Met Petrus

op weg
1 Petrus vanuit het perspectief
van het Exodusverhaal
Drs. Willem Pieter van den Berg en Janne IJmker
Met Petrus op weg

Met Petrus
op weg
1 Petrus vanuit het perspectief
van het Exodusverhaal
Drs. Willem Pieter van den Berg en Janne IJmker
Berg van den, W.P.
Met Petrus op weg: 1 Petrus vanuit het perspectief van het Exodusverhaal
W.P. van den Berg en Janne IJmker
ISBN /EAN 978-90-822293-1-8
NUR 134
Vormgeving omslag en binnenwerk: Andries Mol, info@studio-mol.com
Foto’s omslag: W. Pieter van den Berg
Foto’s binnenwerk: W. Pieter van den Berg; van ander fotomateriaal wordt de bron vermeld
Uitgeefeheer: W. Pieter van den Berg, wpvdberg@solcon.nl
Copyright: 2014 W.P. van den Berg, Hasselt
Alle rechten voorbehouden
Meer info over het werk van Willem Pieter van den Berg is te vinden op:
www.hanzop.nl en www.willempieter.nl. Hier kun je ook het boek bestellen
of rechtstreeks via wpvdberg@solcon.nl.
Het werk van Janne IJmker is te volgen via www.facebook.com/janneijmker
en www.hanzop.nl..
Inhoudsopgave
Inleiding 7
Deel 1 – Petrus’ brief gelezen vanuit het Exodusverhaal
1. God roept je met een bedoeling 10
Zoals God Israël uit Egypte riep
2. Op wiens naam sta je? Over de betekenis van de doop 25
Israël kreeg bij de Rode Zee een nieuwe Heer
3. De doop als vraag om een goed geweten 39
Na de doortocht door de Rode Zee kreeg Israël ruimte om met God te leren leven
4. God leren kennen en vertrouwen in het leven van alle dag 50
In de woestijn leerde Israël God kennen en op Hem vertrouwen
5. Genezing van zonde – herstel van een leven met God en de naaste 62
God wil Israël in de woestijn genezen van verkeerde patronen
6. De dienst aan God en de ander 75
Zoals de Levieten werden gewijd tot het priesterschap
7. Dienstbaarheid in je relaties 88
Zoals Israël bij de Sinaï leefregels ontving voor de omgang met de ander
8. Dienstbaarheid in de geloofsgemeenschap 103
Deel 2 – Toelichting op de tekst van de brief
Inleiding op Deel 2 116
9. 1 Petrus 1:1-2 117
De grote lijn van de brief – Gods bedoeling met de gelovigen
10. 1 Petrus 1:3-12 127
Gods bevrijdingsplan – het Exodusverhaal als voorbeeld
11. 1 Petrus 1:13-25 137
Mijn nieuwe identiteit toe-eigenen
12. 1 Petrus 2:1-10 143
Voeg je bij Christus in het priesterschap
13. 1 Petrus 2:11-3:7 151
Goeddoen in mijn relaties en bereid zijn daarvoor te lijden
14. 1 Petrus 3:8-17 162
Goeddoen en lijden (2)
15. 1 Petrus 3:19-22 167
Het drama van de doop
16. 1 Petrus 4:1-6 178
De doop en de praktische betekenis ervan
17. 1 Petrus 4:7-11 183
Het leven in de gemeente
18. 1 Petrus 4:12-19 189
Lijden, zuivering en oordeel in het leven van de gemeente
19. 1 Petrus 5:1-7 195
Leiding geven in de gemeente door voorbeeld te zijn
20. 1 Petrus 5:6-14 200
De samenvating en afsluiting van de brief
Nawoord 205
Woordenlijst 206
Inleiding 7
Inleiding
Dit boek is een weerslag van mijn onderzoek naar de 1 Petrusbrief. Dit be-
gon met een preekserie over 1 Petrus 2:9, over het koninklijk priesterschap
en het geroepen zijn uit het duister tot het licht om Gods grote daden te
verkondigen. Het kreeg een vervolg in mijn masterthesis aan de VU over
de dooptekst in 3:21 en hoe verschillende theologen deze tekst hebben uit-
gelegd. Uiteindelijk heef dit geleid tot een, nog lopend promotieonderzoek,
naar deze zelfde tekst maar dan onderzocht vanuit de brief als geheel. Ik
heb ontdekt dat Petrus in het eerste deel van de brief het Exodusverhaal als
voorbeeld gebruikt om de geadresseerden te helpen om meer zicht te krij-
gen op hun leven met God. Maar misschien is het beter om te zeggen welke
weg God met de gelovigen wil gaan.
