemen, een dronk wei, cn dun,die, zoogebroken of ingefne- om den mont re fpoelen. Zoo de Maden wordr, veel melkachtigh zap uit- labaren zien, noch fterker geneesmidgeeft, dat tacieren veel lijmiger is, als middel van noode tezijn, zoo mengen het zap van de boom Mac er, zonder zy gewonelijkcn daer opium ofamfion fmaek, maer een weinigh bitterachtig, onder. Dit kruit is ook een heilzaem gccn meer kout als droog: in welke graet hetdeartzen van Malabaer ook Hel- neesmiddel voor de zwakheit der mage ftilt ook het braken, zoo met walen. Met dit gewas geneeft men zeker- tcr van kruizen-munt, of met het poelijk allerleie rode loopen, na dar eerft der van maftigh ingenomen worr. Ook is de wortel dienftigh, 't zy meerendeels de quade vochtigheden afgedreven zijn: want andersftortende met het afzietfel van rijs ingenomen, ofgefmeerr, tegen d'ambeyen en klokranken weerlichtelijkin. De Malabaren , zoo Garcias ge- ven dercers. Met den dampvan het afzietfel der tuight, branden, door kracht des vuurs, uit den wortel een water, zeer bladen, en die van tamarind, worden krachtigh regen den rooden loop, in gezwolle beenengeftooft: endoeken, dezer wijze. Te weten, zeftien loot in het zelffte afzietfel nat gemaekt, van het poeder van deze geftoten met groot voordeel in de buikloop en wortel wort in een diftilleer-ketel ge- waterzucht gebruikt. D'andere boom, najnelijk het derde daen, en in wei van zoetc melk en nat van gekookte rijs geweikt: daerna flagh der genen, die tegen den buikdaerby gefmeten het geftoten en gc- loop dienftigh zijn, wort doorgaens rooft zaet van Ammi,peterfelic,ko- in't Malabaers Tavate, by de Brahriander en zwarte kumijn, van ieder mannen cn Kanarijns Vafa Veli, en by J j j drie loot: zeven vierendeel loot fchel- de Portugefen xylrvor contra las . len van Myrobalanen, met vier loot erifipolas^ztis, boom tegen de roos, geongezoute boter: waer uit dan,door noemt. Hetis eenheefter van acht of negen kracht des vuurs, een water wordt gebrant, welk, tot ontrent een mutsje, voet hoogh, niet zeer vol van takken, met een half musje arak, ofweegh- en met weinigh bladen , de kleine blabree-water, den kranken te drinken den van denoranje-boom gelijk, (bewort gegeven. Zoo nodigh is, doet- halve het hert je, dat zyniet hebben,) men daer by het poeder vandekoek- en onder en boven groen.De bloem is klein
} ;

i68 G E D E N K W A E R D I G E klein en wir, beftaet uit bladen : uit ren na de zyde uit loopen. De bloemen zijn van reuk en kleure wiens midden een witte vefel fchiet, met een groen fpits, is van reuk als de als een roos: maer meer gefchakeerc: bloem van het geite-kruit:dien hy ook of, uic den rooden purper, met veele luftige ftijlen in'c midden, van fmaek, zeer wel van verre gelijkr. Het zaet is rondt, van groote als dat als de klaviertjes van den wijngaerr, van den maftik-boom, uit den groe- die met hare wijnige fmaek, zoote nen zwartachtigh, en wort in 't njpen zeggen, een voorfpel van de vruchc zelf maken. zwarc. De vrucht heeft de groote van cen De ftam en takken zijn afchverwig, konings-peer, of als een ganfen-ey, en de wortel wit enonlmakehjk , met eenige bitterheit, en byna zonder reuk. grooter. Daer is tweederlei: want Onder d'edcle en gemeene vruchc- d'eene is hoogh donker root, ja fchier jambos boomen is de gene te rekcnen, dien de zwart: heefc merendeels geen fteentje, beiro."" inwoonders na hren vrucht Jambos en overcrefc d'andere in goetheievan noemen : en de Portugefen met een ge- zap. ' D'ander is uit den wit ten rootachtigh, heeft een witen herc fteentje, broken naem Jambeiro. De Malabaren en Kanarijns noe- nier zeer rontachtigh, van groote als men de vrucht J'amboli: d* Arabieren hec fteentje in den perfik , en met een Tufa ladt: de Trken %^/Llma, de Per- witte en rouwe vlies bedekt. Niec cegenftaendedeze vrucht zoo fen Tufat. Men zeidt deez boom, om zijne goet niec is, als d'eerfte, zoo fmaekt zy geurigheit van bloeifel en zoetheit van nochtans ongemeen lekker. By wijle is d'eene vrucht volkomen vrucht, uit Malakka, ("daer hy overvloedelijken groeit) na alle verrege- rooc, en zondter kern: maer d'andere legenge weften van Indien zou over- flaeupurperachtigh , enriekt als een roze. gebraght zijn. Deze vrucht is kouten vochtigh, cn Men vindtewcederlei flagh van deze boomen, elkanderen zeer gelijk, zeer reder en bedekt mec zulk een maer de vruchten zijn eenighzins ver- dnneenweke fchil, dat zy met gene Icheiden. Zy verbeeiden beide,zo wel mefch kan afgenomen worden. in wezen en geftalte, als in groote, een De bloemen en vruchten lamboszijn Europifchen appelboom: vereifchen van een vochtige remper, doch zeer gene queking noch byzonderen aert welriekenc : cn hierom by alle d'invan grondt: raaer groeien zoo weel- woonders onder de voornaemfte lekdrighop vele plaetfen van Indien, dat kernyen geacht: en men eec haergezy dikwils binnen het vijfde jaer wonelijken voor alle andere fpijze,in vruchten geven : en wortelen diep, hec begin van de tafel,en desdaegs.Zy ("het geen zelden andere bomen in In- zijn ook van groot gebruik doorgaens dien doen) en vaft in d'aerde. in d'artzenyc: want de rouwe vruchten Het zijn breede boomen, lchoon in en bloemen worden in zuiker, om te het oogh, en breiden zieh uit met vele bewaren, ingeleit : en dan in hittige loof-en lommerrijke rakken, tot de koortfen, ontftaen uitgal, tot leflching groote van een pruimen-boom. De der dorft, met groot voordeel gefchors, zoo wel van den ftam als tak- bruikt : nadienzy door hare vochtige ken, is afchverwighenglat: het hout koude dezelve ver flaen, en de levenbros. dige geeften verfterken: dies deze De bladen zijn byna van groote, als vruchten, niet zonder reden, in groote die van den pruime-boom: maer op achting onder d'Indianen zijn. het einde war fpitfer, en zeer lchoon Deze boomen zijn uit her getal der en glat, cen pal men meer langer. Zy genen, die, door hunne overlchoone hebben groote gehjkems mctd'yzere verfcheidenheir van bloeifel en vruchpunt van een groore lancie: zijn boven ten,de vreemdeling tot verwondering hoogh,en onder bkek-groen,doorloo- oprukken; niec alleen om het aengepen mec een eenige, doch rechte zenu- naemgezichc: maer inzonderheit om we in't midden:waer van fchuinfe ade- de geduurige beurt wifleling van bloeiB o o m 1 ;

L A N T - R E I t . i-$> fei en vruchten: want wanneer d'eene trage mage hongerigh. ok is deflelfs zydeof helft des boomsvan bladen of zap, en het poeder van de gedrooghde bloemen is beroofr,zoo wort het ander vrucht, zeer dienftig tegen de fcherhedeel zoo lang met rijpe en onrijpe ring , katarakten en vliezen der oovruchten beladen en verciert, rer tijt gen : te weten, het zap,mec dat van antoe d'andere meer bladen heefc ge- dere kruiden vermengt, wort gcleit op kregen : zulx men in dezelve een den nagel van den groote teen, aen de geduurige lente, en t'effens den zelve zijde, aen de welke iemant de herfft, maghgenieten. Derhalvezict fchemeringdes gezichrs, of een begin men den boom noit zonder bloei- van een katarakt heeft. By de vroedfel of vrucht: naerdien een en dezel- vrouwen is ook het poeder van dt ve takken fchier altijt met bloeifel en vrught zeer in gebruik: want zy dat groene en rijpe vrucht zijn beladen, gewonelijkden kraemvrouwen ingeen, onder het geduurighafvallen van ven, om de nageboorte aftedrijven, bloemen (zulx d'aerde onder den en de volheit van zogh te doen koboom bywijle root geverfc fchijnc) men. weer nieuwe uitfehieten : en andere Deze vrught wort, gedroght,na anvruchten eerft groeien, andere rijp dere lantfehappen overgebraght. worden : en andere reeds r i j p , verzaDaer is noch een andere foorc, die; een zoece en ronde vrughe, van de melt worden. Deez boomdraeght niet eenmael 's groote als eenicers, heefc, enook by jaers: maer geefc alle jaers veelmalen Linfchotcn Karkapuli genoemc worr. De boom, daer aen deze laefte groeit, nieuwe vruchten. Met den boomtefchudden, vallen wordc by de Singalefcn Kanna Chode rijpe vruchten zeer licht af: maer raka, dacis, zoete Choraka, genoemt. de takken te zamen gevat, om de Uit den ingefneden fchors of ftam van vruchten te plukken , worden zeer beide deze boomen, druipt een gom, licht van den boom gefcheurt. Gotta genoemt; hoewel die uit den De vrucht, by de Malabaren Kar- boom Kanna Cboraka druipt, beter V r u c h t kapuli- en by de Kanarijns Karkapoli is. Kark. geheten, heefc de groote en gedaente Zeer gemeen is het gebruik der bla- Gebruifc. pult. vaneenongefchilde oranje-appcl; en den van Aloe, om kamergang tema- J a ^ beftaet geheeljken uitkorlen. Eerft ken, in her landtfchap van Malabaer: bydeMais zy groen, daerna geelachtigh, en rijp en worden dezelve zonder f c h r o o m , zijnde , witachtigh , en zoet zuur niec alleenlijk kinderen, maer ook van fmaek. In het midden van het z wangere vrouwen, in dezer Wijze inmergh leggen langwerpige, platte en gegeven. Zes looc bladen, in ftukken donker bruine zaden,zoo groot als een gefneden, worden mec een half looc zwarc zouc, op een liehe vuurtje, gelit van een vinger. kooke, totziedens toe, daerna verDeze vrucht groeit aen eenen hooB o o m K o d d a m gen boom, die by de Malabaren Kod- zijghc, en onder hec verzijghfel twee * dam-pulli, of Otta-pulli, en in de looc zuiker gemengten den gantfehen Bramanfe tale Darumbo, cn by de nacht in de lucht gezet. Des anderen Zingalefen, of inwoonders des eilants daeghs uchtens, ontrentzesuuren,ge- Zcilon, Ghoroka geheten wortv - Men ven zy denj^enen, dien zy willen ftoelgebruikedeze vruchein de f p i j z e . ^ y gang verwekken, dit watcr kout i n j wordc by d'Indianen voor zeer Ijeil- gebieden hem van flaept'onthoudenj zaem gehouden ,en ftile wonderlijken maer laten hem door de kamer wanden buikloop, van wat aert die ook zy: delen, op dat des te haeftiger d'artzeen inzonderheit in den genen,die den- nye werke. Drie uuren na het inneselben door te veel byllapen hebben men geven zy hem een musje hoenderzop, met eenige greinen van Maftik gekregen. Wyders, d'onrijpe vrucht, of def- in. Na verloop van een uure eec de felfs zap, wort mec karnemclk ingeno- kranke, en drinkt dnnen wijn. Wymen,of het poeder van de gedrooghde ders, de dofis der bladen en verzijgfel vrucht, met karnemelk gemengt, cn wortvermeerdert of vermindert na de gekookte rijs, maekt wonderlijken een !natuur en krachten der genen die I Y dit
labareni U1 1 t

Z E E -

en

170 O E D E N K W A E R D I G E dir. geneesmiddel zullen inneernen. een witachtighlangwerpigh, hert en Deze wijze vanftoelgangte maken, glat fteentje, van vormals een peer,dat inzonderheit voor lekkerbekken , is een kleine pit of kern befluir. met min gemeinder,als die met manne, Het kookfel of affiedfeldes wortels, of verfchemerghvan kaflie gefchiet : met een weinigh rijs, is goet in een en, t geen meer te verwonderen is ,de koorrfe, die na het podagra cn gicht Malanaren verwerpen alle andere ge- volght. Met zuure melk, ofolyeSirneesmiddelen van d'apoteken ,en kie- chelim ingenomen, verdrijft het de winden en pijne des borfts. zen dit alleenlijk. Het zap der bladen van dezen In Malabaer groeit zekere vruchr, van de grote als een hafelnoot met hare boom , met zuure melk ingenomen, dop: hoewel zoo ront niet: en is wit. ftiltden buikpijn. Z y groeit aen de takken van zeker \ De boom, in de Malabaerfche tale gewas, dar gezaeit wort. In d'artze- Ganfcbiy en in de Bramanfe Schivan- Qanfchi. nye, voor zoo veel men is bewuft, ni genoemt, groeit op zandige plaetfen, en fchiet hoogh op, met een ftam heeftze geen gebruik. Deze vrught veel genuttight, vaneenmans omarmingdik,enis,als maekt,zoo dezelve Serapio getuight, ook de takken, met een afchverwige overvloec van zaet: maer verwekt het fchors bedekt, die van binnen gtoen bort. AI het welk ook de Malabaren is. De bladen hangen aen lange, ronde deze vrucht toefchrijven. Vrucht By de Malabaren wort deze vrucht en groene fteeltjes, zijn over een fpan Chivi- Chiviquelenga genoemt, en op eenige lang, en ontrent twee palmen breet, quelenga plaetfen in Malabaer Kur kos, en in en langwerprgh ront. Kambaye Karpata. De bloemen of bloeifcls hangen aen Volgens Garcias, zou deze vrucht ronde, bleekgroene, krte en dnne de gene fchijnen te zijn, die Serapio fteeltjes, en zijn bleekgroen, en bemet een gebroken naem van Habel- ftaen uit drie, of zelden uit vier blaetculcul gedenkt: daer hy Hab-alculcul jes. had moeten zeggen: het geen Cur cos Na de bloemen volgen driehocbetekent: ("'ten zy wy zelfs miflchien kige, platachtige, ronde en groene Curcas gebroken zeggen:) want Hab vruchren, die aen lange en groene bedictzaet,en a/is zoo veel gezeitals fteeltjes hangen, en die driehoekige van of des: zulx Hab-alculcul eigent- zaden van binnen befluiten. lijk zaet van Culculwi) zeggen. Het vleefch is dicht. Kumbulu in de Malabaer fe,en in de Het affiedfel des wortels geneeft Boom Kumbuiu Bramanfe tale Bon-Fd^o genoemt, is het podagra, indien de beledighde een hooge boom, met een ftam zoo parthye daer mee geftooft wort. dik, als een man omvattenkan. De boom Pajaneli is rweederlei: De bladen zitten aen lange, ronde, d'een wort in de Malabaerfe tale Paledikke en groenefteeltjes:zijn een fpan ga-Pajaneli, en d'ander enkelijk Paen tweeofdrieduimenlang, en twee janeli genoemr. palnien breet, en aen defteelenmet wol De Palega-Pajaneli, en in de Brah- o o m bezer. manfe tale Davandiku genoemt, is^'jj^ Aen het einde der fcheuten van de een hooge boom, en heeft eenen ftam, ' takken groeien, by troffen,aen zeer zoo dik als een man om vatten kan,die krte fteeltjes, geele bloemen, die uit met een afchverwige fchors bedekt is: vijf ronde en dikke blaerjes beftaen. desgelijx de takken, die niet dwers; Na de bloeifem volgen langwerpige maer recht in de hooghte opfchieten, ronde vruchten, met zappjgh, geel en en dik zijn. zoetachtigh vleefch van binnen, welU it den ftam zelf, en ook uit de takker uirgeperft zap, hoogh geelen root- ken, fchietenxie bladen, die aen lange achtigh verft. fteeltjes hangen. Eerft zijn zy groen, daer na bleek Op heteind der takken zitten vele geel,flaeuvan reukj hoewel niet on- klok vorm ige bloemen by troffen, aen aengenaem. dikke en groene fteeltjes, beftaende In het midden van ieder vrucht zit uit zes dikke blactjes, die van binnen wir
J B o o m B f l>K

ZEE cn U N T - R E 1 Z E, tft wir, of witachtigh geel, en van buiten fchors bedekt, die melkachtigh en bit mec roode ftreepen doorloopcn zijn. ter zap geeft. De reuk der bloemen is niet aengeDe ftam is twee of drie vadem dik, naem maer trinkende. met een asverwige fchors bedekc: als Na het afvallen der bloemen volgen ook de takken. zeer groote vruchten, van drie fpan De bladen zitten drie, vier envijf lang, een palm breet, en ontrent een teffensaen hec eind der fteeltjes, zijn vinger dik. De fchil is donker groen langwerpigh rondt.enophet eind aen en dik. Het vleefch van binnen is ren- defteeltjesfmal, dik, cn vol melkachgeren vochtigh, dat daerna hert wort, tigh zap. metplat zaet van binnen. De bloemen zjtten troswijze byeeh, De fchors des booms, geftoten, en zijn witachtigh,- en beftaen uit vijf met wijn gemengt, geneeft beenbreu- rondeblaetjes: zijn lieflijk en fterk van ken en wonden, indien daer op geleidt reuk maer zwaer: verwekken zinkinwort. gen en verkoutheic, en beledigen hec Het afzietfel des wortels geneeft de hooft: waerom zy nietgeachtzijn. waterzucht. Na de bloemen volgen vruchten, De jonge bladen, met Malabaerfe die vele te gelijk aen kleine fcheutjes A n d e r fafraen gemengt, heelen zweeren, in- hangen, en zijn lange hauwen of peuflag v a n dien daer op geleidt worden. len van ontrent een elleboogh langhs Pajaneli. Het ander flagh van Pajaneli, en by doch fmal, plac en groen, en van bindeBramannen Davandiku genoemt, nen vol melkachtigh zap : gelijk de* iseen hooge boom, en fchiet met zijne boom zelf melkachtigh, ofvol melktakken in de hooghte op -, maergeen- achtigh zap is. Hy brengr eenmael des zinsindebreete, en groeit op zandige jaers,in Loumaent, vruchten voort. plaetfen. Het tweede flagh van Tala, wort De wortel fpreit zieh wijt en breet op MihbzerfchKurutu Pala, cn o p ] ^ * uit, en is met een dikke en afchverwi- Brahamanfch Kudo genoemt. Het is ge fchors bedekt. een boom van cen f rwee mans lengte Deftamis zoo dik, als een m an ora- hoogh, heeft eenen ftam van een voet vademen kan, en beftaet uit bros en dik, met cen donkere en afchverwige vezeligh hout, en is met een donker fchors,gelijkookdievan de takken is. afchverwige fchors bedekt. De bladen groeien uit de takken en De bloemen zijn ook klokvormig, fcheuten,acn krte ftcelen: zijn langals die van den eerften boom; maer be- werpigh ront en voor fpirs. ftaen flechts uit vijfblaetjes. De vruch- De bloemen of bloeifels fpquiten uic het bovenfte eind der feheuten, zijn ten zijn een en dezelve. Het zap van de gekneufde bladen, grooter als die van het eerfte flagh van endat van de vrucht Kareka of Mira- "Pala, fpier w i t , en beftaen uit vijf bulanen,t'zamen gemengt, gebruiken langwerpige bladen. De vruchten hangen aen fteelen, de Malabaren, om hunne lijk-kleden veelby cen, twee entwee tegen malmec zwart te verwen. Het affietfel van den fchors des kanderen over. Zy zijn langwerpigh wortels verdrijft hardc gezwellen, in- ront, dik, en melkachtigh van fchil t in'c eerft donkergroen: daerna, alsfe dien daer mee geftooft worc. De boom Pala, en in de Brahman-' rijp worden , van buiten gourgeel van fetale Santeru genoemt, is van vier- gleur. Van binnen leggen vijf, zes en derley flagh. Hec eerfte is enkejk zeven langwerpige zaden. Deze boom geefc hec gantfeh jaer Pala: het tweede Kurutu Pala: hec derde Kadaga Tala, en het Vierde door vruchten, maer allcrmceft in den regenrijc. Kaikotten Pala genoemt. De fchors des ftams geftoocen, cn Het eerfte flag,enkelijk Tala geheB o o m mec warm water ingedronken,ftiltde ten, is een hooge boom,verfpreit zijne Pal. takken wijten breec, en groeit op zan- buikloop, cn, met melk, den rooden loop. dige plaetfen. Het derdeflaghvan Pala,cn op Ma- Jkjj De wortel fchiet diep in d'aerde, en is met een donker geelc, of rosverwige labaerfch Kadaga-Tala, en op Bra- i ; Y i mans
; ; 1 Pa a

G E D E N K W A E R D I G E 171 De boom Kavalam op Malabaers, g maus Alego-kudo genoemt, iseen lge a v a l a m ; boom, gelijk de Kuruiu-Pala, en en op Bramanfch Benkaro genaemt K groeit op fteenige en zandige plaetgroeit op zandige plaetfen. De wortel fchiet veel ondicper in fen, fchiet met een dikken worrel d'aerde, als die van de Pala, en is don- rechr nederwaerts in d'aerde, die met ker bruin van fchors en melkachtigh. een witachtige of afchverwige en dikDe ftam wort ook een voet dik , als ke, doch weeke fchors bedekt is. De ftam is ontrent een mansomarhet tweede flagh. De bladen en bloemen komen met ning dik, en met een dikke fchors bedekt, die van buiten afchverwig graeu: het tweede flagh byna over een. De vruchten zijn langwerpige hau- en van binnen groenachtigh wir is. wen, of peulen, als die van de Pala: Het hout is w i t , cn kan, gebroken, tot maer dikker en zoo pht niet, groen, draden of vezelen getrokken worden. De bladen, die aen langachtigh ronen onrrcnc een fpan lang, en vol melkde , en lieht groene fteeltjes hangen, achtigh z.ap. De fchors des ftams geftoten, en met zijn langachtigh rondt, cen fpan en zuure melk gedrunken, ftilt den buik- twee of drie duim lang, cn voor fpits. De bloemen zitten by troffen aen loop: desgelijx de fchors des wortels, op een zelve wijze gebruikt, ftilt den groene en hairigefteelrjes, zijn klein, en beftaen uic vijf fmalle blactjes. roden loop. Het afzietfel des zaets is dienftigh in De vruchren zitten aen cen fteeltje heete koortfen, als ookin een hete Je- van gemeene dikte ,by twee, dric,vier ver cn podagra , en doot ook den cn vij f doorgaens by malkanderen, en zelden een alleen. Zy zijn ront, en cen wurm. weinigh langachtigh, dik en hert van Het vierde flagh, Kaikotten Pala Kaikotten Pala. genoemt, verfchilt weinigh van het fchil. i n deze vruchten leggen negen of tien boonen, of wel minder: zijn derde. De boom, op Malabacrfch Tarua, d i k , ronc, langwerpigh, en ontrent Boom is tweederlei: d'een Tmdaparua, cn een vinger lang, en glar: met een dubParua d'ander Anapama, enop Bramanfch belde fchilbekleedt, dieweekenwit zijn, wanneer zy jong zijn. DezebooBendarli genoemt De Tiuda-parua is een hooge boom,, nen gebraden, verftrekken fpijze, en Boom zijn eerbaer. en groeit op zandige plaetfen TindaDeze boom bloeir een mael desjaers, De wortel heeft een dikke, witachparu. inSprokkelmaenr, en heefc onder de tige enweke fchors. D t ftam iseen mans omarming dik, Malabaren, in darrzenye, geen gecn met cen afchverwige fchors bedekt: bruik. Daer is tweederlei foort van d e n ^ gelijk ookde takken en fcheutjes, die m b a f i . onder den buitenften fchors donker boom Ambalam,we\kerecn op Mala- A baerfch enkelijk Ambalam cn op Brabruin van verruwe zijn. De bladen hangen hier en daer aen manfch Godoe Ambado: fj't welk by de krte fteeltjes, zijn langwerpigh ront, Bramannen zoo veel gezeic is, als voor eenighfints fpits, en roncom cen zoecc Ambado, om dat de boom zoetweinigh getane. zuure en geurige vruchren voortDe bloemen hangen ook aen krte brengr) cn d'ander Kat-Ambalam,di fteeltjes,en beftaen uit vier bleek groe- Pee-Ambalam genoemt wort. ne fpirze blaerjes. d'Ambalam is een hooge boom, De vruchten zijn ronde bezien, dun fchiet met zijne takken in de hooghte, vari fchil,eerft groen, daerna witach- en niet veel in de breetc, en groeit op tigh, en root in het rijpen. Onder de zandige plaetfen. dnne fchil leide een ronde en grove De wortel is lang, cn fchiet met vekern. le vezelen vaft in d'aerde. De wortel geftooten en ingenomen, De ftam is d i k , en met cen dikken geneeft de vallcnde ziekte. Het af- fchors bedekt: cn het hout week. fchietfel der bladen verdrijft alle pijDe bladen fehieten uit tengere en nen-, indien het beledighde deel daer groenefteeltjesof fcheutjes,en hangen medegeftoofe wort. doorgaens vijf, en gemenelijk twee en twee
O0lt) s

ZEE cn L A N T - R E I 2 E. I/J twee tegen over, of neffens malkandeDe vruchten zijn ook zoo langwerren, met een blat op het eind, aen 2eer pigh niet, en eenighzins ronder, en cen krte fteeltjes: zijn langwerpigh ront, weinig kleinder, en zuurachtigh bitter en byna eens zoo lang als breet, week, van fmaek: waerom zy ook weinigh glat, ter weder zijde, hoogh groen van gegeeten worden. Kat-Ambalam of Pee-Ambalam is kleur. De bladen, diehetdichtftc aen het wilde Ambalam op Malabaerfch ge* begin der fcheutjes zitten, zijn klein- zeit, en Koduko Ambado bediet by de der dan d'anderen , fterk van reuk, Bramannen bittere Ambado, en worc aengenaem zuur van fmaek, gelijk de alzoo genoemt, om dat zijne vruchten fchel vand'Indifche Mangas-vrucht. zuurbitterzijn. De bloemen fehieten uittengereen De boom, op Malabaerfch tyigaty, groene fcheutjes, zijn klein en wit als en op Bramanfch Agaflo genoemt, Agacy. fterretjes ,en beftaen uir f of 6 bladen. fchiet tot de hooghte van vier of vijf De bocten of knoppen der bloemen mannen op. De rakken fchiecen reche zijn ront, eerft groen: daerna witach- uit het eind des ftams in de hooghee, tigh. Ten tijde, wanneer de bloemen en verfpreien zieh niec zeer in de breeuit de knoppen beginnen te fehieten, ee. De ftam iseen mansomarmingdik, wort deze boom van alle zijne bladen week van houc, ennochweeker van ontbloot, en ook zoo lang hy bloeit. herc. Uic d'ingefneden fchors druipe een Maerraetde vruchten krijgt hy weder dnne en wacerige vocht, die daerna nieuwe bladen. De vruchten zitten bofchwijze, dik en gomachtigh wort. De bladen fehieten uic dnne cn veelby een, zijn langwerpigh rondt en hert, ende vruchten van d'Indifche bleek-groene fcheutjes, van byna anMangas, of onze ekelen gelijk. D'on- derhalve fpan lang, en hangen twee en rijpe zijn donkerbruin van fchil, en vol twee aen zeer groene fteelen. Zyzijn zappighenzuur mergh: maer de rijpe klein, langwerpigh rondt, ontrent anzijn vrolijk groen van kleur: daerna derhalve duim langh, en een vinger geelachtigh , en aengenaem zuur en breet. De bloemen hangen aen een licht geurigh van fmaek,, en verftrekken den inwoonders fpijze. In het midden groenfteeltje, vier, vijf en meer by een, zit een groote en hardefteen,die byna bedaen uit vijf bladen : waer van een de gantfehe holte der vrucht vervult. om hoogh ftaet. Na de bloeifem of bloemen volDeze boom brengt tweemael in't jaer bloemen en vruchten voort: te we- gen langachtige, fmalle,rechre en groene hauwen of peulen, van vier fpan ten, in Lou- en in Sprokkel-maent. De wortel ftopt den vloec der maent- lang , en een vinger dwers breet, met ftonden, indien die in de vrouwehjk- een dikke fchil bekleet. In deze hauheit geftken wort. De fchors geftoo- wen leggen boonen beflooten, van ten, en met zuure melk ingedronken, fmaek,alsonfeTurkfe of Roomfe booftilt den buikloop. Waer toe ook helpt, nen, maer zijn kleinder, in't eerft indien deflelfs zap met rijs gemengt groen, daerna witachtigh groen, die wort, daer van het broot, Apen door- fpijze verftrekken. Deze boom brengt, in den regentijt, gaens genoemt, gemaekt wort. Het affietfel des houts ftilt den zaet- twee endriemael des jaers bloemen en vloet Het zap der bladen, met de vruchten voorr,en ook het ganefeh jaer vrucht des booms geftampt, en in de door maer zelden. Hec zap van den fchors desftamsin ooren gedaen, ftilt d'oorpijn. B o o m D'andere foort van Ambalam JCat- den mont gehouden, of mee honigh K a u m - Ambalam&f Pee-Ambalam in de Ma- gemengten de mont daer mee gewaf' labaerfche, en in de Bramanfche rale fen, is tegen d'ontftcking der kele en Koduko Ambado genoemt, komt met puiften des monts dienftigh. Het zap d'eerfte grootelix over een; maer de der bladen, in de neus gefteken, verbladen van dezen boom zijn zoo drijft de derdcndaeghfe koorts. De boom Appel, of Nalli-Appdi'a J groot noch langachtigh niet,als die van op Malabaerfch, en op Bramanfch den Ambalam. Y 3 Karo.
B o o n j } am m

D E N K W A E R D I G E 174 Karo Nervoloe geheten,heeft een dik- witachtigh groene, en geelachtige blaachtigen wortel, met zeer vele hairige den beftaen. Na de bloemen volgen langachtige vezelen, en is mec een fafraen-geele ronde en peervormige bezien, die i n fchors bedekt. De ftam is vijf of zes palmen dik, en 'ceerft donker groen, daerna zwarc fchiet zijne Cakken in de hooghte. HeC zijn. Donrijpe fmaken zuur, en de houtis witachtigh,en deffelfs hert van rijpe zoetachtigh, en worden by de Malabaren gegeten. binnen donker root. Hec zap der bladen, met zuiker geDe bladen fehieten uit de takken en dnne, groene en Vierkante fcheutjes, kookt en gedronken, is dienftigh voor aen krte, ronde cn bleekgroene ftee- de Iever,en ftilt de buikloop. De boom, in de Malabaerfe tale B o o m len, twee en twee neffens malkanderen : zijn langwerpigh ront,loopen van Kolini/ en in de Brahmanfche tale voore kort en fpits toe, en vallen aen Schera Punka genoemt, groeic niet boven de ewee of drie voeten hoogh, defteelront. De bloemen of bloeifems zitten cn heefc een ftam o f ftengcl van vier kroonswijze by een, zijn klein en wit, vingeren dik: waer uic de takken over of witachtigh bleek groen, en beftaen dwers fehieten. De ftam ishert van hout, en met uit vier kleine en ronde blaetjes. Na dafgcvalle bloemen volgen een afchverwigen groenen fchors beronde beziea: welker onrijpe bleek- dekt ,die een bittere en fcherpe fmake groen , en rijpe zwart zijn. Van bin- heefc. De bladen fehieten uit kantige nen zit een ronde fteen. De boom draeght eenmael in 't jaer d n n e , en groene fcheutjes, en hangen aen kleine fielen: zijn langwerpig bloemen en vruchten. De wortel van dezen boom, geftoo- ronc, voor rondr en breedt, en aen de ten en met water ingenomen, ftilt den fteelen fmalder, fcherp en bitterachbuikloop : met zout of zeewater ge- tigh van fmaek. De bloemen zijn klein, en als die kookt, ftilt de pijne van podagra, Indien het ophet beledighdedeelgeleit van boonen, en beftaen uic vier blaworc. Het affchietfel der bladen ftile den. Na de bloemen volgen gladde,langde pijne van buik en borft, die uit winachtige, fmalle, dnne en platte hauden ontftaen. D'olye, uit de fchors des wortels wen, van twee of drie duimen lang, die getrokken,geneeft ook de buik-pijne eerft groen,en daerna donkerroot woren verdrijft de winden, indien de buik den, en langacheige ronde boonen bedaer mede beftreken wort. Deze oly, fluiten, dewelke eerft groen,cn daerna die uit den fchors des wortels gerrok- zwartachtigh worden. Deze boom draeght twecmael des ken wordt, is dun, klaer, gout-geel van kleur,geurigh en aengenaem van reuk, jaers bloemen en vruchten, in den reen fcherp en bitterachtigh van fmaek. gen- en in den zomer-tijt. De boom, op Malabaerfch SchaDe geftoten wortel, in melk of zap Boom gen Kottanty enop Bramanfch Sahali van de kokosnoot gekookt, is dienftig Schagen Kotcam. genaemt, groeit tot de hooghte van tegen de vollende ziekte. Men heeft'er vierderlci fbort vanAtu,of e'enen man, op zandige plaetfen, en heefc eenen ftam van een arm dik, en zekere vruchten, als onze vygen c-fjjj, een wortel met een fchors van bin nen vygeboomen, Atu op Malabaerfch, bloetrooc,en van buiten Zwarrachtig. met een algemenen naem genoemt. De bladen fehieten uit de fcheuten D'eerfte foort wordt op Malabaerfch der takken aen korte,rondeen groene Atty-AUu: de tweede Itty-Alu : de fteeltjes: zijn groot, langachtigh,voor derde Arelu en de Vierde Peralu%> fpits, aen de fteel breet, boven donker heten. groen en een weinigh blinkend, cn De vygeboomAtty-Aftty cn indevyg* onder licht groen. Braman fche tule Roembadoe genoemt, Aen de toppen der fcheuten groeien fchiet hooghop,en fpreit zijne takken aen kleineftcelenvele bloemen byeen, wijt cn breet uit. Deftamisdikker,als die uit vier cn vijf langwerpigh ronde, een man omvatten kan. De
G E KoliniL s

