You are on page 1of 7

61

Het dier

aLsmotief

inde

~----~------~---

-------

---v door

M "lrjan Groot



vormgevlng-

Dieren behoren vanoudsher tot de meest geliefde onderwerpen om af te beelden op voorwerpen van toegepaste kunst. Niet alleen als decoratie, maar ouk vanwege hun symbolische betekenis.

In zijn invloedrijke essay 'Why look at animals?' stelde de Engelse kunstcriticus John Berger: 'The first subject matter for painting was ani mel. Proba bly the fi rst paint was animal blood. Prior to that it is not unreasonable to suppose that the first metaphor is animal.' Door concrete dingen als metafoor te gebruiken konden mensen abstracte begrippen weergeven. Zodoende began, volgens Berger, met het uitbeelden van dieren de ontwikkeling van de symbolische taal. '

Marjan Groot (1959) is kunsthistorica, gespecialiseerd in de geschiedenis van de toege paste kunst. Sinds 1990 doceert zij aan de Universiteit van Leiden.

De Amerikaanse kunsthistoricus Whitney Davis betoogde ongeveer hetzelfde. Maar, zo gaf hij aan, van de context waarin grottekeningen gemaakt werden weten wij nauwelijks iets af. We kunnen er slechts naar gissen waarom men dieren tekende en wat de afbeeldingen moesten betekenen. 2

Op de vroegste grottekeningen, die volgens de huidige dateringen ongeveer 27.000 v. Chr. zijn gemaakt, komen vrijwel aileen hoefdieren voor, zeals bizons, herten en stieren. Later zijn nagenoeg aile diersoorten overal ter wereld

62

gaan behoren tot de meest voorkomende motieven in de kunst en vormgeving. Bestaande dieren uit de eigen omgeving, vreemde dieren uit verre landen, verzonnen monsters en fabeldieren, weergegeven in vlakke decoraties maar oak in driedimensionale vorm. Daarbij kunnen we altijd de vraag stellen naar de betekenis ervan.

Het dier als machtssymbool

Na de vroege grottekeningen met dieren behoort de oude Egyptische cultuur tot de eerste ons bekende culturen waarin dieren veelvuldig en zeer gedetailleerd uitgebeeld werden. Dit konden dieren uit de eigen geografische omgeving zijn, maar ook dieren die niet in eigen land voorkwamen. De giraffes, luipaarden, olifanten, apen, bokken, struisvogels en zelfs kippen die staan op schilderingen en reliefs in graftomben kwamen allemaal oorspronkelijk niet in Egypte vcor.

De Syrische beren die de graftempel sieren van koning Sahure in Abusir (2458- 2446 v. Chr.) waren waarschijnlijk meegenomen van een zeehandelsexpeditie naar de Fenicische kust, hat tegenwoordige Libanon. Zulke exotische dieren konden worden bestudeerd in menagerieen. Het hebben van zo'n verzameling wilde dieren stand symbaol voor de heerschappij va n de monarch over vreemde landen. J

Politieke en economische macht speelde ook een rol bij de openbare menagerieen die vanaf de 19de eeuw in Europa ontstonden: in de hoofdsteden van rijke en machtige westerse landen werden indrukwekkende dierentuinen aangelegd. Hier kanden grotere groepen mensen kennismaken met dieren die niet in eigen land te vinden waren. In dezelfde peri ode begon volgens Joh n Berger de vervreemding van de westerse mens en het dier. Oit blijkt uit de toename van het aantal dierentuinen in deze periode en uit de opkomst van speelgoed in de vorm van dieren en van zachte knuffeldieren, zoals beren en konijnen. 4

Culturele invloeden

Voor de toepassi ng van dieren als decoratiemotief maakt het weinig uit of culturen ge'isoleerd zijn of contact hebben met andere culturen. Verschillende culturen laten in hun artefacten grotendeels dezelfde dieren zien omdat deze nu eenmaal overal ter wereld voorkomen, al dan niet in regionale varianten. Bepaalde vogelsoorten zijn wereldwijd afgebeeld. Vaak werden ze. door de ambachtskunstenaar in een heldere ordening geplaatst, zoals op deze schaal uit Iran en vaas uit Nederland (afb.1 en 2).

