You are on page 1of 14

Nazis, Islamieten en het ontstaan van het moderne Midden Oosten.

Barry Ruben _ Wolfgang G. Schwanitz.

Hoofdtuk 3

Een Jihad in Duitsland gemaakt. Deel 1 van 2

Op 28 juni 1914 weren Aartshertog Franz Ferdinand van Oostenrijk


en zijn vrouw vermoord in Sarajevo. Het incident creerde de
komende 2 decennia een diplomatieke kettingreactie. OostenrijkHongarije eiste in een ultimatum enorme concessies uit Servi, die
verantwoordelijk werd gehouden voor de moorden. Servi weigerde
en richtte zich naar zijn bondgenoot Rusland; Rusland richtte zich tot
zijn bondgenoten Engeland en Frankrijk voor ondersteuning.
Oostenrijk zocht Duitse steun. Een maand verklaarden de
Oostenrijkers de oorlog aan Servi en alle machten verenigde zich in
de strijd. In Berlijn, ontstak de oorlog het gebruik van het Duitslands
geheime wapen. Op 30 juli verklaarde de Kaiser: Onze diplomaten en
vertegenwoordigers in Turkije, India en Egypte worden verondersteld
het vuur in de islamitische regio voor wilde opstanden tegen de Britten
aan te wakkeren'. Als het plan zou werken, zal 'Engeland tenminste
India verliezen'. MaxVan Oppenheim, bedenker van de islamitische
strategie van Duitsland, keerde terug naar het ministerie van
Buitenlandse Zaken op 2 augustus, normaal gesproken als hoofd van
de nieuws afdeling, maar eigenlijk om de geheime oorlog in het
Midden-Oosten te beslaan, het programma toepassen dat hij al twintig
jaar bepleitte. Zoals van Oppenheim het in 1898 uiteen gezet had, was
zijn missie om het Moslim fanatisme dat grenst aan waanzin' te
ontketenen. De belangrijkste experts voor dit doel geworven, waren
Carl Heinrich Becker, Hugo Grothe en Eugen Mittwoch, alle
briljante geleerden, maar niet perse goed genformeerd over hoe een
jihad te organiseren. Becker was een achtendertigjarige professor
Oosterse Filologie aan de Universiteit van Bonn en redacteur van het
tijdschrift De islam. Ondanks eerdere bedenkingen over de jihad

strategie, stond hij te popelen om het te implementeren. Omdat hij had


voor militaire dienst was afgewezen wegens een slechte gezondheid,
was dit de manier waarop hij het vaderland zou dienen. Grothe,
vijfenveertig jaar oud, kende Turkije en India goed en had in Iran
gereisd in 1907, maar was vooral een econoom en maakte feitelijke
basis fouten in de discussie over de islam. Als een sterke aanhanger
van de Turken, noemde hij Armenirs 'bedriegers en woekeraars' en
zag hen als de 'belangrijkste aanhangers van de terroristen in de
Caucasus' en legde de schuld van de laatste Turkse massamoorden bij
de Armeense parasitaire activiteiten'. Mittwoch, achtendertig jaar
oud, heeft de meest vreemde carrire. In 1916 volgde hij van
Oppenheim op de Duitse jihad-campagne uit te voeren, en na de
oorlog werd hij hoogleraar Semitische studies aan de universiteit van
Berlijn. Ten minste een ten dele oplettende jood Mittwoch, werd
geprezen door n van zijn studenten rabbijn Joseph B. Soloveitchik,
de Lubavitcher Rabbi en n van de grootste figuren van de moderne
Joodse geschiedenis. Zijn kennis was zo hoog aangeschreven dat de
nazi's zijn ontslag in 1933 introkken en hem voor nog twee jaar
aanhielden en hem zelfs een emeritaat gaven als gevolg van het
ingrijpen door de Italiaanse dictator Benito Mussolini, die zijn
onderzoek over Ethiopi bewonderde. Hij leidde het kantoor van een
Amerikaans-joodse organisatie in Berlijn, totdat hij in 1939 kon
ontsnappen en drie jaar later in Londen stierf. In augustus 1914 waren
Becker, Grothe en Mittwoch overeengekomen dat het hun plicht was
hun kennis te gebruiken ten gunste van Duitsland. Ze geloofden dat
hoe langer en meer vastgelopen de oorlog in Europa was, hoe
belangrijker het was om een front in het Midden-Oosten te openen. Op
n punt werden de deskundigen en de Kaiser snel correct bewezen.
Begin 1914 vroegen, de Turken in het geheim om een alliantie met
Duitsland en op 2 augustus, toen de oorlog begon, ondertekende de
twee landen een overeenkomst waarin de Ottomanen de oorlog in
zouden gaan als Rusland dat ook deed en als de Duitsers hen hulp en
apparatuur zou geven. Deze prestatie was het hoogtepunt van een

