You are on page 1of 2

Feedback van Lina: Dat ziet er uit als een leuke, grappige grafische partituur.

Je hebt er goed over


nagedacht zie ik. Er zitten klankduur, -hoogte, -sterkte en -kleur in, maar die zijn niet benoemd
bij naam. Ik raad je aan om dat nog wel te doen. De betekenis heb je ook duidelijk uitgelegd.
Verder kun je nog wat vertellen over Vorm van het KVB-model (dus over herhaling, contrast en
variatie).

Ik kan me vinden in Linas opmerking.


Misschien tegen alle verwachtingen in, ben ik gewoon begonnen met tekenen. Ik had meteen een
beeld voor ogen, nadat de opdracht aan ons was voorgelegd. Iets met hoogte, sterke en zachte
geluiden. Omdat ik zelf niet goed ben in muzieknoten lezen en ik niet heel goed ben in tonen en

tijdsduur aangeven, heb ik echt dagenlang aan mijn partituur gezeten. Ik begon met het tekenen van
een tractor dat in de verte aan komt rijden.. Vroem vroem
DYNAMIEK; Kleine en grote letters = zacht en sterk.
In de verte zijn de letters kleiner. Dat betekent dat je vroem zachtjes moet uitspreken. Hoe dichter de
tractor bij het kippetje komt, hoe groter de letters. Dus hoe sterker. De kakelende kip heeft niet
door dat de tractor nadert. Zij blijft rustig kakelen, elke keer een tikje luider. Als de tractor al te
dichtbij is, roept ze van schrik een woord dat ze nooit zou zeggen: KUKELEKU! Hard, dus sterk maar
met een lichte stem. Ik had ook onder de steeds sterker wordende vroem een crescendo teken
kunnen plaatsen < Ook had ik een accent kunnen plaatsen op de tok na het ongeluk.
Kort en lang= door breed en smal
Jammer genoeg is het te laat! De tractor botst tegen de kip aan. De kip krijst nog: TOK! Tok wordt
dus heel sterk uitgesproken. Deze tok is breder dan de laatste tok in de partituur. Dit betekent dus
dat de krijsende TOK langer wordt uitgesproken dan de laatste tok, de kips laatste adem.
Dik en dun= Zwaar en licht
Door de dikte van de letters heb ik geprobeerd de zwaarte aan te geven. De tractor maakt een zwaar
ronkend geluid. Vroem vroem moet eerst zacht, maar zwaar worden uitgesproken en daarna komt
PATS. Zwaar en sterk! Ik heb ook gelet op differentiatie. De kinderen zouden eerst alleen de tractor
kunnen nadoen.. Vervolgens de kip. Om het nog leuker te maken, kunnen de jongens bijvoorbeeld de
tractor spelen en de meisjes het kippetje. Zo zijn de groepen tegelijkertijd tweestemmig bezig en
moeten ze tegelijkertijd ook luisteren. Op de PATS klappen alle kinderen 1 keer in de handen. Ik zou
de partituur op het digibord zetten, zodat alle kinderen het goed kunnen zien. Met een stok zou ik
over van links naar rechts over de partituur gaan, zodat de kinderen dezelfde snelheid aanhouden.
Ik snap waar Lina op doelt.
De herhaling van de woorden en de tonen. Het is inderdaad waar dat tok en vroem worden
herhaald. De vroem kan ik niet met herhalingstekens aangeven, omdat geen ene vroem hetzelfde
klinkt. Het wordt namelijk steeds luider. De eerste 3 tok tok tok zijn echter 3 dezelfde tok-geluiden.
Ik zou dit met een herhalingsstreep kunnen aangeven.
Nu we het hierover hebben, ik had ook maatstrepen moeten neerzetten.
Contrast is aanwezig. Woorden worden zacht en sterk uitgesproken.
Ik heb bovenstaande punten genoteerd omdat het KVB-model het onder andere over deze punten
heeft. Verder heb ik na de feedback geprobeerd meer muziektermen te gebruiken.
Variatie is een moeilijk onderdeel. Ik zou ook de kinderen kunnen vragen om het woord vroem te
vervangen door boink boink boink. Een enorm, stuiterende bal die eraan komt stuiteren. Boink
Boink Boink.
Ik ben blij met de feedback. Doordat ik niet goed was in muziek, is feedback alleen maar fijn, om zo
een beter stuk neer te zetten.