NoteI'!

, John Be~ge~, 'Why Look at Animals?', in: About Looking, Landen, 19S0, p. 5.

2 Whitney Davis, 'Finding symbols in history', in: Howard Morphy (red.), Animals into Art, Lunden, 1989.

3 Patrick F. Houlihan, The Animal World of the Pharaohs, Landenl New York, 1996, p.195-20S.

4 John Berger, 'Why Look at Animals?', in: About Looking, Londen, 19S0, p.19-21.

63

af/;:l.1 Grote scbaal met drie vogels, 11·· eeuw. Met slib beschilderd aardewerk onder doorzichtig glazuur. Nishapur, Iran ~ 41 em. Particuliere collectie.

Ten tijde van het Nederlandse voorbeeld, omstreeks1900, die-nden niet-wester-ss culturen dikwijls als inspiratiebron voor ontwerpers. Men vond het aantrekkelijk dat dieren in deze culturen eenvoudig en gestileerd weergegeven werden, iets wat bij de eerste grottekeningen oak het geval was.

afb.2 Chris van der Hoef, Va a s met liervogels, ca. 1900. Aardewerk, De Amstelhoek, Amsterdam.

Opvallend is welke dieren vrijwel nooit gebrui kt worden. He t is bijvoorbeeld buitengewoon moeilij k om varkens te vinden als decoratiemotief in historische omgevingen, behalve wanneer de uitbeelding te maken heeft met jagen. Zwijnenjachten behoorden in het verleden

tot het vermaak van de adel. E r werden ook berenjachten en hertenjachten georganiseerd en daarom vi nden we zwijnen, beren en herten terug op wandtapijten uit de late middeleeuwen. Soms hebben ze de vorm van drinkbekers of zogenaamde 'automaten' die konden bewegen of rijden op feesttafels (afb. 3).

afb.3 Mathaeus Wallbaum, Drinkspelautomaat met Diana zittend op een hert, ca. 1600. Zilver en verguld z;lver, Augsburg. Collectie Kunstgewerbemuseum BerliJn.

De bekers waren van zilver. Meestal waren het unieke stukken, waarmee de jacht als ritueel gevierd werd. Deze omgang met dieren behoorde tot een cultuur die voor ons moeilijk te begrijpen is, zeker voor wie leeft in een stedelijk gebied. Tegenwoordig geldt op veel dieren een jachtverbod.

Dieren en goden

Een voor-

beeld van vormgeving uit een gei'soleerde cultuur is de gedecoreerde keramiek van de Moche uit de Andes, aan de noordkust van Peru. Andes-culturen waren v66r de komst van de Europeanen volledig gei'soleerd. De Mochecultuur bloeide van 100-800 en produceerde schalen en typische stijgbeugel krui ken.

64

afb.4 Sfijgbeugelkruik beschilderd met muskovy-eenden, vissen en een kreeft, 400-600. Aardewerk, Moche (Peru).

De kruiken waren grafgiften voor de elite. Ze waren beschilderd en maakten deel uit van rituelen. De schilderingen fungeerden als een soort schrift en hadden vaak een religieuze betekenis. 5

Een dier dat oorspronkelijk inheems was in Zuiden Centraal-Amerika, is de muskovy-eend. De eend is nog weI herkenbaar, maar de context is ons vreemd. Dit komt oak bij andere die r en voor. De spin werd bijvoorbeeld vaak tlFgebeeld als sen god die Koppen snelt. Krabben en leguancn zijn van ritueel belang, omdat za grensovers cnr-ijde rs zijn: ze lsven in holen op de kustlijn en zijn emtibiscn. Daarom kunnen ze da overga ng tussen twee werelden of geestestoestanden verbeelden (afb. 4).

Verder werden dieren gecombineerd met andere

dieren en met goden of krijgers. Er zijn bijvoorbeeld antropomarfe dierkrijgers, half mens half dier.

