You are on page 1of 16

Jaargang 17, nr.

4 - 2015

Natuur-

en milieueducatie vernieuwt
Het Provinciaal Natuurcentrum doet mee

Woord vooraf
Natuur- en
milieueducatie
Wat stellen we ons daarbij voor? De namen van
plantjes en diertjes leren? De waterkwaliteit van
beekwater onderzoeken?
Op Wikipedia vinden we volgende definitie:
Natuur- en milieueducatie, vaak afgekort tot NME,
betreft alle vormen van (systematische en planmatige) leeractiviteiten met betrekking tot natuur,
ecologie, milieu, landschap en duurzaamheid. Vaak
met als achterliggende gedachte dat bekendheid
hiermee en kennis hiervan zal leiden tot meer
betrokkenheid, respect, natuur- en milieuvriendelijk handelen en daarmee tot duurzaamheid en
leefbaarheid van de samenleving.
Natuur- en milieueducatie valt dus niet weg te
stoppen in een groen vakje.
Het gaat over het stimuleren van betrokkenheid
met en respect voor onze leefomgeving, een voorwaarde voor een leefbare en duurzame samenleving.
In dit themanummer laten we u graag proeven van
hoe NME hedendaags wordt ingevuld door het provinciebestuur vanuit het Provinciaal Natuurcentrum (PNC), met het onderwijs als belangrijkste
doelgroep.
Recent op donderdag 26 november 2015 organiseerden we nog de 7de editie van de Limburgs
Natuur- en Milieu Educatief Netwerk (LIMNET)contactdag. Het was ook meteen de tweejaarlijkse
inter-Limburgse NME-dag.
Meer dan 250 aanwezigen bewezen dat NME
wel degelijk leeft in de Nederlands en Belgisch
Limburgse milieu- en natuursector.
Veel leesgenot en
prettige feestdagen.
Ludwig Vandenhove
gedeputeerde van
Leefmilieu en Natuur

2 | Milieu & Natuur 17/4 - 2015

NME vandaag in Limburg


Het Provinciaal Natuurcentrum (PNC) ontwikkelt en
begeleidt natuur- en milieueducatieprojecten (NME)
voor het Limburgs onderwijs. In dit themanummer
ontdek je dat NME veel meer is dan namen van plantjes
en beestjes leren.
Natuur is belangrijk voor iedereen! Een INBO-studie uit 2014 onderstreept het belang van groene ruimten voor het fysiek en geestelijk
welzijn van de mens. Andere studies benadrukken dat NME de harten
van mensen moet raken. Dit themanummer heeft aandacht voor beide
onderzoekspistes en beschrijft hoe de provincie hierop inspeelt. Met de
klimaatsubsidies voor schoolvergroeningsprojecten bijvoorbeeld of
begeleide projecten voor scholen in het PNC. Een reporter liep mee met
een groepje leerlingen tijdens een natuurzoektocht en ontdekte hoe
graag ze vertoeven en leren in het bos.
Milieuzorg op school kortweg MOS is een ander belangrijk aspect
van de educatieve werking van het PNC. MOS heeft het afgelopen
decennium de milieuzorgwerking in heel wat Limburgse scholen gestimuleerd en geeft nu met een nieuwe, coachende begeleidingsvorm nog
meer vrijheid en verantwoordelijkheid aan scholen. In een interview
met de enthousiaste MOS-begeleiders lees je hoe het nieuwe MOS
werkt.
Het PNC staat ook voor vernieuwing. Zo zal onderzoekseducatie vanuit
het Limburgs Veldstudiecentrum (LIVEC) worden gestimuleerd. Verder
heeft het PNC met eXplorer, een veldwerkproject met tablets, ervaringen opgebouwd rond digitalisering in de NME.
Tot slot krijg je een overzicht van alle Limburgse natuurcentra binnen
het Limburgs Natuur- en Milieueducatief Netwerk (kortweg LIMNET),
een netwerk dat het PNC trekt.
Meer info: Provinciaal Natuurcentrum
Craenevenne 86, 3600 Genk, tel. 011 26 54 50
pnc@limburg.be, www.pnc.be

Natuur en welzijn? t Zal wel zijn!


Natuur ontspant en stimuleert tot bewegen. Dat welzijnseffect van de natuur wordt steeds sterker ondersteund
door wetenschappelijk onderzoek. Enkele opmerkelijke conclusies uit onderzoeken op een rijtje.
Natuur en gezondheid
In een gezondheidsonderzoek van 2013 rapporteert de helft van de onderzochte Vlamingen te kampen met overgewicht. Dat is meestal
een gevolg van te weinig lichaamsbeweging en/of ongezonde voeding. Overgewicht is niet alleen een probleem, het verhoogt ook het
risico op welvaartsziektes met een enorme maatschappelijke kost: denk maar aan diabetes, hart- en vaatziekten, kanker, onvruchtbaarheid, depressie en angststoornissen. Als de BMI van landgenoten die te dik zijn met n eenheid zou dalen, zou dat ons land op
twintig jaar tijd een besparing van vier miljard euro opleveren. Ook bij de preventie van mentale gezondheidsproblemen en pijn in nek
en rug is lichaamsbeweging belangrijk. Toch brengt de Vlaming gemiddeld 85% van zijn tijd binnenskamers door.
Bewoners van een groene buurt kloppen minder vaak bij hun huisarts aan met angststoornissen of depressies. Dit heeft niet enkel te
maken met de lichaamsbeweging in het groen, maar ook met het zicht op groen. Een groen uitzicht werkt op zich al positief op de
verwerking van stress. Werknemers en studenten presteren bijvoorbeeld beter op vlak van concentratie en cognitief functioneren als
ze werken met uitzicht op de natuur.
Meer groen in de woonomgeving betekent ook meer lichaamsbeweging. Dat blijkt uit een Nederlands onderzoek. Omwonenden worden
gestimuleerd om te bewegen als er bossen, parken en andere toegankelijke open ruimten zijn n als de wegen naar dat groen aantrekkelijk zijn. Meer lichaamsbeweging in de natuur zorgt op haar beurt voor positieve lichamelijke gezondheidseffecten en een geestelijk
welzijnseffect.
Meerdere onderzoeken tonen immers aan dat bewegen in de natuur zorgt voor meer positieve gevoelens. Het humeur, zelfbeeld, geheugen en reactievermogen verbeteren en de gevoelens van angst, kwaadheid en stress verminderen. Geuren, vogelgezang, natuurlijk licht,
zuivere lucht en mooie landschappen dragen bij tot dit rustgevoel. Dit maakt van de natuur, of het nu een park in de stad of een bos
in een landelijke omgeving is, een ideale plaats om te relaxen, te ontstressen of te herstellen.
Wetenschappers hebben een verklaring voor dit relaxerende effect. Te veel gerichte aandacht leidt tot gerichte-aandachtsmoeheid,
wat zich uit in impulsief gedrag, onrust, irritatie en moeite met concentreren. Een mooie omgeving houdt de aandacht vast, zonder
die helemaal in beslag te nemen, waardoor negatieve gedachten worden geblokkeerd.

