P. 1
Preventieve conservering van de Taj Mahal

Preventieve conservering van de Taj Mahal

Views: 84|Likes:
De Taj Mahal in India werd door Mughal-heerser Shah Jahan gebouwd voor zijn geliefde vrouw, die in 1631 in het kraambed overleed. Het moest alle andere grafcomplexen overtreffen. Het is dan ook prachtig geworden en trekt jaarlijks vele bezoekers. Dat laatste heeft zijn effecten op de conditie van het gebouw. Ook de luchtverontreiniging tast het gebouw aan.

Het marmer vertoont een brokkelig uiterlijk en lijkt aangetast door de zwaveloxide en ijzeroxide in de lucht. Ook het zandsteen vertoont verwering. Daarnaast is er op veel plaatsen graffiti (toeristen die hun naam achterlaten) aangetroffen, en ontbreekt her en der inlegwerk. Wat behandeling van het gebouw betreft, bij alle grote monumenten duikt hetzelfde dilemna op: het is belangrijk om ze te conserveren, maar er is weinig bekend over de lange-termijn effecten van reinigingsmiddelen en beschermende coatings. Desalniettemin werd in de jaren '90 een groot deel van het complex chemisch gereinigd. Belangrijk zijn de preventieve maatregelen die de Indiase overheid de afgelopen jaren heeft getroffen, door enkele sterk vervuilende industrieën te verplaatsen en de directe omgeving van de Taj Mahal autovrij te maken.

Auteur: Rutger Morelissen
Uitgever: SPCR
Jaar van uitgave: 2008
Bron: Cr 3, 2008
De Taj Mahal in India werd door Mughal-heerser Shah Jahan gebouwd voor zijn geliefde vrouw, die in 1631 in het kraambed overleed. Het moest alle andere grafcomplexen overtreffen. Het is dan ook prachtig geworden en trekt jaarlijks vele bezoekers. Dat laatste heeft zijn effecten op de conditie van het gebouw. Ook de luchtverontreiniging tast het gebouw aan.

Het marmer vertoont een brokkelig uiterlijk en lijkt aangetast door de zwaveloxide en ijzeroxide in de lucht. Ook het zandsteen vertoont verwering. Daarnaast is er op veel plaatsen graffiti (toeristen die hun naam achterlaten) aangetroffen, en ontbreekt her en der inlegwerk. Wat behandeling van het gebouw betreft, bij alle grote monumenten duikt hetzelfde dilemna op: het is belangrijk om ze te conserveren, maar er is weinig bekend over de lange-termijn effecten van reinigingsmiddelen en beschermende coatings. Desalniettemin werd in de jaren '90 een groot deel van het complex chemisch gereinigd. Belangrijk zijn de preventieve maatregelen die de Indiase overheid de afgelopen jaren heeft getroffen, door enkele sterk vervuilende industrieën te verplaatsen en de directe omgeving van de Taj Mahal autovrij te maken.

Auteur: Rutger Morelissen
Uitgever: SPCR
Jaar van uitgave: 2008
Bron: Cr 3, 2008

More info:

Published by: Collectiewijzer Netwerk on Mar 02, 2010
Copyright:Attribution Non-commercial No-derivs

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

09/28/2013

pdf

text

original

28

Rutger Morelissen

Preventieve conservering in het groot

Taj Mahal

Cr 3 2008

29

1

Het mausoleum vanaf de zuidelijke tuin (Charbagh).

Over het bekendste monument van India, de Taj Mahal, is al veel gezegd en geschreven. En dat is niet verwonderlijk, er zijn weinigen die onverschillig kunnen blijven onder de schoonheid en harmonie van dit mausoleumcomplex. Het werd door Mughal-heerser Shah Jahan gebouwd als grafmonument voor zijn in het kraambed overleden koningin Arjumand Banu Begam (meestal aangeduid als Mumtaz Mahal).
4 Ontbrekend inlegwerk, vermoedelijk door vandalisme. 3 Het oppervlak van het marmer in close up.

