You are on page 1of 111

tentoonSILO

EINDVERSLAG AFSTUDEREN

AUTEUR
Naam | Jelle Rinsema
Studentnummer | 37507
Semester | S8
Studiejaar | 2008/2009
Opleiding | Bouwkunde (Bachelor of Built Environment)
Afstudeerrichting | Architectuur

UITGAVE
Versie | Definitief
Datum | 19-05-2009

BEGELEIDERS
1e begeleider | Ing. W.A.M. Audenaert arch. AvB
2e begeleider | Ir. A. Blankenstijn
VOORWOORD
De opleiding Bouwkunde aan de Hogeschool Zeeland,
te Vlissingen, dient te worden afgesloten met een afstu-
deerproject. Met betrekking een gekozen gebouw wordt
het technisch uitgewerkt. Hiervan worden een verslag
en technische tekeningen gemaakt. Voor u ligt het af-
studeerverslag.

De afstudeervariant is Architectuur, waarbij een eigen
ontwerp mag worden gemaakt. Er is bewust voor geko-
zen om een bestaand gebouw te herbestemmen. Dit is
gedaan omdat het mogelijk is dat het aantal gebouwen
de behoefte overstijgt.

Het project wat uitgewerkt wordt, is een silo van een
voormalig waterzuiveringsinstallatie bij Amsterdam.
Heel de installatie is gesloopt, enkel deze met twee an-
dere silo’s niet. De rest van het terrein wordt gebruikt
voor nieuwbouw. Bestaande gebouwen worden vervan-
gen door nieuwe gebouwen. Hier wijkt dit project van af
aangezien een bestaand gebouw niet minder is dan een
nieuw gebouw.

Verder zou ik graag iedereen die mij, direct en indirect,
gesteund en/of geholpen heeft, willen bedanken.

Jelle Rinsema
20-05-2009
SAMENVATTING
Op het Zeeburgereiland, in het IJ, nabij Amsterdam werd
op 13 november 2006 begonnen met de sloop van een
waterzuiveringsinstallatie. Deze moest plaats maken
voor nieuwbouw woningen. Het enige wat overbleef na
de sloop waren 3 silo’s en 2 gemalen.

Een van deze silo’s wordt in dit verslag behandeld. Het
wordt ontwikkeld tot een tentoonstellingsruimte waar
de ontwikkeling van het gebied vanaf 1957 wordt ten-
toongesteld.

De oorspronkelijke vorm van het gebouw is zoveel moge-
lijk behouden gebleven. Dit uit zich in weinig gevelope-
ning en voornamelijk daglichttoetreding via het dak. Aan
de hand van een Programma van Eisen, een stroomsche-
ma en een lichtonderzoek is de beste volumedispositie
bepaald. Ook zijn de esthetische en technische aspecten
aan de hand van het conceptontwerp behandeld.
Vervolgens is door middel van een plananalyse het pro-
ject doorgelicht. Hieruit volgden enkele wijzigingen welk
zijn doorgevoerd om het gebouw een hogere kwaliteit
te geven.

Nadat het ontwerp definitief is gemaakt, is het techni-
sche deel uitgewerkt.

De constructie van de vloeren en het dak wordt onder-
zocht. Tevens worden enkele berekeningen gemaakt om
de dimensionering van het speciale glazen dak te bepa-
len. Dit dak is opgebouwd als een fietswiel welk hori-
zontaal is opgehangen. Dit zorgt voor een zeer slank en
transparant dak.

De brand- en installatietechniek wordt uiteengezet.
Vooral de brandinstallatie is onconventioneel, dit komt
vanwege de grote ruimtes welk in het ontwerp voorko-
men.

Dit rapport bevat de keuzes en de motivaties welke het
plan hebben gevormd tot wat het is geworden. Samen
met de technische tekeningen en de maquette vormt dit
het resultaat van het afstuderen.
SUMMARY
On 13th of november 2006 the demolishing of the wa-
ter purifying plant on the ‘Zeeburgereiland‘, in ‘het IJ‘,
near Amsterdam, started. The plant had to make way for
new houses. The only thing remaining were 3 silo’s and
2 pumping stations.

One of the silo’s will be attended in this report. It will be
redeveloped as a exhibition space, where the develop-
ment of this area from 1957 will be displayed.

The original shape of the building is, as much as possible,
maintained. This is shown in the facade, where there are
very little openings. The roof is the main element in the
entry of daylight in the building. Using the ‘Program of
Demands‘, a flowschedule and a lightsurvey, the best
disposition of the rooms have been determined. The es-
thetical and the technical aspects of the concept design
have also been explained.
The concept design has also been checked using a spe-
cial analysis. The analysis showed some inperfections in
the design which have been changed to give the building
a higher quality.

After the design had been completed, the technical part
of the building has been computed.

The construction of the floors and the roof have been
examined. Some calculations have also been made to
confirm the exact dimensions of the special glassed roof.
This roof is constructed as a wheel of a bicycle which
is fixed horizontally. This makes the roof very slim and
transparent.

The fire safety and the installations have been compu-
ted. Especially the fire safety is computed differently
than normal buildings, this is because of the large open
spaces.

This report contains all the choices and the motivations
which made the plan the way it is. This report, together
with the technical drawings and a scale model forms the
endresult of the graduation proces.
INHOUDSOPGAVE
1 ACHTERGRONDEN 8 4.4 Ligging en situatie 30
1.1 Voorgeschiedenis 8 4.4.1 Bereikbaarheid 30
1.2 Doelstelling 8 4.4.2 Hoofdwegen 30
1.3 Projectomschrijving 8 4.4.3 Parkeren 31
1.4 Hoofd- en deelvragen 8 4.4.4 Woon-werkverkeer 31
1.5 Leeswijzer 8 4.4.5 Openbaar vervoer 31
4.4.6 De IJtram 31
4.4.7 Zuidtangent Oost 31
2 PROJECTGRENZEN EN RANDVOOR-
4.4.8 IJmeerverbinding 31
WAARDEN 10 4.4.9 Deelconclusie 32
2.1 Projectgrenzen 10 4.5 Thematische ruimte 32
2.2 Randvoorwaarden 10 4.6 Ingangen 32
4.6.1 Deelconclusie 35
3 ONTWERP 12 4.7 Historie 35
3.1 Geschiedenis 12 4.7.1 Deelconclusie 35
3.2 Omgeving 13 4.8 Overgangen 35
3.3 Gebouw 14 4.9 Objecten 35
3.4 Algemene uitgangspunten 15 4.9.1 Deelconclusie 35
3.5 Beeldverwachting 15 4.10 Gevels 35
3.5.1 Uitstraling 15 4.10.1 Deelconclusie 35
3.6 Lichttoetreding 15 4.11 Functie 35
3.7 (Binnen)afwerking 15 4.12 Licht 36
3.8 Referentieproject 17 4.13 Route 36
3.9 Schetsontwerp 20 4.13.1 Deelconclusie 36
3.9.1 Stroomschema 20 4.14 Sculptuur 36
3.9.2 Licht 20 4.14.1 Deelconclusie 36
3.9.3 Vlekkenschema’s 21 4.15 Eindconclusie 36
3.9.4 Volumedispositie 21
3.10 Voorlopig ontwerp 23 5 BOUWKUNDIGE INDELING 38
3.10.1 Gevels 23 5.1 Conclusies uit plananalyse 38
3.10.2 Materialen 24 5.1.1 Voordelen entree 38
3.10.3 Bouwfysisch 24 5.1.2 Nadelen entree 38
3.10.4 Uitvoerbaarheid 24 5.1.3 Voordelen routing 38
3.10.5 Detaillering 24 5.1.4 Nadelen routing 38
3.10.6 Gebouw 24 5.1.5 Voordelen (spui)ventilatie 38
3.10.7 Dak 24 5.1.6 Nadelen (spui)ventilatie 39
5.1.7 Voordelen ritmiek gevel 39
4 PLANANALYSE 26 5.1.8 Nadelen ritmiek gevel 39
4.1 Afsprakenstelsel 26 5.1.9 Keuzes 39
4.1.1 Volumedispositie 26 5.2 Ontwerp aanpassen 39
4.1.2 Circulatiepatronen 27 5.2.1 Volumedispositie 39
4.1.3 As-werking 29 5.2.2 Routing 40
4.1.4 Structuur 29 5.3 Materialisatie afwerkingen 40
4.1.5 Deelconclusie 29 5.4 Maatsystematiek 41
4.2 Randvoorwaarden 29 5.5 Prijsvraag 42
4.2.1 Materiaalgebruik 29 5.6 Afbeeldingen 44
4.2.2 Omgeving 29
4.2.3 Functies 29 6 DRAAGCONSTRUCTIE 46
4.2.4 Deelconclusie 29 6.1 Algemeen 46
4.3 Culturele, technologische en 6.2 Structuur 46
economische factoren 30 6.3 Fundering 46
4.3.1 Culturele factoren 30 6.4 Kelder & damwanden 46
4.3.2 Technologische factoren 30 6.5 Vloeren 47
4.3.3 Economische factoren 30 6.6 Wanden 47
4.3.4 Deelconclusie 30 6.7 Dak 48
6.7.1 Belastingen 49 9.1.3 Dak 66
6.7.2 Drukspanning in randbalk 50 9.2 Toelichting 67
6.7.3 Ontwerpformule 50 9.2.1 Gevelbekleding 67
6.7.4 Toetsing van de doorsnede 50 9.2.2 Noodtrappenhuis 68
6.7.5 Toetsing van de stabiliteit 51 9.2.3 Trappen 68
6.7.6 Kolommen t.b.v. dak 51 9.2.4 Akoestiek 68
9.2.5 Glaslouvres 69
7 BRANDVEILIGHEID 52
7.1 Omgevingsfactoren 52 10 BOUWFYSICA 70
7.1.1 Eisen m.b.t. aanrijroute 52 10.1 Algemeen 70
7.1.2 Eisen m.b.t. opstelplaats 52 10.2 Geluid 70
7.1.3 Eisen m.b.t. aansluitpunten 52 10.3 Rc berekeningen 70
7.1.4 Deelconclusie 52 10.4 EPU berekening 70
7.2 Gebruiksfuncties 52 10.4.1 Eis bouwbesluit 70
7.3 Indeling brandcompartimenten 52 10.4.2 Klimatiseringssysteem 70
7.4 Indeling verblijfsgebieden & 10.4.3 Bepaling gebruiksoppervlak 70
vaststellen bezettingsgraad 53 10.4.4 Energiesectoren 70
7.5 Indeling Rookcompartimenten 53 10.4.5 Bepaling verliesoppervlak 70
7.6 Vluchtwegen 54 10.4.6 Infiltratie 71
7.7 Vluchtwegverlichting 55 10.4.7 Thermische capaciteit 71
7.8 WBDBO 56 10.4.8 Verwarmingssysteem 71
7.9 Draagconstructie 56 10.4.9 Koeling 71
7.10 Gedrag van materialen 57 10.4.10 Warm tapwater 71
7.11 Beperking van het ontstaan van rook 58 10.4.11 Ventilatie 71
7.12 Brandveiligheidsinstallaties 58 10.4.12 Pompen 71
7.13 Voorkoming en beperking van ongevallen bij 10.4.13 Elektrische installatie 71
brand 59 10.4.5 Uitkomsten 71
7.14 Bestrijding van brand 59
11 CONCLUSIE 72
8 INSTALLATIES 60
8.1 Eisen voor installaties 60 12 BRONVERMELDING 73
8.1.1 Ventilatie 60 12.1 Boeken 74
8.1.2 Temperatuur 60 12.2 Websites 74
8.1.3 Comfort 61 12.3 Personen/bedrijven 75
8.2 Installatieconcept 61
8.2.1 Vloerverwarming 61
8.2.2 Betonkernactivering 62
13 BIJLAGEN 76
13.1 Originele tekening 76
8.2.3 Warmtepomp 63
13.2 Onderzoek ABT 77
8.2.4 Mechanische ventilatie 63
13.3 Programma van Eisen 82
8.4 Consequenties 64
13.4 Tekeningen Brandtoetsing 85
8.4.1 Betonkernactivering 64
13.5 Lichtonderzoek 92
8.4.2 Warmtepomp 64
13.5 Lichtonderzoek | variant 2 94
8.4.3 Mechanische ventilatie 64
Lichtonderzoek | variant 6 96
8.5 Liftinstallatie 64
13.6 Geluid | nagalmtijdberekening 98
8.6 Gasinstallatie 65
13.7.1 Rc berekening | betonwand Incl. 99
8.7 Waterinstallatie 65
13.7.2 Rc berekening | betonwand 101
8.8 Gevelonderhoudinstallatie 65
13.7.3 Rc berekening | begane grondvloer 103
8.9 Elektrische installatie 65
13.7.4 Rc berekening | vliesgevel kozijn 104
8.10 Lichtinstallatie 65
13.7.5 Rc berekening | vliesgevel 105
8.11 Conclusie 65
13.8 EPU-berekening 106

9 MATERIAALKEUZE 66
9.1 Opbouw 66
9.1.1 Gevels 66
9.1.2 Vloeren 66
1 Achtergronden
1.1 Voorgeschiedenis oo Kan ik een goed doordacht en beargumenteerd ont-
Op de Hogeschool Zeeland, opleiding Bouwkunde, afstu- werp maken?
deervariant ‘Architectuur‘ moet een eigen ontwerp ont- oo Kan ik het ontwerp en de van invloed zijnde factoren
wikkeld worden tot technisch uitvoerbaar plan. met elkaar integreren?

Hieruit vloeien de volgende deelvragen:
1.2 Doelstelling
oo Hoe integreer ik alle resultaten uit het onderzoek?
De hoofddoelstelling van het afstuderen is:
oo Hoe zorg ik dat alle toegepaste elementen voldoen
Individueel in staat zijn een ontwerp te maken en deze
aan het huidige Bouwbesluit en de ARBO-wet?
bouwtechnisch uit te werken volgens de richtlijnen van
oo Welke materialen kan ik toepassen?
het courseboek S8.
oo Hoe integreer ik elementen als installaties etc. in het
project?
Concreet betekent dit dat er een locatie moet worden
gekozen, waar een gebouw voor ontworpen dient te
worden. Hiervoor moet een functie en een ‘Programma 1.5 Leeswijzer
van Eisen‘ worden opgesteld. Als het gebouw ontwor- Dit rapport is chronologisch uitgewerkt, volgens de uit-
pen is dient er een bouwtechnisch en constructief plan werkingsvolgorde van het project. Allereerst zal een
te worden gemaakt hoe het gerealiseerd zou kunnen ‘Programma van Eisen‘ worden opgesteld. Aan de hand
worden. Het project wat uitgewerkt wordt is omschre- van schetsen en ontwerpideeën zal worden toegelicht
ven in de paragraaf ‘projectomschrijving‘. waarom tot een bepaald ontwerp is gekomen.
Nadat het ontwerp gereed is bevonden, zal een pla-
nanalyse worden gedaan, waaruit eventuele problemen
1.3 Projectomschrijving
geconstateerd kunnen worden. Deze worden hierna be-
Het afstudeerproject was oorspronkelijk een prijsvraag
handeld bij de kopjes: ‘bouwkundige indeling‘ en ‘draag-
betreffende twee voormalige silo’s van een waterzuive-
constructie‘.
ringsinstallatie, uitgeschreven door de gemeente Am-
Hierna zullen de brandveiligheid, de installaties en de
sterdam.
materiaalkeuze worden toegelicht. Aan de hand van de
hier genomen keuzes zal een Energie Prestatie Coëffici-
Als omschrijving is de volgende gegeven:
ënt worden berekend.
“Op het Zeeburgereiland staan drie silo’s van de voor-
Als laatste zal een conclusie getrokken over de vraag of
malige rioolwaterzuivering. De gemeente zoekt voor
de gestelde doestellingen zijn gehaald. De tekeningen en
twee van de silo’s een nieuwe bestemming. Hiervoor zijn
berekeningen die zijn gemaakt voor dit project zijn toe-
partijen nodig die voor het hergebruik van de silo’s een
gevoegd in de bijlagen.
uitdagend en realiseerbaar plan kunnen maken. De silo’s
moeten het kloppende hart van de buurt worden, waar
Als toevoeging op de projectomschrijving zullen hier-
altijd wat te beleven is; ze zetten, letterlijk en figuurlijk,
naast enkele afbeeldingen van de huidige situatie van de
hun stempel op de buurt.“
silo’s worden getoond.
(http://www.architectenweb.nl)
Op de kaarten hieronder wordt de locatie weergegeven.
Aangezien de omvang van het behandelde project niet
De eerste kaart geeft de plaats aan ten opzichte van de
te groot mag zijn, vanwege het tijdslimiet, is ervoor ge-
stad Amsterdam. De tweede kaart geeft de locatie op
kozen om 1 silo uit te werken. Gezien de omvang van
het ‘Zeeburgereiland‘ weer.
de silo, 22,5 meter in diameter en 23 meter hoog, is dit
voldoende.

1.4 Hoofd- en deelvragen
De probleemstelling is:
Kan ik alle factoren die bij het maken van een ontwerp
in rekening moeten worden gebracht, betrekken bij het
ontwerp?

Uit de probleemstelling volgen een aantal persoonlijke
leerdoelen, namelijk:
oo Zijn alle factoren die betrekking hebben op het ma-
ken van een ontwerp bij mij bekend?

8
Ligging t.o.v. Amsterdam

Ligging t.o.v. Zeeburgereiland

9
2 Projectgrenzen en randvoorwaarden
2.1 Projectgrenzen
Het project heeft grenzen waar rekening mee wordt ge-
houden. Deze grenzen zijn:

Basis ‘Bouwtechniek’:
oo Het ontwerp dient verder uitgewerkt te worden tot
bouwkundige en constructieve bestek- en werktekenin-
gen;
oo Installaties (riolering, sanitair, drinkwater, elektrici-
teit, klimaatinstallatie, liften, noodverlichting, zonwering
etc.) dienen in het gebouw geïntegreerd te worden;
oo Bouwfysisch moet er rekening gehouden worden
met gebruiksoppervlakte, Rc-waarde, klimaatbeheer-
sing, daglichttoetreding, geluidwering en warmteweer-
stand van de diverse elementen en ruimten. De diverse
voorzieningen moeten onderzocht, gedimensioneerd en
geïntegreerd worden in het project;
oo De voorzieningen voor brandveiligheid moeten wor-
den onderzocht en geïntegreerd in het gebouw;
oo Alle toegepaste elementen en gekozen bouwmetho-
den worden getoetst op uitvoerbaarheid;

Afstudeerrichting ‘Architectuur‘:
oo Vanuit de context het ontwerp verantwoorden in re-
latie met maatschappelijke en cultuurhistorische conse-
quenties van ingrepen met verdieping op basiselemen-
ten;
oo Een architectonisch concept vertalen in een consis-
tent ruimtelijk beeld;
oo Een gebouw bouwtechnisch uitwerken in relatie tot
de uitgangspunten voor het ontwerp;
oo Tijdens het ontwerp onderhoudsaspecten integreren
in het ontwerp;
oo Samenwerken met anderen met kennis van je eigen
sturende rol die specifiek is voor de ontwerpende disci-
pline.

2.2 Randvoorwaarden
Als randvoorwaarden is in het courseboek semester 8
het volgende opgenomen:
oo Het onderwerp moet een utiliteitsbouwproject;
oo Het project moet van een redelijke omvang en com-
plexiteit zijn, waarin ook een aantal grotere overspan-
ningen voorkomen en van minimaal 2 verdiepingen;
oo Het te ontwerpen gebouw moet voldoen aan het hui-
dige bouwbesluit, ARBO- wet, NEN-normen;
oo Het project start op 2 februari 2009 en dient ingele-
verd te zijn op 3 juni 2009, voor 10.00 uur.

10
11
3 Ontwerp
3.1 Geschiedenis
“Het Zeeburgereiland, waar het gebouw zich bevindt,
werd begin 20e eeuw aangeplempt met baggerslib af-
komstig uit het IJ en het Oostelijk Havengebied. Het was
lang een afgelegen gebied, maar vanaf 1957, toen de
Amsterdamse Brug en de Schellingwouderbrug via dit ei-
land de verbinding vormden tussen Amsterdam-Oost en
Amsterdam-Noord, werd het uit zijn isolement verlost.

Het eerste idee voor IJburg dateert uit 1965. In dat jaar
kwamen de architecten Van den Broek en Bakema met
hun Stad op Pampus. Op eilanden in het IJmeer, tussen
het Zeeburgereiland en Pampus, zou plaats zijn voor een
nieuwe wijk. Amsterdam koos toen echter voor de Bijl-
mermeer en groeisteden als Purmerend en Almere.

In 1978 werd begonnen met de bouw van de nieuwe
rioolwaterzuiveringsinstallatie Oost (rwzi Oost) op Zee-
burg. De opening van deze rwzi - toen de grootste van
Nederland - was in 1982. Met de in gebruikname kwam
een einde aan de jarenlange ongezuiverde lozing van
afvalwater op het Buiten IJ. Zeeburg was vroeger een
ideale locatie, ver buiten de stad. Bij de bouw was dan
ook niet veel aandacht geschonken aan geurwerende
maatregelen. Dit werd van belang toen de plannen van
IJburg werden afgerond. Aanvullende maatregelen wer-
den getroffen om de geuroverlast op de omgeving te
beperken. Door de woningbouwplannen van IJburg en
het Zeeburgereiland werd het duidelijk dat de rwzi ver-
plaatst moest. De verplaatsing kwam vervolgens in een
stroomversnelling toen de zuiveringseisen die door de
EU worden opgelegd, werden aangescherpt. Aanpassing
aan deze eisen zou, naast een enorme investering, ook
een uitbreiding in oppervlakte betekenen. In 1999 werd
vervolgens besloten de zuiveringscapaciteit van de rwzi
Oost, samen met die aan de Spaklerweg, te verplaatsen
naar het Westelijk Havengebied. In slechts zeven jaar
tijd is vervolgens Project A4 gerealiseerd; de bouw van
de nieuwe rwzi Amsterdam West en de aanleg van het
aanvoerstelsel naar de nieuwe zuivering, bestaande uit
49 kilometer persleiding en vier boostergemalen.

Sinds 1990 sluiten de Zeeburgerbrug en de Zeeburger-
tunnel en als onderdeel van de Ringweg Oost aan op het
Zeeburgereiland.

Sinds 1997 verbindt de Piet Heintunnel Zeeburg met het
Oostelijk Havengebied en sinds 2001 vormt de Enneüs
Heermabrug de verbinding met het Steigereiland van de
nieuwe wijk IJburg.”
( http://www.zeeburg.amsterdam.nl/ )
( http://www.ijburg.nl )

12
3.2 Omgeving
Het Zeeburgereiland is onderverdeeld in verschillende
buurten. De silo’s staan op het voormalige rioolwater-
zuiveringsterrein (RI-O). Op dit moment is het terrein
één grote zandvlakte. In 2010 start de woningbouw op
deze locatie. Hier komen ongeveer 1800 woningen en
voorzieningen zoals kinderopvang, naschoolse opvang
en basisonderwijs. Na RI-O wordt de Sluisbuurt ontwik-
keld. Hier komen naast woningen ook winkels en een
zorgcentrum.

Naast wonen zijn ‘sporten’ en ‘leren’ belangrijk voor de
RI-O wijk. Midden in de wijk komt een sportpark nieuwe
stijl, met drie voetbalvelden en een sporthal. ‘Nieuwe
stijl’ betekent dat het sportpark niet alleen voor offici-
ële verenigingssport is bedoeld, maar dat ook de buurt
er een balletje mag trappen’. Ook de speelterreinen in
de buurt krijgen sport en beweging als thema mee. In
de buurt komen drie middelbare scholen. Straks gaan
er 1600 leerlingen naar deze scholen. Voor meer infor-
matie over de buurt van Rioolwaterzuiveringsinstallatie
oost verwijzen we naar het Stedenbouwkundig Plan.

De drie silo’s staan bij de oostelijke entree van de RI-
O, aan de toekomstige Boosterstraat. De meest ooste-
lijk gelegen silo is geen onderdeel van de prijsvraag. In
deze silo gaat Faro-architecten kantoor houden. Ten
noorden van de silo’s ligt een basisschool en een aantal
woningbouwblokken. Ten zuiden van de silo’s worden
twee middelbare scholen gevestigd en komt ook wo-
ningbouw. Ten westen van de silo’s komen de sporthal
en het sportpark.

13
3.3 Gebouw Hieronder zijn de originele tekeningen weergegeven,
Zoals bij de omschrijving van de omgeving is aangegeven deze zijn bijgevoegd als bijlage 1. De constructie zoals
zijn er 3 silo’s aanwezig op het terrein. De middelste silo hierboven omschreven is terug te vinden op deze teke-
wordt als opgave voor het afstuderen gekozen. ningen. Deze constructie wordt als uitgangspunt geno-
men bij het ontwerpproces. Mede omdat er vanuit het
De silo’s zijn allemaal als volgt opgebouwd: Stedenbouwkundig Plan geëist is dat de vorm van de
oo De diameter van de tank is 22,5 meter. De hoogte is silo’s herkenbaar terug dient te komen.
23 meter.
oo De wanden zijn 350 mm dik van gewapend beton. De gegevens zoals omschreven in deze paragraaf zijn uit-
oo De silo’s hebben een betonvloer van 500 mm dik op gebreid terug te lezen in bijlage 2. Dit is een kort verslag
palen. In de vloer zitten twee afwerklagen van respectie- van het onderzoek uitgevoerd door ABT.
velijk 30 mm en 70 mm, waartussen een isolatielaag is
aangebracht.
oo De fundering bestaat uit 111 palen, vierkant 420 mm,
met een lengte van ca. 19,5 m. Hiervan staan er 36 on-
der de wand en 75 gelijkmatig verdeeld onder de vloer.
oo Op de bovenkant van de silo’s is een betonnen dak-
vloer aangebracht. De dakvloer bestaat uit prefab be-
tonplaten van 130 mm dik. Hierop is een druklaag aan-
gebracht variërend van 120 tot 170 mm.

14
3.4 Algemene uitgangspunten moeten daarom representatief vormgegeven worden.
Als uitgangspunt wordt gekozen om de silo te behouden oo Er worden geen specifieke eisen gesteld ten aanzien
en de programmatie, conform het ‘Programma van Ei- van de onderlinge samenhang of verschijningsvorm tus-
sen’ (PvE), in het bestaande gebouw te realiseren. sen de drie silo’s.
Alle uitgangspunten, eisen en (beeld)verwachtingen die oo De formele entree van de silo’s bevindt zich aan de
opgenomen zijn in het ‘Programma van Eisen’ zijn mee- Boosterstraat.
genomen in het ontwerp. Het ‘Programma van Eisen‘ is oo Fietsparkeren moet op eigen terrein worden opge-
bijgevoegd als bijlage 3. lost.
oo Parkeerplaatsen op het terrein mogen niet zichtbaar
Uit het ‘Programma van Eisen‘ volgt dat de volgende zijn vanuit de omliggende woningen, of vanaf de omlig-
functies in het gebouw dienen te zijn ondergebracht: gende wegen.
oo Tentoonstellingsruimte
oo Filmzaal De afbeeldingen (op de volgende pagina) rechtsboven
oo Kantoorruimte en onderaan geven de bestaande situatie aan. De overi-
oo Sanitaire ruimte ge afbeeldingen geven de beoogde nieuwe situatie aan.
oo Foyer
oo Entree De verschijningsvorm van de omliggende bebouwing is
nog niet vastgesteld aangezien het een nieuw te bou-
Uit de eisen volgen ook de (beeld)verwachtingen, de wen wijk is. Dit wordt pas ontwikkeld nadat de facilitaire
silo’s dienen na de herbestemming nog steeds herken- complexen zijn gerealiseerd. In het stedenbouwkundig
baar te zijn. Zij dienen ook als kenmerkend aspect in de plan (26 maart 2007) zijn enkele aspecten opgenomen
nieuw te bouwen wijk, waarbij zij een ‘eye-catcher‘ vor- met betrekking tot de beeldvorming:
men, die zowel vanaf de snelweg als de provinciale weg
goed zichtbaar dient te zijn. “Het sportpark: het centraal gelegen sportpark geeft de
buurt nadrukkelijk een eigen gezicht. De velden worden
omzoomd door een brede groene parkrand met 2 bomen-
3.5 Beeldverwachting
rijen. De bebouwing langs het sportpark profiteert opti-
In de initiële prijsvraag was het criteria met betrekking
maal van de ligging aan een open groenen ruimte. Door
tot de beeldverwachting dat de uiterlijke verschijnings-
een open verkaveling kan de achterliggende bebouwing
vorm van de silo gehandhaafd en herkenbaar moest
ook profiteren van de groene ruimte van het park. Het
blijven. Aangezien binnen deze opgave volgens dezelfde
park loopt als het ware door in de blokken. Tegelijkertijd
criteria wordt gewerkt moet dit hier ook.
moet de bebouwing langs het park de open ruimte be-
grenzen. Voor deze bebouwingsrand is een optimale mix
3.5.1 Uitstraling
gevonden tussen een gesloten wand en een open verka-
In de prijsvraag waar deze silo uitkomt werden enkele
veling. In grote appartementenblokken van 7 lagen hoog
criteria genoemd waaraan de uitstraling van de silo
wordt de bebouwingsrand vormgegeven.“
moest voldoen. Aangezien de siloprijsvraag wordt ge-
bruikt als leidraad worden de uitstralingsaspecten zoals
omschreven door de gemeente aangehouden. 3.6 Lichttoetreding
Aangezien een tentoonstellingruimte veel licht vereist
oo De silo’s moeten in essentie herkenbaar blijven. Er worden hoge eisen gesteld aan de lichttoetreding. Voor-
mag wel aan, op of over de silo’s worden gebouwd, maar al diffuus, indirect zonlicht wordt geprefereerd. Verder
de huidige vorm mag niet verdwijnen. minimaliseert het het gebruik van kunstmatig licht. Dit is
oo De silo’s staan als los object in de ruimte. Alle zijden niet energieefficiënt.