J. Lambrix

Milieu & Natuur 17/4 - 2015 | 3

Natuur en zorg
Onderzoek toont aan dat de toegang tot een tuin depressies kan
voorkomen en angsten vermindert. Tuinieren verkleint ook het
risico op baarmoederhalskanker, hart- en vaatziekten en maagen darmklachten en verlaagt het stress- en cholesterolniveau.
Tuinieren wordt bij senioren en mensen met dementie gestimuleerd en bij personen met mentale problemen als therapie
gebruikt. Helende tuinen, waar patinten deelnemen aan groene
activiteiten, vinden hun plek dan ook in zorginstellingen. Bij de
bouw van nieuwe ziekenhuizen is er meer en meer aandacht voor
groene plekken, omdat patinten door die healing environments
sneller blijken te genezen.

Natuur en kinderen
Groen levert een belangrijke bijdrage aan het lichamelijke welzijn
en de algemene ontwikkeling. Dat is voor kinderen niet anders.
Kinderen die regelmatig in een natuurlijke omgeving spelen, scoren beter op vlak van cordinatie van hun bewegingen, evenwicht en behendigheid. Ze zijn ook minder vaak ziek. Studies
tonen daarenboven aan dat kinderen die in het groen wonen,
minder last hebben van astma en andere luchtwegaandoeningen.
Als kinderen in veilige, groene ruimten kunnen vertoeven, zijn ze
vaker fysiek actief, wat een positief effect op hun gezondheid
heeft en de kans op overgewicht verkleint.
Maar er is meer. Een natuurlijke omgeving verbetert ook de crea-

M. Bex

4 | Milieu & Natuur 17/4 - 2015

tiviteit en het redenerings- en waarnemingsvermogen van kinderen. Symptomen van ADHD zouden afnemen. Buiten spelen helpt
kinderen zelfstandiger te worden en sociale contacten te leggen.

Natuur en sociale samenhang


Het al dan niet aanwezig zijn van groen in de buurt heeft een
belangrijke invloed op de buurttevredenheid. Een aantrekkelijke,
met groen ingerichte straat zet aan tot wandelen en hoe meer
mensen wandelen in de eigen buurt, hoe meer de vertrouwdheid
groeit. Hierdoor kan een gemeenschapsgevoel ontstaan. Meer
mensen op straat dragen bij tot het veiligheidsgevoel. Kleine
buurtparkjes zijn dan weer ideaal voor minder vrijblijvende contacten. Zulke parkjes bieden een unieke gelegenheid om elkaar te
leren kennen en elkaar te leren respecteren. Het zijn met andere
woorden plekken waar verschillende culturen elkaar kunnen ontmoeten, wat de integratie bevordert.

Dus allemaal nu naar buiten?


Bron: Simoens I., Van Herzele A., Turkelboom F. (2014). Hoofdstuk
7 Welzijn. In Stevens, M. et al. (eds.), Natuurrapport Toestand
en trend van ecosystemen en ecosysteemdiensten in Vlaanderen.
Technisch rapport. Mededelingen van het Instituut voor Natuur- en
Bosonderzoek, INBO.M.2014, Brussel

Treffende voorbeeldprojecten van het PNC

J. Lambrix

Milieu & Natuur 17/4 - 2015 | 5

Verbondenheid met de natuur:


een pleidooi voor meer groen op school
Het zicht op groen verhoogt de concentratie. Toegankelijk groen maakt dat jongeren meer spelen, waardoor
hun gezondheid verbetert en obesitas vermindert. Kinderen die vrij spelen in het groen, lachen meer. Leven
en werken in een groene leefomgeving heeft duidelijk heel veel voordelen. Mede dankzij een uitgebreide
MOS-werking zien meer en meer scholen het nut van groen in en trekken zij duidelijk de kaart van de
vergroening.
Affectieve verbondenheid van groot belang
Natuur- en milieueducatie streeft naar een betere kennis van
natuur en milieu. Kennis kan immers mensen motiveren om zich
in te zetten voor een beter milieu en voor de natuur. Want onbekend is onbemind. Maar is die theoretische kennis over natuur en
milieu voldoende om een duurzaam gedrag te bevorderen? Gaan
mensen door meer kennis ook effectief aan de slag? Wetenschappers tonen aan dat er meer nodig is dan enkel kennis. De emotionele band de zogenaamde affectieve verbondenheid tussen
mens en natuur blijkt van groot belang. Jongeren die verklaren
zich vaak n te voelen met de natuur zijn sterker geneigd om
zich te engageren voor natuur en milieu.
J. Lambrix

Twee jaar geleden onderzocht de Edubron-groep van de universiteit van Antwerpen het MOS-project. Na meer dan tien jaar MOS
wilden zij de educatieve winst bij leerlingen en leerkrachten in
kaart brengen. En van hun conclusies: MOS blijkt bij leerlingen
in het basisonderwijs te resulteren in een toegenomen affectieve
verbondenheid met de natuur.

Groen op school
Groene elementen op school stimuleren de toegenomen affectieve verbondenheid, zegt de studie nog. De aanwezigheid van
groene elementen zoals een speelbos, vrijstaande bomen, een
grasveld, een moestuin of een vijver alleen al heeft een positief
effect. Als de leerkrachten het aanwezige groen vaak gebruiken in
hun lessen, versterkt dit die affectieve verbondenheid nog. Ook
andere studies tonen aan dat intensieve en herhaalde ervaringen
nodig zijn. NME mag dus niet te verblijvend of kortstondig zijn.
De leeftijd tussen tien en twaalf jaar is volgens het onderzoek
heel belangrijk. Vooral op die leeftijd zou herhaaldelijk in de
natuur verblijven op lange termijn een impact hebben op de verbondenheid. Het is dus wel degelijk belangrijk om leerlingen in de
basisschool op regelmatige basis in contact te brengen met de
natuur. De hele studie rond milieuzorg op school kan je nalezen
op www.mosvlaanderen.be.

Provincie investeert in schoolgroen


Investeren in meer groen op school zorgt voor milieuwinst, meer
biodiversiteit en een educatieve winst. In die mate zelfs dat leerlingen gemotiveerd worden voor een duurzame levenshouding.
In Limburg zijn er heel wat actieve MOS-scholen die duidelijk
voor een groenere schoolomgeving kiezen. Het provinciebestuur
ondersteunt hen door middel van klimaatsubsidies. Dit nummer
van Milieu en Natuur toont kort enkele geslaagde klimaatsubsidieprojecten.