Een paradijs voor de koningin Arjumand Banu Begam overleed in 1631 na de bevalling van haar veertiende kind. Shah Jahan, volgens sommige tijdgenoten een streng en afstandelijk heerser, maakte nooit een geheim van zijn grote liefde voor zijn favoriete vrouw en haar dood was voor hem een enorme slag. Aanvankelijk werd zij begraven in een kleine tijdelijke graftombe in Zainabad. Direct daarna begon het plannen van de definitieve graftombe. Getuige een gedicht van Bibadal Khan moest de laatste rustplaats van Mumtaz Mahal een paradijs [1] worden. En een paradijs werd het. Kosten nog moeite werden gespaard om het te realiseren. Behalve de prachtige gebouwen vormen de tuinen (aan weerszijden van de rivier de Yamuna) een essentieel onderdeel van dit paradijs. De architecten van het complex zijn niet met zekerheid te noemen (volgens sommige bronnen gaat het om Ustad Ahmad Lahauri en Mir Abd-ul Karim), maar in elk geval dienden grafcomplexen van eerdere Moghulvorsten (met name dat van Humayun en Akbar) en van edelen (zoals Itimad-ud-Daula) als voorbeeld. Shah Jahan wilde met het graf van zijn vrouw alle andere grafcomplexen overtreffen. Daarom combineerde hij de grandeur van het graf van Humayun met kostbare materialen en technieken (marmer en pietre dure, inlegwerk in halfedelsteen) zoals die toegepast werden in het graf van Itimad-ud-Daula. Het gebruikte witte marmer is afkomstig uit Makrana, 400 kilometer ten oosten van Agra in het tegenwoordige Rajasthan. Het rode zandsteen gebruikt voor de andere gebouwen is afkomstig uit de omgeving van Agra. Het noord-zuid georiënteerde complex bestaat uit twee ommuurde rechthoekige terreinen aan weerszijden van de Yamuna. De aanleg van het complex is strikt symmetrisch en met het vierkant als module. Het grootste terrein ligt op de zuidelijke oever. Direct langs het water ligt op een podium het belangrijkste gebouw: het met marmer bekleedde mausoleum, geflankeerd door een Moskee (aan de westzijde) en een identiek gebouw, aangeduid als assembly hall (aula, aan de oostzijde). Ten zuiden hiervan ligt de Charbagh, de zuidelijke tuin met in vier kwadranten, afgescheiden door kanalen, die de vier paradijsstromen symboliseren. Dit is slechts één voorbeeld van de vele symbolische verwijzingen in het grafcomplex naar het paradijs. Ten zuiden van de Charbagh ligt de poort met het voorplein (Jilau Khana). Het voorplein wordt voorafgegaan door de Tajganj, een bazaar-terrein. Op de noordoever ligt een tweede tuin, de Mahtab bagh of maanlicht-tuin. Deze tuin is even groot als de zuidelijke tuin, maar heeft een iets andere

5

Verweerd en deels gereconstrueerd reliëf in zandsteen.

Cr 3 2008

2

De maanlichttuin aan de overzijde van de rivier wordt gereconstrueerd.