3.7 (Binnen)afwerking
De binnenafwerking dient een lichte kleur te zijn (in
verband met de weerkaatsing van het licht). Ook dient
het onderhoudsarm te zijn en bestendig tegen bescha-
diging.

15
16
3.8 Referentieproject
Als referentieproject is het Gemini complex
in Kopenhagen van MVRDV architecten ge-
kozen. Hier zijn oude graansilo’s omgevormd
tot woningen. Afbeeldingen hiervan zijn ge-
toond op deze en de volgende pagina.

Verder zijn er nog referentieprojecten ge-
bruikt als inspiratiebron voor het dak en
het trappenhuis. Voor het dak betreft het
de Bancopolis in Madrid. Voor het trappen-
huis is dit de National Bank in Kopenhagen,
ontworpen door Arne Jacobsen. Voor beide
projecten zijn op pagina 19 afbeeldingen ge-
toond.

17
18
19
3.9 Schetsontwerp
In deze fase wordt het voorlopige ontwerp vorm gege-
ven. Hierbij worden verschillende vormen qua indeling
bekeken en beargumenteerd met voor- en nadelen.
Aangezien de buitenkant van de silo nagenoeg onveran-
derd blijft zal hier minder aandacht aan besteed worden.
Toch zal er een scheiding tussen intern en extern wor-
den gemaakt.

Voor een bijeenkomstfunctie, wat het grootste gedeelte
van het gebouw betreft, geldt volgens het Bouwbesluit
geen minimaal daglichtoppervlak. Toch is ervoor geko-
zen om zo veel mogelijk licht naar binnen te laten ko-
men, waardoor, door middel van de weerkaatsing van
licht, een groot deel van het gebouw overdag zonder
kunstlicht kan fungeren.

Aangezien als uitgangspunt is genomen dat het uiterlijk Afbeelding 1: bestaande silo
van silo nagenoeg onveranderd blijft kunnen hier weinig
openingen in gerealiseerd worden. Ook zou dit de con-
structie van de silo verzwakken. Om voldoende daglicht
het gebouw te laten betreden is ervoor gekozen het dak
entree
zo transparant mogelijk te maken. Aan de hand van een
lichtonderzoek, verder toegelicht in 3.9.2 zijn de moge- kaartverkoop
lijkheden hiervan onderzocht. foyer
filmzaal

3.9.1 Stroomschema tentoonstellingsruimte
Om de mogelijkheden met betrekking tot de indeling
toiletten
van de silo te bekijken is een stroomschema gemaakt.
kantoor
Het stroomschema is weergegeven in afbeelding 2. Het
geeft de relaties tussen de verschillende ruimtes aan. Afbeelding 2: stroomschema

3.9.2 Licht
Als het dak veel licht doorlaat dan dient dit nog steeds
diep in het gebouw door te dringen. Vloeren zijn hierbij
een belemmerende factor. Door de positie van de vloe-
ren te optimaliseren kan er zo veel mogelijk licht diep in
het gebouw doordringen. Om de meest optimale positie
en afmeting van de vloeren te bepalen is een lichtonder-
zoek verricht, welk als bijlage 5 is toegevoegd.

Uit het lichtonderzoek zijn de volgende conclusies te
trekken:
oo Van de 8 varianten zijn varianten 2,6 en 7 het meest
optimaal.
oo Hierbij is variant 2 lastiger te realiseren aangezien
hierin een deel van de buitenwand wordt gesloopt. Aan-
gezien dit ook in strijd is met de uitgangspunten zal deze
variant niet gekozen worden.
oo Variant 7 is beter dan variant 6. Zij zijn nagenoeg
identiek echter is bij variant 7 een sparing in de bega-
ne grondvloer gemaakt. Doordat dit technisch moeilijk
haalbaar is, zal deze variant niet gekozen worden.
oo Variant 8 is gelijk aan 6, alleen heeft deze een extra Afbeelding 3: Variant 2

20
vloer. Dit aangezien variant 6 niet voldeed aan het ‘Pro-
gramma van Eisen‘. Uit het lichtonderzoek volgt dat dit
weinig verschil maakt. De lichtopbrengst binnen is voor-
namelijk gerelateerd aan de positie van de vloeren en
niet zo zeer het aantal vloeren (het verschil tussen 3 en
4 vloeren is miniem).
Variant 8 is uiteindelijk gekozen.

3.9.3 Vlekkenschema’s
De vlekkenschema’s zoals getoond in afbeelding 5 geven
de plaats van de ruimtes aan. Bij de situaties is rekening
gehouden met de bij stroomschema aangegeven relaties
tussen ruimtes. Er zijn veel varianten onderzocht. De 3
beste worden in afbeelding weergegeven. Uiteindelijk is
de derde variant gekozen.

3.9.4 Volumedispositie
Zoals hierboven is omschreven, is de lichtinval zeer be-
langrijk. Bepaalde functies hebben minder licht nodig Afbeelding 4: Variant 6
dan andere. De samenhang tussen lichtinval en positie
van het volume wordt om die reden nauwkeurig in de
gaten gehouden.
Uit het ‘Programma van Eisen‘ (bijlage 3) volgt dat de
volgende ruimtes in het gebouw gerealiseerd dienen te
worden:
oo Tentoonstellingsruimte groen
oo Filmzaal rood
oo Kantoorruimte blauw
oo Foyer & entree paars
oo Kaartverkoop oranje
oo Toiletten geel
oo Verkeersruimte zwart

Op afbeelding 6 is de verhouding tussen de volumes on-
derling en de bestaande silo te zien.

Aan de hand van afbeeldingen 7 en 8 is de
relatie tussen de volumes duidelijk zicht-
baar.
Tekstueel zal worden uitgelegd waarom de
volumes deze posities hebben gekregen. De
kijkrichting is gelijk aan die van afbeelding
2 en 3. Er wordt gekeken vanuit het Zuid-
oosten.

Beginnend bij de entree en de kaartverkoop,
in de afbeeldingen weergegeven als oranje.
De entree is gepositioneert aan de achter-
zijde van het gebouw. De plaatsing van de
overige volumes was lichttechnisch belang-
rijker dan de plaats van de entree. Aange-
zien de entree op deze plaats het beste tot
zijn recht kwam is hij hier gepositioneert.
Afbeelding 5: vlekkenschema

21
De foyer en de toiletten, zijn in de afbeeldingen weerge-
geven als respectievelijk paars en geel. De foyer is een
de plek waar de daadwerkelijke entree in het gebouw
ervaren wordt. Vanwege het belang van dit volume, sa-
menhangend met het volume van de filmzaal (rood), is
ervoor gekozen de toiletten bij deze volumes te positio-
neren. De positie van de foyer is nauw verbonden met
de entree vandaar dat deze positie is gekozen. Afbeelding 6: relatie volumes & bestaande silo

De filmzaal, in de afbeeldingen weergegeven als rood.
Aangezien deze functie zo min mogelijk daglicht nodig
heeft om goed te functioneren is deze onderin in het
gebouw gepositioneert. In samenhang met de foyer en
entree kan deze ruimte afzonderlijk van de tentoonstel-
lingsruimte worden gebruikt.

De verkeersruimte is in de afbeeldingen weergegeven als
zwart. Aangezien in deze hoek veel vloeren elkaar over-
lappen is hier de minste daglichttoetreding. De functie
die het minst afhankelijk is van daglicht is de verkeers-
ruimte aangezien met een lage hoeveelheid lux de route
al zichtbaar is. Voor het zien van details zijn relatief hoge
waardes van lux nodig. Vandaar dat op de posities met
een hoge lichttoetreding is gekozen voor de tentoonstel-
linsgruimte.

De tentoonstellingsruimte is in de afbeeldingen weer-
gegeven als groen. Dit volume neemt veruit de meeste
ruimte in. Het heeft binnen het ontwerp ook de meeste
zorg met betrekking tot positie en lichttoetreding gekre-
gen. Aan de hand van het ‘lichtonderzoek‘, zie bijlage Afbeelding 7: volumedispositie
5, zijn deze posities aangegeven als plaatsen waar de
meeste lichttoetreding is. Doordat de volumes aan el-
kaar geschakeld zijn, doch verspringend, is een samen-
horigheid en speelsheid gecreëerd.

De kantoorruimte is in de afbeeldingen weergegeven als
blauw. Dit volume is als enige niet bijeenkomstfunctie
tevens gebonden aan een minimum daglichttoetreding.
Vanwege deze eis is ervoor gekozen dit volume direct
onder het glazen dak te plaatsen waardoor voldoende
lichttoetreding gegarandeerd kan worden. De kantoor-
ruimte zal niet veelvuldig gebruikt worden, enkel voor
wekelijkse administratieve bezigheden etcetera.

Hier volgt nogmaals het kleurenoverzicht:
oo Tentoonstellingsruimte groen
oo Filmzaal rood
oo Kantoorruimte blauw
oo Foyer & entree paars
oo Kaartverkoop oranje
oo Toiletten geel
oo Verkeersruimte zwart
Afbeelding 8: volumedispositie

22
3.10 Voorlopig ontwerp
3.10.1 Gevels
De functie van de gevels is onder te verdelen in meer-
dere onderdelen, namelijk:
oo Esthetisch
oo Bouwfysisch
oo Uitvoerbaarheid
oo Detaillering

De esthetische waarde is van groot belang voor het ge-
bouw. Het is het eerste wat bezoekers zien, maar ook
wat de buitenwereld ziet van dit gebouw. Esthetisch
houdt het volgende in: “De term esthetica komt van het
Griekse woord αισθησις (aisthesis), wat zowel zintuig-
lijke ervaring als gevoel betekent.“ bron: wikipedia.nl

Aangezien de ontwerpfilosofie met betrekking tot dit
gebouw de uitwendige vorm van de silo nagenoeg niet
aantast, moet ook de uitstraling hiervan niet verande-
ren.

Als afbeelding 9 is weergegeven hoe de silo eruit zag.
Enige tijd na deze foto is de gevelbekleding verwijderd,
waardoor de kale betonconstructie bloot kwam te lig-
gen.
In het voormalige gevelbeeld waren duidelijk horizonta-
le naden zichtbaar. De gevelbeplating is zichtbaar en zal
qua vorm terugkomen in het nieuwe ontwerp.
De brede dakrand wordt verwijderd, maar zal visueel te-
rugkomen als dakrand, weliswaar slanker uitgevoerd.
De plint wordt in het nieuwe ontwerp ook bekleed met
Afbeelding 9: uitstraling silo OUD
gevelbekleding.

In afbeelding 10 is het idee van het nieuwe gevelbeeld
getoond. Hierin zijn de horizontale banden terug te vin-
den. De plaatmaten zijn iets aangepast aangezien deze
minder de segmentering van de gevel laten zien en dus
ronder ogen. De afmetingen van de platen zijn onder
voorbehoud en puur indicatief aangezien in hoofdstuk 9,
materiaalkeuze, zal blijken of dit technisch haalbaar is.

Afbeelding 10: uitstraling silo nieuw

23
3.10.2 Materialen 3.10.4 Uitvoerbaarheid
De toegepaste materialen zullen worden toegelicht in Als het gebouw bouwtechnisch wordt uitgewerkt zal
hoofdstuk 9, materiaalkeuze. De uitstraling die de mate- aandacht moeten worden besteed aan de uitvoerbaar-
rialen dienen te hebben worden hier besproken. heid. Het gaat voornamelijk om bereikbaarheid in de
silo. Omdat de silo al staat zal er goed rekening moeten
De gevel dient een donkere kleur te hebben en te zijn worden gehouden met bouwvolgorde.
gerealiseerd met een duurzaam materiaal. Ook dient
het een ‘echt‘ materiaal te zijn wat natuurlijk verouderd. 3.10.5 Detaillering
Deze eisen, behalve de kleur, worden gesteld in het Ste- Zoals hierboven beschreven is dient er rekening te wor-
denbouwkundig Plan. den gehouden met de bouwvolgorde. Verder dient bij
de detaillering goed gekeken worden dat bijna alle ge-
Binnenin het gebouw dient een groot deel van het interi- tekende elementen rond lopen. Dit houdt in dat de ele-
eur wit te zijn. Dit aangezien dit een relatief hoge lichtre- menten rond of gesegmenteerd uitgevoerd dienen te
flectie heeft wat gunstig werkt op de daglichttoetreding. worden. Hier zal later dieper op ingegaan worden.
In overleg met de interieurarchitect kunnen er gekleurde
vlakken worden gecreëerd om een minder klinisch beeld 3.10.6 Gebouw
te scheppen. Het gebouw zoals ontworpen bij het schetsontwerp is
verder uitgewerkt. Er is tevens een parkeergarage rond-
Verder dient het gebouw transparant te zijn. Dit dient om het gebouw ontworpen. Deze zal onder de grond
zich te uiten in het dak, balustrades etc. worden gerealiseerd in verband met eisen uit het Ste-
denbouwkundig Plan. De parkeergarage is weergegeven
3.10.3 Bouwfysisch op tekening D-100.
Er word op bouwfysisch gebied een onderscheid ge-
maakt in de volgende drie categorieën: 3.10.7 Dak
oo Warmte; De vorm van de silo is al bekend aangezien de bestaande
oo Geluid; silo behouden blijft. De uitstraling is voor een deel be-
oo Vocht. paald door het gevelbeeld wat gecreëerd wordt. Echter
is het dak van relatief groot belang voor deze uitstraling
Met betrekking tot de warmte kan het volgende gezegd aangezien het de ‘kroon‘ van de silo is. Hierin wordt dus
worden: het binnenklimaat dient zo te zijn dat er zonder ook het onderscheid gemaakt tussen de bestaande silo
jas rondgelopen kan worden. Ook dient de temperatuur en een daadwerkelijk gebouw.
niet teveel te varieren in verband met de tentoon ge-
stelde stukken. Dit zal bereikt worden door goed te iso- Om de vorm van het dak te onderzoeken zijn schetsen
leren en met daglicht te werken. Daglicht geeft behalve gemaakt. Enkele hiervan zijn weergegeven in afbeelding
warmte ook vanwege zijn kleur een warm gevoel. 11. Qua vorm is uiteindelijk gekozen voor de middelste
van de bovenste rij. Het is een subtiele beëindiging van
Geluid is belangrijk in een bijeenkomstgebouw. Er dient de vorm van de silo. De rest van de vormen zijn vrij ingrij-
geen hinderlijke galm te zijn en geluidsoverlast van bui- pend en opvallend.
tenaf dient zoveel mogelijk beperkt te worden. Als ge- In hoofdstuk 5 zijn de ontwerpen weergegeven welk
luidsproducerende factoren in de omgeving kunnen daadwerkelijk de prijsvraag gewonnen hebben. Hierin is
worden aangegeven: de snelwegen. duidelijk het overmatige gebruik vormen zichtbaar. Als
Om de interne geluidsoverlast te beperken worden zo- contrast zal deze silo juist opvallen.
veel mogelijk absorberende materialen toegepast zon-
der dat de omschreven uitstraling wordt belemmerd.
De externe geluidsoverlast wordt tegengegaan door vol-
doende massa te hebben en een goede detaillering te
hebben.

Vocht is een relatief klein probleem aangezien de silo
voorheen is gebruikt om water vast te houden. De 350
mm dikke betonwand is in principe waterdicht. Als het
damptransport wordt bekeken dan dient er enkel con-
densatie op te treden ter plaatse van de isolatie, waar
geventileerd kan worden.

24
25
4 Plananalyse
4.1 Afsprakenstelsel
4.1.1 Volumedispositie
De silo is een cilinder met een diameter van 22,5 meter
(binnenwerks). Uit het lichtonderzoek volgt dat de po-
sitie van de vloeren zoals aangegeven in het voorlopig
ontwerp en de tekeningen hieronder, de meest gunstige
zijn. De vloeren zijn verspringend per verdieping waar-
door er een grote ruimte wordt gecreëerd.

Op de begane grond wordt een strikte scheiding ge-
maakt tussen de entree (voor zowel de filmzaal als de
tentoonstellingsruimte), de filmzaal en de tentoonstel-
lingsruimte. De filmzaal kan los van de tentoonstellings-
ruimte worden gebruikt.

Op de vierde verdieping is naast een klein deel tentoon-
stellingsruimte ook kantoorruimte gerealiseerd. Deze is
hier gepositioneert aangezien zij conform het Bouwbe-
sluit aan een bepaalde daglichteis moet voldoen.

De tentoonstellingsruimte is geheel vrij gehouden aan-
gezien een vrije indeelbaarheid gewaarborgd moet blij-
ven.

De parkeerplaatsen die toegewezen zijn op dit gebouw
zijn extern gerealiseerd onder het maaiveld. Zij zijn on-
der het maaiveld geplaatst aangezien dit vanuit het Ste-
denbouwkundig Plan geëist werd. Door het hoogtever-
schil tussen de parkeergelegenheid en de entree is er
een opgang gerealiseerd.

26
4.1.2 Circulatiepatronen
De circulatie in het gebouw is gericht op één decentraal
trappenhuis. Op alle verdiepingsvloeren wordt hier op
aangesloten.
Op de begane grond komt de stroom van het trappen-
huis en de filmzaal samen in de foyer. Zij kunnen via de
entree naar buiten. De filmzaal is tevens via een andere
deur ontsloten direct naar de entree. Hierdoor zijn er
meerdere vluchtroutes vanuit deze ruimte.
Omdat de foyer als centrale hal wordt gebruikt, en de
verschillende functies hieraan gekoppeld zijn, kunnen
deze ook afzonderlijk afgesloten worden.

Het (vlucht)trappenhuis met lift is decentraal geplaatst,
dit is gedaan omdat dit een blokkerend element is voor
het zonlicht. Op de plattegronden is het trappenhuis in
de linkerbovenhoek te zien.

Aangezien de parkeergelegenheid één verdieping lager
dan de begane grond is gerealiseerd moet er een route
van en naar deze plaats worden gecreëerd. Om omhoog
te komen vanaf het niveau van de parkeerplaatsen is
een trappenhuis met buitenlift geplaatst nabij het mid-
den van de parkeerplaatsen. Vanuit hier is een loopbrug
naar de entree geplaatst.

27
28
4.1.3 As-werking 4.2 Randvoorwaarden
De ronde vorm samen met de veelal gesloten gevels 4.2.1 Materiaalgebruik
geven een ingekeerd circulatiepatroon. Omdat het een Aangezien de cilinder verzwakt wordt door openingen,
gesloten gebouwtype is, moet er aandacht aan de en- worden zo min mogelijk openingen in de gevel aange-
tree worden besteed om mensen aan te trekken. Ook bracht. De dichte gevel zal een massieve uitstraling
moeten ze attent gemaakt worden op de positie van de hebben. Beton wordt gekozen als gevelbekleding, dit
entree. voornamelijk om het bestaande beeld niet te veel te
veranderen. Vanuit het welstandskader, geformuleerd
Intern is het ingekeerde circulatiepatroon goed te mer- in het Stedenbouwkundig Plan, wordt gesteld dat de ge-
ken vanwege het gebrek aan openingen. Wel zorgen de velbekleding duurzaam en mooi verouderend dient te
verspringende vloeren voor een verandering van de as zijn. Beton voldoet hieraan.
per verdieping.
Het dak, dat vanwege het belang van licht in het gebouw,
zo transparant mogelijk moet zijn, wordt uitgevoerd in
‘structural glazing’. Omdat het installatietechnisch mo-
gelijk moet zijn om boven in het gebouw een raam te
openen wordt de ‘structural glazing’ van het dak op ‘po-
ten‘ geplaatst. Als opvulling tussen het dak en de wand
wordt een vliesgevel geplaatst, voorzien van glas.

De parkeerkelder zal van beton worden gemaakt. Het
dak hiervan zal als mos-sedum o.g. worden uitgevoerd
zodat het aansluit bij het omringende landschap.

4.2.2 Omgeving
De omgeving is momenteel leeg, in de komende jaren
zullen hier 1700 woningen worden gerealiseerd samen
met enkele voorzieningen. De ligging is IJburg op het
Zeeburgereiland in het IJ, Amsterdam. Vanwege de her-
bestemming van heel het gebied zal er nieuwe bebou-
4.1.4 Structuur wing worden gerealiseerd waarvan dit gebouw één van
De bestaande ronde structuur van het gebouw is een de eerste zal zijn.
massastructuur. De massieve buitenwand geeft hier Het gebouw komt te liggen nabij drie sportvelden en een
vorm aan. De indeling is juist skeletbouw, aangezien de gymzaal. Tevens ligt het tussen een basisschool en een
vloeren opgehangen zijn aan de wanden met 1 kolom in middelbare school in. Aan de Oostkant ligt een snelweg
het midden. welk het gebied ontsluit naar het Noorden en Zuiden
toe.
4.1.5 Deelconclusie
De volumedispositie komt voort uit de optimalisering 4.2.3 Functies
van het daglicht. De onderzochte varianten zijn terug te De functie van het gebouw na de herbestemming is ge-
vinden in het ‘lichtonderzoek‘. steld als cultureel vanuit het Stedenbouwkundig Plan.
De circulatie is niet optimaal, aangezien alles op een de- Als invulling van deze eis wordt het gebouw gerealiseerd
centraal trappenhuis is gericht. Aangeraden wordt om als tentoonstellingsruimte. Als secundaire functie is te-
een extra trappenhuis te plaatsen welk mogelijk tevens vens een filmzaal aanwezig, maar ook de benodigde kan-
als ‘eye-catcher‘ kan dienen. toorruimte.
De as-werking is naar binnen gekeerd aangezien de vorm
van het gebouw dit impliceert. De toegang tot het ge- 4.2.4 Deelconclusie
bouw dient meer aandacht te krijgen aangezien anders Het materiaalgebruik is belangrijk aangezien dit het ka-
niet duidelijk is waar men naar binnen kan. rakter van het gebouw weergeeft. De gevel kan met be-
De structuur van het gebouw was vooraf al bepaald. De tonnen elementen worden bekleed, maar dan dient wel
interne structuur is vrij indeelbaar, met één kolom in het met textuur of kleur gevarieerd te worden. Ook kunnen
midden van de ruimte. deze middelen gebruikt worden om de ingang beter aan
te geven.

29
4.3 Culturele, technologische en kapitaalinjecties doen. Culturele en maatschappelijke
projecten zijn hier bij uitstek voor geschikt.
economische factoren
Vanwege de hierboven omschreven punten is het mo-
4.3.1 Culturele factoren
gelijk om het gebouw over het algemeen simpel te hou-
Wat draagt het gebouw bij aan zijn directe, dan wel in-
den. Maar er kunnen wel enkele opvallende details ge-
directe omgeving? Gezien de functie, tentoonstellings-
creëerd worden. Hieronder vallen onder andere het dak
ruimte, kunnen mensen uit heel Nederland naar het ge-
en de trap.
bouw toe komen. Wel dient als kanttekening te worden
vermeldt dat de bijdrage aan zijn directe omgeving vrij
gering zal zijn. Dit omdat Amsterdam al zeer rijk is aan
4.3.4 Deelconclusie
De uitstraling van het gebouw moet een meer cultureel
culturele elementen.
gevoel geven. Dit kan bereikt worden door meer open-
heid te geven aan de gevel. Ook kan het uiterlijk van het
4.3.2 Technologische factoren
gebouw gelijk blijven, maar dan als contrast met de rest
De schil van het gebouw staat al enige jaren. Na een on-
van de omgeving. Hierdoor wordt een statement ge-
derzoek van ABT is een constructief rapport opgesteld
maakt welk het gebouw meer doet opvallen.
welk aangeeft welke constructieve eigenschappen de
De technologische factoren zijn niet erg bepalend voor
silo heeft. Aan de hand hiervan is bepaald dat de begane
het ontwerp. De mogelijkheid van 11,5 meter overspan-
grondvloer 19 verdiepingsvloeren kon dragen. Vandaar-
nen etc. bestaan.
dat daar geen problemen zijn. Wel is de overspanning
Economisch zware tijden kunnen een gebouw de das
een probleem. Aangezien een zo vrij mogelijke ruimte
omdoen, maar de omschreven kapitaalinjecties zijn al
gecreëerd dient te worden zullen er zo min mogelijk ko-
meerdere malen in het nieuws geweest en worden echt
lommen geplaatst worden. De oplossing voor de grote
uitgevoerd. Bovendien is de overheid de betrouwbaar-
overspanning komt tevens uit het ontwerp. Aangezien
ste opdrachtgever van het moment.
de vloervelden verspringen, maar wel steeds maar tot
de helft van de silo komen, is er in het midden van de
cilinder een gemeenschappelijk punt. Hier kan een door- 4.4 Ligging en situatie
lopende kolom geplaatst worden. De vloeren worden De ligging van het gebouw is op het IJ, bij Amsterdam.
uitgevoerd in in het werk gestort beton aangezien een Het Zeeburgereiland waar het gebouw op staat was
kanaalplaat niet met de kromming van de wanden mee voorheen de locatie van een waterzuiveringsinstallatie.
kan lopen. Na het verplaatsen hiervan en het herbestemmen van
het gebied zijn er 3 silo’s over van de voormalige instal-
De installaties welk nodig zijn voor een aangenaam bin- latie. In de hiernaast weergegeven afbeeldingen is het
nenklimaat dienen voldoende capaciteit te hebben om totale Stedenbouwkundig plan getoond. Eveneens een
het gebouw te koelen of te verwarmen. Ook moet door close-up op de locatie van de silo, welk donkergrijs ge-
middel van een temperatuurgradiënt worden gekeken kleurd is.
of het comfort in het gebouw hoog is.
4.4.1 Bereikbaarheid
De akoestiek in het gebouw dient aangenaam te zijn. De bereikbaarheid van de wijk is, aangezien het aan de
Hierbij dient rekening te worden gehouden met de na- rand van Amsterdam ligt, goed. Zowel voor de auto als
galmtijd en geluidsoverlast voor de kantoorruimte. Ook op de fiets of met het openbaar vervoer zijn er voldoen-
dient er geen hinder te worden ondervonden van ge- de mogelijkheden tot ontsluiting. Hieronder worden de
luidsoverlast van andere verdiepingen van de tentoon- genoemde aspecten toegelicht.
stellingsruimte dan wel de filmzaal. Er dient veel absor- ( http://www.ijburg.nl/ )
berend materiaal aangebracht te worden, conform een
nagalmtijd berekening. Dit materiaal kan strijdig zijn met 4.4.2 Hoofdwegen
een makkelijk te onderhouden binnenruimte. IJburg heeft twee ontsluitingswegen. De Westelijke
ontsluitingsweg is de IJburglaan. Deze loopt via de Piet
4.3.3 Economische factoren Heintunnel, het Zeeburgereiland en de Enneüs Heerma-
Het gebouw zal als cultureel gebouw onder de gemeen- brug. Deze weg verbindt IJburg met Amsterdam en de
te Amsterdam vallen. De gemeente als opdrachtgever A10(ringweg).
heeft, vooral in deze economische tijden (datum van De Oostelijke ontsluitingsweg wordt in een later stadium
schrijven tijdens de kredietcrisis van 2009) veel voor- geopend en loopt langs de Diemervijfhoek en de Pam-
delen. De gemeente kan garant staan voor het bouw- puslaan. Deze weg verbindt IJburg met de rijkswegen A1
proces. Tevens willen zij om van de crisis af te komen en A9.

30
4.4.3 Parkeren
In de plannen voor IJburg is een parkeernorm opgeno-
men van maximaal 1,25 parkeerplaatsen per woning op
de openbare weg. Voor bedrijven geldt een beleid van
een parkeerplaats op 125 m2 vloeroppervlak en voor
winkels een norm van een parkeerplaats per 35 m2.

4.4.4 Woon-werkverkeer
In Diemen Zuid en Amsterdam Zuidoost is veel werkge-
legenheid geconcentreerd. Ook op het Centrumeiland
zal dit in de toekomst het geval zijn. In de spits kan het
soms lastig zijn deze gebieden per auto te bereiken. Het
openbaar vervoer biedt hier een oplossing, maar voor
een woon-werkafstand tussen de vijf en tien kilometer
zijn ook de fiets en de bromfiets zeer geschikte alterna-
tieven. Bij de Oostelijke ontsluitingsweg IJburg wordt
daarom gewerkt aan een fietsverbinding met Diemen
Zuid en Amsterdam Zuidoost.

4.4.5 Openbaar vervoer
De gemeente Amsterdam werkt aan goed openbaar ver-
voer voor IJburg. De IJtram (lijn 26) rijdt sinds 2005. Bus-
lijn 37 verbindt het Zeeburgereiland met het Noorden en
het Oosten van de stad. Daarnaast rijdt de nachtbus 359
vanaf Amsterdam Centraal Station naar IJburg.

4.4.6 De IJtram
De IJtram verbindt IJburg met Amsterdam Centraal Sta-
tion en het centrum. Het tracé is 8,5 kilometer lang en
loopt vanaf het centraal station, via de Oostelijke Han-
delskade, de Piet Heintunnel, het Zeeburgereiland naar
IJburg. De eindhalte is op dit moment op het Havenei-
land vlak bij het strand en het Havenkwartier. In de toe-
komst wordt de tram doorgetrokken naar de eilanden
van IJburg tweede fase.

4.4.7 Zuidtangent Oost
De huidige Zuidtangent is een snelle en comfortabele
busverbinding tussen Haarlem (Centraal Station), Schip-
hol en Amsterdam Zuidoost (Station Amsterdam Bijl-
mer ArenA). In de plannen is rekening gehouden met
het doortrekken van deze verbinding via de Oostelijke
ontsluiting van IJburg na 2012. Op termijn worden de
streekbussen van en naar Almere, Muiden en Diemen
via IJburg geleidt.

4.4.8 IJmeerverbinding
Op IJburg is in de plannen rekening gehouden met een
reservering voor een lightrailverbinding (metro). De ver-
dere besluitvorming hierover vindt plaats op langere ter-
mijn. De route van deze verbinding lopt vanaf NS-station
Diemen Zuid, via het Amsterdam-Rijnkanaal, de Pampu-
slaan tot aan het einde van de hoofdweg van het Mid-

31
deneiland. Of daarna ook Almere op het netwerk wordt
aangesloten is nog niet bekend.

De rode stip geeft de locatie van het gebouw ten opzich-
te van de P+R voorziening aan.