Deel 1 is gebaseerd op een recente preekserie over 1 Petrus en deel 2 is
gebaseerd op het lesmateriaal dat ik in de loop der jaren heb ontwikkeld
voor de cursussen over de brief. Met deel 1 hoop ik vooral de grote lijn van
de brief duidelijk te maken vanuit het Exodusverhaal. Deel 2 biedt toelich-
ting en uitleg per perikoop. Achterin bevindt zich een woordenlijst die ver-
wijst naar de pagina waar een toelichting gegeven wordt op deze woorden.
Voor de Bijbelteksten maak ik gebruik van Nieuwe Bijbelvertaling
(NBV). Als ik andere vertalingen gebruik zal ik dit uitdrukkelijk vermelden.
Het zal dan meestal gaan om de NBG-vertaling uit 1951 (NBG). Soms wijs ik
op verschillen in vertaling tussen Statenvertaling (SV) of Herziene Staten-
vertaling (HSV).
Deel 1
Petrus’ brief gelezen vanuit
het Exodusverhaal
10 Met Petrus op weg

De eerste keer dat ik mijn studievriend, van de technische
opleiding die ik volgde, zag komen aanrijden met zijn Volvo
Amazone was ik verkocht. Tot dan toe reed ik een Citroën
Dyane, ook een prachtbakkie, maar in vergelijking daarmee
was de Amazone een prinses, die het al heel wat jaartjes
volhield en er evenwel nog jong uitzag. Ik ging op zoek naar
een niet te duur exemplaar. Op een dag zag ik haar staan.
Achter het hek op een verder verlaten parkeerterrein. Samen
met mijn vader liep ik om haar heen en ik kocht haar onmid-
dellijk. Ze kon niet zelf rijden en dus sleepte mijn vader met
zijn auto mij en mijn Amazone achter zich aan naar huis. Ik
voelde me de koning te rijk. De volgende morgen keek ik uit
het raam en daar stond ze. Opnieuw wilde ik mijn geluk er-
varen en ik liep naar haar toe, ging ziten op de bestuurders-
plaats en legde mijn handen op het stuur. Even een motorisch
probleempje oplossen en dan zou ik kunnen rijden. Het werd
warm in de auto en ik draaide het raampje naar beneden.
Met de eerste draai aan de handel viel de ruit naar beneden.
Ik opende de deur om te kijken waar de ruit gebleven was en
zag dat die door de onderkant van de deur stak. Er begon iets
te kriebelen in mijn maag. Ik opende enigszins bezorgd de
motorkap. En zag dat de bevestigingspunten van de spatbor-
den volledig weggeroest waren.
Toen ik in de koferbak het reservewiel optilde kon ik door
de gaten de tegels van de oprit zien. En toen wist ik nog niet
Hoofdstuk 1
God roept je met een bedoeling
Zoals God Israël uit Egypte riep
Mijn Citroën Dyane.
Eind jaren ‘70 adver-
teerde Volvo met de
advertentie: ‘een 18-jaar
oude Volvo en twee van
zijn tijdgenoten.’
Beide deuren bleken aan
de onderkant verroest
te zijn.
