You are on page 1of 14

ARCHIEF

N.V. UITGEVERS MIJ ELSEVIER

ELSEVIER'S
GELLUSTREERD

MAANDSCHRIFT

REDACTIE: HERMAN ROBBERS EN R. W. P. DE VRIES JR.

Pv'

JAARGANG XVI

JULI-DECEMBER

DEEL X X X I I * *

MCMVI * * * *

AMSTERDAM UITGEVERS-MAATSCHAPPY
64 N. Z. V O O R B U R G W A L * MCMVI

ELSEVIER"

* # # # * * # #

HUWELIJKS- EN DOODSPENNINGEN
- IN D E 17"* E N 1 8 ^ E E U W t f f
t

DOOR H. J. DE DOMPIERRE DE CHAUFEPI.


In het leven onzer voorvaderen nam tie
gedenkpenning een veel grootere plaats in
dan bij ons; waar in
onzen tijd de zilveren en
gouden bruiloften alleen
in eigen kring gevierd
worden en men als uitzondering slechts aan het
metaal opdraagt om ook
voor volgende geslachten de bode te zijn van
het heugelijk gevierde
feest, daar gingen er
vooral in de i8<^- eeuwweinig gouden en zilveren bruiloften voorbij,
zonder dat men die herdacht door het doen vervaardigen van eenen ge1655.
OVKK1.1JDHN VAN
denkpenning, die dan
zooals men zeide, ,,sprak met tont en taal
van 't beeldeteeken."
Zoo was het ook bij sterfgevallen, dan
lieten nabestaanden, vrienden, vereerders eenc
medaille vervaardigen, waar f het portret
f een symbool op voorkwam met de zeer
elogieuse opschriften, gewijd aan de gedachtenis van den doode.
Nu kon men in deze aangelegenheid twee wegen bewandelen ; wanneer men vermogend was gaf men aan
een of anderen stempelsnijder de opdracht om eenen
penning te maken; van een
bevrienden poet kreeg men
dan wel een berijmd opschrift en men verlangde dan
een stuk zeer speciaal vervaardigd voor eene bepaal1693. DVERI.UDKX
de gebeurtenis, maar men
kon ook naar eenen zilversmid gaan en daar
een bestaande medaille koopen waar men
230

dan op de daarvoor bestemde ruimte de


namen en de data liet graveeren. Men had
dan natuurlijk geen origineel stuk, maar kon
toch zijn magen en vrienden verheugen met een
geschenk.
Even een korte technische aanteekening. Men
kan op drie wijzen eenen
penning maken,vooreerst:
tie stempels laten vervaardigen en dan eene
medaille doen slaan ; men
kan haar ook doen graveeren, dan zijn ze uit
den aard der zaak zeldzamer, daar ieder exemplaar op zich zelf moet
SCSAN.NA HOSCIIKI'lKIl.
worden bewerkt er zijn
zeer veel gegraveerde huwelijkspenningen ;
een derde wijze van bewerken is het drijven
der metalen platen, die dan door eenen ring
verbonden worden.
Wanneer wij ons thans gaan bezighouden
met de voorstellingen, die op deze metalen
gedenkstukken voorkomen, dan vinden wij
vooreerst de portretten der
personen die worden gehuldigd, 't zij omdat zij huwden
of vijf en twintig vijftig
jaar in den echt verbonden
waren, hetzij omdat de dood
met zijn zeis hun levensbloem wegmaaide. Zoo zien
wij op een penning *) van
1655 het sympathieke naar
voren gewende portret van
Susanna Hoschepied (847)
VAN IDA BLOK.

*) De nummers verwijzen naar de


Catalogi van het Kon. Penningkabinet te 's-Grcwenhage.
I. De Xederlandsche penningen tot 1702. II. De Nederlandsche penningen van 17021813.

een twintigjarig meisje dat midden in haren


bloei werd weggerukt, als tegenstelling noemen
wij de een en zestigjarige Ida Blok, (1718) een
oude vriendelijke uitziende dame met vol gelaat
en gullen glimlach. Keurig zit het kapje op
haar gladde haren en even netjes plooit zich
het doekje om haar maagdelijke schouders.
Het opschrift zegt:

