30 september 2014 © Het Financieele Dagblad

Vooroordelen tegen vrouwen voor top hardnekkig
Wettelijke regeling ten gunste van vrouwen is de enige manier om ingesleten gedachten te doorbreken
Esther-Mirjam Sent en
Mirjam de Blécourt
NN
et als Mirjam van Immer-
zeel (Opinie & Dialoog,
22 september) zijn wij
een warm voorstan-
der van diversiteit in
topfuncties. Immers,
diversiteit is een bewezen succesfactor.
De auteur vergeet evenwel een belangrijk
punt in haar betoog tegen vrouwenquota
en in haar visie dat volstaan kan worden
met het koesteren van de individuele ta-
lenten van de jongere generatie vrouwen
en dat het in 2028 dan vanzelf wel goed
komt: vooroordelen.
Wij, mannen én vrouwen, hebben ze
allemaal, onbedoeld én vaak onbewust.
Sterker nog, de meesten van ons menen
ze niet te hebben. Vooroordelen zijn
daarmee diep ingesleten en hardnekkig.
Vooroordelen ten aanzien van vrouwen
worden pas doorbroken als een team een
kritische massa vrouwen bevat, en die
blijkt 35% te zijn. Zolang de top in Neder-
land nog voor het overgrote deel uit man-
nen bestaat, verhinderen vooroordelen
de bereikbaarheid van topfuncties voor
vrouwen en verlaten vrouwen de pijplijn
voortijdig, hoeveel zij ook gekoesterd
mogen worden.
Neem als voorbeeld een experiment
waarin twee anonieme sollicitatiebrie-
ven werden voorgelegd aan een groep
mannelijke proefpersonen. De ene
kandidaat had meer opleiding, de ander
meer werkervaring. Tijdens het experi-
ment koos 75% van de proefpersonen
voor de kandidaat met meer opleiding.
Maar als de voornamen van de sollicitan-
ten erbij stonden en de kandidaat met
meer opleiding een vrouw bleek te zijn,
dan vond nog maar 44% van de proefper-
sonen opleiding het belangrijkst.
Uit weer andere experimenten blijkt
dat vrouwen minder gewaardeerd wor-
den als er slechts één vrouwelijke sollici-
tant is, maar een baan als minder wordt
beoordeeld als er drie of meer vrouwe-
lijke sollicitanten zijn. Ook worden aan-
bevelingsbrieven voor vrouwen anders
geformuleerd.
Het idee dat vrouwen geen leiders zijn
is nog een diep ingesleten vooroordeel.
Ook dit blijkt weer uit een experiment.
Hierbij werd een groep mannen of een
groep vrouwen aan een rechthoekige ta-
fel gezet en aan proefpersonen gevraagd
wie naar hun mening de leider is. In dat
geval wijzen ze in grote meerderheid
de persoon aan die aan het hoofd van
de tafel zit. Worden de proefpersonen
evenwel met een gemengd gezelschap
geconfronteerd en een vrouw aan het
hoofd van de tafel, dan wijzen ze in grote
meerderheid een man elders aan tafel
aan als leider.
Vrouwen die zich aanpassen, worden
als competent en onaardig beschouwd.
En vrouwen die zich niet aanpassen, wor-
den als incompetent en aardig gezien.
Als gevolg van die diep ingesleten
vooroordelen zullen bedrijven, zolang de
bedrijfscultuur mannelijk is, het moei-
lijk vinden om een geschikte vrouwelijke
kandidaat voor een topfunctie te vinden.
Emma Watson sloeg in haar speech voor
de Verenigde Naties vorige week dan ook
de spijker op de kop: diversiteit kan haar
succes pas bewijzen als mannen én vrou-
wen zich ervoor inzetten. Watson daagde
mannen uit om de handschoen op te
pakken, zodat sterke vrouwen vrij van
vooroordelen worden bejegend en zodat
mannen ongestraft hun kwetsbare kant
kunnen tonen. Pas dan zal de pijplijn
gevuld blijven en zullen er gelijke kansen
op topfuncties ontstaan.
Voor alle duidelijkheid, we begrijpen
de weerzin van Mirjam van Immerzeel
tegen vrouwenquota heel goed. Je wilt
toch geselecteerd worden voor een top-
functie om je talenten en niet omdat
het van de wetgever moet. Maar wat als
je niet geselecteerd wordt vanwege diep
ingesleten vooroordelen? En wat als de
jongere vrouwen het juist daarom niet
volhouden in de pijplijn?
Graag zouden wij de gaten geleidelijk
gedicht zien, maar wij vrezen dat de diep
ingesleten vooroordelen de wil ernstig
verzwakken. Om dan met minister Bus-
semaker te spreken: ‘Waar geen wil is, is
een wet.’
Esther-Mirjam Sent is hoogleraar eco-
nomie aan de Radboud Universiteit,
Mirjam de Blécourt is partner bij Baker
& McKenzie.
Diversiteit kan haar
succes pas bewijzen als
mannen én vrouwen
zich ervoor inzetten