God roept je met een bedoeling 11
eens hoe slecht het gesteld was met de motor, de aandrijving
en het elektrische systeem. Wat had ik in vredesnaam ge-
kocht? Een wrak. Een vehicle dat rijp was voor het autokerk-
hof; op sterven na dood. De dagen erna was ik in voortdurend
gesprek met mezelf:
Had ik haar maar nooit gekocht.
Wat een roestbak.
En al mijn spaarcenten ziten erin.
Wat zal ik doen?
Zal ik haar in de schuur zeten? Dan kan ik me in ieder
geval de beziter van een Amazone noemen. Een berooide be-
ziter, dat wel. In een donker schuurtje zie je al die gebreken
trouwens een stuk minder. Misschien kan ik me dan zelfs de
trotse eigenaar van een Amazone noemen.
Maar heb ik haar daarvoor gekocht? Was dit mijn droom
of eigenlijk het einde ervan? Toen ik haar kocht fantaseerde
ik erover hoe ik met haar zou rijden, mijn arm leunend in het
geopende raam. Ik zou zwaaien naar bekenden.
Moet ik mijn droom vaarwel zeggen en mijn Amazone
met vertraging laten vergaan, uiteindelijk net zoals haar acht-
tien jaar oude tijdgenoten?
Na een paar dagen richte ik me op en nam een beslissing.
Ik had mijn Amazone niet gekocht om in de schuur te zeten.
Ik had haar met liefde op het eerste gezicht meegenomen om
in haar te rijden, naar school, naar vrienden, naar het buiten-
gebied waar de gruto’s net hun rollende roep verkondigden.
Ik had een doel met mijn Amazone.
Inderdaad was ik nu een eigenaar van een in wezen prach-
tige auto, maar ik zou haar hier niet in deze ontredderde staat
laten staan.
Het halve jaar daarna gaf ik al mijn vrije tijd aan het
restaureren. Ik sleep roestige stukken weg, laste er nieuwe
stukken in en repareerde wat defect was. Kortom, ik herstelde
alles wat nodig was om met mijn Amazone te kunnen rijden.
Want hiervoor had ik die Volvo gekocht. Nu was ik een trotse
eigenaar met een prachtige, bruikbare Amazone.
De bevestigingspunten
van de voorspatborden
onder de motorkap
waren volledig weg-
geroest.
Voor de restauratie
mocht ik een grote
garage gebruiken
van mijn oom Klaas in
Mastenbroek.
12 Met Petrus op weg
Ik maak vanuit deze gebeurtenis graag een vergelijking met
God; Hij heef ook een bedoeling met jou en mij. En hij wil
ook trots zijn op zijn kinderen.
Waar ik per ongeluk een wrak kocht deed God dat met
voorbedachte rade: Hij kocht alle wrakken, de hele sloop. Pe-
trus zegt in H1:18 tegen de geadresseerden van zijn brief dat
ze niet met zilver of goud, maar met het bloed van Gods eigen
zoon zijn vrijgekocht uit de zinloosheid, de gebrokenheid en
de greep van de zonde. En God deed dit al toen wij nog niet
eens geboren waren. Petrus zegt in zijn brief zelfs dat Hij
Christus hiervoor al vóór de grondlegging der wereld uitkoos.
God wist waar Hij aan begon en Hij zag onze gebrokenheid
en ons handelen buiten de gemeenschap met Hem.
Het doel dat God wil bereiken is het herstel van voor Hem
onbruikbare mensen tot mooie kinderen naar het voorbeeld
van Jezus, vol van God en Zijn goedheid.
 Het verkondigen van Gods grote daden
Petrus spreekt over vrijkoop uit het zinloze leven dat de ge-
adresseerden van hun voorouders hadden geërfd. Hij heef
het over kostbaar bloed, van een lam zonder smet of gebrek,
kostbaar bloed van Christus. Met dit beeld doelt Petrus op
een geschiedenis waar elke jood mee opgroeide. Van jongs af
aan werden joodse kinderen betrokken bij Pesach (Pasen), het
feest van de bevrijding van het joodse volk uit Egypte. Daar-
bij herdacht men o.a. dat Israëls eerstgeborenen mochten blij-
ven leven voor God door een lam te doden en het bloed op de
deurposten te strijken. Dat verhaal kun je lezen in Exodus 12.