Volckera Nicolai. Het zijn aardige typische


oud-Hollandsche brave gezichten, die zeker hun
mooi feest overwaard zijn. Aan de keerzijde
zitten eng tegen elkander aangedrukt in een
nest twee kraaien vormende het symbool der
trouw, een op bijna alle huwelijkspenningcn
voorkomend embleem ontmoeten wij hiervoor
het eerst: de in zijn staart bijtende slang
symboliseerend de Eeuwigheid.
Sie 't beeld van Ida lilok een vrouw
Nog vermelden wij de portretten van Cornells
Wier deugd en geest en schrandere kennis
van
Aerssen en Maria Pauw, heer en vrouwe
Ver boven 't lof van mond en pen is
van
Hogerheide, deftige oude lieden, die in
Die meenig man beschamen zou
Had niet de dood, daer 't al voor bukt
1728 vijftig jaar gehuwd waren (2449) en
Te vroeg dit voorbeeld weggerukt.
A. M. Molire en Elisabeth Vron (3440)
die par la faveur de la providence" in 1784
Ida Blok is ook door Vondel aardig behun gouden feest herdachten. Beide stukken
zongen, hij zegt:
hebben bepaalde kunstwaarde en doen hun
auteurs Popkes en Schepp
Jongkvrouw Ida stil van aert
Slyt haar jaren ongepaart
alle eer aan.
En wil ergens in een hoekje
Deze penningen hebben
Liever met het stomme boekje
een
zeer persoonlijk karakEensaem spreken stil en vrij
ter wat dikwijls nog verDan zich onder slavernij
Van het huwelijk begeven
hoogd wordt door eene
Zij wint rust, die zoo kan leven!
toespeling op het bedrijf
of de omgeving van den
Misschien is deze gedachvereerde. In allereerste
te ook wel opgekomen bij
plaats noemen wij in dit
C. Stalpart van der Wiel
verband: de oudste en
(1837) die in 1646 E. Bort
grootste landspoeet" Joost
huwde en in 1696 zijn
van den Vondel, (1293) op
gouden bruiloft vierde, want
de voorz. staat een uitneE. Bort ziet er niet geI624. 5OJAKIC. Hl'WEI.IJK VAN FAULTS VAN
mend
portret van den dichmakkelijk uit en hij ziet er
HERESTKVN KN VOI.CKERA NICOI.AI.
ter
en
aan de keerzijde
ook niet bijster vroolijk uit.
Hun beeltenissen staan op een uiterst deftigen symboliseert een zwaan zijn dichtgenie. Dan
penning van Smeltzing. Zz/'# hoofd is getooid mogen wij niet onvermeld laten Gerard Brandt
door een mooie, waardige pruik, /aar hoofd den predikant der Rotterdamsche Remondoor een allergracieust kanten mutsje. Aan de strantsche gemeente, den uitnemenden biograaf
keerzijde wordt ons de eerste blik gegund op van de Ruyter, (1330) wij zien daar aan de
het emblemen materiaal, dat wij voortdurend keerzijde een gezicht op Rotterdam en de
in allerlei vormen en gedaanten zullen ontmoe- jammerklacht: O Licht vol geest, o geest
ten. Onder een alziend oog, omgeven door vol vier wat staat uw ondergang ons
stralen, steken twee handen uit de wolken, dier!
Wanneer wij nader onzen aandacht wijden
die elkander vastgrijpen, terwijl twee kirrende
duifjes er bovenop zitten. Het opschrift zegt, aan doode predikanten, zullen wij nog meer
dat de echtelieden vijftig jaar door de trouw portretten aantreffen. Lceuwenhoeck, wiens
studin wij aan de keerzijde gesymboliseerd
verbonden zijn.
vinden
door bloemen en bijen, staat op een
Ons is sympathieker een veel oudere penning (572) van 1624 waarop afgebeeld staan artistiek zeer mooien penning, (1928) wij zien
Paulus van Beresteijn, lid van de Magistraat aan de keerzijde ook nog zijn geboorteplaats
van Delft, schepen, burgemeester, en zijn vrouw Delft en het opschrift daar aardig zegt:
231

Hij werkte in het kleine maar zijn roem


was niet klein."
Een andere vriendin der natuur was Agneta

I7OO

Tl'.R K.F.RK VAN AGNKTA HI.OK.

G D

Blok, de Flora Batava," wij zien haar als


een recht vriendelijke oude dame op eenen
penning (1938) waarop wij aan de keerzijde
haar levenstaak gesymboliseerd zien, zij toch
was het, die het eerst in ons vaderland de ananas
kweekte. Wij ontmoeten dan ook de Godin
Flora te midden van de buitenplaats Vijverhof
aan de Vecht, waar Agneta haar ananassen
kweekte, op den achtergrond breidt zich de
mooie Lusthof uit met zijn bloemperken,
palmenhagen en lustwaranden. Op den voorgrond staat een ananas en melocactus. Kunsten
arbeid zoo zegt het opschrift brengt
voort wat de natuur niet vermag.
Tot nu toe zagen wij nog alleen de borstbeelden der personen, die men wilde huldigen,
maar ook in levende lijven zien wij hen wier
naam en roem men na hunnen dood aan
't nageslacht wilde overleveren, zoo zitjohann
Krederik Bockelmann, Hofraad van den
Keurvorst van den I'faltz, later Hoogleeraar
in de rechten aan de Hoogeschool te Leiden
in zijn studeervertrek terwijl groote folianten
hem omringen, in de rechterhand houdt hij
een kussen met het wapen van de Pfaltz,
terwijl de linkerarm rust op den werktafel,
in de afsnede wijzen muziekinstrumenten op
het geliefkoosde ontspanningsmiddel van
Zijn Hooggeleerde. Twee engelen dragen een
banderol waarop staat: Daar (als Hofraad
232

van den Vorst) was ik vermoeid, Hier (als


Hoogleeraar) rust ik uit.
Een andere hoogleeraar P. van Schooten

I7OO.

TER EERE VAN AC.NETA 11LOK.