decennialange Duitse droom. Het hoofd van het oorlog kabinet van de
Kaiser, Moriz von Lyncker, uitte zowel hoop als gemengde gevoelens
over de Duitse strategie. 'Uiteindelijk zou de gehele islam zich tegen
Engeland kunnen keren', stemde hij toe, maar vroeg hoeveel bijdrage
aan de Duitse oorlogsinspanning dit echt zou zijn. Terwijl von
Oppenheim zijn team organiseerde en een masterplan voor de
lancering van de jihad schreef, stelde de drie deskundigen een
programma samen met de titel 'Duitsland en de islam'. Hun missie was
om de Duitse elite op de hoogte te brengen en het grote publiek voor
te bereiden op een ongekende -in Becker zin- en angstaanjagende
onderneming: een Europees christelijk-vervaardigde jihad tegen
andere Europese christenen. Becker behandelde het Duitse beleid ten
aanzien van de islam in het algemeen; Grothe, met Turkije; en
Mittwoch, met de leer van de jihad. Terwijl mogelijke problemen
werden onderzocht waren de Duitse experts vrolijk en beweerde dat
alliantie met de Ottomanen de meerwaarde jihad had welke niet te
stoppen zou zijn. 'We moeten de oorlog zelf winnen', legden ze uit,
maar de Ottomanen zouden een belangrijke kracht zijn in die
overwinning. Zij konden enorme Islamitische opstanden opwekken,
schreef Mittwoch, omdat 'Cultuur en religie, kerk en staat, natie en de
gemeenschap van het geloof voor moslims allemaal hetzelfde zijn'. Hij
voorspelde dat Ottomaanse troepen begeleid door Duitse officieren in
India kon aanzetten tot een massale anti-Britse opstand. Natuurlijk
gaven de auteurs toe dat er risico's waren, vooral dat er een
islamitische geest uit de fles aan de Berlijnse controle zou
ontsnappen en een grootscheepse aanval zouden ontketenen tegen alle
christenen. Of misschien zouden de geallieerden de Ottomaanse sultan
als een pion van de Duitse 'ongelovigen' in diskrediet brengen en een
naar een islamitische smakende Arabische opstand tegen hem kweken.
Becker blies zijn oude idee dat de jihad strategie niet zou werken
nieuw leven in omdat de Ottomaanse sultan niet echt een kalief was.
Maar Becker en zijn collegas veegden deze bezwaren al snel van
tafel. Op dit punt geloofden zij dat Duitsland geen andere keuze had