Daaraan vooraf ging een tijd van dwangarbeid, mishandeling
en angst. Het land dat ten tijde van Jozef (Genesis 46) werd
gekozen als plaats om te overleven werd een gevangenis. Op
een gegeven moment liet de farao van Egypte zelfs de pasge-
boren jongetjes doden om het volk van Israël niet te groot en
daarmee te sterk te laten worden. Je kunt je misschien voor-
stellen welke impact dit op hen heef gehad.
Wat was ik trots op mijn
werk.
De naam van het
Joodse paasfeest,
Pesach, komt van het
Hebreeuwse woord
voor ‘voorbijgaan.’ De
dood ging voorbij aan
de eerstgeborenen van
Israël als in hun plaats
een lam gedood was.
God roept je met een bedoeling 13
Als God Mozes roept bij Horeb zegt Hij:
Exodus 3:7-9
7 Ik heb gezien hoe ellendig mijn volk er in Egypte aan toe
is, ik heb hun jammerklachten over hun onderdrukkers
gehoord, ik weet hoe ze lijden. 8 Daarom ben ik afgedaald
om hen uit de macht van de Egyptenaren te bevrijden, en
om hen uit Egypte naar een mooi en uitgestrekt land te
brengen, een land dat overvloeit van melk en honing, het
gebied van de Kanaänieten, de Hethieten, Amorieten, Periz-
zieten, Chiwwieten en Jebusieten. 9 De jammerklacht van
de Israëlieten is tot mij doorgedrongen en ik heb gezien hoe
wreed de Egyptenaren hen onderdrukken. 10 Daarom stuur
ik jou nu naar de farao: jij moet mijn volk, de Israëlieten,
uit Egypte wegleiden.
Israël moest dat land van duisternis verlaten om met God in
het licht te leren leven. Zo interpreteert Petrus het als hij te-
gen de geadresseerden in de brief zegt:
1 Petrus 2:9
9 Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk
van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich ver-
worven heef om de grote daden te verkondigen van hem
die u uit de duisternis heef geroepen naar zijn wonder-
baarlijke licht.
Het verkondigen van Gods grote daden heef alles te maken
met het roepen én het komen uit het duister tot het licht.
God heef een bedoeling met de mens, met jouw en mijn
leven. En dan heb ik het niet over grote plannen m.b.t. studie,
een baan of met welke partner het leven gedeeld mag worden.
Niet dat die keuzes niet belangrijk zijn, maar ik bedoel met
Gods doel dat God jou en mij roept vanuit onze gebrokenheid
tot een leven van heelheid. Hij kocht jou en mij niet om ons
14 Met Petrus op weg
bij wijze van spreken op de sloop of in een donker schuurtje
te laten staan om daar verder te roesten. Hij kocht ons niet
vrij om daarna te blijven steken in onze gebrokenheid en ons
zondige handelen dat daaruit voortkomt. Daarmee zouden we
verloren gaan voor Gods bedoeling met ons leven.
Die bedoeling met ons leven noemt Petrus in 2:4-5: ons
voegen bij Christus om gebruikt te worden in Gods bevrij-
dingsplan, en als toegewijde priesters God en de naaste te
dienen. Hier kom ik in hoofdstuk 5 op terug.
 God roept
Vanaf de schepping is God met de mensen in gesprek, maar
ook nadat zij wisten van goed en kwaad blijf God hen roepen.
-  Als Adam en Eva van de enige boom waarvan ze niet
mochten eten, de boom van de kennis van het goede en het
kwaad, hebben gegeten en zich naakt voelen, verstoppen ze
zich voor God als Hij roept: mens, waar ben je? (zie Genesis
3:9).