(1294) zien wij in een studeervertrek bezig


met op een aardbol berekeningen te maken.
Hij zit rustig in een grooten leuningstoel terwijl
een baret zijn geleerd hoofd dekt, het opschrift maakt een tegenstelling tusschen de
nauwkeurigheid der wiskunstige wetenschap
en de onzekerheid van het menschelijk leven.
Op een onverwacht oogenblik geschiedt iets
waar men in een jaar niet op gerekend had."
Ook wanneer de beeltenissen niet op de
medailles voorkomen vinden wij toespelingen
op het bedrijf van den afgestorvene; wanneer
de Friesche geneesheer Feddrik Fontein sterft
vinden wij zijn bedrijf gesymboliseerd door
geneeskunstige instrumenten (3113). Zoo
wordt ook Simon Episcopius' leven gesymboliseerd (677) en wel door de naakte waarheid" met palmtak en zon en door de gekleede vrijheid met speer en hoed. Twee in
het voorgeschreven costuum gekleede vrouwen
getuigen er van, hoe Episcopius in zijn leer
en leven de waarheid en vrijheid gediend
heeft. Wij vinden op dezen penning een aanwijzing aan wie men zulke gedenkstukken
placht ten geschenke te geven. De erfgenamen van Mr. Simon Episcopius vereerden
(dit stuk) tot gedachtenis aen diegenen die
syn E. in syn sieckte bedient en nae syn overlyden gedragen hebben." Zoo vinden wij nog
gesymboliseerd Franciscus a Schooten, hoog-

leeraar in de wiskunde. Deze was, zooals het


opschrift zegt ,,een Archimedes, ja zelfs een
Cartcsius". Doch reeds voorbeelden genoeg

I
[J

Zeer dikwijls legt een derde persoonlijkheid


de handen der gehuwden in elkander; op de
oudere penningen is het dikwijls Christus

" D

GEGRAVEERDE HUWEIJJKSI'ENNING
(UKGIN 17DK F. E UW).

jH

I2. 50JARIG HUWELIJK VAN


T. C. VAN OVERI.OCKORST KN A. JANSDOGTEK.

|_ |

om aan te duiden welk een groote rol het zelf, die man en vrouw verbindt, ook is het
wel eens een priester of zelfs een notaris.
bedrijf op de penningen speelde.
Het bedrijf van jonggehuwden of zilveren-, Op een alleraardigsten ouden gegraveerden
subsidiair gouden bruiloft vierenden is om penning van Frans Cornelis van Overlockhorst
elkander te beminnen. Mag het dan ver- en Annitjcn Jansdogter, die in 1602 hun
wondering baren, dat de echtelieden groen, gulden bruiloft vierden zien wij de echte
zilver of goud, hand in hand staan op huwe- lieden hand in hand staan voor een in een
lijksmedailles, dan eens staan ze in een mooi katheder geplaatste ouden gebaarden man
landschap, of op een door gebouwen omgeven (675). In de i8<l>' Eeuw worden deze oorplaatsje, of in een kerk of voor een tempel. spronkelijk mooi naeve voorstellingen geDikwijls staan ze voor het huwelijksaltaar. maniereerd; wij zien ze dan knielen voor
Een groot deel dezer penningen zijn ge- brandende altaren, wierook strooien, de trappen
graveerde stukken, die men bij eenen zilver- van een monumentalen tempel beklimmen
smid kocht terwijl men dan aan den kant ja zelfs zitten in een prieeltje of om een
de namen en data in graveerde, zoo is er altaar waar ze met de handen ineengestrengeld
een uit artistiek oogpunt buitengewoon zitten op gevaar om zich te branden aan
mooi stuk: op de voorzijde staan in 17^- de vlammende harten die op het altaar staan.
eeuvvsche dracht man en vrouw de handen Een andere factor die er in de 18de Eeuw
saam verbonden, om hun handen heen is een bij komt en de toenmalige deftigheidsneiginketting die onderaan door een slot gesloten gen typeert, zijn de attributen, wanneer de
is, die ketting bindt de handen en harten man in stad of staat een ambt bekleedt.
zamen en een vers aan de keerzijde verklaart Willem van Citters die acht maal burgeons waarom tusschen de echte lieden in meester van Middelburg was, doet zich vergezellen van een genius met de fasces, (2S76).
de dood zit te grijnzen:
Arnoldus van Citters huwt Sara Jacoba
Daer 't een en 't ander Hert
Ockerse; daar zien wij dan de jonge echte
Uoor Liefd' gesloten werd
lieden geknield voor een altaar en de Maagd
Siet men veel vreughde spruyten
Druck angst noch lijden groot
van Zeeland, naast haar de godsdienst, achter
Niet anders dan de Doot
de echte lieden een man in lang slepend
Can 't Selfde weer ontsluyten.
XXXII. EUevier's Xo. 10.

