You are on page 1of 12

Gods wil (1 Timothes 2:1-7)

Ik vermaan dan allereerst dat smekingen, gebeden, voorbiddingen en dankzeggingen


gedaan worden voor alle mensen, voor koningen en alle hooggeplaatsten, opdat wij
een rustig en stil leven leiden in alle godsvrucht en eerbaarheid. Dit is goed en
aangenaam voor God, onze Heiland, die wil dat alle mensen behouden worden en tot
kennis van [de] waarheid komen. Want er is n God en n middelaar tussen God en
mensen, [de] mens Christus Jezus, die zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor allen,
[volgens] het getuigenis op zijn eigen tijd; waartoe ik gesteld ben als prediker en
apostel ik zeg [de] waarheid, ik lieg niet -, als leraar van [de] volken in geloof en
waarheid

Paulus gaf zijn leerling Timothes opdracht om de christenen in Efeze (1 Timothes


1:3) tot gebed aan te sporen. Het Nederlandse werkwoord vermanen betekent:
ernstig waarschuwen of weer in het rechte spoor brengen, maar dat is niet de
betekenis van het Griekse werkwoord parakaleoo. Aansporen, aanvuren, of
oproepen zou een betere weergave zijn. Allereerst (Gr. protos) heeft de betekenis
van: vr alles. Wij zouden zeggen: Het belangrijkste waartoe ik jullie wil
aansporen is het gebed voor al jullie medemensen.
Vr alles bidden
Paulus geeft een nauwkeurige omschrijving van de gebeden die hij noodzakelijk
acht. Hij gebruikt daarbij vier verschillende uitdrukkingen: smeking (Gr. de-eesis),
gebed (Gr. proseuchee), voorbidding (Gr. enteuxis) en dankzegging (Gr.
eucharistia). De-esis betekent: in een bepaalde situatie een concreet verzoek
uitspreken. Proseuchee is een algemene aanduiding van gebed: het spreken met
God over alles wat ons maar kan bezighouden. Enteuxis betekent: pleiten, zich
beroepen op Gods beloften en op Zijn geopenbaarde wil, zodat men met
vrijmoedigheid kan bidden. Eucharistia is danken. We kunnen niet bidden zonder
te danken, want God laat alle dingen meewerken ten goede voor wie Hem liefhebben
en Hij voert (zoals Paulus nog zal gaan uitleggen) alle schepselen naar het einddoel
dat Hij voor hen heeft bestemd. Er is geen God naast of buiten Hem. Niets of
niemand kan Zijn plannen blijvend dwarsbomen of Zijn bedoelingen permanent
blokkeren.
De christenen in Efeze moesten door Timothes worden aangespoord om te bidden
voor alle mensen. Om te laten zien hoe ver die opdracht reikt, voegde Paulus eraan
toe: voor koningen en alle hooggeplaatsten. Wij vinden het misschien
vanzelfsprekend dat christenen bidden voor de overheid. Maar in de tijd waarin
Paulus schreef, regeerden keizer Nero en de familie Herodes. Gewetenloze figuren
voor wie een mensenleven niet telde. En tot alle hooggeplaatsten behoorden heren