dan het plan uit te proberen. Op zijn minst zou een jihad de geallieerde
troepen in het Midden-Oosten kunnen
verbinden, zodat ze niet naar het Europese front
zouden worden gezonden. Indien echter de jihad
zou slagen zou de prijs enorm zijn. Een enorme,
gemoderniseerde moslimstaat gedomineerd door
het
Ottomaanse
Rijk,
de islamitische
samenleving, met Istanbul als hoofdstad, zou een
nauwe bondgenoot en waardevolle economische
partner worden. Iran en Afghanistan zouden
worden gekoppeld aan de Islamitische
Drievoudig Alliance. En Duitsland zou in het
hele Midden-Oosten overheersen. Op 5 augustus
1914, slechts drie dagen na de Duits-Ottomaanse alliantie werd
gesloten, vroeg het hoofd van de Duitse Generale Staf, Generaal
Helmuth von Moltke, de Ottomanen Egypte binnen te vallen om een
pan-islamitische opstand uit te lokken.
Figuur 7
Enver Pasha, de Ottomaanse oorlog minister tijdens de Eerste
Wereldoorlog, die ook de Duits-Ottomaanse jihadization van de islam
ontketende met een oproep in 1914 voor Afro-Aziatische jihad in de
kolonin van Groot-Brittanni, Rusland en Frankrijk. Na de oorlog
sloot hij zich aan bij de Sovjets 'linkse jihad in dienst van de
wereldrevolutie, maar werd uiteindelijk gedood in de gevechten door
Centraal-Aziatische islamitische tegenstanders van de bolsjewieken.

De Ottomaanse minister van Oorlog, Enver Pasja, ging akkoord en gaf


het bevel om de operatie voor te bereiden. Hij vertelde een bezoeker
uit Berlijn: 'Ik voer deze oorlog op basis van orders van de Duitse

generale staf. Ik heb gevraagd om (Duitse) adviseurs in alle


ministeries. En dit toont mijn werkelijke plan'. Enver werkte nauw
samen met de Duitse marineattach, Hans Humann, een jeugdvriend.
De achtergrond van de Turkssprekende Humann illustreert de
vooroorlogse rol van Duitsland in het rijk. Zijn vader, Carl Wilhelm,
was een ingenieur die veel reisde voor de aanleg van wegen en
spoorwegen, evenals een grote amateurarcheoloog. Zijn geweldige
prestatie was de opgraving van Pergamon, een vrijwel intacte oude
Griekse stad in de buurt van Izmir. Het was in die laatste plek waar
Hans is geboren in 1878. Samen richtte Hans Humann en Enver de
tashkilat-i mah-Susa op, een organisatie om opstand en jihad te
verspreiden gedurende de Russisch-heerschappij over de Kaukasus.
23. Enver creerde een soortgelijke groep, het Bureau voor radicale
Midden-Oosten gebieden, om het zelfde voor Arabisch bevolkte
regios te doen. Ondertussen ontving Enver de beloofde Duitse
militaire adviseurs en apparatuur. Op 21 oktober 1914 werd hij de
Ottomaanse opperbevelhebber en de volgende dag vertelde hij in
Berlijn dat zijn Duitse admiraal Wilhelm A. Souchon bevolen werd
om de havens aan de Russische Zwarte Zee aan te vallen. Op 2
november verklaarde Rusland de oorlog aan het Ottomaanse Rijk, 3
dagen later gevolgd door Groot-Brittanni en Frankrijk. Op voorhand
van de geheime operaties stuurde Van Oppenheim zijn 136-pagina
tellende plan 'De radicale verandering van de islamitische gebieden
van onze vijanden', naar de Kaiser in november. Het werd snel
goedgekeurd en gefinancierd. De belangrijkste doelen waren Egypte
weg te nemen van Groot-Brittanni en belangrijke opstanden in India
en Afghanistan te creren. Tegen het einde zou Duitsland stammen
omkopen om in opstand te komen en te propaganderen islamitische
troepen in vijandelijke legers te overtuigen deze te verlaten en aan de
Duitse kant te gaan staan. Het Suezkanaal, watervoorziening en
oliepijpleidingen zou worden gesaboteerd. Oorlog zou worden
gevoerd tegen de Britten in Iran, de Perzische Golf, Afghanistan en
India, tegen de Fransen in Noord-Afrika, en tegen de Russen in de