233

gewaad: 't is Willem van Citters, tie vader penning van 1771, op het vijfentwintigjarig
van den bruigom-magistraat, zooals de genius huwelijk van A. J. Bierens en S. H. Willink
met de fasces aanduidt, naast hem een man (3236), zien wij aan de voorzijde op een
in krijgmansdracht Jan Cornells Ockcrse, altaar een ooievaar, terwijl daaromheen kleine,
vader van de bruid en Luitenant-Admiraal mollige cupiedjes met toorts, wierookvat,
van Zeeland. De op den achtergrond zei- brandende harten, rozenkrans en zandloopers
lende schepen geven aan,
gesebaard staan. Aan de
dat Willem van Citters direckeerzijde staat het volgend
tenr van de O. Indische comversje:
pagnie was (2565). Wij zouSedert ons gelukkig paaren
den deze voorbeelden met
Vloeiden vijfentwintig jaaren
tallooze anderen kunnen verAls een snelle stroom voorbij:
Dat ons hart nu dankbaar zij,
meerderen.
Voor 't genoegelijk huwelijksDe Wijsheid, het Geloof,
leven
de Hoop, de Dankbaarheid,
Zijn wij /'/rtW'/tw gebleven
de Trouw, ziet daar de figuGod, ons nader dan het bloed
Heeft het door zijn gunst verren, die in de i8<'e Eeuw
goed.
naast de echtelieden op den
voorgrond treden. Oneindig
Zonderling is de symbo1653 HUWELIJK VAN \V. JZ. MEERMAN
is het aantal cupidootjes en
liek waar de twee echteEN }'. VAN I.1MHOKCH.
gevleugelde genien, die in
lieden vergeleken worden bij
de meest verschillende houdingen en belast een samen gestrengeld boomenpaar, wij zien
met de meest uiteenloopende functin hel- op de voorzijde twee boomstammen die om
pend optreden, om het effect van het ge- elkander heen gestrengeld zijn, het toelichheel te verhoogen. Behalve de levende tende gedicht zegt:
personen, die men doet meejuichen ter meerDus maeckt en strengelt Godt
dere glorie van het echtpaar,
Twee stammen door de trou
Tot eene vruchtb're boom
zijn de meest verschillende
En kroont 'er met sijn zegen.
attributen, die deels wijzen
Het wijf leeft door de man
op de betrekkingen van den
De man leeft door de vrou
man en deels betrekking
Zoo wordt d'onsterflikheit
hebben op de liefde. De
Op 't bruilofsbed verkregen.
municipale fasces zagen wij
Zonderling is ook de volreeds. Ook treffen wij, wangende symboliek.
neer de echtgenoot koopman
Op een juk zitten twee
was vaten, balen, zakken aan,
duifjes, aan de eene zijde
wanneer hij wijnkooper was,
van het juk hangt een tweewijnvaten en druivenpersen,
ling aan de andere een blikwanneer hij handelsrelatin
sem. Onder het juk bevindt
had, Indische landschappen
zich een ring waarin twee
enz. Was hij krijgsman, dan
harten en twee brandende
komen de kanonnen, vaan1669. Hl'WEI.IJK VAN E. DU ISOIJS
toortsen. Het omschrift zegt:
dels, pieken. Voor de Liefde
KN M. VAN HI.KYSWIJCK.
beter te trouwen dan te
(VOORZIJDE).
zien wij verbonden brandende
branden"
harten, in zijn staart bijtende slang, phoenix,
't Volgende gedicht staat aan de keerzijde:
kraanvogels en de ooievaar. Deze vogel komt
echter voor in een ander verband dan men
Daar 't hart van man en vrou
vermoeden zou, ze vertegenwoordigt de huweGebonden in de trou
lijkstrouw en speelt niet haar meer moderne
In vaste liefden brand
Daar draagt men als een juk
rol van kinderbezorgster. Immers op eenen
Geluk en ongeluk.
234

'^- 67/

Standvastig, met verstand


Daar leeft men voor en na
Als 't duifje met zijn ga.
Op sommige penningen is een cumulatie
van symbolische wezens en attributen; zoo
op den mooi gegraveerden penning van
Willem Meerman en Perina
van Limborch (819).
Wij zien daar eene vrouw
met twee kinderen die in
een rinsr twee herten voortgeleidt, daarnaast staat een
zonnebloem (de vruchtbaarheid) op den achtergrond
trekken twee ossen een ploeg
en trekkebekken twee duifjes.
Dit opschrift zegt:

In het geseegent Amsterdam


Zyn Eegaas wynrank heeft gedaan
Dat seven looten voor ons staan
Dogh thien van onze Duyfjes syn
Gevloogen uyt des weerels pijn
Tot kroon en scepters heerlijkheit
Geketent aan de Saaligheit
Als hier ook 't Glas ten eynde
gaat
En als de Doot syn sikkel slaat
Dan sal geen son of maanenschijn
Maar Jhova All in Allen sijn.

Wij vinden in dit versje


eene aanleiding om de aandacht te vestigen op een
eigenaardig onderdeel der
huwelijkspenningen namelijk
op de kinderen, de vruch1 )e Liefde die van Godt afvloeit
ten, de huwelijkspanden, de
ZU.VKREN-HRUILOFTSPENNING
Twee harten in de Trouwring
(l8llE EEUW).
olijven, de looten, of hoe
boeit
men ze noemen wil.
En maack se soo gelijck van aart
Dat de eene volgt daar d'ander vaart.
Een gelukkig vader legt in notarisstijl de
Een laatste voorbeeld van veel attributen volgende verklaring af: Ik hebbe vijfentwintig
ontleenen wij aan eenen penning, die men jaar in den echten staat geleeft en hebbe in
speciaal in Amsterdam in de zilversmids- die tijd geproduceert zeven kinderen waarvan
winkels kon koopen. Op den achtergrond 4 op den 31 Mey 1701 in leven waren.
zien wij de Amstelstad met
Anders weder is! het op
het Y er voor, een boot klieft
den gouden bruiloftspenning
het water, terwijl op den
van Gerard van den Nievoorgrond geplant staan een
poort (1274), waar de drie
palmboom, den man, en een
jongens en de drie meisjes
wiinstok, de vrouw aanduiwerden opgenoemd, en waar
dend: beide boomen zijn door
uit Psalm 128 de tekst geeen keten verbonden die
citeerd wordt: Uw kinderen
wordt vastgehouden door een
zullen zijn als olijfplanten
uit de wolken gestoken hand,
rondom uw tafel. Alleraarbeneden op aarde is een
digst worden deze woorden
kleine cupido bezig een
gellustreerd op een zeer
boompje te enten, een kip
mooi gegraveerden penning,
zit kiekens uit te broeien,
wiens voorzijde wij nader
een ploeg doorsnijdt het
zullen te bespreken hebben.
1669. IlrWF.I.IJK VAN E. DU UOIJS
Het is de huwelijkspenning
veld en heel op den achterK.N M. VAN BLEYSWIJCK.
van
Elandt Du Boys en
grond komt de Dood aan
(KEERZIJDE).
Maria van Bleyswijck, wij zien
met een sleutel. Aan de keerdaar
om
den
tafel
vader, moeder en vier
zijde staat het volgende versje gegraveerd
kinderen en de verwijzing naar Psalm 128.
Daar 't een huwelijkspenning is, is deze
Zoo langh de Plant na 't ente groeyt
Zoo langh de hen haar kiekens broeyt
wissel op de toekomst eenigszins zonderling.
Zoo langh de ploegh door d' aarde rydt
Wanneer Nicolaas van Loon en Emerentia
Zoo lang het schip de baaren snydt
van Veen vijftig jaar gehuwd zijn laten zij
Wens ik bloey Issendorp stam
235