6 | Milieu & Natuur 17/4 - 2015

L. Verbruggen J. Breukers

L. Verbruggen

De Mijlpaal, Tongeren

Sint-Augustinusinstituut, Bree

De Freinetschool De Mijlpaal uit Tongeren werkt aan een


uitdagende speel- en leeromgeving, waar natuurbeleving
centraal staat. Naast de aanleg van inheemse hagen en
houtkanten, een poel, een klautertribune en een moestuin worden de gazons omgevormd tot bloemrijke hooilanden. Ondertussen werkt het leerkrachtenteam aan een
leerlijn buitenonderwijs.

De leerlingen die les hebben in de keukens van het SintAugustinusinstituut in Bree planten, verzorgen n oogsten eigen kruiden. Deze worden in gerechten verwerkt.
De jongeren werken hiervoor samen met de studenten van
7 Organisatie-assistentie. In de lente 2016 staat ook de
kweek van eigen groenten op het programma.

M. Clerix

P. Plessers

BS Stippe Stap, Genk

Basisschool Ellikom

BS Stippe Stap in Genk is volop bezig met de vergroening


van de speelplaats. Op die manier krijgen de kinderen de
kans om hun eigenwaarde, talenten en plezier in de natuur
te ontdekken. Er wordt gebruik gemaakt van werkmaterialen, ontdekmateriaal, aanleg van natuur, dierenplezier en
natuurlijk spelmateriaal.

Klas 3 en 4 van Basisschool Ellikom zetten zich samen met


Natuurpunt Meeuwen, Gruitrode en Peer in voor de wilde
bij. Ze bouwden een groot bijenhotel in de vallei van de
Abeek, vlakbij de school. Nu worden de bijen die zich in
het hotel nestelen nauwkeurig opgevolgd. Nieuwe media
maken het mogelijk waarnemingen te registreren en info
met betrokkenen te delen.

Milieu & Natuur 17/4 - 2015 | 7

Natuurzoektocht: het bos beleven door zelf te ontdekken


Het is druk in het Provinciaal Natuurcentrum. De herfst is een geliefde periode voor scholen om aan
natuurbeleving te doen. Koffers met materialen staan klaar in de gang en de gidsen popelen om te vertrekken.
Deze voormiddag staat er een natuurzoektocht in het Eikbos op het programma. Gidsen Lisette Hauquier en
Madeleine Timmers begeleiden twee klassen van het zesde leerjaar van De Startbaan in Zonhoven op hun
tocht door het bos.
Lisette studeerde in 1991 af als natuurgids en begeleidt deze
natuurzoektochten al acht jaar. Ik krijg veel voldoening van deze
activiteiten, vertelt ze. Doorgeven wat je over de natuur weet,
dat is waar het voor mij om draait. De kinderen zijn vaak erg
leergierig en blij dat ze in het bos over het bos en de natuur
mogen leren. Madeleine treedt haar collega bij: Je kan uiteraard
ook in een klas of school een verdienstelijke poging doen om aan
natuureducatie te doen, maar de leerlingen ervaren dat vaak als
saai. In de natuur zien ze nieuwe dingen, verwonderen ze zich
daarover en kunnen ze zich vaak echt amuseren. Fijn aan deze
zoektocht is dat de leerlingen zelf aan de slag mogen gaan en in
een groepje samen het bos en de opdrachten mogen verkennen.
Maar voor mezelf vind ik het contact met de kinderen ook erg
aangenaam: het zorgt ervoor dat we bij blijven.
Voordat de leerlingen op pad gaan in het bos, krijgen ze van de
gidsen eerst een woordje uitleg over de zoektocht en het materiaal dat ze mogen gebruiken bij het oplossen van de vragen. Strips
om de zuurtegraad te meten, een kompas, druppelteller, rolmeter
en waxpapier spreken tot de verbeelding en de leerlingen popelen
om op pad te gaan. Met mondjesmaat vertrekken de groepjes op

Madeleine J. Lambrix

8 | Milieu & Natuur 17/4 - 2015

twee verschillende routes (spechten en paddenstoelen), zodat ze


echt in groep kunnen werken en elkaar niet te dicht opvolgen.
Bedoeling van de natuurzoektocht is dat de leerlingen negentien
vragen beantwoorden of opdrachten uitvoeren, waardoor ze telkens een letter verdienen. Met die negentien letters kunnen ze de
namen van twee vogels vinden die in Bokrijk voorkomen.
Ik volg Ashley Voets, Manon Spaas, Amber Reekmans en Tove
Tielemans, vier enthousiaste jonge meiden van het zesde leerjaar
die graag naar het bos komen. Als ze mij op het einde van het
zesde leerjaar vragen wat mijn mooiste herinneringen zijn aan de
lagere school, antwoord ik dat het de buitenactiviteiten zijn die
me zullen bijblijven. De wandelingen in het bos, maar ook dagen
aan een stuk buiten leren en leven tijdens de bos- en boerderijklassen, vertelt Tove. Want het is door in de natuur dingen te
mogen doen, dat je er ook echt over bijleert en respect krijgt voor
het bos. Over wat natuurbeleving precies betekent, moeten ze
even overleggen. Leven in de natuur? Moeten we hier dan blijven
kamperen? Nee! Het gaat over leren over de natuur door in het bos
te zijn, besluiten ze.

Lisette J. Lambrix

Aan de slag dan maar. De eerste opdracht luidt: Ik sta met mijn
rug tegen de boom. Ik ben gedurende n minuut stil. Ik luister,
liefst met mijn ogen dicht. Ik noteer alle geluiden die ik hoor in
mijn boekje. Met zn vieren rondom een boom worden deze 11- en
12-jarigen stil midden in een bos waar leeftijdsgenoten druk
overleggen over andere opdrachten. We horen niet alleen de
andere leerlingen en de autos verderop, maar ook de wind en het
ritselen van de blaadjes. En de stilte, licht Ashley toe. Heel snel
maken ze de klik terug naar hun zoektocht en met een stevige pas
gaan ze op zoek naar de andere opdrachten. Twee opdrachten
waar ze echt naar uitkijken, zijn de zuurtegraadproef en werken
met het kompas. In hun tasje zitten kleurenstrips die ze tien tellen onder water moeten houden om ze daarna te vergelijken met
de kleurentabellen. Op een vijfsprong in het bos krijgen ze de
instructie om het kompas te gebruiken om hun weg terug te zoeken. Proefjes met strips en opdrachten met het kompas zijn niet
nieuw voor ons, maar we blijven ze wel leuk vinden, zegt Manon.
De juffrouw kan dit in de klas tonen aan de hand van materialen
of met filmpjes op het bord, maar dit is toch echter en fijner. Door
het vaak te doen, leer je het beter.
En keertje lopen ze verkeerd, waardoor ze een stuk terug moeten
en tijd verliezen. De gids heeft ons verteld dat we om half twaalf

