II II MENGEN EN ROEREN

2000 POPULAIRE CHEMISCHE RECEPTENVOORIEDEREEN

NAAR HET AMERIKAANSCH BEWER KT DOOR

Drs. L. P. EDEL

TWEEDE DRUK

pITGAVE VAN DE N.V. UITGEVERS-MAATSCHAPPIJ )E. E. KLUWER -- DEVENTER

VOORBER1CHT B1J DEN EERSTEN DRUK.

"Mengen en Roeren" is een uitgave voor aIle belangstellenden in bet "boe't' en "wat,?tt der alledaagsche gebruiksartikelen, voor hen, die zich bii wijlen verdiepen in de samenstelling van stoffen als zeep, veri, tandpasta, cosmetische preparaten, was, dranken, inkt, enz. enz, en die zich afvragen, waarom deze artikelen dikwijls zoo hoog geprijsd zijn.

De meeste preparaten, die voor ons dagelijksch gebruik bestemd 2;ijn, worden verkregen door eenvoudige menging van uit de grootindustrie afkomstige chemicalien, In het algemeen spelen hierbij de echte chemische reacties geen groote rol.

Is het mogelijk deze preparaten, die onder fraai klinkende namen in den handel worden gebracht, zelf te maken? Geeft de vervaardiging ervan voordeel'? En voldoening i

Op deze vragen geeft "Mengen en Roeren" een bevestigend antwoord. Met een weinig handigheid en met de noodige voorzichtigheid is bet mogelijk een groot aantal artikelen met uiterst eenvoudige hulpmiddelen zelf te maken.

"Mengen en Roeren" bevat circa 2000 chemisch juiste recepten voor een groot aantal artikelen, die men thans gereedgemaakt koopt. De grondstoffen voor deze preparaten kosten slechts weinig, de samenstelling en bereiding is een prettig, interessant werkje, terwiil, wanneer men de wenken en aanwijzingen nauwkeurig opvolgt, men goede resultaten zal bereiken.

Reeds bij het doorbladeren van dit boekje zal men getroffen worden door de simpele samenstelling van tal van artikelen, die thans overal, aantrekkelijk verpakt en grootscheeps gepresenteerd, tien, twintig en zelfs dertig maal hun kostprijs opbrengen. En dikwijls nog rneer.

Maak zelf wat u noodig hebt! "Mengen en Roeren" geeft u de noodige recepten en eenvoudige bereidingsvoorschriften.

Na een beginperiode, waarin men het mengen en roeren als een aardige liefhebberij beschouwt, zal men al spoedig en met succes over-

VI

gaan tot het maken van artikelen die men noodig heeft en gebruiken kan. En bij den geringen prijs der grondstoffen is dat een allesz~ loonende bezigheid.

Aan het verwijderen van vlekken, een onderwerp dat voor iedere huisvrouw van veel belang is, is een belangrijke plaats ingeruimd.

Ook voor den scheikundige, werkzaam in de industrie of bij het onderwijs en niet steeds beschikkend over een volledige vakbibliorheek, is deze uitgave belangrijk. In ve1e gevallen zal hii deze verzarneling van ongeveer 2000 recepten met succes kunnen raadplegen.

DE BEWERKER.

Mei 1936.

VOORBERICHT BIJ DEN TWEEDEN DRUK..

De algemeene wensch der Iezers en gebruikers van Mengen en Roeren om de beschikking te krijgen over nieuwe recepten leidde tot het verschijnen van het tweede deel. Dientengevolge was het overbodig in dezen tweeden druk van het eerst verschenen deel, dat we nu Mengen en Roeren I noemen, ingriipende veranderingen aan te brengen. De snelle verkoop is het bewijs dat de voorschriften werkelijk den toets van de practiik doorstonden.

Ook met dezen tweeden druk richt ik me, behalve tot allen die het samenste1len der preparaten in de eerste plaats uit liefhebberii willen beoefenen, met de mogelijkheid de verkregen kennis en ervaring ter gelegener tiid ook in het bedrijf nuttig te gebruiken, tevens tot den technicus, die een groot aantal hulppreparaten voor het bedrijf met Mengen en Roeren a1s handleiding met succes kan vervaardigen.

Om het naslaan te verzemakkelijken heb ik het alphabetisch register belangrijk uitgebreid,

Indien de lezers door het maken van de eenvoudige ttMengen en Roeten" -preparaten tot het nader bestudeeren der chemische verschijnse1s komen, zal mii dit zeer verheugen, immers zonder de scheikunde is een levenspeil a1s het onze niet te handhaven, Zonder ooze chemische industrie is het niet mogelijk ooze tallooze dagelijksche behoeften, die ZOO vanzelfsprekend geworden zijn, te bevredigen,

DE BEWERKER.

April 1939.

LI]ST VAN AFKORTINGEN.

INHOUD

kg = kilogram g = gram

mS = kubieke meter

em" = kubieke centimeter sec = seconde

°C = graden Celsius "Be = graden Baume dl = gewichtsdeel pcts = procents

A = ampere

V = volt

opl. = oplossing

gedest, = gedestilleerd gecalc, = gecalcineerd geprec. = geprecipiteerd

gebl. ricinusolie = geblazen ricinusolie med. zeep = medicinale zeep

sicc, = siccatief

lith. vernis = lithografische vernis, pH = waterstofionenconcentratie

aq = kristalwater

VOORBERICHT. AFKORTINGEN. INLEIDING.

HOOFDSTUK I.

KLEEFSTOFFEN ...•....••.•.•...•.••..

Ujm - Gom ~ Kit - Kleeflak - Caseine - Caoutchouc - Nitrocellulose.

Biz.

1

HOOFDSTUK II.

PRBPARA TEN VOOR LAND- EN TUINBOUW • • . • . • . . • Kunstmest - Insectengif - Sproeimiddelen - Onkruid vernietigen - Rattengif.

10

HOOFDSTUK III.

EMULSIES

• • .. • • .. .. • .. .. • .. • • .. • to • ,. .. • • • • ..

17

Boorolie - Wasemulsies - EmuJgatoren - Petroleumemulsie,

HOOFDSTUK IV .

.

ZEEP EN REINIGINGSMIDDELEN ••••...•...•.• Vloeibare zeep - Zeeppoeder - Bleekwater - Vlekkenmiddelen - Chemisch reinigen.

22

HOOFDSTUK V.

POLIJST- EN SLIJPMIDDELEN •...••••••......

Meubelen - Auto's - Leder - Metaal - ZUver - Koper.

HOOFDSTUK VI.

LAKKEN, VERVEN EN BEITSEN .•.••••..•..... 44

Olielak - Nitrolak - SpiritusJak - Huisverven - Moffellak - Water-

verf - Afbijtmiddelen - Houtbeitsen.

HOOFDSTUK VII.

SCHOONHEIDSMIDDELEN EN DROGERI]EN ........• 72

Antiseptica - Bleekmiddelen - Huidcreme's - Haarwater - Lippenstiften - Parium - Poeder - Shampoo's - Permanent wave - Badzouten - Scheercreme - Tandpasta.

x

HOOFDSTUK VIII.

INKT, DOORSLAGPAPIER, KRIJT, ENZ.

Documeoteninkt - Merkiokt - Drukiokt.

HOOFDSTUK XVII.

XI Biz.

Biz.

• .. • • • • • .... 99:

RUBBER, PLASTISCHE STOFFEN EN WAS •••••••••• 2II Autobandeo - Gummisponzen - Gummizolen - Vlakgom - Kaarsen.

SMEERMIDDELEN

.. . . . . log

HOOFDSTUK XVIII.

GEMENGD ••......•.......•..••••••• 220

Bloemeo - Radiatorvloeistof - Vuurwerk - Bluschmiddelen - Soldeer.

BERSTE HULP BIJ ONGELUKKEN •.•••••••..... 230 REGISTER.

HOOFDSTUK IX.

Boorolie - Consisteotvet - Kettingvet - Graphietvet - Turkschroodolie.

HOOFDSTUK X.

PAPIER

. . • • • • • • . • 114

Kleuren - Soorten - Vulstoffen - Harslijrn.

HOOFDSTUK XI.

WEEFSELS EN VEZELS . . . . . • . . • • • . . • . . . • • • • II9 Katoeo - WoI - Zijde - Kunstziide - Stroo - Bleeken - Verven - Impregneeren,

HOOFDSTUK XII.

LEDER, HUIDEN EN BONT . . . . • . • . . . . . 132

Looieo - Chroomleder - Lederlak - Schoensmeer - Ledervetten.

GALVANISEEREN

HOOFDSTUK XIII.

• • • . . . . . . . . • • . • • • • . • • • 143

Chromium - Zilver - Goud - Koper - Nikkel - Cadmium - Messing - Ziok - Ijzer,

HOOFDSTUK XIV.

PHOTOGRAPHIE

. • • • • • • • . • . . . . . • • • . • • • 154

Ontwikkelaar - Fixeer - Etsen - Kleuren - Versterken - Verzwakken - Electrotypie.

HOOFDSTUK XV.

BOUWMA TERIAAL, MET ALEN, GLAS . • . . . . . •• 168

Cement - Beton - Hout - Pleister - Glas - Email - Legeeringen.

HOOFDSTUK XVI.

LEVENSMIDDELEN, DRANKEN EN SMAAKSTOFFEN ..•• 182

Marmelade - Confituren - Specerijen - Limonade - Extracten - Essences - Likeur - Bowl.

INLEIDING.

AIle recepten, die hier volgen, werden met bepaalde fabricaten uitgewerkt. Het gevolg is, dat wanneer men precies vol gens een recept werkt, het resultaat soms verschillend uitvalt, want de grondstoffen zijn overal iets anders. Het is daarom aan te bevelen eerst een zoo klein mogeliike hoeveelheid van een bepaald preparaat te maken, in het algemeen b.v. 20 tot 100 g. Hiertoe is het noodzakelijk de deelen, die in de recepten opgegeven worden, tot deze kleine hoeveelheden om te rekenen.

We nemen b.v, het recept voor photokleefstof op bladziide 4:

witte aardappeldextrine 15 dl

water 15 dl

glycerUne 2 dl

formaldehyde 40 % 0,15 dl

sassefrasolie 0, I 5 dl

Wanneer wij hiervan ongeveer 100 g willen rnaken moeten we voor ieder deel 3 g nemen. We wegen dus af: 45 g dextrine, 45 g water, 6 g glycerine, 0,45 g formaldehyde en oA5 g sassefrasolie.

Het is nu mogelijk dat de pasta na het afkoelen te dik of te dun is.

We maken dan een tweede kleine hoeveelheid met minder of meer water en wanneer de consistentie de juiste is, maken we zooveel als we noodig hebben door het aantal grammen per deel zooveel grooter te maken.

Het verdient aanbeveling de verschillende recepten en werkwijzen van het hoofdstuk, waaruit men iets wil maken, nauwkeurig door te lezen. Men ziet dan hoe de preparaten die op elkander lijken, gemaakt worden.

Vaatwerk.

Voor het maken van zeer kleine hoeveelheden, b.v. de kleine voorproefjest koopt men het beste een paar kleine bekerglazen of conische glaskolfjes, de z.g. Erlerneiiers. Deze bieden het voordeel, dat men precies kan zien wat er gebeurt. V oor het maken van grootere hoeveelheden neemt men dan geernailleerde bekers of pannen. Ook vuurvast aardewerk is bruikbaar.

Werkmethoden.

Mengen.

Voor het oplossen van een stof in water is het gewoonlijk voldoende, het mengsel van tijd tot tijd am te roeren. In vele gevallen kunnen we

XIV

een platte spaan van hout als roerder gebruiken, ver~er een .. spate1 ,,-:an hoorn of een glazen limonadelepe1 of gIasstaaf. Dikke cremeachtige emulsies kunnen we ook met een platte staaf voldoende mengen en omroeren, Voor het maken van een dunne emulsie als b,v. een vloeibaar poetsmiddel, nemen we beter een eiwitklopper of een electrischen

roerder. , f vii I V d

Stoffen in poedervorm me?gen we in een l!l0mer 0 VlJZe: oor e

meeste stoffen is het gebruik van een mortier van porcelein aan te bevelen.

xv kie~lgoer, fiine asbesrvezels of soms ook met fijn gernalen papier. Het filtreeren moet eventueel herhaald worden.

Ontkleuren.

lets gekleurde vloeistoffen, ook wanneer ze troebel ziin, kan men geheel he1der doorschijnend en kleurloos maken door de vloeistof met I tot 5 % dierlijke kool, actieve kool of ontkleuringskool ongeveer een uur op een waterbad te verwarmen. Hierna filtreert men door een fijn filtreerpapier.

Conserveeren.

Bijna aIle preparaten, die plantaardige of dierlijke vetten en andere organische stoffen bevatten, als gom, eiwrt, stiifsel, enz., bederven zeer gemakke1ijk. Om dit te verhinderen voegt men antiseptische stoffen toe, waartoe men salicylzuur, boorzuur of benzoezuur kan gebruiken, Beter %ijn de moderne conserveerrniddelen, die b.v. uit de esters van para-oxybenzoezuur bestaan. Deze kunnen ook aan levensmiddelen toegevoegd worden. Voor andere doeleinden kan men de uiterst werkzame chloorkresolen en chloorthymol nemen,

Breken en malen.

Groote stukken kan men zonder gevaar klein maken door ze in een doek te wikkelen, dan tusschen twee steenen of stukken hout te leggen en met een zwaren hamer de groote brokken stuk te slaan, Kleine boeveelheden kan men het beste fiin maIen in een mortier of viizel, Voor iets grootere hoeveelheden zijn kleine molentjes in den handel, die met de hand gedraaid worden en waarin het maalgoed tusschen twee gegroefde maaIschijven doorloopt,

Wegen en meten.

In vele gevallen kan men met een brievenweger volstaan, het is eehter aan te bevelen een eenvoudige weegschaal met gewichten aan te schaft'en. Voor het meten van vloeistoffen neemt men de glazen maatci1inders, die men bij iederen drogist kan koopen.

Ongelukken.

Gevaarlijk vergiftige stoffen worden bij het recept aangegeven, Men ~ echter nooit vergeten dat alle chernicalien relatief gevaarliik :=- Na het werken met chernicalien moet men dus in ieder geval de den wasschen, gedurende het werk mag men met de handen niet am de oogen komen, Bij het werken met brandbare vloeistoffen mag volstrekt geen vuur in het vertrek aanwezig zijn.

Verwartnen.

In het algemeen moet men verwarmen op het open vuur of op een gasbrander vermijden, De meeste organische stoffen branden gemakkelijk aan wat het product onbruikbaar maakt. V oor temperature~ onder I~ 0 C, dus voor aIle samenstellingen die water bevatten, IS verwarmen op een waterbad het allerb~te. We nemen dus twee pannen of bekers, die in e1kander passen. De binnenste vult men l!let het preparaat en zet dan in de met water gevulde grootere pan. Dit water verwarmt men nu op het open vuur tot de stoffen in de binnenste pan de voorgeschreven ternperatuur bereikt hebben.

Wanneer men hoogere ternperaturen wil bereiken, vult men de grootste pan met olie en plaatst hierin de kleinere, De ol.ie k~en we dan zonder gevaar tot ongeveer 2500 C verhitten. Bruikbaar IS b. v, gewone ongekookte Iiinolie of slaolie.

De ternperatuur moet met een thermometer afgelezen worden. Men mag de temperatuur nooit schatten, daar het preparaat door een verkeerde temperatuur geheel kan mislukken.

Filtreeren en klaren.

Vele vloeibare preparaten zijn na de fabricatie troebe1 door kleine hoeveelheden verontreinigingen. In het algemeen kan men deze verontreinigingen eenvoudig laten bezinken. Men laat de vloeistof staan tot de troebel makende stoffen op den bodem liggen en giet of heve~t dan voorzichtig af. In het algemeen gaat hierbij een deel van de vloeistof verloren en de bewerking duurt vrii lang.

Vlugger kan men het doel dan door filtreeren bereiken. ~et s~cces van het filtreeren hangt geheel af van de ~oor!. van het gebruikte flIte!materiaal. Hoe fijner de onoplosbare deeltjes zijn, hoe fijner ook h~~ fittreerpapier of het filterdoek genomen moet worden. Voor he~ verkrijgen van een absoluut helder filtraat is het aan te bevelen, ~en ftltreerhul~stof toe te voegen, Men mengt de vloeistof met een kleine hoeveelheid

EERSTE HOOFDSTUK.

KLEEFSTOFFEN.

Onder kleefstoffen verstaan we gummi- of gelatine-achtige substanties die dienen om twee oppervlakken aan elkander te hechten. Ge.:voonlijk zijn het stoffen die in water opzwellen en na het verdampen van het water weer hard worden; het typische voorbeeld hiervan is de gewone houtlijm. Een andere klasse kleefstoffen wordt in de warmte zacht of smelt en hecht na het hard worden door afkoelen de te lijmen oppervlakken aan elkander: hiertoe behoort by. schellak. De mod erne kleefstoffen hooren vaak tot de groep, waarbij het water vervangen wordt door een organisch oplosmiddel. AIs voorbeeld kan men de caoutchouc-solution en de celluloid-Iiim nemen.

De samenstelling van de kleefstoffen kan men in het algemeen tot in het oneindige varieeren. Ieder recept moet aan het dod, waarvoor het gebruikt wordt, aangepast worden. V ooral bij de consistentie speelt ~ de persoon van den verwerker een groote rol; de recepten moeten dus steeds op het speciale doe! afgestemd worden. Een kleefmiddel dat voor het plakken van schoendoozen by. uitstekend voldoet, kan door een onaangenamen reuk voor het plakken van cartons voor levensmiddelen absoluut onbruikbaar zijn,

De te plakken oppervlakken moeten steeds goed schoon ziin. De kleefstof wordt in een dunne laag opgebracht. Wanneer de te plakken stoffen poreus zijn, moet men met een dunne kleefstofoplossing de porien eerst afsluiten.

Het oplossen van casejne,

• Voor een normale dikke oplossing neetnt men per kg caseine ongeveer 3 1 water. Het water doet men koud in an geemailleerde pan en voegt onder &oed roeren de droge casetne toe; er !bogen zich geen klonten vormen. Hierna voegt men per kg caserne 60 g lUre ammoniak (geest van salmiak) toe en plaatst de pan nu in een tweede IfOOtere gevuld met heet water (of op ee:n waterbad). De caselne-oplossing Wordt nu onder geed roeren langzaam tot 70° C verwarmd, hetgeen onge-

Mengm en Roeren

veer een half uur duurt. Te hooge ternperatuur moet men vermijden daar de oplossing in dit geval te donker wordt. Nadat de caseine geheel opgelost is kan men met warm water tot de gewenschte consistentie verdunnen. De verkregen lijm kan men [uist als gewone houtlijm gebruiken, zoowel Warm als koud,

Caseine kan ook met borax opgelost worden. Hiertoe mengt men in dezelfde volgorde als met ammoniak I kg case1ne met 4 tot 6 1 koud water, voegt 1')0 g borax: toe en roert koud tot de caseine zacht begint te worden; dit duurt

I

MENGEN EN ROEREN

KLEEFSTOFFEN

3

ongeveer een kwartier. Hierna wordt het mengse1 weer op of 10 een waterbad onder goed roeren zoo lang oop 70° C verwarmd tot de oplossing

geheel helder geworden .~s. .

Indien men de caseine-oplossing zeer dunvloeibaar wil maken, ve~angt men een deel van de ammoruak of borax door trinatriumphosphaat. Daar de caseine-oplossing aan bederf onderhevig is verdient het aanbeveling de oplossing met 2 % benzoezuur- of salicylzuur-natrium of 1/2 % carbolzuur te conserveeren-

Opmerking: caseine mag niet met koper in aanraking komen.

Het gebruik van houtliim of beenderlijm.

Voor het maken van een goede lij.~oplossing is het noodzakeliik de lijm voor het verwarmen goed 1~ water ~e laten zwellen. Bij dikke tafelliim kan dolt tot twee dagen duren. Tegenwoordig komt er ook gemalen liirn in den handel, die in eenige uren genoeg water opneemt am door verwarmen opgelost te kunnen worden. Nadat de lijm voldoende water opgenomen heeft, wordt ze door haar in een bak met heet water te plaatsen vloeibaar gemaakt; de ternperatuur mag niet hooger komen dan 70° C. Hoogere temperaturen en lange verhitting moe ten vermeden worden, daar het water dan op de lijm inwerkt en door zg, hydrolyse producten gevormd worden met, een zeer geringe kleefkracht. Het vloeibaar maken der lijm geschiedt het beste in een hiertoe speciaal vervaardigden lil,mpot, waarvan de binnenste pot vertind is, terwijl de buitenste pot, w,aarm het heete water komt, uit ieder willekeurig materiaal kan bestaan.

Bij net lijmen met deze gewone houtlijm meet er voor gezorgd worden, dat de te lijmen oppervlakken zoo :varm gemaakt worden, dat de liim hie rap niet stolt voordat de oppervlakken vast op elkander geperst ziin, Voor het leveren van goed werk 0 moe ten de beste lijmsoorten gebruikt worden.

Voor het lijmen van dun fineer neemt men een lijm met een hooge viscositeit, dit beteekent een lijm die in een lage concentratie reeds een dikvloeibare oplossing geeft. Een te dunne oplossing heeft nl. een neiging door het dunne laagie hout heen naar den buitenkant te komen en hier het fraaie opperv lak van het fineer te bederven,

tossing van schellak in spiritus toe. Hiernaast lost men 1/1 dl dextrine op in 7 d1 spiritus en 31/2 dl water, verwarmt deze oplossing en mengt haar met de Iijmoplossing, De liim wordt hij afkoe1en vast en moet voor het gebruik gesmolten worden.

Vloeibare lijm,

Beenderlijm 46,7 dl

Water 46,7 dl

Natriumnitraat 6,6 dl

Het natriumnitraat (Chilisalpeter)

wordt in koud water opgelost. De liim (fijn gemalen) laat men gedurende twee uur in deze oplossing inweeken en smelt het mengsel dan op een waterbad bij 60-70° C. Hierna houdt men het mengsel zoo lang op de aangegeven temperatuur tot de lijm na afkoelen tot kamertemperatuur vlceibaar blijft; dit proces duurt eenige ure~. ~enslotte conserveert men met eeruge tiende procenten carbolzuur of salicylzuur.

Elastisc:he papierlijm.

Bcenderli;m 45 dl

Glycerine 15 dl

Watet 39 dl

Catbohuur I dl

De lijrn. wordt op de gewone wijze

opplost. Bij 600 C voegt men dan de alYcerine toe en tenslotte het conserveermidde1, bv. carbolzuur of p-oxybe:aIobure-ester.

Lijrncompositie voor gips =gietvormen.

UJm veer ralanterieen.

100 dl goede he1dere lijm worden in aoo dl water opgelost, Hieraan voegt mea dan ceo oplossing van 2 dl gebleette schellak in 10 d1 alcohol toe, toa't tot de beide oplossingen zich eoed vereenigd hebben en laat de ~tuur niet boven de 50° C . .......

Houtlijm in poeder Glycerine

Water

Suiker

Fijn kwartspoeder

1 dl 11{.& dl I dl

1/1 dl 1 dl

Lijm voer een cartonplakrnachine.

Houtlijm Glycerine Water Betanaphtol Terpineol

175 dl 10 dl dl of meer 1/1 dl 1/1 dl

EtikettenlJjm.

s. ::- houtlijm word, in IS-Pets ~! _ opge1ost en een oogenblik

~k£ Men kan ook nog iets toevoegen.

175

Lijrn voor carton.

14 d1 goede beenderli;m op de ju~ste manier in 26 dl water oplossen. Hieraan voegt men 1 dl van een ra-pers op-

Etikettenlijm voor de machine.

Aan een to-pets houtlijmopiossing voegt men op de geheele hoeveelheid berekend 21/. % dextrine toe. Men verwarmt onder goed omroeren tot de dextrine opgelost is en voegt dan 3 % ~~Jnohe en 3 % terpentijnolie toe. De lijm wordt door vocht niet aangetast en hecht op metaal.

Stijfselpasta (gekookte stijfsel). 4 dl tarwestijfsel worden met 8 dl koud water tot een dun papie aangeroerd, Dit papje giet men dan in 64 dl kokend water en roert tot het mengsel goed doorschijnend wordt. De te gebruiken hoeveelheid water hangt van de soort stijfsel af en van de consistentie die men voor het bepaalde doel verlangt.

Elastische stijfse)pasta.

Eerst kookt men 8 dl stiifsel met 100 dl water op de gewone wijze, voegt dan 4 d1 ammoniakoplossing toe., waardoor de kleefkracht toeneemt, en tenslotte I dl glycerine.

Lijm voor cellophaan,

Arabische gam Water Glycerine Formaldehyde

of:

171/3 dl 521/~ dl 30 dl

0,05 d1

40 d1 40 dl 20 dl

Beenderlijrn. Water

Gl ycol-bori-boraat

Albuminelijm.

Bloedalbumine

(go % oplosbaar) Water

Anunoniak (s, g. o,go) Gebluschte kalk Water

100 dl 170 dl 4 dl 3 dl 10 dl

4

MENGEN EN ROEREN

Het droge bloedalbumine wordt eerst met het grootste deel van het water aangeroerd, waarna men het mengsel eenige uren laat staan. Het ingeweekte albumine wordt nu geroerd tot het opgelost is, waarna men de ammoniak onder langzaam en voorzichtig roeren toevoegt. Te vlug roeren doet de massa schuimen. De kalk wordt nu met weinig water tot een dunne kalkmelk aangeroerd en men voegt deze voorzichtig bii de albumine-oplossingj hierna roert men nog eenige minuten door. Men mag vooral niet te veel kalk toevoegen daar de lijrn dan tot een gelei-achtige mass a stolt. Bi] de juiste verhoudingen bliift de lijm gedurende eenige uren bruikbaar. De juiste verhouding van albumine tot water rnoet door een klein proefje bepaald worden, daar de viscositeit van de lijm aan het doel aangepast moet worden en daar de eigenschappen van albumine niet steeds gelijk zijn.

Een zeer goede Iijrn verkriigt men ook door een hoeveelheid paraformaldehyde toe te voegen. Op IOO dl bleedalbumine neemt men dan zooveel water als noodig is (140 tot 200 dl), 51/2 dl ammoniak (o,go) en IS dl paraformaldehyde. Het albumine wordt [uist als te voren opgelost; dan eerst voegt men het paraformaldehyde toe, niet te vlug en niet te langzaam, Het mengsel wordt hierbij steeds dikker en men moet er voor zorgen, dat de geheele hoeveelheid paraformaldehyde toegevoegd is voordat de oplossing stolt of gelatineert, In dit stadium kan de lijm moeilijk of in het geheel niet meer geroerd worden. De verdikte massa wordt echter na ongeveer een uur vloeibaar en heeft dan de juiste consistentie, In dezen toe stand bliift de lijrn gedurende ongeveer 8 uren. Wanneer de lijm nu weer vast wordt is ze onoplosbaar en verder onbruikbaar.

Deze liim kan ook geheel koud verwerkt worden. Beter is het de werkstukken warm samen te persen. Bij het bouwen van vliegtuigen, waar toch steUig de hoogste eischen gesteld worden, wordt deze lijm vaak toegepast

daar ze bovendien niet meer gevoelig is tegen vocht,

KLEEFSTOFFEN

5

voegt men de rest van het water toe, koOkt even op, laat afkoelen en voegt te2lS1otte de andere bestanddeelen toe.

Houtlijm met stijfsel.

Tarwestijfsel 30 dl

Beenderlijm 10 dl

Water 60 dl

De stijfsel en de lijm worden eerst

afzonderlijk op de vroeger aangegeven wijze opgelost en dan gemengd. Voor het ge bruik voegt men zooveel warm water toe als gewenscht is.

Kleefpasta.

Witte dextrine 450 g

Arabische gom 30 g

Water 500 g

A%i;suuur 20 g

Wintergroenolie J g

Kaneelolie I g

SalicyIzuur 2 g

De dextrine en de fijn gepoederde

Atabische gom worden eerst in water opgelostt hierna voegt men het salicyl~Ut toe. Het mengsel wordt nu verwarmd tot de massa pasta-achtig begint te worden. Koken mag ze echter niet; de verWarming geschiedt dus weer het bate in een tweede pan met heet water. Ongeveer na een kwartier voegt men onder goed roeren langzamerhand bet azijsuuur toe. De rnassa wordt Iduna parelachtig; vervolgens roert IIIal zoader afkoelen de reukstoffen door de pasta.

Vloetbare gom.

Men mengt 75 dl goede Arabische gom met 200 dl water en verwarmt het mengsel zoolang tot 70° C tot alles opgelost is. Hierna voegt men 6 dl carbolzuur en I dl kruidnagelolie toe en filtreert door neteldoek. Verder water zooveel als noodig is.

Enveloppengom.

Arabische gorn Stiifsel

Suiker

Opgelost in zooveel water dig is.

De Arabische gom wordt eerst in water opgelost, dan voegt men de suiker toe en tenslotte roert men de stijfsel klontvrij in de oplossing. Onder goed roeren wordt het mengsel dan gekookt tot de stijfsel opgelost is en hierna verdund met warm water.

I dl I dl 4 dl

als noo-

Kleefpasta voor bibliothel<en.

Tragacanth 20 dl

Witte dextrine 10 dl

Tarwebloem 60 dl

Glycerine 10 dl

ICOud water 40 dl

~ $Wcylzuur 3 dl

. kokend wat~r 400 dl

" Trapcanth in poeder wordt eerst

.. 160 dl heet water gemangd en .... ~rgeroerd. Hierna mengt men tit'dextrine en de bloem met het koude -.cer laD en giet dit in de tragacanth-

. • onder goed roeren voegt

.. de rest van het kokende water

ali ~se1t voegr de glYcerine en ..... cy uur toe en kookt het _~ gedurende 5 tot 6 minuten goed roeren door.

Fotokleefstof.

Witte aardappeldextrine 15 dl

Water IS dl

Glycerine 2 dl

Formaldehyde (40 %) 0,15 dl

Sassefrasolie 0,15 dl

De dextrine wordt eerst met een deel van het water aangemengd tot alle klonten verdwenen ziin. Hierna

Iuwellersktt.

Men lost op een water bad 25 dl vischlijrn op in zoo weinig mogelijk 40-pcts alcohol. dan voegt men 2 dl gum ammoniacum toe. Hiernaast lost men I dl mastik op in 5 dl verdunden alcohol en rnengt de beide oplossingen. De lijrn moet in goed gesloren f1esschen bewaard worden.

Kit voor gietijzer.

IJzervij1sel 128 dl

Gi~s 20 dl

Knjt 8 dl

Arabische gom 8 dl

Roetzwart I dl

Cement 4 dl

Het mengsel wordt kort voor het

gebruik met water aangemaakt.

Kit voor het dichten van scheuren in vloeren,

Gips 32 dl

K wartsmeel 200 dl

Gele dextrine 33 dl

Kort voor het gebruik met water

tot een stijve bri] aanroeren.

Lijm voor vetdicht papter.

Men mengt een liter zo-pcts huidIijrnoplossing met 25 g kaliurnbichromaat. Het te prepareeren papier trekt men door de warme oplossing en droogt het papier vlug in het licht, Het papier moet zoolang aan de inwerking van licht blootgesteld worden tot de kleur van lichtgeel geheel bruin geworden is. Hierna wordt het chromaat uitgekookt met een a-pets aluinoplossing.

Behangersplaksel.

Rijstebloern Krijt (zeer fijn) Caseine

Aluin in poeder

4dl 2 dl 1 dl

1/, dl

6

MENGEN EN ROEREN

KLEEFSTOFFEN

Men kan het mengsel direct met heet water tot een bruikbare pap aanroeren, Beter lost men de caseine met iets ammoniak op als vroeger aangegeven en mengt deze oplossing met de gekookte rijstemeelpap.

Verder is een pap van zuivere tarwebloem zeer bruikbaar, Hiertoe mengt men de tarwebloem met koud water tot een dun papje aan en giet dit mengsel juist a1s bij stijfsel in een voldoende hoeveelheid kokend water.

Meubellijm.

Huidlijm

Loodwit Poederkrijt Salicylzuurnatrium Water

450 d1 15 d1 100 dl 5 dl 1000 dl

KastenmakersUjm.

Huidlijm Glycerine Betanaphto! Terpineol Water

175 dl 10 dl 1/2 dl 1/2 dl

naar behoefte

Caselnelijm voor bout.

Fijn gemalen caseine 12 dl

Ongebluschte kalk 8 dl

Zwaarspaat (gemalen) 4 dl

De bestanddeelen goed mengen en

droog bewaren, voor het gebruik met water aanmengen. De liim is in 24 uur droog, Ter verbetering kan men eenige procentennatriumphosphaattoevoegen.

Celluloid =kleeflak.

Filmafval 50 dl

Nitrocellulose 23 dl

Harsester 9 dl

Ricinusolie 18 dl

Een mengsel, dat volgens deze ver-

houding samengesteld is, wordt opgelost in een mengsel van oplosmiddelen dat by. bestaat uit: 5 dl

7

butylacetaat, 20 dl spiritus, 25 dl aethylacetaat en 50 dl benzol. De consistentie moet aan de te plakken stoffen aangepast worden. Zuigen deze de kleefstof te vee I op dan moe ten de porien eerst met een verdun de oplossing der kleefstof afgedicht worden.

IDet een oplossing van kaliwaterglas tot een dunne brij aan. De kit moet os:uniddel1ijk gebruikt worden.

Kleefwas.

Colo~~onium paraf[ltle

Dunne smeerolie of:

100 dt 10 dl 88 dl

70 dl 40 dl

5 dl

Kleefwas.

Colophonium Talk

Lanoline Paraffine Verzeepte was

100 dl 16 dl 60 dl 8 dl 2 dl

Dammarhars Bijenwas Aardverf

Marmerkit.

Ebonietlijm.

Eboniet kan gelijmd worden met een mengsel van I dl gutta-percha en 2 dl steenkoolteerpek, die te voren voorzichtig sarnengesmolten worden. De breukvlakken moeten eerst met benzine ontvet worden en moeten tot ze afgekoeld ziin tegen elkander geperst worden.

100 dl 25 dl

Krijtwit Waterglas

of:

Vetwur aluminium wordt met ge,1ookte Iijnolie tot een stijve pasta . lUgeroerd.

of:

Portlandcement 12 dl

, Gebluschte kalk 6 dl

.t Kwartspoeder 5 dl

,., Kie%e1goer 1 dl

. Met natronwaterglasoplossing aan-

..' :. roeren.

Marineli;m.

10 dl ongevulcaniseerde rubber (crepe) worden in ongeveer 120 d1 benzol, terpentiinolie, dunne steenkoolteer, zware benzine of mengsels hiervan opgelost, Hierna voegt men 20 dl asfalt of 10 dl asfalt en 8 dl schellak toe en verwarmt het mengsel voorzichtig op een water bad tot het geheel homogeen is (brandbaar, open vlammen vermijden). De lijm wordt na het afkoelen vast en moet voor het gebruik voorzichtig gesmolten worden. De marinelijm plakt een groot aantal stoffen volkomen watervast en kan overal gebruikt worden waar de donkere kleur niet hindert,

~ ~. -. ' ..

Stopverf.

Xrijtwit 85 dl

.9ulekookte lijnolie 15 dl

r , Bventueel kan men een deel van ';. OIl8ekookte lijnolie door gekookte

!,~cn. De stopverf droogt hier. <:f~. sneller, wordt echter niet zoo

,,~i~ vlug hard wordt een stopverf

I,:~ me.n een deel van het krijtwit . /~ .~lit vervangt:

"1'" Jeri,twit 450 dl

.. ·~lit 36 dl

.. ~kte lijnolie 80 dl

~ccatief 18 dl

Voor het wetten van glas in metaIca, Cewoonlijk iizeren, sponningen ~lmen een. stopverf uit loodglit of .. _ oocimetlJ.e (een deel hiervan kan meo Om den prijs lager te maken door

Ilserklt.

Men mengt I d1 zinkoxyde en I dl bruinsteenpoeder en rcert dit mengsel

gebluschte kalk vervangen) en gekookte lijnolie.

Een stopverf voor beeldhouwers maakt men door in gewone stopverf een dee 1 van het krijtwit door vollersaarde te vervangen, bv.:

Gekookte lijnolie 15 dl

Vollersaarde 15 dl

Krijtwit 70 dl

Stopverf die elastisch bliift maakt

men door gemalen bitumineuzen kalksteen met 8 tot 12 % bitumen met gekookte liinolie aan te mengen. Deze kit verdraagt ook alle weersinvloeden.

Marmerkit.

Carnaubawas 63 dl

Dammarhars 37 dl

Samensmelten, voor het lijmen het

marmer verwarmen en het was-barsmengsel vloeibaar maken.

Kit voor metaal op glas.

Recept nQ. I. Kopallak Lijnolie Loodwit in olie Loodmenie Kort voor het

I dl 2,5 dl I dl I dl gebruik mengen.

Recept no. 2.

Eerst maakt men een mengsel van gelijke gewichtsdeelen cement en loodglit. Dit mengsel wordt dan met het halve volume glycerine aangeroerd en goed doorgekneed.

Recept no. 3.

I dl

3 dl

5 dl een geliikrnatige hars-

gevormd is. Hierna

Natriumhydroxyde Colophonium Water Koken tot

zeepoplossing mengen met:

Gips

3 dl

Vlug drogende isoleerende kleeflak

MENGEN EN ROEREN

KLEEFSTOFFEN

9

8

Alkydhars

3S-pcts nitrocelluloseoplossing Tricresylphosphaat Oplosmiddel

II-20 ell

64-73 dl 4- 8 dl II-21 dl

Gekleurde was.

Carnaubawas 16 dl

Paraffine 8 dt

Colophonium 8 dl

Pigment 6 ell

Een dergelijke was wordt gebruikt

om kleine gaaties in hout onzichtbaar te vullen. Hiertoe wordt droge verf zoodanig toegevoegd dat de was precies de kIeur van het hout verkriigt, Voor mahoniehout neemt men bv. iizeroxyderood, voor bruin eikenhout een okermengsel.

Kunstharsldeefstoffen.

Kunsthars op kunsthars kleeft men met een dikke oplossing van een phenolforrnaldehyde-hars als bakeliet of albertol.

Voor het plakken van kunsthars op metaal verdikt men de kunstharsoplossing met marmerstof of veldspaatpoeder.

Kunsthars op glas en porcelein plakt men met een mengsel van 2 dl dikke kunstharsoplossing in alcohol en 1 dl dikke schellakoplossing. Met deze opJossing kan men de rneeste stoffen met kunsthars stevig verbinden. In alle gevallen is het~goed den plaknaad eenigen tijd op temperaturen boven de 100° C te verwarmen.

Lederlijm.

Zwavelkoolstof Caoutchouc (crepe) Venetiaansche terpentiin

of:

Een zeer geconcentreerde oplossing van cellulotd in aceton. Toegevoegd

wordt ongeveer 20 % van een 15-pcts oplossing van dikke terpentijn in benzol.

deze oplossing kan men by. weefsel of vilt op bijna alle metal en bevestigen. Bebaive dit kunsthars, dat onder den naam Mowilith in den handel komt, kan men ook met de acronalen, ook hoog gepolymeriseerde organische verbindingen, uitstekende plakmiddelen maken. In het algemeen bezitten de moderne kunstharsen en kunstlakken uitstekende kIeefeigenschappen en bie-

Linoleumlijm.

Schellak 14 dl

Manillacopal 14 dl

Colophonium 48 dl

Gekookte lijnolie 5 dl

Spiritus 19 dl

Kriit of zinkwit 10-20 dl

De verhouding van de manillacopat

tot het colophonium kan gewijzigd worden. De copat maakt de kit duurder en beter.

Lederlijm voor schoenen.

Nitrocellulose-oplossing Amylacetaat Amylalcohol Colophonium

Kamfer

Venetiaansche terpentiin Lijnolie

200 dl 15 dl IS dl 10 dt

5 dl 15 dl 20 dl

Zijden kousen repareeren.

Met behulp van een caoutchouckleefrnassa kan men ziiden kousen bijna onzichtbaar zeer snel repareeren. Hier· toe laat men zuivere witte ruwe caoutchouc in dichtooraethyleen zwellen en verdunt dan tot een zachte zalfachtige pasta. Met deze pasta bestriikt men een stukie weefsel van precies dezelfde kleur, legt dit op het gat en strijkt met een heet strijkiizer het weefsel glad. Hierbij verdampt het oplosmiddel bijna onmiddellijk. De kousen kunnen hie rna nog met warm water gewasschen worden.

M owilithkleefstof.

Een kIeefstof, waarmede men nagenoeg alles plakken kan, bestaat uit een dikke oplossing van gepolymeriseerde vinylverbindingen in oplosmiddelen als aethylacetaat en andere esters. Met

den zi] hier nog zeer groote mogelijkhe den. Voor het dagelijksch gebruik ziin ze soms nog te duur. In bepaalde gevallen, bv. in de industrie van het triplex- en rnultiplexhout, biedt het gebruik van een kunsthars als kleefmid del enorme voordeelen. Immers alleen hiermede is het mogelijk een lijmnaad te verkrijgen, die absoluut watervast is.

TWEEDE HOOFDSTUK.

PREPARATEN VOOR LAND- EN TUINBOUW.

Voo_r het verkrijgen van een goeden oogst is tegenwoordig het gebruik van kunstmest, bestrijdingsmiddelen voor insecten en ongedierte en onkruidverdelgingsmiddelen absoluut noodzakelijk. Deze preparaten moeten echter aIle nauwkeurig aan het doel en aan de grondsoort aangepast worden. De bestrijdingsmiddelen voor ongedierte moeten niet aIleen voor een bepaalde soort bijzondere eigenschappen hebben, ook van de mate waarin de planten door het ongedierte te lijden hebben, hangt de samenstelling van het bestrijdingsmiddel vaak af. Verder moet men bv. bij fruit rekening houden met het feit, dat er dikwiils resten op het fruit achterbliiven.

Kunstmeststoffen.

De drie grondstoffen, die voor den opbouw van de planten het rneest gewichtig zijn en in de grootste hoeveelheden opgenomen worden, zijn stikstof, phosphor en kalium. In de verschillende producten, die als kunstmest gebruikt worden, komen deze stoffen in sterk wissel en de percentages voor. Bij het inkoopen laat men zich dus steeds het gehalte opgeven. Daar de verschillende soorten gewassen een sterk uiteenloopende behoefte aan stikstof, kalium of phosphor hebben, moet de samenstelling van den kunstmest doeltreffend uitgezocht worden. Speciaal bij stikstof speelt de vorm, waarin ze gebonden is, nog een groote rol. Het is dus niet steeds geliik of men ammoniumsulfaat, natriumsulfaat of ureum neemt.

Phosphorzuur verkrijgt men gewoonlijk in superphosphaat, ook als beendermeel of slakkenmeel, het kalium 10 den vorm van verschillende zouten.

Aardappel :mengmest.

Ammoniumsulfaat (20 % N) 50 dl

Superphosphaat(I6%P20~) 500 dl

Chilisalpeter 50 dl

Bloedmeel 13 % N) 170 dl

Kali (50 % K1o) 140 dl

Zand go dl

Deze kunstmest bevat 4 % stikstof,

8 % phosphor en 7 % kali.

Ammoniumsulfaat Superphosphaat (16 %) Kali (50 % K20)

Zand of aarde

200 dl 500 dl 80 dl 220 dl

Deze kunstrnest bevat 4 % stikstof, 8 % phosphorzuur en 4 % kali.

Tahak :mengmest.

Ammoniumsulfaat

(20,5 % N) 293 dl Oliezaden-extractieresten

(7 % N) 286 d1 Katoenzaadmeel

(5,5 % N) 351 dl Superphosphaat (I8 %) 778 dl Kaliumsulfaat (48% K20) 292 dl

Tuin :rmengmest.

PREPARATEN VOOR LAND- EN TUINBOUW II

Ammoniumsulfaat

(20,5 % N) 293 dl

Chilisalpeter (16 % N) 125 dl

Oliezaden-extractieresten

(7 % N) 286 dl (18 %) 889 dl (50 %) 200 dl 207 dl

Superphosphaat Kaliumsulfaat Zand (vulstof)

Gras =mengmest.

Ammoniumsulfaat Ricinusafval (4,5 % N) Superphosphaat

Kali (50 %)

Zand

585 dl 440 d1 667 d1

80 dl 228 dl

Grasvelden vrii van onkruid

houden.

Ammoniumsulfaat 6 dl

Superphosphaat 11/2 dl

Kaliumsulfaat 1/, dl

Ijzersulfaat 2 dl

Zand 10 dl

Dit rnengsel wordt droog op het

grasveld uitgestrooid. De verschillende zouten . dooden het onkruid terwijl het gras wet aangetast wordt. Het ijzer maakt het gras fraaier green, terwijl de andere zouten, wanneer ze door den r~gen opgelost worden, als meststof dienen,

.. Men strooie ongeveer 60 g per ml, ~1) voorkeur wanneer het gras droog IS en de .. aarde vochtig, Men kan het tnaandeh)ks strooien tot het einde van Iuni. Kalk, die soms gebruikt wordr om het groeien van mos regen te gaan,. bevordert het groeien van klaver. ~lertegen strooit men dan weer ammowumsulfaat. Mos kan men met eeif mengsel van gelijke deelen ijzersu aat. en houtskool vernietigen.

Bruina pJekken in grasperken die tengevolge Van bepaalde ziekten' ontstaan, kan men weer do en groeien door ~.en mengsel van I dl sublimaat (gifz.~g), 2 dl calomel (giftig) en 30 dl fijn

nd te stroOien en dan goed te gieten.

Middel tegen ongedierte hij vee.

Recept no. I. Paraffine-olie Pyrethrumextract Pine-oil Petroleum

15 d1 5d1 25 dl 55 dt

Recept no. z. Paraffine-olie Pyrethrumextract Pine-oil Petroleum

20 d1 8 dl 30 d1 42 dl

Recept no. 3. Pyrethrumextract Pine-oil Petroleumdestillaat

8 dl 30 dl 62 dl

Recept no 4.

Paraffine-olie 30 d1

Pyrethrumextract 8 dl

Pine-oil 50 dl

Petroleum 12 dl

De bestanddeelen worden eenvoudig

gemengd. Pine-oil is een product, dat bij de fabricage van hars en terpentiin als bijproduct gewonnen wordt en voor doeleinden als hier genoemd zeer gunstige eigenschappen heeft, Het werk niet irriteerend op de huid en ruikt niet onaangenaam. Speciaal bij melkkoeien is het middel zeer gunstig, daar het niet den minsten invloed heeft op den smaak van de melk. Bovendien werkt het genezend op de ontstoken plekken tengevolge v~n insectenbeten. Aile gebruikte ingred!.enten moeten zoo zuiver mogelijk ZI)n.

Middel tegen ltrizen hij vee.

Natriumfluoride I d1

Kiezelgoer 1 d1

Arsenicum =sproeimiddel van appels verwijderen.

In de meeste gevallen is een afwasschen met zoutzuur van 0,33 % voldoende, steeds wanneer de sproei-

12

MENGEN EN ROEREN

vloeistof niet oliehoudend was. Indien op de schil kleine hoeveelheden was of olie aanwezig zijn, moet de concentratie van het zoutzuur tot 0,66 of 1133 verhoogd worden. Hooger kan men niet gaan, daar bij 2 % zoutzuur de appels reeds aangetast worden. In dit geval moet men aan het zoutzuur een emulsie van gezuiverde petroleum en kaoline toevoegen en de vloeistof tot 35° a 40° C verwarmen.

Panama :ziekte bi; bananen.

Deze ziekte wordt het beste bestreden met gasolie met een soortelijk gewicht van hoogstens 0,887. Bij iedere plant giet men 1/2 tot I I van de olie over de wortels en in de omgevende aarde,

Zwartrot bij Delphinium.

Sublimaat (giftig) I dl

Natriumnitraat 1 dl

Water 1000 dl

De aarde om de wortels wordt met

de oplossing rijkelijk begoten.

Aardappelvlokken.

De aardappels worden gewasschen en onder druk gekookt, hierna tot moes fijngestarnpt, Dit aardappelmoes wordt op een droogtrommel gedroogd en tot kleine stukjes, vlokken, gebroken.

400 kg aardappels met 18 % zetmeel leveren ongeveer 100 kg aardappelvlokken met 12 tot 15 % water, 6 tot 7 % eiwit, 013 tot 0,5 % vet, 1,2 tot I,~ % cellulose en 72 tot 77 % stikstofvrij extract.

Ontsmettingsmiddel voor pootaardappels.

Sublimaat (giftig) Zoutzuur

Water

2 dl 10 dl 1000 dl

De aardappels worden 5 tot 40 min in de oplossing gedornpeld, afhankelijk van den aard der besmetting.

Ontsmettingsmiddel voor z:aad.

Gebluschte kalk 95 dl

Water 500 dl

Onder goed roeren voegt men toe

een oplossing van 5 dl sublimaat (giftig) in 100 dl water. Het neerslag wordt afgefiltreerd en gedroogd.

Of:

Men stelt het zaad bloot aan de dampen van formaldehyde, die men ontwikkelt door een r-pcts formalineoplossing tot koken te verhitten.

Onkruiddooder in zaadbedden.

Ziuksulfaat 30 dl

Water 1000 dl

Per m2 giet men voorzichtig 2 tot

21/2 I van deze oplossing in het zaadbed. Indien de bewerking voor een nieuwen oogst herhaald moet worden neemt men de halve hoeveelheid.

Aardwormgif.

Sublimaat (giftig) I dl

Water 10000 dl

Deze oplossing is voor de planten

onschadelijk. Toch is het beter de planten met schoon water na te gieten.

Siakkendooder.

Ferrosulfaat Ferrisulfaat Kopersulfaat

20 dl 20 dI 45 dl

Gras tusschen steenen vernietigen.

Men giet een oplossing van calciumchloride in water in de voegen.

PREPARATEN VOOR LAND- EN TUINBOUW

13

Kweekgras vernietigen.

Natriumchloraat 1 dl

Water 10 dl

De oplossing wordt twee of drie

keer per jaar gegoten, zi] vemietigt aile plantengroei. De oplossing is zeer gevaarlijk, mag niet met de kleeren in aanraking komen daar deze dan vanzelf kunnen ontbranden. De kleeren na het werken met deze oplossing onmiddellijk met zeep en warm water uitwasschen.

Aardappelziekte.

Bespuiten met Bordeausehe pap.

Deze wordt gemaakt door I kg zuiver kopersulfaat in 50 1 water op te lossen (in een houten kuip). Hiernaast bluscht men een 1/2 kg versche ongebluschte kalk met water en voegt zoovee! water toe, dat de kalkmelk een volume van 50 1 heeft, Deze 50 I kalkmelk doet men in een kuip van 100 1 inhoud en giet nu onder voortdurend roeren de kopersulfaatoplossing bij de kalkmelk. Hierna ziet men met phenolphtaleYne-papier of de oplossing alkalisch is. Zoo niet dan voegt men nog zooveel kalkmelk toe tot het papier juist rood wordt.

Ook kan men een poeder strooien dat uit I dl fijn gemalen watervrij kopersulfaat en 8 dl marmerkalkhydraat bestaat. De Bordeausche pap kan men stabiliseeren door per 1001 100 g witte suiker toe te voegen.

SproeimiddeI.

Nicotine Zachte zeep Water

1,2 dl 20,2 dl 75,2 dl

of:

Zachte zeep 6 dl

T abakextract 3 dl

Spiritus 4 dl

Water 130 dl

De werking kan verhoogd worden

door met een olie-emulsie te combin~eren. Hierbij kan ook anthraceenolie toegevoegd worden.

Sproeimiddel voor den tuinbouw.

400 g caseine wordt met 7 I koud water ingeweekt. Hierna voegt men 300 g gecalcineerde soda toe en roert zoolang tot de casetne geheel opgelost is. Hierna voegt men 20 1 spiritus toe en dan Iangzamerhand 750 g fijn gepoederd guttegom. Tenslotte nog %00- veel water tot het totale volume ongeveer 75 1 bedraagt. Met deze oplossing kan men nu gemakkelijk olie emulgeeren. Hiertoe mengt men I volumedeel der oplossing met 5 volumedeelen petroleum met een s.g. van 0,891, waardoor een dikke massa ontstaat, Deze dikke emulsie kan goed bewaard worden en wordt dan kort voor het gebruik zoover met water verdund, dat bv, een z-pcts emulsie gevorrnd wordt, die men verstuift. De olie hecht zeer goed aan de bladeren en blijft lang hangen.

Sproeimiddel tegen de bietenvlieg.

Bariumchloride Water

of:

Zuivere nicotine Water

of:

Natriumfluoride Suiker

Water

5 dl 95 dl

0,15 dl 99,85 dl

04 dl 2,0 dl 97,6 dl

Sproeimiddel tegen nematoden.

Zwavelkoolstof 68 dl

Harszeep 8 dl

Water 26 dl

Voor het gebruik: I : 50 met water

verdunnen, eventueel nog iets formaldehyde toevoegen.

Men kan de larven ook vernietigen door op een afstand van ongeveer 50 em gaten in den grond te maken, hierin iets zwavelkoolstof te gieten en de gaten dan dicht te trappen. Hiema begiet men het behandelde stuk grond riikeliik met water.

14

MENGEN EN ROEREN

Spr'oeirntddel tegen horsels.

Zachte zeep I dl Derriswortel (fijn gemalen) 2 dl Water 32 dl

Uitroeien van varens,

Sproeien met een r-pcts oplossing van natriumchloraat.

Insectenvangband.

Dikke smeerolie 5 dl

A-naphtylamine-afval 4 dl

Paraffine I dl

of:

Lijnolie Zwavel

Door verhitten oplossen.

of:

Dikke ruwe petroleum 50 dl

Kalkhydraat 6 dl

Harsolie 6 dl

Houtteer 2 dl

Met de massa worden de papieren

vangbanden bestreken of men strijkt de massa direct op den stam.

75 dl 6dl

Sproeirniddelen met ptne soil, Met stoom gedestilleerde pine-oil kan in vele gevallen de dure aetherische olien als methylsalicylaat, citronellal, citroenolie, safrol, enz., vervangen. Het ruikt aangenaam en bezit sterke ontsmettende eigenschappen.

Recept no. I:

Pyrethrum extract Petroleum (zuiver) Citrone1lal

Pine-oil Paradichloor benzol

800 dl 4000 dl 30 d1 200 dl 200 dl

Recept no. :1:

Pyrethrumextract Petroleum Paradichloorbenzol Cederhoutolie Pine-oil Methylsalicylaat

800 dl 4000 dl

120 d1 90dl 90 d1 60 dl

Recept no. 3. Pyrethrumextract Petroleum Pine-oil

I dl 5 dl I dl

Bestrijden van meeldauw.

Terwijl men gewoonlijk zuivere zwavel neemt is het beter een mengsel van 95 % fijn gemalen zwavel en 5 % zinkoxyde, aluminiumhydroxyde, aluminiumsulfaat of zinksulfaat te verstuiven, De zwavel moet gemalen ziin, men mag geen gesublimeerde bloem van zwavel gebruiken,

Ook kan men een mengsel van 36 dl kopercarbonaat, 3 dl kopersulfaat en 58 dl zwavel nemen.

De poeders moeten bij droog zonnig weer verstoven worden. Verder tan men bespuiten met Bordeausche pap, waaraan men per 1001 ongeveer 1/" kg zachte zeep toevoegt.

Sproeimiddel tegen insecten. Diglycololeaat 2 dl Pyrethrumextract in petro-

leum 50 dl

Deze oplossing is alkalivrij en het pyrethrum behoudt dus zijn volle kracht. Met water verdund verkriigt men een emulsie, die zich op de bladeren zeer gemakkelijk weer afscheidt.

Inseclenpoeder.

Zwavel 60 dl

Nicotine 2 dl

Loodarsenaat 10 dl

Arsenicum 2 dl

Talcum 28 d.l

Dit poeder is een zwaar vergif,

voorzichtig behaadelen.

Koolmade.

Calomel Gipspoeder

4 dl 96 dl

Korenworrn.

PREPARATEN VOOR LAND- EN TUINBOUW

IS

Natriumsilicofluoride in poeder. of:

Het koren in gesloten ruimte met de dampen van zwavelkoolstof behandelen. Men verdampt 100 tot 150 g per rn". De beste temperatuur is 23 tot 32° C. Indien de mwerking niet langer dan 36 uur duurt wordt de kiemkracht van het koren niet verminderd,

Veldmuizengif.

Tarwekorrels 125 dl

Thalliumsulfaat 11/2 dl

Heet water 12 dl

Stijfsel 1/2 dl

Glycerine 1/2 dl

Het thalliumsulfaat wordt in heet

water opgelost en de heete oplossing wordt hij de stijfsel gegoten, die men te voren met iets koud water aangeroerd heeft, De stijfselpap wordt eenige minuten doorgekookt, de glycerine voegt men dan toe en tenslotte mengt men de tarwekorrels met deze oplossing en laat drogen.

Een eenvoudig rattengif bestaat uit een tapiocapap, waaraan men 21/~ % thalliumsulfaat toevoegt. De pap wordt dan op sneedjes brood gesmeerd.

Luizen= en mijtentabletten voor pluimvee.

Calciumsulfide Fijn zand Gips

Suiker

Stiifsel

16 dl 7 dl 7 dl 58 dl 12 dl

Luizenpoeder voor pluimvee.

Nicotine 3 dl

Naphthaline 10 dl

Bloem van zwavel 200 dl

Natriumfluoride 5 dl

I?e nicotine wordt eerst met een

kleln deel van de zwavel innig gemengd, en dan aan de rest toegevoegd.

Het natriumfJuoride en de naphthaline moeten eerst fiingemalen worden.

Middel tegen ingewandsziekte

bij kippen,

Kopersulfaat 3 dl

Ijzersulfaat I dl

Aziin 30 dl

Van het mengsel voegt men onge-

veer 10 g aan iederen liter drinkwater toe.

Vetertnatre ealf,

Tribroomphenol 6 dl

Vaseline 67 dl

Bijrnw~ 9~

Reuzel 30 dl

Aluin 14 dl

Zwavel 28 dl

Indigo 2 dl

Het mengsel wordt op een zalfmolen

goed fijn gernalen.

Hoesthoning voor paarden.

Kamfer in poeder I dl

Myrrhepoeder I dl

Kaliumchloraat 2 dl

Honing 8 dl

Glycerine 8 dl

Drie keer per dag een eetlepel.

Geeondheidspoeder voor paarden.

Gentiaanwortelpoeder 4 dl

Zwavelpoeder 4 dl

Kaliumnitraat I dl

Natriumsulfaat :2 dl

Fenegriekwortel I dl

Zoethoutwortelpoeder 4 dl

Een eetlepel bij iederen maaltijd.

SchurftzaIf.

Geel mercurojodide Salicylzuur

Zwavel

I dl 15 dl 90 dl

16

M ENGEN EN ROEREN

Neutrale koolteer Dennenteer Vischolie

Digl ycololeaat Voor het gebruik

avonds opsmeren en dag afwasschen.

15 dl go dl 700 dl 30 dl schudden, des den volgenden

Wormmiddel voor honden.

Chenopidiumolie Kruidnagelolie Anijsolie Chloroform Ricinusolie

6 dl I dl 2 dl 4 dl

115 dl

Miereogif.

Rattenkruit (arsenicum,

zwaar vergif) 30 dl

Gekristalliseerde soda 22 dl

Water 500 dl

In glas of email koken tot alles

opgelost is. Hiema verdunt men met zooveel water tot het volume 1 1 bedraagt. De flesch met een goed leesbaar etiket beplakken, tevens etiket met "zwaar vergif".

Kart voor het gebruik mengt men nu 30 g van deze oplossing met een pond honing. Deze oplossing wordt door de mieren naar het nest rnedegenornen en vergiftigt hier de koningin en het broedsel.

Tegen roode mieren gebruikt men thalliumsulfaat, daar het arseen soms zonder invloed is.

Water Suiker

Thalliumsulfaat (vergif) Honing

500 dl 450 dl 2 dl go dl

Houtwormen.

Men giet in de hoogst gelegen

Wanneer we liinolie en kalkwater in een flesch samenschudden, vormt zich een gele me1kachtige ondoorschijnende vloeistof; deze vloeistof is een emulsie. Dit verschiinsel kunnen we dikwijls waarnemen wanneer olie met bepaalde oplossingen geschud wordt. Schudden we olie met gewoon water, dan vormt zich geen ernulsie, Vocr het vormen van een ernulsie is een derde stof noodig; deze stof noemen we een emulgator. Als emulgator kan in vele geva1len zeep dienen, evenals bepaalde organische stoffen met een zeer gecompliceerde sarnenstelling. We kunnen by. olie zonder meer met een lijmoplossing tot een emulsie schudden of kloppen. Ook eidooier bevat dergeliike stoffen; we kunnen, zooals in mayonnaise practisch toegepast wordt, met een eidooier vrij groote hoeveelheden olie tot een emulsie kloppen.

Een emulsie is dus een mengse1 van olie en een waterige oplossing, waar de olie zoo fijn in het water verdeeld is, dat de kleine oliedruppeltjes bliiven zweven. Omgekeerd is het ook mogeliik water in olie zoo fijn te verdeelen, dat een stabiele emulsie gevormd wordt; deze omgekeerde emulsie wordt in bepaalde cosmetische preparaten toegepast. De stabiliteit van een emulsie hangt dikwijls van kleine verontreinigingen af en hoewel het wetenschappelijk onderzoek hier wei reeds veel licht heeft gebracht, staat men in de practijk toch van tijd tot tijd voor onverklaarhare raadsels. In de laatste jaren heeft men evenwel ernulgatoren, dus stoffen, die het vormen van een emulsie mogeliik maken, in den handel gebracht, die zoodanig stabiele en ongevoelige emulsies mogeliik maken, dat de fabricage hiervan veel eenvoudiger geworden is. Practise he ervaring is echter in het algemeen tech nocdzakeliik. De beginneling kan deze door proeven met kleine hoeveelheden betrekkeliik goedkoop verkrijgen.

Een emulsie mag niet tot temperaturen hoven het kookpunt verhit ~orden, claar dan het water verkookt en de emulsie onbestendig wordt. d ok een afkoeling onder het vriespunt veroorzaakt het uiteenvallen er ernulsie ten gevolge van het uitvriezen van het water.

Wanneer men dus stoffen tot een emulsie wit maken, die een smeltpunt hebben dat hooger ligt dan 100° C, moet men de stof eerst met een oplosmiddel of een andere stof samenbrengen, waardoor het Mengen en Roeten

gaaties in het aangetaste hout een rnengsel van gelijke deelen zwavelkoolstof en tetrachloorkoolstof, of men giet in de openingen een zo-pcts oplossing van paradichloorbenzol in petroleum.

Wormen in bloempotten.

Men kookt 8 tot 10 wilde kastanies met een liter water, laat de oplossing afkoelen en begiet hiermede de aarde in den bloernpot. De worm en komen aan de oppervlakte en kunnen weggenornen worden.

Kwasaiehotrtoplosstng,

Kwassiehoutzaagsel I dl

Water 20 dl

Deze worden sarnen gekookt, waarna

men de oplossing 24 uur laat staan, De oplossing wordt dan afgegoten, met een oplossing van 4 dl zachte zeep in 10 dl water gemengd en op 200 dl verdund.

De oplossing wordt verstoven regen bladluizen op appel-, pere- en pruimeboornen, boonen en bieten.

Een oplossing, die op dezelfde wijze bereid wordt, doch met 3 dl kwassiehout en 5 dl zeep, gebruikt men regen rupsen.

Cresol =:zeepoplossing.

Ruw cresol Zachte zeep Men verspuit

21/1 %.

I dl

9 dl een oplossing Van

DERDE HOOFDSTUK.

EMULSIES.

2

18

MENGEN EN ROEREN

srneltpunt onder 1000 C kornt te liggen. Eerst dan kan men de stof met het water en den emulgator samenbrengen.

Ernulsies worden in een ontzaglijk groot aantal industrieen toegepast en ook in het huishouden is het aantal toepassingen niet te tellen, al ziin we er ons dikwijls niet van bewust, Wanneer de huisvrouw bater in de groente doet, ontstaat een ernulsie; rnelk is een emulsie, eveneens mayonnaise en vele andere voedingsmidde1en. De rneeste schoonheidspreparaten ziin ernulsies, evenals poetspreparaten, insectenbestrijdingsmiddelen, smeermiddelen, enz,

Vooral bij de emulsies zijn de juiste verhoudingen sterk afhankelijk van de soort der gebruikte materialen. De aangegeven recepten werden met stoffen, die in bepaalde fabrieken gemaakt werden, uitgewerkt. Kleine afwijkingen zijn dikwij1s noodzakelijk om een absoluut bruikbaar resuItaat te verkriigen. Deze afwiikingen rnoeten door proeven in het klein vastgesteld worden.

Ammoniumlinoleaat als emulgator.

Deze stof vormt een gele pasta, die duidelijk naar ammoniak ruikt en wordt gemaakt door de vetzuren uit liinolie met ammoniak te neutraliseeren. In alle recepten kan men gewoonlijk dit product vervangen door liinolievetzuur, dat bij de bereiding met de benoodigde hoeveelheid ammoniak samengebracht wordt. Het ammoniumlinoleaat wordt in het algeme en gebruikt voor het emulgeeren van plante nolie, vischolie, wassen, vetten, harsen en koolwaterstoffen. Wanneer de te emulgeeren stof een smeltpunt heeft hooger dan roo" C lost men de stof eerst in lakbenzine, benzol, aethyleenchloride of terpentijnolie op. Alcohol moet verrneden worden, daar alcohol een neiging heeft de emu1sies onbestendig te maken. Zuren, esters en zouten moeten eveneens vermeden worden.

Wanneer men bij het bereiden van een ernulsie van ammoniumlinoleaat uitgaat moet men het linoleaat eerst een nacht in water Iaten inweeken. Den volgenden dag kneedt men dan het linoleaat zoolang met water tot het een duane homo gene 0elossing gevormd heeft. Bij deze oplossing voegt men dan onder sterk roeren de aan-

gegeven hoeveelheid vet of olie en roert zoo lang tot de emulsie geheel hornogeen is. Wassen en vetten met een laag smeltpunt worden eerst gesmolten en dan juist als olie aan den emulgator toegevoegd, die te voren verwarmd wordt. Het veiligst werkt men wanneer beide stoffen tot 9SO C verwarmd worden. Bij het maken van wasernulsies is het noodzakelijk een snelloopenden electrischen roerder te gebruiken.

Emulsies met koolwaterstoffen hebben een veel lager vlampunt dan het uitgangsmateriaal en reinigen zeer goed.

amm.

water linoleaat

go dl go dl 8 dl

go dl 100 d.l 7 dl

go dl go dl 10 dl

go dl 620 dl 12 dl

go dl 500 dl 12 dJ

go dl 400 dl 14 dl

go dl 100 dl 8 d1

90 dl 100 dl 8 dl

Recepten:

Petroleum Benzol Pine-oil Carnaubawas Bijenwas Ozokeriet

T erpen tiinolie Nitrobenzol Orthodichloor-

benzol go dl 100 dl 8 dl

Methylsalicylaat 90 dl 100 dl 8 dl

In vele gevallen kan men met minder emulgator uitkomen, vooral wanneer men in het aanmaakwater te voren ongeveer I % ammoniak toevoegt. Met meer water wordt de emulsie dunner.

Triaethanolaminestearaat als emulgator.

EMULSIES

Dit preparaat komt als een lich.tbruin gekleurde wasachtige massa m den handel en kan gernaakt worden door stearine%uur in gesmolten toestand met triaethanolamine te neutraliseeren. Voor het maken van een emulsie wordt het stearaat eerst met het vet of de olie samengesmolten. Het gesmolten mengsel voegt men dan Jangzaam bii de benoodigde hoeveelheid warm water.

Recepten:

Smeerolie 75 dl

Pine-oil 75 dl

T erpentijnolie 75 dl Paraffine 85 dl Eucalyptusolie 75 dl Copaivabalsem 75 dt Lakbenzine 75 dl

water 18S dl 85 dl 8S dl

200 dl 85 dl 85 d1 8S dl

T.-

srearaat IS dl 14 dl 14 d1 10 dl 14 dl 14 dl 14 dl

Diglycolstearaat als emulgator.

Deze stof is een weinig gekleurde wasachtige massa, is nagenoeg reukeloos en reageert niet alkalisch. Een deel van deze stof geeft met 10 tot ~o dl kokend water een witte melkachtige emulsie, die zeer stabiel is. Deze ernulsie is een uitstekende drager voor stoffen als titaanwit, rcetzwart, grafiet, kwartsP?tder en andere slijprniddelen, Bovendlen kan de emulsie andere onoplosbare olien opnemen en emu 1- geeren. Zoo kunnen 10 dl diglycolstearaat nog 40 tot 50 dl smeerolie paraffine en pine-oil met 40 tot 500 di water stabiel emulgeeren.

De olie of was wordt hiertoe met het glycolstear~t samengesmolten, het rater wordt bijna tot koken verhit en angzamerhand onder goed roeren met de wassmelt gemengd,

Harsemulsie.

HWars (colophonium) ater

Houtlijm

70 dl 210 dl IS dl

19

De liim wordt op de norma le wiize in water opgelost, de hars wordt gesmolten en onder heftig roeren voegt men de gesmolten harsmassa bii de Iijmoplossing. Men moet zoolang roeren tot de oplossing geheel gelijkmatig is. De gewone huid- of beenderlijm kan men door zuivere gelatine vervangen.

Hars :terpentijnemulsie.

Hars II dl

Terpentiinolie 21/2 dl

Ammoniumlinoleaat 2 dl

Water 50 dl

Ammoniak 15 dl

Het arnmoniurnlinoleaat wordt na

inweeken in water opgelost en verwarmd. De hars wordt in de terpentijnolie opgelost en nadat men de ammoniak aan de linoleaatoplossing toegevoegd heeft, giet men onder sterk roeren de harsoplossing in de waterige oplossing. De emulsie moet geroerd worden tot ze geheel koud is.

Boorolie.

Voor het maken van boorolie gaat men gewoonlijk van een smeerolie met een rniddelmatige viscositeit uit. De hoeveelheid emulgator, die noodig is voor het verkriigen van een olie, die met water zeer gemakkelijk een stabie1e emulsie geeft, is verschillend. In het algemeen neemt men op de olie berekend ongeveer 31/t tot 4 % triaethanolamine en 8 tot I I % oliezuur. Hoe beter de olie geraffineerd is hoe moeilijker het is een houdbare emulsie te verkrijgen.

De hoeveelheid emulgator, die men voor een bepaalde soort olie noodig heeft, kan men op de volgende wiize bepalen. Men mengt by. 88 g van de smeerolie met 8 g oliezuur en roert tot men een doorschiinende oplossing verkregen he eft. Hieraan voegt men dan 4 g triaetbanolamine toe en roert goed door. Tegen het licht gehouden is dit mengsel in het algemeen niet helder, vertoont k1eine zwevende drup-

20

MENGEN EN ROEREN

pelties, Zeer langzaam druppelt m~n nu oliezuur bij het mengsel tot de olie geheel helder wordt. De boorolie geeft dan wanneer ze in water gegoten wordt een emulsie. Ben kleine overmaat ~Iiezuur maakt de ernulsie echter aanmerkeliik stabieler. Uit het kleine pro efj e kan men gemakkelijk uitrekenen hoeveel men in het groot moet nemen,

Olijfolie semulsie.