Kaukasus en Centraal-Azi. Aangezien het plan de vijand niet alleen


te identificeerde als de Britten, Fransen en Russen maar ook nietislamitische minderheden, christenen en joden die de geallieerden
steunden, betekende dit goedkeuring van een oorlog tegen burgers van
Duitsland en het verspreiden van religieuze haat. Dus de Duitse
strategie zou nauw worden betrokken bij de Ottomaanse 'massamoord
op Armenirs. Zou religieuze prestige van de sultan volstaan voor
moslims om hem in de strijd tegen hun christelijke leiders volgen? Het
is gemakkelijk om deze plannen als fantasie te zien, maar er was een
echte basis om te geloven dat de islam het geheime wapen van
Duitsland zou zijn. Afgezien van de miljoenen in vijandelijk gebied,
diende bijna 500.000 moslims soldaten in geallieerde legers: in de
Franse troepen, ze kwamen uit Algerije, Marokko en Tunesi; en in de
Britse troepen uit India. En geloof maar dat de sultan de juiste heerser
en hoeder was van de heiligste plaatsen van de islam, Mekka en
Medina, en bijna het gehele Ottomaanse leger trouw hield, met
inbegrip van de Arabische officieren en de moslimbevolking van het
rijk gedurende de hele oorlog. Von Oppenheim vestigde al snel
propaganda hoofdkwartieren in heel het rijk, de belangrijkste zijn in
Medina, Jaffa, Jeruzalem, Caro, Bagdad en de sjiitische islamitische
centra van diverse karakters. Een van hen was de jonge Turk activist
Munis Tekin Alp die pro-Duitse propaganda schreef en geprezen PanTurkse ideen. Hoewel een overtuigd Turks nationalist, was hij
geboren Marcel Cohen in Saloniki. Alp' s schrijven benadrukte het
Pan-Turkse nationalisme en vijandschap tegen Rusland; Arabisch en
Arabischsprekende Duitse agenten schreven soortgelijk materiaal dat
de nadruk op de pan-islamitische religieuze ideologie legde en GrootBrittanni als de vijand neerzette. Alp' s 1915 pamflet, Het Turkse en
Pan-Turkse Ideaal, sprak over het verenigen van alle Turkse
volkeren-inclusief die geregeerd werden door Rusland- in een groot
nationalistisch-islamitisch rijk dat zou zijn gelieerd aan een Duitsland
dat Europe domineerde. In vergelijking werden de Russen
afgeschilderd als vijanden van alle Turkse en islamitische mensen; het

Engelsen als gedegenereerde vrienden van de tsaar; en de Fransen als


vijanden van het Turks nationalisme en islam. Alp beweerde dat
Duitsland 'het enige land is dat zou bijdragen aan het creren en in
stand houden van het nieuwe Turkije, met respect voor de nationale
onafhankelijkheid en territoriale integriteit. Maar een Duitse greep in
het Ottomaanse Rijk met een agent zo flamboyant als Alp, zou niet
alleen de impact van alle anderen verbleken, maar beslist de
wereldgeschiedenis veranderen. Isral Lazarevich Gelfhandm beter
bekend als Alexander Parvus, was tegelijkertijd een revolutionaire
denker en een contrarevolutionaire spion. Geboren in 1867 in een
Russische shtetl, werd hij opgevoed in het kosmopolitische Odessa,
waar hij toetrad tot de Joodse Socialistische Bond. Parvus werd na te
zijn verhuisd naar Zwitserland en Duitsland, een marxist en raakte
bevriend met Vladimir Iljitsj Lenin, en trad toe tot zijn bolsjewistische
groep alwaar Parvus werd beschouwd als een van de meest briljante
geesten van de vroege beweging. Zijn geschriften, speciaal zijn
gedachten over hoe revolutionairen zich konden verbinden met de
vijanden van de tsaar om in een internationale oorlog het regime ten
val te brengen, vestigde de aandacht van de Duitse inlichtingendienst
al vroeg in 1905. De voorzetting van zijn opmerkelijke permutaties,
verhuisde Parvus naar Istanbul, waar hij een miljoenen verdienende
wapenhandelaar en adviseur van de Jonge Turken werd. De Duitse
ambassadeur Hans van Wagenheim, een andere bewonderaar, stuurde
Parvus naar Berlijn in maart 1915 met een voorstel om Duits geld te
gebruiken de bolsjewieken te steunen in het omverwerpen van de tsaar
en Rusland uit de oorlog te halen. Al snel begon het geld naar Lenin
door te stromen, dankzij Parvus netwerken in Denemarken en
Istanbul. Succes kwam in maart 1917 toen de Duitsers Lenin' s
terugkeer naar Rusland hadden geregeld in een verzegelde trein om
een revolutie te ontketenen. Voor het jaar eindigend greep Lenin de
macht en haalde Rusland uit de oorlog, een grote, maar niet
uiteindelijk fatale, klap voor de geallieerden. Duitsland kon
vervolgens honderdduizenden troepen vanuit het oostelijk front naar

het westelijke front verplaatsen voor zijn laatste offensief in 1918.


Ironisch genoeg is de operatie die bedoeld was om een islamitische
jihad te creren om Duitslands vijand Rusland te verslaan onverwacht
hierin geslaagd omdat in plaats daarvan hielpen aan het ontstaan van
een communistische revolutie!. Het was ironisch dat zowel Hitler als
al Husaini beweerden dat gehate Joden achter de bolsjewiek revolutie
zaten terwijl eigenlijk de echte schuldige misschien wel de Kaiser zelf
was. Zoals Buchans roman Greenmantle toen vertoonde wist de
Britse inlichtingendienst een groot deel met betrekking tot het Duitse
jihad plan. Maar de man die het zij vertrouwen het meest had verspild
in het openbaar ( spill the beans: kwaadwillig of per ongeluk
geheimen onthullen) was een zachtaardige, gerespecteerde
Nederlandse geleerde, C. Snouck Hurgronje, die las wat zijn collega's
in Berlijn schreven en geschokt was door wat hij noemde deze 'jihad
in Duitsland'. een plaag zou ontketenen van religieuze haat, zo
waarschuwde hij, zou het geweld van bendes uitlokken en
moordpartijen, zonder daar controle op te hebben. Hurgronje wees er
terecht op in een artikel dat, terwijl de kalief formeel werd begiftigd
met het recht een jihad uit te roepen en de meeste heilige teksten van
de islam een jihadplicht aan elke moslim toeschrijft, dit niet
overeenkomt met wat er in de echte wereld gebeurd: Het jihad
programma gaat ervan uit dat Mohammedanen, net als bij hun eerste
verschijning in de wereld, continu een compacte eenheid vormen
onder een n mans leiderschap. Maar deze in werkelijkheid was deze
situatie van korte duur, het rijk van de islam is zo snel uiteengevallen
in steeds grotere aantallen vorstendommen, dat de hoogste macht van
de zogenaamde kalief, na een korte periode van bloei, uitgegroeid was
tot een loutere woord ... .. '. Dit was vooral pijnlijk voor Becker, die
Hurgronje zag als n van zijn mentoren. De Duitse geleerde
antwoordde dat toen de geallieerden islamitische troepen gebruikte
tegen de Centrale Mogendheden, Berlijn alle recht had om jihad uit te
lokken in de koloniale gebieden van zijn vijanden om de rekrutering te
ondermijnen. Een andere onthulling kwam van de Duitse ambassadeur