terug moeten lopen, of we de opdrachten nu af hebben of niet,


zegt Amber. We zijn niet klaar, maar dat is niet erg, want juffrouw
Anja gaat in de klas ook nog met de bundeltjes werken.
Juf Anja Maex is fan van de natuur- en milieueducatie in het PNC.
Zeker de aanpak van de natuurzoektochten voor de derde graad
van het lager onderwijs kunnen haar bekoren. De leerlingen zijn
actief bezig in de natuur aan de hand van uitdagende vragen.
Speciaal voor deze leeftijd vind ik het geweldig dat ze zelfstandig
op onderzoek uitgaan, maar toch kunnen terugvallen op een gids
als ze vragen hebben. Met de beste wil van de wereld krijg ik deze
natuurbeleving als leerkracht alleen voor een groep van 24 kinderen niet gerealiseerd zonder deze projecten.
Voor onze school is de natuurzoektocht altijd de aftrap van de
Week van het Bos, waarin we ook in de klas en dan voornamelijk
bij het vak wereldorintatie bijleren over het bos, de natuur, het
milieu. Na vandaag gebruiken we de bundeltjes van de zoektocht
als vertrekpunt om in de klas nog meer bij te leren over de natuur.
Voor deze leerlingen mocht de zoektocht gerust een hele dag in
beslag nemen. Maar de ouders staan al klaar om de leerlingen
weer naar school te brengen.

Van links naar rechts: Amber, Tove, Manon en Ashley


J. Lambrix

Milieu & Natuur 17/4 - 2015 | 9

Nieuwe MOS helpt scholen met eigen milieudoelen


MOS Milieuzorg Op School is ht schoolvoorbeeld van natuur- en milieueducatie. MOS is succesvol in
Limburg, want 94% van de basisscholen en 90% van de secundaire scholen engageerden zich binnen dit
project. De werkende krachten achter MOS in onze provincie zijn Hilde Boiten, Karel Coenen en Philippe
Plessers, drie gemotiveerde jonge mensen die Limburgse scholen helpen om hun steentje bij te dragen tot
een beter milieu en duurzamere samenleving. Hilde, Karel en Philippe helpen, begeleiden en ondersteunen
de scholen in hun milieuzorgwerking om uiteindelijk leerwinst te boeken in Educatie voor Duurzame
Ontwikkeling (EDO).
Hoe ondersteunen jullie de scholen?
Karel: Concreet betekent dat gratis begeleiding in de scholen,
waarbij we een leerkrachtenteam helpen om eigen doelen te formuleren en te realiseren. In de plaats van te zeggen hoe het
moet, luisteren we naar de school. In een traject dat we samen
doorlopen, bouwen we mee aan een MOS-werking op maat van de
school. Indien nodig halen we natuurlijk ons rugzakje boven vol
informatie, methodieken en praktische voorbeelden. Daarnaast
organiseren we gratis nascholingen en uitwisselingsmomenten
om te netwerken.

Wat zijn de voordelen van de MOS-werking voor de


school?
Hilde: De insteek van het vernieuwde MOS is om scholen de middelen te geven om te groeien in duurzame ontwikkeling. Samen
leren duurzame keuzes maken voor de planeet is de missie van
het nieuwe MOS. Scholen kunnen hun engagement zichtbaar
maken door zich te registreren op de Groene Kaart van MOS. Hiermee bevestigen scholen dat ze tot de groeiende gemeenschap van
duurzame, straffe scholen in Vlaanderen en Brussel behoren.
Scholen kunnen nog een stapje verder gaan en het MOS-merkteken verwerken in hun eigen schoollogo. Hiermee dragen zij het
duurzame engagement van hun school uit.
Het grootste voordeel blijft natuurlijk de gratis begeleiding n dit
op maat en in functie van de doelen van de school. Door een
intensievere vorm van begeleiden verhogen we de kansen om het
schoolproject te doen slagen.

R. Reynders

10 | Milieu & Natuur 17/4 - 2015

Scholen krijgen daarbij van ons en van elkaar massas praktische


tips via nascholingen, netwerkmomenten en actiefiches.
Door aan MOS te werken komen scholen bovendien tegemoet aan
de eindtermen. Binnen het aanbod van MOS zitten ook nog de
MOS-passen voor gratis vervoer met De Lijn en de klimaatsubsidies voor klimaatprojecten van scholen.

Sinds vorig schooljaar is de MOS-werking grondig


veranderd. Wat houden die veranderingen precies in?
Karel: Vroeger werkten de scholen naar drie opeenvolgende MOSlogos toe. In tussentijdse rapporten vertelden zij dan wat ze
gedaan hadden om een volgend logo te verdienen. Onderzoek
heeft uitgewezen dat MOS te beloningsgericht was. In dat opzicht
leek het ons een belangrijke stap om ons eigen beloningssysteem
de logos af te schaffen. Onze nieuwe werking zet in op intrinsieke motivatie. Vanaf het moment dat de school de intentie heeft
om aan milieu en duurzaamheid te werken of die te verbeteren,
mogen zij zich MOS-school noemen en ons nieuwe logo gebruiken. Wij gaan met een groep leerkrachten op zoek naar acties die
passen in de schoolcultuur.
Hilde: Het nieuwe MOS zorgt dus voor een intensievere vorm van
begeleiding met aangepaste trajecten, begeleiding en coaching
op maat van de school. Het legt het eigenaarschap bij de scholen,
want de school kiest de doelen, de MOS-begeleider helpt ze te
realiseren n te verankeren. De manier waarop wij ons werk doen,
is dus ook helemaal veranderd. Het is mooi om te zien hoe scho-

len die al een sterke MOS-werking hebben, zichzelf coachen. Hoe


milieuzorg voor die scholen eigenlijk al een evidentie is. Dat
sterkt ons in ons werk. Positief vind ik ook dat MOS nu niet meer
geassocieerd wordt met veel papierwerk.

MOS is dus geen kwaliteitslabel meer?


Philippe: Het principe van drie opeenvolgende logos behalen,
zit momenteel inderdaad in een uitdoofscenario. Scholen die in
het traject zitten, krijgen nog wel tot schooljaar 2017-2018 de
tijd om dat af te werken. De groene vlag van Eco-Schools (een
internationaal netwerk van duurzame scholen) blijft bestaan. Zie
het als een verlengstuk van onze MOS-werking. Hier wordt wel
nog gewerkt met criteria waaraan ze moeten voldoen, maar scholen kunnen door de internationale werking en uitwisseling hun
milieuwerking ook naar een ander niveau brengen. Ze kunnen dan
kiezen welke vorm van evaluatie ze willen: een portfolio, zichzelf
komen voorstellen op een centrale jury of een schoolbezoek door
een jury. Die schoolbezoeken ervaren zowel de scholen als wij
begeleiders als enorm positief. Het is indrukwekkend om te zien
en te voelen hoe MOS kan leven op een school, zeker als de projecten door leerlingen worden voorgesteld en gedragen.