88 dl 10 dl 2 dl 80 dl

Olijfolie

Oliezuur Triaethanolamine Water

Men vult bij gewone temperatuur het mengapparaat, dat een snelloopenden roerder heeft, met het triaethanolamine oliezuur en 30 eLl oliifolie. Hierna wordt 'de roerder in gang gezet en men roert tot het mengsel geheel geliikmatig is. Hiema voegt men 33 dl water toe, waardoor een dikke emulsie ontstaat, Onder voortdurend roeren voegt men nu bii deze emulsie eerst de rest van de olijfolie in kleine porties en tenslotte de rest van het water op dezelfde wijze, Iedere nieuwe hoeveelheid olie of water wordt pas toegevoegd wanneer de vorig~ partie geheel ge1ijkmatig met de emulsie vereerugd 1S.

Pine soil :emulsie.

Pine-oil 91 dl

Oliezuur 6 dl

T riaethanolamine 3 dl

Water 100 dl

Men mengt eerst het oliezuur m~t

het triaethanolamine en 30 dl pine-oil en roert tot het mengsel geheel helder is. Hiema voegt men onder goed roeren ongeveer 40 dl water .. toe!. we.er in kleine porties, jU1St als bii oliifolie. Hierna eerst de rest van de olie en tenslotte het overgebleven water.

Lijnolie =emulsie.

Liinolie Oliezuur

88 dl 10 dl

Triaethanolamine 2 eLl

Water 80 d1

De bereiding juist als bij olijfolie.

Petroleumemulsle.

Zuivere petroleum 89 dl

Oliezuur 8 dl

T riaethanolamine 3 dl

Water 100 dl

Het oliezuur wordt eerst in de petro-

leum opgelost. In een anderen ketellost met het triaethanolamine in het water op en giet dan onder heftig roeren de olie-oplossing bij de amine-oplossing, Nadat de emulsie gereed is laat men van tijd tot tijd den roerder nog een paar rninuten loopen.

Carnaubawas =emulsie.

Carnaubawas 87 dl

Stearinezuur 9 dl

T riaethanolamine 4 dl

Water 400 dl

De aangegeven hoeveelheden stea-

rinezuur, water en triaethanolamine worden tezamen in een ketel tot koken verhit. Men roert door en kookt zoo lang tot men een gelijkmatige zeepoplossing verkregen heeft. Hiernaast wordt de camaubawas in een ketel met stoommantel of op een water bad gesmolten en tot goO C verwarmd. De gesmolten carnaubawas wordt nu onder goed roeren bii de zeepoplossing gegoten. T enslotte wordt nog langzaam doorgeroerd tot de emulsie koud is.

Carnaubawas =petroleurnemulsie.

Carnaubawas 160 dl

Petroleumdestillaat 160 dl

Ammoniumlinoleaat 24 dl

Water 2000 dl

Het ammoniumlinoleaat laat men

eerst een nacht in het water inweeken, door verwarrnen wordt het dan opgelost, Hiernaast wordt de was gesmolten en op 1000 C verwarmd.

EMULSIES

V olgens voegt men het petroleumd:;JUaat bij <;ie gesmolten wasmassa. D wasoplosstn~ gret men nu onder

~d roeren bi] de heete eventue~l fokende linoJeaatoplossmg. De emulsie wordt dan geroerd tot ze geheel afgekoeld is.

Carnaubawas e

spinde lolle =emulsie.

Spindelolie 17 dl

Carnaubawas 18 dl

Ammoniumlinoleaat 2,4 dl

Water 102 dl

De bereiding geschiedt juist als bij

de vorige emulsie,

Paraffine=emulsie.

Paraffine Stearinezuur

T riaethanolamine Water

88 dl 9 dl 3 dl 300 dl

Water, triaethanolamine en stearinezuur worden gemengd en tot koken verhir. Men roert voorzichtig door en kookt zoolang tot men een goede zeepoplossing verkregen heeft met zoo weinig mogeliik schuim. In een anderen ketel smelt men de paraffine en verwarmt deze tot op goO C. De heete Was wordt nu onder goed roeren in de heete zeepoplossing gegoten. De emulsie wordt gedurende het afkoelen langzaam geroerd.

Asfalternulsies.

Asfalt 500 dl

Water 500 dl

Bentoniet 30 dl

Quebracho 30 dl

Natriumhydroxyde 10 dl

v D~ asfalt wordt gesmolten, tot 95° C . erhtt en onder goed roeren Iangzaam ~n ~e oplossing van de andere bestand-

Veeh~n . gegoten. die tot bijna koken er It IS.

21

Asfalt 2800 dl

Water 2800 dl

Harszeep lI8 dl

Pine-oil 35 dl

De zeep wordt in het water opgelost

en de asfalt wordt bij 95° C met de pine-oil gemengd, Onder goed r?eren giet men nu de asfaltoplossing In de zeepoplossing.

Lanoline =emulsie.

Diglycololeaat 10 dl

Lanoline 30 eLl

Deze worden door verwarmen ge-

mengd en opgelost. Hierbij giet men onder goed roeren 60 ern" van een heete 1/ j-pcts natronloogoplossing.

Paradichloor benz:ol =emulsie.

Paradichloorbenzol 12 dl

Glycolstearaat 3 dl

Water 150 dl

Het glycolstearaat wordt in het

heete water (900 C) gesmolten en met een snelloopenden roerder goed doorgeroerd. Het paradichloorbenzol wordt op een water bad gesmolten en langzaam onder goed roeren bij de stearaatoplossing gevoegd, De emulsie moet geroerd worden tot ze geheel afgekoeld is.

Talkemulsie.

Rundertalk 100 dl

T riaethanolstearaat 9 dl

Water go dl

Voor hard water is het aan te be-

velen hieraan eenige procenten trinatriumphosphaat toe te voegen.

Carbolzuuremulsie.

Hars-kalizeep 10 dl

Carbolzuur ao dl

De beide stoffen worden samen

verwarmd en geroerd. Gedurende het roeren kan men nog iets water toevoegen.

VIERDE HOOFDSTUK.

ZEEP EN REINIGINGSMIDDELEN.

Vo?r het schoonmaken van aile voorwerpen, waarmede we in het dageliiksch leven It;l aanraking kornen, wordt een ontzaglijk groat aant;al preparaten 10 ~en handel gebracht, gedeeltelijk onder zeer fraaie fantasienamen, die echter aile zeep, alkalien of oplosmiddelen bevatten. In de meeste gevallen is zeep in een of anderen vorm het hoofdbestanddeel, in enkele gevailen zijn het de nieuw ontdekte zouten, ~ie zeer ~~stige eigenschappen hebben. Oplosmiddelen worden voor huishoudelijke doeleinden slechts zelden toegepast, bijna aileen aIs vlekkenwater.

Vloeibare zeep,

Men kan uitgaan van een mengsel van een derde dee I cocos vet en twee derde deel sojaboonenolie. Men verzeept bv.:

Sojaboonenolie 10,75 dl

Cocosvet 5 dl

Kaliloog van 50° Be 7,87 dl

De gevormde zeep wordt in 77 dl

water opgelost, waaraan men 0,5 dl potasch toegevoegd heeft.

Een andere zeep kan men maken van:

Cocosvet 1075 dl

Ricinusolie 5' dl

Kaliloog van 50° Be 7,48 dl

De zeep wordt in 76 dl water op-

gelost waaraan men 0,5 dl potasch toegevoegd heeft.

of:

Cocosvet 8,5 dl

Oliezuur 5 0 dl

Kaliloog va.n 50° Be 7:3 dl

Na verzeepmg lost men de zeep in

77 ~J water en 0,5 dl potasch op.

BI) deze soort verzeeping kan men zien, dat na het mengen van de verschillende bestanddeelen de temperatuur slechts zeer langzaam stijgt, Bij de lage temperatuur verloopt de verzeeping zeer langzaam en er komt dus

weinig warmte vrij. Naarmate de ternperatuur stijgt verloopt het verzeepingsproces sneller en hierdoor komt weer meer warmte vri]. Men ziet dan dat wanneer de temperatuur van ongeveer 65° C bereikt is, de temperatuur zeer snel tot ongeveer 85° C stijgt. Bij deze temperatuur wordt nu het grootste deel van het vet verzeep't en de hoeveelheid warmte, die vrij komt, wordt van nu af aan weer minder, daar niet zoo veel onverzeept vet meer aanwezig is. De temperatuur stijgt nu nog langzaam tot 94 a 96° C, waarna de ketelinhoud begint af te koelen, Bii dit punt mogen slechts nog sporen onverzeept vet aanwezig zijn. Is er nog te veel vrij vet in de zeep, dan moet dit door krachtig roeren tot verzeeping gebracht worden.

In het begin is de mass a in den ketel zeer dik, wordt dan meer dunvloeibaar en bij het verder verzeepen wordt de massa dan weer dik. Op dit punt zet men het roerwerk gedurende eenige minuten stil en men onderzoekt de zeep op vrij vet en vrije loog. De zeep moet op dit punt op de tong een scherpen bijtenden smaak hebben. In het laboratorium kan men de onderzoeking natuurlijk precies uit laten voeren. Een

ZEEP EN REINIGINGSMIDDELEN

kleine hoeveelheid ze~p wordt in water opgelost. De oplossing moet geheel helder zijn: een troebele oplossing duidt op onverzeept gebleven vet. Indien men te weinig loog gebruikt heeft, vindt men m dit geval geen loog rneer en men rnoet het ontbrekende als loog van 30° Be nog toevoegen. Door roeren wordt de verzeeping dan beeindigd. Dit kan voorkomen wanneer de kaliloog door te lang staan uit de Iucht koolzuur opgenomen heeft en dus gedeeltelijk uit potasch, kaliumcarbonaat, bestaat.

T enslotte rnoet de zeep een kleine overmaat van 100g bevatten.

Wanneer de overmaat 100g te groot is, rnoet het teveel geneutraliseerd worden. Hiertoe voegt men aan de zeep de berekende hoeveelheid cocosvet of beter nog oliezuur toe. Na ongeveer 15 minuten roeren neemt men weer een prcefje en kijkt of de zeep nu goed is.

Een op deze wijze gekookte zeep bevat ongeveer 65 % vetzuur. Door met de drievoudige hoeveelheid zacht water te verdunnen verkrijgt men een vloeibare zeep met ongeveer 16 % verzuur, Bij een goed gekookte grondz~ep is deze vloeibare zeep dan practisch neutraal. Daar ook de kleinste hoeveelheid onverzeept vet in een vloeibare zeep zeer onaangenaam is, verzeepr men dikwiils met een overmaar Ioog, verdunt de zeep en neutraliseerr nu de te sterk alkalische vloeiba.re zeep met zure Turksch-roodolie. Hiermede verloopt de neutralisatie oogenblikkelijk en volledig.

Een vloeibare zeep met minder vetZu~r kan men maken door de zeep met SUlkeroplossing te verdunnen.

Men verzeept bv.:

Palmolie 80 dl

Zonnebloemolie 20 dl

Kaliloog 50° Be 52 dl

De zeep wordt geneutraliseerd en

geme~gd met een oplossing van:

SUlker 200 dl

Potasch 10 dl

Kaliumchloride 10 dl

Water 1000 dl

Vloeibare shampoo's.

Colophonium WW Cocosvet

Glycerine

Olijfolie

Kaliloog 38° Be Water

I,2 dl 2,5 dl 16,2 dl 13,0 dl 9,6 dl

57,5 dl

Een teerzeep verkrijgt men door aan de vloeibare zeep een teeroplossing toe te voegen. De oplossing bestaat uit:

Houtteer Natriumbicarbonaat Water

250 dl 15 dl rooo dl

Het mengsel laat men eenige dagen op een warme plaats staan en wordt dan gefiltreerd.

De zeep wordt met een in water oplosbare bruine anilinekleurstof bruin gekleurd.

De fabricatie van deze shampoo's, waarvoor men natuurliik vele andere' vetcombinaties gebruiken kan, geschiedt het beste in een geernailleerden ketel die dubbelwandig is en met stoom van eenige atmosferen verwarmd kan worden. De vetten worden eerst gesmolten en op 70-80° C verwarmd en dan met de kaliloog van 38° Be verzeept. Na volledige verzeeping wordt het gehalte aan vriie loog op 0,05 tot 0,15 % Na20 gebracht.

Hierna wordt de zeep met condenswater of gedistilleerd water verdund, de glycerine wordt toegevoegd en men Iaat afkoelen.

T enslotte voegt men het parium en eventueel medicamenten toe en doer de zeep in hooge reservoirs waarin de verontreinigingen kunnen bezinken. De heldere zeepoplossing wordt dan na eenigen tiid afgetapt. Het klaren van de zeep moet bij zoo laag mogelijke ternperatuur plaats vinden om te voorkomen dat de %eep later bij koud weer troebel wordt. In het algemeen verkrijgt men, door met een 1/2- tot I -pcts potaschoplossing te verdunnen, zeepen, die gemakkelijk helder worden.

MENGEN EN ROEREN

Het kleuren van :eep.

T erwijl men vroeger voor het kleuren van zeep, emulsies en dergeliike producten op kleurstoffen aangewezen was, die het plantenrijk en het dierenriik ons leveren, worden tegenwoordig kunstmatige kleurstoffen te kust en te keur gemaakt. Deze hebben het voordeel steeds volkomen gelijkmatig geleverd te worden, zoodat men steeds precies weet hoeveel men toe moet voegen om een bepaalde tint te verkrijgen.

Het kleuren Van zeep heeft op de kwaliteit natuurlijk in het geheel geen invloed. Dergelijke artikelen ziin echter veel gemakkelijker te verkoopen wanneer ze een voor het oog aangenaam uiterlijk hebben. Zeepen, die voor de industrie bestemd zijn, bat men gewoonlijk ongekleurd,

Hier en daar gebruikt men regenwoordig voor groen nog het chlorophyl, dat in drie soorten in den handel komt, nl. oplosbaar in water, in spiritus en in olie. Chlorophyl is echter zeer slecht lichtecht en de kleurstof is in verhouding tot de anilinekleurstoffen, die het kunnen vervangen, veel te duur. Ook voor rood en geel gebruikt men in enkele gevallen natuurlijke kleurstoffen, bv.: carmijn, kermes, curcuma en alkannine.

V oor eenige soorten zeep wordt voor het kleuren nog pigment gebruikt, dus onoplosbare verfstof. Deze moeten natuurlijk ook onder invloed van alkali niet verkleuren. Het ziin dan ultramarijnblauw, vermiljoen en ijzeroxyderood.

De vaste bijna watervriie zeepen kan men kleuren met kleurstoffen, die in water of in olie oplosbaar zijn, de vloeibare zeepen kleurt men steeds met in water oplosbare kleurstoffen. De hoeveelheid, die men noodig heeft, is gewoonlijk zeer klein. Men mag niet vergeten dat de kleurstof in de zeep' gewoon opgelost is en niet, zooals bi] het verven van weefsels geschiedt, chemisch gebonden wordt, Zeep met te veel kleurstof zal dus afgeven,

De volgende kleurstoffen worden

gebruikt: rhodanine, cyaninegroen, metanilgeel, alizarineblauw, Bismarckbruin, fluoresceme, violarnine, zuur violet, enz, Nu zijn de kleuren, afhankelijk van de fabriek die de kleurstoffen maakr, steeds iets verschillend. In het algemeen bestelt men de kleurstof onder opgave van de gewenschte tint en precies het doel waarvoor de kleurstof gebruikt moet worden. Hierdoor alleen is het mogelijk steeds de juiste soort te krijgen. De kleurstoffabrikanten weten precies voor welke doe1einden een bepaalde soort kleurstof geschikt is.

Vloeibare handweschzeep.

Voor het wasschen van zeer vuile handen maakt men zeepen, waaraan oplosmiddelen voor vet toegevoegd worden. Deze soort zeepen worden by. in garages en fabrieken zeer graag gebruikt, Die met pine-oil zijn bovendien ontsmettend. Gewoonlijk gaat men uit van een zuivere cocoszeep, soms gemengd met een andere zeep van plantaardige olie, en verdunt met 200- veel water als met den prijs overeenkomt. Wanneer vloeibare zeep sterk met water verdund wordt, moet men spiritus, suiker of glycerine toevoegen om het vries punt te verlagen, daar de zeep anders in den winter niet setransporteerd kan worden. Bovendien bliift de zeep met deze toevoegingen beter in oplossing en de zeep blijft dus helder.

Pine =011 ezeep, Cocosvet 160 dl Kaliumhydroxyde (89 %) 46 dl

Pine-oil 40 dl

Water 754 dl

Het cocosvet wordt op 80-85° C

verwarmd. Het kaliumhydroxyde wordt in zooveel water opgelost, dat men een zo-pcts kaliloog verkregen heeft. De helft van de loog voegt men nu onder roeren bij het verwarmde vet. Zoodra

ZEEP EN REINIGINGSMIDDELEN

------------------

25

~:loog zich goed met het vet verbonden heeft voegt men de rest van de long en langzamerhand ook de rest van het water toe. De zeep wordt minstens 2 tot 3 uur onder goed roeren op 80 tot 85° C gehouden. De oplossing wordt tensl~tte goed afgekoeld en koud gefiltreerd- Hierna wordt de pine-oil onder. roeren langzaam met de zeepoplosslDg gemengd.

Vloeibare huishoudzeep met pine=oil.

Oliezuur (zuurgetal 194) 61,6 dl Colophonium (zuur-

getal 165) 61,6 dl

Natriumhydroxyde 85 % 18,7 dl

Pine-oil 133,0 dl

Trinatriumphosphaat 26,7 dl

Water 700,8 dl

Het oliezuur en het colophonium

worden samengesmolten en tot So° C verwarmd. Het natriumhydroxyde wordt in zooveel water opgelost, dat een zo-pcts natronloog verkregen wordt en men voegt de helft van de loog bij het vetzuurharsrnengsel. De rest van het water, waarin men het trinatriumphosphaat opgelost heeft, wordt aan de zeepemulsie toegevoegd, alles onder goed roeren. De temperatuur laat men nu tot 60° C vallen en voegt onder sterk roeren de rest van de loog toe. Men roert nog 15 minuten door. Nadat alles volledig verzeept is, voegt men de pine-oil toe en roert nog eenige minuten goed door.

Deze vloeibare zeep is betrekkelijk donker van kleur, afhankelijk van de kwaliteit van het vetzuur en van de hars, is echter uiterst geschikt voor het reinigen van linoleum, rubbervloeren, terrazzo- en geschilderde vloeren.

De zeep verwijdert zeer gernakkelijk vette resten, neemt onaangenamen reuk Weg en tast verf en ander materiaal niet aan. De zeep is zeer goedkoop te fabriceeren en is in het gebruik ook goedkoop. Men mengt ongeveer 100 tot 150 g op een emmer heet water.

Zeeppoeder met pine.oll.

Oliezuur (zuurgetal 195) 50 dl

Colophonium

(verz.get. 165) 50 dl

Natriumhydroxyde

(IOO-PCts) 13,3 dl

Pine-oil 100 dl

Soda (58-pets) 737 dl

Water 4,7 dl

Het oliezuur en het colophonium

worden samengesmolten en op 80° C verwarmd. Het natriumhydroxyde wordt in het water opgelost. Bij 60° C verzeept men nu het zuurmengsel met de loog. Na het toevoegen van de geheele hoeveelheid loog roert men voorzichtig tot alles verzeept is. Hierna lost men de zeep in de pine-oil op door de pine-oil bij de zeep te voegen en mengt dan de soda met de zeep m een mengapparaat-

Dit zeeppoeder is buitengewoon ~eschikt voor het schoonmaken van vuile vette vloeren, zooals in garages en fabrieken dikwijls het geval is. Vooral vloeren van beton worden hiermede zeer schoon. Bovendien is de reuk van de pine-oil, die bliift hangen, niet onaangenaam. Minder aangename luchties worden door den r~uk van de pine-oil overdekt. Bovendien maakt dit zeeppoeder den vloer niet glad.

Het poeder kan op den vloer gestrooid worden. Hierna wordt deze met een gieter of een waterslang nat gemaakt en dan met een bezem geschrobd of men lost het poeder in warm water op.

Huishoud:eep.

Manilla-cocosvet Stearinezuur

Vast natriumhydroxyde

50 dl 450 dl 75 dl

De vetten worden gesmolten en de vaste loog in water opgelost tot een oplossing met een s. g. van 1,116 verkregen is. De loog wordt nu langzaam bij het gesmolten vet gevoegd en de geheele massa wordt tot koken gebracht. Naarrnate de 100g door het vet opgenomen wordt, voegt

MENGEN EN ROEREN

men de loog langzamerhand toe tot al het vet verzeept is.

De zeep wordt dan met vast keukenzout uitgezouten, opnieuw gekookt en tot stukken geperst. Wanneer de zeep te hard is moet men iets meer cocosvat gebruiken. De zeep bevat tenslotte ongeveer 30 % water.

Geconcentreerde vloeibare zeep voor het wasschen van zijde.

Water 55 dl

Kaliumhydroxyde 5 dl

Glycol 20 dl

Oliezuur 20 dl

Het kaliumhydroxyde wordt in het

water opgelost en met het glycol gemengd. De oplossing verhit men tot koken en voegt voorzichng het oliezuur toe. Men neutraliseert de zeep tot ze op phenolphtalei'ne iuist neutraal reageert.

Zadelzeep.

Bijenwas 500 dl

Kaliumhydroxyde 80 dl

Water 800 dl

Deze worden gedurende 5 minuten

sa!Oen gekookt tot de was verzeepr is. Hiernaast lost men 160 dl Castiliaansche zeep in 800 dl heet water op en mengt de beida zeepoplossingen onder goed roeren. Ten slotte voegt men nog 1200 dl terpentijnolie toe.

RicinusoJ Iezeep,

Kaliumhydroxyde 80 % 25 dl

Spiritus 96 % 25 dl

Ricinusolie 100 dl

Men verwarmt de spiritus op een

water bad en lost hierin het vaste kaliumhydroxyde op. Hierbij voegt men de ricinusolie en roert goed door.

Men verkrijgt een ondoorschijnende gelei, die bi] het staan op een wanne plaats geheel doorschijnend wordt, Met .behulp van deze zeep kan men een Ultstekende cresolzeepoplossing

maken door aan de bovengenoemde hoeveelheid 142 dl cresol toe te veegen en dan zooveel water, dat het geheele kwantum 300 dl weegt.

HandwaschmiddeI.

Ben zeep, die zonder water gebruikt

wordt, kan bestaan uitr

Agar-agar 2 dl

Psyllium 3 dl

Glycerine 50 dl

Geca1cineerde soda 50 dl

Zachte zeep So dl

Ammoniak 25 dl

Eau de Javelle 5 dl

Water SI5 dl

Puimsteenzeep voor handwerkslieden.

Stearinezuur Natronloog van 32° Be Gecalcineerde soda Water

en zooveel puimsteen wordt,

100 dl 54 dl 10 dl 836 dl als opgenomen

of:

Water 2000 dl

Harde zeep 650 dl

Glycerine 70 dl

Borax r80 dl

Gecalcineerde soda go dl

Puimsteenpoeder 1000 dl

Safrol eenige tiende procenten De zeep wordt in twee derde van

het water opgelost, de andere bestanddeelen in de rest van het water. De beide oplossingen worden dan gemengd. Zoodra de massa dik begint te worden voegt men het puimsteenpoeder toe.

Door meer water te nemen kan men de pasta zachter maken. Later kan men geen water meer toevoegen.

Met eenige procenten methylhexaline verkrijgr men een zeep, die zelfs de allervuilste handen in zeer korten tiid schoonmaakt. De reuk is echter niet zeer aangenaam.

_-

ZEEP EN REINIGINGSMIDDELEN

27

Zeeppoeder.

Harszeep 5 dl

P 5 dJ

Oliezuur-zee 10 dl

Pine-oil

Gecalcineerde soda 75 dl

Water 5 dl

De zeep wordt in het .~ater en de

pine-olie opgelost, De fijne gecalcineerde soda wordt nu onder vo~rtdurend omroeren aan de zeepoplossing toegevoegd. Tenslotte wrijft men de geheele massa door een zeef ..

Dit zeeppoeder wordt speciaal gebruikt voor het schoonmaken van graniet, marmer, tegels en beton, daar het poeder alle vetten gemakkelijk oplost.

Veegpoeder.

Zand Zaagmeel Zout Paraffine-olie

De stoffen worden mengd.

10 dl 31/2 dl 11/2 dl I dl

zorgvuldig ge-

of:

Zand Zaagmeel Paraffine-olie

Water (eventueel gekleurd)

35 dl 40 dl 15 dl 10 dl

In plaats van zand kan men ook andere gemalen scherpe stoffen nemen. De olie kan men als emulsie toevoegen, terwijl men ook ontsmettende stoffen toe kan voegen. Soms vindt men naphthaline, terwijl de onaangename reuk van de smeerolie met eucalyptusolie of sassefrasolie overdekt wordt,

Zeep voor de chernische reiniging.

Oliezuur (gedestilleerd) 10 dl 20-pcts kaliloog in spiritus 10 dl

T etrachloorkoolstof So dl Men neutraliseert het oliezuur met

de alcoholische kaliumhydroxydeoplossing en mengt de zeep met tetrachloorkoolstof. Deze zeepoplossing wordr gebruikt voor het verwiideren van vlekken. Het behandelde kleeding-

stuk moet hierna met benzine of tetrachloorkoolstof nagewasschen worden.

Een niet alkalische zeep voor h~tzelfde doel, dus voor zeer gevoehge stoffen, verkrijgt men door I ~o deelen diglycololeaat op te lossen 10 28 dl tetraline en 30 dl naphta,

Zeep voor het reinigen van vloerkleeden.

Oliezuur 28 dl

Butylglycolaether 5 dl

Aethyleendichloride 13 dl

T riaethanolarnine 15 dl

Water 125 dl

Isopropylalcohol 14 dl

Men lost het oliezuur in aethyleen-

dichloride en butylglycolaether OPt het triaethanolamine wordt in het water opgelost. De beide oplossingen worden dan gemengd. Men ~oert goed door en voegt dan zooveel isopropylalcohol toe tot het mengsel geheel helder wordt. De ernulsie, die ontstaat wanneer men deze zeepoplossing m~t een gelijk volume water mengt, 15 een zeer goed reinigingsmiddel voor dekens en kleeden.

Een tweede preparaat voor hetzelfde

doel bestaat uit:

Diglyccloleaat Butylg1ycolaether Aethyleendichloride Spiritus

Oliezuur Ammoniak

Water

44 dl

5 dl 12 dl 15 dl II dl II dl 45 d1

Oplosmiddel voor de chemische wasscherij.

Glycololeaat Tetrachloorkoolstof Benzine Petroleumdestillaat

2 dl 60 dl 18 dl 20 dl

Reinigingscreme.

Cocoszeep Ammoniak

5 d1 8 dl

MENGEN EN ROEREN

ZEEP EN REINIGINGSMIDDELEN

29

------- -_- ---- ----

ao-pcts potaschoplossing 4 dl

Water 13 dl

De ze~p wordt in 10 dl water op-

gelost, Hierna voegt men de ammoniak en de potaschoplossing toe en de rest van het water. Deze zeepcreme mengt men nu met zooveel benzine als noodig is om de vetvlekken uit kleedingstukken te verwijderen,

Men trekt poetskatoen of werk, dat met deze oplossing bevochtigd is, zoo lang door den geweerloop tot het katoen geheel schoon blijft, Er blijft een dun laagje olie in den loop achter.

dunde oplossing van wijnsteenzuur. Hierna moet met schoon water goed nagewasschen worden .. De hoed moet bij het drogen zoodanig opgespannen worden, dat de oorspronkelijke vorm behouden blijft.

Recept no. 2.

De hoeden worden met een spons met de volgende oplossing schoon gemaakt:

Natriumhyposulfiet 10 dl

Glycerine 5 dl

Alcohol 10 dl

Water 75 dl

De hoeden worden nu 24 uur op

een vochtige plaats weggelegd en den volgenden dag met eeI_l citroenzuuroplossing behandeld, die bestaat urt:

Citroenzuur 2 dl

Alcohol 10 dl

Water go dl

De hoeden worden met een heet

strijkijzer opgestreken. Tevoren wordt de hoed met een zeer verdunde oplossing van gummi arabicum behandeld.

Zuur voor de wasscherij.

Oxaalzuur (giC) 3 dl

Water 24 dl

Het rnengsel wordt verwarmd tot

her zuur geheel opgelost is. Hierna voegt men toe:

Aziinzuur (56 %) 81/t dl

Op 100 kg wasch voegt men bii het spoelwater 1/. I van dit zuur, waardoor het neerslaan van onoplosbare kalkzeepen op de wasch vermeden wordt.

Vloeistof voor droogreinigen.

Butylgl ycolaether Digl ycololeaat Water IsopropyJa1cohol

T etrachloorkoolstof

I dl I dl I dl

10 dl 14 dl

Reinigingsoplossing.

Ammoniakspiritus Aether

Benzine Lavendelolie Zeephouttinctuur Spiritus

20 dl 50 dl 150 dl 5 dl 225 dl 500 dl

Waschblauw.

Ultramarijnblauw 35 dl

Anilineblauw, in water

oplosbaar I dl

Gecalcineerde soda 30 dl

Stroop 7 dl

Deze bestanddeelen worden met

weinig water tot een stijve pasta gemengd, in vormen geperst en gedroogd (kogeltjes blauw).

Oplosmiddel voor chemisch reinigen (onbrandbaar).

Naphta, kpt. 90-150° C T etrachloorkoolstof

of:

Zuiver trichloorae~hyleen.

40 dl 60 dl

Reinigingscreme.

Ammoniumoleaat 2 dl

Ammoniak 2 dl

Aether I dl

Benzine 5 dl

Chloroform I dl

De ammoniak en de zeep worden

eerst gemengd. Aan de oplossing voegt men eerst de aether, dan de benzine en tenslotte de chloroform toe, alles onder goed schudden,

Reinlgingsmiddel voor het huishouden.

Waschblauw (vlcefbaar).

Berlijnsch blauw I dl

Gedestilleerd water 32 dl

Oxaalzuur (gif) lit dl

Zeep in poeder Gecalcineerde soda Trinatriumphosphaat Kwartsmeel

2 dl 3 dl 40 dl 55 dl

Recept no. 3:

Hoeden, die zeer donker geworden zijn, bleekt men met dampen van zwaveldioxyde. Tevoren moet men ze zoo goed mogeliik met een verdunde potaschoplossing afwasschen.

De zwavel brengt men in een vuurvasten pot van steen met gloeiende houtskool tot branden en stulpt hier overheen een hooge blikken trommel. De te bleeken hoeden hangt men boven in de trommel, die niet geheel gesloten is, doch zooveel lucht toelaat, dat de zwavel blijft branden. Na eenige uren is het stroo geheel wit. De hoeden worden dan met iets gomoplossing behandeld en glad gestreken.

Recept no. 4:

a) Oxaalzuur (gif) 2 dl

Water 150 dl

b) Natriumbisulfiet 2 dl

Water I50 dl

De hoed wordt eerst met zeepwater

afgewasschen (het band maakt men schoon met ammoniak en water).

Reiniglngsmiddel voor

vensterrutten.

Harde zeep 2 dl

Water 5 dl

Krijtwit 7 dl

Tripelpoeder 2 dl

Petroleumdestillaat 5 dl

De zeep wordt in het heete water

opgelost, merna voegt men de petroleum toe, schudt goed door en mengt de emulsie met de vaste stoffen. Door toevoegen van meer water en petroleum kan de massa meer vloeibaar gemaakt worden.

Oplosmiddel voor verstopte afvoerpijpen.

Kaliumhydroxyde (droog gemalen) AJuminiumpoeder

Antiseptisch reinigingsmiddel.

Triaethanolaminestearaat 5 dl

Gezuiverde petroleum 16 dl

Carbolzuur I dl

Kokend water 45 dl

Het stearaat wordt door verwarmen

in de petroleum opgelost, Aan de oplossing voegt men onder heftig roeren het kokende water toe en tenslotte het carbolzuur,

99 dl I dl

Eau de Javelle.

Bleekpoeder 20 dl

Gecalcineerde soda 20 dl

Water 400 dt

Bij het mengen goed roeren. Een

nacht laten bezinken, den volgenden dag de heldere vloeistof afhevelen.

Nitro .reinigingsmiddel voor geweerloopen.

Slroohoeden reinigen.

Recept no. I:

Hoeden van ongekleurd stroo kunnen gereinigd worden met een ver-

AmYlacetaat Benzol

Zuivere smeerolie

4 dl 4 dl Sdl

30

MENGEN EN ROEREN

..

Het oxaalzuur en het natriumbisulfiet worden apart in het water opgelost. Na het afwasschen verzadigt men het stroo goed met de oxaalzuuroplossing, laat iets drogen en brengt nu de sulfietopiossing op. De opiossingen 1aat men 2 tot 20 minuten inwerken en dan wascht men alles weg met veel schoon water.

Vlekken verwijderen.

Zihrervlekker: eerst behandelen met een oplossing van joodkalium, dan met kristallen van natriumthiosulfaat.

Kaarsuet wordt met spek en benzol opgelost.

Levertraanvlekken verwijdert men met zeep in amylacetaat opgelost, Nitrolakulekken lossen in een mengsel van amylacetaat en aeeton op.

Fruitvlekken lost men op door er met kraeht kokend water tegen te spuiten, eventueel onder toevoeging van iets waterstofperoxyde.

Vetvlekken lossen in aether of zeep en alcohol op, verder zuivere benzine en zeep, trichlooraethyleen of amylacetaat.

Inktvlekken worden eerst met waterstofperoxyde ingewreven en dan in den heeten wasem van een ketel met kokend water gehouden tot de vlekken geel worden. Eventueel wordt de bewerking herhaald. Hierna wrijft men de vlekken met een oplossing van zuringzout of oxaalzuur in (gevaarlijk, vergif).

Mercuro-chroomvlekken kookt men eerst 8/, uur met zeepwater, dan behandelt men ze met benzaldehyde en tenslotte met 25-pcts zoutzuur en waseht met schoon water goed na.

Meeldauw verwijdert men met Eau de Javelle, niet uit zijde of wol.

Verf- en lakulekken lost men met tetraehloorkoolstof en benzol, amylof butylacetaat op, Niet toe te passen bij kunstziide; hiervoor neemt men 2 deelen tetrachloorkoolstof, 2 deelen alcohol en I deel oliezuur.

Parfum wordt met alcohol uitgewasschen.

Zweetvlekken lossen op in zeepwater en waterstofperoxyde.

Schroeivlekken behandelt men met kaJiumpermanganaatoplossing en hierna met waterstofperoxyde.

Schoensmeerulekken lossen in benzol op.

Eiwitulekken behandelt men gedurende eenige uren met een opJossing van 25 dl pep sine en 50 dl zoutzuur in 100 dl water bij 45" C.

Antimoonuerbindingen loss en in zwavelammoniumoplossing op.

Arseenuerbindingen lost men op in ammoniumsulfide, eventueel nabehandeling met ammoniak.

Asfalt- of Gilsonietvlekken maakt men eerst zacht door in te wrijven met warme vaseline of tetraline. Hiema lost men ze in een mengsel van benzol, tetraehloorkoolstof, trichlooraethyleen en aethyleendichloride op.

Balsems lossen in aether, toluol of chloroform op.

Bier- en champagnevlekken behandelt men met een oplossing van 2 dl salrniak, 2 dl glycerine en 2 dl alcohol in 7 dl water en wascht met schoon water na,

Bloedvlekken kan men verwijderen met natriumhydrosulfiet of trinatriumphosphaat en waterstofperoxyde. Oak kan men. behandelen met water en arnmoniak.

Gebrande suiker lost in een mengsel van 10 dl glycerine, 10 dl water en 20 dl isopropylalcohol op.

Cadmiumuerbindingen loss en in een oplossing van eyaankalium (zwaar vergif) op. Met schoon water nawasschen.

Cobaltverbindingen loss en ook in cyaankalium op (zwaar vergif). Naspoelen met schoon water.

Kopervlekken lossen in een warme zy-pcrs ioodkaliumoplossing op.

Eigeelvlekken maakt men met glycerine zacht en lost de vlekken dan in alcoholische zeepoplossing op.

Grasvlekken lossen in alcohol, chloroform of a-pets zinkchloride-opIossing op.

Hennavlekken verwijdert men met ro-pers waterstofperoxyde 20 dl, salmiak 4 dl en water 20 dl.

ZEEP EN REINIGINGSMIDDELEN

-------------------

Het verwijderen van vlekken uit beton en marmer.

Jodium lost men in een IO-PCts joodkaliumoplossing op, behandelt d~ vlek d n met een ro-pcts natnumthiosulfaaatoplo~sing en wascht met schoon

water Ult. "

IJzerzouten vetwlldert,men me~ een

8-pets natri umh ydrosulfletoploss~ng.

Loodverbindingen zet men met [oodtinctuur in jodiden om en droogt ze. Hicrna lost men de jodidevlekken met een sterke kaliumjodide-oplossmg op.

Mangaanverbindingen lost men op met een 10-PCts ammoniumsulfaatoplossing. Hierna volgt verdund zoutzuur, tenslotte schoon water. ,

Kwikverbindingen lost men 10 een r o-pcts cyaankaliumoplossing (zwaar vergif) op en spoelt met water schoon.

Melkvlekken behandelt men eerst met aether of aethyleendichloride en hierna met een warme boraxoplossing.

Schimmelvlekken worden met een oplossing van 3-pets waterstofperoxyde en een oplossing van 4 dl salrniak, 10 dl alcohol in 70 dl water verwijderd.

Nikkelzoutvlekken lossen in een to-pets eyaankaliumoplossing (zwaar vergif) op. Uitspoelen met schoon water.

Nicotinevlekken op de huid behandelt

men met een oplossing van:

Natriumsulfiet Water Zoutzuur

25 dl 100 dl 2 dl

Of met:

r o-pcts waterstofperoxyde 10 dl

Salmiak I dl

Alcohol 5 dl

Olie- en vetvlekken lossen geheel op

in een mengsel van I dl glyeololeaat, 2 dl hexaline en I dl tetrachloorkoolstof. Hierna wordt met een oplosrniddel voor vet uitgewasschen.

Picrinezuurvlekken loss en in een 20-pcts natriumsulfaatoplossing op. Hierna uitwasschen met water en zeep.

Urinevlekken verwijdert men met een ro-pcts citroenzuuroplossing. Nawasschen met heet water.

Watervlekken wrijft men weg met een 5-pcts paraffineolie-oplossing in toluol.

31

In het algerneen kan men uit beton bijna aile vlekken verwijderen. AIleen zeer oude vlekken ziin dikwijls uit~rst hardnekkig. Men moet de behandelmg dan soms iederen dag herhalen en alleen een zeer groote porti~ g~.dul,d kan dan tot succes leiden. Dlkwllls lS het niet rnogelijk te bepalen waaruit de vlek eigenliik bestaat en dan moet me,n eenvoudig probeeren welke .. chernicalien op de vlek inwerken. Bii beton meet men aile zuren en stoffen, die eventueel zuur af kunnen scheiden, zorgvuldig vermijden, daar het beton ook door zeer zwakke zuren aangetast wordt.

Gewoonliik is het kleurende bestanddeel tot een zekere diepte in het beton binnengedrongen .. ~et is duidelijk, dat men een dergeliike vle~ met eenvoudig kan wegwasschen. Hiertoe is het noodig het reageerende materiaal zeer lang in te laten werken. Een zeer geschikte methode is dan de werkzame stof met een vulmiddel te mengen tot een plastische pasta en deze pasta dan in een dikke laag op de vlek aan te brengen. Gewoonlijk brengt men dan nog een soort verband aan, bestaande uit een paar lagen dun katoen, om de pasta op ziin plaats te houden. Ook kan men katoen met de oplossing drenken en dan in eenige lagen op de vlek leggen.

Sommige vlekken kan men verwiideren of beter onzichtbaar maken door de gekleurde stof in een ongekleurde verbinding om te zetten, andere vlekken als by. vetvlekken, moeten opgelost worden. Hier moet men er dus voor zorgen, dat het oplosmiddel niet kan verdampen, waartoe men met ondoorlaatbaar weefsel bedekt.

Ijzervlekken moet men reduceeren.

Men moet er natuurlijk voor zorgen, dat er geen lucht bij kan komen waardoor het iizer weer geoxydeerd wordt. Opgelost wordt dan met citroeazuurnatrium.

Bij het gebruik van chemicalien voor het verwijderen van vlekken moet men

32

MENGFJN EN ROEREN

----- ----------- _----- ---

zeer voorzichtig ziin. Soms ontstaan hierdoor nieuwe vlekken, die nag veel moeilijker te verwijderen zijn, Dit is by. het geval met natriumhydrosulfiet (Na3SjO,), dat bij iizervlekken soms aanbevolen wordr. In enkele gevallen ontstaat een zwarte vlek die biina niet te verwijderen is. De vlek bestaat waarschijnlijk uit ijzersulfide.

In de meeste gevallen is het uiterst moeilijk den aard van de vlekken te bepalen. De iizervlekken ziin gewoonliik geel tot bruin en gelijken in kleur op iizerroest. Olievlekken kunnen op den duur ook bruin worden en ziin dan zeer moeilijk te determineeren. Vlekken van koper en brons zijn dikwijls gedeeltelijk groenachtig, soms ook geheel bruin. Ook is het mogelijk dat het koperzout zich met de iizerzouten uit het beton chemisch omzet. Steenen trapleuningen en dergelijke worden door het dagelijkseh gebruik dikwijls door en door vet en vuil. Hour kan door te hooge temperatuur bruin worden. In dergelijke gevallen is het voordeeliger het oude vuile en verkleurde materiaal door nieuw te vervangen.

I] 'zerulekken,

Men maakt een oplossing van I dl natriumcitraat in 6 dl water en mengt de oplossing met een geliik volume glycerine. Deze oplossing maakt men nu met krijtwit tot een stiive pasta aan, die in een dikke laag op steen blijft kleven. Deze pasta wordt dan in een dikke laag op de vlek gestreken, by. met een plarnuurmes, en men laat de massa rustig eenige dagen inwerken. lndien het te lang duurt kan men het natriumcitraat vervangen door het sneller werkende ammoniumcitraat, dar gepolijste oppervlakken iets mat maakt,

Donkere ijzervlekken worden eerst met natriumcitraat behandeld. Men wrijft de vlek met de bovengenoemde oplossing 10 tot 15 rninuten goed in. Hierna strooit men, wanneer het oppervlak horizontaal is, een dunne laag fiine natriumhydrosulfiet-kristallen op de vlek, bevoehtigt met iets water en brengt dan een dikke pasta van krijtwit in water er op. Wanneer

het oppervlak verticaal is, neemt men de krijtwitpasta op een troffel, strooit hierop het natriumhydrosulfietpoeder, bevochtigt met water en drukt nu de pasta op de ijzervlek, Ongeveer na een uur rnoet men de massa wegnemen. Indien de vlek dan nag niet verdwenen is, moet de bewerking herhaald worden. Wanneer de vlek verdwenen is wordt de plaats met citraatoplossing nabehandeld.

Kopervlekken,

Groene kopervlekken behandelt men met een pasta, die uit I dl salmiak en 4 dl talcum, aangemaakt met ammoniak, bestaat, Met deze pasta smeert men de vlek in en laat indrogen. Zeer oude vlekken moe ten eenige rnalen behandeld worden, eventueel kan men het salmiak door aluminiurnchloride vervangen, Indien de vlek zeer hardnekkig is kan men de rest oplossen met de zeer gevaarlijke eyaankaliumoptossing (zwaar vergif). Men drenkt een dikken lap met een 5-pcts oplossing van KeN in water en houdt den lap eenigen tijd nat.

Inktvlekken.

Inktvlekken moeten verschillend be~ handeld worden, afhankelijk van de soort dec gernorste inkt. De gewone soorten schrijfinkt bestaan uit een oplossing van gallus- en tanninezuur iizer, anilineblauw en iets zuur. Men maakt dan een sterke, heete oplossing van natriumperboraat en roert de oplossing met kriit tot een dikke pap aan. Deze pap wordt in een laag van ongeveer 1/2 em dik op de inktvlek gesmeerd en na opdrogen eventueel door een nieuwe laag vervangen. Wanneer de inktvlek reeds bruin geworden is, moet men de vlek juist als een iizervlek behandelen.

Tegenwoordig bestaan vele inkten, vooral de niet blauwe soorten, uit een gewone oplossing van anilinekleurstof in water. Gewoonlijk kan men vlekken van deze soorten inkt ook op de bierboven beschreven wiize met natriumperboraat verwijderen. Gelukt dit niet, dan neemr men ammoniak of tenslotte bleekwater (eau de Javelle). Inkt, die met Berlijnseh blauw gemaakt werd,

_-

ZEEP EN REIN IGINGSMIDDELEN

33

kan men met tarnelijk sterke amrnoniak verwijderen. Vlekken van zg. onuitwischbaren inkt kunnen sl?ms verwijderd worden met een afwisselende behandeJing met chloorkalkbrij en ammoniak.

Tabaksvlekken.

Tabaksvlekken in marrner en terrazzo kan men gewoonlijk verwijderen n:tet een pap van de gewone schuurmiddelen, die in de keuken en voor ~et schoonmaken van mar~er gebruikt worden. Deze bestaan uit puimsteenof kwartspoeder met soda, trinatriumphosphaat en iets zeep. Men kan ook een sterke oplossing van zeep en soda gebruiken, by. ongeveer 20 g zeep en 20 g soda op lit I water. Men kan een lap met deze oplossing drenken en op de vlek leggen of men maakt een pap van de zeep-soda~oplossing met kriitwit. Men laat de pap zoolang inwerken tot ze geheel droog geworden is en vervangt ze dan door een nieuwe hoeveelheid. Het kriitwit kan men met geed gevolg door talcum vervangen, daar de ingedroogde massa dan gernakkelijker verwijderd kan worden.

Een zeer werkzarne oplossing, die ook voor vele andere vlekkeh gebruikt kan worden, is een mengsel van trinatriumphosphaat en bleekwater. Men maakt de oplossing door I kg trinatriumphosphaat in 4 1 water op te lossen en met een dunne chloorkalkbrij te mengen, die 350 g chloorkalk bevat. Het gevorrnde onoplosbare ealciumphosphaat laat men rustig bezinken en roert de bovenstaande oplossing met talcum tot een pap aan. De oplossing mag niet met metaal in aanraking komen, moet dus in geemailleerde of steenen potten gemaakt worden.

Urineulekken.

Urinevlekken kunnen ook met de oplossing van trinatriumphosphaat en bleekwater verwijderd worden. In hard~ nekkige gevallen legt men een lap op de vlek en houdt deze met de oplossing eenige dagen vochtig.

In biina alle gevallen zal men na het verwijderen van de vlekken een matte plek overhouden. Door slijpen en poli;sten kan men den glans weer juist

Mengen en Roeren

2;00 sterk maken als die van de o~geving. Als slijprniddel neemt men fijn carborundum of arnaril. Men polijst dan met Weensche kalk.

Marmer schoonrnaken.

Het marrner, by. een vloer, wordt eerst met soda-oplossing geed afgewasschen, zoodat geen vet meer aanwezig is. Hierna smeert men het marmer met een i/~-pets oplossing van kaliumpermanganaat goed in. Voor deze oplossing geheel ingedroogd is, maakt men het marmer goed nat met amrnoniak en onmiddellijk hie rna met een oplossing van natriurnhydrosulfiet. De bruine en violette kleur van het permanganaat verdwijnt dan onrniddellijk. Is het marmer nog met Wit genoeg, dan kan men de bewerking zonder gevaar herhalen.

Kopervlekken in kalksteen.

Waar kalksteen met koper of brons in aanraking komt, by. bij naarnplaten, hekken en lampenvoeten, ontstaan dikwijls leelijke greene vlekken. Zender het rnetaal in het geringste aan te tasten kan men deze vlekken met een oplossing van cyaankalium verwijderen. Deze oplossing is echter uiterst giftig en moet zeer voorzichtig behandeld worden.

Reinige:n van gekleurd beton. Een goede vloeibare zeep smeert men op het beton. Men laat dit een nacht staan, wascht den volgenden dag goed af en spoeIt met schoon water na. Na het drogen wordt het beton met gewone vloerwas ingewreyen. Het wassen herhaalt men in het begin iedere maand, tenslotte slechts twee keer per jaar. Door het boenen met was wordt de kleur van het beton vee! intensiever en fraaier.

3

II

MENGEN EN ROEREN

34

Reinigen van koper.

Oxaalzuur (gif) Kiezelgoer Arabische gom Katoenpitolie

I dl 6 dl liz dl I dl

Men mengt de gom met de dubbele hoeveelheid water en laat dit eenige dagen staan tot de gom opgelost is. Hiernaast lost men het oxaalzuur in zoo weinig mogeliik water op. Nu mengt men de beide oplossingen, voegt het kiezelgoer toe, tens lotte de olie en roert tot alles goed gelijkmatig gemengd is. Men voegt zoo vee! water toe als noodig is.

Reinigen van brons.

Een oplossing van 5 dl ijsazijn en 95 d1 water, of gewone sterke azijn wordt met gewoon keukenzout verzadigd, Door poetsen met deze opIossing kan men brans zeer geed schoon maken. Door het metaal onmiddellijk hierna met een zaponlak te lakken bliift de glans behouden.

Vetvlekken verwiideren.

Een warm verzadigde oplossing van natriumaluminaat wordt met hetzelfde volume heet water verdund. Het vet lost hierin gemakkelijk 0Pi nawasschen met warm schoon water. Kleine vetvlekken kan men uit stof verwijderen door onder de vetvlek een stuk dik vloeipapier te leggen en dan met een lapie met de oplossing bevochtigd het vet weg te wrijven.

Reinigingsmiddel voor behangsel, T arwestijfsel 35 dl Verzadigde keukenzoutopl. 65 dl De beide stoffen worden gemengd

en dan op een water bad zoolang verwarmd tot zich een taaie gummiachtige mass a gevormd heeft, Wanneer men ook vettig vuil verwijderen wil,

voegt men tegen het eind van de bereiding iets petroleum toe.

Met de massa kan men gladde wanden schoonmaken, daar de massa het vuil als een soort vlakgom wegneemt.

Oplosmiddel voor vet, olie, verf en nitrolak.

Alcohol, gedenatureerd Aethylacetaat Butylacetaat

Toluol of benzol

T etrachloorkoolstof

IO dl 20 dJ 20 dl 20 dl 30 dl

Oplosmiddel voor teer en verf.

Xylol Trichlooraethyleen Aethyleendichloride Oliezuur

Gesulfoneerde ricinusolie Isopr~C1~alcohOl

T riae olamine

Flesschen &waschmiddel.

Natriummetasilicaat Gecalcineerde soda T rinatriumphosphaat

I40 dl 47 dl 61 dl 40 dl 24 dl 33 dl 16 dl

10 dl 20 dl 25 dl

Kwastenreinigingsmiddel.

Eerst lost men I 1 oliezuur in 2 1 ~troleum op. Hiernaast mengt men 14 1 sterke ammoniak met 11 .. 1 spiritus en giet dan de ammoniakoplossing langzaam bij de oliezuur-oplossing, De hard geworden kwasten laat men een nacht in dit mengsel staan en wascht ze dan met warm water uit.

Roes .. en Inktvlekken uit kleeren

verwijderen.

Men maakt twee oplossingen:

Ammoniumsulfide-oplossing 5 dl Water 95 dl

en

ZEEP EN REINIGINGSMIDDELEN

---------------------------

35

Oxaalzuur 5 dl

Water 95 dl

Het dee 1 van de stof waarin zich de

vlekken bevinden wordt afwisselend in de eerste en in de tweede oplossing gedompeld, waarbij telkens met schoon water uitgewasschen wordt.

Rookvlekken op de vlngers verwijdet-en.

De vingers worden eerst met een

a-pets oplossing van kaliumpermanganaat ingewreven, waardoor ze geheel bruin worden. Hierna wrijft men de donkerbruine plekken met natriumbisulfiet in, dat men eventueel met violenwortelpoeder mengt. Het poeder wordt iets vochtig gemaakt en men wrijft zoolang tot de bruine vlekken geheel verdwenen zijn. De nicotinevlekken zijn na een behandeling gewoonlijk weg. Hierna wascht men de handen zorgvuldig met warm water en zeep.

VIJFDE HOOFDSTUK.

POLI]ST - EN SLI]PMIDDELEN.

De meeste polijst- en politoermiddelen worden gebruikt om oppervlakken, die door her gebruik mat en onaanzienliik geworden ziin, weer opnieuw tot glans re brengen. De rneeste politoeren bevatten olie of was, soms in oplossing, soms als emulsie, dus fijn in water verdeeld. Somrnige emulsies zijn zoo weinig stabiel, dat men het preparaat voor het gebruik telkens moet schudden.

De politoeren die was bevatten, geven een glans die langer stand houdt; ze rnoeten echter geed uitgewreven worden. De oliepolitoeren ziin veel gemakkeIijker tot glans te brengen; de glans gaat echter zeer vlug weer verloren. Bij alle pre para ten voor dit dod mag men niet vergeten, dat een bepaald preparaat slechts voor een bepaald doel geed bruikbaar is. Universeele preparaten bestaan niet,

Hiernaast bevatten de polijstrniddelen gewoonlijk een slijprniddel, dus een harde scherpe stof, die men zoo fijn gernalen heeft, dat er bij het poliisten geen krassen ontstaan. Voor het sliipen neemt men dezelfde stoffen, maar grover. De krassen die hierbij ontstaan, worden later bij het polijsten weer weggeslepen. Tusschen polijsten en sliipen bestaat in principe dus geen verschil, aileen de fijnheid is anders. De slijpmiddelen worden op papier gelijrnd tot het bekende schuurpapier, met een bindmiddel tot sliipsteenen gevormd of met olie of emulsie tot een pasta aangeroerd.

Autopolitoer.

Recept no. r. Paraffine-olie Ongekookte lijnolie Chineesche houtolie Benzol

Petroleum

Reukstof tU.U wensch.

Amrnoniak 10 % Formaldehyde 40 % Water

Glycerine

I~O dl 120 dl 1250 dl 300 dl

20 dl 8 dl 2 dl I dl I dl

Recept no. 3.

Carnaubawas 9 dl

Biienwas 4 dl

Ceresinewas 4 dl

Naphta 75 dl

Stearinezuur 7 dl

Triaethanolamine 21/, dl

Water 75 dl

Slijpmiddel 25 tot 60 dl

Het triaethanolamine en het stea-

rinezuur worden met het water tot

Recept no. 2. VoUersaarde Porceleinaarde Petroleum Dunne smeerolie Turksch-roodolie

I20 dl

90dl 450 dl 500 dl 450 dl

-~-

POLl JST- EN SLI]PMIDDELEN

een gelijkmatige zeepoplossing gekookt.

De wassen worden hierna gesmolten en bii 850 tot 90" C voegt men de naphta bij de was. Bii dezelfde ternperatuur giet men de wasoplossing onder geed roeren bij de zeepoplossing. Mea roert heftig tot een gladde gelijkrnatige ernulsie gevormd is en roert dan . langzaam door tot de e1musie geheel afgekoeld is.

Als slijpmiddel kan men een stof toevoegen als Bentoniet, die zich bij voorkeur met water verbindt. Deze stof voegt men dan aan de ernulsie toe. Slijpmiddelen die de olie aantrekken moet men voor het ernulgeeren met de wasoplossing rnengen. Het Bentoniet levert een pasta. Op de bovengenoemde hoeveelheid neernt men 25 dl Bentoniet. Een hoeveelheid Van 60 dl tripe I geeft een vloeibaar preparaat.

Recept no. 4.

Carnaubawas 30 dl

Glycowas 20 dl

Naphta 68 dl

Terpentijn 17 dl

Water 70 dl

Borax 10 dl

De wassen worden gesmolten en in

de oplosrniddelen opgelost. De onzeveer 90" C heete wasoplossing giet !'Den nu langzaarn onder goed roeren m de kokende boraxoplossing.

Recept no. 5.

Gele was 20 dl

Kwartsmeel (zeer fiin) 40 dl

Lakbenzine 40 dl

Zachte zeep I dl

Water 5 dl

De Was wordt gesmolten, het slijp-

poeder toegevoegd en dan wordt met de lakbenzine verdund. De zeep wordt 1Q het water opgelost en Iangzaam onder goed roeren bi] de wasoplossing gevoegd. De pasta kan men eventueel met lets ijzeroxyderood kleuren.

Recept no. 6. Kiezelgoer Kwartsmeel Gele oker

II dl 9 dl I dl

Petroleum

Zachte paraffine Gepoederde zeep

37

------

16 dl :2 dl I d1

Recept TlO. 7. Oliezuur Paraffine-olie Kaliumhydroxyde Tragacanth

Water

80 d1 250 dl 16 dl 6 dl tot 1000 dl

Recept no. 8.

Grijze carnaubawas 25 d1

Iapanwas 5 d1

Colophonium 5 dl

Deze worden samengesmolten en

dan wordt toegevoegd:

Lakbenzine 60 dl

I -pcts potaschoplossing 5 dl

Deze kleine hoeveelheid potasch-

oplossing verzeept een klein deel van de was en maakt de pasta taaier en meer samenhangend. Op de lak blijft iets was achter en dit geeft een duurzamen glans.

Recept no. 9. Carnaubawas Bijenwas Iapanwas Paraffine

T erpentii nolie

Recept no. IO. Geraffineerde spindelolie Zaehte zeep Methylhexaline

Zacht water

Meubel- of autopolitoer.

Recept no. 1. Carnaubawas Biienwas Ceresinewas T erpentijnolie Naphta Siearinezuur T riaethanolamine Water

20 dl 30 dl 30 dl 60 dl

300 dl

80 dl 15 dl '5 dl 400 dl

30 dl 15 dl IS dl 26 dl 24 d}

8 dl 4 dl 65 dl

MENGEN EN ROEREN

POLljST- EN SLljPMIDDELEN

Recept no. 2.

Carnaubawas 10 dl

Biienwas 4 dl

Ceresinewas 4 dl

Naphta 80 dl

Stearinezuur 8 d!

Triaethanolamine 41/l d!

Water 200 dl

De wassen worden met de stearine

samengesmolten, men voegt het triaethanolamine toe en verwarmt tot goO C. Bii deze ternperatuur voegt men de naphta toe en verwarmt tot men een heldere oplossing verktegen heeft.

Onder goed roeren voegt men nu het wafer kokend bij de wasoplossing. Wanneer de emulsie gereed is roert men zoolang tot ze geheel afgekoeld is.

Recept no. 3.

T erpentijnolie 64 dl Naphta (petroleumdestill.) 240 d!

Spindelolie (Iicht) 400 dl

Aujnzuur 36 % 48 dl

Water Boo dl

Antimoonchloride 32 dl

Arabische gom 10 dl

Tragacanth 10 dL

Parium 1 dl

Tee verkrijging van eeo stabiele

emulsie wordt het politoer met een collordrnolen zeer fijn verdeeld. Door de zure reactie moet de politoer in glazen verpakking verkocht worden.

Recept no. 4. Gele ceresine ]apanwas Biienwas

Liinolie, ongekookt Terpentijnolie Paraffine-olie Water

Potasch

Harde zeep

3 dl I dl 2d1

:J2 dl 8 dl 8 dl 56 dl 1/, dl I dl

Recept no. 5.

Witte paraffine-olie 3 1

Benzol 2 1

De benzol maakt bij gelakte meu-

bels de oppervlakte iets zacht. Door het wrijven wordt bet oppervlak dan glad, terwijl er bovendien een dun laagje olie achrerbliift.

Meubel =trlansolie.

Water 10 dl

Notenolie I dl

Paraffine-olie I dl

Aziinzuur 0,1 dl

Arabische gom 0,1 dl

Het beste rnaakt men een gom-

oplossing 1 : 2 en voegt hiervan zooveel toe tot de emulsie stable! is.

Door toevoegen van een kleine hoeveelheid glycerine is de ernulsie beter te verwerken.

Witte boenWlas.

Paraffine (smeltp. 50-52° C) 12 dl

Gebl- camaubawas 6 dl

Gebl. montaanwas 6 dl

Gebl. biienwas 2 d1

Terpentijnolie 50 dl

Petroleumdestillaat 24 dl

Of met synthetische wassen:

Paraffine 22 dl

I.G. was OP 6 d!

Oeokeriet .2 dl

Oplosmiddel 70 dl

Het I.G. was OP kan men ook door

rilaanwas vervangen.

Door een kleine hoeveelheid in vet oplosbare roode of gele anilinekleurItOf toe te voegen, kan men de boenwas rood of geel kleuren. In het algemeen kan men boenwas met zeer ver- 8Chillende wasmengsels maken. Voor lIOfl]l&le soorten neemt men dan de bdft paraffine, terwijl de andere helft bataat uit een harde was met een klein dee! zachte was, die hornogeniseerend wutt. De chernische industrie levert tepnwoordig een groot aantal synthetische wassen die de dure natuurJijke harde wassoorten volkomen kunMIl vervangen,

De chemische industrie is er bovendim in geslaagd kunstwassen te maken, die %00 goed oplosbaar zijn, dat een ~S-pcts oplossing bij karnertempera-

. tum nog vloeibaar blijft.

BeD normale boenwas bevat 27 tot ,a % wasmengsel en 70 tot 73 % opIoImiddel. Her oplosmiddel kan zeer toed uit een mengsel van echte ter~inolie en kunstterpentiinolie als iPbenzine, petroleumdestillaat en white spirit bestaan. Deze laatste drie ~ucten worden aile uit petroleum ","aard1gd. Ze verschillen in het tIIaneen in vluchtigheid en in opJoiIinpvermogen. Mhankelijk van de ~ rowe petroleum waaruit ze ver~ worden, bevatten ze rneer of

onvtna.digde en cyclische =.vwatcntoffeo, waardoor het oplos-

ermogen tegenover vetten, was:= ~ olifn zeer verschillend kan zijn, -., uct bestellen van een vervang- 1IIM1del voor terpentijnolie geeft men

Vl~ibare bcenwes.

Carnaubawas 13,2 dl

Oliezuur 1,5 dl

Triaethanolamine 2,1 dl

Borax 1,0 dl

Water loS dl

Schellak ~,2 dl

Ammoniak 28 % 0,3 dl

De was wordt gesrnolten en met

het oliezuur gemengd. Bij goO C giet men het triaethanolamine bij de smelt en roert goed door. De oplossing moet nu nog geheel helder doorschijnend ziin. Hiernaast wardt de borax in weinig kokend water opgelost en bij de wassmelt gevoegd. Hierdoor ontstaat een gelei-achrige massa.

De schellak wordt nu in een deel van het water, waaraan men de ammoniak toegevoegd heeft, opgelost.

Bij de wasgelei voegt men ongeveer go dl kokend water en roert goed door, zoodat een gelijkmatige emulsie ontstaat. De emulsie laat men afkoeleo en voegt ten slotte de afgekoelde schellakoplossing hi; de wasemulsie,

Balzaal :vloerwat.

Ceresine Stearinezuur Paraffine Carnaubawas

In olie oplosbare believen.

44dl 12 dl 140 dl 4dl kleurstof nut

39

het beste steeds het doel op, waarvoor het gebruikt moet worden.

Bij de vloeibare boenwassen speelt het oplosrniddel ook een zeer. groote rol. Het zijn vooral vrij gecompliceerde mengsels van oplosmiddelen, die het mogelijk maken een geconcentreerde wasoplossing te maken. Het IS duidelijk dat bij de fabricatie van boenwas en meubelwas de priis een hoofdrol speelt. J uist omdat de fabricatie betrekkehJi: eenvoudig is en met eenvoudige hulpmiddelen uitgevoerd kan worden, zret men dat ze dikwijls uiterst goedkoop aangeboden worden. AUeen het ve~vaardigen van een zeer goede soort 15 dan in het klein aan te bevelen. Met behulp van I.G. was V kan ~en een vloeibare meubelwas maken, die werkelijk aan de hoogste eischen voldoet.

Vloetbare boenwas.

Geraff, monraaawas I.G. was O.P.

Paraffine ,

Oplosmiddel, eventueel

een petroleumdestillaat

beter:

Geraff. montaanwas I.G. was V Paraffine Terpentijnolie Petroleu mdestillaat Dipenteen

2 dl 2 dl 3 dl

93 dl

2dl 7 dl 4dl

40 dl 45 dl I dl

Harde boenwes.

Geraff. montaanwas 20 dl

Gebl. camaubawas of

harde kunstwas 12 dl

Geraff. ozokeriet :5 dl

Paraffine 9 dl

J apanwas 4 dl

'r erpentiinolie 50 d1

Deze was bliift tarneliik hard. Men

wrijft hiervan zooveel op den boenlap als juist noodig is. In het gebruik is due boenwas zeer zuinig.

Wasolie.

MENGEN EN ROEREN

POLIlST- EN SLI]PMIDDELEN

40

Paraffine Biienwas Spindelolie Terpentijnolie

7 dl 3 dl 30 dl 60 dl

Glas :poUjstmiddel.

Recept no. I.

Amrnoniumlinoleaat 20 dl

Orthodichloorbenzol 100 dl

Water 200 dl

Infusorienaarde 60 dl

Het ammoniumlinoleaat laat men

een nacht in het water staan en lost het den volgenden dag door verwarrnen op. Onder goed roeren emulgeert men dan het chloorbenzol in deze oplossing en rnengt dan met de infusorienaarde.

Recept no, e . Geprecipiteerd kriit Kiezelgoer

Witte bolus

Met water tot een dunne maken.

50 dl 20 dl 30 dl

brij aan-

Recept no. 3.

Geprecipiteerd krijt 54 dl

Kwartspoeder (fijn) 18 dl

Stijfsel 15 dl

Wijnsteenpoeder 1 1 dl

Magnesia 10 dl

Infusorienaarde 2 dl

Met water of met benzine voor het

gebruik tot een dunne pap aanroeren,

Lederpolltoer.

Carnaubawas lId)

Terpenrijnolie 16 dl

Stearinezuur 3 dl

Triaerhanolarnine I dl

Nigrosine (in olie oplosbaar) 2 dl Water 66 dl Nigrosine (in water oplosbaar) 1 dl Her in water oplosbare nigrosine

wordt in het water opgelost, dan worden het triaerhanolamine en het stearinezuur toegevoegd, Door koken rnaakt men een gelijkmatige zeepoplossing,

Hiernaast smelt men de carnaubawas en verdunt met de terpentijnolie, dan lost men hierin het in olie oplosbare nigrosine op. Heide oplossingen worden tot 85-90° C verwarmd en nu giet men onder goed roeren de wasoplossing bii de zeepoplossing. De emulsie wordt langzaam geroerd tot ze geheel koud is.

roeren de naphta-oplossing bij de waterige oplossing. Men roert zoolang tot men een gelijkmatige ernulsie verkregen heeft, dan eerst voegt men onder langzaam roeren de ammoniak toe.

Recept no. 2.

Oxaalzuur I3 dl

Water 320 dl

Arnmoniak 260 Be 1:2 dl

Het oxaalzuur wordt in het water

opgelost, tot maximaal 80C C verwannd en dan met de ammoniak geaeutraliseerd.

Ruw oliezuur 25 dl

Spiritus 25 dl

Ammoniak 260 Be 12 dl

Het mengsel wordt iets verwarmd

tot het zuur geheel verzeept is. De beide oplossingen worden nu gemengd. Het mengen kan geheel koud geschieden of de oplossingen worden iets aangewarmd. De eerste oplossing wordt in. de tweede oplossing gegoten en tegelijkertijd voegt men 100 tot 200 dl uiterst fijn kwartsrneel toe. Met de hoeveelheid kwartsrneel regelt men de dikte van de poliistcrerne.

Recept no .. J. Palmolie

Gefe vaseline Paraffine Crocus "B" Kwartspoeder Engelsch rood IIzeroxyderood Oxaalzuur Kruidnagelolie

Ledervet,

Rundertalk Vaseline

Dig! ycolstearaat Biienwas Colophonium Water

70 dl 3,5 dl

13 dl 9 dl 2 dl 2 d1

Militairleder ... was.

Carnaubawas Candelillawas Iapanwas Paraffine Terpentijnolie

IS dl ~ dl 10 dl 2 dl 20 dl

Linoleumwas.

20 dl 8 dl 4 dl 12,5 dl 12,5 dl 6 dl

2 dl 0,6 d1 0,5 dl

Paraffine Hardwas

Zachce ozokeriet T e rpentij nolie Petroleurndestill,

15 d1 12 dl 3 dl 40 dl 30 dl

Metaailipolijstmiddelen.

Recept no. I.

Naphta 62 ell

Oliezuur dl

Slijpmiddel 7 dl

Triaethanolamine 0,33 dl

Ammoniak I d1

Water J28 dl

Het oliezuur wordt in de napbta

opgelost, Hiernaast lost men het triaethanolamine in het water op en roert hiermede het slijpmiddel aan, wanneer het slijprniddel water aantrekr, zooals klei. Hierna voegt men onder heftig

Rec~pt no. 4.

Orthodichloorbenzol 5 dl

Naphu 20 dl

Pine-oil 4 dl

Verder lost men op en mengt:

Triaethaaolaminelinoleaat 2 dl

T ripel 50-T5 dl

Su~pendit 9 dl

Water 260 dl

.. De napbta-oplossing giet men nu bi) de waterige oplossing en roert goed door. Tenslotte voegt men nag toe:

Ammoniak 12 dl

41

Aluminium :pol1jstpasta.

Krijt 75 dl

Gele tripel 20 dl

Natriumbicarbonaat 3 dl

Rhodaankalium 2 dl

Tot een pasta aanroeren met een

25-pcts oplossiog van glycerine in water.

Zllver.:polijstpasta.

Infusoriecaarde Diglycolstearaat Gecalcineerde soda T rinatriumphosphaat Water

Parfurn (kruidnagelolie)

48 dl 7 dl I dl I dl

70 dl 1/3 dl

Messing IIpolijstrniddel.

I dl I dl I dl I d1

Tripel Krijt

Geprecipiteerd krijt Stearine Petroleumdestillaat of

petroleum 8 dl

Oliezuur lIt dl

Eerst wordt de stearine in de petroleum opgelost. Hieraan voegt men dan het oliezuur toe en roert de poeders LD deze oplossing.

of:

Petroleumdestillaat Ammoniak Oliezuur

Tripel

Spiritus

Water

'30 dl

4 dl 10 dl 50 dl 10 dl 20 dl

Kachelglans (vloefbaer).

Ruwe monraanwas 2 dl

Colophonium I dl

Carnaubawas 2 d1

Deze worden samen op 900 C verhit.

Hierbij voegt men dan langzaam onder goed roeren een oplossing bestaande uit

Kaliumhydroxyde 2 dl

Kokend water 86 dl

Nigrosine 3 dl

MENGEN EN ROEREN

De ernulsie laat men afkoelen en mengt men dan met 5 dl grafiet en 3 dl roetzwart.

Polijstwas (vloelbaar).

Biienwas Ceresine

T erpentijnolie Pine-oil

PoUjstrood.

Stearinezure zeep Rundertalk Kamfer

Paraffine Ijzeroxyde

5 dl

20 dl 8~ dl 21/1 dJ

50 dl 25 dl 3dl 2 dl 60dJ

J nwelters =polijatpoeder.

Marmerpoeder

J uweliersrouge (uiterst fijn iizeroxyde)

90 dl

10 d1

Polijstdoek.

Ruw oliezuur 16 dl

Vaseline I d!

Stearinezuur 1/1 dl

De bestanddeelen worden samen-

gesmolten en met een kleine hoeveelheid methylsalicylaat of cassia-olie geparfumeerd. Men dompelr goed flanel in de gesmolten massa en perst de overmaat tusschen walsen af. De doeken worden in geolied papier verpakt.

Polijstpasta.

Stearinezuur Rundertalk Oleo-stearine Colophonium Vaseline [apanwas Vuursteenpoeder T ripelpoeder Lithopone

55 d1 2d1 5 dl 9 dl

40 dl 1 dl 3I5 dl 93 dl 2d1

Tripelpolijstpasta en pollistvet.