Wangenheim in Istanbul die zijn mond voorbij sprak tegen zijn


neutrale Amerikaanse tegenhanger, Henry Morgenthau I. Op een grote
zwarte sigaar puffend in zijn kantoor, beweerde Wangenheim dat het
Ottomaanse leger veel minder belangrijk was dan het vermogen van
de sultan een jihad te verkondigen. De ambassadeur verklaarde,
herinnerde Morgenthau later, 'Rustig en nonchalant, alsof het de
gewoonste zaak was geweest', Duitsland' s complot om de hele
fanatieke islamitische religies uit te lokken tegen de christenen '. Maar
zoals het van Oppenheim als eerste het idee inzette vele jaren eerder,
was dit alles nog steeds grootpraat. Wat konden de Duitsers eigenlijk
doen om een dergelijke jihad op te wekken? Het team van von
Oppenheim werkte nauw samen met Rudolf Nadolny, een voormalig
diplomaat die geplaatst was in het Midden-Oosten en nu diende bij de
Duitse Algemene Staf afdeling politiek, en de expert op het ministerie
van Buitenlandse Zaken van het Midden-Oosten Otto von Wesendonk.
Er op aandringend dat hij echte wilde en geen avonturiers, huurde von
Oppenheim al snel een tiental Duitse deskundigen in en twee dozijn,
voornamelijk moslims, niet-Duitsers. Tegen het einde van de oorlog
werkte ongeveer zestig van zulke mensen voor hem. Onder hen waren
de Tuneisian Salikh ash-Sharif at-Tunisi; de Algerijnse Rabah
Bukabuya; Mamun Abu al-Fadl uit West-Arabi en de Egyptenaren
Ahmead Wali, Mustafa Mansur Rifat en Abd al-Aziz Jawish. Na de
oorlog zou Jawish de belangrijkste adviseur van Hasan al-Banna zijn
in de oprichting van de Moslim Broederschap. Von Oppenheim
huurde ook blanke moslims in zoals de Tataren Said Effendiev, Shamil
Safarov en Mohammed Kazakov. Er waren ook Indiase en Perzische
afdelingen. Een van de meest kundige medewerkers was Rabah
Bukabuya, een Franse moslim officier uit Algerije die naar de Duitse
kant overliep in 1915. Ook in Berlijn werden de Libanese Druzische
Pan-islamitische Shakib Arslan en de Egyptisch nationalistische
Muhammad Farid adviseurs. Arslan zou uiteindelijk de meest bekende
en invloedrijkste zijn van allemaal. In 1893 had von Oppenheim leden
van zijn stam ontmoet. De in 1914 45 jaar oude Shakib Arslan was een

Druzen prins die lid was geweest van het Ottomaans Parlement.
Benvloed door de ideen van de invloedrijke islamitische pionier
Muhammad Abduh, die al-Husaini ook had benvloed, bekeek Arslan
het Ottomaanse Rijk als verdediger van de islam tegen het Europese
kolonialisme. De andere genoemde medewerker en de enige met een
echte politieke basis in zijn eigen land, was de 46 jaar oude
Egyptische Mustafa Farid, voormalig voorzitter van de Nationale
Partij, de Egyptische man van de nationalistische groep. Als
voorstander van het verdrijven van Groot-Brittanni uit Egypte, werd
hij verbannen door de Egyptische koning in 1912, waarna hij
Ottomaanse en vervolgens Duitse hulp zocht. Tijdens de Eerste
Wereldoorlog, bracht het bureel van von Oppenheim meer dan
duizend publicaties uit in negen Europese en twaalf Midden-Oosten en
Aziatische talen-vierhonderd van hen in 1914 en 1915 alleen al- en
distribueerde 3.000.000 exemplaren van boeken, kranten, tijdschriften,
pamfletten en brochures. Dit materialen bevatte Pan-islamitische, antigeallieerde inhoud als 'Ze bedriegen God en de ongelovigen',
'Engeland en het kalifaat', 'Russische slachtingen' en 'Jihad en Franse
troepen'. Von Oppenheim plaatste propaganda bij gelijkgestemde
persbureaus zoals Agence Ottomane. In november 1914, opende de
Duitsers een leeszaal in het nabijgelegen Medina voor hen die de
bedevaart naar Mekka wilde maken, totdat de heerser over het gebied
Sharif Husain-al betrokken in geheime gesprekken die zouden leiden
tot zijn toetreding tot de Britten het volgende jaar-het sloot. De
belangrijkste lezers van von Oppenheim s publicaties, waren letterlijk
gevangenen: Moslim oorlogsgevangenen-hoofdzakelijk Indiase
gevangenen van de Britse troepen en Noord Afrikanen van de Franse
legers vastgehouden door Duitsland. Eerst waren het er 900. Om hen
te indoctrineren en rekruteren waren deze potentiele overlopers in
twee speciale kampen geplaatst dichtbij Berlijn, ieder met een moskee.
Ze kregen les in Islam tegelijk met intensieve Duits gepropagandeerde
lezingen en literatuur met inbegrip van een meertalige wekelijkse zeer
toepasselijk genaamde Al Jihad