Zwanenservies

Een combinatie van dieren en goden is ook te vinden op het beroemde Zwanenservies uit Mei~en (Middan-Duitsland).Dit onvoorstelbaar ko stbar-e feestservies van porselein ward tussen 1737-1741 gemaakt voor graaf Heinrich von BrUhl, die eerste minister was van de keurvorst va n Saksen en directeur van de porseleinfabriek in Mei~en. Deze fabriek maakte vaak gebruik van dierbeelden. In een van de paleizen van de keurvorst bevond zich zelfs een complete menagerie van levensgrote porseleinen dieren, waarva n vele nog steeds te bezichtigen zijn in Dresden. 6

H et Zwanenservies, antworpen door J.J, Kandler en J.F. Eberlein, is uitgevoerd in wit porselein met vergulde decoraties en heeft als theme water. Het is gedecoreerd met waterdieren en goden uit de G riekse mythologie.

Op de borden staan zwanen, reigers en rietstengels tegen de achtergrond van een schelp, a11es in een subtiel, laag relief (afb. 5).

Noten

5 Edward K. de Bock, De Lelljen Painter. Scrrilrterkunst op aBrdewer~ uit Peru, Keramiekmuseum Leeuwarden, 2000.

S Samuel Wittwer, Ein I:.oniglicher Tlergarten. Tiere aus Meii3ener POf'Zel1an, Amsterdam/Zwolle, Rijksmuseum & Uitgeverij Waanders, 2000.

65

afb, 5 J.J. Kandler, Bord van het Zwa nen ser-vie s voc r G raaf va n BI'Ohl, 1737-41. Porselein, Meif3en (Duitsland).

Op een van de terrines zit op een dolfijn de zeenimf Galatea ('zij die melkwit is'). Naast haar zit een man en op de paten jonge tritons, zeegoden die eruit zien als zeemeermannen (afb.6).

Bovenop een andere terrine zit een vrouw in een boot, die wordt getrokken door twee zwanen. Deze combinatie roept het verhaal op van Leda, die werd verleid door de Griekse oppergod Zeus (Jupiter bij de Romeinen) in de gedaante van een zwaan. H et ge hele Zwanenservies omvat ongeveer 2220 stukken en behoort tot de grootste serviezen die ooit gemaakt zijn J

afb.6 J.J, Kandler en J.F. Eberlein, Terrine van het Zwanenservies vcor- Graaf van Bruhl, 1737-41. Porselein, Meif3en (Duitsland ).

Dergelijke serviezen met beeldengroepjes speelden een grate rol in de oude aristocratische tafelcultuur. Deze cultuur is in de loop der tijd verdwenen, maar de voortbrengselen ervan blijven ontwerpers inspireren. Voor porseleinfabriek Nymphenburg bij M unchen ontwierp Hella Jongerius bijvoorbeeld schalen versierd met beeldjes van een nijlpaard, een liggende haas, een vogel, een huisjesslek en een liggend hert.

Deze voorwerpen zullen niet snel in verband gebracht worden met de Griekse mythologie. Het tragische verhaal van Acteon is niet meer van deze tijd. Acteon begluurde de godin van de jacht Diana terwijl zij naakt aan het baden was. Diana werd kwaad, veranderde hem in een hert en liet hem door zijn eigen jachthonden doden ...

De automaat in afbeelding 3 kan zonder meer als illustratie van dit verhaal dienen, maar de hertschaal van Hella Jongerius lijkt eerder naar Disney's Bambi te verwijzen, balancerend op het randje van de kitsch (uiteraard is dit bewust gedaan).

Noot

7 Hugo Morley·Fletcher, Meissen, Landen, 1971, p. 65-66.

66

Complexiteit

De symbolische

betekenis van dieren in vormgeving en kunst is nooit eenduidig. Kunsthistoricus Ernst Gombrich wees op

het bela ng van emotioneelpsychologische aspecten zeals humor. Als voorbeeld van humor bij het uitbeelden van dieren noemde hij grotesken of d rilleries' hybride combinaties van mens en dier, of van venscnfllende dieren.