Stearinezure zeep 30 dl

Rundertalk 2S dl

Paraffine 25 dl

Tripel 20 d1

Zonder oplosmiddel wordt de po-

lijstrnassa in vorrnen gegoren. Door het stuk tegen de polijstschijf van Ieder te houden wordt voldoende slijpmiddel afgegeven. Door een betrekkelijk kleine hoeveelheid terpentiinolie en water toe te voegen, verkrijgt men een poliistpasta.

Polijstvd.

Stearinezeep Rundertalk Paraffine

25 dI 70 dl 5 dl

Ni"~el :opolijstmiddel.

Stearinezure zeep Paraffine Rundertalk Japanwas

K warts poeder

86 dl 16 dl 10 dl

3 dl 376 dI

Ollepolijstmiddel.

Srneerolie (geraff.) 60 dI

Naphta 26 dl

T erpentijnolie 3 dl

Srearinezuur 9 dl

T riaethanolamine 4 dl

Methylalcohol 4 dl

Water 120 dl

De eerste 4 bestanddeelen worden

gernengd en tot 60° C verwarmd. Hiernaast mengt men de andere drie stoffen en verwarmt de oplossing even~ns tot 60' C. De waterige oplossing gret men nu onder goed roeren bii de olie-oplossing en roert langzaam door tot de emulsie geheel koud is.

In dit polijstmiddel kan men de oplosmiddelen door andere vervangen Her is oak mogelijk pine-oil toe re voegen, terwijl men tenslotte een hoeveelheid kiezelgoer of een ander slijpmiddel met het preparaat kan mengen.

Vloerolle.

POLI]ST- EN SLIJPMIDDELEN

.--------

43

Smeerolie 92 dl

Terpentijnolie 5 dl

Bijen was I dl

Schellakwas 2 dl

Men lost alles op door het mengsel

op een waterbad tot 100° C te verwarmen.

"

Vloerolie (goedkoope).

Lichte smeerolie Machine-olie Paraffine

Eenige sporen pactum.

40 dl 4 dl 2 dl

Stofblndende olie.

24 dl

8 dl 0,2 dl tot een

Lichte smeerolie Malskiemenolie Kcuidnagelolie

In vet oplosbare kleurstof licht gele kleur.

Dikwijls drenkt men zaagmeel met ceo dergelijke olie, strooit het zaagmeel op den vuilen vloer en veegt dan den vloer schoon. Bi] deze wijze van vegen wordt het stof nagenoeg geheel verwiiderd en niet opgeiaagd. Ook kan men stofdoeken met deze olie bevochtigen.

Amarllpasta.

Stearinezure zeep Oleo-stearine

17 dl 2d1

Vaseline Japanwas Paraffine Amarilpoeder Vuursteenpoeder

Amarilvet.

Stearinezure zeep Rundertalk Paraffine

Vaseline

38 dl 3 dl 26 dl 300 dl 100 dl

II dl I dl 3 dl I dl

Scheer'messen =slijppasta.

Bauxiet Reuzel Amarilpoeder Lak

42 dl 42 dl 15 dl

1 dl

Carborund om DSuspensie.

Digl ycolstearaat Water Carborundumpoeder

~eensche kalkpasta.

Stearinezure zeep Rundertalk Weensche kalk Lithopone

4d1 100 dl 4 dl

45 dl 15 dl 200 dl 21/2 dI

LAKKEN, VERVEN EN BElT SEN

-------------------

45

ZESDE HOOFDSTUK.

harsen bieden aan den lakfabrikant e~n. zeer groot v<:or~ee1, nI. de gelijkmatigheid. De chernische industne 15 tegenwoordig in staat de kunstharsen met precies vastgelegde eigenschappen te mak~n. De lakfabrikant kan zich dus uit het groote aan!al kunstharsen, .dte hem aangeboden worden, de soorten uitzoeken die voor ZIJn fabrikaat het

geschiktst zijn. .. .'

De nitrolakfilm wordt na korten [IJd broos en om dit te verhinderen

voegt men stoffen toe, die de filmmassa plastischer rnaken en tegelijkertijd ook elastischer, zoodat ook een oudere filrnlaag de beweging van den ondergrond ten gevolge van de warrnte-invloeden kan blijven volgen zonder stuk te gaan. Oorspronkeliik ~ebruikt,~ rn~n hiertoe ricinusolie, geblazen ricinusolie, geblazen raapolie en liinolie. Later yond men echter stoffen die zeer hoog koken, dus langzaarn verdampen ~n de nitrocellulose ook in vasten toestand in oplossing houden. Hiertoe hooren vele esters a1s aethyl-, butyl- en amylester van phtaalzuur, tricresylphosphaat, triphenylphosphaat en vele andere esters. Een nieuwe 500rt stoffen heeft men m bepaalde harsesters en weeke k~stharsen gevonden, die tegelijkertijd als hars en a1s weekrnakingsmiddel dienen, by. her methylabietaat en bepaalde phtaalzuurharsen. E~n groat aantal van dergelijke verbindingen komt onder handelsnamen In den handel zonder opgave van de juiste samenstelling, die door

patenten beschermd wordt. ,

De vluchtige bestanddeelen van een nitrocelluloselak vormen d,e echte oplosmidde1en en de verdunningsrniddelen. De, echte oplosrniddelen onderscheidt men naar het kookpunt In hoog-, middel- en laag kokend.

Deze drie moe ten in een lak, al naar het doe! waarvoor de lak gebruikt wordt, in bepaalde verhoudingen gemengd worden. ,pe bag kokende oplosmiddelen lossen de collodium het gemakkelijkst op, verdampen het eerst en zorgen dus voor het eerste snelle aandrogen van de laklaag. De hoofdvertegenwoordiger van deze gro7p .IS het aethylacetaat, dat in zeer verschillende graden van zuiverheid 111 d~n handel komt. De hoog kokende oplosrniddelen zorgen voor het ~tvloeien van de laklaag, verhinderen het vormen van de bekende kleine kraters en maken de film homogeen. Tot deze groep hooren butylacetaat, amylacetaat, butylpropionaat, aethyllactaat en de glycolaethers. De andere oplosmiddelen vonnen een over gang tusschen

deze twee groepen. ",

Hiernaast heeft men nog vloeistoffen, die op zich zelf nitrocellulose niet op kunnen lossen, doch dit w~l doen ~a~eer een ander echt oplosmiddel in voldoende hoeveelheid aanwezig 15. Het rnengsel h~ft dan dikwijls zeer goede eigenschappen. Hiertoe hooren de verschil-

lende alcoholen, van methyl- tot amyla1cohol. .

Naast de werkelijke oplosmiddelen voegt men aan iedere nitrolak

LAKKEN, VERVEN EN BEITSEN.

Nagenoeg alles wat we om ons heen zien wordt ter verfraaiing of ter bescherrning regen schadeliike invloeden in een dunne laag met een of ander materiaal bedekt. De sarnenstelling hiervan hangt geheel af van de eischen waara an de bag meet voldoen. Tusschen een autolak en een lak voor goedkoop spee1goed bestaat een hernelsbreed verschil. Een verf voor binnen kan tientallen jaren geed blijven; dezelfde verf, buiten toegepast, kan na eenige rnaanden reeds volledig verweerd ziin. De lak wordt dus in het algerneen genoemd naar het dod waarvoor ze gebruikt wordt, gewoonlijk gecombineerd met den naam van het hoofdbestanddeel.

Onder de stoffen die voor de oppervlaktebehandeling gebruikt worden, neemt de nitrocellulose tegenwoordig een zeer voorname plaats in. Terwiil de allereersre nitrolakken, de eenvoudige uponlakken, slechts zeer beperkt bruikbaar waren, is het gelukt door nitrocellulose te maken, die veel minder dikvloeibare oplossingen Ievert, en deze met harsen en andere stoffen te combineeren, de nitrolakken practisch voor ieder doe! geschikt te maken. Het aantal stoffen, dat in combinatie met nitrocellulose gebruikt wordt, is ontzaglijk Igroot, en de juiste keuze hiervan bepaalt in de meesre gevallen de bruikbaarheid van de lak.

Ben lak van zuivere cellulose geeft een laagie, dat wel hard is, doch nauweliiks op den ondergrond hecht; de laag is niet elastisch en schilfert dus zeer gemakkelijk af. V ooral de oude soorten nitrocellulose leverden zeer dikke, visceuze oplossingen. Het achterbliivende laagie was dus uiterst dun.

In de eerste plaats voegt men nu harsen aan de nitrocelluloseoplossingen toe. Hierdoor wordt het percentage aan niet vluchtige bestanddeelen onmiddelliik vee1 hooger, daar de gebruikelijke harsen zeer dunvloeibare oplossingen vormen.

Verder wordt het hechten op den ondergrond aanrnerkelijk verbeterd, de glans wordt door de harsen verhoogd en de filmlaag wordt harder. Naast de bekende natuurlijke harsen als colophonium, schellak, dammar, kauri, sandarak, mastik en vele soorten copal, verwerkt men tegenwoordig in nitrolakken groote hoeveelheden kunsthars. De kunst-

M ENGEN EN ROEREN

nog vloeistoffen toe, die alleen er toe dienen de lak te verdunnen, Deze lossen de harsen dikwijls zeer goed op en dienen niet alleen om de lak goedkooper te maken, doch in vele gevallen voor het in evenwicht houden van de harsen met de nitrocellulose. De juiste keuze van het verdunningsmiddel is dikwijls van den grootsten invloed op de bruikbaarheid van de Iak, immers een nitrolak is niet eenvoudig een mengsel van verschillende stoffen die men toevallig samen oplost, doch een colloid-chemisch evenwicht, dat door een kleine fout gestoord kan worden. Deze evenwichtsverstoring kornt dikwijls eerst bij het verwerken der lak voor den dag.

Bij het rnaken van ni trolakken gaat men gewoonlijk van standaardoplossingen der verschillende componenten uit. Dit is in vele gevallen absoluut noodzakeliik, daar wanneer men aUe vaste bestanddeelen ineens in het eindmengsel der oplosmiddelen wilde oplossen, gedurende het oplossen het evenwicht dikwijls gestoord zou zijn. Er vormen zich dan klonten, die zeer moeilijk opnieuw opgelost kunnen worden.

De nitrocellulose komt in verschillende soorten in den handel, die zich in de eerste plaats door de viscositeit der oplossingen onderscheiden. Men noernt ze internationaal naar het aantal seconden, die een bepaalde stalen kogel noodig he eft om een voorgeschreven hoogte door een oplossing te vallen. Verder onderscheidt men collodium, die norrnaaJ in esters oplosbaar is, en collodium, die vooraJ in alcohol zeer goed oplosbaar is. De laatste 500rt is echter kwalitatief in het algemeen slechter. Tenslotte neemt men aIs goedkoop materiaal nog afvaJ van celluloid en gewasschen films.

De nitrocellulosen komen niet droog, doch steeds bevochtigd met water, spiritus of butylalcohol in den handel. Bij de aangegeven recepten moet men dus deze hoeveelheid oplosmiddel steeds van de aangegeven hoeveelheden aftrekken.

Collodtumoplosains.

Recept no. t ,

Recept no. 3.

Droge 70-sec collodium Spiritus

Benzol

Aeth y Iacetaa t

Rectpe no. 4. Filmafval

Dit wordt opgelost

middel bestaande uit:

Aethylacetaat Spiritus

Toluol Petroleumdestill.

1,13 dl 0,51 dl 3,10 dl 3,00 dl

Droge l/,-sec collodium Spiritus

Butylacetaat

Toluol

Aethylacetaat

25 dl 10,7 dl 16,1 dl 32,1 dl 16,1 dl

180 g in I I oplos-

25 dl 415 dl 16 dl 34 dl

Recept no. 2.

Droge l/I-seC collodium Aethy lacetaat

Toluol

Spiritus

35,8 dl 24,8 dl 24,2 dl 15,2 dl

De harsoplossingea worden, indien bet mogelijk is, in een verhouding van

LAKKEN, VERVEN EN BEITSEN

, ,

I dl hars op I dl oplosmiddel gernaakt. Als oplosmiddel neemt men in den regel toluol, benzol, xylol, spiritus of aethylacetaar. Soms neernt men een oplosmiddelenmengsel, dat ook voor het verdunnen van de lak gebruikt wordt.

Kauri wordt in de 11/1-voudige hoeveelheid van 85 % spiritus en 15 % aethylacetaat opgelost. Een dammarhars-oplossing wordt als voigt gernaakt: 80 dl damrnargom worden opgelost in 20 dl aethylacetaat en 40 dl petroleumdes tillaat met een kookpunt van 800 tot 130° C. Wanneer alles opgelost is voegt men aan de oplossing 100 dl spiritus toe en roert eenigen tijd goed door.

Het mengsel laat men nu 24 uur staan, waarbii de neergeslagen was zich op den bodem afzet, en giet de bovenstaande heldere oplossing af, Deze he!dere wasvrije oplossing wordt dan voor de vervaardiging der nitrolakken gebruikt.

De schellakoplossing maakt men gewoonlijk uit I dl schellak opgelost in 2 dl spiritus.

Oplosmidd~1.

Recept no. I. Toluol

Aeth ylacetaat Butylalcohol AethylgJycol ButyJglycol

65 dl 10 dl 15 dl

5 dl '5 dJ

Recept no. 2. Toluol

Aeth ylacetaat Butylalcoho! Aethylglycol Butylglycol

R.upl no. 3. Toluol Aethylacetaat Spiritus Amylacetaat Amyla1cohol

60 dl 15 dl 1'5 dl

5 dl 5 dl

50 d1 15 d1 15 dl 13 dl

7d1

Recept no. 4. Toluol Aethylacetaat Spiritus Butylalcohol Butylacetaat

Recept no. 5. Toluol

Ae th ylacetaat Spiritus Aethylglycol Butylglycol

Verdunner.

Recept no. .T. Petroleumdestill. Aethylacetaat Spiritus Amylacetaat

Recept no. z . Toluol Aethylacetaat Spiritus Amylacetaat

Recept tw. 3. Toluol Aethylacetaat Spiritus

Bu t ylgl ycolaether

Receot no. 4. Petroleumdestill. Toluol

Aeth ylacetaat Spiritus Butylacetaat Butylalcohol

Recept no. 5. Petroleumdesrill. Toluol

Spiritus Butylacetaat Butylalcohol

47

50 dl 15 dl 10 dl

'5 dl 20 d1

70 di 15 dl 5 dl '5 dl '5 dl

44dl 22 dl J2 dl 22 dl

50 dl 18 dl 12 dl 20 dl

70 dl 15 dl 10 dl

5 dl

20 dl 40 dl 10 dl 10 dl 10 dl 10 dl

30 dl 32 dl 10 dl 23 dl

5 dl

MENGEN EN ROEREN

Grondlak voor hout.

Collodiumoplassing no. I Collodiumoplassing no. 4 Albertoloplossing I : I Dibutylphtalaat Geblazen ricinusolie Zinkstearaatpasta Oplosrniddel no. 3

of:

Collodiumoplossing no. I Albertoloplossing I : I Dibutvlphtalaat Zinkstearaatpasta Oplosrniddel no. 3

2dl 2 dl I dl

11" dl J!R dl I dl 2 dl

4 dl 2 dl

II! dl I dl 2 dl

Por ienvuller of matlakpasta.

liz-sec collodium (droog) 4 dl

Aluminiumstearaat 16 dl

Dibutylphralaat I dl

Spiritus 10 dl

Aethylacetaat 131/2 dl

Butylacetaat 3 dl

Butylalcohol 4 dl

Toluol 131/t dl

Het mengsel wordt gedurende ~8

uur in een kogelmolen van porcelein met porceleinen kogels gemalen.

Matlak.

Collodiumoplossing no. I Collodiumoplossing no. 3 Albertoloplossing 1 ; I Zinkstearaatpasta Tricresylphosphaat Oplosmiddel no. 4

Polttoerfak.

Collodiumoplossing no. I Collodiumoplossing no. 3 Albertol I77C of 20IC Dibutylphtalaat Oplosrniddel no. 4

Meubellak.

Recept no. I. It.-sec collodium Dammaroplossing

2 dl l/! d1 I dl I dl 1/, dt ca. 3 d1

4d1 I dl I dl

11. dt ~ tot 3 dt

~ dl 5 d1

Gebl. ricinusolie Diburylphtalaat

Recept no. z Iff-sec collodium Dammaroplossing Esterharsoplossing Gebl. ricinusolie Tricresylphosphaat

Recept no. 3.

1/ ,-sec collodium Esterharsoplossing Kauri-oplossing

Gebl. ricinusolie Dibutylphtalaat

Recept no. 4.

li2-sec collodium

Est erharsoplossing Albertol OplOSSl n g

Gebl. ricinusolie Dibutylphtalaat

Recept no. 5.

I/:-sec collodium Esterharsoplossing Albertol 177C-oploseing Gebl. ricinusolie

T ricres ylphosphaat

2 dl 2 dl 3 dl

1/. d.l 't, dl

~ dl 2 dl 3 dl

1/ dl

..

l/w dl

Recept no. 6.

1/~-sec collodium 2 dl

Esterharsoplossing 01 dl

Albertoloplossing 2 dl

Gebl. ricinusolie 1/, dl

Dibutylpntalaat 1.1, dt

De hierboven genoernde bestand-

deelen worden in r·~n mengsel van oplosrniddelen opgelost, waarvan. de samenstelling van den toelaatbaren prijs afhangt.

T egen alcohol bestend :iJode lak.

8d1 2 dl ~ dl

Collodiumoplossing no. I Albertoloplossing 1 : I Alkydebars

Oplosrniddel no. 3 tot spuitconsistentie.

Door de matlak met de norm ale meubellak eventueel met matpasta te combineeren, verkrijgt men !akken met de gewenschte soort glans.

_-

LAKKEN, VERVEN EN BEITSEN

49

Nitro=Japanlakken voor hout. De pigmenten, die men voor deze dekkendf' lakverven .gebruikt, worden eerst in het weekmakingsrniddel, waa~· voor men veelal geblazen ricinusolie met andere stoffen als tricresylphosphaat neemt~' een goeden verfrnolen gemalen. In . n de plastificator aileen niet voldoea e IS, voegt me~ .nog een harsoplossing toe, die een werrng vluchtig oplosmiddel bevat. In het algemeen neemt ~ hier meer hars dan bii een

blaW rolak. Voor goedkoope lakken

wukt en met esterhars, voor de betere met Albertol of een ander kWl5thars. Men moet sterk dekkend pi~ent nernen, daar de nitrolak niet ZOSWee1 pigment op kan nemen a1s een pSede olie1ak. De lak moet echter uiterst fijn gemalen worden, daar bij ODvoldoende fijnheid de goede dekkracbt van het pigment geheel verloren pat. Aan de pigment pasta voegt men dan een normale nitrolak toe, waarvan men de stoffen, die in de pasta reeds aanwezig ziin, afgetrokken heeft,

Voor matte lakverven voegt men zinkstearaatpasta toe.

Metaallakk~n.

Deze lakken worden veelal gebruikt om gepolijste metalen regen mechaDische beschadiging en tegen andere uitwendlge invloeden te bescherrnen, voora! vaorwerpen Van messing, koper, Ilikkel of vernikkeld ijzer of staal. WUUleer men slechts het aanloopen wi) verhinderen, moet her laklaagje uiterst dun doch sterk en taai zijn. la dit geval neernt men een collodium ~ eea zeer hooge viscositeit, daar dae soorten laklaagjes geven met de bate mechanische eigenschappen.

Men voegt kleine hoeveelheden hars .... De hars meet kleurloos en geheel I1NrvJij zijn. De kleine hoeveelheid .. men toevoegt verbetert echter het IIIchtIIl der lak op het metaal.

hept no. I.

CollOdium met hooge

~~teit

II...,. en Roeten

4 dl I dl

Recept no. 2. Collodium met hooge

viscositeit Dammaroplossing Dibutylphtalaat

Recept no. 3.

Collodium met hooge

viscositeit Elemiharsoplossing

Recept nO.4_

Collodium met hooge

viscositeit Dammaroplossing Dibutylphtalaat

Geblazen ricinusolie Esterharsoplossing Oplosmiddel naar wensch.

Dikkere kleurlooze laklagen ver-

kriigt men met lakken, die een groote hoeveelbeid der rezyleu bevatten. Due harsen ziin zeer elastisch en vervangen een dee! van den plastificator, Men neemt dan op I deel droge nitrocellulose van lage viscosireit 2 tot 3 dl rezyl en een half tot een derde dee! dibutylphtalaat, met voldoende oplosrniddel tat spuitconsistentie verdund.

4d1 2 dl

4 dl I dl I dl I dl I d1

Autolak=ogrondverf.

Leisteenpoeder 40 dl

Lithopone 20 dl

Zwaarspaat 10 dl

Beckolac 1308 40 dJ

Gebl. ricinusolie 61/1 d1

Dibutylphtalaat 31/, dl

Butylacetaat 8 dl

Deze worden in een verfmolen fiin

gernalen.

Aan 12 dl van deze pasta voegt men dan een oplossing van 2 dl I/I-sec collodium toe en verdunt tot spuitconsistentie,

Zwarte amolak.

Super spectr. Carbon Black Geblazen ricinusolie Tricresylphosphaat Butylstearaar

ro dl 15 dl 15 dl

21/. dl

4

50

MENGEN EN ROEREN

-------_.

Lewisoloplossing (dicarbon-

zuurhars) 15 ell

Toluol 421/a dl

Due worden in een verfrnolen uiterst [ijn gemalen, het beste in een kogelrnoleu-

Aan 2 dl van deze zwart pasta voegt

men nu ten oplossing van 1 dl l!l~sec collodium en II. dl 30-sec collodium toe met een zeer goed oplosmiddel. Deze lak dekt goed, vloeit strak en is gernakkeliik te polijsten.

Een sterk glanzende zwarte lak ver-

krijgt men door sarnen te rneagen:

Droog 1.'2-sec collodium 5 dl

Droog lS-5eC collodium 3 dl

Esterhars 3 dl

Lewisol 9 dl

Lindol 2 dl

Geblazen ricinusolie 2 dl

Carbon Black-pasta 10 dl

Oplosmiddel tot spuitconsistentie.

Lederlakken.

Voor de fabric.atie van kunstleder en gesp!eten leder maakt ,tI_len lakken met nitrocellulose en plastlflc.ator zander hars, De Iak moet nl. ZOO elastisch mogdijk ziin. Gewoonlijk ,neemt men collodium met een getruddelde tot hooge viscositeit met laag kokende dus snel verdampende oplosmiddelen, onder toevoegen van ten opzichte van het collodium ongeveer geliike hoeveelheden ricinusolie, al of niet geblazen, geblazen raap- of lijnolie, geheel of gedeeltelijk vervangen door butylacetyl-ricinoleaat, hydroresin en andere synthetische producten, die hiervoor in den handel komen.

Bronslak.

Hiervoor is een speciale soort collodium in den handel met eea viscositeit van ~o tot 40 sec. Men maakt de lak zonder hars, dan de geringste spore a zuur de bronslak doea bederven.

Op 4 dl droog coUodium neemt men 11/, dl dibutylpbtalaat met het

noodige oplosmiddel en zooveel bronspoeder dat de noodige dekking verkregen wordt.

Kristallak.

Collodiumoplossing no. I Collodiumoplossing no. 3 Naphtaline

Hexah ydropbenol Albertoloplossing Tricresylphosphaat Amylacetaat Oplosmiddel

Nagellak.

Collodiumoplossing no. I 3~ dl Collodiumoplossing no. 3 I6 dl Dammaroplossing 16 d1 Tricresylphosphaat of

dibutylphtalaat 16 dl

Butylcellosolve (butylglycol-

aether) 16 dJ

Dit wordt verdund met ace ton en gekleurd met iets karmijn,

PoarlemMr.hootlak.

lit-sec collodium (droog) 7O-sec collodium Dammargom

Schellak

Butylacetaat

Butylalcohol

Amylacetaat

Toluol

Dibutylphtabat Paarlessence

18 dl 8 dl 6 dl 6 dl

30 dl 15 dl 4 dl 60 dl 3 dl 4 dl

Witte nitro.emaillak.

Collodium 1/a-sec 10 dl

Butylacetaat 30 dl

Toluol 10 dl

Aethylacetaat 10 dl

Hiernaast maalt men een pasta vanr

AlftaLaat 22A 10 dl

Toluol 10 d1

Titaanwit roo-pets 20 ell

LAKKEN, VERVEN EN BEITSEN

51

Men mengt hierna 60 dl van de coUodiumoplossing met 40 dl pigmentpasta en verdunt met het bovengenoemde oplosmiddelenmengsel,

Pa.rlemoerlak voor kunstblcemen.

Collodium (hoog-visceus) ~osolveacetaat Dibutylphtalut Butylacetaat

Glyptaal

Toluol

Aethylacetut Paar1essence

Po.rle:moerdompellak.

COIIoclium [hoog-visceus] PaarJessence

Amylacetaat

2,5 dl 1,5 dl 0,5 dl 2,0 dl 1,2 dl

20,0 d1 12,0 dl 2,0 dl

3 dl 1/ d1

3~ dl

P ... rlemeer eemalllak.

Hiertoe mengt men een goede getleurde emaillak op nitrocellulosebail met een hoeveelheid blanke cellubclak en zooveel paarlemoeressence all noodie is.

NitroceUulose .. rnbbeelak.

Collodium Rubber Aethylcrotonaat

10 dl 5 dl 100 dl

Papierlak.

Proo2 collodium 100 dl

~y{hars 250 tot 300 dt

Par~phospbaat 50 tot 100 dl ~_ 4 tot 8 dl ~ "o~dm samen opge1ost.

De lak .. ieschikt voor inwikkel~r voor bet afwaschbaat maken ... _ an~l.

Vlie:lfuirbespanninrslak.

Celluloseacetaat 7,5 dl

Triphenylphosphaat 2,5 dl

Aceron 30,0 dl

Benzol 30,0 dl

Methanol zo,o dl

Diacetonalcohol 10,0 dl

De oplosmiddelen worden gemengd

en dan voegt men onder geed roeren langzarnerhand de acerylcellulose bij bet oplosmiddel, Er mogen geen klonten ontstaan. Na het oplossen der cellulose voegt men bet triphenylphosphaat toe. Hiertoe wordt de lak gefiltreerd.

De lak kan met de kwast opgebracht worden. Beter is het de lak te verspuiten.

Olieverf en olielak.

De normale olieverven bestaan uit pigmenten, die met een drogende olie of olielak fiin gemalen worden. De eigenschappen der veri hangen in hooge mate ,:,an de verhoucling van pigment tot bindmiddel af, verder van den aard van het pigment en van den aard van het bindmiddel. Het aantal mogelijke variaties is %00 groat dat de vakrnan voor ieder doel een speciaal geschikte verfsoort kan maken.

Als bindmiddel kan men in het eenvoudigste geval liinolie nemen die zooveel siccatief bevat dat de veri in den gewenschten tijd droog is. De siccatief is hier een zeepachtige metaalverbinding. ,Ats metaal neemt men 100«:4 mangaan, ~nk, cobalt, of combinaties hiervan. A1s zuur komen vetzuur, harsZUUt en, tegenwoordig ook bepaalde zuren ust ruwe petroleum in aanmerking. Verder wordt ook olieverf soms en lakverf steeds met een vluchtig oplosmiddel verdund. Hiervoor neemt men voor de beste kwaliteiten steeds nog terpentiinolie, hiernaast echter petroleumdestillaren van verschillend tookpuot, benzolacbtige oplosmiddeIen en tegenwoordig oot bier en daat hoog kokende vloeistoffen als pine-oil en dipenteen,

Witte huisverf.

MENGEN EN ROEREN

LAKKEN, VERVEN EN BEITSEN

53

Loodwit 210 dl

Zinkwit 60 dI

Gemalen asbest 30 dl

Liinolie 95 dl

Deze worden eerst fijn gemalen op

een verfmolen. Hieraaa voegt men toe:

Naphta 8 dl

Lijnolie 55 dl

Siccatief met 5 % rnangaan

en 5 % lood 8 dl

Zwarte hulsverf.

Roetzwart 30 dl

Men.ie 8 dl

Krijtwit 52 dl

Gernalen asbest 60 dl

Ongekookte lijnolie 200 dl

Deze worden gernalen, hieraan voegt

men toe:

Siccatief met ~ (~{, load, 5 % mangaan en I % cobalt 24 dl

Liinolie 88 dl

Groene hulsverf,

Chrornaatgroen (zuiver) 75 dl

Zwaarspaat 75 dl

Silica 75 dl

Gemalen asbest 75 dl

Liinclie 180 dl

Deze malen en dan toevoegen:

Siccatief 14 dl

Naphta 12 dl

Lijnolie 88 dl

Voor lichte verven als creme, licht-

green, griis, lichtblauw enz, neernt men witte vert en kleurt met zurvere verf die men in tuben gereed voor het gebruik kan koopen. Iatensief gekleurde verf als helder rood verkrijgt men met bet overeenkomstig gekleurde pigment. De hoeveelheid olie, die m~n hiervoor noodig heeft, moet men in de praktijk bepalen, daar deze steeds wisselr.

Lood menleverf.

Zuivere loodmenie Lijnolie

1000 dl 80 dl

Eerst geed fijn malen, dan toevoegen:

Liinolie 40 dl

Standolie 80 dl

Petroleurndestillaat of naphta 10 dl Siccatief 10 dl Deze loodmenieverf geeft een veel

dichtere verflaag dan de gewone met de hand aangeroerde menieverf.

Deze na het rnalen verdunnen met:

Dunne standolie 40 dl

6o-pcts esterharsopl. 130 dl

Siccatief 15 dl

Naphta 90 dJ

voontrijklak voor poreuae muren,

Zlnkverfstof (roestwerend).

KieUlgoer 20 dl

Gema1en asbest 10 dl

Bsterbars-houtolielak 24 dl

Deze worden fiin gemalen en ver-

~UIld met: lUrsester-houtolielak Geblazen lijnolie Naphta

Siccatief

25 dl

7~ ~

Zinkwit Zinkstof Lijnolie Deze rnalen en dan toevoegen:

Lijnolie 4 dl

Standolie 8 dl

Naphta I dl

Siccarief I dl

56 dl 16 dl J6 dl

4 dl

V~ch pleisterwerk wordt geneutra-

liseud met:

Zinbulfut I dl

Water 8 dl

Beter met zouten van het kiezelfluor-

waterstofzuur, by. het magnesiumzout. Met de vriie bIt ontstaat het geheel oaoplosbare zout kalkfluoride, met onopIosbaar kiezelzuur ontstaan dubbelIOUten.

De fluaten worden in verschillende MmenstdJingen voor bepaalde doeleiadm in den handel gebracht,

Matte witte verf voor binnen.

Li thopone 400 dl

Gernalen asbest 100 dl

Lijnolie 60 dl

Dunne standolie 20 dl

So-pets kalkharsoplossing in

naphta 20 dl

Naphta 40 dl

Deze mal en en dan verdunnen met:

Naphta 120 dl

Siccatief 5 d1

Witte verf voor binnen, halfmat.

Vloerlakverf.

Men maalt eerst het pigmentmenpe1, dat de gewenschte kleur geeft, met zeoveel sneldrogende lak als noodie is voor het vormen van een dikke maalbare verfpasta en verdunt dan met meer lak, iets oplosmiddel en ca. ,% siccatief, berekend op de hoefteJheid bt. Als lak gebruikt men of em goedkoope narsesrer-hourotielak of beter een kunsthars-houtolielak.

Lithopone I 400 dl

Gemalen asbes 50 dl

Krijtwi t 50 dl

Harsester-houtolielak 140 dl

Dunne standolie 60 dl

6o-pcts kalkharsopl. 40 d1

Deze na het malen verdunnen met:

Naphta 40 dl

Siccatief I I dl

Witte glansverf voor binnen.

Lakverf veer hout.

.De samenste.lling van her bind~ddel kan hier bijna tot in het on~,!~iife gevarieerd worden. De hoofd....... 13 steeds wei ken prijs men voor

Lithopone Zinkwit Lijnolie

Dunne standolie

375 dl 125 dl 100 dl

80 d1

de grondstoffen wil besteden. Verder hangt de kwaliteit der lakverf natuurlijk voor een groot dee I af van de zorgvuldigheid waarmede de lak bereid werd. Om een 2:00 goed mogelijke vloeiing te verkrijgen wordt ~e gebruikte liinolie eerst tot standolie verkookt. De houtolie moet zoodanig voorbehandeld worden dat ze glad opdroogt, Verder mag de hoeveelheid siccatief niet te groot ziin, daar dan het gevaar van rimpelig opdrogen bestaat,

In harsen bestaat tegenwoordig door het groote aanral kunstharsen, dat in den handel komt, een zeer groote keuze. Terwijl men vroeger voor witte lakverven steeds op standolie met weinig dammarhars aangewezen was, beschikt men tegenwoordig over absoluut kleurlooze kunstharsen, die in zich de eigenschappen van standolie en hars vereenigen. Met deze kunstharsen is het zelfs mogelijk een lak te maken, waarrnede men witte vert over kan lakken, nl. de alkydbarsen.

De belangrijksre groepen der kunstharsen ziin of uit phenol en formaldehyde opgebouwd Of uit phtaalzuuranhydride en glycerine, in vele gevallen chemisch met vette olien gecombineerd. Deze laatste soorten behoeven dikwiils slechts verdund te worden en met siccatief gemengd om een goede lak te leveren.

De phenol-formaldehyde-typen VO!men met houtolie en lijnolie lakken, die zeer hard drogen, ze verkleuren echter aile in het geelachtige. Voor buitenwerk verkookt men deze kunstharsen met olie in een verhouding van I : 4, voor binnenwerk gewoonliik in een verhouding van I : 2. De phtaalzuuranhydride-harsen worden vooral voor witte lakverven en voor licht gekleurde lakken gebruikt, die ingebrand moeten worden.

Het drogen van olieverven en olielakken wordt bespoedigd door siccatief; hier is men echter a3D grenzen gebonden. Wanneer men te veel siccatief toevoegt begint de lak langzarner te drogen en in bepaalde gevallen wordt de lak in bet geheel niet meer

MENGEN EN ROEREN

54

goed droog en bliift nakleven, De juiste hoeveelheid siccatief rnoet voor een bepaalde laksoort steeds door proeven bepaald worden. In het algemeen mag het gehalte aan het metaal, dat de droging veroorzaakt, bij lood niet hooger liggen dan I %, bi; mangaan niet hooger dan 0,5 % en bii cobalt niet hooger dan 0,05 %. Bii combinaties der verschillende rnetalen liggen de optima Ie hoeveelheden nag lager. Bij de bekende combinatie loodmangaan mag men Diet meer dan 0,5 % 1000 en 0,1 % mangaan nemen. In vele gevallen, wanneer het metaal aan bepaalde organische zuren gebonden is, komt men met nog minder uit.

De droogsnelheid wordt hiernaast bepaald door de verhouding van olie tot hars. Hoe meer olie, hoe vetter de lak is, hoe Iaagzamer droogt de Iak, hoe duurzamer is deze ook. Verder droogt een lak, die veel houtolie bevat, weer veel sneller dan een lijnolielak. De lakfabrikant heeft hier dus alle mogelijkheden ziin lak aan het doe! waarvoor ze bestemd is aan te passen.

De ~Lans van een lakverf hangt natuurliik zeer sterk van de soort lak af, verder echter in zeer hooge mate van de verhouding van pigment tot lak, Groote hoeveelheden prgment doen de lakverf meer mat opdrogen, kleine hoeveelheden pigment bemvloeden den glans mindel' en een lakverf met veel lak en weinig pigment droogt met een zeer hoogen glans op. In het algemeen 2:411 men bij het opbouwen van een glansverflaag een dergelijke vette lakverf als laatste laag toepassen.

Lakverf of Japanlak voor binnen

no. 1.

Pigment 40 dl

Bindrniddel 60 dl

Het pigment bestaat uit zuiver zink-

wit.

Bindmiddel:

Standolie Petroleumdestillaat Terpentijn Lood-cobaJ tsiccatief

60 dl I~ dl 2:'5 dl

3 dl

Japanlak \loor binnen no. 2.
Pigment 47 dl
Bindmiddel 53 dl
Het pigment be staat uit:
Lithopone Sodl
Zinkwit 20 dl
Het bindmiddel bestaat uit:
Standolie 50 dl
Darnmarhars 10 dJ •
Terpentijnolie 8dJ
Petroleumdestill, 30 dl
Cobaltsiccatief :a dl
Japanlak voor binnen no. ,. Pigment Bindmiddel

Het pigment bestaat uit zuivere

lithopone.

Het bindmiddel bestaat Kalk-hardhars Houtolie (Chin.) Liinolie Gekookt bii 270" C

verdund met:

Petroleumdestillaat Siccatief (cobalt)

34 dl 66dl

uit:

20 dl 35 dl 10 dt

en hierna

33 dl 2 dl

Matte lakverf voor binnen no. 1.

Pigment Bindmiddel

65 dl 35 dl

Het pigment bestaat uit:

Lithopone / 85 dt

Kriit of zwaarspaat 15 dl

Het bindmiddel bestaat uit:

Kalk-hardhars 8 dl

Liinolie 7 dl

Chin. houtolie 25 dl

Gekookt bi; 2700 C en verdund met:

Petroleumdestillaat S8 dl

Lood-cobaltsiccatief 2 dl

Matte Iekverf voor binnen no. ~.

Pigment Bindmiddel

65 dJ 35 dl

LAKKEN, VERVEN EN BEITSEN

-

Het pigment bestaat uit:

LJthopone 80 dl

Zinkwit 5 dl

Krijt of zwaarspaat 15 dL

Het bindmiddel bestaat uit:

Lijnolie 30 dl

Gebla%en lijnolie 6 dl

Kalk-hardhars 4 dl

PetrOleumdestillaat 57 dl

Lood-cobalt-mangaansiccat. 3 dL

Huisverf voor buiten.

. De duurzaamheid van een buitenverf hangt in hooge mate van het Idialaat af. waaraan de verf blootaestdd wordt. Hierdoor ziin voor een poot deel de tegenstriidige meeningen omtrcl1t de duurzaarnheid van bepaalde 'lCtVell te verklaren. Vooral in groote IaDdcn is het verschil in het klirnaat nil de verschillende landschap pen zoo poet, dat een bepaalde verf in het eene llbied zeer goed kan voldoen en apm anders onbruikbaar is. Zoo moet men ook de verschillende buitenlaIldsche voorschriften voor buitenverf IteedI van bet standpunt uit bezien, dat ze niet voor ons Nederlandsche klimaat berekend ziin.

III ens land moe ten we in de eerste plaats met biina voortdurende hooge 1'OChtigheid van de lucht rekenen, Het iI dua Jeen toeval dat het koken van .... dolie voor het eerst in ons land ~oerd werd. Immers door het Wen tot standolie wordt de fout van Iiiaolieverl-bgen, zeer veel water op fa Demeo, verregaand verbeterd, Zoo 111 dua de Nederlandsche schilder de ~e .boeveelheden gewoae gekookte - der buitenlandsche voorschriften tUee1 of gedeeltelijk door standolie met terpeatijnolie moeten vervangen. :::~~Ch voorbeetd van de moeilijk-

die her klimaat aan het schildaw~ tan beeorgen, biedt Canada. Bier II in den winter het verschil van d.elij'k daa- en nachttemperatuur ontzag-

groot, samengaande met een ~ droogte. Hier 'Voegt men aan de buitcnverf xur groote hoeveelheden

55

vischtraan toe. die de verflaag zacht en elastisch houdt. In ons klimaat zou zoo'n verf in het geheel niet drogen.

Naast het bindmiddel spec It ook het pigment een groote rol en op dit punt is het aan te.bevelen. de buitenlandsche recepten eens onder de loupe te nemen. Het is toch wei gebleken, dat zuiver onversneden loodwit niet steeds de beste resultaten geeft. Zelfs het toevoegen van gewoon krijtwit was in vele gevallen een verbetering, Oak biimengsels als silica en vooral ook het vezelachtige asbestpoeder kunnen een verflaag verbeteren.

Een rnengsel van loodwit, zinkwit en kleine hoeveelheden titaanwit of lithopone, eventueel nog gernengd met kleine hoeveelheden asbestpoeder of andere vulstoffen schijnen gemiddeld de beste resultaten te geven. Hier helpt aileen zelf proeven te nemen en kleine proefvakjes eenige iaren te observeeren.

Amertkeensche voorschiften \100r bultenverf.

Pigment Bindmiddel

Het pigment bestaat uit:

Loodwit Zinkwit

Krijt of asbestpoeder

65 dJ 35 dl

70 dl 20 dl 10 dl

Loodwit 40 dJ

Titaanwit 20 dl

Zinkwit 25 dl

Silica of asbestpoeder 15 dl

Het bindmiddel bestaat uit:

Rauwe lijnolie 80 dl

Standolie 10 dl

Petroleumdestillaat 5 dl

Siccatief 5 dl

In een vochtig klimaat als het ooze,

moet het bindrniddel geheel of grootendeels uit standolie bestaan. Ook lean men een hoeveelheid van een mengbare vette buitenlak toevoegen.

GewoonLijk gaat men ook hier van dik in olie gemalen loodwit uit en mengt dit met een behoorli;ke hoeveelheid standolie en verdunt tot strijkbaar met terpentijnolie.

---- -- - - - .--------.---------

MENGEN EN ROEREN

Zwarte moffellak.

Terwiil loodwit met standolie voor het maken van licht gekleurde buirenverven de voorkeur verdient, beschikt men in de kopergroenen nog over een pigment, dat met standolie een buitengewoon goede greene buitenverf levert.

Zwarte moffellak.

Deze lakken worden in het algemeen bij temperaturen van 65° tot 200" C ingebrand. Door het drogen hi; hooge temperaturen wordt de deklaag uiterst hard. De moffeUakken worden dan ook veelal toegepast bii voorwerpen die buitengewoon dikwijls in handen genomen worden en veel gestooten worden, by. naaimachines en fietsen. De glans van de moffellakken, die van nature vrij hoog is, kan verrninderd worden door roetzwarr toe te voegen.

Voor de fabricatie van zwarte rnoffellak wordt eerst een hoeveelheid lijnolie met droogstoffen als loodglit, menie en bruinsreen zoolang gekookt tot de olie bijna ~aat gelatineeren. Dit proces duurt bij 220' tot 2500 C OS uren en laager. De droogstoffen worden langzamerhand toegevoegd, het mangaan het laatst. Bij de heete massa voegt men nu stearinepek of andere peksoorten en verhit weer gedurende eenige uren tot her mengsel volkomen homogeen is. Hierna wordt de smelt na afkoelen op ongeveer I500 C verdund met lichte teerolie, white spirit en petroleumdestillaat tot de lak bii gewone temperatuur de [uiste consistentie heeft. Hoe ver men verdunt hangt er van af of de moffel- 1ak gespoten, gedompeld of met den kwast opgestreken wordt. Hierna wordt door een dock gezeefd en in een t a nk laat men de onzuiverheden bezinken.

Bij het koken voegt men ook dikwijIs nog een kleine hoeveelheid zuiver Berliinsch blauw toe.

Recept no. I. Gilsoniet Maniak Lijnolie

Ombra (gebrand) Petroleumdesrill. Teerolie

Inbranden bij 1500 C

4 oren.

Recept no. 2. Stearinepek Colophonium Lijnclie

Loodglit Bruinsteen Petroleurndestill. Teerolie

Inbranden bii 1500 C 4 uren.

Black Varnish.

Recept no. I. Geprepareerd pek Gekookte liinolie Petroleum

White spirit

Inbranden bij 1800 C.

Recept no. 2. Stearinepek

Asfalt

Gekookte liinolie Terpentiinolie

White spirit Inbranden bii It.)" C.

Zwarte la", hij gewone temperatuur drogend.

Asfalt

Gekookte lijnolie MeDie Bruinsteen

White spirit

of:

Asfalt

Gekookte liinolie White spirit

-------

LAKKEN, VERVEN EN BEITSEN

Zwarte ijz:erlak voor binnen.

100 d1 10 d1 80 dl

5 dl 130 d! 130 dl gedurende

Asfalt

Donker colophonium

Loodglit

Bruinsteen

White spirit

of:

kfaIt

Denker colophonium Kalkhydraat Gekookte liinolie Loodglit

Bruinsteen

White spirit

100 dl 20 dl 400 dl . :ot4 dl

2 dl 160 dl 320 dl gedurende

100 dl 80 dl 2 dl 1 dl 150 dl

30 dl 100 dl 4 dl 24 dl 2 dl 1 dl 240 dl

Matte %Warte ijz:erlak.

Men rnaalt 100 dl ijzerlak voor binDen met 20 dl roerzwart en verdunt met 50 dl terpentijnolie.

Verven voor hout van zeer goede kwaliteit tan men makeo door de pigmenten, die men voor een bepaalde k1eur noodig heeft, eerst met gewone rauwe lijnolie tot een dikke pasta te vermalen. Aan deze pasta voegt men dan een hoeveelheid menglak, verdunning en siccatief toe. Als menglak Un men lakken gebruiken, die harsen bevatten die geheel of biina geheel lUurvnj zijn. Zure lakken veroorzaken dik en onbruikbaar worden van de verf. Een menglak kan bestaan uit:

Albertol 13 dl

Houtolie (Chin.) 45 dl

Naphta 44 dl

of:

Glycerine-phtaalzuurlijnolievetzuur kunstbars

Naphta

Pine-oil

of:

Men smelt eerst te zarnen:

Zuivere phenolhars (roo-pets)

25 dl 71 dl

4d1

Houtverf,

37,5 d1 31,'5 dl I2,5 d1 18,5 d1

34 dl 11 dl 22 dl 13 dl 20 dl

100 d1 32 dl 2dl I dl 160 dl

100 dl 16 dl 100 dl

Esterbars

Hars (colophonium)

42,5 dl 52,5 dl 5,0 d1

57

De lak wordt dan gemaakt door 19,1 % van dit narsmengsel met 23 % Chineesche houtolie en 12 % geblazen liinolie tot op 2600 it 280c C te verhitten. Men laat dan tot 1500 C afkoelen en verdunt met 37,1 % petroleumdestillaat, 2,8 % xylol en 6 % terpentijnolie.

Plastische verf in poeder.

Krijt, fijn gemalen China-clay Gemalen lijm

Gips

1000 dl 520 dl 60 dl 80 dl

Waterverf.

T riaethanolaminelinoleaat Beenderlijm

Water

Lak

Petroleumdestillaat Natriumorthophenylphe-

nolaat

6 dl 100 dl 320 dl 160 d1

40 d1

I dl

Silicaatverf.

40 dl 25 d1 15 dl

Natronwaterglas Kali waterglas Gemalen asbest

Pigment, sterk dekkend en

hestand regen alkali 20 dl

Voor het gebruik wordt de verf met water verdund.

Cementwaterverf.

Witte portland cement 50 dl

Gips 5 dl

Calciumchloride 41/, dl

Kalkhydraat 11. d1

De droge stoffen worden in een

kogelmolen uiterst zorgvuldig gemengd en voor het gebruik met voldoende water aangemaakr- De ondergrond moet nat ziin.

MENGEN EN ROEREN

--------------------

_-_._-

LAKKEN, VERVEN EN BEITSEN

Koudwaterverf.

Caseme 10 dl

Kalk 10 dl

Krijtwit 60 dl

China-clay 10 dl

Pigment 10 dl

Kort voor het gebruik wordt bet

poeder met water aangemaakr.

Koudwaterverf voor buiten.

Krijtwit 55 dl Porce~einaarde (China-clay) 15 dl

Dextnne 2 dl

Caseine 12 dl

Kalk (gebluschte) 15 dl

Trinatriumphospilaat I dl

Sublimaat 0 06 dl

Houtolie I~I5 dl

Lijnolie 5-10 dl

Terpentijnolie 10-20 dl

Manillacopal 5-10 dl

Spiritus 50-70 dl

Aethylacetaat 30-50 dl

Schdlakoplossing in water.

S dl gesulfoneerde raapolie worden met I dl natriumhydroxyde gemengd en op een water bad verwarmd tot het water verdarnpt is. Van dit product lost men dan 3 dl in 36 dl water op.

Nu. meagt men 39 dl van deze oplossmg met 5 dl ammoniak van 20 % en lost hierin onder goed roeren 25 dl oranie schellak op. Dit oplossen geschiedt het beste met een mechanischen roerder, daar het ongeveer 6 uur duurt.

Kalkelwitverf (wit).

Castine Ureum

Hexameth yleentetramine Lithopone

Zinkwit

Kalk

lOO dl 34 dl 21 dl 695 ell 100 dJ 50 dl

Olfe eemulsle voor waterverf,

Triaethanolaminelinoleaat 3 dl

Lijrn 50 dl

Water I60 d1

o lielak 80 d1

Carbolzuur 2 dl

Onder goed roeren mengt men de

olielak met de andere bestanddeelen, die hiertoe in het water opgelost worden.

Gecalvaniseerd ijzer schilderen.

Het is een eigenaardig verschiinsel, Cat Olen tot nu toe geen verf gevonden heeft die op zink onder alle ornstandigbeden goed hecht .. Het sc~ld~!en van zujver zink komt wet zoo dikwijls voor, wei echter het schilderen van gegalvaAisterd iizer, waarvan de oppervlakte tach uit biina zuiver zink bestaat. Men heeft als voorbehandeling reeds een groat aantal precede's voor- 2CSiagen, o. a. het afwasschen met verdund az:ijntuur, met zeep en zand, met een I-PCts oplossing van kopersulfur, zandblazen, enz. Het beste middel schijnt steeds nog te zijn, dat men bet materiaal eenvoudig eenige maanden onbeschermd laat. Door de inwerking van het weer ontstaat dan ceo eenigszins row laagie, dat na zuivering een goeden ondergrond vorrnt voor de olieverf. Als grondverf neernt mat clan een goede loodmenieverf.

Kalkvaste lak.

Chineesche houtolie 240 dl

Standolie .24 dl

Cumaronhars 88 dl

Colophonium 12 d1

De houtolie wordt op de Ameri-

kaansche wiize dikgekookt, dus door kort op hooge temperatuur verhitten.

Dan in de heete olie het hal'S en de standolie oplossen. Verdund wordt met de noodige hoeveelheid petroleumdestillaat. Tenslotte voegt men siccatief toe.

Zwarte verf.

SlIikergoedla~.

Schellak (arseenvrij) Alcohol Isopropylacetaat

of:

Copal Isopropylalcohol IsopropyJacetaat

Bij het malen van zwarte verf, vooral wanneet men goede soorten zwartsel ~bruikt, is het dikwijls moeilijk het lliiJllent met de olie of lak te mengen. Ook blijven bij bet malen gernakkeliik ldeiDc punties bestaan, die gevormd worden door zwartsel dat geen olie opgenomen heefr. Door een kleine hoevee1heid oliezuur toe te voegen wordt het mengen en malen sterk bespoedigd.

40 dl 65 dl 2S dl

6 dl 12 dl 2 dl

Elastische 5chaLloneerverf.

Guttapercha 60 dl

Pigment 40 dl

Het pigment wordt met de gutta-

percha op een rubberwalswerk innig gemengd en dan in voldoende naphta opg~lost. Een ongeveer 2O-PctS oplossing dekt goed en kan gemakkelijk verspoten worden. De verf hecht op caoutchouc-artikelen en kan heet in weefsels geperst worden.

Hitte aantoonende verf.

Zilver;odide 5 dl

Kwikjodide I dl

De beide stoffen worden in fijn

,epoederden toesrand met een schelJakopl05!1ing aangemengd en dan op de eventueel warm wordende metaaldeelen opgestreken. De kleur wordt bij het verwarmen van helder gee! tot donker rood.

59

Ultraviolet ~verf.

Blauwviolet, Vaseline Paraffine

Benzine Calciumsalicylaat

Donkergroen, Vaseline Paraffine Benzine Anthraceen

Lichigroen.

Cellulose-acetaat Chloroform

Vaseline Kaliumuranylsulfaat,

zeer fiin gepoederd

5 d1 12 dl 175 dl 5 dl

5 d1 I~ dl I75 d1 5 dl

20 dl 300 dl 6-20 dl

10-30 dl

Oranjeeeel.

In het vorige recept worde het kahurnuranylsulfaat door zinksulfide vervangen, dat 0, I % mangaan bevat.

Rood.

I dl zinksulfide en 2 dl cadmiumsulfaat worden met een Arabischegomoplossing aangemengd,

De hier genoemde oplossingen geven, wanneer ze opgestreken worden, laagjes, die, wanneer ze met ultraviolet licht bestraald worden, in de aangegeven kleur helder licht geven.

Lichtgevende veri.

Violet.

Ongebluschte kalk Zwavel

Stiifsel

1/,-pets oplossing van

bisrnutnitraat 100 dl

Kaliurnchloride 15 dl

Natriumchloride 15 dl

De stoffen worden in fiin gernalen

toestand gemengd en in een kroes op 1300" C verhit. Het gloeiproduct wordt fijn gernalen en met een bindrniddel tot een vert verwerkt. Deze lichtgevende verf moet eerst door de zon,

2000 dl 600 dl 200 dl

60

MENGEN EN ROEREN

____ --.-------------

LAKKEN, VERVEN EN BElT SEN

door een kwartslamp of door een andere zeer sterke lichcbron bestraald worden en licht dan gedurende betrekkelijk langen tijd na.

Groenblauw.

Strontiumhydraat 207 dl

Zwavel 80 dl

Lithiumsulfaat 10 dl

O,1-pcts bismursol 60 dl

Het rnengsel wordt 40 min

porceleinen kroes gegloeid.

in een

Rood.

Bariumoxyde

ZwaveJ Lithiumphosphaat o,4-pcts alcoholische

kopemitraatoplossing

Geel.

Strontiumcarbonaat 1000 dl

Zwavel 300 d)

Soda 20 dl

Natriumchloride 5 d)

Mangaanchloride 2 dl

Ook dit mengsel wordt in een kroes

op 1300" C verhit gedurende 3/, tot I uur.

400 dl 90 dl 7 dl

35 dl

AI deze lichtgevende verven moeten eerst belicht worden. AIleen die verYen, die met zinksulfide en radium gemaakt worden, geven steeds licht, ook na lange perioden in het donker geweest te znn.

Siccatief.

Colopbonium W.W. 200 dl

M.umerkalkh ydraat 16 dl

Loodacetaat 16 dl

Houtolie 64 dl

Mangaanboraat 2 dl

Benzine en petroleumdestiUaat naar

wensch.

Het colophonium wordt gesmolten en bij ongeveer 1000 C strooit men onder goed roeren het kalkhydraat in de gesmolten harsmassa. Hierna strooit men het Ioodacetaat in de smelt, verhit dan langzaam tot op 2300 C en houdt de harssmelt zoolang op deze

temperatuur tot de reuk naar azijnzuur verdwenen is. Hiema voegt men de houtolie en het mangaanboraat toe en verhit tot op 2800 C. De massa moet voortdurend geroerd worden. Bij ongeveer I Soo. C voegt men dan de verdunningsmiddelen toe, het hoogst kokende het eerst. Deze siccatief is biina kleurloos,

Butylacetaat Paraffine Nitrocellulose

160 dl 40 dI I dl

De nitrocellulose wordt in de acetaten opgelost en de paraffine in het benZol. Hierna mengt men de beide oplossingen.

Rectpt no. ;1. Benzol Spiritus Paraffine

Wit"alk (sneldregend).

Eerst lost men 6 dl trinatriumphosphaat in 16 dl water op en weekt met 10 dl casetne in 3A dl water gedurende 2 uren. Zoodra de caseine zacht geworden is voegt men hieraan de ttinatriumphosphaat-oplossing toe en roert tot de caseine geheel opgelost is.

Hiernaast mengr men 25 dl kriitwit en 50 dl gebluschte kalk met 56 dl water tot een gladde brij, hierna voegt men de caseine-oplossing bij de kalkrnelk, Kort voor het gebruik mengt men nog een oplossing van 3 dl for. maline in 24 dl water met de witkalk. De gereed gernaakte hoeveelheid moet op denzelfden dag verwerkt worden.

Men kan gewone witkalk ook sneller drogend maken door op de kalk berekend 5 tot 10 % suiker toe te voegen.

24 dl 16 dl I dI

Recept no. 3.

Benzol

MethyWcohol Aceton

Benzine

Paraffine

Recept no. 4. Benzine

Benzol

Aceton

Paraffine

Recept no. 5. Trinatriumphosphaat Heet water

50 dl 25 dl 15 dl 10 dl

3d!

50 dl 15 dl 35 dl

3 dl

10 dl 90dl

Witt'" lijmverf.

of:

Natriummetasilicaat 10 dl

Heet water 90 dl

Met beide laatste oplossingen de

vetf ruim bestrijken en 20 minuten in Iatea werken; met schooa water goed Dawasschen.

Geslibd krijtwit 86 d1

China-clay 10 dl

Huidlijm 4 dl

Geconserveerd met 0,5 % zink-

sulfaat.

Bij her gebruik van lijrn in poeder kan men de besranddeelen rnengen en men kan voor het gebruik door aanroeren met heet water de Iijmverf gereed maken,

Oltelakken.

Een olielak bestaat in her algemeen uit een hars opgelose in drogende olie en verdund met een oplosmiddel, dat achee!. vluchtig is. Hieraan wordt dan DOg siccatief roegevoegd teneinde het drogen, dus het cxydeeren door opDcrnen van zuurstof uir de lucht, te vusnellen. Als siccatief gebruikt Dleo. algemeen een verbinding van lood, mangaan, zink en cobalt met een O!Janisch zuur, welke verbinding in oIte oplosbaar moet ziin. Juist als bij de zwvere olieverven speelt de samen-

Afbijtmiddel voor veri.

Recept no. I.

Benzol

Aerh ylacetaat

400 dJ ~4O dl

61

stelling van de siccatief een groote rol. Men kan wel zeggen dat iedere laksoort een bepaald siccatief noodig heeft om ziin gunstige eigenschappen voor den dag te brengen.

In een olielak zorgt de hars voor de noodige hardheid en de, olie vaor de elasticiteitj het is duidelijk dat de verhouding van deze beide hoofdbestanddeelen dus van de gewenschte eigenschappen afhangt. H~, meer olie in een lak, hoe zachter blijft de lak, doch ook hoe elastischer. Op een ondergrand, die bv. onder den invloed van warmte sterk krimpt en zich uitzet, moet de lak dU3 zoo elastisch ziiu dat ze de bewegingen van den ondergrond kan volgen zonder te barsten. Hiernaast hangt de elasticiteit ook van de soort van de gebruikte hars af. Bepaalde soorten kopal leveren zeer elastische lakken, die toch hard worden.

In vele lakken, vooral met houtolie gecombineerd, wordt een veresterd colophonium gebruikt. Hier ziin de harszuren van her colophonium met gJ ycerine geneutraliseerd. Hierdoor is de gewone hars harder en minder kleverig geworden en daar de zuren verdwenen ziin lean de lak met basische pigmenten gemengd worden zonder te verdikken. Voor zeer goedkoope lakken neemt men soms een colophonium dat met kalk gehard en geneutraliseerd wordt. Deze kalk-hardhars wordt echter door water reeds ontleed, zoodat dergelijke lakken bij vocbtig weer wit worden.

Harde harslak.

Colophonium 100 dl

Marmerkalkhydraat 7 dl

De hars wordt gesmolten en tot

2300 C verhit. Men strooit dan VOO~zichtig het gezeefde kalkhydraat 10 de harssmelt en verhit tenslotte korten tijd tot 285' C. Hiema laat men afkoelen en verdant bii ongeveer 1500 C met 80 dl lakbenzine of met een mengsel van lakbenzine en iets terpenrijnolie.

MENGEN EN ROEREN

Vette harslak.

Colophonium W.W. roo dl

Marmerk.11khydraat 7 dl

Deze worden als hierboven sam en-

gesmolten.

Hierna voegt men 340 dl Chi neesche hourolie toe en verhit het mengsel tot op 2.700 C. Onmiddellijk na her bereiken van deze temperatuur strooit men 5 dl Ioodglit in en verhit snel op 2950 C. Men laat dan onmiddelliik tot 2850 C afkoelen en houdt deze ternperatuur gedurende 10 minuten constant. Hierna voegt men 60 dl koude liinolie toe, verhit weer even tot 2800 C en voegt 3 dl mangaanresinaat toe. De laksmelt wordt dan van her vuur weggenomen en na afkoelen tot 150" C wordt de Iak met 480 dl lakbenzine verdund.

Halfvette harslak.

Colophonium 50 dl

Houtolie 200 dl

Marmerkalkhydraat 2 dl

Deze worden op het vuur tot 285" C

verhit, Men neemt den lakketel dan van het vuur weg, waarna de temperatuur nog ongeveer 10° C stiigt, Men koelt de smelt clan met 50 dl colophonium af en voegt 6 dl loodglit toe. De smelt wordt dan nog gedurende 11/2 uur op 2600 C gehouden, waarna men af laat koelen. Bij 1'50~ C wordt dan met 160 dl terpentiinolie en 160 dl lakbenzine verdund, Als siccatief voegt men 4 dl cobaltlinoleaat toe.

In beide lakrecepten voor vette en halfvette harslak kan men een deel van de houtolie door lijnolie vervangen. Het stoken van de lak: wordt hierdoor ook volgens de Amerikaansche methode minder gevaarlijk. Naarmate men meer liinolie oeemt is de kans, dat het kooksel gelatineert, geringer. Neemt men geen lijuolie doch standolie, dan is de kwaliteit der lak toch nog zeer goed.

Bij de Amerikaansche stookmethode wordt de bars met de houtolie leu sod op hooge remperaruren verhit en zoo snel weer van het vuur weg-

genomen, dat de olie in dezen korten tiid niet gelatineert. Door onrniddellijk het loodglit en eventueel iets liinolie of hars toe te voegen, brengt men de temperatuur dan vlug onder de gelarineertemperatuur. In Europa verhit men gewoonlijk op Diet zulke hooge temperaturen en hiervoor langer, waardoor het gevaar van een plotseling stollen der lakrnassa minder groat is. De juiste verhouding der bestanddeelen speelt hierbij dan een groote rol.

Verder kan men de houtolie te voren prepareeren, zoodanig dat ze Diet meer gelatineert. Een zekere methode is die, waarbij men eerst een kleine portie houtolie met ongeveer 2 dl liinolie mengt en dit mengsel dik kookt bij 260" tot 2800 C. Van dit dikgekookte oliernengsel neernt men dan een deel en mengt dit in een verhouding van 1 : 1 met rauwe houtolie. Dit rnengsel wordt dan weer dik gekookt. Zoo gaat men verder en heeft tenslotte practisch zuivere dikgekookte houtolie. Deze olie kan men dan zonder gevaar tot lakken verwerken.

4·urenlak.

Chineesche houtolie 160 dl

zs-pcts phenolhars 100 dl

Deze worden op 2600 C verhit, Dan

voer men 3 dl loodglit toe, verhit tot 290' C en houdt de smelt gedurende 20 min op deze ternperatuur. De 1ak wordt dan met 40 '01 standolie afgekoeld, wauna men .2 dJ rnangaanresinaat toevoegt. Men verhit dan nog eens tot op 2750 C en laat dan afkoelen, Bij ongeveer 150° C wordt de lak met 80 dl xylol en .200 dl lakbenzine verdund.

Vette harsesterlak.

Harsester 100 dJ

Houtolie 340 dl

Loodglit 5 dl

Standolie 60 dl

MangaanresUu.at 3 dl

Lakbenzine 480 dl

De bereiding geschiedt [uist als hi;

de vette harslak.

.,

LAKKEN, VERVEN EN BEITSEN

Halfvette bersesterlak.

Harsester 40 dl

Houtolie 72 dl

Scandolie 8 dl

Loodglit I d1

MangaafUcetaat 0,25 dl

Cobaltacetaat 0,06 dl

Terpentijnolie 40 dl

White spirit 80 dl

De bereiding als bij halfvette harslak.

Zeer vette ester-lak,

Harsester 40 dl

Houtolie 120 dl

Standolie 120 dl

Loodglit 3 dl

Mangaanacetaat 0,5 dl

Cobaltacetaat 0,1 dl

Terpentiinolie 175 dl

Lakbenzine 80 dl

Harsester, houtolie en een derde

deel van de standolie verhit men op 200° C. Dan voegt men het loodglit toe, verhit vlug op 300c C en houdt de temperatuur korten tiid op deze heogte. Dan koelt men de massa vlug at door de rest van de standolie toe te voegen en verhit weer tot op 2600 C tot de lak dik genoeg is. Hierna lost men de acetaten op, laat afkoelen en verdunt bij ongeveer 1500 C.

Naast due Amerikaansche methode !tan men dezelfde lak ook maken door terstond alle standolie toe te voegen co dan tot 2700 a 2750 C zoolang te verhitten tot de houtolie voldoende dit gewordeo is. Hierna lost mea de slCcatieven op, laat afkoelen en verdunt. Hierbij kan men in de plaats ~ loodglit en de aceta ten ook de hnoleaten of resinaten nemen, die gemakkelijker oplossen.

Slijplak.

Albertol 209L 80 dl

Albertol II IL 20 dl

Houtolie 80 dl

Loodsiccatief I dl lood bevattend. Cobaltsiccatief 0,025 dl cobalt be-

vattend.

Het Albertol 209L wordt met de houtolie op 2800 C verhit, Men houdt de temreratuur zoolang hoog tot een druppe na afkoeling geheel vast wordt, Hierna wordt de smelt met het Albertol I IlL afgekoeld. Het lood- en cobaltresinaat worden opgelost en na afkoelen op 1500 C verdunt men met de gewenschte hoeveelheid oplosrniddel,

Vloerlak.

Albertol I I IL 100 dl

Standolie 60 dl

Houtolie (dik) 60 dl

Cobalt (a15 siccatief) 0,12 dl

Oplosmiddel 100--150 dl De standolie en de te voren dik

gekookte houtolie worden op 1500 C verbit en hierin worde Iangzaarn het Albertol opgelost. Hierna voegt men een hoeveelheid siccatief toe, die 0,12 dl cobalt, als zuiver metaal berekend, bevat en verdunt met een mengsel van lakbenzine, white spirit of petroleumdestillaat en terpentijnolie.

Meobella".

Albertol II IL 100 dl

Standolie 90 dl

Dikgekookte houtolie 30 dl

Cobalt 0,12. dl

Verdunning 100-150 dl

De beide standolien worden ge-

mengd en bij 150" C voegt men langzamerhand her Albertol bij de heete olie, Iedere portie moet opgelost ziin voor men de volgende toevoegt. Hierna Iaat men afkoelen, voegt 6 kg vloeibare cobaltsiccatief met 2 % cobalt toe en verdunt,

Zuurvaste lak.

Albertol II IL 100 dl

Dikgekookte houtolie 100 dl

Cobalt 0,1 dl

Verdunning 125-175 dl

Bereiding iuist als de meubellak,

MENGEN EN ROEREN

Vette buitenlak.

Albertol 209L 100 dl

Lijnolie 100 dl

Standolie (rniddel) 300 dl

Houtolie (dikgekookt) 100 dl

Cobaltsiccatief (1,6 O,~) 15 dl

Lakbenzine 300 dl

De lijnolie wordt op 150°-200° C

verwarrnd. Bij deze temperatuur voegt men het Albertol in parties bij de olie: iedere partie mag pas toegevoegd worden wanneer de vorige opgelost is. Hierna verhit men tot op 2400 a 260° C en houdt de smelt zoolang op deze temperatuur tot een klein proefje hiervan na verdunnen met de dubbele hoeveelheid lakbenzine in een reageerbuisje na afkoelen onder de water-

leiding geheel helder blijft. .

Hierna voegt men de stan do lie en de dikke houtolie toe en verhit tot op 200n-220~ C, zoo lang tot weer bij her verdunnen op de hierboven beschreven wiize het proefie geheel helder bliifr. T enslotte laat men aikoelen. en voegt het siccatief en het oplosrniddel toe.

[achtlak.

Albertol I1IL 100 d1

Houtolie 240 dl

Deze worden samen tot op 285° C

verhit en dan vlug met 15 dl harszuurlood en 60 dl standolie afgekoe1d. Hierna voegt men 200 dl lakbenzine en 50 dl terpentijnolie toe. T er versnelling van het drogen kan men nog iets siccatief toevoegeu.

Cobaltsiccatief.

Colophonium W.W. 100 dl

Liinolie 100 dl

Cobaltacetaat 16 dl

White spirit 280 dl

Hars en lijnolie worden sarnen ge-

smolten en bij 180° C begint men voorzichtig het cobaltacetaat toe te voegen. Hierbij laat men de temperatuur langzamerhand tot 2600 C stiigen en houdt de smelt op deze temperatuur tot de

reuk naar aziinzuur verdwenen is. Men laat dan afkoelen en verdunt.

Mangaansiccatief.

Colophonium W.W. 100 dl

Lijnolie 100 dl

Mangaanacetaat 16 dl

White spirit 280 dl

De bereiding geschiedt juist als bij

cobaltsiccatief.

Loodmangaanresinaat.

Colophonium 100 dJ

Loodglit 6 dJ

Bruinsreen of mangaan-

oxydhydraat 2 dJ

Hsbloemenlak.

Hiervoor maakt men eerst vol gens een der hiervoor opgegeven recepten een barsJak, die op 1 dl hars 2 dl houtolie bevat. Met deze lak maakt men nu het gewenschte pigment tot een vrij dikke pasta en voegt hieraan zooveel rauwe, dug volkomen ongeprepareerde houtolie toe dat de lakverf bij her drogen in den gasoven de gewenschte kristal- of ijsbloemenstructuur heeft. Het ontstaan van deze structuur hangt van de verhouding lak tot pigment tot houtolie af en ontstaat aileen, wanneer in den droogof moffeloven vrij brandende gasvlammen ziin, zoodanig dat de verbrandingsgassen over het gelakte voorwerp strijken.

Isolattelak.

Geblazen lijnolie 300 dl

Albertol II IL 100 dl

De olie wordt op 150° C verhit en

men voegt het Albertol in parties bii de heete olie. Hierna verhit men het mengsel op 200°-240° C tot bij bet verdunnen met benzine geen neerslag ontstaar. Bij het afkoelen voegt men

LAKKEN, VERVEN EN BEITSEN

dan 10 dl loodmangaansiccatief toe met 2'/1 % lood en I/t % mang~n en verdunt met 250--'300 dl oplosmiddel, waarvan de hoeveelheid van de verdere verwerking afhangt. De lak wordt bii BoO_lODe C gedurende I uur III een

moffeloven ingebrand. ..

Voor het maken van geblazen lijnolie verwarmt men de olie op IIOo_ 150° C en blaast hierin lucht, het beste door een buis met vele kleine openingen. zoodat de lucht innig met de olie in aanraking komt. Men blaast tot de olie %00 dik is als rniddelstandolie.

Leogveste 18k.

Chin. houtolie Cumaronhars Cobaltlinoleaat White spirit

100 dl 100 dl 1/. dl 2A5 dl

L.k voor rubberschoenen.

Kalk-hardhars 10 dl
Stearinepek 30 dJ
Asfalt 30 dl
Steeakoclteer 10 dl
Benzol 100 dl
Lichte naphta 20 dJ Lak veor be:tonsilo' ••

Cumaronhars 100 dl

Xylol 40 dl

Naphta 120 dJ

De curnaronhars wordt door de

bit uit het beton en door eventueele ~ uit de stoffea, die in de silo's bewaard worden, niet aangetast. Door

. de 1ak met een hoeveelheid portlandcement te mengen verkrijgt men een IOOrt veri. die met een harden kwast 9Pld>racht een vrii bestendige laag . ~ Door voldoende cement te ~ wordt de verflaag ook mat.