een penning slaan (1193). waar aan de voorzijde de wapenschilden opstaan omringd door
rozen en olijftakken, waaraan men drie groote
vruchten ziet en zes kleinere. Wanneer men
het niet wist zou men er niet op letten,
maar de poet Brandt bezingt dezen penning
en leert ons, dat de drie groote olijven zijn
de drie zoons voortgesproten uit dit huwelijk,
en de zes kleinere de kleinkinderen, alle
negen zijn 't afsetsels van het trouwverbond".
De dichter eindigt met deze wensch:
God maak' ten dienst van Amsterdam
Van elke telg een vruchtbare stam
Behalve olijven worden de kinderen looten
genoemd.
In 1688 vieren G. Bolwerk en M. van
Zengwerd hun gouden
bruiloft. Wij zien de
gouden bruid en bruidegom staan, samen
vasthoudend een ring
waarin L, daarnaast
staat een forsche boom,
waaraan 6 takken en
14 loten, terwijl er twee
afgeknotte lootjes aan
zijn. Het opschrift zegt:

Soms zien wij de schoone loten" zelf op


de penningen verschijnen; wanneer P. Balguerie en Th. Rijswijck in 1739 hun gouden
feest vieren (2583), staan de vijf kinderen
naast een symbolische vrouwengestalte; op
eenen anderen penning nog zien wij een
brandend altaar omgeven door vijf kinderen
met het volgende versje:
Daar voor het Echtaltaar
Twee dochters en drie zoonen
Der ouderen schedel kroonen
Naar Vijf en twintig jaar,
Zwaait ''t ouderpaar met reden
Den wierook van gebeden.

Niet onvermakelijk is in dit verband nog


een penning op de zilveren echtvereeniging
van Petrus van der
Parra en Adriana Bake
(3198), daar staat aan
de voorzijde een ingedrongen dik knaapje,
dat met de rechterhand
een kroon houdt boven
de wapenschilden zijner
ouders en met de linker
een wierookvat zwaait.
Deze jeugdige spruit is
na een zeventienjarige
Ses takken,
echt ontlooken"; 't is
Sestien looten
dus geen wonder, dat
Uit Bolwerk's stam
hij zijn stam kroont op
gesprooten;
Op twee na overent,
't zilveren feest, te meer
Staan hier op goud
daar zijn vader Gou1680. 25JARIG HUWELIJK VAN !'. WIJNANTS
geprent,
verneur-Generaal
van
EN A. ESSINGS.
'I'oen Bolwerk grijs van
Nederlandsch
Indiwas.
haaren,
Meest geven de ouders uiting aan hun
Getrout was vijftig jaaren.
Men ziet dus, dat dit aan den boom zeer blijdschap over het bezit hunner kinderen,
juist is aangegeven. Zes takken, zestien loten op een penning echter staat het volgende:
waarvan er twee geknot.
Een heel typisch geval in dit verband is
het volgende: In 1736 werd er een prinsesje
van het Huis van Oranje geboren, maar na
een half uur stierf de Prinses, nu waren de
stempels voor den penning, dien men slaan
wilde reeds gereed, op de voorzijde was
afgebeeld de gelukkige moeder met haar
kind op schoot, nu echter het kindje was
gestorven heeft men er snel terzijde naast
geplaatst een' oranjeboom, waar een felle
wind een appel van afblaast.
236

De kinderen zijn heel verblijdt


Naar vijf en twintigh jaren tijdt
Hun ouders wel getrout sien leven.
Ja, 't was dikwijls een heele trek om van
de zilveren bruiloft te komen tot de gouden!
en menigmaal wordt de wensch geslaakt:
hij wenscht den zilveren- dien hij zag
verwisselt in een gouden dag".
Den grooten vijand dien men te overwinnen had, was de Tijd; die oude grijsaard
gewapend met zijn zeis en zandlooper dreigde
wel eens op ongewenschte wijze handelend

op te treden, het was dus het allervoorzichtigst om hem maar zijn reis te ontnemen,
daarmede wordt Cupido belast en stelt men
zich het volgende tooneel voor. Op den
voorgrond staat een pyramide met XXV en
op den achtergrond een met L, daartusschen
bewegen zich de Tijd met opgeheven zeis
en Cupido, die de zeis tegenhoudt. Het veelleerende gedicht zegt:
Dees zuyl en 't saam
Gevlochte handen
Voor Vijf en twintig
Jaar gevest,
Sijn even vast door
Liefden's banden
Schoon dat de Tijdt
Hun dreigt op 't lest,
Godt laat, die 't silver
Feest nu geven,
Gezegent 't goude
ook beleven.
Dit soort penningen
was in den handel;
men graveerde dan namen en data er op of
er om.
Ken ander motief
duidt een verder stadium a a n ; daar heeft
Cupido reeds de zeis
van den Tijd weggenomen en troont den
ouden Tijd van de zuil
met X X V naar die
met L :