Noten

B Ernst aornnncn. The Sense of Order. A study in the psychology of decorative apt, Oxford, 1979, p.251-284.

9 John Berger, 'Why Look at Animals?', in: , Londen, 1980, p.19-21.

afb.7 Bord beschilderd met grotesken, 1550. Tinglazuur aardewerk, Deruta (ItaliEi).

H et I u kt ons niet van deze mens!dierfiguren iets zinnigs te maken. Wat zijn het? Waarom zien ze er zo vreemd uit? Combinaties van menshoofden met puntbaarden, horens, vleugels en hoeven, draakvisbeesten en IOS5e hoofden die uitlopen in bladeren ... Lachwekkend en afschrikwekkend tegelijk (afb.7).

Ze stimuleren de fantasie en het denken in combinaties die onmogelijk lijken te zijn en geen directe praktische functie lij ken te hebben; een heel creatieve vorm van denken. De humor van deze dieren als versiering lag volgens G ombrich dicht bij angst. B

afb. B Maarten Vrolijk, tapijt 'Who shot Bruno?', 1992. Nederland.

Wat is er in dit verband te zeggen over het tapijt 'Who shot Bruno?', dat Maarten Vrolijk in 1992 ontwierp? (afb.S)

Er is humor, omdat Bruno er uitziet als een Disney-achtig figuur - eigenlijk net zeals het hert van Hel1a Jongerius. Bruno is een nepvacht die verwijst naar echte vachten van geschoten beren op de grand bij de haard. Maar Bruno herinnert ook aan knuffelberen die, zoals John Berger schreef. populair werden toen de band tussen mens en dier in de 19"" eeuw werd verbroken door het opkomend xaoitelisme. ~ Deze knuffelbeer is geschoten. Dood. Dit impliceert verdriet.

67

En dU5 kan de titel van het tapijt oak anders worden geformuleerd: Wie heeft Bruintje Beer uit onze kindertijd van ons afgenomen? Wie heeft onze onschuld en fantasie om zeep geholpen, zodat wij als wij volwassen zijn onze kindertijd aileen maar zullen kennen als herinnering en verlangen? Een verlangen dat wij projecteren op dieren. Vormgeving met dieren kan dU5 oak verwijzen naar onvervulbare verlangens.

afb.9 Sierdoos in de vorm van sen kwal, ca. 1925. Hout, Nederland.

Welke diervormen en welke verlangens zouden we moeten lezen in het volgende voorbeeld, dat uit abstracte golfvormen lijkt te bestaan? (afb. 9)

Deze houten doos uit ongeveer 1925 wekt aileen de suggestie van een dier voor wie het erin zien wi1: een kwal. Daarmee verwijst hij naar de diepzee, een geheimzinnig gebied dat vnor mensen niet tot op aile diepten toegankelijk is. Een collectief onbewuste waarvan wij het bestaan

begin nen te vermoeden door de vormgeving van een kwal. L

Literatuur

John Berger, 'Why LOOK at Animals?', in: About Looking. Landen, 1980

Franz Boas, Primitive Art, Dover Publications Inc., New York, 1955 (1927)

Howard Morphy (red.), Arumals into Art, Londen, 1989

Ernst Gombrich, The Sense of Order. A study in the psychology of oecorative art, Oxford, 1979 Patrick F. Houlihan, The Ammal World of the Pharaohs, Londen/ New York, 1996

Klaus Pechstein, Goldschmledewerke der Renaissance Band V, (tantoonstellingscatalogus), Kunstgewerbemuseum Berlin, Berlijn, 1971 Michail B. Piotravski & John

Vrieze (eindred.), Aardse schoonheid. Hemelse kunst. Kunst van de Islam, De Nieuwe Kerk I\. V+K Publishing/ Inmerc., Amsterdam & Blaricum, 1999

Samuel Wittwer, Ein kbniglicher Tiergarten. Tiere aus MeifJener Porzellan, Amsterdam/Zwolle, Rijksmuseum & Uitgeverij Waanders, 2000