Beekblnderslak, X~tW.nsche terpentijn s;iri~e schellak

AI...,. en Roeren

5 dl I I dl 35 dl

flesschenlak.

Colophonium 65 dl

Ceresine 5 dl

Iapanwas 5 dl

Deze worden samengesmolten en

onder goed roeren voegt men dan toe:

Pigment 25 dl

Hierna laat men tot ca. 80° C afkoelen en voegt voorzichtig toe:

Spiritus 2 dJ

Als pigment neemt men gewoonJijk een gipsvrij kunstmatig iizeroxyderood,

Harde spirituslak.
Gebleekte schellak 20 dl
Sandarak 38 dl
Mani llacopal 32 dl
Colophonium W. W. 10 dl
Spiritus 125 dl
Tetrachloorkoclstof 30 dl
Stroohoedenlak.
Elemi - hars SO dl
Colophonium 45 dl
Sandarak 30 dl
Schellak 5 dl
Ricinusolie I~ dl
Spiritus 860 dJ
Overdruklak.
Mastik 6 dl
Colophonium I~ dJ
Sandarak :;!5 dJ
Kalk-hardhars 1 dl
Venetiaansche terpentiin 25 dl
Spiritus 75 dJ
Vloollak .
Sandarak 78 dl
Elerni-hars 31 dl
Mastik 98 dl
Ricinusolie 48 dl
Venetiaansche terpentijn 20 dl
Spiritus 980 dl 5

66

MENGEN EN ROEREN

Papler lek,

Water -s~hell.kverDls.

Borax 20 d1

Schellak 60 d1

WaTer 160 d1

Onder verwannen zoolang roeren

tot de schellak geheel opgelost is.

Matl.k.

2 dl schellak worden in 10 dl spiritus opgelost. Aan de oplossing voegt men III dl gesmolten gallipot toe. Hiernaast smelt men 0,2 d1 gele biienwas met 0,1 dl olijfolie en giet de 45° C warme schellakoplossing bii de wassmelt. Door goed roeren worden de beide stoffen vereenigd-

Etiketten :rnatlak.

Gebleekte schellak Glycerine

Gallipot

Spiritus

Aether

~4 dl 5 dl 5 dl 45 dl 21 dl

Acearold ~m8tl8k.

Accaroidhars (rood) Spiritus

3~ dl 65 dl

en

Manillacopal 34 dl

Spiritus 66 dl

worden gescheiden opgelost en gefiltreerd. Hierna mengt men de beide oplossingen. De lak is ook als bruine spiritus-matlak bekend. Door de ~ met iets nigrosine te kleuren en met niet re veel roetzwart te malen verkrijgt men een goed dekkende zwarte spirituslak.

Watervaste lak voor vischsnoer.

Nitrocellulose Ricinusolie Amylacetaat Magnesiumcarbonaat Meth ylalcohol

100 dl ~50 dl 400 dl

2 dl 600 dl

Sandarak

Venetiaansche terpentijn Spiritus

5 dl 3 dl 15 dl

Houtbeitsen.

Wanneer bij het afwerken van hout de natuurlijke hournerf zichtbaar bliift, wordt het hour in het algemeen gebeitst, dus gekleurd; dikwijls om het er ouder te doen uitzien, dikwijls ook om winder dure soorten hour het uiterlijk van dure houtsoorten te geven. De beitsen bevatten als oplosmiddel voor de kleurstof water, spiritus, benzol, olie of lak,

Voor de benzolbeitsen lost men een anilinekleurstof, die in vet oplosbaar is, in benzol op. De concentratie wisselt van 'i. tot 10 I)/w afhankelijk van de tint die men wil bereiken. Voor de spiritusen waterbeitsen neemt men de kleurstoffen die hierin oplosbaar ziin.

Na het beitsen wordt het hout dikwiils nageschuurd en dan met een porienvuller behandeld. Deze wordt met een pigment 2;00 precies mogeliik op kleur gernaakt. Na den porienvuller komt een lug sliiplak, hierna een schellaklaag am te verhinderen dat de kleurstoffen doorslaan, Op de schellaklaag brengt men dan e~"l of meer lagen blanke lak OPt waarvan de 500rt en de kwaliteir van den prijs van het werk afhangen. De laatste laklaag kan glanzend of dof zijn, kan eventueel ook gepolijst worden.

Porllnvuller.

Siccatief 24 dl

Terpentijn 40 dl

Lijnolie 80 dl

Kwartsmeel 250 dl

Gernalen asbest 150 dl

Voor het op kleur brengen kan men

een deel van het asbestpoeder door een pigment vervangen.

Voor het gebruik verdunt men den porienvuller met terpentijnolie of pe-

LAKKEN, VERVEN EN BElT SEN

._-------

troleumdestiJlaat en brengt met een twast op. Na ongeveer 20 min wrijft Olen de overmaat met een lap dwars op de houtnerf weg en laat dan goed drogen.

Olfebeits.

Terwijl de waterbeitsen ook oplosbare tleurstoffen bevarten, die in bet ~en betee lichtecht cljn dan de baUOlbei.tsen en Diet doorslaan, neemt IDCD voor de oliebeitsen gewoonlijk pipnent~ die slecht dekken en meer eca doorschijnende lug geven. De ombra- en siennasoorten dekken slecht ea Jtven bruikbare oliebeitsen of olie~ur. Men maaJt het pigment met Bjno1ie tot een stijve pasta en verdunt daD met terpentiinolie onder toevoegen ftI1 siccatief. Met deze oliebeits blijft de houtnerf niet zoo fraai zichtbaar a1s bi] de opgeloste beitsen. Het werk is echter goedkooper daar de porien tetelijtertijd gevuld worden.

Lekbetts.

Hier ka.n men eigenlijk niet meer ... beitsen spreken, daar de kleurstof in de lakbag blijft en niet in her hout biaaacndringt. Voor zeer goedkoop wert wOldt dit materiaal toegepast. II.allost in olielak of in nitrolak een--dig. eea kleurstof op die in het ~nuddel oplosbaar is en lakt hierIDedt de voorwerpen. Voor goedkoop .... goed wordt deze methode vaak lOeIepast.

Het lakken van bout.

Na .het beitsen en bet vullen van =en van het hour brengt men een .. op, die gemakkeli;k geslepen worden. Men schuuet deze laklaag : bet hout gebee! glad en gesloten ~tued brengt men deze lak een

. maal op. Wanneer men met

~en werkt wordt hierop nu .Iil-~ van een goed hard wordende _'p opgebracht, die dan met nat

schuurpapier glad geslepen wordt. Eenige lagen van dele lak tel kens geslepen en tenslotte op hoogen glans gepolijst, geven een zeer harde en weiDig aan sliitage onderhevige laklaag, Wanneer men zich de moeite van het slijpen en schuren wi! sparen spuit men 10 een: s een dikke lug nirrolak op die goed vloeit en vult, waardoor men lOee~ een gesloten en glanzende lug verkriigt,

Men kan bout ook met olielakken afwerken. Dit duurt door de lange droging zeer lang en de olielakken ziin biina aile meer of minder sterk geel gekJeurd, waardoor het uiterlijk van het hout steeds veranderd wordt. Ook is olielak nooit zoo doorschiinend als nitrolak en de houtnerf komt dus niet zoo fraai te voorschijn.

Indien een mat oppervlak gewenscht wordt voegt men aan de olie- of nitrolak een hoeveelheid matpasta toe, die men verkrijgt door aluminiumstearaat of palmitaat met de juiste hoeveelheid oplosmiddel re laten zwellea,

Het sUjpen van hout.

Houtwerk, dat later gebeitst en gepolitoerd moet worden, moet door den meubelmaker extra fijn afgewerkt worden. Na het zuiver afschaven wordt het eerst dwars op den draad van bet hout geschuurd, eerst met grof en tenslotte met zeer fiin schuurpapier. Hierna borstelt men met een harden borstel zorgvuldig 411 het scbuurstof weg .

Voor het beitsen wordt nu her hout met lauwwarm water nat gemaakt en hie rna bat men her geed drogen. Door deze bewerking komen kleine houtvezelties, die gedeelteliik los zaten, omhoog en deze worden nu tegen den draad in met een schraapstaal zoo volledig mogelijk verwiiderd. Dan schuu,rt ~en met grof schuurpapier voorzichtig regen den draad om alle vezelt;es en houtpuntjes te verwijderen en schuurt nu pas het werkstuk met fijn schuurpapier geheel glad. Tenslottt wordt met een borstel weer zorgvuldlg alle stof verwijderd.

68

MENGEN EN ROEREN

Bij het fabriceeren van waterbeitsen gaat men uit van zure kleurstoffen, die ieder apart in water opgelost worden: de oplossing wordt dan gefiltreerd. Door de zuivere oplossingen te mengen kan men dan iedere tusschenkleur maken, Het moeilijke afwegen van kleine hoeveelheden valt dan weg. Het is bovendien onmogelijk voor een bepaalde tint een vast recept op te geven, daar de kleur van de soort van het hout afhangt. Bovendien wissel en de eigenschappen van de kleurstoffen, zoodat men de kleurstoffen van verschillende fabrieken niet door elkander kan gebruiken. Gebruikt worden in bet aigemeen nigrosine, azo-rood, azo-oranie, indolblauwgroen, croceinescharlaken, tartrazine, pyrotinerood, azinblauw en azinviolet.

Voor spiritusbeitsen neemt men in spiritus oplosbaar nigrosine, Bismarck-bruin, basisch fuchsine, malachietgroen, auramine, enz. Benzol- en terpenrijnoliebeitsen maakt men met de Soedan-kleurstoffen. Door de kleurstofoplossingen aan een spiritus- of olielak toe te voegen verkrijgt men een lakbeits. In ieder geval maakt men van een belts een kleine hoeveelheid en probeert op een stukie hout hoe de kleur wordt. AIleen hierdoor kan men ncb onaangename verrassingen besparen,

Belben van zacbt hout.

Sommige soorten hout, bv. ook dennenhout, worden voor het beitsen met een mengsel van lijnolie en terpentijnolie in gelijke deelen behandeld. De olie laat men drogen en beitst merna. De beits laat men 5-10 min inwerken en veegt de overmaat met een l~p weg.

We. belts.

Men verzeept 40 g bijenwas met een oplossing van ~o g potasch in 100 g water. Na het ver%eepen verdunt men tot een liter. Voor gewoon bruin, 2;ooals

men dit voor eikenhout gewoonliik verlangr, voegt men aan de waszeepoplossing een oplossing van Kasselsche aarde in potasch toe. Deze oplossing verkrijgt men door 125 g Kasselsche aarde met 25 g potasch en I I water te koken.

De verhouding van was tot kleurstof kan men geheel willekeurig kiezen en hangt af van de gewenschte kleur, Hoe donkerder men het hout wil beitsen hoe meer kleurstof men neernt. Door toevoegen van eenige procenten sterke ammoniak dringt de beits beter in het hout en de kleur wordt voller en warmer.

Naast deze gewone bruine beits kan men wasbeitsen in iedere kleur maken door aan de wasoplossing een oplossing van een anilinekleurstof toe re voegen.

Voor het verkrijgen van een waslaag die bijzonder bard is, kan men de biienwas door kunstwassen vervangen. Er komen verzeepbare kunstwassen met een smeltpunt van ongeveer 80° C in den handel. Een zeer goede wasoplossing verkrijgt men door 50 g I.G. was E met 20 g potasch te verzeepen. Men voegt 10 g lanettewas toe en verdunt zoover als noodig is. Deze wasoplossing kan men dan als boven met de kleuratofoplossingen mengen.

Chemlsche beltsen,

In het algemeen verkrijgt men met beitsen op eikenhout het fraaiste resultaat, daar het looizuur uit het eikenhout de kleurstoffen vastlegt. Er ontstaat een chemische verbinding tusschen kleurstof en de bestanddeelen van her hout, Men kan nu echter hout, dat geen Jooizuur bevat, met een looizuur of tannineoplossing voorbehandelen. Met een metaalzoutoplossing verkrijgt men dan bet onoplosbare rnetaalzout Van de looistof en deze verbinding is dan vast in het hout verankerd. Wanneer deze kJeur nog niet voldoende intensief is kan men met een gewone kleurstofoplos~ing nabehandelen en ten sloUt met een veruepte wasoplossing na·

LAKKEN, VERVEN EN BEITSEN

10 g 10 g

Grijsbruin.

Pyrocatechine 10 g

Llzerchloride 1 g

De beirsen, die geen ijzerchloride

bevarten, kunnen verder nog nagebeitst worden met een ammoniakale oplossing van kaliumbichrornaat; op 10 g kaliumbichromaat voegt men SO g ammoniak toe.

De waterbeitsen hebben alle de onaangename eigenschap het hout ruw te maken, daar het zachte hout zwelt. Dit kan men verhinderen door de in water oplosbare kleurstof in de viervoudige hoeveelheid glycol op te lessen. Dit rnoet op een waterbad geschieden. Nadat alles opgelost is verdunt men met methylalcohol.

Zuurvaste zwarte belts.

Oplossing no. I. Kopersulfaat Kaliurnchloraat Water

12'/. dl 121/1 dl

100 dl

Oplossing no. 2.

Aniline IS dl

Sterk zoutzuur 18 dl

Water 100 dl

Her hout moet geheel schoon en

vetvrij zijn. Het wordt dan met de kokende oplossing 1 twee keer ingewreven: de eersre laag moet droog zijn voor de tweede opgebracht wordr. Hierna wrijft men de oplossing 2 ook twee rnaal op het bout. Hierna Jaat men goed drogen en wascht dan af met zeep en water, laat weer drogen en wrijit met lijnolie in.

Zwarte beits.

Gilsoniet

T erpentijnolie

;>. dl 20 dl

wassen en tot glans brengen. De O11twikkelde kleur hangt natuurlijk steeds nog van de soort van het verwerkte hout af. De volgcnde recepten dienen hoofdzakeliik ter orientatie. Wanneer men van de verschillende Iooistoffen en rnetaalzouten zuivere oplossingen maakt, kan men door JJleogen en opstriiken op een proefplankje zeer gemakkelijk vaststellen, welke combinatie de gewenschte tint O11twikkelt. De aangegeven hoeveelheden worden aile in I I warm water opgelost.

Donkerbruin.

P_yrogalJuszuur 40 g

Koperchloride 8 g

Middel donketbruin.

P_yrogalluszuur 20 g

Koperchloride 4 g

Liehtbruin.

Py~allus%uur 10 g

Tannine 10 g

ZeeT lidubruin.

Pyro~lusz;uur 5 g

Tumme 5g

De bruine tint kan intensiever wor-

den door na te beitsen met een wasbeits, waaraan een opJossing van KasIelsche aarde in potasch toegevoegd is. Door bv. verder een roode anilinekleurstof toe te voegen, kan men de tint naar het roodbruine doen verlCbuivtll.

ZlParl.

Pyrocatechine 40 gg

IJ~chtoride (ferri) 60

Lidttfrrls.

Pyrocatechine 109

IJterchloride . 2 g

AlIt tusschenhggende tinten verkrijgt

:::: DIet de tusscbenlig~ende concenchIo:ide..van pyrocateChine en ferri-

LJd1fTOf'n.

~techine ~ .,avtSallUS%uur

Ebbenhoutbeits.

Nigrosine Oxaalzuur Water

.6 dl 7 dl 640 dl

MENGEN EN ROEREN

Houtcarbollneum.

Creosootolie Petroleum

1 dl I dl

Groen carbolineum.

In 50 kg teerolie lost men 20 kg greene resinaatkleursto] op door het mengsel op 110° C te verwarmen. Hierna verdunt men met zooveel teerolie, dat de kleur juist nag voldoende intensief is. De resinaatkleurstof rnaakt men. door in 70 I condenswarer 5 kg natnumhydroxyde en 10 kg gecalcineerde soda op te lossen, De oplossing verhit men tot koken, doet hierin in kleine porties 100 kg colophonium en kookt zoolang tot men een heldere iurszeepoplossing verkregen heeft.

Hiernaast lost men 10 kg azingroen in 100 I condenswater op en voegt de kJeurstofoplossing bii de zeep. Na goed omroeren laat men de oplossing tot '50~ C afkoelen en voegr dan een ro-pers aluinoplossing toe tat geen n:eerslag rneer ontstaat. Het neerslag filtreert men in een linnen doek, perst af en laar drogen. Door andere kleurstoffen re nemen kan men ook anders gekleurde resinaatkleuren maken.

Donkerbruin carbolineum.

Zware teerolie Stearinepek

8o-g0 dl 20--10 dl

Carbolineum voor pissoirs.

Zware teerolie Ruwe kresol

god! 10 dl

Antiekvernis voor hout.

Denker chromaatgroen 3 theelepels

Van Diik-bruin 2 theelepels

ZwartseJ ~ theele~e1s

Terpentiinolie t, 1

Liinolie 1/1 t

Siccatief een pur druppels

Het hout wordt geheel met deze vernis bestreken. Men laat haar iets aandrogen en veegt dan de vernis oppervlakkig weg, zoodat ze in de diepste plaatsen overal blijft zitten.

Hout kunstmatig oud maken. Bi] vele houtsoorten gelukt elit buitengewoon goed door het met een verdunde oplossing van kaliumbichromaat in te smeren. Na het drogen zet men het hout in de zon, waarbij een zeer echt oud uitziende bruinachtige kleur ontstaat.

Hout bleeken.

Het vroeger veel gebruikte oxaalzuur kan men beter vervangen door natriumperboraat. Dit oxydatiemiddel wordt in alkalische oplossingen gebruikt en kan dus met soda en waterglas gemengd worden. Het silicaat dient voor het stabiliseeren van de oplossing, die zonder deze toevoeging zeer snel ontleed wordt. Men mengt bv. 10 % natriumperboraar met 90 % natriummetasilicaat of met een mengsel van het silicaat en trinatriumphosphaat, Men rnaakt een to-pets oplossing en laat deze 20--30 min op het hout inwerken. Hierna wordt goed met Iauwwarm water afgewasschen.

Plastisch hoot.

Nitrocellulose Harsester Ricinusolie Houtmeel

Een mengsel van acetaat, butylacetaat veel als noodig is.

15-20 ell 5---9 d1 1-5 dl 15-30 d1 spiritus, aethylen ace ton, zoo-

Flxatlef voor krijtteekeninl'en.

Mastik Amylacetaat

10 dl 90 dl

of:

LAKKEN, VERVEN EN BEITSEN

-------------------------

wordt nabehandeld met een 4-pcts formaldeh yde-opl ossing.

Celluloid 10 dl

Amylacetaat 90 dl

Beide oplossingen verdunt men voor

het opspuiten met het Iixeerspuitje %oover, dat de teekening juist niet meer afgeeft. Een te geconcentreerde optossing doet de teekening ghmmen.

Lak voor botervaatjes.

Caseine 50 dl

Natriumhydroxyde 4 dl

Water 170 dl

Na het opdrogen van de caseinelaag

71

Lak :emulsie.

Lijnolievetzuur 2 dl

Triaethanolamine 2 dl

Deze worden onder roeren tot 900 C

verhit tot een hamogene massa gevormd is. Deze aminezeep wordt nu in de lO-20-voudige hoeveelheid van de te emulgeeren lak opgelost en deze oplossing wordt met warm water verdund.

SCHOONHEIDSMIDDELEN EN DROGERI lEN 73

--~---- ----_.

de geheele massa door een zed. Hoe duurder het poeder hoe fiiner de zeef.

ZEVENDE HOOFDSTUK.

G~zichtspoeder .

Recept no. I, zwaar. Talcum Magnesiumcarbonaat Zinkoxyde Zinkstearaat Rijstmeel

Kaolin

Kleur.

Recept no. :1, medium. Talcum

Zinkoxyde Zinkstearaat

Kaolin

Geprecipiteerd kriit Kleur.

SCHOONHEIDSMIDDELEN EN DROGERIJEN.

Hoewel het gebruik van schoonheidsmiddelen reeds eenige duizenden jaren oud is, dateert het intensieve gebruik door nagenoeg iedereen eigenlijk pas uit den na-oorlogstijd. Het aantal preparaten, dat in den handel komt, is ontelbaar. In vele gevallen bestaan de zg. nieuwe preparaten uit van ouds bekende stoffen, de verpakking en de naam ziin dan het eenige nieuwe. Nagenoeg alle schoonheidsmiddelen hebben een eigenschap gerneen, de prijs is in verhouding tot de kosten van het rnateriaal buitengewoon hoog. Gedeelteliik wordt dit veroorzaakt door de hooge reclarnekosten, gedeelteliik door de meening van het koopende publiek, dat goedkoope preparaten niet deugen.

Poeder.

De juiste keuze van de grondstoffen is hierbij van het grootste belang. Het gebruikte talcum meet niet alleen uiterst fijn, doch tevens voldoende glad zijn, mag geen oplosbare stoiten bevatten en moet licht ziin. De prijs van het eindproduct bepaalt de eischen, die men aan het talcum kan stellen,

Stuifpoeder.

Recept no. J. Talcum

Boorzuur Magnesiumcarbonaat Parium

94 dl 2 dl 3 dl tot I dl

Recept no. 2. Talcum Magnesiumcarbonaat Boorzuur Zinkstearaat

Parfum

85 dI 10 dl ~ dl 3 dl 1/2 tot 1 dl

40 dl 5 dl 10 dl 5 dl 10 dl 30 dl

SO dl 15 d1 10 d1 20 dl

5 dl

Poeder (De. het bad te gebruiken).

Recept no. 3, licht. Talcum

Zinkoxyde Zinkstearaat

Kaolin Geprecipiteerd krijt Kleur.

Aan due drie recepten rnoet nu nag de benoodigde kleur toegevoegd worden. Hiertoe neernt men in het algemeen. pigment en, die natuurlijk voor de huid absoluut onschadelijk moeten

. sijn.

Bij het koopen van rnateriaal hiervoor moet er dus steeds op gewezen worden dar de verfstof met de menachelijke huid in aanraking komt, In bet algemeen gebruikt men voor het tJeuren.: oker, gee! en gebrand, gebrandt sienna en ombra, ultramarijnb!auw, verder lakveristoffen als geralllUmrood, perzisch oranje, eventueel tal greene verflak. De pigmenten worden eerst met de 4- tot 9-voudige boevee1heid talcum 8tltd gemengd en vaa. dit mengsel voegt men dan zooveel aan bet poeder toe, dat de gewenschte ~Cht bereikt is. De [uiste hoeveel-

ad moet door probeeren bepaald wOrden.

Talcum Magnesiumcarbonaat Zinkstearaat Boorzuur

85 dl 7 dl 7dJ I dl

65 dl 10 d1 10 dl 10 d.l

5 dl

Het zinkstearaat wordt gebruikt am het poeder beter te doen hechten en om het poeder zachter te rnaken. Het boorzuur dient als antisepticum en kan door andere stoffen a1s methylparahydroxybenzoezuur, tertiair-chloorbutanol, chloor-metaxylol en andere vervangen worden. De laatstgenoemde stoffen worden hiertoe in het parfum eventueel onder toevoeging van iets alcohol opgelosr.

Het rnagnesiumcarbonaat maakt het" poeder licht en donzig, Het zinkstearaat kan men door magnesiumsrearaat vervangen, het magnesiumcarbonaat eventueel door geprecipiteerd krijt,

De droge stoffen worden in een gesloten mengapparaat gemengd, het parfurn wordt met de twintigvoudige hoeveelheid van het poeder voorgemengd en door een fijne zeef gewreven. Hierna voegt men dit rnengsel bii de geheele hoeveelheid poeder en zeeft

Het mengen geschiedt juist als bij de stuifpoeders. De allerfiinste soorten worden in een kogelmolen gemengd en na het toevoegen van parfum nog door een zijden gaas gezeefd.

De aangegeven recepten kunnen naar persoonlijke behoefte gewiizigd worden. Hierbij moet men bedenken dat de toegevoegde kaolin niet aileen glad rnaakt, doch ook zweet absorbeert. Het magnesiumcarbonaat maakt het poeder licht en houdt het p~rf~~ vast. Het zinkoxyde en het dikwijls gebruikte titaanwit maken het poeder dekkend. Zink- en magnesiurnstearaat doen het poeder op de huid hechten.

Vloelbaar poeder.

Zinkoxyde Geprecipiteerd kriit Glycerine

Alcohol

Parfum

Water, zooveel als Kleur, zie poeder,

13;) dl 135 dl 60 dl ~4e dl 10 dl noodig is.

Gealchtspoeder .

Titaanwit 3 dl

Kaolin (fijn) 8 dl

Rijststiifsel 3 dl

Italiaansch talcum 3 I dl

Magnesinmstearaat I dl

Poederfixateur P & S 4 dl

Kleur naar wensch en I tot 2 %

parfum. Het rnengsel wordt in een kogelmolen gernengd en fijn gemaleo en hierna zoo fijn mogelijk gezeefd.

Rouge,

Droog rouge werd oorspronkeliik gemaakt door talcum en karmiin aan te rnengen met tragacanthsliim en het deegachtige mengsel in kleine bakjes te laten drogen. Later maakte men grootere stukken en bewerkte ze bv. op de draaibank tot den gewenschten vorm. Tegenwoordig wordt het bijna droge mengsel onrniddelliik in den juisten vorm geperst.

MENGEN EN ROEREN

------- --_._-- - ----

SCHOONHEIDSMIDDELEN EN DROGERIJEN

Hutdcrerne/s.

74

Een eenvoudig rouge bestaat uit:

Talcum 40 dl

Kaolin ~5 dl

Zinkoxyde IS dl

Geprecipiteerd krijt 10 dl

Dit mengsel wordt met een vol-

doende hoeveelheid pigment gernengd en dan in een kogelmolen gedurende eeruge uren gernalen. Het poeder wordt dan door een fijn zijden gaas gezeefd en aangernengd met een oplossing van 0,2 dl tragacanth in 4 dl water. Het poeder mag slechts weinig vochtig ZI)n en wordt dan door een fijne zeef gewreven.

Hierna wordt het materiaal met behulp van een pers tot stukjes van den gewenschten vorm geperst. De metalen vorrn wordt voor het persen met een 1/ 2-PCts tragacanthoplossing bestreken. Met de hoeveelheid tragacanthoplossing, die met het poeder gemengd wordt, moet men zeer voorzichtig zijn. De juiste hoeveelheid moet doorkleine proeven bepaald worden, daar deze In hooge mate van het gebruikte materiaal afhangt. Hetzelfde is het geval met de gebruikte pigrnenten, de dekkracht is hiervan zeer verschillend. In bet algemeen is 10 tot 20 % voldoende. Men neme hiervoor de besre soorten en dan iets minder. Bovendien moet men steeds soorten verlangen die absoluur onschadelijk zijn voor de huid,

Lippenrouge (onafwischbaar).

Ricinusolie Lanoline Biienwas Eosine Lakrood

300 dl 45 dl 45 dl 30 dl 30 dl

of:

Riciausolie Cerylalcohol Stearinezuur Lanoline

GI ycerinemonostearaa t Eosine

Lakrood

::1.70 dl 45 dl 12 dl 45 dl 45 dl 25 dl 12 dl

In beide recepren kan naar wensch parfum toegevoegd worden. Met behulp van kunstrnatige verlakte, dus onoplosbare teerkleurstoffen, kan de massa op de gewenschte tint ingesteld worden.

Eosine

Karmijn Propylparahydroxy-

benzoaat

Parium naar believen. De olie wordt eerst met de wassen gesmolten. De onoplosbare kleurstof wordt met de olie fiin gemalen, de ?p'losbare kleurstof wordt eenvoudig bii bet smelten opgelosr. De eigenschappen van dergelijke lippenstiften kan men wijzigen door de verhouding tusschen olie en was te veranderen. Bovendien werken de onoplosbare pigment en anders dan in olie oplosbare kleurstoffen. Hiernaast voegt men soms nag een kleursrof toe, die in water oplosbaar is, als tartrasine en ponceau.

3 dl 3 dI

0,1 %

Li ppenpommade.

Paraffine-olie 600 dl

Vaseline 200 dl

Paraffine 200 dl

Ozokeriet 25 dl

Biienwas 75 dl

Parium eenige tiende procenten. Het materiaal wordt eerst sarnen-

gesmolten en bij het afkoelen voegt men bet parium toe. De pommade wordt gebruikt om het springen der lippen te verhinderen, Indien de prijs het toelaat verdient het aanbeveling een dee! van de petroleumproducten door lanoline, oliifolie en cacaoboter te vervangen. Door eenige procenten fiin zinkoxyde met het mengsel te malen wordt het materiaal beter wit en de pommade werkt genezend op ontstoken Iippen.

Li ppenstiften.

Gele vaseline 9 I dl

Witte ceresine 17 dl

Paraffine 6 dl

Ozokeriet 6 III

Camaubawas 42 dl

Zoete amandelolie 20 dl

Paraffine-olie 3~ dl

Kleurpoeder ca. 40 dl

Kleurfixateur P &: S 48 dl

De carnaubawas wordt gesmolten.

De andere wassen en vetten worden cast samengesmolten, waarna men de carnaubawas bij de andere vetten VQegt. De helft der massa wordt nu met het kleurpoeder gemengd en op tell walsmachine uiterst fiin gernalen, IOolang tot men met de loupe geen pWltjes meer kan vinden. Vervolgens l'oegt men de tweede helft der vetten toe en verhit de geheele massa op een waterbad.

Inmiddels heeft men de fixateur VOOt lippenstiften eveneens op een waterbad gesmolten en nu wordt de lUmolten fixateur aan de geheele massa toegevoegd. D.I rnassa bat men ~ Kesudig roeren afkoelen, om te vetllUlderen, dat zich kleur op den bodem afzet, De nog half vloeibare maaa wordt geparfumeerd en in ~bsovorme.n gegoten. De lippenstift .. a luut "kissproof".

Ltppenstlft voor' het tooneel.

Vaseline

Paraffine Paraffine-olie Carnaubawas Lanoline

Pigment (kleur) Parium naar wensch. Als kleurstof neemt men in het

algemeen weer een onschadeliike roode tot oranie organische kunstmatige laIC

40 dl 20 dl 10 dl

5 dl 5 dl 10 dl

Lippenstift (Diet afgevend).

Oliifolie 16 dl
Cacaoboter 8 dl
Stearinezuur 6 dl
Paraffine 8d1
Bijenwas 7 dl
Carnaubawas I dl
Lanoline 2 dl 7")

Hoewel de cold-creams steeds iets alkalisch reageeren, worden ze toch in zeer groote hoeveelheden gebruikt en vorrnen het hoofdbestanddeel van alles wat op de huid gesmeerd wordt. Een cold-cream is in principe een ernulsie van vetten in water. Het vet is hier met behulp van een emulgator zoo fijn in water verdeeld, dat de vetdruppelties blijven zweven. Door de fiine verdeeling dringt het vet zeer gernakkelijk in de huid binnen en wanneer de creme dient om een tekort aan vet in de huid aan te vullen, kan het vet dus zeer snel opgenomen worden. Bij de creme's die meer voor het reinigen der huidporien dienen, kan het minerale vet dus de porien als het ware uitspoelen.

Een eenvoudig voorschrift voor een

cold-cream is:

Paraffine-olie 4000 dl

Biienwas 800 dl

Het mengsel wordt tot 70u C ver-

warmd. Hiernaast lost men 45 dl borax in 2500 dl water op en verwarmt de oplossing tot 70° C. De boraxoplossing giet men nu onder goed ornroeren bii de wasoplossing. Na afkoelen op ongeveer 50° C voegt men het parium toe.

In dit voorschrift kan men de paraffine-olie geheel of gedeeltelijk door plantaardige olien vervangen. In dit geval moet een conserveermiddel toegevoegd worden. De biienwas kan men tot de helft door paraffine, ceresine, ozokeriet of spermaceti vervangen, Verder kan men by. een kleine hoeveelheid lanoline toevoegen.

Cold :scream.

Spermaceti Gebleekre was Vase line-olie Borax

Gedestilleerd water Parfum, by. synthetische rozenolie.

De vetten worden gesmolten en de borax in heet water opgelosr. De

125 dl 120 dl 560 dl

5 dl 190 dl

MENGEN EN ROEREN

SCHOONHEIDSMIDDELEN EN DROGERIlEN

.-----

Vanishing cream.

war me boraxopJossing giet men langzaarn bij de gesrnolten vetmassa, onder geed roeren. Zoodra de massa begint te strernmen voegt men de rozenolie toe.

Cold -cream.

Bijenwas

Spermaceti Paraffine-olie

Stearine

Water

Borax Natriumbenzoaat Parfum naar believen. Borax en natriurnbenzoaat worden

in kokend water opgelost en in de warme gesmolten vetrnassa gegoten. Gedurende het afkoelen langzaam

540 dl 300 dl

1730 dl 430 dl 720 dl 100 dl

10 dl

roeren.

Reinigingscreme.

Terwijl in de vorige creme's borax in verbinding met wassen als ernulgator gebruikt werd, kan men met behulp van triaethanolaminezeepen uitstekende en zeer lang houdbare creme's fabriceeren.

Paraffine-olie 78 dl

Gebleekte was 5 dl

Spermaceti 28 dl

Triaethanolaminestearaat 20 dl

Deze worden samengesmolten en

Iangzaam in een heete oplossing van 4 dl gJ ycerine in 92 dl wafer gegoten. Door goed roeren vereenigen zich de beide oplossingen spoedig tot een dikke creme. Wanneer de cr~me goed gebonden is voegt men de gewenschte hoeveelheid parfum toe. Den volgenden dag wordt de creme nog eens doorgeroerd en verpakt. Deze creme heeft geen neiging water af te scheiden en bliift ook bij beet zornerweer onveranderd.

Niet vettende cold ecream,

Een derde type cold-cream bevat glycolstearaat of gl ycerinemonostea-

raat als emulgator. Deze creme's verdampen zeer vlug, ziin meer oplosbaar in water dan de vorige soorten en veroorzaken door het hooge gehalte aan water een duidelijke afkoeling der huid.

Deze creme's moeteu goed luchtdicht verpakt worden, daar ze anders een neiging hebben water at re scheiden,

Glycoldistearaat 22 dl

Vaseline 16 dl

Paraffine 12; dl

Paraffine-olie 30 dt

Water 100 di

De vetten worden eerst gesmolten

en bij een temperatuur van rr C onder geed roeren in het op 77° C verwarmde water gegoten. De creme moer dan warm een tijd lang blijven staan om de ingesloten lucht te laten onrwiiken. Hierna wordt het parfum toegevoegd en hi; 40° tot 50" C giet men de creme in de flacons.

Recept no. 2, medium:

Minerale olie Paraffine Witte vaseline Spermaceti

50 dl 18 dl 23 dl

9 dl

Recept no. 3, medium. Minerale olie Paraffine

Vaseline

50 dt 30 dl 20 dl

Recept no. 4, hard:

Minerale alit 45 dl

Paraffine 25 dl

Witte vaseline 20 dl

Spermaceti 10 dl

De bestanddeelen worden op een

waterbad gesmolten en gemengd. Men voegt ongeveer .1!~ % parfum ~?e, giet de rnassa bij zoo laag rnogelijke temperatuur in de doosies of flacons en laat rustig staan tat de rnassa geheel afgekoeld is.

Neutrale reinigingscreme.

80 dl 30 dl 24 dl go dl 10 d\

Vanishin, cream.

Paraffine-olie Spermaceti Glycerinemonosrearaat Water

Glycerine

Parium.

De vetten worden bij 60c C voorzichrig samengesmolten en dan giet men langzamerhand de heete glycerine-oplossing bij het gesmolren vetrnengsel.

Onder vanishing cream verstaan we ten vetvriie creme, die geheel door de huid opgenomen wordt. Den SOO~ crtme bestaat uit een ernulsie van vru stearine~uur in een oplossing van een stearinezeep, Het paarlemoerachtige uiterlijk ontstaat door bet uitkristalliseeren van het vrije stearinezuur 10 duane blaadies. Voor een zachte creme Deemt men triaethanolamine als base.

Men smelt 100 g stearinezuur en verhit tot 80° C. Verder lost men 4.5 g triaethanolarnine en 36 g glycerine in 360 g water op en verwarmt dit met;tglei eveneens op 80" C. Deze oplossing pet men onder goed roeren bngzaa~ m het gesmolten srearieezuur. BIJ "Q C voegt men bet parfum toe en lu.t de ~me eenige dagen staan. Iederen <lag wordt de massa gedurende eenige minuten voorzichtig doorgeroerd.

Ben hardere creme verkrijgt men door het triaethanolamine te vervangen door 1,5 g potasch,

Smeltende reinigingscrfme.

Deze creme be staat uit een oplossing van vaseline en paraffine in een dunvloeibare minerale olie. De creme wordt bii lichaamstemperatuur vloeibaar. Door de creme stevig in te wrijven wordt het vuil uit de porien verwijderd.

Recept no. I, zacht:

Minerale olie Paraffine Vaseline (wit)

S6 dl 24 dl 19 dl

77

Stearine Lanoline Emulgator P & S Glycerine

Water

Parfum

200 dJ 10 dl 60 dl 60 dl

660 dl 10 dl

Cold .cream.

Stearine

Lanoline

Witte was Vaseline-olie Emu!gator P &: S Water

Parium "Crema"

120 dl 30 dl 70 d!

ISO d1 50 dl 570 dl 10 dl

P oed ere reme.

Stearine

Lanoline Vaseline-olie Emulgator P &: S Water

Talcum

Ti taandiox yde Parfum

190 dl 20 dl 60dl 60dJ

610 dl 20 dl 30 dl 10 dl

Vanishing cream.

Stearine 240 dl

Lanoline 4:S dl

La Perla vanishing cream-

basis 100 dl

Water 615 dl

Stearine en lanoline worden samen gesmolten en op 70~ tot 80° C verwarmd. De creme-basis en het water worden samen eveneens op een ternperatuur van 70" tot 800 C gebracht. Tenslotte de beide mengsels vereenigen en onder voortdurend roeren laten afkoelen.

Cleansing cream.

Stearine 140 dl

Lanoline 50 dl

Vaseline-olie 220 dl

78 MENGEN EN ROEREN

---------------------------

La Perla cleansing cream-

b~s 75 dl

Wat~r. .. 5IS dl

Bereiding lUlSt als bij de vanishing cream.

Massagecreme.

Men neemt de kaasstof, die uit 41ft 1 melk gemaakt wordt met behulp Van iets strernsel of door de melk zuur te rnaken. De kaasstof wordt in een Iinnen doek %00 droog mogelijk uitgewrongen en wordt gemengd met 30 g glycerine, 4 g borax en 2 g boorzuur. Dit mengsel wordt 10 een moruer van porcelein Zoo fijn mogelijk sarnengewreven. Tenslotte parfumeert men bv. met 30 druppels geraniumolie, 15 druppels anijsolie en 15 druppels bittere arnandelolie.

MaS50recreme.

Stearinezuur 300 dl

Cacaoboter 40 dl

Minerale olie roo d1

Tarwestijfsel :S:SO dl

Boorzuur 100 dl

Water 2100 dl

Natriumbenzoaat 5 dl

Glycerine 160 dl

Ammoniak 26° Be 30 dl

De stijfsel wordt eerst met koud

water tot een dun papje aangeroerd. Hieraan voegt men dan het boorzuur toe. Onder goed roeren verhit men nu het rnengsel tot een dikke doorschijnende pasta ontstaat, De massa mag vooral niet aanbranden. Met de heete stijfselpap mengt men nu de glycerine en de ammoniak. Pas wanneer de massa goed gelijkmatig is voegt men onder goed roeren het ~esmolten vetmengsel toe, dat tot 93' C verwarmd is. Hierna moet gedurende lIlt tot :2 uur goed geroerd worden. Bij het afkoelen voegt men dan het natriumbenzoaat en tenslotte I20 dl parfum en ca. 30 dl in water oplosbare roode kleurstof toe.

Scheercreme (zelfwerltend).

Stearine 150 dl

Lanoline 35 dl

Vaseline-olie 150 dl

La Perla scheercreme-basis 60 dl

Borax 15 dl

Water 625 dl

De vetten worden samen op 70 c C

verwarmd. Dan worden de basis, de borax en het water verrnengd en ook op 70" C verwarmd, De vlaterige oplossing giet men bij de verten en tenslotte bat men het mengsel onder voortdurend roeren afkoelen.

Anti :ronnebrandcrtme.

Stearine l40 dl

Water 585 dl

Perozonalbasis 175 dl

De basis ;vordt met het water op

minsrens 96 C verwarmd. Hiernaast wordt de stearine gesmolten en oak op minstens 96~ C verwarrnd. De sreafine giet men nu langzaam bii de cremebasisoplossing. De creme wordt daarna nog 10 minuten op temperaruur gehouden en goed geroerd. Het verdampende water moet aangevuld worden. Hierna laat men onder roeren afkoelen en tenslotte wordt geparfumeerd.

Hamamelis ~gelel.

Boorzuur Tragacanth Hamameliswater

30 dl 60 dl 3500 dl

Huidwater.

Zacht samentrekkend.

Menthol 12 dl

Zink-phenolsulfonaat 225 dl

Kamfer 12 dl

Parium 25 d1

Alcohol 2700 d1

De bestanddeelen worden in den

alcohol opgelost, Hierna voegt men 30 000 dl hamameliswater toe.

SCHOONHEIDSMIDDELEN EN DROGERIJEN

---'._- - .. _----------

Normaal samentrekkmd,

Alcohol IOOOO d1

Borax 6 dl

Zink-phenolsulfonaat 180 d1

Kamfer 25 dl

Parfum 90 dl

Glycerine 1000 dl

Nadat de bestanddeelen in den alco-

hol geheel opgelost ziin, voegt men ca. 20 000 dl hamameliswater toe.

Sterk samentrekkend.

AJcohol 15000 dl Aethylaminobenzoezuur 24 dl

Parach1oor-metaxylenol 24 d1

Menthol 24 dl

Thymol I~ dl

Lavendelolie 1~5 dl

Glycerine 2400 dl

Vani 11 ine 24 dl

Na het oplossen der verschillende

bestanddeelen in den alcohol verdunt men met ca. 17000 dL hamarneliswater.

Naast de bier genoemde be standdeelen kan men ook kleine hoeveelheden benzoehars, perubalsern of styrax toevoegen. GI ycerine kan men door glycol vervangen.

Gulchtswater.

In bet aigemeen kan men uitstekende melkachtige gezichtswaters maken met behuip van triaethanolamine als ernulptor, in den vorm van bet stearaat. Hiernaast bevat het water dan een o~ossing van in water oplosbare • fi;msoorten.

Vloetbare relnlglngllcreme.

I:J5 dl 760 dl II40 dl 45 dl 135 dl

Srearinezuur Paraffine-olie Water Triaetbanolamine Diaethyleenglycol Diaeth yleengl ycol-

aethylaether 00 dl

Dc vetten worden op 77" C verWann~ en onder goed roeren met de wateri&e, voorgewarmde oplossing ver-

79

mengd. Parfum wordt naar believen toegevoegd-

Adstringeerend gezichtswater

met paarlemoerglans.

Tragacanth 15 g

Warm water 2,4 I

Deze laat men een <lag staan en

wanneer de tragacanth goed opgelost is voegt men 1,4 1 alcohol toe.

Nu voegt men bij I kg zachte reinigingscreme uit stearinezuur en triaethanolamine van pag. 77 een liter of meer van deze tragacanthop!ossing. De toevoeging moet zeer laugzaam geschieden onder goed roeren- Voor het verkrijgen van een Iraaien paarlernoerglans neemt men creme, die reeds geruimen tijd geleden gemaakt werd. Door het staan ontwikkelt zich in de creme door het uitkristalliseeren van stearinezuur het eigenlijke eigenaardige uiterlijk.

Tenslotte wordt het gezichtswater gefiltreerd door neteldoek en eventueel met een in water oplosbare kleurstof gekleurd. Het preparaat droogt zeer vlug, frischt de huid op en vormt een uitstekende voorbereiding voor het poederen.

Huidmelk.

Men maakt melkachtige schoonheidswaters voor het gezicht met behulp van lanoline, komkommermelk en amandelmelk •

Recept no. I. Lanoline

Zuivere zeep Glycerine Rozenwater Benzoerinctuur Parfum Bouquet Water

50 dl 3 dl 20 dl 300 dl S dl 10 dl 612 dl

Recept no. 2. Lanoline

Zuivere kalizeep Warm rozenwater

30 dl 10 dl 200 d1

MENGEN EN ROEREN

SCHOONHEIDSMIDDELEN EN DROGERlIEN

80

GI vcerine 20 dl

Paffum 10 dl

Benzoetinctuur 30 d!

Het mengsel wordt op een water-

bad verwarmd. Nadat alles goed homogeen gemengd is voegt men onder afkoelen 700 deelen versch gefiltreerd komkommersap toe. Het mengsel wordt dan geroerd lor het geheel koud is.

Recept no. 3.

70 dl zoete amandelpicten worden met zooveel rozenwater Iiin gewreven, tot men een dikke stijve pasta verkregen he eft. Hiema voegt men her volgende mengsel toe:

Benzoetinctuur 20 dl

Benzaldeh yde 2 dl

Rozenolie I dl

Borax 7 dl

en 50 dl glycerine opgelost in zooveel rozenwater dar het geheel 1000 dl wordt Het mengsel bliift dan eenige dagen sraan en wordt door een fijne haarzeef gefiltreerd.

Vloeibare reinlgingscreme

(vetvrii).

Biienwas r,5 dl

Spermaceti 6,5 dl

Kersenpitrenolie 6,0 dl

Glycolstearaat 4,0 dl

Water 122,0 dl

Alcohol 3,0 dl

Tragacanth 1,0 dl

Borax 3,0 dl

Parfum 3,0 dl

Glycerine 4,0 dl

De vetten worden eerst gesmolten,

hiermede mengt men onder goed roeren de andere stoffen opgelost in het water en tenslotte voegt men bij het afkoelen het parfum toe.

Vloeibare amandelcreme.

Zoete amandelolie S~rmaceti Bijenwas Medicinale zeep Borax

10 dl 20 dl 20 dl 30 dl 20 dl

K weepeergelei 10 dl

Alcohol I I dl

Water 44 dl

Spermaceti en biienwas worden

eerst samengesmolten, de zeep en de borax worden in het water opgelost en de beide mengsels samengeroerd. Hierna worden de andere bestanddee len toegevoegd en door neteldoek gefiltreerd.

De vetten worden met het aethanolazninestearaat op 60" C verwarmd. Onder goed roeren voegt men dan het water toe en tenslotte het parfurn. He! mengsel wordt geroerd tot het geheel afgekoeld is. Door de hoeveelheid water te varieeren on men de consistentie dikker of dunner houden. Het reinigingsmiddel kan zonder water gebruikt worden. Men wrijft de handen, die door het werken met vuile vette voorwerpen, by. van een auto, vettig vuil ziin, eenvoudig met dit middel in en poetst ze dan met een drogen doek at. Daar een deel van het vet door de huid opgenomen wordt blijft de huid glad en elastisch,

Lalt de Beaute.

Witte was

Vette amandelolie Vaseline-olie Ernulgator P &. ,<; Water

Parfum

40 dl 60 dl 60 dl 40 dl

790 dl 10 dl

Huld .... ater VOOl" de handen.

Gezichbemulsle (half Vaseline-olie Emulgator P &. S Witte was

Riistemeel

Water

Parium

vloelbaar}.

:l30 dl 65 dl ~5 dl 30 dl

630 dl 10 dl

Men weekt 90 g kweepeerzaad in I 1 water gedurende 24 uur. Het gevormde sliim wordt door een linnen doekie geperst en met Ii. 1 water verlnengd. Hiernaast mengt men 1l. 1 Bay-rum met 250 g glycerine, 350 g oraniebloesemwater en 0,75 1 alcohol. Het slijm en dit rnengsel voegt men au te zamen en voegt zooveel water toe tot het totale volume 4 1 bedraagt.

of:

Boorzuur I dl

Glycerine 6 dl

Deze worden door verhitten opgelost

en na afkoelen gemengd met:

Lanoline Vaseline

Gezichtswater

met citroensap. 2,5 dl 9,5 dl 88,0 dl 0,15 dt

Pectine Citroensap

Water Conserveetmiddel

Gnichbwater veer het verkrijren

van een zachte huid.

Boorzuur 3 dl

T ragacanth 8 dl

Glycerine 3 dl

Gedestilleerd water 130 dl

Men kookt het mengsel onder roeren

tot een doorschijnende gelei gevormd is.

6 dl 8 dl

", (I"

"<1/ _,

; '"" Hierna kan men eventueel het ge, ,,', .emchte parfum toevoegen.

Haarvet legen kaalhoofdlgheld.

Pilocarpine-h ydrochloride Geprecipiteerde zwavel

, Glycolstearaat Puubalsem Resorcinemonoaceraat Vaseline

Water

Parfum naar believen.

Het pilocarpine wordt eerst

lIengm en Roeten

20 dl

120 dl 60 dl 60 dl 30 dl

900 dl 60 d1

Handen =reinlringsmiddel.

Paraffine-olie 70 dl

Olijvenolie 8 dl

Triaethanolaminestearaat 14 dl

Water 70 dl

Parium 2 dl

in het

81

water opgelost en met her glycolstearaat gemengd. De zwavel en het resorcine-acetaat worden met een deel van de vaseline op een zaifmolen gemalen. De rest van de vaseline wordt gesmolren en met de creme gernengd. Hierna voegt men de zwavelhoudende massa toe. Het geheel laat men nog eens door den zalfrnolen gaan.

Hearow.ter.

Sublirnaat (gif) Salicylzuur Chloraal h ydraat Glycerine Aceton

Alcohol

Water

Parfum naar believen,

I dl 5 dl 5 dl

25 dl 10 dl 200 dl Sl5 dl

Brillantiae voor krullend haar.

Rundvet 160 dl

Biienwas 20 dl

Ricinusolie 20 dl

Ben:oezuut 2 dl

De vetten worden met her benzoe-

zuur gesmolten. Bij het afkoelen voegt men dan het gewenschte parfum toe.

Vloeibare brillantine.

Paraffine-olie 1000 dl

Chlorophyl tot eea Iichtgroene kleur,

Parfum 5-10 dl

Vaste brillautine.

Vaseline Chlorophyl Parfumolie

Haercreme.

Water Paraffine-olie Emulgator P « s Was

Riistsriifsel

1000 dl I dl 5 dl

6-10 dl 230 dl 65 dl 35 dl 30 dl

6

MENGEN EN ROEREN

De paraffine-olie en de was worden samengesmolten; de temperat,~.JUr mag niet hooger worden dan 70 C. De oploss.ing wordt van het vuur genomen en nu voegt men den emulgatortoe. In een andere pan word! de stiifsel tot een doorzichtige pap gekookt. De beide mengsels worden nu gemengd, geparfumeerd en geroerd tot de massa geheel afgekoeld is.

Portugalhaarwaterolie Glycerine

Alcohol 96 % Potasch

Borax

Gedestilleerd water Kleurstof

Portugolhaarwater 40 %.

10 dl 1:5 dl 430 dl 0,5 dl I dl 542 dl sporen.

Berkenhaarwater So %.

Berkenhaarwaterolie Glycerine

Alcohol 96 % Barkensap of water

Potasch QuiUaiabast-extract GedestiUeerd water lets kleurstof-

Haarversterker.

Looizuur

Salicylzuur .

Med. ricinusolte Resorcine-acetaat Alcohol

Parfum naar wensch.

5 dl 10 dl 540 dl 100 dl I dl :20 dl 320 dl

0,5 dl 1,0 dl 24.5 dl 5,0 dl 69,0 dl

Haarwater Eau de Quinine.

Cantharidumtinctuur K ininechloride Capsicurntinctuur Glycerine

Bay-rum

Kleurstof naar wensch.

60 dl 10 dl 20 dl 30 dl

730 d1

Melkachtige shampoo.

Triaethanolaminestearaat 10 dl

Gezuiverde petroleum 150 dl

Pine-oil 6 dl

Water 250 dl

De petroleum wordt met het stearaat

op 60~ C verwarrnd en geroerd tot alles opgelost is. Hierna mengt men het pine-oil met de oplossing. Onder geed roeren giet men nu langzaam het water bij dit mengsel. Met behulp .yan ee.n in water oplosbare onschadeliike antlinekleurstof wordt de shampoo gekleurd.

Shampoo zonde r zeep.

Recept no. 1.

Gesulfoneerde oliifolie 40 dl Gesulfoneerde ricinusolie IO dl

beide hoog geconcentreerd.

Paraffine-olie J 5 dl

Water 35 dl

De bestanddeelen worden gemengd

en tot soo C verwarmd. Hierna voegt men zooveel (I tot 2 %) van een 25-pcts natronLoogoplossing t~e dat de massa geheel helder doorschijnend IS.

Recept no. 2. Turksch-roodolie Paraffine-olie Oliezuur

AJcohol 2 tot

Parfurn naar wensch.

10 dl 10 dl IO dl 10 dl

De grondstoffen worden in de aangegeven volgorde gemengd. De shampoo kan door toevoegen van water goedkooper gemaakt worden. Men voegt dan onder geed ro.er.en het water langzamerhand toe tot JU15t nog geen troebelingen optreden.

Den beide shampoo'~ worden ?p de volgende wijze gebruikt: men giet iets in de hand en voegt zooveel '!ater toe, dar door wnrven een cremeachtige massa ontstaat. Deze creme wrHft men dan op bet natte haar.

1

,

SCHOONHEIDSMIDDELEN EN DROGERI lEN

Shampoo.

55 dl 40 dl 50 dl

Ohezuur Cocosvetzuur

T riaerhanolamine Diaethyleenglycol-mono-

aethylaether 55 dl

parium I dl

Het product is een vloeibare zeep, die met water tot iedere concentratie verdund kan worden en huitengewoon ncht is. De glycolaether kan geheel of gedeeltelijk door glycerine en/of alcohol vervangen worden.

Shampoo van clljfolte.

Olijfolie 4. d1

Oliezuur 8 dl

Cocosvet 8 dl

Kaliumhydroxyde (85 %) 5 dl

Alcohol 10 dl

Water 40 tot 50 dl

Het kaliurnhydroxyde wordt in water

opgelost. De olien worden verwarmd en met de kaliumhydroxydeoplossing vereeept. Men moet zoolang verwarmen en roeren tot de zeep in water oplosbaar is. Hiema voegt men twee derde van den alcohol toe.

Hiernaast maakt men de volgende

op~g gereed:

Glycerine I dl

Borax I dl

Potasch 0,5 dl

Oliezuur 0,06 dl

Het oliezuur wordt in de rest V3n

den alcohol opgelost, de borax en de potasch in de rest Van het water met de Ilycerine. De beide oplossingen veegt men nu bij de zeep. De oliezuuroplossing gebruikt men om eea eventueele overmaat van 100g te neutraliseerea, Hiertoe neemr men een klein prodje, voegt een druppel alcoholische phcnolphtaJeine-cplossing toe en beoordeelr aan de roode kleur de alkalitat. De %eepoplossing laat men op een tOOt Plaab eenige dagen staan.

Shampoo In poedervorm.

Cocosvet=eeppoeder 30 dJ

Gekrisr~rde soda 54 dl

Borax 25 dl

Hennapoeder

eenige tiende procenten.

Anilinegeel eea spoor.

Parfum naar believen.

Het mengsel wordt goed gemengd en gezeefd.

Citroen =gloSnsmidd~1 veor noS de zeepwoSssching.

Citroenolie Alcohol Citroeazuur Wiinsteenzuur Water

0,2 dl 14,0 dJ 3.5 dl 4,5 dl 16,0 dl

De citroenolie wordt in den alcohol opgelost, de zuren in het water en dan voegt men de alcoholische oplossing Ian guam onder roeren bij de zuuroplossing.

Haarfixatief.

Water Tragacanth Boorzuur Benzoezuur

6000 dl 45 dl 45 dl 5 dl

Het mengsel moet bliiven staan tot alles opgelost is. Hierna voegt men de gewenschte hoeveelheid parfum toe, eventueel ook iets kleurstof,

Permanent wa\le =oplo •• iDI'.

Borax Natriurnbicarbonaat Lijnolie

Stijfsel

Water

Parfum naar believen.

3,75 dl 3,50 dl 0,17 dl 0,40 dl

99.00 dl

ZODn~bruiDo1ie.

Olijfolie 95--98 dl

Kininericinoleaat 5-~ ell

lets in olie oplosbaar anilinebruin.

MENGEN EN ROEREN

Zonnebrandolle.

Kinmesulfaat Hamameliswater Lanoline Aardnotenolie

2d1 5 dl 10 d1 92 dl

60 dl 35 dl

I dl '3 dl 1 dl

of:

Aardnotenolie Olijfolie Bergamotolie Laurierbesolie Chlorophyl

Middel hgen zonnebrand.

Een mengsel van 7"5 % kleurlooze met stoom gedestilleerde pine-oil en 2S % medicinale olijfolie wordt direct op de verb ran de huid gesrneerd.

Melkvet,

Witte vaseline 100 dl

Nipasol (p-oxybeuzoezure

ester) 0,2 d1

Kleursel (green) een spoor

Huldcreme type Marylan.

Stearine ra Kaliurnhydroxyde Water

Rijstmeel

Glycerine AJu~unihydroxyde Parium

125 dl 6-8 dl 6<)odl 120 dl 60dl 8 dl 4-8 dl

De stearine wordt met zooveel kaliloog verzeept dat ongeveer 30 % der sturine verzeept is. Men neernt dug ongeveer een derde deel van de hoeveelheid loog die met het verzeepingsgetal der steariae cvereenkomt. Bi] het verzeepen neemt men ongeveer de helft van het water. Met de glycerine en ongeveer 300 g Water maakt men van het rijstmeel een stijf'lelp'ap, en hie rna mengt men de riiststijfselpap met de crememassa. Hier voegt men het alumiaiumhydroxyde toe, dat men

versch uit aluminiumacetaat neergeslagen heeft. Ten slotte voegt men bij 400-35c C het parium toe en maalr de creme op een zalfrnolen zoo fijn mogelijk.

Stift tegen onaangenamen reuk en cvermettg transpireeren.

Zink-phenolsullonaat Zinkoleaat Aluminiumpalrnitaat G I ycolstearaat Ceresine

of:

Zink-phenolsulfo!Uat Zinkoleaat Aluminiumpalmitaat GI ycolstearaat Ceresine

Titaanwit

5d1 10 dl

8d1 20 dl 40dl

10 dl 10 dl

8d1 30 dl

30 '" 15 dl

De eerste drie bestanddeelen worden fiin gemalen, het glycolstearaat wordt met de was samengesmolten. Hierna roert men alles goed door elkaar en giet kort voor het stollen in vormpies.

Creme tegen het transp'reeren.

Lanoline

Reuzel (met benzoezuur) Zinkoxyde

Salicylzuur

Benzoezu ur

Padum

100 dl goo dl 65 d1 ud1 9 dl

4 dl

De zuren worden in weinig .dcohol opgeiost en met de lanoline gemengd. Dit mengsel wordt sarnengewreven met den reuzel en tenslotte met het zinkoxyde op een za!fmolen gernalen, Het parfum wordt het laatst toegevoegd.

Poeder tegen overmatig transpireeren.

Oxychinolinesulfut Talcum

10 dl 90 dl

SCHOONHEIDSMIDDELEN EN DROGER/lEN

Vloeistof tegen overrnattg transpireeren.

Oxychinolinesulfaat Rozenwater

I dl 500 dl

Vloeistof tegen onaangenamen reuk

Salicylzuur Alumioiumchloride Alcohol Rozenwater Glycerine

Roode kleurstof

In pasta-vorm. Salicylzuur Zinkoxyde

Vetvrije cold-cream

I dl 2 dl 30 dl 60 dl 10 dl

een spoor.

10 dl 60 dl 480 dl

Sproeten verwijderen.

Zillk-stllfophenylaat GedestiUeerd Water Ichthyol

Lanoline

Vaseline

Citroenolie

2dl 30 dl ~dl 30 dl 30 dl 2 dl

Blceltmiddel voor de huid.

Lanoline Ammdelolie Bijenwas

Borax W~rstofperoxyde

(100 o zuurstof) ~e vaseline

150 dl 50 dl 10 dl 15 dl

15 dl 10 dl

Schoonheldsmasker.

~e~rde 100 dl

ater . 50 dl

!_~oltulctuur . 3 dL

rllCJum 1/ dl

~ porceleinaarde wordt me~ zoo-

~e water als Iloodig is tot een dunne ~~ger~rd. Hierna bat men het ____.... eerugen tijd staan, De dikke

85

------_. ----

pap wordt dan in een verfmolen zoo fiin mogelijk gemalen, waarna men de benzoetinctuur en het parfum toevoegt. De massa wordt in tubes van zuiver tin bewaard en a fgeleve rd.

Moedervlekken en puisten

bedekken.

Collodiumoplossing 100 dl

Zinkoxyde 15 dl

Deze mengen met zooveel roode en

gele kleurstof (pigment) tot een huidkleur verkregen is en fijn malen.

Muggenpreparaten.

Cederolie 2 dl

Citronella-olie 4 dl

Kamferspiritus 8 dl

De oplossing wordt 's avonds op de

huid gesmeerd, Muggebeten worden minder pijnlijk door in te smeren met I -pcts oplossing van menthol in alcohol, een verdunde waterstofperoxydeoplossing of verdunde ammoniak. Bij een begin van ontsreking oomiddellijk den geneesheer roepen.

Creme tegen muggen.

T arwestiifsel '5 dl

Water 10 dl

Glycerine (280 Be) 4'5 dl

Deze worden onder geed roeren

verwarmd tot een dikke gelei-achtige massa gevormd is. Na het afkoelen mengt men met:

Lanol ine 30 d1

Kruidnagdolie 5-10 d1

In dergelijke cr~mes kan men de

kruidnagelolie geheel of gedeeltelijk door menthol. Lavendelolie ofcitroenolie vervangen. Zeer goed is het roevoegen van een kleine hoeveelheid kininesulfaat.

Toiletammoniak voor het bad. Ammoaiumstearaat (pasta) 8 dl Ammoaiak (28n Be) 6 dl

86

MENGEN EN ROEREN

Water Glycerine

Parium naar wensch. Het parfum moet vrij zijn van alde-

hyden en verzeepbare esters.

50 dl ~ dl

Badzout.

De ~eeste badzouten bevatren gekrisralliseerde soda, natriumbicarbonaat en gewoon keukenzout, Hiernaast vindt men borax en voor het imiteeren van zee- en rnoerasbaden oak magnesiumsulfaat en ijzersulfaat. Voor den verkoop speelr het uiterlijk van de kristallen een groote rol. Zij worden bovendien nog gekleurd met een fraaie anilillekleurstof. De kleurstof wordt opgelost in iets alcohol en onder goed roeren der krisrallen hierop fijn versteven.

Men neemt bv.:

Kristalsoda 100 dl

Parfum 0,5 dl

Alcohol I d1

Kleurstof 0,05 dl

De soda kan men hier door een

mengsel van soda, natriumbicarbonaat en natriumchloride vervangen. Met Colorodor A kan men tegeliikertiid kleuren en parfurneeren, door eenvoudig te mengen en te drogen.

Mceresbadeout.

Ferrosulfaat Geprecipireerd calcium-

sulfaat Magnesiumsulfaat Natriumsulfaat Am moni UIIUU I faa t

goo dl ~o dl ~o dl 40 dl 40 dl

Badzout1abletten.

Natriumbicarbonaat 2 dl

~rax 1 dl

Mengen en parfumeeren met 10 g

Parfum per I kg mengsel, kleuren en tot tabletten persen.

Denneaaaldenolie =preparaat.

Dennenaaldenolie 10 dl

Natriumsultoricinoleaat 10 dl

Water 5 dl

Fluoresceine sporen.

De olie wordt.met de gesulfoneerde

ricinusolie gemengd en onder goed roeren voegt men dan voorzicbtig bet water toe. Men lost hierin zooveel fluoresceme op tot een kleine hoeveelheid van bet preparaat bet bad water lichtgroen kleurt, De dennenaaldenolie verdeelt zich bij dit preparaat in het badwater tot een fijne ernulsie en kornt dus met het geheele lichaam in aanraking.

Dennenealdenmelk.

Eerst maakt men een 5-pcts oplossing Van een zuivere natronzeep in 95-pcts alcohol. Van deze zeepoplossing neernt men 100 dl en lost hierin 5 dl tragacanth op. Met deze tragacanthoplossing mengt men nu:

Dennenaaldenolie 45 dl

Jeneverbesolie 5 dl

Alcohol van 95 % 125 dl

Zooveel water, tot door geed roeren

een dille emulsie gevorrnd wordt. Aan deze emulsie kan men ook looiextracten toevoegen. Hierna is de ernulsie voor het gebruik gereed.

Parfum.

In vele cosmetische recepten wordt kortweg aangegeven: parlum naar wensch. He! is rnogelijk parfums zelf uit de cdmponenren sarnen te stellen. In het algemeen brengt dit echter geen voordeel. De kleinste fout kan een groote hoeveelheid dure aerherische olien onbruikbaar maken. Her maken van een parfum, dat werkelijk voldoet, kost in het gunstigste geval zeer veel tijd en geld. De Nederlandsche industrie is bovendien in staat voor de normale producten zeer goede parfums te leveren. Wanneer een groote firma een speciaal parfum wenscht kan dit

SCHOONHEIDSMIDDELEN EN DROGERllEN

Scheerzeep.

door een vakman uitgewerkt worden.

Het sarnenstellen van een eau de cologne is mogelijk vol gens de volgende recepten, die natuurlijk naar stDaak gewijzigd kunnen worden.

Ty~ .is«:

Bergamotolie CitroenoJie

Fransche lavendelolie Petitgrainolie Neroli-olie Rosmarijnolie

Bittere oranie-olie Resonoid verveine Geraniumolie

Type ,,471 I".

Neroli bigarade extra Bergamotolie Petitgrainolie Cirroenolie Geraniumolie Rozenolie Lavendelolie

Jasmin abs.

Type "Gegeniiber". Neroli bigarade extra Petitgrainolie (Fr.) Portugalolie Citroenolie Bergamotolie

Rosmarii nolie Lavendelolie

440 dl 195 dl 75 dl

140 dl 45 dl 30 dl 37 dl 28 dl 10 d1

142 dl 313 dl 171 dl 256 dl

56 dl 6 dl 56 dl I dl

155 dl 155 dl 156 dl 156 dl ,12 dl

44 dl 22 dl

De essences moeten voor het gebruik minstens eenige weken bliivea sta.aJl. Voor het maken van een norcnale eau de cologne lost men 25 g essence in I I alcohol op. De alcohol _ordt tot 8:5 of 90 % verdund. Eventueel voegt men nog eenige riende procenten fixateur toe, waartoe men een. reukeloozen harsfixateur kan gebrualteD of mekkabalsem, ambratinctuur, muscustinctuur of benzoetinctuur.

I?e eau de cologne blijft dan nog e_auge weken rustig staan en wordt ~ gewoonlijk geheel helder, Indien !bet dan wordt ze gefiltreerd.

De eischen die men aan een goede scheerzeep stelt ziin velerlei. Bovendien speelt de persoonlijke smaak hierbij een groote rol. De menschelijke huid is dikwijls %00 gevoelig, dat kleine verschillen in overigeus zeer goede zeepen onaangenaam ondervonden worden. De zeepcrernes bevatten in het algerneen:

Zeep 40 dl

Water 50 dl

Glycerine 10 dl

De glycerine houdt het schuim

langer vochtig: een te vlug opdrogend schuim zou het scheren biina onmogelijk maken.

Voor het vlugge inzeepen moet de zeep zeer gernakkelijk oplosbaar zijn, Hierdoor wordt het schuim echter door eventueel nieuw toegevoegd water te gernakkelijk opgelost, Hier moet men dus een mengsel van goed oplosbare en rninder oplosbare zeep kiezen. Tot de vetten, die een gernakkeliik oplosbare en sterk schuimende zeep geven, behooren cocosvet en palmolie. Ze maken het mogeliik zich met koud water te scheren, prikkelen echter de huid vrij sterk. In het algerneen neernt men merom niet rneer dan 10 tot 15 % van deze verten. Verder neemt men vetten als rundvet en stearine. Voor een zeer taai schuirn voegt men groote hoeveelheden beheenzuur toe.

De consistentie van de creme hangt niet alleen van de hoeveelheid water af, doch voornamelijk van de juiste verhouding tusschen de kali- en natronloog. Men mag vooral niet te veel natronloog nernen, daar de zeep dan re hard en brokkelig wordt.

De natronloog wordt gewoonlijk tot ten sterkte van 200 Be opgelost en de kaliloog tot een sterkte van 35° Be.

Type .recept VOOl' scheercreme.

Cocos vet Rundvet Stearinezuur

N atriumh ydroxyde

9 dl 3 dl 28 dl I dl

88

MENGEN EN ROEREN

SCHOONHEIDSMIDDELEN EN DROGER! lEN

Kaliumhydroxyde 7 dJ

Glycerine 10 dl

Water 45 dl

De vetten worden met de glycerine

samengesmolten en dan met de natronloog verzeept. De rest van het vet wordt nu met de beUt van de totale hoeveelheid kaliloog volledig verzeept. Het stearinezuur wordt nu gesmolten en nadat men de rest van de loog toegevoegd heeft, voegt men zooveel stearmezuur toe, dat de zeep geheel neutraal is. Dan voegt men nog een wemig stearinezuur toe, zoodat de zeep zwak zuur wordt. Hiertoe neemt men gewoonlijk 3 % stearinezuur,

In de hitte is deze zeep tamelijk dik.

Men kan ze ook dunner houden, zoodat ze gemakkelijker geroerd kan worden, door met een groote overmaat stearinezuur te werken. Bij bet afkoelen wordt bet zuur dan met de berekende hoeveelheid loog geneutraliseerd, te rekenen met een klein overschot aan zuur,

Vaste scheereeep.

Stearinezuur 40 dl

Cocosvet 10 dl

Kaliloog 38° Be 23 dl

NatronJoog 380 Be 6 dl

Glycolstearaat 4 dl

De vetten worden bij 70° C ver-

zeepr. Daar de reactie tamelijk vlug verloopt kan men de loog in een vlot tem,po toevoegen.

Bij de heete zeepmassa voegt men dan het gIycolstearaat en laat de g_eheele Massa eenige urea staan, De zeep blijft door verder verloopend verzeepmgsproces warm en moet ieder uur geroerd worden.

De harde doch kIeverige zeep moet nu nog gedroogd worden, in den gewenschten vorrn geperst en in zilverpapier verpakt.

Scheercreme zonder schuim.

Stearinezuur Lanoline (watervrij)

50 dl 9 dJ

Glycerine 3 dl
T riaethanolarnine 1,5 dl
Borax 1,7 dJ
Water 135 dl
of:
Stearine 40 dl
Lanoline 7 dl
Paraffine-olie 18 dl
Glycerine 3 dl
T riaetbanolamine 3,3 dl
Borax 3,7 dl
Water 125 dl Glycerine Alcohol Water

Parfum naar believen.

Het menthol wordt eerst in alcohol

opgdost, het boorzuur en de glycerine in het water. Hierna mengt men de oplossingen, parfumeert en voegt eventueel iets kleurstof toe.

ISO g 2500 gl 2-4

Aluinsteen.

Het stearinezuur wordt met de andere vetten of olie samengesmolten. Men verhit tot ongeveer 70Q C. De andere bestanddeelen worden in het water opgelost en tot koken verhit. In de kokende oplossing giet men dan onder goed roeren het gesmolten vetmengsel. Men moot zoo lan~ roeren tot de Massa een volkomea geli)kmatige emulsie vormt. Onder het afkoeJen voegt men dan het parfum toe. Van tijd tot tijd roert men voorzichtig door.