dachtenismunt te geven. Doch 1'homme


propose, Dieu dispose. Sara Doll stierf vr
het feest, nu wordt een kantschrift aan den
penning toegevoegd dat laconisch mededeelt:
Vier weken voor het feest gaf Sara Doll
den geest".
Nog anders is het volgende peval Mevnard
Uytwerf en Johanna Margarethe Booge waren
in 1743 gehuwd en kregen drie kinderen,
maar helaas de liefde is niet steeds bestendig
van duur en in 1754 besloot men te scheiden.
Op die scheiding deed Johanna Booge eenen
penning slaan (2999). Aan de voorzijde zien
wij een' gevleugelden jongeling, Hymen, die
een toorts bluscht door er mede op den
grond te stampen. Op de keerzij lezen wij
het volgende versje:
Toen 't Vuur van twist
ontstak
Dat Junoos hoff ontrustte
Toen Hymen 't Echtjuk
brak
En sijnen fakkel bluste
Schonk dit de Moederlijke zucht
Aan 't drietal Huwelijksvrucht.

Voordat wij voorgoed


van de huwelijkspenningen afscheid nemen en
ingaan ten doode",
een enkel woord over
de beteekenis van den
Bijbel
voor de huwe1680. 25.IARIG HUWELIJK VAN F. W1JNANTS
lijkspenningen.
Wij zaEN A. ESSINGS.
gen op bijna alle penningen Gods oog en al de opschriften zijn
Hier torst de Min door Trouen vlijt
De Zeyse van den Grijsen Tijt,
werkelijk, hoe bombastisch soms ook, vroom
En leijd hem met een blijden geest
en dankbaar jegens God, wij zagen hoe
De suyl voorbij van 't silvere feest.
Christus soms de handen der jong gehuwden
in
elkander legt, maar ook tooneelen uit
Wij zagen nu veel blijdschap en vreugde
veel liefde en trouw maar ook op huwelijks- het oude en nieuwe testament komen op deze
medailles zijn wel eens dissonanten ontrouw. penningen voor.

Zoo was het in 1736. Op 1 December zouden


Pieter van Aken en Sara Doll hun gouden
huwelijksfeest vieren, om dit feest waardig
te herdenken laat men eenen penning slaan
(2548) waarop ze het bezit constateeren van
een dochter met drie looten" en mededeelen
dat de blijde dag hen noopt om tot Godt's
eer aan vriendt, kind en neven een ge-

Vooreerst dan, uit het oude testament, en


wel zeer dikwijls, vinden wij afgebeeld het
mooie tooneel waar Rebecca aan den
knecht van Abraham te drinken reikt; wij
zien het op afwijkende wijze wedergegeven;
nu eens staan Rebecca en de knecht naast de
put dan weer knielt Rebecca voor hem neder;
op den achtergrond ziet men steeds de
237

kameelen. De penningen waarop deze voor- voorkomend motief, de bruiloft van Kana
stellingen voorkomen zijn meest zeer mooi namelijk.
gegraveerd, en hebben een eigenaardige aanWij zien in verschillende variation dit bruitrekkelijkheid door de landschapgroepeering loftsmaal weergegeven: om een ronde of
om de handelende personen heen en door vierkante tafel zitten de gasten neer, de
de gracieuse beweging van Rebecca. Een gekroonde bruid in het midden, en aan een
tweede tooneel is dat waar Laban Rachel der einden Christus, die de vaten op den
aan Jacob geeft: Toen Laban Rachel stelde grond aanraakt waardoor het wonder geschiedt
aan Jacob's groene sy, was 's herders ziel dat met bewonderende verwondering wordt
vernoeght van al de slavernij"; ook hier treft aangestaard door de omzittende gasten.
de mooie groepeering en de smaak waarmee
het landschap behandeld is.
Tot nu toe zagen wij in hoofdzaak penningen
Zeer eigenaardig is het tooneel ontleend gewijd aan blijde gebeurtenissen maar toch
aan den apocryfe bijbelboeken. Op den pen- gluurde hier en daar de Dood reeds om een
ning dien wij reeds vermelden van Elandt hoekje, die alleen een einde kon maken aan
de lange jaren van Liefdu Boys en Maria van
de, Trouw en Geluk.
Bleyswijck zien wij het
verhaal van Tobias. Men
Thans gaan wij in tot
weet dat de engel des
dien Dood zelf, die aanHeeren aan Tobias het
leiding gegeven heeft
middel leerde om den
tot het ontstaan van tal
kwaden geest te verdrijvan penningen. Meest
ven, die maakte dat de
lieten vereerders of nazeven eerste echtgenoobestaanden die vervaarten van Sara, dochter
digen en uitreiken aan
van Raguel, omkwamen
de vrienden van den
in den eersten huwedoode of aan hen die
lijksnacht. Tobias heeft
hem ten grave droegen,
de wonderbare visch
zoo zegt een versje:
gevangen wiens hart en
lever hij voor zijn kunstDit wordt U toegedacht
bewerking noodig heeft.
Die Lysbert Swaan
Op onzen penning zien
Ter aarde bragt
wij hoe Tobias bezig is
1660. DOOD VAN GOVER FLINK.
Weduwe van Jan Wat.
de vermaningen van den
engel te volgen. Hij heeft een kolenvuur aangelegd en plaatst daarop het hart en den lever
van den visch; wij zien den kwaden geest wegvliegen. Dit alles geschiedt op den achtergrond, op den voorgrond liggen Sara en
Tobias te bidden voor een groot bed. Wat
was den volgenden morgen Raguel niet blijde
toen hij, nadat hij voor alle zekerheid reeds
een graf gegraven had voor zijnen schoonzoon van n nacht, hem in levende lijve
voor zich zag staan. Op dien zelfden penning,
waar wij reeds de illustratie van Psalm 128
op zagen, vinden wij ook de ontmoeting van
Rebecca met Abraham's knecht en een aan
het nieuwe testament ontleend, zeer veel
238