Op de volgende pagina staan kaarten waar de ligging en
de situatie wordt getoond.

4.4.9 Deelconclusie
Het gebouw heeft een centrale ligging in Nederland, in
de hoofdstad, met veel culturele activiteiten. Het heeft
goede ontsluiting met meerdere vervoersmiddelen.

4.5 Thematische ruimte
Oorspronkelijk was het gebouw bedoeld voor het bezin-
ken van water. Nu wordt het gebruikt als tentoonstel-
lingsruimte. Deze wijziging heeft tot gevolg dat mensen
de industriële uitstraling van het voormalige gebouw
kennen en dus naar de nieuwe uitstraling komen kijken.

4.6 Ingangen
De enige ingang is gepositioneert aan de achterzijde.
Dit kwam zo uit qua optimaal licht en indeling. Het na-
deel hiervan is dat de ingang niet zichtbaar is vanaf de
straat.

32
Ligging t.o.v. Nederland

Ligging t.o.v. Amsterdam

Ligging t.o.v. Zeeburgereiland

33
Figuur 2: wegenstructuur

Figuur 3: fietsroutes

Figuur 4: openbaar vervoer

34
4.6.1 Deelconclusie geen hoeken heeft zie je het gebouw altijd weglopen
De ingang hoeft niet zichtbaar te zijn vanaf de openbare naar achter. Het is altijd interessant om te weten wat er
weg. Wel stimuleert dit mensen om er naartoe te ko- daarna gebeurt. Zoals te zien is op onderstaande afbeel-
men. ding volgt de aanrijroute de kromming van het gebouw.
Als de entree aan de achterzijde zit dan kan dit mid- Maar waar gaat die weg achter het gebouw naar toe?
dels de gevel geïmpliceerd worden. Het wekken van de
nieuwsgierigheid bij de mens door middel van de gevel 4.9.1 Deelconclusie
is een optie. Verandering van materiaal aan de onderkant van het ge-
Wel is het beter om de entree aan de voorzijde te positi- bouw kan de dynamiek versterken.
oneren aangezien zo de bezoekers direct weten waar ze
naar binnen kunnen. 4.10 Gevels
In het geval van dit gebouw is niet te spreken over ge-
4.7 Historie vels. Aangezien de gevelafwerking overal gelijk is zal 1
De geschiedenis van het gebouw is aan het begin van dit gevel genoeg zijn voor alle. Een deel is anders, daar waar
rapport al uitvoerig beschreven. Voor informatie wordt de entree zit. Als de raad die gegeven is bij ‘ingangen‘
daar naar verwezen. wordt doorgevoerd dan zijn de gevels wel anders.

4.7.1 Deelconclusie Het onderhoud van de gevels dient minimaal te zijn, zo-
De geschiedenis van dit gebouw is belangrijk. Vandaar als verwoord in het ‘Programma van Eisen‘. Het gevel-
dat ook de vorm van de silo behouden dient te blijven. materiaal dient duurzaam, onderhoudsarm en ‘echt‘ te
Als hier bovenop ervoor wordt gekozen om de uitstra- zijn. Het gekozen gevelmateriaal, glasvezelversterkt be-
ling te behouden middels de gevelbekleding dan is de ton, heeft de uitstraling van beton, wat voldoet aan de
geschiedenis duidelijk zichtbaar. eisen. Ook is het onderhoudsarm.
Met betrekking tot de gevelopeningen moet er de mo-
4.8 Overgangen gelijkheid zijn om deze te reinigen. Er komt plaatselijk
Een op zichzelf staande cilinder heeft in horizontaal vlak een raam voor voor het rookwarmteafvoersysteem. De
geen begin of einde. De overgangen zijn qua plattegrond glaslouvres die hierin zitten kunnen geopend worden
niet te zien, ze zijn namelijk verticaal. Aangezien de vloe- waardoor er van binnenuit schoon gemaakt kan worden.
ren maar de helft van de silo beslaan en zij ten opzichte De vaste ramen (bovenin het gebouw) dienen van bui-
van elkaar gedraaid zijn, zijn er verticale overgangen. tenaf schoon te maken te zijn.

Het onderhoud van het interieur dient tevens gemakke-
4.9 Objecten lijk te gaan. Hierdoor dienen strakke ruimtes te worden
De dynamiek van een gebouw ontleent hij aan zijn vorm. gecreëerd met zo min mogelijk hoeken etc. De akoesti-
Een vierkant gebouw is statisch. Een vierkant gebouw sche voorzieningen zijn hier in strijd mee.
wat op poten staat is dynamisch. Dit komt omdat je er
een extra dimensie aan toevoegt wat integrerend werkt.
4.10.1 Deelconclusie
Bij een cilindrische vorm is dat net zo, aangezien het
Door de gevels, naar gelang de kromming wegloopt, te
laten veranderen van textuur wordt de gevel minder
monotoom en daardoor ‘spannender‘.
De akoestische panelen zouden dan producten die
akoestisch goed, maar ook onderhoudsarm zijn, moeten
zijn.

4.11 Functie
De functie van het gebouw is tentoonstellingsruimte. Als
nevenfuncties zijn hier een kantoor- en een filmruimte
aan toegevoegd. Door de schakeling van de film- en
tentoonstellingsruimte zo te maken dat ze afzonderlijk
gebruikt kunnen worden, kan het gebouw efficiënter ge-
bruikt worden voor meerdere doeleinden.

Zicht bij aanrijden

35
4.12 Licht 4.15 Eindconclusie
Licht is als uitgangspunt genomen voor de positie van de Ronde gebouwen zijn naar binnen gericht en zijn alleen
vloeren. Daarom is licht zeer belangrijk in het gebouw. beeldbepalend in de omgeving door de hoogte. Uit het
De voornaamste toetreding van licht vindt overdag Stedenbouwkundig Plan is gebleken dat de silo’s de
plaatst door het glazen dak. Door deze zo transparant hoogste bebouwing van de wijk zijn. Deze dienen als
mogelijk te houden valt er veel licht binnen. Om direct landmark van de wijk.
zonlicht buiten te houden en voornamelijk diffuus licht
toe te laten treden, is er gekozen om een spanplafond De entree van het gebouw is uit het zicht gepositioneert
plaatselijk onder het dak te hangen. aangezien dit beter uitkwam bij de vergelijking tussen
indeling en lichtinval. De mensen moeten wel geïnte-
Tevens zal er in het gebouw kunstlicht worden aange- resseerd worden in de inhoud van het gebouw. Dit kan
bracht. Ter plaatse van de tentoonstellingsruimte zal dit bereikt worden door een opening aan de voorzijde van
diffuus licht zijn via een plenum. Ter plaatse van de ove- het gebouw te realiseren waardoor men kan zien dat er
rige ruimtes zal dit directe verlichting zijn. mensen binnen zijn. Dan raken zij geïnteresseerd in de
inhoud.
4.13 Route
De route in het gebouw is opgebouwd rond 1 decentraal Eenmaal binnen is de routing niet optimaal aangezien er
trappenhuis. Er zal dus per verdieping rondgelopen kun- maar 1, decentraal, trappenhuis is. Door in de vide, die
nen worden, de volgende verdieping dient te worden van de eerste tot de vierde verdieping loopt, een trap
bereikt door middel van de trap. (eye-catcher) te plaatsen kan de routing verbeteren. Dit
voornamelijk omdat men rond loopt in het gebouw in
4.13.1 Deelconclusie plaats van per verdieping een lus loopt. De tweede trap
De doorstroming is niet ideaal vanwege het decentrale kan tevens dienen als vluchtweg bij brand.
trappenhuis. Tevens loop je altijd terug langs iets wat je
al gezien hebt. Waarbij je weer mensen stoort die het Het spanplafond wat gerealiseerd kan worden onder het
voor het eerst zien. Door een doorlopende route te dak ten behoeve van het diffuse licht, moet zo geplaatst
creëren wordt de doorstroming verbeterd. Ook zijn de worden dat zij geen belemmering vormt. Het dak, wat
vluchtmogelijkheden bij brand of andere calamiteiten een bijzonder element in het gebouw is, dient niet uit
twee keer zo groot. het zicht te verdwijnen.

Bij het glazen dak dient er rekening te worden gehouden
4.14 Sculptuur met warmteaccumulatie, vandaar dat er voldoende ge-
De ruimtes die in de silo gecreëerd worden zijn veelal ventileerd dient te worden.
open. De ronde lijnen komen in alle ruimtes terug. Door
de hoge verdiepingshoogte, van 4 meter, en de versprin- De gevelafwerking moet niet monotoom zijn aangezien
gende vides zijn er veel verschillende ‘doorkijkjes’, deze deze dan saai oogt. Als er een afwisseling van textuur
geven weer een ruimtelijk gevoel. of structuur met een bepaalde ritmiek wordt toegepast
oogt het gebouw beter. Dit kan tevens gebruikt worden
4.14.1 Deelconclusie als indicatie waar de entree zich bevindt.
De ruimtes zijn allemaal efficiënt ingericht, alleen is de
vide onbenut. Hier kan de bij ‘route‘ genoemde trap Het gebouw is bijzonder op zich vanwege zijn ronde
worden gepositioneert. Door de trap aan te laten sluiten vorm en dient niet ‘over done‘ te worden. Door een
bij de gebouwvorm of er een opvallend element van te rustig gevelbeeld te creëren moet het gebouw opvallen
maken, wordt deze ruimte nuttig gebruikt. Ook geeft dit door simpel te zijn.
meer verbintenis tussen de verdiepingen.

36
37
5 Bouwkundige indeling
5.1 Conclusies uit plananalyse
Uit de plananalyse zijn enkele aanbevelingen gekomen.
Deze aanbevelingen kunnen worden verwerkt in het ont-
werp, zodat er een beter eindresultaat verkregen wordt.
Allereerst zal worden gekeken wat de voor- en nadelen
van enkele aanbevelingen waren.

5.1.1 Voordelen entree
De positie van de entree aan de voorzijde heeft als voor-
deel dat vanaf de straat direct gezien kan worden waar
de entree is. Ook is de opgang beter te realiseren tussen
de hellingbanen waardoor er efficiënter met de ruimte
omgegaan wordt.

5.1.2 Nadelen entree
Als nadeel heeft de entree aan de voorzijde dat de in-
deling anders georiënteerd moet zijn. Als de indeling
wordt omgegooid zodat de entree aan de voorzijde zit,
dan moet het trappenhuis verplaatst worden. Dit heeft
weer consequenties voor de routing in het gebouw, dit
zal nu behandeld worden.
Afbeelding 1: positie entree
5.1.3 Voordelen routing
Als het trappenhuis verplaatst wordt dan zijn er twee
stijgkernen. Dit heeft met betrekking tot vluchten voor-
delen aangezien er nu meerdere vluchtmogelijkheden
zijn.
Als er een tweede stijgvoorziening in de vorm van een
trap gerealiseerd wordt in de vide, dan kan dit ook een
vluchtmogelijkheid zijn. Tevens bevorderd deze stijgmo-
gelijkheid de routing, zoals aangegeven is in afbeelding
1. De groene draad gaat als doorlopende route door
het gebouw over alle verdiepingen. Daar waar de draad
stijgt of daalt is een trap gerealiseerd.

5.1.4 Nadelen routing
Er wordt vanuit gegaan dat er gestegen wordt door mid-
del van de normale trappen, de daling gaat door het
vluchttrappenhuis. Het vluchttrappenhuis is in de oor-
spronkelijke vorm niet bedoeld voor alledaags gebruik
waardoor het afwerkingsniveau nu hoger moet zijn. Dit
brengt extra kosten met zich mee.

5.1.5 Voordelen (spui)ventilatie
De warmteaccumulatie zoals aangeven in de plananalyse
hoeft geen probleem te zijn. Dit aangezien er voldoende
mogelijkheid is tot (spui)ventilatie door de glaslouvres te
gebruiken. Aangezien deze systemen goed regelbaar zijn
en ook te gebruiken zijn voor ventilatiedoeleinden kan
er relatief makkelijk geventileerd worden door middel
van natuurlijke ventilatie.

Afbeelding 2: (spui)ventilatie

38
5.1.6 Nadelen (spui)ventilatie
Natuurlijke ventilatie heeft een negatieve werking op de
EPU. Ook kan door extra gebruik de slijtage toenemen.

5.1.7 Voordelen ritmiek gevel
De ritmiek in de gevel geeft een rustig gevelbeeld. Van-
daar dat dit aan te bevelen is. De ritmiek kan zowel in
horizontaal als in verticaal verband verkregen worden.
Er wordt voor gekozen om verticale belijning aan te
brengen en de horizontale onderbrekingen (plaatnaden)
te minimaliseren. Door de opvallende verticale belijning
lijkt het gebouw hoger dan het werkelijk is. De verticale
belijningen hebben in horizontale zin een bepaalde rit-
miek. De ritmiek komt voort uit de gevelbeplating. Er is
voor gekozen om deze over het gehele gebouw evenre-
dig te verdelen.
In het totaal zijn er 3 verschillende afmetingen gevelbe-
plating nodig. Afbeelding 3: volumedispositie

5.1.8 Nadelen ritmiek gevel
De ritmiek moet overeenkomen met die van de omlig-
gende bebouwing om het gebouw beter in de omgeving
te laten passen.

5.1.9 Keuzes
Als de voor- en nadelen worden afgewogen wordt het
volgende besloten:
oo De entree wordt aan de straatzijde van de silo ge-
plaatst aangezien hierdoor de toegang goed zichtbaar is.
Aan de hand van een aangepaste volumedispositie zal in
de volgende paragraaf worden toegelicht hoe de conse-
quenties van deze wijziging worden verwerkt.
oo De routing wordt aangepast aangezien de doorstro-
ming zo verbeterd kan worden.
oo De (spui)ventilatie wordt voorlopig gebruikt. Mits de
EPU berekening niet uitkomt dan kan deze keuze herzien Afbeelding 4: volumedispositie
worden. Ten tijde van die conclusie zal een andere op-
lossing aangedragen worden.
oo De ritmiek in de gevel is esthetisch gezien belangrijk.
Vandaar dat dit toegepast wordt. De exacte uitvoering
hiervan zal worden toegelicht bij de materiaalkeuze aan-
gezien dit nauw samenhangt met de detaillering.

5.2 Ontwerp aanpassen
5.2.1 Volumedispositie
De aangepaste volumedispositie is op afbeelding 3,4 en
5 te zien. Als toelichting nogmaals de functies met de
bijbehorende kleuren:
oo Tentoonstellingsruimte groen
oo Filmzaal rood
oo Kantoorruimte blauw
oo Foyer & entree paars
oo Kaartverkoop oranje
Afbeelding 5: volumedispositie

39
oo Toiletten geel
oo Verkeersruimte zwart

Aangezien de entree bij de aangepaste volumedispo-
sitie ter plaatse van de trap zit, dient deze te worden
verplaatst. Er is voor gekozen om deze nog steeds in de
donkerste hoek van het interieur te houden (dit volgt uit
het lichtonderzoek). Echter is het vluchttrappenhuis nu
losgekoppeld van de lift. Dit zorgt voor meer mogelijk-
heden voor verticale mobiliteit. Dit zal verder worden
toegelicht bij de routing (5.2.2).

De kaartverkoop met toiletten is als eenheid in de foyer
geplaatst, waarbij de kaartverkoop tegenover de entree
zit.

5.2.2 Routing
In afbeelding 6 is de routing aangegeven welk bij de
nieuwe volumedispositie hoort.

In de vide worden trappen gerealiseerd zodat middels
deze trappen de verdiepingen verbonden worden. Zoals
de groene draad in afbeelding 6 aangeeft is er een door-
lopende route in het gebouw. Deze begint linksonderin.
Daar kan gekozen worden om met de lift naar boven te
gaan en dan naar beneden af te zakken, of met de trap-
pen omhoog te gaan. Vervolgens kan over alle verdie-
pingen een rondje worden gelopen.

In afbeelding 7 wordt weergegeven hoe de trappen in de Afbeelding 6: routing
vides lopen. De verticale groene lijn in afbeelding 6 geeft
de lift weer. Eventueel kan ook het (vlucht)trappenhuis
worden gebruikt voor de verticale verplaatsing.

5.3 Materialisatie afwerkingen
De materialen waarmee het exterieur en het interieur
wordt afgewerkt bepaald de uiteindelijke uitstraling van
het gebouw. In dit hoofdstuk zal worden uitgelegd welke
uitstraling gewenst is. In hoofdstuk 9 wordt het gekozen
materiaal toegelicht en verder uitgewerkt.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen de afwerking van
de volgende elementen:
oo Binnenwanden
oo Buitengevels (interieur)
oo Buitengevels (exterieur)
oo Vloer
oo Plafond

De binnenwanden moeten in diverse kleuren kunnen
worden gekleurd, aan de hand van advies interieurarchi-
tect.

De buitengevels (interieur) worden wit gestuct. Het ex- Afbeelding 7: trappen in de silo

40
terieur van de wanden moet met een donkere gevelbe-
plating worden afgewerkt. Er dient verticale belijning te
kunnen worden aangebracht. Het definitieve materiaal
van de gevelafwerking zal in hoofdstuk 9 worden uitge-
werkt.

De vloer moet egaal worden afgewerkt, waarbij de voor-
keur uitgaat voor materialen die niet slijten. Er dient ook
rekening te worden gehouden met het aanbrengen van
een antislip voorziening. De kleur van de vloer dient mo-
notoom te zijn en niet licht reflecterend aangezien dit
hinderlijk kan zijn.

Het plafond dient gelijk te zijn aan de vloer. Alleen die- Afbeelding 8: gevelbeeld
nen er hoogstwaarschijnlijk geluidsabsorberende voor-
zieningen te worden aangebracht, aan de hand van de
nagalmtijd berekening. Deze voorzieningen mogen in
constrasterende kleuren worden uitgevoerd. De kleur
dient in overeenstemming met de interieurarchitect te
worden gekozen in verband met de kleur van de binnen-
wanden.

5.4 Maatsystematiek
Maatsystematiek is heel belangrijk in een gebouw. Als
een ontwerp aan de hand van bepaalde maten wordt
ontworpen dan zit er een mate van efficiëntie in het ge-
bouw.

Op de bouwplaats worden maten uitgezet van stramien-
lijnen. Als stramienlijnen onderling dezelfde afstand
hebben en de bouwelementen zijn daar op aangepast
dan zijn er veel dezelfde elementen.

Aangezien dit gebouw in een bestaande silo wordt ge-
realiseerd kan er het beste vanuit de bestaande wand
gedimensioneerd worden, omdat dit een vaste maat Afbeelding 9: maatsystematiek - stramienlijnen
is. Er zijn stramienen uitgezet aan alle buitenzijdes van
de wand, haaks op elkaar. En ook een twee stramienen De stramienen zijn op de tekeningen te zien: 1 t/m 6 en
haaks op elkaar door het middelpunt van de silo. Er is 1 A t/m D.
afwijkende stramien ten behoeve van de wand van de
filmzaal. Aangezien deze niet door het middelpunt van
de silo gaat.
Verder zijn alle vloerranden gelijk aan de stramienen.

De stramienen staan elk 11,25 meter uit elkaar. Dit is
geen standaardmaat en dit kan er dus voor zorgen dat er
geen standaard productafmetingen kunnen worden toe-
gepast. Bij de draagconstructie, hoofdstuk 6, zal worden
gekeken welk materiaal wordt toegepast, waarna een
conclusie kan worden getrokken of de maatsystematiek
hiervoor een belemmering zorgt. Er kan bijvoorbeeld
voor gekozen worden om de vloerrand niet gelijk met
het middelpunt van de silo te laten samenvallen.

41
5.5 Prijsvraag
Zoals eerder omschreven is de uitgewerkte silo onder-
deel van een prijsvraag. Aan deze prijsvraag hebben
meerdere bureau’s meegedaan, waaronder NL archi-
tects en Arons en Gelauff architecten. Het winnende
ontwerp was van de laatst genoemde.

In dit ontwerp word het Annie M.G. Schmidt huis on-
dergebracht. Naast de vaste tentoonstelling over Annie
M.G. Schmidt komen er een workshopcentrum, een the-
ater en een bioscoop.

Allereerst zal het ontwerp van NL architects worden be-
sproken. In afbeelding 10 en 11 zijn de doorsnede en de
gevelaanzichten weergegeven. Zoals te zien in de door-
snede is de centrale ruimte apart vormgegeven. Volgens
de architect geeft deze ruimte een maximale beleving
van het licht. Verder is de silo tot de maximale hoogte,
volgens het Stedenbouwkundig Plan, opgetopt. Ook is er
een opvallende uitstulping gerealiseerd in de gevel.
Als conclusie kan gezegd worden dat de constructie tech-
nisch lastig haalbaar is. Dit vanwege de aparte vormen in
de centrale ruimte. Maar ook vanwege de uitstulping in
de gevel en de vele gevelperforaties.

Afbeelding 12,13 en 14 geven het ontwerp van Arons
en Gelauff architecten weer. Dit ontwerp gaat voor het
grootste deel uit van kunstlicht binnen. Bovendien zijn
er, zoals te zien in de doorsnede, veel gevelopeningen
gerealiseerd. Dit is bij mijn ontwerp juist één van de uit-
gangspunten om niet te doen. Meestal leggen architec- Afbeelding 10: Doorsnede
ten niet direct de link tussen de uitvoering en het ont-
werp. Dit kan leiden tot mooie
plaatjes maar slechte bouw-
techniek. In mijn ontwerp pro-
beer ik de twee te combineren.

http://www.architectenweb.
nl

Afbeelding 11: Gevelaanzichten

42
Afbeelding 12: gevelbeeld

Afbeelding 13: Doorsnede

Afbeelding 14: gevelbeeld

43
5.6 Afbeeldingen
De hier weergegeven afbeelding geven een impressie
van hoe het gebouw dient te worden.

Bij de interieur afbeeldingen is een fragment uit de gevel
verwijderd, zodat het interieur zichtbaar wordt.

44
45
6.4
6.3
6.2
6.1

stuk beschreven.

palen benodigd zijn.
Algemeen

Fundering
Structuur

den gehouden met waterafvoer.
onder de vloer dienen te komen.
Kelder & damwanden

is in verband met bestaande bebouwing.
later toegevoegde elementen sluiten hierbij aan.

tegen te gaan is gekozen om damwanden langs
zien de silo al bestaand is en valt onder een massa
handeld. De constructie is grotendeels bepalend

worden gerealiseerd. Ook dient rekening te wor-
strip wordt via een computergestuurde machine
den wordt uitgevoerd door een aangelaste strip
De koppeling van de keldervloer aan de damwan-
heel te vormen zodat er relatief weinig kolommen
schreven in 6.3. Verder is de kelder voor de helft
het gebouw de grond in de drukken, alvorens te
zakt de grond onder het gebouw vandaan. Om dit
De kelder wordt rondom het gebouw gerealiseerd.
220 mm. Uit de berekening van de constructeur
De fundering van de silo is uitgevoerd in betonnen
model heeft het gebouw een massastructuur. De
De structuur van het gebouw kan een van de vol-
de structuur van het gebouw besproken worden.
bouwtechnische mogelijkheden. Allereerst zal

den. Afwijkingen tot een centimeter kunnen door
uitgesneden waardoor de rondingen geen pro-
gestort beton. Het geheel dient een monoliet ge-
overdekt met een betonvloer bedekt met grond.
beton. De kelder wordt gefundeerd zoals om-
trillingen vrijwel niet aanwezig zijn wat voordelig
aangezien zo veel minder ruimte nodig is en de
Als er rondom het gebouw gegraven wordt dan
kan blijken dat er door de grondwaterdruk trek-
heipalen vk 420 mm. De kelder, hierna besproken,
gende zijn: massa, schijven, kolommen. Aange-

middel van lassen worden opgevangen. In overleg
bleem zijn. Dit dient wel in het werk gelast te wor-
aan de damwanden in te storten in de vloer. Deze
De kelder wordt uitgevoerd in in het werk gestort
gaan ontgraven. De damwanden worden gedrukt
wordt gefundeerd door middel van heipalen vk
Daarna worden de toegevoegde elementen per
voor zowel het architectonische beeld als de
In dit hoofdstuk wordt de draagconstructie be-

met de constructeur kunnen andere alternatieven
De balustrade is tevens uitgevoerd in in het werk
Multicriteriaoverizcht
6 Draagconstructie

Criteria Volume Massa Uitvoering Kosten Logistiek Brandvertraging Gebruik
bestemming

46
Glazen vloer, stalen draag- oo Hoge maar slanke pro- oo Gering gewicht. oo Snelle bouwtijd; oo In vergelijking met beton oo Totale massa lager dan oo Draagconstructie mini- oo Gevoelig voor tempera-
constructie fielen; oo Flexibel in uitvoering; relatief weinig bewerkelijk; beton, beter voor transport; maal 120 minuten brand- tuurwisselingen;
oo Kleine overspanningsmo- oo Materiaal kan herge- oo Staalprijs hoog; oo Staalprofielen zijn lang; werend, glazen vloer tot oo Krassen van glazen vloer;
gelijkheid glas. bruikt worden. oo Glazen vloer zeer duur. oo Glas breekbaar tijdens maximaal 90 minuten reali- oo Hoge transparantie =
vervoer. seerbaar. veel licht.

Kanaalplaatvloer, stalen oo Hoge maar slanke pro- oo Gering gewicht. oo Snelle bouwtijd; oo In vergelijking met beton oo Makkelijk transporteer-
oo Brandbeschermde maat- oo Gevoelig voor tempera-
draagconstructie fielen; oo Flexibel in uitvoering; relatief weinig bewerkelijk; baar;
regelen noodzakelijk, i.v.m. tuurwisselingen;
oo Grote overspanningen oo Staal kan hergebruikt oo Staalprijs hoog. oo Staalprofielen en kanaal-
het snel bezwijken bij over- oo Lage massa, gunstig voor
kanaalplaatvloer. worden. plaatvloeren relatief lang.
verhitting; warmteaccumulatie.
oo Een optie is bekleden met
een brandwerende plaat van
bijvoorbeeld Promatec of
behandelen met een brand-
werende coating.
Massieve betonvloer oo Overspanning niet moge- oo Hoog gewicht; oo 1 materiaal; oo Relatief hoge bewerke- oo Hoge massa te transpor- oo Brandveilig. oo Weinig tot geen onder-
lijk met massieve vloer; oo Hoge thermische massa. oo Randbekisting stellen; lijkheid; teren. houd indien de details goed
oo Dikke vloeren belemme- oo Onderstempelen vloer. oo Instorten ventilatieka- zijn.
ring van lichttoetreding. nalen -> geen verlaagd pla-
fond.

Bubbledeck vloer oo Dikke vloeren belemme- oo Vloeren zijn 30 tot 35% oo 1 materiaal; oo Relatief hoge bewerke- oo Hoge massa te transpor- oo Brandveilig. oo Weinig tot geen onder-
ring van lichttoetreding. lichter dan massieve vloer; oo Randbekisting stellen; lijkheid; teren; houd indien de details goed
oo Redelijke hoge thermi- oo Onderstempelen vloer. oo Instorten ventilatieka- oo Bubbledeck vloeren zijn.
sche massa. nalen -> geen verlaagd pla- duur.
fond.
6.5 Vloeren
De interne vloeren zijn te realiseren in verscheidene
materialen. Om tot een goede keuze te komen is een
multicriteriaoverzicht gemaakt. Hierin wordt een verge-
lijking gemaakt tussen verschillende eigenschappen van
de vloeren.

De volgende vloertypen worden onderzocht:
oo Glazen vloer, stalen draagconstructie; Afbeelding 1: doorsnede bubbledeckvloer
oo Kanaalplaatvloer, stalen draagconstructie;
oo Massieve betonvloer;
oo Bubbledeckvloer.

Nadat alle criteria zijn uitgewerkt is met grijstinten aan-
gegeven in hoeverre een eigenschap gunstig of niet gun-
stig is. Hierbij is de volgende waardering aangehouden:
Gunstig wit
Redelijk ongunstig lichtgrijs
Zeer ongunstig donkergrijs

Uit het overzicht volgt dat de volgende elementen niet
realiseerbaar zijn:
oo Glazen vloer, in verband met de kosten;
oo Stalen draagconstructie, in verband met de brand;
oo Massieve vloer in verband met overspanningslengte.
Afbeelding 2: aanzicht bollenvloer

Er is gekozen voor een bubbledeckvloer aangezien dit
het beste binnen het ronde gebouw past.
Als toevoeging op de keuze voor de bubbledeckvloer en
niet voor de kanaalplaatvloer dient het volgende gezegd
te worden. Als een kanaalplaatvloer wordt toegepast
in een rond gebouw dan komt er een deel waar de af-
schuining van de kopse kant van de kanaalplaat te veel
is. Dit maakt het lastig uitvoerbaar. Er kan gekozen wor-
den voor een deel aangestort. Hier is niet voor gekozen
aangezien dit niet aansluit bij de rest van de constructie-
methode. Ook kunnen in een bubbledeckvloer ventila-
tiekanalen worden opgenomen zodat er geen verlaagd
plafond benodigd is.
Afbeelding 3: bovenaanzicht bollenvloer
Het principe van een bubbledeckvloer is hiernaast in af-
beelding uitgelegd.

6.6 Wanden
De dragende wanden worden uitgevoerd in beton, be-
halve de liftwanden. De dragende wanden worden zo
uitgevoerd aangezien deze enkel op de begane grond
aanwezig zijn en de thermische schil onderbreken. Door
beton toe te passen kan de wand op nokken worden ge-
plaatst waardoor het verliesoppervlak minimaal is.

De overige wanden en de liftwanden worden uitgevoerd
in kalkzandsteen. De dikte hiervan is aangegeven op de
tekening.
47
6.7 Dak
Het dak is, zoals omschreven bij materiaalkeuze (hoofd-
stuk 9), opgebouwd uit een randbalk met trekkabels.
Aan de trekkabels zijn weer spiders bevestigd waaraan
connectors met glas zitten.

De constructie is berekend aan de hand van de nu gel-
dende eisen voor zover deze bekend waren.