die hun slaven ernstig mishandelden. Wie aan de willekeur van zulke machthebbers
is overgeleverd, zal van nature niet geneigd zijn om voor hen te gaan bidden en al
helemaal niet om daarbij te danken. Toch werden de christenen in Efeze (waaronder
ongetwijfeld slaven waren), door Paulus opgeroepen om zulke overheidspersonen
aan God op te dragen. Zelfs voor hen mochten ze om een zegen vragen, want ze
behoorden te bidden voor alle mensen. Waarom en hoe zal de apostel nog gaan
uitleggen.
Rustig en stil
De bijzin opdat wij een rustig en stil leven leiden in alle godsvrucht en eerbaarheid
wordt dikwijls misverstaan. Men leest de tekst alsof Paulus had geschreven: opdat
wij een rustig en stil leven mogen leiden. En men interpreteert de woorden van de
apostel als volgt: Christenen moeten aan God vragen of de (heidense) overheid de
kerk met rust wil laten en de christelijke godsdienst oogluikend wil toestaan. Zodat
de christenen onder haar bestuur in vrede kunnen leven.
De kanttekeningen van de Statenvertaling merken bij de bijzin op, dat God koningen
heeft aangesteld om in de samenleving orde te handhaven (vgl. Romeinen 13:3-4).
Christenen moeten volgens de Statenvertalers voor staatshoofden en politici bidden
daar er dikwijls overheden zijn die de Kerk Gods vervolgen en zoeken te beletten,
dat haar leden in godzaligheid en rust zouden leven. Wanneer deze interpretatie
van 1 Timothes 2:2 juist was, dan zouden christenen voor hun gebed een
zelfzuchtig motief hebben. Maar dat was niet de drijfveer van de apostelen en hun
bekeerlingen. Toen Petrus en Johannes in hechtenis werden genomen en door het
Sanhedrin werden verboden om over Jezus te spreken, bad men niet dat de
vervolging mocht ophouden, maar men vroeg of God op de bedreigingen van
Herodes, Pilatus en de leiders van Isral wilde letten en zijn slaven in staat wilde
stellen om met alle vrijmoedigheid Zijn woord te spreken (Handelingen 4:23-31).
Paulus schreef niet, dat christenen aan God moesten vragen of de overheid de
christelijke godsdienst mocht begunstigen. Hij schreef dat Timothes de gelovigen in
Efeze moest opdragen om voor alle mensen te bidden, de vijandige overheid incluis.
Op beschuldigingen, verdachtmakingen en vervolging behoorden mensen die God
kenden niet met hevige protesten, gewelddadig verzet en opstandigheid te reageren,
maar met zachtmoedigheid, kalmte en stilzwijgen. In hun gebeden behoorden ze
hun vijanden te zegenen in plaats van die te vervloeken of onheil over hen af te
roepen. Dan zouden ze een godvruchtig leven leiden, dat wil zeggen: God op de
juiste wijze vereren, en ze zouden eerbaar handelen, dat wil zeggen: waardig
optreden, op een manier die respect afdwingt.
De bijzin van Paulus heeft niet betrekking op het bestuur van de overheid, maar op
de houding van de gemeenteleden, juist in een situatie van vervolging. Wie voor alle
mensen bidt, leidt een rustig en stil leven in alle godsvrucht en eerbaarheid.

Paulus opdracht was in overeenstemming met het onderwijs van de twaalven.


Petrus schreef dat Jezus:
als Hij uitgescholden werd, niet terugschold, als Hij leed, niet dreigde, maar [zich]
overgaf aan Hem die rechtvaardig oordeelt (1 Petrus 2:23)
Daarin heeft Hij ons een voorbeeld nagelaten. Slaven moesten aan hun meesters
in alle ontzag onderdanig zijn, niet alleen aan de goede en inschikkelijke, maar ook
aan de verkeerde. Want dat is genade, als iemand droeve dingen verdraagt ter wille
van [het] geweten voor God, terwijl hij onrechtvaardig lijdt. Als u volhardt terwijl u
goed doet en lijdt, dat is genade bij God (1 Petrus 2:18-20)
Want zo is het de wil van God, dat u door goeddoen de onwetendheid van de dwaze
mensen tot zwijgen brengt Eert allen, hebt de broederschap lief, vreest God, eert de
koning (1 Petrus 2:15-17)
Vergeldt niet kwaad met kwaad, of schelden met schelden, maar zegent integendeel,
omdat u ertoe geroepen bent zegen te erven (1 Petrus 3:9)
Dat is een prachtige omschrijving van wat Paulus bedoelt met: een rustig en stil
leven, in alle godsvrucht en eerbaarheid.
Waarom?
Op de vraag waarom christenen op de aantijgingen en bedreigingen van hun
tegenstanders behoren te reageren door rustig en stil te blijven, en voor hun
medemensen te bidden, geeft Paulus het antwoord: Dit is goed en aangenaam voor
God, onze Heiland.
Voor goed wordt in dit vers niet het gewone woord agathos gebruikt (goed in
morele zin), maar het woord kalos, dat bijzonder mooi, prachtig of uitstekend
betekent (goed in kwalitatieve zin, vgl. Matthes 13:45, 26:10; Jakobus 2:7).
Aangenaam is in het Grieks apodektos, dat wil zeggen: aanvaardbaar, zoals een
offer zonder gebrek in Israls eredienst voor God aangenaam was. Zo is het ook
aangenaam voor God indien kinderen en kleinkinderen voor hun ouders en
grootouders zorgen (1 Timothes 5:4).
Wie zelfs voor zijn vijanden bidt en die vijanden zegent, toont aan de wereld het
karakter van zijn God en Redder. Als een volwassen zoon begint zo iemand op de
hemelse Vader te lijken. In de Bergrede heeft Jezus opgemerkt:
U hebt gehoord dat gezegd is: U zult uw naaste liefhebben en uw vijand haten. Maar
Ik zeg u: hebt uw vijanden lief en bidt voor hen die vervolgen, opdat u zonen wordt
van uw Vader die in [de] hemelen is; want Hij laat zijn zon opgaan over bozen en
goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Want als u hen
liefhebt die u liefhebben, wat voor loon hebt u? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde?