Meer nog dan bruiloftspenningen kocht


men deze stukken geheel gereed in de goudsmidswinkels en liet er dan naar eigen smaak
opschriften op gravceren. Het meest voorkomende type is het volgende : Aan de voorzijde ligt de doode op een baar uitgestrekt
terwijl engelen de baar steunen, op de baar
is plaats voor een opschrift, terwijl boven in
het veld engelen een handerol dragen waarop
meest gegraveerd is: Siet de Doot is een
Inganck ten leven. Alles is door hemellicht
bestraald waarin de naam van Iehovah vermeld is. Op den penning, dien wij tot voorbeeld kozen en die aan de nagedachtenis van
Govert Flink gewijd is (891) staat op de baar :

Geboren te Kleef, in den Iaere 1615 den


25 van Louwmaent Gestorven t' Amsterdam 1660 den 2e van Sprokelmaent. Aan
de keerzijde grijnst de Dood ons aan; hij
houdt twee brandende toortsen en een groote
doek, weder bestemd voor een opschrift;
onderaan is, omgeven door vleermuizenvleugelen, een cartouche waarop : Memento Mori.
Op onzen penning staat het volgende versje
van Joost van den Vondel,
Hier liet Flink het sterfelijk deel
Wiens ontsterfelijke geest
Tuigt met syn gekroont penseel
Hoe natuur den schilder vreest
Die zyn doeken 't leven gaf
Kunst braveert de Uoot en 't graf.
Met de zelfde voorzijde vindt men een
andere keerzijde gecombineerd. Daar is
de cartouche van het
opschrift gevormd
door doodsbeenderen
terwijl ter zijde twee
geraamten staan met
zeis en omgewenden
toorts, boven op de
cartouche zit een
genius bellen te blazen aldus symboliseerend het brooze
van het leven. Als
voorbeeld vermelden
wij den penning, die
Ida Blok huldigde (1718):
Dus houd men Naam en beeld in wezen
Nu Ida Blok ons hier begeeft
En boven by haar schepper leeft
Een bruyt uyt duysent uytgelesen
Om 't lam te volgen in zyn hof
Met onnavolglijk maagden lof.
Een derde zeer veel voorkomend type vertoont aan de voorzijde een gekroond doodshoofd, rustende op doodsbeenderen, terwijl de
cartouche daaronder gevormd wordt door
het lijk en twee engeltjes, waarvan de een
een toorts draagt de andere bellen blaast
Saligh sijnde dooden die in den Heer ster,,ven want sy rusten van haren arbeyt" luidt

de spreuk op een boven in het veld zich


kronkelende banderol; op het doodshoofd
staat een zandlooper. De keerzijde vertoont
ons de cartouche, twee weenende engeltjes,
terwijl boven de Dood zijn mageren kop vertoont. Op dezen penning was het doodshoofd en face geplaatst maar er is ook een
serie penningen, waar het en profil is weergegeven en waar de zandlooper vervangen
is door een lamp. Op een der penningen
(1946) van dit type komt een curieus opschrift
voor: Omdat U Laeste Plight mijn lijck
ter aarde leyt wort U dit kleyn geschenck
Vereert tot Dankbaarheid - Ter Gedachtenis van Anna Roemers obiit den 18 Decembr
1665 out 59 jaer,
moeder van 22 kinderen.

\V. VAN DKK LINDEN.

Maar ook zijn er


penningen voor speciale gevallen vervaardigd. Zoo sterft
in 1685 op 43 jarigen leeftijd Willemina van der Linden
(1355). Aan de voorzijde staan een urn
en het familiewapen, omgeven door
weenende engeltjes
en doodsattributen.
Aan de keerzijde
staan tegenover elkander een gehelmde

vrouwen gestalte met schild en speer; dit is,


zooals er boven staat, de Deugd; tegenover
haar staat in een eenigszins verlegen houding,
met knikkende knien, magerder dan ooit de
Dood. Het opschrift zegt mij zult ge nooit
de baas worden."
In 1674 sterft freule Agnes Adelheyt van
Boetzelaer. Aan de keerzijde van dezen mooien
gedreven penning (1195) zien wij een zeer welig
groeienden boom, naast een verdorden stam
die omgetrokken wordt door den dood, er
onder staat: Psalm 90. Des morgens bloeit
het, des avonds wordt het afgesneden.
Uit den aard der zaak wordt de Dood ook
afgebeeld als de groote maaier, die met zijn
scherpe zeis alles wegmaait, zoo b. v. de
239

tienjarige Maria Mossel die, als een bloem


gepersonifieerd, onverbiddelijk wordt wegge-

1696.