indeling. Het hele complex werd voltooid rond 1648 en na zijn dood in 1666 werd Shah Jahan met zijn vrouw herenigd en naast haar onder de marmeren koepel begraven.
Problemen in het paradijs Er is een brief bewaard gebleven van Shah Jahan’s zoon en opvolger Aurangzeb, gericht aan zijn vader, waarin hij beschrijft hoe hij tijdens een bezoek in 1652 aan de Taj Mahal constateert dat het mausoleum op diverse plaatsen lekt en dat de tuinen beschadigd zijn door het buiten zijn oevers treden van de Yamuna. De problemen begonnen dus al vrij snel na de voltooiing van het complex. Gedurende de volgende eeuwen zijn de gebouwen en tuinen zo goed mogelijk onderhouden. Tegelijkertijd zijn er ook al vroege berichten van bezoekers die de gebouwen bekrassen en inlegwerk beschadigen. Door verbetering van de infrastructuur en de opkomst van het toerisme neemt het aantal bezoekers aan de Taj Mahal in de 20ste eeuw sterk toe (in het jaar 2000 meer dan zestigduizend per week). Het grote aantal bezoekers heeft zijn effecten op de conditie van de gebouwen en de tuinen. In dezelfde periode is er een sterke groei van de Indiase steden te bespeuren. Ook Agra groeit snel. De industrialisatie komt op gang en door de groeiende welvaart in India neemt het aantal auto’s snel toe. Het gevolg is een sterke stijging van de luchtverontreiniging. Met name de toegenomen hoeveelheid zwaveldioxide, maar ook stofdeeltjes (ijzeroxide) blijken een gevaar voor het marmer en andere materialen van de Taj Mahal. De vroegste berichten hierover dateren uit de jaren ’70 van de vorige eeuw. Marmer bestaat voor bijna honderd procent uit calciumcarbonaat, een mineraal dat zeer gevoelig is voor zelfs zwakke zuren. IJzeroxidedeeltjes kunnen verkleuring van het marmer veroorzaken. Van een afstand is er van de aantasting van de steen niet veel te zien. Maar van dichtbij valt op dat het oppervlak van het marmer er op veel plaatsen ongewoon uitziet. Het wijkt ook af van de ‘normale’ verwering van marmer, zoals we die in Europa kennen. Er lijkt een vreemde, brokkelige laag op de huid van het marmer te liggen, met lokaal donkerder gekleurde ophopingen. Zonder nader onderzoek valt over aard en oorzaak hiervan niet veel te zeggen. Ook het rode zandsteen vertoont op veel plaatsen verwering, een deel van de aangetaste steen is overigens recent vervangen. Daarnaast is op veel plaatsen in het complex ook ‘gebruiksschade’ te vinden: graffiti en ontbrekend inlegwerk. Aanpak van de problemen Hoewel er veel publicaties over de Taj Mahal bestaan en ook de verontreinigingsproblemen het wereldnieuws haalden, zijn er opvallend weinig publicaties over de gekozen behandeling te vinden. En daarin wordt deze tamelijk summier beschreven. Een meetprogramma naar de kwaliteit van de lucht werd gestart door India’s Central Pollution Control Board. Dit bevestigde de bestaande vermoedens over de ernst van de zaak. De bron van de vervuiling werd ook onderzocht en bleek bij een aantal fabrieken (waaronder een olieraffinaderij en ijzerverwerkende industrieën) in de omgeving van de stad te liggen, maar ook het sterk toegenomen verkeer levert een bijdrage. De Board kwam met een aantal adviezen. De uitstoot van de industrie moest worden teruggedrongen. Ook werd geadviseerd om het monument te voorzien van een beschermende, zwavelzuurbestendige coating (bijvoorbeeld fluorpolymeer). De overheid van de Indiase staat Uttar Pradesh heeft daarop besloten een aantal van de vervuilende industrieën te verplaat[2] sen. In 1982 gaf UNESCO de Taj Mahal de status van World Heritage en in datzelfde jaar besloot de Indiase regering tot het creëren van een ‘Taj trapezium’, een gecontroleerd gebied van 50 kilometer rond Taj Mahal. Uiteindelijk werd een veel kleinere ‘groene zone’ (2 kilometer rond het complex) ingesteld.

Een wereldwijd debat over de verontreinigingsproblematiek brak los, gevolgd door talloze conserveringsadviezen, met name over het – al dan niet – toepassen van reinigingsmiddelen (zoals oxaalzuur) en coatings (bijvoorbeeld acrylharsen). De Archeological Survey of India (een instantie die ook de Indiase monumenten onderhoudt) reageerde terughoudend, omdat weinig bekend is over de lange-termijn-effecten van dergelijke coatings. Toch werden de laatste decennia reinigingsbehandelingen (vermoedelijk vooral van verkleuringen) toegepast, met behulp van ammoniac, niet-ionische zeep (Teepol), waterstofperoxide en triethanolamine. Ook werden klei-applicaties toegepast met magnesiumtrisilicaat, aluminiumsilicaat, Teepol en variaties daarop. Meer recent werden pakketten met Bentoniet klei of Fuller’s Earth (vermoedelijk met toevoegingen, maar deze zijn niet nader genoemd) gebruikt. In de jaren ’90 werden grote delen van het complex, inclusief het mausoleum, chemisch gereinigd (vermoedelijk volgens hiervoor genoemde methodes) en werden bepaalde muren voorzien van een coating van 2 procent polymethyl

30

6

Eén van de vele voorbeelden van graffiti.