En als u alleen uw broeders groet, wat doet u mr? Doen ook de volken niet hetzelfde?
Weest u dan volmaakt zoals uw hemelse Vader volmaakt is (Matthes 5:43-48)
Paulus schreef over ditzelfde onderwerp:
Weest lankmoedig jegens allen. Ziet toe dat niemand een ander kwaad met kwaad
vergeldt, maar jaagt altijd naar het goede voor elkaar n voor allen (1
Thessalonicenzen 5:15)
Zegent wie <u> vervolgen; zegent en vervloekt niet Vergeldt niemand kwaad met
kwaad; behartigt wat goed is voor alle mensen Wreekt uzelf niet, geliefden Maar
als uw vijand honger heeft, geef hem te eten; als hij dorst heeft, geef hem te drinken;
want door dit te doen, zult u vurige kolen op zijn hoofd hopen. Laat u door het kwade
niet overwinnen, maar overwin het kwade door het goede (Romeinen 12:14,17,1921)
Aardse machthebbers kunnen het kwaad met geweld bestrijden en elke
kwaaddoener binnen hun machtsgebied vernietigen. Maar het kwade overwinnen
door het goede is de manier waarop God de uiteindelijke overwinning zal behalen.
Wanneer Zijn kinderen voor hun vijanden bidden, is dat goed en aangenaam in Zijn
oog.
Gods wil
Op de vraag, waarom het goed en aangenaam is voor God wanneer Zijn kinderen in
een situatie van vervolging rustig blijven, Hem op de goede wijze blijven vereren en
zich gedragen op een manier die respect afdwingt, geeft Paulus nog een verrassend
antwoord: God, onze Heiland, wil dat alle mensen behouden worden en tot kennis
van waarheid komen. Welke waarheid dat is, zal de apostel in het vervolg van zijn
betoog uiteenzetten.
Wie Bijbelcommentaren opslaat, ontdekt meteen dat de auteurs aan de strekking
van 1 Timothes 2:4 proberen te ontsnappen. Velen merken op dat we onder alle
mensen niet moeten verstaan: allen zonder uitzondering, maar: allerlei mensen,
dat wil zeggen: mensen met uiteenlopende achtergronden en met een verschillende
sociale status. Slaven en vrijen, mannen en vrouwen, bejaarden en kinderen, Joden
en Grieken, armen en rijken, onaanzienlijken en machthebbers. In het voorafgaande
had de apostel immers gesproken over gewone mensen, koningen en
hooggeplaatsten? Anderen merken op dat het Gods verlangen is dat alle mensen
behouden worden voor zover Hij mensen kan benvloeden (letterlijk citaat). Met
andere woorden: God wenst wel dat alle mensen worden behouden, maar velen
weerstaan Zijn wil. Heeft Jezus over het Joodse volk niet gezegd:

Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en hen stenigt die tot u zijn gezonden,
hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen bijeenverzamelen, zoals een hen haar kuikens
bijeenverzamelt onder haar vleugels, en u hebt niet gewild (Matthes 23:37)?
Wie in een christelijk milieu is opgegroeid vindt zulke interpretaties misschien
overtuigend, maar op een buitenstaander maken ze de indruk dat het uitvluchten
zijn. De meeste schrijvers van Bijbelcommentaren gaan ervan uit dat niet alle
mensen worden gered. Om die vooropgezette mening te kunnen handhaven,
veranderen ze het woord alle in allerlei, of het woord willen in wensen. Maar
dat is niet wat er staat geschreven!
Uit de lijn van Paulus betoog blijkt, dat de gangbare interpretaties van vers 4
uitvluchten zijn. Want de opdracht van christenen om voor alle mensen te bidden
(vs.1) is gegrond in het feit dat God wil dat alle mensen worden behouden (vs.4).
Het verband tussen ons gebed en Gods bedoelingen is van diepe betekenis.
De opdracht om voor alle mensen te bidden werd gegeven aan de gemeente van
Efeze, waar leden van de synagoge kwaad spraken van het geloof in de Messias
(Handelingen 19:9) en waar heidense ingezetenen de prediking van Paulus
probeerden te laten verbieden aangezien ze het christendom als een bedreiging
beschouwden (Handelingen 19:21-41). De atmosfeer in de stad was z vijandig, dat
de apostel er naar de mens gesproken, tegen wilde dieren had gevochten (1
Korinthe 15:32).
Indien God allerlei mensen wilde redden en gelovigen dus voor allerlei mensen
moesten bidden, dan zouden zij zich kunnen afvragen of gewetenloze machthebbers
(zoals keizer Nero), aanstichters van vervolging (zoals de zilversmid Demetrius) en
notoire spotters (zoals bepaalde heidense schrijvers) wel voorbede waard waren.
Maar in het hart van onbevangen lezers, die beseften dat met alle mensen de hele
mensheid is bedoeld, kon die vraag niet opkomen.
De neiging van commentatoren om het woord willen te veranderen in wensen is
al even dwaas. Indien de Schepper iets wenst, zouden nietige schepselen dan in staat
zijn om de vervulling van Zijn verlangen te verhinderen? Volgens de Bijbel is dat
onmogelijk, want in dat Boek wordt over God gezegd:
Hij doet naar Zijn wil met het heer des hemels en de bewoners der aarde, en niemand
is er, die zijn hand kan weerhouden of tot Hem kan zeggen: Wat doet Gij? (Danil
4:35)
Het hart van de koning is in de hand des HEREN als waterbeken, Hij leidt het overal
heen, waar het Hem behaagt (Spreuken 21:1)
God werkt alles naar de raad van Zijn wil (Efeze 2:11). Indien Hij iets wenste, maar
het schepsel kon Hem blijvend dwarsbomen, dan zou de Eeuwige over onvervulde

wensen kunnen klagen. Maar de God van de Bijbel kent zulke gevoelens niet. Paulus
noemt Hem de gelukkige God (1 Timothes 1:11). Gelukkig omdat Hij weet dat
geen van Zijn plannen zullen falen. Een pottenbakker heeft de volledige beschikking
over het leem. Hoeveel te meer heeft de Schepper dan de macht, de wijsheid en het
inzicht om de eindbestemming van Zijn schepselen te bepalen!
Jezus weende over Jeruzalem omdat Hij haar kinderen bijeen had willen vergaderen.
Maar Jeruzalem zal niet in staat zijn om Hem blijvend te weerstaan. De weeklacht
van de verworpen Messias eindigde in een lofzang:
Want Ik zeg u: u zult Mij van nu aan geenszins zien, totdat u zegt: Gezegend Hij die
komt in [de] naam van [de] Heer (Matthes 23:39)
Er is hier sprake van een totdat, en het bedoelde moment zal volgens de profeten
beslist aanbreken.
Omdat er n God is en niemand Zijn wil kan weerstaan, mogen we Zijn bedoelingen
volstrekt serieus nemen. Hij heeft ons gered, maar daar zal Hij het niet bij laten. Hij
wil dat alle mensen worden behouden. We hadden dat al kunnen weten uit de
gelijkenis van het verloren schaap (Matthes 18:12-14, Lukas 15:1-7). Zelfs met
negenennegentig van de honderd schapen in veiligheid is de eigenaar van de kudde
nog niet tevreden. Zolang er nog n schaap verloren is, is het einddoel van de
eeuwen nog niet bereikt.
Waarheid
Volgens Paulus wil God dat alle mensen worden behouden en tot kennis van
waarheid komen. Het woord dat de apostel voor kennis gebruikt, betekent
letterlijk: inzicht. Het Griekse woord epignosis is samengesteld uit het voorzetsel
epi (op of boven) en het woord gnosis (kennis). Epignosis is meer dan: op de
hoogte zijn van de feiten, het omvat ook: besef van de betekenis en de implicaties
van die feiten.
Welke waarheid alle mensen leren kennen en beginnen te beseffen wanneer ze
behouden worden, zet Paulus in het volgende vers uiteen:
Want er is n God en n middelaar tussen God en mensen, [de] mens Christus Jezus,
die zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor allen
In de profetie van Jesaja wordt verklaard wat het zeggen wil dat er n God is.
Vr Mij is er geen God geformeerd en na Mij zal er geen zijn. Ik, Ik ben de HERE, en
buiten Mij is er geen Verlosser. Ik heb verkondigd, verlost en doen horen, en ben geen
vreemde onder u; gij toch zijt mijn getuigen, luidt het woord des HEREN, en Ik ben God.
Ook voortaan ben Ik dezelfde en niemand redt uit mijn hand. Ik werk, en wie zal het
keren? (Jesaja 43:10-13).