Het principe van het dak is als een horizontaal fietswiel.
De naaf vormt het middelpunt van waaruit kabels zijn
gespannen naar de velg. Bij een fietswiel zijn dit staven.
Hier is gekozen voor kabels aangezien deze meer trek-
spanning kunnen opnemen dan ander staal. Daarom is
het slanker gedimensioneerd.

Als de constructie verticaal wordt belast dan zorgt de
fietswielconstructie voor een sterk geheel. Omdat de
ene helft van het wiel de trek opneemt en de ander de
druk. Een kabel kan geen druk opnemen dus neemt de
andere helft deze op.
Als de constructie horizontaal wordt belast dan zit er in
de onderste rij ‘spaken‘ een trekspanning, maar in de
bovenste rij een drukspanning. Dit zou een onstabiele
constructie opleveren.
Als de bovenste rij wordt opgespannen zodat er geen
druk meer in zit, maar enkel trek, dan werkt het principe
wel. Het opspannen zal gebeuren door middel van een
vijzel. Deze kan vervangen worden door een ronde wig,
waardoor de kabel zich vastgrijpt in de velg.

In de volgende berekening wordt de dimensionering van
de ‘spaken‘ en de velg bepaald. Ook zullen de dimensies
van de kolommen welk het dak ondersteunen worden
bepaald.

48
6.7.1 Belastingen F = 98 / 2 = 49 kN
Permanent: glas + eigen gewicht staalkabel Omdat de staalkabels worden voorgespannen zodat er
Veranderlijk: sneeuwbelasting geen druk meer in optreed, zal de trekkracht 2 maal zo
groot zijn.
Incidentele beloopbaarheid van het dak is niet maatge- F = 49 x 2 = 98 kN
vend t.o.v. sneeuw aangezien de belasting voor beloop-
baarheid van 1 kN/m2 verdeeld kan worden over het ge- Ook dient rekening te
hele dakvlak. Dit omdat alles samenwerkt. worden gehouden met de
relexatie van de staalkabel.
Permanente belasting (NEN 6702): Hierbij wordt uitgegaan van
Glas oppervlak = 1,5 m1 x 1 m1 15% opnameverlies over een langdurige periode van ge-
dikte glas = 12 mm lijkmatige belasting.
gewicht = 25 kN/m3

totaal = 1,5 x 0,012 x 25 = 0,45 kN/m1 Dit resulteert in een
kracht van:
E.g. aanname = staalkabel 30 mm F = 98 x 1,15 = 113 kN.
gewicht = 37,57 N/m1 = 0,03757 kN/m1
Benodigde staalkabel
Totaal perm. belasting = 0,45 + 0,037 = 0,487 kN/m 1 bepalen:
Gekeken naar de mi-
Veranderlijke belasting (NEN 6702): nimale breekkracht
Sneeuw prep = ci x Psn;rep (mbl) kan de staalkabel
Ci = 0,8 (Bijlage B: 0° ≤α ≤30°) ø 13 mm worden aan-
psn;rep = 0,7 kN/m2 gehouden. Alleen zijn

oppervlak = 1,5 m2 hier al veiligheidsfac-
prep = 0,8 x 0,7 x 1,5 = 0,84 kN/m2 toren meegenomen.
Vandaar dat de mbl-
Wind prep = cdim x cindex x pW waarde met een factor
cdim = 0,92 (NEN 6702) 1,5 vermeerderd mag
cindex = 0,7 + 0,3 worden. Dan is een ø
pW = 1,36 (gebied I; onbebouwd) 12 mm, voldoende.
prep;wind = 0,92 x 1 x 1,36 = 1.25 kN/m2 Deze heeft een mbl
van 100 kN x 1,5 =
Belastingfactoren UGT, veiligheidsklasse 3: 150 kN.
yf;g;u = 1,2
yf;q;u = 1,5 Zoals in de afbeel-
of ding hiernaast is
yf;g;u = 1,35 te zien dat de ka-
bels in het dak hal-
1,2 x 0,487 + 1,5 x 0,84 = 1,84 kN/m1 verwege samen-
of gevoegd worden
1,35 x 0,487 = 0,66 kN/m1 om in het midden

of minder kabels te
0,9 x 0,487 + 1,5 x 1,25 = 2,32 kN/m1 maatgevend hebben. Als gevolg
hiervan wordt per kabel nog 2 x de helft van de kracht
Lengte = 22,5 m. naar de middelste kabel afgevoerd. Dit resulteert in een
dubbel zo grote trekkracht in de kabel.
Mmax = kracht x arm De trekkracht is dus 2 x 113 = 226 kN. De mbl dient dus
= 1/2 x 2,32 x 11,25 x (11,25 x 2/3) = 98 kNm 226 / 1,5 = 151 kN te zijn. Volgens de bovenstaande ta-
bel kan dus een kabel ø 16 mm worden toegepast. Deze
M=Fxa --> F=M/a heeft een mbl van 269 kN.

a (hefboomarm) = 2 m.

49
6.7.2 Drukspanning in randbalk (2,2 × 1146897) / 6707 + ((1,1 × 15,9 × 106) / (408,2 ×
Belasting 103)) = 419,0 N/mm2 > 235 N/mm2 voldoet niet
Trekkracht aan UNP 200: om de 1,487 m. een trekkracht
van 113 kN. Verdelen als gelijkmatige belasting: Aangezien de spanning veel te hoog is zal een groter pro-
113 / 1,487 = 76 kN/m. over h = 0,2 m. fiel en een hogere staalsterkte (S355) gekozen worden.
Ook zal de overspanning worden verkleint naar 2,95 me-
380 kN/m2 = 380000 N/m2 = 380000 Pa = 0,38 MPa ter. Het aangenomen profiel is een rechthoekig buispro-
fiel 200x100x12,5 mm.
Ketelformule
Ketelformule voor radiaalspanning: Aprofiel = 6707 mm2
σ Ø = p ∙ r / t = spanning in profiel My;s;d = 1/12 × q × l2 = 1/12 × 12,96 × 2,952 = 9,4 × 106
Nmm
Waarin: Wy;pl = 408,2 × 103 mm3 (tabellenboek)
p = nominale druklast in MPa
r = nominale straal (mm) (2,2 × 1146897) / 6707 + ((1,1 × 9,4 × 106) / (408,2 ×
t = wanddikte (mm) 103)) = 401,5 N/mm2 > 355 N/mm2 voldoet niet

Benodigde wanddikte berekenen: Er wordt vanuit gegaan dat de knikfactor, aangenomen
t = p ∙ r / σs = wanddikte benodigd in de ontwerpformule, zeer ongunstig werkt. Vandaar
dat door middel van toetsing bepaald zal worden of het
Waarin: profiel voldoet.
σs = maximaal toelaatbare staalspanning 235 N/mm2
6.7.4 Toetsing van de doorsnede
t = 0,38 ∙ 11250 / 235 = 18,2 mm Toetsing conform NEN 6770
In de NEN 6770 wordt de volgende tabel aangehouden:
UNP profielen hebben een relatief klein oppervlak. Aan- “11.3.1.3 Vierkante en rechthoekige buisprofielen”.
gezien de hoogte van belang is, architectonisch gezien,
wordt een ander profiel gekozen. Als gekeken wordt naar
de hoogte- breedteverhouding in combinatie de dikte
van de wand, is een rechthoekig buisprofiel het meest
gunstig. Er wordt gekozen voor het volgende profiel:
rechthoekig buisprofiel 200x100x12,5 mm. Deze heeft
een wanddikte van 2 x 12,5 = 25 mm.

σ Ø = 0,38 ∙ 11250 / 25 = 171 N/mm2 < 235 N/mm2
voldoet

6.7.3 Ontwerpformule
Combinatie normaalkracht & moment
Er wordt van een rechthoekig buisprofiel 200x100x12,5
mm met staalkwaliteit S235 uitgegaan. De ontwerpfor-
mule voor een op druk en buiging belaste kolom is als Vz;s;d = 0,5 × q × l = 0,5 × 12,96 x 2,95 = 19,1 kN
volgt: Vz;pl;d = 0,577 × fy;d × A × (h/(b+h)) formule 11.2-
19
(2,2 × Nc;s;d) / Aprofiel + ((1,1 × My;s;d) / (Wy;pl)) ≤ fy;d = 0,577 × 355 × 6707 × (200/(100+200)) = 915,89
kN
Nc;s;d = 171 N/mm2 × 6707 mm2 = 1146897 N Vz;s;d / Vz;pl;d = 19,1 / 915,9 = 0,021 < 0,25 voldoet
Aprofiel = 6707 mm2
My;s;d = 1/12 × q × l2 = 1/12 × 12,96 × 3,842 = 15,9 × 106 Ns;d = 1146897 N = 1146,9 kN
Nmm (q = oppervlakte dakvlak, aan de voet 1 meter Npl;d = fy;d × A = 355 × 6707 = 2380985 N = 2381,0 kN
breed × gewicht , 2,32 kN/m2) a3 = (A - 2 × b × t) / A = (6707 - 2 × 100 × 12,5) / 6707 =
Wy;pl = 408,2 × 103 mm3 (tabellenboek) 0,63 > 0,5 dus 0,5 aanhouden.
fy;d = 235 N/mm2

50
2381 × 0,5 × 0,5 = 595,25 < 1146,9 6.7.6 Kolommen t.b.v. dak
Belasting
Interactieformule 11.3-23 aanhouden De belasting die op 1 kolom komt is het volgende:
Gewicht dak:
(My;s;d / My;pl;d) + (((Ns;d / Npl;d) - (a3 / 2)) / ( 1 - ( a3 / 2 )) ≤ 1 19,07 m2 × 5,1144 kN = 97,5 kN

My;s;d = 15,9 kNm Gewicht ligger:
My;pl;d = Wy;pl × fy;d = 408200 × 235 = 95,9 × 106 Nmm = 3,482 m1 × 0,517 kN = 1,8 kN +
95,9 kNm Nc;s;d = 99,3 kN

(15,9 / 95,9) + (((1146,9 / 1576) - (0,5 / 2)) / ( 1 - ( 0,5 / 2 Er wordt uitgegaan van een kolom 60x60x4 mm.
)) = 0,80 ≤ 1 voldoet A = 878,8 mm2 Nc;u;d = 878,8 × 235 = 206,5 kN
lsyst = 1710 mm i = 22,7 mm
Een rechthoekig kokerprofiel 200x100x12,5 met een
staalsterkte S355, voldoet aan de eisen met betrekking ωbuc => Λy;rel = Λy / Λe met Λy = ly;buc / iy
tot momenten, normaal- en dwarskracht.
Λy = 1710 / 22,7 = 75,33
6.7.5 Toetsing van de stabiliteit Λy;rel = 75,33 / 93,9 = 0,802
Knikstabiliteit
Nc;s;d = 1146,9 kN ωbuc = 0,8 volgens tabel 10.12 uit tabellenboek, instabili-
Npl;d = 1576,0 kN teitskromme a.

ωbuc => Λy;rel = Λy / Λe met Λy = ly;buc / iy Eis m.b.t. centrische druk: Nc;s;d / ωbuc × Nc;u;d ≤ 1

Λy;rel = Relatieve slankheid 99,3 / 0,8 × 206,5 = 0,60 ≤ 1 voldoet
Λy = Slankheid v/d staaf in de y-richting
Λe = 93,9 voor S235 Om de 3482 mm zal een kolom 60x60x4 mm worden ge-
ly;buc = kniklengte om de y-as ( lef = lsys = 3482 mm) plaatst.
iy = traagheidsstraal (68,3)

Λy = 3482 / 68,3 = 51
Λy;rel = 51 / 93,9 = 0,543

ωbuc = 0,905 volgens tabel 10.12 uit tabellenboek, insta-
biliteitskromme a.

My;equ;s;d = de rekenwaarde van het equivalente buigend
moment om de y-as ( 15,9 kNm )
My;pl;d = Wy;pl × fy;d = 408200 × 235 = 95,9 × 106 Nmm =
95,9 kNm

1,1 x ( Nc;s;d / Npl;d x ωy;buc ) + 1,1 x ( My;equ;s;d / ωkip x My;pl;d )
= 1,1 x ( 1147 / 1576 x 0,905 ) + 1,1 x ( 15,9 / 0,905 x 95,9
) = 0,94 > 1 voldoet

51
7 Brandveiligheid
7.1 Omgevingsfactoren 7.2 Gebruiksfuncties
7.1.1 Eisen m.b.t. aanrijroute Het gebouw is opgebouwd uit meerdere functies. De
Het begrip ‘aanrijroute’ houdt in het volgende in: de ver- hoofdzakelijke functie is ‘bijeenkomstfunctie‘. Verder
bindingsroute tussen het gebouw en een openbare weg. zijn er nog de functies: ‘kantoor- en overige gebruiks-
De volgende eisen zijn van toepassing: functies‘. Van het project zijn de gebruiks- en verblijfs-
oo Breedte benaderingsweg > 5,5 m.; gebieden berekend. Deze zijn in onderstaande tabel
oo Vrije doorgangsbreedte > 3,5 m.; weergegeven.
oo Vrije hoogte > 4,2 m.

VO > 55% GO
Bij voorkeur 2 benaderingswegen toepassen, dit in ver-

GO (m2)

VO (m2)
band met een snellere aanrijtijd met meerdere voertui-

Vloer
gen. Als de route vanaf de openbare weg naar het ge-
bouw langer is dan 10 meter, moet de weg verhard zijn. BG 356,2 351,7 Ja (98,7%)
1 277,9 273,4 Ja (98,4%)
7.1.2 Eisen m.b.t. opstelplaats
2 168,8 164,3 Ja (97,3%)
Om voldoende ruimte voor materieel rondom het ge-
3 165,9 165,9 Ja (100,0%)
bouw te hebben zijn er eisen gesteld aan de afmetingen
van de opstelplaats. 4 168,8 150,0 Ja (88,9%)

Deze zijn als volgt: 7.3 Indeling brandcompartimenten
oo Breedte bij een blusvoertuig ≥ breedte + 2 x 1 m.; Conform het Bouwbesluit (H.2 - §2.13 – art.2.103 t/m 2.109)
oo Breedte bij een redvoertuig ≥ breedte + 1 m.; gelden de volgende eisen:
oo Lengte > 10 m. (als er leden verwijderd zijn, zijn deze niet van toepas-
sing op de functie van het gebouw)
Als er mensen verblijven in het gebouw is het verplicht
om opstelplaatsen voor blus- en redvoertuigen te heb- Artikel 2.104 ligging
Lid 1.
ben. Een besloten ruimte ligt in een brandcompartiment. Dit geldt niet
voor een toiletruimte, een badruimte, een meterruimte en een
7.1.3 Eisen m.b.t. aansluitpunten opstelplaats voor een verbrandingstoestel niet gelegen in een
Om de brandweer over voldoende water op de juiste stookruimte als bedoeld in artikel 4.88, vierde en vijfde lid, en een
liftschacht die wat betreft de klasse van de brandvoortplanting en
plaats te laten beschikken zijn er eisen gesteld aan de de mate van rookproductie voldoet aan de eisen van een brand- en
aansluitpunten van de voertuigen. De maximale af- rookvrije vluchtroute.
stand tussen een aansluitpunt en een voertuig mag 60 Lid 2.
meter bedragen. Hierin mag worden voorzien op basis Onverminderd het eerste lid, liggen een technische ruimte met
een gebruiksoppervlakte van meer dan 50 m², een ruimte voor
van primaire, secundaire en tertiaire bluswatervoorzie- de opslag van bij ministeriële regeling aangegeven brandbare,
ningen. Denk hierbij ook aan openbaar water etc.. Om brandbevorderende of bij brand gevaar opleverende stoffen en een
in een gebouw voldoende water tot de beschikking te stookruimte als bedoeld in artikel 4.88, vierde en vijfde lid, in een
hebben moet er een droge blusleiding aanwezig zijn als brandcompartiment.
de hoogstgelegen vloer met een verblijfsruimte erop ho- Lid 3.
In afwijking van het eerste lid, ligt een ruimte waardoor een brand-
ger ligt dan 20 m. Op de tekening van de situatie, B-001,
en rookvrije vluchtroute voert, niet in een brandcompartiment.
wordt de wegenstructuur en het gebouw weergegeven.
Aan de hand van bovenstaande eisen is het volgende te
7.1.4 Deelconclusie concluderen:
De aanrijroutes en opstelplaatsen voldoen aan de ge- oo Toilet- en badruimtes hoeven niet in een brandcom-
stelde eisen. In overleg met de brandweer kunnen ex- partiment te liggen. Dit wordt wel gedaan aangezien an-
tra eisen met betrekking tot opstelplaatsen worden op- ders een extra brandcompartiment gecreëerd dient te
gelegd in verband met het niet direct grenzen van het worden;
gebouw aan de opstelplaats. Aan de straatzijde worden oo Het vluchttrappenhuis bevindt zich niet in het brand-
brandslangaansluitingen gerealiseerd conform het Ste- compartiment aangezien dat de brand- en rookvrije
denbouwkundig Plan. Er is geen droge blusleiding beno- vluchtroute is;
digd. oo Er is geen technische ruimte met een oppervlak van
meer dan 50 m2.

52
Artikel 2.105 omvang B4 > 12 - <=> > 8 - <=>
Lid 1.
Een brandcompartiment strekt zich uit over niet meer dan een per- B5 > 30 > 20
ceel.
Lid 4. De tentoonstellingsruimte zal uitgevoerd worden met
Een brandcompartiment heeft een gebruiksoppervlakte die niet gro-
ter is dan de in tabel 2.103 aangegeven grenswaarde. (1000 m2)
een bezettingsgraadklasse B2. Hierom zal er 1,3 m2 ver-
Lid 6. blijfsgebied per bezoeker aanwezig zijn. Wat resulteert
Een stookruimte als bedoeld in artikel 4.88, vierde en vijfde lid, is een in een maximaal bezoekersaantal van ± 650 personen.
brandcompartiment.
Lid 7. De filmzaal zal worden uitgevoerd met een bezettings-
Een technische ruimte met een gebruiksoppervlakte van meer dan
50 m² is een brandcompartiment. graadklasse B2. Aangezien er 195,8 m2 verblijfsgebied
Lid 8. aanwezig is, voor 130 zitplaatsen, is er meer dan 1,3 m2
Een ruimte voor de opslag van bij ministeriële regeling aangegeven verblijfgebied per persoon aanwezig. Vandaar dat bezet-
brandbare, brandbevorderende of bij brand gevaar opleverende tingsgraadklasse B2 voldoet.
stoffen is een brandcompartiment.

De overige functies en de kantoorfunctie worden uitge-
De maximaal toegestane grote van een brandcomparti- voerd als bezettingsgraadklasse B3.
ment is 1000 m2. Verder is er geen stookruimte of op-
slagruimte voor brandgevaarlijke stoffen aanwezig in
het gebouw. 7.5 Indeling Rookcompartimenten
Met betrekking tot de indeling van de rookcompartimen-
De maximale afmeting van een brandcompartiment in ten dient het volgende in rekening gebracht te worden:
acht nemend, kan de volgende indeling van brandcom- oo Ligging;
partimenten gemaakt worden: oo Lengte van de vluchtroutes;
oo tentoonstellingsruimte 913 m2 oo Rookweerstand;
oo filmzaal 224,6 m2 oo Zelfsluitende constructie-onderdelen.
oo vluchttrappenhuis 13,8 m2
Achtereenvolgens zullen de bovengenoemde aspecten
Op de bijgevoegde tekeningen, bijlage 4, zijn de brand- worden behandeld aan de hand van de van toepassing
compartimenten aangegeven. zijnde eisen uit het Bouwbesluit.

Artikel 2.135 ligging
Er zijn in het gebouw geen subbrandcompartimenten Lid 1.
aanwezig. Een brandcompartiment is ingedeeld in een of meer rookcomparti-
menten.
Lid 2.
7.4 Indeling verblijfsgebieden & Tussen een toegang van een verblijfsgebied en een toegang van een
vaststellen bezettingsgraad besloten vluchttrappenhuis van een gebouw waarin een vloer van
De in het gebouw aanwezige tentoonstellingsruimten een verblijfsgebied hoger ligt dan 50 m boven het meetniveau, ligt
een verkeersruimte met een lengte van ten minste 2 m. Indien de
vallen onder de categorie ‘bijeenkomstfunctie‘. Voor verkeersruimte een besloten ruimte is, is deze een rookcomparti-
deze functie geldt geen minimale daglichttoetreding. Wel ment.
geldt voor een verblijfsruimte een minimale breedte van
1,8 m., ook dient de oppervlakte minimaal 5 m2(overige Aangezien er geen vloer met een verblijfsgebied boven
gebruiksfunctie) of 10 m2(bijeenkomst- of kantoorfunc- de 50 meter boven peil ligt is er geen verkeersruimte
tie) te zijn. De hoogte dient minimaal 2,6 m. te bedragen met een lengte van minimaal 2 meter nodig.
over het gehele oppervlak.
Artikel 2.136 loopafstand
Bezettingsgraadklasse: klasse die de bezettingsgraad van een ge- Lid 1.
bruiksoppervlakte en de bezettingsgraad van een vloeroppervlakte Een subbrandcompartiment is een rookcompartiment.
aan verblijfsgebied aangeeft overeenkomstig tabel 1. Lid 2.
De loopafstand tussen een punt in een verblijfsgebied en een toe-
klasse bezettingsgraad
gang van het rookcompartiment waarin het verblijfsgebied ligt, is
in m² gebruiksoppervlakte in m² vloeroppervlakte aan niet groter dan de in tabel 2.134 aangegeven grenswaarde. Bij het
per persoon verblijfsgebied per persoon bepalen van de loopafstand wordt een constructie-onderdeel, niet
B1 > 0,8 - <=> > 0,5 - <=> zijnde een bouwconstructie, dat in het verblijfsgebied ligt, buiten be-
schouwing gelaten en wordt de loopafstand die in het verblijfsgebied
B2 > 2 - <=> > 1,3 - <=>
ligt, met 1,5 vermenigvuldigd. (30 m.)
B3 > 5 - <=> > 3,3 - <=> Lid 3.
De loopafstand tussen een punt in een verblijfsruimte en een toe-

53
gang van het rookcompartiment waarin de verblijfsruimte ligt, is niet Artikel 2.138 is gelijk aan artikel 2.107 voor brandcom-
groter dan de in tabel 2.134 aangegeven grenswaarde. (30 m.) partimenten. Er zal worden voldaan aan beide eisen met
Lid 4.
Het hoogteverschil tussen de vloer van een verblijfsgebied en een betrekking tot zelfsluitende constructie-onderdelen.
vloer ter plaatse van een toegang waarop het verblijfsgebied is aan-
gewezen, van het rookcompartiment waarin het verblijfsgebied ligt, 7.6 Vluchtwegen
is niet groter dan 4 m. De volgende artikelen zijn van toepassing op de vlucht-
wegen.
De loopafstand tussen de toegang van het rookcom-
partiment en het uiterste punt in een verblijfsgebied is Artikel 2.146 verblijfsgebied en verblijfsruimte
meer dan de aangegeven 30 meter. Dit aangezien het Lid 8.
brandcompartiment ‘tentoonstellingsruimte‘ niet is De getalwaarde van de breedte van de totale vrije doorgang in mm
van de toegangen van een verblijfsgebied of van een verblijfsruimte,
opgedeeld in verschillende rookcompartimenten. Dit is ten minste de getalwaarde van de op die toegangen aangewezen
is door de architect bepaald vanwege de esthetische vloeroppervlakte van dat verblijfsgebied of die verblijfsruimte in m²,
uitstraling van het gebouw. Er dienen geen ‘hokken‘ te vermenigvuldigd met de in tabel 2.145.1 aangegeven waarde, met
worden gecreëerd met als gevolg dat de openheid en de een minimum van 0,85 m voor elke toegang. (B2 = 5,5; B3 = 2,2)
Lid 9.
lichttoetreding in het gebouw belemmerd wordt.
De deur van een toegang van een verblijfsgebied of een verblijfs-
ruimte draait bij het openen niet tegen de vluchtrichting in, indien de
Vanaf alle verdiepingen is wel binnen 30 meter een rook- op die toegang aangewezen vloeroppervlakte van dat verblijfsgebied
vrije vluchtroute, het vluchttrappenhuis, te bereiken. De of van die verblijfsruimte groter is dan de in tabel 2.145.1 aangege-
eis van maal 1,5 ten behoeve van vrije indeelbaarheid is ven waarde. Een nooddeur kan geen schuifdeur zijn. (B2 = 50 m2; B3
= 125 m2)
niet van toepassing. Dit aangezien ervan uit wordt ge- Lid 10.
gaan dat er geen wanden worden geplaatst op de ver- De loopafstand tussen een punt in een verblijfsruimte en ten minste
diepingen. een toegang van die ruimte is niet groter dan de in tabel 2.145.1 aan-
gegeven waarde. (B2 = 20 m.; B3 = 20 m.)
Vanwege de openheid van het gebouw kan ook niet vol- Lid 11.
De loopafstand tussen een punt in een ruimte die bestemd is voor
daan worden aan de eis uit artikel 2.136 lid 2. Het hoog- de opslag van of waar gewerkt wordt met bij ministeriële regeling
teverschil binnen het rookcompartiment is namelijk 18,5 aangegeven brandbare, brandbevorderende, bij brand gevaar ople-
meter in plaats van de toegestane 4 meter boven meet- verende stoffen of voor de gezondheid schadelijke stoffen, en ten
vieau. minste een toegang van die ruimte, is ten hoogste 20 m.
Lid 12.
Een toegang als bedoeld in het tiende lid:
Tijdens de ontwerpfase is dit probleem al geconsta- 1. is een toegang van het rookcompartiment waarin die ruimte
teerd. ligt,
Om de openheid en de rookcompartimentering te com- 2. is een toegang waarbij een route begint die niet door een ver-
bineren is ervoor gekozen om voor gelijkwaardigheid te blijfsruimte, een toiletruimte, een badruimte of een technische ruim-
te naar een toegang van het rookcompartiment voert, of
gaan. Dit is aan te tonen aan de hand van berekeningen. 3. is een toegang van een andere verblijfsruimte, indien die ver-
Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de volgende blijfsruimte ten minste twee toegangen heeft als bedoeld in onder-
systemen: een sprinklerinstallatie of een rook- warmte- deel a of onderdeel b van dit lid.
afvoersysteem (RWA). Lid 14.
Indien volgens het eerste tot en met vierde lid, het tiende of het
Er is gekozen voor een RWA-systeem. Om gelijkwaardig- twaalfde lid twee toegangen zijn vereist, is de afstand tussen een
heid aan te tonen dient een rookvultijdenberekening te punt van de ene toegang en een punt van de andere toegang ten
worden gemaakt door een gespecialiseerd adviesbu- minste 5 m.
reau. Als indicatie is aangegeven dat ongeveer 8 m2 aan Lid 16.
De loopafstand tussen de toegang van een verblijfsruimte die in een
toe- en afvoer aanwezig dient te zijn. Dit geldt voor het
rookcompartiment ligt en de toegang van dat rookcompartiment is
grote rookcompartiment ‘tentoonstellingsruimte‘. ten hoogste 15 m, indien dat rookcompartiment niet meer dan een
toegang heeft.
Artikel 2.137 weerstand rookdoorgang
De volgens NEN 6075 bepaalde weerstand tegen rookdoorgang van
een rookcompartiment naar een besloten ruimte in het brandcom- De breedte van de vrije doorgang voor de tentoonstel-
partiment is niet lager dan 30 minuten. lingsruimte (B2) dient te zijn: 168,8 x 5,5 = 930 mm.
Maatgevend is hier de toegang tot het vluchttrappen-
Artikel 2.138 zelfsluitende constructie-onderdelen huis, welk 930 mm vrije doorgang nodig heeft per toe-
In een inwendige scheidingsconstructie van een rookcompartiment
gang (= per verdieping). Deze deur mag niet tegen de
waarvoor een weerstand tegen rookdoorgang geldt, bevindt zich
geen beweegbaar constructie-onderdeel anders dan een zelfsluitend richting in draaien.
constructie-onderdeel.
De breedte van de vrije doorgang voor de filmzaal (B2)