Het eerste recept levert een creme met paarlernoerachtigen glans, die vooral voor een vette huid geschikt is. Het tweede recept Ievert een dikkere creme, die door personen met een droge huid gebruikt kan worden. Beide ~me's vormen zeer gemakkeJijk een gladde wg op bet gezicht en hebben een verzachtend na-effect. Heide ziin zeer gemakkeIijk at te wasschen.

100 g kaliurnaluin wordt voorzichtig lesmolten. Het schuim worde weggenomen, terwijl men oververhitting zorgvuldig vermijdt, Hiernaast wrijft men 5 g fiin kriit met ~ g glycerine toe ten gelijkmatige pasta en mengt dit met de gesmolten aluin. De massa wordt hiema in een ingevetten vorm geeoten. De aluinsteen kan geheel wit en ondoorschiinend gemaakt worden door meer kriir toe te voegen.

Voor het verkrijgen van geheeJ doorschiineuden aluinsteen smelt men de kaliumaluin weer zeer voorzichtig en voegt 5 % glycerine en water toe tot de smelt geheel doorzichtig is. De mas5a wordt dan weer in ingevette vormen gegoten.

De steenen verkriigen een glad oppervl~ door met een natten doek af te WflJven.

Vloeibare scheercrfnne.

Bloedstelpend poeder,

AntUcptisch en bloedstelpend is een m.engsei van so % talcum en 50 % phtaIylperoxyde. Het peroxyde kan tot 40 % phtaalzuur bevatten, dat in dit geval als stabilisator werkt.

Stearinezuur

T riaethanolamine Water

200 dl 10 dl 800 dJ

of iets dikker:

Stearinezuur Triaethanolamine Watervrije soda Water

200 dl 10 dl 10 dl 800 dl

NlIl'dlak.

Ben nagellak moet in de eerste plaats leer gemillelijk op te strijken ~jn. Het is duidelijk, dat men bij een dame ,een bijzondere vaardigheid in het lakUn un verlangen. De consistentie fttJ. de lak moet dus zoodanig geregeld

Gezichtswater voor na het scberen.

Menthol Boorzuur

10 g 75 g

worden, dar men een vrij groote hoeveelheid lak op kan brengen, die vlug tot een absoluut gladde laag uitvloeit.

De droogtiid rnoet zoodanig zijn, dat wanneer de vingers van de tweede hand gereed zijn, de lak op de eerste hand reeds droog is. Dit maakt het mogeIijk, dat men voor het bereiken van een zoo fraai mogelijk resultaat de nagels twee keer met de lak bestrijkt,

De droge lak moet natuurlijk geheel strak opdrogen zoader pukkeItjes en zonder penseelstreken. Verder moet de 13k ongeveer 5 tot 7 dagen ziin glans behouden en in dien tijd ook niet afbladeren of scheuren.

De nitrocellulose komt in een zeer groot aantaI soorten in den handel. Voor nageJlakken neemt men in het algerneen de nitrocellulose, die de me est dunvloeibare oplossingen levert. Deze soort collodium, de l/,-sec nitrocellulose, wordt gemaakt in twee ondersoorten, waarvan de een normaal oplosbaar is in de oplosmiddelen als aceton, butylacetaat, arnylacetaat, enz. De andere soort is speciaal in alcohol, dus oak in onze gewone spiritus goed oplosbaar. De laklagen van deze 500rt ziin echter in het aIgemeen niet zoo sterk als van de normaal oplosbare nitrocellulose. Voor nageliakken neemt men dus in het algerneen de normale 5OOrt.

De meest gebruikte oplosmiddelen zijn: aethylacetaat, absolute alcohol, butylacetaat, butylalcohol, amylacetaat, glycolaethers en acetonolie, De oplosmiddelen die men gewoonlijk voor het versnijden gebruikt, bv. benzol, toluol en benzine, worden voor nagellakken beter Diet gebruikt.

De sarnenstelling van het oplosmiddelmengsel moet zoodanig gekozen worden, dat de lak onder aile omstandigheden geheel helder en doorschijnend opdroogt. Bovendien moet het de toevoegingen aan hars ook tot het geheel doordrogen in oplossing houden, In het aJgemeen neemt men ongeveer 50 % oplosmiddel met een kookpunt onder 100° C, opdat de Jak voldoende vlug droogt. Men vermiidt

90

------

MENGEN EN ROEREN

----

een teveel aan vluchtige oplosmiddelen, daar de lak dan bij vochtig weer een nerging heeft wit op te drogen. Om geheel zeker te zijn voegt men in het aIgemeen dan nog een bepaald percentage zeer hoog kokende oplosmiddelen toe. De hiervoor gebruikte glycolaethers hebben bovendien nog de eigenschap sporen water, die eventueel in de lak aanwezig zijn, bij het verdampen mede te nemen.

Daar nitrocellulose alleen te hard en te broos opdroogt, voegt men aan de lak een kleine hoeveelheid van een stof .toe, .. die de nitrocellulose oplost en hierbij zachter en elastischer maakt, ~en gebruikt hiervoor by. ricinusolie, tnCfesylphosphaat, dibutylphtalaat, butvlstearaat en karnfer. Voor nagellak geeft dibutylphtalaar in het algemeen het beste resultaat.

T er verhooging van den glans voegt men harsen toe. Hier heeft men de keuze tusschen natuurliike harsen, die in het algerneen hiervoor extra voorbehandeld rnoeten worden, en de nieuwe synthetische harsen, die on~jddellijk voor het gebruik gereed ZI)O. De harsen worden te voren atzonderliik opgelost in het geschikte oplosmiddel.

Het mengen der bestanddeelen geschiedt her beste in glazen, geernailleerde of vertinde apparaten.

Recept no. I.

If2-sec collodium 24 dl

Aethylacetaat 25 dl

Butylalcohol 5 dl

Toluol 48 dI

Damrnaroplossing 19 dl

Acthylglycolacetaat 4 dl

Dibutylphtalaat .2 dl

Tricresylphosphaat 2 dJ

Butylacetaat 25 dl

De damrnaroplossing wordt ge-

rnaakt door 4 kg darnmarhars in 31/1 I van een mengsel op te lessen dar bestaat uit: 15 % aethylacetaat, 15 % aceton en 70 % benzol. Hierna voegt men ~"/2 1 methylalcohol toe. Een deel van de hars, de wasachtige bestanddeelen, wordt dan neergeslagen, De oplossing laat men eenigen tijd staan

en giet dan de heldere oplossing voorzichtig af.

Recept no. 2. Droge in alcohol

oplosbare collodium 12 dl

Schellak I dl

Ricinusolie I dl

Aethylalcohol 50 dl

Aethylacetaat 20 dl

Butylalcohol 5 dI

Amylalcohol 6 dl

Aceronolie 5 dl

Voor het k1euren zijn speciale kleur-

stoffen in den handel.

Neusverkoudhetd (vleeistof ter verstulvtng tegen =).

Paraffine-olie Menthol Karnfer Eucalyptol

Paraffine-olie Ephedrine

of:

99 dl 1/4 dl 1/4 dl l/t dl

99 dl

I d1

GorgeIoplossinl' tegen keelpijn.

F errichloride-oplossing Alcohol· Kaliumchloraat

Water

30 dl 30 dl 60 d]

tot 250 dl

Antisepttsche inhaleervloeistof.

Eucal yptol 20 dl

Menthol 9 dJ

Rosmariinolie 10 dl

Dennenaaldenolie 10 dl

Lavendelolie 3 dl

Rozenolie (kunstm.) 2 dl

Brillantgroen een spoor

Alcohol tot 100 dl

Het menthol wordt eerst in de

aethcrische olien opgelosr. Bij het mengsel voegt men dan zuiveren alcohol en alcoholische oplossing van brillantgreen tot het totale volume 100 dl bedraagt en de vloeistof lichtgroen gekleurd is.

SCHOONHEIDSMIDDELEN EN DROGERIIEN

91

Kiespjindruppels,

Beukenteercreosoot 15 dl

Kruidnagelolie 30 dl

Kaneelolie 20 dl

Chloroform 30 dl

Aethylaminobenzoaat 5 dJ

De olien worden eerst met de creo-

soot gemengd; hierna voegt men het aethylaminobenzoaat toe en roert tot alles opgelost is.

Kauwgummi tegen kiespijn.

Bijenwas 60 dJ

Venetiaansche terpentijn 10 dl

Gomrnastik in poeder 10 dl

Aethylarninobenzoaat 5 dl

Drakenbloedhars 10 dl

Kruidnagelolie 5 dl

De biienwas en de terpentijn wor-

den eerst samengesrnolten. Hierna voegt men de mastik toe en roert tot alles opgeJost is. Hierna voegt men het aethylaminobenzoaat en tenslotte bet drakenbloed en de kruidnagelolie toe. De massa wordt tot stiften gegoten.

(Het beste kiespijnmiddel is 03- tuurliik zoo vIug rnogelijk naar den tandarts gaan.)

Tandpasta,

Glycerine 410 dl

Water 370 dl

Calciumchloride 15 dl

Tragacanth in poed.er 20 dl

Med. zeep 150 dl

Geprec. krijt 820 dl

Saccharine 2 dl

Pepermuntolie 20 dl

De glycerine wordt met bet traga-

canthpoeder gernengd, het calciumchloride wordt in het water opgelost en beide worden gemengd. Het mengsel lut men nu zoolang staan tot de tragacanth opgelost is. De droge stoffen !V0rden nu gemengd en fijn gezeefd indien ze niet geheel vrij ziin van grove en scherpe bestanddeelen. In het algemeen neemt men voor tand-

pasta de fijnste rnaterialen. De droge stoffen worden hierna met de oplossing gekneed tot de pasta de gewenschte consist en tie heeft. Het is aan te bevelen de pasta met behulp van een verf- of zalfmolen uiterst fijn re malen.

Znre tandpasta.

GI ycerine 2000 dl

Smaakstoffen 96 dl

Zuuroplossing 640 dl

Benzoezuur 8 dl

Calciurnchloride 24 dl

Cerelose 400 dl

Tragacanth in poeder 64 dl

Karachigorn 72 dl

Calciumsulfaat 3040 dl

Tricalciumphosphaat 904 dl

De zuuroplossing bestaat uit 5 dl

citroenzuur, 5 dJ boorzuur en 5 dl wijnsteenzuur opgelost in 100 dl koud water.

De srnaakstoffen kunnen bestaan uit: 8 dl pepermuntolie, I dl Amerikaansche Spearmintolie, 0,3 dl menthol en 0,4 dl kaneelolie.

Tandpaata zonder zeep.

Glycerine 300 dl

Karachigorn 3 dl

Tragacanth 3 dl

Glycolstearaat 30 dl

Calciumsulfaat 400 dl

Tricalciumphosphaat 50 dl

Water 270 dl

Saccharine I dl

Benzoezuur 10 dl

Smaakstoffen S dl

De gommen worden met de glyce-

rine gemengd en hieraan de oplosbare stoffen in water opgelost roegevoegd. Deze oplossing giet men onder goed roeren bij het gesrnolten glycolstearaar. Hierna wordt het droge poeder met de oplossing sarnengekneed bij onfeveer 60° C en na afkoelen tot 30 C voegt men de smaakstoffen toe. Ter verbetering is het steeds aan te bevelen de pasta in een vert- of zalfmolen zoo fijn mogeliik te malen. Deze pasta wordt in de tube niet hard.

MENGEN EN ROEREN

SCHOONHEIDSM/DDELEN EN DROGER/jEN

Liniment.

92

Tandpoeder-, Recept no. I.

Titaandioxyde (titaanwit) 115 dl

Geprec, kriit 600 dl

Med. zeep 100 dl

Natriumcarbonaat (I aq) 140 dl Wintergroenolie I~ dl De olie wordt met iets krijt fiin

gewreven en dan met de rest gemengd.

Recept nQ.2.

Geprecipiteerd krijt 500 dl

Tricalciumphosphaat 150 dl

Calciumchloride 20 dl

Natriumbicarbonaat 50 dl

Medicinale zeep 55 dl

Suiker (poeder) 100 dl

Smaakstoffen 8 dl

Beide poeders worden na het mengen

gezeefd.

Mapesia ~andpoeder

Magnesi umcarboaaar Magnesiumh ydrox yde Geprec, kriit Wintcrgroenolie

Eucal yptusolie Saccharine

150 dl 600 dl 250 dl

8 dl 3 dl I dl

Mond .desinfecteermiddeI.

Kaliumiodide Jodium

Glycerine Zink-phenolsulfonaat

Water ~5 dl

Il dl 20 dl 25 dl 15 dl

of meer.

Mondwater.

Bcnzotzuur Boorzuur

Borax

Alcohol Euca1yptusolie Tijmolie Wintergroenolie Caramelkleu rsel Water

Het boorzuur en

45 dl 90 dl 45 dl

600dl 10 d1

3 dl

6 dl aaar wensch 1000 dl de borax worden

eerst in heet water opgelost. Het benzoezuur wordt in de helft van den alcohol opgelost en de aetherische olien in de andere helft. De oplossingen worden dan gemengd. Naar wensch kan men nog mete water toevoegen: de prijs wordt dan per liter wei lager I men meet echter een overeenkomstig grootere hoeveelheid voor een mondspoeling gebruiken.

Boorzuur I dl

Aceton 5 dl

Resorcine 10 dl

De pijnlijke plekken worden hier-

mede ingesmeerd, Na het opdrogen worden de kousen pas aangetrokken.

In bet algemeen is een behandeling met verschillende zalven zeer geschikt. Hiertoe kan men nemen: vaseline met 10 % aethylaminobenzoaat, kamferphenol van ieder I %, of nupharin I %. De zalf moet met verbandgaas bedekt worden.

Mondwater.

Benzoezuur 12 dl

Ratanhiatinctuur 60 dl

Alcohol 400 dl

Pepermuntolie 3 d!

Voor bet gebruik neemt men ten

theelepel vol op een half glas water.

Poeder voor de voeten.

Zinbtearaat 60dl
AJuminiUImtearaat 10 dl
Menthol III dl
of:
Talcum roo dl
ViolenworteJpoeder 3 dl
Looibastpoeder 3 dl
Boorzuur 10 dl
Salicylzuur ~ dJ
of:
Talcum 150 dl
Zinkperoxyde 20 dl
Natnumperboraat 30 dl Alkalisch mondwater.

Kaliurnbicarbonaat 2IO dl

Borax 200 dl

Sassefrasolie 9 dl

Thymol 4 d.J

Eucalyptol 8 dl

Meth ylsalicylaat 5 dl

Orseille zo dl

AJcohol 350 dl

Glycerine IIOO dl

Magnesiumcarbonaat 100 dl

Water 8000 dl

Meng bet kaliumbicarbonaat en de

borax met 1000 dl water. Wanneer het opbruisen opgehouden heeft voegt men nog 5000 dl water toe en mengt de oplossing met de alcoholische oplossing van de aetherische olien. De orseilletinctuur en de rest van het water worden nu aan het magnesiumcarbonaat toegevoegd, waarna men het mengsel 48 uur laat staan, waarbij het van tijd tot tijd geschud wordt. Tenslotte wordt het mondwater gefiltreerd.

Vloelatof teren zweetvoeten.

Mierel1%u ur Chloraalb ydraat Alcohol

4 dl 4dJ g2 dl

I dl 24dJ 24 dl 50 dl

100 dl

of:

Boonuur Borax Salicylzuur Glycerine Alcohol

Zalf teren hooikoorb.

Lanoline

Ge1e vaseline Aetbybminobenzoaat Menthol Adrenaiine-oplossing

I : 1000 Gedest. water

50 dl ~5 dl 5 dl II. dl

2d.J 23 dl

Middel teren voetpijn.

Basisch fuchsine Water

Phenol (carbolzuur)

93

Kamferolie Laurierolie

Spaansche peper-extract Aethylaminobenzoaat Kamfer in poeder Rosmariinolie Chloroform

Mosterdolie

74 dl 10 dl 5 dl 2 dJ 2 dl 2 dl 5 dl

1/. dl

Liniment (wlt).

Kamferolie 25 dl

L.mettewas U of

triaethanolaminestearaat 10 dl

Glycerine 15 dl

Water So tot roo dl

De emulgator wordt met een deel

van het water opgelost. Hiema voegt men de olie onder goed roeren toe, tenslotte de glycerine en de rest van het water. Men roert of slaat bet mengsel tot het geheel gelijkmatig is.

In dit liniment kan men ook ammoniumlinoleaat als emulgator gebruiken. Naast de kamferolie voegt men veelal ook een deel terpentijnolie toe en ter verzachting een vette olie, by. oliifolie. Het liniment wordt eventueel met eenige procenten ammoniak %Wak alkalisch gemaakt.

Linime.nt teren spierpijn.

Oliifolie 60 dl

Mtthylsalicylaat 30 dl

Borstinlmee,.zalf.

Gele vaseline 450 dl

Paraffine 30 dl

Eucalyptusolie 60 dl

Menthol 15 dl

Kaneelolie 4 dl

Terpentijnolie 15 dl

Carbolzuur 4 dl

Brandzalf.

Picrinezuur Aethylaminobenzoaat (anaesthesine)

80 dl

120 dl

MENGEN EN ROEREN

94

Olijfolie 400 dl

Kalkwater 400 dl

Lanoline (watervrij) 2000 d1

Vaseline 1000 dl

Het picrinezuur en het aethylamino-

benzoaat worden met de olijfolie fijngewreven. Dit mengsel wordt dan met het k.alkwater tot een emulsie verwerkt. Deze emulsie wordt met de lanoline gekneed en tenslotte voegt men de vaseline toe.

Vloeistof tegen netelroos of roode hondo

Menthol

Alcohol Natriumbicarbonaat Harnameliswater Alcohol tot

2 dl 90dl 10 dl 90dl

400 dl

Aambeienzalf.

Gele vaseline 53 dl

Watervrije lanoline 30 dl

Bijenwas S dl

Anaesthesine 5 dl

Galluszuur bismuth 5 dl

Joodthymol 2 dl

De vetten en de biienwas worden

samengesmolten. De drie poeders worden gemengd en met een deel van het afgekoelde vetrnengsel fijn gewreven. Hierna voegt men Iangzarnerhand .~e rest van het vetmengsel toe en wrijft de zalf zoo lang tot ze uiterst fijn is.

PBraffineolie .emulsie.

Paraffineolie (dik-

vloeibaar) Agar-agar Witte stroop Tragacanth Acaciagom Vanilletinctu ur Citroentinctuur Kaneelolie Water tot een liter. De suiker en de agar-agar worden

500 em! :5,5 g 120 cm3 4 g

30 g

8 em' ~ em' 0,5 em'

i~ 300 em" kokend water opgelost. De fiingepoederde gommen worden met de paraffine-olie fijngewreven, waarna men hieraan de agar-agar-oplossing toevoegt. Onder goed roeren of slaan mengt men de beide oplossingen tot een fijne ernulsie. Tenslotte voegt men de smaakstoffen toe en het noodige water.

Zollten voor mtneraalwater.

Bitterzout 120 dl

Natriumsulfaat 8 dl

Ferrosulfaat 2 dl

Natriumbicarbonaat 120 dl

Kaliumbicarbonaat 40 dl

Calciurnsulfaat I d1

Ammoniumchloride 8 dl

Het zoutmengsel wordt fiin gemalen,

gezeefd en in luchrdicht afgesloten flesschen of bussen bewaard.

Karlsbed "zoot.

Lithiumcarbonaat Natriumbicarbonaat Kaliumsulfaat Natriumsulfaat Keukenzout

~ dl 361 dl 31 dl 424 dl 182 dl

Spaensch "La To;a" :rzout.

NatriurnchIoride 783 dl

Kaliumchloride 71 dl

Ca1ciumchloride 81 dl

Magnesiumchloride 16 d1

Calciumsulfaat J6 dl

Calciumbicarbonaat 19 dl

Verder spore~ van Iithiumchloride,

ammoniumchloride, strontiumsulfaat, ijzerbicarbonaat, natrium bromide en natriumarsenaat.

. ---t-

Antisepticum (welriekend).

Boorzuur Thymol Eucalyptol Methylsalicyla.at

,

SCHOONHEIDSMIDDELEN EN DROGERI lEN

Tijmolie Menthol

N atriumsalicylaat Natriumbenzoaat Alcohol

Water

0,3 cms I g

1,2 g

6 g

300 em" tot een liter

Desinf'ec1:eermiddel (type Ivsol).

Geel cresol 50 dl

Gesulfoneerde ricinusolie

(geconc.) ~5 dl

~5~pcts kaliloog 15 dl

Cresol en gesulfoneerde ricinusolie worden gemengd. Aan het mengsel voegt men zooveel van de loog roe tot her geheel tegenover phenolphta- 1eine juist neutraal is.

Antiseptische re1ei voor vrouwen.

Reapt no. I.

Water 76,85 em"

Narriumchloride 3 g

Melkzuur 2 g

Glycerine 15 g

P-duoormetaxylenol 0, r g

Oxychinolinesulfaat 0,1 g

Tragacanth 2,7~ g

Het melkzuur en bet keukenzout

worden in het water opgelost. Het cbloorxylenol en het oxychinolinesulfut worden in de warme glycerine opgelost. Hierna voegt men her traga-

. canthpoeder toe en tenslotte de waterige oplossing en roert tot bet geheel koud geworden is. De gelei heeft den volgenden dag eerst de juiste coasistentie, die met de hoeveelheid glycerine naar wensch geregeld kan worden.

RtCept no. 2.

Tragacanth 80 g

Boorzuur 55 g

Water rzoo cm3

Glycerine 60 cm3

Me1kzuur 13 em"

Het boorzuur wordt in :')00 ems

kokend water opgelost, de tragacanth lost men in de rest van bet water op. Seide oplossingen worden gemengd en

95

-- --- ---.---

de andere bestanddeelen worden hierna toegevoegd.

Antiseptische vagina =ge)ei.

Tragacanth Glycerine Water Boorzuur

6 dl 10 dl 100 dl 5 dl

Vlugzout.

Carbolzuur I dl

Menthol I dJ

lCamIer ~ dt

21fa-pets jodiumopl. I dl

Dennenolie I dl

Eucalyptusolie I dl

Sterke ammoniak 3 dl

Ammoniumcarbonaat go dI

Men vult de flesch met het ammo-

niumcarbonaat. Hierop giet men dan de arnmoniak en eerst dan de andere bestanddeelen, die men eerst gemengd heeft.

Mirrainezalf.

10 dl biienwas worden met 46 dl watervriie lanoline samengesmo1ten en met 180 dl water tot een zalf gekneed. De zalf wordt gemengd met 15 dl menthol, 16 dl methylsalicylaar en 2 dl rosmarijnolie en gekneed tot homogeen.

Of: men lost ~ dl menthol op in 6,') dl aethylacetaat ena.adl absolurenalcobol. Men voegt 1,85 dl sterke amrnoniak toe en verwerkt de oplossing met 4~ dl watervriie lanoline en 36,5 dl witte vaseline tot een gelijkmarige zalf. Geparfumeerd wordt met 0,5 dl lavendelolie en I dl eau de cologne-essence.

Migralnestift.

Men smelt 70 dl stearinezuur met 30 dl menthol samen op een waterbad en giet de massa in vorrnen.

Mentholstlft.

MENGEN EN ROEREN

------------- -------------_ ....

100 dl menthol, 10 dl benzoezuur en 3 dl eucalyptusolie worden samen gesmolten en in vormen gegoten.

Kunstmatige vasellue.

Ceresine of paraffine Paraffine-olie

Wrattenmiddel.

Salicylzuur Ijsazijn

2dl 20 dl

of:

Trichloorazijnzuur 90 dJ

Water 10 dl

(Voorzichtig, somrnige person en zijn

overgevoelig tegenover dit preparaat.)

Pine .oil.desinfecteermlddel.

Natronloog (25-Pcts) 200 dl

Colophonium (donker) 400 dl

Pine-oil 1000 dl

Het bars en de pine-oil worden

sarnen in een met stoom verwarmden ketel in kleine hoeveelheden op een waterbad tot 80° C verhit, zoolang tot de hats geheel opgelost is. Hierna Jut men de temperatuur tot 60° C dalen en giet dan onder goed roeren langzaam de natronloog bij de harsoplossing. In ongeveer een half uur moet bet verzeepen afgeloopen zijn.

Ben dergelijk preparaat kan men maken door 20 % zachte zeep met 80 % pine-oil te mengen.

Pine-oil wordt uit bepaalde soorten terpentiinolie als het hoogst kokende bestanddeel gewonnen, is lichtgeel gekleurd en vormt met water een witte emulsie. Pine-oil ruikt naar terpentijn, bezit sterk desinfecteerende eigenschappen en is volkomen onschadelijk. De bovengenoemde preparaten kunnen zeer algemeen gebruikt worden voor het afwasschen van toiletten, in een oplossing van 1 : 40. Eveneens voor het desinfecteeren van lucht door ver-

nevelen met een spuit, in schouwburgen, bioscopen, in den stal, hondenhokken en kippenhokken, enz.

Zin)(putten .ontsmettinpmiddel.

Ongebluschre kalk in poeder 10 dl

Bleekpoeder 2 dl

Potasch 2 dl

Het mengsel vernietigt en desodo-

riseert tevens alle excrementen.

Lucht :ontsmettinpmiddel voor schouwbu!,¥cn,. enz.

Dennenaaldenolie 2 dJ

Formaline 40 % 2 dI

Aceton 6 dl

Isopropylalcohol 10 dl

Van het mengsel lost men 50 g in

een liter water op en verstuift deze oplossing,

10 het recept Jean men de dennenaaldenolie gedeelteliik door andere aetherische oli~ vervangen, by. bergdenolie, citroenolie, jeneverbesolie, bergamotolie, neroli-olie eo rosmarijnolie. Voor den isopropylalcohol tan men gewonen aethylalcohol nemen.

Een goedkooper preparaat verkrijgt men door de werkzame bestanddeelen in ten zeepoplossing te emulgeeren :

Oliezure kalizeep ao dl

Spiritus 20 dl

Formaldehyde 10 dl

Mtngsel van aetherische

olien 50 dl

Droge luchtreinirer.

Nap htali ne Kunstkamfer Paradichloorbenzol Eucalyptusolie

500 dl 50 dl 50 dl 20 dI

Rcukkaa rsi ea.

Houtskoclpoeder Cascarillabast Siambenzoe Salpeter

6~ dl 17 dl 15 dl

6dJ

SCHOONHEIDSMIDDELEN EN DROGERI lEN

De stoffen worden in fiinen poedervorrn gemengd, waarna men 10 tot 15 % van een rnengsel van aetherische olien roevoegt. Hiervoor kan men patchouh, sande1houtoJie, cassiaolie, vetiverohe en andere gebruiken. Ais bindmiddel neernt men zoo weinig mogelijk van een arabische-gomoplossing, perst in den gewenschten vorm en laat drogen,

Sproeimiddel tegen vlregen.

Men weekt 500 g pyrethrum in 4 1 gezuiverde petroleum. Na 24 uur perst men de vloeistof af en filtreertHierna voegt men go cm3 methylsalicyla.at toe als parfum.

Of: men behandelt op dezelfde wijze 240 g pyrethrum met 21 gezuiverde petroleum en 21 white spirit en voegt na het filtreeren 30 g naphtaline toe.

Mottenmlddel.

Aethyleendichloride T etrachloorkoolstof Paradicbloorbenzol Diglycololeaat

of:

Nattium-aluminiumsilicofl uoride Water

74 dl 15 dl 10 d1

1 dl

1,5 dl g8,5 dl of in poedervorm:

Paranitto-ch100rbenzol 10-20 dl Paradichloorbenzol 9Q-80 dl

Knaagdierglf.

Strychnine [zeer gevaarliik gif) Saccharine

Bloem

os> dl 0,15 dl 98,50 <11

of:

Strychnine (zeer ge-

vaarlijk gif) Anijsolie Suiker

Bloem

0,35 d1 0,15 dl 20,50 dl 79,00 dl

Mengen en Roeten

97

Verdelgingsmiddel voor ratten.

(Niet giftir.)

Gips 100 dJ

Rijstrneel 300 dl

Het mengsel moet goed gedroogd

en moet luchtdicht bewaard worden.

Mulzengif.

Bariumcarbonaat 100 dI

Havermeel 300 dl

Saccharine 1 dl

Het mengsel wordt met weinig

water tot een stijf deeg aangemaakt en in cen bakoven gedroogd.

Middel tegen wandluinn.

Cresol

p- Dichloorbenzol Petroleum

3 dl 13 dl 60 dl

Middel tegen Bchietmotten.

Arseni cum (zeer gevaarlijk gif)

Bloem

Met water maken.

30 dl 300 dl tot een stijf deeg aan-

Middel te,en wandluizen.

Lysol

T etrachloorkoolstof Petroleum

5 d1 70 d1 25 dl

Stroolpoeder tegen kakkerlakkeD.

Boraxpoeder Bloem Cacaopoeder

4 dl 2 dl I dl

of:

Boraxpoeder 50 dl

~kgroen 50 dl

Suiker 250 dl

Bloem 250 dl

Het poeder wordt gestrooid waar

men het ongedierte verwacht en in

7

MENGEN EN ROEREN

ACHTSTE HOOFDSTUK.

de buurt worden natte lappen neergelegd.

Fluorkalium Kiezelgoer Keukenzout Bloem

Of:

20 dl 10 dl 5 dl 20 dl

Vlierenlijm.

liars 56 d1

Dikke smeerolie 40 dl

Deze worden eerst gesmolten tot

opgelost, men Iaat iets afkoelen en mengt onder goed roeren met:

Glycerine 21/1 dl

Honing 11/1 dl

Documenteninkt.

INKT, DOORSLAGPAPIER, KRIJT, ENZ.

Roode schrijfinkt.

Looizuur 7,7 g

Tannine 234 g

Ferrosulfaat 30,0 g

Zoutzuur 10 % 25,0 g

Carbolzuur 1,0 g

Oplosbaar blauw 3,5 g

Water tot I I (bii voorkeur ge-

destilleerd water of regenwater).

De blauwe anilinekleurstof moet Jpeciaal voor bet maken van inkt gesChikt ziin, daar vele kleurstoffen door het looizuur neergeslagen worden.

De tannine en het looizuur worden eerst in ongeveer 400 em" water bii 50° C opgelost, Het ferrosulfaat wordt in aoo cm3 warm water opgelost; aan de oplossing voegt men nu het zoutzuur toe. De kleurstof wordt in verdere aoo em' warm water opgelost. De drie oplossingen worden nu gemengd en het carbolzuur toegevoegd. Men Un nog een kleine hoeveelheid van een Arabische-gomoplossing toeYOqen, waardoor de inkt beter uit de pen vloeit.

De inkt meet in luchtdicht gesloten flaachen bewaard worden en blijft dan jaren lang goed zonder een neer:N.!' te zetten. Door de hoeveelheid

. eblauw te verhoogen tot ongeveer 7 a 10 g per I kan de inkt als copieuinkt gebruikt worden.

Schrijflnkt.

Tann.ine ~ur Perrosulfaat ZouUuur 10 % Carbohuur Qplasbaar blauw Ged.estiU. water

II,7 g 3,8 g 15,0 g u,5 g 1,0 g 3,5 g tot een liter

Eosine Arabische gom Carbolzuur Water

30 g 30 g 15 g

3500 g

Blauwe scbrijfinkt.

Naphtol blauw-zwart Arabische gom

Carbolzuur Water

30 g 15 g 7 g 3500 g

Helderblauwe schrljfinkt.

Methyleenblauw Carbolzuur Water

150 g 15 g ~1/. 1

Zwarte schrijfinkt.

Nigrosine 150 g

Carbolzuur 15 g

Water :J,l/, 1

Met behulp van de in water oplos-

bare anilinekleurstoffen kan men, zooals we uit de hierboven genoemde voorbeeldeu kunnen zien, schrijfween van iedere gewenschte kleur maken. In het algemeen voegt men behalve iets carbolzuur ook tot 10 g Arabische gom per 1 toe. Het is duidelijk, dat de echtheid van een dergelijken inkt, die Diet anders dan een kleurstofoplossing is, geheel van de lichtechtheid van de gebruikte kleurstof afhangt. Hiertegenover staat de documenteninkt, en ook de notmale iizer-schrijfinkt, die in de vezel van het papier een onoplosbare chemische verbinding doen ontstaan,

100

MENGEN EN ROEREN

--_._-------

waartoe een oxydatie door de lucht noodzakeliik is. Een dergeliike inkt is natuurliik zeer moeiliik te verwiideren, terwijl de gewone aniline-inkten gemakkelijk weggewasschen kunnen worden.

Soms bestaat een vraag naar geconcentreerde inkten. Men kan deze maken door in de aangegeven recepten eenvoudig vee I minder water te nemen, bv. slechts het tiende deel. Het is dan mogelijk dat niet aile bestanddeelen geheel opgelost ziin: dit geschiedt dan later bii het verdunaen.

De Iijm in water laten zwellen en in zoo weinig mogelijk water oplossen, de glycerine toevoegen en de overmaat water laten verdampen.

Sternpelkussen lnkt.

Water Glycerine

Kleurstof (methylviolet, nigrosine, enz.)

Stempelkusseninkt.

Hectografeninkt.

Magenta Aziinzuur Water

Alcohol Glucose 430 B~ Glycerine

of:

120 g 120 g I I I I I I 2 1

In vroeger jaren was de hectograaf het eenige instrument waarmede men gemakkelijk en goedkoop schriftstukken kon vermenigvuldigen, Her principe is zeer eenvoudig, Het schriftstuk wordt met een inkt geschreven, die een groote overmaat opgeloste kleurstof bevat. De brief wordt dan op het gladde oppervlak van de hectografenmassa, die uit lijm of gelatine en glycerine bestaat, gedrukt. Hierbij neemt deze massa een groot deel van de kleurstof op. Door een schoon blad papier op de rnassa te drukken verkrijgt men dan een copie, Van de te gebruiken kleurstoffen levert methylviolet het grootste aantal copieen, dan volgea rhodamine, smaragdgroen en Victoriablauw.

De inkt kan bestaan uit:

Aceton Glycerine Aziinzuur 30 % Water

Dextrine Kleurstof

Spiritus 1 dl

In spiritus oplosbare aniline-

kleurstof 1-3 dl

Glycerine 4-5 dl

Vleeschstempeltnkt.

Karrnijn Ammoniak Glycerine Dextrine

16 dl 120 dl 45 d1 20 dl

of:

Onschadeliise blauwe kleur-

stof 30 d1

Dextri ne 20 dI

Glycerine 82 dl

Water 70 dl

8 dl ~o dJ 10 dl 50 dl

2 dl 10 d1

of:

Inkt veer zelfschrijvende apparaten.

Voor apparaten, die buiten opgehangen worden, moet de oplossing zooveel glycerine bevatten, dat ze in den winter niet bevriest, In het algemeen neernt men hier een rnengsel van geliike deelen glycerine en water. Voor binnenshuis is een mengsel Van 1 deel glycerine en 3 dl water vol-

Fuchsine Alcohol Glycerine Carbolzuur

30 dl 30 dl 8 dl 15 dl

Hectcgrefenmassa.

Huidlijm in poeder Water

Glycerine

2 dl I dl 4 dl

INKT, DOORSLAGPAPIER, KR1JT, ENZ.

101

doende om het drogen te verhinderen, Per I lost men dan ongeveer 10 g van een in water oplosbare anilinekleurstof op, by. rnethylviolet, methylblauw. nigrosine of Bismarckbruin.

Vingerafdrukkeninkt.

Glycerine

F errichl ori de Collotdaal zwart Aceton

112 dl 10 dl 1 dl go dl

Blallwdrukkenschrijflnkt (wit).

Natriumh ydroxyde Water

10 dl 50 dl

Blaawe merkinkt.

SchelJak Acaciagom

Borax

Water

Aruline blau w Ultramarijnblauw

20 dl 20 dl 20 dl

260 dJ 3 dl 10 dl

Watervaste inkt.

Schellak Alcohol Cresol Nigrosinebase

125 dl 225 dl 150 dl

50 dl

Sympathettsche inkt.

Men mengt een heet verzadigde ~~~ossing V3.D molybdeenzuur met een LU:1:t verzadigde oplossing van ozaalZUur en laat de ge~engde oplossing afkoelen. Het ultgekrlStaJliseerde meng~uur wordt dan weer in water opgelost en met deze oplossing kan men au op ~woo~ papier schrijven, Bij gewoon

. D.!~lcht of b~j niet te sterk daglicht IS het schrift niet te zien in het heUe zonlicht of onder een ele~trische =~p worden de geschreven letters

t snel donkerblauw. Door ver-

warmen wordt het schrift donkerbruin tot zwart,

Men maakt een oplossing van 5- 10 % cobaltchloride in gedestilleerd water. Hierrnede kan men schriiven zoodat ook na het drogen het schrift niet te zien is. Door verwarmen verschijnen de letters met een blauwgreene kleur am door het opnemen van vocht Weer te verdwijnen.

Wanneer men met een to-pets oplossing van loodacetaat schrijft, is het schrift onzichtbaar. Brengt men het schrift echter in aanraking met zwavelwaterstofgas, houdt men het blad papier bv. hoven een flesch met zwavelarnmoniurn, dan wordt het schrift donkerbruin tot zwart. Zeer snel kan men het schrift ontwikkelen door een verdunde %wavelammoniumoplossing op het papier te verstuiven.

Wanneer men met een to-pets opIossing van anunoDiumthiocyanaat schriift is het schrift onzichtbaar. Oatwikkeld met een verdunde oplossing van ferricnloride wordt het schrift helderrood,

Interessant is een "inkt" die be-

staat uit:

Lijnolie I dl

Ammoniak 20 dl

W~er 100 ill

Wanneer men met dezen inlrt schrijft

kan men na het drogen Diets zien. Het schrift kan echter zichtbaar gemaakt worden door het geheele blad papier in water te dompelen- Door het papier opnieuw te drogen verdwijnt het schrift weer.

Calqueerlnkt.

Ultramarijnblauw Mastik

Bijenwas

Vaseline

50 dl 30 dl 10 dl 10 dl

Watervaste teekenlnkt, Versche gebleekte shellak 28 g

Borax ... .' _.,-lY;':_I~j~. 7 g

Water I 1

Kleurstof 28 g

MENGEN EN ROEREN

Inkt verwijduen uit calqueerllnnen.

Terpentijn Puimsteenpoeder Vaseline Paraffine

17 dl 53 dl 14 dl 16 dl

Inkt voor 5chrllfmachineband.

Dunne smeerolie 108 d1

Peerless carbon black 30 dJ

Oliezuur 20 dJ

Kleurstof (in olie oplosbaar,

goed gernalen) 10 dl

Schablonenpapier.

Aluminiumstearaat 2 dJ

Phenol-formaldehydehars

(45-pcts oplossing) 16 d1

Chloornaphtaline 14 dl

Maiskiemenolie I 3 dJ

Drukrollen ecom positie.

Lijm 10 dl

Suiker 10 dl

Glycerine 12 dl

Vischliim 0,1 dl

of:

Lijm

MeL1sse Glycerine Rubberoplossing

of:

32 dl 12 dl 56 dl 10 dl

Lijm Glycerine Water Suiker

2 dl 3 dl 2dJ IdJ

Buigzame drukrollen.

Caselneliimoplossing Glycerine

Melasse

Clovel

10 dJ 5 dl 5 dl I dl

Carbonpapler.

Methylviolet

oplossen in:

Oliezuur

samensmelten met:

30 dJ 60 dl

Sesamolie Carnaubawas

350 d1 350 dl

Zwart carbonpapier.

Candelillawas Bijenwas Montaanwas Smeerolie

Due sarnensmelten in een verhouding dat de consistentie voldoet.

Van dit wasmengsel neemt men

75 dJ Kleurstof (zwart, in olie op-

losbaar) 10 d1

Peerless carbon black 15 dl

Het mengsel wordt beet gemalen.

Merkinkt veer de wasch.

A. Natriumhydroxyde Acaciagom

Water

1 dl 1 dl 10 dl

B. Zilvernitraat 4 dl

Acaciagom 4 dl

Roetzwart :01 dl

Water 40 dl

Het linnen wordt eerst met oplossing A bevochtigd, hierna laat men drogen. Met een veeren pen schriift men nu met oplossing B het merktee ken op de voorbehandelde plek.

Merklnkt voor de wuch.

Recept no. t , Zilverni traat Acaciagom Natriumhydroxyde Gedestilleerd water Ammoniak

Recept no s,

Zi! vernitraat Kopersulfaa t Arabische gam Natriumhydroxyde Gedestilleerd water Ammoniak

6 d! 6 dl 8dl

15 dl 8 dl

15 dl 35 dl .2Odl .20d1 80dl 50 dl

INKT, DOORSLAGPAPIER, KRIJT, ENZ_. 10_3

-----

Recept no. 3.

A. Koperchloride Nareiumchloraat Ammoniumchloride Water

85 dl 106 dl 53 dl 600 dl

B. Zoutzuuraniline 60 dl

Glycerine 30 dl

Com 20 dl

Water 130 dl

Kart voor het gebruik mengt men I dl van oplossing A met 4 dl van oplossing B. Voor bet onoplosbaar maken moet het merk met stoom behandeld worden.

Recept no, 4.

Anilinezwart 7 g

Alcohol 200 em?

Zout%uur 12 em!

Schellak 10 g

Alcohol 800 em'

Het anilinezwart wordt in de eerste

hoeveelbeid alcohol opgelost, de schelJat in de tweede hoeveelheid alcohol. Men mengt de oplossingen en voegt het zoutzuur toe.

Zwarte merklnkt.

Waterglas 40° Be 50 dl

Colophonium 25 dl

Water 25 dl

Deze worden sarnengekookt tot men

een ~elijkmatige zeep verkregen heeft, BiJ de heete zeep voegt men nu ao d1 carbon black.

Door gelijke deelen, van ieder 50, waterglas, colophonium en water te nemen en met 25 dl carbon black en 7" d1 rnineraalzwart te mengen, vukrijgt men een merltinkt in vasten vorm, die in water oplosbaar is.

Watervaste merkinkt.

RICept no. I.

Roode accaroidhars Water

Ammoniak 0,910 D~ worden samen

25 dl 70 dl

5 dl gekookt. Men

voegt lang%amerhand zooveel arnm~ niak toe tot de bars geheel opgelost IS. De heete oplossing wordt dan door een fiine zeef gegoten en met 1/1 dl zuurgroen. 3 dl nigrosine [blauwachtig), 3 dl Turksch-roodolie en 0,1 dl cresol gemengd. De inkt ~n met i~ts schellak- of case1ne-opiossIDg verdikt worden.

Recept no. :3. Cetylalcohol-ester Carnau bawas

In Yet oplosb. kleurstof Kokend water

MetBalinkt.

Ko~rsulfaat

Sterk zoutzuur Ammoni umchloride Arabische gom Roetzwart

Water

Zink .mukinkt.

Recept no. I. Koperacetaat Ammoniumch1oride Water

Roetzwart

Recept no. 2. Kopersulfaat Kaliumchloraat Water

13 dl 25 dl 0,5-3 dl 175 dl

10 dl

3~

4dJ ~ d!

10 dl

2dJ z dl 30 dl I dl

I dl I dl 36 dl

I,:zerlllnerkinkt.

Stearinepek (rniddelhard) 30 dl

Harspek 25 dl

Lichte koolteerolie 40 dl

Carbon black 5 dl

De pekken worden eerst gesmolten.

bet vuur wordt dan verwijderd en de pek met de koolteerolie verdund. Hierna voegt men het carbon black toe en zeeft door de fiine zeef.

Mimeograafopiossiog.

MENGEN EN ROEREN

Rood.

104

Poederzeep Cast. zeep Glycerine Water

240 g 1'50 g 120 g

tot 4 1

Mlmeograafinld.

Carbon black 10,5 dl

Oplosbaar violet I,J dl

Aluminiumhydraat 3,8 dl

Standolielak I, I dl

Ricinusolie 65,5 dl

Lanoline I B,o dl

Op een 4-walsverfmolen goed malen,

voor het gebruik met ricinusolie verdunnen.

Relleflnkt,

Glycerine 5 dJ

Natronwaterglas 2 dl

Water 8 dl

Een weinig roode inkt, zooveel dat

men het schrift juist kan zien. Direct na het schrijven wordt goud- of zilverpoeder op her schrift verstoven, de overmaat wordt verwijderd, Met een heet strijkijzer verwarmt men nu het papier, waardoor de letters haag komen, Men legt het papier op het heete iizer en drukt met een glad voorwerp goed aan, opdat het papier goed met het heete ijzer in aanraking komt. De juiste ternperatuur van het ijzer moet men door ervaring vinden.

Boekdru kinkt.

Zwart.

Carbon black

Lith. vernis

Harsolie Cobaltsiccatief Stearinepek

Geel.

Chromaatgeel

Lith. vernis Lood-mangaansiccatief

20 dl 30 dl 30 dl 10 dl

5 dl

75 dl 25 dl 2 dl

Lit hal rood 45 dl

Lith. vernis 50 dl

Siccatief 5 dl

V oor andere kleuren kunnen andere pigmenten genomen worden. De verhouding van de hoeveelheid pigment tot de hoeveelheid vernis hangt van de soort van het pigment af en moet in het klein geprobeerd worden. In het algemeen moeten boekdrukinkten precies aan de machine en aan het werk aangepast worden.

Couranten .. deukinkt.

Zwart.

Carbon black Smeerolie Methylviolet Stearinepek

12 dl 8s dl I dl 2d1

Blauw,

Pauwblauw Zwaarspaat Lith. vernis Smeerolie

Rood.

Litholrood 12 dl

Zwaarspaat 10 dl

Smeerolie 25 dl

Lith. vernis 2S dl

Harsolie 27 dl

Terwijl bij boekdruk de liinen of

figuren, die gedrukt worden, in relief op de drukplaat liggen, is bij lithographic de druk mogeliik door het zeer speciale prepareeren van den steen of de metaalplaat. Hier nemen de fi~uren weI verf of drukinkt aan, terwiil de tusschenliggende deelen, hoewel ze op dezelfde hoogte liggen, den inkt niet aannemen. De gebruikte inkten voor de lithographie bevatten gewoonlijk de zg. lithographische vernis als bindmiddeI. Deze vernis bestaat uit een zeer dik gekookte standolie, gewoonliik van zuivere liinolie. Men vindt echter ook toevoeging van andere olien en van wassen. V oor het drogen voegt men siccatief toe, de juiste samen-

15 dl 7 dl 20 dl 58 dl

.1

II

I

------------ -----

INKT, DOORSLAGPAPIER, KRIJT, ENZ.

stelling van den inkt hangt natuurliik geheel van net 500rt werk af dat men wil rnaken.

Bij den rotatiedruk bestaat de inkt uit het pigment met een oplossing van bepaalde harsen als bindrniddel. Terwiil dus de andere soorten drukinkt, die olie bevatten, door het opnemen van zuurstof drogen, droogt rotatie-inkt alleen door het verdarnpen van het vluchtige oplosrniddel. Door dit vlugge drogen is het dan ook moge1ijk de drukmachines met een zoo groote snelheid te laten loopen. Men neernt in het algerneen 1 dl pigment, I d1 hars en I dl oplosrniddel.

Bij de fabricatie van alle inkten is het van het grootste belang, dat het pigment zoo fijn mogeliik met het bindmiddel gernalen wordt. Hiertoe ziin zware verfrnolens noodig, die de taaien inkt fiin wrijven. Tevoren wordt het pigment in zware kneeumachines grof met het bindmiddel gernengd.

G~le off5~hinkt voer blik.

Lith. vernis no. 1 Lith. vernis no. 00 Lith. vernis no. 2 Lith. vernis no. 3 Chromaatgeel Zinkwit

Offset-was

~en en dan toevoegen:

Lith. vernis no. 7

Transparant g~el.

Tartrazine lak (gee I) Lith. vernis no. 0 Cobaltsiccatief

Lith. vernis no. 00 Lood-rnangaansiccatief Paraffine

Petroleum

Vaseline

Cadmiumgeel.

Cadmiumgeel (droog) Lith. vernis no. 1 Lith. vernis no. 3

20 dl 2 dl 4 dl 2 dl

55 dl 15 dl I dl

I dl

76 dl 40 dl 3 dl I dl 6 dl'

2dl 6dl 3 dl

60 dl 16 dl 2 dl

105

Lood-mangaansiccatief 1 dl

Wasmengsel I dl

Aluminiumhydraat 4 dl

Lith. vernis no. 0 4 dl

Dekkend oranie.

Chrornaatoranie Lith. vernis no. 0 Lith. vernis no. 1 Lith. vernis no. 3 Perzisch oranie Aluminiumhydraat Li tho vernis no. 6

Transparant oranje.

Perzisch oranie Lith. vernis no. 0 Wolvet Cobaltsiccatief

Lood -rnangaansiccatief

Cil inder ~ rukmachlnereod.

Natriurn-Iitholrood Barium-litholrood Zinkwit Magnesiumcarbonaat Lith. vernis

Gekookte liinolie Lood-rnangaansiccatief Cobaltsiccatief

60 dl 12 dl 24 dl

6 dl 16 dl 26 dl 3dl

30 dl 24 dl 3 dl 2 dl I d1

I6 dl 10 dl IO dl 10 dl 40 dl

4 dl 5 dl 2d1

Labelrood.

Lith. vernis 26 dl Colophonium-minerale olie 12 dl

Pararood (donker) I2 dl

Pararood (licht) 4 dl

Aluminiumhydraat 16 dl

Wolvet 3 dl

Cobaltsiccatief 4 dl

Was 1 dl

Bariumsulfaat 20 dl

Llchtdrukblauw.

Lith. vernis Miloriblauw Schapenvet

47 dl So dl 1 dl

I06

Cellophaanblauw.

MENGEN EN ROEREN

Calque .com positie.

T eekenkrtit.

INKT, DOORSLAGPAPIER, KRIJT, ENZ.

------

Lithographlsch krijt.

-------- --------------

Lak uit lith. vernis en Alberto!

Co baltsiccatief

Biienwas (met de siccatief samengesmol ten)

Blauw pigment

Lith. vernis

Courantenzwart.

25 dJ 8 dJ

2 dl 60 dJ 5 dJ

Dikke minerale olie voor

drultinkt 33 dl

Harsolie 22 dl

Harsvernis (60 d1 smeerolie

en 40 dJ colophonium) 34 dJ

Carbon black 10 dl

ro-pcts oplossing van methyleenblauw in oliezuur I dl

Boekbindersz:wart.

Lith. vernis Copallak Cobaltsiccatief Carbon black Blauwe inkt

Offsetwas.

15 d1 25 dl 10 dl 25 dl 25 d1

Bijenwas 22 d~

Gele vaseline 20 01

Schapenvet 5 dl

Paraffine-olie 22 dl

Petroleum 10 dl

Naphta (hoog kokend) 4 dl

De wassen en vetten worden ge-

smolten, men neernt den pot van het vuur weg en verdunt dan met de oplosmiddelen.

Non .offsdwas.

Lith. vernis Zacht vet Paraffine Bijenwas

35 dl 35 dl 10 dl 20 dl

Colophonium Biienwas

Pigment of bronspoeder

100 d1 30 dl 30 dl

Zwart.

lUotin

Carbon black Roode schellak Spiritus

T erpentiinolie

Onuitwischbare merkcompositie.

Zwart. Stearinezuur Nigrosine base

Gekleurd. Cumaronhars Li tho vernis Smeerolie Cobal tsiccatief Pigment

In water oplosbare calquecompositie.

Drukverf.

Glycerine

Ara bische gom Pigment

Stuifmateriaal,

Poeder van tragacanth.

Buigzame mukinkt.

Curnaronhars Geblazen raapolie Latex

Vermiljoen

24d1 22dl 12 d1

8 dl 4 dl

De schellak wordt in de spiritus opgelost. Hierna voegt men de terpentiinolie toe, rnengt met de vaste stoffen en maalt alles in een verfmolen uiterst fiin. De massa wordt dan in vorrnen geperst en lang%aam gedroogd.

. _. Blauw.

100 dl 150 dl

100 dl 25 d1 8 dl ~}/, dl 30 dl

Harde zeep Blauw ScheJlak Spiritus Terpentiinolie

Groen.

Paraffine, smeltpunt 60° C Stearinezuur

Carnaubawas Geprecipiteerd krijt Chromaatgroen

100 dJ 4<> dl 25 d1

34dl 14 dl 12 dl

8 dl 4 dl

100 dl 10 dl 4l/2 dl 1/. d1 12 d1

Door in dit recept het chromaatgreen door andere pigmenten te vetvangen, verkrijgt men teekenkrijt van de overeenkomstige kleur. Men neemt by. 18 dl chromaatgeel, 8 dl lakrood, ar dl pararood, 2 I dl ultramarijnblauw, 10 dl Berliinsch blauw, 2S d1 gebrande ombra, 25 dl gebrande terra di Sienna of 12 dl roetzwart.

100 dl 55 dl 30 dl 45 dl

Schoolbor-denkrtjt, Geprecipiteerd krijt Kaolin

Oliezuur

Natronloog

Calqueerverf voor borduurwerk.

Curnaronhars 16 d1

Colopbonium 4 dl

Carnaubawas 4 dl

Stearinezuur 2 dl

Ultramarijnblauw 8 dl

Titaanwit 31,2 dl

Lith. vernis 8,8 d1

Het titaanwit in de vernis fijn malen.

60 dl 40 dl 5 dl 3/. dl

Het oliezuur wordt met de loog vuzeept. De zeep lost men in zooveel water OPt dat met de kaolin en bet mjt een dikke stijve massa gevormd

wordt. .

107

Natriumstearaat Bijenwas Carbon black

7 dl 6 dl I dl

30 dJ 25 dJ 20 dl 15 dl

6 dl

of:

Bijenwas Talk

Zeep Schellak Roetzwart

Het geheele mengsel wordt in een geemailleerden pot gesmolten en hoog verhit tot de massa begint te branden, Men Iaat een oogenblik branden en dooft dan met een goed sluitend deksel, Men neemt een proefie en onderzoekt of de massa voldoende elastisch is. Is dit niet het geval, dan verhit men den pot nog eens en laat de massa weer vanzelf ontbranden.

Mel'kkrJit.

Ceresine Carnaubawas Paraffine Biienwas Talk

Chromaatgroen of een ander pigment

40 dl 35 d1 20 dJ

5 d1 So dl

15 dl

Kleermakerskrijt.

Wit.

Fransch krijtwit 20 dl

Pijpaarde 20 dl

Witte rnelkzeep 6 dl

Met weinig water aanmaken, persen

en drogen.

Cui.

Krijtwit Piipaarde Gele oker Chromaatgeel Zeep (nat ron)

56 dl 20 d1 14 dl

3 dJ 36 dl

lOS

MENGEN EN ROEREN

Gekleurde potlooden.

Ammoniak 3 dl

Schellak 3 dl

Venetiaansche terpentijn I dl

Berlijnsch blauw of een

ander pigment 6 dl

Piipaarde 4 dl

Het pigment en de piipaarde worden

met water tot een fiine gladde pasta gernalen. De schellak wordt in de ammoniak opgelost en de terpentijn wordt iets voorgewarmd. Alles wordt dan sarnen gernengd in een kneedapparaat tot men een dikke stijve pasta verkregen heeft. Deze pasta wordt dan door een machine tot fiine stifren geperst en deze worden gedroogd.

,

NEGENDE HOOFDSTUK.

SMEERMIDDELEN.

De levensduur van alle wrijvend bewegende deelen hangt bijna geheel van de soort van her gebruikte srneerrniddel af. Het smeermiddel moet het directe contact tusschen de bewegende dee len verhinderen en moet dus op het oppervlak een samenhangend laagje vormen. Het is duidelijk, dat al naar de snelheid en den druk de aard van het smeermiddel geheel verschillend zal moeten zijn, Een universeel te gebruiken smeerolie of srneervet kan dus niet bestaan, de olie moet zeer nauwkeurig aan het doel aangepast worden. Vooral in de laatste jaren voegt men ook stoffen als graphiet en talcum aan smeerolie en consistenrvetten toe.

Een zeer speciale srneermethode is bij het bewerken van metalen noodig, waar groote hoeveelheden warmte vrijkomen. Hier moet het srneerrniddel niet alleen smeren, doch ook afkoelen. De olie wordt dan met een groote hoeveelheid water geernulgeerd.

Boo rolfe.

A. Oliezuur Spindelolie Natronloog 40° Be Spiritus

B. Turksch-bruinolie Spindelolie Natronloog 20° Be Spiritus

C. Harsolie Spindelolie

N .. tronloog 40° Be Isopropylalcohol

D. N a phteenzuur Oliezuur Spindelolie Natronloog 24° Be Spiritus

B. Harsolie Oliezuur

15 dl 75 dt 5'dJ 5 dl

30 dl

50 dl 10 dl 10 dJ

18 dl 74 arS dl S dl

:;j5 dl

25 dl

100 dl :;jS dl 25 dl

10 dl 10 dJ

Spindelolie NatronJoog 36° Be MethyWcohol

F. SpindeJolie

T .. llolie Kaliloog 40° Be Methylheuline

70 dl 5 dl S dl

80 dl 20 dl 8 dl

1-2 dl

Boorolie Demulsies.

Our tegenwoordig boorolie algemeen bii het draaien en fraisen gebruikt wordt en dus steeds iets van deze olie op het werktuig achterbliift, is het noodzakeliik, dat boorolie, die voor due doeleinden gebruikt wordt, geen stoffen bevat, die het roesten bevorderen. De vroeger veel gebruikte boorolie met amrnoniak als ernulgator deugt hiervoor in het geheel niet, daar de amrnoniakzeep het roesten bevordert. Daar de emulsie bier rondgepompt wordt en dus telkens op-

lIO

MENGEN EN ROEREN

nieuw gebruikt wordt, moet de stabiliteit van de ernulsie bijzonder goed ziin. In het algemeen komt men dan met de gewone zeep als emulgator niet meer uit. Het toevoegen van methylhexaline aan de zeep maakt de emulsie zeer stabiel. De eenigszins onaangename reuk is voor de werkplaats geen bezwaar, de prijs is echter vrij hoog.

Ben boorolie, die werkelijk aan alle eischen voldoet, kan men met triaethanolamine maken. Hier wordt dus het toegevoegde vetzuur niet met loog verzeept doch met triaethanolamine, een sterk alkalische organische stof, Deze zeepen zijn geheel reukeloos en nemen groote hoeveelheden olie op tot een zeer stabiele emulsie.

Men mengt hiertoe de srneerolie met ongeveer 10 % oliezuur en neutraliseert nu het oliezuur met triaethanola mine, waartoe ongeveer :5 % noodig is. Hierbij kan men smeerolie met een zeer goed smerend verrnogen nemen, die met andere rniddelen slechts heel rnoeiliik geemulgeerd kan worden.

Verder worden deze olien ook nog in de textielindustrie toegepast. Spatten van gewone olie zijn moeiliik te verwijderen, terwijl spat ten van de oplosbare olie met water uitgewasschen kunnen worden. Wanneer srneervet verlangd wordt, mengt men ongeveer :OlO % water met de boorolie. Men kan oplosbare vetten ook maken door de olie met 10 % stearinezuur te mengen en dan met een gelijke hoeveelheid van een 4-Pcts waterige oplossing van triaethanolamine te verzeepen.

Boorolie met hers.

Colophonium 7,5 dl

Spindelolie ao dl

Oliezuur 6 dl

Spindelolie 44 dl

Natronloog 32° Be 4 dl

Spiritus 2,1 dl

De bars wordt in de eerste portie

spindelolie opgelost door op ongeveer 100° C te verwarmen. Hierna worden

de andere bestanddeelen onder goed roeren in de aangegeven volgorde toegevoegd. Den alcohol voegt men pas toe wanneer de massa reeds afgekoeld is. Men kan de boorolie ook helder doorschiinend maken door I tot 2 % methylhexaline toe te voegen. Oit laatste product biedt het groote voordeel nagenoeg niet vluchtig te zijn.

Dreadrrekolte.
A. Harsolie 28 dl
Kaliloog 38° Be 10 dl
Spindelolie 64 d1
B. Degras 40 dl
Hars 29 dl
Harsolie 21 dl
Natronloog 40° Be 10 dl
C. Rundvet 10 dl
Spindelolie 10 dl
]apanwas 1 dl
N atronloog 400 Be 4,2 dl
Ledcrolie. Harsolie Degras Srneerolie

10 dl 10 dJ 80 dl

Olie voor het losmeken van schroeven,

Pine-oil

Geblazen raapolie Tetrachloorkoolstof Petroleum Paraffine-olie

30 dl 30 dl 10 dl

100 dl 70 dl

20 dl 70 dJ 10 dl

of:

Petroleum Spindelolie

Sec. butylalcohol

Invetolie voor ijzer.

Paraffine-olie Watervrije lanoline

90dJ 10 d1

t I

\

~

I

Porceleinvormolie.

SMEERMIDDELEN

III

Stearinezuur Ozokeriet Paraffine

Dikke srneerolie

24 dl I dl 3 dl 82 dl

A.

Consistentvet.
Vet II~ dl
Kalkhydraat I dl
Smeerolie vise. 500 bi]
40° C 870 dl
Vet 123 dl
Kalkhydraat 17 dl
Smeerolie vise, 100 bij
40° C 855 dl
Vet 205 dl
Kalkh ydraat 34 dl
Smeerolie 760 dl
Raapolie 16 dl
Oliezuur (gedest.) 4dl
Kalkhydraat 3 dl
Natronloog 40" Be 3 dl
Spindelolie 74 dl
Traan-vetzuur I2 dl
Kalkhydraat 3 dl
Smeerolie 100 dl B.

c.

D.

E.

Het vet wordt in een door stoom verwarmden ketel gesmolten, met ongeveer dezelfde hoeveelheid smeerolie gemengd en verzeept. De talk wordt hiertoe met water aangeroerd. De zeep wordt zoolang gekookt tot een klein proefie hard is. Hierna wordt de rest van de smeerolie langzamerhand toegevoegd.

De eigenschappen van het consistentvet haugen zeer sterk van het [oodgetal van het vet af en van de soort smeerolie. Bepaalde srneeroliesoorten, bv. de Roerneensche, zijn moeilijk te verwerken, vetten met een laag [oodgetal leveren hooger smeltende consistentvetten. Het roerwerk van den ute! mag niet te vlug loopen, daar het vet ontmengen kan.

Dikwijls wordt het vet met aniline-

geel iets gekleurd, soms voegt men vulstoffen als talcum en graphiet toe. In alle gevallen is het aan te bevelen het vet te egaliseeren door het door een walsenmolen fiin te malen.

Conststentvet met g'raphiet.

Fijn gernalen graphiet Talcum

Consistentvet

of:

Gemalen graphiet Cilinderolie Consistentvet

Marine .graphielvet.

Consistentvet Graphiet

Speciaal graphietvet.

Hard rundvet Donkere vaseline Gernalen graphiet

Graphletvet.

Ceresine Rundvet

Sarnensmelten, op 80° warmen en rnengen met; Graphiet

Versnelllnpbakvet.

Talk Natriumhydroxyde Cilinderolie

Water

Locomotief -con si stentvet.

Talk Natriumhydroxyde Cilinderolie

Water

2 dl 5 dl 93 dl

7dl 7 dl 86 dl

92 dl 8 dl

lO dJ Sodl 10 dl

70 dl 70 dl

C ver-

30 dl

40 dl 7 dl 45 dl 10 d1

35 dl 6,5 dl SO dl 10 d!

MENGEN EN ROEREN

--- .----

Il2

Draadvet.

Watervrije lanoline Vaseline

Kamfer

450 dl 60 dl go dl

Tuigvet.

Degras

Zware petroleum Natronloog 36° Be

30 dl 60dl 10 dl

DiHke olie.

De viscositeit, dus de dikvloeibaarheid van dierliike, plantaardige en minerale olien un men verhoogen door hierin 7 tot 10 % aethylcellulose op te Iossen. Verder gebruikt men voor dit doel de palmitaten en stearaten van aluminium.

Onoplosbare olie voor wol.

Reu%el JO-20 dl

Paraffine-olie 80-90 dl

Reukstof naar wenscb.

fletsenkritingvet.

Harsolie 12 dl

Smeerolie 25 dl

Kaliloog 10° Be I dl

Kalkhydraat 41fl dl

Deze worden op de wiize van de

consistentvetten gekook".

Hiernaast maalt men:

Graphiet 35 dl

Smeerolie 221/1 dl

en mengt deze graphietpasta met de veternulsie.

Smeermtddel in pcedervor'm.

Zinkstearaat 50 dl

Talcum 50 dl

Geweer'lcopohe.

Witte vaseline Beendervet (zuurvrii)

150 dl 50 dl

Smeer'middel voor sternpels en vorrnen.

Oliezure zeep Petroleum

I d1 5 dl

1 dl 9 dl

of:

Stearinezeep Petroleum

Ket1:ingsmeermiddel.

Loodwit 250 dl

Vlokkengraphiet 250 dl

Cilinderolie 2000 dl

Hard conslstentvet.

Hars

Machine-olie Natronloog 40" Be

9 dl 82 dl 9 di

Boven esmeerolte.

Ricinusolie, oplosbaar in srneerolie

Alcohol (met benzine gedenatureerd) Kamferolie

500 dl 350 dl 100 dL

of:

Ricinusolie, oplosbaar in

srneerolie 400 dl

Ijzercarbonyl 150 dl

Alcohol (met benzine) 300 dl

Van beide voegt men 50 cml per

10 1 benzine toe. Het laatste verhindert tevens het kloppen van den motor.

Ventielsmeermiddel.

Bariumstearaat 50 dl

Smeerolie 40 dl

Talcum 10 dl

De smeerolie verhit men met het

bariurnstearaat zoolang tot op 120° a 150° C tot alles opgelost is. Hierna mengt men het talcum.

Vast ptne eofl.

Pine-oil

T riaethanolarninelinoleaat Water

10 dl I dl 8d1

SMEERMIDDELEN

Turksch .. roodolie.

Bleeken van dierliike vetten,

Een goed bleekmiddel is kaliumperrnangaat. Men gebruikt 1'/3 tot 4 % kaliurnpermanganaat en 21/, tot 6 % zwavelzuur.

Het permanganaat wordt in de 25- voudige hoeveelheid water opgelost, het zwavelzuur verdunt men met de ro-voudige hoeveelheid water. Het vet wordt bij zoo laag mogeliike temperatuur gesmolten. Onder goed roeren voegt men nu langzamerhand de permanganaatoplossing bii het gesmolten vet en roert dan nog een half uur door. Hierna voegt men onder sterk roeren het verdunde zwavelzuur toe, en laat nog een kwartier doorroeren. T enslotte wordt het mengsel tot koken verhit en men bat zoolang koken tot bet afgescheiden bruinsteen weer geheel opgelost is. Dit duurt gewoonlijk ongeveer een uur. Dan laat men de waterige oplossing rustig bezinken en wascht het vet na het aftappen van de mangaanoplossing met schoon water goed uit.

Nu men tegenwoordig waterstofperoxyde goedkoop in hooge concentraties kan leveren wordt dit ook dikwijls toegepast voor het bleeken van vet.

Hierbij ontstaan geen vreemde stoffen en het vet behoeft nagenoeg niet uitgeW2SSchen te worden.

Ble£ken van palmolie.

De olie wordt tot 90° C verhit en met 0,01 % cobaltresiaaat gemengd, Hierna blaast men zoolang (ongeveer 2 uur) lucht door het vet tot het voldoende gebleekt is.

MUlgen Ul Roeren

-------- ..

II3

Voor het fabriceeren van gesulfoneerde olie heeft men in de eerste plaats een met lood bekleed reservoir noodig met een roerapparaat en koelbuizen, Verder moet aan den bodern een nun aangebracht zijn am de vloeistoffen af te kunnen tappen. Door de koelbuizen laat men, indien noodig, koud water stroomen, in den zomer moet men eventueel een ijsmachine aansluiten.

Ben rweede tank dient voor het bewaren van de afgewerkte zuren. Het gebruikte zwavelzuur kan Of in mandflesschen bewaard worden of het wordt in een eveneens met lood bekleede tank afgetapt.

Men doet nu ricinusolie in de tank, tot ongeveer een derde dee! van den inhoud. In een zeer dunnen straal giet men nu 20 % van het gewicht aan ricinusolie zwavelzuur van 98 % in de olie. Men moet zeer sterk roeren en door koelen rnoet men er voor zorgen, dar de temperatuur niet boven 38' C komt. Nadat al het zuur toegevoegd is laat men het roerwerk nag een half uur loopen, Hierna blijft bet mengseL 24 uur rustig staan.

Den volgenden dag voegt men DU eenzelfde volume water bij de olie, roert goed door en hat bet mengsel weer 24 uur staan, In dezen tijd scheidt de vloeistof zich nu in twee lag en, de onderste bevat de overmaat zuur, de bovenste laag is de olie. De zuuroplossing tapt men nu af en wascht de olie een keer met 15- tot zo-pcts zoutoplossing. De olie wordt tenslotte met ammoniak of met natronloog van 240 Be zoover geneutraliseerd tot de olie geheel helder is.

8

TIENDE HOOFDSTUK.

PAPIER.

De eigenschappen van papier moeten ook weer uiterst 4or~uldig aan het doel, waarvoor het gebruikt wordt! ~gepast worden. Hiertoe staan verschillende grondstoffen ter beschikking met de m~~s~ uiteenloopende eigenschappen:. DO?r de fabricatiemethode te wnzigen kan men het eindproduct bijna m het oneindige varieeren.

Houtsltip.

Groote blokken hout worden tegen draaiende slijpsteenen gehouden, het gevormde houtmeel wordt met w~ter wegt~,i.0eld. Dit proces IS dus zurver

mec isch.

Sulfiet "papierstof.

Zaagmeel of hout in kleine stukies wordt onder dr~k gekookt ~et een oplossing van zuur calciumsulfiet. Om deze oplossing te bereiden. laat m~n een oplossing van zwaveldioxyde In water door een toren over stukken kalk loopen; hierbij gaat een dee! ,;an de kalk in oplossing. De oplossing bevat dan nog 3,5 % ongebonden zwave1igwur. De bestanddeelen van het hout, die wet uit cellulose bestaan, gaan hierbii in oplossing.

Sulfaat .papierstof.

Hierbij wordt het hout onder druk met een oplossing van natriumhydroxyde en natriumsulfide gekookt. De oplossing moet ongeveer I I g soda, 90 g natriumhydroxyde en 25 g natnurnsulfide per Jiter bevatten.

Natron epaple rstof.

Het hout wordt hier onder druk gekookt met een oplossing van 6 tot 8 % natriumhydroxyde in water.

Jute.

Oud zakkenmateriaal wordt met een zwakke loogoplossing gekookt, onder gewonen of iets verhoogden druk. De oplossing bevat I tot 5 % natriumhydroxyde of 5 tot 10 ';~ kalk. Her koken duurt 4 tot 18 uur, het materiaal wordt dan uitgewasschen en tot een vczelbrij verrnalen.

Hennep en manillamateriaal worden juist als jute behandeld.

Papiersoorten.

Papier wordt gemaakt door de vezelbrij op een fijne zeef te gieten. Men zorgt er voor, dat een geliikmatig dikke Jaag op de zed blijft Jiggen. Deze vezellaag wordt nu door afpersen tusschen walsen en tenslotte door persen tusschen heete walsen gedroogd en dicht en glad gemaakt.

Voor boeken neemt men gewoonlijk sulfiet- en natronpapier; krantenpapier bestaat ,":oor 80 % . uit houtsliip; schrijfpapier kan .!out lompen gemaakt worden, gewoonlijk echter uit

PAPIER

sulfiet- of sulfiet- en natroapapierstof. Pakpapier bestaat uit sulfiet-, sulfaat-, [urepapierstof, gewoonliik uit rnengsels van verschillende soorten.