De Ene was er al vr de schepping en Hij is er tijdens de hele wereldgeschiedenis.


Hij blijft altijd dezelfde: Op Zijn voornemens en beloften komt Hij niet terug. Hij
kondigt de verlossing die Hij tot stand zal brengen lang van te voren aan. Hij blijft
aan Zijn schepping werken, en niemand kan Zijn werk opheffen of verijdelen. Geen
enkel schepsel kan zich aan Zijn greep onttrekken.
Zo zegt de HERE, de Koning en Verlosser van Isral, de HERE der heerscharen: Ik ben
de eerste en Ik ben de laatste en buiten Mij is er geen God. En wie is als Ik hij roepe
het uit en verkondige het en legge het Mij voor daar Ik toch het overoude volk in het
aanzijn riep; en hetgeen er in de toekomst gebeuren zal, mogen zij verkondigen. Weest
niet verschrikt en vreest niet. Heb Ik het u niet van oudsher doen horen en verkondigd?
Gij zijt mijn getuigen: is er een God buiten Mij? Er is geen andere Rots, Ik ken er geen
(Jesaja 44:6-8)
Ik ben de HERE en er is geen ander; buiten Mij is er geen God. Ik gordde u, hoewel gij
Mij niet kendet, opdat men het wete waar de zon opgaat en waar zij ondergaat, dat er
buiten Mij niemand is; Ik ben de HERE , en er is geen ander, die het licht formeer en de
duisternis schep, die het heil bewerk en het onheil schep; Ik, de HERE, doe dit alles
(Jesaja 45:5-7)
Helaas is de waarheid dat er n God is en n middelaar tussen God en mensen
zelfs bij de meeste gelovigen onbekend. Moslims en Joden belijden dat er n God
is. Maar ze erkennen Jezus niet als de unieke Knecht des HEREN, de Messias die voor
ons een losprijs heeft betaald. Christenen zeggen dat ze in de ene God geloven, maar
ze ondermijnen die belijdenis meteen door te beweren dat er in de Godheid drie
Personen kunnen worden onderscheiden. Door te spreken over God de Zoon
ontkennen ze dat er n God is, want Jezus en de Vader kunnen volgens hen allebei,
met evenveel recht en in dezelfde zin als God worden aangeduid.
Paulus en zijn medewerkers spraken niet op die manier over God. Hun belijdenis
luidde:
Want al zijn er ook die goden genoemd worden, hetzij in [de] hemel, hetzij op aarde
(zoals er vele goden en vele heren zijn), dan is er toch voor ons maar n God, de
Vader, uit wie alle dingen zijn, en wij voor Hem; en n Heer, Jezus Christus, door Wie
alle dingen zijn, en wij door Hem (1 Korinthe 8:5-6)
Volgens de Bijbel is de Vader de Ene God. En Jezus is de verheerlijkte Messias
(daarom heet Hij Jezus Christus), de unieke middelaar tussen God en mensen. Hij
is niet in dezelfde zin God als de Vader, want wij weten dat er geen God is dan En
(1 Korinthe 8:4). Volgens de Bijbel is Hij: de mens Christus Jezus (1 Timothes
2:5). Als verheerlijkt mens, als laatste Adam, als eersteling van de nieuwe mensheid,
brengt Hij God bij de mensen en de mensen bij God.

Allen
Het woord allen loopt als een rode draad door Paulus betoog. Het is de schakel die
de verschillende elementen van dat betoog verbindt:
Smekingen, gebeden , voorbiddingen en dankzeggingen voor alle mensen (vs.1)
God onze Heiland wil dat alle mensen behouden worden (vs.3)
Jezus, die zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor allen (vs.6)
Ook het feit dat Jezus zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor allen wordt dikwijls
ontkend. Niet alleen door ongelovigen, maar juist ook door mensen die beweren dat
ze in God geloven. Toch is dit feit van cruciaal belang. Wie meent dat Jezus zichzelf
gegeven heeft voor allerlei mensen: voor de uitverkorenen, of de kerk (kortom:
niet voor allen), heeft geen blijde boodschap te verkondigen. Tegen een willekeurige
buitenstaander kan zo iemand niet zeggen: God houdt van u, Hij heeft ook u op het
oog, leg uw vijandschap af, wees verzoend met Hem (2 Korinthe 5:20). Want
volgens zo iemand is er voor wie niet is uitverkoren of wie tijdens zijn leven niet
voor Jezus kiest geen prijs betaald. In werkelijkheid mogen we, als ambassadeurs
van Christus, alle mensen oproepen om zich met God te laten verzoenen. En is voor
allen gestorven, dus zijn zij allen gestorven (2 Korinthe 5:14). Dat Jezus zich gaf tot
een losprijs voor allen spreekt vanzelf. Want God wil dat alle mensen worden
behouden. Daarom mogen we ook voor alle mensen bidden.
Waarom betaalde Jezus de prijs van zijn leven? Volgens Paulus om ons uit de greep
van de duisternis en de leugen te kunnen verlossen. Zodat wij tot kennis van de
waarheid komen, de Ene en zijn Zoon leren kennen. Het kennen van hen is de
behoudenis (Johannes 17:3).
Het getuigenis op zijn eigen tijd
Volgens het getuigenis op zijn eigen tijd, voegde Paulus volgens de Telosvertaling
aan zijn verhandeling over de waarheid toe. Het Nederlands Bijbel Genootschap
schreef: En daarvan wordt getuigd te juister tijd. Maar in de oorspronkelijke tekst
staat: ho marturion kairois idiois. Het woord kairos staat in het meervoud, en dit
betekent niet: tijdperk, maar: tijdstip. Een letterlijke vertaling van Paulus woorden
zou zijn: het getuigenis bij eigen gelegenheden, of: het getuigenis op eigen
tijdstippen.
De uitdrukking kairois idiois komt binnen het Nieuwe Testament slechts op twee
andere plaatsen voor. Verderop in deze zelfde brief schrijft Paulus, dat onze Heer
Jezus Christus de gelukkige en enige Heerser, de Koning der koningen en Heer der
heren op zijn eigen tijd zal vertonen (1 Timothes 6:15). Voor op zijn eigen tijd
staat hier: en kairois idiois, dat wil zeggen: op eigen tijden, wanneer Hij in de
toekomst op aarde verschijnt. En aan zijn leerling Titus schreef de apostel, dat God

Zijn woord aangaande hoop van eeuwig leven op zijn eigen tijd heeft geopenbaard
door de prediking die mij is toevertrouwd (Titus 1:3). Ook hier staat kairois idiois.
In 1 Timothes 2:6 zou het getuigenis op eigen tijden verschillende dingen kunnen
betekenen:
1. Dat er n God is en n Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus
Jezus, die zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor allen kon pas worden
verkondigd nadat Jezus was gestorven en uit de doden was opgestaan. De apostel
Paulus heeft toen van God opdracht gekregen om dit aan de volken te gaan vertellen.
Die verklaring ligt voor de hand, omdat de apostel zijn zin vervolgt door op te
merken: waartoe ik gesteld ben als prediker en apostel ik zeg de waarheid, ik lieg
niet als leraar van de volken in geloof en waarheid (1 Timothes 2:7). Ook op
grond van Titus 1:3 is deze verklaring aannemelijk. Want God heeft op eigen tijden
Zijn woord geopenbaard door de prediking die Hij aan Paulus heeft toevertrouwd.
2. Anderen concluderen uit de toevoeging, dat God weliswaar wil dat alle mensen
worden behouden en tot erkentenis der waarheid komen, maar dat het getuigenis
aangaande die waarheid niet alle mensen op hetzelfde ogenblik bereikt. Tot ieder
mens komt het getuigenis op zijn eigen tijd, op de tijd die God daarvoor heeft
bepaald. Tot de mensheid als geheel komt het getuigenis op eigen tijdstippen, voor
het ene volk of het ene individu eerder dan voor het andere, maar uiteindelijk komt
het tot iedereen.
3. Anderen leiden uit de toevoeging af, dat niet alle mensen op hetzelfde ogenblik
van de waarheid getuigenis zullen geven. Sommige mensen zullen tijdens hun
vergankelijke aardse bestaan al tot het inzicht komen dat er n God is, en n
Middelaar tussen God en mensen die ook voor hen de prijs heeft betaald, maar
anderen zullen dit pas veel later gaan inzien, nadat ze door God zijn geoordeeld of
zelfs pas nadat de dood volledig te niet is gedaan en ook zij, in de laatste rangorde
van de opstanding, aan de levendmaking deel hebben gekregen (1 Korinthe 15:2028).
Hoewel de bovenstaande gevolgtrekkingen met de Schrift in overeenstemming zijn,
meen ik op grond van het tekstverband dat de eerste verklaring van Paulus
woorden de juiste is. Het goede nieuws dat Paulus na de opstanding van Christus
mocht verkondigen, hield in dat er n God is en n middelaar tussen God en
mensen, de mens Christus Jezus, die zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor
allen. Ook wij hebben opdracht om van deze feiten te getuigen.
Waartoe ik gesteld ben
De apostel merkt over het getuigenis (dat de mens Christus Jezus zichzelf gegeven
heeft tot een losprijs voor allen) op: En ik ben daartoe gesteld als prediker en
apostel - ik zeg [de] waarheid, ik lieg niet -, als leraar van [de] volken in geloof en