In het nieuwe MOS spreken jullie over empoweren. Hoe


doe je dat, de neuzen van de leerkrachten in dezelfde
richting zetten?

grote stappen ineens zetten. Je moet zon proces de tijd geven,


om ook anderen de kans te geven om betrokken te geraken. Op
dat vlak is onze aanpak toch wel veranderd. We komen ook van
ver. In onze tijd was het bijvoorbeeld perfect normaal dat we
frisdrank kregen in de basisschool; nu bestaat dat niet meer. Hetzelfde verhaal met de boterhammendozen. Quasi alle leerlingen
nemen tegenwoordig hun lunch in een boterhammendoos mee.
Het is toch ongelofelijk knap dat zon attitude via het onderwijs
zn ingang in de maatschappij gevonden heeft!
Philippe: Er is nog steeds die hoogdringendheid van de milieuproblematiek. En dan verval je al snel in een sturende aanpak, bv.
je moet op die manier PMD sorteren. De vraag is of je het probleem niet op een dieper niveau moet aanpakken. Het is dan ook
erg interessant om te zien dat scholen anders omgaan met afval.
Ze organiseren bijvoorbeeld een kringloopmarkt, fietsreparaties,
ruilactiviteiten of upcycling vanuit het idee dat leerlingen hierdoor meer respect krijgen voor materialen en van daaruit anders
naar afval kijken.

Hilde J. Lambrix

Philippe: In de eerste plaats door samen te bespreken in welke


richting de verschillende neuzen wijzen. Heel boeiend. De neuzen
in de MOS-werkgroep staan meestal wel in dezelfde richting. Van
daaruit vertrekken we. Maar we gaan dan de dialoog aan met de
rest van het team. Waar zien zij kansen en bekommernissen? We
streven dus naar een gezond inspraakproces om op die manier een
MOS-werking te krijgen waar leerkrachten en leerlingen zich goed
bij voelen.
Karel: Vaak helpt het om te gaan zoeken naar een gemeenschappelijke doelstelling. Alle leerkrachten zijn bekommerd om het
welbevinden van hun leerlingen. Als een MOS-team door de vergroening van de school aan dat welbevinden wil werken, krijg je
gemakkelijker het hele team mee. Vaak wil zon MOS-team te

Karel J. Lambrix

Philippe J. Lambrix

Milieu & Natuur 17/4 - 2015 | 11

Hilde: De waarom-vraag is erg belangrijk! Waarden en normen


zijn voor iedereen anders. Een mooi voorbeeld daarvan was een
discussie in een school in Tessenderlo, waar de leerlingenraad per
se automaten met frisdrank op de speelplaats wilde en de milieuwerkgroep zich daartegen verzette. In de school is er dan een
debat georganiseerd tussen beide partijen en hebben alle leerlingen mogen stemmen. Zo leerden ze dat er verschillende denk- en
waardekaders zijn en dat vind ik heel waardevol bij het maken van
duurzame keuzes! Een ander mooi voorbeeld komt uit een project
rond duurzame voeding. Als je de leerlingen laat kiezen tussen
drie soorten appelsap: het goedkoopste, het sap van Oxfam
Wereldwinkels of van appels van dichtbij huis, welke kies je dan?
Denk en handel je dan vanuit een economisch, sociaal of ecologisch kader of zoek je het evenwicht tussen deze drie pijlers?

Philippe: Ik word altijd enorm gemotiveerd door enthousiaste


leerkrachten. Maar als ik dan bij een schoolbezoek zie dat ook
leerlingen zelf acties opzetten en uitwerken, kan ik daar wel stil
van worden. Zo zagen we leerlingen die in het kader van MOS ook
bezig waren met muziek, teksten, folders of zelfs stand up
comedy. Of een leerling die in het secundair onderwijs nog een
spreekbeurt gaf over de MOS-werking op haar lagere school!

Wat is jullie MOS-droom voor de volgende tien jaar?


Karel: In het nieuwe MOS kan een school het MOS-merkteken
integreren in het schoollogo als symbool voor de verankering van
duurzame ontwikkeling in het schoolbeleid, de schoolcultuur en
het curriculum. Ik hoop dat we tegen de 25e verjaardag van MOS
geen twee, maar 200 Limburgse schoollogos zien met het MOShartje in.

Van welke kleine verhalen worden jullie blij?


Hilde: Het is moeilijk om er n verhaal of project uit te kiezen,
want dan lijkt het alsof we afbreuk doen aan alle fantastische
zaken die de scholen realiseren. In de PSSD Green High in Diepenbeek bijvoorbeeld sloegen de leerlingen van het zesde jaar ASO
en TSO Hout de handen in elkaar in een onderzoeksproject rond
biodiversiteit. Prachtige bijenhotels waren het resultaat. Knap
daarbij vind ik dat iedereen vanuit zijn vak of interessegebied kan
meewerken. Of in BuSO De Wissel in Genk waar het Green Team,
de MOS-werkgroep met leerlingen, zich jaarlijks uitbreidt met
nieuwe leden en dit op vraag van de leerlingen zlf.
Karel: Voor mij is dat een leuke anekdote uit een kleine kleuterschool in Tongeren. Na een MOS-overleg vertrok ik en zag ik de
kleuters uit de eetzaal komen. De laatste kleuter wandelde voor
mij door en deed spontaan het licht uit. Als dat er bij zulke kleine
kinderen in zit zonder dat de juf het moet zeggen, vind ik dat
super. Hieraan voel je dat milieubewustzijn in hun schoolcultuur
zit en dat doet goed.

Hilde: Ik droom van een volledige continuteit van duurzaamheidsgedachten tussen basis- en secundair onderwijs. En dat MOS
niet meer als een hokje gezien wordt, maar dat het in elke activiteit op school te zien is.
Philippe: Ik stel me het heel visueel voor: dat scholen groene
oases mogen zijn, met speelgroen, leergroen, chte natuur op
school, biodiversiteit en plaats om voedsel te telen.
Deze dromen realiseren begint met kleine stapjes: Hilde stond te
popelen voor het eerste lerend netwerk voor BuSO-scholen en Karel
en Philippe vertrokken naar een basisschool in Sint-Truiden die zij
begeleiden in een traject rond een schoolmoestuin en wilde bijen op
school!