Waspapier maakt men door gewoon papier met gesmolten paraffine te impregneeren en de overmaat af te persen.

Perkamentpapier wordt gemaakt door gewoon papier korten tijd in sterk zwavelzuur te dompelen, bet zuur wordt terstond uitgewasschen. Door de vezelbrij uiterst fijn te mal en en het papier zeer sterk te kalanderen wordt het doorschijnend. Zander extra nabehandeling wordt bet als vetdicht papier gebruikt.

Papier waterdicht maken.

Men lost I dl borax in 10 dl water op en lost hierin zooveel schellak op als mogeliik is. De eventueel verdunde oplossing wordt met een zachten breeden kwast op her papier gestreken. Men kan het papier oak in de oplossing dornpelen.

Ook kan men het papier impreg-

neeren met een oplossing van:

Ammoniumcarbonaat 3 dl

Glycerine 3 dl

Gelatine 2 d.I

A_gar-agar I dl

Kaliumbichromaat .lIs dl

Water 100 dl

Na het drogen worde het papier

dun met een niet drogende olie ingewreven.

Perkamentpapier.

Men dompelt zuiver, niet of weinig gevuld en bezwaard papier in 50-pets zwavelzuur, Hierbi] moet men er voor zorgen, dat de luchtblazen die zich eventueel vormen, onmiddellijk verwi;derd worden. Het papier blijft 00- geveer 5 sec met het zuur in aanraking. Hierna wordt bet onmiddellijk in een groote boeveelheid water gedompeld om de inwerking van het zuur 00- middellijk te doen ophouden. Het

------- ---. --

115

papier wordt in stroomend water geed uitgewasschen, hierna door een verdunde ammoniakoplossing gespoeld en tenslotte weer met zuiver water goed uitgewasschen tot de laatste sporen ammoniak verdwenen ziin.

Het fraaiste perkamentachtige uiterIiik krijgt men met zeer dik papier. De duur van de inwerking hangt uitermate van de soort papier en van de dikte at en moet door proeven bepaald worden.

Onbrandbaar papler,

Ammoniumsulfaat 8 dl

Boorzuur 3 dJ

Borax It7 dl

Water 100 dJ

De oplossing wordt op 50° C ver-

warmd en bij deze temperatuur dornpelt men het papier in de oplossing. Na het drogen wordt het papier met een heet ijzer glad gestreken of het word t in een pers gedroogd,

Vetvlekken uit papier verwijderen.

Men legt het papier tusschen twee lagen schoon poreus papier op een zachte onderlaag (strijkplank) en strijkt met een matig warm strijkijzer zoo lang over de vervlek tot het vet door de beide schoone stukken papier opgezogen is. Desnoods herhaalt men de bewerking.

Calqueerpa pier.

Het is soms noodig een teekening op een gewoon vel papier over te trekken. Hiertoe maakt men dan het papier tijdelijk doorzichtig door bet met benzine in te wriiven: zoolang het pap'ier met benzine doortrokken is, blijft het doorschijnend, Indien de gewone benzine te vlug verdampt kan men de minder vluchtige lakbenzine nemen. Men moet er echter steeds voor zorgen, dat het gebruikte oplosmiddel volledig vluchdg is.

116

MENGEN EN ROEREN

Parelkleur ~eldaag.

Nadat men de teekening gecalqueerd beeft laat men de benzine verdampen. De laatste resten. vooral om den reuk, verwijdert men door overstrijken met een warmen strijkbout.

Casernelllm voor papier.

Caseine 50 dl

Water aoo dl

Borax 9 dl

Ammooiak 26° I dl

De caseine laat men een nacht in

water inweeken. De borax wordt in weinig heet water opgelost en den volgenden dag bij de caseine §evoegd. Het geheel wordt dan tot 70 C verwarmd en zoolang warm gehouden tot de castine geheel opgelost is. Hierna wordt de ammoniak toegevoegd-

Wa.emalsle voor papier.

Camaubawas 50 dl

Water 400 dl

~ep 12 dl

De zeep wordt in kokend water

opgelost. ~ de kokende zeepoplossing voegt men nu de voorgesmolten carnaubawas toe en roert tot men een gelijlunatige emulsie verkregen heeft.

Gele deklaa.r voor papin.

C~ clay

Blanc fix in pasta Chromaatgeel-pasta Talcum

Caseineliim Carnaubawas-emulsie

50 dl 50 dl

I~5 dl 12 dl go d1 32 dl

Blauwe deklaar veor paplu. Berlijo"ch-btfuwpasu.

30% Violette lakpasta 35 % Bruine lakpasta 35 % CaseInelijm Carnaubawas-emulsie Talcum

100 d1 75 d1 75 dl 65 dl ~5 dl

4 dl

China clay 50 dl

Blanc fix in pasta 50 dl

Talcum 4 dl

Ultramarijnblauw S dl

Water 30 dl

Deze worden tot een fijne pasta ge-

malen, Dan toevoegen:

Caseinelijm Carnaubawas-emulsie

Roode deklaag.

Roode lakpasta Talcum

Caseinelijm Carnaubawas-emulsie

Witte deklaeg, China clay

Water

Talcum

Caseineliim

Carnau bawas-emulsie

Wit voor hoogen glans.

100 dl 30 dl

200 dJ 4 dl 100 dl :so dJ

300 dl 150 dJ 18 dl 200 dl 100 dl

Water S20 dl

Natriumhydroxyde 3 dl

Ammoniak 2 dl

Satijnwit 440 dl

China clay 650 dl

Berst goed mengen en dan de vol-

gende oplossing toevoegen:

Water

Caseine Natriumbydroxyde T rinatriumphospbaat Borax

Ammoniak

Witte z:acbte deklaag.

Water China clay Caseine Borax Ammoniak

400 dl 100 dl 10 dl 7dl 5 dl 15 dJ

13~ dl 130 dl 14 dl 2 dl II. dl

I mltatie .perkament.

Natriumsilicaat 30 dl

Natriumsulforicinolaat 20 dl

Deze worden samen op een water-

bad verwarrnd. Hiema voegt men 30 dl kokend water toe.

Een stuk papier, dat men onmiddellijk in de oplossing dompelt, verkrijgt een perkarnentachtig uiterliik. Door het rnengsel langer te laten koken, k.an men met de oplossing papier geheel doorschijnend maken.

Verder verkrijgt men een perkamentaebtig effect, door papier in een verdunde schellakoplossing te dompelen waaraan men eenige procenten tricresylphosphaat toegevoegd heeft.

Dcorschflnend papier.

Manillacopal Alcohol Ricinusolie

100 dl 300 dl 8-12 dl

Conserveer'en van blauwdrukken.

Dun inwriiven

van:

Colophoniurn Paraffine Terpentijnolie

met een oplossing

3 g 6 g 30 g

Waterdicht papler.

Paraffine 22,5 dl Triaethanolarninestearaat 3,0 dl Water 74,5 dl De paraffine wordt gesmolten en het

stearaat wordt bij de smelt gevoegd. Het water wordt aan de kook gebracht en onder heftig roeren giet men nu de was bij het water. De emulsie laat men onder roeren afkoelen.

Het papier wordt nu aan den eenen kant, die met water in aanraking komt, met de emulsie bestreken. Het papier of het carton wordt nu vlug tot boven het smeltpunt van de gebruikte paraffine verhit. De paraffine smelt tot een samenhangend laagie binnen in

PAPIER

117

bet papier, daar het in de ernulsie aanwezige water verhindert dat de paraffine bet papier over de geheele dikte doordringt.

Vooral bij dikke voorwerpen, die van papierbrii gegoten worden, bespaart deze methode ongeveer 90 % paraffine vergeleken met bet irnpregneeren met gesmolten paraffine. Sovendien wordt de buitenkant der geimpregneerde bekers en dergeliike voorwerpen niet vettig, zoodat het voorwerp nog norrnaal bedrukt k.an worden.

Vetdicht papier.

Srijfsel 6,6 dl

Natriumhydroxyde 0,1 dl

Glycerine 2,0 dl

Suiker 0,6 dl

Water 9<>,5 dl

Natriumsalicylaat 0,2 dl

De loog wordt in het water opgelost

en de stijfsel wordt met een deel van deze oplossing aangeroerd. Men voegt nu de rest van de loogoplossing toe en verhit het geheel in een met stoom verwarmden ketel op 850 C. Het duurt ongeveer een half uur tot de stijfsel geheel opgelost is. Hierna worden de andere bestanddeelen opgelost.

In het algemeen bereikt men met twee dunne lag en van deze stiifselopJossing dar norrnaal papier geheel vetdieht wordt.

Mi meogreefpep ier ,

Benzine 1250 dl

Ozokeriet 55 dl

Oliezuur 32,5 dl

Palrnitinezuur 12,5 dl

Het dunne cellulosepapier (12 g per

vierkanren meter) wordt op een metalen plaat gelegd, die op 100° C verwarmd is. De wasopJossing brengt men met een spons dun op.

Zacht pspter,

Bijna weefselaehtig zacht kan men papier maken door het in een ro-pcts oplossing van glycerine in water te dornpelen en dan te drogen.

!IS

MENGEN EN ROEREN

Doorschijnend inpakmateriaal. Het cellophaan bestaar uit geregenereerde cellulose, dus is eigenlijk hetzelfde materiaal als de viscose-kunstziide, De fabricatie hiervan is uiterst moeilijk, In het klein kan men iets dergelijks maken door een oplossing van aethyl- of benzylcellulose, waaraan men eenige procenten dibutyJphtalaat of tricresylphosphaat toegevoegd heeft, op een schoone glasplaat uit te gieten. Het laagie trekt men dan na het drogen van de glasplaat af en men heeft een s~erk glanzende absoluut doorzichtige film verkregen, Deze 800rt glaspapier kan men kleuren door aan de oplossing

(

oplosbare anilinekleurstoffen toe te voegen.

Harslijm voor pepler.

Colophonium 100 kg

Soda II kg

Natriumbicarbonaat 5 kg

Amrnoniak 0,930 4 kg

Water 100 kg

De hars wordt met het water, de

soda en het bicarbonaat verhit en tot koken gebracht, Zoodra het mengsel kookt voegt men de ammoniak toe en beeindigt hierrnede de verzeeping. De zeepoplossing wordt eenige minuten doorgekookt,

ELFDE HOOFDSTUK.

WEEFSELS EN VEZELS.

De moderne textielindustrie kent een zoo ontzagliik groot aantal bewerkingen van vezels en weefsels, dat het absoluut onmogelijk is hiervan in een klein bestek een juiste beschrijving te geven. De vele speciale effecten worden met behulp van uiterst ingewikkelde processen verkregen. Iedere soort vezel eischt een zeer speciale behandeling bij het verven, spinnen en weven.

De voornaamste vezelstoffen, die de natuur ons biedt, zijn katoen, wol en zijde, Hiernaast is het gelukt eenige soorten kunstziide zoodanig te ontwikkelen dat ze niet alleen de natuurlijke vezelstoffen kunnen vervangen, doch hiernaast zeer speciale eigenschappen bezitten, zoodat ze geheel zelfstandige toepassingen vinden.

Het ldentificeeren van vezels,

1<. toe D

rameh

It.ol1fO

Jute

bra DO... I b .... ndea gem"kkeiljk mol bijttndta ,euk

D.tronlo~-I'------:---~----;-- brutn Aul I

.. g. I.ll! oDopl"sb.u oDopl","h .. r oooploebur onoplosbaar

.1 k.IlAd.. I Den. at" I

~Op'OUIDg Dtg. nog. • y-

swaYfl1uur I laDQJ..II.rm laogl. •• m laagz •• zn I

1.\1. I ~1 101' vlUQ or opl",boar oplosb .. , oplo.b • .,.

•• Ipetcu.n" I oDoplo.b.a, oacplceb •• , ODo;;~ •• r ollo~:baa~-·--r-()-Il-OP-la.baa--r -

k:~~::~~tg I oplooba.r I oploobaar oDopla.b •• r ODOPIOlb_aar_-:-I_o_DO_P_IO_._b ...

• nlllncsulf .. t I n~. I Dto;l. g •• 1 _ow __ -+I Dt_g_. __

aCtlOD I DOg. - -1---DO-g-. --;.---n-.-g.-----. Deg. I

-----;~-

jodl1U" <II ;",rlvebuur

oaoploeb •• r

Ilto;l-

1aDg' ..... oplo.baa,

bl ... ",

blauw

bla"w

g .. 1

gul

120

MENGEN EN ROEREN

VlICOK

<bardoDrt

Het identificeeren van vesels,

a('tta"t

"'01

tllne

Otlllakhht" me! b4tnde" .cul:

.... t.ooloog l.q. 1.38

al"al"'~ locdcploss.nq

s..,aveJtuur I.g. I.M

loue" ylug op

.".,monlakale \op<foplouIDg

ani!.Dcsulf.at

YO''''' druppels

brandeD !aoo% ... m mtt ktnmuktntltn rtuk

I """plnlbaa,

oplolb.ar

gul oDoplo.b .... r

getl oplosbau

onoploob .. r

koud oplo,baa.

neg.

Dell'.

.etton

oDoplosba.,

.. tg.

neg.

oplo.bn.

jodlum .,,' Iwavrlluur

Deg.

Deg.

.,eg.

dlpb~nylamlne eD J,W.vrlluur

blauw

neg.

neg.

Lijmen van weefsels.

Bij alle fijne weefsels neernt men hiervoor zuivere huidlijm. Zwaveldioxyde en sulfieten mogen niet, ook niet in sporen, aanwezig zijn. Daar de later bij het verven gebruikte kleurstoffen zeer gevoelig zijn mag de gebruikte liirnoplossing ook geen zuur of alkali bevatten.

Voor katoenen weefsel neemt men huidlijm of beenderlijm; het weefsel wordt steviger en voelt dikker aan. De conccntrarie van de Jijrnoplossing moet h/er aan zeer speciaJe eischen voldoen; te dun dringt de oplossing geheel in de vezel binnen en rnaakt ze te hard, te dik bliift de lijm geheel buiten op de vezel zitten en hecht niet voldoende aan de vezel. Men neemt nu een dunne liimoplossing en voegt hierna aluin toe, waardoor de oplossing dikker wordt zonder te vee! liim te bevatten. Vloerkleeden, ge-

weven be han gsel en andere zware weefsels worden gewoonlijk op deze wiize geliimd, verder ook het stroo dat voor bet maken van hoeden gebruikt wordt, Wanneer de kleur zuiver wit meet blijven wordt de lijm te voren nog gebleekt,

Bronsdruk op weefs~ls.

Voor het versieren van weefsels bedrukt men ze dikwijls met rnetaalpoeder, dus bronspoeder met heete lijm- of gelatine-oplossingen als bindmiddeJ. Bronspoeder verkrijgt men tegenwoordig in vele kleuren en het bestaat dan uit aluminium- of koperIegeeringen. De walsen, die voor bet drukken gebruikt worden, moet men met stoom verwarrnen. Het bedrukte weefsel wordt na het bedrukken terstond gedroogd.

Door het gebruik van de heete lijm-

,I II

• I

WEEFSELS EN VEZELS

121

oplossing hecht het metaalpoeder zeer sterk aan het weefsel. Toch verbetert men dit nag aanmerkeliik door het droge bedrukte weefsel tusschen zware kalanderwalsen te persen: ook de glans wordt hierdoor verhoogd.

Hoewel een groot gedeelte van het met rnetaal bedrukte weefsel voor carnavalkleeding gebruikt wordt, bedrukt men hier en daar stoffen die voor bet dageliiksch gebruik bestemd zijn met metaalpoeders, in dit geval natuurlijk uiterst dun en niet opvallend. Hier moet bet metaalpoeder natuurlijk absoluut vast op het weefsel zieten en men moet betere bindmiddelen gebruiken. Gedeeltelijk gebruikt men bindmiddelen als bleedlijrn, die na het drogen onoplosbaar ziin, of bindmiddelen als caoutchouc of cellulose-esters.

Men laat by. 10 dl bloedalbumine met 15 dl water een nacht weeken, lost dan op, filtreert, voegt 3/. dl terpentiin-essence toe en mengt tenslotte met 1-3 dl bronspoeder.

Daar bet bloedalbumine nooit geheel reukeloos is, vervangt men het soms door ei-albumine, hetgeen echter vee! duurder is.

Soms neemt men caoutchouc als bindmiddel. .Hiertoe lost men caoutchouc in benzine op en mengt nu 1000 dl van de oplossing met 100- I:SO dl bronspoeder.

Voor het drukken van zeer fiine dessins gebruikt men cellulose-acetaat als bindrniddel. Ook een oplossing van cellulose in koperoxyde-arnmoniak wordt toegepast. De verhouding van bindmiddel tot bronspoeder moet men in de. practijk bepalen, trouwens bet bedrukken van weefsels is in het algemeen een kwestie van ervaring.

Zeer fraaie effect en bereikt men door de bronsverven met kleurstoffen te mengen.

Geconcentreerde kettingpap voor katoen.

Gesulfoneerde talk Rundvet

36-42 d1 18-24 dl

ODv.ra.,dnd Ito.t g.~;.lte)jlk I d. yn.:1 ,welt IIo.OUd oplOllba.r I .... arm opl",baar

neg. neg. "eg: __ I. .wart I ntg.

--------:~ -.-- .....

IOSIUl """,.Holtl" lilt. gd. Io.lau op I

____ --.:.

"edeeltd~" oplolba.r oav .... aderd I

n<\I. ..eg. "cg. I

Tragacanth I-Ill. dl

Water 38-45 dl

Het tragacanth laat men eerst in

water inweeken en kookt de oplossing tot een gelei, Hiernaast wordt de gesulfoneerde talk met het onbehandelde vet gemengd en verwarrnd. Vervolgens giet men de gelei bij het vet en roert tot de emulsie geheel homage en is. T enslotte wordt conserveerrniddel toegevoegd.

Appretuur voor fantasiestoffen.

Dextrine Bitterzout Monopolezeep Water

I50 dl 90 dl

7 dl 753 dl

200 dl 130 dl

50 dl 7 dl 723 dl

of diller:

Dextrine Bitterzout Glucose Monopolezeep Water

of goedkooper:

Aardappelmeel 50 dl

Bitterzout 50 dl

Monopolezeep 5 dl

Water 895 dl

De verschillende bestanddeelen moe-

ten apart in water opgelost worden, de oplossingen worden dan gemengd.

De rnonopolezeep moet voor het toevoe~en bij de rest in zooveel mogeliik water opgelost worden. Het mengen wordt verbeterd door onrniddellijk met de zeep tezarnen een kleine hoeveelheid dextrine op te lessen. Het is dan niet noodig de appretuur na het toevoegen van de zeep nag eens op te koken.

Geconcentreerde appretuur voor katoen.

Gesulfoneerde talk 22-26 dl

Japanwas 12-1~ dl

25-Pcts trinatriumphos-

phaatoplossing 20-24 dl

Water 50-60 dl

De Japanwas wordt eerst met een

122

MENGEN EN ROEREN

dee! van het trinatriurnphosphaat geernulgeerd. Hierna mengt men de talk met een derde dee! van de wasemulsie en de rest van de phosphaatoplossing en emulgeert. Teaslotte voegt men de rest van de wasemulsie toe en roert tot de ernulsie geheel homogeen is. De emulsie mag niet gekookt worden.

Het verven van katoen.

De voorbehandeling van het katoen voor het verven hangt geheel af van den toestand, waarin het materiaal in de ververij aankornt.

Strengen worden gewoonliik met een o,25--o,5-pcts oplossing van gecalcineerde soda, met I % gesulfoneerde olie gedurende 3 uur onder zwakken overdruk uitgekookt. Het weefsel rnoet, als het gereed is, vooral buitengewoon nauwkeurig uitgekookt worden om aile appretuur te verwiideren, daar het weefsel anders bij het verven de kleurstof ongelijkmatig opneernt en dan ontstaan soms de mooiste landkaarten, Zekerheid biedt het toevoegen van 0,1--0,2 % activin (het natriumzout van p-toluolsulfochloorarnide). Weefsel dat gebleekt moet worden kookt men met een oplossing van 3 % natronloog, ~ % gecalcineerde soda, I % gesulfoneerd vet en 0,1-0,2 % activin gedurende 4 uur. Met een opIossing van [odium in joodkalium kan men controleeren of aile stijfsel opgelose is.

Stukken weefsel, die later met kuipkleurstoffen geverfd moe ten worden, naait ~~n aan elkaar zoodanig, dat de einden over elkander vallen. Bij bet regen elkaar naaien ontstaan later donkere strepen. Fiine weefsels en ook gebreid goed wordt Diet onder druk gekookt doch in open ketels. Ruwe katoen en ruwe garens worden in mechanische apparaten gekookt, dikwiils ook alleen in koud behandeld am het materiaal gemakkelijker verspinbaar te houden.

Voor het verven van garens op spoe!en en geheele kettingboomen heeft men apparaten geconstrueerd.

Met vele kleurstoffen is het dan echter moeilijk een volkomen geliikmatige tint te verkrijgen. Trouwens ook het verven van gar ens in strengen is niet gemakkelijk en vereischt lange ervaring. Men heeft allerlei hulpmiddelen om de kleur gelijkmatiger te doen opnemen, veel van deze preparaten verslechteren echter het verfproces zelf, Met glucose verkrijgt men gunstige resultaten, de hoeveelheid loog moet dan echter verhoogd worden. De gelijkmatigst geverfde strengen verkriigt men wanneer de verver de kunst verstaat door tusschendoor uitwringen van de streng en bii kuipkleurstoffen door opnieuw toevoegen van hydrosulfiet de ongelijkmatige invloeden uit te schakelen; dit is een kwestie van ervaring. Verder kan men bij kuipkleurstoffen bij een te lage temperatuur beginnen en pas wanneer de strengen door en door vochtig ziin de temperatuur verhoogen.

Na het verven moet het materiaal uitgehangen worden om zuurstof op te nernen. Deze oxydatie kan men veel vlugger en gemakkelijker uirvoeren door na re oxydeeren met een bad van 0,5 em? 30-pcts waterstofperoxyde per liter.

Men kan ook natriumperboraat nemen en wei 1-3 % van het gewicht der behandelde garens. Bij 30°-38° C is de oxydatie in een kwartier afgeloopen. Hierna kan men de vloeistof tot koken verhitren en zeep toevoegen.

Verven van gebrelde goederen,

Men werkt met directe kleurstoffen.

Voor lichte kleuren wordt de kleurstof eerst opgelost, gefiltreerd en dan in de kuip bii de rest van het water gevoegd. Men verft eerst 10 min bij 27u C, hie rna voegt men 5 % van het weefsel glauberzout toe en verhoogt de temperatuur tot 50° C; de juiste tint moet nu in IS min bereikt ziin. Voor donkere kleuren neemt men meer glauberzout en verboogt de temperatuur tot 71° C. Tenslotte voegt men 1/2-1 % %uivere olijfolie%eep toe en droog bi; 38° C.

J

WEEFSELS EN VEZELS

Stroo groen verven.

Hoedenstroo kan men zeer fraai lichtgroen verven met een oplossing van 5 % azijnzuur en S % rnalachietgroen in kristallen. Men verft bij 70c C, het duurt ongeveer een uur, afhankelijk van de tint die men bereiken wile Hierna wordt het stroo uit het bad genomen, goed met schoon water gewasschen, gecentrifugeerd en bij lage temperatuur gedroogd.

Veri uit wol verwijderen.

De wol wordt eerst met een verdunde oplossiag van ammoniak behandeld. Men neemt 3-5 % ammoniak, berekend ten opzichte van het gewicbt van de wol. De wol moet goed met de oplossing doordrenkt worden. Hierna wordt de wol met warm water uitgewasschen. Eventueel kan men de bewerking nog eens met 2 % ammoniak herhalen.

Nu lost men in een houten kuip 3 tot 5 % basisch zinksulfoxalaatforrnaldehyde in heet water op onder toevoeging van 3 tot 5 % aziinzuur van 28 %. De wol verhit men nu met deze oplossing tot koken en laat ao min doorkoken. Hierna voegt men nog eens 3 % azijnzuur toe en laat weer 15 min koken. T enslotte wordt de wol goed met warm water uitgewasschen.

Reinigen van wedscls van katoen en kunstellde.

Turksch-roodolie Oliifoliezeep Natronloog Water

5 d1 5 dl I dl

800 dl

Men verhit bet weefsel gedurende I tot :a uur met de oplossing op ongeveer 93° C. Wanneer bet weefsel celanese bevat moet de temperatuur onder 80° C blijven.

123

Relnigen van gebreid goed.

Trinatriumphosphaat I dl

Oliifoliezeep 2 dl

Water 97 dl

Naspoclen met zacht water.

Verven van katoen,

Tegenwoordig verft men katoen gewoonlijk met de direct kleurende kleurstoffen, dus kleurstoffen die zonder bijzondere voorbereiding zich vast aan de vezel hechten. Het verfbad moet aileen een bepaalde hoeveelheid keukenzout bevatten. Deze kleurstoffen zijn door den leek het gemakkelijkst toe te passen en geven de beste resultaten. Bovendien komen deze kleurstoffen ook in kleine hoeveelheden verpakt in den handel.

Voor geel neemt men per 100 kg katoen I kg k1eurstof en 5 kg keukenzout, Het bad wordt op 60° C gebracht en bij deze temperatuur dompelt men het katoen in de vloeistof. De oplossing wordt nu Iangzarnerhand tot koken verhit en wordt met de stof ongeveer drie kwartier doorgekookt. De stof wordt dan goed uitgewasschen en gespoeld en tenslotte gedroogd.

Voor een norrnaal rood neernt men per 100 kg katoen 2 kg kleurstof en 10 kg zout, eveneens voor normaal blauw en groen; voor zwart neemt Olen 5 kg kleurstof en 25 kg rout.

De namen der kleurstoffen varieeren met den fabrikant. Bij het bestellen van anilinekleurstoffen voor rut doe! en ook voor het verven van Ollie andere stoffen geeft men aan den leverancier zoo precies mogelijk het doel op waarvoor ze gebruikt worden.

Eenige kleurstoffen zijn: chrysaminegeel, chloraminegeel, aurophenine, dianyloranje, chlorantinegeel, diaminegeel, congorood, oxaminerood, dianylrood, thiazinerood, congorubin,

diaminbrillantviolet, dianylgranaat,

chlorantinebordeaux, diaminerosa,

erica. geranine. diaminblauw, oxamineblauw, azoblauw, brillantazurin, brillantechtblauw, dipbenylgr~n, dianyl·

MENGEN EN ROEREN

124

groen, congobruin, plutobruin, cupranilbruin, dianylzwart, diarninezwart, columbiazwart, benzozwart, enz.

Verven van woI.

Voor wol gebruikt men gewoonliik de zg. zure kJeurstoffen. Als zuur voegt men zwavelzuur of azijnzuur toe. Gewoonlijk bevat het verfbad ook nog glauberzout.

Per 100 kg wol neemt men:

Water 3000 I

ZwaveJzuur 3 kg

Glauberzout 10 kg

Kleurstof I tot 5 kg

afhankelijk Van de tint en van de diepte der kleur die men wenscht. Juist als bii katoen heeft men voor geel gewoonlijk 1 kg, voor rood, blauw en groen ~ kg en voor zwart 5 kg kleurstof noodig.

De oplossing wordt op 60c C verwarmd. Men dompeJt het weefsel in de vloeistof, verwarmt langzamerhand tot koken en kookt drie kwartier voorzichtig door.

Kleurstoffen:

geel: naphtolgeel, tartrozine, flava-

vine, metanilgeel, chinolingeel, kitongeel, supramingeel, enz.j oranje: oranie II, N, IV, kitonechtoranie G, R, enz.:

rood: ponceau, brillantcroceine, scharlakenrood, roccellin, azorubin, naphtolrood, amaranth, Bordeaux, lanafuchsine, kiton-

, rood, enz.,

violet: zuurviolet, victoriaviolet, Guineaechtviolet, enz.:

blauw : azozuurblauw, naphtalineblauw cyanine, cyanol, wolblauw, neptunusblauw, waterblauw, indigokarmijn, kitonechtblauw, neolanblauw, wolechtblauw, enz.;

groen: zuurgroen, neptunusgroen,

naphtalinegroen, cyanolgroen, enz.;

zwart: napht ylamine%wart, naphtolblauwzwart, naphtolzwart, brillantzwarl, zuurzwart, ami-

donaphtolzwart, palatinzwart, agalmazwart, azozuurzwart, enz.

Bijzonder lichtechte kleuren verkrijgt men met de anthrachinonkleurstoffen, die in bijna aile kleuren gemaakt worden.

De neolankleurstoffen, die metaal verbindingen van azokleurstoffen zijn, worden in tamelijk sterk zure oplossingen verwerkt, geven echter buitengewoon lichtechte kleuren.

In zwak zure oplossing gebruikt men de resolcinekleurstoffen, die buitengewoon held ere en levendige kleuren geven. Hiertoe behandelt men de wol eerst met een oplossing van :2 % wijnsteen, :2 % aluin en 1-2 % azijnzuur: men kookt ongeveer 11/. uur. Hierna koelt men tot 400 C at, voegt de k1eurstof toe en verhit weer langzarnerhand tot koken. Tenslotte kookt men nog een half uur door.

Voor zeer goedkoope kleuren werkt men met basische kleurstoffen, die in een neutrale oplossing verwerkt worden. Men verwijdert uit het water de kalk door per 1000 1 ongeveer 0,5 tot l,S I verdund aziinzuur toe te voegea, lost de kleurstof op en verft dan ongeveer drie kwartier iets onder het kookpunt. Bij sommige kleurstoffen mag de temperatuur niet hooger worden dan 70u C, dit is het geval bij aurarnine, diarnantfuchsine en diamantgroen.

Ais kleurstoffen gebruikt men: auramin- en thioflavinegeel, cerise, rhodamine, fuchsine, safranine, methylviolet, kristalviolet, victoriablauw, methyleenblauw, malachietgroen, brillantgroen, chrysoidine, Bisrnarckbruin, vesuvine, phosphine, enz.

Verven van zijde.

Zijde kan men met directe, zure en basische kleurstoffen verven. Het vereischt echter ontzaglijk vee! ervaring een bepaalde tint Ie verkrijgen en het verven van zijde is een beroep waarin men nooit uitgeleerd is.

De directe kleurstoffen worden in

\

I

I

WEEF SELS EN VEZELS

125

neutrale oplossing verwerkt. Bii sornmige kleurstoffen moet men tegen het einde van het verven het bad met azijnzuur iets zuur maken.

Bij de zure kleurstoffen wordt bet bad met zwavelzuur zuur gemaakt, terwiil bij de basische kleurstoffen gewoonlijk ook iets azijn7.:uur toegevoegd wordt.

De kleurstoffen zijn dezelfde als die voor katoen en wol gebruikt worden.

Echte ziide wordt zelden zonder meer geverfd, bijna altijd wordt de zijde met behulp van onoplosbaar wordende zouten zwaarder gemaakt. In de eerste plaats wil men gewoonlijk het verlies aan gewicht, dat bij het uitkoken van den bast ontstaat, weer toevoegen. Bovendien wil men de zijde zoo zwaar mogelijk maken om het weefsel in kwaliteit meer te doen schiinen dan in werkelijkheid het geval is. Men behandelt de zijde dus afwisselend met zoutoplossing, waardoor in en op de vezel onoplosbare neerslagen ontstaan. Deze neerslagen past men aan de kleur, die de zijde meet krijgen, aan. Voor zwart neernt men dan natuurlijk %00 danker mogelijke neerslagen, waardoor later de kJeur berer dekt en men dus gemakkelijker een werkeliik diep zwart verkrijgt. Men neemt hiervoor by. Berliinsch blauw.

Bleek~n van katoen.

De katoen wordt eerst met een oplossing van Turksch-roodolie gelrnpregneerd, Men neemt een oplossing van 5 tot 10 % en wringt de katoen goed uit, Hierna wordt de katoen gedroogd.

Nu volgt koken met een zeer verdunde loogoplossing, Ill. tot 2 %. De katoen wordt merna uitgewasscben, iets aange%Uurd en weer uitgewasschen met schoon water. Hierna voigt een zecr %wak zeepbad en de katoen wordt wur gereinigd en ten sJotte gedroogd.

Wanneer de katoen uer %uiver is bn men de Turksch-roodolie onmidde1lijk met de loog mengen. Deu

voorbereiding is van groot belang voor het verkriigen van een zuiver wit garen, zooals het voor betere katoenen weefsels verlangd wordt.

Bij her gebruik van kalk voe~ men de Turssch-roodolie onmiddellijk aan de gebluschte kalk toe en verdunt dan eerst met water. De aldus verkregen kalkmelk zet zeer Iangzaarn af en dringt goed in de vezel binnen. Hierna volgt het bleeken met chloorkalkoplossing of natriumhypochloriet. waarna dikwiils een anti-chloorbad volgt om de laatste sporen chloor uit de katoen te verwijderen. Tusschen de verschillende bewerkingen moet goed met schoon zacht water gespoeld worden.

Wanneer men met natriumhypochloriet bleekt, gaat men gewoonliik toch van gewone chloorkalk uit en zet deze met soda in het natriumzout om. Men mengt hiertoe 100 dl bleekpoeder met 300 dl water en lost hiernaast 60 d1 gecalcineerde soda in 200 dl kokend water op en verdunt dan met 100 d1 koud water. De soda-oplossing giet men dan bii het bleekpoeder, roert een half uur en laat het neerslag dan rustig bezinken. Den volgenden dag wordt de bovenstaande heJdere vloeistof afgegoten, het neerslag wordt nog eens met water omgeroerd en na bezinken giet men weer af. De oplossingen worden gemengd en tot de vereischte sterkte verdund of tot een soorteliik gewicht van 1,030 tot J,035. Nu voegt men DOg I tot 2 dl geca1cineerde soda toe om de rest van de kalk neer te slaan. De heldere oplossing is nu voor het gebruik gereed. Men behoeft slechts met water tot de gewenschte coacentratie te verdunnen.

Viscose.

Men dompelt :2 kg katoenafval of zuivere houtcellulose in. I8-pets rutronloog en l.ut de cellulose hierin ongeveer een uur. De overmaat loog wordt hierna afgeperst tot de natte celJulose 6,5 kg weegt. De natte cellulose laat men nu gedurende 70 uur in een geslaten apparaat bij :200 C liggen.

MENGEN EN ROEREN

De massa wordt in een rneng- en kneedapparaat gedaan, dat geheel gesloten kan worden. Men kneedt de cellulose met 8/, kg ,zwavelkoolstof. Het apparaat moet gesloten worden en na ongeveer 2 uur kan men zien, dat uit de cellulose met de loog en de zwavelkoolstof zich het oranje xanthogenaat gevormd heeft.

Dit xanthogenaat wordt nu in een 31/.-pcts natronJoog opgelost tot de oplossing 7 % cellulose bevat; hiertoe heeft men 16 tot 18 kg loog noodig. Deze viscose laat men ongeveer 3 dagen rijpen, waarna ze tot draden gesponnen kan worden. De rnassa wordt door zeer nauwe openingen geperst, waardoor zeer fijne dradeu ontstaan, die onmiddelliik in een bad gel~d worden dat de oplosbare viscose weer onoplosbaar maakt. Dit bad bevat zuur en zout, waardoor de cellulose, die als xanthogenaat gebonden was, weer tot cellulose geregenereerd wordt. Wanneer men de viscose op een glazen plaat uitgiet en de verkregen dunne laag met de oplossing neerslaat, verkrijgt men een dun doorzichtig blad van cellulose, dat in het groot gemaakt wordt en als cellophaan of glaspapier in den handel gebracht werd. De viscose-kunstziide en het cellophaan bestaan dus uit zuivere celh lose,

Het spinbad kan bestaan Zwavelzuur

Glauberzout

Ziok

Glucose

Water

Ternperatuur 45c C. Men kan door uitgieten op een glas-

plaat een dunne iaag viscose verkriigen. De glasplaat plaatst men dan in een 30-Pets amrnoniumsulfaatoplossing, hierna in een verzadigde keukenzoutoplossing en dan in 3-pcts zwavelzuur, De film wordt hierbij helder en wordt dan met schoon water zuurvrij gewasschen.

uit:

9 dl IS dJ I dl :s' dl 6-]dl

Borduurwerk.

Sommige soorten borduurwerk be-

rusten op het principe na het borduren den ondergrond weer te doen verdwijnen, Het borduurwerk wordt dan by. met katoen of kunstzijde (viscose) op een ondergrond van wol ui tgevoerd, Men maakt nu gebruik van het feit, dat wol zeer gemakkelijk door loog opgelost wordt en katoen niet, Men behandelt het borduurwerk met een heete oplossing van natronloog met een soortelijk gewicht van 1,025. Men kan de oplossing koken, waarbii dan in 20 tot 30 min de wol geheel verdwenen is. Het overgebleven borduurwerk wordt dan zorgvuldig uitgewasschen en gereinigd, lean hierna eventueel geverfd worden.

Zijde.

Echte zijde bestaat in natuurliiken toestand uit twee stoffen, de kern is Iibroine en hierop bevindt zich een laag sericine, Deze laatste stof is betrekkeliik gernakkelijk oplosbaar, terwijl de binnenste stof, de eigenlijke vezel, veel rninder gemakkelijk aangetast wordt. De verontreinigingen die de natuurzijde bevat bevinden zich hoofdzakelijk in de bui tenste laag, in den bast. Voor het verven en het verder verwerken is het bijna steeds noodzakeliik dezen bast te verwijderen. De bastsubstantie gelijkt nu eenigszins op gelatine, lost door koken in water echter slechts Iangzaam op. Daar de vezel door verdunde Ioog aangetast wordt, hierdoor zeer broos en minder glanzend wordt, moet men den bast met behulp van zeep en iets soda oplossen, steeds echter zeer voorzichtig am de eigenlijke vezel niet te beschadigen,

Bii dit koken met zeepwater wordt de vezel natuurlijk Iichter in gewicht, echter oak veel lichter in kleur en meer glanzend, de draad wordt zachter en neemt de kleurstoffen bij het verven beter en geliikmatiger op.

Op dezelfde wijze worden gernengde weefsels behandeld, die by. uit echte zijde met kunstzijde of katoen bestaan. Hierdoor worden dan tevens aile ver-

WEEFSELS EN VEZELS

T exttelzeep.

ontrerrngingen verwijderd, de kwaliteit wordt veel beter. Na dit uitkoken wordt dan uiterst zorgvuldig met water schoongespoeld.

Hier en daar geschiedt het ontbasten met gesulfoneerde ricinusolie. Men neemt I dl olie op rooo dl water en voegt 2 dl soda toe. Gekookt wordt slechts een half uur, de rest van de sericine wordt pas bij het verfproces verwiiderd. Een dun laagie blijft dan op de vezel achter,

Olijfolie =apprriuur. 25-pcts trinatriumphosphaat-

oplossing 50 dt

Olijfolie 30 dl

. 50-pets gesulfoneerde

talk 10-15 dl

De helft van de olijfolie wordt met de kokende trinatriumphosphaatoplos sing gemengd. Men roert tot de olie geernulgeerd is, de olie wordt hierbij gedeeltelijk verzeept. Hierna voegt men de rest van de oliifolie en de gesulfoneerde talk toe en roert tot de ernulsie absoluut gelijkmatig is. De emulsie is goed wanneer 10 cm ' van de emulsie met 100 em! water gemengd, wit wordt zonder oliedruppelties af te scheiden.

De emulsie wordt gebruikt voor wollen dekens, gebreid of geweven ondergoed en gemerceriseerde katoen.

Garens glad maken.

Vaseline Zinkstof

50 dl 50 dl

Oplosba re sti;fsel.

Stijfsel 100 dl

Activin I dl

Water 1~OO dl

Men kookt de stijfsel in een houten

vat met roerapparaat, het beste met directen stoorn, tot de stiifseloplossing voldoende dunvloeibaar is. Het proces duurt ongeveer 20 tot 30 min. Hierna laat men de stijfseloplossing afkoelen.

127

Cocosvet 2060 dl

Gecalcineerde soda 135 dl

Natronloog 39u Be 1090 dl

Water '5715 dl

Deze zeep kan alkalisch gehouden

worden of geheel neutraal blijven. De zuivere cocoszeep is bii uitstck geschikt om met zeer hard water gebruikt te worden. De gemakkehjke oplosbaarheid van de cocoszeep rnaakt, dat ze later zeer gernakkeliik uit het weefsel weggewasschen kan worden. Daar alle cocoszeepen een neiging hebben ransig te worden, vooral als ze nog onverzeept vet bevatten, mag men ze niet te lang bewaren. De goede eigenschapperi echter - ze geven o.a . een goeden glans aan het weefsel na het kalanderen - maken dat deze zeepen nog veel gebruikt worden.

Een appretuur voor shirting kan be-

staan uit:

Stijfsel

Talk Stearinezeep Cocoszeep Water

tot

17 dJ 60 dl 21/. dl I dl 350 dl

W .. terdicht m .. ken van weefsel.

Vaseline AJuminiumpalmitaat Gele bijenwas Zachte paraffine Petroleurndestillaat

30 dl 15 dJ '50 dl

105 dJ 800 dl

De vaseline wordt op 55° C verwarmd en met het palrnitaat gemengd, Hierbij voegt men onder verwarmen dan de was en de paraffine en verhit tot op 1300 C. Men roert zoolang tot de massa geheel geliikmatig is.

De smelt laat men tot 100° C afkoelen en verdunt dan met het petroleumdestillaar,

Met de oplossing kan men weefsels uitstekend waterdicht impregneeren. De oplossing kan met de hand of met de machine opgebracht worden.

Ben andere, eveneens bran d bare, opJossing bestaat uit:

MENGEN EN ROEREN

Paraffine 2 dl

Darnarhars 6 dJ

Caoutchouc I dl

Benzol 65 dl

Indien noodig nog met wat zwavel-

koolstof (uiterst brandbaar) verdunnen.

Ben oplossing, die ook voor papier

gebruikt kan worden, is:

Collodium 15 tot 20 sec I dl

Hardt paraffine 4 dl

Srneerolie (naphteen) 6 dl

Bury lstearaat 2 d

Butylacetaat 4 dJ

Aethylaceraat ~5 dl

Benzine 13 d

Toluol 40 dJ

Spiritus 5 dJ

of:

Collodium 15 tot 20 sec I dl

japanwas 3 dJ

SmeeroIie (naphteen) 3 dl

Toluol 30 dl

Aethylacetaat 33 dl

Butylacetaat 30 dl

In beide recepten lost men bii voor-

keur de paraffine en de smeerolie in de benzine en de toluol op, de collodium wordt in de acetaten opgelost. Hierna voegt men de andere bestanddeelen bij de collodiumoplossing en tenslotte voegt men hierbij ook de wasoplossing.

De oplossmgen worden bij voorkeur niet ota- het weefse1 opgestreken, doch men dompeJt de weefsels in de vloeistof en perst dan de overmaat van de oplossing af; in het groot geschiedt dit bet beste tusschen walsen. In bet algemeen werkt men bij gewone ternperatuur. Bij de opIossingen die paraffine bevatten mag het vertrek vooral niet te koud ziin, daar in dit geval de paraffine zich af kan scheiden. Na her afpersen laat men het weefsel of het papier bij gewone of matig verhoogde temperatuur drogen.

Zeildoek of dekkleeden waterdlcht maken.

Reupt no. I. Ongekookte li;nolie

35 dl

Bijenwas 4 dl

Loodwit 5 dl

Colophonium 4 dl

Het mengseJ wordt warm opge-

bracht. Den onderkant van her zeildoek maakt men te voren met een spans geed nat.

Recept no. 2. Gilsoniet Stearinepek Zachte paraffine Smeerolie Creosootolie Koperlinoleaat

Bij 150° C opbrengen,

afschrapen.

Recept no. 3. Biienwas GJycerinestearaat Stearinepek Koperoleaat Ricinusolie Naphta

80 dl 62 dl 34 dl 10 dl 10 dl

9 dl de overmaat

25 dJ 5 dl

102 dJ IS dl 48 dJ 50 dI

Recept no. 4. Voor groote kleeden.

Gele vaseline 81/, dJ

Gele bijenwas Ill, dl

Ombra 5 dJ

Lak-benzine 40 dl

of:

Petroleumasfalt (middeI) Gele vaseline

Roetzwart

Lakbenzine

Zeildoek dat niet opgevouwen behoeft te worden, dus bevestigd bliift, un men waterdicht maken met:

Gekookte lijnolie 4 dI

ZwartseJ in pasta I dJ

Siccatief zooveel als noodig is.

of:

Gekookte lijnolie Aluminiumbrons Siccatief naar behoefte.

SdJ I dl

Lichte wcefsels, die niet aan het lieht komen, kan men waterdicht maken met een 5- tot ro-pcts oplossing van bijenwas in terpentiinolie.

Bij het bereiden van deze preparaten worden de vaste stoffen eerst

,

WEEFSELS EN VEZELS

bij zoo laag mogelijke ternperatuur gesmolten, Hierna voegt men de niet vIuehtige vloeistoffen toe en verwiidert den pot uit de nabijheid van vuur. Hierna wordt verdund met de vluchtige oplosmiddelen. Dit verdunnen mag nooit in een vertrek geschieden waar vuur of open licht brandt, by. gaslicht. De dampen van vele vluchtige stoffen hebben door hun betrekkelijke zwaarte de eigenschap over den grond verder te kruipen. Her is dus mogeJijk dar over een afstand van vele meters de dampen met vuur in aanraking komen, de dampen ontvlammen en de vlam plant zich voort tot het apparaat waar men aan het verdunnen is. Er kan dan nag een kleine explosie volgen waardoor de heete inhoud ui t den pot geslingerd wordt en een zware brand kan her gevolg ziin, afgezien van de verbrandingen die degene, die de proeven neemt, nag op kan loopen.

Oak bii het werken met kleine hoeveelheden moet men den eisch stellen, dat bij het verdunnen met brandbare oplosmiddelen de dampen niet met vuur in aanraking kunnen komen. Men gaat dus het beste naar een ander vertrek of naar buiten,

Wanneer een preparaat, dat oplosmiddeIen bevat, te koud geworden en dus te stijf is, kan men het opwarrnen door het in een bak of pot met heet water te zetren. Het water wordt dus te voren heet gernaakt en dan naar een vertrek gebracht waar geen vuur brandt; hier plaatst men dan de Flesch of pot met brandbaar materiaal in bet heete water. Alle preparaten. die voor het waterdicht maken gebruikt worden, moet men voor het opbrengen ornroeren, juist als iedere vert. In het algerneen brengt men de preparaten met een kwast op. Het doek wordt te voren op een raarn gespannen. Heeft men zeer groote oppervlakken te behandelen, dan loont het aanschaffen van een verfspuit.

In het algerneen is het voldoende de Lug aan een zijde op te brengen. Hierdoor blijft het weefsel bovendien nog voldoende soepel en het wordt niet te zwaar; bet gewicht neemt in

Mengen en Roeren

het algemeen toch reeds ongeveer met 50 % toe.

Bij het waterdicht rnaken met preparaten, die Iijnolie bevatten, mag me~. de kleeden, ook wanneer de laag schijnbaar geheel droog is, niet onrniddellijk oprollen of opvouwen: bij de naoxydatie komt nog steeds vrii veel warmte vrij en de kleeden worden dan kleverig. Bovendien is het aan te bevelen de kleeden met een dunne laag talcum in te wrijven.

Kleeren waterdteht Impregneeren, Eerst impregneert men met een

zeepoplossi ng:

Stearinezeep 25 dl

Kokend water 800 dl

Bij de heete zeepoplossing voegt

men langzarnerhand:

japanwas I~ dl

A1s tweede oplossing neemt men een oplossing van aluminiurnacetaat, die men kan maken door op te lossen:

Loodacetaat 50 dl

Aluminiumsulfaat 40 dl

Water 800 d1

De heldere oplossing wordt van het

bezinksel afgegoten.

De stoffen, die eerst in de zeepoplossing gedrenkt worden, mogen niet gedroogd worden, doch men wringt ze eenvoudig uit. Onmiddellijk merna dompelt men ze in de aluminiumacetaatoplossing, zoodat in de vezel het neerslag van het onoplosbare en waterafstootende alurniniumstearaat kan ontstaan.

Afhankelijk van den aard van de stof past men de oplossingen ook wei in orngekeerde volgorde toe.

Men baadt dan de stof eerst in een oplossing van zuiver aluminiumacetaat van 4° tot 5° Be en laat de stof dan in een warm vertrek goed drogen. Hierna dornpelt men de stof of het kIeedingstuk in een opJossing van 5 % zeep in zacht water. De overrnaat vloeistof wordt door afwringen verwijderd en tenslotte dompelt jnen de stof in een a-pets aluinoplossing. Hierna wordt gedroogd.

9

MENGEN EN ROEREN

130

Andere preparaten zijn:

Oplossing I:

Harde zeep 10 dl

Dextrine 20 dl

Water 130 dl

Nog vochtig behandelen met:

Oplossing 2:

Zinksulfaat Water

6 dJ 72 d1

Hierna drogen, eventueel zichtbare witte deelties worden afaeborste1d.

Of:

Loodacetaat 45 dI

Tannine 6 dl

Natriumsulfaat (glauberzout) 3 dl

Aluin 30 dl

Water 350 d1

of:

Naphta Caoutchouc-cement Bseerhars Cumaronhars Paraffine

100 dl 4S dl 20 dl 4 dl 32 d1

Kleeren wate~af.tootend maken.

Bij het chemisch wasschen, hetgeen eigenlijk slechts een reinigen met organische oplosmiddelen is, kan men de behandelde kleedingstukken zeer gemakkelijk waterafstootend en dus meer of minder waterdicht maken door in het oplosmiddel een %eep van een met aIkalimetaal op te lessen. Hiertoe lean men magnesiumstearaat of oleaat, aluminiumpalmitaat en andere nemen ; zeer gunstig is het een kleioe hoeveelheid paraffine of colophonium toe te voegen. Men neemt bv. I % zeep ten opzichte van het oplosmiddel. Daar deze zeepen soms slecht en Iangzaam oplossen, maakt men gewoonlijk eerst op een waterbad een to-pets oplossing en voegt deze dan bij het oplosmiddel in het waschapparaat.

Stroohoeden waterdlcbt

lrnpregneeeen.

Recept nQ. I.

Gebleekte schellak Colophonium WW Venetiaansche terpentijn Ricinusolie

Spiritus

Recept no. 2. Sandarak Elemi Ricinusolie

Gebleekte colopbonium Spiritus

Recept no. 3.

Gebleekte schellak Sandarak

Wierook

Spiritus

75 dl 15 dl IS dl

.2 dl 2,)0 dl

135 dl 45 dl I I dl

45 dl

700 dl

120 dl 30 dl 30 dl 700 dl

Zii<Jen kcusen,

Het vormen van ladders kan men aanmerkeliik verminderen door de kousen oa het wasschen met zeep in een oplossing van 1/1 tot 1 % aluin door te spoelen.

Gordijnen onbrandbaar maken,

Amrnoniumphosphaat I dl

Ammoniumchloride ~ dJ

Water l~ dl

of:

Borax 10 dl

Boorzuur 8 dl

Water 130 dl

V oor zeer gevoelig weefsel is de borax-boorzuuroplossing de beste, Dezelfde oplossingen kunnen gebruikt worden voor het onbrandbaar nuken van allerhande weefsels. Onder onbrandbaar moeten we hier minder brandbaar of moeiliik onrvlambaar verstaan, want als alIe organische stoffen, worden zulke geImpregneerde weefsels door hooge temperaturen toch ontleed. Het vuur wordt door op deze wijze geunpregneerde weefsels echter niet verder geleid,

Wed«1 onbrandbaar maken.

__ ~ .....:..WEEFSELS EN VEZELS

Ammoniumchloride Zinkchloride 30 % Ammoniak 28 % Water

20 dl 400dl 300 dl 100 d1

of:

a-pets aluminiurnsulfaat-

oplossing I dl

s-pcts natronwaterglas I dl

Kort voo~ het gebruik mengen en de w~efs~ls 10 de oplossing dompelen en tutwnngen, Hierna Iaten drogen.

Een andere methode bestaat uit eerst behaadelen met een verdunde oplossing van ammoniumphosphaat en dan met . een oplossing Van magneSlumchlonde met overmaat ammoniak. In de vezet ontstaat dan een neerslag van het oooplosbare magnesiumphosphaar. De oplosbare zouten worden ultgewasschen.

Impregneeringen, die door her wasschen .. zeer weinig aangetast worden, verkrlJgt men met behulp van wolfra-

131

mateo. Hiertoe behandelt men de stof~en eerst met een 0plossing van natnumstannaat van 14 Be. Hierna wordt gedroogd, Het weefsel wordt nu l~ een bad van de volgende samenstelling gedompeld:

Na.~riumwo1frarn.ut 35° Be 4 d1

Az.i,w:uur 9° Be I dl

S~miakoplossing 40 Be 3 dl

Zinkacetaat 17° Be 2 dl

Door centrifugeeren wordt de over.

maat van de vloeistof verwiiderd, het weefsel wordt gedroogd en door heet kalanderen verwijdert men de Jaatste resten Van het azijo.zuur.

Tenslone nog:

Eerst impregneeren met een opIOSSlD.g van natriumstannaat van "16° Be dan drogen en hierna behande1en met een OplOSSlDg van ammoniumsulfaat van 10° Be. De overmaat wordt uitg~wrongen en de rest van bet ammoniumsulfaat kan ~et ~ater uitgespoeld worden; noodig IS dlt met, daar bet ammoIUumsulfaat zelf oos doovend werkt.

TWAALFDE HOOFDSTUK.

LEDER, HUIDEN EN BONT.

Het looien van de rowe huid tot een goede kwaliteit leder is een zeer tijdroovend proces en kost vee! werk. De verschillende soorten huid eischen een zeer ver uiteenloopende behandeling. Na het eigenlijke looien, waardoor de huidsubstantie niet meer aan bederf on~erhevig is, moet het leder nog nabehande1d worden voor het tot gebruiksvoorwerpen verwerkt wordt, Deze nabehandeling hangt natuurliik geheel van het doe! af waarvoor het leder gebruikt moet worden.

Loolen met natuurlijke: looi5toffe:n.

Het voorbereiden van de huid of het vel moet zoo spoedig mogelijk na den dood van het dier geschieden. Indien roogelljk laat men de huid een nacht liggen, zoodat het ~l door en door koud geworden is. Indien men niet onmiddellijk met het Jooien wil beginnen wordt het vel eerst gezouten; goed gezouten kan een huid 3 tot 5 munden goed bliiven. Ben paar dagen zouten is steeds goed, vele looiers beweren, dat het inzouten het looien

vergemakkelijkt. '-

De hoeveelheden. die later aangegeven worden, gelden voor een huid van een koe van ongeveer 20 tot 30 kg of voor kleinere huiden die samen zooveel wegen.

De huid moet nu voor het looien geprepareerd worden. Eerst maakt men een hoeveelheid versche kalkmelk door 3 tot 4 kg ongebluschte kaJk in een houten vat van 20 tot 30 I te blusschen.

Men voegt eerst ongeveer een liter water bii de kaJk en vervolgens meer in kleine hoeveelheden; wanneer de kalk geheel gebluscht is voegt men nog 10 1 water toe.

Van de gerouten huid verwijdert men nu het zout en snijdt aile overbodige en onbruikbare stukken weg. Een groote huid wordt in de lengte

doorgesneden, precies in her midden van den kop tot den staart: bij kleine huid is dit niet noodig. Zeer groote huiden kan men in de lengterichting eventueel nag eens doorsnijden, hiertoe sniidt men he" buikleder Van het rugleder af.

Een houten kuip met een inhoud van 200 I vult men nu met schoon water en hangt de huiden met den vleeschkant naar buiten over een stok eenige uren in het water. Men roert van tiid tot tijd om bloedresten, vuil en zout van de huiden Jos te maken en te verwijderen. De huid wordt na ongeveer 3 uur uit het water gehaald en nu met een stijven borstel goed schoon gernaakt. Men neemt hiervoor een gladde houten plank, 30 tot 40 em breed en ongeveer 2 m lang, die men schuin ergens regen plaatst. De huid legt men op deze plank met den vleeschkant naar beneden en men kan den haarkant ou gemakkelijk bewerken. Bij het afborstelea wordt tel kens met schoon water afgespoeld. Nu draait men de huid met den vleeschkant naar boven en schraapt met een bot mes aile vleeschresten af.

De kuip wordt opnieuw met schoon water gevuld en men laat de huid of huiden zoo I.1ng onder telkens omwerken in het water tot de huid zacht en soepeJ geworden is. Dit duurt van 12 tot 48 uur. Hierna wordt de huid

LEDER, HUIDEN EN BONT

nag eens nagezien en zorgvuldig worden de laatste resten vet en vleesch verwijderd. Ook wanneer schiinbaar alles weg is moet de binnenkant nag eens met deo rug van een mes afgeschraapt worden, Deze voorbereiding kan men DIet precies genoeg uitvoeren. Hierop volgt nu de behandeling met kalk.

De houten kuip wordt schoongemaakt en met water en de kalkmelk gevuld. De huiden hangt men weer over stokken of tau wen in bet kalkwater, zoodat ze geheel onder de vloeistof komen; de haarziide komt naar boven. Men moet er voor zorgen dat de huiden zoo weinig rnogelijk gevouwen ziin en dat er geen luchtbellen onder het vel ziin, De kuip wordt toegedekt en men roert her kalkwater drie of vier keer per dag om. Men laat de huiden nu zoo lang in de kalk tot de haren gemakkelijk loslaten. Dit duurt gewoonlijk in den zomer 6 tot 10 dagea en in den winter tot 16 dagen.

Men moet de haren met de handen er af kunnen wriiven. Het is niet voldoende dat men ze gemakkelijk uit kan trekken, ze moeten weggewreven kunnen worden.

Voor het ontharen legt men de huiden weer over de plank met den haarkant naar boven en schraapt het haar met den botten kant van een mes af. Wanneer de huid lang genoeg in de kalk was, gaat hierbii een kaasachtig laagje van de huid mede; wanneer dit niet het geval is, moet de huid Weer in het kalkwater terug.

Nadat men het haar zoo goed mogelijk verwiiderd heeft gut de huid weer in de kalk tot men ook de fijnste haarties gemakkelijk verwijderen kan. Nadat alle haren verwijderd ziin bewerkt men de huid met een stomp gereedschap,. wurmede men de kalk zoo goed mogeliik uit de huid wegwrijft. Hiermede verwi;dert men ook nog vet- en vuilresten.

De huid wordt nu omgekeerd en men bewerkt de vJeeschzijde op de%Clfde wijze en verwijdert hier de Jaatste resten van het vleesch en vlies.

133

Men schaaft af tot de huid zelf, zonder deze echter te beschadigen.

Nu is de huid klaar voor het eigenlijke looien, dat met eikenschors met chroomaluin of met gewone aluin kan geschieden.

De resten van bet kalken kunnen met de kalk zelf als mest gebruikt worden. Het haar kan men zuiveren en wanneer het geheel schoon is voor het vullen van kussens en steelzittingen gebruiken.

V~~r het looien met schors moe ten de huiden nu neg ontkalkt worden. Men wascht ze eerst 6 tot 8 uren in schoon water en hangt ze dan in een oplossing van 150 g zuiver melkzuur in 150 I water. Men laat de huiden 24 uur in dit verdunde rnelkzuur, waarbii men dikwijls omroert en de huiden dikwiils beweegt. De huiden neernt men na 24 uur uit het zuur en bewerkt ze weer opnieuw op de plank om het ZUUt ZOo goed mogeliik te verwiideren. Tenslotte spoelt men ze in schoon water eenige malen uit en hangt ze tenslotte weer een nacht in geheel schoon water.

Ongeveer 3 weken voor de huiden zoover ziin, rnengt men 15 tot 20 kg goed gemalen eikenschors met 80 1 kokend water en laat de schors ongeveer 3 weken trekken. De looioplossing mag wet met iizer in aanraking komen, alles geschiedt dus in houten kuipen. Het water moet zeer zuiver en zacht zijn, men neernt het beste schoon regenwater.

Wanneer de huiden nu zoover voorbe reid ziin filtreert men het bastaftreksel door een groven zak, spoelt den bast nag een paar maal met schoon water uit en doet alles in de looikuip. De huiden hangt men nu weer over stokken in de lcoi-oplossing, zoodat ze goed ondergedompeld zijn en niet in plooien hangen. Aan de Jooioplossing voegt men 2 1 gewone a%iin toe.

De huiden moe ten gedurende het looiproces van tijd tot tijd bewogen worden, zoodat alle deelen gelijkmatig met de looistof in aanraking komen en dus een geli;kmatige k1eur verkrijgen.

134

MENGEN EN ROEREN

Men zet nu weer een nieuwe hoeveelheid van I5 tot 20 kg eikenbast in 80 1 kokend water om af te trekken,

Na ongeveer 10 tot 15 dagen hebben de huiden een gelijkmatige kleur gekregen en nu neemt men 20 I vloeistof uit de looikuip weg en vervangt ze door 20 I versche looi-oplossing waaraan men 2 1 aziin toevoegt. 5 dagen later neemt men weer 20 I vloeistof uit de looikuip weg en vervangt ze door 20 I versche oplossing, nu echter zonder aziin en herhaalt dit tot de 80 1 geheel verbruikt ziin.

Het looiproces kan men het beste controleeren door van tijd lot tijd van de punt van een huid een klein stukie at te sniiden, Ongeveer na 35 dagen moet men in de huid, van beide kanten komend, een donkere streep kunnen zien. Als de huiden zoover ziin neemt men weer 20 kg eikenschors en bevochtigt ze met zoo weinig mogelijk kokend water, juist zooveel als de schors opneemt. De huiden neemt men nu uit de looikuip eq doet de natte schors in de looi-oplossing. De huiden hangt men dan weer in de looikuip zoodat ze geheel met de schors bedekt zi;n en zoo goed mogeliik hierrnede in aanraking komen. De huiden bliiven hierin ongeveer 6 weken.

Wanneer men nu een stukje huid afsniidt ziet men dat de looistof bijna geheel tot het midden van de huid doorgedrongen is. Nu giet men de helft van de vloeistof weg en vult de kuip met versche fijn gemalen eikenschors. De huiden komen weer in de kuip terug en blijven hierin tot ze geheel door en door gelooid ziin, Dit duurt nog ongeveer 2 maanden. Gedurende dezen ti;d voegt men van tijd tot tijd nog versche schors en water toe, al naarmate dit noodig is. Het looien duurt zoolang tot bet leder binnenin geen lichte laag meer heeft.

In dit stadium is het leder voor de meeste doeleinden gaar, voor zoolleder moet het nog twee maanden verder gelooid worden.

Leder dat voor het maken van paardentuig en drijfriemen bestemd is, wordt au met water goed schoon ge-

wasschen en men borstelt de haarziide met een harden borstel en heet water goed schoon. Met een gladhout bewerkt men de haarziide zorgvuldig, vooral wanneer het leder tot tuig verwerkt moet worden.

Terwiil de huiden nog vochtig zijn, doch niet zeer nat, smeert men ze met klauwenolie of traan goed in. Hierna hangt men het leder buiten op om het langzaam te laten drogen.

Nu volgt nog de laatste be werking.

De huiden worden door aanvochten en oewerken elastisch gemaakt en met een zalfachtig mengsel van traan en talk of klauwenolie en talk goed ingewreven.

Eventueel wordt deze be werking herhaald en wrijft men bet leder ook aan den vleeschkant iets met vet in. De overmaat vet wordt met het gladhout weggewreven en het vettige aaavoeJen kan men verwijderen door het leder met droog zaagsel goed af te

wriiven. •

Indien her leder zwart meet worden, moet men het voor het invetten verven. Men lost hiertoe I:i g in water oplosbare nigrosine in s/, 1 water op, voegt een paar druppels arnmoniak toe en wrijft hiermede het natte leder gelijkmatig in. Hierna wordt op de gewone wijze ingevet.

Voor zoolleder wascbt men bet leder zooals het uit de looikuip komt, goed af, bat drogen tot het nog iets vochtig is en vet het dan goed in.

Men kan de zolen van schoenen geheel waterdi cht maken door de schoenen met de nieuwe zolen in een pan met gesmolten vet te zetten. Het vet mag slechts geed handwarm zi;n. Geschikte vetmengsels hiervoor zijn de volgende:

Neutraal wolvet 8 dt
Gele vaseline. 4 dl
Paraffine 4d1
Vaseline 16 dl
Bijenwas 2 dl
Rundvet 12 dl
Traan 4d1 Chroomleder.

LEDER, HUIDEN EN BONT

135

Voor vele doeleinden is chroomleder joist %00 geed als het met natuurlijke looistof gelooide leder. Den naam dankt het aan de chroomaluin, die de eiwitstoffen van de huid onoplosbaar maakt. Het chroomlooiproces verloopt in eeoige weken, men bespaart dus zeer veel tijd.

De gereinigde huidea worden geed gewasschen en dan ontkalkt met een oplossing van 150 g zuiver melkzuur of 500 g melkzuur van 22 %, zooals het in de looierij gewoonlijk gebruikt wordt, in 150 tot 200 1 water. Deze hoeveelheid is weer berekend op een groote koehuid. Men hangt de huiden in de kuip zoodat ze geen knikken en vouwen kunnen vorrnen en laat ze 24 uur in de melkzuuroplossing. De huiden worden Weer goed gereinigd en bewerkt en nu lost men I~!. kg kristalsoda en 3 kg gewoon keukenzout in 12 I warm water op. Hiernaast lost men 6 kg chroomaluin (chromiumkaliumsulfaat) in 35 I koud water op. Dit duurt vrij lang, men moet goed roeren. Nu giet men zeer langzaam onder geed roeren de soda-zoutoplossing bij de chroom-aluinoplossing, Dit moet ongeveer 10 min duren. Men heeft dan ongeveer 50 1 looioplossing.

Men yule de looikuip met een inhoud van 200 I met 120 I koud water, voegt hierbij I ~ 1 chroornoplossing en roert goed om. In deze oplossing hangt men nu de ontkalkte huiden. Ook bier meet men de huiden dikwijls omdraaien en de vJoeistof doorroeren om de vloeistof zoo gelijkrnatig mogelijk op de huiden in te laten werken. Den eersten dag moet men ieder uur in de kuip werken.

Na drie dagen neemt men de huiden uit de kuip, voegt de helft van de overgebleven h_oeveelheid chroomoplossing bij de oplossing en hangt de huiden weer in de kuip. Weer na oogeveer 2 dagen baalt men de huiden uit de kuip en voegt de rest· van de chroomoplossing toe. De huiden worden in dien tusschentijd iederen dag eenige malen omgewerkt.

Nu controleert men hoever het looien reeds is door een stukje van het dikste leer af te sniiden. De kleur moet gelijkmatig door en door groen worden. Wanneer men een stukje met water kookt, mag het niet hard worden. doch rnoer eiastisch blijven.

Het is duidelijk dat men bij kleinere huiden in verhouding tot het gewiche rninder zout en rninder water neemt. In ieder geval moet men %00 lang looien tot het leder door kokend water niet rneer aangetast wordt.

Na het looien worden de huiden minstens 4 rnaal in schoon water gewasschen en nu een nacht in een oplossing van I kg borax in 150 1 water ingeweekt, Den volgenden dag wordt het leder minsrens 5 of 6 maa1 in schoon water gewasschen.

Het leder kan nu direct ingevet worden zooals hiervoor beschreven werd of het wordt zwart geverfd met nigrosine.

Hiertoe maakt men een oplossing van :i0 g nigrosine in 3/. 1 water en wriift deze geliikmatig in.

Men kan leder ook met iizeroplossing en surnak zwart maken. Hiertoe laat men 2 1 goede azijn met ijzervijlsel zoolang staan tot er wets meer oplost: iizerviilsel in overmaat.

De huiden laat men nu in een oplossing van 5 kg sumak in 150 I warm water ongeveer :2 dagen trekken. Men moet dikwijls omroeren en de huiden bewegen. Hierna haalt men de huiden uit de oplossing en wrijft ze goed met de ijzeroplossing in. De overmaat ijzervijlseloplossing wordt weer afgewasschen en men zet het leder nag een nacht in de sumakoplossing. Indien ze nog niet voldoende zwart zijn wordt de bewerking herhaald. Hierna wordt het leder weer goed gewasschen en schoon gespoeld.

Het verven met nigrosine is echter aanmerkeli;k beter. Na het verven wordt het leder ingevet. Dit moet juist als bij het normale looigare leder Uer nauwkeurig geschieden.

Soms is bet leder na het invetten niet voldoende elastisch en buigtaamj het wordt dan elastisch gemaakt door

MENGEN EN ROEREN

het herhaaldelijk heen en weer over een vrij scherpen rand te trekken. Hiervoor kan men een plank van hard hout nemen, ongeveer I m lang, 15 em breed en 25 nun dik. De eene kant wordt zoo scherp aangeschaafd, dat de rand slechts 3 mm dik is, doch goed rand. Het leder houdt men met de vleeschzijde naar beneden. Hierna laat men het leder goed drogen. De laatste bewerkingen kunnen oak herhaald worden tot het leder voor het doel, waarvoor het bestemd is, voldoende soepel en elastisch is.

Bij zeer dik Ieder moet het invetten, met er tusschen met warm water behandelen, eenige rnalen herhaald worden. Men srneert dan vrij dikke lagen traan met rundvet op het Ieder en Iaat dit er good in trekken.

Looien met aluin.

Het ontkalken en schoonmaken der huiden moet op dezelfde wiize geschieden als bij de andere looimethoden.

Men lost nu 6 kg gewone of ammoniakaluin in 60 I water op, hiernaast lost men 11/. kg kristalsoda en 3 kg keukenzout in 201 water op. De sodaoplossing giet men nu onder goed roeren uiterst langzaam bij de aluinoplossing; het biigieten moet minstens 10 min duren. Er mag geen melkachtige troebeling ontstaan.

De huiden hangt men nu weer zoo glad mogelijk in de oplossing, roert dikwijls om en bert de huiden van tijd tot tijd. Het is duidelijk, dat men er voor zorgen rnoet, dat aile deelen van de huid zoo gelijkrnatig en zoo goed mogelijk met de oplossing in aanraking moeten komen.

Na 6 of 7 dagen is het looiproces afgeloopen en de huiden worden gedurende een kwartier in schoon water gewasschen. Hierna hangt men de huiden ter droging op; wanneer ze nog flink vochtig zijn smeert men de haarzijde goed met klauwenolie of traan in en laat ze nu langzaam verder drogen. Wanneer de eerste lichte

vlekken k.~meD, moet men de huiden door wruven en buigen elastisch maken, Dit is bij het looien met aluin van het grootste belang. Men trekt ze hiertoe over de dunne afgeronde ziide van een hardhouten plank. Dit moet gedurende het drogen dikwiils herhaald worden, zoolang tot het leder geheel droog is.

Wanneer bet leder geheel droog is, bevochtigt men her oppervlakkig met warm water en srneert het nu dik in met vet. Het vet bestaat uit een mengsel van ongeveer geliike deelen rundvet en traan of klauwenolie. De samenstelling moet zoodanig zijn, dat het mengsel bij gewone temperatuur zalfachtig is. Hierna wordt bet leder flink met her gladhout behandeld.

In het algerneen heeft met aluin gelooid leder een neiging om bard te worden. Door het leder te bewerken, te buigen en te strekken, kan her steeds weer buigzaam gemaakt worden, eventueel vet men nag" eens in. Door het leder voldoende te bewerken kan men het zoo buigzaam en zacht maken OIls men het wenscht.

Lederemujsle.

Voor het zacht maken

gebruikt men dikwijls een Ricinusolie

Case me

Spiritus

Benzol

Water

Salicylzuur

van leder emulsie:

4 dl

4 dl

I dl

I d1

50 dl 0,1 %

Eiwitappretuur VOO1' Iicht gel<leurd leder.