54
dient te zijn: 224,6 x 5,5 = 1236 mm. Dit is al een dubbele den door middel van het RWA-systeem.
deur met een vrije doorgang van 1810 mm. In het ‘Pro- Conform lid 5 en 6 mogen deze niet samenvallen aan-
gramma van Eisen‘ wordt geeist dat er minimaal twee gezien het in principe geen rook- en brandvrije vlucht-
vluchtroutes zijn. Vandaar dat er twee dubbele deuren route betreft. Eventueel mag dit wel zo gerekend wor-
aanwezig zijn. Dit wordt tevens geeist in het Bouwbe- den in combinatie met een RWA-systeem. Mocht dit het
sluit. Conform artikel 2.146 lid 14 moeten deze openin- geval zijn, dan mag enkel de eerste 30 meter (conform
gen minimaal 5 meter uit elkaar liggen. Deze deuren mo- lid 7) samenvallen. Vanaf het vluchttrappenhuis dienen
gen niet tegen de richting in draaien. de routes te scheiden. Dit is ook het geval aangezien de
routes naar beide uitgangen lopen.
De maximale afstand van de vluchtroute in het rookcom-
partiment is in beide gevallen 20 meter. Hieraan kan niet Artikel 2.158 vluchttrappenhuis
Een vluchttrappenhuis waarbinnen een hoogteverschil van meer dan
voldaan worden. Aan de hand van een rookvultijdenbe-
8 m kan worden overbrugd, voldoet aan de voorschriften die van toe-
rekening moet worden aangetoond dat er voldoende passing zijn op een ruimte waardoor een brand- en rookvrije vlucht-
tijd is om te vluchten. route voert.
Betreffende artikel 2.146 lid 16: elk rookcompartiment
in het gebouw heeft meerdere toegangen. Het vluchttrappenhuis dient te voldoen aan de voor-
schriften voor een brand- en rookvrije vluchtroute. Het
Artikel 2.156 uit rookcompartiment vluchttrappenhuis is intern gesitueerd, maar aangezien
Lid 1.
Ter plaatse van een toegang van een rookcompartiment beginnen
het gekoppeld is aan het RWA-systeem mag deze wel als
ten minste twee rookvrije vluchtroutes die behalve bij de toegang vluchttrappenhuis worden beschouwd.
nergens samenvallen.
Lid 2. De vluchtwegen dienen te worden voorzien van vlucht-
In afwijking van het eerste lid, kan worden volstaan met één vlucht-
routeaanduidingen conform de NEN 6088 (1995) en de
route, indien het rookcompartiment meer dan een toegang heeft en
ten minste twee van de ter plaatse van die toegangen beginnende NEN 6088/A1 (1997). Naast vluchtrouteaanduiding dient
vluchtroutes nergens samenvallen. er vluchtwegverlichting aanwezig te zijn. Dit wordt be-
Lid 3. handeld in §7.7 Vluchtwegverlichting.
Delen van de twee vluchtroutes als bedoeld in het eerste en tweede
lid, kunnen voorzover deze in een veiligheidstrappenhuis liggen, sa-
menvallen. 7.7 Vluchtwegverlichting
Lid 4. De verlichting van de vluchtweg is gebonden aan strenge
Het eerste lid geldt niet voor een rookcompartiment met een totale eisen. Hieronder worden de in het Bouwbesluit opgeno-
gebruiksoppervlakte van niet meer dan 250 m² waarin geen verblijfs-
ruimte ligt voor het verblijven van mensen.
men eisen behandeld.
Lid 5.
In afwijking van het eerste lid, kunnen de eerste gedeelten van de Artikel 2.57 verlichtingssterkte
twee vluchtroutes samenvallen, als de totale gebruiksoppervlakte Lid 1.
aan rookcompartiment die is aangewezen op deze gedeelten, niet Een verblijfsruimte heeft een verlichtingsinstallatie die de vloer van
groter is dan de grenswaarde die is aangegeven in tabel 2.153. (B2 = de verblijfsruimte kan verlichten met een verlichtingssterkte van ten
75 m2; B3 = 187,5 m2) minste de grenswaarde die is aangegeven in tabel 2.56. (10 lux)
Lid 6. Lid 2.
In afwijking van het eerste lid, kunnen de eerste gedeelten van de Een besloten ruimte waardoor een rookvrije vluchtroute voert, heeft
twee vluchtroutes samenvallen, indien deze gedeelten een brand- en een verlichtingsinstallatie die een verlichtingssterkte van ten minste
rookvrije vluchtroute zijn en de totale gebruiksoppervlakte aan rook- 10 lux kan geven op een vloer, een trap en een hellingbaan waar-
compartiment die is aangewezen op deze gedeelten, niet groter is over die rookvrije vluchtroute voert, over een breedte als bedoeld
dan de grenswaarde die is aangegeven in tabel 2.153. (B2 = 300 m2; in artikel 2.167 en over een breedte die is bestemd voor opvang en
B3 = 750 m2) doorstroming als bedoeld in artikel 2.173. (b > 0,85 m.)
Lid 7. Lid 3.
Onverminderd het zesde lid, kunnen de eerste gedeelten van de Een liftkooi heeft een verlichtingsinstallatie die de vloer van de liftkooi
twee vluchtroutes uitsluitend samenvallen over een lengte die niet kan verlichten met een verlichtingssterkte van ten minste 10 lux.
groter is dan de grenswaarde die is aangegeven in tabel 2.153. Bij het
bepalen van de lengte worden gedeelten die in een veiligheidstrap- De noodverlichting dient over heel de vloer van het ge-
penhuis liggen buiten beschouwing gelaten. (30 meter)
bouw minimaal 10 lux verlichtingssterkte te hebben.
Lid 11.
Een vluchtroute kan een gemeenschappelijke vluchtroute zijn.
Artikel 2.58 stroomvoorziening
Een verlichtingsinstallatie als bedoeld in artikel 2.57, is aangesloten
Per verdieping zijn altijd twee vluchtmogelijkheden be- op een voorziening voor elektriciteit als bedoeld in artikel 2.47, eer-
schikbaar. Namelijk de normale trap en het vluchttrap- ste en tweede lid.
penhuis. De normale trap kan tijdens brand gebruikt
worden aangezien de rook en warmte afgevoerd wor- Artikel 2.59 noodverlichting

55
Lid 1. grens gelegen gebouw. Deze spiegeling heeft plaats ten opzichte van
Een verlichtingsinstallatie van een verblijfsruimte met een vloerop- het hart van de openbare weg, het openbaar water of het openbaar
pervlakte die groter is dan de grenswaarde die in tabel 2.56 is aan- groen indien het perceel grenst aan die weg, dat water of dat groen.
gegeven, is aangesloten op een voorziening voor noodstroom als be- Lid 7.
doeld in artikel 2.47, tweede lid. (B2 = 150 m2; B3 = 375 m2) Het derde geldt niet voor een brandcompartiment bestemd voor de
Lid 3. opslag van bij ministeriële regeling aangegeven brandbare, brandbe-
Een verlichtingsinstallatie van een besloten ruimte waardoor een vorderende of bij brand gevaar opleverende stoffen.
rookvrije vluchtroute voert, als bedoeld in artikel 2.57, tweede lid,
is aangesloten op een voorziening voor noodstroom als bedoeld in
artikel 2.47, tweede lid. Alle scheidende wanden tussen brandcompartimenten
Lid 4. onderling en het vluchttrappenhuis dienen minimaal
Een verlichtingsinstallatie van een liftkooi is aangesloten op een voor- 60 minuten weerstand te bieden tegen branddoor- en
ziening voor noodstroom als bedoeld in artikel 2.47, tweede lid. overslag. Er mag geen 30 minuten worden aangehouden
aangezien er een vloer met een verblijfsgebied meer dan
De noodverlichting is aangesloten op een voorziening 5 meter boven het peil ligt, namelijk 18,5 meter.
voor noodstroom conform artikel 2.47 lid 2. Er is geen vermindering van de 60 minuten eis van toe-
passing, vandaar dat bij alle scheidingen een weerstand
Artikel 2.60 voorzieningen voor noodstroom
Een verlichtingsinstallatie die is aangesloten op een voorziening voor
van 60 minuten aanwezig dient te zijn.
noodstroom, als bedoeld in artikel 2.59, geeft gedurende de periode
Artikel 2.107 zelfsluitende deur
als bedoeld in artikel 2.49, derde lid, een verlichtingssterkte van ten
In een inwendige scheidingsconstructie van een brandcompartiment
minste 1 lux. De verlichtingssterkte wordt gemeten op het in artikel
waarvoor een eis voor de weerstand tegen branddoorslag en brand-
2.57 bedoelde oppervlak.
overslag geldt, bevindt zich geen ander beweegbaar constructie-on-
derdeel dan een zelfsluitende deur.
De verlichtingsinstallatie geeft binnen 15 seconden licht
en doet dit gedurende minimaal 60 minuten.
Bij alle openingen in een brandscheidende wand dient
De exacte verlichtingsarmaturen en stroomvoorzienin-
een zelfsluitende deur met een gelijkwaardige brand-
gen dienen te worden meegenomen door de E-installa-
weerstand aanwezig te zijn.
teur. Deze dient de installatie conform NEN-EN 1838 te
ontwerpen en te implementeren.
7.9 Draagconstructie
Het bezwijken van de constructie is een maatgevende
7.8 WBDBO factor binnen de brandveiligheid van een gebouw. Aan-
Om de uitbreiding van brand tegen te gaan dienen de
gezien, als het gebouw instort, de brand- en rookwe-
scheidingen tussen brandcompartimenten voldoende
rendheid niet meer van toepassing is. Vandaar dat deze
brandwerend te zijn. Dit wordt uitgedrukt in de WBDBO-
eisen ook hoger zijn.
waarde (wet branddoorslag en brandoverslag).
Artikel 2.9 tijdsduur bezwijken
Artikel 2.106 wbdbo Lid 1.
Lid 1. Een uiterste grenstoestand van een bouwconstructie waarvan het
De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en bezwijken leidt tot het onbruikbaar worden van een rookvrije vlucht-
brandoverslag van een brandcompartiment naar een ander brand- route, wordt gedurende 30 minuten niet overschreden bij de volgens
compartiment, een besloten ruimte waardoor een van rook en van NEN 6702 bepaalde bijzondere belastingscombinaties die kunnen
brand gevrijwaarde vluchtroute voert, en een niet besloten veilig- optreden bij brand.
heidstrappenhuis is niet lager dan 60 minuten. Lid 4.
Lid 3. Onverminderd het eerste lid, wordt een uiterste grenstoestand van
In afwijking van het eerste lid, kan worden volstaan met 30 minuten, de hoofddraagconstructie van een gebruiksfunctie waarvan een vloer
indien: van een verblijfsgebied hoger ligt dan 5 m boven het meetniveau,
1. het brandcompartiment en de besloten ruimte op hetzelfde per- gedurende 90 minuten niet overschreden bij de volgens NEN 6702
ceel liggen, en bepaalde bijzondere belastingscombinaties die kunnen optreden bij
2. in een gebouw geen vloer van een verblijfsgebied hoger boven brand.
het meetniveau ligt dan de in tabel 2.103 aangegeven grenswaarde. Lid 5.
(5 meter) Onverminderd het eerste lid, wordt een uiterste grenstoestand van
Dit geldt niet voor de weerstand tegen branddoorslag en brandover- een in tabel 2.9.2 aangegeven hoofddraagconstructie gedurende de
slag naar een veiligheidstrappenhuis. in die tabel aangegeven tijdsduur niet overschreden bij de volgens
Lid 5. NEN 6702 bepaalde bijzondere belastingscombinaties die kunnen
Bij het bepalen van de weerstand tegen branddoorslag en brandover- optreden bij brand.
slag van een brandcompartiment van de gebruiksfunctie naar een
brandcompartiment, een besloten ruimte waardoor een van brand hoofddraagconstructie tijdsduur van de
en van rook gevrijwaarde vluchtroute voert, en een niet besloten vei- brandwerendheid met
ligheidstrappenhuis van een gebouw op een aangrenzend perceel, betrekking tot bezwij-
wordt voor het gebouw op het aangrenzende perceel uitgegaan van ken in minuten
een identiek doch spiegelsymmetrisch ten opzichte van de perceels-

56
Het tweede tot en met vierde lid gelden niet voor:
indien geen vloer van een verblijfsgebied 60
1. een deur,
van de gebruiksfunctie hoger ligt dan 5 m
2. een raam,
boven het meetniveau
3. een kozijn en
Indien een vloer van een verblijfsgebied 90 4. een aan een deur, een raam of een kozijn gelijk te stellen con-
van de gebruiksfunctie hoger ligt dan 5 m structie-onderdeel.
en niet hoger dan 13 m boven het meet-
niveau Artikel 2.94 beloopbaar vlak
Indien een vloer van een verblijfsgebied 120 Lid 1.
van die gebruiksfunctie hoger ligt dan 13 De artikelen 2.92 en artikel 2.93 gelden niet voor de bovenzijde van:
m boven het meetniveau
Lid 6. 1. een vloer,
In afwijking van het vierde en vijfde lid, wordt de tijdsduur van de 2. een hellingbaan,
brandwerendheid met 30 minuten verlaagd, indien de volgens NEN 3. een trap en
6090 bepaalde permanente vuurbelasting van het bouwwerk waar- 4. een dak.
van de hoofddraagconstructie deel uitmaakt niet groter is dan 500
MJ/m². Lid 2.
Een vloer, een hellingbaan of een trap heeft aan de bovenzijde een
volgens NEN 1775 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting, die vol-
De hoogstgelegen vloer met een verblijfsgebied is 18,5
doet aan de klasse die is aangegeven in tabel 2.91.
meter boven meetniveau. Vandaar dat de tijd tot bezwij-
ken van de constructie 120 minuten dient te zijn. Artikel 2.95 vrijgesteld
Aangezien er beton wordt toegepast dient er rekening te Lid 1.
worden gehouden met de dekking van de wapening. Op ten hoogste 5 % van de totale oppervlakte van de constructie-on-
derdelen van elke afzonderlijke ruimte, waarvoor volgens de artike-
De vermindering van 30 minuten als er een lage vuurbe- len 2.92 tot en met 2.94 een eis geldt, is de eis niet van toepassing.
lasting is, is niet van toepassing aangezien de tentoon-
stellingsruimte allerlei producten kan bevatten. Vandaar

opper-
dat vooraf geen aanname omtrent de vuurbelasting kan

Binnenoppervlak

Buitenoppervlak
worden gedaan.

Beloopbaar
7.10 Gedrag van materialen
De materialen die worden toegepast moeten aan de vol-

vlak
gende eisen voldoen:

Artikel 2.92 binnenoppervlak Brand- en rookvrije
Klasse 2 Klasse 2 T1
Een constructie-onderdeel heeft aan een zijde die niet grenst aan vluchtroute
de buitenlucht, een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brand-
Rookvrije vluchtroute Klasse 4 Klasse 4 T3
voortplanting, die voldoet aan de klasse die voor die zijde is aange-
geven in tabel 2.91. Overig Klasse 4 Klasse 4 T3

Artikel 2.93 buitenoppervlak
Conform artikel 2.93 lid 2 dient een materiaal boven de
Lid 1.
Een constructie-onderdeel niet zijnde een deur, een raam, een kozijn 13 meter boven meetniveau een bijdrage aan brand-
of een daarmee gelijk te stellen constructie-onderdeel, heeft aan een voortplating te geven conform klasse 2.
zijde die grenst aan de buitenlucht, een volgens NEN 6065 bepaalde
bijdrage tot brandvoortplanting, die voldoet aan de klasse die voor Conform artikel 2.93 lid 3 dienen alle materialen binnen
die zijde is aangegeven in tabel 2.91. Een deur, een raam, een kozijn
of een daarmee gelijk te stellen constructie-onderdeel voldoet aan
2,5 meter vanaf de perceelgrens te voldoen aan klasse
klasse 4. 1. Hieronder valt de parkeergarage welk tot aan de per-
Lid 2. ceelgrens loopt.
Een gedeelte van een constructie-onderdeel dat hoger ligt dan 13 m
boven het meetniveau, heeft aan een zijde die grenst aan de buiten- Artikel 2.83 schacht, koker of kanaal
lucht, een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplan- Materiaal toegepast aan de binnenzijde van een schacht, een koker
ting, die voldoet aan klasse 2. of een kanaal met een inwendige doorsnede groter dan 0,015 m² en
Lid 3. grenzend aan meer dan een brandcompartiment, is, bepaald volgens
Een constructie-onderdeel van een bouwwerk waarvan een vloer van NEN 6064, onbrandbaar over een dikte van ten minste 0,01 m, geme-
een verblijfsgebied hoger ligt dan 5 m boven het meetniveau, heeft ten loodrecht op de binnenzijde. Dit geldt niet indien de schacht, de
aan een zijde die grenst aan de buitenlucht, vanaf het aansluitende koker of het kanaal ligt in en uitsluitend is bestemd voor een of meer
terrein tot een hoogte van ten minste 2,5 m daarboven, een volgens boven elkaar gelegen toiletruimten of badruimten.
NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting, die voldoet aan
klasse 1.
Lid 5.

57
Artikel 2.84 rookafvoer ruimte waardoor een rookvrije vluchtroute voert, een volgens NEN
Lid 1. 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting heeft die voldoet aan
Een voorziening voor de afvoer van rook is, bepaald volgens NEN klasse 2, maar niet aan klasse 1, heeft dat constructie-onderdeel aan
6062, brandveilig. die zijde, in afwijking van het eerste lid, een rookproductie met een
Lid 2. volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 2,2 m-1.
Materiaal waaruit een voorziening voor de afvoer van rook is samen- Lid 3.
gesteld, is, bepaald volgens NEN 6064, onbrandbaar. Dit geldt uitslui- Indien een constructie-onderdeel aan een zijde die grenst aan de bin-
tend indien in dat materiaal een temperatuur, bepaald volgens NEN nenlucht in een besloten ruimte waardoor een rookvrije vluchtroute
6062, kan optreden van meer dan 363 K. voert, een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplan-
Lid 3. ting heeft die voldoet aan klasse 1, heeft dat constructie-onderdeel
De horizontale afstand tussen de uitmonding van een voorziening aan die zijde, in afwijking van het eerste lid, een rookproductie met
voor de afvoer van rook van een op vaste brandstof gestookt toestel een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 5,4
en een brandgevaarlijk dak van een ander bouwwerk is ten minste m-1.
15 m. Lid 4.
Indien een constructie-onderdeel aan een zijde die grenst aan de
Artikel 2.85 dak binnenlucht in een besloten ruimte waardoor een brand- en rook-
Lid 1. vrije vluchtroute voert, een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot
Een dak van een bouwwerk waarin de gebruiksfunctie ligt is, bepaald brandvoortplanting heeft die voldoet aan klasse 2, maar niet aan
volgens NEN 6063, niet brandgevaarlijk. klasse 1, heeft dat constructie-onderdeel aan die zijde, in afwijking
Lid 2. van het eerste lid, een rookproductie met een volgens NEN 6066 be-
Het eerste lid geldt niet, indien het bouwwerk waarin een gebruiks- paalde rookdichtheid van ten hoogste 2,2 m-1.
functie ligt: Lid 5.
1. geen vloer van een verblijfsgebied heeft, die hoger ligt dan 5 m Indien een constructie-onderdeel aan een zijde die grenst aan de
boven het meetniveau, en binnenlucht in een besloten ruimte waardoor een brand- en rook-
2. geen brandgevaarlijk dak heeft op een horizontale afstand van vrije vluchtroute voert, een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot
de perceelsgrens van minder dan 15 m; indien het perceel waarop brandvoortplanting heeft die voldoet aan klasse 1, heeft dat con-
het bouwwerk ligt, grenst aan een openbare weg, openbaar water of structie-onderdeel aan die zijde, in afwijking van het eerste lid, een
openbaar groen, wordt de afstand aangehouden tot het hart van die rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid
van ten hoogste 5,4 m-1.
weg, dat water of dat groen.
Artikel 2.127 beloopbaar vlak
De rookafvoer in artikel 2.84 betreft de afvoer van de Artikel 2.126, tweede tot en met elfde, dertiende en veertiende lid,
CV-installatie. Lid 3 is niet van toepassing aangezien het geldt niet voor de bovenzijde van:
geen stooktoestel op vaste brandstof is. 1. een vloer,
2. een hellingbaan en
3. een trap.
Het dak dient brandveilig te worden
uitgevoerd. Aangezien het dak niet on-
der de hoofddraagconstructie valt dient 7.12 Brandveiligheidsinstallaties
deze geen 120 minuten brandwerend- Onder brandveiligheidsinstallaties vallen de volgende
heid te zijn. aspecten:
oo (nood)stroomvoorziening en -verlichting;
Leidingschachten en -doorvoeren dienen oo rookmeldingsinstallatie;
brandwerend te worden uitgevoerd. Als oo rook- en warmteafvoersysteem.
leidingschacht wordt GIBO gebruikt. Bij
de leidingdoorvoeren dienen manchet- De eisen voor de (nood)stroomvoorziening en -verlich-
ten etc. aangebracht te zijn. ting zijn al behandeld in §7.7 Vluchtwegverlichting.

7.11 Beperking van het Een rookmeldingsinstallatie is niet verplicht gesteld voor
deze functie middels het Bouwbesluit. Wel wordt deze
ontstaan van rook vanwege de verhoogde veiligheid toegepast in het ge-
De toe te passen materialen dienen te bouw. De plaatsing van de elementen zal zijn volgens de
voldoen aan de volgende eisen: plattegronden, eventueel in overleg met de electrotech-
nische adviseur.
Artikel 2.126 algemeen
Lid 1.
Een constructie-onderdeel heeft aan een zijde Het rook- en warmteafvoersysteem (RWA) werkt als
die grenst aan de binnenlucht, een volgens NEN volgt: als er brand wordt geconstateerd worden auto-
6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 10 matisch onder en bovenin het gebouw ramen geopend.
m-1.
Lid 2.
Bovenin het gebouw kan de rook weg, onderin kan er
Indien een constructie-onderdeel aan een zijde verse lucht worden aangevoerd. Door verse, en koele,
die grenst aan de binnenlucht in een besloten lucht toe te voeren wordt de temperatuur in het gebouw

58
verminderd. Ook worden gloeiende asdeeltjes etc. afge- Lid 2.
voerd naar buiten. Hierdoor kunnen omliggende onder- Een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte die groter is dan
de grenswaarde vermeld in tabel 2.190, heeft ten minste een al dan
delen minder snel vlam vatten. niet gemeenschappelijke brandslanghaspel. (500 m2)
Het RWA-systeem dient volgens de NEN 6093 te worden Lid 3.
ontworpen. Als aanname kon worden genomen dat er Een gebruiksfunctie heeft ten minste een al dan niet gemeenschap-
8 m2 aan toe- en afvoer aanwezig moest zijn (totaal 16 pelijke brandslanghaspel.
m2).
De hoogst gelegen vloer met een verblijfsgebied ligt 18,5
Aangezien de daglichttoetreding in het gebouw van re- meter boven meetniveau. Daarom is de aanwezigheid
latief groot belang is, is ervoor gekozen om als RWA-sys- van een droge blusleiding niet verplicht.
teem glaslouvres toe te passen. Dit zijn inzetelementen Per 500 m2 is een brandslanghaspel verplicht.
voor in een vliesgevel, welk voorzien zijn van kantelbare
Artikel 2.192 aantal
glasvlakken. Deze worden hydraulisch aangestuurd. Er is Lid 2.
een doorsnede van de toegepaste glaslouvre te zien. Het aantal droge blusleidingen is zodanig dat de loopafstand tussen
een brandslangaansluiting van een droge blusleiding en een toegang
van een op die aansluiting aangewezen rookcompartiment niet gro-
7.13 Voorkoming en beperking van ter is dan 35 m.
ongevallen bij brand Lid 3.
Artikel 2.184 aanwezigheid Het aantal brandslanghaspels is zodanig dat de loopafstand tussen
Lid 1. een brandslanghaspel en elk punt van de vloer van een gebruiksfunc-
Een gebruiksfunctie waarin een vloer van een verblijfsgebied voor tie niet groter is dan de lengte van de brandslang, vermeerderd met 5
het verblijven van mensen hoger ligt dan 20 m boven het meetni- m. Dit geldt niet voor de vloer van een niet in een verblijfsgebied ge-
veau, heeft een al dan niet gemeenschappelijke brandweerlift. legen ruimte, die vanaf de toegang van de gebruiksfunctie niet door
besloten ruimten kan worden bereikt.
Lid 4.
Geen vloer met een verblijfsgebied ligt boven de 20 me-
Bij het bepalen van de loopafstand als bedoeld in het derde lid, wordt
ter boven meetniveau. De hoogst gelegen vloer met een een constructie-onderdeel niet zijnde een bouwconstructie, gelegen
verblijfsgebied is 18,5 meter boven meetniveau. in een verblijfsgebied, buiten beschouwing gelaten.
Lid 5.
Artikel 2.185 loopafstand Bij het bepalen van de loopafstand als bedoeld in het derde lid, wordt
Lid 5. de loopafstand gelegen in een verblijfsgebied met 1,5 vermenigvul-
De loopafstand tussen een toegang van een rookcompartiment en digd.
ten minste een toegang van een vluchttrappenhuis is niet groter dan
30 m. Aangezien de bereikbaarheid van alle plaatsen met be-
Lid 6.
De loopafstand tussen een toegang van een rookcompartiment en
trekking tot een brandslanghaspel gewaarborgd dient te
van ten minste een toegang van een brandweerlift is niet groter dan worden wordt ervoor gekozen op elke verdieping een
75 m. brandslanghaspel met een lengte van 20 meter toe te
passen.
Lid 5 voldoet, aangezien dit maximaal 20,5 meter be-
draagt. Lid 6 is niet van toepassing aangezien geen Artikel 2.193 veiligheid
Lid 1.
brandweerlift is toegepast.
Een droge blusleiding als bedoeld in artikel 2.191, eerste lid, voldoet
aan NEN 1594.
Artikel 2.186 inrichting
Lid 2.
Lid 1.
Een brandslanghaspel als bedoeld in artikel 2.191, tweede en derde
Een niet-besloten ruimte waardoor een rookvrije vluchtroute voert,
lid:
heeft een voorziening voor de afvoer van rook met een component
1. is aangesloten op een voorziening voor drinkwater als bedoeld
voor toevoer van verse lucht en een component voor afvoer van
in artikel 3.120, en
rook, met een zodanige capaciteit dat die ruimte tijdens brand gedu-
2. ligt niet in een vluchttrappenhuis.
rende langere tijd kan worden gebruikt voor het uitvoeren van red-
Lid 3.
dingswerkzaamheden en bluswerkzaamheden.
Een brandslanghaspel als bedoeld in artikel 2.191, tweede en derde
lid, heeft een slang met:
Aan artikel 2.186 lid 1 wordt voldaan aangezien het 1. een lengte van niet meer dan 30 m en
RWA-systeem is toegepast. 2. een statische druk van niet minder dan 100 kPa en een capaciteit
van 1,3 m³/h, bij gelijktijdig gebruik van twee brandslanghaspels aan-
gesloten op dezelfde voorziening voor drinkwater.
7.14 Bestrijding van brand
Artikel 2.191 aanwezigheid Naast de toepassing van brandslanghaspels worden ook
Lid 1.
Een gebruiksfunctie met een verblijfsgebied waarvan de vloer hoger brandblussers toegepast. Deze worden conform de NEN
ligt dan 20 m boven het meetniveau, heeft ten minste een al dan niet 4001 geplaatst.
gemeenschappelijke droge blusleiding.

59
8 Installaties
8.1 Eisen voor installaties luchtstroom anders als tocht wordt waargenomen.
8.1.1 Ventilatie
Artikel 3.69 capaciteit
De eisen met betrekking tot de ventilatie van het ge- Lid 2.
bouw zijn als volgt: Een voorziening voor luchtverversing van een meterruimte voor een
voorziening voor gas heeft een volgens NEN 1087 bepaalde capaci-
Artikel 3.47 aanwezigheid teit van ten minste 2 dm³/s per m³ netto-inhoud van de meterruimte,
Lid 1. met een minimum van 2 dm³/s.
Een verblijfsgebied en een verblijfsruimte hebben een voorziening Lid 3.
voor luchtverversing, bestaande uit een component voor toevoer Een voorziening voor luchtverversing van een liftschacht heeft een
van verse lucht en een component voor afvoer van binnenlucht. volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 3,2 dm³/s per
Lid 2. m² vloeroppervlakte van die liftschacht.
Een toiletruimte en een badruimte hebben een voorziening voor
luchtverversing, bestaande uit een component voor toevoer van ver-
se lucht en een component voor afvoer van binnenlucht. Zoals hierboven vermeldt moeten de liftschacht en de
meterkast voldoende geventileerd worden. Deze lucht
Artikel 3.48 capaciteit(verblijfsgebied/ruimte) mag niet worden gerecirculeerd.
Lid 1.
Een voorziening voor luchtverversing voor een verblijfsgebied heeft
een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste de grens- 8.1.2 Temperatuur
waarde, als aangegeven in tabel 3.46.1: De temperatuur in het gebouw dient aangenaam te zijn.
bijeenkomstfunctie B2: 1,9 dm³/s per m² (min. 7 dm³/s) Met betrekking tot de tentoonstellingsruimten valt te
kantoorfunctie B2: 1,3 dm³/s per m² (min. 13 dm³/s) concluderen dat de mensen lichtelijk in beweging zijn.
Lid 2.
Toch wordt een temperatuur geëist van minimaal 20
Een voorziening voor luchtverversing voor een verblijfsruimte heeft graden aangezien mensen langere tijd stil staan.
een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste de grens- In de kantoorruimte wordt dezelfde temperatuur geëist
waarde, als aangegeven in tabel 3.46.1: in verband met het langdurig stil zitten van personen.
bijeenkomstfunctie B2: 1,5 dm³/s per m² (min. 7 dm³/s)
Wel dient in de kantoorruimte de temperatuur regel-
kantoorfunctie B2: 1,0 dm³/s per m² (min. 10 dm³/s)
baar te zijn.
Lid 3.
Een voorziening voor luchtverversing voor een verblijfsgebied of een
verblijfsruimte, met een opstelplaats voor een kooktoestel of met
een opstelplaats voor een warmwatertoestel heeft een volgens NEN
1087 bepaalde capaciteit van ten minste 21 dm³/s. Bij de toepassing
van dit voorschrift blijven buiten beschouwing:
1. een opstelplaats voor een kooktoestel met een nominale belas-
ting van meer dan 15 kW en
2. een opstelplaats voor een warmwatertoestel met een nominale
belasting van meer dan 15 kW of voor een warmwatertoestel dat
geen open verbrandingstoestel is.
Lid 4.
Een voorziening voor luchtverversing voor een toiletruimte heeft een
volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 7 dm³/s. Een
voorziening voor luchtverversing voor een badruimte heeft een vol-
gens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 14 dm³/s. Dit geldt
ook voor een met een toiletruimte samengevoegde badruimte.
Lid 6.
Een voorziening voor luchtverversing voor meer dan een verblijfsge-
bied of verblijfsruimte heeft een capaciteit die niet kleiner is dan de
totale waarde die volgens het eerste, tweede en derde lid geldt voor
alle verblijfsgebieden en verblijfsruimten, die op de voorziening zijn
aangewezen.

Artikel 3.49 thermisch comfort
De toevoer van verse lucht veroorzaakt in de leefzone van een ver-
blijfsgebied voor het verblijven van mensen een volgens NEN 1087
bepaalde luchtsnelheid die niet groter is dan 0,2 m/s.