waarheid. Paulus legt een sterke klemtoon op het woordje ik. Hij benadrukt, dat
hij degene is die door God werd geroepen om een boodschap van redding aan de
volken te gaan prediken. We zouden ons kunnen afvragen, waarom Paulus dit zo
sterk benadrukt. Was de apostel misschien een beetje ijdel? Was hij jaloers op
anderen die beweerden dat ze als leraar der volken waren aangesteld? Leraars
der wet wellicht, die de door hem gestichte gemeenten plachten te bedreigen? (1
Timothes 1:7). Verklaarde hij drom zo heftig: ik spreek waarheid en geen
leugen?
Beslist niet. Paulus was niet ijdel en ook niet jaloers. Hij zocht geen roem voor
zichzelf, maar bracht God alle eer (1 Timothes 1:17). Dat hij de aandacht op zichzelf
vestigde, had een andere oorzaak. Wat hem op de weg naar Damascus was
overkomen was een voorbeeld voor allen die later in Jezus zouden gaan geloven (1
Timothes 1:15-16). Omdat Paulus ooit een lasteraar, een vervolger en een smader
was (1 Timothes 1:13), beschouwde hij zichzelf als de grootste der zondaren (1
Timothes 1:15, 1 Korinthe 15:9-10, Efeze 3:8). En juist z iemand, een vijand van
wie je het wel het minst zou verwachten, werd door God als apostel der volken
aangesteld (Galaten 2:6-10, Efeze 3:1-12, Kolossenzen 1:23, 2 Timothes 1:11, Titus
1:3).
Het is alsof Paulus zeggen wil: aan mij kun je zien, dat Christus Jezus werkelijk voor
allen gestorven is. Zelfs voor een verblinde godslasteraar als ik, een smader van de
Messias en een vervolger heeft Hij de prijs betaald. Een aartszondaar werd door God
geroepen om de volken verlossing te gaan prediken - het is ongelooflijk, maar waar!
Aangezien ik kon worden gered, hoeven jullie voor niemand te wanhopen. Bid en
dank dus vrijmoedig voor allen, zelfs voor de keizer voor niemand is de situatie
hopeloos. God is bij machte om zelfs de diepst verblinden en de ergst verharden te
bekeren. Zelfs een koning als Nebukadnezar kwam door een oordeel van de
Almachtige tot het juiste inzicht (Danil 4:34-37). Hij wil dat alle mensen behouden
worden en tot kennis van waarheid komen. Om dat doel te bereiken wil Hij jullie
gebed gebruiken.
Samenvatting
1. Via zijn leerling Timothes spoorde Paulus de christenen in Efeze aan om voor
hun medemensen te bidden. Ook voor hooggeplaatsten en machthebbers, die hen
vervolgden en kwalijk behandelden.
2. Indien zij hun vijanden aan God opdroegen in plaats van die te vervloeken (of
tegen hen in opstand te komen), zouden ze een rustig en stil leven leiden in alle
godsvrucht en eerbaarheid. Ze zouden God dan op de juiste wijze vereren en zich
gedragen op een manier die bij buitenstaanders respect afdwingt.
3. Bovendien zou hun optreden dan met Gods voornemen in overeenstemming zijn.
Want God wil dat alle mensen behouden worden en inzicht krijgen in de waarheid.

10

Zelfs mensen als keizer Nero of de zilversmid Demetrius. En zelfs een vervolger en
een moordenaar, als de apostel Paulus.
4. De waarheid waardoor een mens wordt gered is het inzicht dat er n God is en
n middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, die zichzelf gegeven
heeft tot een losprijs voor allen.
5. Uit de profetie van Jesaja (43:10-13, 44:6-8, 45:5-7) blijkt wat het zeggen wil dat
er n God is. Hij was er al vr de schepping en Hij blijft tijdens de hele
geschiedenis dezelfde. Hij kondigt wat Hij tot stand zal brengen lang van te voren
aan. Niemand kan Zijn plannen verijdelen of zich voorgoed aan Zijn greep
onttrekken. Dus zullen alle mensen uiteindelijk worden gered, tot kennis van
waarheid komen en worden bevrijd uit wat hen nu nog gevangen houdt: leugen,
dwaling, vruchteloosheid, vergankelijkheid, en sterfelijkheid.
6. Omdat Jezus zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor allen, en omdat God wil
dat alle mensen worden behouden en tot kennis van waarheid komen, behoren
gelovigen voor alle mensen te bidden. Door voor hun vijanden te bidden, handelen
ze in overeenstemming met het karakter van hun Vader (Matthes 5:44-45, 1
Timothes 2:3).
7. Sinds de opstanding van Christus mag aan alle volken worden gepredikt dat er
n God is n middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, die zichzelf
gegeven heeft tot een losprijs voor allen. Die boodschap is geloof en waarheid, dat
wil zeggen: de waarheid die dient te worden geloofd (1 Timothes 2:7).

Eindnoot: Voor mensen die in de traditionele uitleg van 1 Timothes 2:4 gevangen zitten, is
het volgende citaat van de Engelse predikant C.H.Spurgeon misschien van nut: Jullie althans de meesten van jullie - moeten wel bekend zijn met de manier waarop onze oudere
calvinistische vrienden met deze tekst plegen om te gaan. Alle mensen zo zeggen zij, dat is:
sommige mensen. Alsof de Heilige Geest niet sommige mensen had kunnen zeggen
wanneer Hij sommigen had bedoeld. Alle mensen zo zeggen zij, dat is: sommigen van alle
soorten van mensen. Alsof de Here niet allerlei mensen had kunnen zeggen als Hij dat had
bedoeld. De Heilige Geest heeft door de apostel geschreven: alle mensen, en ontegenzeglijk
bedoelt Hij alle mensen. Ik weet hoe men zich van de kracht van dat alle kan ontdoen met
behulp van de kritische methode die een poosje geleden bijzonder gangbaar was, maar ik zie
niet in hoe die hier toegepast kan worden met gepast respect voor de waarheid. Ik was net
de uiteenzetting van een zeer bekwame Bijbelgeleerde aan het lezen, die de tekst zo
verklaart dat hij wordt wegverklaard. Hij past er grammaticaal buskruit op toe, en laat hem
bij wijze van uitleg ontploffen. Toen ik zijn uiteenzetting las, dacht ik dat het een uitmuntend
commentaar op de tekst zou zijn geweest indien hij had geluid: Die niet wil dat alle mensen
behouden worden, noch tot erkentenis der waarheid komen. Als dt de genspireerde taal
was geweest, dan zou iedere opmerking van de geleerde doctor er geheel mee in
overeenstemming zijn, maar aangezien er juist staat: die wil dat alle mensen behouden
worden, zijn zijn aantekeningen niet weinig misplaatst. Mijn verlangen om mijn eigen

11

leerstellige inzichten trouw te blijven is niet groot genoeg om mij bewust ook maar n
enkele tekst der Schrift te doen veranderen. Ik heb groot respect voor orthodoxie, maar mijn
ontzag voor inspiratie is nog veel groter. Ik zou liever honderdmaal met mijzelf in
tegenspraak willen zijn, dan eenmaal met het woord van God. Ik heb het nooit een bijzonder
grote misdaad geacht om met mezelf in tegenspraak te schijnen, want wie ben ik dat ik altijd
consistent zou moeten zijn? Maar ik acht het een grote misdaad om zo met het woord van
God in tegenspraak te zijn, dat ik een tak of zelfs maar een twijgje van een enkele boom in het
woud der Schrift zou willen afhakken. God verhoede dat ik enige van Zijn uitspraken, zelfs
maar in de geringste mate, in model zou willen knippen. Z luidt de tekst, en z moeten we
hem lezen: God, onze Heiland, die wil dat alle mensen behouden worden, en tot kennis van
de waarheid komen (Metropolitan Tabernacle Pulpit, Volume 26, page 50).

* * * * * * *

12