-  God zoekt Kaïn op als zijn blik donker is van woede over
het ofer waar God geen oog voor heef: Waarom ben je zo
kwaad, waarom kijk je zo donker? Handel je goed, dan kun
je toch iedereen recht in de ogen kijken? Handel je slecht, dan
ligt de zonde op de loer, begerig om jou in haar greep te krij-
gen; maar jij moet sterker zijn dan zij (zie Genesis 4:6-7).
-  Abraham wordt uit Ur geroepen· Trek weg uit je land, ver-
laat je familie, verlaat ook je naaste verwanten, en ga naar
het land dat ik je zal wijzen. Ik zal je tot een groot volk ma-
ken, ik zal je zegenen, ik zal je aanzien geven, een bron van
zegen zul je zijn (zie Genesis 12:1-2).
-  Het volk lsrael wordt uit de slavernij en onderdrukking van
Egypte geroepen om opnieuw te gaan naar dat land dat
God al aan hun voorvader Abraham beloofde. Tegen Mozes,
de toekomstige leider van het volk zegt God: ‘Ik zal zijn die
Ik zijn zal!’. Mozes mag tegen het volk zeggen: ‘Ik zal zijn
heef mij tot jullie gezonden. Hij heef jullie geschrei gehoord
en Hij zal jullie uit Egypte voeren naar het land dat overvloeit
God roept je met een bedoeling 15
van melk en honing’ (zie Exodus 3:7-10).
-  God roept zijn volk telkens opnieuw· ‘Wees niet bang, want
ik zal je vrijkopen; ik heb je bij je naam geroepen, je bent van
mij’ (zie Jesaja 43:1).
-  Jezus roept de discipelen vanuit Galilea· ‘Kom, volg mij, ik
zal van jullie vissers van mensen maken’ (zie Mateüs 4:19).
-  Jezus roept daarna telkens mensen uit moeilijke uitzicht-
loze situaties; bijvoorbeeld de man die niet kan lopen uit
zijn verlamming, Zacheüs uit zijn tollenaarschap, de bloed-
vloeiende vrouw uit haar cultische onreinheid waardoor ze
uitgesloten was van de ontmoeting met God in de tempel
en de Samaritaanse vrouw uit haar afankelijkheid van
mannen. Jezus verkondigt daarmee aan gevangenen vrijla-
ting.
Telkens opnieuw roept God mensen uit duistere situaties naar
een leven met toekomst, altijd met het doel om te ontdekken
en te vertellen hoe goed het is om met deze liefebbende God
te leven.
 Duisternis en Licht
Ik wil benadrukken dat duisternis meerdere kanten heef.
Duisternis heef te maken met:
-  De gebrokenheid in ons leven.
-  Onze eigen oplossingen voor gebrokenheid, we lopen vast
en ons handelen levert nog meer duisternis en verdriet op.
-  Onze zonde die voortkomt uit ons handelen en waarmee we
God, onze naaste en onszelf verdriet doen.
-  De invloed en macht die Satan, de heerser van de duister-
nis, hierbij uitoefent.
-  Het onbruikbaar zijn voor Gods bedoeling met ons.
-  De onwetendheid over wie we zijn geworden en de moge-
lijkheden die God in peto heef.
16 Met Petrus op weg
 Vast ziten in je eigen gebrokenheid
Toen ik mijn oude Volvo met liefde op het eerste gezicht kocht,
zag ik alle deuken en roest over het hoofd. Maar omdat de auto
stil bleef staan als ik niet iets ondernam zat er niks anders op
dan om de vervallen staat van de auto onder ogen te zien.