OVERLIJDEN VAN DS. WII.KENS


TE HAARLEM.

maaid. Het opschrift op haren begrafenispenning (2503) zegt:


Is 't zaligst vroeg bij
God te weesen
En geeft de wereld
Hier niet veel
Als Moeyte, Droevhijd
Zorg en Vreezen
Dan heeft Maria
't beste deel.
Een geheel afzonderlijke vermelding verdienen de penningen vervaardigd op doode
predikanten. De belangrijkste penning in
dezen gedachtengang is wel die op den Haarlemschen Lutherschen predikant Iohannis Wilkens, die bij het bedienen van het avondmaal op den kansel stierf. (1840) Aan de
voorzijde zien wij de viering van het avondmaal in de stampvolle kerk, aan de keerzijde
de begrafenis, het lijk wordt weggedragen
terwijl op den achtergrond Haarlem ligt en
op den voorgrond een tafel staat met den
bijbel en een kaars die door den storm wordt
uitgeblazen. Het opschrift zegt:
Op 't reyken van het Avondmaal
Is hy geruckt in 's Hemelszaal."
240

Dit had plaats op Paaschdag 22 April 1696.


In de i8<k Eeuw werden vele bedienaren

l6g6.

OVERLIJDEN VAN DS. WILKKNS


TE HAARLEM.

des Goddelijken woords op penningen afgebeeld zoo Iohannis Ens (2481), Hoogleeraar
in de theologie te Utrecht, Henricus van
Velsen (2658) het licht en sieraad der kerk"
aan de keerzijde zit de Godsdienst hem te
beweenen, en houdt de tijd den leeggeloopen
zandlooper omhoog zoo Cornelis Houthoff
(2662), die bij zijn leven Hemel's licht verspreidde te Amsterdam, I. Breukelman (3026),
die schitterde te Driehuizen, Alblasserdam,
Zierikzee, Hoorn, Rotterdam en 'sGravenhage;
zoo Muilman, die in vier verschillende gemeenten zich van zijn taak kweet voordat
hij afgelost werd, zoo Sandijk (2444) op wiens
penning het volgende gedicht staat:
Hier ziet g' als in een spiegelglas
Hoe Sandijks deftig aanschijn was
Wiens licht op 't Leyds Atheen gerezen
In twee jaar tijds door Dwingl heen
En Arnhem strax den Haag bescheen
Om Zions troost en Vreugd te weezen
In geest, in taal, in deugd, in vlijt
Een heerlijk wonder van sijnen tijt."
Inderdaad het woord deftig is hier uitnemend gekozen, want al die predikanten
hebben iets deftigs en wel doorvoeds over
zich. Ook de opschriften op deze penningen

\r- 67/
zijn uit den aard der zaak deftig; deeis zijn wordt aldus beweend (3111): Schri] nu o
het bijbelteksten, zoo op n penning soms Haagsche Kerkgemeente Besproei met
vier; dikwijls zijn dit de
tranen 't koud gebeente
teksten door den afge Van uwen ./7ZY7
storvene in zijn laatste
die vol Hemelslicht steeds
predikatin
verhandelt."
suyver blonk voor ieders
Het zijn laatste ,,swanenaangezicht.
galmen." Wij zagen reeds
Zoo als y. Zflj7(/rrt^r
hoe ook de plaatsen ver(1352): Die Godes last
meld werden waar de
droeg aan zijn kerk -dominees stonden, zoo was
Heeft nu bij Gode 't loon
Johannis
Vollenhovcn
van 't werk. Zoo ook ds.
(2155) gequeeckt weleer
Smit (1507): Met Godes
in Jezus schoot, zoo hooghamer sloeg dees Smit
begaafd met geest van
In 's Hemels kamer hij
bove, in zuivere leer en
rustend zit.
taal groot. Vledder moet
VKRI.IlliKN VAN US. I. KKl'KKl MAN.
Wij eindigen met de
sulx met Zwol getuygen,
vermelding van een penook Leiden neffens Amsterdam."
ning, die de twee gedachten trouwen en
Ken andere bedicnaar des Heiligen woords
is ds. Haring (2156), die te Uytgeest, Kdam
en Utrecht .,stond." Op dezen penning komt
de volgende zonderling ontboezeming voor:
Heer Haring in sijn tijd vol ijver, ernst
en vlijt voor God en voor zijn zaak - getrouw met veel vermaak verlaat dit
onderaards zeer snel, hij zeyd ik stik
en vliegt zo Hemelwaards als een oogenblik.
Ook in min of meer gezochte woordspelingen
plachten deze opschriften sterk te zijn. Gerardus
Douw b.v. die in 1705 te Utrecht stierf, wordt
aldus herdacht (2099): A w w die weleer met
's Hemels leer Gods kerk AWaazcrt'f.
In 1765 stierf dominus C >;^/.v, deze

sterven verbond, want, zoo staat er aan de


voorzijde: ,.Na de uur van de trouw, volgt
de uur van de Doot." Op de keerzijde staat
het volgende:
Waerde kints kindre, lieve pande
Neemt dees Penning in de hande
Die van U Over-ouders is
Voor U een gedaghtenis
Dat zij Vijf en twintigh Jaren
Door het Houwlijck ginge paren
En Groot Vaders vierde vrouw
En Groot Moeders tweede trouw
En in Liefde syn getrout
Nu men Zilvere Bruiloft hout.

^, Juni 1906.

241