Kippeneiwit 1,5 d1

Melk 4,5 dl

Water 94,0 dl

De bestanddeelen worden innig ge-

rnengd. De temperatuur mag niet boven 50<'> C komen, daar het eiwit dan kan stollen.

De appretuur wordt op den duur onoplosbaar in water. Dit kan men

LEDER, HUIDEN EN BONT

137

bespoedigen door het leder met een heet strijkiizer te behandelen of heet te kalanderen.

Blcedalbumlne .appretuu r.

Voor zwart lakleder:

Bloedalbumine 10 tot )8 dl

Nigrosine I dl

Glycerine I/S dl

Melk )0 dl

Water tot 100 dl

Bij het rnengen mag de ternperatuur

niet hooger worden dan 50° C.

Het leder wordt heet gestreken of gekalanderd.

Case"ine •• pprduur.

Caseine (melkzuur) 2 dl

Borax 0,35 dl

Melk to dl

Water tot 100 dl

Het water en de melk worden samen

tot 55° C verwarmd en hierin roert men dan de caseme, Nu voegt men de borax toe en roert tot de casetne opgelose is. Hiema voegt men eenige procenten formaline toe, de casemeoplossing rnoet echter geheel afgekoeld zijn. Om het bederven te verhinderen voegt men 0,1 % nitrobenzol toe.

Cellulosezapprduur.

Dik leder wordt voor vele doeleinden dikwijls in twee of soms meer lagen gespleten. Dit leder moet dan een bijzonder goede oppervlaktebehandeling ondergaan, de gewone appretuur is dan niet goed genoeg. Men brengt dan eenige lagen dunne celluloselak op, waardoor het oppervlak van het leder gesloten wordt en ook meer samenhang verkriigt. Het leder wordt eerst zorgvuldig schoon gemaakt en kriigt dan twee lagen grondlak:

Celluloid . 100 dl

Amylacetaat 100 dl

Aethylacetaat 50 d1

Aceton 300 dl

Foezelolie 300 dl

Napbta 100 dl

Spiritus 100 dl

Ricinusolie 125 dl

Ombra 50 dl

Her celluloid wordt in de esters

opgelost en de verfstof maalt men in een verfmolen fijn in de ricinusolie. Het geheel wordt dan gemengd. De lak wordt met een kwast opgebracht en bii 35° C gedroogd.

Na het drogen wordt her leder glad geperst en brengt men nog eens een laag van deze grondlak op. Na het drogen wordt nu de vleeschzijde vochtig gemaakt en met een gegraveerde plaat perst men de nerfteekening in het Ieder. Hiema wordt een laag van de volgende glanzende lak opgebracht:

Celluloid Amylacetaat Aethylacetaat Aceton Foezelolie Naphta Spiritus Ricinusolie

100 dl 100 dl 150 dl 300 dl 200 dl 200 dl 200 dl 100 dl

Sc hellak .. app retuu 1'.

Schellak Spiritus

60 dl 700 dl

Was =pigment :apprduur

(rood :bruin).

Carnaubawas (griis) 40 d1

Natriumhydroxyde 4 dl

Water 40 dl

Deze worden gekookt tot de was

verzeept is. Het verdarnpte water wordt weer toegevoegd.

Aan de wasoplossing voegt men nu

toe:

Venetiaansch rood 3 dl

Ombra II dl

Zure bruine anilinekleurstof 2 dl

en zooveel water als noodig is.

KunstIeder .. lak.

MENGEN EN ROEREN

Nitrocellulose 30-40 sec Acetanilide

Kamfer Ricinusolie Butylacetaat Amylacetaat

Butylalcohol

Toluol

Deze 13k kan met een

gebracht worden.

Goedkooper:

Nitrocellulose 600 dl

Ricinusolie 600 dJ

en zooveel oplosrniddel als noodig is, bestaande uit:

Aethylacetaat 2 dl

Methylacetaat I dl

Spiritus 1 dl

Benzol 4 dJ

Kunstleder wordt gemaakt door een

weefsel van katoen na een impregneering met Iijrn en stiifsel 3 tot 15 maal met een nitrocelluloselak te bestrijken. Dit geschiedt in het groot met behulp van machines waar het weefsel door een band zonder einde van dik gummi meegenomen wordt. Op het weefsel drukt dan een mes, dat 7;00 lang is als her weefsel breed. Voor het rnes Iigt een hoeveelheid van de lak en bi; het voortbewegen onder het rnes door wordt nu afhankelijk van den druk van di t mes een meer of minder groote hoeveelheid lak op het weefsel gestreken. Om met bag kokende oplosmiddelen te kunnen werken, leidt men het weefsel in verwarmde droogkanalen, waardoor de lak niet wit opdroogt. Bovendien kan men in deze kanaleu het oplosmiddel voor een groot deel terugwinnen. Men strijkt nu zoovee! laklagen op als met de verlangde kwaliteit overeenkomt en perst tU5- schen een gegraveerde en een papieren wals figuren in het kunstleder, die met de nerf van echt leder overeenkomen. Het is op deze wijze mogelijk echt Ieder uitstekend te imiteeren. Voor vele gebruiksvoorwerpen, die toch niet al te lang gebruikt worden. is de kwaliteit van dit kunstleder oak voldoende.

240 dl 30 dl 60 dl 100-200 dl 800 dl 400 dl 400 dI 800 dl kwast op-

Splijtleder wordt nagenoeg op dezelfde wijze behandeld, Door den ongelijkrnatigen vorm is men echter op den kwast aangewezen. Die gebruikte lakken rnoeten dus hoog kokende oplosmiddelen bevatten om het mogeliik te rnaken, dat men ze met de hand opbrengt. Tegenwoordig spuit men bier en daar deze lakken op bet leder. Men verliest hierbij jets Jak; het werk gaat echter aanmerkelijk vlugger.

Ledervulse],

Ozokeriet Paraffine Harsolie Smeerolie

6 dl 8 dl 40 d1 48 ell

Z .... artsel voor Ieder.

Men kan leder absoJuut lichtecht zwart maken door bet in te wrijven met een dunne pap van colloidaal carbon black en water. Na het drogen zet men het leder goed in de was of men behandelt het met een schellakoplossing.

Riemenvet. ( coJopbonium)

Hars Talk Stearinezuur Paraffine (zacht) Ricinusolie Harsolie Lanoline

65 dl 6 dl 1 dl 20 ell ~ dl I dl 10 dJ

Lederen riemen kleuren,

De afgesneden einden en de kanten van riemen kan men op de volgende wijze kleuren:

Bruin:

Bismarck-bruin Borax-schellakopl. Water

Zwart:

Nigrosine Borax-schellakopl, Water

30 dJ 500 dJ 500 dJ

30 d! 500 dJ :500 dl

Beslsche kleurstoffen voor leder.

LEDER. HUIDEN EN BONT

139

Leder kan men uitstekend met de norrnale basische kleurstoffen (zie onder bet verven van katoen) verven. Een voorbehandeling met een oplossing van kopersulfaat maakt de kJeur veel intensiever. Men neemt een oplossing die ongeveer zooveel kopersuJfaat bevat ills later de kIeurstofoplossing sterk IS.

Verven van leder.

Men kan het Ieder behalve met de in water oplosbare zure kleurstoffen uitstekend kleuren met kleurstoffen, die in vet of in spiritus oplosbaar zijn,

De in vet oplosbare kleurstoffen lost men gewoonliik in een mengsel van gezuiverde petroleum en benzol of toluol op. Men neernt by. 80 o,~ petroleum en 20 % benzol. In dit mengsel lost men dan 3 tot 6 ~~ kleurstof op. Men neemt by. nigrosine voor zwart en soedanbruin voor bruin.

Met schors gelooid leder kleurt men gcaag met spirituskleur, by. een 1- tot z-pcts oplossing van in spiritus oplosbaar bruin en geel. Met spirituskleur kan men leder oak fraai blauw kleuren, en verder nagenoeg in aile kleuren.

Zolen impregneeren.

Creperubber Colopbonium Lijnolie Terpentijnolie Paraffine

15 dl 30 dI 35 dl 17 dI

3 dl

Ledervet.

Menhadenolie Rundvet Clove!

39 dl 60 dl 1 dJ

Leder teren krasseo bescher'men.

Rubberlatex

Carnau bawas-emulsie Water

20 dl 10 dl 40 dJ

Nadat het preparaat zijn dienst gedaan heeft kao men de massa ills een dunne huid weer van bet leder aftrekken.

Ledervet,

Recept no. I. Klauwenolie

Ri cinusolie

Recept nQ. e, Watervrije lanoline Klauwenolie

Recept no. 3. Klauwenolie Watervrije lanoline ]apanwas

Harde zeep

Water

Witte scbcenpesta.

Pijpaarde Geprec. mjt Tragacanth Water Carbolzuur

Vloeibaar' schoenwlt, Recept no. I. Titaanwit en Iithopone Gebleekte schellak Ammoniak Water Spiritus

Recept no, s, Lithopone Wasemulsie T riaethanolamine Water

Recept no. 3. Gummi arabicum Water

Krijtwit

Koolzure magnesia

20 dJ 20dJ

40 dJ 60dl

50 dl 35 dl 20 dt

8 dl 90 dl

450 dl 450 dl 10-50 dl tot pasta 4 dl

40 dl 6 dl 1 dl 50 dl 50 dI

40 dl 80 dt 2dJ 30 dl

8dI 70 dJ 15 dl 7dJ

MENGEN EN ROEREN

Recept no. 4. Gecalcineerde soda

Harde zeep

Lithopone

Water Arab.rgomoplossing 50 ~ ~

I dl 3 dl 40 dl 53 dl 4 dl

Schoencreme.

Terwijl men vroeger slechts over enkele wassoorten beschikte, die men voo~ het mak.en yan schoencrerne gebruiken kon, IS dlt aantal tegenwoordig legio. Naast de nieuwe geheel kunstrnatige wassen is men er ook in geslaagd de rowe aardwas ZOO ver te zuiveren, dat het voor iedere soort creme re gebruiken is.

In het algerneen hangt de sarnenstelling van het wasmengsel geheel van den prijs af dien men wil besteden. Men moet echter steeds een mengsel van verschillende wassen nemen, Vele wassen hebben, wanneer ze alleen gebruikt worden, een neiging om uit te kristalliseeren, een pasta wordt dan niet zalfachtig doch zanderig. Door eenige soorten was te mengen wordt de neiging tot kristalliseeren op zich zelf al veel minder: verder voegt men dan kleine hoeveelheden speciale was toe, die het kristalliseeren der andere wassen verhinderen. Hiertoe behooren by. weeke ozokerieten, bijenwas en sommige soorten synthetische was.

Daar de eigenschappen der meeste Wassoorten steeds verschillen, moeten aUe recepten steeds eerst in het klein geprobeerd worden. Zelfs van nieuwe leveringen meet men steeds precies onderzoeken hoe ze zich in het mengsel gedragen.

Voor een normale kwaliteit neemt men ongeveer geliike deelen paraffine en het mengsel van andere harde wassen, voor luxe kwaliteiten neemt men dikwijls alleen goede wassen zonder toevoeging van paraffine.

Zwart.

Recept no. I. Carnaubawas Paraffine Bijenwas

20 dI 12 dl 3 dl

Deze worden samengesrnolten. Men

laat iets afkoelen en verdunt dan met:

Terpentiinolie 65 dl

Carbon black 2 dl

Nigrosine (in olie oplosb.) I dl

Recept no. 2. Carnaubawas Ruwe montaanwas Nigrosinebase Deze oplossen in:

Stearinezuur Ceresine Terpentiinolie

Recept no. 3. Camaubawas Ruwe montaanwas Zwarte kleurstof Paraffine

Ozokeriet (zacht] Terpentiinolie

55 dl 55 dl 10 dl

20 dl 150 dl 700--<)00 dl

65 dl 40 dl 30 dl

110 dl 10 dI 760 dl

Recept no. 4. Carnaubawas Ruwe montaanwas Kleurstof (zwart) Paraffine

Ceresine Terpentiinolie

65 dl 40 dl 30 dl 40 dl 75 dl

760 dl

Verseepte schoencreme,

Carnaubawas 8 dl

Montaanwas 8 dl

Paraffine 4 dl

Potasch 3 dl

Water 50 dl

De massa wordt gekookt tot de

verzeeping afgeloopen is en de emulsie volkomen gelijkrnatig is. Hierna voegt men de kleuestofoplossing toe:

Nigrosine (in water oplosb.) 4 dl Water 25 dI

Voor lichtgekleurde Cremes neernt

men geraffineerde carnauba- en montaanwas en lost dan in het water de overeenkornstige in water oplosbare anilinekleurstof op. Tee verbetering van de kleur kan men bovendien aan de wassen bij het smelten een in vet oplosbare anilinekleurstof toevoegen.

Neutrale schcencreme.

LEDER, HUIDEN EN BONT

I<leursel voor schoenen.

Terwiil de met potasch verzeepte cremes steeds iets alkalisch reageeren en dus op zeer gevoelig leder ongunstig in kunnen werken, kan men met behulp van een triaethanolaminezeep een volkomen neutrale c~me maken.

Tnaethanolaminestearaat 25 dl

Bijenwas 10 dl

Candelillawas 30 dl

Carnaubawas 20 dl

Water 500 dl

Voar gekleurde creme lost men en

in het wasrnengsel en in het water iets anilinekleurstof op.

Schoencreme.

I.G. was E (synthetische

was) 12 dl

Geraffineerde montaanwas 13 dI

Potasch 3 dl

Water 70 dl

Anilinekleurstof 2 dl

In deze creme kan men een deel

van bet water door terpentijn vervangen; ~j geeft dan vlugger glans en gelijkt op een zuivere terpentijnoliecreme.

1.G. was 0 Ceresine Paraffine

T erpentijnolie Kleurstof

8 dl 6 dl 14 dl 70 dl 2 dl

Scboencrime in stangen.

T eneinde de dure doozen te vermijden en tevens bet opbrengen met een borstel, waarbij vee I cdme verloren gout, giet men de creme met veel minder terpentijnolie in hulzen van perkamentpapier.

Montaanwas (row) Candelillawas Paraffine 52° C Terpentijnolie Nigrosinebase Oleine

25 dl 3 dl 22 dl 46 dl 2 dl 2 dl

Schellak 12,7 dl

Borax 3,2 dl

Water 82,0 dl

Carnaubawas 6,3 dl

Marseillaansche zeep 1,5 dl

Potasch 0.3 dl

Nigrosine 12,0 dl

Water 32,0 dl

Men maakt eerst de oplossing van

schellak in boraxoplossing. Hiernaast ernulgeert men de was met de zeep en de potasch, lost hierin de nigrosine op en voegt nu alles bij elkaar. Eventueel voegt men ter verbetering DOg iets ammoniak toe.

Pransche schoenglens.

Schellak 10 dl

Ammoniak I dl

Water IO dl

Deze oplossen en dan mengen met:

Nigrosine 1 dl

Wasemulsie 100 d1

Deze creme behoeft niet uitgepoetst

te worden.

Kleursel veor schcenen.

Carnaubawas 7,5 dl

Zeep 1,0 dl

Potasch 1,5 dl

Water 79,0 dl

Nigrosine 11,0 dl

Men lost de potasch en de zeep in

40 dl water op en kookt deze oplossing met de was tot men een geliikmatige emulsie verkregen heeft. De nigrosine lost men in de rest van het water op en voegt deze bij de wasernulsie. Het preparaat moet geroerd worden tot het geheel afgekoeld is.

Schoenen waterdicht maken.

Spermaceti Caoutchouc (crepe) Rundvet Varkensvet Bamsteenlak

go dl 10 dl 240 dl 60 dl 150 dl

MENGEN EN ROEREN

Men sniidt her caoutchouc in kleine stukjes en verhit dit met her rundvet tot alles opgelost is. Hiema voegt men de andere vetten toe, smelt goed door, laat tot ongeveer 100° C afkoelen en voegt dan de barnsteenlak toe.

Kalfsleder reinigen.

Water Kaliumoleaat

T rinatriumphosphaat Bijenwas Carnaubawas Terpentiinolie Pine-oil

Terpineol

Vdleder relnlgUl.

Water Zeep '

T richJooraethyJeen Methylaceton

Ci troengrasolie

Leder refnlren.

Harde zeep

Water

Ammoniak Glycerine AethyleendichJoride

Handschoenreinirer.

Zuur kaliumtartraat in

poeder Zeephoutpoeder Krijtwit Berkenteerolie

160 dl 7,5 dJ 0,:5 dl 6,0 dl 6,0 dl

34,0 dl 2,0 dJ 1,0 dl

So,o dl 7,'5 dJ 3,5 dJ a,o dl 0,5 dl

6d1 160 dl 6 dl 14 dl 7 dl

480 dl 160 dl 96 dl 12 dl

Peau de Suede reinigen.

Gep'recipiteerd kriit I~ dl

Quilayabast 30 dl

Zuur kaliumtartraat 60 df

Berkenteerolie O,I dl

Leder ~appretuDr verwijderen. Aethylacetaat 60 dl Butylcel1oso1ve (butyl-

glycolaether) ao dl

Butylacetaat 20 dl

of:

Ammoniak van 20 %.

Vlekken verwijderen.

Vlekken aan de vleeschzijde van leder verwijdert men met een r-pcts oplossing van oxaalzuur,

Meeldauw in Ieder.

Meeldauw kan men verwijderen door het .leder met een dikke pap van aatriumbicarbonaat en water in te smeren en in de zon te hangen. Na het afborstelen moet het leder opnieuw geappreteerd worden.

Schoenen ",aterdicht maken,

Wolvet

Gele vaseline Paraffine

Ongeveer bij 40° C

8 dl 4 dI 4d1

opbrengen,

Bont bleeken.

Water Waterstofperoxyde Kalium pe rs ulfaat Natriumpyrophospluat

1200 dJ 9 dl 18 dl 18 dJ

DERTIENDE HOOFDSTUK.

GAL V ANISEEREN.

Met behulp van den electrischen stroom kunnen we op een metaal een laagie van een ander, edeler metaal opbrengen. Dit galvaniseeren wordt om verschillende redenen toegepast: dikwijls om her voorwerp van een onedel metaal mooier te doen uitzien of om het rnetaal, waaruit het voorwerp bestaat, tegen aanvreting te behoeden. V ooral in de chemische industrie past men dergeliike dunne lagen van een edel rnetaal vaak toe; het apparaat wordt van een goedkoop doch sterk metaal gemaakt en dit metaal wordt door een laagje zilver en eventueel ook goud tegen de chernische invloeden bescherrnd. Voor machinedeelen die aan sterke slijtage onderhevig zijn, heeft men regenwoordig rnethoden, die het rnogeliik maken het slijtende oppervlak met een zeer hard laagie van een ander metaal te bedekken.

Her metaal, dar electrolytisch veredeld wordt, moet tevoren bijzonder nauwkeurig schoongemaakt worden, in het algemeen ziin bii het gal vaniseeren de voor- en nabehandeling van het werkstuk even ge wichtig als de electrolyse zelf,

Het is in sommige gevallen mogeliik een dun laagje metaal aan ie brengen zonder gebruik te maken van den electrischen stroom; de verkregen laagjes voldoen echter slechts aan zeer matige eischen.

Nikkel.

Nikkeldubbelzout Malitnesiumpoeder Krijrwit

Polijsten voor het galvaniseeren.

60 dl 3 dl 37 dl

Hiervoor kan men geen algerneen toe te passen methode aangeven, daar de vonn en de aard van het materiaal te sterk varieeren. In de practiik vetkrijgt men vanzelf door ervaring het iuiste gevoel welke soort voorbehandeling in ieder speciaal geval de beste is.

Het is duidelijk, dat het oppervlak voor het galvaniseeren, wanneer men een gladde glanzende bag wenscht, ook ZOO zuiver glad rnoet zijn als maar mogelijk is. Reeds bij het afwerken met snijdende gereedschappen, dus bjj het draaien, fraisen en boren moet men zorgen voor Diet te diepe krassen. Deze worden dan eerst met grof

Tin.

Stannochloride Ammoni umsulfaat Magnesiumpoed(r Krijrwit

15 dl 15 dl 3 dl 67 dl

Zink.

Zinkstof Ammoniumsulfaat Ma~esiumpoeder Krijrwit

45 dJ 15 dl 3 d! 37 dl

144

MENGEN EN ROEREN

sliippoeder of met sliipsteenen weggeslepen en dan gepolijst.

Voorwerpen, die groote hoe vee 1- heden roest en vast aanhangend vuil bevatten, behandelt men het best eerst met den zanostraal, kleine voorwerpea kunnen in een rolvat met zand behandeld worden; voor zeer hard rnateriaal rolt men met arnaryl- of carborundumpoeder. De zeer grove verontreinigingen worden eerst met een staalborstel verwijderd.

Ook wanneer de voorwerpen na het galvaniseeren niet sterk behoeven te glanzen is het toch aan te bevelen eenigerrnate te polijsten, daar het oppervlak hierdoor gelijkrnatiger wordt en het metaal zich bii het galvaniseeren dus ook geliikrnatiger afzet,

Voor het poliisten heeft men de keuze uit een groot aantal polijstmiddelen. In het algemeen''neemt men eerst een lets minder fijn en hard materiaal om de krassen te verwiideren. Het polijstmateriaal wordt op een schijf van leder of hout gekleefd, gewoonlijk neernt men goede huidlijm als bindrniddel. De draaisnelheid van de schijf hangt van het te polijsten materiaal af. Bij zeer hard materiaal en bij veel toeren smeert men bij het poliisten met iets vet in. Minder harde metalen sliipt men met een kleinere snelheid,

Wanneer de krassen verdwenen zijn, polijst men verder met een Iappen- of viltschiif, waarop men een pasta smeert, die uit vet en een zeer fijn polijstmiddel bestaat. Hier gebruikt men minder hatde poli;stmiddelen als tripel, Weener kalk, polijstrood (doodekop) enz.

Het smeltpunt van het vet moe( Weer aan de draaisnelheid van de scmjf aangepast worden; voor hard materiaal dus hard vet en groote draaisnelheid, voar zachte metalen ~achte vetten bij ntinder toeten. Als bindmiddel voor de polijstpasta neemt men het best een verzeepbaar vet, claar later bij het reinigen de resten biervan met loog gemakkelijk verwijderd kunnen worden.

Bij het poliisten hangt de snelheid voomamelijk van de samenstelling der

schijven af; hoe beter het materiaaJ, hoe greeter het aantal omwentelingen dat de schijf uit kan houden zonder uit elkaar te vliegen en hoe voordeeliger bet polijsten. Hiernaast ziet men aan her te vlugge afslijten van her schiifrnareriaal, dat men een te zacht polijstrniddel gebruikt heeft, Men polijstte dan met de lappen en niet met de pasta.

In de practijk neernt men voor het afwerken van voorwerpen van hard rnateriaal, by. staal, steeds een serie schijven, Men begint met een harde schijf met een iets grover poliistmateriaal, de volgende is zachter en slijpt fijner, dan volgen een.i~e zw~b~~schiiven met pasta. Het 1S duideliik dat men hiervoor geen nauwkeurige voorschriften ~even kan, Het beste resultaat verkrijgt men wanneer men in zlin werkplaats over een groat aantal verschillende schijven beschikt, zoodat men voor een bepaald dod de meest geschikte uit kan zoeken.

Het verwijderen van vet.

De grootste viiand van het galvaniseeren is vet. In de meeste gevallen is de kleinste hoeveelheid vet, die nog op het oppervlak aanwezig is, voldoende am bet aanhechten Van de Jaag geheel onmogelijk te maken.

Met behulp van organische oplosmiddelen kan men alle vetten verwijderen. Hierbij maakt het geen verschil of ~e verzeepbaar of onveruepbaar zijn. Men gebruikt hiervoor benzine, laag of hooger kokend, tegenwoordig echter meer en meer de niet brand bare dtloorkoolwaterstoffen als by. trichlooraethyleen of tetrachloorkoolstof, eventuee1 ook een mengsel van deze met benzine. Het is echter niet mogelijk in cen bewerking het vet absoluut te verwijderen; immers er blijft steeds iets van de oplossing op het wetkstuk achter en bij het verdampen van het oplosmiddel bevinden zich dus steeds sporen vet op het metaal; deze resten moeten dan met schoon oplosmiddel weggewasschen worden. Om dit te

GALVANISEEREN

vermiiden heeft men apparaten geconstrueerd, waarin het oplosmiddel gekookt wordt. De dampen worden in een koeler gecondenseerd en het terugloopeade oplosmiddel spoelt dan de voorwerpea geheel schoon. In dit geval moet men een onbrandbaar oplosmiddel gebruiken. Tegenwoordig gebruikt men algemeen het trichlooraethyleen, dar door sporen vochtigheid niet %00 gemakkelijk ontleed wordt als het tetrachloorkoolstof.

Gewoonlijk onrvet men met loogoplossingen, waardoor de verzeepbare vetten opgelost worden, en in de zeepoplossing worden de niet-verzeepbare vetten en alien geemulgeerd; de oplossing moet zoo heet mogelijk ziin, De oplossingen bestaan ui t: zeep, natronloog, potasch, soda, trinatriurnphosphaat, natriummetasilicaat, natriumcyanide, borax, natriumsesquicarbonaat, natriumaluminaat, enz. en alit mogelijke mengsels van at deze stoffen. Soms voegt men nog kleine hoeveelheden kiezelgoer of alumini umh ydroxyde toe, die helpen schoon maken en het vuil absorbeeren. Hier zweert iedere galvaniseur en iedere verkooper van dergeiijke artike!en bi] zi;n eigen recept. In het algemeen is iedere alkalische oplossing voldoende werkzaam, wanneer men de oplossing voldoende lang op het vuil in laat werken. In speciale gevallen kan men natuurlijk met extra uitgewerkte mengsels het vuil sneller verwiideren.

Terwijl men vroeger nagenoeg uitsluitend met gecalcineerde soda werkte, wordt de soda tegenwoordig geheel of gedeelteli;k door nieuwere alkalische zouten vervangen aIs uwtriumphosphaat en natriummetasilicaat, die betet en sneller reinigen doordat ze olie en vet zeer gemakkelijk emulgeeren. De natronloog wordt nog steeds gebruikt, claar hlerdoor de vetten verzeept worden en dus Zeer gemakkelijk in oplossing gaan. Alle alkaliKhe zouten verzeepen vet in meer of mindere mate. Om deze reden moet men voor polijstpasta's bij voorkeur verzeepbare vetten a1s bindmiddel gebruiken.

Hiernaast wordt reeds in vele ge-

Menge" en Roeren

I45

vallen het electrolytisch ontvetten en reinigen toegepast. Het te ontvetten voorwerp wordt als kathode in een Ioogoplossing gehangen. Men leidt dan ten eleczrischen stroom door de oplossing met gewoonlijk de kuip als anode en het voorwerp als kathode. Hierdoor wordt iets waterstof ontwikkeld en bepaalde verontreinigingen Iaten gernakkelijk los door reductic, terwiil er bovendien loog vrij komt,

Men werkt met zooveel volt aIs noodig is om een stroomsterkte van I ampere per vierkanten decimeter te ktijgen. A1s oplossing kan men die van ieder willekeurig alkalisch zout nemen. Her zour moet den stroom goed geleiden en de oplossing mag geen vaste bestanddeelen bevatten: deze worden gedurende de electrolyse soms op de electrode ingesloten.

Wanneer de te ontvetten voorwerpen aluminium, zink, tin of lood bevatten, lean men de hierboven beschreven method en met alkalische opIossingen niet toepassen. Vooral loog en potasch moeten geheel verrneden worden, daar het %ink en het aluminium hierin zeer gemakkelijk oplossen. Bij de kathodische electrolytiscbe reiniging ontstaat steeds Ioog en hierin lossen de metalen dus op, terwijl hiernaast soms zink afgezet wordt, waardoor de later opgebrachte lagea gemakkelijk Ioslaten. In dit geval meet men het voorwerp gedurende korten tijd tot anode maken, waardoor het vreemde rnetaal weer onelost wordt.

Hiernaast is het mogelijk de voorwe:rpen electrolytisch te zuiveren door ze in bepaalde oplossingen tot anode te maken. Hier wordt het oppervlak schoon gemaakt doordat de bovenste laag in oplossing gaat, dw afgebeitst wordt; het vuil laat dan van zelf los. Voor messing en koper wordt de%e methode vaak toegepast.

Ben eenvoudige ontvettende oplossing kan bestaan. uit ten 6-pcts gecal~ cineerde soda-oplossing of een ~·pcts oplossing van natriummetasilicaat. A.ln beide oplossingen veegt men dan I % zeep en I % natriumhydroxyde toe.

10

MENGEN EN ROEREN

Voor het electrolytisch reinigen blijft de zeep weg.

Voor het ontvetten van zeer groote hoeveelheden verwijdert men gewoonlijk de grootste hoeveelheden vet door in een sterke loogoplossing te koken, de laatste resten worden dan electroIytisch opgelost. Hier is een behandeling van 3 tot 4 minuten voldoende.

Na het ontvetten worden de voorwerpen zorgvuldig met schoon water afgespoeld.

Verwlideren van roest en oxvden.

Gewoonlijk verwijdert men oxyden en roest door ze in zuren op te lossen. Bij ijzer en staal beitst men in de meeste gevallen met ~averzuur of zoutzuur, bii messing en roodkoper met salpeterzuur.

Wanneer koper of messing geheel zuiver en glad gepolijst is, dompelt men gedurende zeer korten tijd in een oplossing van:

Geconcentreerd zwavelzuur 425 em"

Sterk salpeterzuur 75 em"

Water 500 cm3

Messing dat groote hoeveelheden

oayden bevat, dompelt men eerst in een oplossing Van:

Sterk zwavelzuur 375 ern"

Sterk salpeterzuur 75 ern"

Water 550 cm3

Hierdoor wordt messing mat en

moet dan merna in de eerste oplossing gedompeld worden, die bet metaal weer glad beitst,

Voor het behandelen Van groote hoeveelheden ijzer beitst men met een ro-pers oplossing van zwavelzuur (I I sterk zwavelzuur op 16 I water). Wanneer men kleinere hoeveelheden bewerken moet kan men beter zoutzuur nernen, daar dit vlugger werkt. De concentratie moet 7 % bedragen; hiervoor neemt men 5 I gewoon sterk zoutzuur met 32 I water verdund. De duur der inwerking varieert al naar de hceveelheid roest van eenige minuten tot een uur. Daar de zuren niet aileen het oltyde doch ook het metaal aantasten, helpt de ontwikkelde waterstof

roestlagen losmaken. Voor voorwerpen die zand ingesloten hebben, by. van het gieten in vorrnzand, neernt men een 4-PCts fluorwaterstofoplossing.

Na het beitsen moeten de voorwerpen zorgvuldig afgespoeld worden en onmiddelliik hierna hangt men ze in het galvaniseerbad, waarbij de stroom reeds ingeschakeld is. Dit Iaatste is noodig daar bij sommige zure baden de oplossing onrniddellijk zou beginnen een dee! van het metaal op te lossen. De tijd die het voorwerp tusschen het spoelen en de electrolyse aan de lucht biootgesteld wordt, moet %00 kort mogeliik zijn. Hoe schooner het metaal is, hoe gevoeliger het is voor oxydatie.

In vele gevallen kan men de reiniging vereenvoudigen, Wanneer het rnetaal bv. biizonder goed tot hoogen glans gepoliist is, kan men het beitsen dikwijls weglaten; de oxyden ziin dan reeds geheel Weg, terwijl de verdere oxydatie door de vetten van de poliistpasta verh.inderd werd. Dit vet wordt dan met Ioog of opiosrniddel verwijderd en men kan onmiddellilk hie rna galvaniseeren. Bij het verchromen is deze methode dikwiils mogeliik, daar het sterk oxydeerende chroomzuur kleine resten verbrandt. Soms geeft het echter toeh aanleiding tot ernstige fouten.

Op hoogen glans gepoliist messing behoeft men niet te beitsen, wanneer men aan de ontvettingsvloeistof iets kaliumcyanide (zwaar vergif) toevoegt: dit cyaankalium lost de resten oxyde volledig op. Bij koper kan men deze methode echter niet toepassen.

Het beitsen met zuur kan in bepaalde gevallen de oorzaak van ernstige fouten ziin. Bij iizer kan er koolstof op de oppervlakte ontstaan, die het hechten der Iagen verhindert, of er wordt waterstof geabsorbeerd, waardoor de metaallagen zeer broos worden en ook niet hechten en na eenigen tijd geheel afgeschild kunnen worden; vooral bij het vernikkelen kwarn dit vroeger zeer vaak voor. In de laatste jaren heeft men geleerd de:z:e fouten te vermi;den door na het beitsen het gas door electrolyse in sterk ~aveLzuur met het voorwerp

GALVANISEEREN

------

147

-----

a~. anode met I2 volt geheel te verwiideren. Men begint met ~ ampere per vierkanten decimeter en rut 30 sec tot 10 rrunuten zakt de stroomsterkte op nagenoeg nul, het gas is dan geheel weg. Hoewel het metaal hierbij passief wordt, heeft dit toch geen invloed op het hechten van de electrolytiseh opgebrachte metaallaag.

~en andere methode bestaat in het beitsen met oplossingeo, die chroom%Uu~ of bichromaten bevatten. Onbruikbaar geworden oplossingen van het verchromen zijn hiertoe uiterst geschikt.

Verchromen.

Chroomzuur 22 dl

Chroomsulfaat 5 dl

~atera 100 dl

BIJ 35 C met een stroomsterkte van

50 ampere per vierkantan decimeter met een graphietk4ithode. Met een kathode van chromium bedraagt de stroomsterkte slechts loA per vierkanten decimeter.

of;

Chroomzuu- 245 g per I; chroomsU.lfaat 3 g per I; anoden ; twee chrorruumstav:n; kathoden: iizer: temperatuur 15 C; voltage: 2 tot 3 V; tijd twee uur.

Veroikkelen.

Nikkelammoruumsulfaat 60 dl

Nikkelsulfaat 30 dl

Boorzuur 15 dl

Water 1000 dl

De pH der oplossing houdt men op

5,8, de oplossing houdt men op een s~~rkte va.,:, 25 g nikkel per I door van tiid tot tJJd zooveel nikkeldubbelzout aan de oplossing toe te voegen als volgens de analyse hieraan mankeert D~ gebruiktoe, ni~kelanoden moere~ mmsrens 99 /0 zuiver nikkel bevatten en hoogstens 0,3 % koper, De stroornsterkte en de spanning hangen gehed van de soort van de te vemikkelen v600Vrwerpen af, gemiddeld ~5 A bi;

gedurende een uur.

Niltkeloplossing voor mechtneal vernikkeleo.

Nikkelsulfaat Nik1celammoniumsulfaat Magnesiumsulfaat Bool4uur

Water

30 dl 90 dl 15 dl 20 dl

1000 dl

Zwart vernlkkelen.

Nikkelammoniumsulfaat Natriumsul{ocyanaat Zinksulfaat

Water

60 dl 15 dl H dl 1000 dl

Cadmium.

Cyaannatrium (vergif) 70 dl

Cadmiumoxyde ~ dl

Natriumhydroxyde 15 dl

Water 1000 dl

Men werkt bij kamertemperatuur

~et een stroomsterkte van J A per vierkanten decimeter. Voor het vercadnuummen wordt goed ontvet met zuur gebeitst en met water 5~hoon ges_poeld, hiema in cyaannatrium geetst en weer schoon gespoeld, Men galvanlseert gedurende 20 minuten tot I III uur, wascht in water weer schoon en droogt 10 zaagmeel.

Verzilveren.

Recept no. I. Zilvereyanide Natriumcyanide Water

40 dl 40 dl rooo dl

Voorbad:

Zilvercyanide 4 dl

Natriu me yani de 60 dl

Water lOOO dl

De voorwerpen worden met een

alkalischa oplossin.g onrvet, ~ewasschen en .. met een cyarude-oplosslOg oxydeVtlJ gemaakt, ~ewasschen en dan in het voorbad blj 6 Viets verzilverd. ~Ierna kot:nt het Voorwerp in de eigenhJke verZ!lveroplossing en blijft 30

148

--~-----

MENGEN EN ROEREN

minuten in bet bad bij een spanning van 2 V. Hiema wasschen met koud en met warm water, tenslotte in de warmte drogen.

Recept no. :1. Zilvercymide Natriumcyanide Ammoniumch1oride Water

26 dl 38 dl 4 dl 1000 dl

of:

Zilverchloride 26 dl

Natriumcyanide 60 dl

Ammoniumch1oride 4 dJ

Water 1000 dJ

Men werkt bii ~<> C met 3/, tot

I V en 1/. A per vierkanten decimeter. Met de tweede oplossing verkrijgt men wittere tilverlagen. Men kan met goede resultaten ook bet hierboven genoemde voorbad gebruiken.

Blauwoplosslnr voor dIver.

Sublimaat (vergif) Natriumcyanide Ammoniumch1oride Water

8d1 4~ dl 8 dl 1000 dl

GlallJoplosslnr.

Zilveroplossing 1000 dl

Natriumcyanide 240 dl

Zwavelkoolstof 30 dl

Aether 30 dl

Men mengt eerst de zwavelkoolstof

met de aether, lost het cyaannatrium in de vloeistof op en mengt dan beide oplossingen door lang en zorgvuldig te schudden. Van deze sterke oplossing voegt men per liter bad hoogstens een deel van een gram toe. Een teveel is schadeliik en kan door verwarmen verwijderd worden.

Verongelukte %ilvedagen. kan men

verwijderen met een oplossing van:

Natriumcyanide 90 dl

Natriumhydroxyde 15 dl

Water 1000 dJ

Men neemt een stuk staalblik als

kathode, met 6 tot 8 V, en roert de oplossing goed door.

Ook kan men het zilver oplossen in eea mengsel van 5 I zwavelzuur en I 1 saJpeterzuur, waarin koper en messing nagenoeg niet oplossen.

Verrulden.

Goud als fulminaat of

cyanide 2 dl

Natriumcyanide 15 dldl

Natriumphosphaat 8

Water 1000 dl

Men werkt hiermede bii 130° tot

160° F (550 tot 70° C) met I V spannin_g en zuiver goud a1s anode.

Gouddhloride 45 dl

Zoutzuur 75 dl

Water 1000 dl

Bi] lumertemperatuur en 2 tot 3 V. Het goudchloride wordt eerst in het

verdunde zoutzuur opgelost en dan eerst voegt men de rest van het water toe. De zuurgraad van de oplossing heeft niet veel invloed op het resultaar: de anoden worden bij sterker zuur sneller opgelost, Deze oplossing wordt gebruikt om zeer dikke lagen goud op te brengen. Tevoren plaatst men het voorwerp dan eenige minuten in een cyanide bad.

Zander electriscnen stroom kan men vergulden door de voorwerpen in bet volgende bad te dompelen:

Goudfulrninaat 1,5 dl

Gee! bloedJoogzout 90 dl

Soda 180 dl

Natriumhydr{)xyde 4 dl

Water rooo dl

De oplossing wordt in een ta~k van

gietiizer gekookt. Voor het gebrutk laat men de oplossing tot 80° C afkoelen. De kIeur van het opgebrachte goud kan donkerder genu.akt worden door aan het bad eea kleine hoeveelheid van een oplossing van kopercarbonaat in geel-bloedloogzout-oplossing toe te voegen.

Zoutwattrgoud.

Geef bloedloogzout Natriumphosphaat

rao dl

60 dl

----------.-.---- . __ ....

GAL V ANISEEREN

Natriurncarbonaat 30 dl

Natriumsulfiet 15 fl

Goud als fulminaat 1,25 dJ

Water 1000 dl

Men kookt de zouten met een dee!

van het water gedurende een uur en verdunt dan met de rest van het water. De oplossing doet men nu in een poreuzen pot, dien men in een bak met een verzadigde keukenzoutoplossing plaatst, die tot 86° C verhit wordt. Om den poreuzen pot plaatst men nu een cilinder van zink, waaraan een staaf bevestigd is, waaraan men te vergulden voorwerpen op lean hangen. Vol gens deze methode verkriigt men de verguiding buitengewoon gelijkmarig in kleur, het proces duurt echter langer, Men kan de electrolyse versnellen door bovendien nog stroom door te leiden. Men maakt den zinkcilinder positief en de voorwerpen die in de goudoplossing haugen negatief. Hierbij heeft men een spanning van I tot 6 V noodig, afhankelijk van de soort van het werk. De goudoplossing moet men van tiid tot tijd versterken door een geconcentreerde oplossing van dezelfde samenstelling toe te voegen.

Groen roud.

Good als fulmina.at

(cyanide) I,~ dl

Zilvercyanide 0,12 dl

Natriurncyanide 15 dJ

Water 1000 dl

Temperatuur 40° C, 2 V, anoden

van groen goud van 18 karaat.

Zeer donker of antiek ~oud verkriigt men door aan de oplossing een kleine hoeveelheid van een oplossing van loodcarbonaat in natronloog toe te voegen. Men werkt dan met 5 tot 6 V. De oplossing moet gedurende de electrolyse geroerd worden.

Wit loud.

Voor het vergulden met wit goud of met andere soorten gekleurd goud maakt men het best eerst een oplos-

149

sing van de bepaalde soort goud, door het in een poreuzen pot in een oplossing van 6 tot 8 % cyaannatrium te hangen en dan door electrolyse in oplossing te brengen. Men maakt het goud hiertoe tot anode. Men controleert de hoeveelheid goud die opgelost is, door het stuk goud van tijd tot tiid na te wegen. Wanneer de oplossing voldoende goud bevat, plaatst men den poreuzen pot in een heete keukenzoutoplossing en handelt verder als hierboven beschreYen werd.

Roze goud.

Geel bioedloogzout 30 dI

Po~ch 30 dJ

Natriumcyanide 2 dl

Goud als fulminaat 4 dl

Water 1000 dl

Temperatuur 80° C, 6 V. Indien de

kleur meer rood moet ziin voegt men een kleine hoeveelheid kopercarbonaat toe.

Goedkoop rood goud verkrijgt men door de voorwerpen, die van messing moeren zijn, eerst in de volgende oplossing te behandelen tot een roode koperlaag gevormd is.

Kopersulfaat 120 dl

Zoutzuur 500 dl

Water 1000 dl

Indien de Iaag te donker rood is kan

men ze iets lichter maken door het voorwerp een paar seconden in een keukenzoutoplossing te dompelen.

Men verguldt nu korten tiid in een gewone goudoploss:ing, behandelt de hooge gedeelten met een bicarbonaatoplossing, plaatst weer in het goudbad, doch slechts gedurende eenige seconden, eo laat dan drogen. Na bet drogen wordt gelakt.

Goudsoldeerweek,

Om het oxyde na het soldeeren te verwiideren, beitst men het werkstuk in een oplossing van:

Zwavelzuur Natriumbichromaat Water

go dl 30 dl 1000 dl

MENGEN EN ROEREN

ISO

GAL VANISEEREN

151

De oplossing wordt heet gebruikt, Hierna plaatst men het gouden voorwerp als anode in de volgende oplossing:

Geel bloedloogzout 1:5 dl

Natriumcyanide 60 dl

Zuur kaliumtartraat I5 dl

Water 1000 dl

Ternperatuur 65° tot 800 C, 6 V en

kathoden van lood.

Men werkt met anoden van zuiver lood met 3 tot 4 V en een stroomsterkte van 1 tot 2 A per vierkanren decimeter.

Voor dunne loodlagen neemt men

de volgende oplossing:

Loodcarbonaat Natriumhydroxyde Water

Ternperatuur 80" C, 3 Ioodanoden,

stroom eenige uren doorgaan, de stroom mag slechts zwak zijn. De oxyden, die zich op het brons bevinden, worden hierbij weer tot metaal gereduceerd, de verontreinigingen komen los te zitten en kunnen na her drogen gemakkelijk afgeborsteld worden. Zelfs wanneer het patina uit het hardnekkige oxychloride bestaat, wordt het op deze wiize gereduceerd.

10 % zink. Voor het aanvullen van koper en zink bij het gebruik maakt men twee oplossingen, een van %inkcyanide in natriumcyanide en een van het kopercyanide apart. De beide metalen worden nooit geliikmatig opgebruikt. Door een analyse of beter door bet beoordeelen van de kleur ziet men welk metaal men toe moet voegen. Het is een eigenaardig feit, dat wanneer men een zinkoplossing bij het messingbad voegt, her zeer lang duurt tot de kleur constant blijft.

Het natrium-kaliurntartraat lost de oxyden, die rich op de anoden vormen, op. De electrolyse verloopt hierdoor gelijkmatiger.

Voor het geliikmatige afzetten van koper en zink in de gewenschte verhouding mag de stroomsterkte niet te hoog ziin, rnoet de oplossing voldoende natriumcyanide bevatten, de ternperatuur haag genoeg zijn en mag de oplossing geen ammoniak of loog bevatten.

Den glans van de messing- en bronslagen kan men verhoogen door aan het bad een kleine hoeveelheid natriumarseniet toe te voegen. Men maakt een geconcenrreerdc oplossing door I kg natriumhydroxyde in 2 I water op te lessen. Hierin lost men dan door koken 500 g arsenicum (vergif) op en verdunt hierna de oplossing tot 4 I. Van deze uiterst gevaarlijke, sterk giftige oplossing voegt men dan 30 g aan 400 I badvloeistof toe. Een overmaat is uiterst slecht, daar de glans dan verdwiint,

Ben oplossing voor brans bevat steed" minder cyanide dan een vermessingoplossing. De kleur moet ingesteld worden door de juiste verhouding van zink tot koper te kiezen en door bij de juiste ternperatuur te werken.

IS dl 45 dl 1000 dl tot 4 V en

Ilzer.

Ferrochloride 300 dl

Calciumchloride 150 dl

Water 1000 dl

Ternperatuur 90° C, 4 tot 5 A per

vierkanten decimeter, 2 tot 2'!1 V, pH 1,5 rot :2. anoden van zuiver iizer.

Dit bad wordt gebruikt om zeer dikke lagen op te brengen. Dunne Iagen brengt men op de volgende WIJU op: Men lost in een liter water 120 g salrniak (ammoniumchloride) op en doet deze oplossing in de galvaniseertank, Men neemt zuiver nzer als anode en hangt eenige willekeurige nzeren voorwerpen in de tank.

Men leidr nu eenige uren een sterken stroorn door het bad, waardoor iizer in oplossing gaat tot de oplossing voldoende sterk is. Na ongeveer 4 tot 5 uur kan het bad gebruikt worden. Men werkt dan bij 26° C, met 0,2 A per vierkanten decimeter en m.et 1 V spanning.

M~S!liDg op staal.

Kopercyanide 30 dl

Zinkcyanide 8 dl

Natriumcyanide 45 dl

Natriumcarbonaat 15 dl

Water 1000 dl

Temperatuur 25° tot 30° C, 0,3 A

per vierkanten decimeter, anoden bestaan uit 80 % koper en 20 % zink.

Het werkstuk rnoet absoluut schoon zijn. Deze messinglaag wordt gebruikt am het hechten van caoutchouc op ijzer mogelijk te maken.

Messing.

Kopercyanide 30 dI

Zinkcyanide 8 dl

Natriumcyanide 45 dl

Natriumcarbonaat 15 dl

Water lOOO dl

Temperatuur 3Zc C, 0,3 A en 2 tot

3 V anoden van ~ewalst messing, 80 % koper en 20 % zink.

Deze oplossing geeft een zuiver gele Iaag messing. Wanneer de laag greenachrig moet ziin, zooals het dikwijls verlangd wordt als onderlaag voor het vergulden en voor sterk glanzende laagjes bij goedkoope sieraden met imitatiesteenen, neernt men 30 g kopercyanide en 30 g natriumcyanide minder en voegt aan de oplossing iets ammoniak toe.

Bij het galvaniseeren met messing moet de temperatuur nauwkeurig constant gehouden worden. De kleur hangt bovendien van de srroornsterkte af; een te hooge stroomsterkte doet rneer zink afzetten, Hetzelfde effect kan men bereiken door arnmoniak of loog toe te voegen.

Koper.

Men werkt bii het verkoperen met twee soorten oplossingen, zure en alkalische. De zure oplossingen bevatten kopersulfaat en de alkalische het cyanide. De cyanide-oplossingen worden steeds voor het verkoperen van ijzer en staal gebruikt, daar het iizer uit het zure bad vanzelf een onsarnenhangend Iaagie toper vrij maakt.

Oplossing I. Kopercyanide

Natri urncyanide Natrlumcarbonaat Natriumhyposulfiet Water

LoOO.

26 dl

34 dJ 15 dJ

0,25 dl

1000 dl

Loodcarbonaat I ~o dl

Fluorwaterstof (50 %) 250 dl

Boorzuur 100 dl

Lijrn 0,25 dl

Water 1000 dl

Men mengt eerst het ffuorwarerstof-

zuur met her boorzuur en lost hierin het loodcarbonaat op. Men Iaat de opl<:'SSing afkoelen en laat her neerslag bezinkeri, de heldere oplossing wordt dan afgeheveld en verdund, Eerst bierna voegt men de Iijm toe, die te voren in heet water opgelost werd.

Brons.

Kopercyanide 30 dl

Zinkcyanide 4 dl

Natriumcyanide 40 dl

Natriumcarbonaat 15 dl

Natrium-kaliumtartraat 15 dl

Water lOOO dl

Temperatuur 35° C, 0,2 tot 0,25 A

per vierkanten decimeter, ;;>. tot 3 V, anoden bestaan uit go % koper en

Oplossing e,

Kopercarbonaat 40 dl

Natriumcyanide 75 dl

Natri umh yposulfiet 0,25 dl

Water 1000 dl

Temperatuur 40" C, stroomsterkte

0,4 tot 0,6 A, 11/1 tot 2 V met zuiver koperblik a1s mode.

Restaureeren van oud brons.

De voorwerpen hangt men als kathode in een bad van een a-pets natriumhydroxyde-oplossing, Als anode neernt men plaatiizer. Men laat den

I,

, r.

152 MENGEN EN ROEREN

------------------

Her bad mag niet te veel vrij cyanide bevatten, daar dan gassen ontwikkeld worden en het koper van de onderlaag los Iaat, Er moet echter voldoende cyanide aanwezig zijn om de anoden blank te houden. Er mogen zich geen basische koperzouten op de anode afzetten, De donkere kleur, die door her hyposulfiet ontstaat, mag blijven. Het bad moet per liter ongeveer 20 g koper bevatten en ongeveer 20 g vrij natriumcyanide.

Pokdalige koperneerslagen worden door een te hoog carbonaatgebalte veroorzaakr. De overmaat carbonaat kan men met bariumcbloride verwiideren. Men laat her bariumcarbonaa~ bezinken en tapt de heldere oplossing af. Er moet iets carbonaat in de oplossing bliiven, daar anders de neerslagen te hard worden.

Zure verkoperoplossing.

Kopersulfaat 210 dl

Zwavelzuur 25 dl

Water rooo dl

Temperatuur 24° C, stroomsterkte

I tot 1,5 A, 3/. tot 1 V. Door bet bad gedurende de electrolyse te roeren kan men aanmerkelijk hoogere stroomsterk ten toepassen, De anode bestaat uit zuiver gewalst koper.

. Door a3:n de kopercyanide-oplossing lets alkalische loodoplossing toe te voegen, wordr de glans van bet toper aanmerkelijk verhoogd. Bij versche baden is de koperlaag soms zeer hard en schilfert af. Dit kan men verhinderen door aan de oplossing 1 % loog toe te voegen.

Metalliseeren van niet-melBal.

De meest uiteenloopende soorten materiaal kunnen met metaal bedekt worden door ze eerst in een 3- tot 4-PCts oplossing van hydrochinon te drenken. De voorwerpen moeten te vo.ren goed vetvrij gemaakt worden. Hierna dompelt men het voorwerp in een zilvemitraatoplossing. Het hydro-

chinon reduceert nu bet zilvernitraat tot zilver, bee verkregen Iaagie zilver kan tot metaalglans gepolijst worden. Hierop kan men dan galvanisch een dikke laag metaal opbrengen,

Zink.

Zure opiossing. Zinksulfaat Ammoniumchloride Natriumacetaat Water

T emperatuur 260 C,

I,:S tot 2 A, 3 tot 4 V.

Alkalische oplossing.

Zinkcyanide 30 dl

Natriumcyanide 30 dl

Natriumhydroxyde 2~ dl

Water 1000 dl

T emperatuur 380 C, stroomsterkte 1 tot 2,5 A per vierkanten decimeter, 2 tot 3 V.

Met beide oplossiogen gebruikt men anoden van zuiver zink, Voor het verkrijgen van een fijne structuur voegt men 10 g glucose per liter badvloeistof toe.

De zure oplossing werkt goedkooper, de verdeeling van het afgezette metaal is echter ongelijknutiger. Het strooien van de zure oplossing kan men verbeteren door een spoor stannochloride toe te voegen, een teveel bederft de kleur. De zuurgraad meet op een pH van 3,:5 tot 4,5 gehouden worden; den zuurgraad kan men met tbymolblauw controleeren.

Bij het cyanide bad moet het gehalte aan vrij natriumcyanide ongeveer zooveel bedragen aIs het gehalte aan zink, een teveel maakt de metaallaag ruw.

Om vlekken te vermijden moeten de verzinkte voorwerpen zorgvuldig gewasschen en gedroogd worden; wasseben met heet water en drogen in zaagmeel.

225 dl 15 dl IS dl 1000 dl stroomsterkte

Aanzetten del' badoplossingen. Men vult den galvaniseertrog met ongeveer een derde deel van de geheele boeveelheid water. Het water wordt

GAL V ANISEEREN

tot 500 C verwarmd en DU lost men eerst het natriumcyanide eo dan de metaalcyaniden hierin op. Nu voegt men de andere chemicalien toe en tenslotte de rest van het water.

Vlekken verrnflden.

Na het galvaniseeren worden de voorwerpen uiterst zorgvuldig afgespoeld en dan gedurende eenige uren bij 200° tot 2300 C gedroogd. Ook kan men het werkstuk in een lIlt-pets oplossing van wiinsteenzuur uitspoelen, hierna met koud en heet water.

Vertinnen.

Natriumhydioxyde 90 dl

Stannochloride 30 dl

Natriumchloride 8 dt

Water 1000 dl

Deze oplossing wordt speciaal ge-

bruikt voor het vertinnen van kleine voorwerpen van koper of van messing. De oplossing wordt in een ijzeren tank verhit. De bodem van de tank wordt geheel bedekt met gegranuleerd tin, dat men verkriigt door gesmolten tin van een zekere hoogte in water te gieten. Op bet tin legt men een rooster van ijzer,

De te vertinnen voorwerpen worden in mandjes van messing gelegd, gescheiden door blaadies geperforeerd tin. De voorwerpen bliiven 15 tot 30 min in de kokende opIoss.ing, in ieder geval zoo lang tot ze geheel vertind zijn. Hiema worden ze met water gereinigd en in houtzaagsel gedroogd.

De glans kan verhoogd worden door . eenigen tiid in een rolvat met houtzaagsel van hard hout te behandelen.

Gecoten zilver schoon beltsen,

Salpeterzuur 2 dI

Water I dI

Men dornpelt het zilver in de heete

oplossing. De oplossing wordt goed doorge roe rd.

Men kan de oxyden ook verwiideren door in het volgende bad met orngekeerden stroom te behandelen:

Natriumcyanide 60 dl

Water 1000 dl

De oplossing moet beet zijn, span-

ning 4 tot 6 V, anoden van lood.

Glansoplossing:

Zwavelzuur Salpeterzuur Water Zourzuur

Sd! 4d1 I dl

een spoor

Zilver mat beltsen,

Zwavelzuur Salpeterzuur Zinkoxyde

7,2 d1 5,6 dl 1,0 dl

De oplossing wordt heet gebruikt en mag niet met water of chloridea verontreinigd worden. Wanneer de oppervlakte te grof wordt voegt men :W3velzutJr toe, wanneer te weinig mat, voegt men salpeterzuur toe.

Zilver, dat nirgegloeid is, wordt schoon gemaakt door bet in een heete verdunde zwavelzuuroplossing te plaatsen, I dl zuur op 3 dI water. Hierna wordt in een oplossing van 2 dl zwavelzuur, I dl salpeterzuur en 5 d1 water geheel schoon gebrand. Tenslotte wordt het in de glansoplossing weer glanzead gemaakt.

VEERTIENDE HOOFDSTUK.

FOTOGRAFIE.

De gevoelige fotografische emulsie bestaat uit een laag gelatine waarin korrels van een lichtgevoelige stof liggen. Deze korrels bestaan gewoonlijk uit uiterst kleine kristalletjes van onoplosbare zilververbindingen. Wanneer op deze zilververbindingen licht valt vindt in het kristal zelf een verandering plaats, die we niet onmiddellijk waar kunnen nemen. De verandering uit zich in het feit, dat we een dergelijk kristalletje zilvervesbinding met behulp van bepaalde stoffen tot rnetalliek zilver kunnen reduceeren, terwijl de deeltjes die niet door licht getroffen werden, onder dezelfde omstandigheden onveranderd blijven. We noemen dit het ontwikkelen van de fotografie.

De ontwikkelaar dien we tegenwoordig gebruiken bestaat uit een oplossing van eenige zeer verschillende stoffen in water. Ieder van de gebruikte stoffen heeft in den ontwikkelaar zijn eigen functie.

Als reduceerende stof, dus de stof die de zilververbinding tot het metaal reduceert, nernen we gewoonlijk metol, hydrochinon, pyrogallol, glycine, arnidol en dergelijke organische verbindingen.

Hiernaast rnoet de ontwikkelvloeistof stoffen bevatten die voor het juiste milieu zorgen, waarin de ontwikkelende stof het gunstigste werkt, De meeste stoffen moe ten in alkalische oplossing gebracht worden. Hiertoe voegt men dan gewoonlijk soda of potasch aan den onrwikkelaar toe. Bovendien wordt door de alkalische reactie van den onrwikkelaar de gelatine zachr ge maakt , waardoor de vloeistof gemakkelijker in de laag binnendringt en zoo de zilverhaloidkristalleties beter kan bereiken, en ook alle bereikt. Hierdoor verloopt de ontwikkeling niet aileen sneller doch ook contrastrijker.

Theoretisch zou men iederen ontwikkelaar met loog alkalisch kunnen maken, de werking hangt echter sterk van den aard der alkalische stof en van de ontwikkelende stof af. Zoo is by. voor arnidol de alkaliteit van her natriumsulfiet voldoende, andere ontwikkelaars bevatten borax, verder soda, potasch en ook loog, In de warrnte tast loog de gelatine vrii sterk aan, meet dus in de tropen verrneden worden. Ook is de huid van sornmige person en zeer gevoelig voor vriie loog. Bij een aantal ontwikkelaars veroorzaakt loog de reductie van niet belichte deelties, dus sluier.

Ook bij het gebruik van soda en potasch meet de inwerking van de

FOTOGRAFIE 155

----------------------_-- - ..... - ._._._---

reduceerende stof op de niet belichte deeltjes tegengegaan worden; hiertoe voegt men aan den ontwikkelaar een kleine hoeveelheid kaliumbromide toe. Hierdoor kan men de concentratie van de soda verhoogen zonder gevaar te loopen, dat het negatief geheel versluiert.

De ontwikkelaar, die alleen de reduceerende stof, soda en kaliumbromide bevat, zou echter zeer spoedig bederven, daar deze vloeistof uit de lucht onrniddellijk zuurstof op zou nemen, waarbii de ontwikkelende stof dus verbruikt zou worden. Om dit te verhinderen voegt men aan den ontwikkelaar een andere stof toe die de zuurstof opneernt, Gewoonlijk neemt men hiervoor het natriumsulfiet.

De stoffen, die waarschijnlijk het rneest voor het ontwikkelen gebruikt worden, zijn metol en hydrochinon. Metol ontwikkelt zeer snel en h ydrochinon langzaarn, rnetol geefr echter zachte flauwe negatieven en hydrochinon dichte goed gedekte en harde negatieven. Door de beide stoffen samen te gebruiken kan men, door de verhouding te wiizigen, ieder willekeurige hardheid verkrijgen.

Bij dezen ontwikkelaar rnoet de temperatuur echter constant gehouden worden, nl, tusschen 60° en 70° F, of 15° en 21° C; hydrochin on is nl. onder 16° C bijna onwerkzaarn en wordt boven 21" C uiterst actief. Her gevolg is, dat bij te lage ternperaturen aileen het rnetol werkzaarn is en men dus een beeld krijgt met veel details doch te zwak en te zacht. Bij te hooge temperatuur werkt de hydrochinon te sterk, zoodat men een te hard beeld verkrijgt.

Arnidol wordt in vele gevallen gebruikt waar de fotograaf tegenover metol overgevoelig is. Amidol wordt zonder soda gebruikt, dus alleen met sulfiet en broomkaliurn opgelost.

Pyrogallol wordt gebruikt waar sterke contrasten en goed gedekte negatieven verlangd worden, de negacieven zijn schijnbaar niet dicht doch geven zeer contrastriike afdrukken. Pyrogallol neernt zeer gemakkeliik zuursrof op en de oplossing rnoet met sulfiet en bisulfiet geconserveerd worden.

Glycine wordt soms sarnen met hydrochinon gebruikt of aileen voor de tankontwikkeling, daar de oplossing aan de lucht zeer lang goed blijft. Gewoonlijk gebruikt men het voor ontwikkelpapieren voor her verkrijgen van een olijfkleur of warm zwart.

Terwijl de meer of rnindere contrastriikheid in de eerste plaats van het rnateriaal afhangt, kan men, door den ontwikkeltijd te varieeren, hier toch nog een vrij grooten invloed uitoefenen. Door langer te onrwikkelen wordt het beeld contrastrijker, dus harder. Te lang mag men ook weer niet ontwikkelen, daar dan een sluier ontstaat, die tenslorte de lichte deelen van het negatief donker maakt en ZOO de contrasten weer doet verrninderen, Door den ontwikkelaar bij het ontwikkelen sterk in beweging te houden, wordt het ontwikkelde beeld

MENGEN EN ROEREN

harder. Bii het ontwikkelen ontstaat bromide, dat door de bewegende vloeistof onmiddelliik weggespoeld en verdeeld wordt, voordat het het ontwikkelen vertragen kan.

In het algemeen is het aan te bevelen den ontwikkelaar zoo nauwkeurig mogelijk op 68" F of 20° C te houden,

FIXEEROPLOSSINGEN.

In het algemeen werkt men tegenwoordig met zure fixeerbaden, waaraan men soms nog een stof toevoegt, die de gelatine hard en rninder oplosbaar maakt. Bij het maken van fixeer, trouwens bij alle oplossingea voor fotografische doeleinden, is de volgorde waarin de stoffen opge1ost worden, van het grootste be lang. Bij de hierna volgende recepten moeten de stoffen steeds in de aangegeven volgorde opgelost worden. Wanneer men by. zaur bij een te warme natriurnthiosulfaatoplossing voegt, wordt dit zout ontleed onder de vorming van zwavel, Ook aluin moet eerst opge1ost worden en dan bii de koude thio-oplossing gevoegd worden. Wanneer men bv. aluin en sulfiet rnengt voor men het zuur toegevoegd heeft, ontstaat een neerslag van aluminiumsulfiet, waardoor de samensteUing van het bad anders wordt. Ook de fixeeroplossing moet op 68° F, 20° C gehouden worden; een te warrne fixeeroplossing wordt gernakkelijk ontleed.

ALGEMEENE OPMERKINGEN.

Ook bij den onrwikkelaar is de volgorde van oplossen uiterst gewichtig. Voegt men bv. de soda bij de ontwikkelende stof, dan wordt onrniddelliik een deel hiervan door de zuurstof uit de lucht geoxydeerd. Men rnoet dus eerst het sulfiet toevoegen en dan de soda. Bovendien moet de vorige stof steeds geheel opgelost ziin voor de volgende toegevoegd wordt. Het water verwarmt men op ongeveer 50° C. Men moet de oplossing echter af laten koelen voor de soda toegevoegd wordt.

In het algemeen moeten de bestanddeelen voor de fotografische oplossingen nauwkeurig afgewogen worden. Het aanschaffen van een eenvoudige doch goed wegende balans voor kleine hoevee1heden moet dus aanbevolen worden. In het algerneen moet men bij her rnaken van foto-oplossingen zeer nauwkeurig en zonder morsen werken.

Kleine hoeveelheden van een vreemde stof, die door vuile vingers of door spatten in een oplossing komen, kunnen alles bederven. Het ergste hierbij is, dat men later dan voor schijnbaar onverklaarbare raadsels staat.

Bij de volgende recepten verstaat men onder natriumsulfiet steeds

FOTOGRAFIE

---------.----------

157

den watervrijen vonn, voor het normale kristalwaterhoudende zout moet men dus het dubbele nemen. De soda is de soort met I molecule kristalwater. Heeft men watervrije soda, dan moet men dus ongeveer I7 % rninder nernen en van gewone kristalsoda moet men I30 % rneer nernen.

De aangegeven ontwikkeltijden ziin alle op een temperatuur van 20° C berekend.

T enslotte mag men niet vergeten, dat ieder fabrikaat met e~n bepaalden ontwikke1aar de beste resultaten geeft. Men rnoet dus of den aangegeven ontwikkelaar gebruiken of door proeven zelf een ontwikke1aar samenstellen.

Ontwikkelaan voor DeratleveD.

Metol.hydrochinon.

VOOT tankontwiklce1ing:

Meto! 0,8 g

Natriumsulfiet 45,0 g

Kaliummetabisulfiet 4,0 g

Hydrochinon l,~ g

Natriumcarbonaat 8,8 g

Kaliumbromide 1,5 g

Water tot I 1

Ontwikkeling in 25-30 min.

V oor schal enontwikkeling :

Metol 1,5 g

Natriumsulfiet 22,7 g

Hydrocbinon ~,5 g

Potasch 18,0 g

Kaliumbromide 1,0 g

Water tot I I

Deze oplossing ontwikkelt in 5 tot

7 min.

Ben zachter werkende metolhydrochinononrwikkelaar, die voor portretten bijzonder geschikt is, is de volgende:

VOOT tankontwiklWing:

Metol 1,5 g

Natriumsulfiet 21,0 g

Natriumbisulfiet 0,5 g

Hydrochinon 0,5 g

Natriumcarbonaat 8,0 g

Kaliumbromide o,S g

Water tot I I

Deze oplossing ontwikkelt in 10-15

min.

Voor schalenontwikkeling :

Metol 5,0 g

Natriumsulfiet 50,0 g

Natriumbisulfiet 1,0 g

Hydrochinon J,3 g

Natriumcarbonaat 8,5 g

Kaliumbromide 1,0 g

Water tot I 1

Deze oplossing ontwikkelt in 5 tot

7 min.

Pyro .tankontwikkelaar.

Oplossing A:

Kaliummetabisulfiet Pyrogallol Kaliumbromidc Water

9,8 g 60,0 g 1,1 g tot I 1

Oplossing B:

Natriumsulfiet Water

105 g tot I 1

Oplossing C:

Natriumcarbonaat 75 g

Water tot I 1

Vocr tankontwikkeling neemt men

150 em' van iedere oplossing en mengt met zooveel water tot men 4 1 ontwikkelaar heeft, De ontwikkeltijd bedraagt ongeveer J 2 min.

Voor bet ontwikke1en in schalen neemt men van ieder dec drie oplossingen I dl en verdunt met 7 dl water. De ontwikkeltijd bedraagt 00- geveer 6 min.

MENGEN EN ROEREN

Pvro ~80da ~ontwikkdaar.

Oplossing A:

Pyrogallol Kaliummetabisulfiet Natriumsulfiet Kali umbromide Water

Oplossing B:

Natriumcarbonaat Water

,,0 g I,3 g 28,4 g 0,7 g tot 0,5 1

24,8 g tot 0,5 1

Voor normaal belichte negatieven neemt men gelijke deelea van oplossing A en B, voor onderbelichte negatieven neemt men meer oplossing B, voor overbelichte negatieven neemt men meer oplossing A. '

Bij het aanzetten van dezen ontwikkelaar mengt men het sulfiet eerst droog met het bisulfiet en lost dit mengsel in heet water op. De oplossing wordt nog een minuut doorgekookt, waarna men laat afkoelen. In deze oplossing lost men de pyro op. De ontwikkelaar is, op deze wijze bereid, buitengewoon lang houdbaar.

Pyrometol.

Op/(}ssing A:

Natriumbisulfiet Metol

Pyrogallol Kaliumbrornide Water

Oplossing B:

Natriumsulfiet Water

Oplossing c. Natriumcarbonaat Water

7,5 g
7,5 g
30,0 g
4,2 g
tot I 1
150,0 g
tot I I
75 g
tot 1 1 Voor tankontwikkeling neemt men 60 em- van iedere oplossing en verdunt tot een liter. Voor schalenontwikkeling neemt men 1 dl van iedere oplossing en verdunt met 8 dl water.

Ontwikludaar voor onderbelichte neratieven.

Metol Natriumsulfiet Potasch Kaliumbromide Water

Voor het gebruik I : 2

15 g 75 g 75 g

2 g tot I I verdunnen.

Amidol.

Daar deze ontwikkelaar geen alkali bevat wordt de gelatine met aangetast en is ontwikkelen bii vrij hooge ternperaturen nog mogelijk zonder dar de gelatinelaag loslaat: men kan gaan tot 85° F of 30° C.

De volgende ontwikkelaar is goed voor negatieven en geeft met gaslichtpapier fraaie blauw-zwarte afdrukken. De oplossing blijft 2 dagen goed; het is echter beter iederen <lag een versche oplossing aan te zetten.

Natriumsulfiet Broomkaliurn

Amidal Water

tot

15,0 g 0,5 g 4,0 g 600 cm3

Metol.pyro (eacht).

Oplossing A:

Metal Kaliummetabisulfiet Pyrogallol Broomk.Uium Natriumsulfiet

Water tot

3,8 g 13,0 g 13,0 g I,S g 42,S g 1000 cm~

Oplossing B:

Natriumcarbonaat 113 g

Water tot 1000 cm3

Voor norrnaal belichte negatieven

neemt men gelijke deelen der beide oplossingen, voor overbelichte negatieven neernt men ~ dl A en 1 dJ B, voor onderbelichte negatieven neernt men I dl oplossing A en 2 dl B.

Rodinal.ontwik}(elaar.

Water Zoutzuur-p-aminophenol

So g

150 g

FOTOGRAFIE

159

Kaliumrnetabisulfiet Natriumhydroxyde Water

215 g 500 g

Ais water neemt men uitgekookt en weer afgekoeld gedestilleerd water. Men rnengt de eerste drie bestanddeelen. Hiernaast lost men het vaste natriumhydroxyde in het water op en voegt van deze loog zooveel bij het mengsel tot het eerst gevormde neerslag weer iuist opgelost is. Hiervoor heeft men 340 tot 350 cm3 noodig.

De oplossing wordt tenslotte met water tot I 1 aangevuld,

Ontwlkkelaar voor fijDkorreli~e neratieven.

Metol 1,0 g
Natriumsulfiet 32,0 g
Glycine 0,5 g
Hydrochinon 0,5 g
Natriumcarbonaat 28,0 g
Kaliumbromide 1,5 g
Citroenzuur 1,0 g
Water tot I I Bi] juisten belichtingstijd is het negatief in 10 tot I~ min ontwikkeld, Nog fijner wordt het negatief met den volgenden ontwikkelaar:

Metol Natriumsulfiet H ydrochinon Resorcine Borax

Water

2 g

100 g 3 g 2 g 2 g

tot I I

Men maakt eerst een oplossing Van het metol in 100 em" water en een opIossing van het h ydrochinon, resorcine en een dee! van het natriumsulfiet in 100 cm3 water. De beide oplossingen worden nu gemengd. Hiernaast lost men de rest van het natriumsulfiet en de borax in 200 ern' water op. Beide oplossingen laat men afkoelen en men giet nu de tweede oplossing in de eerste, roert geed en verdunt dan met de rest van het water.