De capaciteit van de luchtverversing is gesteld op de
vermelde waardes. Dit betreffen minimale waarden.
De maximale luchtsnelheid zoals vermeld bij thermisch
comfort dient te worden gehandhaafd aangezien de Afbeelding 1: temperatuurgradient

60
8.1.3 Comfort Als een relatie met de temperatuurgradiënt wordt ge-
De grafieken getoond in afbeelding 1, geven de tem- trokken dat valt te concluderen dat vloerverwarming
peratuurgradiënt aan. De temperatuurgradiënt kan ge- (situatie 6) een betere temperatuurgradiënt oplevert in
bruikt worden om de behagelijkheid van personen uit te tegenstelling tot verwarmde lucht (situatie 4). Vandaar
drukken. Linksbovenin staat de ideale verwarming afge- dat een combinatie tussen vloerverwarming voor de
beeld. Zoals te zien benaderd vloerverwarming de ideale verwarming van het gebouw en een constant volume-
verwarming het meest. Vooral met betrekking tot hoge systeem voor het ventileren een goede combinatie zou
plafonds is dit een mogelijkheid aangezien de warmte zijn.
van onderaf komt. Daardoor zal relatief weinig warmte
verloren gaan. 8.2.1 Vloerverwarming
“De vloerverwarming werkt vaak met een lagere water-
8.2 Installatieconcept temperatuur dan een radiatorverwarmingssysteem. De
De volgende klimaatinstallatie is gekozen: betonkernac- installatie wordt uitgebreider en vergt daardoor een ex-
tivering gekoppeld aan een warmtepomp. Mechanische tra investering. Een vloerverwarmingsinstallatie (als ba-
ventilatie zorgt voor voldoende ventilatie. Verderop zal sisverwarming) is te combineren met radiatorenverwar-
worden toegelicht hoe tot deze keuze is gekomen. ming of met een gebalanceerd ventilatiesysteem met
warmteterugwinning of met luchtverwarming.
In de onderstaande afbeeldingen wordt aangegeven
welk systeem welke voor- en nadelen heeft. Hieruit volgt De maximaal toelaatbare oppervlaktetemperatuur van
dat een constant volumesysteem in principe voldoet, de vloer bedraagt (conform NEN-EN 1264) 29°C, behalve
enkel niet op het gebied van koeling. in badkamers en randzones. Dit betekent dat de maxi-
male aanvoerwatertemperatuur circa 45°C mag zijn. Di-
rect doorstroomde systemen worden rechtstreeks met
het door de warmtebron verwarmde water gevoed. Deze
verdienen uit energetisch oogpunt de voorkeur boven in-
directe systemen.

Als voordelen van vloerverwarming zijn te noemen:
oo de lage watertemperatuur maakt het systeem ge-
schikt om te combineren met:
1. HR ketel
2. warmtepompinstallatie
3. zonnecollectorensysteem
oo er ontstaat ruimtewinst door het ontbreken van ver-
warmingslichamen, zoals radiatoren;
oo geen obstakels.

Als nadelen/randvoorwaarden zijn te noemen:
oo het systeem reageert traag;
Afbeelding 2: installatieconcept oo het systeem vereist een goede vloer- en randisolatie
(tenminste Rc 2,0 m²K/W);
oo in ruimten waar vloerverwarming wordt aangebracht
is een dikkere cementdekvloer vereist. “
(http://www.senternovem.nl/ltv/techniek/lage_
temperatuur_afgiftesystemen.asp)

Zoals hierboven is aangegeven is bij vloerverwarming
een zwevende dekvloer aan te bevelen. Dit vanwege het
warmteverlies naar de rest van de constructie. Aange-
zien dit niet realiseerbaar is binnen het project vanwege
de extra vloerdikte kan dit niet worden uitgevoerd.

Afbeelding 3: installatieconcept

61
Deelconclusie
Vloerverwarming is niet goed te implementeren met de
betonconstructie. Daarom wordt betonkernactivering
gekozen.

Aangezien betonkernactivering verwarming is die heel
de betonconstructie opwarmt, werkt dit beter. Het sys-
teem werkt relatief traag aangezien het lang duurt voor-
dat de constructie van temperatuur is veranderd. Aange- Afbeelding 4: plaats betonkernactivering
zien het gebouw veel massa heeft en dus ook langzaam
opwarmt door de zon zal dit geen probleem vormen. Het
verwarmen van lucht d.m.v. lichttoetreding kan worden
geminimaliseerd door voldoende te ventileren. Dit kan
zowel mechanisch als natuurlijk. Uit de brandtoetsing
(hoofdstuk 7) volgde dat er glaslouvres worden toege-
past met betrekking tot het beperken van rookaccu-
mulatie. Deze glaslouvres kunnen gebruikt worden als
reguliere ramen waardoor natuurlijke ventilatie en spui-
ventilatie mogelijk is.

Afbeelding 5: legpatroon betonkernactivering
8.2.2 Betonkernactivering
(http://duurzaambouwen.senternovem.nl/
“Betonkernactivering is een verwarmings- cq. koelings-
systeem dat gebruik maakt van de gebouwmassa, begrippen/267-betonkernactivering.html)
meestal toegepast in de utiliteitsbouw. In de kern van de
betonnen vloer dan wel het plafond (betonkern) zorgen Zoals hier boven is aangegeven heeft het systeem veel
watervoerende leidingen voor een constante tempera- voordelen. De nadelen van een traag reagerend systeem
tuur van de omringende massa. Een voorwaarde is dat kan echter gezien de functie een probleem vormen. Als
er goede uitwisseling van warmte plaatsvindt tussen de er veel personen gelijktijdig het gebouw betreden stuwt
gebruiksruimte en de verwarmde vloer (dan wel het ver- dit de koellast omhoog. Daar zal het systeem niet snel
warmde plafond). Een watertemperatuurregeling kan genoeg op reageren. Echter is aangegeven dat een la-
ervoor zorgen dat het systeem reageert op binnen- en gere ventilatievoud kan worden aangehouden. Mocht
buitentemperatuur. Betonkernactivering reageert per de temperatuur onverhoopt te snel stijgen kan er meer
definitie traag; daarom wordt het systeem soms gecom- geventileerd worden waardoor warme lucht verwijderd
bineerd met een aanvullende installatie om sneller te wordt uit het gebouw.
kunnen reageren op wisselende temperaturen.
Aan de hand van bovenstaande afbeeldingen, 4 respec-
Betonkernactivering heeft een aantal belangrijke voor- tievelijk 5, zal worden uitgelegd waarom het systeem
delen: werkt zoals eerder is beschreven.
oo de totale massa van de vloeren wordt gebruikt, waar-
door pieken in de warmte- en koudebehoefte worden ge- Er zijn verschillende varianten te gebruiken alleen ze
dempt; dit geeft een stabiel binnenklimaat werken allen met leidingen in de vloer. De positie van
oo verwarming en koeling in één: hetzij via de vloer, het- de leidingen verschilt per variant, zo zijn er varianten
zij via het plafond met leidingen bovenin, onderin en in het midden van de
oo geen radiatoren vloer. Eveneens worden combinaties gerealiseerd.
oo veel lager ventilatievoud dan conventioneel, omdat
het luchtdebiet niet bepaald wordt door de warmte-/ Uit het constructieve onderdeel van dit rapport, hoofd-
koudebehoefte stuk 6, is gebleken dat er Bubbledeck vloeren zullen wor-
oo daardoor minder luchtbewegingen, een schoner bin- den toegepast. Bubbledeck biedt te mogelijkheid om
nenmilieu en een energiebesparing die kan oplopen tot vanaf de fabriek leidingen in de onderste schil van de
wel 50% elementen op te nemen. Aangezien de vloeren vrij dik
oo door lage temperatuurverwarming (LTV) is het een zijn zal niet voldoende worden volstaan met een enkele
energiezuinig systeem en kan gebruik gemaakt worden laag leidingen. Vandaar dat ervoor gekozen is om bo-
van duurzame energie door middel van warmtepom- venin de betonvloer nogmaals een dubbele rij leidingen
pen” te leggen. De dubbele geeft een gelijkmatigere verdeling

62
van de warmte en levert bovendien een hoger koelend
en verwarmend vermogen. De extra investeringkosten Warmtepompprincipe
worden binnen een redelijke periode terugverdient. grondwater

8.2.3 Warmtepomp vrije koeling
140C
20%

“Een warmtepomp onttrekt warmte aan een bron, bij- compressor
aanvoer
verwarming

voorbeeld grondwater, verhoogt de temperatuur en
350C
warmte-
wisselaar verdamper condensor
staat die hogere temperatuur weer af aan een ruimte. warmte-
bron
100C
warmte 100%
80% levering

6C0

Een warmtepomp komt pas goed tot zijn recht in com- 300C
retour
binatie met lage temperatuurverwarming (LTV), bijvoor- expansieventiel
verwarming
180C
beeld vloer- of wandverwarming, omdat LTV functioneert
bij relatief lage temperaturen (ca. 35 ºC). Daardoor hoeft
de warmtepomp de warmte uit de bron (vaak 12 ºC) niet
haalbron retourbron
onnodig te verhogen.”
(http://duurzaambouwen.senternovem.nl/ 0
12 C
0
winter 8 C

begrippen/119-warmtepomp.html)
0
watervoerende zomer 16 C
laag
Afbeelding 6: werking warmtepomp grondwater

“Een belangrijk kengetal waarop een warmtepomp kan Er wordt water van ongeveer 12 graden gebruikt wat uit
worden beoordeeld, is de Coëfficiënt Of Performance, de grond komt. Dit gaat via een verdamper en een com-
ook wel COP genoemd. pressor. Als water onder druk wordt gezet, dit kost 25%
van de energie, dan gaan de moleculen harder trillen,
Dit getal geeft de verhouding aan tussen de hoeveelheid
(hulp)energie die de warmtepomp nodig heeft voor het
verdampings- en condensatieproces en de hoeveelheid
warmte die de warmtepomp afgeeft.

Een COP van 1 betekent dat de warmtepomp net zo veel
energie gebruikt als dat hij aan warmte weer afgeeft.
Dat zou natuurlijk geen voordeel opleveren. De meeste
warmtepompen van dit moment hebben een COP tussen
3 en 5.”
(http://duurzaambouwen.senternovem.nl/begrip-
pen/234-coefficient_of_performance_(cop).html)

Betonkernactivering en/of vloerverwarming zijn te kop-
Afbeelding 7: werking mechanische ventilatie
pelen aan een HR-ketel. Echter wordt er efficiënter met
energie omgegaan als het systeem gekoppeld wordt aan waardoor de warmte toeneemt. Daarna gaat het water
een warmtepomp. Eerst zal worden toegelicht hoe een via een warmtewisselaar zodat de warmte wordt afgege-
warmtepomp aan zijn warmte komt. De werking is weer- ven aan het gesloten leidingsysteem in het gebouw. Het
gegeven in afbeelding 6. water met de restwarmte gaat terug via een expansie-
ventiel, het koelt af omdat de druk eraf wordt gehaald,
naar de verdamper. Nu is de cirkel rond.

8.2.4 Mechanische ventilatie
Mechanische ventilatie houdt in dat er door middel van
ventilatoren lucht wordt toe- en afgevoerd in het ge-
bouw.

“Mechanische ventilatie houdt in dat buitenlucht op een
geforceerde (ventilator) in plaats van natuurlijke wijze
aan de woning wordt toegevoerd.

63
Energiezuinigheid De boringen die verricht dienen te worden, kunnen op
Op het gebied van energiezuinigheid is het principe van eigen terrein verricht worden. De koppeling tussen de
mechanische toevoer vrij gunstig. Er wordt weliswaar ex- installaties (intern) en de boringen (extern) geschiedt
tra energie verbruikt door de ventilator, maar dit wordt door middel van een leiding welk via dezelfde leidingko-
ruim gecompenseerd door het terug winnen van warmte ker onder de loopbrug doorgaat als de normale leidin-
uit de afgevoerde lucht.” gen doen.
(http://www.senternovem.nl/epn/concepten/45_
wijze_van_ventileren/20_mechanisch/index.asp) Betreffende de investeringskosten is het volgende te
vermelden: voor relatief grootschalige utilitaire projec-
Zoals hierboven is vermeld is er geen verschil qua ener- ten is de gemiddelde terugverdientijd van een warmte-
gieverbruik. Wel zijn de investeringskosten hoger waar- pomp ongeveer 10 jaar.
door het systeem eventueel niet zou kunnen worden
toegepast. Echter vanwege de hogere mate van comfort 8.4.3 Mechanische ventilatie
en betere regelbaarheid is het wel aan te raden. De consequenties bij mechanische ventilatie zijn:
De toe- en afvoerpunten van de installatie zullen con- oo Extra installatieruimte benodigd in verband met ven-
form verschillende normen en richtlijnen worden gepo- tilatoren en warmtewisselaar;
sitioneert. Gezien het gebrek aan ervaring omtrent deze oo Luchtkanalen dienen in de vloer te worden aange-
bezigheden zal dit werk uitbesteed worden aan de in- bracht, aangezien er geen verlaagd plafond aanwezig is;
stallateur. Wel zullen aannames van de posities op teke- oo Extra investeringskosten gepaard met bovenstaande
ning verwerkt worden. argumenten.

8.4 Consequenties Zoals eerder vermeld is er voldoende ruimte beschikbaar
Nu alle elementen van de klimaatinstallatie zijn toege- in de technische ruimte.
licht kunnen de consequenties van de keuzes worden Er dient wel ruimte te zijn voor de luchtkanalen, zowel in
bekeken. de vloer als in de vorm van leidingschachten. De ruimte
is er, alleen de leidingschacht dient te worden bereikt
door middel van een koof onder de vloer, vanaf de tech-
8.4.1 Betonkernactivering
nische ruimte naar de leidingschacht.
De consequenties bij betonkernactivering zijn:
De extra investeringkosten zijn niet per definitie verbon-
oo Extra investeringskosten;
den aan een terugverdientijd. Dit aangezien mechani-
oo Leidingen in vloer aanbrengen;
sche ventilatie enkel geld kost in de vorm van stroom
oo Extra installatie vanwege rondpompen water.
voor de ventilatoren. Wel kan door middel van warmte-
De leidingen in de vloer aanbrengen kost meer arbeid en
terugwinning energie bespaard worden in de vorm van
meer materiaal (de leidingen zelf), vandaar dat dit ook
warmte die normaliter weggeventileerd zou worden. De
de kosten laat stijgen. De genoemde extra investerings-
extra investering kan worden beargumenteerd met het
kosten betreffen de duurdere vloeren. De hogere kosten
volgende voordeel: een beter binnenklimaat.
worden na verloop van tijd terugverdient. De terugver-
De toe- en afvoeren van lucht zullen in de gevel geplaatst
dientijd van de betonkernactivering is ongeveer 20 jaar.
worden.
Hierbij is de installatie met betrekking tot het rondpom-
pen van het water meegenomen.
Deze installatie dient ook geplaatst te worden, hetgeen 8.5 Liftinstallatie
een mogelijk probleem vormt. Echter hiervoor is de De liftinstallatie is in dit gebouw geplaatst aangezien een
technische ruimte groot genoeg. groot deel van de functies in het gebouw dienen te vol-
doen aan de toegankelijkheidssector. De lift kan tevens
8.4.2 Warmtepomp gebruikt worden voor eventueel goederenvervoer in het
De consequenties bij een warmtepomp zijn: gebouw. Er is gekozen voor de volgende lift met bijbeho-
oo Extra installatieruimte benodigd in verband met rende specificaties:
rondpompen van het water;
oo Extra installatieruimte voor de compressor; Olympus 455
oo Boringen in de grond om water te bereiken; Toepassing KONE MonoSpace®
oo Extra investeringskosten gepaard met bovenstaande Hefhoogte 16 verdiepingen (55 m)
argumenten. Capaciteit 630 en 1.000 kg
Zoals eerder vermeldt is de technische ruimte voldoende Snelheid 1 en 1,6 m/s
groot om de installaties te herbergen.

64
Aangezien er slechts 1 lift in het gebouw aanwezig is, is 8.11 Conclusie
de snelheid ervan belangrijk aangezien dit de doorstro- De volgende installaties worden toegepast:
ming bevorderd. Met een capaciteit van 1.000 kg kun- oo Warmtepomp gekoppeld aan betonkernactivering;
nen er 13 personen per keer vervoerd worden in de lift. oo Mechanische ventilatie;
oo Gas-, water- en lichtinstallatie.
8.6 Gasinstallatie
Aangezien de gasbehoefte voor dit gebouw niet groot zal Over het algemeen kan geconcludeerd worden dat de
zijn is er geen aparte gaskast benodigd. De voorziening installatie relatief weinig impact maakt op het gebouw.
kan worden ondergebracht in de meterkast. De gasbe- Dit komt omdat een warmtepomp extern is uitgevoerd
hoefte is niet hoog omdat er weinig vraag is naar warm met een installatie in de technische ruimte en de beton-
water (> 60 graden), er is wel veel vraag naar warm wa- kernactivering is opgenomen in het beton. Daarom is er
ter (35 graden) voor de betonkernactivering. Echter aan- geen verlaagd plafond nodig.
gezien deze warmte voor een deel geleverd wordt door
een warmtepomp is hier relatief weinig gas voor nodig. De investeringskosten zijn wel hoger dan bij een traditi-
De gasinstallatie dient ontworpen en uitgevoerd te wor- onele installatie, maar aangezien het grootste deel een
den conform de NPR 3378. relatief korte terugverdientijd heeft zal het bedrag uit-
eindelijk terugverdient worden. Dit gebeurt waarschijn-
lijk tussen de 15 en 20 jaar na oplevering.
8.7 Waterinstallatie De geveldoorvoeren van de luchttoe- en afvoer moeten,
De waterinstallatie dient ontworpen en uitgevoerd te na dimensionering van de installateur, op een architec-
worden conform de NEN 1006. Het betreft de koud- en tonisch verantwoorde manier worden weggewerkt in de
warm watertoevoeren en het gesloten systeem van de gevel. Dit zal gebeuren door de architect. Ook dient re-
betonkernactivering. kening te worden gehouden met de verdunningsfactor.

8.8 Gevelonderhoudinstallatie
Aangezien het beperkte glasoppervlak aan de gevel en
het beperkte onderhoud benodigd aan de betonelemen-
ten is ervoor gekozen geen gevelonderhoudinstallatie
toe te passen. Alle ramen in de gevel kunnen worden
gereinigd van binnenuit, aangezien de glaslouvres zo
te kantelen zijn dat dit mogelijk is. Het dak is beloop-
baar voor onderhoud, tevens is er valbeveiliging aange-
bracht.

8.9 Elektrische installatie
De elektrische installatie dient ontworpen en uitgevoerd
te worden conform de NEN 1010. Het betreft de alge-
mene verlichting, zoals beschreven in 8.10. Ook betreft
het de elektrische toevoer aan de overige installaties.

8.10 Lichtinstallatie
De lichtinstallatie dient ontworpen en uitgevoerd te wor-
den conform de NEN 1010. Er wordt vanuit gegaan dat
de gehele lichtinstallatie uitgevoerd zal worden in LED-
verlichting. Dit aangezien de dit het energieverbruik ten
behoeve van de verlichting en de koeling verminderd.
De exacte armaturen en hun positie dient te worden
vastgesteld aan de hand van een lichttechnisch onder-
zoek. Dit aangezien dit zeer nauw luistert bij een ten-
toonstellingsruimte.

65
9 Materiaalkeuze
Materialen bepalen de uitstraling van het gebouw en oo Schuco ADS 70.HI; U-waarde;deur = 1,89 W/m2k.
zijn daarom zeer belangrijk. Ook qua bouwtechnische en Glas:
bouwfysische eigenschappen dienen zij te kunnen vol- oo HR++ glas, U-waarde;glas = 1,0 W/m2k.
doen. Glaslouvres:
oo HR++ glas, U-waarde;glas = 1,0 W/m2k.
De materiaalkeuze met betrekking tot de draagcon-
structie is al behandeld in hoofdstuk 6 en zal verder niet Wanden(interieur)
worden toegelicht. Het materiaal voor de constructie is oo I.h.w.g. beton 300 mm; schoonwerkbeton klasse B1
beton voor de vloeren en enkele wanden. Verder wordt (volgens CUR-aanbeveling 100); centerpennen max. 1
staal toegepast in het dak. per 0,8 m2; afwerking: mortelvulling verdiept.
oo Kalkzandsteen lijmelementen (dikte conf. plt. gr.); af-
9.1 Opbouw werking conf. afwerkstaat.
Alle materialen die worden toegepast worden omschre-
ven in de details en op de bouwtekeningen. Dit wordt 9.1.2 Vloeren
hieronder nogmaals beschreven. Hierna zullen enkele Begane grondvloer
toegepaste materialen ter toelichting worden uitge- oo Afwerkvloer(80 mm) klasse D;
werkt. oo Waterdichte dampopen folie, Polytex 3 o.g.;
oo EPS 60-SE (dikte = 100 mm | Rc = 3,8 W/m2k);
9.1.1 Gevels oo Beton (d=500 mm)(bestaand);
Glasvezelversterkte betonelementen oo Verdicht grondpakket.
oo Stucwerk;
oo Beton 350 mm; Verdiepingsvloeren
oo Rockwool Spouwplaat 433 DUO o.g. (dikte = 140 mm oo Bubbledeck vloer (d = 500 mm; massa = 870 kg/m2)
| Rc = 4,0 W/m2k); bevestiging d.m.v. parker ø 75 mm, v.v. kunststof (HDPE) bollen (diameter = 360 mm), waar
hoeveelheid conf NPR 6791; nodig v.s. aanbrengen conf. constructeur; bovenzijde
oo Aluminium omegaprofiel 150x150x3 mm(blank ge- vloer gevlinderd; schoonwerkbeton klasse B1 (volgens
anodiseerd) h.o.h. 906 mm; bevestiging d.m.v. Hilti HUS- CUR-aanbeveling 100).
H; oo Conform afwerkstaat een plenum creëren t.b.v. ge-
oo Waterdichte dampopen folie, Miofol 125 G o.g.; luidsisolatie.
oo Luchtspouw 40 mm;
oo Glasvezelversterkte betonelementen, hxbxd = 9.1.3 Dak
1500x870x20 mm; plaatverdeling vlgs. gevelaanzichten; oo Principe dak: conf. Octatube B.V.; koker 200x100x12,5
blind bevestigd d.m.v. aluminium profielen volgens het mm (gebogen; straal 10,9 m.) hiertussen staalkabels conf.
beddenhaakprincipe. Horizontaal 40 mm vrij houden, constructeur/tekening opgespannen d.m.v. hydraulische
verticaal 20 mm vrijhouden; trekcilinder HFL 502 gekoppeld aan een HEP104 elektro-
oo Tussen betonelementen: het Universal Profile Deca- hydraulische pomp; koppelingen conform tekening en
LED van Lagotronics o.g. t.b.v. LED-verlichting gevel; be- constructeur; middenin de cirkel een rond raamwerk
vestigd d.m.v. (schiet)nagels. van ronde buizen ø 60,3x5 mm.
oo Op staalkabels connectors bevestigd t.b.v. bevesti-
Glasvezelversterkte betonelementen met ging glas;
voorzetwand t.p.v. begane grond oo Opbouw glas (AGC Stopray Elite o.g.): 4 mm glas,
oo Stucwerk 10 mm; StoDecolit, v.v. extra wapeningslaag PVB-folie, 4 mm glas, 16 mm Argon, 6 mm glas > U-
i.v.m. niet drukvaste onderlaag; waarde;glas = 1,1 W/m2k. 20 mm speling rondom, na-
oo Minerale wol 100 mm; bevestiging d.m.v. parker ø dien afkitten (kit conf. Octatube)
75 mm, hoeveelheid conf NPR 6791;
oo Idem aan bovenstaande. Verticale toegankelijkheid
oo Trappen t.p.v. vluchttrappenhuis uitgevoerd in pre-
Openingen fab beton, conf. Bouwbesluit; voorzien van antislippro-
Verdiepingshoge puien: filering;
oo Vliesgevelprofiel Schuco FW60+ o.g., stijlen en regels oo Trappen t.p.v. tentoonstellingsruimte uitgevoerd in
profiel 175; v.v. glaslouvres of vast glas conf. gevelaan- gezette staalplaat (ther. verz.), conf. Bouwbesluit; voor-
zichten; U-waarde;vliesgevel = 1,27 W/m2k. zien van antislipprofilering;
Deuren: oo Leuningen en balustrades vervaardigd in staal, conf.

66
Bouwbesluit, gepoedercoat conf. afwerkstaat. Afbeelding 1: principe productie glasvezelversterkt beton
oo Liften, Kone Olympus 455; binnenafwerking: ‘Spring
Silver Sound’ o.g., uitvoering i.o.m. leverancier.

9.2 Toelichting
9.2.1 Gevelbekleding
De gevelbekleding die toegepast wordt zijn glasvezelver-
sterkte betonelementen. Doordat glasvezels niet roesten zand glasvezels
net als normale wapening is er minder dekking nodig. En
omdat de afmetingen van de panelen enigszins beperkt
zijn kan er worden voldaan met een slank paneel. Hier-
onder een korte toelichting:

“Glasvezelversterkt beton is een goed alternatief voor
bijvoorbeeld natuursteen. Het gevelpaneel is circa 13 tot cement gesponnen glasvezel
- 20 mm dik. Betonnen gevels zijn leverbaar in diverse
textuurschakeringen, variërend van ruw tot superglad.
De keuze voor eigenzinnige kleurstellingen bepaalt in
hoge mate het visuele effect van een betonnen gevelbe-
kleding.“
http://www.sorba.nl
water glasvezel strengen
De productie van het materiaal is hiernaast kort weer-
gegeven in afbeelding 1. De benodigde materialen wor-
den bij elkaar gevoegd tot een eindproduct. Links is de
productie van het beton. Rechts is de productie van het
glasvezelnet.

De bevestiging van de panelen gebeurt blind. Dit houdt glasvezelnet
in dat er geen bevestigingen zichtbaar zijn. De illustratie
rechtsonderin geeft hier een beeld van. Achterop de pa-
nelen word een rail bevestigd. Aan de buitenwanden van
het gebouw worden omegaprofielen bevestigd waarop
horizontaal een rail wordt bevestigd. De twee rails kun-
nen in elkaar worden geschoven. Bij de bovenste rail van
het element wordt een hoekje op het omegaprofiel be-
vestigd waardoor de elementen niet uit de rails getild
kunnen worden.
glasvezelversterkt beton

Aangezien het een open, geventileerde, gevel is moet er
minimaal 10 mm speling tussen de panelen zitten. Deze
10 mm is voldoende om het hoekje op het omegaprofiel
los te maken, waardoor het paneel vervangen kan wor-
den. principe bevestiging, blind

Er is gekozen om verticaal 10 mm speling aan te hou-
den. Horizontaal is er ook 10 mm speling aangehouden
vanaf een verlichtingsarmatuur welk dient als verticale
belijning, als besproken in het ontwerp. Het verlichtings-
armatuur is een universeel profiel DecaLED van Lagotro-
nics. Hierin kan LED verlichting worden opgenomen.

In afbeelding 2 is een horizontale snede van de gevel-
elementen weergegeven. Hier is het omegaprofiel met Afbeelding2: horizontale snede gevelelementen

67
universeel profiel voor de verlichting te zien. Verder is
een bovenaanzicht van de rails te zien.

9.2.2 Noodtrappenhuis
Het noodtrappenhuis, of het vluchttrappenhuis, is gepo-
sitioneerd aan de linkerzijde van het gebouw. Het trap-
penhuis is uitgevoerd met prefab bordessen en trappen.
De trappen zijn ongelijk aangezien de hoogte van het
bordes bepalend was voor de vrije doorgang naar het
trappenhuis. Aangezien deze middels het Bouwbesluit is
vastgesteld op 2,3 meter zijn de trappen ongelijk.

De op- en aantreden van de trap is in het gehele gebouw
gelijk, met uitzondering van de trap op de begane grond.
Daar is de optrede 200 mm en de aantrede 230 mm. In
de rest van het gebouw is de optrede 180 mm en de aan-
trede 230 mm. Afbeelding 3: trap vluchttrappenhuis

De trappen dienen te voldoen aan het Bouwbesluit tabel
2.28b kolom B. Het betreft namelijk trappen waarop een
bepaald oppervlak op ontsloten wordt waardoor de ei-
sen hoger zijn. De eisen zijn als volgt:
oo Minimum breedte: 1,1 m.
oo Minimum aantrede: 210 mm
oo Maximum optrede: 210 mm
oo Maximum hoogte van de trap: 4 m.

De bordessen worden opgelegd in een staalprofiel wat
aan de wand is bevestigd. De staalprofielen worden af-
gewerkt met 12 mm promat. Tussen de profielen komt Afbeelding 4: promat systeemglas
promat systeemglas. Dit is 60 minuten brandwerend uit
te voeren zodat het trappenhuis voldoet aan de eisen
met betrekking tot een vluchttrappenhuis.

9.2.3 Trappen
De hoofdtrappen in het gebouw zijn gerealiseerd in de
vides. Aangezien de wanden rond lopen zijn traditionele
trappen relatief duur. Vandaar dat een alternatief ont-
worpen is. Het betreft een gezette staalplaat van 8 mm.
welk wordt voorzien van een verstijvingsvin en een kop-
plaat. De plaat wordt onder een hoek gezet, waardoor Afbeelding 5: trap: hoofdtrap
de naden tussen de treden miniem blijft.

Omdat de treden los van elkaar zijn te monteren is er
enige speling mogelijk. Nadat de treden geplaatst zijn
kan de balustrade worden ingemeten.

In afbeelding 5 is een overzicht van 1 trap te zien. In af-
beelding 6 is een close-up van de traptreden te zien. De
gezette staalplaat is duidelijk zichtbaar.

Afbeelding 6: traptreden

68
9.2.4 Akoestiek
Omdat de silo in principe
geheel open is en het geluid
nergens naartoe kan is er
veel last van nagalm. Dit zal
worden berekend in hoofd-
stuk 10, Bouwfysica.

Er is voor gekozen om ge- Afbeelding 7: Den-2 Aksound prestatietabel
luidsabsorberende panelen toe te passen. Het gekozen
paneel is een geperforeerde MDF-plaat van de leveran-
cier DEN-2. Het product is in esthetisch opzicht goed toe
te passen en de absorptie is enorm. Als de vergelijking
wordt getroffen met standaard baffles dan is de geluids-
absorptie meer dan 30% hoger.

In afbeelding 7 is een tabel waarin de absorptiewaarden
worden weergegeven. In afbeelding 8 wordt de uitstra-
ling van het paneel weergegeven.