In ons leven kan ook in meer of mindere mate sprake zijn
van gebrokenheid. Wij groeien op, wij wórden, in een gezin
met ouders/verzorgers die geregeld handelen vanuit hún ge-
brokenheid. Gelukkig is er ook in meer of mindere mate spra-
ke van het goede dat doorgeven wordt en dat ons in het leven
op weg helpt. Ook heef God ons een geheel en puur eigen
zijn gegeven dat ons helpt, maar we kunnen niet ontkennen
dat ook gebrokenheid door de geslachten heen zijn weg vindt
en dat dat ons hindert. Zo wordt bijvoorbeeld drif doorgege-
ven van vader op zoon, valse dienstbaarheid van moeder op
dochter; zo is er bijvoorbeeld jaloezie tussen broers en zussen,
kunnen moeders hun kinderen niet loslaten en nemen vaders
in dat proces hun plek niet in; zo doet het ene kind alles om
zijn/haar ouders te pleasen voor de rust in de relatie en is de
ander recalcitrant en fungeert daarmee als bliksemafeider
vanwege de problematiek van de ouders. Deze lijst zou nog
met veel zaken uitgebreid kunnen worden, vul het voor jezelf
maar in. Als je niet met het legaat van je voorgeslacht aan de
gang gaat blijven de zonden bestaan die daaruit voortkomen.
Neem als je wilt eens even de tijd en denk over het volgende
na:
-  Welke gebeurtenissen zijn je overkomen, gebeurtenissen
waar je vaak zelf helemaal geen schuld aan hebt, maar die
wel impact hebben gehad op jouw wording?
-  Welke dingen zijn je door anderen aangedaan die een blij-
vende invloed hebben op je handelen nu?
-  Waarin werd jij als kind niet gezien` Welke verlangens kre-
gen geen kans? Wat heb jij gemist in jouw opvoeding?
-  Wat zijn de gevolgen van het systeem waarvan je deel uit
maakt (gezin van herkomst, maatschappij, vereniging, kerk,
familie)?
Ons gedrag van nu
wordt grotendeels
bepaald door de
manier waarop we
zijn gevormd door
onze familiegeschie-
denis.
Gerrie Reijersen van
Buuren, Verlangen naar
erkenning, Zoetermeer
2010, p.50.
Bij onze dierbaren
herhalen we, in welke
vorm dan ook, bijna
altijd de patronen van
thuis.
Gerrie Reijersen van
Buuren, p. 36.
God roept je met een bedoeling 17
-  Welke zogenaamde negatieve karaktereigenschappen (deels
aangeleerd gedrag) heb jij overgenomen?
Wees je ervan bewust dat het bij het nadenken over deze
zaken er niet om gaat dat je met een beschuldigende vinger
wijst, maar dat het van belang is te weten dat iedere bescha-
diging, ieder tekort, ook een kleine in onze ogen, heef te ma-
ken met die duisternis, waarover de tekst spreekt. Natuurlijk
waren er ook zaken waarvoor je kunt danken, maar in het
kader van deze studie laat ik dat even aan jezelf over. Als wij
willen leven in het licht zit er niets anders op dan het leven
met het goed én het kwaad onder ogen te zien voor je aan de
slag kunt gaan.
Ik wil je daarvan graag een bijbels voorbeeld geven.

Lucas 19:2-4
2 En zie, er was een man, Zacheüs geheten, die oppertolle-
naar was, en hij was rijk. 3 En hij trachte te zien, wie Jezus
was, en slaagde er niet in vanwege de schare, want hij was
klein (mikros) van gestalte. 4 En hij liep hard vooruit en
klom in een wilde vijgeboom om Hem te zien….
 Zacheüs
Een tollenaar, een belastingontvanger, zit hoog in een boom
op het moment dat hij wordt geroepen door Jezus: ‘Zacheüs
kom uit die boom. Ik wil in je huis zijn vandaag.’
Waarom wil Jezus bij Hem komen? Omdat hij namens de
Romeinen tollenaar is en de Joden hem, omdat hij heult met
de gehate bezeter, verachten? Dat feit is misschien belang-
rijk, maar op zich denk ik niet de reden dat Jezus bij hem wil
komen. Jezus weet de diepere oorzaak van Zacheüs’ verlan-
gen om Hem te zien. De volgende vraag lijkt in dit kader be-
langrijk: Waarom werd Zacheüs tollenaar?