You are on page 1of 1

31 oktober 2009 © Nederlands Dagblad

Eigendom
Steeds vaker krijgen we bij het Nederlands Dagblad verzoe-
ken binnen om teksten uit de krant, of delen daarvan,
over te mogen nemen. Het kan dan om van alles gaan:
gebruik van artikelen ter illustratie bij een lesmethode,
overname in een boek en herpublicatie op een besloten
computernetwerk (intranet) of op een openbare website.
De afhandeling van die verzoeken kost uiteraard tijd, maar
toch is het een goed teken dat de vraag wordt voorgelegd.
Het betekent dat steeds meer mensen doordrongen raken
van het besef dat ook wat in een krant staat niet zomaar
mag worden toegeëigend.
Want dat is inderdaad het geval, zo staat ook in de Neder-
landse auteurswetgeving, die al dateert van 1912. Ik zal u
niet vermoeien met wetsteksten, maar in het kort komt
het erop neer dat auteursrecht automatisch ontstaat na
een scheppende, creatieve daad van de maker. Daar hoeft
niet eens een copyrightteken aan te pas te komen. Het
recht houdt ook in dat de maker het exclusieve recht heeft
teksten te vermenigvuldigen, openbaar te maken en te
verkopen. In het geval van de krant heeft de ‘scheppende’
journalist in loondienst zijn rechten overgedragen aan de
uitgever. De hoofdredactie kan om die reden besluiten dat
bepaalde verzoeken om overname worden ingewilligd.
Een andere uitzondering betreft andere nieuwsmedia. Die
mogen citeren uit de krant, zij het met bronvermelding.

Hoewel veel mensen van goede wil zijn en hun vraag om


overname netjes mailen, komen wij veel vaker het omge-
keerde tegen. Teksten uit het Nederlands Dagblad worden
aangeboden op (commerciële) internetsites van derden.
Soms zelfs in aangepaste vorm, of tegen betaling. Het
internet heeft de Auteurswet op flinke achterstand gezet,
tenminste als het gaat om de naleving ervan. Handhaving
is lastig. Als het de spuigaten uitloopt, kunnen websitebe-
heerders een telefoontje verwachten waarin zij worden
gevraagd de illegale overname ongedaan te maken.
We ontkomen er intussen niet aan ook de hand in eigen
boezem te steken. Jarenlang leefde in medialand breed de
mening dat nieuws gratis zou worden, en zelfs gratis
moest zijn. En we vonden het nuttig dat onze artikelen
werden aangehaald op andere plekken dan www.nd.nl. We
kregen er een grotere ‘etalage’ mee.

Betalen
Dat laatste geldt nog steeds. Met een ‘link’ vanaf een
andere website hebben we dan ook geen enkele moeite.
Maar waar we van terugkomen, is het laten lopen van ille-
gaal kopieergedrag. De voornaamste reden is simpel: de
schoorsteen moet roken en voor niets gaat alleen de zon
op. Waar onze teksten worden geproduceerd door voor
hun kundigheid betaalde redacteuren, kan het niet zo zijn
dat derden (gratis) hun kolommen vullen met diezelfde
kopij. Dit besef leeft inmiddels breed in de krantenbran-
che – de muziekindustrie die al jaren is verwikkeld in een
hevig gevecht tegen piraterij ging ons daarin voor. Daar-
naast hechten wij eraan onze teksten in een ‘passende
omgeving’ aan te bieden. Redacteuren die onder naam
schrijven, vinden het bijvoorbeeld vervelend hun artike-
len terug te zien op sites waarmee ze geen enkele affini-
teit hebben, maar die Google feilloos met hen in verband
brengt.
Het opsporen en aanpakken van auteursrechtschendingen
is een intensieve en vervelende bezigheid. Journalisten
steken hun tijd liever in een goed verhaal. Slimme onder-
nemers die dit in de gaten hadden, bieden sinds kort aan
de opsporing en afhandeling van auteursrechtschendin-
gen uit handen te nemen, inclusief incasso van gederfde
inkomsten. Ook het Nederlands Dagblad overweegt met
zo’n bedrijf in zee te gaan.

Rinder Sekeris, adjunct-hoofdredacteur

Related Interests