Er zijn verschillende varianten mogelijk, varierend in per-
foratie, verlaging en hart-op-hart afstand. Er is gekozen
voor een verlaging van 200 mm met losse eilanden hart-
op-hart 600 mm. De variant heeft de hoogste geluidsab-
sorptiewaarden mogelijk met dit product.

9.2.5 Glaslouvres
De glaslouvres welk beschreven zijn in hoofdstuk 7, brand Afbeelding 8: Den-2 Aksound
wordt hier nader toegelicht. Het betreft een glaslouvre
van het merk Bovema S-air. De glaslouvres zijn gekop-
peld aan een hydraulisch gestuurd systeem welk opent
als er brand is. Ze worden gevat in een standaard vlies-
gevelprofiel.

De glaslouvres zijn geïsoleerd en uitgevoerd met glas
met een U-waarde van 1,0. In afbeelding 9 is een aan-
zicht en een doorsnede te zien van het product.

De glaslouvres hebben een standaard afmeting. Aange-
zien het gebouw rond loopt en de glaslouvres helemaal
doorlopen moest de maatvoering hierop afgestemd
worden. De afmetingen van betonnen gevelelementen,
zoals beschreven in 9.2.1, is hieraan gerelateerd. De uni-
versele profielen voor de verlichting lopen gelijk met de
stijlen van de vliesgevels, waardoor de belijning door-
loopt.
Afbeelding 9: Glaslouvre aanzicht en doorsnede

69
10 Bouwfysica
10.1 Algemeen Artikel 5.3 deur, raam, kozijn
Lid 1.
Op bouwfysisch gebied is het gebouw voornamelijk in- In afwijking van artikel 5.2, hebben ramen, deuren, kozijnen en daar-
teressant met betrekking tot geluid. Ook zal een EPU- mee gelijk te stellen constructie-onderdelen, gelegen in een schei-
berekening gemaakt worden. dingsconstructie als bedoeld in dat artikel, een volgens NEN 1068 be-
paalde warmtedoorgangscoëfficiënt van ten hoogste 4,2 W/m² ° K.
10.2 Geluid
Geluid zal waarschijnlijk een probleem vormen in dit Uit het Bouwbesluit volgt dat het gebouw dient te vol-
gebouw. Dit omdat het een grote open ruimte is en er doen aan een EPU-eis van 2,0 conform de regelgeving
materialen zijn toegepast met een gesloten oppervlak- van 2009. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tus-
structuur. Daarom is de absorptie laag en de weerkaat- sen verschillende functies, omdat de andere functie
sing hoog. (kantoor) minder dan 5% van het totale oppervlak be-
treft.
Er zal een berekening worden uitgevoerd om, als bena-
dering, de geluidsabsorptie te bepalen. Volgens de wet 10.4.2 Klimatiseringssysteem
van Sabine is er een verband tussen het volume van het De gekozen installaties, zie hoofdstuk 8, zullen worden
gebouw en de geluidsabsorptie. Aan de hand van deze ingevoerd. De ventilatie zal mechanisch gebeuren, zowel
formule zal de nagalmtijd in het gebouw berekent wor- de toe- als afvoer. Het transportmedium voor de verwar-
den. ming en de koeling is water.

In overleg is besloten dat een accurate berekening en- 10.4.3 Bepaling gebruiksoppervlak
keluit te voeren is door een geluidstechnisch adviseur. De gebruiksoppervlakken zijn reeds bepaald in hoofd-
Als benadering zal wel een berekening worden gemaakt stuk 7, brand. Hierom zullen zij niet nogmaals berekent
welk een redelijke weergave geeft. De situatie wordt worden.
geschematiseerd in een kale silo(1 ruimte), waarbij de
vloeren als oppervlak worden meegerekend. Ook wordt 10.4.4 Energiesectoren
het akoestisch plafond zoals omschreven in hoofdstuk Er is maar 1 energiesector aangezien de functies samen-
9 in de berekening verwerkt. Deze berekening is bijge- gevoegd mogen worden conform de hiervoor geldende
voegd als bijlage 6. eisen. Dit komt omdat de verschillende functies een
‘open verbinding‘ hebben.
10.3 Rc berekeningen
Bij de materiaalkeuze zijn de materialen bekend gewor- 10.4.5 Bepaling verliesoppervlak
den. Als de gevelopbouw wordt ingevoerd in een rc-be- Het verliesoppervlak is vastgesteld als het binnenopper-
rekening dan volgen de Rc’s hieruit. Deze berekeningen vlak. Het totale oppervlak is de omtrek van een cirkel
zijn toegevoegd als bijlage 7. Hierbij is onderscheid ge- met een radius van 10,9 m., met een hoogte van 22,5
maakt tussen verschillende gevelopbouwen, namelijk: meter.
1. Betonwand (gevelelementen) met voorzetwand; Deze oppervlakte is gekoppeld aan de windrichting.
2. Betonwand (gevelelementen); Maar omdat het gebouw een ronde gevel heeft zijn er
3. Vliesgevel; dus geen gevels met een bepaalde windrichting. Van-
4. Glazen dak; daar dat de gevel is opgedeeld in 8 delen gerelateerd
5. Begane grondvloer. aan de overeenkomende windrichting.
Het totale oppervlak per windrichting is: 8,56 x 22,09 =
De hieruit volgende waarden zullen worden ingevoerd in 189,1 m2. Dit is opgebouwd in een betonwand met en
de EPU berekening. zonder voorzetwand. De betonwand met voorzetwand
bestrijkt 41,17 m2. De rest van de oppervlakte bestaat
uit een betonwand zonder voorzetwand.
10.4 EPU berekening
In de gevel zitten kozijnen, deze worden per windrich-
10.4.1 Eis bouwbesluit ting opgenomen in de berekening en zullen worden
Uit hoofdstuk 5 van het Bouwbesluit volgen de volgende
afgetrokken van het vlak welk zij perforeren. De kozij-
eisen met betrekking warmteweerstand.
nen hebben elk dezelfde afmeting, namelijk 0,9 x 1,73 =
Artikel 5.2 algemeen
1,56 m2.
Lid 1.
Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een De oppervlaktes gekoppeld aan de Rc-waardes zullen
toiletruimte of een badruimte, heeft een volgens NEN 1068 bepaalde worden ingevoerd bij transmissie.
warmteweerstand van ten minste 2,5 m² ° K/W.

70
10.4.6 Infiltratie 10.4.13 Elektrische installatie
Bij qv;10;kar zal 0,1 worden ingevuld. Dit houdt het vol- Er is gekozen voor een centraal aan/uit, aangezien alle
gende in: ‘qv;10;kar Is de luchtdoorlatendheid bij een tentoongestelde stukken voldoende verlicht dienen te
drukverschil van 10 Pa, overeenkomstig NEN 2686, zoals zijn tijdens de openingsuren. Er is gekozen voor LED-
bedoeld in NEN 2916’. Er wordt vanuit gegaan dat de verlichting, gezien de lange levensduur en het lage ener-
details, met voldoende tochtband relatief weinig lucht- gieverbruik.
doorlatend zijn.
De gebouwhoogte is > 20 meter. 10.4.5 Uitkomsten
Als alle, in dit verslag bepaalde elementen, worden ver-
10.4.7 Thermische capaciteit werkt in het programma dan volgt de EPU hieruit. Zoals
De massa van de vloerconstructie is > 400 kg/m2. Hij be- aangegeven dient de bijeenkomstfunctie een minimale
draagt namelijk 900 kg/m2. EPU van 2,0 te hebben.
Het plafondtype is open, dit aangezien het akoestische De uitkomsten van de berekening zijn toegevoegd als
plafond wat toegepast wordt, bestaat uit eilanden. bijlage 8. Hieruit volgt dat een EPU van 1,84 is gehaald.

10.4.8 Verwarmingssysteem
Er is een elektrische warmtepomp aangegeven, welk
een toevoertemperatuur van < 35 graden heeft. De bron
waaraan de warmtepomp is gekoppeld is het grondwa-
ter.

10.4.9 Koeling
De koeling wordt tevens verzorgt door de warmtepomp.
Vandaar dat een warmtepomp in zomerbedrijf is aange-
geven. Aangezien het grote volume wat gekoeld dient
te worden is dit een grote belasting op de EPU. Er kan in
overleg met de toekomstige gebruikers ervoor worden
gekozen om koeling via de lucht te kiezen. Dit is nu niet
gekozen in verband met de grote hoeveelheden lucht-
stroom wat veel stof met zich meebrengt.

10.4.10 Warm tapwater
Warm tapwater is enkel beschikbaar in de werkkast. Ge-
zien de beperkte vraag naar warm water is gekozen voor
een gasboiler in de werkkast. Vandaar dat de toevoerlei-
dingen < 3 meter zijn.

10.4.11 Ventilatie
Maximaal mag 50% van de lucht gerecirculeerd worden.
Er is voor gekozen om 40% te recirculeren. Tevens is de
ventilatievoorziening gekoppeld aan een warmteterug-
wininstallatie in de vorm van een platenwarmtewisse-
laar. Ook kan er natuurlijk geventileerd worden mits hier
behoefte aan is. Dit kan via de glaslouvres.

10.4.12 Pompen
Alle pompen hebben een automatische toerenregeling.

71
11 Conclusie
De hoofddoelstelling van het afstuderen is:
Individueel in staat zijn een ontwerp te maken en deze
bouwtechnisch uit te werken volgens de richtlijnen van
het courseboek S8.

Of aan deze doelstelling is voldoen kan pas worden ge-
zegd na de beoordeling van het afstuderen. Wel kan ik
zeggen dat ik tevreden ben over de eindproducten welk
geproduceerd zijn.

Het ontwerpproces heeft mij goed de mogelijkheid ge-
geven om een eigen ontwerp te ontwikkelen en andere
hiervan te overtuigen. Ook was de keuze van de syste-
men/materialen een uitdaging. Dit komt voornamelijk
omdat de opleiding Bouwkunde veel eisen stelt aan de
bouwtechniek, terwijl de afstudeervariant Architectuur
dit voor de esthetiek doet. De juist samenhang tussen de
twee was moeilijk te vinden.

De technische uitwerking van het project was vooral op
detailniveau uitdagend. Dit aangezien er onconventio-
nele oplossingen dienden te worden verzonnen in som-
mige details.

De uitdaging met betrekking tot het ontwerp en de tech-
niek vond ik zeer leerzaam. Persoonlijk heb ik veel ge-
leerd.

72
73
12 Bronvermelding
12.1 Boeken 12.2 Websites
Bonebakker, ir M., Jellema Hogere Bouwkunde, deel 4B http://www.siloprijsvraag.amsterdam.nl/
omhulling gevels
Bonebakker, ir M., Jellema Hogere Bouwkunde, deel 6A http://www.senternovem.nl/epn/concepten/45_
installaties elektrotechnisch en sanitair wijze_van_ventileren/20_mechanisch/index.asp
Bonebakker, ir M., Jellema Hogere Bouwkunde, deel 6B
installaties werktuigbouwkundig en gas
http://nl.wikipedia.org/wiki/Hoofdpagina
Bonebakker, ir M., Jellema Hogere Bouwkunde, deel 9
utiliteitsbouw
Mabelis, ir C.C., Bouwtechnisch tekenen, Hogeschool http://www.weweb.nl/
Zeeland
van der Linden, Ir. A.C., Bouwfysica http://www.promat.nl/
Handouts docenten
Bris-warenhuis http://www.bubbledeck.nl/
van der Zwart, ir. C., Basis constructieleer
NEN 6702 http://www.bovema-sair.nl/bestekserviceGlaslou-
NEN 6770 vres.htm
van Glabbeek, E.E.M., Projectmatig werken
van Rotterdam, ir. E.O.E., Sterkteleer 1
Lagottronics LED products 2008
http://www.sorbaprojects.nl/html/index.
Neufert, Ernst & Peter, Architects’ Data Third Edition
php?page_id=87

http://www.fydro.com/

http://www.mvrdv.nl/#/projects/
europe/129geminiresidences

http://www.fire-proof.com/download/Colt_RWA-
RookenWarmteAfvoer_nl.pdf

http://www.dailyicon.net/magazine/wp-content/
uploads/2009/01/nationalbank05.jpg
http://kataloge.schueco.com/Kataloge/031/in-
dex_nl.htm

http://www.schueco.com/web/nl/architecten

http://www.yourglass.nl/agc-flatglass-europe/sto-
pray/zonwerende/extra-isolerende.html

http://www.octatube.nl/

http://www.dailyicon.net/magazine/wp-content/
uploads/2009/01/nationalbank05.jpg

http://www.louisruys.nl/Products?mcat=1&cat=9&
subcat=&pcat=19

74
12.3 Personen/bedrijven
H. van Vliet | Schuco Nederland B.V.
D. Staaks | Octatube International B.V.
S. Breas | Afstudeerverslag Hogeschool Zeeland
Hoogbouw in Staal

75
13.1 Originele tekening

76
13.2 Onderzoek ABT

77
78
79
80
81
13.3 Programma van Eisen
Ruimtelijst Foyer
In de nieuw te bouwen tentoonstellingsruimte dienen Relaties
de volgende ruimtes aanwezig te zijn: oo De foyer moet een fysieke relatie hebben met de en-
oo Entree tree.
oo Kaartverkoop oo Vanuit de foyer is er de mogelijkheid om naar het toi-
oo Foyer let te gaan.
oo Toiletten oo Vanuit de foyer kan men naar de gecontroleerde
oo Personeelsruimte zone.
oo Kantoren
oo Filmzaal Bereikbaarheid
oo Tentoonstellingsruimte oo De foyer is vanuit de entree bereikbaar.
Het binnenklimaat moet in alle ruimtes aangenaam zijn,
met een maximale temperatuur van 21 graden, prefera- Bruikbaarheid
bel 18-19 graden. oo De foyer moet ruim genoeg zijn om 80 bezoekers op
te vangen, die klaar staan om de tentoonstellingsruimte
Entree te betreden.
Relaties oo In de foyer moet de mogelijkheid zijn voor de bezoe-
oo De entree van de tentoonstellingsruimte moet dui- ker, om plaats te nemen op een bank, een stoel of aan
delijk zichtbaar zijn en geen drempel vormen om binnen een sta-tafel, om het eventuele wachten aangenaam te
te komen. maken.
oo De entree moet vanaf de straatzijde duidelijk herken-
baar zijn. Ruimte-eis
oo Minimaal 60 m2
Bereikbaarheid
oo De entree moet vanaf de straat duidelijk herkenbaar Toiletten
en bereikbaar zijn. Bereikbaarheid
oo De toiletruimte is vanuit de foyer te bereiken.
Bruikbaarheid
oo In de entree moet overzichtelijk worden weergege- Bruikbaarheid
ven wat de tentoonstelling in houdt, op een manier dat oo De eisen met betrekking tot de toiletruimte zijn ge-
de bezoekers op hun gemak hun keuze kunnen maken. relateerd aan het Bouwbesluit. Hierbij dient rekening te
worden gehouden met een capaciteit van maximaal 250
Ruimte-eis mensen.
oo Minimaal 30 m2
Ruimte-eis
Kaartverkoop oo Zie bruikbaarheid.
Relaties
oo De kaartverkoop heeft een fysieke en visuele relatie Personeelsruimte
met de entree. Relaties
oo De personeelsruimte is gekoppeld aan de kantoren.
Bereikbaarheid
oo Vanuit de entree moet direct duidelijk worden waar Bereikbaarheid
de kaartverkoop is. oo De personeelsruimte is bereikbaar vanuit de foyer,
d.m.v. een afgesloten deur.
Bruikbaarheid oo De personeelsruimte is bereikbaar vanaf buiten.
oo Er moet voldoende werkruimte zijn voor 2 kassa’s
met computers. Bruikbaarheid
oo Er moet tevens een voorziening zijn waar kaarten die oo De personeelsruimte dient voor de personeelsleden
vooraf besteld zijn op te halen. om hier hun pauze te houden en eventueel hun lunch of
diner te nuttigen.
Ruimte-eis oo Er moet dus de mogelijkheid zijn om aan tafel te zit-
oo Minimaal 20 m2 ten en er dient een keukentje aanwezig te zijn.

82
Ruimte-eis oo De hoogte van het scherm is de breedte gedeeld
oo Minimaal 20 m2 door 2,35.
oo Het frame waarin het scherm hangt moe de afme-
Kantoren tingen van het scherm +30 centimeter hebben.
Relaties oo Het scherm moet loodrecht en symmetrisch op de
oo De kantoren zijn verbonden met de personeelsruim- hartlijn van het stoelenplan staan.
te oo Het scherm moet 1,2 meter van de muur geplaatst
oo De kantoren moeten daglichttoetreding hebben. worden t.b.v. speakers.
Bruikbaarheid oo Het scherm mag de onder of naast gelegen uitgan-
oo Er moet ruimte zijn voor twee kantoorruimtes. gen niet blokkeren of belemmeren.
oo 1 eenpersoonskantoor waar mensen ontvangen kun- oo Indien de projectiehoek van het beeld groter is dan
nen worden en 1 driepersoonskantoorruimte. 5 graden voorover dan moet het scherm achterover
oo In de kantoren moet ruimte zijn voor per persoon een hellend opgesteld worden onder een hoek die gelijk is
ruim bureau met computer en een ruime kast. aan 1/3 van de projecthoek.

Ruimte-eis Stoelen:
oo Minimaal 40 m2 oo De laatste rij
stoelen moet ten-
minste 0,2 meter
Tentoonstellingsruimte van de achterwand
Relaties verwijderd zijn om
oo De ruimte moet bereikbaar zijn via de gencontroleer- de bezoeker op
de zone. deze rij voldoende
hoofdruimte te bie-
Bereikbaarheid den.
oo De ruimte dient bereikbaar te zijn voor rolstoelen. oo Het vloerver-
Hiervoor moeten plaatsen gereserveerd worden waar loop moet zodanig
de rolstoelen geparkeerd kunnen worden. zijn dat elke bezoe-
ker over de hoof-
Bruikbaarheid den van de voor hen zittende persoon ongehinderd
oo Minimaal dient de tentoonstellingsruimte 500 m2 ef- de onderkant van het scherm kan zien. De helling van
fectief vloeroppervlak te hebben. de vloer mag nergens steiler zijn dan 1/10, mocht het
oo De ruimte dient vrij indeelbaar te zijn om te voldoen verloop steiler zijn dan moet de vloer getrapt worden
aan de verschillende tentoonstellingen welk hier kunnen uitgevoerd. Met een minimum aantrede en maximum
worden ondergebracht. optrede conform het Bouwbesluit.

Uitgangen Totaal aantal zitplaatsen:
oo De ruimte moet over minstens 2 vluchtwegen be- oo 1 x ± 130 zitplaatsen (180 m2)
schikken.
Filmzaal Gangpaden:
Relaties oo De gangpaden moeten bij voorkeur aan de zijkan-
oo Zie ‘tentoonstellingsruimte‘. ten

Bereikbaarheid
oo Zie ‘tentoonstellingsruimte‘.

Bruikbaarheid
Scherm:
oo De breedte van het scherm dient tenminste gelijk
te zijn aan 1/3 en ten hoogste 1/2 x de grootste kijkaf-
stand.
oo De breedte mag niet breder zijn dan 0,6x de projec-
tielengte (afstand projectie-objectief tot hart geprojec-
teerd beeld).

83
oo van de zaal gesitueerd worden.
oo Een rij zitplaatsen die maar aan 1 gangpad uitkomt
mag niet meer dan 8 zitplaatsen bevatten.
oo Een rij zitplaatsen die aan twee gangpaden uitkomt
mag 32 zitplaatsen hebben indien de vrije ruimte groter
is dan 45 centimeter.
oo Een gangpad waarvan niet meer dan 50 personen
gebruik maken moet tot een hoogte van 2 meter een
breedte hebben van 60 centimeter en voor elke 9 perso-
nen toenemen met 10 centimeter.
oo De helling van de gangpaden mag niet steiler zijn dan
1/10. Bij een grotere helling moet het gangpad getrapt
uitgevoerd worden. Met een minimum aantrede en
maximum optrede conform het Bouwbesluit.

Uitgangen:
oo Een zaal tot 400 zitplaatsen moet minimaal 2 zover
mogelijk van elkaar verwijderde uitgangen van elk mini-
maal 2 meter breed hebben.
oo Een zaal moet over minstens 2 vluchtwegen beschik-
ken.

84
13.4 Tekeningen Brandtoetsing

85
86
87
88
89
90
91
13.5 Lichtonderzoek
Algemeen
Aangezien de betreffende silo volledig gesloten is zal on-
derzocht moeten worden waar er openingen gemaakt
kunnen worden. Daarna zullen er verschillende varian-
ten worden getoetst aan daglichttoetreding met behulp
van een computerprogramma. De verschillende varian-
ten verschillen in de positie en afmeting van de vloeren.

Plaatsing opening
Aangezien de wanden van de silo gewapend zijn tegen
de waterdruk welk er normaal in plaatsvond, zijn deze
vrij zwaar. Hierdoor is het makkelijker om het dak van Variant 3:
de silo eruit te slopen, waardoor er een grote opening Bij deze variant is gekozen om het trappenhuis aan de
gecreëerd wordt met een relatief kleine ingreep. noordzijde onder te brengen. De vloeren worden aan de
Oost en West-zijde aan de silo bevestigd, waardoor er in
Zoals eerder vermeldt zijn er verschillende varianten het midden een atrium ontstaat.
ontwikkeld welk getoetst zullen worden. Bij alle varian-
ten behalve een, is enkel de dakvloer gesloopt. Bij een
variant is een deel van de wand gesloopt om het effect
hiervan te kunnen beoordelen.

Varianten
Hier zullen de verschillende varianten toegelicht wor-
den. De varianten zijn in chronologische volgorde ge-
construeerd. Tussen de constructie van de varianten in Variant 4:
zijn de gegevens geanalyseerd waaruit een optimalisatie De vloeren zijn gepostioneert als bij variant 1 en 2. Enkel
met betrekking tot de volgende variant kon worden ge- is de middelste vloer (de 2de verdiepingsvloer) 90 gra-
realiseerd. den gedraaid. Dit zodat deze meer in de zonlicht vangt.

Variant 1:
In deze variant zijn de vloeren aan de noordzijde beves-
tigd aan de silo. Aan de zuidzijde bevindt zich het trap-
penhuis. De vloeren zijn getrapt uitgevoerd om veel licht
diep in de silo te laten komen.

Variant 5:
Bij deze variant is de eerste verdiepingsvloer aan de
Oostzijde geplaatst. De tweede en derde verdiepings-
vloeren zijn aan de Westzijde geplaatst. Hierdoor zou er
meer licht in de ontvangsthal (onderin het gebouw) kun-
nen komen.

Variant 2:
Bij deze variant is een deel van de gevel van de silo ge-
sloopt om meer daglicht naar binnen te krijgen. De ver-
deling van de vloeren en het trappenhuis is gelijk aan
variant 1.

92
Variant 6: Keuze
Deze variant is gelijk aan variant 4 enkel is het geheel De gevonden waarden zijn vergeleken, waarbij het vol-
gespiegeld. De eerste verdiepingsvloer is gepositioneert gende geconstateerd is:
aan de oostzijde. Doordat de vloeren op elk niveau van oo Variant 2 = beter dan 1
elkaar verschillen kan er in het gecreëerde atrium veel oo Variant 3 = beter dan 5
licht naar beneden worden geleidt. oo Variant 4 en 6 verschillen weinig

Ter vergelijking zijn de beste nu vergeleken, hieruit
kwam het volgende:
oo Variant 2 heeft de beste lichttoetreding op de 1ste,
2de en 3de verdieping. Maar deze heeft ook een grotere
opening.
oo Gemeten waarden bij variant 6 zijn hoger dan bij vari-
ant 3, alhoewel deze elkaar weinig ontlopen(+- 4-5%).
oo Variant 6 heeft een groter vloeroppervlak dan variant
3. Daarmee is variant 6 beter dan 3.

Aangezien de keuze nu rest tussen variant 2 en variant 6
Daglichtberekeningen zullen alternatieven aspecten bij de beslissing betrokken
Zoals eerder vermeldt zijn deze zes varianten in een worden.
programma ingevoerd om de daglichttoetreding te be-
palen. Aan de hand van de gegevens die na elke variant Variant 2 is lastiger uit te voeren aangezien een groot
zijn gevonden, zijn er wijzigingen met betrekking tot de deel van de silo zal moeten worden gesloopt. Dit in ver-
volgende variant gemaakt. houding met variant 6, waar enkel de dakvloer gesloopt
hoeft te worden.
De berekeningen zijn gemaakt door het programma Re-
lux. Dit programma wordt door een breed assortiment Bij variant 2 is er echter de mogelijkheid om naar buiten
aan beroepsvelden gebruikt om daglicht- en kunstlicht- te kijken. Dit heeft een gunstige werking op het perso-
berekeningen uit te voeren. neel.
De resultaten die uit dit programma komen zijn bere- Als alternatief is gekeken naar de toetreding van licht
keningen gemaakt op elk vloerniveau. De berekeningen van onderaf. Hierbij werd variant 7 gecreëerd. Deze va-
zijn door het programma uitgevoerd om 12.00 uur (‘s riant is gelijk aan variant 6 maar hier is (op een nader te
middags) op 1 januari. De lichtinval van de zon is dan be- onderzoeken manier) de begane grondvloer translucent
perkt aangezien deze laag staat in die periode. Er is wel gemaakt. Deze resultaten hiervan zijn toegevoegd als
uitgegaan van de meest gunstige situatie op die dag. bijlage. Vooral voor de begane grond en de eerste ver-
diepingsvloer heeft dit een gunstig effect. Mocht er te
Resultaten varianten weinig licht toetreden tot de ontvangsthal dan zou deze
De resultaten die zijn bevonden zijn allemaal toege- optie een mogelijkheid zijn. Echter betreft het hier wel
voegd als bijlagen. De bevonden waarden zouden niet het slopen van een deel van de silo, wat de constructie
reëel kunnen zijn, maar aangezien het enkel tussen de verzwakt.
verhoudingen van de waardes gaat kan hieruit nog wel
een conclusie worden getrokken. Als definitieve keuze wordt variant 6 aangewezen. Aan-
gezien het een relatief hoge lichttoetreding heeft en een
relatief lage ingreep vereist. De bevonden waardes zijn
in pseudokleurendiagram en in tekstuele diagram toe-
gevoegd. Deze zijn per variant, daarna per vloer, geor-
dend.

93
Object : tentoonSILO Object : tentoonSILO
Installatie : Installatie :
Projectnummer : 08.05 Projectnummer : 08.05
Datum : 09.02.2009 Datum : 09.02.2009
13.5
Calculaltieresultaten, Exterior Calculaltieresultaten, Exterior
Pseudo kleuren, 1ste vloer (E) Pseudo kleuren, bg vloer (E)

[m] [m]
20 20

18 18

16 16

14 14

12 12

10 10

8 8

6 6

4 4

94
2 2

0 0
0 2 4 6 8 10 12 14 16 18 20 0 2 4 6 8 10 12 14 16 18 20
[m] [m]
1 : 250 1 : 250

1500 2000 3000 5000 7500 50 75 100 150 200
Lichtsterkte [lx] Lichtsterkte [lx]

Hoogte van het referentievlak : 4.00 m Hoogte van het referentievlak : 0.30 m
Lichtonderzoek | variant 2

Gemiddelde verlichtingssterkte Em : 2720 lx Gemiddelde verlichtingssterkte Em : 106 lx
Minimale verlichtingssterkte Emin : 147 lx Minimale verlichtingssterkte Emin : 0 lx
Maximale verlichtingssterkte Emax : 7040 lx Maximale verlichtingssterkte Emax : 831 lx
Gelijkmatigheid g1 Emin/Em : 1 : 18.44 (0.05) Gelijkmatigheid g1 Emin/Em : ---
Gelijkmatigheid g2 Emin/Emax : 1 : 47.73 (0.02) Gelijkmatigheid g2 Emin/Emax : ---
Datum, tijd : 01.01. 13:00 (WOZ 12:57) Datum, tijd : 01.01. 13:00 (WOZ 12:57)

variant 2 variant 2
Object : tentoonSILO Object : tentoonSILO
Installatie : Installatie :
Projectnummer : 08.05 Projectnummer : 08.05
Datum : 09.02.2009 Datum : 09.02.2009

Calculaltieresultaten, Exterior Calculaltieresultaten, Exterior
Pseudo kleuren, 3de vloer (E) Pseudo kleuren, 2de vloer (E)

[m] [m]
20 20

18 18

16 16

14 14

12 12

10 10

8 8

6 6

4 4

95
2 2

0 0
0 2 4 6 8 10 12 14 16 18 20 0 2 4 6 8 10 12 14 16 18 20
[m] [m]
1 : 250 1 : 250

7500 10000 15000 20000 30000 7500 10000 15000 20000 30000
Lichtsterkte [lx] Lichtsterkte [lx]

Hoogte van het referentievlak : 18.80 m Hoogte van het referentievlak : 11.40 m
Gemiddelde verlichtingssterkte Em : 14700 lx Gemiddelde verlichtingssterkte Em : 15200 lx
Minimale verlichtingssterkte Emin : 2620 lx Minimale verlichtingssterkte Emin : 2490 lx
Maximale verlichtingssterkte Emax : 18900 lx Maximale verlichtingssterkte Emax : 29100 lx
Gelijkmatigheid g1 Emin/Em : 1 : 5.60 (0.18) Gelijkmatigheid g1 Emin/Em : 1 : 6.12 (0.16)
Gelijkmatigheid g2 Emin/Emax : 1 : 7.20 (0.14) Gelijkmatigheid g2 Emin/Emax : 1 : 11.68 (0.09)
Datum, tijd : 01.01. 13:00 (WOZ 12:57) Datum, tijd : 01.01. 13:00 (WOZ 12:57)

variant 2 variant 2
Object : tentoonSILO Object : tentoonSILO
Installatie : Installatie :
Projectnummer : 08.05 Projectnummer : 08.05
Datum : 09.02.2009 Datum : 09.02.2009

Calculaltieresultaten, Exterior Calculaltieresultaten, Exterior
Pseudo kleuren, 1ste vloer (E) Pseudo kleuren, bg vloer (E)

[m] [m]
20 20

18 18

16 16

14 14

12 12

10 10

8 8

6 6

4 4

96
2 2

0 0
0 2 4 6 8 10 12 14 16 18 20 0 2 4 6 8 10 12 14 16 18 20
[m] [m]
1 : 250 1 : 250

200 300 500 750 1000 75 100 150 200 300
Lichtsterkte [lx] Lichtsterkte [lx]

Hoogte van het referentievlak : 4.00 m Hoogte van het referentievlak : 0.30 m
Lichtonderzoek | variant 6

Gemiddelde verlichtingssterkte Em : 547 lx Gemiddelde verlichtingssterkte Em : 171 lx
Minimale verlichtingssterkte Emin : 162 lx Minimale verlichtingssterkte Emin : 0 lx
Maximale verlichtingssterkte Emax : 824 lx Maximale verlichtingssterkte Emax : 460 lx
Gelijkmatigheid g1 Emin/Em : 1 : 3.38 (0.30) Gelijkmatigheid g1 Emin/Em : ---
Gelijkmatigheid g2 Emin/Emax : 1 : 5.10 (0.20) Gelijkmatigheid g2 Emin/Emax : ---
Datum, tijd : 01.01. 13:00 (WOZ 12:57) Datum, tijd : 01.01. 13:00 (WOZ 12:57)

variant 6 variant 6
Object : tentoonSILO Object : tentoonSILO
Installatie : Installatie :
Projectnummer : 08.05 Projectnummer : 08.05
Datum : 09.02.2009 Datum : 09.02.2009

Calculaltieresultaten, Exterior Calculaltieresultaten, Exterior
Pseudo kleuren, 3de vloer (E) Pseudo kleuren, 2de vloer (E)

[m] [m]
20 20

18 18

16 16

14 14

12 12

10 10

8 8

6 6

4 4

97
2 2

0 0
0 2 4 6 8 10 12 14 16 18 20 0 2 4 6 8 10 12 14 16 18 20
[m] [m]
1 : 250 1 : 250

2000 3000 5000 7500 10000 1500 2000 3000 5000 7500
Lichtsterkte [lx] Lichtsterkte [lx]

Hoogte van het referentievlak : 18.80 m Hoogte van het referentievlak : 11.40 m
Gemiddelde verlichtingssterkte Em : 4600 lx Gemiddelde verlichtingssterkte Em : 3100 lx
Minimale verlichtingssterkte Emin : 1340 lx Minimale verlichtingssterkte Emin : 817 lx
Maximale verlichtingssterkte Emax : 14500 lx Maximale verlichtingssterkte Emax : 7210 lx
Gelijkmatigheid g1 Emin/Em : 1 : 3.43 (0.29) Gelijkmatigheid g1 Emin/Em : 1 : 3.80 (0.26)
Gelijkmatigheid g2 Emin/Emax : 1 : 10.85 (0.09) Gelijkmatigheid g2 Emin/Emax : 1 : 8.82 (0.11)
Datum, tijd : 01.01. 13:00 (WOZ 12:57) Datum, tijd : 01.01. 13:00 (WOZ 12:57)

variant 6 variant 6
Nagalmtijd
diameter = 21,8 m1
radius = 10,9 m1
13.6
hoogte = 23,0 m1
Volume = 8580,5 m3

Materiaal: b l bxl totaal oppervlak absorptiecoefficient absorptie
125 Hz 250 Hz 500 Hz 1000 Hz 2000 Hz 125 Hz 250 Hz 500 Hz 1000 Hz 2000 Hz
Open raam onder 373,1 373,06 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 373,06 373,06 373,06 373,06 373,06
Glas 373,1 373,06 0,10 0,04 0,03 0,02 0,02 37,31 14,92 11,19 7,46 7,46
Beton (wand) 1574,40 1574,40 0,15 0,20 0,35 0,60 0,60 236,16 314,88 551,04 944,64 944,64
Beton (vloer) 373,06 373,06 0,01 0,01 0,02 0,02 0,03 3,73 3,73 7,46 7,46 11,19
Den‐2 absorptiepanelen 1492,25 1492,25 0,47 0,70 1,20 1,10 1,10 701,36 1044,58 1790,70 1641,48 1641,48
personen 400,00 400,00 0,65 0,75 0,85 0,95 0,95 260,00 300,00 340,00 380,00 380,00
totale absorptie: 1238,56 1678,11 2700,40 2981,04 2984,77

Wet van Sabine: 125 Hz Wet van Sabine: 250 Hz Wet van Sabine: 500 Hz
T = 1/6 x (V/S) T = 1/6 x (V/S) T = 1/6 x (V/S)
T = 1,155 sec. T = 0,852 sec. T = 0,530 sec.

98
Voldoet niet (eis: max. 1,0 s.) Voldoet (eis: max. 1,0 s.) Voldoet (eis: max. 1,0 s.)

Wet van Sabine: 1000 Hz Wet van Sabine: 2000 Hz
T = 1/6 x (V/S) T = 1/6 x (V/S)
T = 0,480 sec. T = 0,479 sec.
Voldoet (eis: max. 1,0 s.) Voldoet (eis: max. 1,0 s.)
Geluid | nagalmtijdberekening
13.7.1 Rc berekening | betonwand Incl.

Documentatie constructie 14. mei 2009
Berekening van de U-waarde volgens NEN 1068
Bron: Gebruikerscatalogus
Constructie: Nieuwe buitenwand
BUITEN BINNEN

Temperatuur Buiten Binnen
Omgeving 5,0 oC 18,0 oC
Oppervlakte 5,1 oC 17,7 oC

De berekening van oppervlaktetemperaturen is gebaseerd op de Rc-
waarden. De uitkomsten hebben daarom het karakter van gemiddelde
waarden. Lokaal optredende temperaturen kunnen aanzienlijk afwijken van
deze gemiddelde waarden.

Toepassing: Wand grenzend aan buitenlucht
Producent Naam Dikte [m], Lambda Q Rm, Rfa
Aantal [W/(mK)] [m²K/W]
Rse 0,04
1 NEN EN 12524 Beton, gemiddelde dichtheid 2000 0,020 1,350 0,01
2 NEN EN ISO 6946 Zwak geventileerde luchtlaag 40 mm, Q omhoog 0,040 0,500 0,08
3 NEN EN 12524 PE-folie (geniet) 0.15 mm 0,000 0,170 0,00
4 Rockwool SpouwPlaat 433 DUO 0,140 0,035 4,00
5 NEN EN 12524 Beton, gewapend (met 2% staal) 0,350 2,500 0,14
6 NEN 1068 Geëxpandeerd polystyreen (EPS) 0,100 0,045 2,22
Ankers Gegalvaniseerd staal Ø 4.0 mm Aantal/m²: 4/m² 50,000 -0,12
7 NEN EN 12524 Gips pleisterwerk 1000 kg/m³ 0,010 0,400 0,03
Rsi 0,13
0,660

De in de berekening gebruikte lambda-waarden zijn de rekenwaarden conform bijlage D van NEN 1068.
Q .. De kwaliteit van de data voor de fysieke eigenschappen van de bouwmaterialen wordt weergegeven in 5 niveaus. Deze 5
niveaus zijn als volgt gedefinieerd:
.. A: De data zijn ingevoerd en goedgekeurd door de fabrikant of leverancier. De data worden continu gecontroleerd door een
onafhankelijke 3e partij.
.. B: De data zijn ingevoerd en goedgekeurd door de fabrikant of leverancier. De data zijn gecertificeerd door een onafhankelijke
3e partij.
..
C: De data zijn ingevoerd en goedgekeurd door de fabrikant of leverancier.
..
D: De data zijn ingevoerd door BuildDesk zonder speciale afspraak met de fabrikant, leverancier of anderen.
.. E: De data zijn ingevoerd door een gebruiker van de BuildDesk software zonder speciale afspraak met de fabrikant, leverancier
of anderen.

= 0,05 U= 0,16 W/(m²K) Rc = 6,05 m²K/W
Berekend met BuildDesk 3.3.1

99
Documentatie constructie 14. mei 2009
Berekening conform NEN-EN-ISO 13788
Bron: Gebruikerscatalogus
Constructie: Nieuwe buitenwand

Risico analyse condensatie - samenvatting hoofdresultaten
Berekening conform NEN-EN-ISO 13788

Oppervlakte condensatie:
Geen schimmelvorming verwacht.

Inwendige condensatie:
Er treedt inwendige condensatie op, maar deze zal naar verwachting gedurende
de zomermaanden geheel verdampen.
Het risico van verval en achteruitgang van het thermisch gedrag van
bouwmaterialen als gevolg van de tijdelijke aanwezigheid van de verwachte
hoge vochtconcentraties mag niet buiten nadere beschouwing blijven.

Inwendige condensatie en verdamping per maand [g/m²]

3

-3

-6

dec jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov Constructie, condensatie range

Berekend met BuildDesk 3.3.1

100
13.7.2 Rc berekening | betonwand

Documentatie constructie 14. mei 2009
Berekening van de U-waarde volgens NEN 1068 Blad 1/3
Bron: Gebruikerscatalogus
Constructie: Nieuwe buitenwand
BUITEN BINNEN

Temperatuur Buiten Binnen
Omgeving 5,0 oC 18,0 oC
Oppervlakte 5,1 oC 17,6 oC

De berekening van oppervlaktetemperaturen is gebaseerd op de Rc-
waarden. De uitkomsten hebben daarom het karakter van gemiddelde
waarden. Lokaal optredende temperaturen kunnen aanzienlijk afwijken van
deze gemiddelde waarden.

Toepassing: Wand grenzend aan buitenlucht
Producent Naam Dikte [m], Lambda Q Rm, Rfa
Aantal [W/(mK)] [m²K/W]
Rse 0,04
1 NEN EN 12524 Beton, gemiddelde dichtheid 2000 0,020 1,350 0,01
2 NEN EN ISO 6946 Zwak geventileerde luchtlaag 40 mm, Q omhoog 0,040 0,500 0,08
3 NEN EN 12524 PE-folie (geniet) 0.15 mm 0,000 0,170 0,00
4 Rockwool SpouwPlaat 433 DUO 0,140 0,035 4,00
5 NEN EN 12524 Beton, gewapend (met 2% staal) 0,350 2,500 0,14
6 NEN EN 12524 Gips pleisterwerk 1000 kg/m³ 0,010 0,400 0,03
Rsi 0,13
0,560

De in de berekening gebruikte lambda-waarden zijn de rekenwaarden conform bijlage D van NEN 1068.
Q .. De kwaliteit van de data voor de fysieke eigenschappen van de bouwmaterialen wordt weergegeven in 5 niveaus. Deze 5
niveaus zijn als volgt gedefinieerd:
.. A: De data zijn ingevoerd en goedgekeurd door de fabrikant of leverancier. De data worden continu gecontroleerd door een
onafhankelijke 3e partij.
.. B: De data zijn ingevoerd en goedgekeurd door de fabrikant of leverancier. De data zijn gecertificeerd door een onafhankelijke
3e partij.
..
C: De data zijn ingevoerd en goedgekeurd door de fabrikant of leverancier.
..
D: De data zijn ingevoerd door BuildDesk zonder speciale afspraak met de fabrikant, leverancier of anderen.
.. E: De data zijn ingevoerd door een gebruiker van de BuildDesk software zonder speciale afspraak met de fabrikant, leverancier
of anderen.

= 0,05 U= 0,24 W/(m²K) Rc = 4,05 m²K/W
Berekend met BuildDesk 3.3.1

101
Documentatie constructie 14. mei 2009
Berekening conform NEN-EN-ISO 13788 Blad 3/3
Bron: Gebruikerscatalogus
Constructie: Nieuwe buitenwand

Inwendige condensatie: Hoofdresultaten
Berekening volgens NEN-EN-ISO 13788

Er treedt tussentijds inwendige condensatie op, maar deze zal naar verwachting elk jaar
in de zomermaanden geheel verdampen.
Het risico van verval en achteruitgang van het thermisch gedrag van bouwmaterialen als gevolg van de tijdelijke aanwezigheid van vocht
dient te worden beoordeeld conform landelijk gangbare eisen en andere specificaties in product normen.

Klimaatgegevens
Locatie: Amsterdam; Vochtigheidsklasse volgens NEN-EN-ISO 13788 annex A: Woningen met lage bezettingsgraad

jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec
Temperatuur binnen [°C] Ti 20,0 20,0 20,0 20,0 20,0 20,0 20,0 20,0 20,0 20,0 20,0 20,0
Rel. vochtigheid binnen [%] phi_i 61,2 60,1 59,9 58,4 60,0 66,2 70,9 70,5 68,8 65,4 62,4 61,9
Temperatuur buiten [°C] Te 3,2 2,7 5,7 8,1 12,3 15,1 16,9 16,9 14,3 10,6 6,6 4,4
Relatieve vochtigheid buiten [%] phi_e 88,8 85,6 83,3 77,3 74,0 77,6 79,0 78,4 83,1 86,8 88,4 90,0

Maandelijkse condensatie gc [g/m²]
Totale condensatie Ma [g/m²]

nov dec jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt
PE-folie (geniet) 0.15 mm / gc 1 4 5 4 -2 -10 -2 --- --- --- --- ---
SpouwPlaat 433 DUO Ma 1 5 10 14 12 2 --- --- --- --- --- ---

Berekend met BuildDesk 3.3.1

102
13.7.3 Rc berekening | begane grondvloer

Documentatie constructie 14. mei 2009
Berekening van de U-waarde volgens NEN 1068
Bron: Gebruikerscatalogus
Constructie: Nieuwe begane grond vloer
BINNEN

Temperatuur Buiten Binnen
Omgeving 10,0 oC 18,0 oC
Oppervlakte 10,0 oC 17,6 oC

De berekening van oppervlaktetemperaturen is gebaseerd op de Rc-waarden.
De uitkomsten hebben daarom het karakter van gemiddelde waarden. Lokaal
optredende temperaturen kunnen aanzienlijk afwijken van deze gemiddelde
waarden.

BUITEN

Toepassing: Begane grond vloer
Producent Naam Dikte [m], Lambda Q Rm, Rfa
Aantal [W/(mK)] [m²K/W]
Rsi 0,17
1 NEN EN 12524 Beton, gemiddelde dichtheid 1800 0,080 1,150 0,07
2 EN ISO 10456 Geëxpandeerd polystyreen 032 (Fa = 1,00, Ft = 0,100 0,032 3,13
1,00, Fm = 1,00)
3 NEN EN 12524 Beton, gewapend (met 2% staal) 0,500 2,500 0,20
Rse 0,00
0,680

De in de berekening gebruikte lambda-waarden zijn de rekenwaarden conform bijlage D van NEN 1068.
Q .. De kwaliteit van de data voor de fysieke eigenschappen van de bouwmaterialen wordt weergegeven in 5 niveaus. Deze 5
niveaus zijn als volgt gedefinieerd:
.. A: De data zijn ingevoerd en goedgekeurd door de fabrikant of leverancier. De data worden continu gecontroleerd door een
onafhankelijke 3e partij.
.. B: De data zijn ingevoerd en goedgekeurd door de fabrikant of leverancier. De data zijn gecertificeerd door een onafhankelijke
3e partij.
..
C: De data zijn ingevoerd en goedgekeurd door de fabrikant of leverancier.
..
D: De data zijn ingevoerd door BuildDesk zonder speciale afspraak met de fabrikant, leverancier of anderen.
.. E: De data zijn ingevoerd door een gebruiker van de BuildDesk software zonder speciale afspraak met de fabrikant, leverancier
of anderen.

( Rm ) + Rsi + Rse 1
Rc = 1+
- ( Rsi + Rse ) = 3,22 m2K/W U=R c + Rsi + Rse = 0,29 W/(m2K)
= 0,05 Motivering: Er zijn geen voordelige of nadelige omstandigheden.

= 0,05 U= 0,29 W/(m²K) Rc = 3,22 m²K/W
Berekend met BuildDesk 3.3.1

103
13.7.4 Rc berekening | vliesgevel kozijn
Date

Company

Determining the thermal transmittance coefficient Uw
regardless of size as per DIN V 4108 - 4: 2004 - 7 Street

1. Window type: Single pane window
H = 1400 mm Post code/Town

W = 1200 mm
H
Window area = 1.68 m² Created by

Department

W
2. Profile system: Schueco AWS 70.HI
Profiles: Outer frame 51 mm
Telephone

Art. No. 358130

Project

Profile combination Uf-Value Frame area Heat loss
51 mm Outer frame 1.66 W/m²K 0.255 m² 0.422 W/K Window number

3. Glazing: Ug-Value Glazed area Heat loss
Double insulation glazing 1.0 1.00 W/m²K 1.425 m² 1.425 W/K
4. Panel: Up-Value Panel area Heat loss
Window unit without panel --- --- ---
5. Glass edge seal: Ψ-Value Length Heat loss
Chemetall (TPS) 0.05 W/m²K 4.792 m 0.254 W/K
6. Panel edge seal: Ψ-Value Length Heat loss
Window unit without panel --- --- ---

7. Thermal transmittance value Uw (Nominal value) 1.25 W/m²K
8. Correction values ΔUw: Glass coefficient (monitored manufacturer) 0.00 W/m²K
Sash bars (none) 0.00 W/m²K
Total ΔUw: 0.00 W/m²K
(Correction value table 8 DIN V 4108-4:2004-7)

9. Thermal transmittance value Uw,BW (Measurement value) 1.25 W/m²K

The measurement valueUw,BWfor EnEV proof of thermal insulation as Uw - Value applied

104
13.7.5 Rc berekening | vliesgevel
Date

Company

Determining the thermal transmittance coefficient Uw
regardless of size as per DIN V 4108 - 4: 2004 - 7 Street

1. Window type: Ribbon window with 4 units
H = 1610 mm B1 = 900 mm Post code/Town

W = 3600 mm B2 = 900 mm
H
B3 = 900 mm Created by

Window area = 5.80 m² W1 W2 W3
W Department

2. Profile system: Schueco AWS 70.HI
Profiles: Outer frame 51 mm
Telephone

Art. No. 358130

Project

Mullion 76 mm
Art. No. 358240 Window number

Profile combination Uf-Value Frame area Heat loss
51 mm Outer frame 1.66 W/m²K 0.498 m² 0.825 W/K
76 mm Mullion 1.87 W/m²K 0.344 m² 0.642 W/K
3. Glazing: Ug-Value Glazed area Heat loss
Double insulation glazing 1.0 1.00 W/m²K 4.931 m² 4.931 W/K
4. Panel: Up-Value Panel area Heat loss
Window unit without panel --- --- ---
5. Glass edge seal: Ψ-Value Length Heat loss
Chemetall (TPS) 0.05 W/m²K 18.604 m 0.986 W/K
6. Panel edge seal: Ψ-Value Length Heat loss
Window unit without panel --- --- ---

7. Thermal transmittance value Uw (Nominal value) 1.28 W/m²K
8. Correction values ΔUw: Glass coefficient (monitored manufacturer) 0.00 W/m²K
Sash bars (none) 0.00 W/m²K
Total ΔUw: 0.00 W/m²K
(Correction value table 8 DIN V 4108-4:2004-7)

9. Thermal transmittance value Uw,BW (Measurement value) 1.28 W/m²K

The measurement valueUw,BWfor EnEV proof of thermal insulation as Uw - Value applied

105
13.8 EPU-berekening
NEN, NPR 2917 EP Utiliteitsgebouwen

ALGEMENE GEGEVENS
Projectomschrijving : tentoonSILO
Bestandsnaam : L:\Documents\AFSTUDEREN\Verslag\EPU berekening tentoonSILO.epu
Omschrijving bouwwerk : Bestaande silo met tentoonstellingsruimte
Adres : Boosterstraat 2
Amsterdam
Dossiernummer : 08.05
Gebruikte eisentabel : EPC-eisen Bouwbesluit 1 januari 2009

INDELING GEBOUW
Totale gebruiksoppervlakte fysieke gebouw (woonfunctie, woongebouw en utiliteitsgebouw) Ag;tot 1200,00 m²
Utiliteitsgebouw : - gebruiksoppervlakte verwarmde zones Ag;verw 1200,00 m²
- gebruiksoppervlakte gekoelde zones Ag;koel 1200,00 m²

INDELING GEBOUW - KLIMATISERINGSSYSTEMEN
Klim. Omschrijving Ventilatielucht Transportmedium Indiv. Csys
syst. toevoer afvoer warmte koeling regeling [Ws/dm³]
A Klimatiseringssysteem A mechanisch mechanisch water water ja 3,0

INDELING GEBOUW - ENERGIESECTOREN
Sector Functie Omschrijving Bezettings- Ag;verw Ag;koel
graadklasse(BB) [m²] [m²]
A.1 a·1 Bijeenkomstfunctie, overige B2 1200,00 1200,00

BOUWKUNDIGE GEGEVENS - TRANSMISSIE
Definitie scheidingsconstructies sector: A.1 -
constructie orientatie constructiedeel A Hkr Rc U ZTA r zonwering
[m²] [m] [m²K/W] [W/m²K] [-] [-]
Gevel N buiten, N betonelementen 143,3 4,28 0,22
betonelementen + voor 41,2 7,13 0,14
glaslouvres 4,7 1,27 0,60 1,00 geen/overig
glaslouvres boven 15,6 1,27 0,60 1,00 geen/overig
Gevel NO buiten, NO betonelementen 148,0 4,28 0,22
betonelementen + voor 35,7 7,13 0,14
glaslouvres boven 15,6 1,27 0,60 1,00 geen/overig
deur 5,5 1,89 0,60 1,00 geen/overig
Gevel O buiten, O betonelementen 148,0 4,28 0,22
betonelementen + voor 41,2 7,13 0,14
glaslouvres boven 15,6 1,27 0,60 1,00 geen/overig
Gevel ZO buiten, ZO betonelementen 148,0 4,28 0,22
betonelementen + voor 41,2 7,13 0,14
glaslouvres boven 15,6 1,27 0,60 1,00 geen/overig
Gevel Z buiten, Z betonelementen 148,0 4,28 0,22
betonelementen + voor 41,2 7,13 0,14

EPU, NPR 2917 V2.1 2 mei 2009 - 21:41 / Q/Q=0,897 blz. 1

106
NEN, NPR 2917 EP Utiliteitsgebouwen

BOUWKUNDIGE GEGEVENS - TRANSMISSIE (vervolg)
constructie orientatie constructiedeel A Hkr Rc U ZTA r zonwering
[m²] [m] [m²K/W] [W/m²K] [-] [-]
Gevel Z buiten, Z glaslouvres boven 15,6 1,27 0,60 1,00 geen/overig
Gevel ZW buiten, ZW betonelementen 148,0 4,28 0,22
betonelementen + voor 35,7 7,13 0,14
glaslouvres boven 15,6 1,27 0,60 1,00 geen/overig
deur 5,5 1,89 0,60 1,00 geen/overig
Gevel W buiten, W betonelementen 143,3 4,28 0,22
betonelementen + voor 41,2 7,13 0,14
glaslouvres 4,7 1,27 0,60 1,00 geen/overig
glaslouvres boven 15,6 1,27 0,60 1,00 geen/overig
Gevel NW buiten, NW betonelementen 143,3 3,00 0,32
betonelementen + voor 39,6 3,00 0,32
glaslouvres 6,2 1,27 0,60 1,00 geen/overig
glaslouvres boven 15,6 1,27 0,60 1,00 geen/overig
Dak buiten, boven glazen dak 373,3 1,00 0,60 1,00 geen/overig
Vloer grond begane grondvloer(bes 373,3 2,50 0,13
------------ +
totaal 2384,7

BOUWKUNDIGE GEGEVENS - LINEAIRE KOUDEBRUGGEN
Er is gerekend volgens de forfaitaire methode m.b.t. de koudebruggen.
Bij de forfaitaire methode wordt een correctie op de U-waarde toegepast.
Definitie lineaire koudebruggen sector: A.1 -
constructie begrenzing koudebrug P
[m]
Vloer grond perimeter 68,49

BOUWKUNDIGE GEGEVENS - INFILTRATIE
qv10;kar/m² van het gebouw : 0,100 [dm³/sm²]
Gebouwhoogte : klasse 3 (>20m)

BOUWKUNDIGE GEGEVENS - THERMISCHE CAPACITEIT
Massa vloerconstructie per m² GO : >= 400 kg/m²
Type plafond : geen of open

TOESTELLEN VERWARMING EN KOELING PER ENERGIESECTOR
Energie- Toestel verwarming Nopw;verw Nsys;verw Toestel koeling Nopw;koel Nsys;koel
sector Nr Omschrijving [-] [-] Nr Omschrijving [-] [-]
A.1 1 Verwarmingssysteem 1 1,825 0,800 1 koeling door warmtepomp 1,950 0,890

EPU, NPR 2917 V2.1 2 mei 2009 - 21:41 / Q/Q=0,897 blz. 2

107
NEN, NPR 2917 EP Utiliteitsgebouwen

INSTALLATIE W - VERWARMING EN HULPENERGIE
Verwarmingssysteem 1 - Verwarmingssysteem 1
verwarmingstoestel type toestel :. warmtepomp
type warmtepomp : elektrische warmtepomp
temperatuurniveau : Taanv < 35°C
bronnen : grondwater/aquifer
installatiekenmerken opwekkingsrendement (Nopw;verw) : 1,825 [-]
gebouwgebonden warmtelevering op afstand : nee
hulpenergie aantal ketels-cv/luchtverwarmers met waakvlam : 0
aangewezen sectoren: A.1 -

INSTALLATIE W - KOELING
Koelsysteem 1 - koeling door warmtepomp
koeltoestel type toestel :. warmtepomp in zomerbedrijf
installatiekenmerken opwekkingsrendement Nopw;koel : 1,950 [-]
systeemrendement Nsys;koel : 0,890 [-]
aangewezen sectoren: A.1 -

INSTALLATIE W - WARMTAPWATER
type toestel voor warmtapwaterbereiding : gasboiler Nopw;tap = 0,550
systeem voor distributie van warm tapwater : alle tappunten binnen 3m van opwekkingstoestel Nsys;tap = 1,000
sectoren met tappunten voor warmwater : A.1 -

INSTALLATIE W - REGELING VENTILATIE
Energiesector A.1 -
qv;min [dm³/s] : 912,0
qv;m;werk [dm³/s] : 5028,0
terugregeling buitenlucht : mech. ventilatie, recirculatie>=40% van max. debiet
warmteterugwinapparatuur : platen- of buizenwarmtewisselaar
rendement nwtw [-] : 0,65
natuurlijke ventilatie : te openen ramen
uv;n;koel [dm³/s·m²] : 2,00

INSTALLATIE W - VENTILATOREN
Bepaling effectief vermogen ventilatoren : forfaitaire waarden uit luchtvolumestroom
Peff [kW] : 15,120

INSTALLATIE W - POMPEN
Pompen in warmwater circuits >50% van opgesteld asvermogen heeft automatische toerenregeling Fregel;verw = 0,50
Pompen in gekoeld water circuits >50% van opgesteld asvermogen heeft automatische toerenregeling Fregel;koel = 0,50

INSTALLATIE E - VERLICHTING
Energie- Pverlichting armatuur aanw.detectie Ag;sec Tdag Tavond Fvl;avond Qprim;vl;sec
sector [kW] [W/m²] afzuiging in >= 70% Ag [m²] [-] [-] [-] [MJ]
A.1 12,00 10,00 niet aanwezig nee 1200,0 2200,0 300,0 0,8 270277

Verlichtings- Regeling verlichting Averl Adagl Akunstl Fregel;kunstl Fregel;dagl Qprim;vl
sector [m²] [m²] [m²] [-] [-] [MJ]
A.1 / 1 centraal aan/uit 1200,0 0,0 1200,0 1,00 1,00 270277
EPU, NPR 2917 V2.1 2 mei 2009 - 21:41 / Q/Q=0,897 blz. 3

108
NEN, NPR 2917 EP Utiliteitsgebouwen

OVERZICHT EISEN ENERGIEPRESTATIECOËFFICIENTEN
Omschrijving : EPC-eisen Bouwbesluit 1 januari 2009
Datum : 1 januari 2009
EPC-eis;woon [-] : 0,80
Cepc;woon [-] : 1,12
Cg;toel [-] : 330,00
Cverlies;toel [-] : 65,00
CV [-] : 135,00
Ckoel [-] : 4,00
Yverlies [-] : 1,20
YV [-] : 1,25
Ykoel [-] : 3,00

Gebruiksfunctie EPC-eis Cepc Uv;min
[-] [-] [dm³/s·m²]
Bijeenkomstfunctie, overige 2,00 1,17 0,95

RESULTATEN - INFORMATIEF
CO2-emissie 66035 kg

RESULTATEN - ENERGIEPRESTATIEGEGEVENS
Verwarming Qprim;verw 145400 MJ
Ventilatoren Qprim;vent 366788 MJ
Warmtapwater Qprim;tap 21818 MJ
Pompen Qprim;pomp 24615 MJ
Koeling Qprim;koel 252150 MJ
Bevochtiging Qprim;bev 0 MJ
Verlichting Qprim;vl 270277 MJ
Comp. PV-cellen Qprim;pv 0 MJ
Comp. WK Qprim;comp;WK 0 MJ
Qpres;woon 0 MJ
----------------- +
Totaal Qpres;tot 1081049 MJ
Qpres;toel 1206030 MJ

Qpres;tot / Qpres;toel = 0,897

Ag;verw = 1200,00
Averlies = 2000,00

Gebruiksfunctie = Bijeenkomstfunctie, overige
Epc-eis = 2,00
Epc = 1,79
Epc voldoet wel aan eisentabel : EPC-eisen Bouwbesluit 1 januari 2009

EPU, NPR 2917 V2.1 2 mei 2009 - 21:41 / Q/Q=0,897 blz. 4

109
NEN, NPR 2917 EP Utiliteitsgebouwen

RESULTATEN - AANDACHTSPUNTEN

Bouwkundige gegevens
Let op, er is een meer nauwkeurige methode voor de bepaling van de infiltratie.

EPU, NPR 2917 V2.1 2 mei 2009 - 21:41 / Q/Q=0,897 blz. 5

110
111