Ontwikkelaar voor gTafische emulsies.

Zeer hard. Oplossing A:

Natriumbisulfiet Hydrochinon Kaliumbrornide Water

25 g 25 g ~5 g

tot 1 1

Oplossing B:

Natriumhydroxyde 50 g

Water tot I I

Voor het gebruik: mengt men gelijke

deelen van A en B. De ontwikkeling duurt hoogstens 4 min.

Na het ontwikkelen moeten de platen voor het fixeeren goed met water afgespoeld worden. Oak mogen de handen Diet met den alkalischen ontwikkelaar in aanraking kornen.

Hard.
Metal o,~ g
Natriurnsulfiet 62, g
H ydrochinon 15,7 g
Natriumcarbonaat 23,5 g
Kali umbrornide 2,1 g
Water tot I I Normaal,

Metol 3,9 g

Natriumsulfiet 55,0 g

H ydrochi non 7,9 g

Natriumcarbonaat 39,2 g

Kaliumbromide 1,8 g

Water tot I 1

De oplossing wordt voor normaal

I : 3 verdund, voor zacht I : 4. Ontwikkeltijd is 3 CD 4 min.

Ontwikkelaar voor normale

negatteven of positieven.

Metol 1,5 g

Natriumsulfiet 47,0 g

Hydrochinon 7,9 g

Natriumcarbonaat 47,0 g

Kaliumbrornide 1,5 g

Water tot I I

Voor brillante negatieven I : I ver-

dunnen, voor normale negatieven of positieven I : 2 en voor zachte negatieven I : 3 verdunnen.

160

MENGEN EN ROEREN

Ootwlkkelaar voor lantaaroll

plaatjes.

Van normale negatieven, Metal Natriumsulfiet Hydrochinon

N atriurncarbonaat Kaliu mbromide

Water tot

1/5 g 57,0 g 14,0 g 57,0 g

1,0 g 1 1

Van harde negatieven.
Metol 1,6 g
Natriumsulfiet lid g
H ydrochinon 0,6 g
Natriumcarbonaat, 29,0 g
Kaliurnbromide 0,6 g
Water tot 0,5 I
Van zachte negatieven.
Metal 1,0 g
Natriumsulfiet 14,0 g
H ydrochinon 3,6 g
Na triumcarbonaat 17,5 g
Kaliumbromi de 0,6 g
Water tot 0,5 I
Ontwikkelaar voor R<Sntren.
neratie\len.
Metol 1,0 g
Natriumsulfiet 71,7 g
Ka1i ummetabisulfiet 4,0 g
Hydrochinon 7,6 g
Natri umcarbonaat 36,0 g
Kaliumbrornide 4,0 g
Water tot I 1
Ontwikkelaar vocr kinematO:l
rraphische film.
Zacht.
Metal 2,8 g
Natriumsulfiet 14,0 g
Hydrochinon ~.3 g
Natriumcarbonaat 10,7 g
Kaliumbromide 1,5 g
Water tot 1 1
Hard.
Metol 1,0 g
Natriumsulfiet 30,0 g Glycine

H ydrochi non Soda Broomkalium Citroenzuur Water

0,5 g 2,0 g 25,0 g 1,5 g 1,0 g tot I J

Ontwikkelaar voor papier.

Voor aagenoeg aUe papiersoorten is de volgende metol-hydrocbinonontwikkelaar geschikt.

Metol 3.3 g

Natriumsulfiet 4~,5 g

Hydrochinon 9,7 g

Natriumcarbonaat 71,0 g

Kaliumbromide 1,0 g

Water tot I 1

Men verdunt afhankelijk van de

soort papier van I : 2 tot I : 4-

Recepten voor speciale soorten papier opgeven heeft hier geen zin. Deze worden door de fabrikanten gewoonliik in de verpakking ter bescbikking gesteld.

Men werkt dan %00 nauwkeurig mogelijk volgens de aangegeven recepten. Met vele zeer speciale soorten papier is het alleen mogelijk het gewenschte effect te bereiken, wanneer men de voorschtiften %00 precies mogelijk volgt.

Een zeer zachte onrwikkelaar is de

volgende met alJeen metol:

Metol Natriumsulfiet Soda

Kaliumbromide Water

2,0 g 28,5 g 42,5 g 0,3 g tot 0,5 I

Ontwikkelaar voor ... armc kleurea,

Natriumsulfiet

H ydrochinon Glycine Natriumcarbonaat Broomkalium Water

Voor het gebruik

Natriumsulfiet Hydrochinon

3:5,5 g 10,0 g 7,0 g 78,0 g 2,3 g tot I I

I : 3 verdunnen.

56,8 g 4,6 g

FOTOGRAFIE

161

Glycine 24 g
Soda 35,0 g
Hypo 1,2 g
Broomkalium 1,2 g
Water tot I
Natriumsulfiet 28A g
Glycine 14,2 g
Potasch 74,4 g
Broornkalium 7,0 g
Water tot I J In deze drie recepten kan men door de hoeveelheid broomkalium te wijzigen, de ontwikkelsnelheid varieeren: de ternperatuur van den ontwikkelaar speelt ook een groote rol. In het algemeen wordt de kleur warmer door het papier langer te belichten en korter te ontwikkelen.

Zuur bad.

Azijnzuur van 82 % 50 ems

Water 950 em"

Men dompelt de afdrukken na het

ontwikkelen in dit verdunde zuur en voorkomt hierdoor het ontstaan van gele ontwikkelaarvlekken in de witte dee len van den afdruk. De fixeeroplossing bliift hierdoor oak langer bruikbaar.

Hxeerbad.

Een gewone oplossing van natriumthiosulfaat bederft spoedig door de kIeine hoeveelheden ontwikkelaar die door het papier medegenomen worden. Verbeterd wordt dit reeds door een tusschenbad in te schakelen, dat uit zeer verdund azi;ru;uur bestaat. Zekerder is nag het fixeerbad zelf zuur te rnaken. Een eenvoudig en goed werkend zuur fixeerbad is her volgende:

Natriumthiosulfaat (hypo) 250 g

Kaliummetabisulfiet 25 g

Water tot I I

Dikwijls voegt men aan het fixeer-

bad bovendien nag een stof toe, die de gelatine hard en onoplosbaar maakt:

Hypo 250 g

Water tot I 1

Mengen en Roeten

Hieraan voegt men nu 60 g van de

volgende oplossing toe:

Natriumsulfiet Azijnzuur 28 (l/~ Aluin Water

tot

60 g 180 g 60 g 320 cm3

Kleur.fixeerbad.

Water Natriurnthiosulfaat Ammoni urnacetaat Goudchloride I : 100

roo dl 100 dl 100 ell

30 dl

Chroomaluinfixeerbad.

OpiOITing A:

Hypo Natriumsulfiet Water

900 g 85 g tot 3 I

Op/ossing B:

Kaliumehroomaluin 57 g

Zwavelzuur 7 g

Water tot I 1

Voor het gebruik mengt men op-

lossing B onder geed roeren met oplossing A.

Kleurbad met hypo en aluin.

Hypo I17 g

Water (heet] tot 1000 ~

Mum ~ g

Af laten koelen en de volgende op-

loosing toevoegen:

Zilvernitraat 0,5 g

Keukenzout 0,5 ~

Water 70,0 em

Het mengsel wordt niet gefiltreerd.

De oplossing geeft sepia tot purperbruine afdrukken. Het bad werkt pas goed wanneer het wat ouder is. Men kleurt bij zoo hoog mogeliike temperatuur, 320 tot 4~o C. Het kIeuren duurt 30 tot 60 nun. Wanneer de gewenschte kleur bereikt is, spoelt men met water van dezelfde temperatuur af en wrijft eventueele neerslagen met watten af. Hierna wordt een half uur in stroomend water gespoeld.

II

MENGEN EN ROEREN

Sulfidekleurbad.

De afdrukken worden uiterst zorgvuldig gefixeerd en gespoeld. Hierna worden ze in bet volgende bad gebleekt:

Broomkalium 7,5 g

Rood bloedloogzout 19,5 g

Water tot '500 em!

Hierna worden de afdrukken niet langer dan een minuut afgespoeld ~n in de volgende sufide-oplossing oprueuw ontwikkeld:

Natriumsulfide (Na.S) Water

IISg 500 g

Deze oplossing wordt I : 6 verdund. De afdrukken komen hierin zeer vlug met een fraaie bruine kleur terug, Hierna een half uur spoelen.

De resultaten die men vol gens deze bruin-kleurmethode verkrijgt zijn goed, de afdrukken zijn oak duurzaarn. Men moet de oplossingen echter zeer zuiver houden en voo~a! geen ?ude bedorven sulfide-oplossing gebruiken. Ook de bleekoplossing mag niet te oud worden. Wanneer het bleeken laager dan drie minuten duurt, moet het bad door een weuw vervangen worden.

Zwavelleverldeurbad.

Zender eerst te bleeken kan men bruin kleuren met:

ZwaveUever 2 g

Water 1000 g

Blau ... kleurbad,

In bet algemeen moeten afdrukken, die gekleurd worden, donkerder afgedrukt worden dan normaal, bovendim moet men ze zorgvuldig spoelen. Verder werkt men het beste met normale papiersoorten, c:t:aar de z~er biizondere soorten dikwiils ook hier andere eigenschappen hebben.

Oplossing A:

Ferriammoniumcitraat S,6 g

Water tot 56,7 em'

Op/ossing B:

Rood bloedloogzout

VUater tot

Oplossing C:

~~~uur 28 % tot ~:I;~ ~

De drie oplossingen worden kort voor het gebruik gemengd. Men bat de afdrukken zoo lang in de oplossing tot de gewenschte tint bereikt is. Hierna spoelt men in stroomend water tot bet wit geheel helder 15.

Rood kleurbad.

Oplossing A:

Kaliumcitraat Water

Oplossing B:

Kopersulfaat Water

50 g tot 500 cnt

7,5 s tot 250 em'

Oplossing C:

Rood bloedloogzout 6,S g

Water tot 205 em'

Oplossing B wordt langzaam bij A

gevoegd, hierna voegt men onder goed roeren C bi] bet mengsel.

Groen kleurbad, Oplossing A:

Oxaalzuur Ferrichloride Ferrioxalaat Water

7,8 g

1,0 g

1,0 g

tot 285 emS

Oplossing B:

Rood bloedloogzout

Water tot

Oplossing C:

Zoutzuur

Vanadi umchloride

Water tot

FOTOGRAFIE

In oplossing C moet men het zuur eerst met het water mengen, de oplossing wordt dan bijna tot koken verhit en hierna voegt men het vanadiumchloride toe.

Men voegt de oplossing B bij oplossing A, en mengt hiermede dan onder goed roeren de oplossing C.

Men laat de afdrukken in de oplossing tot ze donkerblauw zijn. Hierna spoelt men in water tot de kleur green geworden is.

Indian bet wit geelaebtig is kan men dit verwiideren door in de volgende oplossing te dornpelen:

Ammoniumsulfocyanaat 1,6 g Water tot 285,0 em!

BUkllemlichtpoeder.

Magnesiumpoeder 2 dl

Thoriumnitraat droog in

poeder I dl

Kort voor het gebruik mengen.

Kleuren van lantaarnplaatjes.

Ook de lantaarnplaatjes moeten VOOr het kleuren uiterst zorgvuldig gespoeld worden. De normale oplossmgen voor papier ziin oak hier te gebruiken. Veelal past men de volgende oplossingen toe:

Blaum:

Kaliumbichromaar Ferri-aluin Oxaalzuur

Rood bloedloogzour Kali-aluin

Zoutzuur

Water

0,1 g

1,3 g

3,0 g

1,0 g

4,8 ~

l,4 em tot 1000,0 em-

Bruin:

Uranylnitraat Kali umoxalaat

Rood bloedloogzout Ammoniakaluin Zoutzuur

Water tot

Versterken.

Bleeken in:

Sublimaat (vergif) Broomkalium

VUater tot

163

-----

8,0 g

8,0 g

500,0 emil

Even afspoelen en herontwikkeJen in:

Natriumbisulfiet 21 g

Hydrochinon ~1 g

Broomkalium 2I g

Water tot I I

Na bet herontwikkelen btl men bet

negatief zachter maken met:

Ammoniak 100 em3

Water 900 em"

Men maakt het negatief harder met:

Hypo 100 g

Water lOOO g

Een matige en harmoaische ver-

sterking verkrijgt men met:

Oplossing A:

Kaliumbiehromaat Water

60g tot I I

Oplossing B:

Zoutzuur 100 emil

Water 900 em-

Men bleekt bet negatief in 10 dl A;

I dl B en 40 dl water en wascht goed uit.

Hierna herontwikkelen in:

Pyrogallol Potasch BroomkaJium

Water

tot

6,3 g 25,0 g 1,0 g 1,0 1

Kwiltjodideveraterker.

Natriumsulfiet 100 g

Rood kwikj odide log

Water tot 1000 g

Indien men geen rood kwik;odide

kan krijgen kan men her vervangen door 10 g sublimaat eo 20 g ioodkalium.

De versterker werkt krachtig en vlug, de versterking kan indien noodig herhaald worden tot het maximum bereikt is.

Verzw.kkers.

MENGEN EN ROEREN

Het contrast verzachtend:

Ammoniumpersulfaat 50,0 g

Natriumsulfiet 5,0 ~

Zwavdzuur 4,2 em

Water tot 500,0 em'

Voor het gebruik verdunt men deze

oplossing I : 9: bij het verzwakken de vloeistof in beweging houden, Vlug afspoelen en nafixeeren in een to-pets h ypo-oplossing aangezuurd met kaliummetabisulfiet. Een op deze wiize verzwakt negatief kan later weer versterkt worden.

Het contrast wordt versterkt door:

Oplossing A:

Natriumthiosulfaat ~8,5 ~ Water tot 500,0 CIlJ'

Oplossing B:

Rood bloedloogzout 57,0 ~ W .. ter tot 500,0 cm3 Men mengt VDOt' het gebruik ge-

lijke deelen van oplossing A en B. Deze verzw a kker wordt algerneen gebruikt, vooral bij de flauwe negatieven, die hierdoor voor de reproductie beter geschikt worden.

Normaal werkend:

Oplossint A:

Kaliumpermanganaat Sterk zwavelzuur Water

Oplossing B:

Ammoniumsulfocyanaat 12,3 g Water tot 500,0 em" Voor het gebruik mengt men geJijke

dee len van de beide oplossingen. Het verzwakken duurt I tot 3 min, hierna wordt in een r-pcts oplossing van kaliummetabisulfiet gebaad en goed gesp,oeld. Deze verzwakker werkt zeer gehjkmatig, is dus voor negatieven die goed harmonisch ziin, doch te dicht om normaal geeopieerd te worden.

Pcteschelen reinigen,

Kaliumbichromaat I ~o g

Zwavelzuur 100 em"

Water tot 1000 ern?

Ontwtkkelaarvlekken verwijderen.

Kaliumpermanganaat 15 g

Water tot I I

Men waseht de handen met deze

oplossing tot ze geheel donkerbruin zijn. Hierna wascht men in schoon water goed af en be handelt ze dan met de volgende oplossing:

Kaliummetabisulfiet 250 g

Water I 1

Negatieven die pyrovlekken hebben

kan men reinigen door ze te bleeken en met een metol-hydrochinonontwikke1aar opnieuw te ontwikkelen,

foto .. bleekoplossl D8'.

Oplossing A:

Kaliurnpermanganaat :s g

Water I 1

Oplossing B:

Keukenzout 70 g

Sterk zwavelzuur 4 g

Water tot I I

Voor het gebruik gelijke deelen der

beide oplossingen mengen. Na het bleeken reinigen in een r-pcts oploosing van natriumsulfiet en bii cLlglicht herontwikkelen met metol-hydrochinon.

Een dichroitischen sluier kan men dikwijls verwijderen met thiocarbarnide-oplossing:

Thiocarbamide Citroenzuur Water

tot

~g 10 ,

Acetaat -filmkleefstof.

Aethylacetaat Aceton Acetylcellulose IJsazt;n

100 eml 100 em' ~ g 30 em'

Bfauwe vlekken,

Bij somrnige sterk rood gevoelige platen en fi1men blijft na het fixeeren een blauwe sluier of blauwe vlekken

FOTOGRAFIE

16j

achter. Deze kunnen verwijderd WOrden door in een verdunde arnmoniakopiossing of in een IO-PCts natriumsulfretoplossing na te baden.

Desenstblltseeren.

Bij aile ontwikkelaars, behalve die welke borax bevatten, kan men het ontwikkelen van kleurgevoelige platen vee! gemakkelijker maken door een desensibilisator te gebruiken. Men gebruikt hiervoor het pinaeryptolgeel en bet pinacryptolgroen.

Men kan de te ontwikkelen negatieven of eerst in de oplossing baden, of men voegt den desensibilisator onmiddellijk aan den ontwikkelaar toe. In beide gevallen moet men met het toelaten van het sterkere licht wachten tot de ontwikkeling begonnen is. Hierna kan men zonder gevaar het negatief bij normaal oranje tot rood licht verder ontwikkelen, De ontwikkeling wordt door deze toevoe~ing iets vertraagd, duurt 25 tot 30,~ laager.

Geelste lijnen vullen.

Om de teekening beter zichtbaar te maken vult men de lijnen met het volgende mengsel:

Witte biienwas Krijtwit Deze worden samen

10 dl 5 dl gesmolten.

Staal etsen.

Salpeterzuur Zoutzuur Spiritus Water

3~ '.11 3 dl 16 dl 96 dl

Zink etsen,

Amrnoniumnitraat Ammoniumphosphaat Calciuruchloride Fluorwaterstofzuur Arabische-gamop!ossing

Phosphorzuur Galluszuur Arabische-gomoplossing Water

1 dl ~ dl 8dl

14 dl

Aluminium etsen.

Ammoniumbichromaat-

oplossing 10 % I dl

Phosphorzuur 20 % I dl

Arabische-gomoplossing 8 dl

Water 8 dl

Natriumphosphaat 15 g

Natriumnitraat 15 g

Heet water 2 I

Phosphorzuur 80 % 30 g

Men verdunt I dl salpeterzuur met

7 dl water en verzadigt het zuur met zink.

De verkregen zinknitraatoplossing mengt meo met het halve volume Arabische-gomoplossing en verdunt met zooveel water als noodig is.

Steen eben.

Men voegt zooveel salpeterzuur bij een Arabische-gomoplossing tat men juist een inwerking op den steen waar kan nemen.

Collodium.

Ni trocellulose 15 tot ao sec 3 dl

Aether 48,5 dl

Alcohol 48,5 dl

W.terspatten op negatleven. Deze kan men verwijderen door te bleeken in een oplossing van I g kaliumbichromaat en 2 cm3 zoutzuur in 100 em" water en opnieuw te ontwikkelen met een elon-hydrochinonontwikkelaar.

I66

Ontwfkkelende fbeeeroplosstng.

MENGEN EN ROEREN

Metol

H ydrochinon Natriumsulfiet Soda (gecalc.) Natriumhydroxyde Kaliumbromide Natriumthiosulfaat Ammoniumpicraat Water

5- 10 g 15- 20 g 50- 80 g 30- 40 g 20- 30 g

5- 10 g 250-300 g 3- ~ g 1000 g

Zilver terupinnen uit filmen. Men kookt 40 kg filmafval met lOO 1 water, waarin men I kg natriumhydrozyde opgelost heeft, De oplossing gebruikt men om nogeens 40 kg film uit te koken. Bij kookhirte voegt men nu zooveel %Out%uur toe tot de gelatine geheel gecoaguleerd is. Het neerslag wordt afgefiltreerd en in een moffeloven bij 500° tot 600° C verascht. De rest wordt met de drievoudige hoeveelheid soda gemengd en in een kroes gesmolten. Het zilver smelt men met iets salpeter tot het oppervlak spiegelt,

Uit oude fixeerbaden wordt het zilver met natriumsulfide neergeslagen en met iizervulsel samengesmolten. Het verkregen zilver wordt dan gereinigd.

Lensea reinlgen,

Water roo em'

Alcohol 30 em!

Salpeterzuur 3 druppels

Een schoon katoeaen lapje met de

oplossing vochtig maken en de lens hiermede reinigen; dan geed droog poetsen.

Gelatinefilm reinigen.

Alcohol 98-99 dl

Diaethylamine ~I dl

Gelatine barden.

Formaline Pousch Water

100 emS 100 2: 1000 cm'S

Zoorpasta.

Geactiveerde colloidale klei 6 dl

Water 70 dl

Zoutzuur 28 dl

Men laat de klei een nacht met het

water staan en voegt dan het zuur toe.

Electrotypi~.

Hieronder verstaat men het tangs galvanischen weg vervaardigen van een cliche. Men giet eerst een dun Iaagie was, dat uit ozokeriet (aardwas) met enkele toevoegiugen bestaat op een plaat van load, koper of aluminium. De te reprodueeeren plaat perst men nu h ydraulisch op deze wasplaat; de vorrn bevat nu dus het negatief.

Deze vorm wordt met behulp van zachte borstels met uiterst fijne graphiet ingewreven en gewoonlijk brengt men nu eerst een dun laagie koper op door den vorm met een verdunde oplossing van kopersulfaat te overgieten en hierin ijzervijlsel te strooien. Het ijzervijlse] maakt uit de oplossing rnetalliek koper vrii, dat zich op het graphiet afzet.

Om de graphietlaag nu electrisch te kunnen verbinden, rnaakt men Of direct contact met de rnetalen plaat waarop de waslaag zich bevindt, in welk geval de plaat met was gelsoleerd moet worden, of men giet in het was een stukje koper en verbindt dit stukie koper met het graphiet.

De vorm wordt nu in een aangezuurde kopersulfaatoplossing gehangen. Men we I tot rill uur een electrischen stroom doorgaan tot zich een koperlaagie van 0,1'5 tot 0,25 mm afgezet heeft.

Het koper worde nu met heet water van den wasondergrond losgemaakt en met een dun laagie soldeer, uit 35 % tin en 6:5' % lood bestaande, samengesoldeerd. Hierna giet men een dikke laag electrotyp-metaal op den vorm. Dit rnetaal bestaat gewoonlijk uit 3 tot 4 % tin en antimoon en de rest is load.

Het rowe cliche moet nu door

FOTOGRAFIE

mechanische be werking in een geschikten vorm gebracht worden, wordt gelijkmatig tot een bepaalde dikte afgeschaafd, eventueel kan het .. oar rotatiedruk tot een cilinder gebogen worden.

Voor zeer fiin werk perst men den vorm direct in dun bladlood. Dit lood wordt dan met chroomzuur behandeld, opdat het koper niet te vast hecht,

en dan normaal verder behandeld.

V oor beter werk brengt men op den wasvorm eerst een dun laagie nikkel op en clan pas het koper. Deze methode mag niet verwisseld worden met het vernikkelen Van geheel afgewerkte electrotypieen. Voor cliche's, waarvan men buitengewoon veel afdrukken wit maken, past men tegenwoordig het verchromen toe.

VIJFTIENDE HOOFDSTUK.

BOUWMATERIAAL, METAAL EN GLAS.

Reeds in de oudheid kende men beton, een bouwmateriaal dat uit steenstukken en een bindmiddel of mortel bestaat. De Romeinen en de Phoeniciers gebruikten gebroken baksteen of gebroken natuursteen als toeslagen waarschijnliik vulkanische cementen en kalk als bindmiddel. Tegenwoordig neemt men gewoonliik zand en grind met cement.

De verhouding waarin de verschillende bestanddeelen in beton ge.mengd worden, wanneer men een zoo sterk en dicht rnogeliik beton wil maken, kan men ongeveer bepalen door de volgende redeneering t~ te passen. De groote stukken moeten het gehee1 dragen. De openmgen tusschen de groote stukken moe ten nu door fiiner materiaal, dus in het aIgemeen zand, opgevuld worden, en de openingen die nu nog overblijven, moeten met de cement gevuId worden, waardoor aIle deeltjes aan elkander gekleefd worden.

In het algemeen neemt men op I maatdeel cement 2 tot 3 maatdeelen scherp zand en 3 tot 4 maatdeelen grof grind.

Afhankelijk van het doe! waarvoor het beton gebruikt wordt, lean men de verhoudingen wijzigen. In vele gevallen is het niet noodig het maximum aan sterkte te bereiken en neemt men dus eenvoudig minder cement. Van groot belang is het dat het gebruikte zand en grind geen leemachtige bestanddeelen bevatten. De vastheid wordt hierdoor onrniddelliik aanmerkeliik minder.

Het mengen geschiedt voor kleine hoeveelheden geheel met de hand, groote hoeveelheden worden met betonmolens van verschillende constructie gemengd.

Gekleurd beton.

De deklagen bij vloeren van beton en ook cementpleister kan men met hiertoe geschikte pigmenten kleuren. De pigmenten moeten absoluut tegen kalk bestand zijn, moe ten een zoo hoog mogelijke dekkracht bezitten en mogen geen bestanddeelen bevatten die schadeliik ziin voor het beton. Men moet zoo weinig mogelijk verfstof toevoegen, daar aile verfstoffen in te groote hoeveelheid de vastheid van bet beton

of de cementspecie aanmerkelijk verminderen. Meer dan 10 % mag men nooi t toevoegen.

V oor griis en zwart neemt men zuiver roetzwart, carbon black, mangaanzwart of iizerzwart, V oor blauw is aUeen ultramarijnblauw te gebruikenVoor de verschillende schakeeringen van rood kan men nagenoeg alleen de ijzeroxyde-roods nemen, die in zeer verschillende tinten in den handel komen.Ook hier moet men de beste soorten gebruiken en niet die, welke met vulstoffen versneden ziin. VooraJ de

BOUWMATERIAAL, METAAL EN GLAS

---------------------

goedkoope soorten, die gips bevatten, moe ten vermeden worden.

Voor bruin zijn de bruine ijzeroxyden en gebrande okers te gebruiken, terwiil men kaki, geel en dergelijke tinten met behulp van oker, geel ijzeroxyde(bydraat), chroomgroen en ultramarijngroen kan maken. Voor green neemt men de beide Iaatste pigmenten.

Stofvrije betonvlceren.

Hiertoe wordt de oppervlakte van het beton gehard met behulp van een speciale waterglasoplossing. Dit waterglas heeft een soortelijk gewicht van 42,25° tot 42,75° Baume, terwiil de verhouding van natriumoxyde tot sHkiumdioxyde 1 : 3,25 bedraagt.

De oplossing wordt voor het gebruik in een verhouding van I : 4 met zacht water verdund en 2 tot 4 weken na het storten van den vloer pas opgebracht. De vloer rnoet hierbij gehee] schoon ziin, daar by. vetvlekken het indringen van de silicaatoplcssing geheel verhinderen. Men schrobt den vloer geed af en laat hem dan een paar dagen goed drogen. Pas wanneer hij geheel droog is brengt men de srlicaatcplossing op, die nu in de porien binnen kan dringen. Het silicaat reageert met de vrije bestanddeelen van het beton en de gevorrnde kalksilicaten verharden bet beton aanmerkeliik.

Men laat de oplossing 24 uur intrekken en verharden, waarna men den vlaer met schoon water afwascht. Hierna laat men drogen en herhaalt de bewerking. In her geheel brengt men de silicaatoplossing 3 tot 4 maa1 op.

Zuurvast beton.

Door beton met dezelfde oplossing van natriumsilicaat als hierboven te bebandelen, waarbii de vriie kalk in het silicaat omgezet wordt, wordt het beron betrekkelijk goed bestand tegen verdunde zuren, terwijl niet behandeld beton zeer spoedig uit elkaar

valt, daar de kalk by. met verdund zoutzuur onrniddelliik reageert. Door de behandeling van tijd tot tijd, by. ieder iaar, te herhalen, kan beton ook in aanraking met organische zuren zeer lang goed blijven.

Muuruihlag verwiider'en,

Men verdunt gewoon sterk zoutzuur met 10 dl water en borstelt hiermede de vlekken af. Na ongeveer 4 min wordt het zuur met schoon water afgespoeld. Het zuur mag niet langer inwerken, daar dan vooral beton en mortel aangetast worden en blijvende vlekken ontstaan. Indien noodig WOldt de bewerking na eenigen tiid herhaald.

Bij zeer goed droog beton kan men de vlekken dikwijls verwijderen door ze met een sterke oplossing van paraffine in benzine goed in te wriiven. Deze bewerking wordt ook dikwijis toegepast om het beton waterafstootend te maken en am bij gek.1eurd beton de kleur gelijkmatiger te maken.

Vlug verhardend ~on.

De eenvoudigste methode om vlugger een hooge drukvastheid te berei ken, is de massa intensiever te mengen. Door den mengtijd van I -2 min tot 5 min te verhoogen, kan men de drukvastheid na drie dagen verdubbelen. Bovendien heeft beton een bepaalde temperatuur en vochtigheid noodig om vlug te verharden. De temperatuur rnoet rninstens 70° F of 21° C zijn, terwijl men er voor moet zorgen, dat het toegevoegde water niet kan verdampen. De soldaten wisten gedurende den grooten oorlog, dat hun betonnen bornvrije schuilplaatsen vee! rneer uithielden wanneer ze het beton gedurende her verharden zorgvuldig met natte doeken bedekt hielden.

Verder kan men het beton vlugger doen verharden door aan het aanmaakwater eenige procenten calciumchloride of calciurnoxychloride toe te

MENGEN EN ROEREN

170

voegen. Men neemt 2 tot 4 % calciumchloride en 7 tot 10 % calciumoxychloride. Gewoonlijk rnaakt men e~n geconcentreerde oplossing en voegt hiervan de overeenkornstige hoeveelheid aan het aanmaakwater voor ie.dere~.zak cement toe. De werking is met bij alle soorten cement gelijk, men meet dus eerst een klein proefje maken.

Harden van cementen vloeren.

Ook bij oude vloeren, wanneer de bindkracht reeds verminderd is, kan men de vastheid aanmerkelijk verhoogen door een behandeling met fluosilicaten, dit ziin zouten van het gemengde fluor-kiezelzuur, Gewoonliik neernt men het magnesium- of het zinkzour,

Dele fluaten reageeren ook weer chemisch met de vrije kalk uit de cement en zerten deze in zuurvaste en harde onoplosbare verbindingen om. De vastheid van de massa wordt hierdoor aanmerke1ijk verhoogd.

Bii het behandelen van een vloer moet deze eerst zorgvuldig gereinigd worden. Hierna Iaat men door en door drogen. Nu lost men voor de eerste behandeling het fluosilicaat in een verhouding van I: 16 in water op. Na ongeveer drie uur kan men een tweede hoeveelheid opbrengen, de concentratie hiervan maakr men nu I : 8. Voor de vloer na de laatste behandeling geheel droog is, meet hij afgewasschen worden, daar er anders gemakkelijk witte vlekken achter bliiven,

Beton en cement waterdJcht maken.

Naphta 100 dJ

Alurniniumstearaat IO dl

IJsazijn 0,3-1,5 dl

De naphta wordt op 800 C ver-

warrnd en dan lost men hierin het aluminiumstearaat op. Nadat alles goed opgelost is voegc men onder goed

roeren de iisaziin toe. Men verkrijgt een heldere dikvloeibare oplossing.

Voor het ge bruik kan men de oplossing eventueel nag met naphta verdunnen. Men kan ze met de kwast of met een verfspuir opbrengen. De opJossing dringt diep in bet beton binnen en werkt sterk waterafstootend.

Men kan ook aluminium-ca1ciurnstearaat direct aan bet betonmengsel toevoegen. Men neemt dan 100 tot aoo g per zak cement.

Voor hetzelfde doel kan men oak ammoniumstearaat gebruiken,

Andere middelen die opgestreken

worden zijn:

Paraffine

Chin. houtolie Standolie Petroleumdestillaat Benzol

5 dl 10 dl ao dl IO d1 40 d1

Talk (rundvet) Standolie Paraffine Naphta Siccatief

10 dl 5 dl I dl 32 dl 0,1 d1

Schuirnbeton,

Our woningen met wanden van beton buitengewoon koud ziin, heeft men rnethoden uitgewerkt am beton pore us te maken. Het Iaat dan het geluid niet zoo gemakkelijk door, isoleert tegen koude en wordt Iichter, De drukvastheid wordt natuurlijk minder, bij normalen woningbouw wordt echter de maximumbelasting van beton tach nooit bereikt. Men kan schuimbeton maken door aan het beton stoffen toe te voegen, die met water en kalk waterstof ontwikkelen. Hiertoe behooren aluminiumpoeder, calciumen magnesiumpoeder, ook ferrosilicium, De hoeveelheden moeten in ieder speciaal geval geprobeerd worden.

De nieuwste methode is het toevoegen van een sterk schuimende stof. Bij het mengen wordt dan schuim gevormd, dat zich met het beton mengt.

BOUWMATRfUAAL, METAAL EN GLAS

Hechten van nteuwe op oude cementlaren.

Bij vloeren komt het dikwiils voor, dat men gaten moet repareeren, of den vloer geheel van een nieuwe deklaag moet voorzien. Het hechten van de nieuwe lagen op de oude kan men aanmerkeliik verbeteren door de oude laag op de gewone wijze eerst schoon te kappen en dan met onverdund waterglas in te smeren. Men moet waterglas gebruiken met ten soortelijk gewicht Van 4l,25° tot 42,75° Baume en met een samenstelling natriumoxyde kiezelzuur a1s I : 3,25. In het natte waterglas strooit men iets droog cernentpoeder en versmeert het met een kwast.

Hierop wordt dan onmiddelliik de nieuwe laag aangebracht,

Cement hestand 1egen calciumchloride.

Aluminiumoxyde Ka1k

Kiezelzuur Calciumchloride

40 dl 40 dt IS dl

I dl

Schilderen van baksteen.

Een zekere methode om baksteen waterdicht te maken, is schilderen met olieverf. Het uiterlijk wordt hierdoor natuurlijk geheel anders. Als grondveri neemt men een vrii vette verf, daar een deel van de olie door den steen opgezogen wordt, nag verdund met terpentiinolie. Ten einde het wegzinken van deze verf te verhinderen voegt men tegenwoordig bepaalde stoffen als porienvuller toe. Hiervoor neemt men aluminiumpalrnitaat of stearaat, De groote moleculen van deze stoffen verstoppen de porien, Verder zijn de gezwavelde olien bier geschikt, Op de grondlaag komt nu een tweede verflaag, die niet zoo ver verdund wordt. De derde lug is een normale veri, bij voorkeur een standolie-loodwi tverf.

I7I

Bitumencompositie voor vloeren en paden.

Zand 75-86 dl
Bitumen 11-15 dl
Vuurklei 3-10 dl
Asfaltemulsie 1,75 d1
Cement I d1
Steenslag 5 dl
Gips 10-77 dl
AsfaIt ~6d1
Zand 6 dl Imitatie m.rmerterels.

Gemalen marrner Glaspoeder

Magnesi umoxyde Chloormagnesium 1,19

15 dl

3~

13 dl

Terrazzovloe:ren.

Op den ondergrond van beton komt eerst een dunne laag fijn zand en bierop waterdicht asfaltpapier. Hierop komt nu eerst de eigenliike ondergrond, en weI een laag specie, ongeveer 3 tot 4 em dik, De specie bestaat uit I dl cement en 3 dl zuiver, grof en scherp zand, met zoo weinig mogeli;k water aangemaakt.

De eigenlijke terrazzornassa bestaat uit een rnengsel van I dl cement en 3 dl gekleurde steenstukjes. De kleur en de grootte der stukies steen hangen van den smaak af. Sorns wordt een fijnere en soms een grovere structuur verlangd, soms neemt men een rnengsel van grof en fijn. Dit is een questie van persoonliiken smaak.

Wanneer de onderlaag voldoende hard is, legt men eerst in dunne latten, die iets hooger moeten %ijn dan de lug dik wordt, de afscbeiding tusschen de verschillende kleuren. De terrazzomassa, die zoo droog mogelijk moet zijn, wordt nu opgebraeht en met ten rechte lat met zagende bewegingen af(estreken.

Na bet afstrijken gut men met ten

I72

MENGEN EN ROEREN

------- ------ ---------------

wals in beide richtingen over de Massa om alles goed te vullen en de steenties naar de oppervlakte re brengen. Men srrooit nu, bij voorkeur grootere steentjes in de massa tot het oppetvlak yoor ongeveer 85 % door de steenties ingenomen wordt, Met een troffel maakt men de oppervlakte nu zuiver glad. De troffelstreken mag men gerust nog kunnen zien.

Zoodra het terrazzo voldoende hard is, wordt het glad geslepen met carborundumsteenen, bij voorkeur machinul. Gedurende het afslijpen moet de vloer voldoende nat gehouden worden. Men spoe lt den vloer nu goed schoon en vult de gaaties die eventueel te zien zijn, met cementspecis,

Nu laat men den vloer een week verharden, houdt hem in dien tiid vochtig en sliipt dan volkomen glad. Voor het verharden moet men de t~mperat~ur controleeran. Deze mag filet te dicht bii het vries punt komen bevriezen meet absoluut vermede~ worden.

Vloeren voor mclkfillbrieken.

. Door de vloeren met paraffine te Impregneeren worden ze ongevoelig voor de zwakke zuren en alkali en, die in melkfabrieken voorkomen. Men kan e~n oplossing van paraffine in terpentijnolie en benzol maken, strijkt deze oplossing warm op en na het verdampen van het oplosmiddel gaat men met heete iizers over den vloer om de rest van het oplosmiddel re doen verdampen.

Beter is het de oplosmidde.1en geheel te verrniiden en de paraffine met behulp van heete iizers of eventueel met een soldeervlarn in den vloer in te smelten. Hierdoor wordt de vloer volkomen dicht en zuurvast. De bewerking moet Van riid tot tijd herhaald worden.

Pleister.

Portlandcemen t Gernalen steen Suikerrietvezels

67 dl 109 dl 24 dl

Gips

Dextrine Puimsteenpoeder

32 dl 4 dl 4 dl

Spiilters in hout.

Door de spij kers eerst in een I5-pcts oplossing van colophonium in benzol te dompelen en te laten drogen, hechten ze in hout aanmerkelijk beter,

Hout onbrandbaar impregnceren.

Natriumacetaat Water

IS dI 8S dl

Beter:

Natriumacetaat 22 dl

Dinafriumphosphaat 3 dl

Water 75 dl

Het hout wordt met deze oplossing

aan beide zijden drie maal ingesmeerd, T usschen de bewerkingen laat men de oplossing goed intrekken.

LEGEERINGEN (GEMAKKELI,K SMEL TBARE).

Lipowitz.metaal.

Cadmium Tin Bismuth Lood

Deze samensmelten en voegen:

Kwikzilver

Het srneltpunt is 61° C.

3 dl

4 dl 15 dl

8 dl dan tQe-

2d1

Rose .metaal.

Bismuth 2 dl

Lood I dl

Tin I dl

Het smeltpunt is 93° C.

Tin Lood Bismuth

Het smeltpunt is

Smeltzekeringalliage.

94 dl 344 d1 500 dJ

BOUWMATERIAAL, METAAL EN GLAS

173

Bi] het maken van deze legeeringen wordt eerst het lood met het bismuth samengesmolten. Hierna voegt men onder goed roeren het tin toe. De ternperatuur moet men %00 laag mogelijk houden, daar vooral cadmium een neiging heeft om te verbranden,

KLEUREN VAN METALEN.

Het resultaat hangt voor een groot dee! van de voorbereiding af. De metalen moeten zuiver schoon zijn, geed gepolijst en vetvrii. Men poetst met roteerende borstels van zilver of messing en met lappenschiiven. Soms kan men zeer fraaie resultaten bereiken door het metaal voor het kleuren met den zandstraal te behandelen, soms ook na het kleuren. In het algemeen kleurt men me tal en door ze oppervlakkig in oxyden of in sulfiden om te zetten.

Aluminium zwart kleuren,

Water 1000 dl

Natriumhydroxyde 125 dl

Keukenzout 30 dl

Men dompelt het aluminium ge-

durende een kwartier in de bijna kokende oplossing, spoelt goed met schoon water af en dompelt dan in het volgende bad:

Zoutzuur 1000 d1

Ferrosulfaat I ~s dl

Arsenicum 100 dl

Water 1000 dl

Het aluminium blijft in dit bad

slechts eenige seconden. Hiema met heet water goed afwasschen.

Tin zwart kleuren,

Het tin wordt eerst in een kokende oplossing van kaliumhydroxyde goed ontvet en dan na het afspoelen in heet water onmiddelliik in het volgende bad gedompeld:

Heet water Antimoonchloride Kcperchloride

1000 ell 45 dl 90 dl

Laat het voorwerp zoolang in het bad tot het de gewenschte kleur gekregen he eft en spoel dan goed in beet water at.

Vcrtinnen van schroeven.

Aluminiumsulfaat 15 dl

Zuur kaliumtartraat 15 dl

Tinzout 4 dl

Water 1000 dl

Men doet de oplossing in een pan

van zink en kookt de schroeven drie kwartier. Het bad moet voor iedere portie schroeven opnieuw aangezet worden. De glans kan verhoogd worden door de vertinde schroeven in een rolvat met hardhoutzaagsel na te polijsten.

Zllver z;wart kleuren.

Kalium-, natrium-, ammonium- of calciurnsulfide in 1/,- tot r-pcts oplossing. Men dompeIt het zilver in de heete oplossing.

Met een Iappenschijf kan men de verhoogde deelen van grijs tot geheel blank poetsen.

Koper kleuren,

Bruin:

Kaliumchloraat 8 dl

Kopersulfaat 30 dl

Water 1000 dl

De oplossing moet heet xijn. Nat

met een krasborstel bewerken. Indien de kJeur ongeliikrnatig is, dan herhalen en droog borstelen.

Donker-roodbtuin:

Kopersulfaat Nikkelsulfaat Kaliumchloraat Water

30 dl I5 dl 8 dl 1000 dl

Brons, chocoladebruin en swart:

Kaliumsulfide 10 dl

Water IOOO dl

Hoe laager het koper met de op-

Iossing in aanraking bIijft, hoe donkerder wordt de kleur, ten slotte zwart,

_17_4_ .. M_E_NGEN EN ROEREN

---

Andere tinten:
GeeI bariumsulfide 12 dl
Water 1000 dl
Geel bariumsulfide 8 dl
CalciumsuJfide 4dl
Water 1000 dl
Oranie antimoonsulfide 8 dl
Natriumhydroxyde 15 dJ
Water 1000 dl
KOJ?Crsulfaat 90dJ
A%i,llZUur 30 dl
Natriumhydroxydt 30 dI
Water 1000 dl
Kopersulfaat 30 dJ
Koperacetaat 15 d1
Kaliumchloride 45 dl
Water 1000 dl
Kopersulfaat 60 dl
Kaliumpemunganaat 8 dl
Water 1000 dl Antiek I'roell op koper.

Kopernitraat I25 dJ

SaJpeter%uur 30 dl

Water 1000 dl

. M~n sprenkelt de oplossing voorzichtig op het te voren nat gemaakte voorwerp.

Antiek a-roen op messing.

Natriumthiosulfaat 60 dl

Loodacetaat, nikkeJsulfaat, uzerrutraat of iizerchlo-

ride 15-60 dl

Water 1000 dl

Natriumbisulfiet Loodacetaat Water

30 dl 12 dl rooo dl

Kopersulfaat IJzersulfaat Ammoniumcarbonaat Water

15 dJ 15 dl 15 dI

1000 dl

Messing ~wart kIeuren.

Kopercarbonaat 750 dl

Ammoniak 150 dl

Water zooveel a1s noodig.

Een venadigde oplossing van koperacetaat wordt met zooveel ammoniumcarbonaat gemengd to~ het messing bii gewo~e temperatuur In de oplossing spoedig zwart wordt.

Men verzadigt arnmonia.k met kopercarbonaat.

Natriumtbiosulfaat 60 dl

Loodacetaat 30 dJ

Water 1000 d1

De laatste drie oplossingen moeten

heet gebruikt worden. Na het kleuren moet het metul gelakt worden.

Staal blauw .zwart kleuren.

Het . voorwerp wordt gedurende 2-3 nun in gesmolten natriurnrutraat gedo~peld, bij 3700 tot 4250 C. Men Iaat lets afkoelen, wascht in heet 'Y,3ter. en vet in met smeerolie of met liinolie,

Kopersulfaat 3 dJ

Ilzerchloride 90 dl

Zoutzuur 24 dJ

Salpeterzuur 3 dl

Water 1000 dl

. Men laat de voorwerpen eenige uren in de oplossing, Iaat dan 2-3 uur drogen en dompelt de voorwerpen ~rueuw een kwartier in de oplossing. Hierna laat men IO uren drogen plaatst ze een half uur in kokend water' droogt en vet met olie in. '

Messing rood kleoren.

Kopcrcyanide Zinkcyanide Natriumcyanide Natriumcarboncut KaJiumnatriumtartraat Water

~ dl 4 dl 34 dl 8 dl IS dl 1000 dl

BOUWMATERlAAL, METAAL EN GLAS

175

-----_ .... _-

Men hangt het voorwerp als kathode in deze oplossing, electrolyseert bij 40° C met een srroomsterkte Van 0,6 A per vierkanten decimeter met zuiver kope r als anode.

Men Jaat een voldoead dikke laag ontstaan, die met zuur gebeitst kan worden.

IJzer kleuren.

Zwart:

Bismuthchloride Sublimaat Koperchloride Zoutzuur Alcohol

Water

Kopernitraatopl. 10 % Alcohol

Sublimaat Ammoniumchloride Water

Bruin:

Alcohol

IJ zerchloride-oplossing Sublirnaat

Salpeterspiritus (nitriet in

alcohol) Kopersulfaat

Salpeterzuur Water

Salpeterzuur Alcohol Kopersulfaat Ijzerviilsel Water

Blauw:

1] zerchloride Aarimooncbloride Galluszuur

Water

20 d1 40 dl 20 dl

120 dl 100 dl 1000 dl

700 dJ 300 dl

50 dl

:so dI 1000 dl

45 dl 45 dJ 45 dl

45 dl 30 dl 22 dl 1000 dJ

70 dJ 140 dl 280 dl 10 dl 1000 dl

400 dJ 400 dl 200 dl

1000 dl

Brons:

Mangaannitraatopl. 10 % 700 dl Water 300 dl Het ijzer wordt met behulp Van een

lapje met de oplossing ingesmeerd.

Hierna laat men eenige uren drogen, verwijdert de roest en wrijft opnieuw in. De bewerkiug herhaalt men tot de gewenschte kleur verkregen is.

IJ%er kan men ook kJeuren door het in gesmolten natriumnitraat of een mengsel van natrium- en kaliumnitraat te dompelen. Men kan aan de smelt ook nog bruinsteenpoeder toevoegen.

Verder laat men vooral in instrumenten het ijzer of staal blauw aanloopen. Hiertoe wordt het aan de lucht tot 3~oo C verhit.

IJzer teren roesten bescherrnen.

V oorwerpen die niet aangepakt worden en by. iizeren voorwerpen die over zee verzonden worden, vet men in met een oplossing van lanoline in naphta, by. I : I of I : 2.

De voorwerpen worden eerst met den zandstraal of door afbeitsen in zuur goed schoon gemaakt en dan in het volgende bad verzinkt:

Natriumcyanide Zinkferrocyanide Natriumhydroxyde Sublimaat een weinig.

Water 130 dl

De stroomsterkte bedraagt 2,5 A

per vierkanten decimeter, spanning 5 V en zink-anoden die 0,:5 % kwikzilver bevatten.

Hierna worden de voorwerpen gewasschen en in de volgende oplossing gedompeld:

Nikkelchloride 30 dl

Ammoniumchloride 40 dl

Natriumsulfocyanide 15 dl

Zinkchloride 4 dl

Water 1000 dl

De voorwerpen worden nu zwart

en worden hierna gelakt of geolied.

4 dl 5 dl 4 dl

Kleine voorwerpen kan men in de

volgende oplossing dompelen:

Ferrochloride 2 dl

Sublimaat 2 dl

Water 96 dl

Men laat drogen, verwarmt tot

MENGEN EN ROEREN

100° C en dompelt in kokend water.

De beste methode am iizer roestvrij te houden is het te bedekken met een laagie phosphaat. Bij deze methode, die van verschillende zijden gepatenteerd is, kookt men de voorwerpen met een oplossing die phosphorzuur, ijzerphosphaat en rnangaanphosphaat bevat.

Roest verwijderen.

Orthophosphorzuur Water Aetbylmethylketon Gl ycolaet h ylaether

of:

Stannichloride Wijnsteenzuur Water

35 d1 30 dl 10 dl 25 dl

100 dl :2 dl 4000 ctl

Zink kleuren.

Daar de verbindingen van zink bijna alle wit of kleurloos zijn, moet men een ander rnetaal Of elecrrolytisch, Of chernisch opbrengen, Door het z.ink eerst te verkoperen kan men het dan verder als koper kleuren.

Glanzend swart:

Nikke1ammoniumsulfa4it 60 dl

Zinksulfaat 8 dJ

Natriumsulfocyanaat I:; dl

Water 1000 dl

Het zink maakt men tat kathode.

5 sec dompelen in:

Natriumh ydroxyde Wit antimoontrioxyde Water

De oplossing wordt tot warmd.

30 dl

4 dl IOClO dl 70<> C ver-

30 sec dornpelen in:

Nikkelsulfaat 75 dl

Natriumsulfaat 1I0 dl

Arnmoniumchloride 12 dl

Boorzuur 1:5 dl

Water 1000 dl

Met behulp van deze oplossingen

kan men verschillende tinten ver-

krijgen. Men moet de voorwerpen nalakken of alien. Buitenshuis zijn de kleuren niet duurzaam.

Wit goud.

Men rnaakt eerst een Iegeering die

bestaat uit:

Voor zacht goud :

Goud Nikkel Koper Zink M.lngaan

VQor hard goud:

Goud Nikkel Koper Zink Mangaan

Deze eerste Iegeering dan met de drievoudige fiin goud samen.

37 dl 38,1 dl 16,4 dI

7,1 dl 1,4 d1

:J74 dl 44,5 dl 5,0 dl II,I dl 2,0 dl smelt men hoeveelheid

Aluminium tegen corroste bescherrnen,

Chloorwater met 0,5 % waterglas of:

Broomwater met :5 % natronwaterglas.

De nieuwere methoden, het bedekken met een oxydelaag door middel van den electrischen stroom in oxaalzuur- of chroomzuuroplossingen, zijn alle nag gepatenteerd.

Elsen van aluminiumreflecloren.

Water van 45° C 930 dl Ffuorwaterstofzuur (48 %) 70 dl Afwasschen en nabeitsen met sal-

peterzuur I : I.

Kern voor alumlnlumgletwerk.

Scherp zand Vormzand

45 dl 45 dl

BOUWMATERlAAL, METAAL EN GLAS

177

Colophonium-poeder 2 dI

M«I I~

of:

Scherp zand 71 dl

Vormzand 2~ dl

Colophoniurn-poeder 4 dl

De kernen worden met een melasse-

oplossing besprenkeld, gedroogd, met zeep ingesmeerd en weer bij 1650 C gedroogd.

Kernolie.

I. Chin. houtolie 80 dl

2. Lijnolie 160 dl

3. Smeerolie 160 dl

4. Lakresten 40 dl

5. Benzine 40 dl

6. Colophonium 200 dl

7. Kalkhydraat 6 dl

8. Loodglit 7 dl

9. Bruinsteenpoeder 3 dl

No.1 en 6 worden samen gesmolten,

7. 8 en 9 worden door roeren met de smelt gemengd. Men verhit gedurende 20 min op ~60° C, ~ wordt nu langzaam toegevoegd en men houdt de temperatuur 20 min op 2500 C, verhit dan weer tot 2400 C en houdt bet mengsel eenige uren op deze temperatuur. Hierna laat men tot 1200 C afkoelen en verdunt met 3, 4 en 5.

Temperbad.

Keukenzcut Kaliumsulfaat Potasch

Borax

30 dl 44d1 II dl

5 dl

Cerbcnlseeren van staal.

Kleine voorwerpen van staal kan men oppervlakkig naharden door ze bij hooge temperaturen met stoffen samen te brengen, die gemakkelijk koolstof afgeven. De voorwerpen worden gepolijst en dan in een trammel met iets olie en voldoende beenderkool gedaan, De trommel wordt onder draaien op ongeveer 400° C verhit.

MengeTl en RMTnt

Gedurende 3 uur houdt men de ternperatuur constant en laat de trommel dan onder draaien 2 uren afkoelen. De voorwerpen worden dan met kurk en zaagmeel gepolijst.

Muntstempelwas.

Biienwas Colophonium Yen. terpentijn

4dl 2 dl I dl

Corrosie van mapeslam.

De legeeringen van magnesium worden door water niet aangetast wanneer men in het water I % kaliumbichromaat oplost.

Glas etsen.

Heet water Ammoniumdifluoride Natriumfluoride Fluorwaterstofzuur 30 %

of:

Heet water 18 dl

Ammoniumdifluoride 40 dl

Natriumfluoride 10 dl

~e~se 20 dl

Fluorwaterstof 60 % I~ d1

~en mengt de bestanddeelen in een

looden bak; voor het gebruik goed ornroeren. Kleine voorwerpen van glas kan. men in een mandje van koper doen en dan indompelen, Flesschen moeten met een caoutchoucs top gesloten worden; wanneer de binnenkant ook mat J:eetst wordt, breken ze zeer gernakkeliik, Men dompelt ongeveer 1 min, laat 10 sec afdruipen en wascht dan met heet water geed af. Hiema dompelt men nog eens in de vloeistof. Indien het voorwerp niet mat genoeg is Iaat men het glas Ianger in de etsvloeistof.

Daar de dampen van het etszuur buitengewoon gevaarlijk zijn, mod men voor goede ventilatie zorgen. Wanneer de vloeistof uitgeput raakt kan men met nieuw fluorwaterstofzuur versterken.

12

Eis.afdeknnassa.

MENGEN EN ROEREN

Asfalt Bijenwas Ceresine Stearinezuur

12,5 d! 4,5 dl 58,0 dl 25,0 dl

Clas merken.

Zeer eenvoudig kan men glas mer ken met een waterglasoplossing van 40° Be. Na het drogen hecht het vrij goed en n.a eenige weken kan men het ingedroogde waterglas verwiideren, daar het dan bet glas aangevreten en dus geetst heeft.

Glasadsinkt.

Heet water 12 dl

Ammoniumdifluoride 15 d!

Oxaalzuur 8 d!

AmmoniumsuLfaat 10 d!

Glycerine 40 dl

Bariumsulfaat I ~ d!

Wanneer de inkt Diet goed genoeg

hecht, verdunt men met iets meer water. Door 2 % natriumfluoride toe te voegen kan men de inkt soms verbeteren. Het glas moet iets voorgewarmd worden. De inkt wordt in flesschen van eboniet of load bewaard. Men schriift met ceo gewonen stalen pen, laat 2 min inwerken en wascht dan met heet water af.

Schrijfinkt voor glas.

Gebleekte schellak 60 dl

Venetiaansche terpentijn 30 dl

Sandarak 8 dl

Terpentijnolie go dl

Pigment 15 dl

AJs pigment kan men roetzwart,

uhramariinblauw, vermiljoen of chrornaatgroen nemen.

Zand Boorzuur Potasch Soda

Horak:glas.

60--'70 dl 15-30 dl 1- 2 dl 3- 6 dl

Zircooiumoxyde 1- 3 dl

Titaandioxyde 1- 3 dl

Dit glas is bijzonder e lastisch en

verdraagt snelle temperatuursveranderingen. Ook het volgende recept geeft een zeer goede glassoort:

Zand Boorzuur Loodglit Ijzeroxyde

Robijnglas.

Aan de glassmelt

volgende toe:

Selenium Cadrniurnsulfide Arseentrioxyde Koolstof

70 dl 16-20 dl 10 dl 5 dl

voegt men bet 2 dl

I dl

I d1

1/, d1

Belgisch spiegelglas.

Wit zand Sulfaat Calciet

Gemalen steenkool Arseenzuur

500 dl 170 d! 400 dl

10 dl 2 dl

Boheemsch spiegel,las.

Kwuts Potasch Calciet Arsenicum

500 dl 200 dl 8~ dl I dl

Engelsch spiegelglas.

Wit zand. Sulfaat Calciet

Gemalen steenkool Arseoicum

500 dl 140 d! 180 dl

5 dl 5 dl

Pransch Wit zand

Kalk

Sulfaat

Gemalen steenkool Arsenicum

spiegelglas.

500 dl 170 dl 190 d! '5 dl 5 dl

BOUWMATERlAAL, METAAL EN GLAS

179

Duitsch .piegel,las.

--------------------------------------------------- .-----.

Wit zand Natriumsulfaar Soda

Calciet

Gemalen steenkool Arsenicum

500 dl 170 dl 30 dl 180 dl 10 dl 5 dl

Glaeuur (eunrvest).

Loodoxyde Natriumoxyde Ijzeroxyde Kwarts

Boorzuur (watervrii)

8d! I dl I dl

IS dl 4d1

Kalkglazuur.

Kalksteen 100 dl

Kaolin 26 dl

Gecalcineerde kaolin 245 dl

Zand 396 dl

In branden bii Seger-kegel 13. De

glazuur is glanzend.

Een matte glazuur:

Kalksteen 100 d!

Kaolin 26 dl

Gecalc, kaolin I 12 dl

land 96 dl

Inbranden bii Seger-kegel I I. Beide glazuren zijn hestand regen

chemische cn mechanlsche inwerking,

Magnesia .kelkglazuur.

Gecalc. magnesiet Kalksteen

Kaolin

Gecalc. kaolin Zand

19 dl 78 dl 26 dl 45 dl

144 d1

Glasachtig email.

Borax Potasch Salpeter Soda

240 dl 410 dl 30 dl 120 dl

Kalkspaat 30 dl

K warts I 70 dl

Samensmelten, breken en fijn malen,

mengen met 60 dl kJeurgevende stoffen en 20 dl zirconiumozyde.

Emailleeren van ijzer en staal. Emailleeren is bet opsmelten van een laag glasachtige massa. Het is duidelijk, dat de kwauteit van het eindproduct niet alleen van de kwaliteit van het email zelf afhangt, doch in de eerste plaats zelfs van de wijze waarop het email op het metaal hecht, Bii het ernailleeren is bet voorbereiden van het metaal van bet grootste belang: het iizer moet absoluut schoon, roestvrij en vetvrii zijn,

GewoonJijk verhit men bet ijzer tot gloeihitte, waarbii bet vet en eventueel koolachtige resten gebee1 verbranden. Dit gloeien moet dan ook %00 geschieden, dar het geheele oppervlak van bet voorwerp voldoende met de lucht in aanraking kan komen. Men moet de voorwerpen dus zoodanig in den gloei-oven ophangen, dat de voorwerpen niet op elkander liggen of hangen, Deze methode wordt vooral bij een groot aantal betrekkeliik kleine voorwerpen toegepast, Daar bij het gloeien roest ontstaat, mag men niet langer gloeien dan absoluut noodig is.

Hiernaast wordt ook het ontvetten met kokende soda-oplossing toegepast, eventueel neemt men loog of potasch. Na het ontvetten moet dan goed met schoon water nagewasschen worden.

Na het ontvetten wordt aile roest verwijderd door de voorwerpen in verdund zuur te dornpelen. Men neernt verdund zoutzuur of verdund zwavelZUUT. Groote voorwerpen ontroest men gewoonlijk met den zandstraal, waardoor een ideale ondergrond voor het email ontstaat.

De grondstoffen voor een email worden nu zoo intensief als maar mogelijk is, gernengd. Immers hoe beter gemengd hoe gemakkelijker een rnengsel smelt, daar ieder hoog smeltend deeltje dan de Iaag smeltende

180

MENGEN EN ROEREN

stoffen naast zich vindt, waannede het zich kan vereenigen. Bovendien moeten de bestanddeelen uiterst fijn gemalen worden.

Het mengsel wordt nu gesmolten, en we! zoo vlug mogelijk, daar bepaalde bestanddeelen, die het email ondoorschijnend maken, niet te lang met de heete smelt in aanraking mogen komen.

Om het smelten te bespoedigen voegt men gewoonlijk alkalien als borax toe, die zeer laag smelten en de andere bestanddeelen dan Of oplossen Of chemisch aantasten. Men smelt dus ZOO lang tot de massa voldoende homogeen is en niet tot een doorschijnend glas gevormd is. In dit geval is de massa a1s email onbruikbaar.

De gesmolten massa laat men nu afkoelen en maalt het gJas tot bepaalde fijnheden. Ook hier moet weer opgepast worden. De fijnheid hangt af van de wiju, waarop bet email later opgebracht wordt. Bepaalde soorten email moeten vrij grof bliiven, andere worden Weer aanmerkelijk fijner gemalen.

Het fijn ~emalen emailr frit, wordt nu gewoonli,k met water en een kleine hoeveelheid witte klei tot een dunne pap aangeroerd. Deze pap wordt dan door opstriiken of door dompelen op bet te emailleeren voorwerp in een gelijkmatig dikke laag opgebracht. Deze pap moet nu zeer bepaalde eigenschappen bezitten. De toevoeging van :5 tot 10 % plastische klei maakt de pap te dun en Ze hecht niet voldoende op het ijzer. Men voegt nu een Ultvlokkingsmiddel toe, waarvoor men gewoonlijk borax neemt, voor deklagen magnesiumsulfaat. Voor de grondlagen moet men borax nernen, daar alle andere zouten het iizer doen roesten.

Het is duidelijk dat bii bet dompelen van staal in de emailpap de vloeibare email een neiging heeft af te loopeni maakt men de eap te dik, dan wordt de laag ongeli]kmatig. De ervaring meet hier den juisten middenweg aanwij%en. Ook mag het zware em~ ~ich aiet ab:etten, claar de samensteUlng dan

verandert. Het is duidelijk, dat hier ervaring en vakkennis de hoofdrol spelen, Hetzelfde is het geval met het opbrengen van het email. De groote verscheidenheid der te emailleeren voorwerpen maakt het onmogelijk dat men precies aan on geven hoe men een bepaald voorwerp meet behandelen.

Verreweg de meeste voorwerpen worden gedornpeld. Hierbij is het de taak van den werkman na het dompelen het email door schudden en draaien van het voorwerp %00 gelijkmatig mogeliik te verdeelen. Dit is speciaal voor den ondergrond van het grootste belang. Wanneer de eerste laag geliikmatig opgebracht en ingebrand is, kan het voorwerp bii het verder afwerken niet zoo gemakkelijk verongelukken. De emailpap meet hiervoor tamelijk dik en kort ziin, ze mag dus niet vanzelf afloopen.

Bij zeer eenvoudige en vlakke voorwerpen maakt men de email pap dikwijls zoo dun, dat u vanzelf afloopt en een laag van een bepaalde dikte achterlaat, De voorwerpen worden dus in de pap gedompeld en hierna zet men ze bijna loodrecht tegen een steun, zoodat de overmaat afloopt.

Bij groote voorwerpen en vooral die met gecompliceerde vormen, scherpe kanten en holten, spuit men de emailpasta in een gelijkmatige laag op het oppervlak, Ook hier moeten de eigenschappen van het email aan de methode aangepast worden.

De vierde methode bestaat in het opstuiven van het droge materiaal op het bevochtigde voorwerp. Deze methode wordt vooral voor groote voorwerpen Van gietiizer en voor chemische apparaten gebruikt, daar men hier aan het frit geen vreemde bestanddeelen meer behoeft toe te voegen. Het weerstandsverrnogen tegen chernicalien is hierdoor aanmerkelijk grooter. Sorns voegt men aan het bevochtigingswater een kleefstof toe, om te verbinderen dat het emailpoeder bij het drogen weer loslaat. Deze kleefstof verbrandt later echter geheel.

De deklagen worden op deulfde wiju opgebracht. In het algemeen

BOUWMATERlAAL, METAAL EN GLAS

181

worden emaillagen zoo dun mogelijk gehouden, echter %00 dik, dat ze voldoende dekken.

Het drogen moet nu zeer snel geschieden, echter ook weer Diet te snel, daar dan kleine scheurties ontstaan. Vooral wanneer de emailpasta zouten bevat is het gevaar voor roesten zeer groot en de roestvlekken on men niet weer doen verdwijnen. Bovendien moet vooral wit email zoo vlug mogelijk droog ziin, daar in natt~n toestand stof uit de lucht gemakkelijk blijft kleven en donkere puntjes veroorzaakt.

De voorwerpen moeten zeer nauwkeurig in den droogoven geplaatst worden. De luchtcirculatie moet goed zijn, zoodat geen druppels condenswater over het email loopen en strepen veroorzaken, De gedroogde voorwerpen moeten nu zeer voorzichtig behandeld worden, daar een stoot het losspringen van bet email ten gevolge kan hebben. De fout komt echter pas na het brand en te voorschijn,

Het branden van kleine voorwerpen en van wit email geschiedt in moffelovens, bet branden Van groote voorwerpen en van donker email in open vla move ns. De voorwerpen zet men

op %00 scherp mogelijke ijzeren punten van een rooster, zoodat het email met zoo klein mogeliike vlekjes met het ijzer in aanraking komt. Men vult een oven met voorwerpen van zoo geliikmatig mogelijke grootte en dikte, daar de tijdsduur van het branden te sterk verschilt, De kwaliteit van het email hangt ten zeerste van het vullen der OVens af. Dikke metaaldeelen branden niet alleen zelf veel langUlmer, maar absorbeeren ook de warmte uit de directe omgeving. Ben dun voorwerp ciat in de buurt hiervan gestaan heeft, kan dan te koud gebleven ziin en dus niet gaar zijn,

De brandternperatuur hangt geheel van de samenstelling van het email af en wordt bii nieuwe emailsoorten in een kleinen proef-moffeloven bepaald,

Vuurvllste kroesen.

Vlokken graphiet Siliciumcarbide Flintsteen

Borax

Teer

21 dl 4:5 dl II dl

I~ ~

ZESTIENDE HOOFDSTUK.

LEVENSMIDDELEN, DRANKEN EN SMAAKSTOFFEN.

MavoDnaise.

Recept 110. I.

Kippeneieren Eierdooiers Vloeibare pectine Geel mosterdpoeder Suiker

Zout

Slaolie

Ma yonnaise-smaak Capsicumtinctuur Melk%uur

Aujn

Water

4 6

70 g

7 g 42 g ~8 g 3,8 1 ~cm3

4 em" 4 em"

180 em? ISo em?

Recept no. 3.

Slaolie Eierdooier Azijn

Water

Zout

Suiker Mosterdpoeder Witte peper

Recept 110. 3.

Eierdooier 8 dl

Azijn 8 d1

Suiker 1'/. dl

Slaolie 96 dl

Zout Ill. dl

Mosterdpoeder 1/, dl

Water 10 dl

Alle mayonnaisen worden bij voor-

keu, met behulp van een colloi"dmolen gestabiliseerd,

Venlllepoeder.

Gemalen vanillestokjes Poedersuiker

Bittere amandelenolie

70,~5 dl 10,00 dl 10,00 dl

3,90 dl It45 dl 3,50 dl 0,80 dl 0,10 dl

~5 dl 74 dl I dl

VeDilIesau •• poeder,

Maisena Vanilline Kleur (geeI)

100 dl

0,5 dl 0,05 dl

Boterkleursel.

Recept no. I.

Kaaskleursel in poeder 3 dl

Katoenpitolie 16 dl

Het mengsel wordt tot 1000 C ver-

warmd en eenigen tijd op deze temperatuur gehouden. Hierna laat rnen 24 uur staan en filtreert door neteldoek.

Recept M. 2.

Gezuiverd kaaskleursel 5 dl

Curcumawortelpoeder 6 dl

Echte saffraan I dl

Zuivere reukelooze reuzel 16 dl Alcohol 4 dl Het kaaskleursel en het curcuma

worden innig met het vet gemengd: het rnengsel laat men eenige dagen staan. De saffraan wordt rnet den alcohol uitgetrokken en de oplossing gefiltreerd. Het gekleurde vet wordt van de onoplosbare bestanddeelen afgefiltreerd en de saffraanoplossing voegt men DU bij het vet. Door het mengsel voorzichtig te verwarmen laat men den alcohol verdampen.

Bekpoeder voor het hul.houden. Recept no. I.

Natriumbicarbonaat Monocalciumphosphaat Stijfsel

28 dl 35 dl ;;a7 dl

LEVENSMIDDELEN, DRANKEN EN SMAAKSTOFFEN 183

Recept no. 2.

Natriumbicarbonaat

Zuur calciumphosphaat Natrium-alurniniumsulfaat Stijfsel

28 dl 29 dl 19 dl 24 dl

Recept no. J.

Natriumbicarbonaat :.:18 dl

Monocalciumphosphaat 22 dl

Natrium-aluminiumsulfaat 21 dl Stijfsel 38 dl

Recept no. 4.

Natriumbicarbonaat 28 dl

Natriumaluminiumsulfaat 28 dl

Stijfsel 44 dl

Bakpoeder voor de bakkerf].

Recept no. 1.

Natriumbicarbonaat 35 dl Natriurn-aluminiumsulfaat 35 dl Stijfsel 30 dl

Recept no. 2.

Natriurnbicarbonaat 28 dl Zuur natriumpyrophosphaat 20 dl

Monocalciumphosphaat 22 dl

Stijfsel 30 dl

Recept no. 3.

Natriumbicarbcnaat 27 dJ

ZUUt kaliumtartraat 45 dl

Wijnsteenzuur 6 dl

Stijfsel 22 dl

Bij alle bakpoeders moeten de ver-

schillende bestanddeelen uiterst zorgvuldig gemengd worden; de poeders moeten absoluut droog bewaard worden.

Anauassorbet.

Voor de bereiding van 10 1 sorbet lost men I5-2~ g agar-agar-poeder onder verwarrning in 3,25 I water op.

Aan de oplossing voegt men 7,5 kg suiker toe en verhit onder geed roeren tot koken, Nu voegt men 1,95 kg geconserveerd ananassap toe en laat even doorkoken.

De verkregen stroop laat men rustig afkoelen en mengt dan met 100 g ananasessence uit vruchten en 200 g cirroenzuuroplossing I: I. Tenslotte wordt met ontkiernd water tot 10 I aangevuld.

Citroensorbet.

15 tot 25 g agar-agar lost men in 1t3 I water op en mengt met 3,9 kg geconserveerd citroensap en 7,5 kg suiker. Hierna laat men even doorkoken, tenslotte laat men afkoelen.

De afgekoelde stroop mengt men met 100 g citroenessence en kleurt met een plantenkleurstof. Men vult met ontkiemd water tot 10 I aan,

Frambo%ensorbet.

In het bovengenoemde recept vervangt men het citroensap door 3,1 kg frambozensap en de essence door frambozenpasta. Bovendien voegt men weer 200 g citroenzuuroplossing I : I toe.

Voor kersen- en sinaasappelsorbet neernt men de overeenkomstige sappen en essences.

Roomijscake.

Eieren 1750 dl

Suiker 2250 dl

Invertsuiker 375 dl

Cacao 500 dl

Melk 1750 dl

Bloem 2750 dl

Zout 50 dl

Soda 25 dl

Bakpoeder 70 dl

De cacao wordt met de melk. en de

suiker opgekookt en afgekoeld; hierin lost men de soda op. De eieren worden dan met de suiker en het zout stijfgeklopt, Het bakpoeder wordt met de bloern gemengd, waarna het geheel tot een deeg aangemaakt wordt. De cake wordt bij 2~" C gebakken.

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful