P. 1
Economische Berichten - Vrijhandel weerstaat stille opmars protectionisme

Economische Berichten - Vrijhandel weerstaat stille opmars protectionisme

|Views: 11|Likes:
Published by KBC Economics
De geschiedenis leert dat protectionisme in tijden van economisch onheil vaak de kop
opsteekt. Tijdens de Grote Depressie van de jaren 30 splinterde de wereldeconomie uit elkaar in verschillende rivaliserende handelsblokken, elk met hun eigen importtarieven en kwantitatieve beperkingen. Na de val van Lehman Brothers in september 2008 werd gevreesd voor een herhaling van dit scenario. Op publieke fora wereldwijd bewezen beleidsmakers lippendienst aan de principes en geneugten van vrijhandel en beloofden zij nadrukkelijk hun bestaande handelsengagementen te respecteren.

Het veerkrachtig herstel van het mondiaal handelsverkeer bewijst dat een forse opstoot van protectionisme achterwege is gebleven. Toch blijft waakzaamheid geboden. Langs de achterdeur gaan overheden op zoek naar creatieve manieren om bepaalde sectoren of bedrijven te vrijwaren van internationale concurrentie en toch binnen de krijtlijnen van bestaande handelsakkoorden te blijven. Dit heimelijk protectionisme lijkt in de lift te zitten. De toegenomen complexiteit van het mondiale institutionele handelskader maakt het vroegtijdig detecteren en aanklagen van dit sluiks protectionisme bovendien lastiger. Vanuit dit oogpunt is het bemoedigend
dat, met het handelsakkoord dat de Wereldhandelsorganisatie in Bali bereikte in december 2013, het multilateraal overleg nieuw leven wordt ingeblazen.
De geschiedenis leert dat protectionisme in tijden van economisch onheil vaak de kop
opsteekt. Tijdens de Grote Depressie van de jaren 30 splinterde de wereldeconomie uit elkaar in verschillende rivaliserende handelsblokken, elk met hun eigen importtarieven en kwantitatieve beperkingen. Na de val van Lehman Brothers in september 2008 werd gevreesd voor een herhaling van dit scenario. Op publieke fora wereldwijd bewezen beleidsmakers lippendienst aan de principes en geneugten van vrijhandel en beloofden zij nadrukkelijk hun bestaande handelsengagementen te respecteren.

Het veerkrachtig herstel van het mondiaal handelsverkeer bewijst dat een forse opstoot van protectionisme achterwege is gebleven. Toch blijft waakzaamheid geboden. Langs de achterdeur gaan overheden op zoek naar creatieve manieren om bepaalde sectoren of bedrijven te vrijwaren van internationale concurrentie en toch binnen de krijtlijnen van bestaande handelsakkoorden te blijven. Dit heimelijk protectionisme lijkt in de lift te zitten. De toegenomen complexiteit van het mondiale institutionele handelskader maakt het vroegtijdig detecteren en aanklagen van dit sluiks protectionisme bovendien lastiger. Vanuit dit oogpunt is het bemoedigend
dat, met het handelsakkoord dat de Wereldhandelsorganisatie in Bali bereikte in december 2013, het multilateraal overleg nieuw leven wordt ingeblazen.

More info:

Published by: KBC Economics on Mar 05, 2014
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

10/26/2014

pdf

text

original

Economische Berichten

• nr. 14 • 13 januari 2014

Vrijhandel weerstaat stille opmars protectionisme

De geschiedenis leert dat protectionisme in tijden van economisch onheil vaak de kop opsteekt. Tijdens de Grote Depressie van de jaren 30 splinterde de wereldeconomie uit elkaar in verschillende rivaliserende handelsblokken, elk met hun eigen importtarieven en kwantitatieve beperkingen. Na de val van Lehman Brothers in september 2008 werd gevreesd voor een herhaling van dit scenario. Op publieke fora wereldwijd bewezen beleidsmakers lippendienst aan de principes en geneugten van vrijhandel en beloofden zij nadrukkelijk hun bestaande handelsengagementen te respecteren. Het veerkrachtig herstel van het mondiaal handelsverkeer bewijst dat een forse opstoot van protectionisme achterwege is gebleven. Toch blijft waakzaamheid geboden. Langs de achterdeur gaan overheden op zoek naar creatieve manieren om bepaalde sectoren of bedrijven te vrijwaren van internationale concurrentie en toch binnen de krijtlijnen van bestaande handelsakkoorden te blijven. Dit heimelijk protectionisme lijkt in de lift te zitten. De toegenomen complexiteit van het mondiale institutionele handelskader maakt het vroegtijdig detecteren en aanklagen van dit sluiks protectionisme bovendien lastiger. Vanuit dit oogpunt is het bemoedigend dat, met het handelsakkoord dat de Wereldhandelsorganisatie in Bali bereikte in december 2013, het multilateraal overleg nieuw leven wordt ingeblazen.

Toenemende globalisering
De drie decennia voor de wereldwijde financiële crisis van 2007-2008 werden gekenmerkt door het onafgebroken intensifiëren van de internationale handelsbetrekkingen. Tussen 1980 en 2007 nam de internationale handel van goederen en diensten toe met ongeveer 400%. Het reële wereld-bbp over deze periode nam ‘slechts’ met iets meer dan 150% toe (grafiek 1). In het Westen verkondigden politici als Ronald Reagan in de Verenigde Staten en Margaret Thatcher in het Verenigd Koninkrijk het sterke geloof in vrije markten en vrijhandel. Centraal- en Oost-Europa werden mee in het bad van de Europese integratie getrokken na de val van het IJzeren Gordijn in 1989. De hervormingen van Deng Xiaoping in 1978 betekenden de start van de stapsgewijze integratie van de Chinese economie in de wereldhandel en het vrijmaken van een reusachtig arbeidspotentieel voor de wereldeconomie. Samen met

de opkomst van China ontstonden er Aziatische productieketens die voornamelijk producten aanleveren voor het Westen. Grondstoffenrijke landen zoals Australië, Nieuw-Zeeland en veel economieën in Latijns-Amerika profiteerden eveneens van de door de Chinese groei gedreven grondstoffencyclus. De wereldeconomie plukte de vruchten van de exploitatie van comparatieve voordelen en de doorgedreven arbeidsspecialisatie leidde tot een periode van robuuste economische groei.

Dreiging protectionisme
Hieraan kwam een einde met het faillissement van de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers in september 2008. De wereldeconomie zonk weg in een diepe recessie die later de Grote Recessie werd gedoopt, naar analogie met de Grote Depressie van de jaren 30. Volgens het IMF kromp het wereldwijde handelsvolume in 2009 met 10,6%. Met een daling van
1

Economische Berichten

11,6% kregen de industrielanden de zwaarste schok te verwerken, maar ook het exportvolume van goederen en diensten van de opkomende economieën kromp fors met 8,0%. De geschiedenis leert ons dat in tijden van economische crisis protectionisme vaak de kop opsteekt. In deze context wordt ook wel van een ‘beggar-thy-neighbour’-beleid gesproken waarbij een land zijn economische problemen probeert af te wentelen op één of meerdere andere landen. Het is belangrijk te benadrukken dat protectionisme geen automatisme is dat volgt uit recessies, maar net zoals vrijhandel het resultaat is van politieke keuzes. Veelal komen protectionistische beleidsmaatregelen tot stand onder politieke druk van binnenlandse belangengroepen. De binnenlandse sectoren worden geconfronteerd met krimpende winstmarges en werknemersorganisaties vrezen voor banenverlies. De politieke overheid kan dan bijvoorbeeld beslissen hoge importtarieven in te stellen of kiezen voor kwantitatieve invoerbeperkingen om de pijn te verzachten. Zulke maatregelen kunnen voordelig zijn voor een individueel bedrijf of specifieke sector die zich beschermd weet van internationale competitie. De baten hiervan zijn meestal erg geconcentreerd terwijl de kosten gespreid worden over bijvoorbeeld de consumenten die zich geconfronteerd zien met onnodig hoge prijzen. Voor de economie als geheel zijn zij nadelig en welvaartsvernietigend. Invoerbeperkingen belemmeren de wereldhandel en uiteindelijk leiden ze tot een lager uitvoervolume. Door een bedrijf of sector te ‘beschermen’, verstoort een overheid de werkelijke comparatieve voordelen. Productiefactoren worden onoordeelkundig ingezet en het land verliest specialisatiemogelijkheden om zo efficiënt mogelijk te produceren. Het grootste risico van protectionisme ligt in de mogelijke kettingreactie van vergeldingsacties door andere landen. De protectionistische spiraal die dan op gang komt maakt de recessie uiteindelijk dieper. Dat was exact wat gebeurde tijdens de Grote Depressie van de jaren 30. De wereldeconomie splinterde uit elkaar in verschillende rivaliserende handelsblokken, elk met Grafiek 2 - Aandeel in de wereldhandel
(in %, 2013)

Grafiek 1 - Intensifiëren handelsbetrekkingen
(1980=100) 600 550 500 450 400 350 300 250 200 150 100 1980 83 86 89 92 95 98 2001 04 07 10 13

Reële wereld-bbp Wereldwijd handelsvolume
Bron: IMF

hun eigen importtarieven en kwantitatieve beperkingen. Het duurde verschillende jaren voor de internationale handel deze klap te boven kwam.

Om een herhaling van dit scenario te vermijden, werd op 15 november 2008 in Washington een bijeenkomst van de G20 georganiseerd. De G20-landen vertegenwoordigen samen ruim drie kwart van het wereldwijde handelsverkeer (grafiek  2). Alle deelnemende landen erkenden de dreiging en gevaren van Reële wereld-bbp protectionisme en beloofden nadrukkelijk hun Wereldwijd bestaande enga-handel gementen met betrekking tot vrijhandel te respecteren.

Handel veert op
De initiële schok die de internationale handel in 2009 te verwerken kreeg was forser dan ten tijde van de Grote Depressie. Het handelsverkeer toonde zich echter veerkrachtig en in oktober 2010 bevond de internationale handel zich opnieuw boven het pre-crisis hoogtepunt van april 2008 (grafiek 3). Dit snelle Grafiek 3 - Spoedig herstel van de wereldhandel
(volume, aantal maanden sinds begin daling) 110 100 90 80 70 60 50

0

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

EU28 VS
Bron: IMF

China Japan

Rest van G20 niet-G20

December 1929 = 100 April 2008 = 100
Bron: Almunia et al. (2009); CPB (Werelhandelsmonitor)

2

herstel illustreert dat de schok cyclisch was en geen gevolg van wijzigingen inzake handelspolitiek. De vrees dat het herstel van de wereldeconomie gefnuikt zou worden door een protectionistische reflex bleek dus ongegrond en de G20-landen leken daarmee hun belofte gestand te doen.

delde importtarief zich voort, waarbij de vier Europese G20leden (Duitsland, Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk) wereldwijd het laagste gemiddeld importtarief hanteren. Enkel Zuid-Korea en Brazilië kenden een substantiële stijging van het gemiddeld tarief (grafiek 5).

Dat wordt bevestigd door de Wereldhandelsorganisatie (WHO), Verklaringen die de opdracht kreeg het handelsbeleid van de G20-leden onder de loep te nemen om te controleren of de afspraak Verschillende verklaringen zijn naar voren geschoven voor het gehonoreerd wordt. In haar halfjaarlijkse rapporten over hanachterwege blijven van een opstoot van protectionisme. Veel delsmaatregelen van de G20-landen concludeerde zij dat er waarnemers wijzen op de cruciale rol van sterke internatioin de nasleep van de Grote Recessie nale instituties en bijhorende wetgeweliswaar een lichte toename van het Tegen de achtergrond van de vertica- vende verplichtingen. Tijdens de Grote aantal handelsbarrières werd waarge- le integratie van productieketens is de Depressie ontbrak een mondiaal functinomen, maar dat er geen sprake was uitvoer van een land meer dan ooit oneel handelskader. Het internationale van een sterke opstoot van protecti- afhankelijk van zijn invoer, waardoor handelsverdrag ‘General Agreement on onisme. De WHO noteerde ook geen handelsbarrières zich onvermijdelijk Tariffs and Trade’ (GATT) dateert van forse opsprong van het aantal betwis- vertalen in hogere uitvoerprijzen. kort na de Tweede Wereldoorlog. Pas in tingen die werden aangespannen (gra1995, met de Uruguay-ronde werd een fiek  4). De Europese Commissie, die op geregelde tijdstippen formele organisatie, de WHO opgericht. Sinds de toetreding rapporteert over het handelsbeleid van de belangrijkste hanvan China in 2001 vertegenwoordigt deze meer dan 95% van delspartners van de Europese Unie, komt tot een gelijkaardige de wereldhandel. conclusie. Deze rapporten laten echter het handelsbeleid van de EU-lidstaten zelf buiten beschouwing, waardoor we deze Een tweede verklaring ligt in de gewijzigde structuur van het conclusie omzichtig moeten benaderen. De Europese Unie is wereldwijde handelslandschap. Toegenomen internationale immers goed voor ongeveer een derde van de totale wereldarbeidsspecialisatie heeft geleid tot steeds sterker gefragmenhandel en de Europese Commissie heeft met haar landbouwteerde productieprocessen. Als gevolg hiervan werd de toelebeleid (Common Agricultural Policy) in het verleden bewezen veringsketen steeds internationaler. Tegen de achtergrond van niet vrij te zijn van zonde wat protectionisme betreft. Royale deze verticale integratie van productieketens is de uitvoer van landbouwsubsidies leidden tot overproductie (de zogenaamde een land meer dan ooit afhankelijk van zijn invoer, waardoor de boterbergen en melkplassen) die later werden verkocht op de oprichting van handelsbarrières zich onvermijdelijk zal vertalen wereldmarkt aan dumpingprijzen. in hogere uitvoerprijzen. Bedrijven die over landsgrenzen heen opereren zullen daarom minder snel politieke druk uitoefenen De Wereldbank berekent voor alle landen het gemiddeld toeop de verantwoordelijke beleidsmakers omdat ze beseffen dat pasbaar importtarief voor alle producten. Een analyse leert ze in eigen vlees dreigen te snijden. dat de invoertarieven sinds de crisis eerder lager zijn komen te liggen. Tussen 2007 en 2011 zette de daling van het gemidGrafiek 4 - Aantal betwistingen bij de WHO
(per jaar) 60 50 40 30 20 10 0
Bron: WHO

Grafiek 5 - Gemiddeld toegepast importtarief
(in %) Verenigd Koninkrijk Italië Frankrijk Duitsland Turkije Japan Verenigde Staten Australië Canada Saoedi-Arabië Indonesië Zuid-Afrika Mexico Rusland China Argentinië Zuid-Korea India Brazilië

32,5 0 5 10 15 20

1995 96 97 98 99 2000 01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 13 2011 2007 1999 Bron: Wereldbank

3

Economische Berichten

Anderen wijzen op het heersende monetair stelsel (Eichengreen zone. Bedrijven spelen in op het toegenomen consumentenbeen Irwin, 2009). Tijdens de Grote Depressie van de jaren 30 wustzijn inzake gezondheids- en milieuvereisten om te pleiten klampten veel landen zich krampachtig vast aan de toen heervoor strenge en vaak heel specifieke voorwaarden die in hun sende goudstandaard. Deze landen verhoogden de rente om kaart spelen (Sykes, 1999). het verlies van goudreserves te stoppen of beperken en opteerden, bij gebrek aan wisselkoersflexibiliteit, voor importtarieven Toename handelsbarrières om de binnenlandse economie te vrijwaren van buitenlandse concurrentie. Landen die de goudstandaard loslieten daarenIn 2008 werd Global Trade Alert (GTA) boven de doopvont tegen hadden de ruimte de rente te verlagen en genoten van gehouden. Deze onafhankelijke, niet-gouvernementele organisagunstige wisselkoersbewegingen wat traditionele handelsintie heeft als bestaansreden het monitoren van het handelsbeleid strumenten zoals tarieven overbodig wereldwijd en protectionisme vroegmaakte. Ook tijdens de recente Grote De lijn tussen een legitieme politieke tijdig op te sporen. Hierbij wordt elke Recessie werd de pijn voor veel landen doelstelling en heimelijk protectionismaatregel die de handelstermen beïnverzacht door wisselkoersdepreciaties. me is vaak moeilijk te trekken en veel vloedt op een manier die discriminerend Toch moet men voorzichtig zijn met landen maken handig gebruik van is voor één of meerdere handelspartners wisselkoersregimes als verklaring voor deze grijze zone. beschouwd als protectionistisch, ongehet achterwege blijven van protectioacht of deze in strijd is met bestaande nisme. Vaak is een wisselkoersdevaluatie evengoed een vorm handelswetten. Naast traditionele instrumenten zoals tarieven van ‘beggar-thy-neighbour’-politiek en het onderscheid tussen en quota omvat dit ook meer schimmige vormen van handelseen ‘geoorloofde’ en een ‘oneerlijke’ wisselkoersdepreciatie belemmering, zoals directe financiële staatssteun, anti-dumping is niet altijd duidelijk. Zo ontstond er bijvoorbeeld begin 2013 maatregelen, een voorkeurbehandeling voor de binnenlandse wrevel over de forse wisselkoersdepreciatie van de Japanse industrie bij openbare aanbestedingen, discriminerende milieuyen. Sommigen gewaagden van een op til zijnde wisselkoersof gezondheidseisen en strategische consumptiesubsidies. oorlog. In februari 2013 was er een effectieve steunbetuiging van de G20 aan het Japanse beleid nodig om deze retoriek te Zo besliste de Chinese overheid in februari 2012 een verbod in ontmijnen. te stellen op het uitzenden van buitenlandse tv-programma’s tussen 7u30 en 10u ‘s avonds. Hoewel men dit zou kunnen Onderschatting interpreteren als een poging om de culturele eigenheid te beschermen, gaf toenmalig president Hu Jintao aan dat de Steeds meer waarnemers stellen dat de protectionistische strakkere regelgeving bedoeld was de binnenlandse televisiereactie sinds de financiële crisis onderschat wordt, doordat industrie een streepje voor te geven tegenover de Aziatische handelsbarrières een andere vorm hebben aangenomen. Het concurrentie. In de Verenigde Staten werd beslist dat atletenonmiskenbare voordeel van importtarieven en kwantitatieve uniformen voor Olympische parades in de toekomst uitsluitend beperkingen is de transparantie ervan. Deze maatregelen van Amerikaanse makelij mogen zijn. Tientallen landen hieven worden snel herkend als protectionisme en kunnen dan ook de voorbije jaren anti-dumping belastingen op geïmporteerde snel bestreden of aangeklaagd worden, al dan niet binnen de Chinese goederen. Hoewel de betrokken landen in elk van schoot van de WHO. deze voorbeelden binnen de krijtlijnen van bestaande handelsakkoorden opereren, gelden deze maatregelen als disVanuit het perspectief van de WHO wordt een handelsmaatcriminerend en schaden zij de handelsbelangen van andere regel slechts als protectionistisch geboekstaafd indien deze in landen. GTA beoordeelde deze maatregelen dus steevast als strijd is met bestaande handelsakkoorden. Bij uitbreiding is dan protectionistisch. elke maatregel die geen handelswet schaadt ook geen protectionistische maatregel. Overheden leggen een steeds grotere GTA besluit dat het aantal protectionistische maatregelen sinds creativiteit aan de dag om hun eigen economie een compede financiële crisis wel degelijk is toegenomen. In het eerste titief voordeel te verschaffen en toch binnen het keurslijf van maanden na de val van Lehman Brothers was de toename zelfs de WHO te blijven. Dit wordt ook gefaciliteerd doordat een vrij fors. Nadien daalde de snelheid waarmee protectionistische aantal WHO-uitzonderingen een zekere speelruimte bieden. maatregelen werden geïmplementeerd. Vanaf de zomer van Zo mogen lidstaten maatregelen nemen om dumping (ver2012 is protectionisme echter opnieuw aan een opmars bezig koop tegen een lagere prijs op de buitenlandse markt dan de (grafiek 6). Hierbij is het opvallend dat ongeveer 65% van de binnenlandse markt) tegen te gaan. Ook erkent de WHO het protectionistische maatregelen genomen tussen juni 2012 en recht van landen om bijvoorbeeld in het kader van hun milieu-, mei 2013 op rekening van een G20-land is te schrijven. De cultuur- of gezondheidsbeleid specifieke eisen te stellen aan stelling van GTA werd in april van 2013 ondersteund door toeningevoerde goederen. De lijn tussen een legitieme politieke malig directeur-generaal van de WHO Pascal Lamy die waardoelstelling en heimelijk protectionisme is vaak echter moeilijk schuwde voor de dreiging van protectionisme, die zich volgens te trekken en veel landen maken handig gebruik van deze grijze hem op haar hoogste punt bevond sinds de financiële crisis.

4

Grafiek 6 - Aantal handelsbelemmerende maatregelen
(driemaands voortschrijdende som)

Grafiek 7 - Aantal handelsbelemmerende beleidsmaatregelen sinds de financiële crisis
(2009-2013) Rusland Argentinië India Duitsland Verenigd Koninkrijk Italië Brazilië Frankrijk China Indonesië Japan Verenigde Staten Turkije Zuid-Afrika Australië Canada Mexico Zuid-Korea Saoedi-Arabië 0 50 100 150 200 250 300

170 150 130 110 90 70 Mrt-2009 Sep-09 Mrt-10 Sep-10 Mrt-11 Sep-11 Mrt-12 Sep-12 Mrt-13
Bron: Global Trade Alert

Bron: Global Trade Alert

In haar rapporten heeft de GTA de G20-landen dan ook meermaals aan haar vrijhandelsbelofte van 2008 herinnerd. De alarmerende analyse van GTA moet evenwel worden genuanceerd. Slechts drie G20-landen zijn verantwoordelijk voor ongeveer 40% van de geïmplementeerde G20-handelsbelemmeringen. Dat zijn Rusland, Argentinië en India (grafiek 7). Van een dramatische, wereldwijde opstoot van protectionisme is dan ook nog altijd geen sprake. Toch is de toename van het aantal nieuwe handelsbelemmerende maatregelen wereldwijd onmiskenbaar. Elke nieuwe protectionistische maatregel maakt het voor overheden van andere landen lastiger om te weerstaan aan de binnenlandse politieke druk om vergelijkbare ‘beschermende’ maatregelen in te voeren.

veld een grondige verandering door de evolutie van een monetair stelsel van vaste wisselkoersen volgens een indirecte goudstandaard (Bretton Woods) naar een systeem van vlottende wisselkoersen en fiatgeld. Vandaag houdt de wijziging voornamelijk verband met de complexiteit van het wereldwijde institutionele handelskader. Het voorbije decennium ontstond een wildgroei aan bilaterale en preferentiële handelsakkoorden (Subramanian en Kessler, 2013). De WHO had zich vastgereden in het moeras van de Doha-ronde die in 2001 van start ging, waardoor landen op zoek gingen naar gelijkgestemden om verdere stappen te zetten inzake de liberalisering van het wederzijds handelsverkeer. Zo sluit de Europese Unie regelmatig bilaterale handelsverdragen met buurstaten en wordt er ook met de Verenigde Staten onderhandeld, wat voor het einde van 2014 moet uitmonden in een trans-Atlantisch handelsakkoord. De Verenigde Staten onderhandelen ook met de landen rond de Stille Oceaan (Trans-Pacific Partnership) met betrekking tot het vrijmaken van de handel.

Gewijzigd speelveld
Het protectionisme van vandaag is in weinig te vergelijken met de agressieve spiraal van openlijk protectionisme ten tijde van de Grote Depressie. Het geniepig karakter van hedendaags protectionisme heeft meer gemeen met het handelsbeleid dat ontstond in de tweede helft van de jaren 70. Het einde van het Bretton Woods-systeem in 1971 en de negatieve olieschok van 1973 hadden veel landen in het Westen opgezadeld met negatieve groeicijfers, hoge inflatie en torenhoge werkloosheidscijfers. Overheden reageerden krampachtig en zochten manieren om de binnenlandse industrie te vrijwaren van buitenlandse competitie zonder de toenmalige handelsakkoorden, vervlochten in de GATT, te schenden (Baldwin, 1987). Zo legden Europese overheden verregaande technische eisen op aan Japanse autoconstructeurs zoals Nissan en Toyota. De Europese en Amerikaanse staalindustrie werden in leven gehouden door middel van royale subsidies om de concurrentie met het staal uit opkomend Azië en Brazilië te kunnen weerstaan. Nog een andere opmerkelijke parallel met de jaren 70 kan getrokken worden. Toen onderging het internationaal speel-

Aantal handelsbelemmerende maatregelen sinds de financië Enerzijds is het toe te juichen dat handelsbarrières worden (2009-2012) weggenomen of verminderd. Anderzijds kunnen bilaterale of
preferentiële akkoorden worden beschouwd als een vorm van protectionisme ten opzichte van landen die niet deelnemen en leiden ze tot suboptimale oplossingen. Zo werd Oekraïne in december gedwongen te kiezen tussen een handelsakkoord met de Europese Unie en een akkoord met Rusland. Preferentiële akkoorden kunnen leiden tot situaties waarin handelsstromen niet rechtstreeks tussen twee landen A en B plaatsvinden, maar onnodig een omweg maken via een derde land C, omdat C een preferentiële akkoord heeft met zowel A als B, terwijl tussen A en B zelf geen akkoord, of een minderwaardig akkoord bestaat. Handel kiest dan de weg van de minste weerstand in plaats van de meest efficiënte.

5

Economische Berichten

Soms leiden preferentiële handelsakkoorden ook tot minder efficiëntie handelspatronen. Het meest efficiënt producerende bedrijf verliest dan uitvoer aan een minder efficiënt bedrijf, doordat deze, in tegenstelling tot het meest efficiënte, van de baten van het preferentiële akkoord geniet. In december 2013 bereikte de WHO in Bali alsnog een (beperkt) handelsakkoord. Hoewel dit verdrag minder allesomvattend was dan velen hadden verhoopt, is het bemoedigend dat het multilateraal overleg eindelijk nieuw leven wordt ingeblazen. De toegenomen fragmentatie van het mondiaal institutioneel handelskader kan evenwel niet ogenblikkelijk teruggedraaid worden. De complexiteit van het institutioneel kader en de wildgroei van handelsregels maken het opsporen en aanklagen van protectionistische maatregelen aanzienlijk moeilijker.

Waakzaamheid geboden
Op publieke fora wereldwijd bewijzen beleidsmakers steeds lippendienst aan de principes van vrijhandel. Langs de achterdeur gaan overheden echter op zoek naar creatieve manieren om het speelveld van de internationale concurrentie in hun voordeel te kantelen. De toegenomen complexiteit van het mondiale institutionele handelskader maakt het vroegtijdig detecteren en aanklagen van dit sluiks protectionisme bovendien lastiger. Hoewel er absoluut geen sprake is van een dramatische opstoot van protectionistische maatregelen lijkt de groei van nieuwe handelsbarrières wel in de lift te zitten en blijft waakzaamheid geboden. Hoe langer een land achterblijft op het wereldwijd conjunctuurherstel, hoe lastiger het wordt voor de overheid om te weerstaan aan de toenemende politieke druk om ‘beschermende’ maatregelen te nemen.

Dieter Franceus dieter.franceus@kbc.be

Referenties Baldwin R.E. (1987), “The New Protectionism: A Response to Shifts in National Economic Power”, NBER Working Paper, nr. 1823. ECB (2013), “Is there a risk of a creeping rise in trade protectionism?”, Juli ECB (2013), “Growth, real exchange rates and trade protectionism since the financial crisis”, November Eichengreen B., Irwin D. (2009), “The slide to protectionism in the Great Depression: Who Succumbed and Why?”, NBER Working Paper, nr. 15142. European Commission (2013). “Tenth Report on Potentially Trade-Restrictive Measures”. Evenett, S. (2013). “What Restraint? Five Years of G20 Pledges on Trade”, The 14th GTA Report. Subramanian A., Kessler, M. (2013), “The Hyperglobalization of Trade and Its Future”. Global Citizen Foundation, Working Paper 3. Sykes A.O. (1999), “Regulatory Protectionism and the Law of International Trade”, The University of Chigago Law Review 66 (1) WTO (2013). “Report on G20 Trade and Investment Measures”.

Onze webstek www.kbceconomics.be houdt u op de hoogte van alle analyses en vooruitzichten van de KBC-economisten.

Voor vragen i.v.m. de inhoud van deze publicatie kunt u terecht bij: Dieter Franceus (32) (0)2 429.48.51 E-mail: dieter.franceus@kbc.be Verantwoordelijke uitgever: Johan Van Gompel, Havenlaan 2, B-1080 Brussel Correspondentieadres & abonnementenbeheer: KBC Groep NV, Global Services, GCE, Havenlaan 2, 1080 Brussel, E-mail: economic.research@kbc.be Deze publicatie komt tot stand op de Chief Economist Department van KBC Groep. Noch de mate waarin de voorgestelde scenario’s, risico’s en prognoses de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De prognoses zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies conform de Wet van 6 april 1995 inzake secundaire markten, het statuut van en het toezicht op beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs. KBC kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de juistheid of de volledigheid ervan. Alle historische koersen, statistieken en grafieken zijn actueel tot en met 8 januari 2014, tenzij anders vermeld. De beschreven meningen en vooruitzichten zijn die zoals ze gelden op 8 januari 2014.

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->