methacrylaat acetaat. Over al deze behandelingen zijn de meningen sterk verdeeld en bestaat nog steeds discussie. Daarnaast gaan er verhalen dat de aanzienlijke verhoging van de entreeprijs in het jaar 2000 voor buitenlandse bezoekers van 15 naar 960 roepies (later weer verlaagd naar 750 roepies), die ten goede zou moeten komen aan de conservering van Taj Mahal, in werkelijkheid naar [4] elders wegvloeit. De combinatie van verontreiniging en visitors impact op deze grote schaal is niet eenvoudig op te lossen. Maar de gekozen behandelingen hebben het door vervuiling toch al verzwakte materiaal waarschijnlijk geen goed gedaan. In het westen kennen wij vergelijkbare kwesties. In Frankrijk en Engeland worden de belangrijke kathedralen in razend tempo gereinigd met laser. Dat terwijl er nog onvoldoende kennis is over eventuele effecten van deze methode op de structuur van verschillende soorten natuursteen. Wel is bekend dat polychromie-resten met een dergelijke behandeling vernietigd worden. Soms lijkt prestige zwaarder te wegen dan ethiek. En in het westen hebben wij de laatste decennia ook allerlei coatings en impregnatiemiddelen op onze monumenten aangebracht, om er vervolgens achter te komen dat veel van die coatings schadelijke bijwerkingen hebben. En er zijn parallellen te trekken met één van de belangrijkste monumenten van Nederland, het Paleis op de Dam. Dit gebouw,

[3]

Cr 3 2008

dat net als de Taj Mahal uit het midden van de zeventiende eeuw stamt, heeft (net als de Taj Mahal) te lijden onder milieuverontreiniging. Er is al geruime tijd een discussie gaande over wel of niet reinigen van het donker geworden zandsteen en over mogelijke reinigingsmethodes. Wellicht kunnen we leren van de gekozen oplossingen en ervaringen bij de Taj Mahal.
Het paradijs herwonnen? In 2001 werd een nieuw initiatief gestart om de omgeving van de Taj Mahal te saneren en een groene gordel langs de Yamuna te creëren, het Taj Mahal Cultural Heritage District. De basis van deze groene gordel vormen de bestaande historische tuinen langs de Yamuna, waarvan een aantal zelfs ouder is dan die van de Taj Mahal. De eerder aangekondigde beperking van industriële verontreiniging is (volgens schriftelijke bronnen, hoewel dat moeilijk te verifiëren is) doorgezet. Twee teams van Amerikaanse landschapsarchitecten deden een uitgebreid onderzoek naar de mogelijkheden om Taj Mahal te verbinden met het Red Fort door middel van een landschapspark (het voorstel is overigens in afgeslank[5] te vorm uitgevoerd). De Mahtab bagh (de tuin aan de noordoever van de Yamuna, onderdeel van het Taj Mahalcomplex) was sterk verwaarloosd geraakt en wordt momenteel (na uitgebreid onderzoek) gereconstrueerd (beplanting) en gerestaureerd (paviljoen, vijver en kanalen). Dit maakt deel uit van het Groene Gordel-project. [6] Zevenduizend jonge bomen werden geplant in de tuin. Ook is de directe omgeving van de Taj Mahal autovrij gemaakt. Vanaf parkeerplaatsen rijden elektrische pendelbusjes naar de ingang van het complex.

Al deze maatregelen klinken zinvol en maken de Yamuna-oevers tot een aangenamer gebied, waar zowel de toeristen als de bewoners van de stad profijt van hebben. Herstel van een stukje paradijs is het daarom zeker. En als het mee zit heeft het een gunstig effect op de conditie van dit nog altijd wonderschone monument. Preventieve conservering in het groot. Het kan.
Rutger Morelissen is adviseur bij het ICN en redactielid van Cr. Alle foto’s zijn gemaakt door de auteur. [1] Ebba Koch, The Complete Taj Mahal and the Riverfront Gardens in Agra, London 2006, p.20. [2] Abdul-Rauf Siddiqi, ‘India moves to save the Taj Mahal’, Chemical engineering, Vol. 101, nr. 9 (1994), p. 48-55. [3] Ebba Koch, The Complete Taj Mahal and the Riverfront Gardens in Agra, London 2006, p. 252-253. [4] Zie hierover: ‘Taj Mahal viewing practicalities’, The Rough Guide to India, New YorkLondon-Delhi 2008. [5] Zie over dit onderzoek: Vincent Bellafiore e.a., ‘Planning – The Romance and the reality’, in: Landschape Architecture, Vol. 93, nr. 9 (2003) p. 50-61. [6] Zie over onderzoek en reconstructie van deze tuin: Elizabeth B. Moynihan (ed.), The Moonlight Garden: New Discoveries at the Taj Mahal, Washington D.C. 2000.

31 Cr 3 2008

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->