Z E E - en L A N T - R E I Z E , t} De vruchten zijn platachtigh ronr, dere in hooghte: waerom ook de Braen aen defteelfmalder, eenighzins hai- mannen hem, uitftekentheits halve, ngh en ruigh , en onze vygen niec den naem Vadhoe, dat is, Groot,gegeongelijk. D'onrijpe zijn groen en vol ven hebben. melkachtigh zap : de rijpe root, en De vruchten zijn van een zelve zoo vol melkachcigh zap niet. Van groote, als Atti-Alu, maerronder,en binnenzitcen, als in onze vygen, zeer hooghroot, en worden in het rijpen kleine,dnne, langwerpige korlen. In met een wolligheit bezet. de njpe vruchten groeien mieren. DeDe boom, Parittop Malabaerfch ze vygen alleen worden by de Malaba- genoemt, is vierderlei: als Pariti, Buren gegeren,en niet d'andere foorten. pariti,Kudu~pariti ,en Schem-pariti. Deze vruchren of vygen ,rijp gegeDe boom upariti,cn op Bramans Boom ten, floppen de buikloop. Val/t-Kari-Kapoefigenocmt, is een P De boom geeft tweeen driemael in hooge boom, met dichte loofrijke tak'rjaer vruchten, gelijk ook d'andere ken , die een zeer fraeie en aengename foorten. kroon maken : waer toe veel helpt, Zy worden alle, zoo d'inwoonders dat gene mieren noch muggen dien zeggen, uic her zaet der vruchten fchenden. voorrgeplant, die v^n de ravens gegeDe bladen zijn van geftalte, als een ten zijn, en mec de drek uitgekakt menfchen herr, en een palm van een worden. hant groot, voor fpits, aen de rechte De tweede foorte, Itty-^Alu op zyde blinkend groen, en aen de veritty-Alu. Malabaerfch, en op Bramans Areka- keerde bleek groen. Goh genoemt, isdekleinfte boom van De bloemen of bloeifelszijn klokalle vier, en heefr eenen ftam, van cen jes,en beftaen uir vijf langachtigh ronmans omarming dik. deen wkachtige blaetjes. De vruchten zijn klein en rondr, en Na het afvallen der bloemen vold'onrijpe groen, en vol melkachtigh gen vijf hoekige geclebollen, die een zap : maer de rijpe hebben minder geele en gomachtige vocht uitgeven, melkachtightigh zap, en zijn geel van indien men daer in fnijt. kleur, en zoo root niec. Van binnen Den boom draeghehee gantfeh jaer zitten ook vele kerlen, in geftalte en door bloemen. De tweede foort, Tariti op Malaklcure,alsdie van d'eerfte foort. baerfch, en op Bramanfch Karikapoe i'ariti. De derde foort, Arealu op MalaB n o m genoemt, fchiet byna tot drie mans baers, en op Bramanfch Bipaloe geA c e a l u . noemt, isook een hooge boom, als de hooghte op, cn heefc eenen ftam, die eerfte, en fpreitfich met zijneloofrijke dun'er is, als een man omvatten kan. De bloemen zijn die van den boom takken wijt en breet uit. De ftam is dik, dien twee mannen Bu-Pariti gelijk, maer kleinder. Na de bloemen volgen ook langnaulix omvatten kunnen. De vruchten z i j n , gelijk die van werpige ronde bollen, met kleinachti* Itty-Aly, klein en ront, en minder root, ge witte hairen bezet. De bloemen,geftampt met zog van anders die van Itty-xyilu geheel gevrouwen,genezen de pijne des hoofts, lijk. Deze boom is den afgod VSftnu toe- indienzein d'ooren gefteken worden. De derde foorte, ftudupariti, en op gewijr,die, zoodeze heidenen beuzelen,onder den zelven geboorenis,en Bramanfch Kapujfi genoemt, fchiet Kududeffelfs bloemen afgeplukt heefc. Z y tottwee mans hooghre o p maer heefc eerenenaenbidden dezen boom, en eenen ftam, die met boven twee palomringen dien met een fteenen muur, mendikis. De bloemen zijn ook klokjes, en enverwendenzelven ,ofde nevensgefteldefteenen,root:waeromhy van de van een zelve geftalte en kleure als de Kriflen inwoonders de boom des dui- voorige : maer hellen meer na den groenen, en zijn kleinder. i'ds genoemt wort. De bollen, die na de bloemen volDe vierde foort van Ls4lit, op MalaB o o m gen, zijn driehoekigh, cn loopen bolabaerfch Peralu, cn op Bramanfch P e r a l u , Vadhoe genoemt, overtreftalle d'an- ven eng en fpits toe: zijn van binnen door
f Bu Boom B o o m B o o m paricu }

atiti;

G E D E N K W A E R D I G E ij6 doorvliezen in drie laetjes, ofkasjes, lang. Van binnen zitten platte en lang ofhoiligheden onderfcheiden, die ie- werpige boonen: d'onrijpe zijn wit: der drie of vier zaden en dichte en wit- maer de drogc rosverwigh of geclachte wollige draden of vezelen befluiten, tigh,endonkerroot van kleur. daer de zaden dicht in befloten leggen. Deze boom draeght het gantfehe U i t de witte en wollige draden wordt jaer door bloemen, maer in denregenwol gemaekt. tijt veel overvloediger. Deze boom bloeithet gantfeh jaer. De bloemen, met zuiker opgeDe bladen,met kociemelk geftampt kookr, worden, met groot voordeel, enop het hooft geleit, verwekken den voor rozen-zuiker gebruikt, om zacht flaep: en fllen dienvolgens de hooft- kamergang te maken. pijn. De tweede foort van ChovamaDe vruchten geftoten,en met water CMandaru, is ook cen hooge boom, ingedronken, Hillen den roden loop. gelijk d'eerfte, met loofnjke takken, De vierde foort, Schem-Paritt, ver- die zieh wijt en breedt verfpreien, met fchilt weinigh van de derde. een ftam van cen zclvcdikte,cn gehjke De boom CHandaru is vierderlei: gekloofdebladen: doch grooter dan Mandaru. als Cbovanna-Mandaru;wacrvan twee die van d'eerfte, cn van de twee andefoorten van een zelven name z>ijn: Ve- re foorten. lutta-'Jvlandaru, en Kanfchenapuny. De bloemen beftaen ook uit vijf of d'erfte, Chavanna-Mandant op zes langwerpige fmalle bladen, die Chavanm- Man Malabaerfch,enop Bramanfch Tam- van buiten en binnen hoogh purperiaru. bido-Mandaru genoemt,fchiet tot vier rootvan kleur zijn. Een alleen is van mans hooghte op, enfpreit zijneloof- binnen en buiten met witte ftrepen, rijke takken wijd en zijd uit. De ftam tuffchen purpere deren, gefchakeert. is ontrent een voet dik. De bladen hanDe hauwen van dezen boom zijn gen aen krte fteelen, en zijn aen het delangfte van alle de vier foorten, te bovenfte eind in tween geklooft, als weten: anderhalve of twee fpan lang, boxvoeten: wacrom zy van de Portu- een duim dik: en ook plat, rechr en gefen Tee de Capra, in cen zelven zin, glar. De boonen zijn van cen zelve genoemt worden. geftalte en kleur, als die van d'eerfte. De bloemen of blocifels beftaen uit 5 Hy bloeit ook op een zelve tijt en wijrondtachtige en langwerpige bladen. ze, als d'eerfte boom. Welker een,het grootfte cn breetfte, De blote bloemen van dezen boom cn ront van geftalte is, van binnen pur- gegeten, verwekken kamergang. De per-root, en van buiten witachtigh. fchors, bloemen en vruchten t'zamen De vier andere blaetjes zijn lang- geftoten,en gemengt met watcr, daer werpiger, van binnen hoogh root van rijs in te weken gelegen heefc, zijn kleur j maer van buiten bleek root. dienftigh, om de gezvvellen t'openen Twee dezer blaetjes, die dicht neffens en rijpte maken. het grootfte ftaen, zijn van binnen onDe worrel gekauwt, verdrijft de der aen, witachtigh : maer de twee an- tant- en hoofrpijn. dere , van binnen byna gantfeh roosDe derde foort van Mandaru, Ve- Bj> verwigh. Nadezeroosverwigekleur lutta-Mandaru,op Malabaerfch, en der bloemen, wort deze boom op Ma- Daruo-Mandaru op Bramanfch gelabaerfch Chavanna-Mandaru ge- noemt, iseen boomtje van een mans noemt. hooghte, cn ontrent een arm dik. I n eenige blacdtjes vertoonen De bladen zijn ook in tween gezieh ook bloetrode ftrepen, die men klooft, gelijk die van d'eerfte foort: zeit, van het uitgeftorte bloet van St. maer de bloemen geheel fpierwit,zonThomas ontftaen te zijn: want men der reuk,en beftaen ook uit vijf rondthoudt, die in het landt Malabaer, en achtige blaetjes. op het eilandt Zeylon geleert zou hebDe hauwen zijn kleinder, dan die ben. van d'andere foorten: ce weten, vier Na de bloemen volgen langachtige, of vijf duimen lang, en een duim dik: zeer platte, en gladde hauwen of peu- maer ook plat en glar. De boonen zijn len, van ontrent zeven of acht duim langwerpigh ront, dikachtigh en veel kleinder
B o o m

Z E E - en L A N T - R E I 2 E. jyf kleinder als die van Chovanna-ManDes avonts of des nachts fluiten de dura- geelen minder roorachcigh. bladen, die op een zelve ry ftaen, zieh Deze boom krijght twee en drie- t'zamen, en nijgen tot elkanderen. mael bloemen in 't jaer, en overvloediDe bloemen zitten aen bladige gcr in den regen tijt. fteeltjes, en aen takken, veel byeen, De bloemen , met peper geftoten, zijn klein, en beftaen uit zes fmalle en voor het voorhooft gt bonden, ver- witte blaetjes. Na he$afvallen der bloemen volgen drijven de hooftpijn. Het afzietfel vanden fchors des wortels verdrijft de de vruchten.Deze zijn platachtig ronr, jeukte tulTchenvel en vleefch, indien bleek groen, ook de rijpe, en eenigh* fins deurfchijnend, vol zappigh en de huit daer mee gewaflen wort. lichrgroen vleefch, dat zuur, aengeDe Vierde foort van Mandura, B o o m naem van fmaek, en wat tzamentrek'f h c " Kanhenapou op Malabaerfch, en op kend is. In het midden zit een hert mpou.' Bramanfch Kantfanu genoemt, fchiet fteentje, beftaende uit zes afzonderlijbyna tot twee mans hooghte op, en ke holligheden : in welker ieder een heeft ook loofrijke takken, die zieh in klein en driehoekigh zaet ofpit leit. de bretteverfpreien,en een ftam van Deze vruchten worden by de Malabyna een halve voet dik. De blabaren gegeten. den zijn ook, als die van de drie anHet water', uit de vrucht gediftedere foorten in tween geklooft: maer veel kleinder, fterk van reuk, inzon- leert, is dienftigh tegen de hitte des Jederheit des avonts en des nachts, wan- vers. De vruchten,gedrooght en geneermen die tuflehen de. handen vrijft. ftooten, en met zuure dikke melk inDe bloemen zijn uit den witten geel- genomen, fllen den roden loop. De boom, in de Malabacrfche rale achtigh,zonder reuk, en beftaen uit Odollam, en in de Bramanfche Uro odoilam; \ijfblaetjes. De hauwen zijn van een zelve leng- genoemt, fchiet tot de hooghte van te, als die van den boom Chovanna- twee of drie mannen o p , en heeft eeMdndarttytn van buiten zeer gladt en nen ftam van een mans omarming dik, en kromme takken. Het hout des ftams wolligh, wanneerze jong zijn. De boonen zijn zeer klein, envan is zeer week, het hert van binnen rosfatfoenen kleur, als die van den boom verwigh : en de fchors donker afchverwigh, bitteren heet. Velutta Mandaru. De bladen hangen hier en daer aen De boom krijghc twee en driemael des jaers bloemen, en overvloediger in takken en dikke fteelen, zijn langwerpigh fmal, en tongvormigh, dik, den regentijt. Het afzietfel van den fchors des vaft, melkigh, glat, blinkend, donkerwortels gedronken, is goet tegen de bruin aen de rechte zijde, bitter en wurmen des buiks, ontftekmg des Je- fcherp van fmaek. De bloemen of bloeifels zitten vers, en ambeyen. Dezelve fchors geftoten, verdrijft de gezwellen der oor- kroonswijze, aen lange, dikke, melkiklieren ,heel t de wonden en maekt nieu ge en groene fteeltjes, en beftaen uit vleefch, indien op de beledighde par- vijf zeer wilteenfpitze blaetjes. De vruchten zijn groote lang werpithye geleit wordt. B o o m De boom Ndikamaram op Mala- ge,ronde, en eenighzins platte en zeer Nilika- baerfch,en op Bramanfch Anvali ge- lichte appelen, met een dunne,gladde, m a r o n . noemt, Ichiet met zijnen kruin tot vier melkige, cn groen geelachtige fchil. mans hooghte op, en heeft eenen ftam Onder de fchil zit, van binnen, een van een mans arm dik, die, als ook de dun, witachtigh en melkigh vleefch of takken, met een zwartachtigen fchors mergh, dat waterachtigh fmaekt. Van binnen zit een groote fteen, van fatbedekt zijn. De bladen fehieten met zeer krte foen als een menfchen hert, die twee fteeltjes, uitdunneenroncefcheuten, witte kernen of pitten bcfluit. Eenigen houden dezen boom voor van ruim een fpan lang: zy zijn klein, langwerpigh en fmal, twee en twee te- den genen, die d'Indianen Mangos gen malkanderen over, aen de boven- noemen. fte zyde donker, en aen d'onderfte zy- De boom, op Malabaerfch Marotti, Boom ' en Marotti. de licht groen.
Ma t B o o m

Ba0

G E D E N K W A E R D I G E 17! en op Brairnnfch Kaitu genoemt, en met een geelen fchors bedekt. De fchiet hoogh op, en heefc dichte en ftam heeft dedikte van twee mansomloofrijke takken, die zieh in de breete armen, en is met cen Zwartaehtigh asverfpreien. verwige fchors bedekt. D^: ftam is een mansomarmingdik, De bladen groeien twee eh ewee teheefc wit hout, en een dikken fchors , gen elkanderen over, en zijn langwerdie van buiten zwartaehtigh groen,en pigh ront, in hec midden het breetfte, van binnen rootachtigh is. < J J voor fpitsachtighront,zeerbitter van De bladen groeien hier endaeruit fmaek, en wilt van reuk. de takken en fcheuten, aen krte, De bloemen of bloeifels zitten aeh groene en ronde ftelen ; zijn een fpan fcheutjes kroonswijze by een, beftaen lang, en vier of vijf duimen breet, lang- uit vijf of zes bleek-groene,fpitfe en werpigh rondt: voor fpits, en aen de dikke bladen. zijden met fcherpe tanden, en byna Wanneer de bloemen in de botten van geftalte en fatfoen alsdelaurier- re voorfchijn komen , dan wordc de bladen, boom van alle zijne oude bladen beDe bloemen fehieten hier cn daer, roofr: en krijghc dan Weer,mec de boruit het bovenfte gedeelte der takken, ten der bloemen,nieuwe jonge bladen. ontrent zes of zeven uit een zelve De vruchten zitten aen krte fteeltplaetfe, troswijze by een, en beftaen jes een alleen, of twee, drie, vier en uit drie ryen van blaetjes. In d'eerfte meer byeen: en zijn ronde gladde ry is een fterre van vijf kleine, fpitfe appeleh, eerft groen van kleur, daercn dikke donkerbruine ruige blaetjes. na gourgecl. Het vleefch o f mergh In de tweede ryzijn vijf ronde, klei- van de onri jpe vruchren is witacheigh ne en rosverwige , en in de derde of eneen weinigh watcrighrmaer dar van buitenfte ry vijf fpitfe en groene blaet- dcrijpe fpierwit, flijmerigh, zeer bitjes. ter van fmaek, en mec een dikachtige De vruchten hangen aen krte en broffe fchil bedekt. dikke ftelen, en zijn ront of langwerDe boom draeght in de zomertijt pigh ront, van buiten meteen rosver- bloemen, cn in den wintereijt vruchwige en rouwe fchil bedekt, en van ten. Van binnen in * c vleefch leggen binnen groen, die een grooten, dikken en geelachtigen fteen, met tien of twa- rontachtige platte zaden, die zeer bitlef witte en olyachtige pitten van bin- ter van fmaek zijn Het zap uit de bladen geperft, en nen, befluit. Deze boom brengt het gantfeh jaer mec hec afzietfel der bladen ingenew cfoor overvloedelijk veel bloemen en men, ftile de hootcpijn: maer ce veel vruchten voort. U i t de Zaden of pit- gebruikt, brengt de doot aen: doch ten der vruchten wort een olye getrok- kan die voorgekomen worden, met ken,die pijnftillendeis,endefchurfte menfeheh-drek t'eeren. Twee of drie zaden alle daeghs inen jeuktedes lichaems geneeft, indien genomen, tot twee jaer lang, maekc daer mede beftreken wort. Dezelve olye, met de \gucht, die dac de vergiftige bete van den flang, de Malabaren Paleyo noemen , ge- Cobra de Capelo by de Portugefen mengt,door de wurmen in de zweeren genoemt, gene fchade doet. De boom, op Malabaerfch Manja- B o o m van's menfchen voeten, indien die pumeram, en op Bramanfch Pariata-^^ daer mede beftreken worden. m De boom Kaniram is van vierderlei ka genoemt, fchiec tot de hooghte van Kaniram. foorte :d'ecn wort enkelijk Kaniram, drie of vier mannen op,en heefc dikke de tweede Karakaniram, ende twee en loofrijke cakken , die zieh in de breece verfpreien. andere Vaikaniram genoemt. Deftamis een arm dik, cn met een De boom ,by de Malabaren Kaniram, wort op Bramanfch Karo ge- afchverwige fchors bedekt. De bladen hangen rwee en twee, noemt, fchiet hoogh op, en heefc loofrijke takken, die zieh wijd cn zijd ver- kruis wijze tegen elkanderen aen,eindigen voor in een fmalle fpirfe,zijn aen fpreien. De wortel is dik, ongemeen bitter, de boven zijde donker, en aend'onderfte
J

2 E E en L A N T - R E I Z E. 1751 derfte helder-groen, zamentrckkend De boom bloeit tweemael in't jaer, cn bitcerachtigh van fmaek. behalve wanneer hy oudt is. De bloemen zitten aen ftijve fteeltU i t de bloemen wordt een welriejes, by vij ven neffens malkanderenizijn kend en hertfterkend water getrokzoet en liefelijk van reuk, als de befte ken. honigh, en beftaen uit zes, zeven en De boom, Elengi in de Malabaer- Boom acht bladen, die van buiten en binnen fche,ert in de Bramanfchetale^z'z/rf'i S'' witachtigh en waterachtigh van kleu- genoemt, fchiet hoogh op, en heefc loofrijke en dichee takken, die zieh in re zijn. De vruchten zijn langwerpigh plat de breete verfpreien. cn groen, en befluiten twee ronde plarDe ftam is ontrent zoo dik, als twee mannen omvatten kunnen: en van buiachtige zaden. Deze boom is byde Malabaerfe art- ten met een donker-bruine en rouwe zenin geen gebruik. fchors bedekt, die van binnen melkB o o m De boom Champakm, opMala- achtigh zap heeft. ' " baerfch, en Cbampo op Bramanfch Het hout des ftams is ook melkigh, ' genoemt, is een hooge boom, mec zwaer, enzeer duurzaem onder 't wadichte en loofrijke rakken* die zieh in rer maer verrot zeer licht buiten hec de breete verfpreien. water. De ftam iseen mans omvattendik, De bladen hangen aen k!eine,groeen heeft een dikken fchors, die van bui- neen ronde fielen, zijn langwerpigh ten afch verwigh,en van binnen week, ront, dik,enloopen voor kort fpits toe. bitteren famentrekkend van fmaek is. De bloemen of bloeifels zitten vijf of zes by een, aen groen geelachtige Het hout is wit. De bladen zijn langwerpigh rondr, fteeltjes, zijn witachtigh, of uit den loopen voor langwerpigh fpits toe,en geclen witachtigh, fterswijze, van zefzijn een fpan en meer langer, en vierof tien langwerpige en fpitze bladen, en vijf duim breet, aen de boven-zijde geurigh van reuk. De Malabaren madonker en blinkend, cn aen d'onder- ken van deze bloemen ruikertjes en fte zijde helder groen: bitter en fcherp kransjes. De vruchten zijn langwerpig ront, van fmaek. Aen d'einden der fcheuten van de en als oly ven: eerft groen: daerna geel takken groeienbleekgroene bloemen, en rootachtigh van fchil, met geelen die fcherp en welriekend zijn, en be- meel igh vleefch. Zy worden by de ftaen uit langwerpige blaetjes, op een Malabaren gegeeten. Van binnen zitdriedobbelde ry neffens elkandere ten een of twee grootachtige fteentjes, De blaetjes in d'eerfte ry zijn ontrent die langwerpigh ront, een igh zins plat, acht, en byna eens zoo breet,als die van en donker bruin en blinkend zijn. D eze boom geeft tweemael desjaers de tweede ry, en op hec eind rontachtigheneen weinigh fpits: maer die in bloemen. De Malabaren difteleren uit de de tweede ry zij n fpits'er: en die in de derde ry klein, kort, cn op het einde bloemen een welriekend water, dat dienftigh voor de genen is, die droe* het fpitfte van alle, en bleek geel. Na de bloemen volgen vruchten, vigh van gerhoeten koortfigh zijn. De vruchten, in warm water gedie troswijze byeen zitten , en langwerpigh ront,eenighzinsbultigh, en ftampt en ingenomen, zijn dienftigh met een dikke fchil bedekt zijn. De voor de vrouwen, die in barens noot onrijpe zijn groen: de rijpe wicacheigh zitten. Daer groeit ook Caffia Fiula, Konbleck geel, fcherp van fmaek, en onaengenaem van reuk. Van binnen leg- na op Malabaerfch, en op Bramanfch gen drie of vier zaden, die aen d'eene Bajo genoemt : als ook Tamarind, zyde ronde, en aen d'andere plat zijn. Balam-Pulli, of Maderam-pulliop In de rijpe zaden zit van binnen een Malabaerfch, en op Bramanfch 5z. dun,vochtigh en melkachtigh mergh, za genoemt In hec lande van Malabaer valc ook dat met een inkarnaet roode vlies bedekt is. Van binnen zit een grootach- kardemom ,Borborri ,genber, en een weinigh aloe: als ook eenige Bezoartige zwarte fteen. Z 2 ftenen,
Elen chM a pa ;

,86 G E D E N K W A E R D I G E fteenen , zalpeter, wafch, honigh en (daerzieh dan een natuurlijk trohyein gommelak* hoeweldie flechten ftok- vertoont_) en blies met yzehjke blikachtigh is. Daer groeit ook katoen. ken van zieh. Een van onze foldaten In 'c kort, het lant is deurgaens vrucht- verftoute zich,envloogh op den flang baer van allerhande Jndifche boom- toe, enfloegh hem doot. U i t denopgefneden buik haelde hy meer als een en a^rdt- vruchten. hant vol vets, om tot artzenye te geDe boflehen zijn vol allerlei gevoDieren bruiken , en ook twee eende-pooten, van Ma- gelte: waer onder de paeuwen wel die de kok aldaer aen de fonteyn geden prijs verdienen, niet alleen om labaer. hunne pluimen i maer ook om hun fmetenhad. Daer is verfcheide flagh van wilt gewelfmaekend vleefch, dat kort en wit dierte. is. Daer zijn vleermuizen van ver- vi:. Geen oort in de werelt, daer meer water-gevogtlt van allerlei flagh en fcheiden flagh. Onder andere zijn'er luen. fatfoenis, als aldaer: het welk de wa- zoo geweldigh groote, dat zy de vleuterrijkheir des landts veroorzaekt. gels of vlerken zoo lang uitrekken Men vint'er onder andere vogelen, die kunnen, als een man uitvademen kan. zoomak en tarn zijn ,datmen die met De kop en hals is root, en het lijf ftokken kan dootflaen: want vele in- zwart, en zijn van fatfoen alseenvos. woonders, de heidenen, die, na de wij Zy zien geweldigh fnel engaeuuit de zevanPythagoras,de verhuizingder oogen, en hebben vele feherpe tanziele van het een in het ander lichaem den, daer zy allerhande boom vruchtoeftaen, willen niet een eenigen vogel, ten mee weten te knappen. De vleuja het alderminfte gedierte, tot een gels of vlerken zijn kael en velhgh, luis toe,dooden: maer zetten die op als" die van de kleine vleermuizen in d'aerde. Waerom het wilt gedierte Hollandt, daer de pooten en fteert aen geweldigh aldaer aengroeit. vaft zijn: dies zy niet gaen noch ftaen Daer zijn overvloedelijk veel ver- kunnen. Aen ieder vleugel hebben zy kens , die goet en fmakelijk vleefch eene haek, als een kleine vinger dik, hebben, dat in Indien heel gezont ge- daer zy fich mee aen de rakken van de. boomen hangen. U i t oorzake zy niet houden wort. overvlo Maer boven al zijn'er byzonder veel gaen noch ftaen kunnen ,zoo kruipen vanhoen* h i e r s : en kan men aldaer een goet zy met den bek en pooten al voort, en deren. hoen voor twee ftuivers, desgelijx der- hangen dan aen de haek. Maer zy tigh eyeren voor een zelven prijs be- kunnen fnel vliegen. Zy zitten met duizenden in de boflehen aen de bookomen. Op zekeren tijt had ik driehondert men , dies iemant, die dezelve behoenders, te Koylang, gekoght, tegen geert te fehieten, niet miflen kan. de komfte van onze fchepen, die ook Maer al wat men raekt, blijft in de korts daer aen quamen peper te halen dichte boomen hangen. Zy zijn zoo Maer op een morgen wierden zy alle, w i l t , dat men dezelve niec tarn kan in hetbouwvalligh kerkje van S. f ho- maken. Wanneer zy gevangen zij.i, mas,daer in ik haer had doen bewaren, bijten zy hen zelfs de vleugels, en al doot gevonden. Men zoght na d'oor- wac zy bereiken kunnen, met den zake des doots; doch kon die niet vin- fcherpen bek af. den,of aen de hoenders iet zien. Maer Ik liet eens twee t'zamen bijten, die een van de Malabaren zeide:daer moet malkanderen de kop kraekten , als voorzekereen Cobre Kapel,(datis,een nooten ,tot dat zy dooc waren. Zy byhairige en zeer vergiftige Hang ) in ten een brandende kaersaf,enflokken, z i j n hoewel men dien niet kon vin- uit een wilde boosheic, vuur in. Zy den. Dan ten leften vernam men dien zuipen deSury, of vochc des kokes(lang onder een deel afgekapte klap- booms,uit debamboefen, daer zy in pes-boomen leggen. Wanneer die getijfert i s , die hen zoo dronken boomen wegh getrokken wierden, maekt,datzy rollen. zettc de flang zieh in 'c ronde, en toen Zy werpen gewoonelijk twee jon recht op de fteert, en fpalkte de twee gen,en gemenelijk in holle boomen. Vinnen, die hy onder de kop heefr, op, De Malabaren eeten het vleefch, dat
oenc }

Z E E -

en

L A N T - R . E I Z E,

dat eenighzins na muskeljaet fmaekt, en niet aengenaem is. J a k h a l z e . Men vint'er ookzeker gedierte, jakziecpag, halzen by d'onzen genoemt, die ontrent de gedaente van wilde voflen hebben, enrosen grijs van kleur, en zoo groot als een gemeene boereh hont zijn. Zy zijn dun van hair, en veeltijtsfchurft. Zy loopen desnachts met groote troepen, en inzonderheit by nieuwe mane, ontrent de fteden en dorpen uit de boflehen ,en maken met gillen en fchreeuwen een geluit,als een menfch : dies zy verfcheide malen onder d'onzen , eer die dit gedierte kenden, alarm gemaekt hebben: naerdien zynietanders meenden, als of'er een deel menfchen waren. Zy zijn zeer gretigh na menfchen vleefch, en graven de dooden uit d'aerde, zoo men die, met het opleggen van zeer zware fteenen, niet wel bewaert. Z y zijn zeer wilt, en fchier niet om te temmen. De Malabaren hadden eens een jakhals in een ftrik gevangen, die zy levendigh, aen twee ftokken gebonden,

by my te Koylang braghten. Zy eeten het vleefch van jakhalfen, dat als van vleermuizen fmaekt. Dus verre zy van het lant der Malabaren gefproken. Na ikdandentwalefden ran Len-vervortemaent, gelijk verhaeltis, van ^ * J - ^ * lang t'zeil gegaen was kregen wy, met weinigh voorfpoets, des avonts in de wint: waerom wy ons anker moften laten vallen, en konden niet eer als ten elf uuren voort raken, als wanneer wy met de lant-wint tzeil gingen. Den dertienden hadden wy fchoon weder, met weinigh koelte: dies wy den wal lngs liepen. Maer om dat de windtooft-zuid-ooftliep, moften wy het in zee zetten: doch wenden het tegen den avont weer na de wal, daer wy het anker moften laten vallen,en raekten ten tien uuren, met de landtwint, weerom tzeil. Den veertienden hadden wy flappe koelte, [en waren noch niet meer als twalef mylen van Koylang. Komen Den vijftienden waren wy tegen tegen over de ftad Tengepatnam, lieten een ""J_ ~ Z 3 kanon- m!"
n c en na

z e e

G E D E N K W A E R D I G E kanon-fchcut nalandrgaen, om den 7 zee-dorpenof zee-havens beliepen, daer zijnde refident Koek tefpreken, desjaers honderr vier en czeftigh,roeer die ook aen boort quam. Na alles af- als over de twintigh duizent zielen, "" 'k gefproken was, vervorderden wy on en zijn alle viflehers. Te weten, ze reize,zonderaen lant tegaen. Te- Totttekorijn had ontrent} tien duizent gen denavont ontftont een geweidige herde ftorm, die ons het gebruik der Mannepaer vierduizent Zeilen belette,endwang het anker te Alendale acht hondert Wirany Patam negen latenvallen. hondert ^menfchen. Den zeftienden,des morgens, als het Temmekiel, of Pun'thet weer wac begoft te bedaren, gingen ^/,tweeduizent acht wy weertzeihmaer moften het door tehondert. gen-windc weer boven Talon zetten: alwaer de Portugefen een kerk je van Baypaer zeven hondert St. Marten hebben , dat niet verre van Bempaer acht hondert , Behalve deze woonden by de Kaep de kaep van Komorijn is. Den zeventienden raekten wy voor- van Komorijn, en te landewaerts in, by deze kaep: maer de regen wint hield een groot getal van menfchen. Alle deze zeedorpen hebben heerons zoodanigh o p , dat wy den achlijke kerken, doorde PorrugelengeKrnen tienden eerft aen Totttekorijn quamen, leToute* de hooft - en voornaemfte plaetfe der bouwt, inzonderheit Mannepaer en * ' * zeven zeehavens van de kuft van Bempaer-, maer ftaen nu ledigh,door het vcrdrijven der Portugefen , dier Madare. Aldaer vond ik vry wat te doen in Priefters evenwel in de omleggende verfcheide zaken, zoo in het beftier dorpen komen Misdoen, daer d'invan den handel der Kompanjie : als woonders mer meenighte na toe gaen. in de regecring der inwoonders, die En alhoeweldeze volken Roomfche alle onder hec gezagh van de Kom-1 Kriftenen willen zijn, zoo toonen zy panjie ftaen, en zieh lngs de kuft van zieh in al hun bedrijf meer heidenen, Madure, in zeven voorname dorpen, als Kriftenen te zijn. hebben neergeflagen : daer van TottteMen kante Toutikorn)aex\i% een korijn het voornaemfte en de hooft- groot deel van alle koopmanfchapplaetfe is. D'andere zes dorpen zijn pen vertieren - uit oorzake alles van Zeven Mannapara, Alendale, Wtranypat- buiten moet ingebraght worden. der" * Pommekiel, Baypaer of Vaypaer Want aldaer woont veel volks, en dienvolgerts moet'er veel wezen : en kufi van en Bempaer. Madure. Wanneer ik dn het kantoor te alhoewel'er van d'omleggende ende Totttekorijn meer als een half jaer be- te landewaerts in leggende dorpen iets dient had, en in den handel ervaren en gebraght w o r d t , zoo moeten hier bedreven was, kreeghik orde van den nochtans vele andere dingen zijn: Heer van Goens, om weerom na de waerom die aen de Portugefen voorftad Koylang te vertrekken,en die ftad, hene groote winften aenbraght. als voorhene, te beftieren: inzonderToutekorijn,en anc)ersTutukurijn,o( ^ ^ heit dewijl ikby de Malabaerfe konin- liever Tutukttry of Tutakuryn-oflugin bekent was, en wifte war in den tokory, is heden de hoofrplaetfe van handel en wandel daer te doen was. de gantfehe kuft ende negen zeedorI k droegh voor mijn vertrek alzoo pen o f zeehavens. Het is een open weder de middelen der Kompanjie vlek, zonder poorten maer heeft hoaen Laurens Pijl, in tegenwoordigheir ge en heerlijk gebouwde fteene huivan kapitein van Reede , tot Draken- zen. Daer zijn drie groote of hooftkerftein , volgens fchrifcelijk befcheit, over. ken, doorde Portugefen geftight, die Ik vertrok dan den negentienden haer verre (dewijl het daer vlakis) in vanGrasmaenc', des jaers zeftien hon- zee vertoonen .In d'eene kerke worr nu derc vijf en zeftigh, van daer weder by d'onzen vanden hervormden godsover lanc na de ftad Koylang. dienft gepreekt. Daer is een klooftcr Het getal der inwoonders van deze der Franciskanen: welk de Kompanjie tot
H Vo ori n 3 nam ;

iU

Z E E - eri L A N T - R i8j totharen dienftgefchikt, en heerlijk lijden, dies begaven zy zieh met de doenvertimmeren heeft. vlucht tot de nabygelcge volken vah De Nederlantfche Ooftindifche Narnga, Badagas genoemt. Die, Kompanjie heeft'er een kantoor.maer des verwittight, eensdeels op de Porde Nijk vMadure wil haer aldaer tugefen , en eensdeels op de nieuwe gene vaftigheit laten hebben. Kriftenen ("die men zeide aen het Ik begort de tuin ook met een ftee- zelffte ongelijk de handt gehouden te nen muur t'omringen, om de midde- hebben^) verbittert, en met haet ingelen der Kompanjie, die aldaer zijn, nomen wierden.Om dan het ongelijk, t'allen tijden des te beter te befcher- dac den afgod en afgodiften door de nien. Maer de Jency ven zorghden voor vreemdelingen wedervoer, ("die ook eene fterkte of vefting. En wanneer d'inboorlingen, om het zelffte te doen^ zy zieh jaloers deden blijken, liet ik hadden aengemoedight,) te wreken, het werk aenftonts fteken. riepen zy het jongmanfehap, door zeIk liet het huis by mijn afwezen al- kere tekenen, na 's lants gewoonte,tot daer vermaken, dewijl het zeer ver de wapenen, en quamen in een oovallen was, en daer een hooge maft i genbliktijtsontrent ren getale van zes oprechten, daer de vlagge van de duizent mannen t'zamen. Kompanjie afwaeide, dien men verre Zy trokken dan,met grammen moein zee kon zien. de, rechrna het dorp Punikael toe $ Deze plaetle is allereerft door d'on- daer het kafteel der Portugefen ftont, zen, des jaers zeftien hondert acht en dat by geval toen, onder andere dinvijftigh, na weinigh tegenftants, alzoo gen, van buflekruic fchaers verzien dezelve open was, voor d'Ooftindi- was, daer mee weinige Portugefen te khe Kompanjie gewonnen, en den dier tijde groote troepen van Barbaren Portugefen afgenomen. gewoon waren op de vlught te drijven. Daer is gewoonelijkeen koopman, Dit was den Badagas niet onbe* als opperhooft: beneffens eenen on- wuft: die ook der van doorheimederkoopman ,twee of dricafliftenten, lijke verfpieders en overdragers kuncen een krijghsbe velhebber met eenige fchap gekregen hadden. Weinigh hadden de Portugefen op de Par-vas, foldaten. D'eerfte koopman of opperhooft d'inwoonders dier plaetfe, te hoopen i was Edward Ooms: de tweed&Kor- want zy zijn geenzins woeft van aert: nclis Valkenburgh : dederde Willem maer zachtmoedigh ,en tneerop vifBoefem: de Vierde Joan Nienhof :en lehen en zwemmen, als op de Wapemy volghde Kornelis P i j l , de vijfde. nen afgerecht. Voor Toutekorijn is goede zandtWanneer zy dan dekomfte der vygrontin zee, op j vadem en een halve. anden vernamen, en hun nvermogeri Drie kleine mylen van Tutekorijn, van hen te kunnen wederftaen bemerkby de watten of klippen van Remana- ten, zoo benoten zy zieh heimelijk na kor en na by het koningrijk van Nar- de vaertuigen, d e op ftrant lagen, te D o r p P u - finga, leit het dorp of vlek Punikael begeven.De Badagas dit befpeurende, h i k a e l genoemt. traghten hen te vore te komen, en den Te Punikael ftont eertijts een Por- weghaf te fnijdcn, om niet na zee te tugeefch kafteel, dat met eene bezet- khnen vluchten. ting van veertigh koppen gefterkt was. Reeds liep een geruchc, dat devyant O o r l o g Twee mylen van daerftonceen ver- naby was: waer over elk op eengoec d e r in- maerde heidenfehe kapel der Bramos, heenkomen begon te denken. ZomW o n Trichanduri genaemt, op dewelke, migen namen de vlucht naongebaenCo S egende als ook op hunne afgodendienaers, de j de wegen. Anderen braghten, al het fortuge- Portugefen dikwils met woorden enj geen, dat zy konden meefleepen, terwerken fcholden: want zomtijts floe- wi jl uit de huizen, en traden daer mee tea gen zyde handen aen de Bramo$j*en ifi?de vaejttyjgen. Anderen wierden plaeghden hen, uit dertelheit ,met al- eindelijK radeloos, enwiften niet wat lerleie vonden vanbaldaet, hoon en zy doen zouden, en hepen herwaerts wederwaerdigheden. Zwaer viel den en derwaerts dolen, en zochten het heidenen dit ongelijk endete fmaet te t'onvluchtcn. De vrouwen inzonderheit
4 4

G E D E N K W A E R D I G E 184 derhtit maekten een groot misbaer, bleef zelf op hetlant. De Badagas midlerwijle, die na en vertoonden een droevigh fchouwfpel,met hare kinderen t'omhelzen, geen voorflagh van vrede wilden luien den mannen om byftant te roepen, fteren, waren vol moeten vuurs, en en hemel enlught met gelchrey en ge- fchoten met pijlen op de Portugefen van verre, die met vreze van lande ftaweente vervullen. ken. Vele wierden ook van na by met Antonis Kriminales , die voor eeStantvaflancien doorftoken. Eenige hadden nige dagen aldaer, volgens gewoonte, tigheit ook vuurroerts,dieonlangs te vore hen Krj. gekomen was, ziende dit droevigh van An toegebraght waren , hoewel zy daer fchouwfpel, en daer toe geen middel toni minalis. om het tegen te ftaen, dan met vrede zoo vaerdigh niet mee wiften om te van de Badagas,op eerhjke voorwaer- gaen: maer wiften evenwel met hunden, ootmoedelijk te verzoeken, trad ne lode kogels eenigen te treffen. Zes na de fchepen, en vermaendeyo^z gefchote Portugefen quamen namaels Fernandes Korrea, opperhooft, om te fterven. K_Antonis Kriminalis, zieh zelven vrede, in die ongelegentheit van zaken , tc verzoeken, en den Barbaren vergetende ,en zijn ampt, als een goet op eenige ecrlijke wijze te bevredigen. herder, rraghtende te bedienen, rrad Maer deze floegh dat af, met voor- met een bly en ftantvaftigh gemoet na wending, dat geen opperhooft, zon- de Bagadas toe, wanneer hy hen tot der krenking van d'eere en glorye des zieh zagh naderen, nietom tegen hem Portugefen naems, van de Barbaren te vechren: maer om overwonnen te vrede kon verzoeken: dies- wilde hy worden, en te fterven. liever gelegenheit verwaghten van Wanneer hy een booghfeheut zieh te vvreken,alsdic ellcndige *Pa- weeghs van den eerften troep afftont, ravaSydic fleh evenwel onder befcher- wiert zijn metgezel en tolk voor zijne ming derPortugefen begeven hadden, oogen dootgefchooten : op welker uic zoo groot een gevaer te redden. fneuvelen hy zijne handen en oogen Wanneer dan Kriminalis niet zagh he melwaert floegh, enop zijne knien uit te rechten, ylde hy, om zieh by zij- viel. D'eerfte troep trok hem voorby, ne gemeente te begeven. Maer de zonder hem eenigh leet of quaet aen Portugefen zoghten het te beletten, tedoen,alszijnehoetaftenemen. De mette zeggen, dat het geenzins noo- tweede troep raekte hem nietecns digh fcheen, zijn leven in zoo een aen. Maer een in de derde troep, die merkelijk gevaer teftellen, dat allen uit Mahometanen beftont, ftak hem den anderen Kriftenen zoo hoogh- mec een ftael in de .linke zyde, en door * noodigh was. Z y betuighden hem, griefde zijn ingewanc. Wanneerandat hy zieh niet aen de woede der dere meenden,dathyaendiewontgeBarbaren mofte opofferen : naerdien ftorven was, fchoten zy op hem toe, zy zijne behoudenis liever als hunne om zij ne kledercn uit te trekken: maer eigen kinderen hadden. Maer hy,meer hy leefde noch, en gaf hen met eige door heegekermengeween der genen, handen zijne rok, en bebloede borftdie in noot waren,als doorde reeds be- rok. Toen ftont hy op , en trad in de houdenePortugefen bewogen, trad, kerke, niet verre van daer, omby hec als een goet herder, weder in de kerke, altaer, zijn leven, als een flaghtoffer, daer hy des uchtens den godsdienft Gode opt'offeren. gepleeghthad. De Badagas, die meenden, dat hy Toen liep hy na ftrant toe, als be- na de kerke trad, om zijn leven te bekommen: voor de behoudenis van houden en redden, volghdenhem na. de zijnen, en dreef alle de genen, Hy hen verneinende, keerde zieh na die hy kon, in de vaertuigen. Maer hen toe , met dezelve ftantvaftigheit wanneer de Kriftenen hem, elk om van wezen,alsd'eerfte mael, en kreegh ftrijr, een vaertuigh aenboden, en her- een tweede fteek,en viel op zijn knien, . telijk baden, dat hy zieh toch uit het ontfing toen een derde fteek : waer tegen woordigh gevaer wilde begeven, door hy op zijne zijde viel. zoo yverde hy met de grootfte moeiDe Badagas fchreeu wden aenftonts te, om het volk daer in te hclpen: cn luitrughtigh, vielen op hem aen, en hieul,n

Z E E -

en

L A N T - R E I Z E .

lert derinw o o n d e r s .

hieuwen het hooft van den romp, dat nen kleetje, datzyom het lijf henen zy t'efTens,met de bebloede borftrok, flaea, en dekkenhet hooft met een in den tcmpel van Tricbanduri^Xs een katoenedoek, die zy Romare not* zegeceken,boven aen de roos des tem- men. pels ophingen. De gemeehe vrouwen dragen een De romp wiert door d'overgeble- Pannebaeyrje of licht kleetje, datzy ' vene Kriftenen, met een weinigh aer- laten fchilderen. De voornaemfte gaen de bedekr, naerdien zy, uit vreze voor met goude armbanden en ringen: doch de wederkomfte der Badagas, den valkn over hier lijf en in huis morffig, tijt niet hadden, omdiedieper onder Het hair fltngercn zy met een knoop d'aerde refteken.Maer de Portugefen in malkanJere, achter aen het hoofr, hebben den romp daerna dieper on- j na de Malabaerfe wijze. Anders zijn der d'aerde begraven. j zy wel beliieden van tronieen heufch. Niet verre van Punikael leic een Zy eeten vleefch en nj>: maer drinj ken nier anders als water, dat zy meer groot vlefe, *Putanam genoemr. Daerna ziermen lngs de kuft de '.als een h i l f urgaens van Orantallen fteden BembaroiBempaer, Kalekure,{morgen, inpo tenop het hooft, van Beadal, Manankor, of liever Remana- daer dragen , en uit putten , die zy kor,en Kanhameira. daer gegraven hebben, fcheppen. Van daer komt men aen Negapar D'inwoonders erneren zichmetde Emering. tan, daer de kuft van Koromandel be- viffchery van peerlen, vifch en Sjanginr. Maer een van de voornaemfte ken, en met dezeevaert en dewevefteden van deze kuft is Periapatan, na rye. Zommigen varen mec vaertuiby de klippen van Remanankorn, en gen na Kalpeniien, Kolomba en de wort voor de hooftftad der Maravas Malabaeifchekuften,om te hmdelen met konftig wit en gefchildcrdinnen. gehouden. Daer woonen veel katoen en lmDe Maravas zijn berghluiden, barbaerfch en woeft van aert, leven al- nen-wevers, en knftige fchilders op leenlijk op den roof, cn ztjn gantfeh katoen, dar zy mec groot gedulten tpt quaet doen genijght. Wel hebben vlijt doen. Ikheb'ergehcle behangfels eertijts eenige Jefuiten, die de kerke van ledekantenen andere'dingen laten van Periapatan beftierden, hen cen fchilderen, die byzonderfraei enwel weinigh en allengs hunnen woeften en gedaen waren. By mijnen tijt namen wilden aert doen vcrlaten: doch de deze hantwerken geweldigh toe: al. meeften namen weer hun vorigen aert zoo ik veel liet doen, en het zel ve,zoo veel doenehjk was,bevorderen. aen. d'inwoonders van deze zeehavens , Daer is Ook een vlek , Tripalikory genoemt, gelegen op d'andere zyde hebben hunne byzondere rechters i die ring. der klippen of watten van Romanan- door het oppei hoofe , van wegen de 'krn, recht tegen over Negapatam: Kompanjie, (de kapitain van de zeven wiens inwoonders alle Kriftenen zijn. zeehavensby hen genoemt) allen jaers Op de gantfehe peerlkuft leggen vernieuwt worden. Uic elk dorp Hellen zy vier der ontrent vijf en twintigh, of ten hooghften dertigh dorpen: waer onder, be- voornaemfte onder hen voor: waer uit halve de voornoemde, Tricbandr, of de kapitein twee na zijn behagen en Irekandar genoemt, Kallegrande, welgevallen voor het gemeen beft uitkieft, die den eetvan getrouheit aen ChereakUe de voornaemfte zijn. D'inwoonders van deze zeehavens zijne handen moeten doen. Zy doen alle gemene en burger jke zijn alle zwerc vanverruwe, fterk en zaken, ieder in zijn dorp, af: maer alle welgefteltvanleden. Het iseen arghliftighenbedriegh- zware en halszaken komen te Toute* hjk volk, daer niet op te vertrouwen korijn, de hooft plaerfe, daer de raet is. Zy achten hunne vrouwen wei- uic negen aenzienelijke perzonenbenigh, en houden gemenelijk twee of ftaet: daer de kapitein de voorzitter drie byzitten: waer door vele zeftien van is. De Portugefen geven niet aen de of achtien kinderen hebben. De mannen dragen een enkelt l i n - Kompanjie: maer aen den Neyk van A a MaK l e t J i n m S Beftie

G E D E N K W A E R D I G E Madurc dar evenwel d'inwoonders \ van hunne aenzienlijkfte koopluiden van de gantfehe kuft jaerltx moeten < gcvangen,dien zy, om hun leet te wredoen. ken, beide ooren affneden, en lieten Dit wordt met rieten daet, zoo als hem, na veel fchandeenfmaet geledeh het opperhooft beft oordeelr goet te te hebben, weer loopen. Hier uit ontzijn, uitgete!t,en een iegelijk wordt ha ftont een geweidige oorlogh. De M o ren trokken mec een machtigh legerj gelang van zijne goederen gefchat. Die op den gezetten tijt met beraelt, van over de dertigh duizent mannen Wordt ftreng, door hec volk van den fterk, op ,en floegen hun leger, niet Neyk, geexecteert: waer uit by w i j - verre van Toutekorijn, neer. De Larle tuffchen d'inwoonders ende folda- vas waren niet boven de v i j f duizent ten van den Neyk groot gefchil ont- mannen fterk: maer alle wel gewapentj ftaet, die niet licht, als met gefchenken en verlieten zieh meer op hunne goeof met de wapenen , neer te leggen de zake en groote ftoutmoedigheit^ zijn : gelijk by mijncrt tijtgefchiet is. als op de menighte vn hun volk. Zy De Neyk van Madure eifchte een traden, met groote kloekrooedigheit, groote fchatting van de Parvas. Ik tot het gevecht, en deden de Moren, zond onzen Serjant, met eenige folda- na het leveren van een.grooten flagh, ten tot zijn gelei, om te verzoeken, of het vele ruimen. Over de zeven duihy iemint gehefdete ftuuren, om te zent bleven op de plaetfe verflagen handelen: naerdienonmoghelijk die leggen. Andere,dien hec lantte nauw fchatting in dien tijt kon opgebraght viel, begaven zichop de ruime zee: Worden. De Neyk ftuurde daer op maer wierden, door een harden ftorm zijnen overfte, mec een goet aencal uic den Zuidweften,zoodanigh beloovan ruiteren, om te zien, of men met pen cn voorrgejaeghe, dat men federt hem zou knnen verdragen. I k ftelde tael noch teken van hun vernomen den overfte alle z warig heit en onmo- heefc, of iemant hunner te voorfchijn ghelijkheic voor oogen: waer mee hy gekomen is. Na deze overwinning namen de zieh watgezeggen liec. Voorts zeide i k , dat hy zijnen Heer, uic den naem Parva* de zeehavens in ,en fteldendc der zeven zeehavens, twee koftelijke gemeide koningin te vredej mies dat zilvere fchotelen, met een goet deel zy zoo veel fchattinge betalen zoudukaten daer i n , zou aenbieden. Die den , als de Mooren gedaen hadden, nam hy aen te doen: dat ook den groo- dac hen onmoghelijk te doen was. Derren Neyk wclge viel, en zieh daer mee halve ontftont allengs groot jammer genoegen liet. Hy zond my, tot groot en hertzeer. Zommigen wierden in genoegenvan d'inwoonders, een ko hechtenis gezet, anderen ellendigh ninglijke Sjerp, ftijf van gout gebor-1 geflagen en tot flaven verkoght, en duurt,rot eenevereering. zoodan igh gehandelt,dat zy ten leften De zeven zeehavens wierden, eer na middel uitzagen, en met malkande Porcugefen daer mec hunne vlore deren raetpleeghden, om zieh van die aengekomen waren, door den koning tierannye e'ontflaencn verlofTen. van ^Marten geregeer r, onder het geDe Portugezen waren aldaer met hoor der koninginne van Tengauj), hunne vaertuigen van Koetzijn > in die zy zwaren toi betalen moften. denjare 1490. eerft aengekomen engeDe "Parvas woonden toen in het lande , en hadden eoen aldaer al over lant, en volghden den oorlogh van de veercigh jaren gchandelc: waer den geen, die hen het meefte gelt gaf. door de Parvas tot kennis van hun Oorlogh Een der Parvas raekte t'eener tijde vermogengekomen waren. Derhalve vonden de Pdrvasgo&i tuflehen met de Mooren zoodanigingcfchilen en Portude Patvoskrakeel,dat zy hem met gcwelt aen- een gezantfehap aen de Portugefen, gefen. grepen, en neus.cn ooren affneden. na Koetzijn, te ftuuren, cn hunne arSeer qualijk wiert defe daet by d'ande moede en nooc bekent te maken, met tcParvas opgenomen, diezichdaer j aenbieding, van hun in alles te willen. over, om wraekte nemen, alle in de [ gehoorzamen,cn hun geloof aen tenewapenen begaven, enzooiegen de j men , by aldien zy hen van de tieranMoorenop trok ken. Zy kregen cenen ! nye, daer mee zy gedrukt wierden, i " wilden
1

L A N T - R E I Z E. 187 e maekten hun rijk zoodanigh, dat de wilden vcrloflen. Deze gclegentheit gemeente arm en beroit wierr. wiften de Portugefen zoo wel in achc De Jentiven of heidenen roeideri te nemen, dat zy zieh in weinigh rijts daer zoodanigh onder, dat den Parmeefter van de zeehavens maekten. vas by wijle het vaft lantte bang viel, Desgelijx was hun vloot zoo haeft en gedwongen wierden de vlucht met daer niec gekomen , of de Parvas wijfen kinderen, na hunne vaertuigenj lieten hun in den jarc vijftien hondert te nemen, en zeilden zeewaerts in na drie en dertigh, op eenen dagh, doo- d'eilanden, of na andere plaetfen, der pen. Daer na hebben zy noch groote zy zieh veiligh konden erneren. moeite met de Malabaren, KoromanN u wordt het beftier over de 'Pardellers en anderen gehad. Ten leften vas aen den kapitein, van wegen de verdroegen zy zieh mer elkanderen Portugefen, betrowt, dien zyallegealdus. Tc weten, de Portugefen zouhoorzamen. den het gebiet over de kuft hebben, en Ieder dorp heeft twee rechters, die de Parvas een zekere zom van penalle jaers verndert worden. Zy zitten ningen jaerlix, na vermgen, uitreitwee mael ter weke, om eenen ieder ken:op die voet worden zy noch geregehoor te geven, en alle kleine zaken geerc. af te doen , met hunne Petangijns o f Delantvorften zouden t'elkens, als overheden, die erffelijke officieren o f de peerlviflchery was, mee eenen dagh amptehaerszijn, en van d'eenopden viflehen. Naderhant heeft de Nijkvan Ma- anderovergaen. Deze ont fangen de dure deze landen ingenomen, en de fchattingen, en moeten eenmael des Portugefen by hunne voorgaende jaers, inhetopenbaer,vooralhet volk voorwaerden gelaten, en hun gebiet rekening doen, en alle ftaetszaken over de Parvas beveftight, en groote meeft af handelen. Ten tijde van de Portugefen movryheit aen de Roomfche geeftelijkheit vergunt > die het beftier tot aen ften dejenty ven of heidenen niec een denjare zeftien hondert en dertigh in Fanin meer vorderen als d'ingezette handen gehad hebben: wanneer de ko- fchattingen, of zy gingen met hut en ning van Portugael aldaer den eerften mut onder tzeil na d'eilanden, en dan kapitein beveftight heefc , om de moften hen de Refidoren een deel macht der geeftelijkheic wat te be- quijt fchelden, eer zy weer komen wilfnoeijen : waer uit veel onhcils ont- den. ftaen is: Hetfchijnt,dat zy nu zieh zoo verDe Parvas wierden in tween ver- re niet vertrou wen, welk d'oorzake is| deelr, en trokken vyantlijk tegen mal- waerom de heidenen hen nu veel meer kanderen op. En dewijl deze landaert op den hals leggen, als behoorlijk is, een waengeloovigh volk is, dat veel ofalszy weidragen kunnen, van de papen houdr, zoo hadden alN u worden de Larvas t'elkens tijt de geeftelijke groot voordeel, en met nieuwe laften bezwaert, en moebenamenden kapitein al zijn gezagh, ten noch wel driemael zoo veel geven, zonder de koning het kon verhoeden. ofde heidenen verbieden hen het waZy bouwden kerken en kloofters, en ter, of iet anders, waer door zy hen daii dwmgen. H e t l a n t N O
L

Z E E -

cn

o f k o n i n g r i j k v a n M A D

v a n U

d e n R E -

Et landt of koningrijk van den Nayk van Madure, daer de gehleide zeven dorpen aenbehooren, paelc ten Weften aen het koningrijk Van Travankkor, heefc na't Oofte de
1

zee, en ftoot tegen het Noordwefte aen het lande van den Nayk vah Tatiiaor, oiTanjauwer, en leir ruflehen het lant van Malabaer, by de kaep Komorijn, cn tuflehen Korbmandel be flte. Aa x Hec

J8 G E D E N K f Het ftrekt zieh lngs de gehele binnen-boght, en tangs d'Ooftkuft, tegen over het eilandt Zeylon, van de kaep Komorijn, daer de kuft van Malabaer cindight,rot het vlek vrt Bempaer,of riviere Ulton, eene ftreke van vijf en zeventigh mylen. In de breete ftrekt het landewaerts in, tot ontrent dertigh mylen. De zeekuft, gemeenlijk depeerlekuft, na d'in zee gelege peerlebanken, genoemt, ftrekt bykans Zuide en Noorde, en loopt op zommige plaetfen meer als een halve myle landewaerts in. De voornaemfte ftad des lants, en hof des konings of Neyk, is Cfrladure, vijf dagh reizens Noortwaerts van de ftad Koylang gelegen. Deze ftad is met vele prachtige pagoden of heidenfehe tempels verciert, die zeer fchone en hooge vergulde torens hebben. Opdekuftvan Madare waftlover noch gras, als alleen wat witte hagedoornenhuislook: en het water is'er brak. Alles is'er evenwel, tot nootdruft Vn's menfchen leven, genoeghenovervloedightekrijgen: welk diep uit her lant en van tl'ornleggende plaetfen aldaer gebraght , en te Totekortfn op de merkt verkochtwort. Men heeft verfcheide malen beZocht, om kokos en andere Indiaenfche boomen aldaer te planten: maer die willen daer nier tieren. Het lant is vol wilt van hazen en patrijzen. De hazen gelijken onze kouij nen byna, en hebben wit vleefch-, doch fmaken meer na hazen-vleefch. De patrijzen zijn zeer fmakelijk, hebben kort vleefch, roode pooten cn ronde bekken. Daer zijn muizen,zoo groot als katten, die gene katten derven aendoen. Als men haer vervolght, zoo zetren zy haer in een ftoel o f k a s , of waer in zy kunnen komen, en bijten als honden van zieh: waerom zy niet als met groote moeite kunnen overweldight worden. Z y zijn van fatfoen en kleure als dehierlantfche muifen ; maer hebben geen hair, en een rimpelige en fchobbige huit, als die van eenen olifant. Zykrabben onder de fondamenten van de pakhuizen deur, en doen

A.E R D I G'E groote fchade aen de kooptnahfehar)pen. Daer zijn ook kleinder en roode muizen, die na muskus rieken. De katten willen die ook niet vangen > maer loopen daer voor te tgh. Daer zijn ook Hangen en andere vergiftige dieren. Op een morgen, als ik opftnt, zagh i k , dat een flang in mijne kamer was geweeft, die door een gar, daer de kamer, om de hitte, door gefpoelt wiert, ingekropen was. Hy had zijn oud vel aen den ftijl van de ledikant afgeftroopt, dat'er des uchtens noch aenzat, zonder ik den flafig eens vernomen had. In Wijn-Slacht- en Winter-maent waeien'er weftelijke winden, zohert en fei over het hoogh gebefghte, dat uit fijn zant beftaet, dat men gene vijf rreden van zieh zien kan. Het regent herttelandewaerts i n , enende kaep Komorijn: doch nimmermeer in Toutekorijn : maer des nachts dauWt het daer fterk. Dan is het kout: cn dienvolgens, om de groote verandering, ongezorit. De winden waeien daer bywijlen zoo geweldigh heet, alsof zy uit een oven quamen. Wanneer deze hete winden waeien-, magh men zieh in het velt niet begeven : en d'inwoonders moeten voor her heet zant ichoenen dragen. De Nayk, of koning van Mahdurc, houdt te Madure, de hooftftad des lants, zijn hof*. Hy bezit verfcheide lahtfchappen, die ieder door een byzonderen' refidoor,of Iantvooght, beftkrt worden. De lantbeftierder heeft het gebiet en beftier over alles. Die toen ter tijt regeerde, was Bormdlapaes geheten. Voorts heeft ieder dorp eenen rechter, dien d'inwoonders groote eere bewijzen. De Neyk, om alle zijn amptenaers en bevelhebbers in plicht te houden, gebruikt deze liftigheit. Zeven mylen van Madure leidt een vermaert dorp, genoemt Zwela-Baddy dzt mec een kafteel verfterkt is: daer op alle de vrouwen der refidoors,lantvooghden of bevelhebbers, haer verblijf hebben: die door medr als drie hondert Laskarijns, dat zijn gelubden, zoo nau bewaert worden, dat niemant, zonder hunne
y

Z E E - en L A N T - R . E I Z E i8 hunne kennis, by haer kan komen., gen innam, dat hem de Neyk in langen Wanneer nu iemandc genegentheit njc had ontweldight. Waerom zijn heefc,om zijne vrouw eens cefpreken, krijghsheir bego te vertzagen, en aen die moet hec zelve van den Neyk ver- het geluk, dac hem eenigen tijt zoo zoeken, enna een of cweedagen we- gedienc bad,tewanhoopen. Diesverderom vertrekken. Ondertuflchen zochtde Neyk van Madure hulpe en zijn'er vele , die de Wijven befparen, byftant aen de Kompanjie, om den cn zieh met hoeren behelpen. Tanjouwer te verdeigen, en zond ten Door die middel komt de Neyk te dien einde den Iantvooght aen my, vore , dac zijne bevelhebbers gene door den welken hy aenbood,onseene nieuwigheden derven aenrechten: van zijne havens, tot verzekering van want dewijl'er noch zommige zijn, die onze hulpe, te willen ingeven. eenige liefdeen trektot hunne vrouHet is dien lantaert niet wijs te mawen en kinderen hebben, zoo zou de ken , dat wy onze verbonden, zonder Neyk, indien zy iecs traghten aen te gewichtige redenen, niet knnen brerechten', aen hare vrouwen het weten ken: derhalve heb ik den lautvooghc te verhalten. liever het zelve ontraden, als afgezeit, En aldus blijfrhetlantin ruftenvrede. wel wetende, dat d'oorloghsvlam niec De meefte inwoonders des lants van alleenlijk van naby alles verteertjmaer Madure zijn JenCyven of heidenen: ook van verre verzenge : dac ons niet (zy worden ook by eenigen Badagas diendemademael wy daer buiten wre. genoemt): hoewel vele door de Por- W y moften evenwel genoegh fchade tugefen tot het Roomfch geloof be- by dezen oorlogh in onzen koophandel te Toutekorijn lijden : daer men ankeert zijn. De Jentyven zijn goede foldaren : ders vry wat meer voordeel zou hebhoewel byde Malabaren.nier te gelij- ben knnen doen. Onder, lngs of tuflehen de kuft ^ ken: nademael de Neyk van Tanjaor, die nergensnazoo maghtighis, hen van Madure, of der zeven zeedorpen, bankeri. en het eilant Zey lon,Icggen in zee verzoo veel werks verfchaft. Men heefc daer te lande drie Ney- fcheide vermaerde peerlbanken: waerken o f N y k e n : als de Neyk van Ma- om ook deze tuflehen gelege zee de dure: de Nayk vznTanjaor, by d'on- peerlviflchery genoemt wort. zen de TBnsjouwer,tn Tanjouwer ,en Deze peerlbanken zijn eigentlijk Teuver genoemteen de Nayk van Gin klippen van witte koraelfteen ,diebygi anders by d'onzen de Cingier o f j wijle ook wel met zant overfpoelen: Chengier genoemt. j aen welke klippen de oefter-fchelpcn, Neyk of Nayk , o f eigentlijk Naie-1 op eene onbekende wijze, vaft groeika, is zoo veel gezeit als leenvorft of j jen. Zommige banken ftrekken toi: ftadhouder : wanc hunne voorzaten twalef en dertien, cn eenige wel tot waren voorhene flechrs leenheeren en vijftien vademen diep zeewaertsin,en lantvooghden of ftadhouders van die leggen zoo verre van lant,alshecoogh landen , en ftonden onder gehoor- toedragen kan. Zommige banken leggen op vijf,zes zaemheiedes koningsvan VidiaNajarof Bnagar, o f N a r n g a : cegen en zeven vademen} hoewel de duikers wien zy zieh namaelspwierpen, en niec dieper als vijf vademen na de namen,ieder in hun lantfehap, denko- gront kunnen gaen. D'oefters leven zes jaren. N a verninglijken tijtel en ftaetjaen. De Nayk van Madure was lang, met loop van die jaren gaen de fchulpen den Nayk van Tanjaot, in gcfchil ge- van zelfs open, en de peerlen tot niet: weeft, en had hem met geweit ver- waerom men dezelve zeer nauw moet fcheide plaetfen afgenomen. Ten tij- waernemen eri ga flaen: gelijk my de de van mijn aenwefen te Toutekorijn duikers verfcheide getoont hebben, ging d'oorlogh geweldigh hevigh aen. welker zommige al meeft vergaen, en De Tanjouwer, die toen met een andere vol drek en vuiligheit zaten. De pcerl-banken worden alle groot heir gefterkt was, viel den Neyk jaers bezoght, om te vernemen of de: van CHadure met zulk een kraghten (chulpen, daer zy in groeien, hren geweit op 't lijf, dat hy in weinige daAa 3 volp y

t G E D E N K W A E R D I G E volkomen wasdom hebben. Dit be- dra als hy kan, zijn net voloefterfchefzoeken gefchiet gemenelijk in Wijn- pen, en krabt die van de klippen af. maent : want dan is de zeeoveralftil Hy ftrekt hec nec vol oefterfchelpen en zeer klaer. Wanneer zy dan rot over zijn hoofe, en geeft een trek aen volkomen wasdom gekomen zijn, zoo her touw. Waer op de geen, die in de wort de peer! viflchery uitgefchreven, fchuic zie, hec nec ophaele. Daer na en het g-hcel landt door bekent ge- drijfcde peerlduiker zelf ook op: en dikwils een grooc eind van de fchuic, maekt. Derwaerts komen > uit alle gewe- die met wint of ftroom verdrijft: doch ften van Indien, Arabien, Turkyenen daer in wort by hen weinigh zwarig uit vele andere oorden, by wijlen meer heit gemaekt: want zy kunnen zwemals over de vier duizent menfchen, men als eenden. Alsd'een op is, duikt met vrouwen en kinderen t'zamen, die weer een ander na beneden. Dir duurt dan tenten lngs de ftrant,met vlaggen zcolang, tot dar zy d'oefters vnalle cn wimpels, opftaen: daer dan alles re de klippen afgekregen hebben. Deze duikers kunnen den adem koop komt, als op cn kermismerkt. viermael zoo lang inhouden, als ieHet viflehen van peerlen ofoeflerPeerl ocpeerl-fchclpen, gefchiet door middel mant van ons. Zy moeten van drie tot Itcr vijftien vadem diep duiken maer niec vanditikersen fchuiten. De fchuiten fchclpen hoe ge- zijn ontrent zoo groot als fteigerfchui- dieper , dewijl zy den adem niec lanvifch ten, en achtien of c wintigh voeten lang, gerkunnen inhouden. Zy gaen des morgens in den dageWorden. en worden Tonys genoemt. Dikwils leggen drie of vier hondert fchuiten racr, met de lantwint, gelijk uit in zee, en komen des namiddaghs, mec de t'effens te viflehen. Ieder fchuit of Toni js heeft gemee- zeewinr,weer in. nelijk acht of negen fteenen : want Die de fchuiten roebehboren, zijn zommige fchuiten drijven boven de meefters, en beftellende duikers, en banken: andere laten voor en achter die hen ophalen. Beide deze hebben, eenen fteen , in plaetfe van een anker, alsarbeiders,hun daghloon. hangen. Alle d'aengebraghre oefters worden In ieder fchuit zijn vijf, zes j Zeven, op een hoopgefmeten , tot de gantja by wijle achrduikers^dre^feen voor fehe viflchery gedaen is:die van Wijnen d'ander na duiken en na degrondt maent toe Slacht- en WAtermaent gaen. duurc. Dan worrde zeevolquallen: De duikers zijn gantfeh naekt, en waer door hec viflehen belet wort; hebben flechts een kleetje om het lijf. D'oefters leggen midlerwijle ijfeMaer elk heeft een netom den hals, en lijk te flinken in de groote hitte: het cen paer hantfehoenen aen de han- welk groote ongezontheit veroorden , daer zy de fcherpe oefters mee zaekt,enzommigen krank maekt. van de klippen trekken, om de hanEindelijk, na de viflchery geondigt den niet te quer fen noch te bezeeren. is, wort van de Kompanjie en Neyk, Elk heefc ook eenen fteen van een een huisje van planken opgeflagen, halve voet lang, en ontrenc vijftigh met de vlagge daer op. Elk heeft zijne ponezwaer, in hetduiken, omdrate gerechtigheit van d oefters: want alle gronde te gaen. Boven in den fteen is de fchuiten viflehen cen dagh voor cen gat, daer een tou w met een ftrop den Neyk, en een dagh voor de Komaen vaft gebonden is. In het neder- panjie. Zy bevrijden ook de viflehers duiken of zinken zetten zy de voet in voor allen overlaft, en het opperhooft de ftrop, en nemen het touw, wiens mec de recheers rijden daghelix lngs eind een anderindefchuic vaft houd, het ftrant, om allen twift en ongemak in de linke hanr, houden mec de rechte voor te komen. hant de neus toe, en halen den adem in, Ten leiten worden in het huisje en laten zieh aldus zinken.Gekome op voornoemt, depeerl-oefter-fchelpen, den gronde, geefe depeerleduikereen in herbyzijn en ten overftaen van getrekofrukaen her couw: waer opde maghtighden, geopent. geen, die in de fchuic zic, den fteen In ieder fchulpe zijn gene peerlen, ophaelt. Dan fchropt de viflcher,zoo ja in de meefte zijn gene of kleine. Maer
9 ; 7

i9 L A N T - R E I Z E. Maer in zommige fchelpen leggen boogh gebruiken, en zijn veel beter e vijf, zes, Zeven, ja acht peerlen. Eeni- fchoonder, als die van ivoir, Dit zee" ge peerlen leggen in het water: andere gewas nthoudc zieh meeft op de in het vleefch, en zommige, doch wei- diepte van acht tot twalef vadem, nige, zijn dicht aen de fc hui pen vaft : eene ftreke van ontrent tien mylen gelijk ik verfcheide tot een rariteit ge- weeghs lan^s de kuft van Vyraamdes Laar, coc llha Doce toe. had heb. Deze viffchery begint in hec midWanneer nu de peerlen uit de fchulden van Wintermacnt, eh duurt toC pen genomen z i j n , worden die door een blikke zeef gelorteert, en, na de half Bloeimaent: als wanneer de zee zeef groote of k leine gaten heeft, ge- daer ontrent zoo vol quallen komr, waerdeert. Elk forreenng wort aen de dat gene duikers na de grendt kunnen meeftbiedendeverkoght. Hecpeerl- gaen. Onder deze zeehoorehs vindtmen gruis, of ftamp-peerlen, dat mee geby wijlen eenen , dien Konings-hoorn vifcht wort,wort by oncen verkoght. Hetvleefch van deze oefters wordt genoemt wort; hoewel nauwlix alle wel geftooft-, maer het is een weinigh honderc jaren een. Men kan tuffchen fterk,enhertachtigh, en nier zoo aen- dezen en d'andere hoorens geen ander genaem van fmaek , als dat van d'En- onderfcheit zien, als dar de koningshoorn het ope aen de verkeerde zyde gelfe oefters. De peerlen worden fchoon en blin- heeft: is van binnen root, en van buikend met geftoten rijs en zoc ge- ten groen. In het water rollen ofgaen deze konings hoornen voorr, dien de maekt. anderc,als een koning volgen ; dies de Van de fchulpen wort fchoone en viflehers die ookin het water moeten witte kalk gebranr. naloopen om te vangen. Het peerlgruis of de ftamp-peerlen PfCflZeer hoog en koftclijk worden deze jtUlS, zijn tweederlei, nieuwe en oude. De nieuwe ftamp-peerlen worden daghe- konings-hoornen by hengewaerdeert; lix, door het vrouw volk,it de vuilig- en maken de Jentiven inzonderheit daer veel werksvan, enjgevenby w i j heit vergadert. le acht hondert realen voor een eeniHet oud peerlgruis wordt uit den gen hoorn. gronr,metzantrrtetal,tot aen de welOok worden de koningen van Gollen van het zout water, met de fpa, wel zes, zeven, achten meer voeten diep, konda, eri andere, uit zlkenhoorri gegraven, enis wat zwarter, en ook gezalft. By mijnen tijtcroomde zeker vifzoo veel nietwaert. Zy latert d'uitgegrave ftoffe in de fcher, dat hy eenen konings-hoom zon droogen, en het ftof en fijn zanr ving : her welke hy des daeghs aeri door de wint wegh vliegen en ftuiven, zijnen kameraet verhaelde , die tegen blijvendehet zwaerfte, dacis, het hem zeide: Zoo ghy eenen vangt, ik gruis, op den bodem leggen : dat zy zal dien half hebben : dat den dromer dan den voorkoopers, die hen eenigh aennam. Des daeghs gingen zy beide; geldt op handt gegeven hebben, met volgenS gewoonte;uic viffchen, en de kleine parthyen toebrengen. Dit gruis droomer ving eenen konings hoorn heeft weinigh tebeduiden: ja kan een maer wift deri anderen daer van niec menfeh nauwlix de waerde van drie met allen te wil. Het gefchil quam einduiten daeghs daer mee Winnen. Ze- delijk zeer hoogh, en voor de rechters. ker een zobere winfti die evenwel ge- Maer als men den aenklager verhoornoegh is, om in dit lant het leven t'on- de,was'ergeen bewijs, als zeghswoorden: en d'eeh, d ie den konings-hoorn derhouden. gevangen had, looghende alles: die H o o r t n s Behalve de peerlen, worden daer derechrers daer in niet doen konderi. ook zekere hoorens gevifcht, die d'inefSjjnk o s , woonders Sjankos noemen. Deze hoo- Waer over de geen,die den hoorn gerens zijn als trompetten Marijns van vangen had, hem behield. Hy wierc my, om dat ik een liefhebvorm,dik,en fpierwit van kleur. Hier maken zy arm- en duim-ringen vn $ ber vanrariteyten was, aengeboden, welke laefte zyin't fehieten met den en kocht hem ook voor hondert en zeven% E E - en
k n ;

ICA G E D E N K W A E R D l G E ventigh realei. Doch cen van de rech- doordic bezweeren, daer afte komen'} ters wldeniy aenftonts twintigh njx- dewijl zy zien,dat vele,die het bez weren in 'c werk ftellen , daer behouden daeldcrs w.nft ue> cn. Met deze Ranken wort ook groote afcekomen zijn. Weshal ve deze peerlhandel in eng.degedreven, alwaerde viffchery voor zommigen zoo wel inwoonders die dier opkoopen. Zy niet afloopten eindight ,als zy begint. maken daer armnn;;en en andere fracNa alle mijnezaken icToutekorijnNieuhof jigheden van : ook weten zy die zoo | afgedaen, en de middelen der Kom-trekt nu net en glat te polyften, en ztjn zoo panjie aen Laurens van Pijl, die als op- J. fpierwit, dat geen y voir daer by te get c i r i ' perhooft in mijne plaetle zou volgen, Koybng. lijken is. De viflchery v.mde Sjanken is mee en aen den onderkoopman Kornelis een van de voornaemfte middelen, van Duin, overgelevert waren , zoo daer door dit volk hun levens-noot- maekte ik my wederom ter reize ge reet, om over hec hoogh geberghte druft weet te zoeken. Men moet wel zorgedngen, dat van BaHi%ate de naefte wegh, over by d'inwoonders, in plaetfe vanSjan- lanr, na Koylang te reizen. Wanneer ik nu mijn affcheit van de kos,gene peerl-oefters opgehaelt worvoornaemften had genomen, begaf ik den v maer dat alle de peerl-oefters my, desjaers zeftifen hondert en nezoo lang zitten blijven , tot dat zy tijgenden, op de reize, onder gelei van digh zijn. Ik had verfcheide luiden , die daer eenige foldaten,toc befcherming,beoppaften. kens braghten zy my een neffens verfcheide arbeiders, om het Moors fchuirjen , van d'inwoonders goet tedragen. Men vint'ergene herbergen, enop vanKalipauum, o p , die,in plaerfe vele plaetfen op wegh niec ce koop: van Sjankos , peerl-oefters meenden teviflehen. Na hen fcherp ondervraegt waerom men zieh daerna ftellen moec. Maer na eene daghreize wierden wy te hebben , verftont ik eindelijk, dat van een fterken croep Malabaerfe roozy uitlouterarmoede daer toe gedrevers overvallen, die mec krits, pijl en ven waren rwaerom ikhen liet gaen. boogh gewapent waren. Ik trad uit de Zoo eenigen gevoelen, zou het gepalankijn, en belafte den foldaten hun graven peerl-gruis door de hooge geweer klaer te maken, daerde Malavloeden, toen alle d'eilanden, als Zeybaren , inzonderheit voor fchietgelon en de Maldivifche eilanden, van'c weer, zeer bang voor zijn. Zy hadden vaft lant afgefcheurten gefpoelt wierreeds rwee flaven aengepakr, die eene den, zoo diep aldaer onder het zant kelder met Perfiaenfchen wijn droegeraekc zijn, wanneer zieh in vorige gen, op hoope van daer in eene fchac tijden ter zelver plaetfe de fchelpen te vinden. Maer als zy d'onzen zieh openden: welk peerlengruis daer toen zagen fchrap ftellen, om onder den bleef leggen: nademael zy te dier tijde hooplos te branden, zoo verlieten zy daer geen werk van maekten. ons } hoewel cegen wil en dank, en Het peerlgruis wort by de mannen volghden ons noch lang na. Maer meeft gegraven, als zy niet viflehen : ziende, hoe wyop onze hoede waren, of by de vrouwen en kinderen, wan- ble v en zy eindelijk geheel achter. neer de mannen uit viflehen zijn. Ik trok alzoo over het yzelijk hoog Geb?! Vele peerlduikers worden door de geberghte van BaUigate, dat zieh hon- * haeyen verflonden: dies met recht te derc en twintigh mylen verre uitftrekt, " verwonderen is, dat men noch volk en uit geheel ront fijn zant, als ftof, bedaer aen krijgen kan. Maer elk hoopt, ftaet , en ongetwijfelt voor vele eeudat hem het ongelukjuift niet treffen wen ongelijk hooger geweeft is : uit zal. Ook doen zydehieyen doorde oorzake in W i j n- Slaght - en Winterbezweerders of duiveljagers bezwee- maent, het zanr zoo geweldigh ver* ren, (daerin zy,niettegenftaendezy ftuift, dat het den geen, die het niet geKriftenen zijn, groot geloof ftellen J zien heeft, ongeloofelijk fchijnt tc tot voorkoming van ramp en onheil zijn: want de feile weftelijkc winden En alhoewel vele hec leven daer by in- dnjven't zant tot op hctjeilant Zeylon, fehieten, zoo meenen zy nochtan*;, |ecnc ftreke van vijftigh mylen, over. Men
oatAo r ri nna 3 wn B lte

ZEE tn L A N T - R E I Z fe. Men magh dan te Toutekorijn qualijk Karnopoly, op de belle voet, tot voorcen venfter open zetten, of alles is vol deel ftof. De wint dnjfc dit zant als een van de Kompanjie , zou kunnen ftof-wolk,naerom hoogh. Wanneer te Koylang bedienen. de zon, by eenige tijden, in dit root Wanneer wy alles overleidt eh vaft zantfchijnr, fchijnt de lucht als in een geftelt hadden, vertrok ik van Koetbrandt te ftaen, dat fchtikkelijk en zijn, na ik my aldaer drie dagen opgehoaden had. vrecmt om te zien is. Onderweeghs overviel ons een geDit hoog gebergte veroorzaekt ook wonderlijke verandering in de jaer- weidige ftorm: waer door ik genootfaizoencn : want benoorde de kaep zaekt wiert het Warer te verraten, en op Komorijn is het in Gras, Bloei, Zo- hec landt te vernachten, by aldien ik mer , Hooi cn Herfft-maent, winter niet vergaen wilde. De winde was zoo enbezuide die kaep Zomer. Aen d'ee- feien herr, dat hy boomen uit d'aerde ne zijdehceftmenherdewinden, don- fcheurde, en alles ter neer velde,wat'er der en blixem.en aen d'andere zijde ftil ontrent ftont, dat niet byzonder vaft cn fchoon weer en een liefiijke zomer. was. Die weer duurde den meeften Opdien tijt onthouden zichop dezen nache maer bedaerde des anderen bergh zware wlken, die daer op een daeghs wat. Toen vervorderde ik hoopen, en fterke winden, die met een mijne reize, en quam den vierdendag, grote-jjegen uitberften, of het met em- na mijn vertrek uit Koetzijn, te Koy mersnedergegoren wiert; en mer zul- langten. D'oorlogh was'er noch niet t*eeken water-vloet, dat alle rivieren vol nemael gc-eindight. Veele volraken,en veel zants mee Heepen: waer ken van den koning van Travankoor door zommige rivieren voor eenigen ftorven van ongemak. De koning tijt onbevaerbaer zijn. was te Manjafji ; maer de koningin ^ Na ik de reize over het geberghte onthield haer te Koylang. werte had afgeleit, quam ik den vijfentwinDewijl nu de fprakeging , dat de Koykng. jgh(t Grasmaent te Koylang : koning van Travankoor, die een groot alwaer door de fterk neergevalle regen leger by een had,zou af komen,om die alle velden blank ftonden. van Kalkolang onverziens in her landt Dode Volgens genomen befluit, om de te vallen, zoo zond ik den onderkoopl a n g vYrl kleinder te maken, en na de lanc- man Cherdevenne, met een brief vart H e i n e n . zyde met een heele en twee halve bol- den kommandeur Kolfter , aen den werken te verfterken, liet ik alle hui- koning, om d'oorzake te vernemen: zen , kerken en toorens, en wat ons in waerom hy hen met zoodan ige maght de weegh ftont,af breeken,en alle boo- op den hals quam. Maer hy braght men om verre houwen. van zijne voornaemfte hovelingen beIk deed ook dertigh duizent ftee- fcheit, dat niemant den koning fprenen, van twee voet lang, en een voet ken moghr, voor hy zijne gewoonehj-. diken breet, houwen, die, van wegen ke kerken-dienft in de pagode vaa den arbeit,wat koftelijk vielen.In'tkort Soirmal had afgedaen,dat al eenigen wierden de grontveften tot deze nieu- tijt duurde. Midlerwijle lagh hec Je* we zee vefting uitgegraven,en de fteen, gerftil,en wiert niets in d'oorlogh gekalk en hout, van d'afgebrokegebou- daen. wen, aengebraght, Voorts wierdt het Ondertuflchen had ik te Koylang werk zoodanigh gevordert, dat ik den alles weer op een goeden vosr gebragr, eerftenfteenvan den grontveft, den en was daghelix met het ophalenvart eerften van Zomermaent leide, en da- de nieuwe muuren doende, die reeds ghelix daer dapper deed aen arbciden zoo verre gevordert waren, dac zy eeri goet eind boven d'aerde waren, en en mee voortvaren. T r e k t na Ordkrtuflchen ging ik met een in- haeft zouden voltoo^en volcrokken %landtlfi vaertuigh over Kalkolang, zijn. Wanneer dat zou gedaCn zijn , was na de ftad Koetztjn, om den Heer Kommandeur Kolfter tefpreken,en mijne meening, om als dan na het vamet hem te bei amen, hoe men de kan- derlande te vertrekken j dewijl mijne toren van Koylang, Kalkolang en verbondene jaren bynauit waren. Bb Maer
; } hof t en v a n Ko

G E D E N K W A E R D I G E Maerfia Jakob Huftart na Batavia van eenige aenmerkenswaerdige zverrrokken , en de Heer van Goens ken,den twintighften Van Hooimaent, weder in zijne plaetfe gekomen was, des jaers zeftien hondert zeven en zoo raekte ik met hem over deregee- zeftigh. ringvan Toutekorijn in krakeel: waer ; Ik verbleef op Batavia den tijt van overik, door laft van den Heer van drie geheele jaren, ftil en buiten dienft Nieuhof Goen!. wederom van Koylang na de van de Kompanjie, en vertrok eindefekt na ftad Kolombo, op het eilant Zeylon ge- Ii jk,des jaers zeftien honderr en zevenKolumlegen, moft vertrekken : blijvende ka-' tigh, van daer weer na her vaderlanr. feo. pitein van Reede te Koylang in het beGeduurende mijn laefte driejarigh verblijf op Batavia, ging ik geftadigh ftier. DewijJ nu de tijt van't jaer, dien de ftad, zoo buiten als binnen, bemen door geheel Indien in het Varen zichtigen en doorfchouwert, en alle moet waernemen, verloopen was,zoo deflelfs gebouwen befchrijven en na 't kon men dez.ee niet gebruiken: maer leven afrekenen : desgelijx alle boomoft d^ reize over hnt, lngs den zee- j men en kruiden, die i n , ontrent en kam nemen, eene ftreke van zeftigh ' verrebuiren Batavia te landewaerts in mylen weeghs, die zeer verdrienghen in de boflehen groeien.Doch verre buimoe>ehjkte reizen is: want men viht- ten de lladderfdeik my noir alleen be"er nergens he, bergh voor gelt: 't en zy geven, u it vreze voor het wilt gedierte d'een of ander Roomfe dorppaep zoo en de wrede Javaneh: maer namltijr, gberaerdigh is , dat hy iemant in huis in'topzoeken van verfcheide vruchneemr: naerdien aldaer lngs ftrant ten,enaftekenen van boomen,eenige, meeft Roomsgezinde Kriftenen woo- met goer geweer voorzien, tot mijn nen, en hier en daerftaeteen kerkje. gezelfchap mee: hoewel niet zonder Komt te Na eenige daghreizen quam ik ein- groote moeite, ter oorzake van de Tonte- dehjkte Toutekoriyn, daerik her jaght jdichre boflehaedjen cn ongebadnde korijn. Maria vond, om na de ftad Kolombo j wegen over re fteken: alwaer ik des anderen Doch eer ik frede tot het befchrijTeKo- daeghs, den achtienden van Ooghft-; ven van de gemeide dieren,boomen, lombo. maent, des jaerszeftien hondert Zesen vruchten, kruiden ender goote ftad zeftigh, behouden aenquam. | Batavia, gelegen op het groot eilandc Na ik my byna een geheel jaer al- Java, zal ik de gelegentheitvan dit en op daer had opgehouden, vertrok ik ein- eilandt in 't krte verhalen, en den le Batavia. delijk, met het jaght Brederoo, na Ba- zer ten tooneftellen. tavia, en lande aldaer, zonder voorval
9 4

Eilant van GROOT JAVA. f "T Et eilandt, gemeenelijk cn door* -* gzcnsGrootJava genoemr,tot onderfcheir van een ander klein Java , anders Bali geheren , leidt ontrent zes graden bezuide de middellijn, recht tegen over het zuider eind van het groor eilandt Sumatra, met de ftraet van Sunda tuflehen beide, op een afftant van vier of vijf mylen ter plaetfe, daer het eilandt Dwers in den Wegh leit. Ten Noorde leit het eilant Bomeo, daer tuflehen beide een bequame vaert voor kleine fchepen en vaertuigen is: ten Oofte het eilant Bali of klein Java, met d'engte van Balambuam tuflehen beider'en ten Zuiden den Grooten Oceaen. Het ftrekt zieh in de lengte tot ontrent hondert en dertigh of veertigh mylen uit: te weten, van de ftraerSunda, tot d'engte van Balambuam, byna Ooft en W e f t ; hoewel cen weinigh zuid en noordehjker. De breete van dit eilant is veAheiden: mJer wort in zijnen omdek op ontrent drie hondert mylen begroot. De Noort-kuft van Java heeft zeer fchoone inhammen, bochten, baeyen, havens,en neeringrijke koopftedenren leggen

ZEEeri L A N T - R E l Z E . it>f leggen der onder vele andere kleine Tien o f cwalef mylen van Batavia eilanden in zee. leidt de vermaerde cn kooprijke ftad Het eilant Java was in vorige tijden Bantam, daer d'Engelfen een loosje J a v a in t w e e r- in verfcheide en vele kleine koningrij- hebben, en den meeften koophandel ten ver- ken verdeilt: naerdien ieder ftad van drijven. dnlc eenigh belang onder een byzonderen D'inwoonders, de Javanen, iseenAerten koningen opperhoofdigen vorft ftont ftout, wreer, hertnekkigh en moedigh j j " . en befticrc wierr. Maer heden wordt volk $ bruin van kleur, plac van aen- nen. gantfeh Java door twee opperhoofdi- gezichc, hebben dun , krten pekge vorften bezeten: d'een is de keizer zwarthairjgrote wijnbrauwen en hoovan rJftlataram, en d'ander de koning ge kaken. Zy roemen zieh een oude van Bantam. volk , en van de Sinefen herkomftigh D'eerfte bezit het grootfte gedeel- te zijn: gelijk zy ook, als de Sinefen, te des eilant, na 't Oofte: en d'ander kleine oogen met groote ooghleden het kleinfte gedeelte na 'c Welte: want hebben. na de Mataram, (alzoo wert de keiDe mannen zijn fterk van leden, en zer gemeenelijk by d'onzen, na zijne wel tot den oorlogh gefchikt: de vrouhof- en hooftftad Mataram, genoemr, wen vallen doorgaens klein. en anders ook keizer der Javanen en De mannen hebben een katoen Rieding. van Groot Java) eenigen der oude kleetje, tweeof driemael om't lijf gekleine koningen van Java, met ge weit flagen: dar luiden van vermgen met der wapenen, had t'ondergebraghr, gout geeiert, ofgebloemt of geftreepc heefc hy zedert zijne heerfchappye dragen. over die overwonne geweften, nahet De vrouwen hebben het kleetje van Oofte gelegen, uitgebreit. onder d'armen tot aen de knien. A n De keizer,die by mijnen eijc het ge- ders loopen zy naekc, en bloots voets. biet over hec grooefte gedeelte van Zommige mannen hebben eweeof Java voerde, waseen jonge vorft, Sott. drie vrouwen: en houden daer en bouhounan lngelaga geheten , eneen ven noch verfcheide bywij ven, na een zoon van Sultan Mahomet. ieders ftaec en vermgen. Onder deze twee machtige opperZy maken weinigh zwarigheits van hoofdige vorften moeten verfcheide liegen en bedriegen. andere buigen : hoewel'er noch verDe aenzeegehegeJavanen zijn Maj fcheide groote landen zijn, die onder homecanen van leere, die zy voor on- dienfte byzondereeige Heeren cn heerfchers trenchondercen vijftigh jaren aengeftaen, inzonderheit lngs de zeekuft, nomen hebben. Te landewaerts woo^ daer zommige met volkome mache nen noch meeft heidenen, die niet eeheerfchenengebieden. Ook ftaet de ten, dac leven onefangen heeft. ftad Batavia ,en onderhoorige lantftre- Zy houden hunne raetsplegingen ke, onder het gebiet der Ooftindifche als de hitte over is, tot midden in der nacht. Maetfchappye. Verfcheide kooprijke en welbeHet eilant is doorgaens zeer vrucht- vruetaS t e d e n , bouwde fteden leggen op Java , in- baer; maer om d'on bereis bare cn on- Waerheit zonderheit op de binnenkuft: als, te gebaende wegen van binnen by velen UndT van be ginnen van 'c Oofte na *c Wefte, de noch onbekent. Java. ftad Balambuam, Panarukan, PajfarMen heeft'er zeer hooge bergen, van,Joartan, Surabaaya, Brandaon, die mec hunne kruinen boven de wlSydayo, Tubaon, Kajaon,Japare, Pa- ken uitfteken, inzonderheit de pepertt, Dauma, Samarang, Mataram, des bcrghna'tZuide. keizers hooftftad. Daer zijn ook groote Wilderniflen Voorts leggen lngs de binnenkuft cn boflehen,die den onzen noch ten van Java, Weft waerts aen de zee, de vollen niet bekent zijn. RedmTaggel,Charabaon,Dermayaon, Tuflehen Batavia en Bantam, na Manukaon en Karavaon. Daerna volgt 't Noorde, leggen volkrijkc landen en de ftad Batavia, dieby d'onzen beze- j fchoone rijsvclden, en vol tarn en wilt ten wordr, dier befchrijving wy aen- i vee. ftonts op'c korftc cn bondighfte zullen Daer valc zout en zwarte peper j Bb 2 maer laten rolgen.
e Z C e r va 1 G o S 4

196 G E D E N K W A E R D I G E In Hooimaent is derijsenhetzuimaer is zoo goet niet, als de Malabaerkerriec rijp. fe peper: ook rijs, en byna alle Ooftin Herfftmaent is'er de zon op het indifche vruchten in overvloet. heetfte In de boflehen vallen veie fchoone In Wijnmaent zijn'er de boflehen vruchten, die alle te Batavia ter merkt vol vruchten. gebraght worden. De temperen matigheit der lucht Men heeft'er veelerlei vifch, en verkers, offen , fchapen, en ander tarn veroorzaekt aldaer zoodanige vruchcvee, die (choon en fmakehjk vleefch baerheit en voortteeling van alle dinhebben. Daer is ook veel gevogelte gen, dat'er weinige landen gevonden en wilt gedierte : en in de boffchen worden , of zy zullen gewi lighhjk fchrikkehjke groote en boofe tygers, voor den rijkdom van dir gewell w i j rhinofters, en andere wreedeen wilde ken : want waer wort'er meer vee en dieren. Inderivieren houden ook kro- gevogelte van allerlei flagh cn aerr,als kodillen, Kaymans by d'Indianen ge- ook zee-cn ri ver. vifch, en her geen in fchulpen en hoorens fteekt, (d^.rGod noemt. de Heer tot onderhoudr van's menTempet Wat belangt de lucht van deze lchen leven gefchapen heeft, J als alder lucht i j , die is, mijns oordeels, zoo daer in en om dir eilant gevonde ? en zai' -r \ De verfche wateren, die de ftad Bafoenen matigh, getempert, f n k h en cezont d e * jaers. i i d s i n ganrfchIndien. D'Oofte tavia in twee wijken van een feheiden, en Werte winden waeien aldaer her enmethunne klare en blinkende ftrogantfeh jaer lngs de wal, met de ge- men uir de roppen van her geberghre meeneiarit en zee-winr. komen nedtrd den, vcrdcclen hunnen De getijden of faizoenen hebben loop in verlc'eide fpruiten < f Icheuhunne verandering aldaer, evenals in ren Deze fpruiten doorfmjden en Europa: uirgezondert dat de zon den doordringen d'omhggende landtftrcin woonders tweemael boven het hooft kc, en komen weder omrrent Batavia fchijnt. rezamen: alwaer zy zieh dooree* en De zoetfte tijt van ' t jaer begint in montinderuimezee uitgieren ,en het Gnsmaent,enduurt, met een door- al verquikken, war zieh lang h^ren gaendeOofte wintcnhelderenhemel, groenen water kant,en in de ftad en hatot Slachf maent toe : als wanneer de ven ophoudt. ftormtijt begint aen te komen, met een donkeren lucht cn regen, die by wijlen drie of v er dagen,en meer,achter mal- S t a d B A T A V I A . kanderen aenhoudt, en al het lge lant blanken onder water zet: waer door ~T\E ftad Batavia, alzoo by d'onhet meefte on gedierte gedooten weg- ^-^ zen voor vele jaren , in hare eerfte genomen worc, dat anderzinrsgroote opbou wing,genoemt, wiei t te voore, fchade aen d'aertge waflen zou doen. en noch heden by de Javanen cn SineDeftormtijreindighr in Grasmaent: fen, Kalappa geheren, te wtren, na de als wanneermen weer een klaren hevrucht van zekeren palm- of kokosmel knjght In Wintermaent nemen d'onguure j boom,diedaer ontrenr uvcrvloedigh Wefte winden daghelix meer cn meer voortkomt, enindewildernis plagh toe: en kan de zee dan naulix bevaren tc groeien : wiens vrucht de Jav anen Kalappa noemen. Anders wordt de worden In Sprokkelmaenr waeitde Wefte ftad ook den naem \zt\Jakatra by de wint met ongeftu me vlagen: en de we lndianen gegeven,welke naem afkomgen worden week en waterrijk. Dan ! ftigh fchijnt te zijn van zeker boomweerlight endondert het met feile fla- gewas,dat d'Indianen Jakkas, ende gen. Hollanders Schrookzak noemen. Niet lang voor de komfte der MooI n Lenremaent wort'er weer gcgezaeit: deze maent verfchafc ook ren of Mahmeranen in Indieri, was Bataviaflechtseenopenvlek enwert fmakelijkefruic. In Bloeimaentishct aldaer de zoet- door Heidenfe menfchen bewoont. Eerft was hetflechtsmetftakerrenvan fte tijt van't jaer. bamboe
a n c o u w e r a s e e r

Z E E

cn

L A N T - R E I Z E .

197

bamboefen gefterkt; maer is allengs De barmte, onder de muur, Is met tot een ftad aengegroeit, wanneer de dikke fchaalen befchooit,en wiert des inboorlingen hec oorlogh tegen den jaers zeftien hondert en zevenrigh met koning van Bancara en andere nage- een heggevanwitten hagendoorn,van buuren hadden opgenomen , enlofte- drie voeten breet, eh ontrent vier roelijkuitgevoert. den van de muur, beplant. De ftad Bacavia leit op vijf graden De ftad heeft in hare muuren vier 50. min. zuider breete, aen de binnen- voorname poortemwaer van twee zeer kant en Noortzijde van het eilant Ja- koftelijk en bouwkunftigh aen de va,op een effen, doch lageen morafn> Zuidzydeopgemaekczijn. D'eene is ge vlakte. Zy is vart vore, ten Zide, geheren de N ieuwe poorte, en d'anmet eencilantrijke zee, en van achte- dere Dieft. D'eerfte wierdt desjaers ren , ten Noorden, met fchoone bof- zeftien hondert een en derrigh, cn d'anfchen en hemclhooge bergen omringr. dere des jaers zeftien hondere zeven en Zy wordt met een riviere in de lengte vijftigh, door den vermaerden bou wdoorfneden, en in twee wijken ver- meefterenlandtmeter, Johannes Lideilc: leit in cen Vierkanten muur, van Z* gemaekt. De derde poorte ftaet karaelfteen, beflooten, die met twee aen d'Ooft-zyde,, en heet Rotterdam, en twintigh vafte bolwerken en punten en de Vierde, Uitrecht,acn de Weftgefterkt is: met name: Amfterdam> zyde. De ftad Batavia is aen of in een zeeMiddelburgh , Delft , Rotterdam, Hoorn tEnkbuizen, Vyanen, Gelder* boefem, of bay gelegen, die ten Oofte l&nt, Catzenellebogen^ Oranje, de tot aen een hoek of kaep , Karowan Nieuwe Toort, Holland:a, Dieft, genoemt, cn ren Wefte toc aen den Naffou, ZeelantJJitrecht, Vrieslant, Ruigen Hoek ftreke, na de ftad BanOvery/felyGroeningenyZeeburghiKui- tam toe, die, ontrenropeen zelve ftreke, twalef mylen van daer leit. lenburgb, etiMddelpunt. Bb 3 Bin
in

198

G E D E N K W A E R D I G E

binnen en buiten deze bay leggen nieuwe haven afgepeilt, alwaer deHaVeii zeventienofachtieneilantjes: alwaer jonken en kleine zeejaghten bequamede bulderende baren van de zee tegen lijk knnen leggen. Alle vaertuigen, aen ftooten ,en, mec daer op te breken, die door den boom komen, moecen haregramfchapafleggen : waer door zekere toi betalen. De zouthaelders meer als duizenc fchepen aldaer hec geven een, en de ftcenhaelders twee ganrfeh jaer door op de ree vry en vei- realen. liger voor alle winden bevrijt kunnen De ftad is metbreedebuitengrachleggen,als eiders in de gantfehe werelc. ten omringt,dieop zommige plaetfen Kleine vaertuigen en fpeeljaghten zoo diep zijn, dat'er niet te gronden loopen dicht aen den w a l , en zetten is: inzonderheit wanneer de zee haer zomwijlen in de modder, zonder een met een fpringvloet tegen de ftromenanker te laten vallen: o f in den bin- de riviere aenzet, dan ftaet het water nenkanc, aen wederzyde van de r i - doorgaens met den boort van de vier, daer becer gront is: welker water- barmtegelijk,en houdr eenige ftraren loop mec ewee hooge bakens wort aen- buiten de ftad mee blank en onder water: waerommen dezelve dan qualijk ge wezen. De riviere is aen beide zijden met gebruiken kan. zware ftukken van korael-ftecn afge- Alle blokken, erven of perken der Boom. d i j k t , tot dicht aen den boom, die al- ftad z i j n , na gelegenrheit van hren len avonts ten negen uuren toegeftoo- aerten plaetfe, welgefchikt en fraei ten, en met foldaten bewaerc worc, die geleght: want de meefte huizen hebontrent het tolhuiseen fterke krijghs- ben luftige achter-plaetfen en fchoone waghe hebben. En ten einde de door- hoven, die met boomen en veelerhantoght der genoemde riviere wat zou de kruit en bloemen beplant, enmet ontlaft worden, wierdc aldaer, desjaers warerputten, pompen en bequame zeftienhondert zeven en zeftigh, een gemakken verzie.n zijn. De
r

Z E E - en L A N T - R E I Z E. t 9 De (trten leggen alle opeen rechte alleraenzienehjkfte, in heerlijke huilijn,en zijn doorgaens derrigh voeten zen en gebouwen,is. Zy is aen wederbreet, enaen wederzyde,buiren de lc- zijdc dicht betimmert,en,gelijk meer ningen der huizen, met een voetpt andere,metveelerhande boomen bevan gebakken fteenen beftraet. plant , die hun groen gewai wijd ert Men heeft'er acht, zoo rechte als breet uitbreiden, en den wandelaer dwersftraten, die alle dicht betimmert zommiger wegen, met hun luftige, zijn,en wel bewoont worden. Waer dichte en lommerrijke fchaduwe,daer onder de Prin fe-ftraet een van de voor- geen zon kan doorfchijnen , verluftinaemfte is. Z y loopt uit het middel- gen. D'oeverismet gehouwe fteenen puntvan de burght of kafteel, regel- ten water uirgetrokken", diemeeftenrecht op het raethuis aen, en wrt met deelanderhalve voet breet zijn. Zy twee dwarsgrachren doorfnederi,en in is op vier plactfeamet vier overwclfdrie deelen verdeilc. de fteene bogen, van twalef voeren Naeftde Pnnfe- volghtde Heere- breet, overflagen. O p het eind is een ftraet, die haer begin aen de Noordt- houte brug: gelijkaenftonts zal gezeit zyde vandebinnengrachttegen over worden. het kafteel heefr,en ftrekt haer, meteN u zullen Wy vah deftadsbin nenne rechte ftrepc, na het hert van de grachr, achter de huis- timnierwerf, alNieuwe poorre toe. waer ook de gefchurgietery ftaet, beD'eerfte dwersftraet aen d'Ooft zy- ginnen. de der ftad voert den naem van den Deze gracht heefr drie bruggen. gewczen lantdroft JanFirment, mifDaer aen volght de Kaymansfchien uit oorzake hy de meefte hui gracht, met vier bruggen. zen aldaer op zijne koften heefc doen Dederde isde Xygers-grachr,daer bouwen. vijf bruggen van koraelfteen over legDe tweede#ort de Merktitraet ge- gen : uitgenomcn d'eene voornoemt, noemt : ' daer de derde, de Petvijns- die na 't Zuide leit, en van hout is. ftraet geheten, tegen aen zier. D'eerfte dwers-gracht is de ftads De vietde is de Gafthuis- ftraet. In binnen brghwal, met eene brugh. liet inkomen uit het kafteel \'an de Daerna volght de Groene gracht, zonPrinfe ftraet, is de Prinfen-fteegh, aen der overgang of brugh. delinke-hant. De derde wort de Leeuwirine-grachjt Alle deze ftraten en ftcgen voor- genoemt, en loopt onder zes bruggen noemt leggen aen d'Ooftzyde van de door,van de Middelpunt af,regelrecht groote riviere, daer wy nu zullen met na de Rotterdamfe poorte toe. gedaghten over varen, en aen d'andere Ten leiten volgt de Binnen-gracht, zyde weer re lande treden. met eene brugh overflagen. aldaer zietmen de barmte wijd eh Deze zijn alle de binnen-grachten breet met boomen beplant, en dicht en burgh wallen van de Ooftzyde der betimmert. De huizen ftaen'er alle op ftad. een rechte l i j n , enloopendicht opde NU volgen de grachtcri van de Weftzyde. poorte van Dieft. D'eerfte ftraec, in dit gedeelte der D'eerfte is de Jonkers-gracht, met ftid, isdejonkers-ftraer, die door een drie bruggen. dwers-gracht in tweeftrarertwrt verDe tweede wortdeRinoftersgracht deelt. genoemr,en heeft ook drie bruggen. De tweede ftraet looptdwersdoor De derde isde ftads-binnengrachti dit deel der ftad heen, en begint van daer drie bruggen overleggen. D'eerfte dwarsgracht na'cNordei de Punt Uitrecht: waerom zy ook de isde ftads binnen-grachr. Uirrechtfeftraetgenoemt worc. De tweede ftoor regen de timmerW y zullen weer te rugh treden, en de binnen-grachren cn brghwllen, werfaen, en worc de Javaehfe grachc bezien,dicde ftad geen klein gemak genoemt. De derde heet de Sineefe grachr, die en cjeraedt toebrengen. Men telt'er in alles vijftien grach- eene brugh heeft. O p mijne aenkomfte te Batavia ten: waer onder de Tygers-gracht de heb
9

G E D E N K W A E R D I G E fcob heb ik eenige maenden op deze gracht i De vergaderkamer, alwaer de kergewoont, ten buize van een burger, kenraer t'zamen komt, is met dezelve Marten Klaefz.,gebynaemt d'Yrsman, netheic en pracht van bouwftoffe geAlwaerik dezegracht aftekende,vol maekt. Die gebouw is van binnen zeer ruim gens de nevensgacnde af beelding, tot en luchtigh, en met vijf kopere krooaen de muur van het kafteel toe. De Vierde dwers-gracht begint van nen verejerr, die uit Hollanc gebraghr, de Punt Vrieslant, en loopt regelrecht en aldaer opgehangen zijn. In d'andere wijk der ftad wierd, by onder drie bruggen door, na de Nieumijn aenwezen,eene nieuwe kerke gewe Brugh cn V ifehmarkt toe. Daerna volght de ftads-binnen- bouwt, daer daghelix dapper aen gearbeit wiert. Het metfei werk was toen gracht, met eene brugh. Deze zijn alle de grachtenen burg- meeft volroit, en van gebakken fteen Wallen van de ganffche ftad: daer in cicrlijkcpgehaelr. alles zes en vijfcigh bruggen overgeOp het kafteel is ook eenachtkanflagen z i j n , die rneeftendeel metko- tigkerkje, dat desjaers zeftien honderc raelfteen en bequame boogen opge- vier en veertigh begon geftighr ce wormrtlclt zijn: behalte die over de bui- den. Het is van binnen zeer licht en u n grachten geleit,en met valbruggen helder, en met een plat dakoverdekr, en hoge ftaketfels, verfcerkcen roege- dat op twee houte zuilen ruft. De vloer is mec witte en blaeuwe geflepe fteetakelt zijn. nen, cjerlijk en kunftigh toegelcidc. De bovenfte luchegaren zijn mt fcho* Gemeene Gebouwen der ftad. negebrandcglazen, en beneden mec gefpouwe rottings, na de wijze van KR U IS-K ER IC Indien, verciert cn geeftigh uitgeftreken. Het geftoelte,cniji'at er meer gei~\ Nder de gemeene gebouwen der zien wort,is van Kijaaten,en ander koftad is de Kruiskcrk zeer naem- ftelijkhout,onverbeterlijkgemaekt. haftigh en aenzienehjk, die des jaers zeftien hondert en veertigh van Wirten korael-fteenopgemetfelten bouw. RAETHUIS. kunftigh geftightis. In het midden van het dak ftaet een O Et raethuis ftaet byna in hetmidtorent je, dat zeer acrdigh met boogh-* den en hertje van de ftad , op een ftijlen en yzerwerk, onder den weer- groot en effen plein. Het wierdr op het jaer zeftien hondert en twee en haen, verheven en overtogen is. H e t heeft flechts eene klok , die vijftigh van gehouwen en gebakken niet geluit wort, dan als men preeken fteen gebouwt, heefc ewee verdiepingen, en gaet met een wendeltrap na zal. De hoek en bovenftefteenen,op de boven. D'ingang is recht in het midfpitfen van de gevels, zijn alie mec den,en, na de Korintifcheorde, bouwheerlijke en prachtige cieraedjen uit- kunftighopgehaelt,en boven met een gehouwen, en boven opde punt met (teene wandelry verzienen gekroont: cherubijnen geftv.fleert. daer men uit d'opperzael kan mtreden, Maer de tijt, die het al met zijne fta- en na buiten zien. Als'er hals-rechr gedaen wordt,dan le handen verbrijzelt, heefc dit gebouw, inkorre jaren, niet weinigh van recht men voor het raethuis een ichazijnen uitwendigen luifter ontbloot, vorop. De venfters van dit huis zijn alle, na door de lucht, die yzer en ftael verteert, en hier in deze geweften veel de mate van het werk, zeer hoogh en hongeriger toehapt, als in de landen heerlijk,en metglazenen yzere trajicn, yan Europa. verlichten tocgeftelt. De preekftoel en zitphetfen der Aldaer hebben de Heeren Raden overheden cn bevelhebbers, zijn alle van den gerechte hunne zitplaetfen en zeer net gemaekt, en met yzer en eb- vertrekken: desgelijx de Heeren Schebenhoute ftukken treffelijk uirgeftre- penen,Weesmeefters en bevelhebbers van ken.
> 1

Z E E - e n

L A N T - R E I Z E .

Vn geringe zaken: beneffens de Hee- Ieveri, ingebrght: zoo datier bywiji ren van den burgerlijken krijghsraer. meer als twee ofdrie hondert te verDebinnenplaetfe is aen wederzyde zorgen zijn, die alle met bequame met een hoogen fteenen muur, op een ruftplaetfen en vertrekken genjft khbreedevoet, met dubbelde zuilen, nen worden. Ook zijn'er huizen en gebouwen bouwkunftigh befloten: alwaer de gevoor d'opzienders, en hun gevolgh weidige hooftman, met andere dienaers van den gerechte, hunne wo- en dienaers, die alle zeer zindelijkge* ningen hebben. Daerneftens isde huisveft zijn. Aldaer woont de geneesmeefter, apteker, wondtheeler* boeien en bekommet kamers. Aen den Weftkant van den ingang ziekentroofter , boekhouder , fchatwoont de ftokwaghter met zijn volk. meefter, en oppafler met zijne flaven, Dit werk wierdt by mijn tijt alles die het huis helder en fchoon houden j vernieuwt, meteenheerlijk aen zien, en den zieken handtreiking doen en nahet groot buiten-plein. Het ftrekt verbedden zieh van de Tygers- gracht tot aen de Alle deze luiden worden Vn de ge meene Maetfchppye onderhoden en Heeren-ftraet. rijkelijk beloont. Behalve deze zijn'er hoch drie GASTHUIS. voorname Heerert van dezelve Maetfchappyegeftelt, die op alles toezight 13 Et gafthuis ftaet op den kant van hebben, en ieder; weke de fchouwe de groote riviere, die door de ftad doen, en onderzoeken wat'er omgaet: ftroomt, tuflehen de Nieuwe poor- inzonderheit of'er ook zieken bevon* te, en tuflehen de pootte Dieft. Daer den worden , die wederom dienft in worden alle zieken en kranken ,die kunnen doen. anders geen middel hebben,orn van te" j Binnen hec beftek van den muur is Cc cen
1 J

G E D E N K W A E R D I G E 201 een p'ein, met boomen beplant, tot verluftmg en verquikking : alwaer men na de riviere kan uirgaen, en V L E E S C H - H A L L E N * lngs eene houte fteiger in het water T"\Icht op de kant van de rivier, klimmen,om zieh te ververfthen. over ' t water, ftaen twee vleefchDe krankbezoeker doet'er des morgensendesavonts hergebedt, het hallen of flachrhuizen, dicop palen cn welk met het luiden van eene klok, die houte flutten geveft, en met kiaten in eene dak-tooren hangt, aengevan- planken befchocen z i j n , onder een gen, en meteen geeftehjkenlofzang verheven pannendak. Alle vuiligheden, die het flagh ten der beeften gegeeindight wort. De preeke wort alleenlijk des zon- menelijk met zieh fiepen, kunnen bedaghs gedaen , door eenen voorlezer: quamelijk in de rivier gefmeten worwaer in een iegelijk gehouden is te ver- den. Alle weeke wort'er, tot gerijfder infchijnen, 'ten zy door zwakheit belet, woondcrs,tweemacl geflagc. Deflaghom uit den bedde tegaen. ters hebben iederdaer byzondere Danken, om her vleefch uit te veilen, voor SPINHUIS. zoodanige waerde, als daer d'overheic het op geftelt heeft: hoewel de meeften het zelve na hungoetdunken en Aer isook, tottemming van het lichtveerdigh, ondeugend en on- welgevallen verkoopen,zoo dieralfle tuchtigh vrouwvolk,een fpinhuis o f kunnen. Het runtvleefch gold by mijnen tuchthuis opgereghr. Her heefc nergens geen uitzicht, als tijt vier ftui vers hec ponc: desgelijx het na den Ooftkant van de burghwal: verkenvleefch : maer het fchapenalwaer eenigh yzer rraliewerk in de vleefch is'er dierder: uir oorzake rijke deure gemaekt is, dac van binnen mec luiden daer zoo veel voor betalen. AI het vee, dat er geflaght wordt, een houten venfter, (dat niemant als d'opzienderonrgrendelen kan) bebol- moec door den pachter gewaerdeertof werkt is. Aldaer wordc d'onkuisheit getaxeerr worden: waer van de flaghgeboeie en opgefloten, en geftadigh ter, zonder eenige tegenfprake, de aen hec werk gehouden,om hare licht- tiende penning betalen moet. Maer vaerdigheittebetreuren, eneen leven ingevalle de waerdye te hoogh genote leiden, dat eerlijken luiden gene men was, na het oordeel van alle de flaghters, zoo moet de pachter het hinder noch ergernifle toebrengt. Over den omflagh van dit huis zijn, zelffte voor den eigenften prijs behouuit de wetvergadering der fchepenen, den. twee Heeren geftelc, die 't zelve in orde houden, neffens een vrouwsper- (jemaefye KJmen^ix Stoffefoon, om het huis te bewaren, en het merkf. volk op een caxt te zetten, die zy alle daeghs moeten afdoen, of hebben de geeflelzweep te verwachten. Maer \ En den Weftkant van het groot zware mifdaden, die de tuchtelingen ^ pleyn, na d'eene zyde, tegen het komen te begaen, worden aen den raet raethuis, ftaet een huis ofbeurs, daer van den gerechte opgedragen. in allerhandeftoffenengemaektekleeAlle Zondaghs wort'er voor dit ren, gefchildert en ongefchildert Jylichtveerdigh vrouwvolk, om haer de waet, beneffens veelerleie krameryen, vreze Godes in te fcherpen, eenepre- en winkelwaren, dof de Sinefen verke gelezen, in tegenwoordigheit van kocht worden. devoornoemde Heeren , die een iegeDe Sinefen hebben aldaer hunne l i j k , op zware ftraffe, moetgehoor byzondere winkels, daer voor zy alle verleenen. maenden drie rijxdaelders aen den pachter betalen moeten, die gehouden is van den ontfang rekenfehap te doen, en hec huis fchoon en klaer te houden. Dit
1

E E-

cn

L A N T - R E I Z E .

*o

Dit huis of deze burs is van hout opgebouwt , en met kijate deelen befchoten, die na boven toe aen het dak getralijt zijn, om lucht te fcheppen. Het heeft van binnen vijf doorgangen, die aen wederzijdein ohderfcheidelijke winkels verdeelt zijn: en van buiten vijf ingangen ,die nachten dag open ftaen: dewijl de koopluiden des avonts hunne waren opkramen, en des morgens die weer vordoen en ten toon ftellen, voor een icgehjk, die luftighiswatte kopen: daer de Sinefen eeneniegelijk, met ongerrieenen y ver, toe aenlokken:'t gden hen niet fcheelt of het mec bedrogh of oprechtigheit toegact: indien'erflechtsvoordeel aen vaft is. Dies men daer voorzichrigh moet te werk gaen: of men wort befpoc. Men kn aldaer anders zijn gerijf beter bekomen, als eiders, daer dat Volk zijne groote Wihkels heefc, en geweldigh op zijne achtbaerheit fchijnt teftaen.Inzonderheit wanneer heriemanc aentreft, dien zijn baetzuchtigen aet t vreenvt en onbekent is.

Stadt

Tderden-flal.

A End'Ooftzydevanhet ftadhuis is ^ e e n aenzienelijk gebouw opgerecht, en gefchikt tot een ftal voor deJ paerden. Hetisgancfch,vanonderen cot aen den top, van gebakken fteen opgemetfelc, en cierlijk uitgeftrekenj onder een hoogh pannen-dak, Hec is van binnen mec rekken, kribben en draeiboomen,zeer wel verzieni en doorgaens mec grove hartfteenen beleic, die met goten en verheven ftallingCn zoodanigh gemaekt zijn, dat men de mift van de paerden mec gemakkan weghnemen ,en verfpoelen. De ry-plaetfe is heel Iuchtigh eil breec: desgelijx de deuren : alwaer" men aen oeiae zijaen in en uitrz;t. D'eene deur ftaec na hec Zide, dicht op den kant van de ftads binnengrachc: waer door de paerden ce wter worden geleiten gewaflehen. Behalve de koets en wagen-paef* den, ftaen aldaer gemenelijk meer als Cc x hon-

hondert ftuks op ftal, die daghelix door berijders worden afgeright. De befte paerden komen uit Perfien en Arabien, en koften de Maecfchappye aldaer veelgelts: zoo dat d'onzen menighmael voor ieder paerr aoo. rijxdaelders en meer, moeren geven, die noch nergens na van de befte ftal is: want de befte paerden willen de Perfianen om geen gelt afftaen. Het is aenmerkens waerdigh, hoe zindelijk de Perfianen dezelve opqueeken, en, zonder (lagen, na hun hant wennen. Dierhal ve laten zy zieh van onze ftalmeefters, die in t gemeen met fcherpe fpooren en flaghriemen gewapent zijn, zeer langzaemen traeg temmen, en roomkeerigh maken,eer zy al doen wat een ruftigh en afgerecht ros toekomt, om zijnen berijder in geen gevaer van hec leven te brengen. Van Japara, en andere plaetfen, op het eilant Java gelegen, worden ook vele paerden op Batavia gebraght: maer moeten in alle deelen voor de Pcrfiaenfche paerden wijken.
f

Zommige laten hen wel en gemakkelijk handelen, en doen hun dingen treffelijk, wanneerze flechts van den beginne af, door cen goeden pikeur, worden afgeright. Maer het meeftendeel is de bek al gebroken, eer zy op Batavia komen. D'inboorlingen berijden die alle met een watertoom, waer aen de kin. ketten zoo hecht geklonken is , dat men die niet verfchakelen kan. Hier door flaen hunne paerden de kop in de lucht, wanneermen diemer gene loflereugel wil laten loopen. Om hen dit gebrek t'ontwennen > zoo gebruiken onze berijders den fpringriem,daerdit moedigedier door geremt worc. Het Sinees Siefen- en Oude* atmen Huis, r\ P de Rhinofters-gracht, allernaeft het fpinhuis, ftaet het zieken en oude-mannen-huis der Sinefen. De plaetfe is met cen hooge fteenen muur

Z E E -

en

L A N T - R E I Z E .

ZOf

muur beiloten , en heeft bequame Weeshuis : waer in alle oderloZe vertrekken, en een luftigh voorhof,om kinderen, die hunne oudersin hunne kintsheit verlooren hebben, opgevoet de zieken te verquikken. De bouw wierdt ophet jaer zeftien en groot gemaekt worden. Het is met een hoge fteene muur hondert zesenveertigh begonnen en voltooit. Daer in worden alle zieken omringt, en van binnen met bequame en ouderloozeweezen, als ook die ge- verrrekken voor de bedienaersder we ne nootdruft hebben omvan te leven, zen verzorght. Dit huis heeft, mijns wetens, tot ingebraght,enuit de gemeene middenoch toe gene inkomft maer heeft len onderhoden. zijn onderhoudt van den daghehxen Die toneel-fpeelen of vuurwerken giften godspenning. aenrechtcn,of trouwen, of hunne dooden begraven, moeten aen dit huis de gerecht igheir, daer toeftaende.beta- Stadt \4eeflers enKjme* len Ook wort'er van de rijke Sinefen, binnen hun leven, en by uitterfte wil, naert huit. veel bygebraght. Dies dit huis een A End'Ooftzyde, in eene hoek van goet in komen heeft. de ftad, is het begrijp of woonD'opzicht isaen twee Neerlanders, cn aen twee Sinefen, bevolen, die, nef- plaetfe van alle kunftenaers en handtfens eenen Sekretaris,ordeop het geen wcrksluiden, die in dienft van de ftellen, dat moet gedaen en gelatcn Maetfchappye zijn : als huistimmerluiden, molenmakers, metfelers,geworden. fehtgicters, fteenhouwers, beeltfnijWeeshuis. ders, fteenleggers, fchilders, fpiegelC\ P het eind van de Weft-kant van makers, glasblazers, draeiers, metaelbranders, landtmeters, ingenieurs of ^ de Rhinofters gracht, ftaet hec Cc 3 ver;

a o

G E D E N K W A E R D I G E ftelingen, goutproevers, lctter-' fteenen opgemetfelt, en met fraeie kavernur mers en plaetfen verzien. fnijders, tinncgieters, waterwerkers, In het midden vandcdeur, na de kaertemakers, tekenaers, enz. Alle ftad, iseen fchrijfvertrek, daer de boedeze luiden hebben aldaer bequame ruft en arbeit-plaetfen: behalve die ken gehouden worden : met een geder Maetfchappye lijf-eigen zijn: al- mak voor zee- en paskaert-makers. Aen deze werf worden alleenlijk waer drie Duitfchenhet gezagh over kleine jaghten en roei- en vlotfchuihebben, om die aen het werkte houten gebouwt, die men gebruikt om na den. Daer is noch een wondtheelet en de ree te varen, als'er wat te laden of re fchoolmeefter ,die des avonts hetge- loffen is. Maer de groote fchepen bedt onder de timmerloots doer: al- worden aen het eilant Onxuftvertimwaer een ieder, op verbeurte van ze- mert, dat ontrent een myle van Batakere boete,gehouden is te verfchijnen. via , na 't Wefte, leit. Het is fterk be* Alle deze luiden ftaen onder het fchanft, en met ruirae pakhuizen voor gezagh van den bouwmeefter dezer grove waren, daer de fchepen mee geftad, die aldaer een zeer fchoone woo- ballaft worden, verzorght. ning heeft, beneffens eene fchrijfkamer voor twee klerken. Alle die, om hunne bedreve misLijnbaen. daden, verwezen zijn , om eenige maenden ofjaren in de ketting te gaen, werden aldaer geklonken, en door eenen fterken krijghswaght bewaert ,en T \ E Lijnbaen leit tegen de timmerwerf over,in de hoek der ftad: altot zwaerder werk aengewent. waer de tou wdraeiers op den binnenbDeze plaetfe wordt des avonts ten barm een lange en luftige loopbane negen uuren toegefloten, endoor lijfhebben, onder het geway enlommef eigene flaven van de Kompanjie bevan grote nooteboomen. waert , tegen allen oploop en onraet, Hunne wooning ftaet'er tegen over, die onder zoo vele verfcheide menop cen klein eilant: alwaer de weverye fchen lichtelijk zou kunnen veroormee aen vaftis. zaekr worden. Daer lngs, weftwaerts o p , ftaen Aldaer had ik ook voor eenen tijt 's Kompanjies pakhuizen, alwaer de mijne ruftplaetfe en kamer; alwaer ik peper, kaneel, rtooten, nagelen, bloedeze befchrij ving van de gantfehe ftad men of foely,ontfangenen uitgegeven Batavia, en wat daer ontrent getekenr worden. is, ontworpenheb. De bevelhebber heeft'er zijne by* zondere wooning ^Pakhu'iT^en vetn tgilen Het IZjjs-pakJotiis.

touyperk*

A den zeekant, in hetinkomen van de groote riviere,aen de rechtehant,is eene bequame plaetfe tot de ftoffen en gereetfehappen van den opbouw der fchepen en zeejaghten gefchikt,diete Batavia, en voornamelijk aen het eilant Onruft, opgebouwt en vertimmert worden. Aldaer zietmen de pakhuizen voor zeil en touwerk : als ook de fmits en blokemakers winkels : en het huis van den Uitruftmeefter. Dit is een zeer hoogh en fterk huis, van gebakken

T~\Aer ontrent, aen het bolwerk Amftcrdam,ftaet hetrijs-pakhuis, dat mee van geen klein begrip is t alwaer men door cen deur na buiten kan komen, en de vraghtfehepen waernemen en ontloflen. Dit pakhuis wiert by mijn rijt vertimmert , en desjaers zeftien hondert cn zeventighj met een hoogen fteenen muur, uit den gront opgehaelt. Het vierkant is eene plaetfe, die aen de binnen-werf ftoot, en met een fteene muur befloten is : alwaer d'algemeeae

Z E E - en L A N T R E I 2 fe. if meene ontfanger zijne wooninge en j De vifchkoopers of mijnders zijn rekenkamers heeft: als ook de boom- all: Sinefen, die hunne byzondere wachrers, pcnnmgmeefters,en wont-! banken hebben, daer zy alle maendert heeler, die 's Kompanjes dienaers ,al- i twee rijxdaelders voor moeten betadaer woonach[igh,gaflaet enverbint. j len ,eer zy hunne gemijnde vifch mgen uicvcilen en verkoopen. D'afflager betacle terftont,na de verHet Traeuwen-hu. kooping, den koop van d'afgeflag vifch, en geniet, voor het verfchor der J Er praeuwenhuis ftaet dicht aende penningen, voor ieder read twee - rivier, en is alzoo genoemt,dewijl ftuivers. velepraeuwen of kleine vaertuigen al Aldaer kan cen iegelijk zijn gerijf daer op den wal gehaelt,en vertimmert bekomen, en tc merke gaen, na hem de worden : wanr Prao betekent in de beurs gefpekc is, en zee of rivier-vifch, Maleytfche tale een klein vaertuigh of modder of Ichelp-vifch koopenj f roeifchuitje. zoo veel of weinigh als hy begeerr. Aldaer woonen verfcheide fcheepDeze neeringduurr aldaer van des timmerluiden, en werkmeefters, met morgens ren rien uuren, tot desachzommige bootsgezellen, die zieh al- termiddaghs ten vier uuren. Dan ver* tijt gereet en veerdigh moeten houden, trekken de vifchkoopers, achter de om opde kleine vaertuigen teroeien, vleefchhal, op den kant van het water, of eiders te varen , daer het hen door alwaer een ongeloofelijke menighte denonderhoofrmanaenbevolen wortj vifchaengebraght,en metter haeft veronder wiens gezagh dit gantfeh gezel- kocht wort. fchap befcheiden is. Aen het Zuid-eind heefc d'afflager Aen de Weft kant van de kleine een bequame wooning, daeruichy alwerfftaeteen kleine wooning: alwaer les kan overzien, wat'er omgaet. de gezaghhebber mec zijn volk gehuisveft is. Toc dus verre hebben wy de voor- Ifyjf of Kporenmerfy. naemfte algemeene huizen of gebouwen, en timmerwerven der ftad, met "|H>E rijs-of koorenmerkt ftoot aldaer al hun aenfehou Welijk omtrek, en wat tegen het Noorden dwers tegen ons eerft voorquam, en het oogh be- aen, en is na die zelve fchikking, als de haeghde, gezien, en zoo nauw na het vifchmerkr,gebouwr: behalvedac'er leven waergenomen, getekent, en met gene toonbakken zijn. behulp van de pen vertoont, als ons Men ziet'er veelerlei flagh van graeenighzins nadegelegenrheir van tijt nen,die, tot gerijf der inwoonders, en plaetfe doenlijk was Nu zullen wy met kleine mate (Gantingdaer rer ftever volgens de vier groote merktplaet- de genoemt) worden uitgemeten, en fen ten toone ftellen, enmet de vifch- voorzoodanige waerde verkoghr, als merke, als de voornaemfte en nering- de merktgang meebrengt. Deze mate houdt gemeenelijk derrijkfte van allcn,beginnen. tien of veertien ponden rijs, en kan gemenelijk voor zes ftuivers gekocht F'tjchmerkt. worden. D'yk meefter heeft eene byzondere *P\E vifchmerkt leit opden Weftwooning aen het eind , en verzorght kanc van de groote riviere, en den openbaren y k , die rweemael des ftaet op houte ftutten, enis met hoogh jaers op het ftadhuis, in Lou- en Zofpoorwerk en pannen overdekt. Tegen het midden iseen huisje over mermaenc, ten overftaen van twee het water voor den afflager gebouwt : fchepenen,gedaen wordc: alwaer een daer alle viflehers moeten aenleggen, iegelijk, die maten en gewightengewanneer zy uit zee komen: alwaer de bruikt, gehouden is re verfchijnen, om vangft datelijk, byopenbaren afflagh, die te laten y ken, mits betalende van aen den meeftbiedenden wordt opge- j ieder yk zes ftuivers. dragen. Heth
1 t

208

G E D E N K W A E R D I G E

Hoendermerfy. o

jtttrentde Nieuwe brugh, alwaer men lngs de riviere, na de kruiskerke gaet, is de Hoendermerkc, daer de hoendermelkers hun vleugel-vce, met heele bennen vol, ter merkt brengen. Men koopt'er bywijle een ge meen hoen voor drie ftuivers. Maer de welgevoetfte en zwaerftezijn dierLatijnfe en (frie\[e Schoole. der. De meefte hoenderverkooperszijn alle zwarten,die men CMardijkers en Q P de Tygers-gracht is de fchoolc, Toepajfen noemt. ^ d a e r de Latijnfe en Griekfe tale Lngs deze merkt ftaen verfcheide geleert wort. Z y komt na achteren op hutjes, vn bamboefen gemaekt, daer de Kaymans-grachr uit, met een hoge in allerhande gedrooghde vifch,uyen, fteene poorte aen de ftrate. Zy heeft look, eyeren,potten en pannen te koop van binnen een fchoone plaetfc,alwaer zijn. zieh de geeft der leerlingen verluftigen kan, en is van binnen, na den aert en wijze der fcholen, in tamelijke ge(froenmerkt. ftalte. De rektor ofopper-fchoolvooght TXE groenmerkt begint aen de nieu- heeft'er een fraeie wooning. - w e brugh, en ftreke lngs de riBehalve deze hooge fchoole zijn'er noch
r J r

vier, tot aen den brugh by de Middelpunt. Aldaer vindt men allerhande flagh van boom- en aerdvruchten, die de Sinefen en zwarten aen den merkt te koop brengen, en betalen den honderften pen ning voor paght of toi. Het krielt'er van vier uuren des namiddaghs,tot des avonts toe, van menfchen : zoo dat men qualijk door den drang kan heen dringen.

109 Z E E - en L A N T - R E I Z E . Behalve de cieraet, die deze , hoch verfcheide andere hooge* fchoolen, daer de jongheic in de .duitfche doorn-hegge dit fterke flot en buiten letterkunft, goede zedcn en gods- fchanflentoebrengr, zoo geeft zyook dienft onderwezen en geleert wordt: groot voordeel aen de veften: daer daer toe zommige inboorlingen , in- men zieh, by vorval van vyantlijke zonderheit de Toepaflen, zoo toenij- feyten, dapper van zal knnen dienen: gen, dat zy voor gene andere volken inzonderheit daer men niet voor den borft heeft, als aerde', die ha weinigh behoeventewrjken. De noodige boeken worden niet al- weinigh maenden tijrs, gehen ftorm leen uit het vaderlant overgezonden: zal knnen uitftaeh. Zoo krachtigh maer men heeft'er op het jaer zeftien enonweerftandelijk werkt de lucht in hondert'Zeven en zeftigh ook eene d'opgeworpe wallen:wanneer de zon, drukkerye beginnen toete ftellen: daer het groote daghlichc, met zijne goualreetseenige boekjes met goet geluk de ftralen, aendeZuytzijde van den evenaer beginc op re dagen en na den zijnuitgekomcn. Het eerfte tijtbek wiert te Batavia, hooghften trap te klimmen. In dit kafteel woont de gouverdes jaers zeftien hondert hegen en vijftigh , door Kornelis Pijl uitgegeven. neur, of opper-ftedevobght en iandtbeftierder van Nedcrlantfch Indien, beneffens alle de Raden van Indien, Kjieel, Slot, of^Burght. die te Batavia zijn befcheiden : als ook de koopluideh van den ontfang O Et kafteel, flot of burght, leit in en uitgift der koopmanfchappen , en cen vierkante vorm, vlak tegen rekenkamers, daer de boeken van verdeftadaen, en ziet, met twee geflote diende maerttgelden gehouden worpunten, de Diamanten Robijn,over den. D'algemeene boekhouder, cn alle haer veften heen : d'eene lngs Sekretris van den Hocgcn Raet,de de Tygers-gracht, en d'andere, lngs hooft man vart de wapenkamer, de een rechte hjn, door de Heere-ftraet, geneesmeefter: de. wondtheeler en op het middel-punt van de Nieuwe- onderhooftman des krijghsvlks , en poort. alle dehulpgenoten, alstotzulken , Aen de Weftkant lbopt de riviere omflagh vereifcht worden, zijn alle dicht lngs de muur, die met een barm aldaer in welgebouwde wooningen en van de groote gracht is afgefneden. werkplaetfen gehuisveft. Waer onder Deze zijde wordt met de Weftzyde het huis van den opper-ftedevooght van de ftad, die aldaer vlak enopen boven alle itmiint, in aenzien eri leit, befloten. pfaght van heerlijke kamers en verDe twee andere bolwerken , de trekken. Peerlen Safyr, leggen na de zee toe. Het is vn gebakken fteen , met Buiten den Weftkant is hetaleffen twee verdiepingen , opgehaelt, en en laegh lant, hof, tuinen en hoffteden, zoo hoogh gefpoort, datmen hec pandie meeftendeel met fruitdragende cendak zeer verre in zee, over alle huiboomen dicht beplant zijn. zen en bolwerken heen, kan zien, en De bolwerken ehgordijnen des ka- aen een daktoren kennen , die recht fteels, zijn alle met Witten koraelfteen in hetrilidden ftaet,en zeer bouwkunuit den gront opgehaelt, en met beq ua- ftigh verhevenis.' me wooningen en fterke krijghswaghHet yzerwerk, op. den top van de tenverzorght. kap, vertoont een fchip, dat door de Het heeft zeer wijde en op zommi- wint wort omgedreven, als een weer ge plaetfen zeer diepe grachten, die haen: waer in te befpeuren is, dat de het waflend water noch wijder maekt. |i werkmeefter zijn uitterfte vermgen De barmte is des jaers zeftien hon- daer aen te koftgeleit heeft. dert negen en zeftigh, na de Weftzy- D'ingang des huis is recht in 't midde , met een hooge hegge van witte den, met een bredeftene trap; alwaer hagendoorn , zeer eierelijk bcheint: menaenwederzijdekanoptrcden, eri w-er van d'eerfte vinding met recht na binnen gaen. den Heer predikaht Heermannus BusAldaerVergadert de Hooge Raet hofmagh toe gefchreven worden. Dd in
v

G E D E N K W 210 in een by zonder vertrek, en befchikc de zaken van ftaet. Daerneftensis de Sekretarye en reken-kamer. Daer is ook een groote voorzael, die met blinkend wapen-ruigh,bloecvlaggen en ftandaerden pronkc, die de Hollnders hunnen vyanden, in verfcheide veldt- en zee-flagen, hebben oncweldight, en aldaer, tot eenlangduurige gedachtenis en zegen-prael van hunne overwinningen, opgehangen. Aldaer wordt allen avonts het gemeen gebedt gedaen: als ook aen een iedergehoor verleent,die wat te verzoeken heefc. Men heeft'er ook eeneruime wandelry en lullige binnen-plaetfe, die, doord'aengename fchaduwe van een hoogen tamarindt n-boom, noch luftiger gemaekt wort. Van daer gaet men, door een enge poorte, van de gordijn over de barmte, met een fmalle brugh,opeen fpeelhuis, dat boven het water is gebouwt: van waer men de gantfehe werf, met een groot gedeelte van't vierkanc,en hec inkomen der riviere, toc de ree toe, kanaenfehouwen. Aen hec Ooft-eind van dit huis, gaetmen door een ftaketfel, dat aen de reken-kamer ftaet, daer de verdiende maentgelden ingefchreven worden: gelijk reeds te vore gezeit is. Die gebouw is aen d'eene zyde gantfeh hcerlijk vernieuwr, en mer een fteene muur opgemetfelt. Hec heeft een platdak, envan binnen bequame fchrijf vertrekken, en ruften wandelplaetfen. De vloer is met graeuwe hertfteenenzeer net eneffen beleit. De meefte bookhouders en fchrijvers houden aldaer een algemeene taf e l , die de fchatmeefter, vooreen ieders koftgelt, moet verzorgen, en maken dat'er alles vol op is. De wooningen van de Heeren Raden ftaen alle zeerpraghtighen koftelijkaen de Zuiczydedes kafteels, en zijn in twee blokken, door de landepoorte, verdeilr, die aen wederzyde twee fterke krijghswaghren heeft. De wapenkamer is mede op dezelve wijze bouwkunftigh, als de rekenkamer , geftight. Zy ftrekt haer lngs degordijn na hec Oofte, met eene ver-

A E R D I G E dieping,daer de zwaertvegers, bufle* makers, en andere kilnftenaers, onder werken. Aldaer heeft een ieder zijne byzondere bank , fchroef en gereetfchap. De hooferaan van de zeekamer heeft zijne wooninge rechr daer tegen over, indeNoorczydevan hecbinnenblok: alwaer de koopluiden, geneesmeefter, wontheeler en apteker, medegehuisveftzijn. De pakhuizen, daer vleefch, fpek, wijn ,Brorfswijkfe mom, Hollantfche boter,olye,azijn, enanderelevensbehoeften, in bewaerc worden, hebben aldaer alle bequame plaetfen. o k zijn'er kelder, daer in het buflekrurt en de vuurwerken in opgeflocen worden Het kafteel o f burght heeft twee voorname roegangen, en vier poorten. D'eerfte en aenzienelijkfte wordt de lanrdeure genoeme, en is desjaers zescien honderc zes en dertigh gebouwt. Aldaer leide een fteene brugh over de gracht,op veertien bogen,die metgehouwe fteenen uit den grondt van hec warer zijn opgetoogen. Z y is zes en twintigh roeden lang, eneien voeren breer, en mec klinkers beftraee. Zy heeft aen wederzyde een fteenen fchutfel, en is'in de midden mee een van eweefteeneftaketfelsafgefneden. De water-deur zier na het Noorden , en verftrekt de bezetting, zoo wel voor eene fterke krijghswaght, als den opzienders van de pakhuizen aen wederzyden, lngs de gordijn, voor een fchrijf- kamer. Zy wierr des jaers zeftien hondert en dertigh gebouwt, naeruitwijzing van het opgehouwen jaergeeal. De kleine deuren ftaen in de 'gordijnen,tegen het Oofte en Wefte,en hebben geen gebruik, als by geval, dat'er aen de kanten iecs ce loflen ofee laden is: als grof gefchuc en kogels, moortkriflen en ruftkarren, die aldaer op den barm van d'Ooftzyde, in goede fchikking worden opgeleghe. De vlakke gronde, lngs de halve gordijn , na de ftad toe, beneden de punt de Robijn, verftrekt den knjgs. knecheen eene dril. plaetfe. Aldaer worden de nieuwclingen, die niet gefchikt met hun geweer weten om tc gaen, alle morgen in de wapenkunft, door

S E E

en

L A N T - R . E I Z E.

tforeenen drilmeefter, die daer zijn byzonder werk vanmaekt, en anders gene beftellingheeft nderwezcn. Scdert eenige jaren herwaerts is'er ook een houte trek-brugh gemaekt, over de gracht, ontrent het bolwerk de Safyr: zoo datmen daer lngs de gantfehe ftad om en om kan gaen , tot aen den boom : alwaer men met een vlotfchuit moet overvaren. Het voornemen Was, by mijrien tijt, om op de punt de Robijnccn andere kloktooren te zetten : waer van alrcets verfcheide fchetfen op het papier gebraght waren: als ook hoedanigh de poorten Rotterdam en Uitrecht zouden vernieuwt, en tta de bouwkunft opgemaekt worden: beneffens het uitleggen van de ftad na 't Oofte en na'tNoorde,tot aen de boght van de groote riviere, zoodanigh, dat het kafteelaende Noordkant, recht tegen over hetmiddelpunt zou leggen. Dus verre van de ftad Batavia en hare voornaemfte gemeene gebouwen vanbinnen. N u zullen wy dezelve van buiten gaen bezichtigen.

E)e reden is lichtelijjc te vatteri," waerom d'overheeren dezer ftad hare fterkte n 'c Oofte, tot aen de riviere Ansjol, en na't Wefte tot aen de riviere Anke j lngs den zeeboefem van Batavia, uitgebreit, en te lande, na ' t Zuide, met de vefting Nortwijk, en met de vijf-hoek Rijswijk en Jakatra befloten hebben. Waer door d'eigenaers der binnehlanden hunne akkers en tuinen nu met gemak en veiligh kunnenbebouwenenbezaeien, en al het geen verzamelen,dat hen door Godes zegen en zwaren arbeit is toegebraght. Men heeft buiten de ftad vele fchone dreven en rivieren, rijs- cn rietvelden,en tuinen, die alle met verfcheide vruchtboomen beplant, en zommige met heerlijke huizen en lufthoven vereiert zijn. Men ziet'er allenthalveh vele fteeneri pannebakkeryen, en een goet getal zuikermlens,die den eigenaers groote voordeelen, en de ftad geen klein gerijf, toebrengen. I Om nu eenen iegelijk tot den IanrDd 2 bomr

'I*

G E D E N K W E E R D I G B

kou w des te meer aen te lokken, zoo ningen en plaetien, om hunne werkheefc de Hooge Regcering dezer ftad, ftoffen te bereiden, en van de handt te de groote riviere boven NoortWijk, zetten. In het aenkomert uit de ftad, benedesjaers zeftieq hondert negen en vijftig, doen opftoppcn,en met tweebree- den dijks, wort d&zwavelgezuiveet: deendicpe grachten, d'eene na Rijs- alwaer mede voor den zuiveraer en wijk,en d'andere na de fchans Jakatra, zijn volk fraeie wooningen en werklaten verleggen. Waer door aliede huizen opgerechr zijn. En ten einde de landtzaten hunne binnenlanden,na den aert vandezaeyt i j t , kunnen bedijkc en overwaierr waren met meerder gemak, en minder koften in de ftad zouden brengen knWurden. Na het Weften wierdt een van deze nen, zoo wiert a'daer des jaers zeftien fpruiten in eenegraehrgejeidc, diere- hondert acht en vijftigh, een zware gelrecht op hec midden van de ftadc fteene flui^ geleir, en metfterkefchutaenloopt, en ontrent de tweede brugh df uren verzorght: maer het watcr weivan de N ieuwe Poort, door een hoo- de metzoodanige menighte onder den gen dam en hecht fchutwerk, opge- gront door, dat dezelve gantfeh reddeloos en onbruikbaer geworden is. houden wort. Aldaerftaenzeven molens:waer van Dieswegen is naderhanteen overtoora d'eene een korcn-molen is: d'andere gemaekt voor alle vaerruigemdiedaer zijn kruit-molens, met een zaegh - cn aenkomen, cn hunne waren na de ftad paptermolen : die alle door kraghe des brengen. waters , dat voor dezen dijk opgeft u wt wiert,omgaen, en de Maetfchap- Lazarus-buis* pye groot voordeel toebrengen. Demolenaers en opzienders heb- T7 Oor eenige jaren ontftont in de ben aldaer alle hunne byzondere woo- * ftad Batavia eene krankheit, die gcwd}

Z E E -

cn

L A N T - R E I Z E,

ai*

geweldigh vortwede, en zoo affchuwehjk en aenklevende was, dat een iegelijk dezelve zocht te mijden, als de peft. Om dat nu zoodanige zieken , en de genen, die met die qule belinet waren,fich zouden kunnen afzondercn, zoo wiert buiten de ftad, en poorte Dieft, bezijden den wegh van Anke, een huis gebouwt - enden naem van Lazarus-huis gegeven, daer in alle de genen, die met zoodanige ztekten befmeczijn, ingebraghr,en met fpijze, drank en geneesmiddelen onderhoden,en na vermgen genezen worden. Over dit huis hebben eenige uit de oudfte en aenzienclijkfte vaderlandef s opzichten zorge.
3

te

rVa[chblehery, En d'Ooftzyde van de MolenA dijk, is des jaers zeftienhondert negen en zeventigh een wafchblekery toegeftelt,en daer toe een huis opgerecht,om het linnenbequarnelijkwit

maken en te bleken. Het water, daer roe noodigh, wordt door t'zamengebonde bamboefen, uit den molendijk in de kuipen, en eiders daer het dienftigh is,geleit.. Alle, deze gebouwen behooren de Maetfchappye eigen toe, die ik hierom na't leven, door my afgetekenr, vertoont heb. Anders zietmen hier,als hier vorens aengeroert is, eene groote menighte van huizen , die de huurlingen der Maetfchappy, en vrye burgers geftight hebben: doch i k zal die o^erllaen, om het werk met alte verre uit te breiden. W y keeren dan weder na de buiten- , veften enfehanflen. Dieh ggen alle in vefteii. vlakkevelde,enzijn met aerde wallen en water-grachtenbefchanft, en met een dikke hegge van witte doornen omheint: uitgezondert de Vijf-hoek en K^Ansjul, die met fteene muuren opgemetfelt en verfterkt zijn, D'andere hebben ieder een vafte waerbur^ in hec midden ftaen, met twee largen ftukken grof gefchut, die over de walD d i en
n ker t

G E D E N K W A E R D I G E

lenheneiien, en het velt wijd en zijd van den gouverneur ofopr*rfrcn ftebevryen. dchoudergerekent: maer moet evenAlle deze gemeide krijghswachten, wel hare tocht en wacht mede waerbolwerken en fchanflen: als ook het ' nemen, en ,by voorval van krijgh en kafteel en ftad Batavia, zijn doorgaens | oorlogh, den ftoutften weerftant, na van wapentuigh en Ieeftoght voor de het eerfte aentreffen, uitftaen. inwoonders en bezettelingen,een geDe ruiterye heeft'er vele en byzonruime reex van maenden, ja van jaren, dere voorrechten, om haer des te heerovervloedelijk verzien. lijkerre houden. Het grof gefchut wordt allerwege De voorrijder o f ritmeefter wordt zeer naeu waergenomen en fix ge- uit de dapperfte bevelhebbers gekoohouden. Het ftaet alle op fterke ruft- ren, die in de krijghsoeffening tepeerkarren en vlakke beddingen van kija- de afgerecht zijn. te fchalen, en is meeft zeer zwaer De wapens der ruiterye beftaen in van metael toegeftelt. een breet zijdge weer, met een lange, D'Oppas is aen verfcheide bos- en twee krte hantbuflen. Zy moeten fchieters, en het gezagh daer over, aen alle zondaghs,in.het blanke harnas een hooftman toevertrou\vt,diemede wapenfehou w , en in goede fchikking over de vuurwerken geftelt is, en zijne voor d'overheit verfchijnen. wooning op de punt de Diamant houdt. De bezetting wort altijt nademaet Lmoonden. van de fterkte vaft geftelt, en zoo lang onderhoden, als de gelegentheithet TTY'n woonders der ftad Batavia zijri zelve toelaet. . Z y beftaet gantfeh o f - ^ a I l e vrye luiden, o f huurlingcn meeft uit voetknechten. van de Maetfchappye,en beftaen in De ruiterye wort onder het gevolgh verfcheide volken of landaerden: waer onder
J

H, Causc.Jrtij

ZEE-cn L A N T R E I Z E . n f onder boven al de Hollanders d'aen- hebben, en bezitren de voornaemfte zienelijkfte z i j n , en in rijkdom en eer- en neeringrijkfte hoekhuizen. ampten uitmunten. jy huizen zijn'er meeft alle laegh by de aerde gebouwt, en hebben onder niet meer als een vierkant, met het dal< Sinefen. daer boven.
c

De Sinefen doen'er mee grooten Maleyers. handelen koopmanfehap, en brengen deze ftad groote neeringh, profijt en gerijf toe. Zy gaen alle Indifche volken De Maleycrs hebben in Barsri zoo in zee en lantbouw verre te bo- veel handels niet, metkoopen en verven. koopen , als de Sinefen : en erneren De groote viffcherye wort door hunne zieh meer met de groote viflcKer-e, neirftigheic meeft onderhoden: des- daer zy zeer gaeu en neerftigh in gelijx alle rijs, riet, graen en wortel- zijn. akkers, moesenboomgaerden. Haere vaertuigen zijn zeer g!at, Zommigen winnen de koft met het en aerdigh, na d'indifehe maniere, toetrecknet en tootebel. Anderen loopen getakelt,mereenftroo z.-d, dat zy by metd'angelroelngs de revier en ftacis- mooi weer zeer hcoph opzetten, om grachten,en vangen katviieh, krab- fpoedigh aen de merkt te komen. Desben engarnelen,met de mant, zonder gelijx kunnen zy mede haere riemen garen. Eenigen plukken of breken toe!eggen,enroien. "" oefters van de boomen: of halen * MoHun hooftman woont in ^eftad, op riskes, die zy met heele bennen vol de Rinofters gracht: nlwaer d meefte lngs de zee opfcheppen. De voor- memghre van dezen landaerthae; niee naemfte onder nen doen, alsgezeit is, heefc ter neer gezet. groote koopmanfchappen , daer zy De kleed-ng der Mnicyers is van zieh wonder wel mee weten te behel- lichte en dnne ftoffe, 't zy ; iide of katoen : doch voorname Vrou- en pen. Zy pachten de zwaerfte tollen en draagen kleederen van geblciitleof fchattingen, van de Maetfchappye, en geftreepte zijde.die haer zeer geeftigh weten overal voordeel uit te vinden. om het lijf flingert. Het hair, dat pik Doch federt eenige jaren herwaert zwart is, hebben zy achter aen het; hebben andere volken hen vry wat hooft in een knoop geflagen. gauwigheit afgezien : inzonderheit Maer de mannen hebben een doek om iemant te bedriegen, daer zy zeer om het hooft gebonden, zoo om de behendighin zijn,en niemant aenzien, vaftigheid, als om het hair by een te alsmy felfgebleken is. houden. Zy leven aldaer na de wetten van De koopluiden, die zieh van dezen hun lant, en hebben eenen hooftman, landaert te Batavia onthouden, zijn die hunne zaken by de hooge heer- naeft de Sinefen wel de gaeufte in het fchappye hanthaefc, cn ten heften ftuk van den Koophandel, hoewel zy nergens na zoo grooten Koophandel duit. Zygacn na's lants wijze, met een drijven. wijderok cn breede mouwen van koDe huizen der Maleyers zijn te Batoenof zijde na een ieders ftaet. Het tavia zeer flecht gebouwt, en metolcn hooft hair is hen niet op de Tarterfe bladen bedekt, en veeltijts rontom wijze gefchooren, gelijk in Sinaj maer met kokos en andere boomen bedragen 'er lang hair,dat fy zeer cierlijk plant. De meefte kauwen geduurigh betel gevlochten hebben. Haere huizen en wooningen ftaen bladen, en drinken Tabak uit verlakte door de gantfehe ftad verfpreit: maer rietpijpen met een fteenen ketcl. het meeftendeel is aen de Weft- zyde, ontrent de groote riviere, gehuisveft: hoewel zy ook d'Ooftzyde byna in Moo-

G E D E N K W A E R D I G E den , daer mee zy hun l i j f tegen de how vancenzabel en fcheut van een Mooren. pijl weten te befchermen. De mannen hebben om het hooft Wat de Mooren of Mahometanen belangt, die dragen en crneren zieh by- een katoen doekje, met verfcheide (lana even eens. Zy woonen mede aen de- gen gewonden ,daer decinden gemezelve zijde, en zittc meeft op haer am- hjk by neerhangen.Tuffchen beide fte* bachten. Een igen loopen metdemars ken bloemen en andere ciraedjen. De Vrouwen dragen flechts een lngs de ftraten, en verkoopen allerleie krameryen, koralen en glaze peer- pannebayrje of dun kleetje o m ' t l i j f j len. Andere hebben hunne hutten aen en een katoen doekje om de fehoudede groote merkt-veldcn, daer zy de ren geflagen , daer de armen meeft bloot uitkomen. waren verroonen, om te verkoopen. Hunne huizen zijn van planken opDe voornaemfte erneren zieh met koopmanfchappen en korael-ftecn,dic geflagen , en met olen bladen bedekt, zy raet haer eige vaartuigen van d'ei- en tamelijk hoogh geboutjhocwcl het landen halen , en wederom aen de eenhoger, als het ander, met twee of branders overlaten. De klcdmg is na drie wooningen of vertrekken achter de Moorfe wijze. malkanderen. Dekleding is na de Moorfe wijze. Ambojnefen. Javanen. 2I<5 De Amboynefen woonen buiten de ftad, in een byzondtrewrjk , aende lirickc hant, opde wegh vanjakatra, allernaeft de plaetfe, daer de Sinefen haer dooden begra ven. Aldaerheefteen van haeroverften, ("die de Maetfchappye eenige jaren voor hoofeman gedient, en zijnkloek beleir en groot gemoet in verfcheide oorlogh^toghreniofiijk betoonten bekent gemaekt heeft,) een heerlijk huis doen bouwen, en na de wijze der Amboynefen zeeraerdighoptooien. Het gemeen volk onderhoudt zieh meeft met den bouw der huizen van bamboefen, diezy zeer behendigwe ren op re maken ,en te bereiden. Zy befcherende raemen van de venfters mede zeer frai mer gekloofdc rottings, die zy op verfcheide manieren , om licht daer door te feheppen ,mer ftarren en ruiten tocftellen, en met vele veranderingen, tot verwonderens toe, verzien. DeAmboinefen is een ftoutenonverzaeght volk ,en wreet,van gelaet, met lang zwart hair.Zy zijn rot opftaen en muiten zeer genegen: ook heeftmen den befte Amboinefen Mooren met veel betrouwen, Men heefc onder de Amboinefe zeer kloekmoedige en ftrijtbare Soldaten. Hunne voornaemfte wapenen zijn zwarc zabels en langwerpige fchilDe Javanen woonen aen den andere kant van de Sinefe grafftedc,m bamboefe huisjes: waer van eenige na lantswijze, zeer net opgemaekt, cn met het zelve riet of gewaey van kokos boomen zeer glat en dichtgedekt zijn. Zommigen der Javanen erneren zieh mer den lantbouw en planten van rijs. Andere maken kleine fchuitjes, daer d'inwoonders hunne waren mec aen de merkt brengen : als ook gras,hout, en al het geen, dat hen voor komt, daer zy gelt voor weten tc krijgen. Zy varen medeinzecop de groote viffcherye. Hunne vaertuigcn loopen zoo vaerdigh en fnel door het water, dat d'onzen dezelve hierom Vliegers noemen. Zy zijn voor en achter met klampen van dikke fchalen opgeboeit, en zoo geboogen, als de hoorens van een halve maen. De Javaenfe mannen , gaen meeft naekt, behalven dat zy cen kleetje om de midden dragen, dat hen tot over de knien hangt.Zommige hebben daet cen fluier omgebonden, daer zy cen pookjeofeemg ander geweer tuflehen fteken. Het hooft hebben zy met een muts bedekt, doch gaen bloots voet. De huizen maken zy doorgaens net'er en zindelijker, als andere Indianen, tc weten van gckloofde bamboefen op malkandcre geleit. Zy bouwen daet

Z E E- en L A N f - R E I Z E. ii? daer ook groote afdaken aen, daerzy Indianen, die zy doorgaens van fteen onder gaen zitten. en met pannen gedekt, en vry hoogh en cierlijk mec bogen opgehaelc zijn : desgelijxd'afdaken voor de huizen,n Mar dykers of 'Toepaffen. de tuinen toe. De plaetfe om de huizen is met bamboefen afgefchoten, en met allerDe Mardijkers of Toepaffen zijn hande Indiaenfche boomgewaffe,kruilantzaten van verfcheide Indiaenfche denen bloemen beplant. Aemde anvolken, die hierom, mijns oordeels, dere zijde houden zy verkens , hoenToepaffengenaemt zijn, dewijl zy de ders, duivenen kalkoenen, die zy aenrhanieren , zeden en gods-dienft van queken om te verkoopen. den genen, daer zy by woonen, lichte lijk aennemen,en hen zelven toepaffen. Makaffirfe Soldaten met Spat ten. Zommigen zeggen, dat zy van de Portugefen na den Topaes alzoo aller eerft zouden genoemt zijn, die d'aller De voornaemfte wapenen der Maedelfte fteen , in den tweeden trap kafferfe Soldaten, die zy in den oornaeft den diament is : daer men vee- logh tegen hunhe vyanden gebruiken, lerleie verwen mziet, die t'elkens met zijn zekere vergiftige pijltjes van een eendraei veranderen. Hetzy hoe het grote voet lang Aenhetvooreind zitwil: die naem komt met den aert des ten kleine fcherpeenfpitle vifch tantvolks, en het Nederduitfeh woort, jes , en aen het achter eind zekere niet qualijk overeen: wanr zy weten dopjesvan voos houc. De fpitfen dezer pijltjes worden zieh zelven alle dingen zeer wel toe te lang te voor, eer men die gebruikt} in paffen. Zy woonen binnen en buiten de vergif gedoopt en dan gedroogt. Die vergift, iseen zap, dac uit de ftad : en hebben zommigen van hen fchors der takken van zekeren boom, Zeer koftelijeke huizen. De voornaemften behelpen zieh als die uit pijnboomen, druipr. Hy groeit ophet eilant Makafferte met den koophandel, en varen met hunne eige vaertuigen aen de naeft- Iandewacrcs i n , en opdrie of vier eigelege havens en eilanden , daer zy lantjes derBougiffen,ontrent het eilant vrygelei-brieven toe verkrijgen , om Makaflar gelegen. Deez boom komt in hooghte met hunnen handel vryen onverhindertte den ngelboom over eeh,en heeft byna mgen drijven. Andere bouwen en beplanten diergelijeke bladen. Het verfch zap van dezen boom is akkers en tuinen, en leven van de vruchten en het vee, dat zy zelfs op- zeer dodelijk en vergiftigh , ja heeft queeken, en aen de merkt brengen, een ongeneezelijke krache by zieh. De pijltjes met dit vergif gewapent omte verkoopen. Z y doen mede veren roe bereit, worden door de Mafcheide ambachren , en hebben hunne kafferfe Soldaten, niet met de bge, byzondere oorlogs.benden enhooftmaer uit zekere fpatten gefpat: even mannen, die mede in den krijghsraet zitten : als ook hunne eigefcholencn gelijk men hier te lande met ronde leerrneefters , om de jeught in de let- proppen van potaerde uie fpatten na terkunften gronden van den godsdienft hec gevgelt fpt. Zy kunnen daer mee op een afftant t'onderwijzen. De kleeding der mannen is meeft na van vier roeden, by ftil weer hun voordeHollantfe wijze,'t zy van geftreepte geftelt doelwit treffen. Men zeit de Maskaffaren zelfs geen of andere ftoffe met ope mouwen. Zy hulpmiddel tegen dit vergif weren: dragen broeken, die hen toropd'enmaer die met deze vergifrige pijltes kelen hangen, en hebben hoeden op getroffen zijn, koomen aenftonts daer het hoofr. De vrouwen gaen na de wijze van op te fterven: want het vergif dringt andere Indiaenfe vrouwen gekleer. gezwint totinhec bloeten levendige Zy bouwen beter huizen, als andere geeften door,en veroorzaekt een gee c wel
;

a i

8 G E D E N K W A E R D I G E weidigen brant. Men hout het zckerftcl en ftrijtbaer volk, gebruikeu,tot wagcneesr.iddel tegen het vergif van | pcnen,zabcls,werp-pijlen en fclulden, defe pijltjes te zij n , het eeten of innec-' en weeten zeer w d hun geweer te hanmen van menfchen-drek, zoodra men teren. Zy gaen meeft naekt en dragen gewontis: want de gequeften die ftoffe ingenome hebbende, rake daer door flechts een naeu kleetje om de midden aen het braken, en maken aldus het tot aen de knien, Het hooft is met een ve-g'f kra hteloo;, Docr dit middel platte mutfe gedekt. De vrouwen gaen, gelijk andere, hebben verfcheide van onze krijghskv.ec'u. n , die d >or Makaflerfe Sol- na d'Indiaenfche wijze gekleet Sedert de Hollanders met de konind i cii mec deze vergiftige pijltjes geqaeft waren, et leven behouden: hoe- gen van Makafler in oorlogh gewteft w j i !! J-re, 01 ;d> f-:Ci-.n h:t gebruik zijn , hebben de Boug ot BougiJJen vm ,n"!ifch:*n <-hvk, aenftonts na de en anders by d'onzen gebroken Bokquo ' r e geftorve 1 zijn : en eenige jes genaemt, mede hunne woonint ye of dne da^en daer-na noch ge- gen op verfcheide plaetfen binnen en buiten de ftad Batavia genomen, ter k'- f" he'iben. Daer ^ lande grne;t zeker wortel \ n'y tu;-- men zagh, wienhet wankelbaer va i \\cd enre als ejn zuiker-wortel, rehik des oorloghs wilde toevallen cn d v h i trer van fmaek , die men ook '.lieiv n. D'oude koning der Bougiflen hield voo> c n ft r k , en zeer goet teg^n zijn hof ontrent den buitenwaght, g-\- 'oii" , en van d'onzen mrent maeUinr eg?n bepro'.*fc en gebruikt d <er men van Rijswijk naNoortwijk is-, naerdien he; mneemen van n en- gaet. De koningin van den jongen kofchen-drek zeer af.-eerig en wnlghachtigh isi teueren men kauwtdeze ning wierdt eene wooning in de ftad wortel, enbefmeert met een weinigh vergunt. Doch naderhant,wanneer de van het kauwfel het gat van de quet- Hollnders, door kloek beleir en dap. perheit van den ve.'theer, Kornelis fuure. Speelnian ,de Makaflers hadden over wonnen, en d'aenpalcnde landen on7imorefe Soldaten* der hunne heerfchappye gebraght cn bevredight, zoo isdie koningin, met De Timorefe Soldaten, of inwoon- hren gemael, eene wooning in de ders van het eilant Timor , gebruiken Heere-ftraet toegevoeght. Dit huis reikt tot aen de barm van Sandel houte zwaerden, in den oorlogh , daer mee zy met een flagh een de riviere, en heeft van binnen een mn midden kunnen doorhouwen: luftige wandel laen cn blom-tuin. want op het ulant Timoor een der D'overige plaetfe wort belommertvan Mo'ukfe eilanden, en zuid-zuid- eenen wijngaert,dic ongemeene fchoooft-waerts, voorby het eilant klein ne drui ven draeght, en by mijncn tijt, Ja M,en omtrent op tien graden zui- des jaers zeftien hondert zes en zeven. derbretc; clegcn,groeien heleboflehe tigh, zoo dicht met bollc troffen bemet wir en geel zandelout, dat d'ei- zwangert was,dat de rancken nederbogen , enden gragen aenfehou* landen Chandaua noemen. De I imerefen iseen woeften onge> wer fcheenen te nodigen , om fehikt volk j doch ftrijtbaer. Zy waren met zijne edelc vrucht tc vervoorhene alle heidenen: maer de mee- verfchen. D'intredc van de deurc , na de fte ha igen na Mahomets leere aen, Ir .cv el eenige ook tot het Roomfch flrate voornoemt, iszeer fraei, na d'ordedcr aeloude Jonifche botiwgeloof bekeert zijn. kunft, uitgeftreken , en met eene BougiJJen. getralyde wanderly en wapen in da gev el verciert. De Bokjcs of Bougiflen (die wel eer De binnen-kamers cn faletten zijn op drie of vier eilantjes, na by 't eilant mede zeer luftig, cn zoo net gefchikt, Makafler gelegen,woonde)is cen ftout dat'er een koning van Indien met zijn ger ;

Bat3VU

Z E E i cn L A N T R E I Z E . 217 gevolgh bequamelijk kan woonen. ieder om daghloon of beding laten gel Alle deze vreemde volken maken, bruiken. Zy maken zeerglat fchrijnbehalve de Hollanders, een groot ge- werk en hechte kiften, die zy, met tal van weerb'aremannen uit,die men zwavelfteerten , zonder eiders eene voor eenigen tijt bevonden heeft, vol- pen in te fteken, zoo net eh dicht in gens de gehoudeaentekening, ten ge- malkanderen weten te voegen, dat'er tale van zes duizent zeven hondert en nergens byna gene tzamehkomfteof twintigh te beloopen : te Weten, Vier voegen te kennen zijn. S l j f hondert Toepallen of Mardijkers Eenigen Verkoopen ook zhikerv o l k e n te aren binnen de ftad , onder twee bier, als ook gekookre koft en Sury, " hooftmannen , Manuel Symefz. en Arak, of Indifche brandewijn: waer Antony Tomefz. die ieder twee hon- vanzyMalfak maken, en Follepons; dert onder zieh hadden. gelijk het d'Engellanders noemen, Zeven hondert en tien woonden daer de gemeene luiden htinne ftuibuiten de ftad, onder drie hooftman- vers, met gene geftoten hant maer nen, als ope hert, en vrohjk voor laten ftuiAnthony Louys) over ven. xeoo Pieter Alvis > Maer d'aenzienlijkfte gafthouderS 300 Jugey Pieterfz. ) en herbergierszijn de Hollanders, die 160 t'zimen zoo wel als andere volken , twee rea710 in alles 1100 len rer maenr geven moeten: en daer Petangatijns 70 en boven noch voor ieder legger 600 Ambonefen Spaenfchen w i j n , dien zy vertappen, 201 zevenrigh realen. Maleyers Sinefen, die hoofrgelt betalen _ D'Arakbrahders zijn meeftendeel Sinefen,die voor ieder ketel alle maentegen 900, zijn wel 1100 den vijftigh realen moeten opleggerij Mooren 200 en aen den ontfanger betalen. f i n ' t quartier binnen 1 de N ieuwe poort, 7 jo Javanen-? By het Chinees Heiering der ad. jkerkhof, 1500 I I n ' t quartier bul"TVAIgemeene ftaetbeftiering is gelten de nieuwe veft 800 ftelt op den grondt en voet cer De volken Balp buiten de vereenighde Neder!anden,die in orveft. 300 de, naeft d'alleenheerfching, opgetelt t'Zamen6720. wor/: alwaer de ridderfchapen ieden O f nu dit eilant maghtigh genoegh het hooghfte gezagh hebben, en is, is, zoodanige menighte van men- om gewichtige redenen, in zeScollefchen, als in het beftek van deze ftad giehofamptgenootfehappen verdeilr. gevonden worden, te voeden / kan D'eerfte en hooghfte raetsverzamen lichteiijk afnemen uit denover- meling beftaet uit de Kaden van I n vloet, diejaerlix metgeheelefcheeps- dien zelfs: waer in de gouverneur, o f ladingen na Amboina en andere ge- opperfee ftedevooght,alrijt voorzitweften, vervoert wort. Wel waft al- ter is. D i t hooge en heerlijk ampt daer, noch wort gene tarruwe gezaeit, heeft toraen mijnen r ij d'edeleHeer, maer die voorraet kan men by w i j l e , Jhan Maetzuiker, bek leer. In deze wanneer de voorraetkamers van Japan vergadering worden alle zaken van en Sratte al geftoten wierden, met ftaet verhandelt, en de berightbrieven der bewinthebbers ontfangen en berijs vergoeden. De voornaemfte ambaghten en antwoort. Hunne zitplactfcis,als te kunften worden in deze ftad van de voore verhaelt, te weten, in het huis Hollanders geoeftent en in het werk ' van dezen opper-freevoogr, daer alle geftelt: daer zommigen zieh wel mee \ daeghs gehoorverleent wordt, voor eenen iegelijk, die wat te verzoeken weten ferneren heeft. De Sinefen hebben mede onder K u n f t e n De tweede ractsvergadering beftaet hunne inboorlingen goede metfelaers [ n a m in negen perzoonen : behalve den hten. cntimmerluiden, die hen van eenen I e voorW } k

A E R D I G E ontfangt voor fluitgelt van ieder per* zoon een halve reael,en houdt drie tafels voor zoodanige luiden. D'eerfte betalen een achtfte deel, de tweede een Vierde deel, en die aen de derde tafel gefpijft worden, een halve reael. Die genootfehap voornoemt heefc zijne zitplaetfe op de raeckamer, op hecftadhuis, nadenooftkant, opde Z E G E L V A N D E N R A E T V A N tweede verdieping, en vergaderc alle J U S T I T I E D E S K A S T E E L S B A- weke ewee mael of meer, na meer of T A v I E. Dit ampegenootfchap wort min te pleiten is. Aldaer magh een de Raet van het gerecht genoemt ieder zijneeigezake verdedigen: maer Alle zaken van 's lants heerlijkheden kan het gewijfde nergens anders als in en fchatkamers komen voor deze ver- hec vaderlanc becrekken. gadering : mirgenomen burgerljjke De derde raets-byeenkomftebeftaet bezwareniflen, en bevelfchriften van in fchepenen, en wort uic d'eerlijke afftanr, en diergelijke gebodtbrieven, en oudfce vaderlanders gekooren. die door den Hoogen Raet worden Zy'zitten gemeenelijk driemael ter afgedaen en verleenc. Z y nemen me- weke : als des maendaghs , woens. de kennis van beroep en herftelling daghs en Donderdaghs, van zevenen van den gerechte der fchepenen: mits tot elf uuren voor den middagh. Zy de berocper vijf en twintigh reae- worden op hunne verkiezing met vijflen te berde te brengen heefc, voor tigh rijxdaelders: en daer en boven boete,wanneer het vonnis goet gekent alle zes maenden met hondert rijxdaelders vereerc. wort. De reehtsverzorger heefc zijne Voor dit amptgenootfchap worden Item, neffens den raet, in borgerlijke alle rechtzaken der vrye burgers bczaken. Hy trekt zijn voordeel uic de pleic en afgedaen: mec dien verftanboece, dac een derde deel van \ hon- de, dac een ieder vry ftaer, hec gewijfdert is. Maer als de zom men meerbe- de voor den racc van den gerechte te dragen, dan heefc hyeenzeftendeel. beroepen: gelijk te voore aengeroerc Zijn ampt is, te verzorgen, dar de is. Wanneer de dienaers der Maethoogheit en heerfchappye der veree- fchappye mec vrye luiden wac tc vernighdc Nederlanden, in haer eer en effenen hebben, dan moeten zy die voor dezen raet betrekken. Desgelijx ftanc, gehouden worr. De Sckrataris of geheimfchrijver magh geen borger noch vryman voor moet alle zaken, die in deze vergade- den Raec van den gerechte beroepen ring voor vallen, opde rol brengen, en worden.-maer moec zijnen eifcher voor allegetuighfchriften en handelingen, de fchepenen ten antwoorc ftaen, en die de reehtsverzorger en landtdroft zijn reche vervolgen. Deze raetsheeren maken mede keuin hetvervolgh van hunnepleydoyen of dingtalen dienftigh zijn, zonder ren en bevelfchriften, op gemeene timloo:i fchrijven. Hy heeft alle bewijs- meraedjen, bruggen en ftraten, mec fchriften en ceberc gebraghtepennin- kennis van de hooge Heerfchappye, gen en goederen in zijne bewaring, die dezelve moec bekrachtigen. daer hy behoorlijk boek van houden De voorzitter bewaerr hec zegel van ftaer, en beroept den Raet na zijn moer. Dedeurwaerderdoet alledagingen welgevallen. Hy doorzoekc de rol, en bekom mein ifte n , en moer voor de en draeghe alle zaken, die inftaetvan raetkamer opwagheen, zoo lang als de wijzen ftaen, ter vergadering voor* zitting der raden duurc. Hy draeght Hy heefc by overeenkomfee een dubcen uitvoerftok, en een zilver fchilt bcldefrem , en is doorgaens een Raet op de linken borft: waer in het wapen van Indien. By mijnen rije bekleede van den Raet gefneden is. Hunne ge- die ampt de Heer Pieter van Hoorn. vangens bewaert de geweidige. Deez Alle brieven en fchepenkenniffen worden

G E D E N K W voor zit ter, die gemeenelijk cen Raet van Indien is. By mijn aenwezen wierdr dit ampt door den hooghgeleerden Heer, Pieter Antcnilzoon Overwaterjbckleet. Hy bewaerr ook het groot zegel, waer in hetbeeirenis van eene vrou w gedreven is, die in 'r midden van een vafte burght ftaet,met een fchalein d'eene, eneenzwaertin d'andere hant, beneffens dit opfchrift:

Z E E - e L A N T - R E I Z E. 210 den by twee raetsheeren verzegelt: van eer en aen zien toegeftaen : maer waer voor d'cigenaer gehouden is een zy vermgen gene onkri ftenen mec reacl te betalen. Maer mgen geen Nederlanders , noch Nederlanders verbontfehnfe hooger bevefetgen, als met inboorlingen, die geen Duitfch rot gemeen gelt-ge win, dar by mijnen kunnen , laten trouwen. Geringe ztijt drie Vierde deelen teh hondert ken, daer de fchepens zieh niet mede was. ,. mgen bemoeien , worden voor die De Iantdrofr heefc in dit genoot- amptgenootfchap bepfeie, cn ren eerfchap, als'erhalsrechr voorvaki een ften afgedaen. Zy zitten mede tweebefluitende, en in brgerlijke een be- mael ter weke, en hebben hunne raetsdenkende ftem. H y rrekt een derde kamer op het ftadhuis. deel van alle boeten, cor onderhodt HetZefte en laetfte lit van dit groot van zijne dienaers. lichaem der ftad en gemeen te, beftaet Het geral dezer Heeren beftaet uit indcborgerlijkekrijghsraet:waerin de negen perzoonen : waer onder twee opperhooftman van de vrye volken Sinefen z i j n , die alle op hunne ver- en inwoonders d'eerfte zitplactfe.bekiezing den eec van dprechrigheit, kleerj die by mijnen cijc de Heer Piein handen van den opper-ftedevoogt, ter van Hoorn was. Alle kleine zamoetendpen. Zy hebben eenen deur- ken worden door den waghtmeefter waerder, die ds Srads bodegenoemr voor dezen Raet gebraght, en ten eerwort. H y draeght, in hec bedienen ften afgedaen. Maer zaken van belang van zijn ampt, een uitvoer-ftokje, niet komen voor den rechtsverforger of een zilver wapcnfchilt, daer hec merk ftadsdrofr, cn voor de Heeren Raden ran de ftad in gefneden ftaet. van den gerechte of fchepenen, die Hunne gevangens worden door daer over het ordeel ftrijken: een ftokbewaerder vaft gezet cn verZy vergaderen mede op het ftadhuis , envcrlcenen alle weken eenmacl zorght. ** Het vierde l i t of bank van het be- gehoor. ftier dezer ftad beftaet in de vergadeAlle dezeRaees-byeeri komfecn,of ring van Weesmeefters, die mede, ge- rechrbanken,hebben ieder hunne bylijk de fchepenen, uit d'budfteen aen- zonderen Sekreraris o f geheimfehrijzienelijkfte bofgers voorgedragen en ver, klerken en Deurwaerders, die verkoren worden: uirgenomen de hunne onderhoiit van de Maetfchapvoorzitter, die mede een Raet van In- pye krijgcn : uirgeriomen eenigen,die dien is, welk ampt, by mijn aenwezen, hun voordeel uic de fchade van eenen dor den Heer Laurens Pit bedient ander trekken: achrervolgens de bewiert. Zy beftaen uit v i j f perzoonen: velfchriften daer van gemaekt, cnby waer onder drie borgers z ij n: d'an dere de Hooge Raden goet gekeurten onzijnhuurlingen van de Maetfchappye. dertekent. N u fchiet noch over te vcrhaleni Zyverzorgenalle de middelen van de ouderlooze kinderen, en pnderzocken hoedanigh de kerkclijke ftaec en raet hunne fterf huizen: mken befchrij- befeiert worr. Deze beftaet iiit predikanten , ou- Ke ving van goederen, en laten niemant van hunne kinderen eiders heen rrek- derlingen en oprechte armen-verzoretil ken,zondcr hy behdorlijkecnwijzing gers. Zy hebben hun vergaderplaccfe van alle zijne middelen gedaen heefc. in cen byzonder affchutfcl aen de kerHet vijfde raetgenotfchap beftaec ke, en komen niet t'zamen, als op hec iiit het bewinc der bevelhebbers van ntboc van den voorzitter, die dac eer kleine zaken : waer in een Heer uic ampe alle maenden afleir, en aen eeden raet van 't gertcht voorzitter is. nen ander overlaer, om zorge voor Alle perzoonen, die zieh in den ech- zoo vele zielen re dragen, als hunne ten ftaet begeven willen, moeten hun- zorge toevertrouwt zijn. De predikanten of vor-ieeraers ne geboden voor dezen Raet verzoeZijn alle, toc de bedieningder kerke in ken, ten overftaen van getuigen. het vaderlant aehgefcmen, cn aldaer Wanneer een jongman een en twinbekraghtight, en worden van de getigh, cn een rhaeghe achtien jaren out is, zoo wordt het huwelijk van luiden meentezeerge-eert. e 2 Ba^
4

G E D E N K W A E R D I G E J20 Belege. Batavia. de hof - en hooft-ftad van Pieter van den Broek, dienamafcls pringenn Nederlantfch Indien, heeft, federt de per-ftedehouder van Nederlanrs In. van Bau- onzen het b^zcten hebben, verfcheide dien wierr, gevoerr. De eweede ftonc viarampcn, ftormen cn belegeringen van onder Pieter Dirkfz,en de derde en 's lants inboorlingen, ofjavanen, u:t- lactftetrok met Pieter van Ray op. Hier mede vielen d'onzen uit, en geftaen. Want zoodra d'onzen zieh des jaers zeftien hondert en achtien, beftormden 's vyant veften, op drie na het innemender ftadjakacra, ("na- wij ken r'effens. De Javanen weerden maels by d'onzen Batavia genoemt) hen in 'c eerft zeer herenekkigh, eri mecopwerpen van eene vefting cn ka- branden hun grofgefchuc uic de waerfteel, ter zelver placrfc hadden ver- bargh, aen de riviere, geduurigh op de fterkt, zoo begonnen zieh ook d'in- Hollnders. Maer toen zy hunne bewoonders der ftad, dooropruijingder ftookers den moet zagen verdubbeEngelfen van Bantam, uit een onbe- len, om te Winnen of te fterven, zoo dachten y ver , tegen hen te verfterken begon hen hec herte t'ontzakken. en begraven : waer uic een geweidige Dies verlieten zy hun voordeel $ en deifden allengs na hun toevcrlact,uit oorlogh ontftont. D'Engelfen deden de lanrzaten in hunne oude werken, die de Hollanders hunne legerplaetfen een ftormkar weder innamen, en in weinigh uuren bou wen, daer zy hu n grof gefchut, dac met geringe moeiren afbraken, cnal wel eer hen door de Hollanders ge- her geen verbranden, dat hunne vyfehonkA was, in goede orde hebben anden met zwaren arbeit, in vele daop geplant, en daer van dapper vuur gen hadden opgebouwt cn volcrokgegeven. Dit gevaerte lagh vlak te- ken. Inmiddels wierdt uit de ftad zoo gen hec nieuw bolwerk van de Hollanders over : waer door het hen groot hefeigh mec grof en klein gefchut ge* hinder roebraght, cn in het optrek- fchoren,dac de Hollanders het bc[forken van hunne aengevange vaftigheit men van de nieuwe fehietfehans, op zeer verachterde. Dies deeddopper- den kant van de rivier, moften laten fledevooghtjohan Pieterfz. Koen den fteken. Zy fchoten evenwel met hun grof raet by een roepen,en droeg dien voor, watonheil zy alree van den vyant ont- gefchurtoc des avonts maer konden fangen hadden ,en, nafchijnvanalle gene opening maken, om'er in re valomftandigheden, noch meer ftonden len : dienvolgens moften zy ophouuic reihen, by aldien die niec wierdc den, cn aftrekken met verlies van vijfaengetaft, en in zijn begonnen werk tien foldaten, en acht o f tien gequetgeftoort, eer hy zieh wat beter be- ften. In het midden der ftad, die met een fteenen muur becingelt was, ftont fchanft had. Hy gaf den raet dan in bedenken, mede een hooge ftormkat,geftoffeert of men denvyandt niet mec een deel met zwacr metale gefchut, dat d'Envolk zoude knnenoverrompe!en,en gelanders van hunne fchepen gelight, uit zijn voordeel doen verhuizen , om en daer op geplant haddemdaer fy den ademtocht te halen. belegerden groote fchade mee deden: Na alles cen nauwften overwogen als ook van de fchietfehans voorte hebben, zoo wierdc eenftemmigh noemt, in den monc van de groote rigoetge vonden envaftgeftelc, dat men viere,die de belegcracrs mec ftaekwerk hecGraven gedeelte, en de wijk der en flammen van dikke boomen toegeSinefen: als ook de wooning der En- ftopt hadden , om hec doorwaterei> gelfen, cn hunne fehietfehans, den na de reeonveiligh te maken. aenftaenden morgen, met het doorbreHet grof gefchut dondeede geduuken van den dagh,kloekmoedelijkzou righ aen wederzijden: maer de beleaehtaften, en verdclgen al wat zieh geraers hadden hec meefte en grootfte repte, om tegen weer tebieden. voordeel: naerdien hunne bolwerken Achtcrvolgens het voorgenomen gereec en veerdigh waren, die de belebefluit,zoo hebten d'onzen hun volk gerden , by gebrek van volk en gereetgewapent, enin drie troepen verdeck. fchap,langzaemen traegh moften opD'eerfte en voornaemfte wierdt door trekken, cn dies wegen genootzaekt wiere 5

ZEE cn L A N t - k E I 2 E. n i wierden hun borftweer met fijn ly waer. eenen trompetter op-eifchen. ,Maer enkoftelijke katoene kleden te verze- zy verftonden wel haeft, dat'er niet keren. anders als kruit ert loot voor hentert Terwijl elk zijri beft deed, om zieh bellen was. te befchanften, zoo deden de Hollan- Wanneer nu de Hollanders beders wederom eenen uitval op het bol- merkten; dat hun de vyant te mchtig werk,aen den ever vor denmondc was, zhebben Zy hunne Zeilen byvan de riviere, die zy bezwarehjk gezec, en zijn, al vechtende, Ooltkonden miflen: maer wierden, met ver- waertaengeftevend,na Amboyna, om lies van zeven Soldaten, weer te rgh zieh mec meerder maght te verftergedrcven, beneffens een onderhoofe- ken : na zy het kafteel mec noodige man, dien de Javanen het hooft affloe ooi-loghs-gereetfchappen, tn watzy gen, en, ten trots van de belegerden,' meer konden miflen, hadden verzien. op een hoogebamboes,reCht tegen het i D'Engelfen vervolghden hen eenige kafteel overftelden. dagen,doch met weinigh voordeel,en OndcrrufTchen hadden d'Engelfen keerden, mecachtien fchepen, wederte Bantam v e r n o m , hoe de beleger- om , en lieten het anker voor derede den hunne wooningen afgebrokenen van Baravia in den gront val len: waer verbrant hadden derhalven poogh- door de belegerden te Water en te landen zy de hunne daer mede aen de de befloten en vaft geblokeert wiervlam op tc fteren $ maer de Pangeran den. Z y befchermden evenwel hunwas'er regen, en wilde hec zelve niec nen fchans zoo dapper, mec kloektoeftaen. herrigh regenweer, enuitvallen, dac Men zou qualijk knnengelooven, hunne doot-vyanden, hoe verbolgen dat zoo weinigh volks zulken groot en machtigh zy waren,ten leften noch en geweldigh heir, welk door d'Engcl- gedwongen wierden, om [ftilftant van fen mec raet en daet noch riderfteunt J wapenen re verzoeken, op hcope, datenbygeftaen wierr, zoo lang kondop- 'ercen fecrlijke overefenkmfte enge houden, en alle hurine aenflagcn ont- wenfehte vrede, zoo zy voorgaven, zenuwen. uit zou geboren worden : waer toe De gantfehe macht der Hollanders de Hollanders ook niet onwilligh wabeftont flechts in drie hondert en vijf- ren : maer begeerden twee aenzienetighzielen : waer onder nier meer als lijke perzoonen in verzekering, eer twee hondert en veertigh weerbarc zy hunne gezanten wilden uitzetten, zoldaten konden getelt worden.Daer- om de vrede- handel tc beginnen: het entegen had de koning van Jakatra al- welk aen wedcrzijdc goec gevonden le zijne maght byeen verzamelr, die wierc. men achte re dien tijde, (behalve de De Dommagn dts konings broeder^ huIpederEngclfen ) wel mec vier dui- zeide : Hoe de Hollanders in eene zenc gewapende krijghsknechten in geltboete van vier duizenc rijxdaelders vervallen Waren: uit oorzake zy het velt te zullen komen. Toen men hier te lande malkande- d'Engelfei| in zijn gebiet bcoorloghc ren dus dapper in het hair gezeten hadden, tegen het uirgedrukr gebodr, had, zoo quam de zeevooghr der En- daer over met hem zelven gemaekc gclfchen , mec elf kloeke oorloghs- en in gefchrifc geftelt. By aldien zy fchepen van Bantam, enliep in het ge- nu de katte ,met het nieuwe bolwerk, wicht van de Ree voor de ftad Baravia. niec wilden af breken, dac men hen Derhalven voerd'opperfteedevoogt dan ten allerminfte met een zom vart der Hollanders zelf aen boort,en zakee acht duizent tijxdaefders moft. bemec zijne byhebbende fchepen , en fchenken. Na vele en merfighvuldige wifpeP onverfchrokken moec, op d'Engelfen af, na hy de bewaring ophet flot, aen tuurige vernderingen, daer deze inden hopman Pieter van den Broek, boorlingen gedtturigh van zwanger had bevolen, en alsftadhoudervoor- gaen, braghten zyten laeften eenige ftukken op'c papier, die aen wedergeftclt. D'Engelfen lieten de bloetvlagge zyden bevefcighe wierden: nademaef waeien, cn de Hollantfe fehetWn door j de Hollanders, door gebrek van buffe^ te j kruit,
}

G E D E N K W A E R DI'GE knair^ niet machrigh waren, hun ka- den, hem met de ftrop achter oyer fteel , rot de weclerkomfte van den op- rukten, cn, als een onredelijk dier lngs d'aerde Weder na het hof fleepper- zee ooghr, te befchermen. Dezefchielijke verandering en bil- ten : hec welkhy alles meteener en iijke voorwaerde voor de belegerdcn onvertzaeghe gemoet uit ftont , en mishaeghde den Engelfchcn, alt'on- zommigen Engelfchenzooin het hert verzettdijk, hoe onbillijk zy ook was, rrof, dat zy zieh over de beganc wanneer men achc neemt op de feite- fehendingen begoften t'onttchuldihjkedaden, die van den beginne de- gen, en ten dien einde brieven met piji zer onrufte voorge vallen wren: want len na binnen fchoren, en betoonden', de belegerden zouden hnne vaftig- hoe zy hunne oude nukkeh van voor heit aldaer, en hunne wooning te betuigingen niet vergeten hadden, Bantam, voor eene zekere zom van De Hollnders waren nu byna ten penningen aen den koning te vereeren, einde van buffekruic gekomen, en zagen,zonder middel van dat kruit,geea inhouden enbezitten als tevoren. Dieswegen bedachten Zy eenen !ift, kans, om hunne fchans tegenszoodaom de Hollanders te bedriegen, en nige vyanden, dijehun nacht en dagh kregen zoo veel geloofs, datdeftad- in de wapenen hieen, te befchermen. ftouder, Piaervanden Broek, op Dies wierden ty genootzaekt met ernftig'i verzoek van de voornaemfte hen in gefprekte treden, cn quamen Javanen, uit het kafteel rrad, om den dienvolgens over cen. Te weten, Het 'koning met zijn gezelfchap te veree- volk en kafteel, met al het oorloghsren. Maer hy wiert terftont, op zijne tuigh, zou aen d'Engelfchen, ende aenkomfteten hove, metzijn byheb- koopmanfchappen, gcreedc penninbendgevolgh, aengetaft en vaft gezet, gen en kleinoodje,in de maght van de en metvzere boeiens aen handen en Javanen,overgelevert worden. Dit gefchiededen eerften dagh van voeten geftoten. De koning dreighde hen allen eene wreede doot aen te Sprokkelmaent, des jaers zeftien hondoen : inzonderheit den ftadhaUder dert en negentien, cn was getekent koning vanjaVan den Broek: o f dt hy zijn volk door WydurkRama, zoubelaiten, het kafteel darelijkop te katra : desgelijx door den bewintsgeven, metal het geen dat'er in was mander Engelfchen, cn door alle zijMaer de belegerden trokken stich de- ne Raden, als ook door alle de Raden ze dreigemencen zoo wein igh aen, dat der belegerdcn. Als nu de Hollanders gereet ftonzy zieh weer tot vechten vaerdigh maekren , om hunne doot-vyanden te den , om ziel} zelfs, met al watzy bebetoonen, dt hen die daeten verrade- zaten, aen hunne hals-vyanden over te geven, en gene menfchelijke hope rye ten hooghften mishaeghde. Toen brachten d'Engelfchen meer meer voor handen was ,om hen te heigrof gefchuts uit hunne fchepen aen pen, toen daelde de goddelijke hulpe lant,en moedighden dejavanendap- van boven, en ontzette d'Engelfchen per aen, makende die zoodanigh tegen en Javanen van alhet geen, dat zy de Hollanders verbittert, oat zy den reeds in huune handen, en verovert gevangen ftedehouder, aert handen en hadden, door deze navolgende gevoeten geboeit, met een ftrop om den legentheit. De Pangoran van Bantam had zoo k e e l , tot aen de muuren des kafteels fleeptcn,en dreighden hem te dooden: haeft gene kennis van deze overeenby aldien hy zijn volk tot het overge- komite bekomen, of die mishaeghde ven van het kafteel niet wilde aenma- hem boven mate zeer. Derhalve liet hen. Daer en tegen heefc hy hen, als hy den Dommagon voor hem roepen, een dapper krijghsheiten voor rechter en gaf hem datelijk laft, om zoo veel van zijn volk en vaderlant, tot de be- volks by malkanderen terukken, als waring van hunne fterkte vermaent hem noodigh was, om den ftadhoucn aengemoedight, om dezelve tot der in zijne handen te krijgen, en verdenlaetften adem toe, te befchermen. der te verzorgen, dat hem de heerWaerom de Javanen, en twee ontaer- fchappye van het kafteel, enden buit deEngelfchen, die daer neffens fton- niec oiiffnapce. Peez

ZEEen L A N T - R iE I Z iE. ti\ beez trok terftont met vier duizent het oogh van al de werelt,ten tn ftelzoldaten op ,en trad, krnende te Ja. len. katra, ongevraeghc by den koning in Aldus ftonden de zken aen wederZijn vertrek, en pafte hem de naekte zyden gefchapen, wanneer het langh ponjaert op zijne bloote borft, zeg- verwaghte ontzet voor de belegerden, gende : Koning,geveugevangen, of ppden vijf en twintighften dagh van datgaefer deur. Over welke onver- Lentemaent, des jaers zeftien honderc waghte moortrede en doodelijke uit- en negentien, verfcheen. Als d'opfprake, die hec blank ftael noch doo- perfteedevooght, Jan Pieterfz. Ken, dehjker voprcdreef, de koning zoo- wederom uic de Molukfe eilanden, danigh verfchrikte, dat hy alten befte voor de ftad Jakatra^ mec eene vlooc voor zijn leven gaf, en op ftaende voet van zeventien fchepen quamopdonmet zijne gemahn en eenigen zoon deren. landewaerts in vertrok : zonder men Hybraght al het volk, beftaende in pit meer van hem heefc vernomen. elf hondert weer bare mannen, die hy Zommigen meenen, dac hy zieh na- in twalef troepen verdeelt had, datederhanc cot de vifleherye zou begeven lijk aen lande, en trok regelrecht op de hebben,om zijn leven t'onderhouden. ftad aen, dewelke hy ten gronde toe Maer dien de moortluft van Moorfe liet af breken. Mahometanen bewuft is, zal dat quaD'inwoonders ftonden den eerftert lijk kunnen geloo ven. ftorm dapper tegen: maer konden de Als de Dommagon, of ftedehouder krachtige hooftftoffc van het vuur niet des konings, dit nu aldus gezwint had verduuren. Derhalve begonnen zy Vari uitgevoert, nam hy de ftadhouder van het borft weer af re Wijken, en ftelden de Hollnders in zijne bewaer nis, en ten leften hunne behoudenis in d'otragbte het flot met een in zijn geweit penbare vlucht. De Hollanders verte krijgen : maer de bezectelingen volghden hunne vyanden dapper op wilden het zelve hem, zonder eenige de hielen, en gaven niemant lnfsgenai voorwaerden, niet overge ven. Zy be- als weerloze wijven en kinderen. riepen zieh op het gemaekte verbont* Deze verovering gefchiede den fehrifr, en zeiden, dac men hen weder- dertighften dagh van Lentemaent om zoc ht te verraden. voornoemt, des jaers zeftien hondert Onder dit zamelen en dralen ver- en negentien: welken dagh d'inwoonmerkten de Hollanders, dat hunne ders noch alle jaers, met een gemeenen Vyanden om den buicbegonnen tezin- dank-enbiddaghvieren, en vertootwiften : waer door hen de klem en nen zieh alsdan voor de hooge Oyervreze wat van het herte begon te wij- heit te voet en te paerde in de wapeken. Zy moedighden derhalve elkan- nen. deren aen >, om hun kafteel in te houTen zelven tijde verzeilde d'Opden, engeenj van hunne tegenftrevers perfteedevooghtdacrop met degantmeer te vertrouwen, zoo lang Zy met fchevloot, na Bantam, en begeerde van den Tanger an, dac hy hem alle de elkanderen over hoop lagen. D'Engelfen waren niet wel te Vre- gevangenen rerftont zoude toezenden: den, als zy gevoelden,dat hen de Ban- of zou dezelve mec gewelc komen tammers muilbanden. Dies braghren halen. Deez worftelde aldaer in 'c eerfte Zy al hun grof gefchut, dat zy van de fchepen hadden kunnen lichten, met mec maghtelooze armen, na hunne kennis van de belegerden, wederom quadegewoonte,wel wat tegen: maer aen boort: waer door de Hollanders als hy zagh, dat de blixem van hec niet alleenlijk moet fchepten maer grof gefchut in zijne daken begon te verfterkten hen daghelix zoodanigh, flaen, en het geen jok, maer ernft en dat den Javanen de dullen moet wac rechtfehape dapperheit was, zoo heeft hyde gevangenen, te gelijke met de begon te ontzakken: Toen gaven d'onzen hun kafteel hoope van het kafteel, (dat nu Batavia den naem van Bacavia, cn lieten dien genoemt was) te vermeefteren, laten mec groote letteren op een bort fpij- varen. Toen d'Engelfen dit verftonden, keren, en boven de VVaterpqgrt, in en
;

D 1 E *H E D E N K \V A E cn hunne aenflagcn en ongeoorlofde | den prins van Madtira, op d'onzen burgerhjke ftreken valfch ,en vooral I quam afzhkken, en legerde zieh zo de vverelc ontdekt waren, zoo verlie- Jdicht onder de muuren der ftad, dar* ten zy het lant, entoonden het regen- Jmen hunne buitenwerken met handt* deel van te voore, als zy met elf IchC- jbuflen befchieten kon. Zy deden verpen tegen zeven Hollantfche fchepen, fcheide ftoutmoedige ftormen, des van den middagh tot den avondttoe, j nachts, met een luitruchtigh veltge* fchutgevecht hielden, e'n zieh lieten fchrei, om des te affchnkkelijker te verluiden , dat z,y meefter van de zee fchijnen, alsbydage, Wanneermen malkanderen het wit van d'oogen en gantfeh Indien waren. Het eerfte werk, dat zy op d'aen- ontdekken, en zien kan, wat een ieder komfte van de Hollantfche vloot, by in den fchilt voert. Maer de belegerder hant namen, was het anker te lich- den dreven hen t'elkens met den donten, en hitn zeilen los te maken. Daer der van 't gefchut weder te r ugge, en na deed hun Admirael een fchoot, en overvielen by wijle de bol werken van ging deur: daer d'andere fchepen alle de belegeraers zelfs, die zy dan door op volghden, enliepen de ftraet Son- hunne vuurwerken lieten af branden* en verfchaften hunne vyanden werkdauic. Als de Bantamer gewaer wiert, dat ftof genoegh: maer genen tijt om de* hem zjnegewaendc vrienden en bont- zelve teherftellen, Om nu al te doen, wat het vernufc genoten verlaten hadden, ("zonder wiens hulpe en byftant hy zieh zelven in diergehjke ootloghs-biiien kan byniec machtiga kende, om Batavia te brengen of bedenken, tot nadeelen afwinnen, en de Hollanders uic dat ge- brek van zijnen tegenftrever, zoo weft te verdrijven,) zoo vertrok hy mec hadden de Javanen deftroomender i zijn volk en verftrooide legerfcharen vier boven de ftad, mec afgehouwd weer te rugh, en nam al het geen me- boomftammen toegeftapelt, en alle de, dat hy zoo onrechtveerdigh had doode lichamen van menfchen en beeverovert. Waer door de Hollanders ften, die dagh op dagh ftorven, en een hnnehanden ruim kregen,engrepen ontelbaer getal fcheenen uic ce maken, hec goet geluk, dac hen zoo lieflijk derwaerts gefleept, en in hec water geworpen: het welk daer door niet alaenlokte, by hec hair. Wanneer d'onzen nu befpeurden leen onbequaem wiert omte drinken: dac d'omleggende lanedouwe zeer ge- i maer veroorzaekee ook zoodanigen zonten vruchtbaer, en daerbeneffens j ftank, dac de naefte luchc daer door met eene goede ree verrijkt was,al waer allenchalven wierdc ontfteken: waer meer als duizenc fchepen voor alle uit groote onluft en ziekte ontftont: winden veilighen befchuc kunnen leg- waer over de belegerden hunnen dorft gen, zoo beiloten zy, en ftelden ter- meezoue wacer lelfchen moften. Maer ftont orde, eer iemant het dachte, om eindelijk vonden en dolven zy zomaldaer eene fterke ftad te fliehten, die mige putten op, die wat beter watet van het kafteel Batavia,tegende macht gaven. Daerna deden de belegeraers, van alle hunne vyanden, zou kunnen op den twiniighften dagh van Wijnverdedight worden. Denaeftegelege maent, desjaers zeftien hondert negerl eilanden verfchaften tot den bouw en rwintigh, een algemeenen ftorm kalk en fteen genoegh. De verderc op de Zuitzyde van de frad. Zy ver* nootwendigheden van hout en ande- fterkten hun volk reis op reis, met verre ftoften wierden van de bonegenoo- fche benden, en vielen zeer onveftzaeght en dapper opde veften aen: ten voor gelt gekocht. Toen dit nu aldus wierdr aengevan- maer vonden zoodanigen tegenweer, gen, en met gezwinde werkluiden dat zy met verlies van weinigh volk achtervolght, zoo wiert d'yverzucht moften afwijken. In hec verfchoeijen befrormden zy der Javanen daer door weer opgewekc, die zoodanigh aen hec hollcn Maesl'ants Waerburgh : alwaer niet raekte, dat de Mataran , des jaers meer als 1 y. foldaten tot bezetting in 1 6 x 9 , met een machtigh heir van lagen,die hen zoo manhaf tig verweer12000 mannen,onder opperbeleit van den,akde vyant kloekmoedigaenviel. Wan-

ZEEen L A N T . R E I Z E , 2 ; Wanneer nu al hun kruit en loot dat men my zoodanige mcht had Verfchooten , en voor dien tijt gene toevertrouwt, ik zou het kafteel gehope was om meefte bekomen, zoo Wonnen hebben , ofmijn leven daer begonnen zy zieh met vloerfteenen voor tepandegelaten hebben. Dit wiert en dakpannen zoo lange te verweeren, den Mararan daerna aengedragen, als als'ertehalen waren. Ondertuflchen hy voorgenomen^had, de tweede belebemerkten de Javanen hec gebrekder gering zelfaen te vangen. Dies gaf hy onzen, en d'onbeqnaemheic van hun dien Inorker het opperfte bevel over eigen ftorm-gereeefchap, om den zoo vele oorloghs-benden,als d'ander Wacrburgh te beklimmen. Dies tra- van te vore onder zijne gehoorzaemden zy dicht aen de voet van de muur, heit gehad had, enliet hem daer mee en flrngerden een zwaer vygertou om optrekken. Dan als deez zoo vele de veften, met voornemen van de ge- maenden en dagen te vergeefshad geheele Waerburgh om verre te rukken, oorloght, om hec kafteel te Winnen, en mec macht van menfchen over zoo gaf hy, (als reeds tevoore is verhoop te halen. Maeralsdeftedelin- haelc) zijn leger aen de vlam ren befte, gen het zelve gewer wierden, zoo de- endaghe mec gemak weerom na Maden zy, tot ontzet van hunne lantslui- dura te vertrekken. Maer de MaCaden, eenen u'itval op de Javanen, die ram deed hem hec zelve door eenen genen ftant hielden - maer achter in van zijne overften beletten , en op hun voordeel dijfden ; uitgenomen ftaende voet, mec alle zijne byhebbeneenigen, die liever fterven als wijken de hooftluiden en foldaten, die hem wilden. gevplght waren, op hoope van goeden Den eerften van Slachtmaent, zes buice,denkopafflaen,zeggende: Nu uuren na Zonnen ondergang, deden de moet ghy uw woort met de waerheit Javanen hunne legerplaetfen op drie be kr achtigen, om het kafteel te Winverfcheide plaetfen in brant fteken, en nen, ofhier op ftaende voet fterven> vertrokken, zoo heimelijk als zy kon- Dit was een ellendigh fchouwfpel en den, weer lant waerrs inj na zyde ftad deerlijkom aen te zien voor vrienden drie maenden en tien dagen belegerc en vyanden. hadden. De Javanen hebben dezenongelukD'onzen waren wel te Vreden, dat kigen toghe, daer in zy meer als derzy van zoodanige raeuwe galten, die tigh duizent foldaten lieten zithen zelfs genoodight hadden, onrfla- ten, haeft uit den zin gezet: want gen waren. desjaers zeftien hondert vijf en vijfcig Zy vonden in de verlate legers niet begonnen die van Bancam hunne oote plonderen: maer waren ver wonderr, ren weer op te fteken ; doch konden wanneer zy op eene kleine plaetfe den Hollanders weinigh hinders coemeer als acht hondert menfchen von- brengen. Hunne troepen hielden wat den leggen, diealle met malkanderen verre van de han t , en hadden zoo vele vermoort, en jammerlijk om't leven kans niet als te vore, om tegen den gebraght waren. donder van 't grof gefchut in re drinD'oorzake van dit gruwel-ftuk was gen. Dies trokken de Hollanders ontftaen uit eene hooghhertige fpot- zelfs tegen de Javanen in 't vlak en ope redevanden prins van Madura,en al- velt op: (waer uit men d'arme lantman gejaeght had: na al hetgewas van rijs dus bygebraghe. De Macaran had in de voorige bele- en zuikerriet verniek, en gantfehehjk gering eenen van zijne voornaemfte bedurven was,) daer zomtijts eenige nooftmannen, met een goet getal fol- herde bejegeningen voorvielen. Maer daten, den koning van Jakatra te hui. de Javanen hadden den meeften rijt pe gezonden, om de ftadte Winnen: den neerlaegh: waer door zy het oormaer als hem hec zelve ondoenlijk logh moede wierden. Te meer als zy was, en derhalve onverrichter zake vernamen, dat Arnold de Vlaming moft wederkeeren, zoo wierdt hy daer met een goet getal van Soldaten uit de over van den voornoemden prins be- Molukfe eilandemfop Batavia aengefpot, en mec herde woorden aertge- komen was. Derhalve lieten zy den taft : want hy zeide : Was het zake, krijsh varen, en maekten vrede, die Zy Ff noch
2 y 1

52 G E D E N K W E E R D I G E noch onderhoden, en laten de Hol- zon, en onder, dewijl het open is> landers , die hen te machtigh zijn, on- luchtigh zitten kan. Op de rivier ftaet een aengenaem gemoeir. Sederr hebben d'onzen, tot meer- fpeelhuisjc, dat in de hitte op het wader befchermingen verfterking van de ter geen klein vermaeken aengenaemftad en kafteel, verfcheide Vellingen heit geefc: inzonderbeic het gevogelr, of forten een ftuk weeghs daer buiten als zwanen,ganfen, en andere waterre lande, en aen de zee kant, doen leg- vogels, die in dit water houden. gen: alstenOoften, aen de zeekant, Buiten Batavia , op de groote riziet pag. het fort Amjol, enaen de Weft-kanr viere, ftaet ook het huis van eenen het fort Anke: maer te landewaerts de voornamen burger , Strantwijk geforten de Vijf-hoek, Rijswijk, Noort- noemt, dat wel eer het fpeelhuis van wijkenjakatra. den Steehouder, de Heer Johan MaetHet fort K^Ansjol leit ontrent twalef zuiker, was. Hec is zeer luchrighen hondert roeden buiten Batavia, aen de luftigh , met een aerdigh en antijks Ooft zyde, aen zee, by de kalkovcns: dak, en voor met een uicftekgetimderwaerts men lngs een rechten wegh mert. Het heefc een fchoone cum, die na toe gaet. Het is van Vierkante fteen mec allerhande vruchtboomen en opgehaelt ,en wort aleijt mec een deel bloemen beplant is. foldaten bewaert. Buiten de nieuwe poorte, rontom in Het fort Anke leit ontrent vijf hon- luftigh geboomte, ziet men een grafFort An dert roeden buiten de ftad, aen de ri- ftede , door de Sinefen, na hunne ke. viere, een weinigh landewaerrs i n , en wijze pracheigh, gebouwt,ter eere van niet aen zee. Het is ook in 't vierkant hunnen oppervooghtJ^tf. Hecbegebouwr,en met rode pannen gedekt. ftaec in een heuvel mer opgeworpe Daer ontrent woonen verfcheidelant- aerde daer voor, en in verfcheide mecluiden, lngs de riviere: dewijl delan- fel werken , die alle wit gepleyftert douw daer ontrent zeer vruchtbaer is. zij n. In het middenftaeteen cafel, met Daer ftaet ook een kalkoven, en dicht een kan daer op: daer de Sinefen t'eldaer by het Lazarus-huis. kens het een of ander, 'c zy fpijze of Her fort Jakatra ftaet op de kant van gelc, infmijcen, tot zoene van de ziele Fort Ja Jcacra. deriviere, ontrenc vijf hondert treden deroverledenen. Noordooft waerts buiten de ftad Batavia. Men gaet derwaerts lngs een Iayaenfe en Indiaenfi gelpaffen, boorechten wegh , die zeer luftigh met men, kruiden en bloemen. boomen en plan tagten ter wederzyden dicht bezet is. Aen dien oort leggen de meefte tuinen en plantagien. De T\ E lantftreke in en ontrent de ftad Sinefen , Amboinelen , en andere Baravia: als ook hec gantfeh eivreemde volken, hebben daer hun lant Java , is wonder vruchebaer in het voorrbrengen van de meefte gewaflen, quartier en wijk. Tuflehen de forten Jakatra enRijs- die door gantfeh Indien gevonden w i j k , leidt, benoorde de ftad Batavia, worden, en wy vervolgens hier zullen op de riviere,'t fort Noortwijk. Hctis tentoon ftellen. Fort Onder de mirakelen der natuur, die Noord mee, gelijk d'andere, in 't vierkant van wijk. fteen opgemetfelt, en met roode pan- op dit eilant Java gezien worden, is nen gedekt. onder andere een het volgende : Te Buiten de ftad Batavia hebben ee- weten, kruiden en planten, die op an* nige voorname burgers verfcheide tui- dere plaetfen der werelt uit de natuuf nen en lufthuizen gemaekt. Onder week en zacht zijn, worden aldaer andereftaetop de groote riviere, bui- veel met een houtachtige fteel of Irenten Batavia , het huis van kapitein gel gezien. Als te zienis aen het geBurgs, die met allerhande flagh van meen kaesjcs-kruit,dat lageen houtiIndiaenfche boomen beplant is. Het ge ftengels heeft, en fraei bloeit en huis is, na de wijze van de meefte In- kaesjes voortbrengt. diaenfe huizen , met een afdak geDaer en boven zijn'er vele foortert bouwt , daer men boven op, voor de, van boonen enLupijnen i dieopjava aen

Sineft

N T - R E I Z E . na behooren hanthavent en waerneemc Wieden Wijngerr allereerft aldaer gebraght en in d'aerde gefteken heeft, zou men mer zekerheit niet kunnen zeggen noch weten: naerdien men in gene daghregrfters vah alle dte reizen, die zedert het jaer vijftien hondert vijf en tnegentigh derwaerts gedaen zijn, daer van iets aengerekenr vind: 't Welk buiten twijfel zou gefchiet zijn, by al\Aerd'uruchteh. dien men defelve eiders gevonden hd. Hy waft in de ftad Baravia zeer Holtantfe ko!en,indien ter rechter weeldrighop.en meeft by vele huizen j tijt ter aerde gebraght en gemeft zijn, daer plaetfe is. De vruchten kan men worden volkomen rijp : maer indien het gantfeh jaer door genieten, waniemant die onachtzaem handelt , en ! neer men die op zijne orde en tijtlaet nietgaflaet, dan ontaerden zy, en fnijden. Anders heeft men van eenen fehieten uit tot heefterachtigeen hou- rank, alle drie maenden rijpe vruchten. tige bladen. Veertien dagen na hy gefneden is,vcrHet fchijnt de natuur, als met voor- roont hy de knoppen van zijne troffen: daght, vele zuure en zamenrrekkende die, na verloop van andere vcerriert kruiden aldaer in Indien voortgebragt dagen, in htinne volle bloeifel ftaeni te hebben. tegen de feile en woedende en voorts in twee maenden daer na lantziekten : als roode loop , borr, bolleen rijpe drivenzijn. kramp, enz. die gemeenelijk uir de galIn de ho ven, buken de ftad, Wil de le ontften. wijngerc zoo wel niet rieren: uir oorMen heeft'er veelerleie foorren van zake mifleh en van de leegre des lants: driebladen: inzonderheit' koekkoex- ofdat het noch niet genoegh vanfijnen bropt,die zoo in de bolfchen, ontrent zoutenen zlpeterchtigen aert gezide rivieren, als in de tuinen groeien. vert is: dat metter tijr kan onderzocht Daer groeitporcelein, fparsjes, en- worden.De wrjnteelt zou den inwoondivie,latuw, weeghbree, bekabung, ders groot voordeel enbrengen, i n warerkers, peterfelie,radijs, roode en dien die gelukken wilde. witte beet,en diergelijke moeskruiden: Men ziet'er ranken, die troffen met die eensdeels uit zaden derwaerts uit rijpe druiven dragen, die de zwaerte Hollandt gebraght, en eensdeels van van veertien onen , of een ponr, en meer heboen. Anders zijn aldaer op zelfs in het wilt groeien. De radijs groeit'er veel langer, en is eenige plaerfcn druiven, die ongefmakelrjker: waer onder een krte en meen groor, en zoo grof van befdikke foort, die in plaetfe van rapen fen zijn, als de Spaenfe moskadelgekookt worden. De Sinefen leggen len. ook de radijs en bladen in een pekei, en eeten die, om de luft van eeten tc ver- Blaewwe boonen. wekken. Daer groeit een zeker foort van veral, lngs de wegen buiten BaMandragors, Belladona by d^talia- tavia, groeit in ftruiken en ftruweleri nen genoemt, dt by d'Indianen in zeker geWas, mer zeer durtneenracic groot gebruik, regen de gedurige en ranken, als die van de hoppe, en fpreic heetekoorti'en, is. Herworrineekof zieh wijten breet lngs d'aerde uir , o f pekel ingeleit. De vruchten onder de itidc lucht: wattneer het ontrent zieh ache gebraden, eeten gezonden en eenigh fteunfelvind, daer het by om hoogh kan klimmen, op een zelve kranken in plaetfe van falade. wijze, als het loof of de ranken vari Turkfe boonen of erweren. Wijngert. De bladen zijn byna,ils die van deri rozenboonu De Wijngert is aldaer zeer De bloem fpfuft uit eeh groefi vruchtbaer, wanneer men den aelVeri F f a knop*

Z E E - en L A den de boomen groeien, dat in Europe ongehorc is Het lant van Java, ontrent Baravia, is zeer vruchtbaer: want de Hollantfc zaden , endic uit Perfie en Suratre derwaerts al over eenige jaren gebragt zijn,en noch gebraght worden, cieren'er weelderigh,en geven overvloedigh vruchten.

it8 G E D E N K W A E R D I G E , knopje, en is zoo groot als een cnkelde 1 tuw, d i l , vcokel, fparsjes. Menheeft roos, onder fpits : maer zeer lchoon 'er ook veelerlei aertvruchten,alswa* hemelsblaeu van kleur, en in het mid-'ter-meloenen , pompoenen , komden geel. ' kommers, citrullen ; desgelijx vele Het geeft wrnge en wilde vruch- hauw-vruchten vaq boonen en erwe* ten: waerom het van niemant geacht ten,die by ftokken,heefters en booen voortgeplant wort. \ men opklimmen. Jndiaenfch Cfrloeskruit. Fokky-Fokky.

De vrucht, by d'Indianen FokkyHet Indiaenfchmoeskruit, alzoo by onsallereerftgenoemt, waft op Bata- Fokky geheten, is langwerpigh rondt via in verfcheide tuinen , heeft bladen als een peere, en bywijlc grooter als van groote als de fuuring, daer eene een eile, en ruim zoo dik als een mans bleke ribbe lngs deurloopt.Het heeft arm. Zy is vol klein zaet, en heeft een cen fchoonen purperen bloem, die uit dnne, doch zulken gladde fchil, dat een groen fteeltje , met vele kleine men zieh, als in cen fpiegel,daertegert knopjes,voortkomt. Zommige zijn kan fpiegelen. De bladen zijn rouw, fneeuwit: andere met purpere en groe- en als mpt wol bezer, doch grasgroen. Het gewas fchiet tamelijk hoogh op. ne vlam men gepiekt. Deze vrucht is een van de voorDe bladen en ftengels hebben de fmaek van het moeskruit Bajan , cn naemfte vruchten in Indien, en niet worden als bect gekookt, en fmaken alleenlijk eetbaer; maer van een zeer niet vreemt, alfle wel toegemackr zijn. lckkere fmaek, indien zy met wijn en peper gekookt wordt, en fmaekt dan tjttoeskruiden. eveneens als de ftoelen van onze artisjokken. Het is een gemeene fpijze, D'Indianen houden de moeskruizoo by d'Indianen als d'onzen, gelijk den, en alleeetbare kruiden, in groote derapen hier te lande: en geeft goet waerdeen achting: want de meeften, cn licht verteerend voetfel, en heefc die van Suratte en de kuft van Kor- een water afdrijvcndc kracht, en is mandel op Batavia komen,eeten byna dien volgens zeer goet tegen den fteen alleen aertgewaflen: na den voorgang yan nieren en blaze. vanPythagoras, die geen vleefch van Noch is'er cen andere wilde foort eenigh levend dier proeven wilde: van Fokky-Fokky: doch die heefc geene naerdien hy de leere van de verhuizing langwerpige ronde vrucht: maer cen der ziele ingezogen had: gelijkookdc heel ronde. Wanneer zy rijp worc, is meefte Indiaenfche heidenen die leere zy geel. De ftengel is gantfeh met doornen bezet. aenhangen. Aldus onthouden die menfchen Deze wilde vrucht wort nietals van zieh noch heden van roode boonen, rhinofters en wilde zwijncn gegeecn al wat onder de kruiden een roode ten. kleure, en eenigh gclijkenis met bloct heeft. Dit is ook d'oorzake: waerom Jambos. d'Indianen, die anders flechte enonkundige menfchen zijn , grondige Over al op de vlakke velden van kennis van kruiden en boomen beko- Java groeit een boom, wiens vrucht men hebben. de Malayers Jambos,en d'onzen J3De Malayers noemen alle moes en vaenfe fleen en Pruimkens noemen eetbare kruiden, in hun tale, met een want de boom is den wildenfleenof algemeene naem Seir: maec'arrzenye pruimboom in alles zeer gelijk. of genees - en vergiftige kruiden, OuDe vruchten zijn ook zainentrek.^ bat. kendc van fmaek j maernicc onhefeDaer groeien op Java en ontrent lijk. De rijpe vruchten zijn geel van Batavia vcelerleie moeskruiden tot kleur: maer de hierlantfe wilde prui's menfchen voetfel: als roode en wit- men of fleen, purperachtigh zwert. te beet,peterfeli: alle foorten van la- Zy koomen in krachten mec elkanderen

2 E E - en L A Iren over een : want op een zelve wijze, gelijk hier te lande, wordt het zap dier Vruchten, mer water van Champakka en rozen water, tegen d'ontfteking der kele, amandelenen fpruuw gebruikt. Het zap, van binnen ingenomen, is dienftigh tegen den rooden loop, bort, en andere gallige qulen. Dies dit zap van d'Indifche wuchten Jangomas,in alles het gebruik van het zap van d'Acacit der Oudea , o f vandehierlantfe fleen voldoet. Kuheben of Kumuk.

N T

R E I Z E .

Ophet eilant Java alleen, aen den oever van den vliet Sunda, groeien in de boflehen in 't wilt, zekere vruchten, die by d'Arabieren Kubeben en Quabeb , by de Javanen Kumuk, en by alle d'Indianen, behalve de Malayers, Kubab Sini, dat is, Stneefche Kubt, cn ook by eenigen Kubachim genoemt worden: niet om dat zy in Sinagroeijen: maer dewijl zy derwaerts vervoert worden. Duivels-drek of Hin. De boomen, daer aen deze vruchten groeijen, zijn in bladen en takken De Javanen t Malayers en andere. onze appelboomen nietongelijk:hoe- Indiaenfe volken, hebben in groot wel kleinder: maer klimmen als klim- gebruik, om hunne fpijzegeurigh te op by de boomen op. De bladen zijn maken, en te faufen , zeker zap of als die van de peper; maer fm i l der. fpecerye,dat zy H i n , en d'Arabieren De vruchten Kubeben zijn rondt, Altit,en wy hier te lande duy velsdrek, kleinder als de peper, donker bruin op neerduitfch, en op latijn Afa Fativan verru we, en geven, met de naelt da,dzt is, ftinkkende Afa van wegen daeringefteken, eenige vocht, als de zijne vuileen Ielike reuke, noemen: kruitnagelen, uit. Dit gewas , uit wiens wortel die Zoo hoogh worden deze vruchten zap geperft wort, groeit in hec K o by de Javanen geacht, dat zy die niet ningrijk van Perfie, tuffchen de ftad als gekookt willen uit het lant gevoert Gamron en Lara. hebben, om op andere plaetfen nier Dit gewas is twederlei: het eerfte is geplant te worden. Zy worden rijpen rijsachrigh, by na als de waterwillige onrijp van de boomen geplukt. D'on- hier te lande: uit wiens ingefneede rijpe zijn lichten rimpelighvan huit, bladen en fcheuten het zap of duy vels en befluiten van binnen, in de ledige drekof H i n met een pers geperft worr, holligheit van den f c h i l , een kleine, dat gelijk, alle andere zappe, in de zon hert worten een lichaem krijght. Hec weke en witachtige kern. De rijpe vruchten zijn effe, niet tweedeflaghis veel ftinkkender, en is rimpeligh,van binnen blaeu,en hebben een zap, dac uic de wortels van dit gaeen grooter p i t , zijn hierom zwaerder gewas geprft worc. Die zap , als ook d'Amfuoen, is als d'onrijpe. D'onrijpe hebben een een van de voornaemfte koopmanzeer aromatijke , fcherpe en middelfchappen, die door ganfeh Indien by rnarige bittere fmaek, die in het kaud'onzen verhandele worden. wen na het hooft trekt. De rijpe zijn De Ooft Indifche fchepen, die na zoo fcherp noch bitter niet, en zenden, in het kauwen, ook dedampen het eilant Java en andere geweften opwaerts: maerevenwei minder,als van Indien vaereff; voeren altijt een Ff 3 groote d'onrijpe.
}

Men houdt deze vi lichten in den derden graer warm en droogh te zijn. Zy zijn goet voor een flymige maegh, en zuiveren den borft van taeie en lymijge vochigheden , verdrijven de winden,en helpen de koude qulen des lijfmoeders. Wanneer men die lang met maftik kauwt,trekken zyde fluirnenuithet hoofe, en verfterken de herffenen. De Iavanen, en andere Indianen, hebben deze vruchten in groot gebruik, engebruikenze,inwijngeweekr, om het zaet en de luft van byflapen te verwekken, enom de magete verwarmen. Drie of vier vruchten gekauwt, cn in den mont gehouden, verdrijven de draeijing en zuizeling des hoofts : doch men moet de vergaderde vocht t'elkens uitfpuwen, en eindelijk ook de Kubeben zelfs. Onder het kauwen dienden ook de neusgaten toegehotidente worden, ten einde de reuk en damp des te beter na het hooft trekt.

G E D E N K W A E R D I G E groote menighte van dit zap uit Perfie airenuit. Haerzaet eindelijk,of peu derwaerts, hec welk d'onzen aen d'in- len, is langwerpiger, en zomtijts een woondersop Java, in verruiling van vingerlang. De bladen evenwel, en hunne mlantfe waren, verhandclcn. bloemen, komen in reuk over een, behalve dat de bladen van de groote Kardamom,groote en kleine. Kardamom niet alleen ongelijk grooter: maer ook aend'averechtfe zyde, Kardamom (alzoo by d'Arabieren, als motte-kruir,wollighzijn. en by d'Indianen MiUguettas geHet ganrfch gewas is fraei van aennoemt,) groeit ook op het eilant Java: zien , vrolijk groen, en heefc witte zoo wel de kleine als de*groote. bloemen met purpere randen. De kleine Kardamom heefc een fteel, als het riet, met leetjes onder- MottlitBebek, of Indiaenfche Herne/fcheiden ("gelijk ook de bladen niec fleutelen. daer van verfchillen) en groeit op een Zelve maniere, hoopswijze, by een. 13 Et flagh van kruit, dac men hier Maer de Kardamom Ichiet naulix rot * - re lande Hemel-fleutelen noemr, de hooghte van twee of* drie voe- groeic in de tuinen van Batavia, met ten op : en de bladen, tflchen de een weinigh verhevener fteel, als de handen gewreven, geven een zeerlie- Kardamom, en is altijc groen. De blafelijke renke. Ontrent den wortel den verfchillen ook, en zijn rontom fchiet eerft een air uit,gelijkmen in de gefchaertof ingehakkelt. Spica Nard ziet, mec kelken : daer op De Malaiers noemen dit kruit, na blekebloemen groeien, die van d'o- de geftalte, Moulit Bebek, dat Eents. ranje-boomen bloemen zeer gelijk. bek gezeit is: wanc her verbeelt zeer Na het afvallen der bloemen vol- wel eenaverechtfeneenden-bek. gen in dier plaetfe hauwen of peulen, D'inwoonders gebruiken de gedie het welriekend zaet van Karda- kneufde bladen van dit kruit tegen mom befluiten. Deze zaden zijn geel hun fchorftheit,enandere gewoonevan kleure: maer worden, door lang- lijke zweeren, die uit gal ontftaen. heit van t i j t , donker en vermiljoen- Meteekgeftampt, zijn zy ook dienroor. ftigh regen de rooze. De Malaifche De Kardamom is een treffelijke fpe- vrouwen leggen dit kruic ook boven cerye,en bezit uitttekende en groote op het hoofe der kinderen, ter plaetfe, krachten: want zy heefc eeneliefelijke daer de naden noch niec t'zamen geWarmre, en die mets menfchen na groeic zijn, om de herflenente verftertuur over een komt: zonder eenigen ken : en om des te beter de kraght te brandt in d'ingewanden na te laten : doen doordringen, fcheeren zy het waerom zy ook alleen, zonder eenige hair met een fcheermes af. andere fpijze,kan gekau wt en gegeten worden. Zy drijft de pis af, verwekr Indiaenfche Zmring. de maentftonden der vrouwen, opent de verftoppingen van milr en lever, Op het eilant lava, en op d'omlegen maekt,gekauwt, een liefelijken gende eilanden, groeit een wonderaedem. lijk flagh vanzuuring, die geheellijk De groote Kardamom waft over- niets mec d'Europifche zuuring gevloedelijk in de boflehen van Iava, en meen heeft. Zy fchiec cot de hooghte krijght bloemen aen een fteel, even als van cen mans lengteop, met een vafte, een hyacinth. fterke en kantige fteel, als die van de Zy verfchilt van de kleine Karda- hennip. De bladen zijn ook die zeer damominveelerleie manieren. Eer- gelijk,met fcherpedoornrjes, die hier ftelijk fchiet zy boven een manshoog- en daer uitfteken. te op. De bladen zijn ook grooter: de De bloem is die van het keeskruit eel is niet mec leden of knobbeligh, gelijk: beftaet uit een enkel blat, enis als hec rier: maer op de wijze van een van een zelve groote, die in den omuijen-fteel. Daerenboven fmijt de klei- trek witachtigh geel: maer in denkelk ne Kardamom ontrent zijne wortelen purperachtighis. De
1

Z E E - cn L N T R E I Z E. De bladen, gekauwt, fmaken als; gemoedighr worden. zuunng: maer zijn vetteren lijmiger D'Amfioen wort by d'Indianen mec op de cong. Het zaet is ftekeligh of grooc voordeel gebruikt: want indien doornigh,cnals dt van de Kardebe- men van d'amfioen niet verzien wasj nedikt. Het is kout en drooghachtigh men zou qualijk in die zeer heete gevanaerc. weften eenige genezihg kunnen doen: De Malaiers gebruiken dir kruic on- inzonderheit in den rooden loop, bort, der d'eecbare kruiden voor moeskruir. I heete koortfen, en andere qulen, die Zy wrijven ook de bladen op een uitdegalontftaen. marmer- fteen, met fchraepfel of zageArme Indianen koken uit de bladen Iis van zandel-houC: daer by doen zy en fcheuten van den heul een flechter olie van kokos nocen en eek, en ma- foorevan amfioen, die zy in de zon ken daer in docken nac , en leggen die laten herc worden. Ditflagnoemen de op het hooft voor de cancpijn, welke de rijken Pouft, eh de gehen , die hec uitgalontftaet,enveeltijtsdeherflen-<gebruiken, fchimpswijze Poufti, als vliezen ontftelt. of men bedelzakken wilden zeggen; Daer en tegen drijven d'armen den rijBenjoin-boom. ken her woort van Amfioniften weer tot fchimpcoe: waer mede zyquanfuis Op Java groeit ook de boom, uit hun overdaet en welluft willen verwiens ingefneden fchors des ftams de wijten. welriekende gom Benjom oiBenjmn druipt. Pyzang of Bachoven. Het iseen gewas of boom ,die uit vele fcheuten of takken, van een arm De vruchten Pyzartg of Tndifche dik, beftaec. vygen, en anders Bachoven by d'onzen gebroken, na den Portugefen Nardus. naem Pakovia, genoemt, worden by de Maleyers Pyzang, en anders BatjaOntrent en niet verre van Batanas, by de lavanen Gedans, by de Sinevia, groeit overvloedelijk een gewas, fen Thio, by andere Indianen Quellif Nardus genoemt, dat by de Javanen by d'inwoonders van het eilanr Sint in de keuken, om de fauffen van vifch Thomce Quetta , en by d'Arabieren engezoode vleefch cen geurtegeven, Cfrlausen Muza geheten. in groot gebruik is. De ftam van dit gewas loopt van Men Icir de gedrooghde Nardus in onderen,a!s met langwerpige fchulpen eek, op een zelve wijze als gouts-bloe- of fchubben, na om hoogh : daer aen men hier te lande Men kookt'er ook, deze vruchten groeien. Hy fchier tot met zuiker, een fyroop van, die regen de hooghte van twintigh en dertigh de koude gebreken.der ingewanden, Voetert, in zes maenden t i j t , o p , en alsvanleveren m i l t , dienftigh is, eh heefc de dikte van vier voeten in de ronre: maer is zoo voos en week, datalle verftoptheden opent. Deze eek en fyroop geneeft ook de men den zelven mec een mefch kan fteken en beten van flangen en fcor- fnijden, als een koolftronk. Het heefc pioenen: 'c zy van buken opgeleit, een fchoon gewai, en loof van bladen : dier zommigen wel anderhalve voet of van binnen ingenomen. breet, en vijf, zes of zeven voeren lang z i j n : aen de bovenfte zyde grasgroen, Opium of Amoen. en aen d'onderftevael, mec een dikke ribbein 'c midden. Anfioen of Amfion by d'Indianen, De vruchten hebben boven een enbyde Grieken enLatijnen Opium geheten, is een zap van heulen of geel kroontje, zijn zeer liefelijk om maenkoppen,enby d'Indianenen la- aen te ziert, en byna als langwerpige vanen in ongemeen groor gebruik, in- komkommers, met d'enden halve zonderheit wanneer zy ten ftrijde zl- maens wijze na malkanderen toe gelen treden: waer door zy dan als dol, bogen. D'onrijpe zijn groen, of pauitzinnigh,tazend en tot vechten aen- pegaygroen van kleur, en de rijpe geel1 1

ip G E D E N K W A E R D I G E geelachtigh, en zien van binnen mee haer aengename fmake'en reuk, wel uirdengeelen. raeu gegeten,indien zy lang voor hare Wanneer de vruchten hren was- volkome rijpheic afgefneden zijn. dom hebben, om gefnedenre worden, Dan biijft de fchil by wijle groen, en dan wordt de ftam tot onder aen den het bmnenfte knjghtmet der tijt zijn gront wegh genomen, en de vrucht, eigen aert en aengename fmaek, niet die noch groen is, aen debalk in hui;, ongelijk de weeke zuiker-peeren o f opgehangen, om te rijpen , die in wei- zappigegroentjes,en wort rinsachtig. nige dagen daer na bleek geel en rijp In de doorgefneden vrucht verwordt. Zy hebben een dnne fchil, toont zieh van binnen een kruis. die iichtelijk met de hant, zonder beDe bladen van dit gewas worden hulp van eenigh werktuigh,kan wegh- gebruikt , om allerhande goet in te genomen worden. pakken,ennade merkt te brengen. De boom ofvrucht geeft geen zaet} Wanneer ik des jaers zeftien honmaer een fchoonen purperen of paer- dert en zeftigh , met den Heer Ja- zi fen bluem of knoop, zoo groot als een kob Huftarr op het eilant Bro was, ftruis-ay ,die boven in den top, uic braghten d'inwoonders alle hunne een hert of fcheut, voortkomt, en fpijze voor ons, in deze bladen,op den opent zijne bladen op verfcheide tij- dilch, die mec dezelve bladen ook geden. Zoo lang als de ftam vruchten dekt was: desgelijx beftonden de genoegh heeft om te voeden, dan hantdoeken uir deze bladen Zy wilvallen de bladen by trappen , allengs- den uit geen glas, dat hen door d'onkens af, en laten voor ieder bladr een zen wierr aengeboden, drinken: maer regel vruchren. hadden cen bladr van zekeren boom, Uit de knoop voornoemt fpruir dar. zy daer roe bequamelijk gebruikeen lange tak, daer de vruchten tros- ttn: uit her we ke zy alle dronken,en Wijze, by wijle ten gctale van meer als meendeh dan geenen dienaer vannooeenof twee hondert ftuks, aenzitten: de te hebben, om de glazen ce laten en hebben aen eenen tros twee man- fpoelen. nen byna een draght. De Javanen gelooven j dat de blaElk ftronk, ftam, f ftrui^c brengt den van dit gewas eene ongemeene maer een tros met vygen voort. kracht hebben,om vuur uit releflchen: Daer zijn veeierleie g.ftaghrenvan derhalve planten zy hec gemeenelijk deze vruchten, die alle by d'inwoon- dicht by hunne huizen, om diebladen ders met namen , gedaence en fmaek in tijt van noot by der hant re hebben. onderfcheiden zijn. Na detronkofftruik van dit gewas Het gebruik van deze vruchten is tot den grondr roe met de volwaflc menigedei Zommigen weren dezelve vruchten afgefneden is, fehieten uic in de Zon te droogen, cn zoo fmake- den wortel, rontom de voet van den lijk als Portugefe vygen te maken: ge- oudenftam,nieuwe fpruirjes van zelfs, lijk ikopS. mony, een van de Zoute in groote menighte, weer voorr, diein Eilanden, heb gezien. weinigh t;jts hunnen volkomen wasD'onzen bakken deze vruchten in dom krijgen, en weer nieuwe vruchde panmet boter eneyercn,of met bo- ten voortbrengen. Dies men deze ter alleen, en houden dezelve voor vruchten het geheel jaer dcor genieeen groote lekkernye. Aldus roebe- ten kan. reir, worden zy gezeitte verkoelen, Dir gewas groeit met kleine moeite, goet voetfel te geven , en den buik en door geheel Indien in zoodanige week te maken. menighte, dat men voor eene ftuiver De rauwe vruchten zijn eggerig en een gehecle tros koopen kan. Zy kotzamentrekkend: en dierhalve onbe- men het weeldrighfte in vetteen molquaem om raeu t'eetcn: want zy zijn lige aerde voorr. walgelijk, veroorzaken winden , en Eenige willen,datdeze vruchten de doenbraken, ende migeomkecen. genen zouden zijn, die de befpieders Ook verwekken zy den geenen, die uit het lant van Belofte in het leget haer niet gewoon zijn t'eeten, den roo- Jfraels braghten Men vind'er ook, dcnloop., Evenwel worden zy, om die gevoelen, dat Adam en Eva hunne fchaemte

Z E E eh L A fchaemte met deze bladen zouden bedekt hebben. Andere fchrijven, dat Adam van deze vruchten, tot zijnen val, in het paradijszou gegeeten hebben. Waer om zy by eenigen ook Taradijj-a-ppeUn genoemt worden. Bamboes-kruit.

N T . R E I Z E . i | dien hy zoo fchoon van reuk, als kleure was. Hy waft als onze bruine klaver: maer is heel anders van bladt: naerdien de bladen uit een dun bruin fteeltje, tegen malkanderen uitfpruit. Ook komt het bloemtje tuflehen twee bladen, uit een groen knopje * voor dencagh.
3

Het bamboes-kruit of gewas groeit Witte Eglentier. overal op Batavia in opgerichte bamboelen, dieaend'opperfte eindenge- Deze Eglentier, byde Javanen en klooft zijn, zonder het zijne wortelen Maleyers Boenga TDadu, en by de Siin d'aerde fchiec, en waft, zonder aer- nefen Tjntfiu genoemt, heeft bladen dc, buiten het water, en gaet nergens en knopjes als de hierlantfe rozenals in het water uit: het geen met recht boom : maer de bloemtjes, die fpierverwonderenswaerdighis. Het heeft wic zijn, vallen zoo groot niet, en hebonder een dikachtigh knobbeltje, daer ben fpitsaghtige blaetjes. Zy hebben zommige vezeltjes uitfehieten, die een reuk, als onze roozcn : maer zoo hun voetfel uit de lucht en dau trek- krachtigh niet. ken,en hunne bladen en bloemen verMen zeit, dezeEglentier-boomen to >nen. allereerftuic Perlien na Batavia door Het heeft fpierwitte bloemen, die d'onzen overgebraght z i j n , een weiuit vijf Ungachcige en gekronkelde nigh na de tijt, wanneer d'onzen albladen beftaen, en eenighzins na de daer eerft quamen te woonen, omdic w.tte leiten zweemen , gelijk zy ook ftad teftighten. Uit de blaetjes van deze witte eglenruim zoo liefelijk als die ruiken en hebben geel zaet van binnen. Deze tieren wordt te Batavia rozen-water bladen fpruiten aen het einde van gebraut: waer coe deze boomtjes by dnne cn buigende tkjes : daer aen zommige liefhebbers zeer zorghvul. langachtige en fmalle bladen groeien. digh worden aengequeekt, en mec Dit gewas dient niet alleenlijk tot bamboefen-ftokken onderfteunt, om een aengename reuk ; maer ook tot hen in de lucht tc verheff n. Het roeen vreemt fchoufpel in 't oogh, en zen-water wort tot verfcheide zaken wijftonsaen, hoe wonderlijk zommi- gebruikt, als ons rozen-water. ge dingen in de natuur gefchapen zijn. Jakkas. Knoop-bloem. De boom, die de vruchten ,Jaaka of 'Jakkas by de Portugefen, en by de DebIoem,dien de Maleyers Bengo SoeJ<,n, de Javanen Bunbang Uugo, Maleyers en Javanen Nanka,en byde cn de Sinefen L'teuhoa noemen, worr onzen Schrootzakken genoemt, voortby de Portugefen Fulede Botano,dat brengr, iseen van de grootfte vrucht is, bloem van de knoop, geheten, om dragende boomen, die in Indien gezijne gehjkenis,dichy met eene knoop vonden worden. Hy waft gaerne op hooge landen, die droogh en molligh heeft. Hy groeit overal zeer ge wil ligh, en zijn, en fchiet tot de hooghte van eehem wordt, om zijne byzondere nen eekel-boom op. De bladen zijn fchoonheit, en hooge purpere ver we, onder blaeu,en boven grasgroen,ront(die, na de bloem afgebroken en ver- achtigh ,en zoo groot niet als de bladorr is, noch even fchoon en groeiend den derkerflenboom. Hy heeft geen blijfrjmdehoven der liefhebbers van bloeifel: maer de vrucht komt uir hec kruiden en bloemen geerne plaetfe dikfte van den ftam cn uic de takken tevootfchijn,en wordt zoo groot en vergunr. Hy heefc anders gene reuk, enzou z waer, dat een eenige by wijle meerals ongetwijfelt onder de jongvrouwcn negen of tien ponden weeght, en acht Wel voor de befte geachc zijn* byal- duim in dcmiddellijn heefc, cn anderGg halve
s

2 . G E D E N K W A E R D I G E halve voet lang is: want de minfte o f ' zout gegeten: het welk een goede koft kleinfte van d<rze vrucht iszoogroot is, als men gene rijs noch broot heeft. Men heeft tweederlei flagh van cn grooter als een kauwoerde: zoo dat de gemeene takken die niet zouden deze vruchten : d'cen wordt Barka kunnen dragen. Zy zijn ongemeen genoemt, en is de befte, en d' ander fchoon in het oogh, en van geftalte hcetT apa of Girafol> enis zoo goet als pompoenen of groote meloenen, niet: het welk men aen de weekheit en van buiten als ananaflen of pijn- verneemt want iindien menze met de hant aenvat, zoo wijkt het voor de appels. De vrucht is eerft groen : daer na vingeren. Deze vruchten groeien door gantfeh alfle afgefneden is, wordt zy rijp en geel. Zy heeft van buiten een, herde Indien; maer de befte op het eilandt dikke en fcherpe huit of fchel, die al- Zeylon , en op de kuft van Malabaer: lerwegen met dnekante ftekelen be- gelijk ikby mijn aenwezen aldaer zelf zet is,die in kotte en groene doornen heb bevonden: want de koningin van eindigen: maer dezelve zijngeenzins Signati vereerde my, onder andere, fcherp of ftekeligh: alhoewel zy fchij- met een van deze vruchten: die zoo edel en welfmakendewas,datik diernen te fteken. Binnen deze huit zijn verfcheide gelijkenaderhantnoit heb bevonden. kasjes,laetjesofkamers, als in de rate van een byenkorf,dacr kerlen, pit- Bloem Siampiri. ten, of kafhnien in zitten, die langer en dikker als dadelen, en met geel Deze bloem wordt by eenigen de vleefch, dat men eet, overtogen zijn. bloem van Kamboja genoemt, dewijl Ieder korl is ontrent zoo groot als het hy van daer op Batavia zou gebraght lit vaneen duim. Men heeft zomtijts zijn: hoewel andere willen, dat die alin een van die groote vruchten meer lereerft uk'Izina zou gekomen zun: als hondert korlen gevonden. Zom- daer hy Pekjahoa geheten wort. Hy waft binnen en buiten de ftad mige zijn van binnen geel en andere wit. De hertfte zijn de zoetfteen befte. Batavia in alle hoven zeer gewillighDe reuk van de vruchr is aenge- hjk aen gehakkelde en knobbeligc naem. Zy zijn aertachtighen raeu van heefters , die zomtijts twalef voeten fmaek, indien zy raeu gegeten wor- hoogh opfchieten. den, en maken vele winden. MaerinHy heeft geen zaet ; maer dikke dienze gebraden worden, als kafta- envette blaetjes, die aen de punten nien , dan zijnze geurigh van fmaek, wir zijn, cn loopen bleekgeel na binen verw-kken de luft van byflapen: nen. Zommige hebben buiten op de waerom het gemeen volk die gewoo- bladen eenige roode aertjes. Hy waft boven uit den top van de nehjk veel eet. Deze vrucht, zoo men dietc veel takjes, en breit zieh in een breeden eet, ontfteekt hec bloet bijfter, en ftoel, met verfchcjde bloemen en maekt het hitfigh. Zy verwekt lang- knoppen uit. Zijne*feuk aert na onze duurigen buikloop, zweenng in den Mey-bloemen: maer is fterker cn zoo cnteldarm, endoodelijkc bloetgang. zoet niet. De bladen van den ftam zijn lang, In't kort, de vrucht Jaka is gantfeh ongezont, enzeer zwaer, door hare fpits, engrasgroen, met vcleaedertzoetigheit, om te verteeren, en gaet jes. Het hout is asgraeu, en boven aen byna onverteert, van onderen af, als de punt, daer de bloem uitgroeit, met zy door den mont ingenomen is: want verfcheide jonge uitfpruitfelen bezer. haer geel vleefch, dat om de kerlen z i t , is vaft en zoo tai, dat het naulix Bloem Katepiri. met de tanden kan afgebeten worden. De bloem Katepiri by de MalaMaer de kerlen zelfs geven eene witte ftoffe van zieh alsroom; doch bhjft yers , en Konban by de Javanen, en tai en lijmigh, aen de vingeren han- Mieuhoa by deSinefen genoemt, waft gen. De kerlen worden van d'inwoon- in de tuinen op Batavia, aen een heeders gekookt, en met een korentje fter, van gedaente als de palmboom die
34 ;

Z E E - en L A N T - R E I Z E . itf die wat hoogh opgefchooten is: maer van binnen bloetroot, en fmken a l de bladen zijn wat grooter \ zomerkerflen. Andere zijn wieenwa* Hy fpruit uit een bleekgroen knop- ^zoec'er. Zy gelijken zeer wel een oje, als d'Iris,is welriekenddchoon van ranjc-appel van buiten en van binnen: gedaente, en heeft dikke vetre blaet- maer zijn meer als vijf mael zoo groot' jes, die zoo zuiver wit z i j n , als eerft want zommige wegen tien en twalef neergevallen fneeu. In het midden is ponc ,en zijn in de rontetien of twalef een geel hert, met fteelen of uttfpruit- duimen dik : dies twee of drie menfelen. fchen genoegh aen een appel t'cecen Deze blom wort by d'inwoonders, hebben. om zijne welriekenthcit en fchoone Zy hangen met boflen van vier of geftalte, zeer geprezen, en in de mee- vijf dicht by malkanderen, onder aen fte hoven aengequeelft: en gelt dikwils dunnetakjes, die met bamboefen oneen eenige blom twee ftuivers. derftut worden , of zouden anders, doorde groote der vruchten, breken, Arroz of Rijsblom. of cot aen den gront neerbuigen. De boomen hebben een geway of De rijsblom wort op Porru