De middelen voor het daadwerkelijk uitvoeren van het grote plan


waren beperkt. Toch is het langverwachte moment daar. Op 14
november 1914, werd de oproep door sultan-kalief aan alle gelovige
moslims jihad te voeren tegen de Britten, Fransen en Russen
afgekondigd. De niet-Ottomaanse moslims moesten ook deelnemen,
zei de fatwa die gepubliceerd werd in het Arabisch, Perzisch, Urdu, en
Turks-om het Ottomaanse Rijk te redden als het hart en de ziel van de
umma, de internationale gemeenschap van alle moslims. In een
speciale ceremonie, werd sultan-kalief Mehmet V een oud Ottomaans
zwaard gegeven. Grootmoefti Urguplu Khairi Bey, de hoogste
islamitische geestelijke van het rijk en de belangrijkste auteur van de
fatwa's, ontrolde wat gezien werd als de originele slagvlag van
Mohammed. De sultan zelf sprak de troepen toe terwijl minister van
Oorlog Enver Pasja donderde, 'Driehonderd miljoen moslims zuchten
onder ketens', en moeten worden bevrijd. Een grote menigte,
sommigen te paard, marcheerden van de moskee naar de Duitse
ambassade. Onder hen was een vrouw die het deel van Asja, n van
Mohammeds vrouwen, naspeelde. Op het balkon stonden de Duitse
ambassadeur en een aantal speciale onverwachte gasten: veertien
Moslim ex-krijgsgevangenen, die besloten hadden om mee te doen
aan de Duits-Ottomaanse kant. Een van hen, een grote Marokkaan van
het Franse leger, hield een toespraak in het Arabisch prees Duitsland
en zei dat islamitische soldaten slecht werden behandeld in het Franse
leger. De Kaiser had zelf het plan goedgekeurd om deze mannen mee
te nemen vanuit Berlijn naar Istanbul op het luxe Orint Express. Om
de operatie geheim te houden, waren ze vermomd als acrobaten. Nadat
de menigte de Kaiser toejuichten, verplaatsten zij zich naar de
ambassade van Duitslands bondgenoot Oostenrijk-Hongarije, waar ze
de ceremonie herhaalde. Het plan was dat de verklaring van de jihad
moslims bloed kokend van verontwaardiging en gretigheid zou maken
om te vechten.

Figuur 8
De heersers van de Centrale Mogendheden in 'World War I ontmoeten
in Wenen, 1916. Van links naar rechts: Kaiser Wilhelm van Duitsland,
tsaar Ferdinand van Bulgarije, Kaiser Franz Joseph van OostenrijkHongarije en de Sultan Mehmed V Reshad van het Ottomaanse Rijk.
De verklaring begon; Vijanden hebben de islamitische wereld
aangevallen, in beslag genomen, islamitische landen geplunderd en
moslims meegenomen als gevangenen. De 'oorlogsschepen en legers'
van Rusland, Engeland, Frankrijk en hun bondgenoten: Val de zetel
van het islamitische kalifaat en de keizerlijke Heerschappijen aan en
streef (God verhoede) voor het vernietigen en uitroeien van het
verheven licht van de islam ... (derhalve) is het ook de plicht van alle
moslims die worden geregeerd door deze regeringen om jihad tegen
hen te verkondigen en hen aan te vallen '. De verklaring ging verder;
Elke moslim die geen jihad voert, pleegt 'een grote zonde en verdienen
goddelijke toorn en straf'. Zelfs als de geallieerden hen bedreigden
met de dood of de vernietiging van zijn hele familie, om tegen de
Ottomanen te vechten is schending van de islamitische wet en verdient
'hellevuur'. Alle moslims, al zijn ze jong of oud, te voet of te paard,
(moet) zich haasten om deel te nemen aan de jihad'. Dit keizerlijk
decreet werd gevolgd door vele andere fatwa, sommige ontwikkeld
door de Duitsers, anderen vertaald en verspreid door hen. Typisch was

een 1915 fatwa door Hibat ad-Din Mohammed ash-Shahrastani,


vertaald door Helmut Ritter van het Zesde Ottomaanse leger in
Bagdad en Carl Brockelmann Halle University. Becker controleerde
de tekst en van Oppenheim organiseerde de verspreiding ervan op
grote schaal. Een Iraanse, Muhammad Farisi uit Karbala,
gaf
commentaar. De fatwa begon met een vraag: 'Duitsers zijn christenen
en nu helpers van de moslims. Maar ze zijn ook ongelovigen als de
Russen, Engelsen, Italianen en Fransen. Waarom is het toegestaan
voor ons als moslims om bevriend te zijn met de Duitsers, terwijl het
doden van andere ongelovigen een verplichting is en omdat alle
ongelovigen n natie zijn'? Ash-Shahrastani antwoordde: 'Er zijn
twee soorten ongelovigen. De vriendelijke die niet probeert de huizen
van moslims te plunderen en hun religie geweld aan te doen. De
andere soort ongelovige-de Franse, Britse en Russen-zijn onze
religieuze vijanden. Ze willen onze huizen plunderen en onze
nationale onafhankelijkheid en staat vernietigen. De sharia
(islamitische wet) laat ons niet toe om ze aardig te behandelen, maar
beveelt ons vijandigheid en oorlog te voeren tegen hen. Als voorbeeld
van pro-islamitisch beleid van Duitsland, herinnerde ash-Shahrastani
zich hoe de Kaiser Saladin had vereerd en zichzelf een vriend en
beschermer van de moslims noemde. Duitslands heerser was een
moslim krijgsgevangenen uit de Franse en Russische legers naar
Istanbul, de stad van het kalifaat, gezonden om te vechten voor de
Ottomanen. Tenslotte merkte Farisi op dat Duitsland de militaire
training en wapens aan de Ottomanen gegeven had. In tegenstelling,
zoals Sharastani vermeld had in de zonden van de bondgenoten,
waren sommigen verzonnen, Britse 'Minister van Buitenlandse Zaken'
William Ewart Gladstone (hij was minister-president, maar nooit
minister van Buitenlandse Zaken) geloofde dat het Parlement gezegd
had dat Engeland niet kon slagen, tenzij het islamitische heilige boek,
al -Qur'an, verontreinigd was. Premier Salisbury had herhaaldelijk
benadrukt dat alleen als de Kaaba, heiligste plaats van de islam in
Mekka, werd uitgeschakeld London de controle in moslimlanden had.

Een niet gedentificeerde Franse heerser werd geciteerd als pleiter dat
Mekka en Medina worden veroverd, zodat Mohammed' s lichaam in
het Louvre zou kunnen worden gebracht en moslims gelokt worden te
komen en wonen in Frankrijk. Aan deze lijst, voegde Farisi de
kruisvaarders (het verwijderen van de grote Duitse rol in hen) toe, het
Russisch expansionisme, Franse en Britse kolonialisme en het in 1907
Anglo-Russische verdrag Perzi te verdelen in invloedssferen. De
argumenten van ash-Shahrastani, tot aan de beschuldiging toe dat
Gladstone achter een oorlog tegen de islam zat, werd opnieuw
gebruikt door al-Husaini voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Overblijfselen van deze Wereldoorlog propaganda zijn ook te vinden
in de documenten van Hamas, Al-Qaida en de Moslim Broederschap
in de eenentwintigste eeuw.

Vertaling Jolanda molleman


Bewerking Yaakov siepman

https://www.scribd.com/doc/292803135/nazis-islamisten-en-hetontstaan-van-het-moderne-Midden-Oosten
https://www.scribd.com/doc/292891008/Nederlands-Hftstuk-1-NazisIslamists-And-the-Making-of-the-Modern-Middle-East
https://www.scribd.com/doc/293611734/Ned-Deel-1-Hftstuk2Moslims-Nazi-s-ontstaan-van-het-modern-midden-oosten
https://www.scribd.com/doc/294545840/Ned-Hftst-2-Deel-2-NaziIslam