LIVEC schakelt enkele versnellingen hoger


Het Limburgs Veldstudiecentrum kortweg LIVEC schoot in mei 2013 al uit de startblokken, maar zal
in de komende maanden onder leiding van de nieuwe cordinator Katrien Hendrickx op kruissnelheid
Katrien
komen. Het veldstudiecentrum wil technieken, materiaal, informatie en ondersteuning bieden aan mensen die aan natuur- en milieuonderzoek willen doen. Zo moet het een ontmoetingsplaats worden waar
ideen bruisen en een netwerk vormen voor mensen met verschillende achtergronden. Leerlingen zullen een belangrijke
doelgroep zijn, maar ook gewone burgers met een warm hart voor natuur en natuurstudie. Zo past de werking binnen de
citizen science: wetenschap door en voor burgers.
Onderzoeksprojecten binnen het Limburgs Veldstudiecentrum moeten bruikbaar en maatschappelijk relevant zijn. Ze zullen
de vaardigheden die je nodig hebt als onderzoeker (kritisch en genuanceerd zijn) stimuleren en een duurzame houding
benadrukken. Alle onderzoeken moeten de Limburgse natuur ten goede komen. Maar ook natuurbeleving, een enthousiasmerende werking en een goede sfeer staan hoog op de agenda.
Sinds september is Katrien Hendrickx de cordinator van het LIVEC. Ze studeerde biologie aan de universiteit Antwerpen. De
afgelopen jaren heeft ze veel ervaring opgedaan met onderzoeksprojecten rond natuurbehoud en ecosysteemdiensten. Ze
werkte ook mee aan NME-projecten zoals Natuur over stapstenen en De Milieuboot. De stap naar LIVEC was dan ook logisch.

12 | Milieu & Natuur 17/4 - 2015

Digitale media in de natuur- en milieueducatie


Leerlingen zoeken aan de hand van vraagjes op een app op hun tablet welke vogel ze zien en horen. Via een
navigatiesysteem vinden ze de nieuwe onderzoeksplaats van hun zoektocht. Ze tekenen de omgeving na op
hun scherm in plaats van met potlood in hun werkboekje. Digitale media veroveren stilaan hun plaats binnen
de natuur- en milieueducatie. Hoe gaat het PNC daarmee om?
J. Lambrix

Het PNC is ervan overtuigd dat digitale media zoals tablets en


smartphones wel degelijk een meerwaarde kunnen betekenen
binnen de natuur- en milieueducatie. In de vier jaar dat er
expertise is opgebouwd rond de integratie van digitale media
in de educatieve projecten, zijn er enkele lessen geleerd. In
de eerste plaats moet je in de natuur rekening houden met
enkele praktische beperkingen van tablets en smartphones:
de zichtbaarheid op het scherm is niet altijd optimaal en je
werkt er vaak zonder mobiele netwerkverbindingen. De tablet
moet ook meer zijn dan een duur digitaal werkboekje. Verder
zijn digitale media een middel en geen doel op zich. Ze verlagen de drempel om jongeren op een zinvolle manier de natuur
in te krijgen. Het doel blijft natuurbeleving via veldwerk. Ook
bij regenweer! Dan wordt een goedwerkend attribuut zonder
technologie bovengehaald: de paraplu!
Het educatief PNC-project eXplorer houdt alvast rekening met
al deze punten. eXplorer laat leerlingen van de derde graad
lager onderwijs per twee op onderzoek uittrekken in de natuur.
Alle onderzoeksgegevens worden op de tablet ingegeven. De
tablet zorgt verder voor de nodige aanwijzingen en helpt bij
het navigeren naar de verschillende onderzoeksplaatsen. Ook
een rekenmachine, camera, interne lichtmeter en de mogelijkheid om de omgeving op scherm na te tekenen zijn voorzien.
Alle onderzoeksresultaten worden in een samenvattend rapport naar zowel de leerlingen als de leerkracht gemaild.

Twee gratis tips voor apps (Tipps)


voor zowel Android als iOS
Dierenzoeker
Deze app toont je de meest voorkomende dieren uit je directe leefomgeving. Via vraagjes over kleur, gedrag,
omgeving kom je te weten hoe
het dier heet en kan je er nog meer
over leren.

Spoorzoeker
Als je buiten een pootafdruk, etensresten of uitwerpselen vindt, helpt
deze app je uitzoeken van welk dier
ze afkomstig zijn. Voorts omvat deze
app handige hulpmiddelen (zoals een
liniaal, zaklamp en vergrootglas) om
de sporen te meten, te bekijken of te bewaren.

Milieu & Natuur 17/4 - 2015 | 13

Limburgse natuurcentra in de kijker


De Limburgse natuurcentra die deel uitmaken van het Limburgs Natuur- en Milieueducatief Netwerk zijn d
plekken bij uitstek om een verkenning van de natuur voor te bereiden. Zowel tijdens de schooluren als in je
privtijd kan je er terecht. Je springt even binnen, om buiten meer te zien! Het hele jaar door valt er in de
Limburgse natuurcentra wat te beleven: een geleide wandeling, een determinatie-avond, een interessante
voordracht of tentoonstelling. Milieu en Natuur stelt ze even kort voor.
BEZOEKERSCENTRUM DE WATERSNIP
Grauwe Steenstraat 7 bus 2, 3582 Koersel (Beringen)
tel. 011 45 01 91, zwartebeek@natuurpunt.be
www.dewatersnip.be
Initiatief: provincie Limburg, Agentschap voor Natuur en Bos
Natuurpunt vzw, stad Beringen

EDUCATIEVE BIJENSTAND OP T SONNIS


Heerstraat 2, 3530 Helchteren
tel. 0498 08 20 55, albertvandijck@hotmail.com
www.kempische-imkers.be
Initiatief: Kempische Imkersvereniging, Educatieve Bijenstand Sonnis (KIEBS vzw), gemeente Houthalen-Helchteren,
met steun van de provincie Limburg

BEZOEKERSCENTRUM DE WULP
Tussenstraat 10, 3910 Neerpelt
tel. 011 80 26 77, dewulp@skynet.be
www.natuurpuntneerpelt.be
Initiatief: Natuurpunt, Neerpelt, met steun van de provincie
Limburg

NME-CENTRUM WERKGROEP ISIS


Dorpsstraat 8 bus 1, 3990 Grote-Brogel (Peer)
tel. 011 63 37 05, educatie@werkgroepisis.be
www.werkgroepisis.be
Initiatief: Werkgroep Isis, met steun van de provincie
Limburg en de Vlaamse Overheid (Departement Leefmilieu,
Natuur en Energie)

MILIEUKLAS MULLEMER BEMDEN


Steenweg Wijchmaal 66, 3990 Peer
tel. 011 63 37 05, educatie@werkgroepisis.be
www.werkgroepisis.be
Initiatief: Werkgroep Isis vzw

14 | Milieu & Natuur 17/4 - 2015

BOSMUSEUM GERHAGEN
Zavelberg 10, 3980 Tessenderlo
tel. 013 67 38 44, bosmuseum@gerhagen.be
www.wet.gerhagen.be
Initiatief: Werkgroep Ecologie Tessenderlo vzw, gemeente
Tessenderlo, met steun van de provincie Limburg

NATUUR.HUIS WATERINGHUIS
Oude Maai 80, 3920 Lommel
tel. 011 64 94 00
Initiatief: Natuurpunt Noord-Limburg

NATUUR.HUIS DE RAMMELAARS
Broekstraat/Welderstraat, 3945 Ham
info@natuurpuntham.be
www.natuurpuntham.be
Initiatief: Natuurpunt Ham

MAASCENTRUM DE WISSEN
Negenoordlaan 2, 3650 Dilsen-Stokkem
tel. 089 75 21 71, toerisme@dilsen-stokkem.be
www.toerisme-dilsen-stokkem.be
Initiatief: stad Dilsen-Stokkem met steun van de provincie
Limburg

POLLISMOLEN OPITTER
Molenstraat 56, 3960 Opitter
tel. 089 84 85 61
Initiatief: stad Bree i.s.m. Regionaal Landschap Kempen en
Maasland

NATUUR.HUIS MARIAHOF
Mariahofstraat 51, 3960 Bree
tel. 089 24 61 21, info@natuurpunt-bree.be
www.natuurpunt-bree.be
Initiatief: Natuurpunt Bree

NATUUR.HUIS SMEETSHOF
Smeetshofweg 1, 3950 Bocholt
goossensarnold@hotmail.com
www.natuurpuntbocholt.be
Initiatief: Natuurpunt Bocholt

CONNECTERRA - NATIONAAL PARK HOGE KEMPEN


Zetellaan 54, 3630 Eisden (Maasmechelen)
tel. 089 44 04 44, info@connecterra.be
www.connecterra.be
Initiatief: Regionaal Landschap Kempen en Maasland vzw

KINDERBOERDERIJ PIETERSHEIM
Neerharenweg 12, 3620 Lanaken
tel. 089 71 21 20, pietersheim@lanaken.be
www.pietersheim.be
Initiatief: vzw Toerisme

DE LIETEBERG
Stalkerweg z/n , 3690 Zutendaal
tel. 089 25 50 60, info@lieteberg.be
www.lieteberg.be
Initiatief: De Lieteberg vzw

NATUURCENTRUM HEEMPARK
Hoogzij 7, 3600 Genk
tel.: 089 65 46 15, heempark@genk.be
www.heempark.be
Initiatief: vzw Heempark Genk, stad Genk

KATTEVENNEN
Planetariumweg 18-19, 3600 Genk
tel. 089 65 55 55, kattevennen@genk.be
www.kattevennen.be
Initiatief: Kattevennen-Europlanetarium vzw

BEZOEKERSCENTRUM HENGELHOEF
Hengelhoefdreef 6, 3530 Houthalen-Helchteren
tel. 011 53 02 50, info@limburgs-landschap.be
www.limburgs-landschap.be
Initiatief: Limburgs Landschap vzw met steun van de
provincie Limburg

STEDELIJK DOMEIN KIEWIT

www.hasselt.be/domeinkiewit
www.natuurpuntlimburg.be
Initiatief: stad Hasselt, Natuurpunt Limburg met steun van
de provincie Limburg

PROVINCIAAL NATUURCENTRUM
Craenevenne 86, 3600 Genk
tel. 011 26 54 50, pnc@limburg.be
www.pnc.be
Initiatief: provincie Limburg

BEZOEKERSCENTRUM SCHULENSMEER
Demerstraat 60, 3560 Lummen
tel. 013 55 63 81, schulensmeer@natuurpunt.be
www.schulensmeer.be
Initiatief: Opdrachthoudende vereniging Schulensmeer
(gemeenten Lummen, Herk-de-Stad en Halen), Natuurpunt
Vrienden van het Schulensbroek, met steun van de provincie
Limburg

BEZOEKERSCENTRUM NIEUWENHOVEN
Hasseltsesteenweg z/n, 3800 Sint-Truiden
tel. 011 68 79 81, nieuwenhoven@limburg.be
www.pnc.be
Initiatief: provincie Limburg

NATUUR- EN MILIEUCENTRUM ORCHIS


Perronstraat 1, 3740 Munsterbilzen
tel. 089 50 10 19, orchis.vzw@belgacom.net
www.orchisvzw.be
Initiatief: Natuurvereniging Orchis vzw, met steun van de
provincie Limburg

BEZOEKERSCENTRUM DE LANDSCHAPSRUITER
Remise, Leroyplein 2, 3740 Munsterbilzen (Bilzen)
tel. 089 51 56 54
Initiatief: Natuurpunt Zuidoost-Limburg

NATUUR.HUIS HASPENGOUW
Kleinveldstraat 54, Gelinden (Sint-Truiden)
tel 011 69 16 22, info@natuurpuntaulenteer.be
Initiatief: vzw Natuurhuis Haspengouw, met steun van de
provincie Limburg en de stad Sint-Truiden

Putvennestraat 108, 3500 Hasselt


tel. 011 21 08 49, Kiewit@hasselt.be - Natuurpunt Limburg
011 24 60 20, Bc.kiewit@natuurpunt.be

Milieu & Natuur 17/4 - 2015 | 15

Agenda
Januari
15 Wandeling Op zoek naar winterse vogels; samenkomst:
14.00 u.; Bezoekerscentrum De Watersnip, Grauwe
Steenstraat 7/2, Koersel.
Info: 011 45 01 91 zwartebeek@natuurpunt.be
17 Wandeling Natuurspeurdertjes, het grote vogelweekend
(5-7 jaar); samenkomst: 14.00 u.; Bezoekerscentrum De
Watersnip, Grauwe Steenstraat 7/2, Koersel.
Info: 011 45 01 91 zwartebeek@natuurpunt.be
31 Wandeling WinterWijerswandeling; samenkomst:
15.00 u.; Bezoekerscentrum Hengelhoef,
Hengelhoefdreef 6, Houthalen.
Info: 011 53 02 50 info@limburgs-landschap.be
Februari
7 Wandeling Geologie en geschiedenis van de streek;
samenkomst: 14.00 u.; Bosmuseum, Zavelberg 10,
Gerhagen (Tessenderlo).
Info: 013 67 38 44 bosmuseum@gerhagen.be
7 Wandeling In het voetspoor van meneer Konijn
(7-12 jaar); samenkomst: 14.00 u.; Bezoekerscentrum
Schulensmeer, Demerstraat 60, Lummen.
Info: 013 55 63 81 schulensmeer@natuurpunt.be
7 Wandeling Wintervogels in de Vallei van de Zwarte Beek;
samenkomst: 14.00 u.; Bezoekerscentrum De Watersnip,
Grauwe Steenstraat 7/2, Koersel.
Info: 011 45 01 91 zwartebeek@natuurpunt.be
7 Wandeling Speuren naar dierensporen; samenkomst:
14.00 u.; Bezoekerscentrum Hengelhoef,
Hengelhoefdreef 6, Houthalen.
Info: 011 53 02 50 info@limburgs-landschap.be

14 Wandeling Een hart voor natuur; samenkomst:


14.00 u.; Bezoekerscentrum Hengelhoef,
Hengelhoefdreef 6, Houthalen.
Info: 011 53 02 50 info@limburgs-landschap.be
Inschrijven vr 10/2 5/leden: 4
16 Wandeling Uitwaaien op de terril van Heusden-Zolder;
samenkomst: 14.00 u.; Bezoekerscentrum De Watersnip,
Grauwe Steenstraat 7/2, Koersel.
Info: 011 45 01 91 zwartebeek@natuurpunt.be
21 Wandeling Natuurspeurdertjes, frisse neuzentocht (5-7
jaar); samenkomst: 14.00 u.; Bezoekerscentrum De
Watersnip, Grauwe Steenstraat 7/2, Koersel.
Info: 011 45 01 91 zwartebeek@natuurpunt.be 2
Maart
6 Wandeling Mossen; samenkomst: 14.00 u.; Bosmuseum,
Zavelberg 10, Gerhagen (Tessenderlo).
Info: 013 67 38 44 bosmuseum@gerhagen.be
6 Wandeling Straffe Verhalenwandeling (volw.) en
Vertelseltjes over de natuur (7-12 jaar);
samenkomst: 14.00 u.; Bezoekerscentrum Schulensmeer,
Demerstraat 60, Lummen.
Info: 013 55 63 81 schulensmeer@natuurpunt.be
6 Wandeling verhalenwandeling: geheimen uit het bos;
samenkomst: 14.00 u.; Bezoekerscentrum De Watersnip,
Grauwe Steenstraat 7/2, Koersel.
Info: 011 45 01 91 zwartebeek@natuurpunt.be
16 Wandeling Stevige stapwandeling in de natuur (12 km);
samenkomst: 14.00 u.; Bezoekerscentrum De Watersnip,
Grauwe Steenstraat 7/2, Koersel.
Info: 011 45 01 91 zwartebeek@natuurpunt.be

20 Wandeling Natuurspeurdertjes: daar is de lente (5-7 jaar);


samenkomst: 14.00 u.; Bezoekerscentrum De Watersnip,
Grauwe Steenstraat 7/2, Koersel.
Info: 011 45 01 91 zwartebeek@natuurpunt.be 2
20 Wandeling Waterwandeling; samenkomst:
14.00 u.; Bezoekerscentrum Hengelhoef,
Hengelhoefdreef 6, Houthalen.
Info: 011 53 02 50 info@limburgs-landschap.be
28 Wandeling Stiltegebied Gerhagen; samenkomst: 14.00 u.;
Bosmuseum, Zavelberg 10, Gerhagen (Tessenderlo).
Info: 013 67 38 44 bosmuseum@gerhagen.be
April
3 Wandeling Waterdiertjes pleziertjes (7-12 jaar);
samenkomst: 14.00 u.; Bezoekerscentrum Schulensmeer,
Demerstraat 60, Lummen.
Info: 013 55 63 81 schulensmeer@natuurpunt.be
3 Wandeling Seizoensaftrap: wandelen met een extraatje;
samenkomst: 14.00 u.; Bezoekerscentrum De Watersnip,
Grauwe Steenstraat 7/2, Koersel.
Info: 011 45 01 91 zwartebeek@natuurpunt.be
7 Wandeling Themawandeling natuurstudie en -beheer in de
Zwarte Beek; samenkomst: 14.00 u.; Bezoekerscentrum De
Watersnip, Grauwe Steenstraat 7/2, Koersel.
Info: 011 45 01 91 zwartebeek@natuurpunt.be

Colofon
Uitgave van: De deputatie van de provincieraad van Limburg,
Herman Reynders, gouverneur-voorzitter; Marc Vandeput,
Ludwig Vandenhove, Igor Philtjens, Frank Smeets, Jean-Paul Peuskens,
Inge Moors, gedeputeerden; Renata Camps, provinciegriffier.

LIKONA-CONTACTDAG, 16 januari 2016

Hoofdredactie: Johan Van den Broek

i.s.m. het Centrum voor Milieukunde van de UHasselt

Tekst: Barbara Creemers

Programma

Cordinatie en eindredactie:
Nadine Moens, nadine.moens@limburg.be

08.45 uur
09.15 uur
09.30 uur
10.30 uur
12.00 uur
13.30 uur

Ontvangst
Welkom - Ludwig Vandenhove, voorzitter van LIKONA en gedeputeerde van Leefmilieu en Natuur
Plenaire zitting met korte mededelingen
Werkgroepvergaderingen
Middagpauze en bezoek aan informatie- en boekenstands
Voordrachten rond natuurstudie in Limburg
- Invasieve planten, Bert Berten
- Elke gemeente een actie voor wilde bijen, Maarten Jacobs
- Meetnetten voor monitoring Europese soorten eindelijk van start, Wouter Vanreusel en Luc Crvecoeur
- 25 mijlpalen van LIKONA, Jan Stevens
- Inventariseren in de toekomst: kinderspel?, Alain De Vocht
- 25 jaar natuurstudie in beeld, Frank Resseler
16.30 uur Afsluiting
16.45 uur Receptie

Dank aan: Karel Coenen


Redactieraad:
Patrick Boucneau, Jan Mampaey, Nadine Moens, Sonja Scheurs,
Daphne Tube en Johan Van den Broek
Coverfoto: Johan Lambrix, www.jwain.be
Verantwoordelijke uitgever:
Johan Van den Broek, Universiteitslaan 1, 3500 Hasselt
Vormgeving: designpartner.be
Drukwerk: Drukkerij Paesen Opglabbeek
Postbus: provincie Limburg, Directie Ruimte, Dienst Milieu en Natuur
Universiteitslaan 1, 3500 Hasselt
Tel. 011 23 83 38, minaplanning@limburg.be
www.limburg.be

Het volledige programma van de contactdag vind je op www.likona.be. De deelname is gratis, maar
inschrijven is noodzakelijk (vr 10 januari). De warme maaltijd reserveer je op voorhand.

Oplage: 10 500 exemplaren.


Deze publicatie werd gedrukt op Kringloop Cyclus Offset 115 g.

Meer info: PNC, tel. 011 26 54 62, likona@limburg.be, www.likona.be

D/1999/5857/17

provincie Limburg
Universiteitslaan 1
B-3500 HASSELT